In Canvascollectiekrijgen heel wat kunstenaars, would-be-kunstenaars en pseudo-kunstenaars te horen dat ze ‘niet weerhouden’ worden. Dat blijkt jammer voor hen te zijn, terwijl ze eigenlijk verheugd mogen dromen van roem en rijkdom. ‘Iets weerhouden’ betekent immers ‘tegenhouden of beletten’. De kunstwerken of knutselarijen die dus ‘niet weerhouden’ zijn, worden dus eigenlijk ‘niet tegengehouden’ en zijn dus in feite wél geselecteerd.
Deze hardnekkige taalfout blijkt niet te bannen uit ons taalgebruik. In 1992 of ergens daaromtrent kreeg ik van VTM te horen dat ik ‘niet weerhouden’ was om deel te nemen aan De Vraag van 1 Miljoen. Ik vond dat een verwarrend bericht en las de brief keer op keer na. Het was me duidelijk dat er geen miljoen te rapen viel, maar waarom maakte men mij dat duidelijk met een uitdrukking die precies het omgekeerde betekent? Ik zocht dit op om zeker te zijn en sindsdien is dit één van die taalfouten die me nooit ontgaan.
De juryleden van de Canvascollectie lijken me intelligente mensen. Dat betekent niet dat ze geen taalfouten mogen maken. Maar de uitdrukking ‘niet weerhouden’ is zo’n vastgeroeste fout die ik vooral associeer met mensen die niet gewend zijn zich in standaardtaal uit te drukken en dan maar hun toevlucht nemen tot dooddoeners en clichés. Het soort mensen dat ook ‘daar’ zegt als ze ‘aangezien” bedoelen of zijn familienaam voor de voornaam zet. Mijn naam is Vanderborght Roger en daar ik op het ministerie tewerkgesteld ben, ben ik woonachtig te Moorslede. U weet wel.
Lieden die een plaats in de jury van Canvascollectie krijgen, zouden belezen, kritische, welbespraakte mensen horen te zijn. En daarvan verwacht ik dat ze het woord ‘weerhouden’, in welke betekenis dan ook, naar het rijk der vergeten woorden verbannen.
Het is intussen al vier jaar geleden dat ik dit stukje schreef, uit ergernis omdat zo veel vrouwelijke sidekicks zich wentelen in onnozelheid. Linde Merckpoelmoest het ontgelden – dat was niet zo aardig van mij – en blijft met dat artikel ook nog steeds opduiken wanneer Googelaars haar naam intypen. Is er intussen enige verbetering zichtbaar?
Vanochtend stond mijn radio zo min of meer per ongeluk weer op Studio Brussel. Ik dacht dat even te verdragen en was benieuwd waarmee het olijke duo Thomas De Soete/Linde Merckpoel me wakker zou weten te krijgen. Dat bleek rond kwart voor zeven een rubriek te zijn die gewijd was aan het moppentalent van Linde.
Ik kan me geen onaangenamer begin van mijn nieuwe werkweek voorstellen, eerlijk gezegd. In enkele seconden schoot mijn bloeddruk omhoog, als gevolg van de zenuwslopende wijze waarop Merckpoel de grap ten berde bracht. Ik waande me een kleuter van 5 die door de juf werd toegesproken alsof ik 2 was. De geforceerd vrolijke, haast hysterische wijze waarop Merckpoel met schelle stem haar verhaaltje naar de hoofden van pas ontwakende luisteraars slingerde, was een ware marteling. Terwijl de nadrukkelijk gearticuleerde zinnen tegen mijn hoofd beukten, kon ik maar één ding bedenken: heeft Linde Merckpoel al een keer naar zichzelf geluisterd?
De radio als kweekvijver voor televisie-persoonlijkheden… ik blijf me afvragen wat iemand ooit in dit mens zag en hoop haar de komende vier jaar opnieuw ver buiten mijn gezichts- en vooral gehoorsveld te houden. Botte kritiek, ik weet het, maar het moest er even uit.
In aanverwante ergernis: ook An Lemmens ‘ naam viel destijds, toen het over kinderlijke presentators ging. Zij heeft het intussen helaas wel tot een echte tv-persoonlijkheid geschopt en dat blijf ik een groot mysterie vinden. Heeft nu werkelijk nog geen enkele tv-bons met een minimum aan kritische ingesteldheid eens vijf minuten naar Lemmens gekeken of geluisterd? Ik zie echt niet meer dan een babe die met alle moeite van de wereld de autocue tracht af te lezen, met een gigantisch gebrek aan naturel. Eens die voorbereide tekst wegvalt – bij een gesprekje met een kandidaat bijvoorbeeld – verdwaalt Lemmens al meteen in een bos van onnozele vragen en slaapverwekkende dooddoeners, alsof ze een bomma op de markt is. Lemmens presenteert niet, ze speelt dat ze presenteert. Haar mimiek heeft ze daarbij geenszins onder controle.
Nu kan je dat wel makkelijk als zure praat van een geërgerde kijker beschouwen, maar mijn essentie is: heeft An Lemmens ook maar eens van iemand enige instructie gehad? Is ze op wat voor wijze dan ook opgeleid om een programma te dragen? Televisiepersoonlijkheid noemen ze dat. Dat is dus synoniem voor poppemieke dat voorgekauwde praat uitkraamt. Zet daar iemand als Rani De Coninck of Francesca Vanthielen naast en je merkt het verschil meteen. De programma’s van deze dames kunnen me evenmin boeien, en de dwingende familiaire toon die op vtm gemeengoed is geworden tegenover allerlei kandidaten, is een zwak, maar verder kunnen deze dames zowat alles aan. Die hebben persoonlijkheid, al hoef ik ze daarom niet eens tof te vinden.
