Gruwel in het onderwijs

14 04 2009

leerkrachtEén van mijn leerlingen vraagt zich de laatste dagen af in hoeverre ze mij een lieve leerkracht kan noemen. Of ik bv. wel eens medelijden heb met iemand, wou ze weten. De daaropvolgende, kortstondige introspectie, en de bijhorende uitleg dat empathie toch het voornaamste kenmerk van een goeie leerkracht hoort te zijn, riep flarden herinneringen op aan mijn middelbareschooltijd, een periode waarin empathische leerkrachten geheel afwezig bleken te zijn. Ik meen dan ook dat nu, zo’n 15 jaar later, het moment is aangebroken dat ik enkele engerds maar eens onder de neus wrijf welke plaats ze in mijn herinneringen aangenomen hebben.

Nooit meer te verstoten van de eerste plaats in de top der gruwelijkste leerkrachten ooit, is mijn leerkracht wiskunde in mijn derde en laatste jaar Latijnse in het Aalsterse SMI. In september reeds werd mijn gebrek aan wiskundig inzicht hem te moede en met een sardonisch genoegen informeerde hij toen al of de datum van het herexamen al in mijn agenda genoteerd stond. Die prophecy fulfillde zichzelf en ik heb me altijd afgevraagd hoe begaan een leerkracht met zijn leerlingen is als hij hun tekorten vaststelt en daar niets aan doet hoewel dat eigenlijk zijn job is. Toch is het niet dat gebrek aan medeleven dat me koude rillingen bezorgde, maar wel de man zelf, een verachtelijke kouwe kikker wiens neus- en oorharen al voldoende waren om je nachtmerries te bezorgen. Hij keek zijn leerlingen af alsof hij ze liefst ter plekke wou verdelgen, met een traagwerkend gif dan  nog wel, en onderwees zijn vak met het fout soort fanatisme dat ook de nazi’s kenmerkte.

Op de tweede plaats komt de heer L.C., iemand die per ongeluk geschiedenisleerkracht werd nadat zijn proefjes op ratten hem wellicht niet in dankbaarheid werden afgenomen tijdens zijn studies chemie. Ergens mag u gerust veronderstellen dat deze man nog een aangename kant had, maar hij is er gedurende twee jaar zeker niet in geslaagd deze te tonen. Zijn breed geëtaleerde misprijzen en gretige lust om de 13-jarige stumperds die hij diende te onderwijzen, te vernederen, is door de jaren heen als een brandmerk op mijn herinneringen achter gebleven.

Op de derde plaats zou ik maar wat graag één of andere non zetten, overtuigd  als ik blijf (persoonlijk ondervonden!)  dat onder die kappen voornamelijk hellevegen en dragonders zitten. Maar ik heb die nonnen makkelijk kunnen ontwijken – als lesgevers. En dus… moet ik ondanks mijn diepgewortelde veronderstelling dat mijn tienerjaren bekneld werden door de meest diverse sadisten, bij deze echter vaststellen dat geen van al die blaaskaken, omhooggevallen regenten en would-be intellectuelen echt voldoende rot was om dit lijstje te halen – kijk eens aan, ben ik toch nog menslievend aan het worden! – en ik het dus bij twee griezels moet houden. Pseudo-academici en zieligaards die hun autoriteit wilden botvieren in overschot nochtans , maar al bij al kun je ze eerder bespottelijk dan gemeen noemen. Geheel onverantwoord tijdverlies zou hun beschrijving opleveren, beste lezers.

Studiemeester D.R., intussen opgeklommen tot directiehulp of wat dan ook op de reeds vernoemde school,  mag trouwens op zijn beide oren slapen. Zijn diepgewortelde minachting voor tieners en dreigende geblaf iedere middag weer, perfect passend bij zijn meer dan gemene smoelwerk, blijven hier onder een sluier van anonimiteit gehuld. U was géén fijn medemens voor ons, arme studentjes, meneer R. Het effect van het leven onder een Kerkskense radar?





Herinnering aan een leerling (3)

17 02 2009

Zo eens om de paar jaar – en in mijn geval betekent dat toch al één keer in mijn bijna zeven jaar durende onderwijsloopbaan – kom je een kind tegen dat je met verstomming slaat. En niet in positieve zin, helaas. Een leerkracht is ook maar een mens en hoewel empathie echt wel het allerbelangrijkste sleutelwoord is, was er een moment aan het begin van mijn bestaan als leerkracht dat ik een kind echt niet kon vatten. En ook liever niet wou vatten.

Ik begon op deze eenvoudige school, met ongecompliceerde mensen en toestanden. Joris (fictieve naam) viel eerst en vooral op door zijn fysiek. Hij was een jaar ouder dan andere zesdeklassers en ook een stuk groter. Hij was ook niet bepaald slank. Stel u daar absoluut geen stoere, puberende rebel bij voor met humeurwisselingen. Joris was een mak lammetje, door oma in veel te brave, ouderwetse kleren gewurmd. Een bril erbij die hem het uiterlijk van een vijftigjarige gaf. Mensen van buiten de school die om wat voor reden dan ook de klas bezochten, schrokken steeds van Joris’ aanwezigheid. ‘Zit hij op leeftijd?’ klonk het dan steevast. Maar ze bedoelden: wie is dat bejaarde mannetje daar? Joris’ reusachtigheid veroordeelde hem ook tot een levenslang achteraan zitten, want hij blokkeerde steevast iemand’s zicht. Hij werd niet gepest, hij was eerder een curiositeit voor wie hem niet kende. Voor de anderen was hij doorgaans lucht.

Nu was noch Joris lichaamsbouw, noch zijn wat gedateerde voorkomen een echt probleem. De jongen had immers nog wat andere onoverkomelijkheden. Zijn schoolprestaties waren op zijn minst erbarmelijk te noemen. Soit, dat gebeurt nu eenmaal en de theorie van de meervoudige intelligentie was me geheel onbekend. Zorgen voor het welbevinden en stimuleren om zijn best te doen, dat was wat ik deed.

Joris leek daar allemaal positief tegenover te staan. Iedere dag weer leek hij zich voor te nemen ongelooflijk zijn best te willen doen. Vriendelijk was hij, hulpvaardig, schijnbaar zeer actief deelnemend aan de lessen en de meest enthousiaste voornemens makend. Schijnbaar is daarbij een belangrijk woord. Want na een paar weken stelde ik vast dat Joris eigenlijk helemaal niets deed. Hij leek enkel te bestaan uit loze beloften, zelfbedrog en een onwaarschijnlijk onvermogen tot inzicht in zijn eigen kunnen. Huiswerk maakte hij niet of nauwelijks, alles werd vergeten en raakte verloren. Zo vroeg Joris na elke, steevast miserabele toets: ‘En, meester, had ik een goede toets?’. Het leek nooit tot Joris door te dringen dat je daarvoor ook je boek moest open doen en dat zijn prestaties dus eigenlijk ondermaats waren. Een masker, een trauma, zwakzinnig?  

Ik kan aannemen dat u dit allemaal een beetje zielig vind. Dat was het ook, hoor. Het wordt zelfs nog tragischer. Maar iedere dag werd ik geconfronteerd met wat ik op den duur als echte onzin ging beschouwen. Verklaringen en voornemens die allemaal nergens op sloegen. Raszuivere leugens ook, waarvan je je afvroeg of Joris die nu zelf ook geloofde. Wat er ook van zij, ik begon Joris jammer genoeg als een last te beschouwen, o onwetende beginner als ik was. Ik trachtte hem vaak te ontwijken – op de speelplaats kwam Joris graag wat tegen de meester kletsen – en toonde steeds minder interesse in zijn verhalen en vele anekdotes die allemaal nergens op sloegen. Bij momenten negeerde ik Joris zelfs, zo zenuwslopend kon zijn aanwezigheid zijn.

enschedeEen relaas dat regelmatig terugkwam was de beschrijving van een iets waar hij zich in het weekend mee bezig hield: de verbouwing van het huis van de oma van zijn vriend. Met weinig precisie beschreef Joris dan de installatie van een badkamer of het isoleren van een dak. Waar we een lichtpuntje begonnen te vermoeden – de jongen moest iéts met zijn toekomst doen – bleek echter niets vatbaar te zitten. De verhalen werden immers absurder en je kon op den duur met zekerheid zeggen dat er niets van waar was. Toen gebeurde in Enschede in Nederland die befaamde vuurwerkramp (dit was in 2000). Joris kwam ’s anderendaags half lachend (hij vergat teleurstelling uit te beelden) melden dat dit toch wel zonde was van al dat werk in dat huis van die oma, want ze woonde toch wel in Enschede zeker, en nu was haar huis ontploft. Ik trachtte me heel serieus te houden.

Collega’s en directie bekeken Joris met een combinatie van katholieke meelevendheid en routineuze afschuw. Joris liep al jaren en jaren rond op school en iedereen zag intussen de hopeloosheid van deze jongen in. Een diagnose leek er nooit gesteld te zijn, iets wat me nu (in mijn school) onvoorstelbaar lijkt. De ouders zag ik nooit. Geen oudercontacten, geen boodschappen. Ik vernam wel dat Joris’ moeder niet meer aanwezig was in het gezin, ze had hen verlaten. Er waren de vader, enkele oudere broers en zussen en een oma. Ik maakte me wijs dat er dan gelukkig toch heel wat mensen waren die voor Joris konden zorgen, zelfs al toonden ze geen enkele interesse in zijn schoolprestaties. Tot Joris zijn plechtige communie deed. Er was een herinneringsprentje voor de leerkracht dat me meteen aan een rouwkaartje deed denken. Het trots overhandigde, oubollige ding en de foto’s van het feest die ik te zien kreeg, sloegen me enigszins met verstomming. Ik zag een handvol familieleden plichtmatig aan tafel zitten rond een taart, mensen bij wie de tijd stil stond en in wiens doffe blikken geen sprankel leven zat. Hoe kon ik denken dat in die omgeving van enige ‘zorg’ sprake was? Een afgestompte familie waar knelpunten onbespreekbaar waren.

Ik heb op veel momenten geklaagd over en gelachen om de , tja… idiotie die Joris vaak etaleerde. Zonder de onderliggende tragiek te negeren hoor, ik had het met hem te doen, maar ik was alle objectiviteit al lang kwijt na maandenlang geconfronteerd te zijn met de beschadigingen die dit kind ergens in zijn leven had opgelopen. Ik was ook nog erg jong en had lang niet het inzicht in wat het betekent een opvoeder te zijn. Toch knaagt het niet nu, daar moet ik eerlijk in zijn. Ik was wie ik toen was en anderen, misschien wel in de eerste plaats de vader van Joris, hadden betrokkenheid moeten tonen en initiatief nemen. De context is anderzijds nooit helder geweest en dus is een correct oordeel vormen over de hele situatie al even moeilijk, zowel door mezelf als door u, de lezer van dit stukje.

Joris is intussen 21. Hij behaalde geen diploma van het lager onderwijs en zal dus naar het beroepsonderwijs gegaan zijn. Ik stel me daar zeker geen dramatisch bestaan bij voor: intelligentie en geluk of maatschappelijke aanvaarding staan los van elkaar. En er zal toch wel een zeker inzicht gekomen zijn naar inzet en zelfkritiek? Maar dat maakt niet weg dat Joris er een jeugd als een soort schertsfiguur heeft opzitten. Ik kijk daar, zoals al blijkt, eerder neutraal op terug, maar niettemin heeft Joris een prominente plaats in mijn geheugen gekregen.

Lees ook de andere  herinneringen





Pappenheimwee (4)

18 11 2008

Uw geduld wordt beloond, beste lezers. Ik verklap u eindelijk hoe mijn deelname aan De Pappenheimers in 2004 is afgelopen.

alibaba1Waar waren we gebleven? Mijn moeder en ik stonden 100 punten voor. Het zal van de sympathieke maar weinig pientere Peer afhangen of zijn team alsnog de finale haalt. Kent hij het antwoordt niet, dan winnen wij… Maar zelfs het kleinste kind weet het antwoord op de vraag: ‘Wat zei Ali Baba om de grot te openen’. Peer geeft dan ook zeer overtuigd het juiste antwoord. Wij vallen af.

