K-dee zoekt bevestiging

6 10 2009

Leerlingetje:  ‘Svééééén, wie vond jij dat er moest winnen? Josje,  Madelon of Noa?’

Leerkracht: ‘Géén van de drie! Ik zag drie door- en door onnozele bimbo’s die alledrie vals zongen! Ze waren dom, ijdel en infantiel! Het was ook lang vooraf duidelijk dat ze een Hollandse gingen kiezen, kwestie van een deel van het afzetgebied commercieel veilig te stellen. Op geen enkel moment had ik het gevoel dat zangtalent van belang was, wel nationaliteit, blondheid en gekir. Dit was geen tv-programma, maar een uitgekiende marketingstunt van een hebberig, megalomaan bedrijf dat nu lang genoeg zijn inspiratieloze producten door de strot van de argeloze, makkelijk te verleiden consument jaagt. Ik walg ervan!’

Maar dat zei ik dus niet. Ik zei: ‘Josje’.

‘Ik ook’ zei ze. En met een grote glimlach huppelde ze weg.





Acteren moet je leren (2)

26 09 2009

De voorbije weken vielen drie feiten me op in de Vlaamse acteerwereld. Allereerst was er de casting van Koen De Bouw in de volgende film van Erik Van Looy. De twee hebben al drie keer eerder samengewerkt en kunnen het goed met elkaar vinden. Geen probleem. Toch vind ik die casting wat voorspelbaar. Wedden dat Filip Peeters de volgende zal zijn die mag aantreden in De Premier? Dat mogen dan al prima acteurs zijn, is het niet een beetje ongeïnspireerd telkens voor diezelfde koppen te kiezen? Van Looy behoort natuurlijk tot de mainstream en hoeft dus misschien geen risico’s te nemen, maar een creatief denkproces is er wellicht ook niet aan voorafgegaan En dat moet dan voor het eerst zijn dat ik deze brave mens wat afval.

Ook een vermelding waard, zeker in het kader van het oorspronkelijke uitgangspunt van deze rubriek, nl. taalgebruik in Vlaamse fictie, is een citaat van Nathalie Meskens in HUMO: ‘Wij moeten de mensen entertainen en niet opvoeden’, zegt de actrice uit Kaat & Co en Wij van België op de vraag of er verkavelingsvlaams zal gesproken worden in de nieuwe serie David. Ik vind dat een enge visie en een onnozele uitspraak, want Meskens lijkt er van uit te gaan dat je ofwel natuurlijk overkomt op het scherm en dus entertaint ofwel behoorlijk Nederlands spreekt en dus bevoogdende, saaie televisie maakt. Er is blijkbaar niets daartussen. Wie deel 1 las weet al dat ik geen Algemeen Nederlands verwacht van acteurs, maar wel fatsoenlijke articulatie en vooral een grote naturel. Als Meskens slecht spreekt, is ze een slechte actrice, want duidelijk spreken is gewoon haar werk. Het blijft bij veronderstellingen, want ik zag Meskens nog nooit aan het werk en laat haar dus voorlopig achterwege in mijn overzicht.

Tenslotte wist Stefaan Werbrouck in Knack een sterk punt te maken. N.a.v. de kritiek op de accenten van de acteurs in Code 37 en de daaropvolgende kritiek over onverstaanbaarheid in Los Zand, nam hij eveneens de stelling in dat acteurs van hem niet zozeer geforceerd Nederlands moeten spreken, maar hij vraagt zich wel af of het zoveel gevraagd is dat acteurs het accent aanleren dat hun personage verondersteld wordt te hebben. Is het niet precies het werk van een acteur ons te overtuigen dat ze iemand anders zijn? Waarom doen ze dan geen inspanning om een passend accent aan te nemen? Tja, het kunnen niet allemaal Meryl Streeps of Russell Crowes zijn zeker? Mooi gezegd van Werbrouck alleszins.

Dus sprokkel ik nog maar eens 10 Vlaamse acteurs bijeen om even stil te staan bij hun talent:

vlaamseacteurs211. Ianka Fleerackers: nooit meer uit het collectief geheugen te bannen door haar rol als de o zo lieflijke Prinses Prieeltje in Kulderzipken. Daarvoor viel ze mij al op in Niet voor Publicatie. In Louislouise en Flikken zag ik haar dan weer kort nietszeggend wezen. Heeft niet zo’n positief imago, maar ik verdenk haar er van meer dan behoorlijk te kunnen acteren. Verdient beter materiaal om dat eens te bewijzen.

12. Warre Borgmans: een rasacteur die vooral komisch sterk lijkt te wezen maar ook in de meest gevarieerde ernstige rollen altijd goed werk levert. In Nefast voor de Feestvreugde vond ik hem grandioos, zijn bijrol in Het Eiland stond bol van nuances en zijn trompettist in Het Peulengaleis valt niet te overtreffen. Ook bekend als broeder Grimm in datzelfde Kulderzipken en uit Team Spirit, Buitenspel en Zone Stad en momenteel zijn boterham aan het verdienen in David. Wat jammer genoeg geen reden genoeg is om te kijken.

13. Camilia Blereau: ‘Wie?’ vraagt u alweer. Maar al te vaak wordt deze dame vermeld als een onontdekt talent. Is dan ook vooral in gastrollen te zien maar mij blijft zowat elke rol bij van deze actrice. Wordt vaak gecast als kijvend wijf of bazig kenau, maar wie al haar rollen op een rijtje zet, kan niet anders dan haar veelzijdigheid vaststellen. Was al jaren geleden een strenge hoofdredactrice in Niet voor Publicatie, was onlangs erg sterk in De Smaak van De Keyser en verraste tussendoor in Stille Waters. Het grote publiek kent haar vooral uit Lili & Marleen en Kinderen van Dewindt. Moet ook leven en nam dan ook allerlei gastrollen in beschamende series als Spring!, Grappa en Amika aan. Ik wens haar ooit een stevige hoofdrol toe in een succesvol drama.

14. Joke Devynck: Ze mag gezien worden, ze is nog steeds vrij populair na haar hoofdrol in Flikken van 1999 tot 2002 en verscheen ook al in 4 films die ik allemaal gezien heb (Buitenspel, Vle(u)gels, Vermist en Suspect). Op televisie was ze ook nog te zien in Sara en Katarakt. Ik snap niet helemaal waar dat succes aan te danken is want ik hoor steevast dat West-Vlaamse accent en vind haar simpelweg nooit geloofwaardig en soms wat irritant. In Flikken destijds was ze zelfs abominabel. Dat is intussen verbeterd, maar toch overtuigt Devynck me amper. Ik ben benieuwd welke gevolgen dat zal hebben voor de Tom Lanoyeverfilming Het Goddelijke Monster, waarin Devynck de hoofdrol zal spelen.

15. Barbara Sarafian: Sinds Aanrijding in Moscou weer een beetje op de voorgrond en dat is volkomen terecht. Sarafian is een groot talent dat overtuigt in de meest diverse rollen. Kan zeer komisch wezen maar geeft zich ook volledig op het dramatisch vlak. Aanrijding bood haar een van de mooiste vrouwenrollen van de afgelopen jaren en ik durf betwijfelen of veel andere actrices dit tot een goed einde hadden kunnen brengen. Maar veel eerder speelde ze ook met veel overgave een variatie aan rollen in Spike en Kijk eens op de doos van (pdw). Vermeldenswaardig hoogtepunt was ook haar rol in Peter Greenaway’s 8 1/2 Women naast o.a. Amanda Plummer en Toni Collette. Ben fan!

16. Stany Crets: als Nancy moet ik hem eigenlijk niet – ik heb niets tegen dat personage, maar Crets gaat voor mij nét niet genoeg op in zijn rol – maar de man heeft doorheen de jaren (vooral in zijn eigen programma’s) getoond dat hij boordevol personages zit en dat maakt hem een goed acteur die zijn succes zeker verdient. Daarnaast was hij geloofwaardig en/of grappig in Los, Raf & RonnyRecht op Recht en natuurlijk – nu al 13 jaar geleden – Alles Moet Weg.  Ik weet niet of een diepgravende, ernstige rol hem zou liggen – het zou best wel eens kunnen – maar voorlopig kan de man tevreden zijn over zijn eigen carrière. Jammer wel van die enkele magere rollen in ultracommerciële ondingen als Plop in de Wolken of K3 en het ijsprinsesje. Geen snobisme, maar dat kun je moeilijk aanvaardbare fictie noemen.

17. Frank Focketyn: een curieus geval, deze doorgaans zeer grappige acteur. Heeft meegewerkt aan enkele van de meest populaire en beste series van de voorbije jaren – Het Eiland en In de Gloria – en maakt als Pappie uit Man Bijt Hond deel uit van de tv-geschiedenis. Zowat al zijn rollen blijven herbekijkbaar en uiterst grappig. Maar wat zegt dat over het acteertalent van Focketyn? Uiteindelijk weten we allemaal dat Guido Pallemans en al die andere zenuwachtige, gecrispeerde types uit In De Gloria iets te veel op elkaar lijken om te stellen dat Focketijn veelzijdig is. Vooral het rechtduwen van de bril met de wijsvinger heb ik de man net iets te veel zien doen. Toch zie je weinig acteurs in die mate opgaan in een personage en slaagt Focketyn er toch altijd in het karikaturale te overstijgen. Indien niet al te vaak op het scherm, dus best een aangenaam acteur. Wist u dat hij ooit een pastoor speelde in enkele afleveringen van Thuis?