Er zijn ongetwijfeld nog tal van andere tv-kippen die dezelfde kritiek verdienen – Saartje Vandendriesscheis zelfs een kip zonder kop – maar ik ambieer nu eenmaal geen alles beslaande thesis. Enkel een ouderwets stukje zagen.
Ik ben het een beetje beu, al die trezekes en poppemiekes die hun zwangerschap, zelfs al is het nog maar een vage luchtophoping, aanwenden om het slachtoffer uit te hangen.
Goed, dat is de ongenuanceerde essentie. Nu even kaderen.
Enkele maanden geleden werkte ik als vrijwilliger mee aan de boekenverkoop van de Gentse bib. De taken werden beschreven en de medewerkers kregen de vrijheid om onder elkaar uit te maken wie wat zou doen. Een jongedame, het buikje amper gewelfd, protesteerde. Bepaalde taken kon zij niet uitvoeren want ze was zwanger. We hebben het hier over rechtstaand boeken sorteren. Niet over rodeorijden of bungeespringen.
In de trein mogen zwangere vrouwen in eerste klasse plaatsnemen. Vanaf wanneer zo’n zwangerschap als dusdanig zwaar beschouwd wordt dat een zitje in tweede klasse een marteling is, is onduidelijk. Dat vind ik niet erg, profiteer gerust van dit recht. Maar zit daar dan alsjeblieft niet met een loden ernst over dat buikje te wrijven alsof u ieder moment verwacht dat een echte eersteklassereiziger satansgewijs zijn klauwen in uw schoot plant en uw dierbare vrucht er uit rukt en door het raampje zwiert. U bent zwanger. Niet ziek.
Vandaag bracht ik een dame die deelnam aan de rommelmarkt op DOK op de hoogte dat het de bedoeling was de auto snel uit te laden, zodat die het terrein kon verlaten om plaats te maken voor andere wagens. ‘Dat zal niet gaan, ik ben zwanger en ik ga me dus niet opjagen, ‘ was het antwoord. Verontwaardigd ook nog, dat ze haar spullen van de auto tot de standplaats moest dragen. Haar zwangerschap was onder jurk en jas nog niet eens zichtbaar.
Ik wil gerust aannemen dat een zwangerschap wat doet met uw lichaam. Lig gerust plat als de dokter u dat voorschrijft. Klaag in de laatste weken gerust wat af. U hoeft me niet te overtuigen van de kwaaltjes en pijntjes die dat zwanger zijn met zich meebrengt. Maar vanaf dag één? En als u dan wél vindt dat dat ongeboren kind u hindert in uw doen en laten, blijf dan thuis en neem dan maar niet deel aan allerlei activiteiten waarvan u verwacht dat de organisatie en andere deelnemers zich moeten aanpassen aan uw zwangerschap.
Eeuwen en eeuwen hebben vrouwen kinderen gedragen, onder onmenselijke omstandigheden soms. Voor verworven rechten is flink gestreden. Maar intussen hebt u alles wat u nodig hebt, me dunkt, om zalig zwanger te zijn. Ik leef graag met mee met uw geluk, maar niet met uw zelfgecreëerde slachtofferschap.
Zo nu en dan programmeert men bij Kinepolis een moeilijke film. Momenteel is dat bv. Le gamin au vélo of The Tree of Life, – twee aanraders overigens – films waarbij de doorsnee Lorenzo na twee minuten zijn gsm bovenhaalt om te zien of ze hem niet ergens dringend nodig hebben. Men noemt dat daar ‘de andere film’.
Waarom dat zo per se in een vakje moet gestopt worden, weet ik niet, maar als het daarmee macho’s en nacho’s afstoot, mogen ze het van mij gerust ook ‘films met hersens’ noemen. Ik ben sowieso al blij dat men dit soort producties ook daar wil programmeren, want het genot van een groot scherm wordt ons door de kleinere, cinefiele cinema’s toch vaak onthouden.
Vorig jaar promootte Kinepolis deze films met een nogal dwaas spotje waarin Ozark Henry als een hedendaagse sjamaan zijn woorden tot de hemel richt in de hoop dat er een meesterwerk op zijn kop valt, of zoiets. Er werd terecht nogal lacherig gedaan over deze poging tot cultureel verantwoorde reclame. (in zwart wit gefilmd en al!) Maar wat heeft Ozark Henry met films te maken? De films die hij noemt, zijn overigens al zo oud dat ik me afvraag of hij de laatste jaren wel nog een voet in de cinema gezet heeft.
Op een bepaald moment is mijn ergernis over dit spotje omgeslagen in effectieve afkeer. Ik zag het dan ook net iets te vaak. De laatste keren heb ik zelfs – echt waar – mijn oren dichtgestopt – om die aanstellerige toon niet meer te moeten horen. En weet u wel hoe diep uw vingers in de oren moeten om écht niets meer te horen? En hoe u daarbij ook enige brabbelgeluiden moet maken omdat die vingers niet volstaan? En hoe belachelijk dat wel niet overkomt in een gevulde bioscoopzaal? Zo erg was het dus.
Onlangs stelde ik tot mijn grote opluchting vast dat het afgelopen was met Ozark. Isolde Lasoen mocht een nieuw spotje opnemen.
En dat is … Nog. Veel. Erger.
Intussen heb ik dit drie keer gezien en ik zoek nu al naar mogelijkheden om er volgende keer niet aan blootgesteld te moeten worden. Het ligt niet helemaal aan Lasoen zelf – hoewel de pogingen tot ‘acteren’ met haar schouders en mond, lachwekkend zijn – maar wel aan de vreselijk irritante, gemaakt spontane/nonchalante manier waarop de ze kijker iets vertelt met het superieure besef dat we toch niemand kennen van de mensen die ze noemt. On-uit-staan-baar. Ook hier trouwens: wie komt er nu nog aanzetten met O, Brother, Where Art Thou?, een film van meer dan 10 jaar oud? Hoe kan die nu representief zijn voor de films in Cinemanie? En wat heeft Lasoen met films te maken?
