Blokken: de kandidaten

11 07 2008

(wat voorafging: ik nam deel aan Blokken en kijk terug op deze bizarre beleving)

Op een opnamedag van Blokken worden zo’n 5 afleveringen ingeblikt. In het slechtste geval - als iedereen verliest - zijn er dus 10 kandidaten nodig. Allemaal potentiële tegenspelers voor wie ik in verschillende mate vrees. Als gewoonlijk (zie ook mijn deelname aan de preselecties van een vtm-quiz) stel ik me afwachtend op tegenover deze groep mensen om hen te observeren en - uiteraard (gevoelige lezers wezen gewaarschuwd) - flinke vooroordelen te creëren.

Bij het betreden van de ontvangstruimte, vroeg op deze opnamedag, ontwaar ik eerst een groepje Wendy’s. Ze zijn allevier opgemaakt en opgetut, waardoor ik niet meteen kan bepalen wie van hen een deelneemster is en wie supporter. Daarnaast zit een Hollands meisje overduidelijk Hollands te wezen door met een zeer vet accent een luid gesprek te voeren met haar vriendje. Het is het soort dialoog dat eigenlijk bedoeld is voor omhorenden, kent u dat? De inhoud van het gesprek moet voornamelijk dienen om buitenstaanders te imponeren. Helaas, Hollands meisje maakt geen indruk. Wanneer ze ook nog eens nadrukkelijk begint mee te bewegen met een liedje op de radio (gevolgd door het minder beweeglijke vriendje) om aldus haar zelfbewustijn te etaleren, is mijn mening vervolledigd. Ze is spontaan, recht-voor-de-raap, expressief en zelfverzekerd. Kortom: onuitstaanbaar.

Enter Frans, dé klassieke quizkandidaat. Frans daagt op met een krant, die hij de eerste 5 minuten met veel vertoon begint te doorploegen. Alsof hij op het laatste moment nog zoveel mogelijk weetjes en feiten tot zich wil nemen. Maar de krant is een dekmantel, om iets om handen te hebben terwijl hij een gewillig slachtoffer zoekt die zijn verhalen wil aanhoren. Dat zijn bij zulke types - ook bij de Pappenheimers had ik zo’n tegenspeler - altijd dezelfde verhalen: een opsomming van de quizzen waaraan ze al deelgenomen hebben en een uitvoerige uitleg over hoe het komt dat ze die allemaal verloren hebben. Ik - die ook al aan wat quizzen heb deelgenomen en ook steeds een uitleg klaar heb over hoe het komt dat ik (bijna) altijd verlies - houd me op de achtergrond, want ik ken dit soort gezelligaards. Eens ze je menen onderhouden te hebben met anekdotes over belachelijke vtm-spelletjes als Puzzeltijd (een veredeld belspel waar een echte quizzer toch zijn neus voor ophaalt, haha!), komen hun theoriën boven over het hoe en wat van de televisiewereld en wijken ze de rest van de dag niet meer van je zijde. Ik vertoon dan ook geen enkele interesse in de verhalen van Frans - die eigenlijk Marc heet, maar dat is hetzelfde.

Op een bepaald moment - tijdens het middageten - weet Marc/Frans ons niet te boeien met zijn liefde voor het programma Fata Morgana.
‘Ik ben eens gaan kijken naar de opnames, maar dat viel wel tegen! Drie uur lang wordt er gefilmd en daar wordt dan maar 40 minuten van uitgezonden!’
‘Gelukkig maar’ repliceer ik nog voor iemand anders aan tafel iets kan zeggen. Het gezelschap glimlacht eens en Marc/Frans houdt het daarbij. De krant wordt weer bovengehaald tot zich een volgende gelegenheid voordoet om zich te bemoeien. Wat ben ik toch een uitstekend pretbederver.

Terug naar de ochtend. Een jong koppel dient zich aan. Hij draagt een tas met kleren (als je wint en nog een keer mag spelen, moet je andere kleren aantrekken) dus ik ga ervan uit dat hij de kandidaat is. Een zelfzeker type eveneens, waarvan ik vermoed dat hij zich in een quiz wel eens zou kunnen laten gelden. Oogt wat humorloos, is té klassiek gekleed maar verder geen kwaad woord. Hij blijkt een advocaat te zijn uit Knokke. Denk er het uwe van, ik dacht wellicht hetzelfde. Ik maak meteen uit dat ik niet tegen hem wil spelen. Hij ondermijnt mijn zelfvertrouwen, hoezeer ik dat ook betreur.

Dan is er de hippe schoolmeester. Ooit was ik dat type, maar nu hoef ik niks meer te bewijzen. Haar in de gel, vlot gekleed, populaire kerel, woont nog bij mama. Kan een te vrezen tegenstander zijn. Hij wordt gevolgd door een tof koppel dat onlangs in de Pappenheimers te zien was. Zij - Tine - is de kandidate. Sympathieke West-Vlaamse, die al snel verbroedert met de andere West-Vlaamse, Joke. Die heeft een dag eerder al eens gespeeld en won dus al 1000 euro. Zij is op dat moment de Queen of Blokken.

Tenslotte is er Inge, een jong, onschuldig ogend, blond, dartel en heel Limburgs ding in wie ik niet meteen concurrentie zie.

In zijn geheel beschouwd, lijkt dit me mee te vallen, maar schijn bedriegt altijd natuurlijk. Dat maakt niet uit, het gaat erom in welke mate ik me sterker voel door de tegenspelers te onderschatten. En dat doet een mens door in anderen zwakke plekken te zoeken, of die nu correct zijn of niet. In een loting zal worden uitgemaakt in welke volgorde wordt gespeeld. Tine neemt het in de eerste aflevering op tegen Joke. Tine wint en speelt vervolgens ook schoolmeester Peter naar huis. Zijn ego krijgt een knak, vermoed ik. Tine neemt het vervolgens op tegen één van de Wendy’s, die - o, shock! - geneesheer in de reumatologie blijkt te zijn! Maar die studies mogen niet baten, want Tine speelt ook deze tegenspeelster naar huis, wint vervolgens een tv en mag een vierde keer terugkomen. Ik volg al die tijd aandachtig het verloop, want ik ben uiteraard heel benieuwd wie mijn tegenspeler wordt. De loting heeft uitgemaakt dat de advocaat voor mij is, waardoor de kans groot is dat ik het tegen hem moet opnemen. Achter mij komt de Limburgse Inge.

Tijdens de middagpauze blijkt dat het succes van Tine verhindert dat Hollands Meisje - die door de loting als laatste is aangeduid - vandaag nog aan de beurt komt. Ba-len! Want met de trein vanuit Holland is wel drie uur reizen en nu moet Hollands Meisje nog een keer terugkomen (ze krijgt wel een vergoeding)! De West-Vlamingen in het gezelschap blijven daar kalm onder. Ook zij zijn meer dan twee uur onderweg. Hollands Meisje zet er hier dus een punt achter en mag op een andere dag terugkomen.

Dan begint een spannende strijd tussen Tine en Advocaat. Hij blijkt inderdaad een goede quizzer, al vind ik hem lang niet zo vlot als ik vermoedde - zo stel ik mezelf weer wat geruster. Tine wordt er dan eindelijk een keer uitgebonjourd. Maar helaas, Advocaat vindt het zevenletterwoord niet en gaat met lege handen naar huis…

Pas dan weet ik dus zeker dat Inge mijn tegenspeelster wordt. Frans/Marc beseft dan ook al eventjes dat hij vandaag niet meer zal spelen, maar hij blijft gewoon gezellig in de studio rondhangen. Zeer leerzaam immers, en al dat lange wachten is hélemaal niét vervelend. Wie weet vallen er nog doden of wordt Ben Crabbé aangevallen door een geïrriteerd publiekslid. Dan heb je dat toch weer meegemaakt! Om de dag van Frans/Marc compleet te maken, wordt hem gemeld dat hij pas in oktober weer aan de beurt mag komen.

Kijk, of ik nu gewonnen of verloren heb, zo’n waarnemingen vind ik toch altijd de moeite waard. Groepsprocessen zijn zéér boeiend. Mijn eigen rol daarin is afhankelijk van de situatie. In nieuwe groepen, blijf ik sowieso altijd gereserveerd. Als ik met een groep nog verder moet samenwerken, zal ik me zeer sociaal opstellen en zal ik niet aarzelen mezelf te laten kennen. Deze groep - die op het eind van de dag weer uit elkaar valt - hou ik wel een beetje op afstand. Niet dat ik me asociaal opstel, maar ik blijf wel op de achtergrond. Tenzij iemand over Fata Morgana begint natuurlijk.

Boeiend is bv. de perceptie tegenover mensen die aan De Pappenheimers hebben deelgenomen. Dat wordt doorgaans wel leuk bevonden. Tine en haar man werden herkend (hun deelname was nog vrij recent en de echtgenoot had een nogal opvallend uiterlijk), vertelden daar dus wat over en er werd waarderend over dit programma gesproken. Ik laat me dan wel uit mijn kot lokken natuurlijk en meld dan ook maar dat ik al eens deelnam aan De Pappenheimers. Meteen krijg je dan een soort van (vergezochte) hiërarchie. Bovenaan staat Joke, want zij is er al voor de 2e dag. Dan komen alle Pappenheimers, gevolgd door het gepeupel dat eens aan Blokken komt meedoen. Een daaronder nog zij die aan Puzzeltijd deelnamen. Ik geef toe, een zeer subjectieve waarneming hoor. Een mens moet zich ergens mee bezighouden tijdens die lange dag.

Het menselijk ras is een bizarre soort. Dat troept afgeborsteld samen om deel te nemen aan een tv-quiz die op bandwerkachtige wijze wordt opgenomen (de helft van de productieploeg is zelfs eerder naar huis dan de kandidaten!) met de meest diverse motieven. Geld, aandacht, kortstondige roem, de ervaring, het eens meemaken, streling van het ego, zich manifesteren, haantjesgedrag, hopen om ontdekt te worden als watdanook, … Belachelijk en triestig enerzijds, begrijpelijk en grappig anderzijds. Ik wil meer van dit zien. Ik besluit aan alles deelnemen, los van de kans op winst of verlies, met de unieke motivatie het bestuderen van quizkandidaten. Als dat geen onderwerp is voor een sociologische studie…





Zo zit het

30 06 2008

Ik staak dus en de helft van de lezers snapt eigenlijk niet goed waarom en wat er precies gebeurd is. Ik  informeer u bij deze over wat er de voorbije weken op en vooral naast deze blog gebeurde:

Ik schreef alweer een dikke maand geleden een heftig, boosaardig en zoals gewoonlijk spitant en humoristisch en vooral ook geniaal geschreven artikel over een bepaalde basisschool in Gent waar zich elke ochtend voor de schoolpoort weinig gezellige verkeerstaferelen afspelen.

Dat artikel werd ook overgenomen door andere websites, waarop er zeer giftige reacties verschenen. Het artikel bleek duidelijk iets los te maken, al repte niemand over de essentie. Ik stelde een mooi schrijven op aan al deze bittere reageerders.

