Lectuurtip: Bonita Avenue

10 04 2012

De Nederlander Peter Buwalda verschijnt op het literaire toneel met een debuut van formaat. Bonita Avenue is één van de meest meeslepende romans die ik in lange tijd gelezen heb.

De plot van dit uitgekiend familiedrama ontvouwt zich op meesterlijke wijze tot een grootse tragedie. De waaier van prachtig verweven plotlijnen draait rond het langzame verval van een familie. Hoofdpersonage Siem Sigerius ziet zijn wereld in elkaar storten wanneer hij het geheim van zijn stiefdochter en haar vriendje ontdekt. Nochtans heeft hij zelf ook wel één en ander te verbergen. Met veel precisie worden zowel de oorzaken als gevolgen van de verschillende gebeurtenissen beschreven, in een vernuftige flashbackstijl waarbij we al meteen heel veel te weten komen, maar niet de exacte hoe en wat’s. 542 pagina’s lang meandert Bonita Avenue doorheen idyllische Californische straten, Twentse universiteitsgebouwen, zwartgeblakerde of weggeblazen woonwijken in Enschede, drukke straten van Los Angeles en zelfs Ardense bossen om uiteindelijk alles beetje bij beetje te onthullen.

Op zich is dit verhaal al bijzonder sterk, zij het dat het eigenlijk opgebouwd is met vertrouwde dramatische situaties die zich als een meeslepende film voor de lezer afspelen. Maar de levensechtheid en diepgang waarmee de personages geschetst worden én de piekfijne, gedetailleerde, sprekende schrijfstijl voegen daar twee extra dimensies aan toe, waardoor je helemaal het verhaal ingezogen wordt.

Omdat ik vermoedde dat de bibliotheek me heel lang zou laten wachten op dit boek, heb ik het uitzonderlijk maar zelf gekocht. Het was zijn geld dubbel en dik waard en ik laat zijn halfgouden kaft graag schitteren in mijn boekenkast.





Gelezen in 2011

29 12 2011

Ben tevreden over mijn leesoogst van het voorbije jaar. 25 romans is zo ongeveer hetzelfde als de voorgaande jaren – maar ik heb wel de indruk zeer genoten te hebben van het lezen.
Romans

1/ Alexander McCall SmithDe Goede Echtgenoot van de Zebra Drive (***). Vervolg in een zeer onderhoudende en charmante reeks over een Afrikaanse detective.

2/Elly GriffithsOffersteen (**1/2) Doorsnee thriller.

3/Paul AusterSunset Park (***) Ik blijf fan van Auster.

4/Patricia WoodDe Loterij (***) Fijn leesvoer! (lees hier)

5/ Hans DorrestijnDe wraak van de Spaanse kat (**) Gedateerd. Kostte moeite maar ik kreeg het van een leerling, dus…

6/Marie HermansonDe man onder de trap (***) Knappe psychologische roman!

7/Ronald GiphartIJsland (***) Mooi! (lees hier)

8/ Sharon PomerantzRich Boy (***) Was ik al wat vergeten. Niet memorabel dus maar graag gelezen.

9/ Jan VantoortelboomDe Verzonken Jongen (***) Heerlijk nostalgisch Vlaams. De auteur zelfs gemaild om te zeggen hoe goed ik het vond.

10/Herman KochHet Diner (***) Meteen verKocht!

11/Nick Hornby - Juliet, Naakt (**1/2) Heb het stilaan wel gehad met Hornby’s sukkelige personages.

12/Torsten KrolKinderen van de Jungle (***). Een voltreffer! (lees hier)

13/Douglas CouplandGeneratie A (***) Leuk! (lees hier)

14/Stephen FryHet Nijlpaard (**1/2) Herinnering is al vervaagd, moet ik zeggen.

15/Esther FreudEen kwestie van geluk (***1/2). Geweldige roman over de levens van vier jongeren met acteerambities.

16/Benjamin KunkelBesluitloos (**1/2) Best oké.

17/Tom RachmanDe Onvolmaakten. (****) Mijn favoriet, nog steeds spijt dat hij niet dikker was. (lees hier)

18/Robert WilliamsLuke en John (***1/2). Nogal tragisch.

19/Preston & ChildGideon’s Wraak (***). Ben  niet meer zo’n thrillerfanaat en dit is ook niet erg goed geschreven, maar wel spannend.

20/Alan HollinghurstKind van een Vreemde (***1/2). Formidabele schrijfstijl, enkele briljante momenten, origineel concept. Een kleine dip in het midden, anders waren het 4 sterren.

21/Paul Baeten GrondaOnder Vrienden (***) Goed hoor, maar er zat meer in. (lees hier)

22/Herman KochZomerhuis met zwembad (***1/2). Knap knap knap! (hier)

23/David Gilmour - De Filmclub (***). Filmcriticus leert zijn zoon alles over het leven door naar films te kijken.

24/Joe Dunthorne - Het Feest is voorbij (***). Erg goed, maar Submarien was beter.

25/Rachel WardDe Chaos (**1/2). Vrij spannende jeugdroman waarvan ik niet noodzakelijk ook het vervolg wil lezen.

En had ik begin december niet het vuistdikke en al bij al niet zo meeslepende Calamiteitenleer voor Gevorderden aangevangen, dan was de lijst toch langer geweest. Jammer.

Liggen klaar voor 2012: Zelf (Yann Martel), Het Leukste Jaar uit de geschiedenis van de mensheid (Giphart), Schokgolven (Jonathan Franzen, van wie ik ook nog Vrijheid wil lezen), Gelukkig zijn we machteloos (Ivo Victoria).

Grafische romans

1/ Jeff LemireEssex County

2/ Alex RobinsonTricked

3/ Walking Dead, delen 1 t.e.m. 6. Spannend!

Strips

Het achtste deel van Kobijn was het beste tot nu toe. De reis naar Antares blijft enorm meeslepend. De spin-off De Overlevenden is al even veelbelovend. Om Dirkjan moet ik blijven lachen en de Donjon blijft een heerlijke aantrekkingskracht uitoefenen. Even geen zin om te checken wanneer de laatste Largo Winch verscheen, maar als dat dit jaar was, heeft die me zeker en vast leesplezier bezorgd.