Vragen waarop men bij Kinepolis zelf ook helemaal geen antwoord zal hebben. Maar de marteling van deze 30 pijnlijk slechte seconden nog – bij benadering – een dertigtal keer mee te maken vooraleer men Lasoen vervangt door pakweg Jacky Lafon, Showbizz Bart of Tanja Dexters, is géén prettig vooruitzicht. Wat kan het leven voor filmfans soms hard zijn.
Als leerkracht moet je soms wel eens toegeven aan wat van bovenhand beslist wordt. Met je klas deelnemen aan een lokale carnavalsstoet, is bijvoorbeeld geen activiteit waar ik met plezier aan deelneem. Vandaag was het dus even op de tanden bijten.
Ik wil natuurlijk positief staan tegenover het initiatief: diverse scholen uit één buurt bereiden zich wekenlang vooraf voor, door grote objecten te maken die de stoet aantrekkelijk maken, door met kleurrijk materiaal zelf kostuums te maken, ondersteund door kunstenaars en creatievelingen uit de buurt. De buurt wordt die dag ingepalmd door hordes verklede kinderen. Dat ze allemaal hetzelfde pakje dragen, vergroot de eendracht. Het is een bont en vrolijk spektakel, een unieke kans tot expressie voor veel kinderen. De straten zijn die dag van ons en de buurtbewoners verenigen zich gezellig op straathoeken en in deurgaten.
Maar van al deze beredeneerde en helaas wat geforceerde gedachten, blijft nauwelijks wat over eens de dag nadert. In de eerste plaats ontgaat het me al waarom de organisatoren deze activiteit pas enkele weken na het feitelijke carnaval plannen. De kans op mooi weer is misschien groter – het was een prachtige dag – maar het zijn toch wat vijgen na Pasen. Of in dit geval voor Pasen.
Het enthousiasme van de organisatoren staat ook lichtjes in contrast met de kwaliteit van de organisatie. De lokale Prins Carnaval, de man achter het hele gebeuren, zet alles op poten met hulp van zijn ouders en andere familieleden. Haast alle bestuursleden dragen dezelfde achternaam. Geen bezwaar tegen familiale initiatieven, maar het is niet omdat je zus je zus is dat ze ook daadwerkelijk kan bijdragen tot de organisatie, om maar een voorbeeld te geven. Zo kon je de teksten in de brochure rond deze stoet, bezwaarlijk vlot of foutloos geschreven kunnen noemen. Elke typ- of spelfout zet het gebrek aan professionalisme net extra in de kijker. En alle sympathie voor de man of vrouw die zich met veel enthousiasme achter de computer zette, maar ook de lay-out etaleert dat amateurisme.
Nu val ik mijn leerlingen daar niet mee lastig - ze zien trouwens zelf de fouten in dat boekje wel staan – en al is het enigszins lachwekkend dat de brochure ook een overzicht bevat van alle verkozen Prinsen en Kinderprinsen en -prinsessen van de laatste jaren en dat gewoon ieder jaar dezelfde blijken te zijn – bij gebrek aan kandidaten of door fanatieke familiepolitiek – wil ik mijn leerlingen geen deelgenoot maken van mijn occasionele cynisme. Ik kan dit al bij al wel relativeren – als ik dat zou willen. Ik bedwing me ook bedenkingen te uiten over het wat marginale gehalte van de entourage. Het leek immers wel of elke medewerker een sigaret of pint in de handen nodig had. Dat sommige van deze mensen er als niét verklede bespottelijker bijliepen dan de bepruikte en geschminkten onder ons, hield ik ook al voor mezelf.
Nee, wat me dan wel met loden schoenen doet plaatsnemen in een rij verklede kinderen, is het hoge slechte-smaak-gehalte van het hele gebeuren. Kinderen blijken de slechtste liedjes – Waar is dat feestje? Nein Man – het formidabelst te vinden en snappen niet waarom ik met moeite glimlach. Ik ben op dat moment pretbederver numero uno, want ook de meeste van mijn collega’s hebben plaatsgenomen in de polonaise. Maar ik hou vol en weiger enig plezier te veinzen. Niet dat ik er als een donderwolk bijloop, maar ik hoop rustig op de achtergrond te mogen blijven. In alle andere omstandigheden is dat nochtans precies wat mijn collega’s zouden willen.
Het is ook niet zo dat ik mezelf te serieus neem of weiger onnozel te doen. Ik entertain hele bendes snotapen met veel plezier, heb me voor de meest diverse gelegenheden al verkleed in melkboer, olympisch zwemmer, toerist, gala-genodigde of afvalcontainerbewoner. Ik creëer graag wanorde, wil overdrijven en brullen alsof ik zelf weer zes ben enz. Maar niét op slechte muziek en niét als het nadrukkelijk van mij verwacht wordt.
Alles leek deze dag echter behoorlijk mee te vallen. De stoet duurde niet erg lang, de muziek was draaglijk. Na de stoet zou een fuifje volgen, waar ik me dapper doorheen zou worstelen. De polonaise zou ik desnoods met geweld van me afslaan. En toen kwam een rondborstige dame me trots vertellen dat er nog een grote verrassing was: Kürt Rogiers en Sven Ornelis van Q-Music zouden de party onvergetelijk maken!
Ik stond perplex – en zag mijn persoonlijke hel naderen. Wilde men mij echt in één ruimte krijgen en laten luisteren naar twee van de meest ergerniswekkende figuren uit mijn lange lijst van onuitstaanbare eikels? Twee idioten die het lullen tot een kunst verheven hebben, wiens gezwets nog geen tien seconden te verdragen is? Terwijl collega’s en leerlingen zich naar binnen snelden, zocht ik de dichtstbijzijnde nooduitgang, maar mijn collega Cindy weet dat ik haar niets kan weigeren en troonde me beslist mee naar binnen.
