Bericht aan de reizigers

23 02 2012

“Geachte reizigers, we komen aan te Antwerpen. Wegens drie giechelende meisjes zonder vervoersbewijs, had ik geen tijd meer om langs te komen voor het controleren van  uw treinticket. Maar dat zal u wel niet erg vinden. Ik dank u voor uw begrip en aan iedereen, zeker aan giechelende meisjes, koop altijd een ticket.”

Vandaag gehoord.





Don’t Mess with Sven

31 10 2011

Ik zat in een propvolle bioscoop en om één of andere reden had ik twee volle plastic zakken bij me. In de ene zaten persoonlijke nota’s, mijn agenda en notities uit de les e.d. In de andere zaten bibliotheekboeken of mogelijk ook pas gekochte boeken. Romans, strips en non-fictie.

De rijen stoelen in de cinema stonden zo dicht mogelijk op elkaar, alsof de suggestie van een kermisattractie werd opgeroepen waarin je maar beter zo vast mogelijk zat. Bovendien zat de zaal helemaal vol. Het was een bescheiden zaal en er was amper een niveauverschil tussen de rijen. Je zat er werkelijk opgepropt. Toch leek me dat als fervent cinemabezoeker niet te storen. Ik zat enkel wat verveeld met die zakken, die ik onder mijn stoel legde.

Het ontging me volkomen welke film het was. Na afloop snelde ik de overvolle zaal uit. In de lobby van de bioscoop, die enige ouderwetse grandeur uitstraalde, met dik mosterdgroen tapijt en goudgelakte balustrades aan de trappen, ging ik even op de grond zitten om te ontspannen. Na een tijdje drong het tot me door dat ik slechts één van de twee zakken had meegenomen.

Ik snelde terug naar de zaal, die al weer helemaal gevuld was met mensen voor de volgende voorstelling. Ik vroeg paniekerig aan de mensen die op mijn oude plek zaten, of er toevallig een zak onder het zitje lag. Het kostte de mensen een zware inspanning om onder hun stoel te kijken – de rij ervoor stond immers veel te dicht om je zover te kunnen bukken – maar ze moesten me teleurstellen: er lag niets meer.

Teleurgesteld droop ik af. Ik vergat nóóit iets. Dat had ik altijd aan mijn broer overgelaten. Ik bleek nog niet te beseffen welke zak ik kwijt was en vroeg me meteen ook af welke ik het ergst vond kwijt te zijn. Het ging om de zak met boeken. Met spijt dacht ik aan de ongelezen spullen en het geld die ze gekost hadden – of, als het bibliotheekboeken waren, die ze me nog zouden kosten.

Ik bedacht dat ik de mensen die naast me zaten, misschien nog zou herkennen – want die hadden ongetwijfeld de zak meegenomen. Intussen stond ik buiten aan de bioscoop, op een meters brede en erg hoge trap waar mensen na de film gingen zitten. Er was echter al heel wat tijd verloren gegaan en ik had geen preciese herinnering aan het koppel naast mij. Ik nam dan maar plaats op de trap – ik had sterk de indruk dat dit een postmodern ritueel was dat bij het bioscoopbezoek hoorde, want de trappen zaten vol en er was duidelijk iets in me dat me weerhield al naar huis te gaan. Het was een sfeervolle avond.

Ik maakte een praatje met andere filmliefhebbers – waren dat Stijn en Hanne? – en vertelde wat er gebeurd was. Terwijl ik mijn relaas deed, scande ik nog tevergeefs de massa om me heen. En toen kon ik mijn ogen niet geloven! Op amper drie meter van me vandaan zat een vrouw, in gesprek met iemand die ik meteen als haar man herkende, en nog enkele anderen. Tegen haar borst, amper verborgen onder haar jas, drukte ze mijn plastic zak!

Ik aarzelde geen moment, onderbrak mijn geklaag, en stapte kordaat, haast agressief op de vrouw af. Ze herkende me een fractie van een seconde te laat als de werkelijke eigenaar van de zak, en de blik in haar ogen bevestigde dat mijn indruk correct was: dit was een dief. Haar pogingen om de zak tegen zich aan te drukken en weerstand te bieden, waren vruchteloos. Ik sleurde de zak uit haar handen en draaide de protesterende vrouw en haar verbaasde gezelschap meteen de rug toe, met een sterk overwinningsgevoel.

Amper had ik me tevreden weer aangesloten bij mijn groepje, waar geen woord gezegd werd over het voorval en het gesprek gewoon verder ging waar het zonet abrupt gestopt was. Maar we werden al meteen gestoord: achter me stond de vrouw en ze sprak me aan, zich druk makend over het feit dat ik haar zelf gestolen zak terug had genomen. Ik draaide me geïrriteerd om en gaf de vrouw een flinke vuistslag in het gezicht. The End.

En zo kende deze droom een uitzonderlijk  einde. Dat heb je als het vakantie is en je mag uitslapen.

En excuseer beste lezers, als ik u bij gebrek aan waargebeurde spannende belevenissen moet vervelen met nachtelijke fictie, maar sla dergelijke artikels volgende keer dan gerust over. Ik vond het een leuk avontuur.