Lectuurtip: Zomerhuis met Zwembad

6 11 2011

Het genoegen van goede lectuur laat zich slechts enkele keren per jaar waarnemen. Ironisch dat het leesplezier bij zulke werken ook altijd het snelst voorbij is, gezien de manier waarop het je aanzet verder te lezen. Zomerhuis met Zwembad wist me op een avond of drie compleet voor zich te winnen en nam in mijn hoofd al snel de vorm aan van een heerlijk spannende film.

Ik had vooraf de kans hoog ingeschat dat deze roman me zou bevallen. Van Herman Koch las ik ook Het Diner en dat bleek al te getuigen van zijn talent om levensechte personages te schetsen die geloofwaardige dialogen hanteren en in een situatie belanden die psychologisch steeds benauwender wordt. Zomerhuis met Zwembad vergroot deze eigenschappen nog met als resultaat een razendsnel voortdenderende thriller.

De protagonist is er eentje om niet snel te vergeten. Marc Schlosser is een huisarts met bedenkelijke morele opvattingen en sociale principes. Wanneer hij met vrouw en dochters gaat logeren bij een patiënt die hem uitgenodigd heeft in zijn zomerhuis in Frankrijk, gebeuren er een aantal zaken die de onderlinge relaties drastisch dreigen te veranderen.

De sterkte van deze meeslepende roman zit volgens mij in het strakke verteltempo. Geen enkel personage of situatie is er zomaar: alles en iedereen heeft zijn rol in het verhaal. Koch heeft zijn plot volledig onder controle. De occasionele afdwaling gunt ons een blik in het hoofd van het hoofdpersonage: er huizen weinig empathische gedachten, zeker voor een huisarts, die het verhaal een griezelige ondertoon geven.

Grote literatuur is dit niet, maar Koch toont zich een meesterlijk verteller die schitterend personages tot leven kan wekken en een verstikkende atmosfeer weet op te roepen. Het is lectuur voor het grote publiek – het werd dan ook een bestseller – , meeslepend zoals de betere Hollywoodfilm.





Lectuurtip: Onder Vrienden

2 11 2011

Ik was wel te vinden voor de hapklare vertelstijl van Paul Baeten Gronda, van wie ik zijn eerste roman Nemen wij dan samen afscheid van de liefde las. Zijn derde roman  – een toch wel erg dun boekje – is me goed bevallen, al vind ik dit echt sneetjeslectuur: zo leg je er gerust meerdere tussen je boterham.

PB Gronda beschrijft het samenkomen van een groep vrienden ter ere van de dertigste verjaardag van het hoofdpersonage. De samenstelling van de groep en de verrassende onthullingen die de relaties tussen allen na die avond duidelijk geherdefinieerd zullen hebben, zorgen voor boeiende lectuur, hoewel die zaken weinig origineel zijn en zelfs in zekere zin gezocht en nadrukkelijk literair aandoen. Vriendengroepen in romans bestaan altijd uit een klein, bevatbaar clubje, verantwoord samengesteld uit koppels en vrijgezellen, hetero’s en homo’s, rijke en minder rijke, intellectuele en minder intellectuele personages en dan liefst nog iemand met een andere nationaliteit of huidskleur. Kortom: het soort vriendengroepjes dat vooral in fictie voorkomt. En in hoeverre bent u in werkelijkheid wel eens getuige van een grote revelatie, laat staan van meerdere na elkaar?

Hoewel het me dus stoort dat PB Gronda zo weinig moeite heeft gedaan om wat levensechter uit de hoek te komen – hoewel: voor iemand die volgens de achterflap ‘afwisselend in Leuven, Borgosesia en New York woont’ is dit misschien wel levensecht – leest Onder Vrienden lekker weg. De personages zijn leuk getypeerd en de dialogen zijn gevat. Jammer dan ook dat er niet meer mee gedaan wordt. Ronald Giphart – ongetwijfeld een invloed op Gronda – zou er zich niet zo makkelijk vanaf gemaakt hebben.

De beschouwingen rond het ouder en volwassener worden, beschrijft de achterflap als ‘Zo snijdt hij met humor en venijn in zijn eigen vlees en in dat van zijn leeftijdsgenoten‘. Dat vind ik vergezocht, want hoewel Gronda niet veel tekst nodig heeft om de opvattingen van de personages te schetsen, zijn het ook best wel stereotiepe beschouwingen. Ik vraag me toch wel af wie die leeftijdsgenoten van Gronda in werkelijkheid zijn. Dit lijkt me beslist geen verhaal dat als illustratie kan dienen bij de identiteit van mijn generatie. Maar wijn wonen dan ook niet afwisselend in Leuven, Borgosesia of New York natuurlijk.

In zijn geheel dus echt te weinig essentieel en nergens zijn potentieel waarmakend, maar wel een leuk leestussendoortje.

Om af te sluiten een fragmentje dat ik erg herkenbaar vond:

“Maar hij is echt een beste kerel hoor, als je hem leert kennen. Weet je wat het is met al die geweldige mensen die je eerst moet leren kennen? Dat zijn eikels. En je leert hen niet kennen, je went gewoon aan het feit dat het eikels zijn.”





Lectuurtip: De Onvolmaakten

15 07 2011

Als je op de koudste 14e juli ooit – zo meldt Frank Deboosere toch – de regen en wind compleet kan vergeten omdat je zo meegesleept wordt door een boek, dan kunnen we gerust stellen dat het hier om een voltreffer gaat. De Onvolmaakten van Tom Rachman heb ik in een razend tempo uitgelezen.

Plaats van handelen is de redactie van een internationale krant in Rome, maar op zich heeft de plot weinig met de nieuwswereld te maken, al is de schrijver zelf een journalist.  Hij laat ons kennismaken met elf personages die allemaal iets met de krant te maken hebben, maar die we vooral op privévlak volgen. De meeste van deze figuren leiden een verre van perfect leven en streven vaak vruchteloos naar beterschap. Allemaal lijken ze  echter omringd door negativisme en ellende.

Het bijzondere is dat heel wat personages ook in één van de andere hoofdstukken opdagen, waardoor we hen ook in een ander daglicht te zien krijgen. Zo krijg je een brede kijk op al deze mensen, die uiteindelijk allemaal vooral medelijden verdienen. Als rode draad wordt in ieder hoofdstuk een stukje geschiedenis van de krant geschetst.