Er wordt afscheid van ons genomen en ik mag nog melden dat ik me in het geheel nergens aan geërgerd heb – wat eigenlijk wel zo is, al blijft die goedgekeurde verspreking van Filip Peeters me toch wat parten spelen. Daarna nemen we plaats tussen onze teleurgestelde supporters om de finale te aanschouwen.

pappenheimers_0044 pappenheimers_0023 pappenheimers_0015

Op dat eigenste moment ben ik niet eens heel teleurgesteld. De sportieve sfeer die het programma uitstraalt, is vrij echt en daardoor is verliezen niet zo heel erg. De glimlach valt niet van mijn gezicht te beitelen. Toch moet gezegd dat onze tegenspelers daar ook toe bijdroegen. Zij speelden hun rol als underdog zo voortreffelijk, dat zelfs wij voor hen zouden supporteren. De finale was hen meer gegund dan Frans en Tim die zich vooraf in de rol van onoverwinnelijken nestelden. Maar wat wellicht nog een veel grotere rol speelt, is de afloop van de finale. Zoals de productie het voorschrijft, laten Peer en Els eerst hun BV zoveel mogelijk correcte antwoorden sprokkelen. Peeters slaagt daar moeiteloos in, maar dan raken ze de pedalen kwijt. Peer geeft het ene foute antwoord na het andere. Het koppel verliest dan ook met glans en, daar moeten we eerlijk in zijn, dat verzacht ook onze pijn. Allemaal met lege handen naar huis na ons rot geamuseerd te hebben, dat kunnen we fair vinden. Niet slecht bedoeld natuurlijk, maar is dit geen aannemelijke menselijke reactie? Onze teleurstelling was wellicht veel groter geweest als onze tegenspelers met enkele duizenden euro’s naar huis zouden gaan.

Onze supporters lijken genoten te hebben en er wordt druk nagepraat. Meester Marc laat horen wat hij allemaal wel wist en mijn oma moet even bekomen. Terwijl wij de spanning doorspoelen, start  – vrij laat op de avond al – nog een opname. Wij kunnen intussen formeel zijn: dit was voor ons een bijzondere, misschien zelfs wat sensationele beleving die zo’n storm aan emoties losmaakt dat we er nog dagenlang op wolkjes van zullen lopen. De productie is blij met de spannende aflevering, we krijgen als troost nog een fles champagne.

pappenheimers_0033Uiteraard wordt er nadien druk geanalyseerd. Wat hadden we moeten weten? Wat waren de flaters? Mijn moeder is wat pessimistisch. Ze heeft de indruk dat haar juiste antwoorden zich beperkt hebben tot vragen over seks, drank, muziek, roddel en nostalgie. Zal heel Vlaanderen haar leren kennen als een dom blondje? Welnee, en wat zou het, als je daar moeiteloos het charisma van een hele resem Missen en tv-omroepsters zit te overtreffen, glimlachend en stralend? Ikzelf geniet nog na van de alertheid ‘Jezus’ te antwoorden op een zeer onwaarschijnlijke vraag. En als spelletjesspeler was dit natuurlijk ook genieten.

Drie maand later

De uitzending valt samen met een quizavond van de jeugdbeweging. Die zal onderbroken worden, zodat op een groot scherm kan gekeken worden. Ik opteer pas na de uitzending langs te komen. Je weet maar nooit  hoe idioot, onnozel, dom of belachelijk je over zal komen (of bent). Dat kun je dan maar beter niet ontdekken met tientallen getuigen. We kijken dus thuis in familiekring, opnieuw vol zenuwen. Maar wat valt dat goed mee! We kijken opnieuw vol tevredenheid terug.

In de weken die volgen, ben ik op school een grote ster. Mijn leerlingen hebben massaal gekeken en veel ouders vertellen me dat ze ook de volgende dagen nog naar de aflevering kijken (‘Welke film wil je zien: Toy Story of Finding Nemo?’ – ‘Meester Sven!’). En hoe gek het ook klinkt, ik word op straat herkend! Eén keer toch…

We krijgen te horen dat Erik Van Looy alles voor ons verbrod heeft. Tja, hij gaf wel enkele foute antwoorden, maar dat deden wij ook. Verder moeten we her en der wel bevestigen dat hij sympathiek was en Tom Lenaerts ook. Dat de slag van Verdun aan bod kwam, bevestigt onze veronderstelling dat een voorbereiding altijd nog wat kan opleveren. Dat winnen niet voor ons is weggelegd, is een andere familiale verzuchting. Dat het vooral een zeer fijne ervaring was, hoeven we niet te verkondigen, want ‘daar koop je niets mee!’. Dat we al onze supporters dankbaar zijn omdat hun aanwezigheid echt deugd deed, komt te sentimenteel over om zomaar te verklaren. Dat er veel over te vertellen valt, hebt u als bloglezer ook gemerkt. Dat het onvergetelijk was, is overduidelijk.

Ik kan nu niet naar De Pappenheimers kijken zonder alles nog eens vaag opnieuw te beleven. Het is en blijft ook een steengoed programma. Ik kan u dus van harte aanbevelen ook een keer (proberen) deel te nemen.





Pappenheimwee (3)

15 11 2008

Wat voorafging: onze deelname aan De Pappenheimers lijkt op te zullen houden na de tweede ronde. We staan laatste, maar één correct antwoord kan alles redden. Het gaat om een muziekvraag, die mijn moeder moet trachten te beantwoorden vóór Axl Peleman

Tom Lenaerts’ ‘lalala’ is amper uitgestorven of mijn moeder heeft al afgedrukt. Uiteraard, want wat hebben we nog te verliezen? Haar eeuwige liefde voor muziek laat haar niet in de steek: ‘Pour un Flirt’ luidt het zelfverzekerd. Dan valt een ijzingwekkende stilte die uren lijkt te duren. Mijn moeder herinnert zich de vraag – wat is de titel en tevens ook de eerste zin? – ‘Avec toi, je ferais n’importe quoi’ maakt ze af, de woorden die de hele zaal al in het hoofd had. Het antwoord is juist en onze tribune barst los. Een triomfantelijk moment.

axlpelemanEr wordt afscheid genomen van Frans, Tim en Axl, en als kandidaat realiseer je je dan dat dit wel erg vroeg in het spel is. Wat zijn we opgelucht dat het hier voor ons niet ophoudt. Dit is gewéldig leuk. De derde ronde gaat van start en deze keer dienen de kapiteins zelf te bepalen wie welk thema speelt. Soms zijn de titels wat cryptisch aangegeven, dus het is wat gokken. In ons achterhoofd nog steeds de twee vooraf meegedeelde antwoorden, ‘Jezus’ en ‘Mister Manhattan’.

Ik laat mijn moeder het thema ‘cocktails’ spelen, gezien haar grote ervaring in de horeca. Ze doet dat goed, want ze weet wat in caïpirinha zit en herinnert zich de ‘Mister Manhattan’ als bijnaam voor Woody Allen. Het antwoord dat ze niet kent, geeft ze door aan Els, die het ook niet weet.

Het volgende thema is ‘kannibalisme’, dat gespeeld wordt door Filip Peeters. Bij zijn derde vraag, ‘Welke film sluit af met deze woorden van een menseneter: ‘I’m having an old friend for dinner’?', aarzelt hij en zegt dan ‘Hannibal the Cannibal’, wat fout is. Maar Lenaerts, die ik geenszins van partijdigheid verdenk, helpt even: ‘Welke film?’ was de vraag’. Toch zou je kunnen zeggen dat Peeters’ antwoord  eigenlijk een titel is en hij dus fout geantwoord heeft. Hij herstelt zich echter en geeft het correcte antwoord: ‘The Silence of the Lambs’. Is hannibaldat wel geldig? Ik heb mijn bedenkingen, maar anderzijds is dit gelukkig Blokken niet, waarin je antwoord perfect moet zijn. Ik zou trouwens vermoeden dat wij ook hulp zouden krijgen in zo’n geval. Alleen stellen we later wel vast dat het foute antwoord uit de aflevering werd geknipt. Het kan dus niet anders of iemand anders heeft ook gemeend dat hier een schijn van partijdigheid ontstond. Was het de adrenaline die ons belette te reageren? Het spel gaat alleszins door.

Ik geef het thema ‘te duur voor wat het is’ aan onze teamgenoot Erik Van Looy. Ik heb geen idee wat dit inhoudt, maar het blijkt om luxeproducten en dure artikelen te gaan. Van Looy blijkt de koivis niet te kennen, maar geeft verder wel twee goede antwoorden. Zo blijft de stand natuurlijk ongeveer gelijk. Wanneer Els een zeer makkelijke vraag over Beethoven niet kan beantwoorden, geeft ze de vraag door aan Erik, die helaas ook fout antwoord. Jammer, maar we denken er (nog?) niet aan Erik Van Looy een blok aan ons been te noemen. Ook ik geef vervolgens (mijn enige) foute antwoord, door de zender La Deux niet te kennen en mijn moeder verwart Alexander Graham Bell en Thomas Edison. Allemaal gemiste kansen, want het verschil blijft miniem. Dat onze tegenspelers vrijwel niets goed beantwoorden, lijkt niet in hun nadeel te spelen – zo zit het spel nu eenmaal in elkaar.

kelly-pfaffIk neem vervolgens het thema ’shockerende uitspraken’ op mij. Ik stel opnieuw vast dat de vragen alle betekenis lijken te verliezen als je zo geconcentreerd bent. Wanneer de vraag “Wie zei in een Brasschaatse villa: ‘Sam, blijft van mijn trees’?” luidt, raak ik gedesoriënteerd. In die luttele seconden blijk ik zelfs niet meer te weten of Brasschaat nu in België of op de Noordpool ligt. En wie is in godsnaam Sam? Maar leve de Story die mijn oma me elke week voorlegt bij een bezoekje. ‘Kelly Pfaff’ klinkt het net op tijd. 100 euro voorsprong.

“Welke menslievende goeroe uit de oudheid zei: “ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard!’?” is de volgende vraag. Aartsmoeilijk toch? Ik pieker me suf. In die paar seconden race ik door mijn geheugen. Socrates? Buddha? Harry Krishna? Ravi Shankar? Willy Sommers? Ik trek grote ogen en schud mijn hoofd, ‘denk aan de tijd’, klinkt het. Ik voel al onze dierbaren achter me de adem inhouden. Een wanhoopspoging; ‘Jezus!?’ De zaal barst in lachen uit. Ik zat er duidelijk naast, toch een kleine afgang. Maar Lenaerts kijkt doodserieus en kijkt bestraffend naar het publiek. Dit antwoord is… correct! 400 euro voorsprong. Nog 4 vragen, kan het nog mislukken?

De volgende vraag brengt me terug naar een reportage van Panorama, maar die is me niet bekend. Ik geef door aan Peer, in de terechte veronderstelling dat hij dit echt niet weet. De stand verandert niet. Lenaerts vergeet wel het juiste antwoord te geven en dus doorbreek ik even de spanning door er naar te vragen. Zo laat ik me even als de betweter van dienst kennen.

Dan weer serieus, het laatste thema is ‘grotten’. Peer moet spelen, twee goede antwoorden volstaan om zijn ploeg nog te laten winnen. Wij kruisen de vingers. Peer bleek niet van de aandachtigste te zijn, noch etaleert hij een grote algemene kennis. Wat weet hij van grotten?

De grotten van Remouchamps kent hij niet, maar wij jammer genoeg ook niet. Verdomme toch. Maar het kan nog. Nog 2 vragen. Nick Cave blijkt echter een wel zéér makkelijke vraag te zijn en Peer scoort. De moed zakt ons een beetje in de schoenen. Want als Peer de volgende vraag miraculeus genoeg toch goed kan beantwoorden, gaat zijn ploeg naar de finale! Dan klinkt de laatste, alweer veel te makkelijke vraag en nog voor ze helemaal gesteld is, besef je dat het gedaan is. ‘Wat moest Ali Baba zeggen om toegang te krijgen tot de grot?’.

Zegt Peer ‘Oma, wat hebt u grote oren!’?  Gaan wij met duizenden euro’s naar huis? Wordt de aimabele Lenaerts gestenigd door onze supporters? U leest het … hier!

Lees ook deel 1 en deel 2





Pappenheimwee (2)

13 11 2008

Onder luid gejuich betreden we de studio. De supporters zijn in form, al mogen ze dan hun spandoek niet tonen (wegens hinderlijk in beeld). Maar het gebaar kan tellen. Het is een rare combinatie van glunderende mensen. Collega-leerkrachten en collega-filmproductiemedewerkers naast oma’s en ksa’ers. Bijna iedereen die we er graag bij hadden, is aanwezig (Linda verdwaalde intussen op de Brusselse ring, Michèle zat in Wales en Arne in Bologna, …). Een warme gloed jaagt door mijn aders. Dit moment alleen al is al het wachten waard.

