Blokken: de kandidaten

11 07 2008

(wat voorafging: ik nam deel aan Blokken en kijk terug op deze bizarre beleving)

Op een opnamedag van Blokken worden zo’n 5 afleveringen ingeblikt. In het slechtste geval - als iedereen verliest - zijn er dus 10 kandidaten nodig. Allemaal potentiële tegenspelers voor wie ik in verschillende mate vrees. Als gewoonlijk (zie ook mijn deelname aan de preselecties van een vtm-quiz) stel ik me afwachtend op tegenover deze groep mensen om hen te observeren en - uiteraard (gevoelige lezers wezen gewaarschuwd) - flinke vooroordelen te creëren.

Bij het betreden van de ontvangstruimte, vroeg op deze opnamedag, ontwaar ik eerst een groepje Wendy’s. Ze zijn allevier opgemaakt en opgetut, waardoor ik niet meteen kan bepalen wie van hen een deelneemster is en wie supporter. Daarnaast zit een Hollands meisje overduidelijk Hollands te wezen door met een zeer vet accent een luid gesprek te voeren met haar vriendje. Het is het soort dialoog dat eigenlijk bedoeld is voor omhorenden, kent u dat? De inhoud van het gesprek moet voornamelijk dienen om buitenstaanders te imponeren. Helaas, Hollands meisje maakt geen indruk. Wanneer ze ook nog eens nadrukkelijk begint mee te bewegen met een liedje op de radio (gevolgd door het minder beweeglijke vriendje) om aldus haar zelfbewustijn te etaleren, is mijn mening vervolledigd. Ze is spontaan, recht-voor-de-raap, expressief en zelfverzekerd. Kortom: onuitstaanbaar.

Enter Frans, dé klassieke quizkandidaat. Frans daagt op met een krant, die hij de eerste 5 minuten met veel vertoon begint te doorploegen. Alsof hij op het laatste moment nog zoveel mogelijk weetjes en feiten tot zich wil nemen. Maar de krant is een dekmantel, om iets om handen te hebben terwijl hij een gewillig slachtoffer zoekt die zijn verhalen wil aanhoren. Dat zijn bij zulke types - ook bij de Pappenheimers had ik zo’n tegenspeler - altijd dezelfde verhalen: een opsomming van de quizzen waaraan ze al deelgenomen hebben en een uitvoerige uitleg over hoe het komt dat ze die allemaal verloren hebben. Ik - die ook al aan wat quizzen heb deelgenomen en ook steeds een uitleg klaar heb over hoe het komt dat ik (bijna) altijd verlies - houd me op de achtergrond, want ik ken dit soort gezelligaards. Eens ze je menen onderhouden te hebben met anekdotes over belachelijke vtm-spelletjes als Puzzeltijd (een veredeld belspel waar een echte quizzer toch zijn neus voor ophaalt, haha!), komen hun theoriën boven over het hoe en wat van de televisiewereld en wijken ze de rest van de dag niet meer van je zijde. Ik vertoon dan ook geen enkele interesse in de verhalen van Frans - die eigenlijk Marc heet, maar dat is hetzelfde.

Op een bepaald moment - tijdens het middageten - weet Marc/Frans ons niet te boeien met zijn liefde voor het programma Fata Morgana.
‘Ik ben eens gaan kijken naar de opnames, maar dat viel wel tegen! Drie uur lang wordt er gefilmd en daar wordt dan maar 40 minuten van uitgezonden!’
‘Gelukkig maar’ repliceer ik nog voor iemand anders aan tafel iets kan zeggen. Het gezelschap glimlacht eens en Marc/Frans houdt het daarbij. De krant wordt weer bovengehaald tot zich een volgende gelegenheid voordoet om zich te bemoeien. Wat ben ik toch een uitstekend pretbederver.

Terug naar de ochtend. Een jong koppel dient zich aan. Hij draagt een tas met kleren (als je wint en nog een keer mag spelen, moet je andere kleren aantrekken) dus ik ga ervan uit dat hij de kandidaat is. Een zelfzeker type eveneens, waarvan ik vermoed dat hij zich in een quiz wel eens zou kunnen laten gelden. Oogt wat humorloos, is té klassiek gekleed maar verder geen kwaad woord. Hij blijkt een advocaat te zijn uit Knokke. Denk er het uwe van, ik dacht wellicht hetzelfde. Ik maak meteen uit dat ik niet tegen hem wil spelen. Hij ondermijnt mijn zelfvertrouwen, hoezeer ik dat ook betreur.

Dan is er de hippe schoolmeester. Ooit was ik dat type, maar nu hoef ik niks meer te bewijzen. Haar in de gel, vlot gekleed, populaire kerel, woont nog bij mama. Kan een te vrezen tegenstander zijn. Hij wordt gevolgd door een tof koppel dat onlangs in de Pappenheimers te zien was. Zij - Tine - is de kandidate. Sympathieke West-Vlaamse, die al snel verbroedert met de andere West-Vlaamse, Joke. Die heeft een dag eerder al eens gespeeld en won dus al 1000 euro. Zij is op dat moment de Queen of Blokken.

Tenslotte is er Inge, een jong, onschuldig ogend, blond, dartel en heel Limburgs ding in wie ik niet meteen concurrentie zie.

In zijn geheel beschouwd, lijkt dit me mee te vallen, maar schijn bedriegt altijd natuurlijk. Dat maakt niet uit, het gaat erom in welke mate ik me sterker voel door de tegenspelers te onderschatten. En dat doet een mens door in anderen zwakke plekken te zoeken, of die nu correct zijn of niet. In een loting zal worden uitgemaakt in welke volgorde wordt gespeeld. Tine neemt het in de eerste aflevering op tegen Joke. Tine wint en speelt vervolgens ook schoolmeester Peter naar huis. Zijn ego krijgt een knak, vermoed ik. Tine neemt het vervolgens op tegen één van de Wendy’s, die - o, shock! - geneesheer in de reumatologie blijkt te zijn! Maar die studies mogen niet baten, want Tine speelt ook deze tegenspeelster naar huis, wint vervolgens een tv en mag een vierde keer terugkomen. Ik volg al die tijd aandachtig het verloop, want ik ben uiteraard heel benieuwd wie mijn tegenspeler wordt. De loting heeft uitgemaakt dat de advocaat voor mij is, waardoor de kans groot is dat ik het tegen hem moet opnemen. Achter mij komt de Limburgse Inge.

Tijdens de middagpauze blijkt dat het succes van Tine verhindert dat Hollands Meisje - die door de loting als laatste is aangeduid - vandaag nog aan de beurt komt. Ba-len! Want met de trein vanuit Holland is wel drie uur reizen en nu moet Hollands Meisje nog een keer terugkomen (ze krijgt wel een vergoeding)! De West-Vlamingen in het gezelschap blijven daar kalm onder. Ook zij zijn meer dan twee uur onderweg. Hollands Meisje zet er hier dus een punt achter en mag op een andere dag terugkomen.

Dan begint een spannende strijd tussen Tine en Advocaat. Hij blijkt inderdaad een goede quizzer, al vind ik hem lang niet zo vlot als ik vermoedde - zo stel ik mezelf weer wat geruster. Tine wordt er dan eindelijk een keer uitgebonjourd. Maar helaas, Advocaat vindt het zevenletterwoord niet en gaat met lege handen naar huis…

Pas dan weet ik dus zeker dat Inge mijn tegenspeelster wordt. Frans/Marc beseft dan ook al eventjes dat hij vandaag niet meer zal spelen, maar hij blijft gewoon gezellig in de studio rondhangen. Zeer leerzaam immers, en al dat lange wachten is hélemaal niét vervelend. Wie weet vallen er nog doden of wordt Ben Crabbé aangevallen door een geïrriteerd publiekslid. Dan heb je dat toch weer meegemaakt! Om de dag van Frans/Marc compleet te maken, wordt hem gemeld dat hij pas in oktober weer aan de beurt mag komen.

Kijk, of ik nu gewonnen of verloren heb, zo’n waarnemingen vind ik toch altijd de moeite waard. Groepsprocessen zijn zéér boeiend. Mijn eigen rol daarin is afhankelijk van de situatie. In nieuwe groepen, blijf ik sowieso altijd gereserveerd. Als ik met een groep nog verder moet samenwerken, zal ik me zeer sociaal opstellen en zal ik niet aarzelen mezelf te laten kennen. Deze groep - die op het eind van de dag weer uit elkaar valt - hou ik wel een beetje op afstand. Niet dat ik me asociaal opstel, maar ik blijf wel op de achtergrond. Tenzij iemand over Fata Morgana begint natuurlijk.

Boeiend is bv. de perceptie tegenover mensen die aan De Pappenheimers hebben deelgenomen. Dat wordt doorgaans wel leuk bevonden. Tine en haar man werden herkend (hun deelname was nog vrij recent en de echtgenoot had een nogal opvallend uiterlijk), vertelden daar dus wat over en er werd waarderend over dit programma gesproken. Ik laat me dan wel uit mijn kot lokken natuurlijk en meld dan ook maar dat ik al eens deelnam aan De Pappenheimers. Meteen krijg je dan een soort van (vergezochte) hiërarchie. Bovenaan staat Joke, want zij is er al voor de 2e dag. Dan komen alle Pappenheimers, gevolgd door het gepeupel dat eens aan Blokken komt meedoen. Een daaronder nog zij die aan Puzzeltijd deelnamen. Ik geef toe, een zeer subjectieve waarneming hoor. Een mens moet zich ergens mee bezighouden tijdens die lange dag.

Het menselijk ras is een bizarre soort. Dat troept afgeborsteld samen om deel te nemen aan een tv-quiz die op bandwerkachtige wijze wordt opgenomen (de helft van de productieploeg is zelfs eerder naar huis dan de kandidaten!) met de meest diverse motieven. Geld, aandacht, kortstondige roem, de ervaring, het eens meemaken, streling van het ego, zich manifesteren, haantjesgedrag, hopen om ontdekt te worden als watdanook, … Belachelijk en triestig enerzijds, begrijpelijk en grappig anderzijds. Ik wil meer van dit zien. Ik besluit aan alles deelnemen, los van de kans op winst of verlies, met de unieke motivatie het bestuderen van quizkandidaten. Als dat geen onderwerp is voor een sociologische studie…





Zo zit het

30 06 2008

Ik staak dus en de helft van de lezers snapt eigenlijk niet goed waarom en wat er precies gebeurd is. Ik  informeer u bij deze over wat er de voorbije weken op en vooral naast deze blog gebeurde:

Ik schreef alweer een dikke maand geleden een heftig, boosaardig en zoals gewoonlijk spitant en humoristisch en vooral ook geniaal geschreven artikel over een bepaalde basisschool in Gent waar zich elke ochtend voor de schoolpoort weinig gezellige verkeerstaferelen afspelen.

Dat artikel werd ook overgenomen door andere websites, waarop er zeer giftige reacties verschenen. Het artikel bleek duidelijk iets los te maken, al repte niemand over de essentie. Ik stelde een mooi schrijven op aan al deze bittere reageerders.