Dat deze verhalen zo ongelooflijk meeslepen, ligt aan de treffende wijze waarop Rachman zijn personages opvoert. Hij maakt hen levensecht en maakt hun dagelijks doen en laten erg boeiend. De dialogen komen uitermate natuurlijk over en de gebeurtenissen gaan zich al snel filmsgewijs voor je ogen voltrekken. Op bepaalde momenten kreeg ik zelfs de aandrang om deel te nemen aan de actie in het boek.

Op literair vlak lijkt Rachman bescheiden te blijven, maar de knappe karakterontwikkeling en de heerlijke verweving van gebeurtenissen, zorgen er voor dat De Onvolmaakten haast niet weg te leggen is. Dat gebeurt me wel vaker, en wellicht is deze roman, hoewel bedolven onder lof, geen literair meesterwerk. Maar niettemin vond ik het verschrikkelijk jammer dat de 304 pagina’s om waren en kan ik niet wachten op Rachman’s tweede werk.





Lectuurtip: Generatie A

4 07 2011

De Canadees Douglas Coupland is al jaren één van mijn favoriete auteurs en ook de schrijver van wie ik al het meeste romans las. De man durft wel eens in herhaling vallen, maar kan als geen ander een (ironisch) beeld schetsen van de moderne mens. In Generatie A doet hij dat opnieuw met veel vindingrijkheid, al is het bij momenten benauwend hoe realistische zijn toekomstbeeld wel zou kunnen zijn.

We bevinden ons ergens in de 21e eeuw. Op de hele wereld komen geen bijen meer voor, met rampzalige gevolgen, voornamelijk voor de voedselvoorziening. Tot vijf willekeurige mensen, verspreid over de wereld, zonder enige aanwijsbare reden, gestoken worden door een bij. De overheid brengt hen samen, maar de bedoeling daarvan is aanvankelijk onduidelijk en vervolgens eerder onfris.

Hoewel het verhaal op zich niet zo veel voorstelt, en de karakterontwikkeling van de personages ondergeschikt is aan wat ze representeren, blijft Generatie A boeiend tot het eind. Coupland slaagt er schitterend in een aantal essentiële thema’s die mee onze huidige maatschappij (mis)vormen, aan te snijden op vaak licht komische wijze: de toenemende macht van de geneesmiddelenindustrie, de afname van de vrije wil van de mens, de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk,  de globalisering, de  digitalisering en de invloed van de technologie op onze communicatie, … Daar stelt hij de kracht van verbeelding en van verhalen tegenover, en de energie van echte menselijke interactie.

Dat betekent dat in deze roman ook een groot aantal verhalen zitten, die door de personages verteld worden. Die zijn vaak van de pot gerukt, maar ook bijzonder origineel. Dat de focus daardoor vaag wordt, valt te betreuren voor wie zich door het thrilleraspect had laten meeslepen, maar gezien de bewust  oppervlakkige uitwerking daarvan, was dat toch niet de bedoeling.

Generatie A is in al zijn creativiteit en veelzijdigheid, best een meeslepend boek. Alleen heb ik de indruk dat in eerdere werken als bv. Jpod, de Shampoo Planeet en Microslaven een meer treffende filosofische en/of emotionele laag aangeboord werd.





Balans

2 05 2011

Pas om 10.30u moeten beginnen werken!

Bouwmaterialen die bij de buren geleverd worden om 5u ‘s ochtends

Caroline die me haar samenvattingsvriendje noemt

Geen plaats in het fietsenrek

Leerlingen op Youtube

Een te lange, chaotische en inefficiënte vergadering

True Blood seizoen 2 klaar liggen hebben

Kwaad worden op leerlingen, en nog eens, en nog eens!

Een telefoontje met Cindy

Recensies die te laat binnen geleverd worden

Mijn herstelde fiets en een nieuw fietslichtje van Knog

Collega’s die hun vuilen borden en koppen laten staan

Lekker suikerbrood

De dodelijke, eentonige nietszeggendheid van Norwegian Wood.

Het Diner van Herman Koch

“Hoogstaand” tv-drama: Zone Stad

Een geschikt idee voor moederdagknutselen bedenken

Collega’s die me een zaag vinden

Vulgaire woordspelingen rond cupcakes.

Stinkvoeten (ook van anderen!)

Ik blijf een optimistische mens en de balans is misschien wel in evenwicht, maar het was vandaag eigenlijk géén leuke dag.





Lectuurtip: Kinderen van de Jungle

24 04 2011

Tja, de titel doet me eigenlijk ook wel wat denken aan zo’n typische kletskoek, gericht op vrouwen van Davidsfondsvoorzitters of zo. Ook de cover van Kinderen van de Jungle  is allesbehalve aantrekkelijk. Eerlijk gezegd, lijkt dit in alle opzichten een flutboek.

Gelukkig deed de naam van de schrijver meteen een belletje rinkelen: van Torsten Krol las ik een viertal jaar geleden het spannende D e Weg naar Callisto en ik keek sindsdien uit naar de opvolger Witte Dolfijnen. Dat is nu dus Kinderen van de Jungle geworden, meteen één van de meeslependste verhalen die ik in lange tijd gelezen heb.

De lotgevallen van een gezin van 4 dat het naoorlogse Duitsland verlaat om zich te verschuilen in Venezuela, nemen een adembenemende wending wanneer hun vliegtuig neerstort boven het Amazonewoud en de familie terechtkomt bij een primitieve indianenstam die in hen getransformeerde dolfijnen zien. Het wordt lang geen Jommekesavontuur, maar wel een fascinerende en broeiende overlevingsstrijd die alle personages en hun onderlingen verhoudingen voorgoed zal veranderen, soms zelfs letterlijk.

Torsten Krol is er net als bij zijn eerste roman, vlot in geslaagd de lezer te onderhouden. Ik kon dit boek amper wegleggen – gelukkig is het vakantie. Zijn goed gedocumenteerde verhaal kent gaandeweg een steeds grotere intensiteit, blijft redelijk geloofwaardig en heeft ook een mooie historische context. De personages overtuigen, echter zonder levensecht te worden. De schrijfstijl van Krol is bij momenten immers toch wat te prozaïsch en zijn personages blijven redelijk oppervlakkig. Hoewel hij naar een psychologische diepgang streeft, is dit nog lang geen zware literatuur. Er zou zelfs meer te halen zijn uit wat de 16-jarige hoofdfiguur allemaal overkomt en hoe dit hem vormt als mens.

