Over films en herinneringen
In exclusief mannelijk gezelschap kwam na een bioscoopbezoek afgelopen week de vraag ter sprake welke films ons tot tranen toe hadden ontroerd. Tot Altijd alvast niet, daar waren we het over eens. Wat de heren in mijn gezelschap dan wel naar hun zakdoek deed grijpen, hoeft niet bekend gemaakt te worden (al was het maar omwille van enkele kleffe films die in aanmerking bleken te komen), maar ik dacht over mezelf maar eens een zakdoekje open te doen.
Een film aangrijpend vinden, kost me geen moeite. Dat gebeurt zelfs zeer regelmatig. Ontroerd zijn door films, het overkomt me ook vaak. Maar écht tot tranen toe bewogen zijn, schaamteloos zitten snikken bij een film? Ja hoor. Hoewel ik immuun ben voor tranige drama’s vol vals sentiment, overkomt het me zeer regelmatig dat ik een traantje wegpink bij een film en ik maak er geen punt van dat te bekennen.
In het ophalen aan de herinneringen daaraan, stel ik vast dat ik de Hollywoodval dikwijls weet te ontwijken. Ik heb het gewoon niet voor die nadrukkelijk manipulatieve tearjekkers, zeker niet als die van romantische aard zijn zoals P.S. I Love You of The Notebook, hoeveel beminde helden er ook de geest geven en hoeveel geweeklaag dat ook oplevert van de achtergebleven geliefden. Ik raak weliswaar onder de indruk van waarachtig drama, sociale ellende, ziektes en plotse sterfgevallen in films, maar dat doet me toch niet meteen naar een zakdoek grijpen.
De lijst van films die dat wel doen, is dan ook erg gevarieerd en het valt me moeilijk precies te duiden waar de ontroeringsfactor zich bevindt. Overwinningen doen het hem vaak, herenigingen en kinderleed. Maar toch valt moeilijk te voorspellen wat voor soort films me nu echt laat snotteren. In willekeurige volgorde:
Man on the Moon
Een formidabele Jim Carrey kruipt in de huid van de vaak misbegrepen, aan kanker lijdende komiek Andy Kaufman. Hoewel extreem cynisch en brutaal, wordt de man in het aanschijn van de dood goedgelovig en week, zo laat deze prachtige film ons geloven. Dat vond ik al behoorlijk aangrijpend, maar in combinatie met de overtuigende Carrey – die het personage zo echt maakt – en natuurlijk de nostalgische, weemoedige soundtrack van R.E.M., leverde deze film me flink wat tranen in de ogen op. De scène waarin de aanwezigen op een afscheidsviering samen zingen, was op het randje, maar van cruciaal belang daarbij.
Invictus
Ik vrees dat ik deze film net iets te veel merites toedicht, maar waar ik een zakelijk verteld, klassiek biografisch verhaal verwachtte, kreeg ik van Clint Eastwood een hartverwarmend relaas waarin ik vooral getroffen werd door de doortastende en edele houding van Nelson Mandela om via het nationale rugbyteam zijn land te herenigen en de manier waarop de spelers dit als een roeping op zich wilden nemen. Glorieuze sportieve overwinningen raken me vaak (in films!) en dan in zo’n pacifistische context gegoten, des te meer. Natte wangetjes.
Salvador
Deze Spaanse film streefde eveneens net iets te nadrukkelijk naar een emotionele beleving, maar om de feiten kun je niet heen: het wrede lot van Salvador Puig Antich, een rebel en volksheld, was onverdiend. De film belicht de zaak eenzijdig en focust op de familiale verhoudingen, waardoor de kijker best gemanipuleerd wordt, maar niettemin was ik toch wat van de kaart door de film en liet de verstommende afloop – die ik niet zag aankomen – me naar de zakdoek grijpen.
Troubled Water
Deze Noorse film over boetedoening en vergeving – thema’s die ik graag aan bod zie komen in films – wist met zijn onthutsende finale een heleboel emoties los te maken. In theatrale muziek gedrongen drama’s over goedmenende mensen… dat werkt wel bij mij.
Quando Sei Nato
In deze Italiaanse film van de regisseur van La Meglio Gioventù valt een jongen van 12 ‘s nachts overboord zonder dat iemand dat merkt. In de onmetelijke oceaan roept hij hulpeloos op zijn vader, terwijl hij de dood ziet naderen. De rest van de film is zeer te pruimen, maar die indringende, benauwende scène alleen, met als protagonist zo een bewonderenswaardig verstandig en sociaal kind, wist me helemaal te verscheuren. Ik zag de film enkele weken na de dood van Jelle, dus dat zo ook wel meegespeeld hebben.
The King’s Speech
Deze recente succesfilm is natuurlijk hapklare koek voor een groot publiek, maar de strijd van een man die, omwille van een ongevraagde positie die van groot belang is voor de éénheid van zijn land, zijn spraakgebrek moet overwinnen, met de onmetelijke steun van vrouw en therapeut, deed me huilen van ontroering.