Naar aanleiding van een korte confrontatie met een ouder van de school, die ik aansprak op zijn verkeersgedrag, schreef ik nadien een tweede artikel ter bevestiging van mijn eerste ervaring.

Enkele dagen later laat mijn directeur me weten dat de directie en de inrichtende macht van de geviseerde school zich beledigd voelen door het artikel en het niet vinden kunnen dat ik als leerkracht dergelijke mening uit. Via de schepen van onderwijs sijpelt de vraag door om het artikel te verwijderen om erger te voorkomen. Uit respect voor mijn directeur en de mensen die in de stad Gent het onderwijs mee bepalen en aldus steeds zeer correct, democratisch en met ruimte voor persoonlijke inbreng met hun personeel omgaan, doe ik dat. Ik vind het op dat moment vooral jammer van mijn leuke stukje. In een verantwoording naar mijn oversten wordt duidelijk gesteld dat het om een privé-initiatief gaat en wordt het besef verwoord dat het taalgebruik mogelijk beledigend kon geweest zijn.

Maar langzaamaan realiseer ik me op welke kenmerkende wijze mij het zwijgen werd opgelegd. Als leerkracht  - wat ik als auteur van het artikel eigenlijk niet was - mag je geen mening hebben. Geen mening, geen blog. Ik staak(te) dus.

Intussen stuurde ik volgende mail:

Aan directie en personeel van Basisschool  Sint-Bavo

Naar aanleiding van het door mij geschreven artikel ‘Bravo Sint-Bavo’ dat verscheen op mijn persoonlijke website, verontschuldig ik mij voor het gehanteerde woordgebruik dat wellicht beledigend is overgekomen. Mocht de reden van aanstoot ook de hierin verwoorde mening betreffen, verontschuldig ik me ook daarvoor. Het artikel werd intussen verwijderd.

Maar eigenlijk had ik eerst een veel langere brief opgesteld, die op geen enkel moment brutaal of onrespectloos was maar waarvan ik bedacht dat hij wellicht zinloos is. Ik publiceer hem dus hier, met de nadrukkelijke vermelding dat ik daardoor op geen enkele wijze wil ondermijnen wat ik mijn effectieve mail heb geschreven:

Aan directie en personeel van Basisschool  Sint-Bavo

Men heeft me ervan op de hoogte gebracht dat u aanstoot heeft genomen aan een door mij geschreven artikel dat op mijn persoonlijke weblog werd gepubliceerd. Aannemelijk, gezien de scherpe stijl en woordgebruik van het artikel en de neerbuigende toon die gehanteerd werd. Het spijt me dan ook zeer dat u zich daardoor beledigd voelt. Het artikel werd intussen verwijderd.

Ik betreur het dat de zaak op deze manier verlopen is. Was het nodig hier een machtsspel van te maken door mij in mijn hoedanigheid als leerkracht trachten te benadelen, terwijl mijn artikel duidelijk een persoonlijke uitlating was die op geen enkele manier met mijn werk te maken had? Mijn contactgegevens zijn te vinden op de website, zodat een persoonlijke confrontatie mij misschien helderheid zou bieden omtrent de preciese wrevel die werd opgewekt of mij misschien zelfs andere inzichten zou opleveren. Zo vraag ik me af of de essentie van mijn artikel eveneens reacties heeft losgemaakt, wat toch de bedoeling was. Ik heb het hier dan over een verkeerssituatie – maar ook een mentaliteit van ouders en leerkrachten – die naar mijn inziens van te weinig verantwoordelijkheid getuigen en andere weggebruikers dag na dag stress en ergernissen bezorgen. Wat me dan ook een aannemelijke verklaring lijkt voor de heftige toon van het artikel.

Daarnaast is het maar de vraag of een artikel op een blog die dagelijks amper 150 bezoekers lokt, op wat voor wijze dan ook, de neutraliteit tussen de onderwijsnetten zou kunnen benadelen, zoals gesuggereerd, zeker aangezien het hier om een privé-initiatief gaat dat los staat van mijn werk als leerkracht. Het imago van Sint-Bavo lijkt me verder ook geenszins benadeeld te zullen worden door het boze gebral van een uit zijn krammen geschoten fietser, dat gerust gerelativeerd mag worden.

Ik durf mezelf een zeer geëgageerde en gewaardeerde leerkracht noemen die met evenveel plezier en energie lesgeeft in het stedelijke net als ik dat jarenlang in het katholiek onderwijs heb gedaan. Het lag dan ook geenszins in mijn bedoeling een aanval te lanceren op het katholiek onderwijs, wat betekent dat dit geschil aldus eigenlijk geen bestaansreden heeft. De schoolstrijd is al lang gestreden.

Intussen heb ik, na diverse wijze mensen in mijn omgeving om een mening gevraagd te hebben, ingezien dat ik niet de makkelijkste – zeg maar de minst constructieve – weg gekozen heb om mijn ergernis over te brengen en vooral dat de boodschap op deze wijze verpakt, aan impact inboet. Doch dien ik daar dan weer aan toe te voegen, dat dat ook niet de opzet van mijn blog of het artikel is. Ik ben geen journalist, maar een liefhebber van het woord die aldus met een artikel enkel een stijloefening heeft trachten te maken. Ik meen dan ook dat de opzet en stijl van het artikel grotendeels verkeerd werden geïnterpreteerd.

Ik hoop bij deze dan ook dat we ons weer op tot onze echte taak kunnen wenden, zijnde met passie onderwijzen.

Vriendelijke groeten,

Nee, fans en trouwe lezers, ik deins er geenszins voor terug om deze brieven hier te publiceren, wat toch als een toegeving of zelfs een overgave zou kunnen beschouwd worden in een principiële strijd. Het zal me worst wezen dat er misschien in het vuistje gelachen wordt omdat ik me tot een zekere nederigheid gedwongen zie. It’s all in the eye of the beholder. Sommige dingen moeten blijkbaar. Eerlijk gezegd, zucht ik eens - om allerlei dingen die ik hier niet ga uiten - en gaan we maar gewoon door met schrijven. Over alles en nog wat maar niet meer over Sint-Bavo.





Beste zuurpruimen

14 06 2008

Soms kan bloggen best vermoeiend zijn. Als er weer eens een droogkloot of pezewever opduikt die zich zodaning ergert aan mijn schrijfsels, dat de zuurtegraad behoorlijk gaat stijgen. Zo werd op de website Medium4You onlangs een artikel van mijn overgenomen waar heel wat giftige reacties op verschenen. Ook op mijn eigen blog duiken regelmatig zure lezers wiens anonieme gebral mij weer eens doet zuchten om zoveel zinloosheid. Voorbeelden hier, hier en hier.

Welke conclusies vallen er te trekken?

* Sommige lezers kennen de context niet. Ze weten niet dat deze blog in eerste instantie opgezet is om de dagelijke verzuchtingen en ergernissen even lekker van me af te schrijven. Onwetendheid valt niet helemaal te vergeven, maar ik gun ze wat krediet omdat het artikel op een andere site verscheen waar de context ontbreekt.

* Ik schrijf in een pedant-beledigende stijl die ik in het dagelijks leven hoogst zelden hanteer. Dat schiet veel lezers in het verkeerde keelgat. Je moet en zal brave, beleefde en fatsoenlijke dingen schrijven, je mag over niemand oordelen ‘voor je zes maand in zijn schoenen hebt gestaan’ en je moet vooral rationeel en niet emotioneel schrijven. Jammer, maar zo werkt de realiteit niet altijd. Mensen hébben een indruk of een oordeel van elkaar en gelukkig gaat die meestal gepaard met een grote bereidheid die bij te stellen - ook bij mezelf. Maar ik blog om te schrijven, om lekker loos te gaan met woorden en gedachten en niet niet om een moreel voorbeeld te stellen, noch als oefening in ratio. Dat zou natuurlijk een werkpunt kunnen zijn.

* En dat is als leerkracht blijkbaar geheel not done, vind één van de zure reageerders. Een leerkracht die oordeelt over kinderen (wat niet klopt overigens), ouders en andere leerkrachten?! Wel helaas, een leerkracht is geen robot natuurlijk, maar een mens wiens persoonlijkheid net als bij ieder ander niet los staat van zijn beroep. Hoe ridicuul eigenlijk te stellen dat een leerkracht zich niet mag uitspreken over de domheid en lelijkheid van onze maatschappij. Wie gaat het wel doen? Er zullen er vast wel een massa onderwijzers zijn die zich schuw afzijdig houden, maar ik heb het geluk in een school te werken waar niet verwacht wordt dat je in het gareel loopt of je zachtjes aan gehersenspoeld wordt tot je in de waan bent dat de traditionele waarden en morele opvattingen van de school waar je werkt, overeenkomen met die van jezelf. De leerkracht staat al lang niet meer op een piëdestal, zet hem er alstublieft niet weer op. Bovendien baseren deze lezers zich dus enkel op mijn grove taalgebruik en lage gescheld. Terwijl een leerkracht die deelneemt aan Rad van Fortuin of een leerkracht die in de klas een portret van het koningspaar ophangt - hoe divers deze voorbeelden ook mogen zijn - óók een deel van zijn eigenheid blootlegt en het al even discussieerbaar is of dat goede voorbeelden zijn. Die reageerders lijken er overigens van uit te gaan dat ik mijn eigen schrijfsels als leesvoer serveer aan mijn leerlingen of hen betrek bij mijn fantastische plannetjes om de samenleving in de zeik te zetten, in plaats van iedere dag een baken van moraliteit te staan wezen achter mijn lessenaartje.

* De essentie is natuurlijk dat al deze lezers ook psychologen zijn, die uit wat gevit kunnen opmaken dat ik triest (nee, intriest zelfs) gekweld ga onder allerlei frustraties. Goed, ze kennen mij natuurlijk niet echt, dus weten ze niet dat ik in het dagelijks leven slechts in zeer beperkte mate kankeraar ben, en verder wel een goedgemutste, vrolijke, enthousiaste en constructieve zeurpiet. Maar het wordt zo’n cliché, ‘gefrustreerd’. Omdat je je ergert aan dwaze chauffeurs, slechte tv-presentators en taalfouten, moet je wel met een heleboel onvervulde verlangens zitten. Ik leg de link niet helemaal, eerlijk gezegd. Het wordt ook zielig bevonden je aan zulke dingen te ergeren, en men vraagt zich zelfs af of ik niets essentiëler heb om me zorgen over te maken? Ja, maar dat levert minder leuk leesvoer op, zet niemand op zijn paard en interesseert bovendien wellicht geen kat. Verantwoord Tijdverlies is en blijft de naam én de essentie van deze blog, die ik voor alle duidelijkheid uit ontspanning volschrijf. Frappant ook dat de mensen die vinden dat ik mijn tijd beter ergens anders aan zou besteden, zelf wel hun best doen om uitgebreid op het artikel te reageren. Anderen bijten me dan weer vol afschuw toe dat ik mijn gezaag voor mezelf moet houden. Maar deze blog is toch van mezelf? U komt hierheen om het te lezen!