Hoewel ik dus enerzijds te vaak moest denken aan het bijna angstaanjagende, haast bezwerende In het hart van het oerwoud van Piñol, heeft Kinderen van de Jungle me toch enorm weten te boeien en kan ik u, net als de andere vermelde titels, van harte aanraden.





Lectuurtip: IJsland

10 04 2011

Net als in een aantal andere romans van Ronald Giphart, staat in IJsland het personage Giph centraal, die we ook al kennen uit Giph en Ik Omhels je met 1000 Armen (en eigenlijk ook Ik Ook van Jou). Het is een blij weerzien, want de sympathieke figuur is van het begin af heel levensecht geweest. Giphart heeft zijn wedervaren altijd al een autobiografisch tintje gegeven, ook al is Giph niet Giphart.

In IJsland staat Giph weer een heel eind verder in het leven. Het nakend (stief)vaderschap eist alle aandacht op en zijn werk als cabaretier verdwijnt naar de achtergrond. Een reis naar IJsland moet de dingen weer in perspectief brengen, maar levert ook een aantal confrontaties op (zonder  nu dramatisch te gaan stellen dat het een louterende trip wordt).

Wat me aan de vertelstijl van Giphart altijd al het meest geboeid heeft, is de manier waarop hij zeer raak relaties en dan vooral vriendschappen kan schetsen en daarnaast heel goed sferen weet te treffen. Dat is ook in dit boek het geval, al zijn de mannelijke nevenpersonages eigenlijk geen van allen echt scherp uitgewerkt. Het is dan ook Giph’s eigen beleving en kijk op de dingen, die centraal staan (wat eigenlijk altijd al het geval was). IJsland is niet vernieuwend en is geen overtreffende Giphartliteratuur, maar is in al zijn consequentie wel een alweer vlot geschreven en onderhoudende roman.

De humor die veel van Giphart’s werk typeert, ontbreekt dit keer, ten voordele van een iets dramatischer verhaallijn, maar dat is geen gemis. Giph kan nog steeds laconiek en soms spitant uit de hoek komen (wist u overigens dat de nog veel spitantere Phileine, uit het heerlijke Phileine zegt Sorry, de zus is van Giph?), maar hij is ook volwassener geworden en dat levert meer ernst op.

De verwijzingen naar eerdere gebeurtenissen uit Giph’s leven – zoals te lezen in de voorgaande romans – zijn een leuk extraatje. Wanneer Giph het heel kort even over zijn uitgestorven vriendschap heeft met Thijm en Monk, twee personages uit de andere boeken, besef je met een schok van herkenning hoe Giphart er in geslaagd is je deel te laten uitmaken van het leven van Giph. Als lezer betreur je enerzijds dat hij die twee vrienden verloren is, maar is er tegelijk die spijtige herkenning: mensen komen en gaan. Het herinnert me aan mijn favoriete passage uit Giph, iets over groepjes die vervagen door de tijd (nu dacht ik toch echt Giph in mijn boekenkast te zien staan, maar niet dus) en bevestigt ook dat die beschouwende, licht nostalgische kijk op het leven voor mij voor een groot deel de sterkte van Giphart’s werk uitmaakt.

Verder ook graag gelezen: De Man Onder de Trap van de Zweedse Marie Hermanson, een boeiende psychologische roman over een gezin met een verstekeling in huis en Sunset Park van Paul Auster (altijd goed).





Lectuurtip: De Loterij

2 03 2011

De net niet zwakzinnige Perry B. Crandall wint met de loterij twaalf miljoen dollar. Familieleden die hem vroeger links lieten liggen, doen alles om hem voor zich te winnen. Anderen menen het goed met hem, maar het is eigenlijk Perry’s overleden oma die hem helpt keuzes te maken: al haar adviezen werden door Perry in zijn geheugen geprent en dienen  nu als leidraad voor zijn leven.

Het fascinerende gegeven van wat er met mensen gebeurt als ze plots héél veel geld winnen, leidt in De Loterij enerzijds beslist tot zo’n genoegzame leeservaring waarbij het hoofdpersonage precies doet wat je als lezer hoopt. Anderzijds streeft schrijfster Patricia Wood een evolutie van haar protagonist na, die het verhaal diepgang geeft. Je leeft als lezer sterk mee met Perry, en de manier waarop hij tegen de stempel ‘zwakzinnig’ vecht, is vaak aandoenlijk. Het uitgangspunt dat Perry wel talenten heeft en helemaal niet zo dom is als de samenleving denkt, komt nu en dan wat naïef over – zelfs hoog intelligente mensen maken fouten, terwijl Perry alleen maar juiste beslissingen neemt- maar daardoor krijgt De Loterij wel een hoog Forrest Gump-gehalte en dat kon ik best smaken.

Wood hanteert een bijzonder vlotte stijl waarbij Perry’s kinderlijke observaties van de mensen om hen heen een frisse invalshoek vormen. De ongecompliceerdheid van het hoofdpersonage draagt bij tot een rechttoe-rechtaanstijl die soms wat makkelijk overkomt, maar in details getuigt van fijn schrijverschap.

Met zijn soms wat zielig overkomende personages en al te optimistische, filmische stijl, doet De Loterij wat denken aan De Geheugenloper van Ron McLarty, een roman die bij momenten ook  dat melodramatische nastreefde, maar wel een iets meer verpletterende indruk maakte. Maar niettemin: graag gelezen.

Waarom uitgeverij Arena overigens voor een cover koos met een fietsende kerel die niets van doen heeft met Perry, is een vraagteken.





Gelezen in 2010

30 12 2010

Het voorbije jaar viel de boekenoogst normaal te noemen. Ik las 26 romans en dat is zo ongeveer hetzelfde als de voorgaande jaren.

Ik las voornamelijk Amerikaanse romans maar ook best wat Belgische lectuur. Er waren ook wat graphic novels, stripromans dus, die ik niet heb opgenomen in de lijst – hoewel sommigen me meer dan één avond gekost hebben.

