OnBelangrijk

20 05 2012

Het is me niet bekend of er een Vlaamse gemeente bestaat waar Vlaams Belang een rol van, euh, belang speelt. Dat was zeker niet het geval in het landelijke Haaltert. Daar had trouwens geen enkele partij enige betekenis.

Alleszins kon ik me moeilijk voorstellen dat Vlaams Belangers op lokaal niveau ook maar ergens op  het  bestuur konden wegen, gezien ik hen vooral associeer met een gebrek aan fatsoen en intelligentie. Zonder te willen veralgemenen, uiteraard.

Ik heb echter altijd verondersteld dat in die enkele grote steden die Vlaanderen rijk is, Vlaams Belang het stelt met wat degelijker volk. Iets meer breeddenkend, wat redelijker, enigszins bereid tot dialoog, …Tja, wat is dat, ‘degelijk’?  Enfin, het is me vooralsnog niet duidelijk hoe ik aan die perceptie kom, maar ik dacht te mogen veronderstellen dat Vlaams Belangers die in pakweg Gent mee beleid willen voeren, toch over net dat tikkeltje meer niveau beschikken om met de grote mensen mee te kunnen spelen. Ik waag het in deze veronderstelling even de gemeenteraadsleden van andere partijen enig niveau toe te dichten om mijn punt te maken (Zuster Monica even terzijde gelaten).

Maar ik moet mijn mening herzien. Ook op stedelijk niveau slaagt Vlaams Belang er niet in redelijk, volwassen, eerlijk campagne te voeren. Andere partijen misschien ook niet, maar dan bevinden we ons nu toch nog enkele niveaus lager,  Een dikke week geleden trof ik ter illustratie immers deze campagnefolder in mijn brievenbus aan:

De voorkant van dit postkaartje toont ons weinig idyllische taferelen in Gent. De achterkant beschrijft de fictieve avonturen van Bart & Els, die zich in Gent beslist niet geamuseerd hebben.

Ik heb lang niet zo’n weinig subtiele, eenzijdige en vooral kinderlijk onnozele manier gezien waarop een politieke partij kiezers tracht warm te maken voor zijn standpunten. De ongeïnspireerde tekst lijkt me zelfs voor kinderen geschreven te zijn – laaggeschoolden en ongeletterden zullen vatbaarder zijn voor lulkoek, zal de veronderstelling wellicht zijn – en is zo nadrukkelijk doorzichtig dat ik me vragen stel bij het intelligentieniveau van wie in Gent mee in het bestuur van Vlaams Belang zit. Als je oppervlakkig, manipulatief en zwakbegaafd bent, moet je dat dan per se in de verf willen zetten?

Misschien moet ik de komende dagen dat 10-puntenplan maar eens doornemen om dan maar meteen inhoudelijk ook zeker te zijn waarom ik niet op deze partij zal stemmen.





Waar de rode lampjes branden

4 05 2012

Een aarzelende fietser vlakbij mijn woning. Wonende op een druk punt in Gent centrum, herken ik het type: de zoekende of al dan niet verdwaalde toerist. Ik stap zelf net van mijn fiets, maar op zijn Vlaams bemoei ik me met mijn eigen zaken. Het is een vijftiger met vraagtekens in zijn ogen. Er loopt best wat volk op straat, maar ik merk dat hij overweegt mij aan te spreken. Ik zet mijn ‘open’ gezicht op, waarmee ik bereidwilligheid etaleer om aangesproken te worden. Ik leg het toch zo graag uit. Ik ben zelf ook al toerist geweest. Ik wijs u dus met graagte de weg. De man twijfelt nog, maar dan klinkt toch, op zijn Amerikaans:

‘Excuse me, can you tell me where the red light district is?’
‘It’s just around the corner!’ repliceer ik alsof ik iedere dag hoertjes aanwijs.
‘Thank you’
‘Have fun!’

Als je vlakbij ‘t glazen straatje woont, vraagt men nu eenmaal niet snel naar Het Belfort.





The End

23 10 2011

Had ik de voorbije 12 dagen aan één stuk door moeten werken, ik was al lang onderuit gegaan. Maar twaalf dagen filmfestival gingen me dan blijkbaar wel af, al overvalt me vandaag een loden gevoel van uitputting waarvan ik liefst van al een dag of twee zou recupereren.

