Even uitrazen (2)

3 11 2009

Broeder René Stockman, sekteleider van de Broeders Van Liefde, heeft gekke plannen en daar heb ik om meer dan één reden een mening over. Geen al te originele mening helaas – net als de meeste weldenkende mensen kan ik alleen maar schrik krijgen dat dit werkelijkheid wordt – maar het houdt me niet tegen ze hier te brengen.

rene_stockmanWaar gaat het over? Stockman loopt met het idee rond nieuwe scholen op te richten die veel nauwer aansluiten bij de katholieke leer. Dat houdt in dat er veel vaker eucharistievieringen zijn, er vaak gebeden wordt en de katholieke leer nog veel strikter gevolgd zal worden dan in wat momenteel voor katholieke scholen doorgaat.

Ik dacht net dat het een beetje de goede richting uit ging. Niet dat er aan de top van de Broeders van modernisering sprake is – en ik kan het weten – maar ik had de indruk dat de Broederscholen de multiculturele, multireligieuze samenleving stilaan begonnen te aanvaarden en de 21e eeuw waren binnengetreden. