Net gemist? Bel naar de synopsist

18 05 2008

Ooit bedacht ik zelf een nieuw beroep: de synopsist. Inspiratie vond ik in het feit dat mijn huisgenoten, die net als ik allemaal graag naar televisie keken, zo af en toe het begin of zelfs een volledige aflevering misten van één van de vele series die bij ons gevolgd werden. Meestal vond ik het een klein kunstje te bepalen wat er precies gebeurd was. Met behulp van de tv-gids natuurlijk, maar uiteindelijk ook door gewoon erg goed te kijken en aldus snel te bepalen wie de personages waren en wat er tussen hen gebeurd was. Voor een doorsnee soap was dat niet zo’n probleem, maar daar werd bij ons zelden naar gekeken. Het ging hem echter vaak om afleveringen van (meestal) Britse en Amerikaanse series, waarbij telkens nieuwe verhaallijnen aan bod kwamen zodat je de aflevering toch wel van bij het begin diende te zien.

Later kwam het zelfs voor dat ik naar een programma begon te kijken dat ik eigenlijk zelf niet volgde, maar wel iemand anders bij ons thuis. Als mijn moeder dan, druk in de weer met één van haar vele hobby’s, na tien minuten kon beginnen kijken, schetste ik haar snel de situatie en richtte me weer tot mijn eigen bezigheden. Ik vond mezelf daar op den duur zo goed in, dat ik een gat in de markt zag: ‘een aflevering gemist van uw favoriete serie of te laat thuis om nog te kunnen volgen? Bel naar de synopsielijn en u kunt weer volgen.’

Ik stelde me dan voor dat ik een gezellige woonkamer zat met een stuk of vier tv-toestellen waarop voortdurend gezapt werd zodat ik alles tegelijk kon volgen. Van F.C. De Kampioenen en Poirot naar Medisch Centrum West of Neighbours. Ook films zou ik erbij nemen, want vaak zit essentiële informatie voor de plot, aan het begin van het verhaal. Mensen konden me dan opbellen om b.v. het volgende te aanhoren:

‘Inspector Morse is opgeroepen voor de diefstal van een kostbaar juweel uit de kluis van een Arabische walvisjager. De verdachten zijn de dochter van een concurrerende emir, een ontslagen secretaris met een allergie voor pruimenconfituur en de Hongaarse tangolerares. Aan het begin van de aflevering hebben we echter gezien dat de moeder van de walvisjager nogal nadrukkelijk de aankoop van het juweel afkeurde, dus niet verschieten als die er eigenlijk ook iets mee te maken heeft. Lewis kampt intussen met stinkvoeten.’

‘U hebt een hele week niet naar Mooi en Meedogenloos kunnen kijken? Sally Spectra heeft behoorlijk intens in de verte staan turen en Ridge en Brooke hebben elkaar hun liefde verklaard gedurende meerdere sessies van twintig minuten.’

‘De grap over de worst heeft betrekking op het beroep van de man met het ridicule accent. Dat is namelijk een worstendraaier. Niemand lust zijn worsten, maar de grap verwijst natuurlijk ook naar een dieperliggende betekenis van het woord ‘worst’. Die vijfendertigjarige griet achter de toog speelt de dochter van de cafébazin en we moeten dus veronderstellen dat ze 18 is. Op het einde zal alles op een misverstand blijken te berusten en die antiekhandelaar moet dan trakteren. Wat zegt u? Ah, u wou de afloop nog niet horen?’

‘Harold pleegt ontucht met Mrs. Mangel. Charlene struikelt over het nektapijt van Scott. De Turkse buurman wordt gestenigd door de Robinsons.’

Intussen zou mijn synopsielijn wel failliet zijn, vrees ik. Series worden alsmaar vaker op dvd bekeken, zijn beschikbaar op internet, samen met uitgebreide beschrijvingen van de plot en bovendien zou ik alsmaar minder vriendelijk uit de hoek komen na gehersenspoeld te zijn door jaren van slechte (Vlaamse) series.

‘Witse moet de moord op een landbouwer oplossen. Er zijn drie verdachten, allen te herkennen aan hun slechte acteerprestatie omdat het maar gastacteurs zijn: de echtgenote, de broer en de buurman van de landbouwer. Doch, er is zoals altijd ook één betrokkene die niet verdacht is omdat die een alibi heeft of goed kan liegen en die blijkt dan op  het eind toch de dader. Ik vermoed dat dat de zoon van de boer is. Veel plezier nog.’