Het gejoel en gekrijs van 250 leerlingen, het zoveelste afgezaagde hitje, de benauwende warmte en bijhorende zweetgeur zorgden er voor dat ik na nog geen halve minuut weer buiten stond. Aan mijn handen mijn excuus: twee zesjarigen die al die drukte duidelijk niet zagen zitten en voor wie het vooruitzicht buiten een verhaaltje te aanhoren, véél aantrekkelijker was. Ik offerde me dus met veel plezier op om op het terras de ukken op te vangen die naar frisse lucht snakten. De polonaise moest ik missen, maar ik deed toch mijn plicht. Dankjewel, Saar en Flores! (en daarna Stans, Victor, Simon, Kudjo en Fran).
De aanwezigheid van de twee grote radiosterren, vervulde de organisatoren van het hele carnavalsgebeuren met een groot genoegen dat ik hen niet misgun, ook al kent vrijwel geen enkele van onze leerlingen de twee praatjesmakers. (Overigens: ook heel wat van mijn collega’s hebben geen idee wie deze mensen zijn, leve hun vermogen zich af te sluiten van de massamedia!). Maar voor mij hoefde het dus beslist niet en ik was dan ook erg opgelucht dat het na een dik half uur genoeg was geweest.
Binnen een dikke week trek ik met mijn leerlingen op bosklassen. Ik zal daar dan dubbel zo hard onnozel doen en enthousiast wezen en bewijzen wat een leuke, lollige, zotte, vrolijke, coole meester ik ben kan zijn. Vooral zonder muziek.
Thuisgekomen vijf keer naar dit formidabele liedje geluisterd om één en ander te vergeten.
De vtm-serie Code 37 is al sinds zijn eerste aflevering op applaus onthaald in kringen van mensen die menen iets van tv te weten. Dat het niveau een stuk hoger ligt dan pakweg De Rodenburgs of Zone Stad, lijkt me nog geen reden om gewag te maken van een vernieuwende serie. Niet dat u voor mijn part niet mag genieten van deze politiereeks. Maar laat ons alsjeblieft ophouden met dit van begin tot eind geforceerde gedoe de hemel in te prijzen.
Onwaarschijnlijker en onrealistischer uitgebeeld politiewerk hebben we de laatste jaren niet mogen aanschouwen. Natuurlijk mag fictie gerust de grenzen van het geloofwaardige aftasten, maar Code 37 doet zo hard zijn best authentiek over te komen, dat het haast lachwekkend wordt. Die opzettelijk grauwe en lelijke sets, dat in de verf gezette haantjesgedrag, die platte praat en vooral die gulzig in beeld gebrachte onderkant van de samenleving … dit is de macho onder de tv-reeksen, het equivalent van een vent in onderlijfje met een bierblikje in de handen en muisklik van een pornosite verwijderd. Dit staat mijlenver van de werkelijkheid.
Het uitgangspunt is dat de thematiek – het speurwerk van de zedensectie – het visuele moet aanvullen. Seksuele delinquentie komt het meest tot zijn recht binnen een al even goor kader, zoiets. Het verklaart geenszins de afgetakelde decors, die enkel en alleen de foute en povere fantasie van de makers moeten illustreren. Waar in Vlaanderen vind je nog een politiedienst die in zulke miserabele omstandigheden gehuisvest is?
Die lamlendige verbeelding tref je ook aan in de verdere uitwerking van de scenario’s. Iedere seksuele aberratie kwam al een keer aan bod en de makers zoemen met genoegen in op geweld en pervers gedrag. Hoe vettiger, hoe meer de kijker denkt naar een gedurfde serie te kijken. Met scheve shots enzo. Voor mij hoeft het nochtans niet, dat gulzig in beeld brengen van de wijze waarop Janine Bisschops haar thuisverpleger een handje toesteekt, zoals vorige week het geval was. In een vorig seizoen herinner ik me ook amechtige pogingen om de opnames van een pornofilm te ensceneren. Het was allemaal eerder lachwekkend. De goedkope psychologie die weinig subtiel onder iedere aflevering schuilgaat, is zelfs hilarisch. Zo kon onlangs iemand enkel tot een hoogtepunt komen als er rozen in de kamer stonden. Jaja, echt geresearchd en zo.
Want dat is uiteindelijk mijn essentie: dit is op alle vlakken een gemakzuchtige productie, gemaakt door mensen die veel te weinig kennis hebben van goede televisie en daardoor zelfs ongewild de spot drijven met de kijker. Want ofwel hebben ze zelf geen enkel besef van wat er fout, ongeïnspireerd en herkauwd is aan Code 37, ofwel zijn ze zich daar wel van bewust maar denken ze dat wij daar als kijker daar toch zullen intrappen. En dat doen we ook. Nochtans is De Ronde het verpletterende bewijs dat het grote publiek wél klaar is voor drama dat zich niet van honderden clichés bedient.
En dan is er nog Veerle Baetens. Laat ik het u gezegd hebben: deze dame is de banaliteit zelve. Laat zelfs Felix Van Groeningen haar de hoofdrol in zijn nieuwe film aangeboden hebben, ik vind haar acteerwerk niet om aan te zien. Deze grijze muis bij uitstek mist ieder greintje eigenheid of persoonlijkheid. Iedere rol vertolkt ze op dezelfde manier. Door vooral veel te grimassen. De lieveling van de Vlaamse tv-kijker gebruikt haar statuut als excuus om voor geen enkele rol nog een noemenswaardige inspanning te doen.