Naar aanleiding van een korte confrontatie met een ouder van de school, die ik aansprak op zijn verkeersgedrag, schreef ik nadien een tweede artikel ter bevestiging van mijn eerste ervaring.

Enkele dagen later laat mijn directeur me weten dat de directie en de inrichtende macht van de geviseerde school zich beledigd voelen door het artikel en het niet vinden kunnen dat ik als leerkracht dergelijke mening uit. Via de schepen van onderwijs sijpelt de vraag door om het artikel te verwijderen om erger te voorkomen. Uit respect voor mijn directeur en de mensen die in de stad Gent het onderwijs mee bepalen en aldus steeds zeer correct, democratisch en met ruimte voor persoonlijke inbreng met hun personeel omgaan, doe ik dat. Ik vind het op dat moment vooral jammer van mijn leuke stukje. In een verantwoording naar mijn oversten wordt duidelijk gesteld dat het om een privé-initiatief gaat en wordt het besef verwoord dat het taalgebruik mogelijk beledigend kon geweest zijn.

Maar langzaamaan realiseer ik me op welke kenmerkende wijze mij het zwijgen werd opgelegd. Als leerkracht  - wat ik als auteur van het artikel eigenlijk niet was - mag je geen mening hebben. Geen mening, geen blog. Ik staak(te) dus.

Intussen stuurde ik volgende mail:

Aan directie en personeel van Basisschool  Sint-Bavo

Naar aanleiding van het door mij geschreven artikel ‘Bravo Sint-Bavo’ dat verscheen op mijn persoonlijke website, verontschuldig ik mij voor het gehanteerde woordgebruik dat wellicht beledigend is overgekomen. Mocht de reden van aanstoot ook de hierin verwoorde mening betreffen, verontschuldig ik me ook daarvoor. Het artikel werd intussen verwijderd.

Maar eigenlijk had ik eerst een veel langere brief opgesteld, die op geen enkel moment brutaal of onrespectloos was maar waarvan ik bedacht dat hij wellicht zinloos is. Ik publiceer hem dus hier, met de nadrukkelijke vermelding dat ik daardoor op geen enkele wijze wil ondermijnen wat ik mijn effectieve mail heb geschreven:

Aan directie en personeel van Basisschool  Sint-Bavo

Men heeft me ervan op de hoogte gebracht dat u aanstoot heeft genomen aan een door mij geschreven artikel dat op mijn persoonlijke weblog werd gepubliceerd. Aannemelijk, gezien de scherpe stijl en woordgebruik van het artikel en de neerbuigende toon die gehanteerd werd. Het spijt me dan ook zeer dat u zich daardoor beledigd voelt. Het artikel werd intussen verwijderd.

Ik betreur het dat de zaak op deze manier verlopen is. Was het nodig hier een machtsspel van te maken door mij in mijn hoedanigheid als leerkracht trachten te benadelen, terwijl mijn artikel duidelijk een persoonlijke uitlating was die op geen enkele manier met mijn werk te maken had? Mijn contactgegevens zijn te vinden op de website, zodat een persoonlijke confrontatie mij misschien helderheid zou bieden omtrent de preciese wrevel die werd opgewekt of mij misschien zelfs andere inzichten zou opleveren. Zo vraag ik me af of de essentie van mijn artikel eveneens reacties heeft losgemaakt, wat toch de bedoeling was. Ik heb het hier dan over een verkeerssituatie – maar ook een mentaliteit van ouders en leerkrachten – die naar mijn inziens van te weinig verantwoordelijkheid getuigen en andere weggebruikers dag na dag stress en ergernissen bezorgen. Wat me dan ook een aannemelijke verklaring lijkt voor de heftige toon van het artikel.

Daarnaast is het maar de vraag of een artikel op een blog die dagelijks amper 150 bezoekers lokt, op wat voor wijze dan ook, de neutraliteit tussen de onderwijsnetten zou kunnen benadelen, zoals gesuggereerd, zeker aangezien het hier om een privé-initiatief gaat dat los staat van mijn werk als leerkracht. Het imago van Sint-Bavo lijkt me verder ook geenszins benadeeld te zullen worden door het boze gebral van een uit zijn krammen geschoten fietser, dat gerust gerelativeerd mag worden.

Ik durf mezelf een zeer geëgageerde en gewaardeerde leerkracht noemen die met evenveel plezier en energie lesgeeft in het stedelijke net als ik dat jarenlang in het katholiek onderwijs heb gedaan. Het lag dan ook geenszins in mijn bedoeling een aanval te lanceren op het katholiek onderwijs, wat betekent dat dit geschil aldus eigenlijk geen bestaansreden heeft. De schoolstrijd is al lang gestreden.

Intussen heb ik, na diverse wijze mensen in mijn omgeving om een mening gevraagd te hebben, ingezien dat ik niet de makkelijkste – zeg maar de minst constructieve – weg gekozen heb om mijn ergernis over te brengen en vooral dat de boodschap op deze wijze verpakt, aan impact inboet. Doch dien ik daar dan weer aan toe te voegen, dat dat ook niet de opzet van mijn blog of het artikel is. Ik ben geen journalist, maar een liefhebber van het woord die aldus met een artikel enkel een stijloefening heeft trachten te maken. Ik meen dan ook dat de opzet en stijl van het artikel grotendeels verkeerd werden geïnterpreteerd.

Ik hoop bij deze dan ook dat we ons weer op tot onze echte taak kunnen wenden, zijnde met passie onderwijzen.

Vriendelijke groeten,

Nee, fans en trouwe lezers, ik deins er geenszins voor terug om deze brieven hier te publiceren, wat toch als een toegeving of zelfs een overgave zou kunnen beschouwd worden in een principiële strijd. Het zal me worst wezen dat er misschien in het vuistje gelachen wordt omdat ik me tot een zekere nederigheid gedwongen zie. It’s all in the eye of the beholder. Sommige dingen moeten blijkbaar. Eerlijk gezegd, zucht ik eens - om allerlei dingen die ik hier niet ga uiten - en gaan we maar gewoon door met schrijven. Over alles en nog wat maar niet meer over Sint-Bavo.





Ik staak

23 06 2008

Ik zou het hier kunnen hebben over de bijzondere sfeer die zo’n laatste schoolweek kenmerkt, over de bevredigende resultaten van mijn leerlingen, over het naderende afscheid van leerlingen en collega’s die er volgend jaar niet meer zullen bij zijn, over het vooruitzicht volgend jaar in een nieuw, eigen lokaal te mogen werken, over de gezelligheid van een oudercontact, het opvallende gebrek aan stress tegenover vorig schooljaar, … maar ik heb geen goesting.

Ik wil wel wat kwijt over de zware blokperiode van mijn broer, de hond van mijn vader en de tuin van mijn moeder, de nood aan een tuinman van mijn oma of de snel van een operatie gerecupereerde opa. Maar laat maar zo.

Ik zou met lof willen zwaaien over de formidabele tv-serie Deadwood die mijn dvd-speler al enkele maanden bezet houdt en die ik bij deze dan toch maar snel aanraad. Maar foert.

Als bepaalde machtige zusters (u bekend uit media en politiek) aanstoot nemen aan mijn cassant gebrachte mening  en me aldus het zwijgen trachten op te leggen - censuur heet zoiets -, hoef ik u voorlopig ook niet te onderhouden met ander gezwam, geleuter of gefoeter.

Ik staak dus. Schrijf zelf uw blog.

 

 





Beste zuurpruimen

14 06 2008

Soms kan bloggen best vermoeiend zijn. Als er weer eens een droogkloot of pezewever opduikt die zich zodaning ergert aan mijn schrijfsels, dat de zuurtegraad behoorlijk gaat stijgen. Zo werd op de website Medium4You onlangs een artikel van mijn overgenomen waar heel wat giftige reacties op verschenen. Ook op mijn eigen blog duiken regelmatig zure lezers wiens anonieme gebral mij weer eens doet zuchten om zoveel zinloosheid. Voorbeelden hier, hier en hier.

Welke conclusies vallen er te trekken?

* Sommige lezers kennen de context niet. Ze weten niet dat deze blog in eerste instantie opgezet is om de dagelijke verzuchtingen en ergernissen even lekker van me af te schrijven. Onwetendheid valt niet helemaal te vergeven, maar ik gun ze wat krediet omdat het artikel op een andere site verscheen waar de context ontbreekt.

* Ik schrijf in een pedant-beledigende stijl die ik in het dagelijks leven hoogst zelden hanteer. Dat schiet veel lezers in het verkeerde keelgat. Je moet en zal brave, beleefde en fatsoenlijke dingen schrijven, je mag over niemand oordelen ‘voor je zes maand in zijn schoenen hebt gestaan’ en je moet vooral rationeel en niet emotioneel schrijven. Jammer, maar zo werkt de realiteit niet altijd. Mensen hébben een indruk of een oordeel van elkaar en gelukkig gaat die meestal gepaard met een grote bereidheid die bij te stellen - ook bij mezelf. Maar ik blog om te schrijven, om lekker loos te gaan met woorden en gedachten en niet niet om een moreel voorbeeld te stellen, noch als oefening in ratio. Dat zou natuurlijk een werkpunt kunnen zijn.

* En dat is als leerkracht blijkbaar geheel not done, vind één van de zure reageerders. Een leerkracht die oordeelt over kinderen (wat niet klopt overigens), ouders en andere leerkrachten?! Wel helaas, een leerkracht is geen robot natuurlijk, maar een mens wiens persoonlijkheid net als bij ieder ander niet los staat van zijn beroep. Hoe ridicuul eigenlijk te stellen dat een leerkracht zich niet mag uitspreken over de domheid en lelijkheid van onze maatschappij. Wie gaat het wel doen? Er zullen er vast wel een massa onderwijzers zijn die zich schuw afzijdig houden, maar ik heb het geluk in een school te werken waar niet verwacht wordt dat je in het gareel loopt of je zachtjes aan gehersenspoeld wordt tot je in de waan bent dat de traditionele waarden en morele opvattingen van de school waar je werkt, overeenkomen met die van jezelf. De leerkracht staat al lang niet meer op een piëdestal, zet hem er alstublieft niet weer op. Bovendien baseren deze lezers zich dus enkel op mijn grove taalgebruik en lage gescheld. Terwijl een leerkracht die deelneemt aan Rad van Fortuin of een leerkracht die in de klas een portret van het koningspaar ophangt - hoe divers deze voorbeelden ook mogen zijn - óók een deel van zijn eigenheid blootlegt en het al even discussieerbaar is of dat goede voorbeelden zijn. Die reageerders lijken er overigens van uit te gaan dat ik mijn eigen schrijfsels als leesvoer serveer aan mijn leerlingen of hen betrek bij mijn fantastische plannetjes om de samenleving in de zeik te zetten, in plaats van iedere dag een baken van moraliteit te staan wezen achter mijn lessenaartje.