18. Benny Claessens: Oei, wat doet deze kerel me zuchten. Als broer van Bart in Het Geslacht De Pauw viel hij voor mij enkele keren door de mand: hoe sterk zijn rol en de scenario’s ook, het deels geïmproviseerde  gemekker van deze jonge acteur stoorde me echt te vaak. Ik zag hem tweemaal gehandicapt wezen: in de bedenkelijke jeugdfilm Blinker en – héél kort – in Koning van de Wereld en beide keren vond ik zijn prestatie tergend slecht. Zijn gastrol in Witse – aja nu je het zegt, daarin speelde hij alwéér een mentaal gehandicapte – was simpelweg verschrikkelijk. Ik hoef deze figuur niet per se meer op televisie te zien.

19. Robbie Cleiren: zijn bekendheid is omgekeerd evenredig met zijn talent. Cleiren is een prima opgeleide, altijd geloofwaardige en interessante acteur die zijn rollen prima afwisselt. Zie hem vooral aan het werk in de weing geziene films Een ander zijn geluk, Dirty Mind en Linkeroever. Op televisie herinnert u zich hem misschien van Recht op Recht en gastrollen in Witse, Rupel en Sedes & Belli. Lijkt geen drang tot het BV-schap te voelen, wat de perceptie van de ernst waarmee hij zijn vak uitvoert, alleen maar vergroot.

20. Jacky Lafon: Niemand is makkelijker door het slijk te halen dan deze euh… actrice. Haar afgang in de Nationale IQTest was voer voor talloze stand-up comedians en columnisten en haar onverslijtbare rol in het grootste televisiegedrocht ooit gemaakt, Familie, is eigenlijk gewoon lachwekkend. Wat valt er verder nog te spotten met deze platte, veredelde kermisslons op jaren, wiens werk in de de verste verte niets te maken heeft met wat acteren eigenlijk is? Leert haar tekst van buiten en dat is het.

 





Advertentie

18 09 2009

 Nood aan een professionele blokkage van opritten, ingangen of zebrapaden?

Zwakke en andere weggebruikers in gevaar brengen is uw droom?

U wil uw gebrek aan burgerzin eens in de verf zetten?

IMG_4623

Dan is de firma Karahisar er voor u! Deze kleine maar onsympathieke ondernemer schenkt u waar voor uw geld. Op uw aanvraag – of bij nader inzien hoeft dat zelfs niet – lenen wij ons tot de grootste hufterijen. Wij nemen met plezier plaats voor de ingang van een school of bedrijf, liefst rond het tijdstip dat de leerlingen of werknemers naar binnen willen. De wagen en toebehoren worden vakkundig geplaatst om een zo groot mogelijke last te bezorgen en dit zelfs meerdere dagen na elkaar. Onze werknemers zijn bovendien prima opgeleid: opmerkingen en klachten worden genegeerd op de meest ergerlijke wijze.

Profiteer nu van een speciaal aanbod: in de maand september staat onze onbeschoftheid in de aanbieding!  

Karahisar, Tweebruggenplein 13, 9220 Hamme, 0477 27 24 35

IMG_4621





Sven eet een ander zijn bord goed leeg

17 09 2009

Als ik ergens niet goed in ben, dan doe ik het meestal niet. Of ik blijf het toch niet doen. Ik blog  nu al jaren dus ergens moet ik wel heel tevreden over mezelf zijn. Mensen die me menen te kennen door het lezen van mijn blog, verdenken me wel vaker van pretentie en superioriteit, dus dit kan er nog wel bij.

Ja, dit is nog eens een stukje waarin ik mijn tevredenheid over mijn blog etaleer. Omdat het de laatste weken weer erg goed gaat, wat drive, schrijflust en bezoekers betreft. Ik moet dus voor eens en altijd maar eens concluderen dat ik blog omdat ik graag schrijf. Ik denk ook dat ik intussen aardig schrijf (hoewel niet altijd even aardig) en zo nu en dan vind ik zelfs dat ik werkelijk een prachtig stukje op de wereld heb losgelaten. Nu en dan zo eens. Het vlot formuleren en op een rijtje zetten van mijn gedachtestroom, vind ik zeer bevredigend.

foksuk1Wat die bezoekers betreft, ik hou dat in de gaten. Vind ik het belangrijk? Mwja, want een publiek is leuk. Maar mocht die functie niet beschikbaar zijn, zou ik nog steeds bloggen, dus dat relativeert het toch weer wat.

Mijn tweede uitgangspunt is wellicht iets kwijt willen. Ik veronderstel daarmee de essentie gevat te hebben van het bloggen, al zullen andere daar per se een andere uitleg willen aan geven. Maar mijn conclusie is dus: men blogt ofwel uit liefhebberij voor het schrijven ofwel omdat men iets interessants te vertellen hebben. Iets mag zelfs minder interessant zijn als het leuk geformuleerd is.

Het punt is dat sommige bloggers in geen van de twee goed zijn. Ze schrijven zonder enige franje of zelfs maar een minimum aan kennis van de Nederlandse taal én daarbij hoort dan nog eens een volkomen vervelend gezaag over boodschappen doen, garagepoorten verven of fietsbanden verwisselen. Ze braken blogjes uit zonder enige essentie of conclusie. Af en toe peil ik eens of hun blog geëvolueerd is, maar vaak is het zelfs nog erger geworden. Ik laat die mensen maar doen, maar… ik heb er wel een duidelijke mening over.

Onlangs poneerde ik die mening bij een melancholische aangelegde blogger die van taal en diepgang houdt. U leest mijn letterlijke boodschap zelfs hier. Men zou kunnen stellen dat we het eens waren, hoewel de definitie van prietpraat en leegte zeer subjectief is. Wie weet behoort het Verantwoord Tijdverlies zelf wel tot de geviseerde blogs? Al komt de auteur daarvoor net te vaak langs.

Onze (al dan niet gedeelde) mening zat iemand dwars. Dat heb je met meningen. Die iemand dacht zelfs dat we het over hem hadden!  Omdat hij ook over ditjes en datjes blogde. En dus werden er citaten geplaatst, waarop dan reacties volgden van mensen die de geciteerden van pretentie en pseudo-intellectualisme beschuldigden. Dat vind ik allemaal niet zo erg, hoor, hoewel dit stukje misschien het tegengestelde doet vermoeden. Want een intelligent mens negeert zulke kletspraatjes. Mijn schrijfdrang overheerst echter en dus kies ik niet voor de slimste oplossing maar degene die mij het meest gemoedrust biedt.

En dus, beste Menck, vraag ik me af waarom u het geciteerde op uw eigen blog betrekt? Ik wist zelfs niet dat u nog een blog had, want wie kan dat nog bijhouden in uw geval? En dan nog, u schrijft best aangenaam op dat Kielzog - stel ik opnieuw vast nu ik uw herontdekte blog doorneem. Prettig leesvoer bij momenten. Waarom zou ik het dan over u hebben gehad? Overigens lijkt u vergeten te zijn dat uw laatst bij mij bekende blog zelfs opgenomen werd in mijn blogroll. En die is met zorg geselecteerd hoor.

Nee, laat me nu maar niemand persoonlijk gaan kwetsen door hier concreet te noemen wat voor blogs ik dan wel bedoel. Dat is immers de kwestie niet. U en enkele lezers lijken me gewoon mijn mening kwalijk te nemen. Soit, dat heet dan een meningsverschil. Maar ik vind dat ik het volste recht heb een aantal blogs slecht te noemen. Ik val die mensen niet lastig op hun blog, plaats geen vervelende reacties en verwijs niet smalend of ironisch naar hun nietszeggende gekrabbel.

Ik heb ook nergens gesteld dat mijn blog beter is. Wel dat ik mijn eigen blog goed vind. Ik ben bescheiden, maar niet vals bescheiden. Toch vinden sommigen dat van pretentie getuigen. Ja, ik sabel neer, hoewel ik vaag blijf over het mikpunt. Maar stel ik me daardoor verheven op? Wie iets slecht of onnozel vindt, geeft daarmee iets weer over zijn eigen norm, maar betekent dat automatisch ook dat die norm boven de andere gesteld wordt?

Let op, ik ga niet op mijn woorden terugkomen. Meer zelfs, hier nog eens duidelijk geformuleerd: ik kan soms simpelweg niet begrijpen dat mensen hun schrijfsels gepubliceerd willen zien als zelfs een kleuter ziet dat ze er niets van bakken. Hebben die mensen dan het recht niet zich te uiten, dingen van zich af te schrijven? Tja, interessante vraag stel ik hier. Ik hoef dat immers niet allemaal te lezen en blijheid vrijheid en andere clichés. Het brengt me bij een oud zeer: mag je iets slecht vinden waar je zelf geen last van hebt? Ik kijk niet naar Familie, maar dat wil niet zeggen dat ik vind dat zoiets gruwelijk slecht moet uitgezonden worden. Ik lees zekere blogs niet, maar juich hun bestaan evenmin toe. Ik blijf dus bij mijn standpunt en als dat enkele van die slaapverwekkers aanzet tot een heel klein beetje introspectie, gekoppeld aan een poging om eens een woordenboek te gebruiken of eens wat structuur in een tekst te gieten, heb ik daar toch iets mee bereikt.