De show gaat van start. Mijn moeder neemt plaats op de middenste stoel, maar het is wel de bedoeling dat ik daar straks zit, kapitein van het team zijnde. De begingeneriek zweept ons op. Het koude zweet staat me in de handen.  Peer en Els mogen zich eerst voorstellen. Peer scoort met zijn naam en zijn beroep – boekenarchitect, wat volgens mij gewoon wou zeggen dat hij layouter of iets dergelijks is, wie weet werkt hij gewoon in een drukkerij, maar je moet jezelf kunnen verkopen natuurlijk  -, zijn vrouw met haar zwangerschap.

DR1014_Eric_CLAPTON 79942Dan zijn Frans en Tim aan de beurt, die zich beiden grote fan verklaren van Eric Clapton en verder uitblinken in braafheid. Laat ons maar snel overgaan naar onszelf. Wij glunderen wat af. Mijn moeder mag eerst verklaren wat ze aan mij zou willen veranderen. ‘Wat milder worden en minder kritisch’ luidt haar aannemelijke antwoord. In het daaropvolgende gesprek mag ik verklaren dat ik me erger aan mensen die in de bioscoop een plaats open laten en later dan vragen op te schuiven, en bij de vraag of mijn leerlingen me ook ergeren, kan ik gevat reageren dat het vooral de ouders zijn die me ergeren. Ik voeg er snel aan toe dat niemand dat persoonlijk mag nemen, maar er wordt al flink gelachen en zo is het ijs gebroken. We gaan van start.

wandaAllereerst worden ons drie antwoorden vooraf meegegeven: ‘Pruimen, Jezus en Mister Manhattan’. Dan vangt de eerste ronde aan, waarin je (snel) moet afdrukken als je denkt dat je medespeler het antwoord weet. De kokers waarin de bekende Vlamingen zitten, komen enkel aan bod als niemand het antwoord weet. Aan hun stem kan je dan raden wie het is. Mijn moeder hoort ‘film’ in de eerste vraag en drukt meteen af. Dankzij A Fish Called Wanda scoren wij meteen 100 punten. Maar ik stel nadien vast wat ik onlangs ook bij de opnames van Blokken meemaakte: de vragen lijken in het ijle te zweven en ondergaan een metamorfose tegen dat ze je gehoorgang bereikt hebben. Plots klinkt alles Chinees en is opperste concentratie nodig.

In de daaropvolgende vragen komen wij niet meteen meer aan bod, tot onze grote paniek. Peer laat zich opmerken door een wandelende tak een wandelend blad te noemen en in één van de kokers blijkt al snel Filip Peeters zijn kenmerkende stemgeluid uit te brengen. Meteen daarop herkennen we ook Erik Van Looy, tot onze verrassing en de sympathieke Antwerpenaar Axl Peleman. Frans en Tim doen het intussen goed, ze weten vooral zaken die ik absoluut niet zou weten. Zo gaat het even door. Peer weet niets, de kokers doen hun werk en wij komen er geheel niet aan te pas. Maar doordat de BV’s het niet zo schitterend doen, verdienen wij toch heel wat punten. Mijn moeder weet gelukkig ook dat Sigrid Spruyt het bed deelt met Raymond van het Groenewoud en dat zorgt ervoor dat we na de eerste ronde op de tweede plaats komen te staan met 300 punten. Vader en zoon staan op 1 (met 500) en Peer en Els hebben nog geen punten.

filippeetersIn de tweede ronde komt er een BV bij. U herinnert zich nog dat wij al bij onze preselecties op Erik Van Looy hoopten, nu was de kans toch wel groot. Peer en Els kiezen Axl Peleman, maar wijzen de verkeerde koker aan en krijgen dus Filip Peeters toegewezen, een knappe quizzer. Van Looy is dus voor ons. Daar zijn we blij mee – hij kan compenseren voor onze ontbrekende sportkennis – maar natuurlijk is hij ook een grote filmkenner en dat ben ikzelf ook. Overlappende kennisvelden lijken me dan weer wat riskant. Gelukkig is één van de thema’s Die Mannschaft, en ik weet zelfs niet wat dat is, dus dat schenken we al graag aan onze BV. In de koker moeten we 9 thema’s onder onszelf verdelen. Dat verloopt best oké, al is het wat beleefd wikken en wegen.

Even later zijn we er uit en nemen we opnieuw plaats aan onze ‘balie’. Ik mag verklaren waarom ik nu in het midden zit nu, en beken dat ik een controlefreak ben. De kapitein mag in de derde ronde immers de thema’s zelf verdelen. Terwijl de kijker intussen al een mooie quiz gezien heeft, lijkt voor ons alles nog te moeten beginnen. De tweede ronde in het bijzonder, is zéér spannend, want één duo valt af.

Ik speel het thema ‘Leuk Lotharingen’. Els geeft al meteen blijk van veel kennis over dit thema door de ‘haring’ in het woord ook effectief als ‘haring’ uit te spreken. Zoveel wist ik er toch al van, maar dat was het dan ook vrees ik. Aardrijkskundige kaarten uit de middelbare school doemen vaag op in mijn achterhoofd, ik zal er maar het beste trachten van te maken, deze ronde staat op weinig punten. Maar wat een geweldige toevalligheid doet zich dan voor. Had ik in de auto nog zuchtend zitten bladeren in mijn moeder’s voorbereiding - een schriftje met lijstjes waaronder belangrijke geschiedkundige momenten - dan wil net dat één feit dat me daarvan is bijgebleven, het antwoord op de eerste vraag zijn. ‘Het verdrag van Verdun’ laat ik schoolmeesterachtig horen. Mijn oude collega Marc, die voor eens zijn stofjas thuis gelaten heeft, zit trots op me  te wezen. het levert ook genoeg adrenaline om deze ronde verder te zetten. Ik weet ook dat de vrouw van Ronald Reagan Nancy heette, wat ook een stad is in de betreffende streek. Het derde antwoord is ‘pruimen’, één van de vooraf gegeven antwoorden, maar niemand  antwoord juist.

Erik Van Looy scoort vervolgens één juist antwoord in het thema ‘meeneemchinees’ (een voetbalvraag!) en Peer en Els blijven op 0 staan. In het thema ‘Misters’ scoren we alledrie één keer, de thema’s voor 100 euro zijn daarmee uitgespeeld. Jaja, beste lezers, misschien doe ik u een plezier al deze details te besparen, maar ik kijk graag eens grondig terug op deze belevenis, ik schrijf dit tenslotte ook voor mezelf. In het thema ‘Piraten’ scoort Erik niét en beginnen Frans en Tim, tot hun eigen genoegen, serieus aan kop te komen. Wat zich deze namiddag bij de repetities afspeelde, lijkt zich te gaan herhalen. Ik voel me wat onzekerder worden en allerlei dramatische scenario’s nemen vorm aan in mijn gedachten. Achter ons kronkelt mijn grootmoeder van de spanning en moet men collega Marc intomen om niet elk antwoord veel te luid te fluisteren.

In het thema ‘woorden op -is en -ak’ kom ik niet aan bod. Ik begrijp niets van de opdracht, in de veronderstelling dat je steeds 2 woorden moet antwoorden op elke vraag… Niet dus, en ik zorg ervoor dat we plots… laatste komen te staan. De moed zakt ons in de schoenen. Alle lof aan mijn moeder echter, die in het thema ‘Liefdestechnieken’ twee keer weet te scoren. We zitten weer in de race, al blijft het héél nipt.

hulkTen slotte spelen we voor 300 euro. Erik speelt Die Mannschaft, maar levert ons niets op. Onze achterstand wordt weer groter. Ook in het thema ‘Groenblijvers’ lukt het niet echt, al kent mijn moeder gelukkig wel Lou Ferrigno, de Hulk. Toch ziet het er niet goed uit voor ons. Nog één thema te spelen, wij staan laatste met 1800 punten, Frans en Tim hebben 2000 en Els en Peer, die eigenlijk nauwelijks een goed antwoord gegeven hebben, staan aan kop met 2200. Op dat moment zag je ons wellicht figuurlijk een beetje leeg lopen. Dit was ons rampscenario, dat zich nu aan het voltrekken was. Als eerste afvallen. Een vernedering en een afgang. Tientallen jaren doemdenken in onze familie focussen zich op dit ene moment: wat zouden wij nu een kans maken in deze quiz? Het geld zegt ons al lang niets meer, dit is gewoon zo prettig en spannend dat we absoluut niét naar huis willen.

Het laatste thema is ‘Liedjes met La La’, een muziekronde waarbij Lenaerts een deuntje zingt en daar een vraag bij stelt. Mijn moeder pijnigt haar geheugen, maar komt niet op de titel Daydream van de Wallace Collection. De anderen gelukkig ook niet. Terwijl mijn lichaam alvast een rigor mortis aanneemt, wordt de tweede vraag gesteld. Peer herkent meteen het Smurfenlied en meteen belandt hij met zijn eega rechtstreeks in de derde ronde. Nu wordt het alles of niets. Tim en Frans in de finale of Gerda en Sven? We voelen onze supporters collectief de adem inhouden. Een muziekvraag, en dat tegen Axl Peleman??? … 

Lenaerts: ‘Wat is de titel en tevens ook de eerste zin van dit nummer? Lalalalalala, lalalalalalala, lalalalalalala, lalalaaaa’.

Herkent mijn moeder tijdig Luc Steeno’s Hij speelde accordeon? Wordt Meester Marc de zaal uitgezet? Valt mijn oma in zwijm? Niets van dit alles. Wat dan wel, u leest het hier.

Lees hier deel 1





Pappenheimwee

11 11 2008

Nu De Pappenheimers weer aan een nieuwe reeks begint, denk ik terug aan mijn eigen deelname, al heel wat jaren geleden. Dat bleek zo’n leuke ervaring te zijn – in tegenstelling tot deelnemen aan Blokken onlangs – dat ik er al lang eens een stukje wou over schrijven.

Ik overwoog  – in 2003 – eerst een aantal mensen met wie ik me wou inschrijven. Toch besloot ik snel mijn moeder mee in te schakelen: ik was er vrij gerust in dat zij goed zou kunnen inschatten welke vragen ik kon beantwoorden, en omgekeerd. Bovendien leek een moeder-zoon-duo me origineler dan de gebruikelijke ‘2 vrienden’ of ‘2 broers’. Daarnaast was mijn moeder’s tv-présence ruimschoots bewezen als vast panellid in een praatprogramma, dus dat speelde in mijn voordeel.

Enkele weken (of maanden?) na onze inschrijving mochten we bij Woestijnvis deelnemen aan de preselectie. Die bestond uit een kennistest en een cameratest. De vragenronde hield het oplossen van een aantal vragen in waarbij alle kandidaten in een zaaltje tussen de decorstukken moesten gaan zitten (de befaamde babbelbox stond er zelfs opgesteld!) en er onder toezicht ieder apart een blad moesten invullen. Moederlief heeft wel één keer gespiekt bij mij! Voor de vraag ‘Hoe heten de meisjes van K3?’… Meteen na het afgeven, kregen we te horen wie geslaagd was. De gebuisde duo’s vielen meteen af, maar wij hadden veel van de vragen correct. De preselecties van Blokken zouden later veel moeilijker blijken.

erik-van-looyVervolgens was er een gesprek met twee productiemedewerkers. In de loop der jaren zouden mijn moeder en ik allebei, in onze respectieve pogingen deel te nemen aan allerlei quizzen, geconfronteerd worden met domme, onwetende en onnozele tv-makers, maar hier kregen we gelukkig twee mature en ernstige mensen voor ons. Ze lieten ons wat vertellen over elkaar, voor de camera, en dat vonden wij zelf zeer vlot verlopen. We zijn rad van tong en als ik mijn best doe, kan ik heel vriendelijk overkomen.