* De essentie is natuurlijk dat al deze lezers ook psychologen zijn, die uit wat gevit kunnen opmaken dat ik triest (nee, intriest zelfs) gekweld ga onder allerlei frustraties. Goed, ze kennen mij natuurlijk niet echt, dus weten ze niet dat ik in het dagelijks leven slechts in zeer beperkte mate kankeraar ben, en verder wel een goedgemutste, vrolijke, enthousiaste en constructieve zeurpiet. Maar het wordt zo’n cliché, ‘gefrustreerd’. Omdat je je ergert aan dwaze chauffeurs, slechte tv-presentators en taalfouten, moet je wel met een heleboel onvervulde verlangens zitten. Ik leg de link niet helemaal, eerlijk gezegd. Het wordt ook zielig bevonden je aan zulke dingen te ergeren, en men vraagt zich zelfs af of ik niets essentiëler heb om me zorgen over te maken? Ja, maar dat levert minder leuk leesvoer op, zet niemand op zijn paard en interesseert bovendien wellicht geen kat. Verantwoord Tijdverlies is en blijft de naam én de essentie van deze blog, die ik voor alle duidelijkheid uit ontspanning volschrijf. Frappant ook dat de mensen die vinden dat ik mijn tijd beter ergens anders aan zou besteden, zelf wel hun best doen om uitgebreid op het artikel te reageren. Anderen bijten me dan weer vol afschuw toe dat ik mijn gezaag voor mezelf moet houden. Maar deze blog is toch van mezelf? U komt hierheen om het te lezen!

* Het wijst meteen ook op een flagrant gebrek aan relativering van deze lezers. Ik ga mezelf natuurlijk niet tegenspreken, trouwe lezers weten dat ik niet van al te relativerende reacties hou, men mag in zijn reactie zeker de discussie aangaan, hevig of niet. Maar dan niet anoniem en mét argumenten, vind ik. En niet te vergeten, een scheutje humor. Ik begrijp niet zo goed - maar toch is het zo - dat mensen mijn stukjes van de eerste tot de laatste letter ernstig nemen! Sommigen reageren zelfs op mijn overdrijvingen alsof ik ze serieus bedoeld heb. Dat brengt ons weer bij het eerste punt van dit lijstje, die context, maar sowieso kan je als niet-betrokken partij (in dit geval weet ik natuurlijk niet of die reageerders niet allemaal ouders of leerkrachten zijn van de betrokken school) toch niet zo naast de inhoud kijken om maar meteen de auteur zijn schijnbare arrogantie en zieligheid uit te vergroten?

*Want dat is dus mijn grootste probleem met deze reageerders: ze missen het punt. Ze zeilen om de essentie van mijn betoog heen - in dit geval de verkeersonveiligheid rondom Sint-X- om me maar meteen af te kraken. Eén reageerder zegt zelfs haast letterlijk wat in een tweede artikel rond deze school ook al te lezen stond: ik moet maar langs een andere weg fietsen als ik niet iedere ochtend last wil hebben van het egoïsme en de kortzuchtigheid van sommige weggebruikers. Een dommer antwoord kan je je niet inbeelden. Er is ook de immer weerkerende oprisping dat ik zelf ook niets doe aan die ergernis, dat ik eerst maar eens naar mezelf moet kijken, dat er (in dit geval) toch ook ouders van mijn school met de auto naar school komen (ja, maar ik heb dan ook niets tegen de auto en bovendien gedragen deze mensen zich correct aan de schoolpoort want onze school doet uitgebreid aan preventie en communiceert daarover). Zo wordt er niets bijgedragen aan het debat natuurlijk. Het punt is immers net dat ik aan de meeste van die situaties niets anders kan doen dan ze aan te klagen op de manier die mij het best ligt, al schrijvend. Ik schrijf ook brieven naar kranten, tijdschriften, gemeentebesturen en bedrijven hoor, als dat al zou helpen.

* Want dat is uiteindelijk wél een frustratie: dat zoveel mensen zich neerleggen bij dingen die verkeerd lopen. Niet alleen bij spelfouten en verkeersagressie, maar ook bij onbetrouwbare vaklui die de klanten in de kou laten zitten, de banken en bedrijven die met de voeten van de consument spelen, de NMBS wiens dienstverlening maar niet verbetert, maar wiens prijzen ieder jaar stijgen, de ophemeling van nitwits en onbenullen in de meest debiele, hersenloze tv-programma’s, de sensatiezucht en manipulatie van de media, de onverschilligheid tegenover de haat, onverdraagzaamheid en het lijden overal ter wereld, het kapotmaken van onze Aardbol, … Of het nu om levensbelangrijke of triviale zaken gaat, iedereen kijkt gewoon de andere kant op.

* Op één argument wil ik wel nog even dieper ingaan. Een reageerder stoort zich aan het feit dat ik catecheselessen belachelijk maakt en hemelt daarbij allerlei - vaak volkomen in onbruik geraakte - katholieke gebruiken op. Ik denk dat er een groot verschil is tussen een religie (het katholicisme dus) en catecheselessen, hoewel ik ze allebei niets vind. Toen dat nog tot mijn takenpakket behoorde, gaf ik wel graag catecheseles, omdat er momenten van bezinning en diepgang inzitten en sociale waarden als verdraagzaamheid en solidariteit aan bod komen. Maar die zitten evenzeer in een zedenleerles of komen - toch in het Freinetonderwijs - ook aan bod in de dagelijkse klaspraktijk. Ik kijk echter wel neer op de blindheid en hypocrisie waarmee die catecheselessen vaak gegeven worden. Een schoolmastel is in dat geval zo iemand die zonder enige kritische instelling (want dat is in de meeste katholieke scholen not done) aan de kinderen vertelt dat Jezus over het water liep en je moet biechten omdat je anders naar de hel gaat. Zelf leven slechts een klein deel van de mensen die voor hun kinderen een katholieke school kozen én de mensen die er lesgeven, naar de normen waar de school voor staat. Velen volgens slaafs die tradities (doopsel, trouwen voor de kerk, communie) omdat het zo hoort, omdat anderen het ook doen, omdat ze niet durven twijfelen aan de zinvolheid ervan. Wat dus niet wil zeggen dat ik mensen die er oprecht voor kiezen, wil veroordelen. Maar ik heb wel zélf mogen ervaren en hoor nog dagelijks de verhalen (kijk, weer een frustratie!) hoe despotisch, demagogisch en manipulerend het er in heel wat katholieke scholen aan toegaat. Ik gebruikte de verwijzing naar de catecheseles dus eerder als een metafoor: wie graag catechese geeft, bouwt mee aan die oogklepperij. Waardoor je dus niet ziet dat voor je eigen school iedere dag onverdraagzaamheid wordt gecreëerd.

* Overigens goed mogelijk dat ik ooit zelf in Sint-X heb gesolliciteerd, zoals één van de zuurpruimen opwerpt. Zoals ik wellicht in alle Gentse scholen heb gedaan, jong en werkzoekend als je als afgestudeerde leerkracht bent. Het lijkt me erg vergezocht dat ik nu om die reden mijn gal spuw over die school, zeker aangezien ik nooit werkloos ben geweest en op alle scholen waar ik gewerkt heb, tevreden was.

En voilà, het geeft me weer een uurtje heerlijk energiek schrijven en rationeel denken opgeleverd, mijn klavier én mijn hersenpan gloeien ervan. Met dank dus, eens te meer.





Analyse van een droom

10 05 2008

Mijn collega Geert - turnleerkracht - heeft een restaurant geopend. Het is een bijzondere plek. De ruimte is amper 20 m² groot, heeft geen ramen, enkel een glazen dak, en is volledig in het wit. Geert staat relaxed aan de toog en bekijkt de ruimte waar slechts 6 mensen kunnen eten. Hij is zelf ook volledig in het wit, draagt grotesk witte sportschoenen en heeft een schort om, hoewel hij zelf niet kookt. Er is ook heel wat zaalpersoneel, zo’n 6 man wel, maar dat zijn allemaal onbekenden. Aan de gelagzaal grenzen twee keukens. In de ene wordt er gekookt voor de klanten, in de andere voor het personeel.

Ik ben vandaag de enige klant. Ik zit er al een tijdje (wat er aan voorafging is allemaal uit mijn geheugen verdwenen) en ben aan het dessert toe. Dat trekt op niets. Als een klein en furieus kind brul ik mijn ontevredenheid uit. Ik ben een heel kwade klant. De pannenkoek op mijn bord ziet er uit als een prop papier en dat verkondig ik ook. De kok van de keuken voor de klanten wordt flink beledigd, maar hij laat zich niet zien. Geert staat rustig glimlachend toe te kijken. Dan verschijnt er uit de tweede keuken een prachtige biscuittaart. Alle personeelsleden krijgen een stukje en beginnen meteen te eten - er is toch niets anders te doen. Mijn woede neemt nog toen. Ik wil ook taart! Ze ziet er lekker uit en mijn pannenkoek niet! Ik brul nog harder en weiger zelfs nog te gaan zitten. Ik sta belachelijkweg recht aan een piepklein tafeltje. Op één of andere manier verbrand ik mijn hand, maar het is niet zo erg. Uit de keuken verschijnt een grote zwarte emmer, tot de rand gevuld met water. Er drijven enkele ijsblokjes in. Ik krijg de opdracht mijn hand daar in te steken. Het water lijkt echter zwart te worden. Ik blijf mijn boosheid maar uitschreeuwen. Er drijft iets in de emmer. Een dweil? Wat vies. Ik foeter maar aan maar steek toch mijn hand in de emmer. Ik haal er mijn drijfnatte sjaal uit. Ik ben verbaasd, want het is zomers weer, ik heb een short aan en toch had ik blijkbaar ook een sjaal bij?

Tijd om af te rekenen. Ik ga naast Geert staan terwijl het personeel op de achtergrond zit te smullen. Ik ben een stuk kalmer nu, want ik ga Geert liggen hebben. Ik ga immers betalen met een cadeaubon, zodat hij eigenlijk niets aan mij verdient. Op arrogante manier verkondig ik: ‘Ik krijg een cadeaucheque’, maar deze zin is dus eigenlijk niet wat ik bedoel. ‘Ha, natuurlijk’, zegt Geert, verrast dat ik blijkbaar zo’n tevreden klant ben dat ik ook nog eens bon mee wil nemen. ‘Voor februari?’ vraagt hij. Dan toon ik mijn gemeenste glimlach en met sardonisch genoegen sluit ik de droom af: Februari? Nu is het december, Geert! In februari ben jij allang failliet! Hahahaha!’ Geert kijkt sip en de droom eindigt.

Het zit een beetje in mijn familie, die bizarre dromen - hoewel misschien iedereen eigenlijk wel van die vreemde dromen heeft. Mijn moeder stond onlangs na een dag zwaar werk in een slagerij, naast Madonna in een discotheek. Ik ben niet geïnteresseerd in droomanalyses, maar ik vind het wel leuk om eens na te gaan waar de elementen uit mijn droom vandaan komen. Een droom is immers een rommeltje van gedachten en belevenissen van de voorafgaande dag of dagen.