Meer dan vroeger bracht ik op deze blog verslag uit van wat ik zoal las. Een overzicht vindt u hier. Het beste boek dat ik dit jaar las, wordt daar echter niet besproken, De Bloemen van Koen Peeters. Daarnaast vielen ook Dertien (David Mitchell), Het konijn op de maan (Paul Mennes) en Mijn vriend Leonard (James Frey) niet weg te leggen.

Verder ook genoten van De Ingewijden (T.C. Boyle), Muleum (Erlend Loe), Het verwenste leven (Thomas Glavinic), Ivo Victoria‘s Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor -12-jarigen won, Submarien van Joe Dunthorne, Alles is Belangrijk van Ron Currie, Deze Bloedende Stad van Alex Preston, Huid (Mo Hayder), Laat de Aarde Draaien van Colum McCann, De Ontelbaren van Elvis Peeters, De huishoudster en de professor (Yoko Ogawa) en Het Laatste Concert van Nicola Lecca.

Slechtste leeservaring: De Stolp van Jeroen Theunissen en de wekelijkse Story bij mijn grootmoeder (‘ier ist nieuw boeksken, want gij zijt nen echten boekenman, gij‘).

Thrillers zijn blijkbaar minder en minder aan mij besteed, hoewel ik eigenlijk erg kan opgaan in zo’n meeslepend mysterie. Maar er zijn helaas erg weinig thrillers die ook degelijk genoeg  geschreven zijn en niet de zoveelste getormenteerde politie-agent als hoofdpersonage opvoeren. Ik mis echt originaliteit in dit genre.

Ook dit jaar trof ik geen echt meesterlijk boek aan, zoals dat evenmin de vorige jaren het geval was. Erg goede boeken worden, net als films, zeldzamer naarmate je er meer verteert, blijkbaar. Maar tot die conclusie kwam ik eigenlijk ook vorig jaar al. En zo heb ik eigenlijk steeds minder te vertellen.





Lectuurtip: Mijn Vriend Leonard

10 11 2010

Van James Frey las ik jaren geleden al In duizend stukjes, een behoorlijk intense roman over de kwellingen van het afkicken. Een indrukwekkend relaas, geschreven in een overrompelende stijl – waarbij o.a. nauwelijks leestekens gebruikt werden. Het boek werd een bestseller in eigen land, en Frey werd door  o.a. de invloedrijke Oprah Winfrey de hemel  in geprezen. Toen bleek dat de roman helemaal niet zo waargebeurd was als Frey beweerd had, en werd de impact van het verhaal wat teniet gedaan door de reacties in de media. Ik bleef het boek alleszins erg waarderen.

Vreemd dat ik maar liefst 5 jaar gewacht heb vooraleer de sequel  te lezen. Mijn Vriend Leonard voert hetzelfde hoofdpersonage op, een ietwat fictieve versie van Frey zelf, en we krijgen te zien hoe zijn leven vorm krijgt na zijn ontslag in de ontwenningskliniek. Aanvankelijk is dat met meer vallen dan opstaan – één en ander is behoorlijk dramatisch -, daarna kruipt er voorzichtig wat optimisme in de plot. Na 368 pagina’s leg je ietwat verscheurd het boek naast je neer, gepakt door zo veel recht-toe-recht-aan menselijke harmonie. Zelden zo te doen gehad met een fictief personage.

Mijn Vriend Leonard is in dezelfde aparte stijl geschreven, voor een taalpurist als mezelf eigenlijk even slikken. Maar de effectiviteit ervan is zo groot dat ik al snel over al die ontbrekende leestekens heen las. De plot zwelgt je op en kauwt je fijn. Grandioos.

Na de filmvloedgolf verdrink ik momenteel in geweldige boeken. Naast Het Konijn op de Maan, genoot ik enorm van Colum McCann‘s Laat de Aarde draaien (waar ik echter wel vier weken over deed!) en Elvis Peeters’ hopelijk niet al te profetische, maar wel meeslepende De Ontelbaren. Laat de volgende maar komen.





Lectuurtip: Het Konijn op de Maan

9 11 2010

Vanop de achterflap van Het Konijn op de Maan staart Paul Mennes me net iets te arrogant aan. Ik herinner me meteen hoe vreselijk ik zijn twee eerste romans vond, Soap en Tox. Die kregen destijds, halfweg jaren ’90 best wel wat aandacht. Ik vond dat onterecht. Mennes was een slechte kopie van Brett Easton Ellis en aanverwante auteurs die de polsslag van een generatie aanvoelden. Ik had vooral het gevoel dat ik zoiets zelf ook wel kon schrijven.

Gelukkig kon ik Web - waarvan ik me nu wel afvraag waarom ik het nog wou lezen – wel appreciëren en ook Kamermuziek vond ik sterk. Al moet ik er meteen aan toevoegen dat ik geen enkel idee meer heb waarover deze verhalen gingen en er ook geen herinneringen bovenkomen als ik de korte inhoud opzoek. Het Konijn op de Maan zal ik minder snel vergeten: tijdens een slapeloze nacht las ik deze (dunne) roman uit in één ruk.

Het verhaal gaat over een jonge Vlaming die bij zijn geliefde in Osaka gaat wonen. Zijn kennismaking met de Japanse samenleving zorgt voor grappige, tragische en soms surrealistische gebeurtenissen, volkomen authentiek beschreven door Mennes, die zelf in Osaka verbleef. De emotionele uitdieping van de protagonist is nu niet bepaald fameus, maar als lezer raak je wel begaan met zijn lot. De kleurrijke aankleding van de plot, de snedige dialogen en satirische uithalen naar de oppervlakkigheid van de mens, maken iedere bladzijde genietbaar.

De vele fascinerende details over het leven in Japan doen het hem echter voor mij. Mennes houdt duidelijk van het land en zijn bewoners, maar beschrijft de perikelen met een zekere droefheid. Omdat die Japanners ook zo verdomd idioot kunnen zijn, vanuit een Westers opzicht, en anderzijds omdat het hoofdpersonage er maar niet mag bij horen. Meteen krijg ik zin om Lost in Translation opnieuw te bekijken, een film die ik niet eens zo formidabel vond.

