The End

18 10 2009

Met wat spijt maar ook een zekere opluchting en een grote voldoening zette ik gisteren een punt achter mijn 10e Gentse filmfestival. Een fragmentarische terugblik:

filmfestival- ik zag 30 films op 11 dagen. Tussendoor ging ik uiteraard full time werken. Nu ben ik dus moe.

- in vergelijking met andere jaren is dat zowat hetzelfde (2008: 31, 2007: 29).

- ik schreef 12 recensies (nog 4 te doen).

- bedenkingen bij: het type Canvaskijker dat in de hal van de Kinepolis luidop verkondigen dat ze eigenlijk helemaal niet graag naar de Kinepolis komen want ‘de sfeer is er zo commercieel’. Ze hebben gelijk maar moet dat echt, dat herkauwen van clichés? En zal ze van u komen, de redding van de kleine alternatieve bioscopen, waar u één keer per jaar heen gaat?

- geërgerd aan (1): die hopen eerstejaars filmstudenten die rechtstreeks van de middelbare school komen en om nog steeds onbegrijpelijke redenen ieder jaar weer een accreditatie krijgen van het festival, die na iedere voorstelling het soort prietpraat te verkopen waarmee ze hopen indruk te maken op hun klasgenoten. Ja, ik weet het, ik zou hun enthousiamse en drang naar kennis moeten toejuichen, maar waar is hun nederigheid als de grote filmkenner Sven De Schutter in de buurt is?

- geërgerd aan (2): die Kempense kerel die (ook weer voor jan en alleman) kond deed van zijn onvrede over het filmfestival, over Gent, over al die slechte, slechte films. Alstublieft meneer, met uw baard, hoed en pardessus zo weggelopen uit een slechte detectivefilm: blijf thuis, hou uw mond of geniet simpelweg toch eens van al die films. Of blog. Het kunnen niet allemaal meesterwerken zijn toch?

- dankbaar en blij om (ja, dat ben ik ook wel eens): al die stille, stille mensen in de zaal. U bent waardige filmliefhebbers. Al die mensen die zonder popcorn en chips kunnen (al mag dat ook wel eens). Al die mensen die zonder drummen de zaal in wandelen. Al die geduldige en vriendelijke medewerkers en personeelsleden.

- dank ook aan de onbekende die mijn persaccreditatie die ik verloor in de supermarkt, keurig terugbezorgde aan de persdienst. Ik, die er prat op ga nooit iets te verliezen, zou hetzelfde gedaan hebben. Merci, nobele heer of dame!

- meest gegeten: granny’s. Gezonde tussendoortjes die af en toe zelfs een keer een maaltijd vervingen.

-verder opgevallen: dat je heel wat filmliefhebbers ieder jaar weer terugziet. Ik heb een goed geheugen voor gezichten en zie al jaren en jaren dezelfde mensen opduiken. Ik ben dus  niet alleen als freak.

- bizar moment: iets gaan drinken in het festivalcafé. Maar dat verhaal is voor een volgende blogpost (Stel u er nu ook weer niet té veel van voor).

Voor een ander soort terugblik, klik hier!

En nu weer alle aandacht voor mijn verwaarloosde leerlingen!

 





1000 keer naar de cinema

29 09 2009

Trouwe lezers weten dat ik zo nu en dan eens uitpak met lijstjes en aantallen van geziene films e.d. Dat levert doorgaans weinig relevante blogstukjes op, die ik eigenlijk vooral voor mezelf schrijf. Maar nu wou ik toch wel even kwijt dat ik afgelopen weekend voor de duizendste keer een film in de bioscoop zag. Duizend keer… Ik duizel er zelf even van.

bioscoopVoor alle duidelijkheid, het volledige aantal films dat ik ooit gezien heb, bedraagt momenteel 2753. Het is misschien wat bizar een onderscheid te maken tussen bioscoopfilms en het aantal geziene films tout court. Gezien is gezien toch en wat voor zin heeft dat onderscheid? Maar in 1992 ben ik begonnen met het oplijsten van films die ik in de cinema zag om zo mijn jaartotaal overzichtelijk te houden en om de diverse jaren te kunnen vergelijken, ben ik dat blijven noteren. Aangezien ik toen ook nog al mijn ticketjes bewaard had van alle films die ik sinds 1989 of zo gezien had en ik verder goed in mijn geheugen gegraven heb, viel dat zelfs nog te reconstrueren voor voorgaande jaren. Zo meen ik intussen zowat zeker te zijn dat de lijst volledig is vanaf mijn allereerste bioscoopfilm.

Ik wil ook vooral even stellen dat ik niet voor al die 1000 films een ticketje betaald heb. Ik woon sinds 1999 regelmatig persvisies bij en die zijn gratis. Ik wil me overigens vooral niet realiseren hoeveel geld het me dan wél gekost heeft. Welke hobby kost geen geld? En voor u zich mij nog fanatieker voorstelt dan ik al ben, die tickets bewaar ik intussen al heel lang niet meer.

Het vermelden waard:

- de eerste film in de bioscoop: The Aristocats, ergens begin jaren ‘80

- meest gezien: in 2006 zag ik 126 films in de bioscoop.

- aantal bioscopen waarin ik deze films gezien heb: een stuk of 22, waarvan 3 in de USA en 1 in Londen. Dit staat nergens genoteerd hoor, ik zocht het voor de gelegenheid even uit.

- meest geconsumeerd tijdens de film: hmm… wellicht gewoon water. Saai niet? Ik eet vrijwel nooit popcorn en hoef niet zonodig te eten tijdens een film. Af en toe een Magnum of chips, dat gebeurt wel eens.

- vreemdste combinatie: met mijn toen 73-jarige oma naar Mission Impossible. Ze vond Tom Cruise ‘ne schone mansmens’

- fraude: de komedie Scrooged zag ons gezin zonder betalen want men had onze tickets van de voorafgaande film (L’ours) niet gescheurd en aangezien er toen nog geen titel van de film op je ticket stond, gingen we gewoon nog een keer naar de film. Dat was even spannend. Kinepolis is rijk genoeg. En nee, ons normen- en waardenstelsel werd er niet door vervormd.

- favoriete zitje: in het midden van de bovenste helft van de zaal, en uiteraard in het midden van de rij. Leve Cinema Zed in Leuven, maar hun zetels zijn de slechtste.

- regisseur van wie ik het meest films in de bioscoop zag: Steven Spielberg met 12 films.

- ergerlijkst gezelschap: mijn klasgenote Sandra die bij de begintitels van het formidabele L.A. Confidential al zat te blazen omdat ze het maar niets vond.

- eerste film op een filmfestival gezien: The Ice Storm op het Brusselse Filmfestival in 1998.

- mooiste rijtje van op elkaar volgende films: Fight Club, The Sixth Sense, Being John Malkovich, American Beauty en Sleepy Hollow zag ik allemaal na elkaar op twee maanden tijd.

- grootste kwelling: een week moeten wachten op deel 2 van La Meglio gioventu

- aantal films waarvoor ik te laat kwam: héél weinig. Herinner me er 2 en veel meer zullen het er wel niet zijn.

- aantal films niet uitgekeken in de bioscoop: slechts één en die heb ik dan ook niet meegeteld, een Japanse film op een filmfestival. Ik hou er aan films altijd tot het einde te bekijken. En er was ook ooit die Turkse film

-  opvallende mensen in de zaal: Filip en Mathilde bij Gladiator in 2000. Verder vind ik het eigenlijk wel vreemd zelden of nooit mensen aan te treffen in de zaal die ik ken, ik herinner me eigenlijk niet één keer dat ik per toeval vrienden of kennissen of wiskundeleraars van vroeger in de zaal aantrof, laat staan BV’s.

- acteurs van wie ik het meest films in de bioscoop gezien heb: Johnny Depp, die echt wel veel goede films op zijn naam heeft staan: de Ier Brendan Gleeson, die zeer vaak bijrollen vertolkt in bekende films en daardoor onverwacht zo hoog staat op mijn lijst; En Cate Blanchett, een geweldige actrice. wiens films ik vooral de laatste 5 jaar niet meer mis.

- meest aantal films ooit gezien op 1 dag: 5. En dat is al enkele keren gebeurd zelfs.

- favoriete moment om naar de film te gaan: op een weekdag om 17u. Weinig volk en vooral geen luidruchtige tieners.

- ergerlijkste moment om naar de film te gaan – in de multiplexen dan toch: zaterdavond om 20u, hoewel me dat in goed gezelschap niet zo veel kan schelen. Maar de doorsnee bioscoopbezoeker is op dat moment het nachovretend type dat meestal naar films gaat die bij het naar buitengaan al vervlogen zijn en daar heb ik weinig affiniteit mee. Leve filmfestivals wat dat betreft.