Waarom Geert, bv. ? Omdat Anneleen in de leraarskamer vertelde dat we beiden in haar droom voorkwamen en er zo een gesprek startte over wie in wiens dromen voorkwam. De scenario’s lopen uiteen natuurlijk. Daarnaast speelt ook mee dat, aangezien Tom deze week op bosklas was, Geert en ik zo’n beetje de dienst uitmaakten op school. Er werken wel nog meer mannen op onze school, maar wij zijn toch de haantje-de-voorstes.

Vanwaar dat restaurant? Ik las in de krant las dat steeds meer mensen allerlei hoge eisen gaan stellen als ze ergens gaan eten, zelfs al zitten ze gewoon in een brasserie. Dit naar aanleiding van het programma Mijn restaurant. Ik heb al sinds mijn jeugd een hekel aan het soort mensen dat zich een zekere standing denkt te moeten aanmeten als ze uit eten gaan. Dat gaat dan een spaghetti eten, maar denkt bij Comme chez Cois te zitten. Erger is nog het soort brasserie zoals er in Haaltert wel enige te vinden zijn, die van zichzelf denken dat ze een sterrenrestaurant zijn. In één ervan ben ik net de avond voor de droom gaan eten, dus dat heeft ongetwijfeld ook zijn invloed gehad.

De pannenkoek: bij ons op school werd een pannenkoekactie georganiseerd door één klas. Achteraf werd iedereen die bijgedragen had, bedankt met een zelfgemaakte medaille. Ik kreeg er ook één van de kinderen, hoewel ik op geen enkele wijze had meegewerkt aan de actie. Maar omdat mijn naam er op stond en er geen andere Svennen op school zijn, nam ik de medaille maar in ontvangst. Een halve dag later vraagt de pannenkoekjuf verbaasd hoe ik aan die medaille kom. De te bedanken Sven bleek een oom te zijn van één van de leerlingen en de medaille kwam hem toe.

De taart: op moederdag haalt mijn oma ieder jaar taart in huis. ’s Avonds word ik dan opgebeld om de overschotjes te komen verslinden. Dit jaar zal dat niet lukken, want ik ben niet in de buurt op die dag. Ik kan wel zeggen dat dat me koud laat, maar onbewuste processen drukken via die droom toch enige spijt uit, wellicht.

Het kinderachtige gedrag: we hadden het gisteren in de klas over melk. Ik vertelde dat volwassenen geen melk meer nodig hebben en het dus niet zo gezond meer is veel melk te drinken. Ik voegde er ook aan toe dat ik nochtans elke dag melk drink bij mijn cornflakes. Leander reageerde verbaasd. ‘Eet jij cornflakes??? Hoe raar! En jij kijkt zo graag naar The Simpsons ook. Soms lijkt het of jij eigenlijk niet volwassen bent!’. Ik vond dat, echt waar, toch een beetje een compliment, al liet ik Leander wel inzien dat veel volwassenen cornflakes eten. Maar zijn opmerking en mijn gedachten daarover hadden volgens mij invloed op de droom.

Mijn bijtende opmerking op het einde van de droom: ik deelde mijn collega Kat gisteren mee dat ze soms wel hard overkomt - bij ons kunnen zulke dingen allemaal gezegd worden - en zei repliceerde dat ik soms ook wel cassant was.  Eerlijk, ik wist niet wat dat precies wou zeggen en ik zocht het op: ‘bits, scherp’ meldde Van Dale me. Ik geef ook toe dat ik dat helemaal niet erg vond. ‘Scherp’, dat kan je ook positief beschouwen…, toch?

De cadeaubon heeft ook een verklaring. In de buurt van de school is een behangwinkel waarvan ik me dagelijks afvraaf of er wel nog volk over de vloer komt. In mijn fantasie koop ik als miljonair de winkel leeg om die mensen een plezier te doen (ik deel met mijn moeder de compassie voor mensen wiens zaak niet goed draait), maar dan verwring ik die fantasie meteen met zwartgallige gedachten; dat ik b.v. betaal met een cadeaubon, zodat die mensen flink teleurgesteld alles inpakken dat eigenlijk al betaald is en ik dus toch niet de vette klant ben die ik lijk.

En zo vormt zich dus op het eind een nieuw verhaal met allelei los van elkaar staande elementen. Geen computerprogramma dat dat zo schitterend kan combineren.

Enkele dingen blijven natuurlijk onverklaarbaar: de verblindende witheid van de kamer, de emmer met ijs, de sjaal (het was wel degelijk een sjaal zoals ik er een heb, maar daar is eigenlijk niets bijzonder mee aan de hand), het vele personeel, de twee keukens, … Er ontbreekt jammer genoeg ook een deel van de droom - niets zo frustrerend overigens dan bij het ontwaken de droom te vergeten waarvan je net genoten hebt. Maar het is ook leuk terugkijken op dit soort grappige verhaaltjes.

Benieuwd wat het morgen wordt.





Aan drie taal- en blogminnende deernes

19 04 2008

Beste dames,

Doorgaans laat ik iedereen maar zijn zegje doen op deze blog. Hoewel ik hier wel enige vereisten uit naar het soort reacties dat ik graag ontvang, doe ik zelf amper de moeite om te reageren op de reactie van een lezer.

Dat zou ook het geval zijn bij jullie uitgebreide kritiek op mijn blog. Die zou in theorie gewoon blijven staan. Alleen heb ik er twee problemen mee:
1. Het is een anonieme reactie.
2. Tot daaraan toe (jullie hadden er ook Francine, Wendy  en Dina kunnen onderzetten), maar ik heb de indruk dat ze ook wat persoonlijk bedoeld is, eerder dan ze enkel over mijn blog gaat.

Die (toch wel wat onsympathiek overkomende) combinatie leidt er toe dat ik besloten heb jullie reactie te verwijderen. Ze is duidelijk aan mij gericht, niet aan mijn publiek. Het is me ook geheel onduidelijk of ze al dan niet ironisch/terechtwijzend/giftig/ondersteunend bedoeld is, en ik neem dus liever geen risico.

Toch ga ik niet zomaar censureren. Daarvoor neem ik mijn blog eigenlijk niet ernstig genoeg. Dat ik dus toch besluit er op te reageren, is omdat ik niet de indruk wil geven dat jullie een teer punt geraakt hebben of de nagel op de kop hebben geslagen. Meer zelfs, ik ben het slechts in zéér beperkte mate eens met jullie kritiek en zal die dan ook graag weerleggen.

Laat ik die weerleggingen wel voorafgaan door de bedenking dat een blogger zijn eigen blog natuurlijk veel beter kent. Ik wil er dus niet vanuit gaan dat jullie alvorens jullie kritiek te formuleren, deze blog grondiger hadden moeten uitpluizen om zeker te zijn van jullie stellingen. Dat zal ik dus niet als argument hanteren.

Eerst en vooral dank voor de complimenten. Ik heb geen pieken in bezoeken vastgesteld, moet ik bekennen, dus de bewering dat jullie de link massaal verspreid hebben, neem ik met een korrel zout.

Jullie vinden dat de originaliteit van mijn blog slinkt. Ik tracht te begrijpen wat jullie bedoelen met ‘originaliteit’. Eerlijk gezegd heb ik nog nooit de indruk gehad dat mijn blog erg origineel is. Ik schrijf maar wat stukjes, net zoals iedere andere blogger. Het stukje Voeden is Opvoeden, dat ik een kleine maand geleden schreef, vond ik zelf best origineel. Mijn Alfabet der Mensen durf ik ook redelijk fris te noemen. Verder kan ik recent weinig originele artikels noemen, maar dat was ook in het verleden het geval meen ik. De kwaliteit van mijn stukjes is dus op zijn slechtst stabiel te noemen.

Jullie stellen ook dat ik vaak verval in eenzijdige kritische uitlatingen zonder opbouwende alternatieven en ik soms ongegronde commentaar geef. Is dit niet altijd zo geweest? Ik schrijf geen verhandelingen of papers, ik hoef de zaak dus niet vanuit diverse standpunten te bekijken. Dat doe ik in het dagelijks leven al genoeg, hier ben ik ongegeneerd zagevent. Ik zou ook kunnen zeggen: ‘ Op mijn blog schrijf ik wat ik wil’, maar dat vind ik zelf een wat ridicule en te makkelijke stelling.

Ik schrijf steeds vaker over schoolse gebeurtenissen en onbeduidende tv-programma’s, merken jullie op. Op dit punt kan ik jullie geen ongelijk geven natuurlijk. Wie de woordwolk rechts bekijkt, stelt hetzelfde vast. Ik zou me kunnen afvragen waar jullie suggesties tot alternatieven zijn, maar ik ga niet moeilijk doen. Toch is dit een kwestie van stating the obvious, iets waar ik me wel eens aan erger. In dit recente (en, al zeg ik het zelf, prettig leesbare) stukje schreef ik immers zelf: ‘ik ben me ervan bewust dat onderwijsperikelen niet het meest interessant leesvoer opleveren, maar het kriebelt gewoon om wat op mijn klavier te tokkelen en dus moet u het stellen met het beschikbaarste onderwerp: één schoolweek.’ Ik sta nu eenmaal voor de klas en ik vind de televisie verder een interessant fenomeen en de maatschappelijke gevolgen van (slechte) tv-programma’s moeten blijven gecounterd worden met onbegrensd gezeur. Voor tv-tips (en bij uitbreiding ook expo-, muziek- en dvd-tips) verwijs ik u graag naar deze blog. Want helaas, dames, kan ik op dit moment geen verslag brengen van mijn tocht door het Amazonewoud, het uitproberen van een revolutionair middel dat mijn voeten laat krimpen, een bezoek aan de boreling van Filip en Matilde, het concert van KT Tunstall met Dana Winner in het voorprogramma, een deelname aan een wedstrijd autobandwerpen (ik begin er behoorlijk goed in te worden!), een ontmoeting met een dakloze miljonair die me in zijn testament heeft gezet of het figureren in een strip van Jommeke. Ik kan u ook geen getuigenis brengen van een spectaculaire overval op de biobakker of biokapper, de onthulling dat ik een cursus parachutespringen volg, een relevante bijdrage aan de discussie over de openingsceremonie of mijn mening over het gebruik van plastic waterflessen. Ik maakte geen lawine mee, werd in de zoo niet bijna verscheurd door een struisvogel en werd door vtm niet gevraagd me aub niet in te schrijven voor hun grote volksquiz omdat ik wegens het lage niveau iedereen naar huis zou spelen. Neen, die dingen zijn me allemaal niet overkomen. Ik schrijf dus over bosklassen en opgesloten juffen, over belachelijke filmproducties en clichébevestigende wijveninitiatieven (toch een scherp bedoeld stukje hoor). Daar zult u het dus moeten mee stellen, dames.

Want jullie zitten er helemaal naast als jullie opperen dat ik schrijf onder druk van de lezers of om een minimum aantal artikels te halen per maand. Geen klachten over bezoekcijfers of reacties. Ik schrijf enkel en alleen - en dat heb ik in het verleden meermaals gesteld - omdat ik zin heb om te schrijven.