I rest my case, bijna. Want in de reacties op eerder vermelde blog lees ik nog twee heel dwaze uitspraken. Zapnimf, die absoluut niet tot de geviseerde blogs behoort maar wiens gewrongen proza en ondraaglijk lichtvoetige gezap echt niet mijn ding zijn, stelt dat bepaalde blogcritici aanvoeren dat je je problemen moet op het net zwieren om niet oppervlakkig genoemd te worden. Die interpretatie is geheel voor haar rekening natuurlijk, al is overduidelijk wie ze daar botweg mee bedoelt. Ik vraag me ook opnieuw af wat het dan eigenlijk over haar zegt als ze zich geviseeerd voelt door het citaat. De dame zegt ook: ‘Zelf vind ik het veel fijner om iemands persoonlijke gebeurtenissen te volgen dan te weten wat iemand over die bepaalde film vond (duh… ik zag die prent ook en ik kan nog echt wel mijn eigen mening vormen) Voor een gefundeerde kijk op een onderwerp pak ik de krant vast. Volk genoeg dat ervoor opgeleid is. Waarmee ik niet bedoel dat ik op dene of gene neerkijk, ieder zijn meug voor mijn part.’ Dat vind ik een verbazingwekkend enge gedachte. Omdat ik zelf filmrecensies schrijf? Nee, omdat ik van iemand die in het onderwijs staat eigenlijk verwacht dat ze toch wel wat kritischer is. Er zijn best heel wat blogs die feiten even goed of zelfs beter verwoorden of analyseren dan veel journalisten, zeker tegenwoordig. Je kan er alleen maar iets van opsteken, al ben je het oneens met de schrijver. Ze spreekt ook zichzelf tegen: die recensies worden immers ook geschreven door volk dat er voor opgeleid is. Zonder te willen uitwijden over het zinvolle van recensies (van film of andere): wie kennis van zaken heeft, weet het echt wel beter dan een leek.

Drijf ik het nu niet wat ver door deze waarschijnlijk brave dame op haar woorden te pakken? Tja, dat doet zij natuurlijk evenzeer. Bovendien is haar onderonsje met Menck gewoon laag.

Ook met een zekere Dick Richie ben ik het gedeeltelijk oneens. Hij haalt uit naar sociaal geëngageerde en kritische blogs. Zonder mezelf daartoe te rekenen, verontwaardigt die oogklepmentaliteit me zeer. Wentel u gerust in de talloze wissewasjes en beuzelarijen van zekere bloggers, maar – al zullen ze geen revoluties te weeg brengen – doe toch ook eens een poging die enkele blogs  te waarderen die één en ander uit onze zieker wordende samenleving  onder de loep nemen.

Ik heb me hier weer even te pletter geschreven, me realiserend dat het allang niet meer interessant is voor de argeloze lezer. Sorry hoor, dit was dan maar vooral een stukje voor mezelf. En voor die enkele oververhitte bloggers. Ik had dat ook parodiërend kunnen doen, zoals hier, maar daarvoor zet ik te graag de puntjes op de i. En bij deze staan ze er stevig. Bedankt voor het lezen!





Even uitrazen

13 09 2009

miekevanheckeMieke Van Hecke heeft makkelijk spreken: zij zit niet met een probleem op ‘haar’ scholen. Toch doet ze ook haar duit in het zakje in het hoofddoekendebat. Ze voert zelfs tegenargumenten op om die hoofddoek toch toe te laten. Ik twijfel niet aan haar intelligentie (wel aan haar breeddenkendheid), maar haar ervaring is zowat onbestaande in deze materie en haar mening dus erg eenzijdig. Ik ben nooit fan geweest van deze oeronderwijzeres, wiens nauwelijks verscholen superioriteitsgevoel maar al te vaak nare herinneringen oproept aan mijn eigen aanvaringen met het bestuur van het katholieke onderwijs. Haar nu weer aan het woord horen, laat me enkele bedenkingen maken.

In de eerste plaats is er het dubieuze feit dat in katholieke scholen wél plaats is voor religieuze symbolen. De logica daarvan vind ik eigenlijk nog altijd bizar -ik kan me er nog altijd niet in vinden dat onderwijs en geloof in onze samenleving nog zo vergroeid zijn – , maar dat is voer voor een ruimere discussie. Maar moslimmeisjes die zich in een katholieke school inschrijven, wordt wel gevraagd hun hoofddoek op school niét te dragen. Dat heeft een ranzig tintje, vind ik. De eigen religieuze symbolen mogen wel, die van een ander niet. Verdraagzaamheid heeft in het katholicisme altijd al een enge betekenis gehad. Bovendien kan ik me de bevoogdende en vingerzwaaiende toon voorstellen waarmee zo’n moslimmeisje en haar ouders in heel wat katholieke scholen ontvangen worden. Ik ben genoeg van die figuren tegengekomen in het katholiek onderwijs, mensen die abnormaal veel waarde schenken aan hiërarchie en eerbetoon, neerkijkend vanuit hun ivoren beleidstoren en in een eng wereldje leven. Maar we wijken af. Ik vind het dagelijks leven op een katholieke school ongezond ver van de (multiculturele) realiteit staan. Misschien zit het enkel in mijn hoofd, maar ik erger me aan de gerustheid van de katholieken: zij moeten in hun school nog lang niet vrezen voor de problemen waar andere onderwijsnetten wel mee te kampen hebben. Op een school werken waar pakweg een derde (of de helft, of 90% wat dat betreft) van de leerlingen moslim is, drukt je iedere dag met de neus op de realiteit. De multiculturele droom is weliswaar nog ver weg, ik blijf het toch erg verrijkend vinden. En zelfs dan, het is gewoon de werkelijkheid. Toch is het niet altijd makkelijk en op zo’n momenten vervloek in binnensmonds de katholieke collega’s die in een sprookje leven.

Ik overdrijf natuurlijk. Laat me duidelijk stellen dat de meeste katholieke scholen even goed of even slecht zullen zijn als scholen van het stedelijk onderwijs of het gemeenschapsonderwijs. Goede en gedreven leerkrachten vind je overal, stompzinnigaards en kinderhaters ook, en op geen enkele klas verloopt alles vlot. Mijn collegialiteit is niet universeel – ook daar ben ik bezoedeld door kennismakingen met engdenkende, ongeïnspireerde en ruggengraatloze leerkrachten – maar uiteindelijk neem ik maar aan dat de meesten van ons het voor  het kind doen. Maar in visie en beleid zitten zoveel verschillen.

Ik kan intussen vergelijken. In het katholiek onderwijs moet men zijn plaats kennen. Directies en vooral het bestuur zijn zo doordrongen van hun zeer subjectieve normbesef, dat voor het minste de wenkbrauwen gefronst worden. Leerkrachten wijken best niet af van de uitgestippelde wegen, vaak zelfs ook niet in hun privéleven en de hiërarchie is heilig. Het klinkt als een afgezaagd cliché, maar helaas is het nog echt vaak zo. In heel wat katholieke schoolbesturen zetelen nog zusters en broeders, zich krampachtig vastklampend aan gedateerde vormen en inhoud. Ik heb het dan niet eens zozeer over de gehanteerde waarden – die zijn vaak zo vaag dat ze gewoonweg als algemeen geldend voor onze samenleving kunnen gezien worden - maar over vaak heel oppervlakkige (en soms ook fundamentele) zaken die vooral geen smet op het blazoen van de katholieken mogen betekenen. Een blazoen dat al niet eens zo proper meer is.

Er zal wel weer een lezer of wat zijn die in dit soort  bedenkingen redenen ziet om me van frustraties en kleingeestigheid te beschuldigen. Dat zullen dan wel mensen zijn die nog nooit iets gehoord of gezien hebben achter de schermen van het katholiek onderwijs. En toegegeven, er is ook een zekere frustratie: omdat het stedelijk onderwijs nog zo vaak minachtend wordt bekeken door de katholieken en omdat nog zoveel mensen voor het katholiek onderwijs kiezen zonder alternatieven te overwegen. Dat behoudsgezind en slaafs volgen van de conventies, bah. Ik werk nu al enkele jaren in het stedelijk onderwijs en nog steeds vind ik de verschillen opmerkelijk. Op het ambtelijke aspect na, dat zoveel clichés bevestigt, zie ik hier veel meer vooruitstrevendheid en openheid. Ik merk dat kritiek en discussie kan, dat er veel meer ruimte is voor persoonlijke ontplooiing, dat men niet verstikkend vasthoudt aan plichtplegingen en formaliteiten. Natuurlijk is er een chain-of-command en vanzelfsprekend gelden er gewone omgangsvormen. Maar zonder ook maar enige wurgende houdgreep van voorgeschreven regels van een oubollig geloof. En dat is niet eens correct uitgedrukt, want hoewel ik gelovige mensen vaak niet kan begrijpen, is het niet het geloof dat me stoort, wel de hypocriete wijze waarop dat geloof echtheid maskeert en als excuus moet dienen om zelf niet na te moeten denken. Geen wonder toch dat er zoveel duivels volk te vinden is, die kortzichtige interpretatie van geloof creëert volgens mij vooral frustraties.

uniformMieke Van Hecke had het nog even over uniformscholen. De voor- en tegens van uniformen op school  – of, in iets bredere zin, opgelegde kledingvoorschriften – zijn bekend genoeg. En toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat het ook hier enkel een vormelijk argument betreft, de overtuiging dat uniformen een soort fatsoen uitstralen die we blijkbaar moeten linken aan gelovigheid. Ook dat interpreteer ik als een superioriteitsgevoel. Als uniformen een soort mentaliteit moeten stimuleren, vraag ik me nog altijd af welke en waarom dat in onze samenleving niet te merken is. Meer zelfs, hoeveel creatieve en vooruitstrevende mensen kijken niet met veel bitterheid terug op hun uniformschool?