Een Nieuw-Guinees uit Le Havre

29 10 2011

Ik wandelde door een bescheiden winkelstraat van een klein Nederland dorp. Ik stapte zonder enige reden binnen in een fotowinkel. Het was best een grote zaak en er waren redelijk wat mensen. Je kon er foto’s laten inkaderen en fototoestellen kopen enzo. Er waren diverse personeelsleden aan het werk.

Het was duidelijk dat ik nog lang niet aan de beurt was (het was me ook geheel niet duidelijk wat ik eigenlijk wou kopen of vragen) dus keek ik nog maar wat rond. Een uitgestalde foto trok mijn aandacht. Men had hem centraal gesteld in de zaak en er hing een boodschap bij. Op de foto zag je een tweepersoonsbed, vanuit de lucht gezien. Rondom het bed was alles weggefotoshopt, waardoor het bed een soort hemelse uitstraling kreeg. Hij was ook fel belicht, zodat je eigenlijk vooral veel wit zag. Op het dekbed stond het gezicht van een vrouw, pover getrukeerd in zwart-wit zodat het leek dat het dekbed haar beeltenis droeg. De vrouw lachte vriendelijk. Ik staarde naar de foto en besefte dat die vrouw mijn moeder was.

Het duurde even voor het bizarre toeval van deze situatie tot me doordrong. Ik las uiteindelijk de tekst bij de foto. ‘Dit is winnende foto van onze fotowedstrijd‘. Dat vond ik onnozel, want het was allemaal erg amateuristische, alsof een kind op zijn computer wat geëxperimenteerd had met overlappende foto’s. Er stond ook een foto bij van de fotograaf, een oudere kale man. In een tekstballon bij zijn foto stond: ‘Ik won 150 gulden met deze foto. Maar o jee, ik weet niet wie deze dame is. Wie kan me helpen?‘.

Ik ging naar de toonbank en richtte me tot twee van de erg vriendelijke mensen achter de kassa. ‘Daar op die foto, dat is mijn moeder!‘ zei ik, nog half onder de indruk en ook wel met het gevoel alsof ik in een komische serie zat, want hoe kon iemand met zo’n slechte foto nu een wedstrijd winnen? De dames achter de toonbank en nog enkele andere toegesnelde personeelsleden van wat nu eigenlijk een familiezaak bleek te zijn, vonden dat natuurlijk erg leuk, maar gaven verder weinig blijk verrast te zijn. Alsof het gewoon een kwestie van tijd geweest was dat iemand zich meldde.

Weet je wat nou het bijzondere is‘, vroeg één van de dames, duidelijk de moeder van de familie. ‘De foto is gemaakt door een Nieuw-Guinees uit Le Havre. Uit Le Havre dan nog wel! Net zoals in dat liedje van twee blaadjes op het water!‘ De andere dames kirden van vrolijkheid. Ik knikte wezenloos en deed alsof ik wist over welk liedje het hier ging. ‘Maar hoe komt die man aan de beeltenis van mijn moeder?’ vroeg ik, terwijl men achter de toonbank allerlei administratieve handelingen ondernam die deel uitmaakten van de procedure waarin ik me nu blijkbaar bevond. ‘O’, zei één van hen achteloos, ‘die komt van de Reyerslaan!’.

Toen werd ik wakker met het gevoel alsof ik zonet in een vreemde film had meegespeeld. Uitermate bizarre dromen, het zit onze familie, maar bij mij zijn ze voorlopig zeldzaam. Deze wou ik vanwege zijn hoge absurditeitsgehalte toch met u delen…





Keep on rollin’

12 10 2011

In de zomer van 2005 bezocht ik New York en daar hoorde beslist ook een wandeling door Central Park bij. Een opvallende plek daar is een piste waarop gerolschaatst wordt op muziek en waar dagelijkse skaters en rollers samenkomen om zich onder bewonderende blikken van toeristen uit te leven.

Een van de opmerkelijke figuren die ik daar bezig zag was deze dame, een senior haast, die zich met veel bravoure al rollend voortbewoog en zich als een eerder atypische deelneemster manifesteerde – in wat sowieso wel een allegaartje van mensen was. Ze gaf  nieuwe dimensies aan het begrip ‘opvallen’ en stal dus echt de show. De bril, de polsbandjes, het jurkje, … overdachte details die het plaatje compleet maakten.

Onlangs trok ook mijn schoonzus-in-wording naar New York en Central Park stond zeker ook op haar programma. Afgelopen weekend bekeek ik haar foto’s… en daar zat deze tussen.

  Dat vonden wij nu toeval, zie.





Zwangerschap: een ziekte en een handicap

4 09 2011

Ik ben het een beetje beu, al die trezekes en poppemiekes die hun zwangerschap, zelfs al is het nog maar een vage luchtophoping, aanwenden om het slachtoffer uit te hangen.

Goed, dat is de ongenuanceerde essentie. Nu even kaderen.