Men vroeg ons ook met welke BV we zeker niet wilden samenwerken. Daar waren we het zonder overleg over eens: Rob Vanoudenhoven, voor wie we niet echt sympathie hadden. Uiteraard bestaan er ontzettend veel grotere eikels – Ben Crabbé, Walter Grootaers, Jean-Marie Dedecker, … – maar die associeerden we eigenlijk niet met De Pappenheimers. Bovendien vonden we het wel leuk de mensen van Woestijnvis eens te laten weten dat echt niet iédereen het voor deze stuntel had. Met wie wilden we dan wel in één team zitten? Ook daarover bestond unanimiteit: Erik Van Looy, de sympathieke filmliefhebber (die toen nog niet bekend stond als presentator).

De volgende test was een oefenspelletje tegen een ander duo. Het betrof een ernstige broer en zus van rond de 50, die we moeiteloos klopten. Toch had ik de indruk dat we ons ook een beetje inhielden om niet al te gretig of alwetend te lijken. We hadden al vaak gelezen dat de deelnemers aan De Pappenheimers toffe mensen moesten zijn, en fanatieke quizzers zijn dat vaak niet. Ik ben alleen tof als ik er mijn best voor doe. Ze vroegen ons ook waarom we wilden deelnemen, en ik denk dat we toen simpelweg gezegd hebben: ‘Omdat er veel geld te winnen valt’.

De dag zat er op. Al vrij kort daarop kregen we een telefoontje dat we geselecteerd waren. Dat vonden we waarschijnlijk geweldig, al herinner ik me daar niet veel meer van. De opnames zouden plaats vinden in oktober – midden in het Filmfestival!  - , op een woensdagnamiddag. Ik kon als leerkracht immers moeilijk op een andere weekdag. Voor die dag bestelde ik dus maar geen festivaltickets.

De zenuwen stapelden zich langzaam op. We bespraken de mogelijke BV’s en legden lijstjes aan van allerlei nuttige quizkennis, zoals hoofdsteden en ministers. Niet dat we die uit het hoofd zouden gaan blokken, maar je weet maar nooit wat blijft hangen. Erik Van Looy hadden we afgeschreven: op de dag van de opnames ging De Zaak Alzheimer in première, dus leek ons de kans onbestaande dat de regisseur één van de aanwezige BV’s zou zijn.

Uiteindelijk was het zover. De outfit was gekozen, de vrienden en familie opgetrommeld. Toen we de parking van de opnamestudio opreden, kregen we meteen een ander duo in het oog. Tweelingbroers van het potige type die me wat imponeerden omdat ze er zo onoverwinnelijk uitzagen. Maar al meteen bleek dat zij niet tot onze tegenstanders zouden behoren, want zij werden naar een andere kleedkamer geloodst. Er werden die dag immers twee afleveringen opgenomen. Oef.

Wij waren het eerste duo dat de kleedkamer betrad en waren heel benieuwd naar wie onze tegenstanders zouden zijn. De eerste indruk speelt bij mij een grote rol: ik plaats mensen snel in een vakje om mezelf gerust te stellen. Toen Tim en Frans aankwamen, namen de zenuwen toe. Deze vader en zoon waren redelijk vol van zichzelf en gaven duidelijk blijk van hun zelfzekerheid. Binnen de kortste keren kenden we ook hun hele televisiegeschiedenis. In 1827 of zoiets had Frans een deelgenomen aan De Drie Wijzen. Verloren natuurlijk, maar het lag niet aan hem. Deze man bleek later een wandelend cliché te zijn. Bij elke preselectie kom je ze tegen: dé quizkandidaten. Altijd heten ze Jos of Frans, altijd vertellen ze spontaan aan welke programma’s ze al deelgenomen hebben en altijd hebben ze verloren maar het lag niet in hun handen.

Het volgende duo bleek een stuk sympathieker. Peer en Els waren een min of meer hip koppel dat vriendelijk, relativerend en zwanger bleek. Samen werden we vervolgens naar de studio geleid om kennis te maken met presentator Tom Lenaerts, het decor te betreden en een keer te oefenen. Dat werd een fiasco. we kwamen nauwelijks aan de beurt en Frans wist elke vraag als eerste correct te beantwoorden. We geraakten al een beetje ontmoedigd, al vonden het ook wel spannend en genoten we ook zo wel van het gebeuren. Ons worst case scenario was echter als eerste duo afvallen, want dat vonden we toch een beetje vernederend. Het ons kenmerkende fatalisme liet zich weeral gelden.

Na het eten en de uitleg over plaatsen, regels, afdrukken, de kokers, de kennismaking, enz. werd ons gevraagd (lang) in de kleedkamer te wachten en niet meer ongevraagd buiten te komen, om de BV’s wiens identiteit geheim moest blijven, niet tegen het lijf te lopen. Dat zou zo ongeveer een uur duren en de spanning steeg.

Frans klaagde over het tijdstip van de opnames. ‘Wie kan er nu op een woensdagavond om 19u komen supporteren? ‘ zeurde hij. Heel wat volk zo bleek, want wij hadden zo’n 45 supporters mee en Peer en Els een zestigtal. Frans’ ogen puilden uit. Zijn supportersaantal bestond uit 3 mensen… Qua psychologisch nadeel kon dit tellen. Intussen stroomden de sms’jes met gelukwensen toe.

Toen ontdekten we de gaten in het systeem. Vanuit het raam van de kleedkamer was een deel van de parking zichtbaar. Ik kon de acteur Filip Peeters uit zijn auto zien stappen. Hij was dus één van de mogelijke BV’s, hoewel de kans natuurlijk bestond dat hij voor de tweede opname kwam. Hoe kon ik dit aan mijn moeder kwijt zonder dat de andere kandidaten mijn gedrag geheimzinnig zouden vinden? Ik sms’te haar dus hoewel we maar 2 meter van elkaar verwijderd waren. Zij sms’te terug dat we hem niet zouden kiezen, een beetje een akelige kerel toch. Maar ik herinnerde me uit eerdere uitzendingen wel dat hij veel wist. Toch niet meteen afschrijven dus. Eén van onze supporters liet intussen weten Bart De Pauw gezien te hebben in de inkomhal. Zo kenden we meteen een tweede mogelijke BV, en ook dat leidde weer toch stiekeme sms’jes. Onze tegenspelers leken hun kalmte intussen goed te bewaren. Mijn zenuwen gierden door mijn lichaam, dit was nu al reuzespannend.

Toen was het moment aangebroken dat we naar de studio gebracht werden, waar de supporters al klaar zaten. Terwijl ik dacht echt niet zenuwachtiger meer te kunnen worden, ging mijn hartslag nog een stuk de hoogte in bij het binnenkomen in de studio. We zagen een volgepakte tribune met een heel pak familie, vrienden en collega’s. Er was zelfs een spandoek! Een geweldig moment, hoor, en een mentale boost die kon tellen. Jammer voor Frans en Tim.

Zat ik met Dana Winner in één team? Gaf ik een wel héél dom antwoord? Hoorde ik mijn oma de antwoorden fluisteren? Nee, niets van dit alles. Wat dan wel, leest u hier.





Herinnering aan een leerling (2)

5 11 2008

Tijd voor een iets minder droevig relaas uit mijn onderwijsverleden.

Mijn eerste jaar als leerkracht bracht ik door op een brave katholieke dorpsschool waar de leerlingen zich neerlegden bij klassieke leertechnieken en de ouders vooral punten belangrijk vonden. In die omstandigheden ontwikkel je als leerkracht niet meer dan wat primaire vaardigheden, maar dat was toen precies wat ik nodig had. Dat de ouders soms nogal nauwdenkend of defensief waren, was wat lastiger.

kontEén van mijn leerlingen was Tamara (fictieve naam), een niet echt verfijnd meisje dat ik op 11-jarige leeftijd al wat te moederlijk vond om goed te zijn, al was het dan een moeder van het bazige soort. Tamara liet zich vooral opvallen in praatmomenten. Dan nestelde ze zich in dorpspraat, dooddoeners, roddels en beschamende huiselijke taferelen, waarbij diverse keren de burenruzies ter sprake kwamen. Ook het feit dat haar vader bij vele feestelijke gelegenheden te diep in het klas keek en dat hij in dronken staat wel eens zijn broek afstak, bleef niet onvermeld. Voor meer essentiële bijdrages hoefden we niet op Tamara te rekenen.

Ik vond haar daarom niet minder aardig. Het was niet meteen een makkelijk kind, dat een zekere onverdraagzaamheid van thuis leek mee gekregen te hebben, maar ze werkte wel goed mee en deed geen vlieg kwaad.

Haar ouders kreeg ik niet meteen te zien, maar op een dag kwam Tamara zwaaiend met haar rapport de klas binnen. Haar procent klopte niet, dat had haar moeder nagerekend. Thuis was dat (niet echt fantastische, maar ook niet slechte) rapport goed bestudeerd en er werd een verklaring gevraagd voor het foutieve procent. Ik schreef een vriendelijk briefje naar de ouders, van wie ik me intussen een beeld had gevormd (mensen met wie je beter geen ruzie had), en legde hen uit dat het digitale rapport meer gewicht toediende aan belangrijkere vakken, waardoor een 10 op muzische vorming minder waard was dan een 10 op taal. Een reactie kwam er niet, maar toen ik Tamara enkele dagen later vroeg wat haar mama van de uitleg vond, liet het kind doorschemeren dat haar ouders wat verongelijkt waren. Hadden zij gehoopt dat die beginnende leerkracht op fouten kon gewezen worden? Jammer voor hen.

Op het eerste oudercontact kwamen de ouders van Tamara niet opdagen. Haar resultaten waren best oké, al waren haar inspanningen zeer beperkt. Je zou kunnen zeggen dat Tamara wat oppervlakkig was en niet per se iets wilde bewijzen. Hoopten haar ouders wellicht dat ze een jaar later de humaniora zou kunnen aanvatten, zag ik haar heel goed gedijen in een technische richting. Zonder die mensen ooit een keer te spreken, kwamen hun (hoge) verwachtingen over de toekomst van hun (enige) dochter tot uiting doorheen de schaarse communicatie en de uitspraken van Tamara (‘Mijn moeder zegt dat ge te weinig huiswerk geeft!’, ‘Ik moet van mijn moeder ook de oefeningen maken die ik van u niet moet maken!’ ‘Mijn vader zegt dat 6 op 10 te weinig is!’). Was mijn gevoel correct dat de prestaties van de dochter rechtstreeks gelinkt werden aan mijn lesgeven? Ik kreeg de indruk dat de meester wel eens ter sprake kwam in huize Tamara.

Halverwege het schooljaar deden we een project rond wereldgodsdiensten. We zouden daarbij eens expirementeren met henna, waarmee we onze handen zouden beschilderen. Ik gaf de ouders vooraf wat informatie mee en vroeg hen eigenlijk ook om toestemming. Ik verklaarde dat het om een natuurlijk product ging en dat de schilderingen hoogstens een week of zo zichtbaar zouden zijn. Alle ouders verklaarden zich akkoord, behalve die van Tamara. ‘Mijn moeder zegt: ‘wat is dat voor ne meester, die u leert tatoeages zetten?!’. Tamara imiteerde daarbij de toon van haar moeder, maar het was me niet duidelijk of ze dat bewust deed en al helemaal niet of ze het met haar moeder eens was.

boosIk zou zo’n uitspraak kunnen koppelen aan een zekere nauwe geest en angst voor het nieuwe en onbekende. Dat zou dan hun probleem zijn. Maar Tamara voegde er ook aan toe; ‘en mijn moeder heeft ook gezegd dat ne meester met zijn poten van de kinderen moet blijven’. Ik vond de moeder van Tamara sindsdien een akelige zuurpruim en stelde me haar voor als een mojjer van het ergste soort. Bovendien was ik niet helemaal gerust in haar uitspraak. De moeder van Tamara was bediende in een supermarkt (‘geen kassajuffrouw, ze moet klanten helpen!’) en ik stelde me haar klantonvriendelijk voor, zuurkijkend achter haar balie en tegen haar collega’s tirades afstekend over die leerkracht waarbij haar dochter niets leerde. In een klein dorp is zoiets al snel groot nieuws, en ik zag me al het middelpunt van verontwaardigde conversaties worden, maar ik heb er verder gelukkig nooit meer iets van gehoord.

Maanden gingen voorbij en de prepuberteit, gekenmerkt door aandacht voor het hoogst onnozele en afkeuring voor alles wat enigszins gewoon is, kreeg Tamara in haar greep. Haar schoolwerk beschouwde ze als een noodzakelijk kwaad en ze was tevreden met het minimale.