Met dat fatsoen neem ik overigens een term in de mond die ik eerder negatief opvat. Ik associeer fatsoen nog te vaak met afkeuring van wat anders is. Ooit noemde ik een schooldirectrice op deze blog als ’stijfstaand van fatsoen’. Toen ze dat vernam en daar haar beklag over deed, had ze daar zelf ‘kakmadam’ van gemaakt. Dat had ik niet gezegd, het was haar eigen interpretatie. Maar ik ben dus niet de enige die het woord fatsoen eerder negatief beschouwt. Fatsoenlijkheid gaat er immers van uit dat de norm van welvoeglijkheid vastligt, maar dat is nu net niet zo. Maar opnieuw wijken we af.

Laat me concluderen dat ik me bijzonder goed voel in het stedelijk onderwijs en ik overtuigd ben van alles waar het voor staat. Ik geloof in de pedagogische omkadering en de professionaliteit van de mensen die er aan mee werken, zonder dat van hen gevraagd wordt te voldoen aan een uit de lucht gegrepen norm van wat toelaatbaar is.

En het spreekt vanzelf dat mijn school de beste is, ha!





Acteren moet je leren

9 09 2009

Sinds Jelle Cleymans zich een weg ettert doorheen de serie Thuis slaag ik er nog meer in dan voorheen, dit leven zoals het helemaal niet is, compleet te negeren. Ergens ook jammer, want het schabouwelijke taalgebruik en de stereotiepe personages konden mij op sommige momenten inspireren tot genietbaar geëmmer hier, maar het was uiteindelijk amper draaglijk geworden.

Momenteel blijkt het taalgebruik in allerlei series echter plots een item. De Standaard pikte het geklaag op diverse internetfora op over het taalgebruik in nieuwe series als Los Zand en Code 37. Man Bijt Hond gaf daar gisteren een leuke draai aan. Ik ben als taalliefhebber wel tevreden met deze nieuwe aandacht – al die pietjes precies in Man Bijt Hond vond ik extreem sympathiek! – , hoewel ik me niet de illusies maak dat er iets zal veranderen. Overigens hoeft het voor mij ook niet van dat steriel Nederlands te worden, hoor.

Maar de Taal van Thuis heeft me dus jaren geërgerd, al die laat ik nu maar even links liggen. Over het schabouwelijke gepruttel in 16+ had ik het twee jaar geleden al. Dus over naar de actualiteit. Het taalgebruik in Los Zand vond ik bij momenten storend: zoals vroeger al gezegd wil ik nog tolerant zijn tegenover verkavelingsvlaams, maar dialect vind ik absoluut not done. In tegenstelling tot velen vond ik de acteurs wél verstaanbaar, maar dat wil niet zeggen dat ik ze met plezier aanhoorde. Enkele van de gesprekken waren beslist tenenkrommend dialectisch en voorzien van een geforceerdee naturel. Terzijde: deze serie wil ik best nog verder bekijken al garandeer ik niet dat ik de eindstreep haal.

Dan was er Code 37, een doorslagje van een kopie van een tweedehands politieserie. In Vlaanderen misschien wat ongezien, maar verder op alle vlakken ongeïnspireerd. En saai, niet te geloven. Maar ter zake: de Antwerpse en Brabantse accenten waarvan sprake in vele media, deden me niet veel. Zoals elders al opgevoerd, hoor je zeker in Gent diverse accenten, dus wat zou dat. Maar hier is meer aan de hand: de taal die de acteurs hanteren leunt zo dicht aan bij dialect, dat het bijzonder irritant wordt. Doet pijn aan de oren.

Ik heb daar wat over nagedacht. Als ik me in het dagelijks leven maar in  beperkte mate erger aan dialect en accenten, waarom zou ik dan in Vlaamse series en films wel verwachten dat men perfect Nederlands spreekt? Mijn conclusie is eigenlijk paradoxaal: ik heb helemaal niets tegen deze manier van spreken. Van nieuwslezers, presentators, omroepers en radiovolk verwacht ik dat uiteraard wel, maar acteurs hebben als opdracht fictie te brengen die aanleunt/gebaseerd is op/lijkt op de werkelijkheid. Dus moeten ze toch klinken zoals gewone mensen?

En dus zit het probleem voor mij helemaal ergens anders: het ligt aan de acteurs. Eén van de dames in Man Bijt Hond vond bv. dat Van Vlees en Bloed verknoeid werd door de dialectwoorden erin. Niets van gemerkt, moet ik zeggen. Als de acteurs overtuigen, maakt het mij eigenlijk niet echt uit wat ze spreken. Koen De Graeve kan zijn Aalsters doorgaans amper verstoppen, en toch hoor ik hem zeer graag bezig in alle soorten rollen. Ik raak er dus steeds meer van overtuigd dat goede acteurs het verschil maken en dat er ook steeds minder zijn helaas. Vlaanderen raakt bedolven onder would-be vedetten, bimbo’s die vanbinnen even blond zijn als vanbuiten en veredelde figuranten die zich allemaal acteur noemen.

Ik heb zelf geen acteerambities, ik snap ook dat het charisma van een acteur meer uitmaakt dan zijn werkelijke talent en dat een goed acteur meer is dan iemand die mooi spreekt. Wat een goed acteur dan wel is, valt moeilijk te omschrijven. Het laat me niet om toch even af te wijken van mijn punt en mijn loep boven het Vlaams acteervolk te houden. Ik beschouw dus even wat willekeurige Vlaamse acteurs om te zien wat er hapert en aanslaat.

 Vlaamseacteurs11. Veerle Baetens: overschat. Gigantisch nog wel. In de vier minuten van Sara die ik ooit meepikte, vond ik haar al amper boven het minimum amateurniveau uitsteken. In Code 37 hanteert ze zeker twee gezichtsuitdrukkingen. In Loft ging ze op in het decor, zo grijs wist ze te zijn. Ik moet haar niet. De verpersoonlijking van het banale. In Vlaanderen ben je dan een ster.

2. Marijke Pinoy:  Een mens met een wel erg beperkt register, waardoor ze al al haar rollen op elkaar laat lijken. Of ze nu de drama queen staat te wezen in De Keyser van de Smaak of moederlijk is in Ben X en Los Zand, ze blijft emoties verwarren met gesticuleren en zeuren. Let ook eens op haar gruwelijke articulatie. Haar jury duty in het gedrocht Moeders en Dochters onthulde bovendien dat ze in werkelijkheid ook gewoon zo is.

3. Maaike Cafmeyer: We love her. Niet? Ze is leuk , ze is grappig… Wacht even. Is ze echt grappig? Of heeft ze gewoon enkele grappige rollen gespeeld? Ze mocht heerlijk stuntelen in Het Geslacht De Pauw. Ze mocht heerlijk bot wezen in Loft. En ze komt beslist sympathiek en charmant over. Maar acteert ze eigenlijk goed? In Aspe zag ik haar nauwelijks aan het werk – niet uit te kijken, deze belegen misdaadprul – maar ik wacht alleszins tot ik eens echt onder de indruk zal zijn. Haar legendarische opdringpoging bij Paul Van Himst als vrouw van Bart De Pauw was echter ijzersterk. Acteren is ook: laten vergeten dat je een actrice bent. Ik geef haar nog heel wat krediet.

4. Jelle Cleymans: een ware verschrikking. Dit is echt wel allesbehalve een acteur. Ik blijf beleefd over zijn smoelwerk, maar dit is echt wel the very poor man’s Leonardo Dicaprio Zac Efron Rupert Grint. Ja, inderdaad, die irritante kerel die Ron speelt in Harry Potter.

5. Adriaan Van den Hoof: geweldig in zowat elke rol die hij speelde in het Peulengaleis en het gerelateerde Nefast voor de Feestvreugde. Memorabel als zieligaard in de sketches uit Man Bijt Hond. Maar beschikt hij over de veelzijdigheid en de diepgang die we van een goed acteur verlangen? Zijn gastrol in Code 37 was alvast heel erg om te lachen. Zonder dat dat de bedoeling was. Misschien komt het ooit goed, maar ik zie hem gewoon geen ernstige rollen vertolken.

6. Marilou Mermans: haar website opent met mijn lofuitingen en die zijn gemeend. Zou een monument moeten zijn in Vlaanderen, maar blijft toch wat onder de radar door gebrek aan grote rollen. Of net door zo op te gaan in haar rollen dat niemand haar herkent in een andere. Grote klasse dus. En dat moet dan opdraven in Familie en Thuis.