Enkele maanden geleden werkte ik als vrijwilliger mee aan de boekenverkoop van de Gentse bib. De taken werden beschreven en de medewerkers kregen de vrijheid om onder elkaar uit te maken wie wat zou doen. Een jongedame, het buikje amper gewelfd, protesteerde. Bepaalde taken kon zij niet uitvoeren want ze was zwanger. We hebben het hier over rechtstaand boeken sorteren. Niet over rodeorijden of bungeespringen.

In de trein mogen zwangere vrouwen in eerste klasse plaatsnemen. Vanaf wanneer zo’n zwangerschap als dusdanig zwaar beschouwd wordt dat een zitje in tweede klasse een marteling is, is onduidelijk. Dat vind ik niet erg, profiteer gerust van dit recht. Maar zit daar dan alsjeblieft niet met een loden ernst over dat buikje te wrijven alsof u ieder moment verwacht dat een echte eersteklassereiziger satansgewijs zijn klauwen in uw schoot plant en uw dierbare vrucht er uit rukt en door het raampje zwiert. U bent zwanger. Niet ziek.

Vandaag bracht ik een dame die deelnam aan de rommelmarkt op DOK op de hoogte dat het de bedoeling was de auto snel uit te laden, zodat die het terrein kon verlaten om plaats te maken voor andere wagens. ‘Dat zal niet gaan, ik ben zwanger en ik ga me dus niet opjagen, ‘ was het antwoord. Verontwaardigd ook nog, dat ze haar spullen van de auto tot de standplaats moest dragen. Haar zwangerschap was onder jurk en jas nog niet eens zichtbaar.

Ik wil gerust aannemen dat een zwangerschap wat doet met uw lichaam. Lig gerust plat als de dokter u dat voorschrijft. Klaag in de laatste weken gerust wat af. U hoeft me niet te overtuigen van de kwaaltjes en pijntjes die dat zwanger zijn met zich meebrengt. Maar vanaf dag één? En als u dan wél vindt dat dat ongeboren kind u hindert in uw doen en laten, blijf dan thuis en neem dan maar niet deel aan allerlei activiteiten waarvan u verwacht dat de organisatie en andere deelnemers zich moeten aanpassen aan uw zwangerschap.

Eeuwen en eeuwen hebben vrouwen kinderen gedragen, onder onmenselijke omstandigheden soms. Voor verworven rechten is flink gestreden. Maar intussen hebt u alles wat u nodig hebt, me dunkt, om zalig zwanger te zijn. Ik leef graag met mee met uw geluk, maar niet met uw zelfgecreëerde slachtofferschap.





Fin de carrière? (2)

29 11 2010

Op 28 oktober gebeurde dit (wat u al wist):

Vandaag ging nummer 2 tegen de vlakte.

Wijst dit op een ontslagbrief als nieuwjaarsgeschenk?

Een carrièrewending?

Een lottowinst die me mijn werk laat opzeggen?

En vooral: is dit nog toeval?!?

Wel jammer. En me dan nog gesneden ook.





imaGINAtion

14 07 2010

Getuige mijn lijstje met zoektermen zijn jullie massaal op zoek naar een film waarin Geena Lisa zou meespelen. Bedankt om mijn bezoekcijfers tot recordhoogtes te brengen, maar er is zelfs mij als filmfanaat niets bekend over wat voor filmplan dan ook voor Geena Lisa. Ze is al zo pover als zichzelf, laat haar eerst die rol maar uitwerken.

Wat ik u dan wel te melden heb over film is dat volgende week zowat de beste film van het jaar in onze zalen verschijnt: het niet te versmaden Inception, een klein meesterwerkje vol geniale ideeën. Lees hier mijn recensie en trappel nog een week van ongeduld.

(alsof ik niet weet dat u eigenlijk allemaal op zoek bent naar de sex-tape van die andere Gina)





Weetal

6 06 2010

Bekwaam als ik ben in het onthouden van namen en gezichten en het associëren van mensen met anderen mensen en bepaalde gebeurtenissen, had ik het eigenlijk nog tot riooljournalist kunnen schoppen. Ik sla dus ook gebeurtenissen op die de betrokkene misschien als privé of zelfs als vergeten beschouwd.

Zo wist ik van een leerkracht die ik vorig jaar op een studiedag aan de andere kant van het lokaal zag zitten, dat ze in 1998, tijdens een avontuurlijk weekend voor leerkrachten-in-spe, in de Ardennen, tijdens het kajakken, gezeten in een tweepersoonskajak met vooraan haar nooit van haar zijde wijkende vriendje, en in een onsportieve bui om er maar zo snel mogelijk vanaf te zijn, en daarbovenop ook nog eens met weinig zin om te socializen, de hele tijd aan kop kajakkend, niet gehoord hadden waar de finish was en ze dus enkele kilometers te ver tot de conclusie kwamen dat ze niet gewonnen hadden. Tot jolijt van de rest van de groep.

Zo wist ik van een onbekend meisje op café dat ze in de jaren ’80 haar been brak bij een val van de trap in het speelgoedmuseum van Mechelen.