Daarna gaat u met uw kritiek regelrecht uit de bocht. U vindt me verbitterd klinken. Ik daag u uit daar voorbeelden van te zoeken. Als ik al wrok zou koesteren, komt die beslist nergens tot uiting omdat ik zulke onderwerpen zou vermijden (Ja, Freddy van de Broeders van Liefde, ooit stel ik mijn wedervaren met u te boek!). Ik klaag nergens over tekortkomingen of frustraties. Ben ik verbitterd enkel en alleen omdat ik weiger me neer te leggen bij de overvloed aan amateurisme en ideeënarmoede die onze samenleving kenmerkt? ‘Jaja, ik zaag’ stelde ik nog in dit treffende stukje. Dat ik een zagevent bent, staat ook boven deze blog en ik verwijs er regelmatig naar. Lijkt me toch iets heel anders dan verbittering. Bovendien krijgt u vaak genoeg stukjes waarin ik met verwondering, bewondering of enthousiasme de wereld om mij heen beschouw, naar mijn mening mooie compensaties van al dat gekanker.  

Dan durft u het nog hebben over taalfouten. U vindt het blijkbaar onbehoorlijk dat ik het taalgebruik van allerlei BV’s in het belachelijke trek, maar zelf ook af en toe taalfouten maak. Dat is een scheefgetrokken kritiek.

Enerzijds denk ik dat het aantal taalfouten op deze blog behoorlijk meevalt. Jullie illustreren dit niet met een voorbeeld, om evidente redenen. Doorgaans worden taalfouten immers snel verbeterd, omdat vriendelijke en alerte lezers me er op wijzen. Maar dat gebeurt eigenlijk uitzonderlijk omdat er gewoonweg weinig fouten gemaakt worden. En dan nog wil ik u gerust bekennen dat ik ook wel eens dt-fouten maak - al zijn de regels eigenlijk doodeenvoudig. Ik twijfel er dan ook aan of ik het hier al een keer over het al dan niet schandalig zijn van dt-fouten heb gehad.

De parallel tussen mijn taalfouten (en dus laten we typfouten buiten beschouwing) en het kromme, platte, onprofessionele gezwam van bepaalde BV’s is behoorlijk vergezocht. Voornamelijk omdat het hier enerzijds om schriftelijk en anderzijds om mondeling taalgebruik gaat - wat niet te vergelijken valt. Als ik klaag over het povere taaltje van omhooggevallen BV’s of het meelijwekkende niveau van taalgebruik in soaps, heb ik een punt, want deze mensen worden verondersteld zich in te spannen om fatsoenlijk te spreken. Het is verdorie hun beroep. Ik denk dat ik als niet-professionele blogger zonder opleiding in de journalistiek, gerust mag zeggen dat ik meer dan behoorlijk schrijf. En spreek, mocht u dat niet weten.

U hoopt tenslotte op de terugkeer van de oude SveN. Er is geen oude Sven, er is geen nieuwe Sven, er is alleen maar SveN. Dit onderwerp kan weliswaar uitgespit worden, maar dat doe ik niet met vreemden.

Nu, in alle eerlijkheid dames, ik wil wel iets aanvangen met dat kleine deeltje van uw kritiek dat ik kan begrijpen. Ik ga niet met het lullige ‘als ‘t u nie aanstaat, lees het dan niet’ zwaaien, want dat is een hol en zwak argument. Integendeel, ik wil dat jullie mijn blog wél blijven lezen. Maar dat jullie denken mij - en zeker op zo’n toon - in een bepaalde richting te kunnen sturen, is een vergissing. Ik heb geen marketingplan of mission statement. Ik schrijf gewoon.

Bedankt om me uit te dagen, alleszins, ik voelde me aangescherpt..





Rear Window

9 04 2008

Om de stiltes op de blog eens wat te vullen: dit is wat ik uit het raam van zie vanop mijn werkplek. Misschien vindt u dit het een wat troosteloos uitzicht. De huizen in de buurt zijn niet van de nieuwste, en je ziet ook een gammele ijzeren poort in een aangrenzende muur. Maar mij schenkt dit uitzicht rust. Het geheel heeft iets semi-idyllisch. Er is wat groen, je ziet een speeltuin, een kerk, een park. Je waant je een beetje in een dorp en toch zit je in de stad. Het verleden is nog zichtbaar, wat een scheut authenticiteit aan het decor geeft. Ik hou er dus wel van.

Wat ziet u vanop de werkplek?  





Bosmijmeringen

15 03 2008

Ik vertoefde de voorbije week in de bossen, mét het klasje. Ontspannend hoor, ondanks de drukte. Alle impulsen en drukte komen maar van één kant op je af, in tegenstelling tot in een gewone schoolweek, waarbij je overstelpt wordt met vragen, problemen, afspraken en heel veel *spannende* en *verrassende* wendingen van alle mogelijke kanten.

Deugddoend is vast te stellen dat bepaalde kinderen zich op een heel andere manier manifesteren dan in de klas. Arbaaz spreekt plots wel heel erg goed Nederlands. Charaf heeft eindelijk alle ruimte om ongeremd grappig te wezen. Leander hoeft zich niet te concentreren en vindt plots alles goed. Monica blijkt wonderbaarlijk snel te aanvaarden dat ze zelfs mét natte voeten niet zomaar mag opgeven. Ik zie Raoul voor de allereerste keer in twee jaar huilen en merk dat Joyce in het dagelijks leven veel zelfstandiger is dan in de klas. Verrassend.

Een tweede vaststelling: kinderen spelen zooooo graag! Ze worden omringd door gsm’s, mp3-speler’s, playstations en pc’s met internet en msn, willen schoenen op wieltjes, plakboeken met stickers en elke week de Joepie, maar steek ze in een bos en al die spullen worden overbodig. Een stok. Dat is genoeg. Vooral de jongens hebben allemaal binnen het kwartier een tak in de handen. Multifunctioneel, zo’n stok.

Kampen blijven het ook goed doen. Drie takken teken elkaar en je hebt al een hut. Mos wordt van bomen geschraapt om een bedje te maken. Met steentjes wordt een pad gemaakt. Moedertje en vadertje politie en dief, ridder en koning. Ook al zijn ze 11 en 12.

Dan zijn er de kikkers en de eekhoorns. De modder en het zand, de beek, de bladeren en nog meer takken. Met de botten aan overal doorheen. Onuitputtelijk, zo’n bos. Spreekt eigenlijk vanzelf, maar een mens moet zo nu en dan nog eens met de neus op de feiten gedrukt worden blijkbaar.

bostaferelen.jpg

bostaferelen2.jpg

Ik denk dat ons leven veel simpeler kan. Ik mis mijn email en internet ook geen minuut, daar in dat bos. Mijn blog kan me gestolen worden, ik hoef heen krant of humo te lezen. Niet dat dat bos plots spirituele neigingen doet ontwaken, maar door met slechts één taak bezig te zijn, die je dan nog graag doet ook, verloopt de dag zoveel eenvoudiger. Een mens komt uitgerust thuis, mentaal gezuiverd, alle stress is achtergebleven.

bos2.jpg

En nu weer business as usual.





twee jaar zonder

13 03 2008




Eén schoolweek (3)

22 02 2008

Ik kwam vrijwel de hele week niet aan schrijven toe. Niet dat ik er de tijd niet voor had, maar ik werd te zeer in beslag genomen om tot een echte inhoud te komen. Een doorsnee schoolweek is afmattend en uitputtend. En ik ben me ervan bewust dat onderwijsperikelen niet het meest interessant leesvoer opleveren, maar het kriebelt gewoon om wat op mijn klavier te tokkelen en dus moet u het stellen met het beschikbaarste onderwerp: één schoolweek.

Maandag: gezellige praatronde, dan één uur vrij dat ik opoffer om een handvol kinderen een toets te laten maken die ze door omstandigheden niet kunnen doen op het afgesproken moment. Een struggle met de kopieermachine. Bij het reiken naar een nieuwe toner, valt de doos open en krijg ik een dosis inkstof over mij. Inge van het secretariaat slaat deze vervolgens vakkundig van me af. Onze directeur bekijkt dit kinky tafereeltje met enig genoegen. Over de middag doen we ons tegoed aan een overdaad aan voedsel, de resten van ons weekendje Ardennen. Proberen vriendelijk te zijn tegen een delegatie studenten van de hogeschool. Vervolgens projectwerking waarvoor gegoocheld moet worden met email, usb-sticks, printers, macs en pc’s, omdat onze ICT-coördinator een knoeier is en computers, internet en printers in een onuitwarbaar kluwen verstrikt zitten. Een stagiare uitleggen hoe ze moet kopiëren. Ten slotte teamvergadering tot 18u. Een vrij normale, drukke en lange dag dus.

Dinsdag: Een goedgevulde lesvoormiddag. In de namiddag ben ik gewoonlijk vrij, maar de juf zedenleer is afwezig en ik raak gepreoccupeerd door mijn werkloze leerlingen. Na een geruststelling van Kat kom ik aan een rustig uurtje toe maar vervolgens ga ik wat tweedeklassers leren bloggen, want dit behoort ook tot mijn takenpakket. De lamineermachine opsporen en vinden. Contact opnemen met het verblijf van onze bosklassen binnen drie weken. De schoolblog updaten. Een vrij normale, drukke en lange dag dus.

Woensdag:  18 leerlingen aan het werk zetten op zo’n 7 verschillende niveaus. Me ergeren omdat een leerling die altijd alles vergeet maar eigenlijk gewoon niets doet, me weeral liggen heeft. Mailen over de uitstap van vrijdag. Zagen. Toezicht aan de schoolpoort en daarbij een moeder berispen omdat ze haar auto alweer geparkeerd heeft voor de fietsenstalling. De klas herschikken voor de projectvoorstelling. Me verstoppen voor een moeder die me wellicht wil vertellen wat ze de dag ervoor al gemaild heeft. Wat kennis opdoen ter voorbereiding van de donderdagavond. Naar de videotheek om een film die we nodig hebben voor de projectwerking. Naar de bibliotheek waar een gedicht ophangt van een leerling die woordkunst studeert en een boete moet betaald worden voor een klasboek dat te laat binnen was. Een vrij normale, drukke en net iets minder lange dag dus.

Donderdag: Een alweer goedgevulde lesvoormiddag met een herhaling van het pc-geknoei van maandag. Een hartig gesprek met een collega om mijn gal te spuwen over een mistoestand. Een collega helpen met foto’s printen. Bedenken welke activiteit ik ga doen op onze atelierdag die volgende week plaatsvindt. Over de middag een spelletje Blokus. De klas grondig opruimen voor de Freinetavond. Een dicteetje opstellen. Om half acht terug naar school voor de infoavond over Freinetonderwijs. Luisteren naar een uiteenzetting. Om 21u een deelgroep voorzitten met mijn collega en antwoorden op kritische vragen. Achteraf doorspoelen met interessante ouders. Nog achteraffer doorspoelen met toffe collega’s. Om 01.00u in bed. Een vrij normale, drukke en zeer lange dag dus.