* Het wijst meteen ook op een flagrant gebrek aan relativering van deze lezers. Ik ga mezelf natuurlijk niet tegenspreken, trouwe lezers weten dat ik niet van al te relativerende reacties hou, men mag in zijn reactie zeker de discussie aangaan, hevig of niet. Maar dan niet anoniem en mét argumenten, vind ik. En niet te vergeten, een scheutje humor. Ik begrijp niet zo goed - maar toch is het zo - dat mensen mijn stukjes van de eerste tot de laatste letter ernstig nemen! Sommigen reageren zelfs op mijn overdrijvingen alsof ik ze serieus bedoeld heb. Dat brengt ons weer bij het eerste punt van dit lijstje, die context, maar sowieso kan je als niet-betrokken partij (in dit geval weet ik natuurlijk niet of die reageerders niet allemaal ouders of leerkrachten zijn van de betrokken school) toch niet zo naast de inhoud kijken om maar meteen de auteur zijn schijnbare arrogantie en zieligheid uit te vergroten?

*Want dat is dus mijn grootste probleem met deze reageerders: ze missen het punt. Ze zeilen om de essentie van mijn betoog heen - in dit geval de verkeersonveiligheid rondom Sint-X- om me maar meteen af te kraken. Eén reageerder zegt zelfs haast letterlijk wat in een tweede artikel rond deze school ook al te lezen stond: ik moet maar langs een andere weg fietsen als ik niet iedere ochtend last wil hebben van het egoïsme en de kortzuchtigheid van sommige weggebruikers. Een dommer antwoord kan je je niet inbeelden. Er is ook de immer weerkerende oprisping dat ik zelf ook niets doe aan die ergernis, dat ik eerst maar eens naar mezelf moet kijken, dat er (in dit geval) toch ook ouders van mijn school met de auto naar school komen (ja, maar ik heb dan ook niets tegen de auto en bovendien gedragen deze mensen zich correct aan de schoolpoort want onze school doet uitgebreid aan preventie en communiceert daarover). Zo wordt er niets bijgedragen aan het debat natuurlijk. Het punt is immers net dat ik aan de meeste van die situaties niets anders kan doen dan ze aan te klagen op de manier die mij het best ligt, al schrijvend. Ik schrijf ook brieven naar kranten, tijdschriften, gemeentebesturen en bedrijven hoor, als dat al zou helpen.

* Want dat is uiteindelijk wél een frustratie: dat zoveel mensen zich neerleggen bij dingen die verkeerd lopen. Niet alleen bij spelfouten en verkeersagressie, maar ook bij onbetrouwbare vaklui die de klanten in de kou laten zitten, de banken en bedrijven die met de voeten van de consument spelen, de NMBS wiens dienstverlening maar niet verbetert, maar wiens prijzen ieder jaar stijgen, de ophemeling van nitwits en onbenullen in de meest debiele, hersenloze tv-programma’s, de sensatiezucht en manipulatie van de media, de onverschilligheid tegenover de haat, onverdraagzaamheid en het lijden overal ter wereld, het kapotmaken van onze Aardbol, … Of het nu om levensbelangrijke of triviale zaken gaat, iedereen kijkt gewoon de andere kant op.

* Op één argument wil ik wel nog even dieper ingaan. Een reageerder stoort zich aan het feit dat ik catecheselessen belachelijk maakt en hemelt daarbij allerlei - vaak volkomen in onbruik geraakte - katholieke gebruiken op. Ik denk dat er een groot verschil is tussen een religie (het katholicisme dus) en catecheselessen, hoewel ik ze allebei niets vind. Toen dat nog tot mijn takenpakket behoorde, gaf ik wel graag catecheseles, omdat er momenten van bezinning en diepgang inzitten en sociale waarden als verdraagzaamheid en solidariteit aan bod komen. Maar die zitten evenzeer in een zedenleerles of komen - toch in het Freinetonderwijs - ook aan bod in de dagelijkse klaspraktijk. Ik kijk echter wel neer op de blindheid en hypocrisie waarmee die catecheselessen vaak gegeven worden. Een schoolmastel is in dat geval zo iemand die zonder enige kritische instelling (want dat is in de meeste katholieke scholen not done) aan de kinderen vertelt dat Jezus over het water liep en je moet biechten omdat je anders naar de hel gaat. Zelf leven slechts een klein deel van de mensen die voor hun kinderen een katholieke school kozen én de mensen die er lesgeven, naar de normen waar de school voor staat. Velen volgens slaafs die tradities (doopsel, trouwen voor de kerk, communie) omdat het zo hoort, omdat anderen het ook doen, omdat ze niet durven twijfelen aan de zinvolheid ervan. Wat dus niet wil zeggen dat ik mensen die er oprecht voor kiezen, wil veroordelen. Maar ik heb wel zélf mogen ervaren en hoor nog dagelijks de verhalen (kijk, weer een frustratie!) hoe despotisch, demagogisch en manipulerend het er in heel wat katholieke scholen aan toegaat. Ik gebruikte de verwijzing naar de catecheseles dus eerder als een metafoor: wie graag catechese geeft, bouwt mee aan die oogklepperij. Waardoor je dus niet ziet dat voor je eigen school iedere dag onverdraagzaamheid wordt gecreëerd.

* Overigens goed mogelijk dat ik ooit zelf in Sint-X heb gesolliciteerd, zoals één van de zuurpruimen opwerpt. Zoals ik wellicht in alle Gentse scholen heb gedaan, jong en werkzoekend als je als afgestudeerde leerkracht bent. Het lijkt me erg vergezocht dat ik nu om die reden mijn gal spuw over die school, zeker aangezien ik nooit werkloos ben geweest en op alle scholen waar ik gewerkt heb, tevreden was.

En voilà, het geeft me weer een uurtje heerlijk energiek schrijven en rationeel denken opgeleverd, mijn klavier én mijn hersenpan gloeien ervan. Met dank dus, eens te meer.





Voor alle duidelijkheid

9 06 2008

 





We zullen wel zien

3 06 2008

maart 2008:
-Goeiedag, met de klantendienst van de NMBS? Ik wou graag melding doen van schade.
-Ja meneer, waarover gaat het precies?
-Wel, ik heb vastgesteld dat de muur van de parking van het station Dampoort voor een deel is ingestort en op het fietspad ligt.
-Oei, dat gaan we zeker doorgeven. Dank voor uw oproep, meneer.

De volgende dag:
- Met Patrick De Geyter, Coördinatie Werken.
- Goeiedag, meneer De Geyter, u spreekt met Katia Meganck van de klantendienst. We kregen een telefoontje dat er een muur vernield is van de parking aan het station Dampoort. Een deel ervan ligt op het fietspad. Mag ik deze zaak aan u overdragen?
- Neen madam, dat is werk voor de Dienst Gebouwen. Ik kan u niet helpen.
-Oké dank u wel.

- Met Dirk Vandevelde, Dienst Gebouwen.
- Meneer Vandevelde, u spreekt met Katia Meganck van de klantendienst. Er werd ons schade gemeld aan de muur van een parking van het station Dampoort. Kunt u die zaak aannemen?
-Dat is te zien of die parking NMBS-eigendom is of niet. Dat zoudt ge moeten navragen bij de dienst beheer. Zo ja, dan zal mijn dienst het nodige doen, maar anders is het aan de stad Gent.
- Kunnen er dranghekkens voorzien worden om het publiek af te schermen?
- Dat is afhankelijk van het antwoord op de vorige vraag.
- Goed, dank u wel. Ik zal dan eerst naar de dienst beheer bellen.
- Doe dat, maar ‘t is 10 voor 4, daar zal niemand meer opnemen.
- Dan zal het voor maandag zijn.

Vier dagen later.
- Met Oscar Martens, Dienst Gebouwen.
- U spreekt met Katia Meganck van de klantendienst. Ik belde u vorige week over die ingestorte muur op de parking van station Dampoort.
- Dat zal mijn collega geweest zijn, want ik was hier vorige week niet.
- Kan ik dan diegene spreken die ik vorige week aan de lijn had?
- Als u Dirk Vandevelde bedoelt, nee, die heeft een dag sociaal verlof genomen.
- Ah zo. Wel, het gaat over die ingestorte muur op de parking van station Dampoort. Bent u op de hoogte van die zaak?
- Neen.
- Er werd ons gemeld dat een deel van de muur rond de parking van station Dampoort beschadigd werd en een deel ervan op het fietspad terechtgekomen is. Uw dienst zou dat kunnen oplossen?
- Dat is te zien of die parking NMBS-eigend…
- Ja, dat heb ik nagevraagd bij de dienst beheer.
- Goed, dan zullen wij dat zaakje regelen.
- Bedankt

Een halve dag later
-Frans, met Oscar hier. Er zou daar een stuk van muur ingestort zijn aan de parking van de Dampoort. Kunt ge dat eens gaan bekijken en wat opkuisen?
-Ja, jong, ik zit hier vandaag alleen. Morgen is Abdul hier, we zullen dat dan gaan bekijken.

De volgende dag 
- Oscar, ‘t is Frans. Zeg, ik ben eens gaan kijken naar die ingestorte muur en …
- ‘t is Dirk hier. Is dat die muur aan de Dampoort?
- Ja, Oscar had daar gisteren over gebeld.
- Jamaar, zijt ge zeker dat die muur van ons is?
- Daar heeft hij niks van gezegd.
- Aja, wacht dan voor ge d’er iets aan doet.
- Ja maar, we zijn al geweest. Dat zijn zware brokken jong, daar beginnen wij niet met ons blote handen aan. We zullen er wat hekkens rondzetten zeker?
- Dat is goed. Laat het daar voorlopig maar bij.
- Dat zal wel voor volgende week zijn, met dat verlof en die brugdag en al.
-Ja, da’s normaal hé.

Een week later
-Meneer Vandevelde? Met Katia Meganck van de klantendienst. Ik heb u vorige week gebeld in verband met een ingestorte muur aan de parking van station Dampoort. We kregen intussen diverse meldingen over dat puin.
-Ja, we zijn daar mee bezig, maar ik kan geen commando doorgeven als ik geen bevestiging heb van het feit of de NMBS eigenaar is van het terrein.
-Maar dat heb ik vorige week aan uw collega al doorgegeven.
-Oscar? Ah, maar die is met vakantie en ik heb hem nog niet gezien. Zodus.
-Zou d’er eerstdaags dan toch iets kunnen gedaan worden aan dat puin op de rijweg?
-Ik zal zien wat ik kan doen.

De volgende dag.
- Frans, met Dirk hier. Kunt gij hekkens gaan plaatsen rond dat puin aan de Dampoort?
- Ja, maar opkuisen, daar begin ik niet aan hé. Ik heb het tegen Oscar ook gezegd, daar hebben we het juiste gerief niet voor.
-Alleen hekkens is goed dan. We zullen dan wel zien wat we er verder aan doen.

April 2008

Mei 2008

Juni 2008

Nog even geduld.