Waar ze weliswaar zelf niets kan aan doen, en zelfs de styliste van de serie niet, is het feit dat hoofdpersonage Hannah Maes er bij loopt als een gedesoriënteerde voil jeanet op carnavaldinsdag, met dank aan een outfit samengesteld uit Wibra-afdankertjes die al jaren in een marginaal depot lagen te stinken. Het kapsel van een goedkope hoer doet de rest. Nochtans is hier over nagedacht: is dit immers geen onbewuste uiting van haar rebelse karakter en haar tegendraadsheid? Haja! Ik zou deze sloerie-look nog serieus nemen als die het negatieve zelfbeeld van Hannah zou veruitwendigen, een logisch gevolg van de traumatische gebeurtenissen uit haar tienerjaren, maar zover hebben de scenaristen zeker niet gedacht.
Voor deze tweede reeks was een groter budget beschikbaar. Onnodig misschien, want de domme kijker heeft in dat eerste seizoen toch niet gemerkt hoe het gebrek aan geld de creativiteit van de schrijvers en producenten fnuikte. Seizoen 1 was nochtans één grote consensus en daardoor ook een rommeltje van formaat.
Ik blijf kijken. Om voet bij stuk te kunnen houden – lees: mijn eigen gelijk week na week bevestigd te zien – en vast te stellen dat er geen beterschap komt. En ook wel omdat ik het allemaal erg grappig vind.
Tegen de Sterren op brengt volgende week overigens een parodie op Code 37. Hoewel dit sketchenprogramma soms pijnlijk flauw is, zijn de imitaties knap en de uitgangspunten – lachen met mensen die zichzelf toch wat te serieus nemen – leuk. Code 37 is een reusachtig open doel, dus dat kan niet mislopen.
Btw, voor wie de BBC-serie Ashes to Ashes kent… enige gelijkenissen merkbaar?
Ik ben en blijf een te grote leek op het vlakke van muziek om hier dieper in te gaan op wat 2010 me op dat vlak gebracht heeft. Ik heb weliswaar hier en daar een verfrissend geluid gehoord of een artiest leren kennen waarvan ik meer wil horen, maar doorgaans breidt mijn muzieksmaak zich slechts op een heel langzaam tempo uit.
Muziek die me ergert, ontdek ik des te meer. Er zal nooit een tekort zijn aan goedkope, overbodige en irritante dingen, zelfs al luister ik niet vaak naar de radio. Er zullen altijd artiesten zijn die véél meer aandacht en applaus krijgen dan hun talent waard is.
Het slechtste wat 2010 me op muzikaal vlak te bieden had:
1. Laserkraft 3D – Nein Man
Om je oren van je hoofd te rukken, zo slecht.
2. Stromae - Alors On Danse
Enerverend tot en met. Gaat u met zijn alle gerust uit de bol op deze dwaze kul.
3. Duck Sauce- Barbra Streisand
De kogel. Nu. Ook het origineel werkt op mijn zenuwen, hoor.
4. Lady Linn – alles
Ze heeft dit jaar weliswaar geen single uitgebracht, nog steeds blijft haar onnoemelijk onnozele gezangsel mijn oren geselen.
5. Tom Waes – Dos Cervesas
De grap was leuk bedacht, maar de uitwerking bleef maar aanslepen.
6. De Pitaboys – Waar is da feestje?
Volledig aan me ontgaan, maar als je omringd wordt door 11-jarigen vang je wel eens wat op. Immens slecht.
7. Selena Gomez – A Year without Rain
De bezigheden van dit overernstige wicht hebben zich steeds buiten mijn waarnemingsveld afgespeeld, maar wanneer leerlingen met een onderontwikkelde smaak zoiets binnenbrengen, is er geen ontkomen meer aan natuurlijk. Is binnen zijn genre wellicht gewoon één uit de duizend, maar heeft me niettemin geërgerd.
Ook in 2011 zullen momenten van frustratie ons aanzetten tot dwaze pogingen om al dat slechts te weren…
Wat was het slechtste dat u op muzikaal vlak overvallen heeft het voorbije jaar?
Als regelmatige treingebruiker volg ik geboeid alle verslaggeving rond de klantonvriendelijke toestanden bij de NMBS. Ik stel tevreden vast dat Marc Descheemaecker, de baas van de spoorwegen, belooft dat er beterschap mag verwacht worden wat de stiptheid betreft.
Omdat Eva Mendes te gast was, en omdat ik benieuwd was naar de nieuwe zangeres van Hooverphonic – wat een hype om niets, want niemand kan Geike Arnaert vervangen! – keek ik gisteren uitzonderlijk naar het praatprogramma kletspraatje De Laatste Show. Moest ik er wel ene Sven De Leijer bijnemen, een uitermate onplezierig sujet die zichzelf duidelijk echt formidabel vindt, maar wiens uitlatingen eigenlijk pijn deden aan mijn oren. Welk een gênant en vooraf gerepeteerd spektakel was me dit? Ik ben er wellicht rijkelijk laat mee, want deze irritante en ongrappige medemens doet blijkbaar al een tijdje zijn ding in een uithoek van het decor, maar ik vond het aanschouwen van dit tafereel bijzonder vermoeiend en intriest. Kunnen ze daar op vtm niets mee doen?
Meteen ook een Facebookgroep gezocht die me met één klik van mijn ergernis zou afhelpen, maar er was amper één groep die zich tegen deze kerel richtte, en die leek me dan weer net iets te infantiel.
Soit, nog een reden meer om dit programma weer voor enkele maanden volkomen te negeren.
En wat de titel van dit stukje betreft, tja… ik kon er moeilijk om heen hé.
Onlangs maakte één van mijn leerlingen zijn opwachting in het nieuwe Ketnetprogramma De Pretshow, met Saartje Vandendriessche en de Pretman. Ik keek thuis supporterend mee, daarvoor zelfs bereid Saartje aan te horen, zowat het meest enerverende televisiewicht sinds Anja Daems.
