De belevenissen van mijn grootouders zijn op zich eigenlijk een televisieserie waard. In de aflevering van vandaag wist mijn 75-jarige grootmoeder tussen het breien en afwassen door zomaar even een grote drugsvangst te doen. De feiten op een rijtje:
Deze middag merkte mijn grootmoeder een groepje hangjongeren op, op het voetpad voor haar voordeur. Ze bleef daar rustig bij en zonder een steek te laten vallen hield ze de jongeren in het oog. Plots verschenen er twee politiecombi’s op het toneel. De vijf jongeren werd gevraagd in te stappen voor een verhoor. Er kwam ook fouillering aan te pas. Na heel wat tijd reed de wagen weg. Twee meisjes werden meegenomen, de jongens bleven achter.
Intussen genoot mijn grootvader enkele honderden meters verder van een namiddagpintje in zijn stamkroeg. Daar wist men hem te vertellen dat er een paar combi’s aan zijn deur stonden. Mijn grootvader reageerde koelbloedig: hij nam de telefoon om mijn oma verontwaardigd te vragen wat er daar verdorie allemaal aan de hand was. Zij vertelde wat ze gezien had en wist hem gerust te stellen dat er met haar niets aan de hand was.
Maar toen verschenen de jongeren weer. De meisjes werden zelfs door de combi terug afgezet. Uit nieuwsgierigheid, vermomd als ongerustheid, stak mijn grootmoeder haar neus buiten de deur. Niets bijzonders te zien. Maar wat merkte ze daar op, half verborgen onder haar struiken? Een doos.
Eerst bekeek ze die wat afwachtend. Toen kwam één van de jongeren dichterbij. ‘Is dit jouw doos?’ vroeg mijn oma. ‘Nee, van mijn zus,’ repliceerde de kerel. ‘Ik kom ze ophalen’. ‘Niets van’, reageerde mijn grootmoeder. ‘Ga weg!’ En ze nam de doos mee naar binnen. Daar plaatste ze die op een krant (huismoeders onder de lezers herkennen misschien een oeroude reflex waarbij vreemde voorwerpen zo weinig mogelijk in aanraking mogen komen met het eigen bezit), maar vervolgens werd ze door schrik bevangen. Wat kon er in godsnaam in die doos zitten? En wat als die jongeren ‘hun’ doos zo graag terug wilden dat ze het raam stuksloegen?
De telefoon ging opnieuw. Mijn grootvader informeerde van aan de toog naar de situatie. Die werd hem uitvoerig beschreven en mijn oma vroeg wat ze nu in godsnaam moest aanvangen met deze doos, die ze dus voor geen geld ter wereld durfde openen. Mijn grootvader leek het een goede raad te vinden dat ze maar gewoon de 101 belde.
Dus dat deed mijn oma, na heel wat overpeinzingen. Aan de telefoniste legde ze vervolgens alles uit, om af te sluiten met de woorden: ‘Kortom, ik vermoed dat ik een drugsvangst heb gedaan’. Stilte aan de andere kant van de lijn. ‘Wilt u dat nog een keer herhalen, mevrouw?’ liet de telefoniste zich lichtjes verbaasd horen. Waarop nog een keer de hele historie volgde. ‘We zullen zien wat we kunnen doen’ beëindigde de telefoniste het gesprek.
Eventjes later daagden maar liefst drie politiecombi’s op. Vijf gendarmes traden kordaat binnen en verspreidden zich over het huis. Eéntje stapte op de doos af, met zwarte handschoenen aan. Intussen ratelde mijn oma nog een keer het hele verhaal af. ‘Weest u alstublieft niet boos, heren’, zei ze, ‘als blijkt dat er helemaal niets ernstigs in die doos zit! Maar ik heb nog nooit drugs gezien en ik durfde de doos niet te openen!’.
Toen ging de doos open. Triomfantelijke reacties van de politielui. ‘We hebben ze! Geweldig!’. Tevredenheid alom. ‘Kom madam, kom dat eens bekijken!’. Mijn oma, nog half in elkaar gedoken voor wat ook uit de doos tevoorschijn zou komen, werd meegetroond naar de doos op de keukentafel. Een flinke zak weed lag daar te blinken. ‘Proficiat mevrouw, u hebt correct gehandeld! Dat was een goede beslissing! U hebt ons flink geholpen! Goed opgemerkt’. Mijn oma slaakte enkele kreten van opluchting. Dit was geen sociale afgang. De politiecombi’s konden gerechtvaardigd worden aan nieuwsgierige buren. Ze zou niet als seniele ouwe … doos bestempeld worden. Meer zelfs, ze was de heldin van de dag.
De mannen bleven nog wat hangen en de feiten werden nog een keer overlopen en besproken. Intussen liet opa zich vanuit het café nog een keer horen. Nieuwsgierig, bezorgd en zich om wat voor reden dan ook wellicht weer druk makend, maar toch weigerend de pint te laten staan en zelf te komen kijken. Triomfantelijk verklaarde mijn oma alles: ‘Ik heb een drugsvangst gedaan!’ Ze was zich daarbij geheel bewust van het ironische en zelfs heel relatieve van de hele situatie, maar niettemin klonk deze zin heerlijk dramatisch.
En zo maakt een bejaarde mens al eens iets mee. En dat twee dagen na de spectaculairste nacht in jaren! Wie durft beweren dat vijfenzestigplussers niets beleven?
In de volgende aflevering vangt Willy een roze olifant in de tuin en bakt Mary-Louise een reusachtige frikadon voor zeven Roemeense weeshuizen. Komt dat lezen!
U zei?