Net gemist? Bel naar de synopsist

18 05 2008

Ooit bedacht ik zelf een nieuw beroep: de synopsist. Inspiratie vond ik in het feit dat mijn huisgenoten, die net als ik allemaal graag naar televisie keken, zo af en toe het begin of zelfs een volledige aflevering misten van één van de vele series die bij ons gevolgd werden. Meestal vond ik het een klein kunstje te bepalen wat er precies gebeurd was. Met behulp van de tv-gids natuurlijk, maar uiteindelijk ook door gewoon erg goed te kijken en aldus snel te bepalen wie de personages waren en wat er tussen hen gebeurd was. Voor een doorsnee soap was dat niet zo’n probleem, maar daar werd bij ons zelden naar gekeken. Het ging hem echter vaak om afleveringen van (meestal) Britse en Amerikaanse series, waarbij telkens nieuwe verhaallijnen aan bod kwamen zodat je de aflevering toch wel van bij het begin diende te zien.

Later kwam het zelfs voor dat ik naar een programma begon te kijken dat ik eigenlijk zelf niet volgde, maar wel iemand anders bij ons thuis. Als mijn moeder dan, druk in de weer met één van haar vele hobby’s, na tien minuten kon beginnen kijken, schetste ik haar snel de situatie en richtte me weer tot mijn eigen bezigheden. Ik vond mezelf daar op den duur zo goed in, dat ik een gat in de markt zag: ‘een aflevering gemist van uw favoriete serie of te laat thuis om nog te kunnen volgen? Bel naar de synopsielijn en u kunt weer volgen.’

Ik stelde me dan voor dat ik een gezellige woonkamer zat met een stuk of vier tv-toestellen waarop voortdurend gezapt werd zodat ik alles tegelijk kon volgen. Van F.C. De Kampioenen en Poirot naar Medisch Centrum West of Neighbours. Ook films zou ik erbij nemen, want vaak zit essentiële informatie voor de plot, aan het begin van het verhaal. Mensen konden me dan opbellen om b.v. het volgende te aanhoren:

‘Inspector Morse is opgeroepen voor de diefstal van een kostbaar juweel uit de kluis van een Arabische walvisjager. De verdachten zijn de dochter van een concurrerende emir, een ontslagen secretaris met een allergie voor pruimenconfituur en de Hongaarse tangolerares. Aan het begin van de aflevering hebben we echter gezien dat de moeder van de walvisjager nogal nadrukkelijk de aankoop van het juweel afkeurde, dus niet verschieten als die er eigenlijk ook iets mee te maken heeft. Lewis kampt intussen met stinkvoeten.’

‘U hebt een hele week niet naar Mooi en Meedogenloos kunnen kijken? Sally Spectra heeft behoorlijk intens in de verte staan turen en Ridge en Brooke hebben elkaar hun liefde verklaard gedurende meerdere sessies van twintig minuten.’

‘De grap over de worst heeft betrekking op het beroep van de man met het ridicule accent. Dat is namelijk een worstendraaier. Niemand lust zijn worsten, maar de grap verwijst natuurlijk ook naar een dieperliggende betekenis van het woord ‘worst’. Die vijfendertigjarige griet achter de toog speelt de dochter van de cafébazin en we moeten dus veronderstellen dat ze 18 is. Op het einde zal alles op een misverstand blijken te berusten en die antiekhandelaar moet dan trakteren. Wat zegt u? Ah, u wou de afloop nog niet horen?’

‘Harold pleegt ontucht met Mrs. Mangel. Charlene struikelt over het nektapijt van Scott. De Turkse buurman wordt gestenigd door de Robinsons.’

Intussen zou mijn synopsielijn wel failliet zijn, vrees ik. Series worden alsmaar vaker op dvd bekeken, zijn beschikbaar op internet, samen met uitgebreide beschrijvingen van de plot en bovendien zou ik alsmaar minder vriendelijk uit de hoek komen na gehersenspoeld te zijn door jaren van slechte (Vlaamse) series.

‘Witse moet de moord op een landbouwer oplossen. Er zijn drie verdachten, allen te herkennen aan hun slechte acteerprestatie omdat het maar gastacteurs zijn: de echtgenote, de broer en de buurman van de landbouwer. Doch, er is zoals altijd ook één betrokkene die niet verdacht is omdat die een alibi heeft of goed kan liegen en die blijkt dan op  het eind toch de dader. Ik vermoed dat dat de zoon van de boer is. Veel plezier nog.’

Die rosse wil meedoen aan het commissarisexamen maar steeds als haar baas naast haar staat wordt ze opgebeld door de school van haar lastige kind, zodat we duidelijk aanvoelen dat ze gezin en werk niet kan combineren. Die homo van wie niet duidelijk is of hij nu grijs is omdat hij de veertig voorbij is of omdat hij er hip wil uitzien, wil ook commissaris worden maar hun vriendschap en collegialiteit zal daar niet onder leiden. Dat kon je weten doordat hij zei: ‘Onze vriendschap en collegialiteit zal hier niet onder leiden’. Verder is er een moordzaak met enkele verdachten, waarvan dan zoals gewoonlijk zal blijken dat die allemaal onschuldig zijn en de dader iemand is die vooraf niets met de zaak te maken leek te hebben. U kent dat intussen wel. Hier is het moeilijker om de gastacteurs van de vaste castleden te onderscheiden, want iedereen acteert even beroerd. Nog een gezellige avond gewenst.’

‘Cois heeft een hele litannie afgestoken, maar daar deze informatie is helaas niet beschikbaar wegens het gebrek aan Nederlandse woorden in de dialoog. We konden enkel nog ‘tes allemoal iet’ ontcijferen. Die in die rolstoel is weer eens ongelukkig want we moeten niet denken dat dat gemakkelijk is, in een rolstoel zitten. Die lesbische dokter wil een kind en heeft zopas in een uiterst educatieve en duidelijk door specialisten opgestelde monoloog uitgelegd hoe kunstmatige inseminatie werkt, zodat we ook nog eens iets bijleren.’

‘Die troela die echt doorleefd acteert dat ze niet door heeft dat ze zich eigenlijk gewoon eens goed moet wassen, is het slavinnetje van een modebedrijf waar iedereen mooi en hip is, behalve zij. Binnen tweehonderd afleveringen is ze mooi en hebt u een lezersbrief naar Dag Allemaal geschreven waarin u verklaart dat ‘Sara het schoonste is dat ooit op tv getoond is en het mag noooooooit stoppen want het is eindelijk nog eens een goeie serie en proficiat aan de vtm en Ben Crabbé kan de pot op’. Op het werk praat u met uw collega’s over de Simon, ‘ne smeerlap maar toch ne schone vent’, vraagt u zich af of u dit weekend de gebouwen van Présence eens zult gaan zoeken ‘om dat toch eens in het echt te zien’ en belt u naar de kuisvrouw van de nonkel van de buren van Kurt Rogiers of die ‘niet weet wanneer Sara schoon gaat worden?’. Maar waarom belt u eigenlijk? VTM zendt op zondag toch een zeven uur durende samenvatting uit waar u nog een keer naar kijkt zelfs al hebt u al de hele week gekeken? Geniet nog van uw avond en succes met de lobotomie.’

Wat denkt u? Een gat in de markt en een gegarandeerd succes?





Absurd filmkijken

7 05 2008

‘Sven, ik ga jou ook eens een filmtip geven! Vanavond is het op Canvas ‘The Motorcycle Diaries.’ Dat moet toch een goede film zijn?’

‘Och ja, ik ga niet kijken, ik heb die al op dvd.’

‘Ah. Is-ie goed?’

‘Weet niet, heb hem nog niet gezien.’





Symbali Symbaloo

2 05 2008

Fervente techneuten zullen het als oud nieuws beschouwen, maar voor mij is de zoek-start-pagina Symbaloo nog helemaal nieuw. Op Symbaloo kan je je favorieten sorteren en net als gelijkaardige systemen kan je ze dan ook op een andere computer hanteren in plaats van enkel op je eigen computer. Je hebt de mogelijkheid om je favorieten handig in te delen en van stijlvolle pictogrammen of fotootjes te voorzien. Die kan je makkelijk verplaatsen of herindelen. Als je dus Symbaloo als startpagina instelt, heb je steeds je favorieten meteen bij de hand. Op je scherm verschijnt ook steeds de Symbaloopagina die je het laatst bezocht hebt. Je kan die pagina’s ook delen met andere Symbaloo’ers. Wie bv een handig overzichtje maakte van een aantal websites rond één thema, kan dit makkelijk doorgeven.

Ik koos als eerste pagina voor een lichtjes aangepaste standaardpagina, waaraan sites gelinkt zijn als NMBS, het weer, telefoonboek, … zaken die je zo nu en dan eens moet raadplegen.

Op de SveNpagina ben ik dan weer bezig met het sorteren van echte favorieten. Die hebben voornamelijk met film, bloggen en onderwijs te maken. Ik koos zelf fotootjes in plaats van opnieuw de gekleurde knopjes te gebruiken. Voor een buitenstaander zijn die knopjes dan vaak volkomen onduidelijk, maar het is dan ook een persoonlijke pagina.

Ik maakte verder ook een IMDB-pagina aan. In plaats van dan telkens op deze overvolle website de pagina te zoeken van de vele acteurs wiens loopbaan ik volg, maakte ik voor elk van deze sterren een eigen vakje aan. Achter elk fotootje zit dan hun IMDB-pagina. Zou me veel tijd kunnen besparen in de toekomst. Nu nog wel de 588 andere acteurs toevoegen.

Staat nog op het to-do-lijstje: een blogpagina waaraan alle blogs gelinkt worden die ik wel eens bezoek.

Een fijne vaststelling is ook dat de medewerkers van Symbaloo wonderbaarlijk genoeg zeer bereikbaar zijn. Vragen of problemen worden op enkele dagen tijd beantwoord of opgelost met een vriendelijk mailtje. Een absolute meerwaarde. Symbaloo werkt ook erg snel, is makkelijk in gebruik en ziet er ook nog eens mooi uit.

Ik ben dan ook blij eindelijk eens iets nuttig en zinvol ontdekt te hebben tussen alle Twitters en Taggeds door. Heb ik net iets minder het gevoel dat ik al surfend mijn tijd zit te verspillen. 





Aan drie taal- en blogminnende deernes

19 04 2008

Beste dames,

Doorgaans laat ik iedereen maar zijn zegje doen op deze blog. Hoewel ik hier wel enige vereisten uit naar het soort reacties dat ik graag ontvang, doe ik zelf amper de moeite om te reageren op de reactie van een lezer.

Dat zou ook het geval zijn bij jullie uitgebreide kritiek op mijn blog. Die zou in theorie gewoon blijven staan. Alleen heb ik er twee problemen mee:
1. Het is een anonieme reactie.
2. Tot daaraan toe (jullie hadden er ook Francine, Wendy  en Dina kunnen onderzetten), maar ik heb de indruk dat ze ook wat persoonlijk bedoeld is, eerder dan ze enkel over mijn blog gaat.

