Broeder René Stockman, sekteleider van de Broeders Van Liefde, heeft gekke plannen en daar heb ik om meer dan één reden een mening over. Geen al te originele mening helaas – net als de meeste weldenkende mensen kan ik alleen maar schrik krijgen dat dit werkelijkheid wordt – maar het houdt me niet tegen ze hier te brengen.
Waar gaat het over? Stockman loopt met het idee rond nieuwe scholen op te richten die veel nauwer aansluiten bij de katholieke leer. Dat houdt in dat er veel vaker eucharistievieringen zijn, er vaak gebeden wordt en de katholieke leer nog veel strikter gevolgd zal worden dan in wat momenteel voor katholieke scholen doorgaat.
Ik dacht net dat het een beetje de goede richting uit ging. Niet dat er aan de top van de Broeders van modernisering sprake is – en ik kan het weten – maar ik had de indruk dat de Broederscholen de multiculturele, multireligieuze samenleving stilaan begonnen te aanvaarden en de 21e eeuw waren binnengetreden. Dat er een zekere vervaging vast te stellen viel tussen de netten, die uiteindelijk toch allemaal degelijk onderwijs aanbieden.
Ooit ben ik nog veel naïever geweest. Toen ik mijn lerarendiploma in handen had, werd ik opgeroepen door het bisdom om mijn mandaat van rooms-katholieke godsdienst te komen ondertekenen. Het hield in dat ik me akkoord verklaarde ‘de boodschap van het Evangelie en van de Kerk te willen verkondigen en me te willen inzetten om ze voor te leven zoals de kerkgemeenschap het vraagt. Ik wil me meer specifiek inzetten voor het geven van rooms-katholieke godsdienst.’ Verschrikkelijk. Toen we dit in handen kregen, twijfelde ik sterk. Ik had mijn diploma op een katholieke school gehaald, maar de lessen godsdienst daar trokken je wereldbeeld open in plaats van het te sluiten. Ik besloot het mandaat niet te ondertekenen en ging naar huis. Welk principe ik precies bedreigd zag worden, was onduidelijk, maar dit voelde gewoon niet goed aan. Toch heb ik meteen de volgende dag mijn ondertekend exemplaar opgestuurd. Me veel te weinig bewust van de werkgelegenheid buiten het katholiek onderwijs, zag ik een doembeeld voor me waarbij ik ofwel werkloos was ofwel moest lesgeven in een inferieure school, zoals dat toen mijn perceptie was.
En dus was één van mijn eerste werkgevers een school van de Broeders van Liefde. Een leuke, aangename school, met fijne leerkrachten en leerlingen. Zo af en toe werden personeelsleden naar bijeenkomsten gestuurd waarover ik dan lacherig deed: je moest en zou weten waar de Broeders voor staan en kreeg nieuws over al hun projecten, ook buiten het onderwijs. Powerpoint na powerpoint over de missies en de Broeders over de hele wereld. Op zich is daar niets mee, ieder modern bedrijf tracht zijn werknemers te betrekken en te overtuigen van zijn mission statement. Toch voelde één en ander naargeestig aan. Een moderne sekte. Vooraan zaten een stuk of wat broeders van wie je je kon voorstellen dat ze een camera in je klas zouden hangen om toch maar te zijn hoe waarachtig je lessen catechese waren. En wat als je van het uitgestippelde pad der christelijkheid dreigde af te wijken?
Ik stond er verder maar niet bij stil en gaf braafjes iedere dag mijn 25 minuutjes catechese. Dat viel echt wel mee. Er was modern materiaal en het vak bood ruimte voor bezinning en verdieping zonder dat er daarom sprake van Jezus hoefde te zijn. Het mooiste was nog wel dat niemand er problemen mee had dat ik de kinderen een kritische bril aanreikte. Kon Jezus echt over water lopen? Heeft hij echt broden en vissen vermenigvuldigd? Met de kinderen tot de conclusie komen dat dit metaforische verhalen zijn, uitvergrotingen van iets dat misschien echt gebeurd is, en mensen hier kracht uit halen, was zeer bevredigend. Het stond ver af van de indoctrinerende woorden van de brave zuster Lina in de derde kleuterklas, die me echt deed geloven dat Jezus naar mij keek.