Het Konijn op de Maan is geen grote literatuur, maar is wel een zeer raak geschreven, perfect gestructureerd verhaal dat je met een grijns en een scheut melancholie verteert, alsof je zelf de protagonist bent. De absurde slogans op T-shirts, het Engelssprekende buurvrouwtje, de onverstoorbare schoonouders, het geluksjongetje dat nu en dan verschijnt, de uit de hand lopende beleefdheid van de Japanners, … zijn stuk voor stuk verhaalelementen met zo veel potentieel dat je betreurt dat dit boek amper 200 pagina’s dik is. Stellen dat er meer in zat, zou u een typisch reactie mogen noemen, maar ik meen echt dat met dat tikkeltje meer dramatiek, een minieme neiging tot wat epiek en wat meer emotionele durf, dit een nog veel sterker boek had kunnen worden, iets dat pas echt de naam roman waard zou zijn.

Maar goed, ik geniet nog erg na en zal Mennes de volgende keer met plezier weer een kans geven. Maar misschien die pose op die achterflap maar eens laten vallen?

 

 

 





Dwarslezer

18 09 2010

Met grote teleurstelling vernam de wereld vorige week dat HUMO-journalist Rudy Vandendaele in het betreffende blad zou stoppen met zijn rubriek Dwarskijker. Al jaren een dinsdags hoogtepunt, deze heerlijk geschreven tv-kritiek waarin vooral de zelfoverschatting van talloze onbenullige tv-vedetten en de leegheid van de hedendaagse televisiecultuur op de korrel genomen werd. Niemand kan het zo scherp en treffend verwoorden als (rv). Geena Lisa, de Pfaffs, Eddy Wally, de Planckaerts, Sergio, … , al die uit lucht opgetrokken fenomenen werden door hem met prachtige, clichévrije bewoordingen gereduceerd tot wat ze waren en zijn: bijdragers tot het grote niets.

Al heeft het allemaal niet geholpen natuurlijk, want op de befaamde Gerrit De Cock na zag nog nooit iemand zijn carrière wegzakken door wat televisiecritici te melden hadden. Maar de woorden van (rv) gaven iedere week precies weer wat ik als kritische kijker vaak dacht maar niet onder woorden kon brengen. Hij was een steun wanneer het ons allemaal weer eens te moede werd, die vele, vele onzinprogramma’s met dwaze bv’s. Hij liet me glimlachen om wat ik eerder die week enkel ergerniswekkend vond.

Los daarvan kon (rv) ook bewondering uitspreken voor die programma’s en programmamakers die er zo af en toe wél in slaagden creatief, origineel of gewoonweg onderhoudend uit de hoek te komen. Hij leek ook van tv te houden. Ook wat dat betreft was zijn woordenschat extreem genietbaar. Hij etaleerde in zijn stukjes vaak een sprekend gevoel van nostalgie en een soort spijt om het verdwijnen van enige ernst en degelijkheid op televisie- al hoeft dat niet te betekenen dat hij terug naar de tijd van Maurice De Wilde, euh, wilde. Je kon er een bespiegeling van de mensheid in zien, zoveel  meer dan enkel tv-kritiek.

In het boek Dwarskijker werd al een eerste selectie van zijn formidabele stukjes samengebracht. Daarvoor werd geput uit de artikels die verschenen tussen 1991 en 1998. (rv) schreef  dus 17 jaar aan deze rubriek. Aannemelijk dat hij er een punt achter zet. Zijn laatste stukje, in HUMO 3651, ging over De Premiejagers (‘ik bewonder vooral het naturel van Wyndaeles superioriteitsgevoel’) en sloot af zonder afscheid. (Dat hadden we echter eerder al gehad: in juni al gaf (rv) te kennen dat het gedaan was, maar later verschenen er toch nog enkele artikels.)

(rv) trakteerde ons vorig week echter nog op een pracht van een achterafje. In een lezersbrief in HUMO reageerde hij op Goedele Liekens‘ veronderstelling dat hij haar taalgebruik in de gaten hield. Dat taalgebruik, dat ook ik eerder als taalmisbruik beschouw en dat (rv) in zijn brief omschreef als ‘een klankenspel waarmee je in bepaalde dorpen perfect kunt meedelen dat er een Brabants trekpaard op hol geslagen is‘, was echter niet het mikpunt van zijn kritiek. Hij had het eerder over de ‘kleffe familiariteit‘ van haar programma’s en de ‘met een diploma in de psychologie gemaskeerde sensatiezucht.‘ Mooi mooi! En zo terecht.

Vandendaele blijft aan het werk bij Humo. Gelukkig, maar de nieuwe televisierubriek is echt niets. Te mild, te vriendelijk (voor de bv’s die verderop  in het blad toch geïnterviewd worden), met te weinig achtergrond en vooral: zonder enige persoonlijkheid. Wie wekelijks (rv) las, kreeg nu en dan ook mooie persoonlijke verhalen geserveerd, al dan niet gekruid met anekdotes over zijn kroost. Waarvan de jongste trouwens enkele weken mijn leerling geweest is, toen ik ooit een interim deed. Helaas heb ik de man nooit ontmoet, zelfs niet gezien. Maar dat is bijzaak natuurlijk. Nu moeten we het dus stellen met De Werkgroep TV. Dan kan ik evengoed de tv-kritiek in De Morgen of Knack lezen.Een nieuwe stap in de  vervlakking van  het blad. Maar ook daar ga ik nu maar niet verder op in.

Enige troost is momenteel de verwachting dat er ook een tweede Dwarskijkerboek verschijnt, want er resten immers nog 12 jaargangen om artikels uit te selecteren. Intussen heb ik eindelijk een reden om de massa exemplaren van het blad die nog in mijn woning (en de vorige!) rondslingeren, te blijven bewaren.

Lees ook wat een andere treurende fan/blogger schreef en iemand die het mooier kan zeggen dan ik.





Lectuurtip: Alles is Belangrijk

13 08 2010

Zoals u hier vernam was ik maar al te blij over een geweldig boek te beschikken toen ik al die uren op luchthavens en in vliegtuigen diende door te brengen: Alles is Belangrijk.

Junior Thibodeau wordt  geboren met de wetenschap dat in het jaar 2010 de Aarde zal vernietigd worden. Het spreekt vanzelf dat dat zijn opgroeien drastisch beïnvloed. Hij kan simpelweg niet van het leven genieten en groeit op als een somber, maar geniaal kind  met inzicht en doorzicht in alles. Een stem in zijn hoofd vertelt hem wat mensen om hem heen voelen of denken. Het maakt dat hij een eeuwige buitenstaander is.