7. Frank Aendenboom: Dit is dan wel een momument, dus wat valt er te argumenteren? Dat deze knotwilg uit de Vlaamse filmwereld zo vaak in het dialect geacteerd heeft. En daar nooit iets tegen in te brengen viel want je geloofde iedere minuut. Al mogen ze Lili & Marleen gerust uit zijn cv schrappen.

8. Frank Vercruyssen: iemand uit mijn nabije omgeving deed onlangs een weinig sympathieke indruk op van deze man, maar desondanks weet hij in wat voor rol dan ook, wel steeds te overtuigen. Manneken Pis is nu wel heel lang geleden, De Smaak van de Keyser en (N)iemand toonden zijn talent recentelijk nog. Als Vlaanderen Hollywood was, was dit wellicht Sean Penn of zo. En dan heb ik nog niet eens één van zijn theaterstukken gezien.

9. Eline De Munck: haha. hahahahahahahaha. In het Kruidvat zoeken ze nog iemand.

10. Axel Daeseleire: Jaaaaa, dat Antwerps accent, we weten het. En die typecasting als macho. De man moet ook leven zeker? In zijn begindagen om weg van te lopen (Dief gezien iemand?), maar intussen toch al enkele keren zeer overtuigend geweest en ik heb de indruk dat hij zijn vak ernstig neemt.

Hmm, dit is leuk. Wordt beslist vervolgd.

En nu maar hopen dat al die mensen mij niet bellen omdat ze beledigd zijn.





Terugblik op het zomerfilmcollege (2)

2 08 2009

Wat voor mensen hebben er tijd en zin om 8 zomerdagen lang in een bioscoopzaal door te brengen van ’s ochtends tot middernacht? Redelijk wat, zo bleek. 80 deelnemers telde deze editie, wat blijkbaar een record was. Ik had er als vanouds tussen het films kijken door plezier in de mensheid in zijn doen en laten te aanschouwen.

Eén Limburgse dame liep al snel in de kijker. Zij maakte er al na een dag of wat de gewoonte van de filmvoorstellingen na een half uurtje te verlaten. Haar goed recht, maar waarom nam ze dan altijd helemaal bovenaan plaats en droeg ze meestal van die klepperende sloefkes of schoenen met hakjes die telkens wat loskwamen als ze stapte? In een gesprek later maakte ze er melding van dat ze al die films nog wel eens zou huren in de bib. Daar sla je als filmfan wat van achterover. Je krijgt de kans een aantal zeer zeldzame, oude films te zien, op een bioscoopscherm, je hebt daarvoor betaald en dan spreek je over dvd’s?

Een ander markant figuur was een jongeman die duidelijk wat meegemaakt had. Niet alleen het reusachtig litteken op zijn schedel wees daarop, hij was ook wat onbehouwen in de omgang. Vriendelijk en praatgraag, dat wel, maar zich vaak niet bewust van sociale conventies. Merkwaardig genoeg had deze kerel een boek geschreven! Met een autobiografisch relaas over zijn verblijf op een psychiatrische afdeling, haalde hij zelfs de pers. Hij informeerde me maar al te graag over het aantal verkochte boeken (39 al in de eerste week) en wat er aan te verdienen viel (10 % per verkocht exemplaar, ik heb er geen benul van of dat veel of weinig is). Interessante figuur, bij momenten.

Dan was er dat Nederlands koppel (er waren er wel meer, ongeveer een kwart van de deelnemers kwam uit Nederland) van wie je hoopte dat ze niet voor je stonden in de rij voor het buffet. Dit duo, dat er overigens enigszins exentriek uitzag (Morticia Addams en Professor Gobelijn komen in de buurt), stoorde zich geenszins aan de rij wachtenden en deed er schijnbaar uren over uit het middagbuffet hun keuze te maken. Achteraf beschouwd maakten ze eigenlijk helemaal geen keuze en laadden ze gewoon alles en zo veel mogelijk op hun bord. Verder misschien aardige mensen (in hun voordeel: ze kwamen meestal pas heel laat aan het buffet zodat het aantal wachtenden nog meeviel), maar hun onverstoorbaarheid kon irritant overkomen.

Dan was er het Hollandse meisje dat zich niet geneerde om tijdens wat voor film dan ook korte reacties te geven. Jonge diertjes riepen kreetjes op, Greta Garbo en andere Zweedse verschijnselen, lieten haar zwijmelen. Allemaal schijnbaar geheel spontane uitingen van bezorgdheid, enthousiasme of idolatrie, maar na een dag of twee was het wel genoeg geweest. Het theatrale van deze reacties kwam op den duur berekend over, al bewonderde ik het (Hollandse?) je m’en foutisme. En ze wist wel héél veel over film.

Grootste ergernis was een Antwerpse kerel die  luide conversaties met zijn gezelschap hield, vooral – u kent dat wel – met de bedoeling indruk te maken op meeluisteraars. Niet alleen had hij mijn insziens niets zinvols te vertellen over wat voor film dan ook, zijn neiging om elke zin met een Engelse slogan of uitdrukking af te sluiten was hoogst enerverend. I was not amused.

Niet alle aanwezigen hadden per se iets met film. Sommigen deden in het dagelijks leven heel wat anders en zaten er puur uit interesse. Eén vrouw leek me wat verdwaald. Na enkele dagen haar conversaties aangehoord te hebben, zou ik spontaan een bureau op het ministerie bedenken als biotoop. Of een Blokker of Kruidvat, waar ze gerante zou zijn. Terwijl het merendeel van de gesprekken tussen de films door over film gingen (uiteraard, al was er ook ander voer voor gesprek), hoorde ik haar keuvelen over patronen op servetten of de meest geschikte sandalen voor strandwandelingen. Met dit soort mening, noem het maar een ‘oordeel’ zo u wil, begeef ik me misschien weer op kritiek terrein (vakjesdenker!), maar ik bedenk gewoon dat je in omgang met mensen die je niet kent, misschien wat minder onnozele praat zou kunnen uitslaan.

Er was ook een vriendelijke Franstalige man die af en toe sukkelde met zijn Nederlands. Hij zat rustig te luisteren naar een conversatie die ik had met mijn tafelgenoten, over de KUTsite, waar ik recensies voor schrijf. Enkelen kenden onze site en er werd uiteraard weer wat gegrapt over de naam. Ik herhaalde nog maar eens dat je zeker moet dotcommen en niet dotbeëen, want anders krijg je vieze plaatjes hahaha. Waarop de Franse meneer voor het eerst zijn mond open doet en vraagt: ‘Wat ies een kut?’. Leuk kennismakingsgesprek.

Er was ook nog een Aalsterse wiskundelerares (‘Oort ge dak van Aalst ben? Ik probeerder nochtans wa op te letten!’) maar op het feit na dat ze af en toe iets té strakke kleren droeg, valt er niets aan te merken op deze sympathieke madam.

Ja, een bont allegaartje was het wel, maar dat maakte het natuurlijk stukken boeiender. Ook op niet-filmisch vlak viel er dus best wat te kijken.

 





Het leed van de baliebediende

15 03 2009

img_32061Op het colloquium ‘De Moderne School’, georganiseerd door de stad Gent:

(vrolijke, stralende verschijning aan de infobalie):

- ‘Goeiedag meneer, bent u ingeschreven?’

-’ Jazeker, mijn naam is Sven De Schutter.’

- ‘Even kijken… hierzo! Alsjeblieft meneer, uw naamkaartje, en kijk eens in welke sierlijke letters!’

-’Jaja, maar de familienaam staat wel eerst en dat is eigenlijk niet correct.’

 

Nog nooit iemand zijn glimlach zo snel zien verliezen.

(Sven De Schutter, beschikbaar voor al uw enthousiasmetemperingen…)





Moest dat?

13 03 2009

Moest dat echt, Nicole en Hugo, dat ridicuul meewillen zijn met jullie tijd of dat uitbuiten van jullie grootste hit door er een idiote Regi-beat op te zetten?

Nee, dat moest niet. Echt niet.

Moest dat echt, Sandrine, beslissen om met omroepen te stoppen, nu je er héél misschien een héél klein beetje begon in te slagen vlot je alles bij elkaar maar onzinnige tekstje uit te kramen?

Ja, Eigenlijk wel.

Moet dat echt, Peter Goossens, die kandidaat-restaurateurs zo afblaffen vanwege desastreuze businessplannen, ondoordachte menu’s, extreem amateurisme en volslagen gebrek aan besef wat het uitbaten van een restaurant inhoudt?

Ja, dat moet absoluut.

En nu kijk ik écht niet meer.