Het zit er weer op. Mijn twaalfde Gentse filmfestival. Op filmgebied een waar genot. Ik zag, net als ieder jaar, zo’n 30 films en daar zat amper iets minderwaardig tussen. Niet dat het programma dit jaar zo veel sterker was, wel mijn vermogen om te vooraf te bepalen wat voor films me liggen. Ik zag twee Noorse films, een Deense , twaalf Amerikaanse, drie Belgische, vijf Britse, een Nederlandse, een Franse, een Zuid-Koreaanse, een Zuid-Afrikaanse, een Oostenrijkse, een Argentijnse, een Russische en een Zweedse film. Als gewoonlijk een mooie variatie aan stijlen en verhalen en geen enkele daarvan was echt slecht, al waren sommige eerder flauw.

Ik heb de zaal één keer verlaten, iets wat ik in mijn hele leven hooguit een keer of twee gedaan heb. Het Indische Gandu was niet zozeer slecht als wel nietszeggend en leek me op dat moment pure tijdverspilling.

De langste film was Mildred Pierce, in feite een mini-serie die vijf duur duurde – exclusief pauzes. Ik had op die tijd wel drie andere films kunnen zien maar heb er geen spijt van deze superieure productie op een groot scherm te zien. Stikkapot na afloop, maar wel genoten.

Irritaties… minder en minder, zo blijkt. Filmstudenten blijven hardnekkig lulkoek verkopen om zichzelf en anderen te imponeren en hebben ook niet altijd meer door dat je in stilte van films hoort te genieten. Maar ik heb daar al bij al weinig last van gehad. Waar is de tijd dat ik mijn medefilmkijker opriep zich aan deze regels te houden?

Tussen het filmkijken ging ik ook nog werken. Dat is slopend, maar ik kan nu eenmaal geen vakantie krijgen. Een behoorlijke maaltijd heb ik amper gezien, maar ik kon zonder moeite ook de chips en popcorn laten liggen. Water en fruit vormden mijn voornaamste voedingsmiddelen. Enkel op mijn verjaardag trakteerde Michèle me op ijspralines.

Meer dan anders nog beleefde ik dit festival als in een roes, waarbij het donker van de zaal hypnotiserend werkt en de festivalbar weer als centraal ontmoetingspunt fungeerde. Mijn crew bestond uit medefilmfanaten, mensen die mee in die roes stappen, en met wie je de beleving deelt die niet aan buitenstaander te beschrijven valt. Mensen die al even graag over films praten terwijl de conversaties vaak net over allesbehalve film gaan. Haast meer nog dan de films, maken deze mensen het filmfestival tot een hoogtepunt van dit jaar.

Stijn zag in Paul Giamatti zijn film-alter-ego terwijl ik een John Krasinski in hem zag. Hij ontpopte zich daarnaast tot adviseur van zekere websites met taalfouten, hield de spanning erin met een geschenkenmysterie en diende me scherp van repliek als ik te cynisch was – lesje geleerd. Werd naar eigen aanvoelen nooit snel bediend in de bar, beklaagde zijn lot als betalende festivalbezoekers tegenover al zijn geaccrediteerde vrienden en koos er de juiste film uit om zijn moeder mee naartoe te nemen. Netwerkte vooral voor anderen omdat hij ondanks zijn zelfbeklag-imago begaan is met zijn medemensen en aldus een vriend van de bovenste plank blijkt te zijn.

Hanne vocht al die tijd tegen de slaap, fixeerde zich op de bedden in films en vond de combinatie werk/festival ook wel stresserend. Zette me aan tot het eten van een gezonde, vegetarische burger, geruggesteund door Nic Balthazar, en dat heb ik me niet beklaagd. Had geen reden nodig om in de bar te blijven plakken, want de rit naar huis beloofde vooral kou – en al die fietslichtjes vastklikken nam zoveel tijd in beslag. Ze was goed gezelschap dat altijd iets wist over de anderen en dit ook doorvertelde – behalve als het geheim was. Vraag haar niet wat ze van The Rum Diary vond. Zat ook niét te wachten op mails van haar huisbazin.