Vrijdag: om 7u45 ochtendtoezicht. Overleggen met de leerkracht Anderstalige Nieuwskomers. Zagen en moe zijn. Lesgeven. Bedenken hoe je een piepkleine taart in 18 stukken verdeelt. Om 11u15 eindelijk een uurtje vrij om wat werk in te halen en mijn bureau op te ruimen.  De tv en dvd installeren voor een collega met hoofdpijn. Opzoeken welke bus ik moet nemen voor de uitstap. Blokussen. Mijn middagpauze inkorten om eerder te vertrekken. Met de bus naar De Boekentoren. Daar een zeer boeiende maar vrij vermoeiende rondleiding krijgen. Genieten van het schitterende uitzicht. Te laat terug op school. Mee op zoek gaan naar een gestolen laptop. Een taartje en glaasje wijn voor de verjaardag van een collega. Om 16.30u een zwaar en ernstig oudercontact met een Slowaaks koppel. In de zetel neerploffen. Een vrij normale, drukke en zeer lange dag dus.

Op.

Lees hier meer schoolweken.





De Collega’s

18 02 2008

Even een clichétje waar gemaakt dit weekend: er tussenuit naar de Ardennen. Iedereen doet dat (we kwamen zelfs alleen maar Vlamingen en Nederlanders tegen), maar dat verhindert me uitzonderlijk een keer niet om het ook te doen. Vooral niet omdat mijn gezelschap uit 15 collega’s bestond.

porcheresse.jpg

Vandaag vroeg een leerling die over dit weekend gehoord had: ‘Zijn jullie elkaar dan niet beu? Jullie zien elkaar vandaag alwéér.’ Maar het antwoord was nee. Het was een rimpelloos, vrolijk, vlot geolied en vooral ontspannend weekend met slechts een kleine dosis ergernis en dat komt omdat mijn collega’s vrijwel allemaal zulke sympathieke mensen zijn. Tja, emotionele ontboezemingen zijn vaak slaapverwekkend en al schrijvende weet ik ook nog niet of dit bericht op een essentie afstevent. Alleen wil ik het gewoon even vermeld zien hier: ik mag elke dag werken met en tussen 25 héél verschillende maar niettemin formidabele mensen, die hun werk serieus nemen en er veel voor over hebben, die zichzelf zijn en oprecht en rechtaf reageren op elkaar, die zot kunnen doen en de boel graag even de boel laten. Die - o, wat klinkt dat melig - samen kunnen lachen en huilen en zagen en blazen en weer lachen. Op die manier kunnen werken, dat is … een luxe!

Mijn collega’s zijn interessante mensen. Ze verschillen enorm - ik heb het altijd al voor gevarieerde groepen gehad -al zijn ze vrijwel allemaal leerkracht. Maar elke dag weer met al die diverse karakters en persoonlijkheden omgaan, is zo boeiend. Ik loop dan ook meestal niet hyper te wezen omwille van het vele werk, maar uit tevredenheid (en dan heb ik het nog niet over mijn leerlingen gehad!). Bovendien verdienen al die mensen wel eens een applausje omdat ze mij , frequente zeurkous en luidruchtige drukdoener, dagelijks aankunnen. Ik mag mezelf een gelukzak noemen, vind ik. Dank jullie wel, collega’s!

 





All things go

27 01 2008

Positief bloggen allemaal goed en wel, maar laten er nu net de voorbije week maar liefst drie mensen gestorven zijn wiens dood me op één of andere wijze wel getroffen heeft.

Dinsdag overleed, zoals in de media uitgebreid belicht werd, de Australische acteur Heath Ledger. Tja, ook filmsterren sterven, maar dat doen ze doorgaans niet op hun 28e en aan het begin van een bloeiende acteercarrière. De filmfan in mij had wel eventjes spijt.

Donderdag stierf de moeder van Nel, toch vrij onverwacht. Ik kende haar nauwelijks, maar leef erg mee met Nel. Het overlijden is trouwens des te droeviger omdat Nel op drie jaar tijd evenveel familieleden én een trouwe viervoeter verloor.

Vrijdag verongelukte Pieter Van Achter (Pol), een oud-medewerker van de Kutsite. Ik had Pol al meer dan drie jaar niet meer gezien en heb hem niet echt goed gekend, maar de schok is groot als je een naam herkent bij het lezen van een krantenartikel over een schijnbaar banaal ongeval - dat zich door een bitter toeval in Kerksken afspeelde, deelgemeente van mijn thuishaven Haaltert. Pol was een grote filmfan en kon er vurig over discussiëren. Of beter gezegd: hij zei nogal onomwonden wat hij van de dingen dacht. Hij zou op 28 januari 29 geworden zijn. Hoe wreed en tragisch. Lees hier een in memoriam. Pol Van Achter

Ik waag me niet aan gefilosofeer over de dood - in mijn hersenpan knettert het al haast dagelijks daarover, bij de herinnering aan of bij het lezen van de krant - en ik kan gelukkig zeggen dat ik maar héél weinig overleden mensen ken. Maar dit was me allemaal wat snel na elkaar en vooral steeds dichterbij komend. Het enige dat ik kan doen, is aan al die mensen blijven denken. En een ongelooflijk mooi liedje aan hen opdragen: niet echt een nummer over de dood, wel over reizen, maar de metafoor is duidelijk. All things go.

(Sufjan Stevens - Chicago)





Positief denken

23 01 2008

roze-bril.jpgBlogger Menck nam het fijne initiatief van deze week de Roze Bril-blogweek te maken. Positief nieuws brengen dus, en aangezien ik eerder al eens een keer vaststelde dat het bijzonder fijn kan zijn eens positief uit de hoek te komen, doe ik graag mee.

Jammer genoeg vind ik het niet echt het moment om eens heel positief te zijn - vandaar dat ik ook al vijf dagen niets gepost heb. Het is druk op school, ik ben moe en moet een paar (kleine) dingen tegen mijn zin doen die ik te veel laat doorwegen. Ik trek me ook weeral veel te veel aan wat anderen van mij verwachten (op niet professioneel vlak dan). En mijn nek doet pijn. En Heath Ledger is dood en aangezien dat echt wel een goede acteur was vind ik dat zonde.

Maar ik heb mezelf dus verplicht die roze bril eens op te zetten en kijk… een lijstje positief nieuws:

* Het is winter maar we hebben geen kou. Ik spaar ook energie en dat is goed voor het milieu.
*Ik heb deze week weeral een keer beseft dat ik echt wel heel lieve, verdraagzame, hulpvaardige, sympathieke en professionele collega’s heb. Die mijn soms oeverloze gezaag en geklaag zonder morren aanvaarden en zelfs dan nog gemeend zeggen: ‘Ik vind u echt nen toffen!’
*Mijn leerlingetjes werken goed. En Monica komt zaterdagvoormiddag op Ketnet.
*ons moeder heeft mij een ietwat late maar sjieke nieuwjaar geschonken
*er zijn echt wel veel goede films in de cinema momenteel (Atonement, No Country for Old Men, Before the Devil Knows You’re Dead, Into the Wild, Charlie Wilson’s War, Gone Baby, Gone, It’s a Free World, …) en ik slaag er voorlopig in die allemaal te bekijken. Lees vooral de recensies.
*Ik heb vandaag Felix Van Groeningen ontmoet, wiens Dagen zonder Lief ik net herbekeken had. De film is nog altijd subliem en Van Groeningen is een toffe peer. Te bescheiden, zo leek me.
*Er werd een Vlaamse kortfilm genomineerd voor een Oscar. En zo is er heel even een heel klein beetje meer aandacht voor de kortfilm, wat goed is voor kortfilm.be.
*Debby en Nancy is eindelijk weer afgelopen en dus hoef ik niet meer weg te zappen tussen De Pappenheimers en Katarakt (oei dat is eigenlijk toch een beetje negatief van mij…)
*mijn blog trekt al twee weken massa’s bezoekers (met uitschieters van 270 per dag) zelfs na vijf dagen niets posten, en dat nog steeds dankzij dit artikel.
*Het is alweer bijna vakantie.
*Ik zag in exclusieve preview de eerste aflevering van een nieuwe Vlaamse serie die pas binnen enkele maanden op het scherm verschijnt en ik vond ze echt wel sterk. Krijgt Katarakt zo op de knieën.
*Chris Dusjoswa toont aan hoe constructief het BV-schap kan zijn. En zet tussendoor nog eens twee redacteurs van Het Laatste Nieuws te kakken in Phara, omdat ze het nodig vonden de kinderen van een gescheiden BV met naam en toenaam te vermelden in hun vod en dit ook nog nieuws te noemen.
*… (to be continued…?)





Geen beste wensen

2 01 2008

2008.jpgGeen nieuwjaarswensen hier. Iedereen die me persoonlijk kent, heb ik al op één of andere manier mijn beste wensen overgebracht. Wie me niet kent, wil ik uiteraard wel het allerbeste wensen, maar eigenlijk is dat een beetje bizar want uiteindelijk bent u toch maar gewoon een lezer die ik niet ken. Mijn wensen zouden dus niet persoonlijk zijn en als gevolg daarvan ook niet erg gemeend. En aangezien ik het echt niets meer doe alleen omdat het gewoon zo hoort of omdat iedereen het doet, zal u, onbekende lezer, hier geen wensen vinden. Dat hoeft u niet erg te vinden.

Terugkijken op 2007 doe ik dan weer wel. Wat ik graag las en bekeek, vernam u al. Mijn filmtop komt er nog aan. Mijn muzieksmaak en -kennis is nog steeds zo beperkt dat er niets terug te blikken valt.

Ik ging wel naar Amerika (en ben nog steeds niet klaar met het aanvullen, verbeteren en vervolledigen van de verslagen daarvan). Ik ontdekte dat Kristin Scott Thomas echt was. Ik gaf een lezing en dat was vooral bijzonder omdat u er géén gaf . Ik verhuisde mijn blog naar hier. Ik werd oud en dacht weer veel na over wie ik ben en wat ik hier doe en wie alle anderen zijn en waarom. En ik zou dus ook kunnen stilstaan bij alles wat er niet gebeurde en wat ik niet bereikt heb, maar dat zou niets opleveren. Om er nog een stevige positieve draai aan te geven: ik deed mijn werk supergraag en tot genoegen van iedereen, ik zag mijn familie veel (en mijn vrienden te weinig) en ga nog altijd graag op in mijn hobby’s. Ik bleef gezond (op een angina na) en om een torenhoog cliché boven te halen: dat is toch het bijzonderste, niewaar?

Aan voornemens doe ik ook niet. Ik doe al elke dag mijn best een brave mens te zijn en hoef niet zo nodig te veranderen. Ik moet ook niet van vervelende gewoontes vanaf. Mezelf nieuwe initiatieven opleggen, is geen slecht idee, maar dan zou ik ze hier alleszins niet meedelen. Het enige dat wel erg zeker is, is dat ik in 2008 dan eindelijk deelneem aan Blokken (de vorige deelname ging niet door wegens ziekte). Daar krijgt u ten gepaste tijde wel bericht over.