- eerste filmrecensie: de vreselijke komedie Say It Isn’t So

- de laatste gezien flm tot nog toe: District 9, een opwindende actieprent vol buitenaardse wezens en ontploffingen.

En u?





Sterren in Gent

14 09 2009

Andy Garcia krijgt dus een Joseph Plateau Award op het komende filmfestival van Gent. Ook Kevin Costner zal in de bloemetjes gezet worden. Fijn. Goed voor het festival dat ze wat grote namen wisten te lokken.

Maar laat ons dit niét interpreteren als: ‘Hé, geweldig dat die grote sterren zomaar naar Gent willen komen om hun prijs op te halen’. Het is immers net zo dat men hier een prijs geeft aan elke ster die wíl komen, om zijn of haar komst toch een reden te geven. Ik vermoed dat de organisatoren gewoon ieder jaar half Hollywood uitnodigen in de hoop dat er dan toch eens één of twee ja zeggen – en waarom ook niet? Het lukt immers ieder jaar.

Soms moeten ze het dan ongewild wat ver drijven. Enkele jaren geleden werd de Amerikaanse acteur Blair Underwood met een filmprijs beloond. Die speelde toen naast Julia Roberts in de rotslechte film Full Frontal. En laat ons nu met zijn allen verder echt nog nooit van deze kerel gehoord hebben. In het land der blinden… Dat jaar kon blijkbaar geen grotere naam gelokt worden en dan krijg je dat soort geforceerde fêteringen.

Maar goed, ze doen maar. Als sterveling verandert de komst van die sterren eigenlijk niets aan de beleving van het filmfestival. Laat dus maar vooral gewoon goede films op het programma staan. Ik tel al af.





Terugblik op het zomerfilmcollege (3)

3 08 2009

De essentie nu: wat heb ik daar eigenlijk gezien? De films werden verdeeld over 3 thema’s. Het filmjaar 1960 stond centraal, films die dat jaar gemaakt werden, van over de hele wereld. Het tweede thema draaide om ‘emigrés’, Europese cineasten die de overstap maakten naar Hollywood (in de eerste helft van de 20e eeuw). Het derde thema behandelde de nieuwe Koreaanse cinema. In de reeks kon je ook een aantal recente films bekijken.

Een overzichtje:

1960: (David Bordwell)

filmjaar1960 *The Apartment (Billy Wilder, USA): een Hollywoodklassieker die nog niets aan kracht verloren heeft. Scenariogewijs een topper, met energiek acteerwerk van de onovertrefbare Jack Lemmon.

*The World of Apu (Satyajit Roy, India): het leven en lijden van een jonge Indiër, een tragisch relaas dat destijds als een echt meesterwerk beschouwd werd. Nu toch iets minder treffend, maar best onderhoudend.

*Black Sunday (= La Maschera del demonio, Mario Bava, USA): Werkelijk abominabele horrorfilm over tot leven gewekte heksen, zich in typische mysterieuze kastelen en akelige bossen afspelend. Hoofdactrice Barbara Steele had blijkbaar ook nog nooit van een tandarts gehoord.

*Le Petit Soldat (Jean-Luc Godard, Frankrijk): moeilijk verteerbaar intellectueel gedoe waarbij het ergerlijke spelen met de geluidsband en de bizarre beeldvoering ‘de politieke en morele twijfels van het hoofdpersonage symboliseren’. Had niet gehoeven.

*Late Autumn (Yasuyiro Ozu, Japan): stijlvol en onderhoudend familiedrama met bewonderenswaardige beeldovergangen.

*The Leech Woman (Edward Dein, USA): lachwekkende, Jommekesachtige horrorpoging over een dokter op zoek naar een verjongingsmiddel. Barslecht.

*The Bad Sleep Well (Akira Kurosawa, Japan): Grandioos drama met een meeslepende verhaallijn en indrukwekkende shots. Twee en een half uur steengoede cinema.

*The Fall of the House of Usher (Roger Corman, USA): Irriterende horrorshit, ondanks de aanwezigheid van de legendarische Vincent Price een slaapverwekkend onding.

*Lola (Jaques Demy, Frankrijk): mooie mozaïekfilm vol interessante details en fijne links tussen tal van personages. Zeer genietbare kost.

*Kapo (Gillo Pontecorvo, Italië): indringende Holocaustfilm met een wat apart uitgangspunt dat veel stof tot discussie opleverde.¨

* 13 Ghosts (William Castle, USA): met een 3D-brilletje kon je in bepaalde scènes de spoken zien die het de hoofdrolspelers lastig maken. Op deze gimmick na, valt er echter weinig pret te beleven aan deze gedateerde en slordig afgehaspelde nonsens.

*Die 1000 Augen des Dr. Mabuse (Fritz Lang, Duitsland): interessante, onderhoudende thriller met enkele fijne plotwendingen. Mijn eerste Fritz Lang-film!

*Peeping Tom (Michael Powell, GB): knappe psychologische thriller die ik vooral fascinerend vond omdat er overeenkomsten vast te stellen vallen met het grandioze The Truman Show. Kijken en bekeken worden, het blijft in deze multimediatijden een relevant onderwerp. De spanning wordt op slimme wijze visueel opgedreven, waardoor dit nog een vrij sterke film kan genoemd worden.

Emigrés: (Muriel Andrin, Steven Jacobs, Tom Paulus, Kevin Brownlow)

emigrés*The Cat and the Canary (Paul Leni, 1927, USA, stomme film): verrassend entertainende thriller met aardig uitgewerkte personages en een al bij al coherente vertelling. Aangenaam filmpje!

*The Kiss (Jaques Feyder, 1929, USA, stomme film): Sterke thriller die nergens verveelt en vooral een uitstekende Greta Garbo laat zien.

*The Southerner (Jean Renoir, 1945, USA): best aardig, hoewel het grootste deel van het publiek weing zag in de belevenissen van een boerenfamilie in Californië. Vertelstijl en personages zijn wat oppervlakkig en naïef, maar toch blijft dit een leuk niemendalletje.

*Criss Cross (Robert Siodmak, 1949, USA): bevredigende, wat routineuze film noir met een vrij goed uitgewerkte plot.

*It happened tomorrow (René Clair, 1944, USA): een leuke plot – journalist krijgt de krant van de volgende dag en weet zo al het nieuws vooraf – wordt wat onbevredigend en ietwat rommelig uitgewerkt. Middelmatig.

*The Reckless Moment (Max Ophüls, 1949): best oké, deze thriller met sterke hoofdpersonages en enkele mooie cameravoeringen. Werd in 2001 hermaakt als The Deep End.

*Das Wachsfigurenkabinett (Paul Leni, 1924, Duitsland, stomme film): vermoeiende en al te simpele klassieker. Strontvervelend.

*Crainquebille (Jaques Feyder, 1922, stomme film): voor die tijd nog best aardige tragedie met enkele experimentele shots.

*La Fille de l’eau (Jean Renoir, 1924, Frankrijk, stomme film): wat langdradig en niet altijd even helder verteld drama waarin ook weer enkele special effects zitten.

*Menschen am Sonntag (Robert Siodmak, 1930, Duitsland, stomme film): Mooie, atmosferische observatie van een handvol mensen op een zomerse zondag in Berlijn.

*Le Million (René Clair, 1931, Frankrijk): bij momenten verrukkelijke komedie vol achtervolgingen en misverstanden, lekker veel chaos en dolle personages die een zoektoch inzetten naar een winnend lotterijbiljet.

*Komedie om Geld (Max Ophüls, 1936, Nederland): Toch wel gedateerd en hier en daar al te simplistisch, hoewel origineel ingekaderd.

*The Wind (Victor Sjöström, 1928, USA, stomme film): Sterk, realistisch drama met overtuigend acteerwerk van o.a. Lilian Gish.

*Körkarlen (= The Phantom Carriage, Victor Sjöström, Zweden, stomme film): voor die tijd knappe visuele effecten en vernuftige flashbacks, in een tragisch maar toch ook wel wat saai drama.

*The Beast with Five Fingers (Robert Florey, 1946, USA): de zoveelste B-horror, met alweer bordkartonnen kasteeldecors en een heel erg onnozel verhaal. Wel een leuke kennismaking met horrorlegende Peter Lorre.

*The Black Cat (Edgar G. Ulmer, 1934, USA): buiten het feit dat twee sterren uit die tijd tegenover elkaar komen te staan – Bela Lugosi en Boris Karloff – heeft deze knullige en ridicule prul niets te bieden.