Die rosse wil meedoen aan het commissarisexamen maar steeds als haar baas naast haar staat wordt ze opgebeld door de school van haar lastige kind, zodat we duidelijk aanvoelen dat ze gezin en werk niet kan combineren. Die homo van wie niet duidelijk is of hij nu grijs is omdat hij de veertig voorbij is of omdat hij er hip wil uitzien, wil ook commissaris worden maar hun vriendschap en collegialiteit zal daar niet onder leiden. Dat kon je weten doordat hij zei: ‘Onze vriendschap en collegialiteit zal hier niet onder leiden’. Verder is er een moordzaak met enkele verdachten, waarvan dan zoals gewoonlijk zal blijken dat die allemaal onschuldig zijn en de dader iemand is die vooraf niets met de zaak te maken leek te hebben. U kent dat intussen wel. Hier is het moeilijker om de gastacteurs van de vaste castleden te onderscheiden, want iedereen acteert even beroerd. Nog een gezellige avond gewenst.’

‘Cois heeft een hele litannie afgestoken, maar daar deze informatie is helaas niet beschikbaar wegens het gebrek aan Nederlandse woorden in de dialoog. We konden enkel nog ‘tes allemoal iet’ ontcijferen. Die in die rolstoel is weer eens ongelukkig want we moeten niet denken dat dat gemakkelijk is, in een rolstoel zitten. Die lesbische dokter wil een kind en heeft zopas in een uiterst educatieve en duidelijk door specialisten opgestelde monoloog uitgelegd hoe kunstmatige inseminatie werkt, zodat we ook nog eens iets bijleren.’

‘Die troela die echt doorleefd acteert dat ze niet door heeft dat ze zich eigenlijk gewoon eens goed moet wassen, is het slavinnetje van een modebedrijf waar iedereen mooi en hip is, behalve zij. Binnen tweehonderd afleveringen is ze mooi en hebt u een lezersbrief naar Dag Allemaal geschreven waarin u verklaart dat ‘Sara het schoonste is dat ooit op tv getoond is en het mag noooooooit stoppen want het is eindelijk nog eens een goeie serie en proficiat aan de vtm en Ben Crabbé kan de pot op’. Op het werk praat u met uw collega’s over de Simon, ‘ne smeerlap maar toch ne schone vent’, vraagt u zich af of u dit weekend de gebouwen van Présence eens zult gaan zoeken ‘om dat toch eens in het echt te zien’ en belt u naar de kuisvrouw van de nonkel van de buren van Kurt Rogiers of die ‘niet weet wanneer Sara schoon gaat worden?’. Maar waarom belt u eigenlijk? VTM zendt op zondag toch een zeven uur durende samenvatting uit waar u nog een keer naar kijkt zelfs al hebt u al de hele week gekeken? Geniet nog van uw avond en succes met de lobotomie.’

Wat denkt u? Een gat in de markt en een gegarandeerd succes?





Kleuterherinneringen

13 05 2008

Drie Deftige Dames wierpen me een blogstokje toe dat te maken heeft met jeugdherinneringen van vóór je vijfde levensjaar. Ik neem het stokje graag aan, want ik hou van herinneringen.

1. De eerste neger: ik was nog geen drie toen ik voor het eerst een zwarte man zag. Het was niet zomaar de minste: Billy Ocean. Deze Britse zanger kwam optreden in de zaak van mijn grootouders en backstage ontmoette ik hem terwijl ik op de arm van mijn moeder zat. Veel herinner ik me uiteraard niet, hoewel ik absoluut niet begreep wat die meneer aan zijn gezicht had en dat dus een enorme indruk op me maakte. Ik geloofde toen echt dat hij zich gewoon zwartgeverfd had. Hij stond ook aan de wasbak, voor de spiegel, dus dat zou verven zou kunnen kloppen. Mijn moeder meldde me later dat hij toen opmerkte dat ik prachtige schoentjes aanhad, maar dat herinner ik me dus uiteraard zelf niet meer. En toen hij later nog een keer kwam optreden, vroeg hij hoe het met ‘the little boy’ ging.

2. Aan zee: We logeren een weekje aan zee in een gehuurd appartementje. Mijn babybroertje slaapt in een babybedje in de kamer waar ook tante Ria slaapt. Ikzelf heb een bedje in een kamer die overdag als woonkamer dienst doet. Omdat het regenachtig is, zitten we op een dag binnen. Ik speel een fantasiespel waarbij ikzelf alle personages vertolk. Eén van de personages ligt in bed en dus moet ik, telkens als dit personage aan het woord is, in het bed gaan liggen. Mijn vader kijkt tv en krijgt het op de zenuwen van mijn gespeel. ‘Als je zo graag in dat bed ligt, blijf er dan maar inliggen!’ zegt hij een beetje boos. En ik blijf dus braaf in dat bed liggen. Maar verder een gelukkige jeugd hoor!