Zo wist ik van een vakbondsafgevaardigde die op het tv-journaal verklaarde waarom er gestaakt werd, dat ze een Winnie the Pooh op haar schouder getatoeëerd had staan.

Zo wist ik van de botte, niet al te verzorgde en lichtjes hersenloze kerel met wie ik enkele jaren geleden op een jeugdraad zat, en die ik ook herkende als bewoner van één van de krottigste huizen van Haaltert, dat hij me in mijn kleutertijd had opgesloten in een toilet.

Zo wist ik van een nieuwslezeres van een regionale zender dat ze zich ooit in een berghok in het jeugdhuis, overgaf aan niet nader te beschrijven praktijken met haar vriendje en een supermarktkarretje.

Zo wist ik van een dikdoenerige zakenman die op televisie de winst van zijn bedrijf toelichtte, dat zijn twee zonen rotverwende etters waren die slecht waren in wiskunde en goed in het omzeilen van de beveiligingen van het internet.

Op het vlak van de minder interessante onthullingen en vooral ter glorie van mijn geheugen:

Bij de bakker stond ik achter een man van wie ik wist dat hij goed kon schaken en door zijn neus sprak. In een schoenenwinkel had ik een andere klant kunnen confronteren met de herinnering dat hij zijn onderbroeken vroeger steeds véél te hoog optrok.  In de trein zag ik een dame wiens echtgenoot zijn schrift in de wc liet vallen in de lagere school. Eindeloos  (en steeds minder interessant) zal uiteindelijk de lijst met dirt zijn.

Begin maar allemaal te vrezen voor mijn ooit te verschijnen biografie.





Gelukkig is er nog De Standaard (2)

15 04 2010

Het is geenszins nieuw, mijn ergernis aan de occasionele kul die op de website van De Standaard als ‘nieuws’ of zelfs maar gewoon als ‘artikel’ wordt aangekondigd. Deze week overtrof deze ongetwijfeld door steeds idioter wordende redacteurs beheerde website zichzelf, met een artikel waarin géén woorden stonden en er eigenlijk zelfs volstrekt niets te melden viel. Geen nieuws is goed nieuws? Nee, geen nieuws is gewoon echt géén nieuws.





Stoeptroep

14 04 2010

De stad Gent heeft de opdracht gegeven tot een aantal vernieuwingen van voetpaden in mijn buurt. Ik wil dat toejuichen maar ik maak daar toch enkele gezonde bedenkingen bij.

Zo lijkt het me heel opmerkelijk dat er met de oude voetpaden helemaal niets verkeerd was. Dit is een goed onderhouden buurt en het opgebroken trottoir was nog in zeer goede staat. Wie beslist dan dat er daar toch een nieuwe stoep moet komen?

Opvallend, en eigenlijk vooral mijn voornaamste bedenking,  is de schijnbare willekeur van de aanleg van de nieuwe voetpaden. Het gaat telkens om slechts een tiental meters en dus nooit om het voetpad over de volledige lengte van een blok. De grens loopt steeds gelijk met een bepaald gebouw, waardoor je dus midden op de stoep een bruuske overgang aantreft met het oude voetpad. Zo worden de tegels zelfs in twee gesneden in plaats van voor een ietwat vloeiende overgang te zorgen door de oude en nieuwe tegels mooi te vermengen. Dat is toch hoogst bizar?

Ik ben niet het soort zure  burger dat enkel het negatieve ziet of verantwoording verwacht van zijn bestuur voor elk akkefietje. Ik ben ook geen voetpaddeskundige en wellicht kan ik makkelijk informatie bekomen over de zin van deze onderneming. Maar zelfs pogend iets verder te kijken dan mijn neus lang is, zie ik momenteel enkel een verspilling van tijd, geld, materiaal en energie. Terwijl zoveel plekjes in Gent een opfrissing kunnen gebruiken!

En terzijde, dit soort huizen, al jaren en jaren leeg en verwaarloosd staan wezend, verdiént zo’n mooi nieuw voetpad zelfs niet!





Chokri

9 12 2009

Hij verloor. Aannemelijk, want hij beantwoordde zogoed als geen enkele vraag correct.

Wat zat hij daar dan te doen? Moslim te wezen?

Dat t-shirt van Alibi Ali was niet eens zo ironisch meer. Pff politiek correcte Woestijnvis.





Matt danst de wereld rond

16 08 2009

De 32-jarige Amerikaan Matt reist de wereld rond en doet overal gekke dansjes. Met of zonder locals. U weet over wie ik het heb, of nog helemaal niet en deze synopsis doet het ergste vermoeden? Kijk gewoon naar dit heerlijke filmpje en laat ons blij zijn dat er nog collectieve zotheid mag bestaan.

Hier meer over zijn avonturen en projecten.

Met dank aan oud-collega Tom.





Is’t heus?

6 07 2009

Volgens het één-jorunaal is Prins Laurent een grote muziekliefhebber. Ter staving van deze bewering: ‘Hij heeft thuis zelfs een heuse muziekinstallatie staan!