Nieuwe Koreaanse cinema: (Chistophe Verbiest)

zuidkorea*Hanyo (= The Housemaid, Kim Ki-Young, 1960): zeer bizarre, soms spannende, soms afstotende thriller.

*The Isle (= Seom, Kim Ki-Duk, 2000): mooie, magisch-realistisch psychologisch drama vol prachtige maar ook gruwelijke beelden. Even poëtisch als schokkend.

*Old Boy (Park Chan-Wook, 2003): magistrale wraakfilm barstenvol schitterende scènes, stilistisch geweld en meeslepende wendingen. Een grandioze film. Bizar genoeg had ik deze film al eerder gezien zonder dat ik me ook nog maar één scène herinnerde. Dat vind ik des te opmerkelijker omdat ik dit nu echt wel een geweldige film bleek te vinden. Het geheugen is een raar ding.

*The Host (Bong Joon-ho, 2007): Indrukwekkende monsterfilm die in essentie, zo leerden we, eigenlijk een melodrama is. Hollywoodkost op zijn Koreaans, zou je kunnen zeggen (dit is de meest succesvolle Zuid-Koreaanse film), maar met zoveel vernuft, stijl en intelligentie gemaakt dat een Amerikaanse remake nooit hetzelfde niveau zou kunnen evenaren. Schitterend. Had ik ook al eerder gezien en opnieuw heel erg van genoten.

*Camel(s) (Park Ki-young, 2002): voor de liefhebbers. Een zwart-witfilm waarin twee personages de hele tijd converseren, grotendeels oppervlakkige praat, en de kijker het moet stellen met minutenlange shots van pakweg een lavabo of sushischaaltje. Vraagt van de kijker een grote inspanning en bereidheid.

Ik sloeg enkel 4 avant-gardistische kortfilms over, dus dat was 52 uur filmkijken.

 Voor cijfervreters, hier nog wat statistieken:

Sinds 1993 hou ik nauwgezet statistieken bij (destijds ook met terugwerkende kracht opgesteld). Ik zag tot op dit moment 2730 films (3134 als ik ook de films meetel die ik meer dan eens zag). 995 daarvan zag ik in de bioscoop (oei, daar duizel ik zelf wel even van). Bijna 500 ervan, ofte iets van een 18%, is niet-engelstalig. Dat cijfer blijft trouwens alsmaar stijgen. Bijna 1/5 van die niet-engelstalige films is Frans. Wat Belgische films betreft, staat de teller op 80.

De oudste film die ik zag, dateert uit 1921. Het meest films zag ik uit het jaar 2005 (184). Uit het boek 1001 Movies You Must See Before You Die, heb ik 270 films gezien.

De acteurs die ik het meest aan het werk zag zijn al jaren en jaren dezelfde: Robert De Niro (40 films) en Meryl Streep (37 films). Het zijn niet zozeer mijn favoriete acteurs, maar ze hebben gewoonweg al heel veel films gemaakt. In hun kielzog verandert er af en toe wel eens wat: momenteel zijn Anthony Hopkins, Dustin Hoffman en Nicolas Cage de opvolgers met 31 films en Michael Caine, Johnny Depp, Julia Roberts en Philip Seymour Hoffman met 30 films. Steven Spielberg en Woody Allen voeren de regisseurslijsten aan, eveneens simpelweg omdat ze zoveel films maken.

181 van die 2730 films beschouw ik als echt zéér goed of grandioos. En nu op naar de 3000!





De Flanellen Flop

26 02 2009

Enkele dagen geleden werd het volgende persbericht verstuurd:

Kinepolis schekokoflanel1nkt tweede leven aan Koko Flanel

Vanaf morgen 25 februari vertoont Kinepolis Group opnieuw de film Koko Flanel in zijn Antwerpse vestiging, Metropolis. Aanleiding van deze herlancering is de recentelijke onttroning van Koko Flanel (1990, Stijn Coninx) door Loft (2008, Erik Van Looy) als meest bekeken Vlaamse film ooit. Met 1 082 480 bezoekers kraakte Loft op 18 februari 2009 immers het record van 1 082 000 bezoekers dat gedurende 19 jaar op naam stond van Koko Flanel.

Maar de wedren is nog niet afgelopen. Loft draait nog steeds met succes in de Belgische bioscoopzalen, en vanaf morgen onderneemt ook Koko Flanel een moedige poging om zijn eer te verdedigen. Kinepolis wil zijn Vlaamse filmliefhebbers immers de kans bieden om de jarenlange nummer 1 (opnieuw) te ontdekken.

Om de spanning (met een knipoog) op te voeren, zal ook een teller geplaatst worden op de website van Kinepolis. Geïnteresseerden kunnen er een dagelijkse update vinden van het aantal verkochte filmtickets voor beide titels. “Koko Flanel” zal gedurende minimaal 1 week (25 februari – 3 maart) dagelijks om 20.00u op het grote scherm van Metropolis vertoond worden. “

Gisteren al bleek dat de actie allesbehalve een succes is. Urbanus, die vooraf niet op de hoogte was van de herlancering, voorspelde dat er maar een man of acht op de film zou afkomen. En dat is blijkbaar precies het aantal mensen dat in de zaal zat. Dat is ook meer dan aannemelijk. Dat klassiekers wel eens een nieuwe release krijgen, is niet nieuw. Maar wie is bereid 8 euro of meer te betalen voor een film die je niet alleen al gezien hebt, maar die ook regelmatig op tv wordt uitgezonden?

Ik ben niet meer zo geneigd mij te nestelen in de mislukkingen van anderen. Maar dat dit onnozele idee niet aanslaat, vind ik toch minstens een monkellachje waard. Daarmee wil ik niet afdoen aan de amusementswaarde van Koko Flanel. Maar de ene hype volgt niet noodzakelijkerwijs de andere op, beste Kinepolispersmensen. Zelfs met een knipoog niet. Of moeten we echt aannemen dat hier geen naijver mee gemoeid is?

Wie toch zou overwegen Koko Flanel op een groot scherm te bekijken, kan misschien beter even stilstaan bij het feit dat dit momenteel de mooiste bioscoopperiode is in de Vlaamse cinema’s. Op dit ogenblik vallen meer dan 10 zeer sterke films te bekijken (zoals Revolutionary Road, Frost/Nixon, Elève Libre, Valkyrie, Dirty Mind, Slumdog Millionaire, O’Horten, Stella, Unspoken, The Wrestler, Milk, Gran Torino, Doubt en als minst goeie uit het rijtje Benjamin Button) die uw aandacht veel meer waard zijn. Voor Vlaamse kolder kan u anders ook wachten op die nu reeds befaamde film van FC De Kampioenen.





‘t es weer gralèk in Oilsjt

20 02 2009

Terwijl mijn oorspronkelijke streekgenoten in grote getale in loodsen aan piepschuimen wagens staan te zwoegen, groteske pruiken passen en op de laatste minuut kostuums samenstellen met lampekappen en netkousen, blijf ik ver weg uit de Aalsterse buurten. Ik heb mijn portie carnaval wel gehad.

Niet dat ik er jarenlang de beest heb uitgehangen  – echt participeren in de zwijnerijen die gepaard gaan met carnaval heeft me nooit wat gezegd, ik hield bij een vorm van observatie - maar ik heb in mijn kindertijd wel geen enkele editie van de Aalsterse carnavalsstoet gemist. Ik heb dus toch enigszins sympathie voor de carnavalziel en heb naast de drank- en kotspartijen ook altijd oog gehad voor de indrukwekkende creativiteit waarmee dit volksfeest gepaard gaat. Niet alleen in technisch opzicht, meer nog  in concept en zelfs taalgebruik, zijn bepaalde uitvoeringen van wagens of kostuums echte pareltjes. Hoe plat het Oilsjters ook, in deze periode van het jaar hoor ik het graag aan.

Wat dat Aalsters betreft, doet niemand mij zo’n plezier als d’ Hiete Gerrekes, een uit heerlijke nonsens bestaand damesgroepje (tegen één van hen mag ik zelfs Aagje zeggen!) dat ieder jaar uitpakt met een vernuftige parodische cover vol aanstekelijke Oilsjters.  Echt waar, bij momenten zelfs even spitsvondig als Monthy Python.

Dit jaar staat Facebook centraal in het nummer en werd er voor een lollig filmpje gezorgd.

Ik moet wel toegeven dat ik twee nummers van vorige jaren nét iets sterker vond. Filmpjes zijn er blijkbaar niet van te vinden en een geluidsbestand op deze blog zetten kan ik ict-gewijs nog niet aan, maar wie geïnteresseerd is, kan hier eens klikken:

Wa ne zjiever en nog grappiger: Bachelor

Voor de een is tien dagen cinema het summum, een ander vindt vier dagen feesten met een bontjas aan het hoogtepunt van het jaar; dat iedereen zich maar op zijn manier amuseert. Veel plezier, Oilsjteneirs en aanverwante feestvarkens.