3. Kleurtjes: In de derde kleuterklas moeten we kleuren oefenen. Zuster Lina heeft allerlei blaadjes klaargelegd en ieder kind moet om de beurt naar haar komen om alle kleuren te noemen. Rood, geel, zwart, groen en blauw zijn makkelijk. Maar wie kent paars, oranje, beige, grijs of roze? De meisjes zijn flink, die kennen ze bijna allemaal. De jongens bakken er niets van. Iedere jongen die faalt in het correct benoemen van alle kleuren, moet van de zuster blijven rechtstaan. Wanneer ik aan de beurt ben, staan er al 10 jongens recht en geen enkel meisje. Ik ken mijn kleuren echter goed, bovendien heb ik goed opgelet elke keer wanneer iemand aan de beurt was. Ik noem ze dan ook vlotjes op, al half zegevierend, want ik zal de eerste jongen zijn die weer mag gaan zitten. ‘Goed zo,’ zegt de zuster. En verder niets. Ik moet dus ook blijven staan, blijkbaar, al heb ik dus geen idee waarom. Zeer oneerlijk!





Boosaardige puzzel

4 11 2007

Tijdens het snuisteren op zolder stootte ik op een oude puzzel. Bekijk dit tafereel even. Wie komt er in godsnaam op het idee dit als afbeelding van een puzzel te gebruiken? En ik als klein jongetje maar onnozel puzzelen en intussen onbewust allerlei angsten creëren. Arme Calimero, maar vooral arme kindjes die destijds zo’n boosaardige puzzel moesten maken.

dscn5511.jpg





13 06 2007

Jelle

13/06/83 - 13/03/06

jelle.jpg

Hands





My Life in Film: The Bonfire of the Vanities

8 06 2007

Over films en herinneringen. 

In 1994 zag ik The Bonfire of the Vanities voor het eerst op televisie, vier jaar nadat hij in de bioscoop gedraaid had. De drie hoofdrolspelers waren Tom Hanks, Melanie Griffith en Bruce Willis en dat leken me toen zeker redenen genoeg om de film te bekijken. Het verhaal van The Bonfire of the Vanities draaide om Sherman McCoy, een steenrijke beursmakelaar met een druk leven in de New Yorkse higbonfire_of_the_vanities2.jpgh society. Op een avond veroorzaakt zijn minnares een dodelijk ongeval in de Bronx en zo eindigt Sherman’s beschermde leventje. Hij wordt publiekelijk vernederd, belandt in een sociaal isolement, ziet zijn huwelijk naar de knoppen gaan en wordt de speelbal in een strijd tussen blanke en zwarte politici. Ik vond het een grandioze film, kickte op al die grote namen (ook Morgan Freeman en Kim Cattrall speelden mee en in een piepklein rolletje zelfs de vijfjarige Kirsten Dunst!), vond het verhaal boeiend en genoot van minstens drie geweldige scènes: Bruce Willis wordt gevolg in een minutenlang shot waarin hij dronken heen en weer zwalpt, Morgan Freeman geeft een typische moraliserende, maar knap gebrachte speech in de rechtszaal (’Be decent. Go home and be decent.’) en Tom Hanks verjaagt met een jachtgeweer alle gasten van het glamoureuze feestje van zijn vrouw.

Bij ons thuis werd toen al de Humo gelezen, en daarin kreeg de film minder dan twee sterren, wat niet echt positief is, om niet te zeggen vernietigend. Ik ben toen meer informatie gaan zoeken. De regisseur van de film was Brian De Palma, toch niet van de minsten. Het boek was gebaseerd op de roman van Tom Wolfe, een internationaal bekroonde auteur. En de cast bestond uit topacteurs. Wat was er dan verkeerd aan de film? Het bleek vooral een erg slechte romanadaptatie te zijn, volgens de algemene opinie. Wolfe was een scherp observator met een een groot talent voor satire. De roman was een sarcastisch vertelde zedenschets vol onsympathieke, zelfzuchtige personages en de meeste critici meenden dat De Palma (die klassiekers als Carrie, Scarface en The Untouchables had gemaakt) er niet in geslaagd was die opzet naar het grote scherm over te brengen. Ook de casting werd flink bekritiseerd, want voor alle rollen zouden compleet verkeerde acteurs gekozen zijn. De acteur F. Murray Abraham (uit ‘Amadeus’) eiste zelfs dat zijn naam van de credits gehaald werd. De film flopte en werd beschouwd als één van de slechtste films van de jaren ‘90.

Ik heb de film nadien nog twee keer bekeken (waarvan één keer op mijn verjaardag. Dit geheel terzijde, maar dat herinner ik me gewoon). En ik vond hem nog twee keer geweldig. Ik vind wel dat filmcritici meestal verstand van zaken hebben en wil de gebreken van de film best aanvaarden, maar niets verhindert dat ik gewoon erg geniet van deze prent. Ik zal de film altijd opnieuw bekijken als hij uitgezonden wordt, al is dat nu vooral uit sentimentele redenen. Ik hou van de visuele stijl (De Palma kan echt goochelen met zijn camera), van het acteerwerk (Melanie Griffith is geweldig als del) en van de complexe plot met veel personages. Het boek heb ik nooit gelezen (maar wel Ik ben Charlotte Simons van dezelfde schrijver en dat vond ik abominabel).