Die (toch wel wat onsympathiek overkomende) combinatie leidt er toe dat ik besloten heb jullie reactie te verwijderen. Ze is duidelijk aan mij gericht, niet aan mijn publiek. Het is me ook geheel onduidelijk of ze al dan niet ironisch/terechtwijzend/giftig/ondersteunend bedoeld is, en ik neem dus liever geen risico.

Toch ga ik niet zomaar censureren. Daarvoor neem ik mijn blog eigenlijk niet ernstig genoeg. Dat ik dus toch besluit er op te reageren, is omdat ik niet de indruk wil geven dat jullie een teer punt geraakt hebben of de nagel op de kop hebben geslagen. Meer zelfs, ik ben het slechts in zéér beperkte mate eens met jullie kritiek en zal die dan ook graag weerleggen.

Laat ik die weerleggingen wel voorafgaan door de bedenking dat een blogger zijn eigen blog natuurlijk veel beter kent. Ik wil er dus niet vanuit gaan dat jullie alvorens jullie kritiek te formuleren, deze blog grondiger hadden moeten uitpluizen om zeker te zijn van jullie stellingen. Dat zal ik dus niet als argument hanteren.

Eerst en vooral dank voor de complimenten. Ik heb geen pieken in bezoeken vastgesteld, moet ik bekennen, dus de bewering dat jullie de link massaal verspreid hebben, neem ik met een korrel zout.

Jullie vinden dat de originaliteit van mijn blog slinkt. Ik tracht te begrijpen wat jullie bedoelen met ‘originaliteit’. Eerlijk gezegd heb ik nog nooit de indruk gehad dat mijn blog erg origineel is. Ik schrijf maar wat stukjes, net zoals iedere andere blogger. Het stukje Voeden is Opvoeden, dat ik een kleine maand geleden schreef, vond ik zelf best origineel. Mijn Alfabet der Mensen durf ik ook redelijk fris te noemen. Verder kan ik recent weinig originele artikels noemen, maar dat was ook in het verleden het geval meen ik. De kwaliteit van mijn stukjes is dus op zijn slechtst stabiel te noemen.

Jullie stellen ook dat ik vaak verval in eenzijdige kritische uitlatingen zonder opbouwende alternatieven en ik soms ongegronde commentaar geef. Is dit niet altijd zo geweest? Ik schrijf geen verhandelingen of papers, ik hoef de zaak dus niet vanuit diverse standpunten te bekijken. Dat doe ik in het dagelijks leven al genoeg, hier ben ik ongegeneerd zagevent. Ik zou ook kunnen zeggen: ‘ Op mijn blog schrijf ik wat ik wil’, maar dat vind ik zelf een wat ridicule en te makkelijke stelling.

Ik schrijf steeds vaker over schoolse gebeurtenissen en onbeduidende tv-programma’s, merken jullie op. Op dit punt kan ik jullie geen ongelijk geven natuurlijk. Wie de woordwolk rechts bekijkt, stelt hetzelfde vast. Ik zou me kunnen afvragen waar jullie suggesties tot alternatieven zijn, maar ik ga niet moeilijk doen. Toch is dit een kwestie van stating the obvious, iets waar ik me wel eens aan erger. In dit recente (en, al zeg ik het zelf, prettig leesbare) stukje schreef ik immers zelf: ‘ik ben me ervan bewust dat onderwijsperikelen niet het meest interessant leesvoer opleveren, maar het kriebelt gewoon om wat op mijn klavier te tokkelen en dus moet u het stellen met het beschikbaarste onderwerp: één schoolweek.’ Ik sta nu eenmaal voor de klas en ik vind de televisie verder een interessant fenomeen en de maatschappelijke gevolgen van (slechte) tv-programma’s moeten blijven gecounterd worden met onbegrensd gezeur. Voor tv-tips (en bij uitbreiding ook expo-, muziek- en dvd-tips) verwijs ik u graag naar deze blog. Want helaas, dames, kan ik op dit moment geen verslag brengen van mijn tocht door het Amazonewoud, het uitproberen van een revolutionair middel dat mijn voeten laat krimpen, een bezoek aan de boreling van Filip en Matilde, het concert van KT Tunstall met Dana Winner in het voorprogramma, een deelname aan een wedstrijd autobandwerpen (ik begin er behoorlijk goed in te worden!), een ontmoeting met een dakloze miljonair die me in zijn testament heeft gezet of het figureren in een strip van Jommeke. Ik kan u ook geen getuigenis brengen van een spectaculaire overval op de biobakker of biokapper, de onthulling dat ik een cursus parachutespringen volg, een relevante bijdrage aan de discussie over de openingsceremonie of mijn mening over het gebruik van plastic waterflessen. Ik maakte geen lawine mee, werd in de zoo niet bijna verscheurd door een struisvogel en werd door vtm niet gevraagd me aub niet in te schrijven voor hun grote volksquiz omdat ik wegens het lage niveau iedereen naar huis zou spelen. Neen, die dingen zijn me allemaal niet overkomen. Ik schrijf dus over bosklassen en opgesloten juffen, over belachelijke filmproducties en clichébevestigende wijveninitiatieven (toch een scherp bedoeld stukje hoor). Daar zult u het dus moeten mee stellen, dames.

Want jullie zitten er helemaal naast als jullie opperen dat ik schrijf onder druk van de lezers of om een minimum aantal artikels te halen per maand. Geen klachten over bezoekcijfers of reacties. Ik schrijf enkel en alleen - en dat heb ik in het verleden meermaals gesteld - omdat ik zin heb om te schrijven.

Daarna gaat u met uw kritiek regelrecht uit de bocht. U vindt me verbitterd klinken. Ik daag u uit daar voorbeelden van te zoeken. Als ik al wrok zou koesteren, komt die beslist nergens tot uiting omdat ik zulke onderwerpen zou vermijden (Ja, Freddy van de Broeders van Liefde, ooit stel ik mijn wedervaren met u te boek!). Ik klaag nergens over tekortkomingen of frustraties. Ben ik verbitterd enkel en alleen omdat ik weiger me neer te leggen bij de overvloed aan amateurisme en ideeënarmoede die onze samenleving kenmerkt? ‘Jaja, ik zaag’ stelde ik nog in dit treffende stukje. Dat ik een zagevent bent, staat ook boven deze blog en ik verwijs er regelmatig naar. Lijkt me toch iets heel anders dan verbittering. Bovendien krijgt u vaak genoeg stukjes waarin ik met verwondering, bewondering of enthousiasme de wereld om mij heen beschouw, naar mijn mening mooie compensaties van al dat gekanker.  

Dan durft u het nog hebben over taalfouten. U vindt het blijkbaar onbehoorlijk dat ik het taalgebruik van allerlei BV’s in het belachelijke trek, maar zelf ook af en toe taalfouten maak. Dat is een scheefgetrokken kritiek.

Enerzijds denk ik dat het aantal taalfouten op deze blog behoorlijk meevalt. Jullie illustreren dit niet met een voorbeeld, om evidente redenen. Doorgaans worden taalfouten immers snel verbeterd, omdat vriendelijke en alerte lezers me er op wijzen. Maar dat gebeurt eigenlijk uitzonderlijk omdat er gewoonweg weinig fouten gemaakt worden. En dan nog wil ik u gerust bekennen dat ik ook wel eens dt-fouten maak - al zijn de regels eigenlijk doodeenvoudig. Ik twijfel er dan ook aan of ik het hier al een keer over het al dan niet schandalig zijn van dt-fouten heb gehad.

De parallel tussen mijn taalfouten (en dus laten we typfouten buiten beschouwing) en het kromme, platte, onprofessionele gezwam van bepaalde BV’s is behoorlijk vergezocht. Voornamelijk omdat het hier enerzijds om schriftelijk en anderzijds om mondeling taalgebruik gaat - wat niet te vergelijken valt. Als ik klaag over het povere taaltje van omhooggevallen BV’s of het meelijwekkende niveau van taalgebruik in soaps, heb ik een punt, want deze mensen worden verondersteld zich in te spannen om fatsoenlijk te spreken. Het is verdorie hun beroep. Ik denk dat ik als niet-professionele blogger zonder opleiding in de journalistiek, gerust mag zeggen dat ik meer dan behoorlijk schrijf. En spreek, mocht u dat niet weten.

U hoopt tenslotte op de terugkeer van de oude SveN. Er is geen oude Sven, er is geen nieuwe Sven, er is alleen maar SveN. Dit onderwerp kan weliswaar uitgespit worden, maar dat doe ik niet met vreemden.

Nu, in alle eerlijkheid dames, ik wil wel iets aanvangen met dat kleine deeltje van uw kritiek dat ik kan begrijpen. Ik ga niet met het lullige ‘als ‘t u nie aanstaat, lees het dan niet’ zwaaien, want dat is een hol en zwak argument. Integendeel, ik wil dat jullie mijn blog wél blijven lezen. Maar dat jullie denken mij - en zeker op zo’n toon - in een bepaalde richting te kunnen sturen, is een vergissing. Ik heb geen marketingplan of mission statement. Ik schrijf gewoon.

Bedankt om me uit te dagen, alleszins, ik voelde me aangescherpt..





Taggedloos

11 04 2008

Mensen willen vriendjes worden met mij. Althans, ik krijg uitnodigende mails van virtuele individuen die zich mailsgewijs aan me voorstellen als Ashley, Brandon of Moumi en die ik via het één of ander sociaal netwerk aan mijn eigen socioweb kan toevoegen. Wat klikken en zenden en voor je het weet het je een massa vrienden.

Niets voor mij dus. Het kritische en norse deel van mezelf is niet geneigd actief deel te nemen aan de eerste de beste eigentijdse en o zo populaire community. Ik kan eenvoudigweg niet aannemen dat dit ook daadwerkelijk iets meer kan opleveren dan wat oppervlakkige verstrooiing en een eventueel volkomen vals populariteitsgevoel. Of zijn hier bezoekers die effectief nut ondervonden hebben van Tagged, Myspace, Faceparty, Xanga, Friendster, Orkul, Hi5, Facebook, Bebo, Hoverspot, Wayn, Tagworld of Yuniki? Ik heb wel eens wat doorgestuurde links aangeklikt en wat accounts aangemaakt en ben bijgevolg dus wel ergens virtueel aanwezig, maar dat is eigenlijk altijd volkomen onbewust gebeurd. Om iemand een plezier te doen, voeg je jezelf wel eens toe aan een netwerk, maar eigenlijk is dat volkomen zinloos. Die mensen ken ik sowieso al en de concrete ontmoetingen blijken dan veel waardevoller te zijn. Ik zie wel de leukigheid in van bv het vaststellen dat één van je vrienden een vriend of kennis gemeen heeft, maar daar houdt het ook op. Nu is het alleen nog maar vervelend opgescheept te zitten met die accounts en bijhorende mailtjes.

Ik vrees dat ik ook veel te weinig mensen ken die zich met dit soort toestanden bezig houden. Als je dan niemand van dat virtuele netwerk écht kent, zit je daar dan sociaal te wezen in je eentje, omringd door Melissa’s en Kevins uit Smeerebbe-Vloerzegem of Bugskuffle. Een ridicule doortrekking, ik weet het, maar het lijkt me zo ver af te staan van de werkelijkheid dat ik er het nut niet van inzie.