De door marketeers voorspelde consumptiedrift

15 02 2009

Ik baan me een weg doorheen stapels gratis boeken, cd’s en dvd’s én en plus een massa zaterdagvooravondvolk, binnensmonds vloekend want zo formidabel lijkt de actie ‘3 + 1 gratis’, die de welbekende keten voert, nu ook weer niet. Ik vind wel moeiteloos 2 zaken die ik sowieso zou kopen, maar er moet nog een derde en een vierde bij en je voelt dat je toegevingen doet die de marketeers voorspeld hebben: dingen kopen die je eigenlijk niet wil. Of die je wel wil, maar niet zou kopen als er geen actie was.

Het probleem van de actie is dat het (aannemelijk) de goedkoopste van je 4 aankopen is die gratis is. Ik zie wel dvd’s die ik wil, maar die zijn dan weer zo goedkoop dat ik er niet het gewenste voordeel uithaal. Ik pikte er al Little Britain Abroad uit, voor 12,5 euro en lager dan die prijs wil ik niet gaan. Leuke films van minder dan 10 euro laat ik dus liggen. Ik tref ook Before the Devil Knows You’re Dead aan, een grandioze film die echter wel 22 euro kost. Zo duur koop ik mijn dvd’s zelden. Maar de hete adem van de actie is al te voelen, dus ik geef toe. Bij de actieartikelen lijken verder geen films te horen die ik wil (The Darjeeling Limited schreeuwt om een aankoop, maar hij kost echt nog te veel – binnen enkele maanden gegarandeerd voor minder dan 10 euro), dus worden het boeken. Het 5e seizoen van The Wire verleidt me nog bijna, maar 61 euro is nog te veel voor deze formidabele serie. Op ebay vind je ze binnen enkele maanden voor minder dan de helft. Ik heb geduld.

gronda2Ik lees veel maar koop zelden boeken. Nu zie ik toch Paul Baeten Gronda  ’s Nemen wij dan samen afscheid van de liefde liggen, waar ik wel al wat van gehoord heb. Zijn columns zeggen me niet veel, maar even bladeren en ik stel meteen vast dat ik de stijl zeker zal kunnen smaken. Maar nu dat vierde artikel vinden? Het sluitingsuur nadert, zo wordt ons meegedeeld. Ik begin te zweten. Ik weiger resoluut zomaar wat mee te nemen enkel en alleen omdat ik dan ééntje niet hoef te betalen. Ik weeg in razendsnel tempo af. Te duur. Te onnozel. Te saai. Niets voor mij. Wat een half uur geleden nog een droom voor elke boekenfan leek, is nu afgebrokkeld tot een beproeving. Mijn oog valt gelukkig nog op een roman van Paul Auster, van wie ik al veel graag gelezen heb. Die zal het worden.

Tijdens het wachten aan de kassa denk ik met een zweempje weemoed terug aan iets wat zich in mijn kindertijd vaak voordeed. Met de ouders naar de GB, waar ik dan graag gedropt werd tussen de strips, die je daar mocht zitten lezen, ook als je ze niet wou kopen. Terwijl de boodschappen gedaan werden, verslond ik een strip of 5. Toch enigszins bizar was dat. Er zaten ook andere kinderen (Boris soms ook) en het personeel zei er nooits iets van. Een zeldzame keer stond er zo een soort rijdend opstapje dat winkelbediendes gebruiken (heeft dit een naam?) en dat was dan een gegeerd zitje. Maar het heeft opgebracht hoor, heren uitgevers, al dat gratis lezen. Nu ben ik immers een des te fanatiekere striplezer en – consument.

Ik pikte ook nog twee dingen mee die niet tot de actie behoren. De Kauwgomdief van Douglas Coupland staat al een half jaar op mijn verlanglijstje. Niet alleen ben ik verzot op zijn boeken, de roman is ook schitterend vormgegeven, in een box waarbij je zelfs een tweede boek bij krijgt (De handschoenvijver, geschreven door het fictieve hoofdpersonage van De Kauwgomdief). Die kost weliswaar 25 euro – tja, boeken zijn duur – maar dat wist ik vooraf en ik was ook gekomen om dit boek te kopen, een traktatie voor mezelf. Gezien de jubelende recensies zal dit trouwens geen miskoop zijn. Ook de prachtfilm The Three Burials of Melquiades Estrada wilde ik al lang en kan ik voor amper 8 euro niet laten liggen. 

Een snelle berekening terwijl ik in de ellenlange rij sta, leert me dat ik ondanks de actie en mijn voornemen slechts dat ene boek te kopen, toch over de 90 euro zal zitten. Een bedrag waar veel mensen nuttigere dingen mee kunnen doen maar daar moet het nu gelukkig niet over gaan.

Toch nog een meevaller. De winkelbediende kiest de verkeerde dvd als de goedkoopste, waardoor mijn rekening dan toch maar 80 euro bedraagt. Mij hebben ze dus niet liggen gehad, die marketingjongens!  





Afkicken van de cinema

19 10 2008

Vandaag had ik een onvoorstelbaar drukke schooldag, maar met mijn hoofd zit ik eigenlijk nog steeds in de cinema. Tijdens het 11 dagen durende filmfestival heb ik 32 films gezien en hoewel de gewone sterveling dat een niet te vatten aantal vindt en mij bijgevolg dan ook lichtjes gestoord verklaart, vond ik het eens te meer een waar genot. Zozeer zelfs dat ik vandaag alweer smacht naar een donkere bioscoopzaal. Ik ben de cinema dus geenszins beu.

Wat natuurlijk meespeelde was dat er vrij veel goede films op mijn programma stonden. Bovendien ging ik tijdens het festival ook full-time werken, waardoor de nood aan ontspanning groter was en eentonigheid geen kans kreeg. Differentiatie en rapportering enerzijds, beklijvend gezinsdrama of sociale komedie anderzijds, een evenwicht tussen twee zaken waar ik graag in op ga.

Die films zijn ook zo verschillend. Of het nu driehoeksverhoudingen zijn of verdwenen dochters, Dylan Thomas, chatkamers, spoorloze honden, jaren ‘80-muziek, Kafka in de psychiatrie, verbrande caravans, stelende huishoudsters, vuurspuwende vaders, borstkanker, gepensioneerde treinbestuurders of Jehova’s, een bont en smakelijk allegaartje van verhalen, thema’s, locaties, tijdperken en sferen.

De films kwamen overigens uit 12 verschillende landen. Voor cijfervreters: dat maakt dat van de 2567 films die ik ooit gezien heb, er 417 (16,2 %) niet-Engelstalig is. Een aantal dat tot mijn tevredenheid blijft toenemen. Frankrijk staat overigens op 1, met 82 geziene films.

Er stond ook een concert op het programma. Clint Mansell, de componist van de beste soundtrack ooit – Requiem for a Dream – kwam ons een uurtje hemelse filmmuziek brengen, elektronische muziek gecombineerd met strijkers en elektrische gitaren, … Nog steeds zitten de nummers in mijn hoofd. Blij dat ik er bij was en daarvoor zelfs een langverwachte film heb laten vallen.

Ik geef nog even mijn top 3 mee voor de geïnteresseerden:

1. Boy A: Een beklemmend, hartverscheurend Brits drama over een jonge kerel die tracht te rehabiliteren (recensie)
2. Stella: Wrang-nostalgisch jaren ‘70-drama uit Frankrijk over een ietwat marginaal kind dat naar een sjieke school gaat.
3. Ex-aequo voor de slotfilm The Wrestler, een teder portret van een gebroken man, sober en intens gefilmd en gespeeld, en Vicky Cristina Barcelona, een Woody Allen in optima forma: vlotte dialogen, spetterend acteerwerk, treffend zomers sfeertje.

Vanaf deze week draait Loft in de zalen. Van ontwennen zal geen sprake zijn.





Cinemaniak

6 10 2008

Zonder u daar vooraf enigszins over te berichten ben ik vandaag aan mijn jaarlijkse filmmarathon begonnen: de 35e editie van het filmfestival is officieus van start gegaan. Ik keek er al een tijdje naar uit en ben dus van plan hier flink van te genieten. Op mijn programma, zoals altijd samengesteld na veel wikken en wegen, puzzelen en schuiven, staan zo’n 33 films. 34 eigenlijk, maar één vertoning valt samen met een bijzonder concert van filmmuziek. Een film waar ik al héél lang naar uitkijk en een concert dat de soundtrackfanaat in mij doet jubelen. Dilemma, dilemma.  