Roos liet me als streekgenoot toe zo nu en dan toe een Haaltertse uitdrukking in de conversatie te wurmen. Leerde me over kleine velokes, taupe minnekes en dingen waar een mens zich eens mee wil laten trekken. Verkoos de duurdere drankjes op de kaart maar wilde daar dan zelf voor betalen. Is net als Stijn begaan met het sociaal welzijn van de mensheid om haar heen en hoopt dat iedereen zich betrokken voelt. Zou een formidabele actrice zijn die met één minimale gezichtsspierbeweging al meesterlijk haar bedenkingen toont. Wil niet gezien worden met marginale sigarettenmerken.

Gilles was een betrouwbare plaatsbewaarder, al was Stijn een slechte invloed. Zijn beslissing met een taxi naar huis te gaan, kon op applaus rekenen. Hoorde je niet klagen over slaaptekort, gemiste films, kou in de bar of parvenu’s en bleek aldus de meest positieve in het gezelschap.

Bert nam zijn emoties na de film mee naar de bar maar kon op andere dagen luchtige onderwerpen aan als SOA’s of grenzen binnen een relatie. Begroet zijn vrienden oprecht hartelijk en al is hij niet geneigd dezelfde films goed te vinden als ik, kom ik hem graag tegen.

Elke heeft me als  junior executive logistics information artistic business operational manager van het Gentse festival niét aangewezen toen ik als geaccrediteerde eigenlijk de zaal moest verlaten. Dank u Elke en excuses als je ook maar iets van al mijn opmerkingen als kritiek op uw werk hebt beschouwd (maar het was daar toch wel koud!). Lacht aanstekelijk, ook als de film flauw is en heeft nu haar rust zeker verdiend.

Jan nam zijn job serieus en vertelde ons dus niets over de kleine kantjes van Octavia Spencer. Net niet genoeg tegengekomen, want zijn fascinatie voor allerlei rare onderwerpen maakt van hem een interessante mens. De zware jongens zijn dus honden. Bekloeg het gebrek aan enthousiasme voor Hongaarse cineasten.

Voor Alexander mochten het gerust aan één stuk door kostuumdrama’s met Judi Dench zijn, al is de aanwezigheid van een knappe hoofdrolspeler ook al voldoende. Kon wegens het braaf vervullen van engagementen en verantwoordelijkheden niet het onderste uit de kan halen, maar liet zich als nieuwkomer graag overvallen door de weelde aan films, ook al kon men op de persdienst geen van zijn vragen beantwoorden.

Bedankt allemaal!

En nu slapen, uitzieken, herademen, afwassen… en eens naar de film.

The End





Het verschil is het kwaliteit

5 10 2011

De buurt waar ik werk valt niet bepaald de meest florissante te noemen. Dat de scholingsgraad van de bewoners niet fameus is, wordt soms echter weinig subtiel geïllustreerd.

En Frituur Dampoort verbouwd. Het interieur gesloopd, alles geverft, nieuw meubilair geïnstalleert. Kortom: men vernieuwd.

Men zou nog kunnen hopen dat er een dubbel punt ontbreekd (“Vernieuwd: het interieur”), maar dit spandoek volgd gewoon het niveau van de bediening: belabbert. Hoe vernieuwt het interieur zal zijn, zal ik overigens nooit te weten komen. Die belediging op mijn frieten die laatste keer, smaakte niet echt.

Dat de doorsnee Dampoort-ondernemer taalkundig gezien aan het korte eind trekt, het zij zo. Maar ergens vraag ik me toch ook af of de bedrijven die dit soort spandoeken en publiciteitsborden maakt, niet over één geletterde werknemer beschikken? Ergens moet toch iemand stilstaan bij deze flaters?

Maar goed. Het is dag van de leerkracht. Met volle overtuiging blijven we voor juist taalgebruik ijveren, al wil de wereld om ons heen vooralsnog niet mee. Dampuurt University, de grap is uitgewerkt.





Zwem u zot

19 09 2011

Ik was best onder de indruk van het nieuwe Gentse zwembad, dat deel uitmaakt van een ferm nieuw sportcomplex. Op Gentblogt leest u mijn verslag.

 





Ik ben een dokwerker

22 08 2011

Het voorbije weekend beleefden we op DOK een topweekend. We, zeg ik, want sinds enkele weken voel ik me als vrijwillig medewerker op het DOKstrand en de DOKmarkt een klein radertje van een steeds vlotter draaiend geheel.