Minder aangenaam waren de talloze misvieringen die de school organiseerde. Zes keer per jaar of zo. Dat vond ik echt wat veel van het goede. Ik bleef in deze vieringen ook op mijn stoel zitten tijdens de communie. Dat kun je me verwijten, gezien het feit dat ik toch dat mandaat had ondertekend. Maar ik weiger pertinent hypocriet te zijn. Bovendien ben ik voor de leerlingen dan evengoed een voorbeeld. Zij hoeven toch niet aan te nemen dat alle volwassenen om hen heen katholiek zijn? Ik deinsde er nog wat voor terug aan mijn leerlingen duidelijk te zeggen dat ik niet gelovig was, maar gaf hen wel uitleg als ze vroegen waarom ik geen hostie haalde (‘dat plakt aan uw verhemelte en daar kan ik niet tegen’ haha!). De vraag was uiteindelijk: kan ik catechese geven zonder zelf katholiek te zijn?
Die vraag hoeft niet meer beantwoord te worden. Toen mijn contract na 3 jaar ten einde kwam, werd ik geconfronteerd met de ware broeders: machtsvertoon, een ivoren-toren-beleid, minachting voor hun eigen publiek, … de maskers vielen. Ook latere confrontaties in heel andere context, met katholieken allerhande, bevestigden wat ik eigenlijk al min of meer had aangevoeld: dit was echt niets voor mij. Te eng, te superieur, te zelfzeker, te minachtend tegenover alles wat niet past.
Ik ben nu een zeer tevreden leerkracht in het stedelijk onderwijs en hoef me dus in principe geen zorgen te maken over wat Meneer Stockman zich in zijn gezalfde hoofd haalt. Toch vind ik het als vooruitstrevende en bezorgde burger een stap achteruit. Ik heb het hier al eerder gehad over een zekere (al dan niet terechte) frustratie over de kloof tussen de genoegzaamheid van het katholiek onderwijs en de veel meer bij de realiteit aansluitende gang van zaken in het niet-katholieke onderwijs. Dit wordt zelfs een uitvergrote vorm! In De Morgen van het voorbije weekend haalt moraalfilosoof Patrick Loobuyck enkele prachtige argumenten aan, waarmee ik mijn bezorgdheid kan argumenteren.
Loobuyck haalt als voornaamste argument het falen aan van de huidige katholieke leer. Hoe komt het dat de scholen van de Broeders van Liefde (en andere katholieke scholen) er niet meer in slagen hun leerlingen écht gelovig te maken? ‘Werkt de indoctrinerende molen niet meer?’, maak ik daarvan. De scholen mogen deze vraag niet als een verwijt zijn, het feit is gewoon dat het in een seculiere samenleving waarin geloof in de praktijk nog weinig voorstelt, zelfs als school moeilijk is daar tegen op te boksen. Er zijn dan ook geen broeders meer die les geven en die leerkrachten zijn natuurlijk zelf nog amper gelovig. Waarom dan toch krampachtig proberen die evolutie tegen te gaan?
Ik vraag me dus vooral af waar Stockman dat idee gehaald heeft. ‘Op verzoek van ouders’ klinkt het. Hoeveel ouders zouden dat zijn? (‘een bepaalde niche’, zo zeggen de Broeders zelf). Is het niet eerder een paniekreactie van iemand die de macht van zijn geloof en zichzelf langzaam ten onder ziet gaan? De laatste stuiptrekking van een man die de vooruitgang tracht tegen te houden? Want ik durf dit opentrekken en stellen dat het conservatieve van dat geloof ook vorm krijgt in de dagelijks lespraktijk van de school, dus ook buiten het vak catechese. Deze week kreeg de school waar ik nu werk – een Freinetschool – het bezoek van een delegatie directies uit het traditionele (niet-katholieke) onderwijs. In het kader van Forum for the Future, een zoektocht naar innnovatief onderwijs, kwamen deze dames en heren een kijkje nemen op een school waar vernieuwende onderwijstechnieken dagelijks toegepast of minstens toch uitgeprobeerd worden. We kregen lof en applaus en dat sterkt me nog eens in de overtuiging dat vernieuwing niet in het traditionele onderwijs zal ontstaan. De link met het katholieke onderwijs is in deze anekdote natuurlijk vaag, maar ik ga er van uit – en ik spreek dan uit ervaring – dat zij nog nog meer vasthouden aan traditie en autoriteit en dus nog veel meer in te halen hebben dan de zelfkritische collega’s uit het niet-katholieke, traditionele onderwijs. Vooraleer die vroegere discussie opnieuw start: ik ben zeker dat de meeste katholieke scholen goede scholen zijn waar goed geleerd wordt en leerkrachten hard werken. Maar alles kan beter en stilstand is achteruitgang.