Ik heb er al 2 films opzitten vandaag. Eén film bekeek ik tussen het lesgeven door (ik was anderhalf uur klasvrij, gevolgd door anderhalf uur pauze, dus ik spoedde me toen snel naar de cinema). En we zijn goed gestart, want Woody Allen’s Vicky Cristina Barcelona was een zeer genietbaar juweeltje!

Morgen ligt het weer nog even stil, maar vanaf woensdag vlieg ik er echt in. Tegen vrijdagavond zou ik 10 films willen gezien hebben, en in het weekend ga ik er nog eens 9 bekijken… De klas kan even de pot op, mijn directeur is verwittigd (en als hij dit leest, hij mag gerust zijn, alles is onder controle). De 10 dagen puur filmplezier kunnen beginnen, mijn equivalent van een vakantietrip. En ik hoef er niet eens congé voor te nemen.

(die beelden! die kleuren! die actrices! die dialogen!)





Godverdomse Humo

23 09 2008

Ik vind dat al die Dag Allemaal- en Flairlezeressen die zich vandaag vergisten door een Humo mee te nemen in plaats van hun traditionele leesvoer, enkel en alleen omdat ze zo een gratis boek kregen dat ze toch nooit zullen lezen want ze lezen eigenlijk helemaal nooit een boek  – de laatste poging was Slaap van Annelies Verbeke toen die in De Slimste Mens ter Wereld zat want dat was toch een toffe - maar het is nu eenmaal gratis en Dimitri Verhulst dat is toch die schrijver van dat boek met die sanseveria op de cover, waarover veel gepraat wordt, maar dat ze ook al niet gelezen hebben,  – dat al die mensen dus - eerst een mini-examen moeten afleggen aan de toonbank van de dagbladhandel om te bewijzen dat ze eigenlijk wel trouwe Humolezers zijn en als ze geen minimum van 2 op 5 halen, moeten ze een Goedele nemen in plaats van een Humo.

Dan was er misschien nog een Humo voor mij over geweest.





Op wereldreis in de cinema (2)

8 07 2008

Vorige week bracht ik zes dagen door op het Europese filmfestival van Brussel. Ik zag er 14 films en dat was na een bijna filmloze periode best deugddoend. Wat het hem vooral deed was dat het om zeer onbekende, niet-Amerikaanse producties ging waarvan ik vooraf vrijwel niets wist. Dat kan tegenvallen (Frans amateur-existentialisme of Japanse stilte stellen je uithoudingsvermogen danig op de proef), maar net ook heel erg meevallen. Of het dan om Spaanse soberte, Russische rauwheid of Zweedse zwartgalligheid gaat, zo’n (grotendeels) Europees dieet is wat elke filmfan af en toe nodig heeft. Om even te herbronnen, of om vast te stellen dat film zoveel meer is dan de bioscopen voor ons selecteren. Om te beseffen dat er zoveel manieren zijn om verhalen te vertellen of de werkelijkheid te vatten. En meteen bezocht ik op één week 10 landen. Is mijn vakantie ook wat waard.

Anderzijds zag ik vandaag twee prachtfilms die net het tegengestelde zijn van al het voorgaande: mainstream Hollywoodproducties zonder risico. Wall-E, de nieuwe Pixaranimatieprent, is een pareltje. Net als voorganger Ratatouille, een hartverwarmende, grandioze triomf die je doet lachen en huilen tegelijk. The Dark Knight, de nieuwe Batmanfilm, is dan weer vakmanschap van de bovenste plank, een intelligente blockbuster met topacteurs en een flinke dosis (popcorn)psychologie.

Het verschil in de wijze waarop film in deze twee situaties beleefd wordt, is enorm. Leve de diversiteit natuurlijk, al is het jammer dat een groot deel van het publiek (én de filmpers) daar zo’n beperkte visie op heeft. Ik bezie het maar eens als een vorming. Nu het vakantie is, leert de meester dus ook nog bij. Maar nu weer even pauze graag – zo’n filmweek is ook slopend! Gelukkig duurt de vakantie nog wel even…





Dun krantje, veel geleerd

3 07 2008

Als de vakantie me ergens tijd voor biedt, dan is het wel aan het lezen van de krant. Ik spoor deze week elke dag naar Brussel, waar het Europees filmfestival plaatsvindt, en op de trein lees ik mijn krant van voor naar achter.

De vaststellingen die ik na het doorploegen van de (dunne!) krant van vandaag deed:

*Mooie verwoording: ‘het is de eerste regering die van niet-regeren het kernpunt van haar bestaan heeft gemaak’, aldus Yves Desmet. Als je dan nog eens stilstaat bij de interne strubbelingen, momenteel bv tussen Joëlle Milquet en Annemie Turtelboom of de niet-benoemde Brusselse burgemeester die de Gordel afwijzen, besef je dat beroepsernst en constructivisme steeds zeldzamer worden. En ik zou als leerkracht bang moeten zijn om mijn mening te zeggen terwijl onze machtshebbers elkaar gewoon dwarsliggen!? Geert Bourgeois houdt zich intussen bezig met het tellen van Nederlandse liedjes op de VRT-radio’s. Ook zinvol.

*Murat Kapplan (of is het nu toch Kapplan Murat?) is vrijgelaten! Dat had zelfs hijzelf niet verwacht. Ik ben niet op de hoogte van het dossier en ik heb geen idee hoezeer deze gangster oprecht bereid is een nieuw leven te beginnen als brave mens, maar is deze vroege vrijlating toch niet een héél klein beetje alarmerend?

*Evenmin worden de Arabische prinsessen die hun huispersoneel mishandelden, gearresteerd. Men is er bij e Brusselse politie gerust in dat ze niet zullen weglopen. Maar misschien had een ruwe arrestatie, gevolgd door een nacht in de cel, de verwende nesten – al was het maar even – aan het denken kunnen zetten!?

*En dan al dat gezeik over het al dan niet heiligverklaren van Pater Damiaan. Wie ligt daarvan wakker? Maar in Rik Torfs’ verklaring, staat alweer een rake opmerking: ‘Wat Damiaan tegenhoudt is zijn relatie met de kerkelijke overheid, zijn opstandigheid. Gehoorzaamheid wordt vaak impliciet als onverenigbaar beschouwd met kritische zin.‘ Damiaan, mijn held! Er is blijkbaar nog niets veranderd.

*Els Cleemput, de woordvoerster van de federale politie is op non-actief gesteld om bizarre redenen. Mij viel vooral de vermelding op dat deze dame ‘wel eens verwikkeld raakte in conflicten die draaiden rond procedures en hiërarchie.’. Herkénbaar! Nog een bewijs dat mensen die hun mond opentrekken nergens geraken!
Verder is deze zaak echt wel te gek. De secretaresse van de commissaris-generaal zou geen andere vrouw aan de top verdragen hebben en haar baas aangezet hebben tot de detachering van de woordvoerster. In de beschrijving van de carrière van deze secretaresse (die met een diploma lager middelbaar een job versierd heeft die bestemd is voor universitairen) staat ook het relaas van een lagere school in Lessen die regelmatig privileges krijgt van de politie. De krant meldt dan droogweg; ‘Geheel toevallig gaan de kinderen van Sylvie Ricour (die secretaresse dus) naar die school’. Ik vind het frappant dat een overduidelijke illustratie van vriendjespolitiek en machtsmisbruik, oogluikend wordt toegelaten. En daarnaast het zoveelste verhaal van mensen die hun werk goed doen maar toch op een zijspoor worden gezet. Benieuwd hoe dit gaat aflopen.

*Tia Hellebaut is een metafoor. In zowel het artikel over de woordvoerster als het artikel over de staking bij Opel komt de hoogspringster ter sprake. Een miraculeuze promotie wordt in het ene artikel een ‘Tia Hellebautsprong’ genoemd, terwijl de vakbonden het opdrijven van de snelheid van de band in een ander artikel vergelijken met het verwachten van Hellebaut dat ze, als ze over 2 meter kan springen, ook over 2m02 kan springen. Interessant dat deze atlete zo haar stempel op de actualiteit kan drukken.

*Gent dreigt de geïndexeerde lonen van zijn ambtenaren (waaronder dus ook een aantal leerkrachten) niet te zullen kunnen betalen… Moeten we het met nog minder uren stellen? Het volgende schooljaar starten we alleszins met minder uren. Het aantal kinderen met een GOK-statuut (Gelijke OnderwijsKansen, dus kinderen die thuis een andere taal spreken, laaggeschoolde ouders hebben, enz. en daardoor dus mogelijk de school verzwakken zodat er extra uren nodig zijn) op onze school bedraagt 38% – wat al niet niks is – maar dat is blijkbaar nog veel te weinig in vergelijking met andere Gentse scholen. Er zijn er zelfs met bijna 100% GOK-kinderen! Begrip dus, maar ook enige ongerustheid.