Het was in de eerste plaats aan de zon te danken dat het unieke en tijdelijke Gentse strand zaterdag en zondag zo veel volk lokte, maar daarnaast was DOK ook de locatie waar de Amerikaanse groep Sebadoh zijn optreden heen verplaatste nadat het op Pukkelpop afgelast werd – U vernam het ongetwijfeld in de pers. Meer dan tweeduizend bezoekers kwamen dus de voorbije dagen over de (hier en daar wat losliggende) vloer. Ook de wekelijkse rommelmarkt op zondag trok weer heel wat volk. Voor alle medewerkers was het dus doorbijten, en ik snakte op een bepaald moment echt naar een douche, bad en maaltijd tijdens mijn 12-uur durende shift, maar dan zie je al die anderen even hard zwoegen en ga je dus door tot de laatste bezoeker door het hek verdwenen is.

Het viel me eigenlijk al meteen op: dat de mensen van DOK (gevormd door een samenwerking van CirQ, Ladda en Democrazy) keihard werken en de lat hoog leggen. Hun gedrevenheid en veeleisenheid zorgt er voor dat ook alle vrijwilligers graag meedraaien in de mallemolen. Het goede humeur kan er al eens bij inschieten, uiteindelijk is het bewonderenswaardig dat deze groep mensen zo’n prachtiniatief ontwikkeld heeft zonder dat ze daar zelf veel bij winnen. Wat niet wil zeggen dat er geen commerciële belangen spelen.

Bij DOK betaalt u echter geen toegangsprijs. Het strand en de gezellige sfeer is gratis. Een strandstoel of parasol kost u geen geld. Zelfs het toiletbezoek kost niets. De drankjes zijn schappelijk geprijsd  – enkel de croque-monsieur vind ikzelf echt te duur en dat laat ik niet onvermeld. Maar men kan de organisatoren dus bezwaarlijk beschuldigen van geldklopperij. De Gentenaars en anderen een plek van verpozing bieden, is het voornaamste doel.

Dat doet men niet halfslachtig. Iedere dag worden klusjes geklaard en kinderziektes weggewerkt. Geen detail wordt verwaarloosd. De dag dat alles op punt staat, komt er misschien nooit – DOK is een tijdelijk project – maar men blijft er dan ook maar nieuwe initiatieven nemen en verse ideeën uitproberen. Wie me kent, weet dat ik ook graag de lat hoog leg en oog heb voor details, en dus bevalt mijn vakantiejob bij DOK me enorm. Los daarvan zijn er ook een boel fijne mensen te vinden onder de medewerkers en tref ik er elke dag wel iemand die ik ken.

De miserabele zomer heeft DOK natuurlijk al parten gespeeld. Er waren dagen dat geen mens opdaagde of de keet ongewild vroeg de deuren sloot. Anderzijds tonen drukke dagen ook dat het opgelegde maximum van 1000 aanwezigen, echt niet te laag is. Een hele zomer lang iedere dag die limiet bereiken zou de job eerlijk gezegd te slopend maken. Nu kunnen we af en toe ook eens onze voeten in het koele zand steken en dat maakt dat dit werk voor mij een ideale manier is om de zomer door te brengen, vooral dan nog eens omdat ik geen tuin heb en hier gewoon buiten leef. DOK vindt volgend jaar opnieuw plaats en zelfs al mochten we dan af te rekenen krijgen met een helse hete zomer, wil ik graag weer bij zijn.

Wat is daar nu eigenlijk zo fijn aan, dat werken terwijl je eigenlijk vakantie hebt, en dat aan een vrijwilligersvergoedinkje? Tja, vakantie maakt me nogal snel lui en soms begin ik me wat nutteloos te voelen. Ik geef op deze manier graag invulling aan mijn overschot aan vrije tijd. Met twee dagen per week had dat ook opgelost geweest, maar DOK werkt verslavend: ik ben er graag. En ik moet het niet ontkennen: ik werk graag. Ik doe anderen graag een plezier en wil het mensen naar de zin maken. Ik ben dan wel niet handig of sportief, maar een fysieke inspanning schrikt me niet af en dus biedt het werk me veel voldoening. Of ik nu op de parking sta, aan de bonnenstand, aan de ingang, op de markt, op het strand of in het leeggoedkot. Gevarieerd is het werk dus ook nog.