Het idee van moslimscholen creëerde paniek, woede en onbegrip. Ik denk voor een groot deel terecht, want het zou de pluralistische samenleving alleen maar onbereikbaarder maken. Wel, net zo is een strikt katholieke school een al even slecht idee. Of zelfs erger, want u weet toch nog wel waar die katholieke leer allemaal voor staat of tot welke menselijke drama’s het opleggen van geloof al heeft geleid? Recent hoorde ik in de docuserie Meneer Doktoor nog enkele aangrijpende verhalen over hersenspoelende pastoors, om maar één voorbeeld te geven. Ik kan dus alleen maar hopen dat die drang naar stilaan vervliegende verzuiling de kop wordt ingedrukt door moderne beleidsbepalers – en dat is momenteel helaas niet Pascal Smet – en Stockman’s ideeën vooral in zijn hoofd vorm krijgen. Broederlijk Verdelen, het krijgt ineens een heel andere betekenis.
Voor wie overigens de andere partijen aan het woord wil horen, hier vindt u de reactie van de Broeders op de commotie na het uitbrengen van hun plan/idee.
Voor alle duidelijkheid, het volledige aantal films dat ik ooit gezien heb, bedraagt momenteel 2753. Het is misschien wat bizar een onderscheid te maken tussen bioscoopfilms en het aantal geziene films tout court. Gezien is gezien toch en wat voor zin heeft dat onderscheid? Maar in 1992 ben ik begonnen met het oplijsten van films die ik in de cinema zag om zo mijn jaartotaal overzichtelijk te houden en om de diverse jaren te kunnen vergelijken, ben ik dat blijven noteren. Aangezien ik toen ook nog al mijn ticketjes bewaard had van alle films die ik sinds 1989 of zo gezien had en ik verder goed in mijn geheugen gegraven heb, viel dat zelfs nog te reconstrueren voor voorgaande jaren. Zo meen ik intussen zowat zeker te zijn dat de lijst volledig is vanaf mijn allereerste bioscoopfilm.
Wat die bezoekers betreft, ik hou dat in de gaten. Vind ik het belangrijk? Mwja, want een publiek is leuk. Maar mocht die functie niet beschikbaar zijn, zou ik nog steeds bloggen, dus dat relativeert het toch weer wat.
Maar ook psychisch vertoeft een mens in zo’n periode even ergens anders. Collega’s kondigen hun vertrek of pensioen aan en soms is dat wat te betreuren. Nieuwe collega’s worden voorgesteld. Het leven is weer een beetje een soapserie: personages komen en gaan. En dan zijn er de leerlingen: twee jaar zie je ze groeien, letterlijk en figuurlijk, en dan laat je ze gaan, met een spijt dat zij grotendeels uit je leven verdwijnen maar vooral met een verpletterende besef dat moeilijk te beschrijven valt: zij beginnen aan een nieuwe fase van hun leven en deze tijd zal ooit heel erg ver achter hen liggen, terwijl ik gewoon doorga met hetzelfde en dit moment nooit zo ver achter mij zal liggen als voor hen. Je wordt in de bloemetjes gezet, maar vervaagt intussen tot een herinnering.
Het is mooi weer en ik jaag het opvanggebroed dus naar buiten. Een rustgevende start van de dag dus, want er is niet veel volk. De eerste twee lesuren verlopen daarna wat wanordelijk omdat de leerlingen niet echt meer een taak hebben, maar we hebben het naar onze zin. De 











U zei?