*En ik ken ook weer eens een wielrenner!Dat overkomt me gemiddeld maar één keer per jaar. Humo had een boeiend interview met Mark Cavendish en met mijn Blokken-deelname in het vooruitzicht, poogde ik enige interesse hiervoor op te brengen. Ook over hem een artikel in mijn krant, maar opvallend genoeg met vrijwel allemaal dezelfde vragen!

*CD van de week is Soft Power (luister hier) van Gonzales (geen relatie tot José Gonzalez). Toevallig zag ik deze week net een film waarin muziek van deze artiest zat, waardoor ik – geheel tegen mijn gewoontes in – de recensie van deze cd las. Nieuwe artiesten leren kennen, gaat bij mij erg moeilijk, dus ik vind het al een hele prestatie dat ik die naam had onthouden. Weer eens een bewijs dat ik alles van films leer.

Om dus maar een zeer afgezaagde, naïef klinkende zin boven te halen: wat zijn kranten eigenlijk toch leerzaam. Jammer dat ik er niet meer aan toekom…





The Great Gustave

22 12 2007

Eén van mijn leerlingen – Gustave dus – maakte een schilderij dat me versteld deed staan.

 dscn6121.jpg

Ik vind het indrukwekkend dat een 11-jarige zo’n sterk beeld kan creëeren. Ik mag dat flink bewierooken, want het is niet mijn verdienste. Ik denk ook dat stempels als ’macaber’ of  ‘gruwelijk’ dit werk en zijn schepper oneer aandoen. Er zit meer achter, onder en in. Hier gaan we meer van horen!





A Hype is born

26 09 2007

niets.jpgHet is een feit: Ben X is een hype. Jammer, want zo worden de verwachtingen voor deze degelijke film wel erg hoog gespannen. Toen ik plaatsnam in de bioscoopzetel voor Nic Balthazar ’s debuutfilm – intussen al een maand geleden – was er weinig bekend over de prent. Meer zelfs, het gerucht ging zelfs dat het een bijzonder amateuristische bedoening zou worden. Dan is de verrassing des te groter natuurlijk. Maar u, de doorsnee filmliefhebber, hebt willens nillens al de opdracht gekregen de film maar goed te vinden, al is het maar omwille van het onderwerp.

Intussen zorgt deze film er ook voor dat Balthazar’s roman waarop de film gebaseerd is, intussen ook weer flink verkocht wordt. Nou ja, roman. Niets is alles wat hij zei telt amper 136 blz. – wat uiteraard niets over de kwaliteit van het boek zegt.

Tijd dus om – nog maar eens – even de aandacht te vestigen op het grandioze, meeslepende en niet weg te leggen Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht. Ook hier is het hoofdpersonage autistisch en dat zorgt voor een zeer bijzonder verteld verhaal (lees hier de recensie) dat eigenlijk pas echt een hype waard is.





Zorro in Zwalm

27 08 2007

De aanwezigheid van Boris’ kunstcollectief HAP volstond om onze familie op een zondagnamiddag de fiets op te krijgen om de Zwalmstreek te verkennen, waar in het kader van de tentoonstelling Kunst & Zwalm een aantal werken te bekijken waren in het Zwalmse landschap. Het werd een dag die op zijn minst bewogen te noemen valt en eens te meer een bewijs dat een samenzijn van al die eigenwijze en dramatisch onderlegde mensen steevast tot chaos leidt.

dscn4669.jpg

Bij het vertrek in Haaltert werden eerst de gepensioneerden verdeeld. Willy in wagen 1, Marie-Louise in wagen 2. Weinig kans op snelwegvrees voor Ria, want Zwalm bereik je het makkelijkst via binnenwegen. Een dutje voor de als vanouds onuitgeslapen Thomas. Nel in sportieve outfit en voorzien van energiedrankjes om de fietstocht aan te kunnen.

Zes fietsers dus, gevolgd door een wagen met de lichtjes immobiele Gerda als chauffeur en de senioren als passagiers. Al na één halte ontstond er discussie over de te volgen weg. In een vlaag van zinsverbijstering had de organisatie immers beslist géén bewegwijzering aan te brengen, met als doel hier het dwaze idee van een dolgedraaide artiest mee te ondersteunen. Als je dan een plannetje met fouten op in handen gedrukt krijgt, kan dat alleen maar mislopen. Toevallige voorbijgangers troffen dus een groepje fietsers aan die samengetroept stonden aan een autoraampje waarachter een behoorlijk luidruchtige bejaarde zijn mening gaf over de te volgen route.

Er werd een consensus bereikt (lees: iemands mening genegeerd), maar na nog een stop of twee werd eens te meer de verkeerde richting uitgegaan. Mea culpa. Schoolmeesters die de leiding in handen willen nemen, nooit een goed idee blijkbaar. Nel en Ria, verrast door de ‘bergen’, dienden intussen al hun leeftijd en bijhorende rammelende conditie, te erkennen. Het zag er niet naar uit dat zijaan dit tempo onze eindbestemming zouden halen. Peter en Thomas waren toen al uit het zicht verdwenen. De gsm liet zich dan ook onophoudelijk horen. Waar zijn jullie en waar zijn wij? Een verdeelde familie, letterlijk. Boris had er intussen flink de smoor in. Met deze familie kon je nu nooit eens iets normaal doen. Terwijl ik net dacht dat er al normale mensen genoeg waren.

Uiteindelijk, twee uur later – Nel en Ria hadden de fietsen al teruggebracht en Marie-Louise kloeg vanop de achterbank van de auto over het gebrek aan plezier – stonden we dan toch klaar om getuige te zijn van het schouwspel dat HAP dit keer had bedacht. Johan was aangekomen en maakte aldus samen met ons deel uit van het kunstwerk. Immers, het wachten en dus tengevolge ook de kijker zelf, maakten deel uit van de performance. Er ontstaat immers een harmonieus collectief van mensen die met zijn allen naar de horizon staan te staren en daar zit al een deel van de kracht van dit werk.

Om 6 uur precies (voor de geïnteresseerden: ieder uur tussen 2 en 6 in het weekend) verscheen Zorro aan de horizon. Met zijn paard stoof hij door de velden, zijn mantel wapperend in de wind, met zijn uitrusting een schitterend herkenbaar profiel vormend tegen de wolkenpracht die als achtergrond diende. Een steigering die het romantische beeld nog eens benadrukte en toen stoof hij weer weg. Amper vijf minuten lang maar we stonden er allemaal betoverd bij. In de ban van de speelse avontuurlijkheid waarmee HAP ons dit keer weer liet nadenken over betekenissen en beelden of over paarden en Zorro’s.

dscn4672.jpg

Of over aardappelen. De performance kreeg immers een vervolg. De door Zorro bereden strook aardappelveld, was immers ontdaan van zijn begroeing, zodat wie dat wou ook nog een zak echte Zorro-potatoes kon kopen en op die manier de kunstenaars nog steunde ook. Onze dag eindigde dus in schoonheid, daar waren we het deze keer nu wel over eens. Het obligate familiediner, inclusief zeegebakjes, sloot deze lichtjes hysterische dag af.

dscn4654.jpg

zorro22.jpg





Chuck Norris doesn’t sleep, but I do

21 04 2007

Boris nodigde me deze week uit om te komen kijken naar een theaterstuk, hoewel een performance eigenlijk een beter woord is. Chuck Norris doesn’t sleep, he waits had een veelbelovende titel en aangezien HAP een handje had toegestoken in de productie, verwachtte ik verrast te worden. Of minstens toch geboeid. Maar al snel bleek dat ik er helemaal niets van begreep. Niet dat ik gehoopt had op eechuck-norris-voor-site.jpgn plot, maar wel op een betekenis. En die was voor mij zoek. Dat kon gecompenseerd worden door het creëren van interessante beelden of situaties. Maar ook daarvan was geen sprake, vond ik. De opgevoerde taferelen stootten me eerder af. En ik was al geïrriteerd geraakt omdat de drie acteurs aan het begin van de voorstelling een context schetsten, wat erg vervelend was. Als een stuk een handleiding nodig heeft, hoeft het voor mij al niet meer. Ik genoot dan maar van de feestdis die veranderde in een vulkaan – knap gedaan van Boris – , maar verder liet het me allemaal koud. En dat vond ik eigenlijk erger dan dat ik het slecht zou gevonden hebben. Het laatste kwartier, een hilarische finale, vond ik dan weer best amusant, maar dan enkel omdat het appelleerde aan mijn voorliefde voor chaos.