Ben ik dan niet mee met mijn tijd? Tja, misschien nét niet. Waren deze sociale netwerken vijf jaar geleden al zo wijd verspreid geweest, ik was misschien nog mee op de kar gesprongen. Maar anderzijds denk ik niet dat ik nu antiek kan genoemd worden omdat ik geen zin heb om me bezig te houden met het scheppen van een schijnwereld. Het handjevol echt bewonderenswaardige mensen dat ik ken, houdt zich overigens ook niet met zulke prullen bezig.

Maar nog veel belangrijker is dat ik ook geen tijd en energie in dat soort zaken wil steken. Ik verwaarloos al genoeg mensen aan wie ik wel iets heb, waarom dan nog meer volk aantrekken dat je niet meer dan oppervlakkig kan leren kennen, waarmee je geen enkele herinnering deelt (‘weet je nog, die woensdagavond dat we zo gelachen hebben op den chat?’), waarvan je de kleine kantjes niet kan ontdekken, die je niet echt hoort lachen of klagen, tegen wie je niet kan zeggen dat zijn haar in de war ligt of er choco naast zijn mond hangt, die je op haar verjaardag geen drie zoenen kan geven of om wiens West-Vlaamse dialect je niet kan zuchten?

Jaja, ik zaag. Maar wie overtuigt me?

(P.S. stelde vast dat LamaZone Facebook ook beu is. Ik vond er ook dit geweldige clipje!





Voeden is Opvoeden

21 03 2008

Geachte heer,

Als verantwoordelijken voor de warmemaaltijdiensten voor de Gentse basisscholen, wensen wij te reageren op het door u kenbaar gemaakte ongenoegen wat betreft de smaak, kwaliteit, uitzicht, presentatie en variatie van de door onze diensten geserveerde maaltijden.

Het zal u allereerst plezier doen te vernemen dat de klachten zich de laatste maanden opstapelen. Niemand, maar dan ook werkelijk niemand, vindt ons eten lekker. Wij zijn dan ook erg verheugd zo’n eensgezindheid teweeg gebracht te hebben. Toch menen wij - gesteund door handenvol enquêtes die u niet van dichtbij mag bekijken - dat deze klachten ongegrond zijn en dus zullen wij hieronder trachten uw voornaamste argumenten met misprijzen te beantwoorden en nadrukkelijk te laten blijken dat u en uw medeklagers geen enkel benul hebben van wat onze job inhoudt.

Laat ons onszelf even voorstellen. Wij zijn Dirk Blok en Nicole Baardmans, respectievelijk financieel dictator van de stad Gent en Nobelprijswinnend scheikundige gespecialiseerd in voedingsleer. In die hoedanigheid wensen wij te benadrukken dat wij doorgaans niet in contact wensen te komen met de gewone burger die de door ons voorziene maaltijden moet nuttigen, maar alé voor ene keer dan.

goor.jpgEerst en vooral durven wij met zeer grote stelligheid en met flinke snelheid ratelend opmerken dat de door ons voorziene maaltijden zo gezond, hygiënisch en zelfs steriel mogelijk zijn dat de kans onbestaande is dat de consument er geen baat bij heeft. De basisproducten (blauwe aardappelen, gele bloemkool of roze worstjes, om er maar enkele te noemen) zijn uitvoerig bekeken, gewogen, betast, besnuffeld, gereinigd, gekookt, ontluisd, geschoren, geschrobd en gefotografeerd zodat we dus kunnen stellen dat op de kwaliteit van de maaltijden niets, maar dan ook niets (ook geen enkel door onwetende ouders aangebrachte lulkoek) aan te merken valt. Of gaat u straks verwachten dat we de producten ook nog proeven? Ook de verre reis die de maaltijd aflegt, zijnde van Limburg naar Gent, doet niets af aan de excellente omstandigheden waarin de maaltijd bereid werd.

Verder willen wij het opstellen van de menu’s fanatiek verdedigen. Hoe komt u erbij onze keuze te bekritiseren om minstens twee maal per week of schorseneren of witloof of spruitjes of groene kool of pastinaak te serveren? ‘Voeden is opvoeden’ menen wij grif te kunnen stellen en dat deze denkwijze compleet haaks komt te staan op de volkomen principeloze en vrijblijvende - zelfs onbestaande -  opvoedingsmethoden van dat Freinetvolk, zal ons worst wezen (pun intended).  Wij roepen onszelf dan ook gretig uit tot pedagogisch onderlegde beleidsbepalers, die zonder enige schroom een lans breken voor een variatie van respectievelijk bittere, zure en bitterzure groenten. De kinderen die dag na dag met hongerige magen hun onaangeroerde bord terugbrengen, zullen ons later zo dankbaar zijn! We betreuren onze beslissing dus geenszins om zelfs in de meest populaire gerechten als macaroni en lasagne, groenten te injecteren! Gelieve bij deze dan ook te noteren dat wij het na ons overlijden opgerichte standbeeld graag gesierd willen zien met het opschrift: ‘zij leerden hun volk eten’. 

Sta ons toe bijzonder kort te reageren op wat u als voornaamste thema van uw klacht beschouwd: de smaak van de maaltijden. Omdat wij onze taak zeer ernstig nemen - dat merkt u ook aan de Stapel Papier die wij meetorsen - hebben wij ons bereid getoond minstens een week onze eigen maaltijden te nuttigen. Het zal u misschien spijten te vernemen dat wij ons bord gretig leeg hebben gegeten. Of het ons gesmaakt heeft of niet, willen wij in het midden laten, wegens behorende tot de privésfeer, al willen we wel even toegeven dat gekookt witloof door ons ook niet bepaald geapprecieerd werd. Maar denk aan de steriliteit van dit voedsel! Hoewel smakeloos, kunnen wij garanderen dat de maaltijd volkomen bacterievrij was! Is dat niet meer waard dan een voldaan gevoel na de maaltijd?

De opmerking van één van uw medeklagers dat bittere groenten ook in een puree zouden kunnen verwerkt worden, durven wij hartelijk weglachen. De redenering is simpel: puree is niet goed voor de motoriek van het mond- en kaakstelsel en is dus geen optie. Wij zijn er trots op de samenstelling van onze menu’s ook fysiek te kunnen verantwoorden! Wie doet ons dat na? Jamie Fuckin’ Oliver?

Laat ons besluiten met te stellen dat u en uw medeklagers behoorlijk onrealistische verwachtingen koesteren: van maaltijden die per 5000 worden klaargemaakt, kan men toch niet verwachten dat ze ook nog smakelijk zijn of er minstens smakelijk uitzien??? Uw afsluitend, hopelijk schertsend bedoelde pleidooi om af en toe toch eens een lekkere vettige hap op het menu te zetten, heeft ons diep geschokt en heeft onze beroepseer diep aangetast.

Gelieve nog nota te nemen van het feit dat de leverancier nog tot minstens 2056 bij ons onder contract zal staan en wij tot het aflopen van die periode niet verder wensen te communiceren over deze situatie.

Met smakeloze groeten,

Dirk Blok en Nicole Baardmans





Dunnetruiendag

17 02 2008

Dikketruiendag, allemaal goed en wel: alle beetjes zullen wel helpen. Maar in de stad Gent krijg je zoiets niet snel georganiseerd blijkbaar. Onze school deed vrijdag een poging; we hebben het in maanden niet zo warm gehad op school.

De openbare gebouwen van de stad Gent worden a.h.w. bestuurd door een centraal verwarmingssysteem. Je krijgt dus van ergens ver weg verwarming toegestuurd. Te warm in de klas? Geen probleem: je zet de verwarming lager. Alleen wordt het dan ergens anders op school wat warmer want de toegevoerde warmte neemt natuurlijk niet af. Het gevolg is dat bij ons de warmste plekken lege ruimtes zijn - de ruimte waar de diepvriezer staat bv. of de traphal. Ik sta voor mijn eigen gemoedsgesteldheid maar niet stil bij deze verspilling van energie.

In dit systeem tracht je dan mee te doen aan de Dikketruiendag: verwarming af en iedereen een warme trui en muts aan. Ruim vooraf dien je een aanvraag in om op die bepaalde dag de verwarming te laten uitschakelen. Poging mislukt, want toen we vrijdag op school aankwamen, was het er warm. De verwarming werd zo laag mogelijk gezet, met het reeds gekende gevolg: ergens in de school werden sauna’s gecreëerd.  Truien gingen zelfs uit, want al snel liet zich ook een zalig zonnetje zien dat onze klassen ook al begon te verwarmen. Ramen werde opengezet. In de kleuterklas speelden ukken in hun onderlijfje en op blote voeten. De verkiezing van de mafste wintermuts schoot zijn doel voorbij.

Gelukkig was het nog een lollige dag, maar eens te meer vervloek ik de logge administratieve molen van de ambtenarij die al die goedbedoelde initiatieven dwarsboomt.





Ontuchtige series

3 02 2008

Conversatie tussen mijn grootmoeder (84) en haar schoonzus Agnes (82)

Madeleine: Kijkte naar ‘Katarakt’?
Agnes: Katarakt? Baneen’ek, zo nen hoerennest!
Madeleine: Ik zie wel graag naar ‘Sara’.
Agnes: Zo nen hoerennest!
Madeleine: ne mens moet toch ergens naar zien!
Agnes: En ‘Thuis’! En ‘Familie’! Allemaal nen hoerennest!

Waar is den tijd dat de series nog braaf en katholiek waren?





Als de meester niets van voetbal kent…

8 01 2008

… begrijpt hij geen snars van wat leerlingen elkaar te melden hebben:

‘Natuurlijk heeft Azalea spelers van White Star nodig!’

????????





De wereld is stom

30 11 2007

Een stagiaire vroeg me vandaag of de leerlingen zomaar uit het hoofd moesten weten wanneer de winter begon. Want ‘dat wist zij zelfs niet!‘.

Op het nabije winkelcentrum prijken tal van affiches ‘De Sint en zijn fanfare komt op 1 december!’.

Zucht.





Bijtende bloggers

19 11 2007

Een woelige dag op en rond deze blog. Meer zelfs nog op gerdernissen.

Op enkele blogs werd er giftig gereageerd op de meningen die ik hier bracht over enkele van de genomineerde blogs. Gerda werd nog strenger aangepakt en her en der door het slijk gehaald omdat ze waagt haar eigen criteria op te stellen voor wat een goede blog zou horen te zijn.

Wat hebben we geleerd?

-  Een tegenreactie gaat steeds vergezeld van verwijten, minachting en niet ter zake doende argumenten.

- Een artikel wordt niet grondig gelezen want anders moet je een genuanceerde of relativerende reactie plaatsen in plaats van gal. Er wordt geen moeite gedaan iemand echt te begrijpen of de zaak vanuit een ander standpunt te bekijken.

-Niemand kan tegen kritiek. Ook niet als die niet persoonlijk is, geargumenteerd is en voorzien is van positieve accenten of tips.