Goed, dat was het voor het eerste stukje van 2008. Rest mij u enkel nog een heel gelukkig nie… ah shit, nu doe ik het toch bijna.





Antichrist

17 12 2007

jeezeken.jpg

En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’

Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Dat was toch geen doen, dachten ze, dat kind ligt niet eens in een bedje van Ikea. En allen keerden zij de nieuwgeborene de rug toe.





En nu?

18 10 2007

“Van alles heeft de tijd ons wel geleerd dat je je nooit moet laten bedotten door het aanschijn der dingen, dat uiteindelijk alles tegenvalt, voorbijgaat, vergeten wordt.” (R. Giphart)

30_happens.jpg

 

oei pff uw tijd gaat nu in zucht amai waw nee nee! nééééééééééé oké alé dan de nooduitgang bevindt zich links van u shit zeg dju snik ochot miljaarde eindelijk? please no grr bwaark lekker awoert zie handleiding voor gebruik ay caramba okelidokeli gruwelijk boehoehoe SveN kan het nie aan fuck 30 héhéhé moest verboden worden de pot op paniek de derde ronde is kweetnie de derde ronde is gevaar! 30 rocks nen dag gelijk nen anderen als we maar gezond zijn 11 uur en nog gene patat geschild santé olé olé doe je mee de grote oversteek bloemen noch kransen in case i don’t see ya good afternoon, good evening and good night …

Herlees vooral mijn verzuchtingen: ‘3, 13 of 30?





Ik heb gelijk. Altijd.

15 10 2007

In de loop der jaren heb ik geleerd dat ik niet altijd gelijk heb. Ik geef dat in vele gevallen dan ook zonder problemen toe. En ik tracht niet al te fanatiek dingen te verkondigen waarvan ik niet 100% zeker ben. Al lukt dat niet altijd. Ik ben sowieso al dominant aanwezig.

fiets.jpgFrustrerend is wanneer je gelijk hebt, maar het niet kunt zeggen of aantonen. Zo stak ik vandaag per fiets een drukke weg over langs een - hoe kan het ook anders - oversteekplaats voor fietsers, duidelijk aangegeven met een rode baan. In de verte zag ik een auto aankomen, waarvan ik wel veronderstelde dat hij zou vertragen wanneer hij merkte dat ik wou oversteken. Toch bleef hij zonder vertragen mijn richting uitkomen, maar als fietser moet je sterk in je schoenen staan en dus stak ik toch maar over. Zoals verwacht vertraagde hij dan toch, hoewel duidelijk was dat hij dat eigenlijk niet wou. De chauffeur stak zijn hoofd uit het raampje en riep: ‘Dit is een zebrapad, geen fietspad!’. Toen reed hij door. Ik was even verbouwereerd. Ik bevond me wel degelijk op een oversteekplaats voor fietsers, die zelfs overging in een echt fietspad. De idioot achter het stuur had het volkomen mis. Ik had gelijk. Dat wou ik zo graag kwijt aan die man dat ik even overwoog per fiets de achtervolging in te zetten. Gefrustreerd zette ik mijn weg verder.

boombal-1.jpgOp school werd er over het ‘boombal’ gepraat, een evenement dat mij niets zegt, maar dat is de kwestie niet. Toen ik het woord ‘boombal’ uitsprak, moest één van mijn collega’s heel hard lachen. Uitlachen, zo vond ik, gepikeerd. Zij was er namelijk van overtuigd dat het je dit op z’n Engels uitspreekt, als ‘boembal’. Ook mijn directeur schaarde zich achter deze Engelse uitspraak en daar stond ik dan met mijn bomen. Terwijl ik dit concept als minstens drie jaar zo noem. Ik begon te twijfelen. Ik leerde het begrip kennen van oud-collega Liesbeth, een folk-adept die zich toch niet in deze bewoording zou kunnen vergissen?

Thuis zocht ik het meteen op. Natuurlijk is het boombal. Op zijn Vlaams dus. Wat zou zo’n typisch folkloregedoe nu een Engelse naam hebben? Weer had ik gelijk. En weer had ik niet de kans te repliceren. Dju toch. Pech voor mijn collega’s. Mijn overtuiging kan nu een hele nacht rijpen zodat ik mijn gelijk morgen met des te meer arrogantie in hun gezicht kan zwieren. Laat ze maar lachen.





Dominant aanwezig

28 09 2007

Ik vergader graag. Ja, echt. Het is zo’n gelegenheid waarop je je mening mag zeggen zonder dat iemand kan reageren dat er niet naar gevraagd wordt. Bovendien heeft een vergadering doorgaans het doel de efficiëntie, organisatie en zinvolheid van een bepaalde werking te garanderen en al zeg ik het zelf, daar ben ik goed in.

In de loop der jaren heb ik de eisen wvergadering2.jpgaaraan een vergadering voor mezelf moet voldoen, verfijnd en gepreciseerd en in de mate van het mogelijke probeer ik vergaderingen mee vorm te geven zonder mijn boekje te buiten te gaan. Vorig jaar pas heb ik mezelf er eindelijk toe gedwongen altijd mijn hand op te steken als ik iets wil zeggen, wat ik in het verleden wel eens onnodig vond. Ik zag een vergadering eerder als een groepsgesprek en in een gesprek vraag je toch ook niet de toelating om te spreken. Maar nu snap ik wel hoe ergerlijk dat kan zijn. Daarnaast vind ik vergaderen met mensen die ik ken en graag heb, ook nog eens gezellig. Welke andere activiteiten bestaan er immers waarbij echt àlle betrokkenen aanwezig zijn? Ok, omdat een vergadering in sommige gevallen verplicht is weliswaar en omdat iedereen graag op de hoogte is. Niet iedereen is dus volledig vrijwillig aanwezig, maar ze zijn er toch maar. En dat vind ik leuk. Met een hapje en een drankje erbij eventueel.

En dus zit ik te genieten en te glunderen op de vergadering. Ik ben in mijn schik en kan het dan niet nalaten grapjes te maken. Ik schrik soms van mijn eigen alertheid. Ik krijg de mensen om de tafel wel eens aan het lachen, omwille van mijn goede timing of rake opmerkingen, wat in het dagelijks leven veel minder vaak voorkomt. Ik zeg daarnaast ook graag mijn mening,  neem graag het woord en stel vaak tevreden vast dat ik een vlotte babbel heb. Dat is geen onbescheidenheid hoor, maar een mens moet zijn talenten kennen en praten is één van de mijne. Een vergadering biedt me elke keer weer een kans daarop te oefenen.

Het resultaat is dat ik duidelijk aanwezig ben op een vergadering. Een collega die vorig jaar in ouderschapsverlof was en dus nog nooit samen met mij om de tafel had gezeten, merkte na de eerste vergadering van dit jaar vriendelijk op dat ik me blijkbaar graag liet horen. Afgelopen week werd nog iets gelijkaardigs gezegd. Woensdag vond er een pedagogische studiedag plaats en ik had daar wel zin in. Net voor het officiële gedeelte zou beginnen, zaten we al om de tafel wat te kletsen. Ik had in de eerste vijf minuten van mijn aanwezigheid al meteen enkele blijkbaar spitsvondige of radicale opmerkingen gemaakt en stond dus weeral eens in het centrum van de belangstelling. Gewild of ongewild is moeilijk te zeggen. Soms is het sterker dan mezelf. Eén van mijn collega’s maakte me er toen lachend attent op dat ik toch wel meteen de ruimte vul als ik ergens binnenkom (ook in de leraarskamer val ik niet te negeren). Een minuut of twee later zat ik net te schaterlachen om een opmerking van iemand anders (of misschien wel om mezelf), toen een volgende collega binnenkwam. ‘Zie je wel dat het Sven is die ik al van ver hoorde lachen!’ grapte ze. 

Ik vind dat niet erg. Ik ken mezelf en vind die karaktereigenschap niet storend. Nu en dan streef ik zelfs naar zulke opmerkingen. Maar natuurlijk hoed ik me voor overdrijving. Ik ben me er van bewust dat er zo nu en dan wel eens iemand aan tafel zit die mij arrogant, luid, pietluttig, onbeleefd, grof, zeurderig, opdringerig, irritant of druk vindt. Ik hoop dat in veel gevallen te compenseren door de vergadering ernstig te nemen en vooruit te helpen. Op een vergadering die me niet interesseert, zou ik me immers in het geheel niet laten opmerken. Zo denk ik te vermijden dat ik mensen echt tegen me in het harnas jaag. Het is me alleszins nog niet overkomen dat iemand me na een vergadering boos aankijkt of links laat liggen. Niet dat iedereen me zo aardig moet vinden, maar we moeten nu ook niet streven naar onrust.

Ik ben dus in bepaalde situaties een dominante aanwezigheid. Beroepshalve moet dat ook. Ik zou daar trots op kunnen zijn of net stellen dat ik daar heb leren mee leven. Soms wou ik dat me kon bedwingen, andere momenten is dat net het effect dat ik wil bereiken. Maar alles liever dan op een vergadering compleet onopgemerkt te blijven. Als je er toch bent, kan je maar beter een indruk nalaten.





Uitzonderlijk zonnig stukje

20 09 2007

Ik denk niet dat het ooit eerder zo rustig is geweest op deze blog. Van mijn kant uit dan, want dan plaats ik hier het meest onbenullige en tevens kortste artikel ooit en levert dat dan net een hele resem reacties op. Waarvoor dank, het houdt de boel hier levend. Al is die ellenlange titel wel erg storend nu…

Tja, ik heb gewoon niet echt veel te vertellen. Ik ben nu al drie weken heel intensief aan het werk en ik geniet. Met volle, volle teugen. Ik heb achttien rustige, verstandige, aangename en leuke leerlingen. Ik ga zonder hoofdpijn naar huis. Ik moet me niet vaak kwaad maken. Ik ben goed georganiseerd en alles in de klas staat op punt (op mijn bureau van vorig jaar na, dat nog dringend dient opgeruimd te worden). Onze nieuwe directeur doet een frisse wind door de school waaien en ik voel me erkend in mijn vaardigheden. Ik heb sympathieke en gezellige collega’s. De school ligt er een stukje opgeruimder bij en iedereen schaart zich eensgezind achter nieuwe afspraken (nu ook volhouden). De ouders zijn bereidwillig, vriendelijk en positief ingesteld. Wat valt er nog te klagen?

Het nieuwe tv-seizoen dan maar even onder de loep nemen? Op De Provincieshow en Slimmer dan een kind van tien na heb ik nog vrijwel niets van de nieuwe gedrochten bekeken en dat heeft me nog geen moment gespeten. Ranking the Stars? De man van Phaedra? Junior Eurosong? The Block? De bedenkers? De Planckaerts? Beauty and the Nerd? De Grote Oversteek? Boer zkt Vrouw? Undercover Lover? 16+? Evelien? Huwelijk uit handen? Geen minuut van gezien en eerlijk gezegd doet me dat deugd. Beseft er niemand welke ongelooflijke vervelende, slecht gemaakte, domme hoop sh*t deVlaamse zenders over ons uitstorten? Enkele jaren geleden werd de teloorgang van de televisie al aangekondigd, maar niemand heeft door dat die fase eigenlijk nu al bereikt is. En dan heb ik het nog niet over die talloze herhalingen! Is het niet triestig dat de banale nieuwe begintune van Thuis het hoogtepunt vormt van een tv-avond? (Ik krijg het maar niet uit mijn hoofd, meer zelfs, ik zap nu pas weg ná de begingeneriek! Terwijl het zo tergend onnozel is!).