Wanneer Junior’s voorspelling uiteindelijk ernstig wordt genomen is hij wel de eerste om in volstrekte geheimhouding mee te werken aan een oplossing voor de mensheid. Zijn afzondering betekent wel dat hij zijn oude leven moet opgeven: voor zijn omgeving is hij jarenlang ermist. De manier waarop Junior’s familieleden intussen het leven verderzetten is vanuit zijn oogpunt haast zielig. De mensheid is absurd in zijn pogingen het leven zinvol te maken.

De Amerikaanse auteur Ron Currie brengt dit relaas op een originele narratieve wijze. De protagonisten wisselen elkaar af in genummerde stukjes die aftellen tot het moment waarop de Aarde zal verdwijnen. Dit bezorgt het boek een krachtig tempo. Currie slaagt er ook in een aantal erg onwaarschijnlijke plotwendingen zeer aannemelijk te maken, zo indringend is zijn schrijfstijl. Zijn personages zijn diepgaand uitgewerkt en verscherpen continu je aandacht. Je leeft met hen zoals je dat doet met karakters in de betere tv-series. Bovendien kruidt hij zijn tragiek met een prachtige dosis humor, waardoor dit boek ondanks zijn weinig hoopvolle profetie erg verteerbaar blijft. Dit is zo’n boek waarvan het je spijt dat je de laatste bladzijde bereikt.





Lectuurtip: Submarien

9 08 2010

Britse, en eventueel andere, auteurs die zich aan de besognes van een tiener willen wagen, moeten al straf uit de hoek komen willen ze Adrian Mole overtreffen. Zijn dagboek, bedacht door Sue Townsend heeft het genre zo min of meer gedefinieerd. Ik verwachtte dus min of meer een doorslagje toen ik Submarien aanving. De jonge auteur Joe Dunthorne weet dat ook, refereert daarom al snel naar de betreffende klassieker en slaagt er daarna met brille in een eigen stem te geven aan zijn personage, de 15-jarige Oliver Tate. Gebruikt graag moeilijke woorden, observeert zijn ouders in zijn bekommernis om de sleet op  hun huwelijk, tracht de eczeem van zijn vriendinnetje te verklaren en heeft te doen met een gepeste klasgenote. Die hij zelf ook pest.

Dunthorne voert een scherp en scherpzinnig personage op dat echter, gezien zijn  leeftijd, ook de nodige stommiteiten begaat. Interessant is dat Oliver sympathiek is in al zijn menslievendheid, maar ook arrogant in zijn overtuiging dat hij weet wat het beste is voor de mensen om zich heen. Hij is intelligent, maar slaat de bal soms flink mis. Dunthorne is  echter mild voor hem en hanteert flink wat humor om de soms wrange situaties te verluchten. De ontwikkelingen in het verhaal kennen een niet altijd voorspelbaar verloop en dat houdt de roman boeiend. De aandacht voor details, de komische bedenkingen en de kleurrijke personages maken van Submarien een erg meeslepend boek.





Lectuurflop: De Stolp

21 07 2010

De lokroep van de stapel lectuur die ik verzameld had om mee te nemen op vakantie, was zo sterk dat ik toch alvast één van de zes boeken uitgelezen heb. Het thema van De Stolp – vijftien jongeren worden opgesloten in een huis voor een educatief realityprogramma – leek me wel wat. Ik heb het wel voor microwerelden en relaties tussen heel uiteenlopende personages.

De auteur is de Gentenaar Jeroen Theunissen en de prijzen en odes die hij volgens de cover al verzamelde, doen echt vermoeden dat het hier een (mij) onbekend literair talent gaat dat ik dringend moet leren kennen. Ik zie beoordelingen als ‘taalgevoel’ en ‘kritische signalen’, ‘literaire ernst’ en ‘ongekunsteld’. Voor de volledigheid wel even melden dat al die fraaie bewoordingen over zijn voirg werk gingen. Ik moet zo meteen maar eens wat opzoekwerk doen over de kritieken die De Stolp wist te verzamelen, want leger en nietszeggender proza heb ik de  laatste maanden niet onder ogen gekregen. Is dit de auteur ‘die mijn allerscherpste aandacht vraag’t, zoals Ons Erfdeel beweert?

Theunissen voert een groep jongeren op waarvan nauwelijks een personage echt uitgewerkt wordt. Enkelen verdwijnen ook al snel zonder dat daar een woord aan vuil wordt gemaakt. Ik wil beslist aanvaarden dat de karakters eigenlijk nauwelijks van belang zijn en de individuele lotsbestemmingen geen plaats hoeven te hebben. Misschien staat het collectieve centraal, of zijn de personages maar metaforen. Toch is dit wat frustrerend. 132 bladzijden – dat is gelukkig niet veel – volg je een groepje figuren die al die tijd even nietszeggend blijven. Ze hebben een  naam, maar zijn nergens levensecht, hoe nadrukkelijk Theunissen ook jongerentaal hanteert. Wat ik overigens een erg slecht idee vind, want het maakt je proza snel gedateerd. Ook de opzet van het televisieprogramma krijgt slechts heel sporadisch aandacht. Enerzijds zat daar beslist veel meer in, anderzijds bood dat, gezien het uitgemolken Big Brother al vermoeiend genoeg was, weinig nieuws. Toch verwerkt de auteur dit gegeven zeer onconsequent en clichématig in de plot. Het lijkt hem niet te interesseren en dat is zijn goed recht, maar misschien had hij dan maar gewoon een andere opzet moeten bedenken.

Maar goed, tot dus ver beschouw ik dit boek op een nogal oppervlakkig niveau. Het is Theunissen om meer te doen dan een tienerverhaal over de belevenissen van wat jongeren. Alleen heb ik geen benul wat ik dan wel uit De Stolp dien te halen. Iets over verlossing vinden, zoals de achterflap suggereert? Een schets van een generatie? Ik weet het niet en helaas wil ik het na het uitlezen van dit boek  ook niet meer weten. De Stolp is uiteindelijk gewoon zeer onbevredigende lectuur die dus gelukkig niet in mijn handbagage belandt is, want de treurnis die dat over mijn toch wel lange vliegreis zou werpen, zou geen goede start van mijn trip zijn.