Het schooljaar werd afgesloten met een oudercontact waarbij ook twee mensen van het CLB aanwezig waren. De resultaten en vooral de toekomstmogelijkheden van elk kind werden professioneel besproken. De twee medewerkers waren jonge en sympathieke mensen en we hadden ons samen al door een tiental gesprekken geworsteld toen de ouders van Tamara aan de beurt kwamen. Voor het eerst dit schooljaar zou ik ze dus ontmoeten. Beiden kwamen binnen met het gezicht op onweer. Een goeiedag kon er nauwelijks af. Ik stak van wal met het bekijken van de resultaten, die zeer wisselend waren. Meneer Broekaf en Mevrouw Mojjer aanhoorden me zonder een krimp te geven. De communicatie bleef in één richting plaatsvinden en ik ratelde maar door, gesteund door de twee CLB’ers die op de hoogte waren van de wat scheefgetrokken relatie met mensen die ik nooit ontmoet had. Op een bepaald moment wik en weeg ik mijn woorden om duidelijk te maken dat Tamara niet echt actief is. Dan braakt de moeder haar woorden bars, haatdragend en luid uit: ‘Ge wilt dus zeggen dat mijn dochter lui is?!’. Wellicht kromp ik toen wat ineen, maar ingebonden heb ik zeker niet. Dat waren haar bewoordingen, maar de essentie was dezelfde. De vader bleef al die tijd even nors toekijken. Moeder de vrouw toonde zich na haar mini-uitbarsting weer even ontoegankelijk als voorheen. Mechanisch aanhoorden ze onze verdere uitleg en het advies van het CLB. Zonder verder nog één woord te zeggen, verlieten ze de ruimte.

Toen de deur dichtsloeg, beseften we hoe gespannen we erbij zaten. De agressie en onuitgesproken verwijten die in de lucht hingen, waren drukkend. Wapens waren net niet getrokken, maar als blikken konden doden, lagen we nu wel alledrie te creperen. We begonnen de spanning van ons af te lachen en langzaam aan beseften we hoe pijnlijk hilarisch dit oudergesprek eigenlijk geweest was. Toen de volgende moeder binnenkwam – gelukkig een zéér tof mens – moesten we even tot onszelf komen.

Tamara is nu 20. Ik heb haar nooit meer teruggezien en vraag me wel eens af of ze haar moeder geworden is. Een veredelde klapij met een ongezonde sensatiezucht en een Familie-verslaving, lomp en grof, bevooroordeeld en defensief op een verkeerde wijze, zo in te lijven bij de foute politieke partij. Aan de kassa van de supermarkt, misschien? Of heeft ze toch nog het licht gezien en schudt ze wel eens bedroefd het hoofd om zulke kleine ouders?

(lees hier een andere herinnering aan een leerling)





Herinnering aan een leerling (1)

31 10 2008

Zes jaar geleden stapte ik als weinig ervaren leerkracht een eerste leerjaar binnen om er de juf te vervangen voor een viertal maanden. Ik had het getroffen: de klas telde 17 zeer aardige kinderen. Lief, rustig, leergierig, empathisch, vriendelijk, creatief, … Ik noem ze nog steeds Het Tofste Klasje Ooit.

Allemaal zijn ze me bijgebleven, maar het verhaal van één kind heeft toen een sterke indruk op me gemaakt en omdat de afloop steeds een raadsel is gebleven, denk ik er nog wel eens aan terug. Hoe zou het zijn met Saliha?

Saliha was een Marokkaans meisje dat nog maar enkele maanden in de klas zat. Iedereen was lief voor haar, maar de communicatie bleef beperkt. Saliha sprak bijzonder weinig Nederlands. Ijverig was ze wel, alert ook. Daardoor draaide ze vrij makkelijk mee met de groep. Ze bleek intelligent en geïnteresseerd te zijn en leek zich zeer goed te voelen in de klas. De zorgjuf en ik besteedden af en toe wat extra aandacht aan haar. Over haar thuissituatie wisten we weinig: Saliha’s (arme) ouders waren nog in Marokko en zij woonde bij een oma en een tante in huis. Die kwamen nooit naar school. Saliha ging alleen naar huis, met de bus (en een oudere neef), want ze woonde een heel eind van de school af.

Saliha oefende mee voor het schoolfeest, hoewel we wisten dat ze er die dag helemaal niet bij zou zijn. Met veel enthousiasme en een brede lach danste ze mee de apendans. Toen de laatste afspraken gemaakt werden, bleek ze te beseffen dat helemaal niet zou meedoen aan het schoolfeest. Opnieuw kwam ze aan de zijlijn te staan. Tot ieders verbazing daagde de tante toch op op het schoolfeest en Saliha nam doodgelukkig deel aan de klasdans.

Als leerkrachten hadden wij er deugd van dit kind zo gelukkig te zien. We bedachten dat ze wellicht zo graag naar school kwam omdat het een veilige en zorgzame omgeving was en dus deden we nog meer ons best. Vier maand later was het schooljaar afgelopen en ging Saliha naar het tweede leerjaar. Haar nieuwe leerkracht was wat strikter en strenger dan ik, maar sloot het meisje ook snel in haar hart. Ze was ook erg opgetogen over haar vooruitgang en inzet. De thuissituatie bleef ons een raadsel. Op het oudercontact kwam niemand opdagen. In zulke gevallen kan een huisbezoek wel, maar aangezien er geen problemen waren, werd daar geen initiatief voor genomen. We zagen dat wel goed komen met Saliha. Haar Nederlands verbeterde snel, hoewel Saliha wel wat verlegen was. Maar dit werd er eentje voor de humanoria, daar waren we zeker van.

Het volgende schooljaar veranderde ik van klas. Ik kreeg het derde leerjaar en dus kwamen diezelfde kinderen weer bij mij in de klas. Schitterend vond ik dat. De eerste schooldag was Saliha echter afwezig. De familie werd gecontacteerd. Ik hoopte natuurlijk dat ze niet zomaar van school veranderd was. We vernamen echter niets en de hele eerste schoolweek bleef Saliha’s stoel leeg. De rest van de klas begon zich vragen te stellen. De neef, die intussen op de middelbare school zat, werd gecontacteerd. Hij vertelde dat Saliha nog in Marokko zat en ze binnen enkele dagen op school zou zijn.

Dat gebeurde ook. Saliha kwam wat later toe op school en de directeur ving haar op. ‘Je mag terug bij Meester Sven’ sprak hij glunderend, omdat hij haar wat op het gemak wou stellen. Maar Saliha lachtte niet en liet zich onwillig meetronen naar de klas. De verklaring was simpel: voor Saliha was meester Sven de leerkracht van het eerste leerjaar. Het leek dus of ze gestraft werd omdat ze te laat op school was en terug naar de eerste klas gestuurd werd. Ze wist dan ook niet wat haar overkwam toen de deur openging en haar klasgenootjes haar rond de hals vielen en het kostte haar even tijd de situatie in te schatten. Pas toen brak een glimlach door: ze was waar ze wilde zijn. En wij wilden dat ook.

Het schooljaar verliep prima. Saliha durfde wat meer spreken en leek zich sterk te hechten aan mij en mijn collega Katrien. We deden er alles aan haar te tonen dat ze ons kon vertrouwen. Toen gingen we op bosklas. Voor een kind dat nooit uitjes maakt of op vakantie gaat, is zo’n bosklas een droom. Het was een heerlijke, zotte week en opnieuw zagen we Saliha genieten van elke minuut. Jammer dat er bij thuiskomst niemand op haar stond te wachten. Saliha bleef nog een uurtje in de opvang, we probeerden te telefoneren, maar zonder resultaat. Saliha drong er op aan alleen naar huis te mogen. Ik gaf zuchtend toe en ging mee tot aan de bushalte, om Saliha’s bagage te dragen. Toen de deur van de bus openging, twijfelde ik. Ze was 9, kon ik haar alleen met een koffer naar huis laten gaan? Ik besefte ook dat Saliha niet wou dat ik meeging. Ze vond de situatie wat beschamend omdat alle andere kinderen wel opgehaald werden en wou misschien ook niet dat ik wist waar ze woonde. Vooral wou ze zich alleen kunnen redden. Gelukkig was er de buschauffeur die de situatie snel inschatte. Zij kende Saliha wellicht al en liet blijken dat zij wel een oogje in het zeil zou houden. Toen de deur van de bus sloot, besefte ik dat dit ook onderwijs was: er proberen te zijn voor kinderen voor wie er niemand is.

Enkele weken later vonden Katrien en ik dat Saliha er wat sip bijliep. Haar Nederlands was nog niet goed genoeg om vlot met haar te kunnen praten. We schakelden een tolk in, een aardige vrouw, die we vroegen eens met Saliha te babbelen om te weten te komen hoe ze zich voelde. De dame bracht ons nadien verslag uit: de sfeer thuis bij Saliha was niet zo gezellig. De tante was een bullebak die haar handen vol had met haar eigen gezin en soms dreigde Saliha terug naar Marokko te sturen. Bovendien moest Saliha vaak mee op krantenronde met de tante, waardoor ze geen huiswerk kon maken. Maar vooral was er het nieuws dat de vader van Saliha, in Marokko, zwaar ziek was. Positief was dat Saliha erg gelukkig was op school en dat ze zeer gesteld was op Meester Sven en Juf Katrien. De tolk verzekerde ons ook dat wij verder niets konden doen dan haar zo goed mogelijk blijven opvangen. Ik printte toen voor Saliha een aantal foto’s van de bosklassen af en lamineerde ze ter bescherming. Andere kinderen bestelden immers een dvd’tje met de foto’s op, maar daar kon Saliha niets mee aanvangen.

Enkele weken gingen voorbij en plots was Saliha weer enkele dagen na elkaar afwezig. We probeerden contact op te nemen met de familie, maar dat was vruchteloos. Opnieuw werd de neef aangesproken. Hij vertelde ons dat Saliha’s vader overleden was en ze naar de begrafenis was. Binnen enkele dagen zou ze terug zijn.

Een week later was Saliha nog niet terug. We overwogen de neef terug te laten roepen voor meer nieuws, tot er een plots een telefoontje was voor mij, net voor de middagpauze afgelopen was. Het was de tolk, die blijkbaar meer wist. ‘Meneer Sven, hebben ze u niets laten weten?’. Ze klonk verontwaardigd en medelevend. ‘Saliha komt niet meer terug. Ze hebben haar in Marokko achtergelaten!’.  De woorden kwamen aan als een mokerslag. Ik voelde mijn benen trillen en vanbinnen brak iets. Ik kreeg geen woord uit mijn keel. De tolk begreep meteen dat haar boodschap me wel erg verrast had en ze sprak me bemoedigend toe. Katrien was intussen naast me komen staan. Ik ging zitten terwijl ik een bedankje stamelde in de telefoon.

Nog dagenlang lag het nieuws als een steen op ons gemoed. Katrien kon er beter mee om dan ik, ze had wel al wat meegemaakt. Ik was een jong meestertje en het besef dat de groep die ik al een heel schooljaar lang als een familie samenhield, nu een lid minder telde, was zwaar. En ik dacht aan Saliha, die als een voorwerp werd doorgegeven, die niet wist wat haar overkwam, die plots alle grond onder haar voeten zag wegzakken. Toen had Katrien het over ‘uithuwelijken’ en ik trachtte het beeld van een kindbruidje van me af te zetten. Was dat wat haar binnen enkele jaren zou te wachten staan? En wat deed ze nu? Schapen hoeden? Een stereotiep beeld, daar ben ik me van bewust, maar dat was de associatie die ik maakte - Saliha’s familie was arm en woonde op het platteland.

Natuurlijk heb ik Saliha niet meer teruggezien. Ze is nu 13. Nog steeds vraag ik me af hoe het met haar gaat. Of ze gelukkig is. Of ze nog aan haar schooltijd hier denkt. Misschien is het allemaal wel goedgekomen? Misschien studeert ze wel in Marokko? Misschien maak ik mezelf wat wijs. Hoe dan ook zal ik haar niet vergeten.

Zulke dingen bepalen mee je levenservaring. Je visie op ‘het leven’. In de loop der jaren maak je nog één en ander mee en leer je relativeren. Maar dit verhaal blijft hard.