How to attend an eetfestijn

8 03 2009

steakGeachte steakfestijn-bijwoner

Fijn dat u weer in zo’n grote getale aanwezig was op het eetfestijn van de jeugdbeweging waar ik lang deel van uit gemaakt heb en die ik nu occasioneel steun met raad en daad. Ik stond met een jaarlijks genoegen op mijn vaste stek tussen keuken en verbruikszaal en permiteer me vanuit deze positie enkele raadgevingen:

  • Ga niet aan een andere tafel zitten zonder de organisatie daarvan op de hoogte te brengen. Uw eten belandt dan immers op uw vorige plek, waarna u ten onrechte over de wachttijden gaat foeteren.
  • Verwacht uw maaltijd niet gelijktijdig te krijgen met de vrienden waar u gaan bij zitten bent als u pas drie kwartier na hen bent binnengekomen. Bedenkt ook dat het eerst arriverende bord niet voor u kan zijn, maar voor één van uw vrienden die er al veel eerder zaten.
  • Ook als u naast mensen gaat zitten die u niet kent, moet u zich realiseren dat de geserveerde borden eerst voor hen zullen zijn. Ze worden u vaak gebracht door een jonge onwetende bediende, dus aan u om te beseffen dat u onmogelijk zo snel bediend kan worden als uw tafelgenoten van frustratie een servet zitten te eten.
  • Kom niet in de keuken om daar de overstresste niet-professionele helpers uit te kafferen. Het zal de wachttijd enkel vertragen. Evenmin tonen wij ons ontvankelijk voor verzoeken om een voorkeursbehandeling. Pleidooien à la ‘ik moet mijn dochter van de paardrijles halen’ en ‘wij doen aan autodelen en moeten om 14u binnen zijn met de auto’ helpen niét. Wij boden u trouwens met plezier de ruimte en de tijd om die auto binnen te doen, met de trein terug naar Haaltert te reizen en dan te voet naar de parochiezaal te komen om alsnog te eten.
  • Bestel geen pizza in de naburige eettent tijdens het wachten. U beledigt de organisatie. En de boodschap was duidelijk.
  • Verwacht geen frieten als voorafje tijdens het wachten, als het net de baktijd van die frieten is die deze wachttijd vergroot.
  • Tracht ons niet te imponeren met bedreigingen als ‘dit is gene goede reclam hoor’. Er komt sowieso ieder jaar volk en zo’n invloed hebt u heus niet.
  • Laat u rustig sussen met vergoelijkende woorden van een ervaren oud-leider met een grote sociale vaardigheid en een gratis drankje om het wachten te compenseren. Dat werkt echt.
  • Uw beste vrienden trakteren en willen imponeren doet u best op een andere manier dan met hen te gaan eten op het eetfestijn van de vereniging van uw kinderen.
  • Kom niet in de keuken om eens te zien wat het probleem met de vervloekte friteuse is als u nog nooit een friteuse van dichtbij gezien hebt. Kom niet in de keuken tout court.
  • Veronderstel niet dat de persoon die in de keuken om frieten en vlees staat te roepen, tien vragen van medewerkers tegelijk beantwoordt en iedereen om hem heen commandeert, de baas is. Hij is al lang geen bondsleider meer, maar was gewoon in zijn sas.
  • Zwijgt en eet.

Maar verder: merci voor het geduld en het begrip, de berusting en aanvaarding van uw lot. U was heus niet zo’n slecht publiek en ik heb me eigenlijks zelfs niet eens écht geërgerd. Volgend jaar weer? Ik zal er zijn.





Even knorren

19 02 2009

Nu ik weer volop van goeie boeken geniet, overviel me onlangs de drang één van mijn favoriete boeken, Bankvlees, te herlezen. Helaas, mijn exemplaar staat niet meer in de boekenkast en ik heb geen idee aan wie ik het uitgeleend heb.

Het moet al lang geleden uitgeleend zijn, want ik mis het toch al maanden. Ik noteer vrij vaak wie wat leent, maar dan vooral wat dvd’s betreft. Nu noteerde ik dus niét. Ik heb weinig boeken, leen ze dus ook nauwelijks uit en lig er dus des te sneller van wakker wanneer er eentje vermist is.

Ik kan daar eens om zuchten, maar ik zit zo niet in elkaar. Ik trek me dat aan en laat er slaap voor. Tracht mijn uitleengedrag te reconstrueren. Maak me héél erg boos op al die leners die maar lenen en lenen zonder mij er eens aan te herinneren dat ze iets van me hebben of een seintje te geven dat ze er nog niet aan begonnen zijn en of ik dus nog even geduld heb. Geduld heb ik in overschot, maar ik wil dan wel weten voor wie.

Ik wil mijn Bankvlees terug. En nu we er toch over begonnen zijn: ook de films Mean Creek, Inside Man, Adaptation, Fear & Loathing in Las Vegas en Where the Truth Lies, stilaan allemaal zowat langer dan een jaar vermist. Aan verschillende mensen uitgeleend.

Ik zou er wantrouwig durven vanuit gaan dat Boris nog over één van de verdwenen objecten beschikt en ik vrees dat ik in dat geval nog veel humeuriger wordt want dan moet ik er zeker nog tot juni op wachten. Maar eigenlijk verdenk ik anderen.

Ja, mijn irritatiedrempel was laag vandaag dus beschouw dit beslist als een knorrig bericht.





Nieuwswaarde Nul (2)

29 12 2008

De verjaardag van de oudste mens van België in beeld brengen voor het journaal biedt geen enkele journalist een uitdaging. Er valt, zo blijkt ook vandaag weer, immers volstrekts niets over te vertellen. Altijd dezelfde beelden van een burgemeester en een dochter die de jarige op kindertoon aanspreekt. Altijd zijn ze ‘nog zeer actief’, zelfs al hangen ze half dement en comateus in hun rolstoel  en steevast  ‘zijn ze nog goed op de hoogte van alles’, al zijn ze intussen potdoof en slapen ze 23 uur per dag.  En gegarandeerd genieten ze nog elke dag van hun glas tafelbier, hun jeneverke, hun bak bier, hun vat trappist of zeven pakjes sigaretten.

Valse noot in de berichtgeving vandaag: de op bestraffende toon geuitte klacht dat geen van haar kleinkinderen of achterkleinkinderen nog op bezoek kwam! Tja, die zijn intussen zelf ook al niet goed meer ter been, ge moet dat verstaan. Ik negeer ook even de in mijn onderbewustzijn sluimerende nachtmerrie dat mijn grootmoeder 110 wordt zodat ik nog tot 55e iedere zondag moet langs gaan. Dat zouden nog zo’n 1300 bezoekjes zijn.

Enfin, zou er ook nog écht nieuws zijn? Dat ook niet over een volkomen uit zijn context en door de media aangedikte uitspraak van Niels Albert gaat? Journalistiek verlaagd tot ordinair gestook, vond ik dat. Film desnoods nog een bevroren voetbalplein als er geen echt sportnieuws is, maar val ons toch niet lastig met dit soort beuzelarijen.

Jaja, prettige feestdagen en al wat je wil, ik ben eventjes The Grinch. ‘t Is dat of mijn blog nog een week verwaarlozen.





Morgen kijk ik niet

29 12 2008

dewevernaar De Slimste Mens Ter Wereld. Niet dat dit nog steeds erg entertainende programma me begint tegen te steken, maar omdat men er in geslaagd is voor de aflevering van morgen drie volstrekt oninteressante deelnemers samen te brengen.

Op de eerste stoel zit Freek Braeckman te stralen. Onze meest kleurloze, vroegtijdig oud geworden nieuwslezer heeft schijnbaar een hele schare fans in Vlaanderen, maar ik ben daar zeker geen van. Ik heb genoeg van dit meneertje middelmaat. Een sterke quizkandidaat uiteraard, maar nu is het welletjes geweest.

Naast hem werd Bart De Wever in een stoeltje gepropt (let er maar eens op, die kerel past er nauwelijks in!). De vleesgeworden stompzinnigheid, de charme van een kopje koude koffie etalerend, een lege en idiote man die je op zijn best associeert met worsten, carnaval en kaartavonden. Kan er morgen een haardvuur naast hem geplaatst worden? En was hij gedrogeerd of is die sloomheid aangeboren? Dat hij een heel hoog score haalde, is des te opmerkelijker, maar het was dan ook een herkansing.

Op de derde stoel neemt Carry Goossens plaats, een acteur uit een pak successeries waar ik niet naar kijk en waar ik eigenlijk ook niet echt kan opkomen – op het immer aanwezige FC De Kampioenen na natuurlijk. De man doet mij vooral aan belegen kaas denken en op thermossen op plastic tafelkleden. En moppen waar ik niet om moet lachen – wat een zuurpruim ben ik hé?

Uit protest zal ik dus morgen voor de verandering eens niet kijken. 





The Troubles with Belgacom (3)

29 10 2008

Honderden blogartikels moeten er al geschreven zijn over de gijzeling van de telecomgebruiker. Recent hier nog over de goldshake (!?) van Telenet.

Vandaag trachtte ik bij Belgacom binnen te geraken omdat mijn mails niet binnenkwamen. Een medewerker te pakken krijgen voor een technisch probleem: vroeger lukte dat wel, mits enig geduld. Nu wordt je eerst door een ingewikkeld en vooral lang aanslepend menu geloodst waarbij je telkens maar weer opties moet nemen. Uiteindelijk vraagt men je toch naar een betalend nummer te bellen of om op de website van Belgacom zelf je probleem op te lossen – zelfs al heb je de optie ‘ik kan niet surfen’ gekozen!

Op het betaalnummer vang je bot: slechts 3 uur per dag is deze lijn beschikbaar. Dan maar terug naar het eerste nummer bellen en enkele andere opties kiezen - die niet kloppen, maar ja wat moet je doen?  - om toch maar een medewerker te pakken te krijgen. Zoals altijd is het héél lang wachten.