Amai, dat zou ik wel eens willen zien, zo’n heuse muziekinstallatie. Misschien komt er ooit een moment dat ook de gewone burger zich een heuse muziekinstallatie kan aanschaffen. Ik ga alvast op internet eens zoeken wat dat precies is, zo’n heuse muziekinstallatie. En als ik ook zo’n heuse muziekinstallatie heb, ben ik ook een muziekliefhebber! Eindelijk!





58 = 85?

2 03 2009

In mijn geboortedorp is de kans groot dat je mensen aantreft die vroegtijdig oud zijn. Normen en waarden worden overgenomen van de ouders en men kiest overwegend voor een (al te) klassieke levensstijl, volhardend in de veronderstelling dat de 21e eeuw nog niet is aangebroken. Het gemeentebestuur berust hier met plezier in. Dat wordt ook nu weer aangetoond.

Op de voorpagina van het Haaltertse infomagazine wordt volop promotie gemaakt voor een animatienamiddag voor 55-plussers. Ik verwacht doorgaans geen grote culturele evenementen in Haaltert, en ik kan me er bij neerleggen dat het ideaalbeeld van amusement voor ingedommelde bejaarden bestaat uit het optrommelen van vergane BV’s . Maar ik vraag me toch af hoe men in Haaltert iemand van 55 beschouwt.

animatie

Dat men er doorgaans van uit gaat dat iedereen boven een bepaalde leeftijdsgrens dezelfde muzieksmaak aanneemt (‘naar Vlaamse schlagers zult gij luisteren!’) laat ik maar even buiten beschouwing. Meer zelfs, we hanteren deze veralgemenende veronderstelling als basis voor het in vraag stellen van deze animatienamiddag: is dit animatie voor 55-plussers of 85-plussers? Ik bevind me nog op een miljoen jaar afstand van de beoogde doelgroep, maar mijn ouders en andere familieleden vallen binnen enkele jaren wel in deze leeftijdscategorie (of ze zitten er al). Sommige lezers hier ook. En hoe verschillend ze ook zijn in muzikale ontwikkeling of achtergrond, ik kan me van geen van deze mensen voorstellen dat ze zich ook maar een fractie aangesproken voelen om deze namiddag bij te wonen. En dan laat ik geheel buiten beschouwing of een optreden van Yves Segers of Samantha sowieso wel iemand aanspreekt, dat is een kwestie van smaak natuurlijk (voor sommigen is het wellicht een persoonlijke hel). Terzijde: ik herinner me dat de zangeres Samantha in een rolstoel zit, maar die Yves Segers kun je intussen blijkbaar ook zowat voortrollen.

De vraag is dus hoe men er bij gekomen is dit initiatief open te stellen voor zulke jonge mensen. Mogelijk is het aantal aanwezigen tussen 55 en 60 zeer beperkt (dat hoop ik althans!), maar dan nog kan ik er niet bij dat dit het beeld is dat men heeft van 55-plussers. Hoe komt men trouwens bij deze leeftijdsbepaling en in hoeverre zal men deze doelgroep blijven uitbreiden? Is 58 hetzelfde als 85? En hoewel het begrip ‘senior’ nergens ter sprake komt, vanaf wanneer ben je dat? Alleszins, dit gaat toch te ver. Mag het niet alleen iets meer niveau zijn, maar vooral doordachter? Zet er geen leeftijd op en wie zich aangesproken voelt (of die dan oud of jong is), zal wel komen. Of neem anders minstens 60 als grens. Of maak ik nu precies dezelfde fout?

Toch geïnteresseerd? Hier alle info.





Wie nu weer naakt…?

25 01 2009

Elke blogger heeft het al ervaren, van die momenten waarop je bezoekersaantal bedroevend is (nochtans schrijven we eigenlijk enkel voor onszelf!) en je overweegt er dan maar de brui aan te geven.

Ik maak momenteel het omgekeerde mee. Even te druk en inspiratieloos, laste  ik een pauze in om dan vast te stellen dat mijn bezoekcijfers de laatste weken en maanden niet zo hoog geweest zijn.

Het zal nochtans niet aan de kwaliteit van mijn schrijfwerk of de diversiteit van mijn onderwerpen liggen. Zowat een jaar geleden werd op deze blog (in een reactie van een lezer dan nog wel) één keer de naam van een momenteel overal opduikende Vlaamse actrice vermeld. Een pak volk wil haar graag ontkleed zien, zo blijkt. Jammer, beste geïnteresseerden, dit buikje is het enige stukje naakt dat ik u kan aanbieden. Niettemin veel aanschouwingsgenot.