In zekere zin roept het werk op DOK een klein beetje het gevoel op dat ik als student vele zomers lang ervaren heb, als monitor op de speepleinwerking. Ook toen bracht ik mijn zomer graag al werkend door, in het gezelschap van leuke mensen. Op DOK is er niet zo veel tijd om iedereen te leren kennen, maar dat is voor mij geen prioriteit en bovendien vind ik het toch altijd weer genoegen doend om samen te werken met onbekenden en dan te ontdekken dat dat vlot gaat. Op DOK heeft men zijn vrijwilligers goed uitgekozen: ik heb me nog geen enkele keer geërgerd aan de laksheid of kortzichtigheid van anderen. Op school moet ik het eigenlijk meer op de tanden bijten.

Een markant figuur is Pierke. Hij is 53 en hoopt snel invalied verklaard te worden. Zijn voornaamste taak is draaien aan het kindermolentje. Dat is al wat versleten en moet af en toe gesmeerd worden, en dat geldt ook voor Pierke zelf. Ook Kamal is een andere vaste waarde op DOK. Zijn Hollandse tongval gaat gepaard met enthousiasme, en wat zo fijn is, is dat hij ook aangeeft dat mijn enthousiasme ook hém stimuleert. De Italiaanse Francesca leest tijdens stille momenten De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan. In het Nederlands! Maar het woord efkes heb ik haar toch moeten uitleggen. Lijn creëert steevast haar eigen taken en aarzelt niet mensen terecht te wijzen. Dat ik haar al enkele jaren ken, maakt het erg makkelijk. We moeten niet meer wikken en wegen als we elkaar aanspreken. En dan is er nog mijn bazin, Carla. Nooit moe, altijd aanspreekbaar en iemand met wie het aldus heel fijn samenwerken is. Toen ze mij op de DOKmarkt bezig zag alsof ik voor een grote klas stond, legde ze het lot van de standhouders al snel ook in mijn handen. Sommige mensen krijgen zelfs op hun échte job niet zo’n waardering.  De zondag is dus alvast mijn favoriete DOKdag.

En dan zijn er nog al die anderen: Liesbeth, Els, Kris, Bart, Frank, Tom, Margot, Eva, Niels, Michiel, Suranga, Sandra, Xavier, Jonas, Jeroen, Marc, Caroline, … – de drie vzw’s samen lijken wel uit tientallen en tientallen medewerkers en vrijwilligers  te bestaan die ik met mondjesmaat leer kennen en (in min of meerdere mate) appreciëren.

Binnen afzienbare tijd begint het schooljaar weer. Ik heb daar zéér veel zin in. Maar mocht de zomer nog een week of drie langer duren, ik zou dat als dokwerker helemaal niet erg vinden.





Mega Vega

30 06 2011

Niet geheel van harte schoof ik deze avond aan voor een veganistische maaltijd. Zou ik voor het eten nog snel eerst een hamburger halen? Of zou ik na afloop nog langs de frituur moeten rijden?

Nee, zo ver zou ik het niet drijven. De laatste keer dat ik vegetarisch at, was me dat goed bevallen. Ook het veganistische restaurant zou dus wel iets in de aanbieding hebben dat me zou smaken. Ik had weliswaar een enorme trek in frieten na een lange laatste werkdag, maar het gezelschap had nu eenmaal voor een bepaalde eetgelegenheid gekozen en ik legde me daar grappend bij neer (al was initiatiefnemer Tim een beetje in de wiek geschoten door mijn gebrek aan enthousiasme). Dus schoven we met zijn zevenen aan in een bekend Gents veganistisch restaurant waarvan ik de naam niet vermeld – enerzijds omdat de zaak niet per se in een negatief daglicht wil stellen, anderzijds omdat ik nu ook weer geen reclame wil maken.

Tot mijn verrassing – en Brigitte gaf toe dat ze zich dat ook had afgevraagd – stond er wijn op het menu. Nu ben ik me er maar al te zeer van bewust dat wijn tot stand komt zonder enige dierlijke  betrokkenheid en dit dus ‘toegestaan’ is, maar gaan we er stiekem eigenlijk niet allemaal van uit dat die vaak fanatieke sla-eters telkens als iets ook maar een beetje plezant dreigt te worden, wel een reden vinden om het af te keuren? Wie weet werd er een kikker overreden bij het transport van de wijn, of had er een slak gekneld gezeten in een wijnrank?