Intussen loste ik zelf mijn probleem op maar zit ik hier wel met een verhoogd adrenalinegehalte razend te wezen op deze gijzelnemers. Je komt op een zeker moment toch vast te zitten. Wat met al die mensen die echt hulp nodig hebben? Een medewerker van Belgacom aan de lijn trachten te krijgen wordt een echte dagtaak en bovenal een zenuwslopend avontuur waarvan de afloop een mysterie is. En wij kunnen daar NIETS aan doen – behalve de dingen van ons ‘afbloggen’.

De dag is nog niets een halverwege en ik ben al gestresst. Vanavond gelukkig eens uitgebreid Carcassonnen…

Lees hier en hier meer Belgacomtroubles.





Als u naast mij zit…

11 10 2008

… op één van die vele filmfestivalvoorstellingen, wilt u dan zo vriendelijk zijn:

- niet naar frietvet te ruiken?

- enigszins stil te zitten en niet als een ongedurig kind heen en weer te schuiven?

- niet om de haverklap uw gsm te checken waarbij dan zo’n hel wit schermpje oplicht?

- uw adem niet zo naar bier te laten ruiken?

- uw parfumgebruik te matigen?

- uw gezelschap niet te informeren over wat zij zelf ook wel zien op het scherm (‘kijk, een olifant’)?

-niet echt iedere keer te moeten lachen wanneer tijdens de begingeneriek van een Zweedse, Indonesische of Kazachstaanse film een naam verschijnt die misschien een heel klein beetje grappig is?

- een koptelefoon met simultaanvertaling te vragen als u onvoldoende Engels kent in plaats van na iedere drie zinnen aan uw partner te vragen: ‘Wat heeft ze gezegd?’

- te zwijgen vanaf het moment dat het licht uitgaat en niet pas vanaf dat de film 5 minuten bezig is? Daarbij ook aan te nemen dat voor de meeste mensen een begint vanaf de eerste beelden en niet vanaf de eerste gesproken zinnen?

- minstens 30 seconden na het eindbeeld te wachten vooraleer uw jas te grijpen en luidop uw commentaar te uiten over wat u net gezien hebt?

- en G**verdomme niet continu te zitten SMS’en of ik grijp uw gsm uit uw handen en keil hem naar het scherm zodat u, zich door het donker een weg banend en ten aanzien van een volle zaal, op handen en knieën op zoek moet naar uw gegeerde stukje technologie. Blijf verdorie thuis.

Het filmfestival dankt u.





De triomf van de leeghoofdige kip

2 10 2008

Uit pure gewoonte vormt Studio Brussel de achtergrond tijdens mijn ochtendrituelen. Al jaren. De tijd dat Wim Oosterlinck samen met de hemelse Heidi Lenaerts die ochtend vulde met gezapige nonsens, is al een tijd voorbij. Soit, ik lag er niet van wakker. Peter Van de Veire was een degelijke vervanger van Oosterlinck, maar helaas kon niet hetzelfde gezegd worden van Sofie Lemaire.

Het nieuwsmeisje dat evolueerde tot sidekick werd na verloop van tijd een volwaardig co-presentatrice van Van de Veire, maar al tijdens haar eerste weken slaagde ze er enkele keren in me in het harnas te jagen. Aangezien Heidi Lenaerts zich ook pas na zekere tijd kon ontplooien, wachtte ik geduldig op wat Lemaire nog zou bewerkstelligen. Maar nee, er viel geen evolutie vast te stellen. Integendeel zelfs.

Wat me in de eerste plaats stoort aan Lemaire was dat ze niet al te snugger overkomt. Eén van haar taken was bv. het persoverzicht, waarbij ze dan vertelde wat ze net in de krant had gelezen. Ze deed dit op een overdreven onthullende toon, alsof zij zelf de eerste was die dit nieuws bracht – de rest van de wereld had het intussen eigenlijk zelf al in de krant of het op het internet gelezen. Dat echter terzijde, want wat vooral stoorde, was dat als Van de Veire dan iets meer over een nieuwtje vroeg, Lemaire echt uit de lucht viel. Ze had het artikel in veel gevallen immers niet volledig gelezen en zat dus steeds een trein achter. Veelzeggend was ook dat Lemaire’s enthousiasme omgekeerd evenredig was met de relevantie van het nieuws dat ze bracht. Met andere woorden: hoe onbenulliger het nieuwtje, hoe meer Lemaire er op los kon lullen.

Veel personen en begrippen die tot de algemene kennis behoren, waren Lemaire ook volkomen onbekend. Meermaals hoorde je een stripverhaalachtig vraagteken boven haar hoofd verschijnen en regelmatig kon ze met de mond vol tanden staan tegenover haar spitse presentator. Toen Van de Veire zelfs een keer de uitdrukking ‘boter op het hoofd hebben’ gebruikte, barstte ze in lachen uit. Wat was dat voor een gekke uitdrukking! Hahahaha en hihihihi. Dat is Nederlands, beste Sofie Lemaire met een diploma van Herman Teirlinck. Met verwondering hoor ik haar dan soms zaken uitleggen waarvan je gerust kan aannemen dat iedereen ze al weet.

De interventies van Lemaire waren ook van een opvallend zwak niveau, waar zelfs een kleuterjuf zich zou voor schamen. Haar woordenschat, spreektoon en zinsbouw zijn de eenvoud zelve. Het zijn mensen als Lemaire die op die manier bijdragen aan de verarming van onze taal. Ik hoef ’s ochtends heus geen Walter Zinzen te horen, hoor, maar een minimum aan niveau is wenselijk.

Maar goed, op 1 september pakte Stubru uit met zijn nieuwe programmering. Van de Veire verdween uit de ochtendether en aldus ook Lemaire. Rust keerde weder in huize Sven. Dat het onwetende Sofietje in haar eigen nieuwe programma ‘op zoek ging naar de antwoorden op de vragen die zij zich stelt’  vond ik behoorlijk ironisch – dat zou een programma van lange duur worden - maar dit alles zou zich buiten mijn gehoorsveld afspelen, dus who cares.  Doch Stubru ijvert voor de rechten van het kippetje. Linde Merckpoel mocht immers haar intrede doen als sidekick van Tomas De Soete. Lekker gibberen en kletsen van ’s morgens vroeg zonder ook maar enig zinnig woord te verkopen. Ook Linde nestelt zich dolgelukkig in de rol van onwetende bijzit, kul verkondigend alsof haar leven er van afhangt. Nogmaals, sociologische beschouwingen of filosofische bespiegelingen hoeven echt niet, maar de gemiddelde luisteraar is toch ouder dan 12?

Onlangs meldde Linde dat de lottoformulieren groter zouden worden. ‘Er komen twee roosters bij’, zo legde ze uit. ‘Maar of je dan meer cijfers mag aankruisen, weet ik niet’. Ik heb mijn bedenkingen bij zo’n berichtgeving. Als je iets niet weet, zeg dat dan niet, tenzij er naar gevraagd wordt. Maar vooral: als je dan toch een nieuwtje wil brengen, informeer je dan toch degelijk!? En dan nog: denk eens na. Ooit al eens een lottoformulier bekeken? Also sprach Meester Sven.

Eigenlijk staan Lemaire en nu Linde symbool voor een nieuw slag grieten dat zijn sexe oneer aandoet. Niet alleen omdat ze onnozel of leeg zouden zijn, maar voornamelijk omdat ze zich met zoveel graagte wentelen in de rol van onwetende sidekick. Het mikpunt van de grappen, de giechelende maar naïeve assistente van de alwetende presentator. Het soort vrouwvolk dat tevreden is met een bijrol. Dat zich laat bevoogden en sturen, laat inpalmen en foppen. Stelt dit de huidige generatie jonge vrouwen voor? Met Roos Van Acker had je het niet moeten proberen. Ook Heidi Lenaerts stond waardig boven de nonsens van haar co-presentator. Dat is stijl.

Laat ik mijn dag nu vergallen omdat één of ander simpel ding de krant niet zorgvuldig leest of alomtegenwoordige begrippen niet kent? Natuurlijk niet. Tegenwoordig zap ik zelfs weg. Maar voor we weer aan de discussie beginnen over ’de knop omdraaien’ of ‘negeren’, wil ik het recht opeisen goede radio te mogen aanhoren in de ochtend. Ik weet al lang dat ik dat niet zal vinden op Q (dat is pas peuterradio). Maar dat de (al lang geleden begonnen) verschuiving van Studio Brussel naar de middelmaat zich steeds duidelijker manifesteert in de aanwerving van presentators van kinderlijk niveau (zie ook Siska Schoeters, Ann Lemmens en Steven Lemmens), vind ik beklagenswaardig. Of is het omdat ik zelf ouder word en ik niet meer tot de doelgroep van deze ‘jongerenzender’ behoor? Welnee! De verwerpelijke, recente promotiestunt waarbij met gulle hand auto’s werden weggeschonken (door een zender die vorig jaar nog actie voerde voor een gebrek aan drinkwater, lees vooral de rake column van Tom Naegels hierover, in De Standaard van 27/9!), richtte zich zelfs op ouders van tieners! Het jongerenpubliek wordt steeds minder interessant gevonden en dus moet er vooral zo mainstream mogelijk uit de hoek gekomen worden. En dus hou je het taalgebruik simpel en de inhouden luchtig. Over de muziek spreek ik me al helemaal niet uit, het verschil is bij het zappen niet eens meer te merken.

En zo is dit is nog eens een lekker verzuurd stukje.  