The Pursuit of Happyness
De meest valse noot in dit lijstje, denk ik, een schaamteloze Hollywooddraak waarin een alleenstaande vader alles op alles zet om zijn droomjob te pakken te krijgen en zijn zoon een toekomst te bieden. Zou dan nog waargebeurd zijn ook. Will Smith wist me helemaal te overtuigen in de rol van liefdevolle doorzetter en ondanks mijn besef van opgedrongen sentiment, zat ik na zowat de hele film door te sniffen, en op het eind volop te snotteren.
Les Petits Mouchoirs
Een Franse ode aan vriendschap, overtuigend geacteerd en realistisch uitgebeeld, waarin het drama toeslaat wanneer een vriend overlijdt. Je film laten eindigen met een begrafenis: Guillaume Canet bereikte er mee wat Nic Balthazar niet kon: het verhaal betrekken op de kijker en je zo een kijk te gunnen op de emoties van de personages. Ik hield het niet droog dus.
Wall-E
Het Pixarrobotje Wall-E is een wel heel aandoenlijk personage natuurlijk. Terwijl veel critici de eerste helft van de film bewonderden omwille van de gedurfde neerslachtige sfeer, zat voor mij de kracht in de scène waarin Wall-E en zijn geliefde Eve herenigd worden in de ruimte, elkaar verlangend in de armen vallen en in hun dolle liefde een prachtig ruimteballet uitvoeren. Het bleef niet bij het wegpinken van een traantje.
Without a Trace
Dit is een speciaal geval. Without a Trace is een film uit 1983, die ik als kind zag en opnieuw bekeek ergens in de jaren ’90. Het is een sec verteld, onsentimenteel verslag over de zoektocht naar een vermist kind. Na een poos verstomt de heisa, maar de moeder blijft wanhopig geloven in een goede afloop. Eén agent bijt zich vast in de zaak. De film eindigt met een lange climax waarbij het teruggevonden kind in een karavaan van tientallen politiewagens naar zijn moeder teruggebracht wordt. De muziek zwelt aan, intussen zien we de moeder argeloos boodschappen doen. Het jongetje beseft evenmin wat er aan de hand is. Onder de ogen van een massa volk, gelokt door de politiesirenes, krijgen moeder en zoon elkaar weer te zien. Op haar gezicht zie je in één seconde het besef doorbreken: de nachtmerrie is over – wat een vertolking van Kate Nelligan! – en dan volgt een weergaloos elkaar-in-de-armen-vallen terwijl de muziek een hoogtepunt bereikt. Deze afloop mag je gerust stroperig noemen, de film zelf is zo oprecht en waarachtig dat je je niet bekocht voelt. Een hele zakdoek vol gesnotterd en op het internet vind je tal van gelijkaardige emotionele waarderingen voor deze intussen onvindbare film, waarvan ook geen fragmenten on line te vinden zijn.
Er zijn er misschien meer, maar momenteel zijn dit zowat de enige films waarvan de herinnering aan overstromende ogen nog vers is. En natuurlijk zijn er nog een heel pak films waarbij ik een krop in de keel had of wat vocht in de ogen. Maar ik heb me dus beperkt tot de tranentrekkers.
Lees eventueel ook:
My Life in films: The Bonfire of the Vanities







Voor alle duidelijkheid, het volledige aantal films dat ik ooit gezien heb, bedraagt momenteel 2753. Het is misschien wat bizar een onderscheid te maken tussen bioscoopfilms en het aantal geziene films tout court. Gezien is gezien toch en wat voor zin heeft dat onderscheid? Maar in 1992 ben ik begonnen met het oplijsten van films die ik in de cinema zag om zo mijn jaartotaal overzichtelijk te houden en om de diverse jaren te kunnen vergelijken, ben ik dat blijven noteren. Aangezien ik toen ook nog al mijn ticketjes bewaard had van alle films die ik sinds 1989 of zo gezien had en ik verder goed in mijn geheugen gegraven heb, viel dat zelfs nog te reconstrueren voor voorgaande jaren. Zo meen ik intussen zowat zeker te zijn dat de lijst volledig is vanaf mijn allereerste bioscoopfilm.
Akkoord, de mensen in wie ik CD&V het sterkst verpersoonlijkt zien, zijn net wat naar de achtergrond verdrongen:
van Vlaanderen. En dat is dan nog flatterend bedoeld, want Macy is wel een erg goede acteur. Om maar te zeggen: Peeters is inderdaad niet het met gouden brilmontuur en zuur lachje getooide typische CD&V’ertje, maar de glamour van Italiaanse villa’s, martini en nespresso is ver te zoeken. Peeters doet me op zijn best aan een verdienstelijke bankdirecteur denken die ik niettemin van enige beschetenheid zou verdenken. Nee, dan stem ik nog liever voor 









U zei?