Nu realiseer ik me dat dit wel een erg subjectieve reactie is. Hier kun je een genuanceerde en doordachte recensie lezen van iemand die er meer verstand van heeft. Ik ga er verder ook niet wakker van liggen. Maar toch  blijven enkele bedenkingen sluimeren. Iedereen maakt keuzes in zijn leven. En ik heb niet de pretentie het ene beroep een betere keuze te vinden dan de andere. Maar even durfde ik toch bedenken dat in al die maanden dat de makers van dit stuk bezig waren met de voorbereidingen ervan, ik mijn tijd toch een stuk zinvoller heb besteed, professioneel gezien dan. En uiteraard naar mijn maatstaven – want was is ‘zinvol’? In theorie wil ik de eerste zijn die alle creatieve en scheppende zielen aanmoedigt, maar nu ga ik daar blijkbaar bepaalde eisen aan koppelen, als publiek maar ook als belastingbetaler. Ben ik dan conservatief? Ik denk het niet. Ik hoop het niet. Ik apprecieer in film en literatuur vooral alles wat afwijkt van het conventionele. Ik ben geïnteresseerd in experimentele kortfilms en geniet van de uitdagingen die ze kunnen bieden om ze te begrijpen (lees hier een beschouwend artikel waar ik zelf erg tevreden over ben). M.a.w. ik denk dat ik mag stellen dat het onconventionele wél aan mij besteed is. En al blijf ik openstaan voor discussies, me dus willoos aansluiten bij de aanhangers van alles wat cultureel goedgekeurd is, behoort niet meteen tot mijn intenties.





Awoe Eddy Wally

13 04 2007

Eddy Wally wordt dit jaar 75. En dat moet gevierd worden, menen bepaalde lui die niets om handen hebben. Maar ik vraag me eigenlijk af wat er zo bijzonder is aan deze derderangs artiest? Hij is ‘een fenomeen’, zo zegt men. Waarom eigenlijk?

In de eerste plaats durf ik stellen dat Eddy Wally niet kan zingen. Hij heeft geen opvallend goede of mooie stem en kan amper toon houden. Daarnaast maakt Eddy géén goede liedjes. Hij heeft weliswaar voor enkele klassiekers gezorgd, monumenten in het Vlaamse muziekpatrimonium, maar dat wil eigenlijk niets zeggen. De Vlaming is nu niet bepaald een groot kunstliefhebber. Het is dus niet omdat iedereen het liedje kent of er veel exemplaren van verkocht zijn, dat het ook een goed nummer is. En daarmee bedoel ik, een knappe compositie, een interessante tekst, een originele melodie, e.d. Nee, de liedjes van Wally zijn gedrochten, net als zijn kostuums. Nietszeggend, onbeduidend gekwek op een kermisdeun gezet. Heeft de man trouwens de laatste twintig jaar nog een lied gemaakt dat (binnen deze context) van enige betekenis is? Ik meen van niet, al ben ik daar niet zeker van natuurlijk, ik ben niet thuis in het genre. Maar de zanger zet gewoon af en toe een beat op een oude hit of brengt een cover van afgedankte sterren, die we vervolgens nérgens te horen krijgen. Toch zou hij naar eigen zeggen de ene hit na de andere scoren.

En dat brengt ons bij de essentie. Eddy Wally is een gigantisch overschat ‘artiest’, en dan vooral door zichzelf. De man noemt zichzelf een wereldster. Hij heeft weliswaar al over de hele wereld opgetreden – zelfs in kitschparadijs Las Vegas – maar wat bewijst dat eigenlijk? Heel wat andere Vlaamse artiesten en groepen (The Confetti’s, K’s Choice, Deus, Zita Swoon en zelfs het onvergetelijke Def Dames Dope!) traden op in alle werelddelen, maar dat wil niet zeggen dat ze doorgebroken zijn, er rijk van geworden zijn en al helemaal niet dat ze daardoor wereldberoemd zijn. Bestaan er beelden van Eddy Wally in uitverkochte concertzalen  – en dan spreek ik over minstens duizend toeschouwers? Alleszins wel van zijn verschijnen in het Britse programma Eurotrash. Dat zegt eigenlijk genoeg. En dan wil ik niet beweren dat Wally liegt over zijn succes, maar wel dat hij geen enkel benul heeft van wat algemeen gezien als ’succes’ wordt beschouwd. Anderzijds: de man kreeg wel een standbeeld en was zelfs even in de running voor De Grootste Belg. Maar een tactiek zit daar niet achter. Als je lang genoeg doordraaft, wordt zelfs een grap ernstig genomen.  

wally1.jpg

Goed, misschien dat Wally als artiest door slechts een minderheid wordt gewaardeerd, maar velen vinden hem zeer entertainend en goed om eens flink uit te lachen. Maar zijn we na al die jaren niet uitgelachen? De clown bezig zien in panels en interviews, levert nu en dan nog wel eens eens hilarische beelden op, maar niemand lijkt zich te realiseren dat Eddy Wally volkomen wereldvreemd is, zich compleet onbewust van het hoe en waarom van het dagelijks  leven. Mensen die dus stellen dat Eddy Wally eigenlijk veel slimmer is dan hij zich voordoet en de grap gewoon meespeelt, hebben het bij het verkeerde eind. Eddy Wally is gewoon een domme oude man, die zich – let er maar eens even op – zelfs niet behoorlijk  kan uitdrukken. Ik vind zijn gestamel en versprekingen al lang niet meer zo grappig. Eerder triestig, vooral dan het feit dat sommige media nog steeds menen dat Wally nog iets te vertellen heeft. Ik zou hem liefst van al nergens en nooit meer aan het woord gelaten horen.

In zijn kielzog treffen we Mariëtte aan, dochter Marina en zelfs kleindochter Vanessa, allemaal extreem marginale figuren die de illusie van Wally als slimme ondernemer, tegenspreken. Te Ertvelde vertoeven ze in een wansmakelijk gedecoreerd villa’tje dat de het absolute gebrek aan stijl van de familie Wally in de verf zet. Ze zijn ook Wally’s vurigste fans. De man vertoeft dus dagelijks in een zelfgecreëerde droom. Met de dwazen en onverstandigen loopt het geluk mee.





My Life in Film: The Muppets & The Marx Brothers

5 04 2007

Op een foto uit mijn kleutertijd is te zien hoe ik al mijn duplo-ventjes samen laat troepen. Ik was gefascineerd door de diversiteit van de personages, al waren de verschillen eigenlijk miniem. Maar ik bedacht bij elk ventje een eigen identiteit, die vooral gebaseerd was op archetypische kenmerken. Iemand met een bril was slim. Iemand met een hoge hoed was oud en deftig. Zwart haar stond voor moed, blond haar voor onschuld. Enz.

Ik was ook dol op de smurfen, waar ieder maar één persoonlijkheidskenmerk had. En op Jommeke, waar al die personages uitvergroot werden (Dikke Springmuis! Mic Mac Jampudding! Professor Gobbelijn! Madam Pepermunt! Tita Telajora!).   Het allerleukste vond ik de avonturen waarbij zoveel mogelijk van die personages betrokken waren. Ik hield van de interactie tussen alle personages. Het Jubilee, het honderdste album van Jommeke, was mijn favoriet, want voor het eerst kwamen al die typetjes samen. Ook de Kuifje- en Nerostrips trokken me aan vanwege de zeer diverse en soms compleet van de pot gerukte personages (Clo-Clo! Tuizentfloot! Jansen en Janssen! Bianca Castafiore! Madam Pheip!).

   

Het spreekt voor zich dat ik op televisie gelijkaardige dingen zocht. Bestaan er gekkere figuren dan The Muppets? Ik ben nog altijd dol op de gezonde nonsens die deze kleurrijke, gevarieerde groep geschifte beesten brengt. Op al die heerlijke personages als Kermit, Miss Piggy, Fozzy Bear, The Great Gonzo en zijn kip CamillaScooterRowlf, de Zweedse kok, Animal, Dr. Bunsen Honeydew en zijn assistent Beaker, Rizzo the Rat, Sweetums, Sam the Eagle, Sgt. Floyd Pepper en Janice en natuurlijk Statler en Waldorf. Is er ooit een leukere groep personages bedacht? Want niet alleen zijn The Muppets grappig, vaak zelfs subversief, ze beschikken ook over een zeer uitgewerkt, consistent karakter. De interactie met echte mensen verliep dan ook feilloos (Gert Verhulst, eat your heart out) en vandaar dat ook de eerste drie films van de Muppets (The Muppet Movie, The Muppets take Manhattan en The Great Muppet Caper) tot mijn favorieten behoren. Ik kan ze blijven herbekijken (al bestaan ze nog niet allemaal op DVD!), niet alleen vanwege die figuren, ook vanwege die nostalgische, Amerikaanse sfeer. En ook een klein beetje vanwege de soms nogal melige liedjes… die ik zelfs op CD heb, maar sst, dat houden we onder ons.