The Troubles with Belgacom (2)

4 09 2008

Nog vrij regelmatig belanden bezoekers op deze blog via dit oude artikel, waarin ik mijn beklag deed over de lijdensweg die het afzeggen van een abonnement op digitale televisie bij Belgacom wel niet was.

Die zaak is na vele maanden opgelost geraakt, maar vandaag bereikte mijn ergernis tegenover ons aller Belgacom opnieuw een hoogtepunt.

Ik kreeg een boete wegens een niet-betaalde factuur. Onbegrijpelijk vond ik dat, ik betaal altijd tijdig mijn rekeningen (weliswaar pas op de laatste dag want ik gun de telecommaffia geen eurocent extra winst). Bleek dat ik me had aangemeld om in de toekomst facturen zelf op te halen op de website, wat ik me eerlijk gezegd totaal niet herinner. Ik surfte daar dus snel heen en stelde vast dat ik idd drie weken te laat was met mijn betaling.

Ik bestudeerde ook even die laatste factuur. De prijs lag 3 euro hoger dan gewoonlijk. Uitpluizen dus, want Belgacom denkt met zijn klanten te kunnen doen wat ze willen. Ik zie dan ook dat mijn telefoonlijn is opgeslagen. Ik heb weliswaar geen telefoon, maar wel een telefoonlijn om het internet bij me binnen te krijgen. Toen ik hier twee jaar geleden kwam wonen, kreeg ik bij Belgacom immers te horen dat die telefoonlijn nodig was.

Na minstens 15 minuten wachttijd, krijg ik eindelijk een vriendelijke medewerker te spreken. Ik heb tijdens dat wachten wel bedacht dat het antwoord op mijn vraag wellicht simpel is: de prijs is gewoon gestegen, waarschijnlijk. Toch zet ik door, ik wil dat horen uit de mond van zo’n (verder compleet onschuldige) medewerker om dan met een luide zucht mijn onvrede te uiten over het feit dat zo’n money-grabbing bedrijf nog meer geld vraagt. En zo geschiedt het, want het gaat inderdaad simpelweg over verhoging van de tarieven. En of ik dan die brief niet gekregen heb die me daarvan op de hoogte diende te brengen?

Maar de medewerker kan me ook troosten: al ‘geruime tijd’ bestaat er immers een systeem waarbij ik helemaal geen telefoonlijn meer nodig heb om te kunnen internetten. Ik reageer scherp. Wat is dat voor communicatie? Betaal ik al wieweethoeveel maanden telkens bijna 7 euro te veel? Waarom was ik niet op de hoogte!? Maar ik weet natuurlijk dat die mens daar ook niets kan aan doen, en mocht dat al zo zijn, mijn zorgen hem koud zouden laten.

De telefoonlijn wordt dus geschrapt, de facturering zal terug via de klassieke brievenbus gebeuren en die mens deed zijn werk heel goed. Maar hoe wraakroepend toch, eens te meer, dat men mij al maandenlang in het ongewisse laat. Iemand moet daar toch ergens zien dat ik een telefoonlijn heb die nooit gebruikt wordt? Maar ja, hoe gek moet je als poenschepper zijn om je klant er op te wijzen dat hij te veel betaalt? Hoeveel van die argeloze slachtoffers zouden er wel niet bestaan? Komt er ooit een einde aan de gijzeling van de kloteklant?

Die boete van 5 euro betaal ik trouwens niet. Eens zien waar dat toe leidt. 





Random Thoughts (9)

18 08 2008

De vrt roept Tom Coninx terug uit Peking wegens te weinig bijdragend aan de verslaggeving. Wel een beetje pijnlijk toch, zo’n publieke tik op de vingers. *** Zin om naar de Haaltertse proeverij te komen? We zien u in september. Kies zelf maar een zondag uit. ***  In een Texaanse school mogen de leerkrachten vanaf nu gewapend naar het werk komen om zichzelf en de leerlingen te beschermen in het geval van Columbinetoestanden. Intussen citeert Obama een bijbeltekst en krijgt hij daarvoor een groot applaus. Hoe nuchter wordt er in dat land nog gedacht? *** Snapt iemand wat die pinguin te betekenen heeft in een reclame voor luchtverfrissers? *** Boris is geveld door een virale infectie. Even gedaan met duizend en één dingen tegelijk te doen. De communicatie en dienstverlening in het A.Z. Aalst was als vanouds weer *excellent* *** De schoorsteen van de school wacht al minstens 18 maanden op een herstelling. Verantwoordelijke is de stad Gent, al is het in dit geval wellicht een ongemotiveerde of overbezette aannemer die (héél lang) op zich laat wachten. Nochtans ziet zelfs een kleuter dat het werk aan de schoorsteen amper één dag kan bedragen. Zijn er eigenlijk nog positieve ervaringen met aannemers en vaklui? *** Koen Wauters sprong uit een vliegtuig voor een goed doel. Helaas mét valscherm. *** Het is zover, de dvd-kast is vol. *** Het aantal medailles dat België in de wacht sleepte op de Olympische Spelen, is tot nu toe niet te tellen. Probeer maar. *** Gedateerd maar bij momenten nog steeds hilarisch: -‘Al, waarom neem je mij nooit mee uit naar een hotel?’ -’Ach, Peg, je zou toch de weg naar huis weer terug vinden’. ‘Married with Children’, iedere donderdagnacht op vtm. *** Iemand nog een telefoonboek? In Gent struikel je er zowat over. Hoe vaak gebruikt u nog zo’n gids? Hier leest u hoe ze te vermijden. Voor die mensen die ze dumpen, is dat. *** Collega Val wil me aubergines en courgettes leren eten. Help! ***

 

Vorige Random Thoughts





Gelukkig is er nog De Standaard

13 08 2008

om ons op de hoogte te houden van levensbelangrijke gebeurtenissen.

Blijkbaar impliceert de benaming van de rubriek ‘beroemd en bizar’ dat hier een allegaartje aan nieuwtjes mogen gepubliceerd worden die geen enkele nieuwswaarde hebben en los daarvan ook volkomen oninteressant zijn. Ik heb een sterk vermoeden dat de verantwoordelijke webredacteurs dan ook geen echte journalisten zijn, maar stagiairs die de hele dag door surfen op zoek naar het meest onbenullige nieuws dat ze dan op de website van De Standaard kunnen plaatsen.

Het eerste artikel is, hoe triviaal de feiten ook, eigenlijk wel het toppunt. Julia Stiles valt bezwaarlijk een bekende actrice te noemen. Het feit dat het artikel ook haar bekendste films vermeldt, bewijst dat de auteur ervan dat ook wel beseft. Daarnaast is het de vraag waarom haar breuk het vermelden waard is. In Hollywood gaan iedere dag koppels uit elkaar en daar wordt door De Standaard anders ook geen aandacht aan besteed. En kom nu niet met ‘komkommertijd’ aandraven, want dit soort lulkoek vind je het hele jaar door op de site van deze kwaliteitskrant.

Ook de andere artikels zijn compleet irrelevant. Wie heeft een boodschap aan deze feiten? Ik kan er inkomen dat ook een kwaliteitskrant aandacht besteed aan luchtigere nieuwsberichten, inclusief het wel en wee van beroemdheden, maar dit non-nieuws mogen ze toch achterwege laten.





Awoe Bert Kruismans

2 08 2008

Ik heb het niet zo voor stand-up comedy, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Ik kijk er nauwelijks naar en woon al helemaal geen voorstellingen bij dus waar heb ik last van?  Ik kan in de meeste gevallen ook wel begrijpen dat er een publiek voor is – behalve voor Geert Hoste dan – en ik vind heel wat grappen van heel wat comedians ook wel grappig, maar dan zonder dat ik er hardop om moet lachen. Ik erger me ook nogal aan de opzet van zo’n stand-up comedy: voor mij werkt zoiets niet op een podium want er is (in de meeste gevallen) ook niets te zien.

Bert Kruismans is zo één van die comedians. Ik ken deze jolig besnorde kerel vooral van tv-verschijningen die los staan van zijn optredens en vond hem altijd best te pruimen, in pakweg De Slimste Mens ter Wereld e.d. Vorig jaar was ik iets minder te spreken over zijn boek Wereldberoemd in Vlaanderen, dat heel wat media-aandacht kreeg. Ik vond het veel gedoe om niets en nog slecht geschreven ook (lees hier).

Nu pikte ik gisteren eerder toevallig een stukje mee van de zaalshow van Kruismans. Ook hier staat het fenomeen BV en de televisie centraal, maar dat leverde beslist geen spectaculaire voorstelling op. Ik ben me ervan bewust dat het concept me parten speelt, maar daarnaast vond ik Kruismans betoog gewoon ook erg slecht. Zijn opmerkingen en observaties waren volstrekt ongeïnspireerd, de grappen zéér flauw, zelfs ergerlijk. Als je echt niets pittiger te vertellen hebt, wat ga je dan op een podium doen? Na twintig minuten hield ik het dan ook niet meer uit en zapte ik eindelijk weg.

Meer heeft dit stukje niet om het lijf hoor; ik zag iets en vond er niets aan en daar koppel ik verder geen conclusie of veralgemening aan. Eventuele reageerders mogen dan ook de argumenten ‘als het niet goed is, kijk dan niet’ en ’smaken verschillen’ achterwege laten.