Het heeft lang geduurd voor de programmamakers van één/canvas/Ketnet inzagen dat Saartje’s infantiele niveau beter tot zijn recht zou komen in een kinderprogramma. Toch is het een misvatting dat kinderprogramma’s kinderachtig moeten zijn. Om maar te zeggen dat Vandendriessche ook in dit programma haar eigen kleuterigheid geen moment overstijgt.
Maar dit is bijkomstig. Het is immers het programma zelf én zijn presentator, Pretman, die van het bekijken van dit programma een ware beproeving maken. De Pretshow is het meest irritante, onbenullige en zenuwtergende programma dat de laatste jaren op televisie verschenen is.
Het programma draait rond geschiedenis en om te vermijden dat kinderen er iets zouden van leren, werd de hele boel zodanig opgeleukt dat je van een regelrechte aanslag op de zintuiglijke waarneming mag spreken. Alles moet continu bewegen en lawaai maken zodat ADHD’ers onder de kijkers de volgende dag een extra scheut rilatine nodig zullen hebben en elke geïnteresseerde ouder mijlenver van het televisietoestel blijft.
Daar nog iets van opsteken, is wel erg veel gevraagd. Maar tot daar aan toe, de kinderen leren al genoeg. Het hele leven is leren en bij Ketnet wordt sowieso slechts heel zelden eens een kinderprogramma gemaakt dat creatief of origineel is. Herinnert u zich mijn afschuw voor dit programma nog? Het probleem, om het vriendelijk uit te drukken, is echter die Pretman zelf die alles nog véél, véél erger maakt.
Pretman is een cartooneske, gemaskerde anti-held die nu en dan een blauwtje loopt. Soit, een personage als een ander zeker? Maar men – o.a. acteur Kevin Bellemans die de Pretman speelt – heeft er voor geopteerd van deze uit lycra opgetrokken clown een uitermate hoofdpijnverwekkende, extreem onaangename, hypernerveuze, ratelende idioot te maken die u – geef maar toe – eigenlijk liefst van al dood zou zien neervallen.
Ik mocht gelukkig vaststellen dat mijn leerlingen, perfect binnen de doelgroep vallend, de Pretman al even vreselijk vinden. Dit vermoeiende programma neemt kinderen gewoonweg niet serieus en is een verspilling van tijd en geld zoals er recent niet veel aangetroffen zijn. De makers en acteur hebben zonder één kritische bedenking het eerste beste onnozele personage bedacht en laten dit straffeloos dagelijks op de jeugdige kijker los. Men zou Gert Verhulst haast in de adelstand willen gaan verheven als je zijn bedenksels naast dit misbaksel zet.
Dit filmpje komt niét uit de Pretshow, maar geeft u wel een mooi beeld van de hoge irritatiegraad van de betreffende pipo én de geforceerd hippe wijze (let op de camera en de montage) (u kan er zelfs niet niét op letten) waarop één en ander bij Ketnet in beeld moet gebracht worden. (Los daarvan maakt ook Wim De Vilder zich hier wel erg belachelijk.)
Ben ik trouwens de enige die zich nog een sketch van Bart De Pauw en Tom Lenaerts herinnert, waarin ook Tine Embrechts en Dina Tersago figureerden als superhelden, en Bart of Tom een cartooneske slechterik vertolkte waar deze Pretman verdacht veel doet denken?
Zelfs al kijk ik in deze periode nauwelijks televisie, vanwege het weer maar ook omdat er simpelweg alleen maar onzin te bekijken valt. Toch zit aan mijn verdraagzaamheidsgrens wat een zeker reclame-offensief betreft. Het gaat over een aantal verschillende spotjes voor Belgacom TV, waarin een jammer genoeg uitermate irritant kroost opgevoerd wordt.
Wat is er leuk/vertederend/grappig/ aan ettertjes die hun ouders op zo’n ergerlijke manier de les spellen? Hoe moet onze sympathie groeien tegenover een product dat ik nu associeer met het soort gezinnen dat ik liefst zo veel mogelijk vermijd: die waar de kinderen de baas zijn en de ouders naar hun pijpen moeten dansen. Walgelijk vind ik de willoosheid en zelfs vanzelfsprekendheid waarmee die ouders het gekef en geëmmer van hun kinderen ondergaan.
Zijn dit realistische taferelen? Tja, misschien in de leefwereld van de reclamemakers. Bij ouders die zichzelf en hun carrière belangrijker vinden dan hun kinderen. Maar zoals wel vaker is er een gigantische kloof tussen de mensen die de reclame bedenken en het doelpubliek. Niet dat er geen arrogante kinderen bestaan, maar moeten die opgevoerd worden als de norm?
Mochten de makers of de mensen van Belgacom overigens overwegen om in hun volgende spot maar een filmfreak centraal te stellen die iedere vrije dag wel een filmpje verteert, bespaar u de moeite. Ik heb absoluut geen behoefte aan een filmzender die me een veel te beperkte selectie van films aanbiedt, waarvan ik de meeste zelfs al gezien heb. Deze raad, die u een duur marketingonderzoek bespaart, is volkomen gratis.
Dat men maar doet wat men wil, in de blinde jacht op commercieel succes, daar bij Studio Vandersteen, waar men van de ooit zo verbeeldingsrijke stripreeks Suske en Wiske al lang een vlak, nietszeggend, pseudo-eigentijds, kinderachtig gedrocht heeft gemaakt. Ik heb het allemaal laten passeren, die nieuwe kleren destijds, de nieuwe covers, het amputeren van de ziel van een stripreeks die me ooit zo dierbaar was en wiens bedenker en tekenaar ik echt bewonderde.
Maar nu gaan ze uit de bocht. Wiske gaat naar school???