neuville





Televisionele waarneming n°548

10 01 2009

Jawel beste lezer, ik doe beslist meer dan televisie kijken, maar sta me toe nog maar eens een televisionele waarneming te delen met u. Eens te meer was het Man Bijt Hond dat zijn best deed de gekste menselijke gedragingen te registreren, die me nog maar eens (voor echt wel de duizendste keer) doen beseffen dat In de Gloria lang niet absurd genoeg was. Deze keer maakte een dame haar opwachting die op het werk een beetje gefrustreerd raakte omdat ze de soaps waarover haar collega het had, niet volgde. Dus nam mevrouw die serie op, keek er versneld naar om niet te veel tijd te verliezen én maakte zelfs nota’s over wat er precies gebeurde in de betreffende episode (om die ‘s ochtends voor het vertrek naar het werk nog even te raadplegen). Op het werk ontwikkelden zich dan gesprekken à la ‘Ja, dat was nogal iets gisteren op tv!’.  In de ogen van haar collega viel even opperste verbazing waar te nemen – blijkbaar legde de dame in kwestie het er nét iets te dik op in de nabijheid van de camera – en ik grijnsde eens te meer om de alsmaar gekker wordende Vlaming. Kwamen deze week ook aan bod: een schoenenverkoper met een desastreus gevoel voor humor, een dove scheidsrechter en drie veertigers die van hun bejaarde moeder moesten zwijgen aan tafel om het risico op verslikking en de daaropvolgende dood te verkleinen. Curieus, bizar, gek, apart en doodgewoon tegelijk.

Een stuk minder grappig waren de ergerlijke beelden van het handvol criminelen dat bijna juichend de gevangenis mocht verlaten. Flink wat kaakslagen voor hun slachtoffers, wraakroepend moet dat zijn.

U kijkt verder net als ik ook naar het nog steeds entertainende De Slimste Mens ter Wereld? Dan stelde u samen met mij vast dat Goedele Liekens  het echt niet had voor Bart De Wever, dat dat de dag daarop min of meer uitgepraat leek, dat Jelle De Beule véél te serieus was en een cruciale fout maakte in de finale, dat Herman De Croo evenmin zijn misprijzen voor De Wever niet kon verhullen en hij evenmin wist wat De Pil was (‘ah, bestaat er ook één die ze gewoon ‘de pil’ noemen?‘). We merkten vooral op dat Rik Torfs in de aflevering van donderdag vrijwel niet aan bod kwam. Begint de redactie in te zien wat elke kijker denkt?

En voor de werklozen, studenten en gepensioneerden: ja, dat was ik gisteren in die middagherhaling van Blokken. Excuseer dat ik daarvan vooraf geen melding deed alhier, het was me compleet ontgaan. De video kan altijd uitgeleend worden.





Televisionele waarneming n°547

30 12 2008

Man Bijt Hond voerde vandaag een man op die Engels praatte met zijn vrouw omdat zijn inwonende, bejaarde vader steeds meeluisterde en dan alles doorvertelde aan de mensen op straat. De vader zat er een beetje treurig bij want hij verstond geen Engels. Een subtielere manier om hem uit te sluiten, kon er blijkbaar niet bedacht worden. Het delicate gesprek over een kinderwens ging dus aan zijn neus voorbij.

‘We mogen wunder ook wa privacy hebben hé’, zei de man nog. Aan half Vlaanderen.

Maar verder laat dit programma uiteraard iedereen in zijn waarde.





The Artist formerly known als Garfunkel

12 06 2008

- Meneer Garfunkel, mogen we u even storen?

- Ah, de jongens van het publiciteitsagentschap! Kom binnen, wat kan ik voor jullie doen?

- We wouden het even over uw Europese tournee hebben…

- Die dit najaar start? Ja, ik heb daar nog heel wat fans. Ik kijk er naar uit. Waar wilden jullie het precies over hebben?

- Het gaat over de affiche ter aankondiging van uw concert.

- Schitterende foto, niet? Ik heb hem zelf gekozen.

-Wel, om eerlijk te zijn, meneer Garfunkel, wij hebben wel enkele bedenkingen bij de keuze van de foto voor de affiche…

- Hoezo? Ik heb die foto hoogspersoonlijk gekozen uit een selectie van zo’n 50 foto’s! Wat is er mis mee? Ik vind mezelf er zeer treffend op geportretteerd!

- Wel, meneer Garfunkel, kijk, u hebt expliciet gesteld alleen te willen belissen over alle promotiematerialen… Maar het lijkt ons aangeraden volgende keer euh… ook anderen te raadplegen. Wij hadden alleszins niet voor deze foto gekozen, als u ons bij de besluitvorming zou betrokken hebben. Het hoeft nog niet te laat te zijn, binnen de 4 dagen kunnen alle materialen vervangen worden…

- Waar hebt u het over? Is die foto niet schitterend! Kijk eens naar mijn viriele blik! Bright Eyes, recht in de camera. Een zekere nonchalance uitstralend, een mens die rust gevonden heeft en met des te meer liefde voor het vak zijn publiek komt bekoren! Een boegbeeld uit de Amerikaanse muziekwereld! Ik zeg zelfs meer, voor mijn 67 kom ik verdomd kranig over op die foto! Zelfs mijn kapsel is iconisch!