Net gemist? Bel naar de synopsist

18 05 2008

Ooit bedacht ik zelf een nieuw beroep: de synopsist. Inspiratie vond ik in het feit dat mijn huisgenoten, die net als ik allemaal graag naar televisie keken, zo af en toe het begin of zelfs een volledige aflevering misten van één van de vele series die bij ons gevolgd werden. Meestal vond ik het een klein kunstje te bepalen wat er precies gebeurd was. Met behulp van de tv-gids natuurlijk, maar uiteindelijk ook door gewoon erg goed te kijken en aldus snel te bepalen wie de personages waren en wat er tussen hen gebeurd was. Voor een doorsnee soap was dat niet zo’n probleem, maar daar werd bij ons zelden naar gekeken. Het ging hem echter vaak om afleveringen van (meestal) Britse en Amerikaanse series, waarbij telkens nieuwe verhaallijnen aan bod kwamen zodat je de aflevering toch wel van bij het begin diende te zien.

Later kwam het zelfs voor dat ik naar een programma begon te kijken dat ik eigenlijk zelf niet volgde, maar wel iemand anders bij ons thuis. Als mijn moeder dan, druk in de weer met één van haar vele hobby’s, na tien minuten kon beginnen kijken, schetste ik haar snel de situatie en richtte me weer tot mijn eigen bezigheden. Ik vond mezelf daar op den duur zo goed in, dat ik een gat in de markt zag: ‘een aflevering gemist van uw favoriete serie of te laat thuis om nog te kunnen volgen? Bel naar de synopsielijn en u kunt weer volgen.’

Ik stelde me dan voor dat ik een gezellige woonkamer zat met een stuk of vier tv-toestellen waarop voortdurend gezapt werd zodat ik alles tegelijk kon volgen. Van F.C. De Kampioenen en Poirot naar Medisch Centrum West of Neighbours. Ook films zou ik erbij nemen, want vaak zit essentiële informatie voor de plot, aan het begin van het verhaal. Mensen konden me dan opbellen om b.v. het volgende te aanhoren:

‘Inspector Morse is opgeroepen voor de diefstal van een kostbaar juweel uit de kluis van een Arabische walvisjager. De verdachten zijn de dochter van een concurrerende emir, een ontslagen secretaris met een allergie voor pruimenconfituur en de Hongaarse tangolerares. Aan het begin van de aflevering hebben we echter gezien dat de moeder van de walvisjager nogal nadrukkelijk de aankoop van het juweel afkeurde, dus niet verschieten als die er eigenlijk ook iets mee te maken heeft. Lewis kampt intussen met stinkvoeten.’

‘U hebt een hele week niet naar Mooi en Meedogenloos kunnen kijken? Sally Spectra heeft behoorlijk intens in de verte staan turen en Ridge en Brooke hebben elkaar hun liefde verklaard gedurende meerdere sessies van twintig minuten.’

‘De grap over de worst heeft betrekking op het beroep van de man met het ridicule accent. Dat is namelijk een worstendraaier. Niemand lust zijn worsten, maar de grap verwijst natuurlijk ook naar een dieperliggende betekenis van het woord ‘worst’. Die vijfendertigjarige griet achter de toog speelt de dochter van de cafébazin en we moeten dus veronderstellen dat ze 18 is. Op het einde zal alles op een misverstand blijken te berusten en die antiekhandelaar moet dan trakteren. Wat zegt u? Ah, u wou de afloop nog niet horen?’

‘Harold pleegt ontucht met Mrs. Mangel. Charlene struikelt over het nektapijt van Scott. De Turkse buurman wordt gestenigd door de Robinsons.’

Intussen zou mijn synopsielijn wel failliet zijn, vrees ik. Series worden alsmaar vaker op dvd bekeken, zijn beschikbaar op internet, samen met uitgebreide beschrijvingen van de plot en bovendien zou ik alsmaar minder vriendelijk uit de hoek komen na gehersenspoeld te zijn door jaren van slechte (Vlaamse) series.

‘Witse moet de moord op een landbouwer oplossen. Er zijn drie verdachten, allen te herkennen aan hun slechte acteerprestatie omdat het maar gastacteurs zijn: de echtgenote, de broer en de buurman van de landbouwer. Doch, er is zoals altijd ook één betrokkene die niet verdacht is omdat die een alibi heeft of goed kan liegen en die blijkt dan op  het eind toch de dader. Ik vermoed dat dat de zoon van de boer is. Veel plezier nog.’

Die rosse wil meedoen aan het commissarisexamen maar steeds als haar baas naast haar staat wordt ze opgebeld door de school van haar lastige kind, zodat we duidelijk aanvoelen dat ze gezin en werk niet kan combineren. Die homo van wie niet duidelijk is of hij nu grijs is omdat hij de veertig voorbij is of omdat hij er hip wil uitzien, wil ook commissaris worden maar hun vriendschap en collegialiteit zal daar niet onder leiden. Dat kon je weten doordat hij zei: ‘Onze vriendschap en collegialiteit zal hier niet onder leiden’. Verder is er een moordzaak met enkele verdachten, waarvan dan zoals gewoonlijk zal blijken dat die allemaal onschuldig zijn en de dader iemand is die vooraf niets met de zaak te maken leek te hebben. U kent dat intussen wel. Hier is het moeilijker om de gastacteurs van de vaste castleden te onderscheiden, want iedereen acteert even beroerd. Nog een gezellige avond gewenst.’

‘Cois heeft een hele litannie afgestoken, maar daar deze informatie is helaas niet beschikbaar wegens het gebrek aan Nederlandse woorden in de dialoog. We konden enkel nog ‘tes allemoal iet’ ontcijferen. Die in die rolstoel is weer eens ongelukkig want we moeten niet denken dat dat gemakkelijk is, in een rolstoel zitten. Die lesbische dokter wil een kind en heeft zopas in een uiterst educatieve en duidelijk door specialisten opgestelde monoloog uitgelegd hoe kunstmatige inseminatie werkt, zodat we ook nog eens iets bijleren.’

‘Die troela die echt doorleefd acteert dat ze niet door heeft dat ze zich eigenlijk gewoon eens goed moet wassen, is het slavinnetje van een modebedrijf waar iedereen mooi en hip is, behalve zij. Binnen tweehonderd afleveringen is ze mooi en hebt u een lezersbrief naar Dag Allemaal geschreven waarin u verklaart dat ‘Sara het schoonste is dat ooit op tv getoond is en het mag noooooooit stoppen want het is eindelijk nog eens een goeie serie en proficiat aan de vtm en Ben Crabbé kan de pot op’. Op het werk praat u met uw collega’s over de Simon, ‘ne smeerlap maar toch ne schone vent’, vraagt u zich af of u dit weekend de gebouwen van Présence eens zult gaan zoeken ‘om dat toch eens in het echt te zien’ en belt u naar de kuisvrouw van de nonkel van de buren van Kurt Rogiers of die ‘niet weet wanneer Sara schoon gaat worden?’. Maar waarom belt u eigenlijk? VTM zendt op zondag toch een zeven uur durende samenvatting uit waar u nog een keer naar kijkt zelfs al hebt u al de hele week gekeken? Geniet nog van uw avond en succes met de lobotomie.’

Wat denkt u? Een gat in de markt en een gegarandeerd succes?





Kleuterherinneringen

13 05 2008

Drie Deftige Dames wierpen me een blogstokje toe dat te maken heeft met jeugdherinneringen van vóór je vijfde levensjaar. Ik neem het stokje graag aan, want ik hou van herinneringen.

1. De eerste neger: ik was nog geen drie toen ik voor het eerst een zwarte man zag. Het was niet zomaar de minste: Billy Ocean. Deze Britse zanger kwam optreden in de zaak van mijn grootouders en backstage ontmoette ik hem terwijl ik op de arm van mijn moeder zat. Veel herinner ik me uiteraard niet, hoewel ik absoluut niet begreep wat die meneer aan zijn gezicht had en dat dus een enorme indruk op me maakte. Ik geloofde toen echt dat hij zich gewoon zwartgeverfd had. Hij stond ook aan de wasbak, voor de spiegel, dus dat zou verven zou kunnen kloppen. Mijn moeder meldde me later dat hij toen opmerkte dat ik prachtige schoentjes aanhad, maar dat herinner ik me dus uiteraard zelf niet meer. En toen hij later nog een keer kwam optreden, vroeg hij hoe het met ‘the little boy’ ging.

2. Aan zee: We logeren een weekje aan zee in een gehuurd appartementje. Mijn babybroertje slaapt in een babybedje in de kamer waar ook tante Ria slaapt. Ikzelf heb een bedje in een kamer die overdag als woonkamer dienst doet. Omdat het regenachtig is, zitten we op een dag binnen. Ik speel een fantasiespel waarbij ikzelf alle personages vertolk. Eén van de personages ligt in bed en dus moet ik, telkens als dit personage aan het woord is, in het bed gaan liggen. Mijn vader kijkt tv en krijgt het op de zenuwen van mijn gespeel. ‘Als je zo graag in dat bed ligt, blijf er dan maar inliggen!’ zegt hij een beetje boos. En ik blijf dus braaf in dat bed liggen. Maar verder een gelukkige jeugd hoor!

3. Kleurtjes: In de derde kleuterklas moeten we kleuren oefenen. Zuster Lina heeft allerlei blaadjes klaargelegd en ieder kind moet om de beurt naar haar komen om alle kleuren te noemen. Rood, geel, zwart, groen en blauw zijn makkelijk. Maar wie kent paars, oranje, beige, grijs of roze? De meisjes zijn flink, die kennen ze bijna allemaal. De jongens bakken er niets van. Iedere jongen die faalt in het correct benoemen van alle kleuren, moet van de zuster blijven rechtstaan. Wanneer ik aan de beurt ben, staan er al 10 jongens recht en geen enkel meisje. Ik ken mijn kleuren echter goed, bovendien heb ik goed opgelet elke keer wanneer iemand aan de beurt was. Ik noem ze dan ook vlotjes op, al half zegevierend, want ik zal de eerste jongen zijn die weer mag gaan zitten. ‘Goed zo,’ zegt de zuster. En verder niets. Ik moet dus ook blijven staan, blijkbaar, al heb ik dus geen idee waarom. Zeer oneerlijk!





Boosaardige puzzel

4 11 2007

Tijdens het snuisteren op zolder stootte ik op een oude puzzel. Bekijk dit tafereel even. Wie komt er in godsnaam op het idee dit als afbeelding van een puzzel te gebruiken? En ik als klein jongetje maar onnozel puzzelen en intussen onbewust allerlei angsten creëren. Arme Calimero, maar vooral arme kindjes die destijds zo’n boosaardige puzzel moesten maken.

dscn5511.jpg





13 06 2007

Jelle

13/06/83 – 13/03/06

jelle.jpg

Hands





My Life in Film: The Bonfire of the Vanities

8 06 2007

Over films en herinneringen. 

In 1994 zag ik The Bonfire of the Vanities voor het eerst op televisie, vier jaar nadat hij in de bioscoop gedraaid had. De drie hoofdrolspelers waren Tom Hanks, Melanie Griffith en Bruce Willis en dat leken me toen zeker redenen genoeg om de film te bekijken. Het verhaal van The Bonfire of the Vanities draaide om Sherman McCoy, een steenrijke beursmakelaar met een druk leven in de New Yorkse higbonfire_of_the_vanities2.jpgh society. Op een avond veroorzaakt zijn minnares een dodelijk ongeval in de Bronx en zo eindigt Sherman’s beschermde leventje. Hij wordt publiekelijk vernederd, belandt in een sociaal isolement, ziet zijn huwelijk naar de knoppen gaan en wordt de speelbal in een strijd tussen blanke en zwarte politici. Ik vond het een grandioze film, kickte op al die grote namen (ook Morgan Freeman en Kim Cattrall speelden mee en in een piepklein rolletje zelfs de vijfjarige Kirsten Dunst!), vond het verhaal boeiend en genoot van minstens drie geweldige scènes: Bruce Willis wordt gevolg in een minutenlang shot waarin hij dronken heen en weer zwalpt, Morgan Freeman geeft een typische moraliserende, maar knap gebrachte speech in de rechtszaal (‘Be decent. Go home and be decent.’) en Tom Hanks verjaagt met een jachtgeweer alle gasten van het glamoureuze feestje van zijn vrouw.