Ik ben zwaar getroffen door deze heiligschennis. Moge de bliksem inslaan in de studio’s en een drastische carrièrewending de vermaledijde medewerker die met dit idee op de proppen kwam, ten deel vallen. En dat Helena Vandersteen, dochter van, inziet dat haar vader’s erfenis nu echt uitgemolken en de reeks beter gewoon stopgezet wordt. Triestig.
Het weekblad Humo viert momenteel de dertigste verjaardag van zijn allereigenste stripfiguur Cowboy Henk. Diens aanwezigheid in mijn -toch nog steeds – favoriete tijdschrift is voor mij zowat vanzelfsprekend en zal waarschijnlijk wel een rol gespeeld hebben in de ontwikkeling van mijn gevoel voor humor. De tekenstijl heb ik altijd kunnen appreciëren en geestelijke vader Herr Seele heb ik lange tijd een intrigerende figuur gevonden, die wellicht een voorname rol gespeeld heeft in de instandhouding van het Vlaams absurdisme.
Cowboy Henk is intussen het behangpapier van Humo geworden: je merkt het niet meer op. Terwijl rubrieken als Uitlaat en Het Gat van de Wereld nu en dan nog weten op te vallen met leukigheid, al dan niet naar uw smaak, en Kabouter Wesley een seizoen lang de show mocht stelen, doet Cowboy Henk eigenlijk niets meer ter zake. En terecht, want nu ik er eigenlijk sinds kort eens bij stil sta en even terug blader naar pakweg de laatste 20 moppen, dan ik niet anders dan botweg concluderen dat Cowboy Henk te onnozel voor woorden is. Flauw, onzinnig en idioot. Was dit ooit een revolutionair stripfiguurtje zonder gelijke? Waarom komt scenarist Kamagurka op zoveel andere terreinen wél inventief uit de hoek?
Ik durf echt betwijfelen of Herr Seele, trouwens zelf de laatste jaren alle dimensie verloren en gedegradeerd tot een soort clown à la Eddy Wally, in te huren door tijdschriften van verdacht allooi of tv-spelletjes van het laagste niveau, eigenlijk nog wel moeite doet om de lezer iets fatsoenlijk te serveren. Waant hij zijn figuurtje onkwetsbaar in zijn cultstatus? Meent hij dat de lezer zelf een extra laag betekenis kan toevoegen aan de doorgaans onleuke belevenissen van de cowboy zonder paard om tot een glimlach te komen? Of is hij simpelweg zelf zodanig infantiel en oppervlakkig geworden dat hij gerust naast Geert Hoste kan gaan staan?
Ik vind dat Humo, nu het toch stilaan een nieuwe koers vaart, Cowboy Henk aan de deur mag zetten. Het is mooi geweest. Ooit toch.
En nu ik het er toch over heb, wat humor en cartoons in Humo betreft, beste beleidsvoerders: die Dirk-Jan die sinds kort iedere week zijn opwachting maakt, die is geweldig. Maar kennen we die niet allemaal al lang? Vijgen na Pasen, toch? Het voelt allemaal erg tweedehands aan. Straks komen jullie nog met Garfield aanzetten.
Op gevaar van wéér een lading zure reacties omdat ik allemaal toffe mensen de grond in probeer te schrijven, toch hier nog eens een overzichtje voor wie graag verder leest:
om ons als vanouds degelijk, interessant en vooral correct geschreven berichtgeving te bieden.
een zoen? een zak geld? een mot op zijn bakkes? een uitbrander vanwege een grandioze taalfout?
West-Vlaamse stagiairs bij hopen, daar op de webredactie van De Standaard, worstelend met de g en de h? Maar zelfs met ‘heeft’ slaat deze titel nergens op. Zullen we dan maar gewoon weer eens twijfelen over de deskundigheid van de verantwoordelijke ‘journalist’?
En los daarvan, eens te meer de vraag: wie wil dit weten? En waarom staat de titel nog een keer onder de foto terwijl de dame op de foto niét Lady Gaga is?
Tom Helsen brengt een cd uit waarop hij zelf geen noot zingt. Geniaal idee eigenlijk. Nu ook nog op tv en radio verschijnen zonder iets te zeggen en we zijn er.
Het is geenszins nieuw, mijn ergernis aan de occasionele kul die op de website van De Standaard als ‘nieuws’ of zelfs maar gewoon als ‘artikel’ wordt aangekondigd. Deze week overtrof deze ongetwijfeld door steeds idioter wordende redacteurs beheerde website zichzelf, met een artikel waarin géén woorden stonden en er eigenlijk zelfs volstrekt niets te melden viel. Geen nieuws is goed nieuws? Nee, geen nieuws is gewoon echt géén nieuws.
De Kinepolisgroep komt alweer met een schitterend en vooral winstgevend idee op de proppen: binnenkort (en nu al in een selectie van bioscopen) kan je tijdens de voorstelling ook meer eten dan chips, popcorn, nacho’s, snoep, ijsjes, boterhammetjes, fruit en chocolade: de keuze wordt uitgebreid naar pasta en hamburgers. Warme keuken dus. Want volgens een eigen onderzoek komen mennsen vaak hongerig naar de bioscoop.
De Morgen-journalist Jan Temmerman schreef naar aanleiding van deze gekke evolutie een leuk stukje, waarin hij gekscherend voorspelt dat men binnen twee jaar in een jacuzzi kan plaatsnemen in de bioscoopzaal. Als je de argumentatie van Kinepolis doortrekt, zou je er immers ook kunnen van uit gaan dat mensen bezweet of ongewassen naar de bioscoop komen.
Temmerman bekijkt de situatie in een iets bredere context natuurlijk, maar de boodschap is dat Kinepolis zich in allerlei bochten lijkt te wringen om het idee te verkopen. Het lijkt zelfs haast alsof de bioscoopbezoeker er om gevraagd heeft en ze daar nu zuchtend aan toegeven. Waarom bekennen ze niet gewoon geld te ruiken waar de filmfan straks hamburgers ruikt? Kinepolis haalt zijn winst namelijk vooral uit de verkoop van snacks, en dus geenszins van de ticketverkoop.