We lieten ons de wijn dus smaken, al was Tim al lichtjes verbolgen omdat de uitbater nogal geërgerd reageerde omdat we met drie personen minder opdaagden dan in de reservatie voorzien. We besloten unaniem een vrolijkheid uit te stralen die contrasteerde met het gekijf, wat de meesten onder ons weinig moeite kostte, gezien het de laatste schooldag was en we allemaal wel iets met onderwijs te maken hadden. De preisoep lieten we ons daarop welgevallen: een dikke, wat winters aandoende, groentebrij die me zeer smaakte. Een tweede portie was een optie – je eet er naar believen – maar ik liet het er toch maar bij aangezien niemand anders nog aanstalten maakte. U ziet, ik durf me heel soms nog te conformeren.

Voor het hoofdgerecht was er keuze uit een zevental schotels en een tiental slaatjes en sausjes. De chili was me iets te pikant en de bonen liet ik toch maar links liggen, maar verder is alles me best bevallen. Wat kip er bij had weliswaar niet slecht geweest, maar de variatie aan smaken verraste me beslist. Het smaakte dus en bij een tweede portie trof ik nog een optie meer aan: iets ongedefinieerd met rapen en zwammen. Lekker! Hoewel de frieten nog ergens in mijn achterhoofd bleven zweven, raakte ik voldaan. Voilà, weer een item af te vinken van mijn lijst van dingen die ik eigenlijk niet wou doen maar die dan achteraf blijken mee te vallen.

Er verscheen nog een dessert: appelcake. Die was subliem. De niet al te doordringende kaneelsmaak, het zoete deeg dat nauwelijks kruimelde, onderaan wat rozijntjes… Hmmm! De koffie die Vincent bestelde kwam zonder melk. De uitbater meldde belerend dat we ons in een veganistisch restaurant bevonden (wat we al wisten) en dat er dus geen melk was (waar eigenlijk ook niemand naar gevraagd had). Vincent kon zich niet van de indruk ontdoen dat de melding met de subtiele boodschap gepaard ging dat we ons thuis ook maar beter niet meer aan melk konden wagen, op straffe van een strenge terechtwijzing, ongetwijfeld. Er was overigens wel kokosmelk.

De rekening zouden we gewoon door 7 delen. Mochten we daarvoor elk apart betalen? Dat men dat niet zag zitten, wil ik aannemen – het was voor ons ook niet zo’n moeite om eerst samen te leggen – , alleen werd ons dat door de uitbater op zo’n principieel toontje gemeld, dat we er een kleine voldoening in meenden te bespeurden, omdat hij er alweer in geslaagd was onze avond te kunnen dwarsbomen. Terwijl we onze centen samen legden – zouden we in kopermuntjes betalen?  – maakte Geert op de  man af, maar wel vriendelijk – de opmerking: ‘Jullie zijn niet erg flexibel hé’. Ik was wat verrast – er zijn niet zo heel veel mensen die zo recht door zee zijn als ik én daarbij wel minzaam blijven -  en ook de man achter de toog schrok even, maar lichtte toe met de melding dat ze er met zijn twee voor staan en er dus geen tijd is met elke klant apart af te rekenen. ‘Dat staat ook niet op jullie website’ voegde Geert er al even goedgehumeurd aan toe, waarmee hij gesprekspartner zelfs wat in een hoek leek te gaan dringen. ‘We zijn bezig met een nieuwe site, die info kan er inderdaad op.”, luidde het antwoord wat bedeesder.

Ik complementeerde Geert met zijn kordate houding, wat ons met zijn allen deed concluderen dat dit fijne restaurant duidelijk door principiële mensen wordt geleid, die je bij de uitstekende gerechten graag een koele blik of een misprijzend woordje serveren. Of was dat gewoon onze eigen interpretatie?





Gecolloqueerd

20 11 2010

colloquium
is een moeilijk woord
ik kan het eerlijk gezegd
zelfs niet correct schrijven

het neemt alleszins
mijn zaterdag in beslag
moest zelfs vroeg opstaan
en luisterde per ongeluk naar mnm

ze konden het ook
symposium
noemen
dan was ik nu niet bang
gecolloqueerd te worden





The End

24 10 2010

De zondagnamiddag na het filmfestival gebruik ik om mijn hoofd maar eens leeg te maken. Ik heb de voorbije twee weken 33 films gezien (32 op het festival) en hoewel dat zowat hetzelfde aantal is als andere jaren, was de ervaring iets intenser. Misschien waren de films beter? Ik zag alleszins minder povere films dan voorheen. Amper drie films vond ik echt slecht.