Bij ons thuis werd toen al de Humo gelezen, en daarin kreeg de film minder dan twee sterren, wat niet echt positief is, om niet te zeggen vernietigend. Ik ben toen meer informatie gaan zoeken. De regisseur van de film was Brian De Palma, toch niet van de minsten. Het boek was gebaseerd op de roman van Tom Wolfe, een internationaal bekroonde auteur. En de cast bestond uit topacteurs. Wat was er dan verkeerd aan de film? Het bleek vooral een erg slechte romanadaptatie te zijn, volgens de algemene opinie. Wolfe was een scherp observator met een een groot talent voor satire. De roman was een sarcastisch vertelde zedenschets vol onsympathieke, zelfzuchtige personages en de meeste critici meenden dat De Palma (die klassiekers als Carrie, Scarface en The Untouchables had gemaakt) er niet in geslaagd was die opzet naar het grote scherm over te brengen. Ook de casting werd flink bekritiseerd, want voor alle rollen zouden compleet verkeerde acteurs gekozen zijn. De acteur F. Murray Abraham (uit ‘Amadeus’) eiste zelfs dat zijn naam van de credits gehaald werd. De film flopte en werd beschouwd als één van de slechtste films van de jaren ‘90.

Ik heb de film nadien nog twee keer bekeken (waarvan één keer op mijn verjaardag. Dit geheel terzijde, maar dat herinner ik me gewoon). En ik vond hem nog twee keer geweldig. Ik vind wel dat filmcritici meestal verstand van zaken hebben en wil de gebreken van de film best aanvaarden, maar niets verhindert dat ik gewoon erg geniet van deze prent. Ik zal de film altijd opnieuw bekijken als hij uitgezonden wordt, al is dat nu vooral uit sentimentele redenen. Ik hou van de visuele stijl (De Palma kan echt goochelen met zijn camera), van het acteerwerk (Melanie Griffith is geweldig als del) en van de complexe plot met veel personages. Het boek heb ik nooit gelezen (maar wel Ik ben Charlotte Simons van dezelfde schrijver en dat vond ik abominabel).

Ik dacht dat ik voor altijd de enige zou zijn die de film zou koesteren. Maar een jaar of twee later ontleende ik in de bibliotheek Blik op zeven, een bundeling filmrecensies van Knackjournalist Patrick Duynslaegher. Die had voor de meeste films geen goed woord over (altijd al een zeer strenge mens geweest), maar The Bonfire of the Vanities vond hij geweldig. Wat een opluchting dat mijn mening eindelijk bevestigd werd. Later heb ik dat weliswaar moeten relativeren (Duynslaegher vind ALLES van De Palma geweldig, zelfs zijn allerslechtste films), maar ik was toen gewoon erg tevreden over het feit dat ik mijn mening nergens door had laten beïnvloeden en voet bij stuk had gehouden. Een amateur-criticus was geboren.





My Life in Film: The Muppets & The Marx Brothers

5 04 2007

Op een foto uit mijn kleutertijd is te zien hoe ik al mijn duplo-ventjes samen laat troepen. Ik was gefascineerd door de diversiteit van de personages, al waren de verschillen eigenlijk miniem. Maar ik bedacht bij elk ventje een eigen identiteit, die vooral gebaseerd was op archetypische kenmerken. Iemand met een bril was slim. Iemand met een hoge hoed was oud en deftig. Zwart haar stond voor moed, blond haar voor onschuld. Enz.

Ik was ook dol op de smurfen, waar ieder maar één persoonlijkheidskenmerk had. En op Jommeke, waar al die personages uitvergroot werden (Dikke Springmuis! Mic Mac Jampudding! Professor Gobbelijn! Madam Pepermunt! Tita Telajora!).   Het allerleukste vond ik de avonturen waarbij zoveel mogelijk van die personages betrokken waren. Ik hield van de interactie tussen alle personages. Het Jubilee, het honderdste album van Jommeke, was mijn favoriet, want voor het eerst kwamen al die typetjes samen. Ook de Kuifje- en Nerostrips trokken me aan vanwege de zeer diverse en soms compleet van de pot gerukte personages (Clo-Clo! Tuizentfloot! Jansen en Janssen! Bianca Castafiore! Madam Pheip!).

   

Het spreekt voor zich dat ik op televisie gelijkaardige dingen zocht. Bestaan er gekkere figuren dan The Muppets? Ik ben nog altijd dol op de gezonde nonsens die deze kleurrijke, gevarieerde groep geschifte beesten brengt. Op al die heerlijke personages als Kermit, Miss Piggy, Fozzy Bear, The Great Gonzo en zijn kip CamillaScooterRowlf, de Zweedse kok, Animal, Dr. Bunsen Honeydew en zijn assistent Beaker, Rizzo the Rat, Sweetums, Sam the Eagle, Sgt. Floyd Pepper en Janice en natuurlijk Statler en Waldorf. Is er ooit een leukere groep personages bedacht? Want niet alleen zijn The Muppets grappig, vaak zelfs subversief, ze beschikken ook over een zeer uitgewerkt, consistent karakter. De interactie met echte mensen verliep dan ook feilloos (Gert Verhulst, eat your heart out) en vandaar dat ook de eerste drie films van de Muppets (The Muppet Movie, The Muppets take Manhattan en The Great Muppet Caper) tot mijn favorieten behoren. Ik kan ze blijven herbekijken (al bestaan ze nog niet allemaal op DVD!), niet alleen vanwege die figuren, ook vanwege die nostalgische, Amerikaanse sfeer. En ook een klein beetje vanwege de soms nogal melige liedjes… die ik zelfs op CD heb, maar sst, dat houden we onder ons.

Nu was ik niet alleen gefascineerd door interessante personages, hoewel toen wel de fundamenten voor mijn latere soapverslaving en voorliefde voor het betere televisiedrama werden gelegd, dat is duidelijk. Maar The Muppets stonden ook voor chaos. Decors vielen om, iemand werd opgegeten door een monster, kippen werden weggekatapulteerd, er vonden explosies plaats, … André Van Duin en John Cleese, twee van mijn jeugdidolen, waren ook al zo bedreven in het creëren van chaos. In de sketches van Van Duin liepen dingen verkeerd. Misverstanden die escaleerden. Fawlty Towers ging nog een stap verder. Misverstanden werden tot in het absurde doorgetrokken. Lijken vielen uit de kast. Elandenkoppen vielen van de muur. Mensen verkleedden zich. Iemand werd nat gespoten. Of de klassieker: iemand kreeg een taart in het gezicht. Ik lag altijd in een deuk, gegarandeerd. Ook de avonturen van Louis de Funès waren aan mij besteed natuurlijk. Mevrouw Ten Kate, voor wie dat wat zegt. The Freggles. Laurel en Hardy. The Simpsons uiteraard!   

   

Terug naar mijn speelgedrag. In het begin was er nog geen sprake van dramatische ontwikkelingen in enge zin in de verhaaltjes die ik speelde. Geen intriges of crisissen. Het enige wat ik mijn lego- en playmobilpersonages liet overkomen, waren rampen. Aardbevingen, stormen, overstromingen, kettingbotsingen, enz. Natuurlijk ging er niemand dood. Het punt was gewoon chaos te creëren en de personages even van de wijs te brengen. Zo’ n legostad (en die was bij ons echt wel enkele vierkante meters groot!) werd dan nadien weer helemaal opgebouwd – wat uren duurde – om er weer een vliegtuig te laten op neerstoren. Ik stond er op dat moment niet bij stil, maar ik hield van chaos. Niet in werkelijkheid, maar in mijn fantasie. En op het grote scherm. Rampenfilms als The Poseidon Adventure, bv. 

En toen ontdekte in eindelijk zo’n film waarin die twee dingen – een variatie aan personages en een situatie die in chaos uitmondt – samenvielen. Ik herinner me niet dat ik ooit harder gelachen heb dan met de film A Night at the Opera, van The Marx Brothers. Een echt goede film is het niet. De plot is zwak en in feite is het verhaal niet erg interessant. Maar één klassiek geworden scène doet het hem. Groucho Marx, de snuggerste, meest gevatte en beroemdste Marx Brother, bevindt zich aan boord van een schip, in zijn kajuit. Tot zijn verbazing treft hij in zijn bagage niet zijn kleren aan, maar zijn twee boers – waarvan er één slaapt – en hun vriend. Vervolgens bieden er zich allerlei mensen aan in de kajuit: twee machinisten, vier bedienden met grote schotels vol eten, een manicuriste, iemand die de telefoon wil gebruiken, een poetsvrouw, twee dames die de bedden komen opmaken, iemand die haar tante Minny zoekt enz. De kleine kajuit wordt steeds voller en voller en de slapende broer is een behoorlijke lastpost. En dan komt de dame aan met wie Groucho een afspraak heeft. Zij trekt de deur van de kajuit open en iedereen rolt naar buiten. Scène afgelopen.

Ik vind deze filmscène het toppunt van hilariteit en ze mag beslist gelden als mijn favoriete filmscène aller tijden. Ik hou van het feit dat die personages ernstig reageren op een bijna onmogelijke situatie. Waarom komen ze binnen ondanks het feit dat de hut al vol is? Groucho zelf ziet er wel de grap van in. Hij heeft perfect door dat niemand zijn job kan doen in die situatie, maar laat niettemin nog meer mensen naar binnen. En tenslotte is er dan vrij onverwachte beeld van die dame die de deur opentrekt. Je ziet het niet echt aankomen. Die kleine verrassing is het perfecte einde van een juweel van een scène.

Ik moest The Muppets en The Marx Brothers dus wel in één stukje samenbrengen. Ze definiëren mij in zekere zin. Nog altijd ben ik verlekkerd op chaos, al zijn de meeste rampenfilms barslecht. Nog altijd koester ik goede fictieve personages, al slagen heel wat series en films er niet in personages tot leven te brengen die meer zijn dan stereotypen. En af en toe durf ik zelfs fantaseren dat de werkelijkheid op zijn kop wordt gezet door van die chaotische toestanden.  Dan rijdt een auto het café binnen waar ik zit of overstroomt de school waar ik werk. Er valt een meteoriet op het huis van de buren of er landt een ufo op de markt van Haaltert. De trein ontspoort of de cinema staat in brand. Paniek, hysterie, chaos, maar geen doden uiteraard. Niets macaber dus aan dit soort heerlijke fantasieën die de werkelijkheid op zijn kop zetten. Ik hoop dat ze nog lang in mijn hoofd mogen rondsluimeren.





My Life in Film: E.T.

7 03 2007

Ik werd al van kleinsaf aan meegenomen naar de bioscoop, al was er nog geen sprake van multiplexen en was het dus maar naar de Palace in Aalst. Mijn eerste bioscoopfilm was The Aristocats, maar toen ik 6 was, mocht ik mee naar mijn allereerste échte film in de cinema: E.T., in 1983. Met mama en tante Ria, terwijl Boris, die nog te klein was, thuis bleef bij papa.

Ik herinner me nog veel van die film, al denk ik niet dat het aandoenlijke wezentje mij echt iets deed. Het bleef me bij hoe hij op een bepaald moment bewusteloos en lijkbleek in het water werd aangetroffen. En toen Elliott – het jongetje dat E.T. redde – op het einde op een bed moest liggen en via allerlei draden verbonden werd aan een machine, vond ik dat erg fascinerend. Ik was in ieder geval de hele film door geboeid en bleef braaf zitten. Maar ik bekeek het toch allemaal maar vanop een afstand. Ik was wellicht nog te klein om emotioneel betrokken te zijn, denk ik.

Ik kreeg toen een poster van E.T., wat me achteraf beschouwd wel wat vreemd lijkt. Uiteindelijk is E.T. niet bepaald postermateriaal. Om één of andere reden kwam de poster maar niet aan de muur. Enkele jaren later zag ik deze blockbuster terug op televisie. De beginscène in het maïsveld vond ik angstaanjagend. Ook gedurende de rest van de film, joeg E.T. me de stuipen op het lijf. Hij leek wel een misvormde, slijmerige, grootogige hond en hij maakte nog enge geluidjes ook. Het drong langzaam tot me door dat dit eigenlijk een regelrechte horrorfilm was! Ik was maar wat blij dat E.T. op het einde zijn biezen pakte en van onze aardbol verdween. Kort daarop werd de poster van de vriendelijke alien dan toch opgehangen, zonder dat ik er om gevraagd had. In mijn bed werd ik door E.T. aangestaard. Ik kon er niet naar kijken. In elke donkere ruimte die ik sindsdien binnen stapte, meende ik E.T. te herkennen. ’s Nachts meende ik hem onder mijn bed te horen.