Ik dacht dat ik voor altijd de enige zou zijn die de film zou koesteren. Maar een jaar of twee later ontleende ik in de bibliotheek Blik op zeven, een bundeling filmrecensies van Knackjournalist Patrick Duynslaegher. Die had voor de meeste films geen goed woord over (altijd al een zeer strenge mens geweest), maar The Bonfire of the Vanities vond hij geweldig. Wat een opluchting dat mijn mening eindelijk bevestigd werd. Later heb ik dat weliswaar moeten relativeren (Duynslaegher vind ALLES van De Palma geweldig, zelfs zijn allerslechtste films), maar ik was toen gewoon erg tevreden over het feit dat ik mijn mening nergens door had laten beïnvloeden en voet bij stuk had gehouden. Een amateur-criticus was geboren.





My Life in Film: The Muppets & The Marx Brothers

5 04 2007

Op een foto uit mijn kleutertijd is te zien hoe ik al mijn duplo-ventjes samen laat troepen. Ik was gefascineerd door de diversiteit van de personages, al waren de verschillen eigenlijk miniem. Maar ik bedacht bij elk ventje een eigen identiteit, die vooral gebaseerd was op archetypische kenmerken. Iemand met een bril was slim. Iemand met een hoge hoed was oud en deftig. Zwart haar stond voor moed, blond haar voor onschuld. Enz.

Ik was ook dol op de smurfen, waar ieder maar één persoonlijkheidskenmerk had. En op Jommeke, waar al die personages uitvergroot werden (Dikke Springmuis! Mic Mac Jampudding! Professor Gobbelijn! Madam Pepermunt! Tita Telajora!).   Het allerleukste vond ik de avonturen waarbij zoveel mogelijk van die personages betrokken waren. Ik hield van de interactie tussen alle personages. Het Jubilee, het honderdste album van Jommeke, was mijn favoriet, want voor het eerst kwamen al die typetjes samen. Ook de Kuifje- en Nerostrips trokken me aan vanwege de zeer diverse en soms compleet van de pot gerukte personages (Clo-Clo! Tuizentfloot! Jansen en Janssen! Bianca Castafiore! Madam Pheip!).

   

Het spreekt voor zich dat ik op televisie gelijkaardige dingen zocht. Bestaan er gekkere figuren dan The Muppets? Ik ben nog altijd dol op de gezonde nonsens die deze kleurrijke, gevarieerde groep geschifte beesten brengt. Op al die heerlijke personages als Kermit, Miss Piggy, Fozzy Bear, The Great Gonzo en zijn kip CamillaScooterRowlf, de Zweedse kok, Animal, Dr. Bunsen Honeydew en zijn assistent Beaker, Rizzo the Rat, Sweetums, Sam the Eagle, Sgt. Floyd Pepper en Janice en natuurlijk Statler en Waldorf. Is er ooit een leukere groep personages bedacht? Want niet alleen zijn The Muppets grappig, vaak zelfs subversief, ze beschikken ook over een zeer uitgewerkt, consistent karakter. De interactie met echte mensen verliep dan ook feilloos (Gert Verhulst, eat your heart out) en vandaar dat ook de eerste drie films van de Muppets (The Muppet Movie, The Muppets take Manhattan en The Great Muppet Caper) tot mijn favorieten behoren. Ik kan ze blijven herbekijken (al bestaan ze nog niet op DVD!), niet alleen vanwege die figuren, ook vanwege die nostalgische, Amerikaanse sfeer. En ook een klein beetje vanwege de soms nogal melige liedjes… die ik zelfs op CD heb, maar sst, dat houden we onder ons.

Nu was ik niet alleen gefascineerd door interessante personages, hoewel toen wel de fundamenten voor mijn latere soapverslaving en voorliefde voor het betere televisiedrama werden gelegd, dat is duidelijk. Maar The Muppets stonden ook voor chaos. Decors vielen om, iemand werd opgegeten door een monster, kippen werden weggekatapulteerd, er vonden explosies plaats, … André Van Duin en John Cleese, twee van mijn jeugdidolen, waren ook al zo bedreven in het creëren van chaos. In de sketches van Van Duin liepen dingen verkeerd. Misverstanden die escaleerden. Fawlty Towers ging nog een stap verder. Misverstanden werden tot in het absurde doorgetrokken. Lijken vielen uit de kast. Elandenkoppen vielen van de muur. Mensen verkleedden zich. Iemand werd nat gespoten. Of de klassieker: iemand kreeg een taart in het gezicht. Ik lag altijd in een deuk, gegarandeerd. Ook de avonturen van Louis de Funès waren aan mij besteed natuurlijk. Mevrouw Ten Kate, voor wie dat wat zegt. The Freggles. Laurel en Hardy. The Simpsons uiteraard!   