Wat zeker meespeelde was dat ik veel meer dan anders de films aan elkaar reeg. Er was zelfs een dag met zes films! Je raakt dan in een soort hypnose, waarvan je na middernacht blij bent dat ze afloopt, maar waar je de volgende ochtend meteen weer naar verlangt. De geur van de bioscoopzaal, de zachte zitjes en vooral de betovering van dat witte scherm werken al snel een fysiek behagen op dat blijkbaar verslavend werkt. In combinatie dan wel met de kracht van het evenement: dit werkt enkel als je een hele serie nieuwe, onbekende films voorgeschoteld krijgt.

Ook de mensen op het festival spelen een rol: het publiek is anders samengesteld dan gewoonlijk. De zaal is stil, de krakende chipszakken zijn beperkt. Je voelt je haast één met de cinefiele massa, zou ik haast zeggen, maar dat is een overschatting: ook op een festival loopt volk rond dat amper twee acteurs bij naam kent en films dat het niet begrijpt gemakshalve speciaal noemen, zoals reeds eerder meegedeeld. Maar toch, de mensen maken mee de sfeer.

Meer ook dan andere jaren, speelde de festivalbar een rol. Tussen twee films door snel een drankje, of uitgebreid napraten met meer dan een drankje, ik liet me daar nu veel sneller toe  verleiden. Enerzijds komt dat omdat ik me na al die jaren erg op mijn plaats voel in wat ooit een wat mythische omgeving was (het festival op zich, niet de bar in het bijzonder). De drempel is weg, de poeha bleek ingebeeld. Ooit onbereikbare figuren blijken plots heel alledaags. Ze dronken zien dansen, helpt ook qua demystificatie.

Een mens wordt ook ouder – 33 tijdens het festival – en hoeft niet meer zo nodig jaloers te zijn op de manifestatiedrang van anderen. Die bij momenten toch ook maar klaplopers en blaaskaken zijn. Bekende filmjournalisten die ondanks al zoveel privileges, toch aandringen op gratis tickets en zo. De stagiairs die een week later toch gewoon weer werkloos zijn. Dat ik dat allemaal niet meer wil benijden, vind ik rustgevend.

Ik moet ook toegeven dat de roes ook een stuk aangestoken is. Het aantal mensen dat ik ken dat evenzeer gepassioneerd het festival bezoekt, neemt ieder jaar toe. Velen daarvan kennen elkaar dan ook weer. We zien dezelfde films, soms samen, soms apart, waarna we elkaar tegenkomen en trachten te overtuigen van ons gelijk. Met een glas in de hand uiteraard. Jongerenjurylid Sven DH, hees van vermoeidheid. Bert, die vanuit de buik recenseert. Ottelien, te weinig gezien. Hanne, die nu al uitkijkt naar de volgende editie. Roos, die me plechtig maar officieus tot lid van De Vrienden van het Festival benoemt. Stijn, de enige bezoeker op het festival die al zijn tickets betaald heeft en met wie ik graag films, mensen en op den duur het leven zelf beschouw. En ik had ook de immense eer de head of logistics van het festival te ontmoeten!

Ik geef mezelf ook een schouderklopje vanwege mijn onuitputbaarheid. Ik ben vrijwel nooit ingedommeld en ging tussen dat films kijken gewoon werken natuurlijk. En niet zomaar wat lesjes aframmelen terwijl ik met mijn hoofd in de cinema zat! Net tijdens het festival stond een bezoek aan het museum, een uitstap naar de  manège, een studiedag in Lille, (voor mezelf) een theatervoorstelling én een fietstocht op het programma. Maar ik ben er vlot doorheen geraasd. Enkel aan eten kwam ik niet altijd toe. Mijn buik is me daar echter dankbaar voor.

Dat weekje vakantie volgende week is dus welkom. Intussen bereid ik oudercontacten voor en schrijf ik rapporten. Tussendoor misschien ook nog een bioscoopje meepikken?