Nu was ik niet alleen gefascineerd door interessante personages, hoewel toen wel de fundamenten voor mijn latere soapverslaving en voorliefde voor het betere televisiedrama werden gelegd, dat is duidelijk. Maar The Muppets stonden ook voor chaos. Decors vielen om, iemand werd opgegeten door een monster, kippen werden weggekatapulteerd, er vonden explosies plaats, … André Van Duin en John Cleese, twee van mijn jeugdidolen, waren ook al zo bedreven in het creëren van chaos. In de sketches van Van Duin liepen dingen verkeerd. Misverstanden die escaleerden. Fawlty Towers ging nog een stap verder. Misverstanden werden tot in het absurde doorgetrokken. Lijken vielen uit de kast. Elandenkoppen vielen van de muur. Mensen verkleedden zich. Iemand werd nat gespoten. Of de klassieker: iemand kreeg een taart in het gezicht. Ik lag altijd in een deuk, gegarandeerd. Ook de avonturen van Louis de Funès waren aan mij besteed natuurlijk. Mevrouw Ten Kate, voor wie dat wat zegt. The Freggles. Laurel en Hardy. The Simpsons uiteraard!   

   

Terug naar mijn speelgedrag. In het begin was er nog geen sprake van dramatische ontwikkelingen in enge zin in de verhaaltjes die ik speelde. Geen intriges of crisissen. Het enige wat ik mijn lego- en playmobilpersonages liet overkomen, waren rampen. Aardbevingen, stormen, overstromingen, kettingbotsingen, enz. Natuurlijk ging er niemand dood. Het punt was gewoon chaos te creëren en de personages even van de wijs te brengen. Zo’ n legostad (en die was bij ons echt wel enkele vierkante meters groot!) werd dan nadien weer helemaal opgebouwd – wat uren duurde – om er weer een vliegtuig te laten op neerstoren. Ik stond er op dat moment niet bij stil, maar ik hield van chaos. Niet in werkelijkheid, maar in mijn fantasie. En op het grote scherm. Rampenfilms als The Poseidon Adventure, bv. 

En toen ontdekte in eindelijk zo’n film waarin die twee dingen – een variatie aan personages en een situatie die in chaos uitmondt – samenvielen. Ik herinner me niet dat ik ooit harder gelachen heb dan met de film A Night at the Opera, van The Marx Brothers. Een echt goede film is het niet. De plot is zwak en in feite is het verhaal niet erg interessant. Maar één klassiek geworden scène doet het hem. Groucho Marx, de snuggerste, meest gevatte en beroemdste Marx Brother, bevindt zich aan boord van een schip, in zijn kajuit. Tot zijn verbazing treft hij in zijn bagage niet zijn kleren aan, maar zijn twee boers – waarvan er één slaapt – en hun vriend. Vervolgens bieden er zich allerlei mensen aan in de kajuit: twee machinisten, vier bedienden met grote schotels vol eten, een manicuriste, iemand die de telefoon wil gebruiken, een poetsvrouw, twee dames die de bedden komen opmaken, iemand die haar tante Minny zoekt enz. De kleine kajuit wordt steeds voller en voller en de slapende broer is een behoorlijke lastpost. En dan komt de dame aan met wie Groucho een afspraak heeft. Zij trekt de deur van de kajuit open en iedereen rolt naar buiten. Scène afgelopen.

Ik vind deze filmscène het toppunt van hilariteit en ze mag beslist gelden als mijn favoriete filmscène aller tijden. Ik hou van het feit dat die personages ernstig reageren op een bijna onmogelijke situatie. Waarom komen ze binnen ondanks het feit dat de hut al vol is? Groucho zelf ziet er wel de grap van in. Hij heeft perfect door dat niemand zijn job kan doen in die situatie, maar laat niettemin nog meer mensen naar binnen. En tenslotte is er dan vrij onverwachte beeld van die dame die de deur opentrekt. Je ziet het niet echt aankomen. Die kleine verrassing is het perfecte einde van een juweel van een scène.

Ik moest The Muppets en The Marx Brothers dus wel in één stukje samenbrengen. Ze definiëren mij in zekere zin. Nog altijd ben ik verlekkerd op chaos, al zijn de meeste rampenfilms barslecht. Nog altijd koester ik goede fictieve personages, al slagen heel wat series en films er niet in personages tot leven te brengen die meer zijn dan stereotypen. En af en toe durf ik zelfs fantaseren dat de werkelijkheid op zijn kop wordt gezet door van die chaotische toestanden.  Dan rijdt een auto het café binnen waar ik zit of overstroomt de school waar ik werk. Er valt een meteoriet op het huis van de buren of er landt een ufo op de markt van Haaltert. De trein ontspoort of de cinema staat in brand. Paniek, hysterie, chaos, maar geen doden uiteraard. Niets macaber dus aan dit soort heerlijke fantasieën die de werkelijkheid op zijn kop zetten. Ik hoop dat ze nog lang in mijn hoofd mogen rondsluimeren.





My Life in Film: E.T.

7 03 2007

Ik werd al van kleinsaf aan meegenomen naar de bioscoop, al was er nog geen sprake van multiplexen en was het dus maar naar de Palace in Aalst. Mijn eerste bioscoopfilm was The Aristocats, maar toen ik 6 was, mocht ik mee naar mijn allereerste échte film in de cinema: E.T., in 1983. Met mama en tante Ria, terwijl Boris, die nog te klein was, thuis bleef bij papa.

Ik herinner me nog veel van die film, al denk ik niet dat het aandoenlijke wezentje mij echt iets deed. Het bleef me bij hoe hij op een bepaald moment bewusteloos en lijkbleek in het water werd aangetroffen. En toen Elliott – het jongetje dat E.T. redde – op het einde op een bed moest liggen en via allerlei draden verbonden werd aan een machine, vond ik dat erg fascinerend. Ik was in ieder geval de hele film door geboeid en bleef braaf zitten. Maar ik bekeek het toch allemaal maar vanop een afstand. Ik was wellicht nog te klein om emotioneel betrokken te zijn, denk ik.

Ik kreeg toen een poster van E.T., wat me achteraf beschouwd wel wat vreemd lijkt. Uiteindelijk is E.T. niet bepaald postermateriaal. Om één of andere reden kwam de poster maar niet aan de muur. Enkele jaren later zag ik deze blockbuster terug op televisie. De beginscène in het maïsveld vond ik angstaanjagend. Ook gedurende de rest van de film, joeg E.T. me de stuipen op het lijf. Hij leek wel een misvormde, slijmerige, grootogige hond en hij maakte nog enge geluidjes ook. Het drong langzaam tot me door dat dit eigenlijk een regelrechte horrorfilm was! Ik was maar wat blij dat E.T. op het einde zijn biezen pakte en van onze aardbol verdween. Kort daarop werd de poster van de vriendelijke alien dan toch opgehangen, zonder dat ik er om gevraagd had. In mijn bed werd ik door E.T. aangestaard. Ik kon er niet naar kijken. In elke donkere ruimte die ik sindsdien binnen stapte, meende ik E.T. te herkennen. ’s Nachts meende ik hem onder mijn bed te horen.

Lang heeft dat niet geduurd. Ik zag kort daarop een klein stukje van The Gremlins en zij mochten E.T. vervangen in de nachtmerries van de daaropvolgende jaren. Ik bekeek E.T. nog een keer, en ik vond er niets eng meer aan. Plots vond ik dan toch een meeslepende film die me ontroerde en die ik nu met veel plezier herbekijk. En ik slaap goed.





Vlaamse films

22 02 2007

Alvast gezien in de bioscoop: Dagen zonder Lief, de tweede film van Felix Van Groeningen (Steve + Sky). Een schot in de roos. Rake, overdachte cinema. Om te lachen en te huilen. Vanaf 21 maart in de bioscoop.
De steengoede soundtrack is van jazzmuzikant Jef Neve, gisteren nog te gast in De Laatste Show.


En mocht u zich nog afvragen wat ik van het ‘controversiële’ Ex Drummer vond – want dat vergat ik te vermelden: ik werd er niet warm of koud van. Mooi gemaakt, lekker rebels toontje, maar uiteindelijk deed het me allemaal niets.