Lang heeft dat niet geduurd. Ik zag kort daarop een klein stukje van The Gremlins en zij mochten E.T. vervangen in de nachtmerries van de daaropvolgende jaren. Ik bekeek E.T. nog een keer, en ik vond er niets eng meer aan. Plots vond ik dan toch een meeslepende film die me ontroerde en die ik nu met veel plezier herbekijk. En ik slaap goed.





My Life in Films: The Goonies

19 02 2007

goonies1.jpg1985 was het toen The Goonies verscheen. Ons gezinnetje trok bijna elke zondag naar de Quick (in die tijd was dat zeer trendy!) en de fastfoodketen steunde de promocampagne van deze familiefilm. Zo kreeg elke bezoeker een affiche van de film en die zag er veelbelovend uit. Die film wilden wij dus wel zien. Maar hoewel we toen al regelmatig naar de bioscoop mochten, kwam het er niet van.  

Enkele jaren later zagen we de film op televisie. Of misschien had onze moeder hem uit de videotheek meegebracht. In ieder geval vonden Boris en ik het een fantastische film. Het ging over een groepje vrienden (nogal stereotiepe figuren) en een schatkaart en een verborgen piratenschip en een verminkte trol en een bende slechterikken. De film (geproduceerd door Steven Spielberg) bevatte alles wat we fantastisch vonden. Al kwam de scène die op de poster stond, er eigenlijk niet in voor, er was avontuur en spanning en roetsjbanen en een schat en vriendschap en veel water (ik was toen al dol op pretparkattracties waar je nat in werd). (In tegenstelling tot Boris die een volledig dagje Efteling liep te mokken vanwege natte kleren) en we kregen er geen genoeg van. Zes keer hebben we de film in de daaropvolgende jaren gehuurd. Films kocht je toen nog niet.

Voor mij beschikte deze film over drie grote troeven:
- Het verhaal:
Ik raakte zo meegesleept door het avontuurlijke aspect, dat ik nog jarenlang gefantaseerd heb zelf zoiets mee te maken. Een beetje vreemd wel, want ik was niet zo’n avontuurlijk kind. Maar het waren ook de personages. Ieder had een duidelijke functie in het verhaal en alle kinderen waren op één of andere manier wel een beetje sukkelachtig. Maar op het einde waren ze allemaal vriendjes.

goonies-m.jpgDe ‘tagline’ van de film is wel behoorlijk stupide:
‘They call themselvers ‘The Goonies’
The Secret Cave.
The Old Lighthouse.
The Lost Map.
The Treacherous Traps.
The Hidden Treasure.
And Sloth…
Join the Adventure.

Tja, dat kun je moeilijk nog een ‘tagline’ noemen. Eerder een weinig originele samenvatting van de film. Ook al vol clichés.

- De muziek, die zo opzwepend was dat ik het deuntje van de begingeneriek nog jarenlang geneuried heb. 

- Martha Plimpton, die in de film het lelijke meisje met de bril moest spelen maar wel tien keer interessanter was dan de cheerleader die een prominentere rol speelde. Haar personage was kritisch en evolueerde het meest doorheen het verhaal. En op het einde bleek ze zonder bril helemaal niet lelijk te zijn! (Intussen een torenhoog cliché). Ik raakte helemaal in de ban van deze actrice, die in de jaren ‘80 in heel wat bekende films meespeelde, maar van wie later niet veel meer werd vernomen. Toch is ze nog altijd actief en is ze af en toe nog een goede rol te zien, dus ik blijf haar in de gaten houden. Een overzicht van haar films vindt u hier
Overigens, voor de geïnteresseerden: de hoofdrol in The Goonies werd gespeeld door Sean Astin, die later bekend werd als Sam Gamgee uit Lord of the Rings en Josh Brolin, die in het volgend jaar te verschijnen W de hoofdrol speelt als George Bush.

Nu heb ik The Goonies uiteraard op DVD, al bekijk ik de film niet echt vaak meer. Ik ken de dialogen voor een groot deel uit het hoofd, vind de plot nu wat te simpel en stoor mij aan al die clichés. Maar het stelt me gerust te weten dat ik deze film altijd kan bekijken als ik dat wil. En dan neurie ik de muziek nog altijd mee. 





Jeugdsentiment

31 01 2007

Vorige week hoorde ik op Studio Brussel ik een flard van een liedje dat mij meteen meesleepte. Mooie melodie, maar de kracht zat in de tekst. Ik ving allerlei begrippen op die ik meteen herkende en die allerlei herinnerigen opriepen. De groep Fixkes blijkt dan ook allemaal uit ongeveer dertigjarigen te bestaan die hun jeugd bezingen,. Vandaar dus die herkenning, al heb ik nooit getennist of piloot willen worden.

‘kvraagetaan’ is een heel nostalgisch liedje over de onschuld van de kindertijd. Geen ongelooflijk origineel thema, maar doordat de periode in kwestie eigenlijk nog relatief kortgeleden is, wel een erg verrassend thema. Ineens ben ik blijkbaar oud genoeg om uit een tijd te stammen die voorgoed voorbij is. Aan dat besef raak ik wel gewend, maar dit liedje maakt het wel niet makkelijker. Iedereen tussen de 28 en 32: hoor hier uw verleden schitterend bezongen worden in het Stabroeks. 

Makkik binnen makkik binnen om een lieke te beginnen
over de dinges die kik mij ammaal herinner
uit de goeien ouwen tijd
van rekenen en vlijt
een leven zonder zorgen ambitie of spijt
heelder dagen gaan sjotten
voor den donkere thuis
alleen maar wa ravotten
en t school daar kwam niks van in huis
drei keer durven was doen
maskes plagen liefde vragen
en al wa ge zegt da waarde zelf
me uw broek in den helft
het was zo simpel ammaal
zo simpel ammaal
zo simpel as ik vraag het aan

kvraagetaan

er was nog gene gsm gene vtm
en niemand die hannibal of murdock wilde zen
rons honeymoon carolientje merlina met de parafix
en voerdes was er niks
we mochten niks mor dejen alles
urbanus was nen held
ons pa diejen oj nog haar en we telden al ons geld veur de kermis
showen in de boksauto’s
outrun in plaats van onze commodore
er waren geen cd’s geen mp3’s
alleen mor wa cassetjes
en buurman wa doet u nu
veur ons allereerste tetjes
het was zo simpel ammaal
zo simpel ammaal
zo simpel as ik vraag het aan

kvraagetaan

derde couplet potteke potteke potteke vet
de g’ed al honderd was men eerste brevet
’t songfestival jeuj later naar bed
the reflex fl-fl-fl-flex op ons tennisracket
ja jonges we zagen het groot
we wieren ammel profvoetballer of piloot
en haten was nog geen nationale sport
alleen misschient die koteletten op ons bord
bivakpotsen sponsen broekskes karbonaaien
die knielappen die z’ aan ons broekskes wilden naaien
betsaksaai bettemakemaai
ik stop ermee wa is men schaai
het was zo simpel ammaal
zo simpel ammaal
zo simpel as ik vraag het aan

kvraagetaan





Oorlogsherdenking

20 08 2006

Laat me u even terug meenemen in de tijd.
In 1944 ving het gezin van mijn toen 12-jarige grootmoeder een handvol Nederlandse kinderen op. Zij waren het door Duitsers bezette gebied ontvlucht, in het holst van een koude novembernacht door niemandsland getrokken en werden uiteindelijk opgevangen door de Engelsen. Die bezorgden de ukken van het gezin Jacobs opvang bij een boerenfamilie in Kerksken. De 8-jarige Gerda en haar broers en zussen bleven er een hele poos, tot de oorlog afgelopen was.

Meer dan 60 jaar later bestaan de vriendschapsbanden tussen beide families nog steeds. Mijn grootmoeder, nu 74, heeft haar dochters naar de Nederlanders genoemd. Omgekeerd kwam er bij het gezin na de oorlog nog een zusje bij, dat dan weer naar mijn oma genoemd werd. Er kwamen logeerpartijen en wederzijdse bezoekjes van. Nog steeds komen we minstens één keer per jaar bij elkaar. Alle grote familiegebeurtenissen aan beide kanten werden met elkaar gedeeld, zowel de vreugdevolle als de droevige. De ouders Jacobs en enkele van de kinderen zijn intussen overleden. Ook mijn overgrootvader, die de kinderen op zijn boerderij opvang bood, leeft al een tijdje niet meer. Maar toch is er nog niets verloren gegaan van de familiariteit en blijkt de gedeelde geschiedenis van Gerda en mijn grootmoeder voor een ijzersterke band gezorgd te hebben. Nu Gerda bijna 70 is, beseffen we dat we al die tijd al een derde grootmoeder gehad hebben, die in Nederland steevast aan onze verjaardag dacht en met haar opgeruimdheid en Hollandse nuchterheid altijd voor enthousiasme zorgde als ze op bezoek kwam. 

Vandaag was er weer zo’n samenzijn. Johan was vijftig geworden (!) en had alle betrokkenen uit Haaltert, Kerksken, Middelkerke, Aalst, Ninove en natuurlijk dus ook Nederland op een busje gezet, waarmee we door de Nederlandse provincies Gelderland en Limburg toerden. Daar werden de dramatische gebeurtenissen van 60 jaar geleden nog eens herbeleefd. We bezochten een oorlogskerkhof en luisterden naar de getuigenissen van onze nog erg kwieke Nederlandse seniorenvrienden. Die persoonlijke verhalen waren natuurlijk tienduizend keer interessanter dan een geschiedenisles en voor het eerst in al die jaren drong het goed tot me door hoe onze families eigenlijk verbonden zijn geraakt. Zo’n dimensie meer geeft een familiale gebeurtenis toch wat meer betekenis.

Maar het was ook een feestelijk dag. Buschauffeur Katleen maakte haar debuut, Elien vertelde met veel humor hoe ze haar auto in de prak had gereden, Ria was voor het eerst in jaren uitgeslapen op de familiefeestdag, Petje Willy zwaaide met zijn wandelstok, Nonkel Johan zou eigenlijk Leo moeten heten en SveN at een ijsje uit een wereldvermaard ijssalon in Grubbenvorst. We dachten natuurlijk aan Jelle die er niet meer bij is, en we misten ook onze Boris en Sarah die in Hongarije zaten. Veel groeten van oma Holland, trouwens.





Herinnering aan Sandra B.

10 03 2006

zakje.jpgGisteren bracht een krantenartikel herinneringen boven aan ene Sandra B., een bakkersdochter uit D. die in 1996 en ‘97 bij me in de klas zat. Sandra had graag aandacht, en die bleek ze het makkelijkst te krijgen door zielige verhalen te vertellen over mensen die haar dierbaar waren. Hoewel deze verhalen vaak (deels) waargebeurd waren, was de manier waarop Sandra ze uitbuitte, toch redelijk pathetisch.

Als Sandra’s verhalen op waren, zocht ze wat leed bij zichzelf. Lichamelijk ongemak bleek altijd een succes te zijn. Een verstuikte voet, hoofdpijn, … alles was goed om medelijden en bezorgdheid uit te lokken. Zo ook tijdens een schooluitstap naar het Zwin. Sandra was die dag in het water gevallen, en daar zat ik voor iets tussen. Iedereen kon er echter om lachen en de rest van de dag werd er vooral veel plezier gemaakt. Tijd dus voor wat drama, moet Sandra gedacht hebben. En dus manifesteerde zich tijdens de terugrit plots een paniekaanval die gepaard ging met angstig naar adem happen. Instinctief raadde de rest van de groep meteen aan om in een plastiek zakje te ademen. Zo trachtten we de arme Sandra tot rust te brengen. Enkele minuten was zij dan ook het centrum van alle aandacht.

De Morgen besteedt momenteel een serie artikels aan angst. Wat zegt Dr. Jazie, een arts in een angstcentrum in Lanaken? ‘Het plastic zakje werkt niet als je een angstaanval hebt, integendeel. Wij gebruiken het juist om een paniekaanval uit te lokken, die ontstaat als reactie op de CO2′.

Laat ons dit allemaal voor eeuwig onthouden, zodanig dat we de Sandra’s in ons leven in de toekomst kunnen helpen zoals het hoort! Al is het ook aannemelijk dat u de Sandra uit uw leven, maar meteen haar hele hoofd in het zakje laat steken. We zouden het u in bepaalde gevallen niet eens kwalijk nemen.