Invasie

29 09 2010

Ze sleuren met bijzettafeltjes of IKEA-lampjes. Fietsen waar het niet mag of stappen af waar het niet moet. Staren in het rond met stratenplannen in de hand of begeleiden kenmerkende gele fietsen met een wankelende bierbak op de bagagedrager. Er klinkt nog net iets meer West-Vlaams dan gewoonlijk. En heel de wereld is plots 18.

Het academiejaar is begonnen. Ik ben vreemde in eigen stad. Laat ze maar snel opgeslorpt worden door de omgeving, die reusachtige massa studenten. Brrr, ik ban hen uit mijn zicht, deze belichamingen van de harde confrontatie van het ouder worden.





Stoeptroep

14 04 2010

De stad Gent heeft de opdracht gegeven tot een aantal vernieuwingen van voetpaden in mijn buurt. Ik wil dat toejuichen maar ik maak daar toch enkele gezonde bedenkingen bij.

Zo lijkt het me heel opmerkelijk dat er met de oude voetpaden helemaal niets verkeerd was. Dit is een goed onderhouden buurt en het opgebroken trottoir was nog in zeer goede staat. Wie beslist dan dat er daar toch een nieuwe stoep moet komen?

Opvallend, en eigenlijk vooral mijn voornaamste bedenking,  is de schijnbare willekeur van de aanleg van de nieuwe voetpaden. Het gaat telkens om slechts een tiental meters en dus nooit om het voetpad over de volledige lengte van een blok. De grens loopt steeds gelijk met een bepaald gebouw, waardoor je dus midden op de stoep een bruuske overgang aantreft met het oude voetpad. Zo worden de tegels zelfs in twee gesneden in plaats van voor een ietwat vloeiende overgang te zorgen door de oude en nieuwe tegels mooi te vermengen. Dat is toch hoogst bizar?

Ik ben niet het soort zure  burger dat enkel het negatieve ziet of verantwoording verwacht van zijn bestuur voor elk akkefietje. Ik ben ook geen voetpaddeskundige en wellicht kan ik makkelijk informatie bekomen over de zin van deze onderneming. Maar zelfs pogend iets verder te kijken dan mijn neus lang is, zie ik momenteel enkel een verspilling van tijd, geld, materiaal en energie. Terwijl zoveel plekjes in Gent een opfrissing kunnen gebruiken!

En terzijde, dit soort huizen, al jaren en jaren leeg en verwaarloosd staan wezend, verdiént zo’n mooi nieuw voetpad zelfs niet!





De geldbus van Studio Brossel

22 12 2009

Ook ik heb mijn duit in het zakje gedaan voor Music for Life, in tegenstelling tot wat sommige lezers hier beweren. Samen met collega’s, leerlingen en ouders verzamelden we bij ons op school een mooi sommetje voor de kinderen in Malaria, waar dat ook mag liggen. Vrijdagnacht, toen het glazen huis amper een paar uur open was, trotseerden we met een klein groepje de ijselijke koude om onze centjes te deponeren. Ik heb me daarbij geenszins geërgerd: de wachttijd was ontzettend kort en ik mocht dan ook nog het woord voeren, mediageil als ik ben. Maar ik heb toch enkele bedenkingen bij de constructie van de geldbus van Stubru.

Aangezien onze gift gefilmd werd, kun je hier zelf zien dat het geenszins meeviel onze munten en bankbiljetten fatsoenlijk te deponeren. De gleuf waar het geld doorgeen gepropt diende te worden, was namelijk veel te horizontaal. Een mens kan zijn geld dus niet echt in de bus ‘gieten’ maar moet dat allemaal ‘overscheppen’. Toch wat onhandig.

Nog een blijk van ondoordachtheid, was dat het geld voor een groot deel op de grond terechtkwam – gebrossel dus, voor de mensen die mijn streektaal machtig zijn. De ‘emmer’ was nogal klein en reikte ook niet hoog genoeg. Sam De Bruyne en de zijnen moeten dus zelf het geld oprapen dat er naast valt.

Alles kan altijd beter, zo kunnen we eens te meer stellen. Als je al voor het zoveelste jaar een glazen huis neerpoot, worden er toch vaststellingen gedaan voor wat vatbaar is voor verbetering?  

Maar kom, er zijn erger dingen. Malaria en zo.








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.