   

Terug naar mijn speelgedrag. In het begin was er nog geen sprake van dramatische ontwikkelingen in enge zin in de verhaaltjes die ik speelde. Geen intriges of crisissen. Het enige wat ik mijn lego- en playmobilpersonages liet overkomen, waren rampen. Aardbevingen, stormen, overstromingen, kettingbotsingen, enz. Natuurlijk ging er niemand dood. Het punt was gewoon chaos te creëren en de personages even van de wijs te brengen. Zo’ n legostad (en die was bij ons echt wel enkele vierkante meters groot!) werd dan nadien weer helemaal opgebouwd - wat uren duurde - om er weer een vliegtuig te laten op neerstoren. Ik stond er op dat moment niet bij stil, maar ik hield van chaos. Niet in werkelijkheid, maar in mijn fantasie. En op het grote scherm. Rampenfilms als The Poseidon Adventure, bv. 
 

En toen ontdekte in eindelijk zo’n film waarin die twee dingen - een variatie aan personages en een situatie die in chaos uitmondt - samenvielen. Ik herinner me niet dat ik ooit harder gelachen heb dan met de film A Night at the Opera, van The Marx Brothers. Een echt goede film is het niet. De plot is zwak en in feite is het verhaal niet erg interessant. Maar één klassiek geworden scène doet het hem. Laat me ze proberen te beschrijven. Groucho Marx, de snuggerste, meest gevatte en beroemdste Marx Brother, bevindt zich aan boord van een schip, in zijn kajuit. Tot zijn verbazing treft hij in zijn bagage niet zijn kleren aan, maar zijn twee boers - waarvan er één slaapt - en hun vriend. Vervolgens bieden er zich allerlei mensen aan in de kajuit: twee machinisten, vier bedienden met grote schotels vol eten, een manicuriste, iemand die de telefoon wil gebruiken, een poetsvrouw, twee dames die de bedden komen opmaken, iemand die haar tante Minny zoekt enz. De kleine kajuit wordt steeds voller en voller en de slapende broer is een behoorlijke lastpost. En dan komt de dame aan met wie Groucho een afspraak heeft. Zij trekt de deur van de kajuit open en iedereen rolt naar buiten. Scène afgelopen.

Ik vind deze filmscène het toppunt van hilariteit en ze mag beslist gelden als mijn favoriete filmscène aller tijden. Ik hou van het feit dat die personages ernstig reageren op een bijna onmogelijke situatie. Waarom komen ze binnen ondanks het feit dat de hut al vol is? Groucho zelf ziet er wel de grap van in. Hij heeft perfect door dat niemand zijn job kan doen in die situatie, maar laat niettemin nog meer mensen naar binnen. En tenslotte is er dan vrij onverwachte beeld van die dame die de deur opentrekt. Je ziet het niet echt aankomen. Die kleine verrassing is het perfecte einde van een juweel van een scène.

Ik moest The Muppets en The Marx Brothers dus wel in één stukje samenbrengen. Ze definiëren mij in zekere zin. Nog altijd ben ik verlekkerd op chaos, al zijn de meeste rampenfilms barslecht. Nog altijd koester ik goede fictieve personages, al slagen heel wat series en films er niet in personages tot leven te brengen die meer zijn dan stereotypen. En af en toe durf ik zelfs fantaseren dat de werkelijkheid op zijn kop wordt gezet door van die chaotische toestanden.  Dan rijdt een auto het café binnen waar ik zit of overstroomt de school waar ik werk. Er valt een meteoriet op het huis van de buren of er landt een ufo op de markt van Haaltert. De trein ontspoort of de cinema staat in brand. Paniek, hysterie, chaos, maar geen doden uiteraard. Niets macaber dus aan dit soort heerlijke fantasieën die de werkelijkheid op zijn kop zetten. Ik hoop dat ze nog lang in mijn hoofd mogen rondsluimeren.





My Life in Film: E.T.

7 03 2007

Ik werd al van kleinsaf aan meegenomen naar de bioscoop, al was er nog geen sprake van multiplexen en was het dus maar naar de Palace in Aalst. Mijn eerste bioscoopfilm was The Aristocats, maar toen ik 6 was, mocht ik mee naar mijn allereerste échte film in de cinema: E.T., in 1983. Met mama en tante Ria, terwijl Boris, die nog te klein was, thuis bleef bij papa.

Ik herinner me nog veel van die film, al denk ik niet dat het aandoenlijke wezentje mij echt iets deed. Het bleef me bij hoe hij op een bepaald moment bewusteloos en lijkbleek in het water werd aangetroffen. En toen Elliott - het jongetje dat E.T. redde - op het einde op een bed moest liggen en via allerlei draden verbonden werd aan een machine, vond ik dat erg fascinerend. Ik was in ieder geval de hele film door geboeid en bleef braaf zitten. Maar ik bekeek het toch allemaal maar vanop een afstand. Ik was wellicht nog te klein om emotioneel betrokken te zijn, denk ik.