Ik verheug me uiteraard zelf geenszins op een filmvoorstelling waarbij de walm van de hamburgers me afleidt van de film. Maar anderzijds zal ik er ook helemaal niet van wakker liggen. Als nu naast me iemand plaatsneemt met zo’n reusachtig bak nacho’s, voorzien van een vette kwak smerige kaassaus, vind ik dat ook al hoogst ergerlijk. Maar die hap verdwijnt sneller dan u denkt in de mond van de consument, meestal zelfs nog voor de film begint. Ik geloof dus ergens dat het allemaal nog zal meevallen.
De Kinepolisbioscopen zijn trouwens op de drukste momenten al verre van gezellige plaatsen. Hebt u eigenlijk al eens goed bekeken wat het doorsnee publiek is van een Kinepolisbioscoop? Op zaterdagavond is het verschil met het eerste beste dancingpubliek nauwelijks te merken. Luidruchtig, onnozel, ja haast marginaal volk schuift dan en masse aan. Ze consumeren kilo’s en liters snacks en gaan de domste films eerst bekijken. En ik heb het niet alleen over tieners. Als ik lid was van de Kinepolisgroep, zou ik óók ijverig naar manieren zoeken om het klootjesvolk uit te melken. Omdat ze er om vragen!
Waarmee ik verder geen kwaad woord zeg over de doorsnee bioscoopbezoeker, de gemiddelde student of het modale koppel dat even de zinnen komt verzetten. Of de fervente filmfan zoals ik, die gewoonweg graag naar Kinepolis gaat omdat die grote donkere zalen ondanks alles magische plekken blijven. Ik herhaal mezelf: een bioscoopzaal is mijn favoriete plek en er moet dus nog veel veranderen om er buiten te houden.
Men moet trouwens zijn moment weten te kiezen, en dat heeft te maken met de reden van het naar de bioscoop te gaan. Terwijl het voor veel mensen een uitje is of avondvullende activiteit – waarbij men nog meer bereid is geld te besteden – is het voor mensen zoals ik gewoon een drang naar bepaalde films. Dat wil zeggen dat ik met veel plezier op een weekdag de voorstelling van 17u bijwoon. U kan zich wel voorstellen dat er dan erg weinig volk in de zalen zit. Er is dus nauwelijks overlast: geen wachtrijen, geen storende geluiden, geen mensen die op verkeerde plaatsen gaan zitten. Dan kan je in alle rust naar zelfs de meest populaire blockbusters gaan kijken. Kinepolis geeft in de vakantie zelfs voormiddagvoorstellingen! Ook dan heb je een grote kans in een grote zaal te belanden met amper tien anderen. Op vrijdag- of zaterdagavond waag ik me nooit meer in de bioscoop. Dan voelt de Kinepolis aan als een andere planeet.
Het is vriendelijk van Jan Temmerman zijn ongenoegen te uiten en het aldus een beetje op te nemen voor de sukkels die straks besmeurd worden met spaghettisaus, maar zelf heeft hij er wellicht geen last van. Filmjournalisten kunnen tijdens persvoorstellingen in alle rust van films genieten. Ik betwijfel of Temmerman zich nog in de plaats kan stellen van de modale bioscoopbezoeker. Meer zelfs, de velen die het met hem eens zijn en zuchtend en instemmend zijn commentaar lazen, zijn waarschijnlijk allemaal mensen die zelden naar een Kinepolis gaan. Nu ben ik zelf wel van het principe dat je dingen mag aanklagen waar je zelf geen last van hebt, maar ik denk dat Kinepolis het uiteindelijk bij het rechte eind heeft: ze geven de consument waar hij om vraagt.
Van de gelegenheid trouwens even gebruik maken om het ridicule spotje van Kinepolis waarin een (sorry, echt lelijke) dwerg u moet aanzetten tot het opruimen van uw afval, aan te klagen. Er was overduidelijk geen andere dwerg beschikbaar dan een oudje met een slecht gebit en daarnaast zit de essentie volkomen fout: ik leer hier vooral uit dat ik mijn afval gerust mag laten vallen want de slaaf raapt het wel op. En wat doet hij met een afvalcontainer in de bioscoopfoyer? Dwaze spot.
Tennissen op hoog niveau, dat brengt toch wat op? Enkele spraak- en ademhalingssessies bij een goede logopedist moeten er voor Yanina Wickmayer toch afkunnen? Alsjeblieft, dit nasale gemekker en onverstaanbare geratel iedere keer weer – zie ook Kim Clijsters – zetten telkens weer een rem op mijn patriottisme.
Leerlingetje: ‘Svééééén, wie vond jij dat er moest winnen? Josje, Madelon of Noa?’
Leerkracht: ‘Géén van de drie! Ik zag drie door- en door onnozele bimbo’s die alledrie vals zongen! Ze waren dom, ijdel en infantiel! Het was ook lang vooraf duidelijk dat ze een Hollandse gingen kiezen, kwestie van een deel van het afzetgebied commercieel veilig te stellen. Op geen enkel moment had ik het gevoel dat zangtalent van belang was, wel nationaliteit, blondheid en gekir. Dit was geen tv-programma, maar een uitgekiende marketingstunt van een hebberig, megalomaan bedrijf dat nu lang genoeg zijn inspiratieloze producten door de strot van de argeloze, makkelijk te verleiden consument jaagt. Ik walg ervan!’
Maar dat zei ik dus niet. Ik zei: ‘Josje’.
‘Ik ook’ zei ze. En met een grote glimlach huppelde ze weg.
U zei?