Er zijn gelukkig ook hoogtepunten. De Canvascrack, met fijne vraagjes en een ijzersterke formule. Man Bijt Hond, trouw op post met nieuwe rubrieken: Jommeke’s Paradijseiland. De heropleving van het Blind Date-onderdeel waarbij 2 BV’s een uur met elkaar moeten praten. Nicky Vankets liet zich alvast kennen door tegenover niemand minder dan Guy Mortier plaats te nemen en toch zo’n 58 minuten lang alleen aan het woord te zijn (’Wat wilt ge nog van mij weten?’). Een brave huisvader in de rubriek ‘Wordt Gevolgd’ bestoefte vandaag zijn brave 15-jarige dochters, maar vreesde voor hun toekomst (’als ze tegen de twintig zullen zijn en eens naar een fuif willen, …’). Arme meisjes. Superprogramma. Ook de 10 jaar later versie fascineert me.

Om naar uit te kijken: De Slimste Mens ter Wereld uiteraard, een programma dat ik (op haast onrustwekkende wijze) geweldig vind. Maar verder niets, ook niet Tijd of Geld, Rob Vanoudenhoven’s nieuwe spelshow die ik even bijwoonde in de oefenfase en dat ondanks zijn overdachte uitgangspunt en goed bedachte quizonderdelen gewoon het zoveelste geforceerde VTM-feestje zal zijn.

Dus zoek en vind ik weer mijn heil in de series. De hoogstaande, entertainende, knap bedachte en geniaal geacteerde Amerikaanse tv-drama’s die zodanig op één lijn met goede cinema zijn gekomen dat ik er met heel veel plezier naar kijk. Er is Lost, dat weliswaar heel wat van zijn kracht verloren is en waarvan ik de plot niet helemaal meer kan volgen (nog nooit een aflevering gemist en toch zie ik personages die ik me met de beste wil van de wereld niet kan herinneren), maar dat me toch aan het scherm kluistert. 30 Rock, waarvan de eerste aflevering volgens de onwetende omroepster Yasmine vandaag wordt uitgezonden terwijl de serie al twee weken loopt, heeft ondanks zijn Emmy deze week weinig kijkers op één. Jammer, want deze komedieserie met Alec Baldwin loopt vlot en is gewoon leuk. House, M.D. blijft een uitgekiende mengeling van drama, humor en spanning. Weeds is de op Vijf TV verstopte, maar zeer goede en in de VS ook zeer succesvolle dramaserie over een vrouw die pas weduwe is geworden en nu marihuana dealt. Een serie met véél lagen, een kruising van Six Feet Under en Desperate Housewives en dus van kwaliteit net daar tussenin. Arrested Development zit nu al een jaar goed verborgen geweldig sterk en grappig te wezen op Kanaal 2, zondagnacht. En Heroes ligt hier klaar op dvd. Ik klaag dus wederom niet. Er zijn ook nog CSI, N3mbers, 24 (binnenkort), Bones, Standoff, … maar een mens kan niet alles volgen. Toch niet als op een andere zender Witse herhaald wordt… Nee, ik blijf het onbegrijpelijk vinden dat iemand dat knullige spektakel bekijkenswaardig vindt.

En ook verder loopt alles op rolletjes. Moeders die wonderwel snel herstellen van uren durende ingrepen. Broers die ‘geen nieuws is goed nieuws’ in de praktijk brengen. Vaders die weekendjes naar zee gaan. Tantes die Internet ontdekken en neefjes die zestien worden. Nonkels die carrière maken. De kranten blijven slecht nieuws spuwen, maar ik probeer dat niet te vaak tot me te laten doordringen. 

Eergisteren ging ik te voet naar school vanwege de regen. Halverwege scheurden de wolken open en kondigde de dag zich zonnig, zelfs stralend aan. Het was nog vroeg en er liep niemand op straat. Ik waande me even het centrum van de wereld. Mijn MP3-speler kon voor geen passender achtergrondgeluid zorgen. Het leven op wolkjes.

En dit was het volgende nummer, al even passend… 

(Geniet van dit stukje, zo optimistisch krijgt u ze niet vaak…)





3, 13 of 30?

31 08 2007

zone301.gif

(oorspronkelijk gepost op 30/08/07, nu even opnieuw bovengehaald…) 

Nu ik al meer dan een jaar op dezelfde school aan het werk ben, vond ik dat al mijn dierbare collega’s een plaats op mijn verjaardagskalender verdienden. De geboortedate werden dus genoteerd en ik maakte van de gelegenheid gebruik om even uit te rekenen wat de gemiddelde leeftijd is bij ons op school. Die blijkt 32 te zijn. Ik ben dus jonger dan de gemiddelde leerkracht bij ons, en dat verrast me. Ik word de laatste jaren niet meer als ‘jong’ beschouwd, tenzij door het  handvol bejaarde dames die in mijn woonblok gehuisvest zijn en me vragen of ik goede examenresultaten behaald heb.

Vorige week bevond ik me op een bijscholingsdriedaagse. Op de tweede avond zaten we daar met een groepje van minstens 10 mensen samen en we besloten een spelletje te doen. De jongste mocht beginnen. Aangezien we elkaar niet kenden, was het nodig dat iedereen zijn geboortejaar vermeldde. Ik bleek de jongste te zijn en dat was echt een verrassing. Ik kan me niet herinneren dat ik recent nog ergens de jongste was.

Zulke dingen doen me uiteraard stil staan bij mijn leeftijd. 29, maar iedereen zegt al 30. Men gunt je zelfs die laatste maanden voor de 3 niet meer. 30 zul je zijn, oktober of niet. En de self-fullfilling prophecy werkt. Ik zeg bijna zelf dat ik 30 ben, zodanig ben ik al onder de invloed van de grote overstap. Je kunt je niet blijven wentelen in halfvolwassenheid. Ga pensioensparen. Koop een huis. Sticht een gezin. Make up your mind. Wat wil je zijn? 13 of 30?

Het helpt niet dat mijn grootouders langs moeders kant nog geen achterkleinkinderen hebben. Ik blijf dus één van de (klein)kinderen, waarover men bezorgd is en die men een centje toestopt, want er zijn nog geen ukjes om zich zorgen over te maken. Een beschermende omgeving waarin ik niet mag trakteren op restaurant en mij gevraagd wordt of ik ‘vanavond uitga?’.

En dus voel ik me geen 30 zoals andere dertigers, die zich zorgen moeten maken om de lening en de schoolkeuze voor de kinderen. Ik ben niet aan het verbouwen en moet niet naar de opendeurdag van kleuterscholen. Vreemd dat ik dat zeg, want in mijn vrienden- en kennissenkring zijn de niet-stereotiepe dertigers nochtans in de meerderheid. Ik gedraag me ook niet als een dertiger. Ik loop over de pas aangelegde richels van de verbouwde steenweg in Haaltert als een 8-jarige die zijn evenwicht zoekt. Ik trek strepen in de ramen van ongewassen auto’s. Ik bouw zandkastelen met mijn leerlingen. Ik ben verslaafd aan The Simpsons. Ik drink melk. Ik hou van gevechten met waterpistolen. Ik lust geen spruitjes of witloof. Ik herlees Jommekestrips en  snoep graag. Ik moet de drang om foptelefoontjes te plegen, onderdrukken. Ik wil met een karretje door de supermarkt racen. Ik wil ’s nacht door een bos lopen met de KSA. Ik wil leerkrachten uitlachen en me afzetten tegen despoten. Ik ben en blijf ook 13. Of 3.

En dat is niet erg. Er bestaan al voldoende dertigers of bijna-dertigers die zich geconformeerd hebben en meer op hun ouders gelijken dan goed voor hen is. Iedereen gaat elkaar imiteren en verwacht ook dat alle andere dertigers een gelijkaardige levensstijl aannemen. Laat hen maar een generatie op zichzef vormen. Ik reageer nog altijd zeer verwonderd als iemand me vraagt of ik kinderen heb. Zien ze dan niet dat ik daar veel te jong voor ben? Maar ze kunnen niet in mijn hoofd kijken natuurlijk. Als ik in de bank sta of een overdachte aankoop van iets duur overweeg, denk ik niet serieus genomen te worden omdat ik te jong ben. Maar dat gebeurt nooit, integendeel. Ik zie er dertig uit en wordt ook zo behandeld.

En toch ook weer niet. De ouders van mijn leerlingen vinden me een jonge leerkracht. Maar dat heeft met ervaring te maken en niet met leeftijd. Mijn leerlingen vinden me net nog jong genoeg - binnen afzienbare tijd ben ik voor hen te oud. Grapjes over mijn leeftijd (vrijwel altijd door jongere mensen) vind ik extreem flauw. Blijkbaar krenkt dat mijn ego. Mijn identiteit staat toch los van mijn leeftijd? Maar misschien gedraag ik me ondanks de voorgaande beschrijvingen vaak als een dertiger. Ik kraak pubermode af en bekritiseer de verwaarloosde maatschappelijke waarden. Ik zit graag rustig thuis. Ik zeur als iemand uitgeleende spullen niet goed behandeld. Ik verdraag geen luide MP3’s op de trein en draag geen sportschoenen. Ik heb een ouderwetse GSM en help bejaarden met het inladen van hun bagage in de trein. Ik maak me zorgen over de verdere studies van mijn leerlingen. Ik ga graag op restaurant en snauw jobstudenten af als ze hun werk slecht doen. Ik lees wel eens De Standaard en kijk naar Ter zake. Erg volwassen allemaal. Ik ben wel degelijk bijna dertig.

Hoe zit het dus? Hoe oud ben ik eigenlijk? Mentaal gezien of fysisch? Het zou niet moeten uitmaken. De jongere mensen die er lacherig over doen, staan er niet bij stil dat het hen ook te wachten staat. Zo was ik ook, jaren geleden. De ouderen reageren mild, maar veroordelen je goedbedoeld tot de routine van de dertiger. De wankele conclusie die ik voorlopig handhaaf, is dat het alleen maar bergaf gaat. Het leven wordt korter, saaier, eentoniger, harder, meedogenlozer. Of zijn er plusdertigers die dat kunnen tegenspreken?

Wat er ook van zij, als ik me al minder gelukkig zou voelen omwille van mijn leeftijd, dan ligt dat aan de samenleving met de enge verwachtingspratronen - los van de occasionele ochtend waarbij het gezicht in de spiegel wel honderd lijkt. Dus hoop ik nog lang naar The Simpsons te mogen kijken en toch heel fatsoenlijk belasting