Ik kreeg toen een poster van E.T., wat me achteraf beschouwd wel wat vreemd lijkt. Uiteindelijk is E.T. niet bepaald postermateriaal. Om één of andere reden kwam de poster maar niet aan de muur. Enkele jaren later zag ik deze blockbuster terug op televisie. De beginscène in het maïsveld vond ik angstaanjagend. Ook gedurende de rest van de film, joeg E.T. me de stuipen op het lijf. Hij leek wel een misvormde, slijmerige, grootogige hond en hij maakte nog enge geluidjes ook. Het drong langzaam tot me door dat dit eigenlijk een regelrechte horrorfilm was! Ik was maar wat blij dat E.T. op het einde zijn biezen pakte en van onze aardbol verdween. Kort daarop werd de poster van de vriendelijke alien dan toch opgehangen, zonder dat ik er om gevraagd had. In mijn bed werd ik door E.T. aangestaard. Ik kon er niet naar kijken. In elke donkere ruimte die ik sindsdien binnen stapte, meende ik E.T. te herkennen. ’s Nachts meende ik hem onder mijn bed te horen.

Lang heeft dat niet geduurd. Ik zag kort daarop een klein stukje van The Gremlins en zij mochten E.T. vervangen in de nachtmerries van de daaropvolgende jaren. Ik bekeek E.T. nog een keer, en ik vond er niets eng meer aan. Plots vond ik dan toch een meeslepende film die me ontroerde en die ik nu met veel plezier herbekijk. En ik slaap goed.





My Life in Films: The Goonies

19 02 2007

goonies1.jpggoonies-m.jpg 

Een beetje vreemd toch dat een filmfreak als ik het hier zo weinig over film heb. Begrijpelijk anderzijds. Ik ben er al zo vaak mee bezig dat ik geen behoefte heb er hier ook nog eens op terug te komen. Daarnaast is er het te vervloeken feit dat ik door mijn werk veel te weinig aan films toekom. Wat dan ook nog meespeelt, is dat ik toch heel wat van mijn lezers persoonlijk ken en weet dat de meesten van hen niet echt in film geïnteresseerd zijn.

Maar nu mijn bezoekersaantal de laatste maanden verbazingwekkende stijgingen aanneemt, waag ik het toch af en toe wat minder voor een bepaald publiek te schrijven. Tenslotte is dit mijn eigen blog en brabbel ik hier waarover ik wil. Dus volgt nu de nieuwe reeks: mijn leven in films. Aan heel wat films heb ik bepaalde herinneringen opgehangen, die soms misschien het vermelden waard zijn. En als ze dat niet zijn, vormen ze voor mij toch een mooie schrijfoefening. 

Het startschot wordt gegeven door The Goonies.

1985 was het toen de film verscheen. Ons gezinnetje trok bijna elke zondag naar de Quick (in die tijd was dat zeer modern!) en de fastfoodketen steunde de promocampagne van deze familiefilm. Zo kreeg elke bezoeker een affiche van de film en die zag er veelbelovend uit. Die film wilden wij dus wel zien. Maar hoewel we toen al regelmatig naar de bioscoop mochten, kwam het er niet van.  

Enkele jaren later zagen we de film op televisie. Of misschien had onze moeder hem uit de videotheek meegebracht. In ieder geval vonden Boris en ik het een fantastische film. Het ging over een groepje vrienden (nogal stereotiepe figuren) en een schatkaart en een verborgen piratenschip en een verminkte trol en een bende slechterikken. De film (geproduceerd door Steven Spielberg) bevatte alles wat we fantastisch vonden. Al kwam de scène die op de poster stond, er eigenlijk niet in voor, er was avontuur en spanning en roetsjbanen en een schat en vriendschap en veel water (ik was toen al dol op pretparkattracties waar je nat in werd). (In tegenstelling tot Boris die een volledig dagje Efteling liep te mokken vanwege natte kleren) en we kregen er geen genoeg van. Zes keer hebben we de film in de daaropvolgende jaren gehuurd. Films kocht je toen nog niet.

Voor mij beschikte deze film over drie grote troeven:
3) Het verhaal:
Ik raakte zo meegesleept door het avontuurlijke aspect, dat ik nog jarenlang gefantaseerd heb zelf zoiets mee te maken. Een beetje vreemd wel, want ik was niet zo’n avontuurlijk kind. Maar het waren ook de personages. Ieder had een duidelijke functie in het verhaal en alle kinderen waren op één of andere manier wel een beetje sukkelachtig. Maar op het einde waren ze allemaal vriendjes.

De ‘tagline’ van de film is wel behoorlijk stupide:
‘They call themselvers ‘The Goonies’
The Secret Cave.
The Old Lighthouse.
The Lost Map.
The Treacherous Traps.
The Hidden Treasure.
And Sloth…
Join the Adventure.

Tja, dat kun je moeilijk nog een ‘tagline’ noemen. Eerder een weinig originele samenvatting van de film. Ook al vol clichés.