Moet ik Theunissen nog een kans geven? Moet ik dat vorige werk, dat zoveel positiever onthaald werd, toch nog uitproberen? Heel misschien ooit eens. Toch heeft ook zijn bejubelde taalgebruik me absoluut niet kunnen bekoren. Ik vind zijn stijl schools, geforceerd en afstandelijk. Laat dus voorlopig maar zo.





De Potsierlijke Plotwending

23 06 2010

Dat men maar doet wat men wil, in de blinde jacht op commercieel succes, daar bij Studio Vandersteen, waar men van de ooit zo verbeeldingsrijke stripreeks Suske en Wiske al lang een vlak, nietszeggend, pseudo-eigentijds, kinderachtig gedrocht heeft gemaakt. Ik heb het allemaal laten passeren, die nieuwe kleren destijds, de nieuwe covers, het amputeren van de ziel van een stripreeks die me ooit zo dierbaar was en wiens bedenker en tekenaar ik echt bewonderde.

Maar nu gaan ze uit de bocht. Wiske gaat naar school???

Ik ben zwaar getroffen door deze heiligschennis. Moge de bliksem inslaan in de studio’s en een drastische carrièrewending de vermaledijde medewerker die met dit idee op de proppen kwam, ten deel vallen. En dat Helena Vandersteen, dochter van, inziet dat haar vader’s erfenis nu echt uitgemolken en de reeks beter gewoon stopgezet wordt. Triestig.





Lectuurtip? Rant

17 06 2010

De geniale Amerikaanse auteur Chuck Palahniuk is het meest bekend om zijn nihilistische, verfilmde roman Fight Club, maar op mijn nachtkastje belandden enkel al Stikken (Choke) en Wiegelied (Lullaby), twee zeer vermakelijke en bij momenten vernuftige romans. Ik voeg daar nu Rant aan toe, maar deze geschiedenis van een partycrasher is toch wat op mijn maag blijven liggen.

Dat heeft niets met bepaalde onderwerpen uit het verhaal te maken: ziektes, ongevallen, zelfverminking met behulp van allerlei ongedierte, … ik slik het allemaal. Het is echter de vertelstijl en het gebrek aan inleving die me Rant met groeiende frustratie lieten doorworstelen. Palahniuk voert een hoofdpersonage op, Rant Casey, dat eigenlijk niet participeert in de actie. De hele roman bestaat slechts uit getuigenissen van mensen uit Rant’s omgeving, die zijn steeds wonderbaarlijker wordende leven beschouwen en becommentariëren.

Hoewel alle anekdotes en opmerkingen tot een knap bedachte, zelfs fascinerende geschiedenis leiden, verhinderde de constante, snelle afwisseling van vertellers dat ik echt betrokken raakte. De personages kregen nauwelijks vorm in mijn hoofd en de hoofdfiguur was zo onbevattelijk en mysterieus dat je op den duur geen zier meer om hem geeft. Ik moet Palahniuk bewonderen vanwege een knap bedacht en gestructureerde plot, maar laat me die geenszins navertellen want eerlijk gezegd nam ik heel wat passages zo oppervlakkig en geeuwend door dat de context me wat ontgaan is. Vergelijk het met een film die spannend en intens aanvoelt, maar waarvan je desondanks niet veel begrijpt.

Ik voelde me dus enigszins opgelucht dat de 300 pagina’s vol hondsdolle protagonisten, flirtend met de dood, eindelijk om waren. Ik geef Palahniuk zeker nog kansen, maar Rant heeft me gewoonweg niet kunnen raken.





Lectuurtip: Pijn

14 05 2010

Maar zelden prijkt de naam van een auteur in grotere letters op de cover van een roman dan de titel zelf. Dat is beslist wel het geval bij (een bepaalde editie van) Pijn, het debuut van de mij onbekende Nederlandse presentator en acteur Beau van Erven Dorens. De publicatie van zijn boek ging gepaard met een kleine stunt, waarbij de gezond arrogante auteur van een brug sprong (en meteen onderkoeld raakte in het ijskoude water) én een door de Nederlandse media flink uitvergrote ruzie rond opmerkingen van plagiaat.

Ik moet eerlijk zeggen, de dag dat een Vlaamse variant van van Erven Dorens, iemand als pakweg Kurt Rogiers of Hans Otten, uitpakt met een roman, zou ik wellicht niet geneigd zijn die te lezen. Laat me al die gladde tv-figuren niet meteen van literair talent verdenken. Maar goed, ik had nog nooit van deze Nederlander gehoord en het boek zag er aantrekkelijk uit.

Aanvankelijk is het even worstelen met de belevenissen van de onuitstaanbare reclamemaker Werner van der Linden. Als de sympathie voor het hoofdpersonage ver te zoeken is, wordt er doorzettingsvermogen gevraagd van de lezer. Tot bladzijde 50 worden bovendien steeds maar onuitgewerkte personages aangevoerd, waarvan je geen idee hebt wie ervan nu eigenlijk deel zal uitmaken van de plot. Werner’s minnares Lisa is zo’n vaag personage en aangezien ze later in het verhaal als drijfveer voor zowat alle acties van de protagonist moet dienen, is het jammer dat er niet meer vlees aan zit.

Maar goed, uiteindelijk ontvouwt deze roman zich als een zeer entertainend avontuur waarin malafide Belgische kaasboeren, een gepensioneerde korporaal en een al dan niet homofiele soapacteur het Werner erg lastig maken. Of maakt hij eigenlijk gewoon zichzelf het leven lastig? Enige loutering zal – misschien – zijn deel zijn, maar ten koste van wat?

Naar het einde toe verliest de roman wat van zijn tempo. De actie is niet altijd even duidelijk en er draven maar figuren op die ons niet veel zeggen. De langzame bewustwording van Werner is natuurlijk ook niet helemaal origineel. Rijke, arrogante yup ontdekt wat echt belangrijk is. Gelukkig is de toon van het boek licht en grappig en zijn Werner’s verbale uitbarstingen vaak erg pittig. In zijn geheel is dit zo’n vlot weglezende en eigenlijk best pretentieloze roman die je hetzelfde genoegen verschaft als een amusante Hollywoodfilm.








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.