- Hmm, ja, met alle respect meneer, we vrezen dat deze foto niet bij iedereen dezelfde associaties oproept. Vanuit commercieel opzicht, zou het zelfs bepaalde publieksgroepen kunnen afschrikken…

- Je raaskalt, jongeman! Wat is er mis met deze foto? Kan er ook maar iets verkeerd over gezegd worden? Zal men mij niet aanzien als een toonbeeld van bezadigde klasse, een vleugje nostalgie dat zich staande houdt in een drukke wereld, een uitnodigend gebaar makend naar een verleden? En ik verstop dat verleden niet! Zie mijn confronterende blik, iemand die een heel leven achter de rug heeft maar zich nog lang niet laat kisten. Een stijlvolle pose aannemend, sober poserend, aldus bescheidenheid uitstralend, de mond recht, niet te …

- Meneer Garfunkel, u ziet er op deze foto uit als een oud wijf. Of op zijn minst als een bejaarde nicht.

- Hoeveel dagen om alles te vervangen, zei u?





Analyse van een droom

10 05 2008

Mijn collega Geert – turnleerkracht – heeft een restaurant geopend. Het is een bijzondere plek. De ruimte is amper 20 m² groot, heeft geen ramen, enkel een glazen dak, en is volledig in het wit. Geert staat relaxed aan de toog en bekijkt de ruimte waar slechts 6 mensen kunnen eten. Hij is zelf ook volledig in het wit, draagt grotesk witte sportschoenen en heeft een schort om, hoewel hij zelf niet kookt. Er is ook heel wat zaalpersoneel, zo’n 6 man wel, maar dat zijn allemaal onbekenden. Aan de gelagzaal grenzen twee keukens. In de ene wordt er gekookt voor de klanten, in de andere voor het personeel.

Ik ben vandaag de enige klant. Ik zit er al een tijdje (wat er aan voorafging is allemaal uit mijn geheugen verdwenen) en ben aan het dessert toe. Dat trekt op niets. Als een klein en furieus kind brul ik mijn ontevredenheid uit. Ik ben een heel kwade klant. De pannenkoek op mijn bord ziet er uit als een prop papier en dat verkondig ik ook. De kok van de keuken voor de klanten wordt flink beledigd, maar hij laat zich niet zien. Geert staat rustig glimlachend toe te kijken. Dan verschijnt er uit de tweede keuken een prachtige biscuittaart. Alle personeelsleden krijgen een stukje en beginnen meteen te eten – er is toch niets anders te doen. Mijn woede neemt nog toen. Ik wil ook taart! Ze ziet er lekker uit en mijn pannenkoek niet! Ik brul nog harder en weiger zelfs nog te gaan zitten. Ik sta belachelijkweg recht aan een piepklein tafeltje. Op één of andere manier verbrand ik mijn hand, maar het is niet zo erg. Uit de keuken verschijnt een grote zwarte emmer, tot de rand gevuld met water. Er drijven enkele ijsblokjes in. Ik krijg de opdracht mijn hand daar in te steken. Het water lijkt echter zwart te worden. Ik blijf mijn boosheid maar uitschreeuwen. Er drijft iets in de emmer. Een dweil? Wat vies. Ik foeter maar aan maar steek toch mijn hand in de emmer. Ik haal er mijn drijfnatte sjaal uit. Ik ben verbaasd, want het is zomers weer, ik heb een short aan en toch had ik blijkbaar ook een sjaal bij?

Tijd om af te rekenen. Ik ga naast Geert staan terwijl het personeel op de achtergrond zit te smullen. Ik ben een stuk kalmer nu, want ik ga Geert liggen hebben. Ik ga immers betalen met een cadeaubon, zodat hij eigenlijk niets aan mij verdient. Op arrogante manier verkondig ik: ‘Ik krijg een cadeaucheque’, maar deze zin is dus eigenlijk niet wat ik bedoel. ‘Ha, natuurlijk’, zegt Geert, verrast dat ik blijkbaar zo’n tevreden klant ben dat ik ook nog eens bon mee wil nemen. ‘Voor februari?’ vraagt hij. Dan toon ik mijn gemeenste glimlach en met sardonisch genoegen sluit ik de droom af: Februari? Nu is het december, Geert! In februari ben jij allang failliet! Hahahaha!’ Geert kijkt sip en de droom eindigt.

Het zit een beetje in mijn familie, die bizarre dromen – hoewel misschien iedereen eigenlijk wel van die vreemde dromen heeft. Mijn moeder stond onlangs na een dag zwaar werk in een slagerij, naast Madonna in een discotheek. Ik ben niet geïnteresseerd in droomanalyses, maar ik vind het wel leuk om eens na te gaan waar de elementen uit mijn droom vandaan komen. Een droom is immers een rommeltje van gedachten en belevenissen van de voorafgaande dag of dagen.

Vanwaar dat restaurant? Ik las in de krant las dat steeds meer mensen allerlei hoge eisen gaan stellen als ze ergens gaan eten, zelfs al zitten ze gewoon in een brasserie. Dit naar aanleiding van het programma Mijn restaurant. Ik heb al sinds mijn jeugd een hekel aan het soort mensen dat zich een zekere standing denkt te moeten aanmeten als ze uit eten gaan. Dat gaat dan een spaghetti eten, maar denkt bij Comme chez Cois te zitten. Erger is nog het soort brasserie zoals er in Haaltert wel enige te vinden zijn, die van zichzelf denken dat ze een sterrenrestaurant zijn. In één ervan ben ik net de avond voor de droom gaan eten, dus dat heeft ongetwijfeld ook zijn invloed gehad.