2) De muziek, die zo opzwepend was dat ik het deuntje van de begingeneriek nog jarenlang geneuried heb. 

1) Martha Plimpton, die in de film het lelijke meisje met de bril moest spelen maar wel tien keer interessanter was dan de cheerleader die een prominentere rol speelde. Haar personage was kritisch en evolueerde het meest doorheen het verhaal. En op het einde bleek ze zonder bril helemaal niet lelijk te zijn! (Intussen een torenhoog cliché). Ik raakte helemaal in de ban van deze actrice, die in de jaren ‘80 in heel wat bekende films meespeelde, maar van wie later niet veel meer werd vernomen. Toch is ze nog altijd actief en is ze af en toe nog een goede rol te zien, dus ik blijf haar in de gaten houden. Een overzicht van haar films vindt u hier
Overigens, voor de geïnteresseerden: de hoofdrol werd gespeeld door Sean Astin, die later bekend werd als Sam Gamgee uit Lord of the Rings.

Nu heb ik The Goonies uiteraard op DVD, al bekijk ik de film niet echt vaak meer. Ik ken de dialogen voor een groot deel uit het hoofd, vind de plot nu wat te simpel en stoor mij aan al die clichés. Maar het stelt me gerust te weten dat ik deze film altijd kan bekijken als ik dat wil. En dan neurie ik de muziek nog altijd mee. 





Jeugdsentiment

31 01 2007

Vorige week hoorde ik op Studio Brussel ik een flard van een liedje dat mij meteen meesleepte. Mooie melodie, maar de kracht zat in de tekst. Ik ving allerlei begrippen op die ik meteen herkende en die allerlei herinnerigen opriepen. De groep Fixkes blijkt dan ook allemaal uit ongeveer dertigjarigen te bestaan die hun jeugd bezingen,. Vandaar dus die herkenning, al heb ik nooit getennist of piloot willen worden.

‘kvraagetaan’ is een heel nostalgisch liedje over de onschuld van de kindertijd. Geen ongelooflijk origineel thema, maar doordat de periode in kwestie eigenlijk nog relatief kortgeleden is, wel een erg verrassend thema. Ineens ben ik blijkbaar oud genoeg om uit een tijd te stammen die voorgoed voorbij is. Aan dat besef raak ik wel gewend, maar dit liedje maakt het wel niet makkelijker. Iedereen tussen de 28 en 32: hoor hier uw verleden schitterend bezongen worden in het Stabroeks. 

Makkik binnen makkik binnen om een lieke te beginnen
over de dinges die kik mij ammaal herinner
uit de goeien ouwen tijd
van rekenen en vlijt
een leven zonder zorgen ambitie of spijt
heelder dagen gaan sjotten
voor den donkere thuis
alleen maar wa ravotten
en t school daar kwam niks van in huis
drei keer durven was doen
maskes plagen liefde vragen
en al wa ge zegt da waarde zelf
me uw broek in den helft
het was zo simpel ammaal
zo simpel ammaal
zo simpel as ik vraag het aan

kvraagetaan

er was nog gene gsm gene vtm
en niemand die hannibal of murdock wilde zen
rons honeymoon carolientje merlina met de parafix
en voerdes was er niks
we mochten niks mor dejen alles
urbanus was nen held
ons pa diejen oj nog haar en we telden al ons geld veur de kermis
showen in de boksauto’s
outrun in plaats van onze commodore
er waren geen cd’s geen mp3’s
alleen mor wa cassetjes
en buurman wa doet u nu
veur ons allereerste tetjes
het was zo simpel ammaal
zo simpel ammaal
zo simpel as ik vraag het aan

kvraagetaan

derde couplet potteke potteke potteke vet
de g’ed al honderd was men eerste brevet
’t songfestival jeuj later naar bed
the reflex fl-fl-fl-flex op ons tennisracket
ja jonges we zagen het groot
we wieren ammel profvoetballer of piloot
en haten was nog geen nationale sport
alleen misschient die koteletten op ons bord
bivakpotsen sponsen broekskes karbonaaien
die knielappen die z’ aan ons broekskes wilden naaien
betsaksaai bettemakemaai
ik stop ermee wa is men schaai
het was zo simpel ammaal
zo simpel ammaal
zo simpel as ik vraag het aan

kvraagetaan





Oorlogsherdenking

20 08 2006

Laat me u even terug meenemen in de tijd.
In 1944 ving het gezin van mijn toen 12-jarige grootmoeder een handvol Nederlandse kinderen op. Zij waren het door Duitsers bezette gebied ontvlucht, in het holst van een koude novembernacht door niemandsland getrokken en werden uiteindelijk opgevangen door de Engelsen. Die bezorgden de ukken van het gezin Jacobs opvang bij een boerenfamilie in Kerksken. De 8-jarige Gerda en haar broers en zussen bleven er een hele poos, tot de oorlog afgelopen was.