-Je familie mag niet dezelfde mening hebben als jezelf of je mag enkel iemand bijtreden als je geen familie bent.

-Iemand in het harnas jagen, geeft die persoon ook veel inspiratie. Zowel Volume12 als Tales of Drudgery & Boredom wijten ellenlange artikels aan hun reactie op de kritiek op hun blog.

-Als je kritiek hebt op een genomineerde blog MOET je wel gefrustreerd zijn dat je zelf niet genomineerd bent.  

-Door anderen bespuwd worden levert héél veel bezoekers op.

-Bloggers die in werkelijkheid waarschijnlijk sympathieke mensen zijn, vinden er plezier in op hun blog bijzonder antipathiek uit de hoek te komen.

-Het is erg verstandig van vele bloggers om met geen woord over de blogverkiezing te reppen. Ik weet wat ik volgend jaar ga doen.

-We weten zelf ook allemaal dat we beter niét reageren op kritiek of een reactie op onze kritiek of een tegenreactie op een reactie op onze kritiek, maar we doen het toch.

-We willen eigenlijk allemaal enkel reacties van mensen die het met ons eens zijn. Als er ons iemand lik op stuk geeft, doen we alsof ons dat niets doet.

-We schrijven allemaal alleen voor onszelf, willen alleen maar ons ei kwijt zonder reacties van anderen nodig te hebben en trekken ons dus helemaal niets aan over wat anderen van onze blog vinden. Niemand noemt zijn eigen blog echt goed. Tegelijk willen we ook veel bezoekers, appreciatie en waardering en vooral een nominatie en vinden we onze eigen blog beter dan de (meeste) andere.

-We beseffen zelden dat onze uitlatingen en zelfs beledigingen eigenlijk altijd hard aankomen bij iemand. En deze pastoorswoorden komen van iemand die nochtans graag en vaak (bekende) mensen te kakken zet.

Wijze woorden, al zeg ik zelf.





Te verbouwereerd

14 11 2007

om één van deze dingen te antwoorden in een confrontatie met de zoveelste norse bibliotheekbediende:

1. ‘Snauwt u thuis ook?’
2. ‘Stomme lul.’
3. ‘Mijnheer, ik klaag u aan wegens verregaande onbeleefdheid!’
4. ‘Moge een collectief ontslag u en uw collega’s te beurt vallen!’
5. ‘Dank u voor de vriendelijke service!’
6. ‘Als uw job u teveel is, blijf dan thuis.’
7. ‘”Klantvriendelijkheid voor Dummy’s”, dat boek moet hier toch te vinden zijn?’
8. ’Is dit de manier waarop de Gentse bib aan zijn imago werkt?’
9. ‘Boehoe-oe-oe!Ik zal het nooit meer doen, meneer!’
10.  ’Luister eens, stuk onbenul: de wijze waarop u uw frustraties over de dt-fout in de De Standaard deze morgen en het volgens uw waarnemingen stuitend gebrek aan gezag van leerkrachten die op woensdagnamiddag met hun bende snotapen uw bib komen vervuilen, uitwerkt op uw cliënteel, is werkelijk pathetisch. Is er hier in dit vooroorlogse gebouw werkelijk geen keldercel meer vrij waar zuurpruimen als u hun bitterheid kunnen uitwerken tijdens het dichtplakken van de brieven die in deze electronische tijden om onbegrijpelijke redenen nog steeds gebruikt worden om het door u zo gehate voetvolk te wijzen op de zoveelste overschrijding van de uitleentermijn? Of kadert uw aanwerving in een masterplan van de overheid om jarenlang van sociaal contact gespeende mensenhaters terug te laten integreren in de maatschappij? ‘

Maar mijn alertheid liet weer te wensen over.





Interview met een niet-genomineerde blogger

13 11 2007

Beste Sven. Clickxmagazine heeft vandaag bekendgemaakt welke blogs (en websites) in aanmerking komen voor de wedstrijd ‘Site van het jaar’. Jij bent niet genomineerd. Wat is je eerste reactie?

‘Ik vind dat wel jammer natuurlijk want ik durf stellen dat mijn blog een waardige blog is: een variatie aan onderwerpen, mooie layout, verzorgd taalgebruik en vooral een zéér regelmatige update. Ik moet dus toegeven dat genomineerd worden mijn ijdelheid wel zou strelen. Anderzijds betekent zo’n nominatie eigenlijk niets, zo troost ik mezelf. De criteria waarmee de blogs zijn beoordeeld, zijn niet bekend en zijn allicht heel persoonlijk. Als iemand van het selectiecomité zelf een jonge mama is, vindt die blogs over het moederschap wellicht erg interessant. Terwijl die misschien wel zonder enige flair geschreven zijn. Daarnaast is zo’n verkiezing wel een beetje een incestueus gedoe. De helft van de genomineerden kent elkaar en verwijst naar elkaar. Bovendien kan elke website eigenlijk wel zo’n verkiezing organiseren. De eer moet je dus toch wat relativeren, zelfs al is Clickx wel een bekend computermagazine. Verder stemt iedereen wellicht toch gewoon voor de blogger die hij kent, zonder echt al de genomineerde blogs te gaan bekijken. Het is dus meer een populariteitswedstrijd. Wist je overigens dat er vorig jaar ook genomineerde bloggers waren die niet wensten deel te nemen en vroegen om van de lijst gehaald te worden? Dat wijst volgens mij toch op een heersend gevoel van onvrede bij een bepaalde bloggroep. Niet dat ik daar wil bijhoren of zo, maar het is toch veelzeggend. Welke acteur zou bv. niet genomineerd willen worden voor een Oscar?’

Maar zo’n nominatie zou je wel veel nieuwe bezoekers kunnen opleveren, toch?

‘Dat valt niet te ontkennen en dat zou zeker leuk zijn. Alleen gebeurt de verkiezing dit jaar met een ingebouwde veiligheid waarbij iemand die wil stemmen zich eerst moet registreren. Dat schrikt volgens mij veel potentiële stemmers af. Daarnaast is zo’n piek in je bezoekcijfers toch grotendeels maar tijdelijk. Ook dat betekent dan eigenlijk niets, op een kortstondig euforisch moment als je even enkele honderden bezoekers meer hebt.

Had je jezelf ingeschreven voor de wedstrijd?

Iemand liet me weten dat hij mijn blog had opgegeven in de categorie ‘beste blog’. Dat vond ik wel tof en daarna heb ik zelf ook nog eens een mail gestuurd. Ik weet niet of dat iets uitgemaakt heeft. Zou het selectiecomité echt élke ingestuurde url bezocht hebben of enkel die die door een minimum aantal mensen werd aangebracht? In dat geval vrees ik dat ik sowieso al geen kans maakte. Ik was daar niet erg fanatiek in, zoals eerder gezegd relativeerde ik wel meteen het belang van die verkiezing. Ik dacht ook niet veel kans te maken omdat er nog zoveel blogs bestaan die ik beter en origineler vind…

Laat ons even de genomineerden bekijken.

‘Goed idee.

Ik heb die allemaal grondig doorgenomen. Brutin.be is best leuk. Grappig geschreven en fijne, vlot leesbare onderwerpjes. Gemiddeld wel maar 7 artikels per maand, maar dat is oké. De header toont Adam Sandler, een vreselijke acteur waar de blogger om onbegrijpelijke reden fan van is, maar de foto komt wel uit zijn enige goede film, Punch-Drunk Love. Een prima blog dus. (waarvan de auteur na het verschijnen van deze blog iets minder prima bleek te zijn…)

Dan is er B.V.L.G., een sympathiek ogende blog waarop ik niet meteen een woord of titel zie uitspringen die echt mijn aandacht weten te vatten. Ik moet toegeven dat de onderwerpen me niets zeggen. De blogger vindt zijn nominatie zelf een beetje vreemd want hij vindt ook dat er veel snedigere, mooiere en accuratere blogs bestaan. Hij bedelt dus niet om uw stem en daar kan ik inkomen. Een modale blog, lijkt me.

Vervolgens is er Past is Prologue. Zo’n blog waarvan je zegt ‘…tja’. Er staan artikels op en dat is het zowat. Een variatie aan onderwerpen en regelmatige update, maar geen enkel artikel is echt sterk. De blog lijkt me bovendien vooral gericht op mensen die de schrijver kennen. Daarom wordt er ook geen moeite gedaan om wat creatief te schrijven of de artikels visueel aantrekkelijker te maken. Ik zie ook veel links en computerweetjes, dus deze blog richt zich op de fanatieke maar oppervlakkige surfer. Nee, geen nominatie waard wat mij betreft.

Een stuk aantrekkelijker is de blog Ishku. Ik ben niet te vinden voor al dat verkavelingsvlaams en die Engelse tussenwerpsels (’anyway’ enz.) maar het werkt wel. Een grappige, zelfrelativerende schrijfstijl met aangename fotootjes bij. Zotte opmerkingen en gevatte observaties zonder echt groot nieuws te bevatten ‘…dat ik er openlijk voor moet uitkomen dat ik Stephanie Planckaert in tegenstelling tot veel mensen géén domme kalle vind. Ik zou daar waarlijks goed mee kunnen overeenkomen, denk ik. Echt waar!’. Plezant en pretentieloos, prima blog die ik echt nog eens verder wil uitpluizen.

Kerygma is een misantroop, mijn favoriete mensensoort. Haar blog oogt niet zo spectaculair (een afbeeldinkje af en toe doet toch wonderen) en de o zo gruwelijke huis-tuin- en keukenverhalen liggen op de loer, al weet ze er meestal nog net een draai aan te geven. Toch vind ik de blog in zijn geheel wat banaal (verslagen over verbouwingen zijn echt slaapverwekkend), maar je krijgt wél bijna dagelijks iets te lezen. Voor een misantroop is de toon wel erg alledaags en het taalgebruik is grappig bedoeld maar toch weinig creatief (’ambetant’, ‘het was wijs’, ‘in ‘t zak gezet worden’). Kerygma lijkt me wel een leuk persoon, maar haar blog is toch iets te gewoontjes. Zeker om te nomineren.

Vergelijk zoiets eens met de volgende genomineerde en je begrijpt misschien wat ik bedoel. KRuiMeLs oogt goed en is qua schrijfstijl van hoog niveau. Dit blijf je lezen, zelfs zonder prentjes en zelfs al is dit ook een blog van een jonge mama (waarmee ik maar wil zeggen dat het risico altijd groot is dat de kindjes bejubeld worden en de lezer in slaap sukkelt). Vat ook wat voor mij de essentie van bloggen is: schrijven. Over wat dan ook, maar steeds pogende iets moois te formuleren. Knap!

Volgende genomineerde is Onnozelheid Mag. Lijkt me wel oké. Vlotte en aangename schrijfstijl, maar de artikels zijn eigenlijk inhoudloos. Vooral een opsomming van eigen beslommeringen (en dat is dan ook wat bloggen in eerste instantie is) maar zonder diepgang. Dit is deels ook enkel voor ingewijden bedoeld, de zoveelste blog overigens van een redactielid van Gentblogt. Er wordt ook over en weer gelinkt dat het een lieve lust is. Wie niet mee is, haakt snel af. Een doodgewone blog die ik enkel zou bezoeken als ik Joke zelf zou kennen. Heb er niets tegen, maar wie nomineert zulke zoutloze schrijfsels?