En waarom Geert? Ik zie hem als iemand die zich met het oog op een bijverdienste wel eens op een zaak zou storten. En hij kookt thuis wel af en toe eens. Maar onze andere collega Anneleen vertelde vandaag in de leraarskamer ook dat Geert en ik in haar droom voorgekomen waren. Van daaruit groeide een gesprek over wie in wiens dromen firgureerde. De scenario’s lopen uiteen natuurlijk. Daarnaast speelt ook mee dat, aangezien Tom deze week op bosklas was, Geert en ik zo’n beetje de dienst uitmaakten op school. Er werken wel nog meer mannen op onze school, maar wij zijn toch de haantje-de-voorsten.

 

De pannenkoek: bij ons op school werd een pannenkoekactie georganiseerd door één klas. Achteraf werd iedereen die bijgedragen had, bedankt met een zelfgemaakte medaille. Ik kreeg er ook één van de kinderen, hoewel ik op geen enkele wijze had meegewerkt aan de actie. Maar omdat mijn naam er op stond en er geen andere Svennen op school zijn, nam ik de medaille maar in ontvangst. Een halve dag later vraagt de pannenkoekjuf verbaasd hoe ik aan die medaille kom. De te bedanken Sven bleek een oom te zijn van één van de leerlingen en de medaille kwam hem toe.

De taart: op moederdag haalt mijn oma ieder jaar taart in huis. ‘s Avonds word ik dan opgebeld om de overschotjes te komen verslinden. Dit jaar zal dat niet lukken, want ik ben niet in de buurt op die dag. Ik kan wel zeggen dat dat me koud laat, maar onbewuste processen drukken via die droom toch enige spijt uit, wellicht.

Het kinderachtige gedrag: we hadden het gisteren in de klas over melk. Ik vertelde dat volwassenen geen melk meer nodig hebben en het dus niet zo gezond meer is veel melk te drinken. Ik voegde er ook aan toe dat ik nochtans elke dag melk drink bij mijn cornflakes. Leander reageerde verbaasd. ‘Eet jij cornflakes??? Hoe raar! En jij kijkt zo graag naar The Simpsons ook. Soms lijkt het of jij eigenlijk niet volwassen bent!’. Ik vond dat, echt waar, toch een beetje een compliment, al liet ik Leander wel inzien dat veel volwassenen cornflakes eten. Maar zijn opmerking en mijn gedachten daarover hadden volgens mij invloed op de droom.

Mijn bijtende opmerking op het einde van de droom: ik deelde mijn collega Kat gisteren mee dat ze soms wel hard overkomt – bij ons kunnen zulke dingen allemaal gezegd worden – en zei repliceerde dat ik soms ook wel cassant was.  Eerlijk, ik wist niet wat dat precies wou zeggen en ik zocht het op: ‘bits, scherp’ meldde Van Dale me. Ik geef ook toe dat ik dat helemaal niet erg vond. ‘Scherp’, dat kan je ook positief beschouwen…, toch?

De cadeaubon heeft ook een verklaring. In de buurt van de school is een behangwinkel waarvan ik me dagelijks afvraag of er wel nog volk over de vloer komt. In mijn fantasie koop ik als miljonair de winkel leeg om die mensen een plezier te doen (ik deel met mijn moeder de compassie voor mensen wiens zaak niet goed draait), maar dan doe ik die fantasie meteen teniet met zwartgallige gedachten; dat ik b.v. betaal met een cadeaubon, zodat die mensen flink teleurgesteld alles inpakken dat eigenlijk al betaald is en ik dus toch niet de vette klant ben die ik lijk.

En zo vormt zich dus op het eind een nieuw verhaal met allerlei los van elkaar staande elementen. Geen computerprogramma dat dat zo schitterend kan combineren.

Enkele dingen blijven natuurlijk onverklaarbaar: de verblindende witheid van de kamer, de emmer met ijs, de sjaal (het was wel degelijk een sjaal zoals ik er een heb, maar daar is eigenlijk niets bijzonder mee aan de hand), het vele personeel, de twee keukens, … Er ontbreekt jammer genoeg ook een deel van de droom – niets zo frustrerend overigens dan bij het ontwaken de droom te vergeten waarvan je net genoten hebt. Maar het is ook leuk terugkijken op dit soort grappige verhaaltjes.

Benieuwd wat het morgen wordt.





Absurd filmkijken

7 05 2008

‘Sven, ik ga jou ook eens een filmtip geven! Vanavond is het op Canvas ‘The Motorcycle Diaries.’ Dat moet toch een goede film zijn?’

‘Och ja, ik ga niet kijken, ik heb die al op dvd.’

‘Ah. Is-ie goed?’

‘Weet niet, heb hem nog niet gezien.’








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.