Meer dan 60 jaar later bestaan de vriendschapsbanden tussen beide families nog steeds. Mijn grootmoeder, nu 74, heeft haar dochters naar de Nederlanders genoemd. Omgekeerd kwam er bij het gezin na de oorlog nog een zusje bij, dat dan weer naar mijn oma genoemd werd. Er kwamen logeerpartijen en wederzijdse bezoekjes van. Nog steeds komen we minstens één keer per jaar bij elkaar. Alle grote familiegebeurtenissen aan beide kanten werden met elkaar gedeeld, zowel de vreugdevolle als de droevige. De ouders Jacobs en enkele van de kinderen zijn intussen overleden. Ook mijn overgrootvader, die de kinderen op zijn boerderij opvang bood, leeft al een tijdje niet meer. Maar toch is er nog niets verloren gegaan van de familiariteit en blijkt de gedeelde geschiedenis van Gerda en mijn grootmoeder voor een ijzersterke band gezorgd te hebben. Nu Gerda bijna 70 is, beseffen we dat we al die tijd al een derde grootmoeder gehad hebben, die in Nederland steevast aan onze verjaardag dacht en met haar opgeruimdheid en Hollandse nuchterheid altijd voor enthousiasme zorgde als ze op bezoek kwam. 

Vandaag was er weer zo’n samenzijn. Johan was vijftig geworden (!) en had alle betrokkenen uit Haaltert, Kerksken, Middelkerke, Aalst, Ninove en natuurlijk dus ook Nederland op een busje gezet, waarmee we door de Nederlandse provincies Gelderland en Limburg toerden. Daar werden de dramatische gebeurtenissen van 60 jaar geleden nog eens herbeleefd. We bezochten een oorlogskerkhof en luisterden naar de getuigenissen van onze nog erg kwieke Nederlandse seniorenvrienden. Die persoonlijke verhalen waren natuurlijk tienduizend keer interessanter dan een geschiedenisles en voor het eerst in al die jaren drong het goed tot me door hoe onze families eigenlijk verbonden zijn geraakt. Zo’n dimensie meer geeft een familiale gebeurtenis toch wat meer betekenis.

Maar het was ook een feestelijk dag. Buschauffeur Katleen maakte haar debuut, Elien vertelde met veel humor hoe ze haar auto in de prak had gereden, Ria was voor het eerst in jaren uitgeslapen op de familiefeestdag, Petje Willy zwaaide met zijn wandelstok, Nonkel Johan zou eigenlijk Leo moeten heten en SveN at een ijsje uit een wereldvermaard ijssalon in Grubbenvorst. We dachten natuurlijk aan Jelle die er niet meer bij is, en we misten ook onze Boris en Sarah die in Hongarije zaten. Veel groeten van oma Holland, trouwens.





Herinnering aan Sandra B.

10 03 2006

zakje.jpgGisteren bracht een krantenartikel herinneringen boven aan ene Sandra B., een bakkersdochter uit D. die in 1996 en ‘97 bij me in de klas zat. Sandra had graag aandacht, en die bleek ze het makkelijkst te krijgen door zielige verhalen te vertellen over mensen die haar dierbaar waren. Hoewel deze verhalen vaak (deels) waargebeurd waren, was de manier waarop Sandra ze uitbuitte, toch redelijk pathetisch.

Als Sandra’s verhalen op waren, zocht ze wat leed bij zichzelf. Lichamelijk ongemak bleek altijd een succes te zijn. Een verstuikte voet, hoofdpijn, … alles was goed om medelijden en bezorgdheid uit te lokken. Zo ook tijdens een schooluitstap naar het Zwin. Sandra was die dag in het water gevallen, en daar zat ik voor iets tussen. Iedereen kon er echter om lachen en de rest van de dag werd er vooral veel plezier gemaakt. Tijd dus voor wat drama, moet Sandra gedacht hebben. En dus manifesteerde zich tijdens de terugrit plots een paniekaanval die gepaard ging met angstig naar adem happen. Instinctief raadde de rest van de groep meteen aan om in een plastiek zakje te ademen. Zo trachtten we de arme Sandra tot rust te brengen. Enkele minuten was zij dan ook het centrum van alle aandacht.

De Morgen besteedt momenteel een serie artikels aan angst. Wat zegt Dr. Jazie, een arts in een angstcentrum in Lanaken? ‘Het plastic zakje werkt niet als je een angstaanval hebt, integendeel. Wij gebruiken het juist om een paniekaanval uit te lokken, die ontstaat als reactie op de CO2′.

Laat ons dit allemaal voor eeuwig onthouden, zodanig dat we de Sandra’s in ons leven in de toekomst kunnen helpen zoals het hoort! Al is het ook aannemelijk dat u de Sandra uit uw leven, maar meteen haar hele hoofd in het zakje laat steken. We zouden het u in bepaalde gevallen niet eens kwalijk nemen.