Een geval apart is Tales of Drudgery & Boredom. De enige genomineerde blog waarvan ik de schrijver al een keer in werkelijkheid heb gezien en dat beïnvloedt uiteraard de beoordeling. MV is ook al een Gentblogger en laat zich op het forum aldaar vaak horen. Om maar te zeggen: een bekend figuur in bepaalde kringen. Een notoire zagevent ook, maar dat is niet negatief bedoeld. Ik ben er zelf één. Zijn blog is aardig en gevarieerd en - heel belangrijk - zelfrelativerend. Mensen die over hun karakter of eigenaardigheden vertellen zijn interessanter dan zij die over pampers en gyproc keuvelen. Sympathie dus voor deze blog, hoewel de reden tot nomineren me niet echt duidelijk is. Ik begin zo te vermoeden dat er op de Clickx-redactie gewoon een Gentblogger werkt.

Voorlaatste in de rij is Volume 12. Filmfans hebben bij mij een streepje voor, maar verder raak ik niet echt in de ban van deze ook al erg gewone blog. Bruno schrijft wel aardig, maar zijn onderwerpen zijn niet erg bijzonder, hoewel ze interessant zijn doordat ze op een niet-te-intieme manier persoonlijk zijn. Kan u nog volgen? Kortom: oké maar geen prijs waard.

We sluiten af met Yet Another Blog. De schrijfster heeft geluk: door de bijna-instorting van haar huis heeft ze heel wat spectaculairs te vertellen. Toch is ook dit een heel gewoon blogje over wonen, werk en leven. Doodgewone schrijfstijl, alledaagse verhalen… Passende titel dus. Sympathiek maar van weinig belang, ook geen nominatie waard denk ik.’

Welke conclusie kunnen we trekken?

‘Het is niet erg dat de meeste mensen bloggen over hun kat of kroost, hond of huis, carrière en kameraden. Weblog betekent ook ‘webverslag’ of ‘wegdagboek’. Maar hoewel die mensen veel over zichzelf vertellen, worden ze nergens echt persoonlijk. Niets mis mee hoor, maar mag het af en toe eens wat stouter, bozer, hilarischer, krankzinniger, uitzinniger, …? Op minstens 4 van de bovenvermelde blogs stond de nieuwe actie tegen HIV vermeld. Tja. Zo vul je al snel een blog natuurlijk. Maar zoiets nomineer je toch niet? Hier vond ik onlangs een artikel over enkele blogpareltjes. Daar tref je pas blogs aan die genomineerd dienen te worden. Creatieve, vernieuwende, verrassende blogs.’

Als je nu je eigen blog vergelijkt met de genomineerden…

‘Ik denk dat ik ook een vrij ‘gewone’ blog heb, maar ik tracht mijn lezers toch te boeien met ofwel flink overdreven, scherpe commentaar op alledaagse dingen, ofwel door wat me overdag overkomt als aanleiding te gebruiken om tot iets diepgaandere ontboezemingen te komen. Zo oefen ik niet alleen mijn schrijfvaardigheid, maar tracht ik door het bloggen ook mezelf wat te euh… analyseren zeg maar. Ik begrijp dat veel bloggers liever niet aan introspectie gaan doen  - een groot woord overigens voor wat ik soms doe - maar ik denk dat het een blog persoonlijker en interessanter maakt. En dat mis ik toch bij zeker de helft van de bovenstaande blogs.

Ik bedenk overigens net ook dat als je zou genomineerd zijn en je wint, je je prijs moet gaan afhalen op een soort ceremonie. Dat is me toch wat te gek. Ik zie me daar al staan. Dat druist voor mij ook wat in tegen de officieuze principes van het bloggen. Dat doe je achter je pc, in een zekere anonimiteit (want je kiest ondanks de onthullingen nog altijd zelf wat je prijsgeeft) en als blogger voel ik niet de noodzaak op de voorgrond te treden. Ik voeg er uit sympathie wel graag aan toe dat ik het initiatief niet afkeur. Bloggers mogen gestimuleerd worden!

Tot slot: naar wie gaat jouw stem?

Wel, ik heb me geregistreerd om te stemmen, maar ondanks de vermelding ‘het gaat erg snel’, wacht ik nu al anderhalf uur op de bevestigingsmail. Laat dan maar, zou ik zeggen. Los daarvan mis ik toch die ene echt bijzondere, bewondering oproepende, authentieke, reacties-loswekkende überblog en dan stem ik eigenlijk toch liever niet. Ik neem wel graag enkele van de genomineerde blogs op in mijn blogroll.

Er is trouwens ook nog de categorie ‘beste nieuwkomer (onder de blogs)’ maar daarvan verwacht ik niet meteen dat er nog verrassingen inzitten. Je weet natuurlijk nooit, maar dat is dan voor later.

Dank voor het gesprek!





De Straf van de Madammen

22 10 2007

madammen.jpgHet begrip is al een lange tijd in de mode: ’straffe madam’. BV’s en Missen slingeren dit compliment tegenwoordig te pas en vooral te onpas in het ijle. Daarbij valt vooral op dat de term ‘toffe madam’ of ’straffe madam’ meestal wordt gebruikt door vrouwen zelf en dit meestal om het type dame te complimenteren dat iets ‘doet’ of ‘kan’ (B.v. Goedele Liekens) in plaats van gewoon iets te ‘zijn’ (B.v. Tanja Dexters). Waarmee ze zowel in het gevlei trachten te komen van deze madam door haar werk te complimenteren maar tegelijkertijd een steek onder water geven omdat ’straffe madam’ uitsluit dat je nog een ‘babe’ wordt genoemd.

Nu ja, ze doen maar. Een ergernis wordt het pas als men van dat begrip ook een concept wil maken. De Madammen is namelijk een nieuw programma op Radio 2 (bestaat die nog??) en de spot daarvoor wordt tegenwoordig wel erg vaak op televisie vertoond. En telkens als ik hem zie, vraag ik me weer af welk bejaardenclubje dit concept bedacht heeft.

Eerst en vooral die titel. De Madammen. Niet alleen eens te meer een stap in de richting van de algemene aanvaarding van de tussentaal, maar verder ook gewoon een leeg, idioot begrip. En het concept! We kunnen uit de spot zo wat afleiden wat een ‘madam’ is: “iemand die met beide voeten in het leven staat. Het echte leven”. Het zijn dus geen nonnen, maar ook geen domme blondjes. Geen meisjes en geen wijven. Vrouwen. Of beter gezegd: vrouwmensen. Zo noem ik het soort halve moekes die het gewoon niet in zich hebben een persoonlijkheid te ontwikkelen en bij gebrek aan beter dan maar doen wat de massa doet. Nochtans zou De Madammen een personalityshow zijn. De inhoud van het programma bevestigt mijn vooroordeel echter: gastronomie, wellness, toerisme, huis- en tuin, gezondheid, trends en media, … Kletspraatjes dus.  De Libelle op de radio. Goed, een praatprogramma kan je niet blijven heruitvinden, maar ik vind De Madammen al bij voorbaat gedateerd.

De spot zelf illustreert dat ook. Bekijk hem hier en let op de enscenering van wat Madammen zoal doen. De clichés spatten van het scherm. Die stereotiepe opvoering van wat we als een ‘toffe madam’ moeten aanschouwen. Die banale houding (gekruiste armen, hand onder de kin, …) waarmee deze vrouwen hun zelfstandigheid en stoerheid uitbeelden. De slaapverwekkend vertrouwde mix van onderwerpen. Ilse Van Hoecke, nu al verbannen naar het Radio 2-rijk. Anja Daems, uit een vergeetput gehaald om meteen in een nieuwe gedropt te worden. Zouden zij met hun truttige gedoe ook maar één madam weten aan te spreken om naar hen te luisteren? 

Ik luister nooit naar Radio 2 dus het hoeft mijn zorg niet te zijn. Maar zolang die onnozele spot het scherm bevuilt, trek ik van leer tegen de zoveelste debiliteit.





Ik heb gelijk. Altijd.

15 10 2007

In de loop der jaren heb ik geleerd dat ik niet altijd gelijk heb. Ik geef dat in vele gevallen dan ook zonder problemen toe. En ik tracht niet al te fanatiek dingen te verkondigen waarvan ik niet 100% zeker ben. Al lukt dat niet altijd. Ik ben sowieso al dominant aanwezig.

fiets.jpgFrustrerend is wanneer je gelijk hebt, maar het niet kunt zeggen of aantonen. Zo stak ik vandaag per fiets een drukke weg over langs een - hoe kan het ook anders - oversteekplaats voor fietsers, duidelijk aangegeven met een rode baan. In de verte zag ik een auto aankomen, waarvan ik wel veronderstelde dat hij zou vertragen wanneer hij merkte dat ik wou oversteken. Toch bleef hij zonder vertragen mijn richting uitkomen, maar als fietser moet je sterk in je schoenen staan en dus stak ik toch maar over. Zoals verwacht vertraagde hij dan toch, hoewel duidelijk was dat hij dat eigenlijk niet wou. De chauffeur stak zijn hoofd uit het raampje en riep: ‘Dit is een zebrapad, geen fietspad!’. Toen reed hij door. Ik was even verbouwereerd. Ik bevond me wel degelijk op een oversteekplaats voor fietsers, die zelfs overging in een echt fietspad. De idioot achter het stuur had het volkomen mis. Ik had gelijk. Dat wou ik zo graag kwijt aan die man dat ik even overwoog per fiets de achtervolging in te zetten. Gefrustreerd zette ik mijn weg verder.

boombal-1.jpgOp school werd er over het ‘boombal’ gepraat, een evenement dat mij niets zegt, maar dat is de kwestie niet. Toen ik het woord ‘boombal’ uitsprak, moest één van mijn collega’s heel hard lachen. Uitlachen, zo vond ik, gepikeerd. Zij was er namelijk van overtuigd dat het je dit op z’n Engels uitspreekt, als ‘boembal’. Ook mijn directeur schaarde zich achter deze Engelse uitspraak en daar stond ik dan met mijn bomen. Terwijl ik dit concept als minstens drie jaar zo noem. Ik begon te twijfelen. Ik leerde het begrip kennen van oud-collega Liesbeth, een folk-adept die zich toch niet in deze bewoording zou kunnen vergissen?

Thuis zocht ik het meteen op. Natuurlijk is het boombal. Op zijn Vlaams dus. Wat zou zo’n typisch folkloregedoe nu een Engelse naam hebben? Weer had ik gelijk. En weer had ik niet de kans te repliceren. Dju toch. Pech voor mijn collega’s. Mijn overtuiging kan nu een hele nacht rijpen zodat ik mijn gelijk morgen met des te meer arrogantie in hun gezicht kan zwieren. Laat ze maar lachen.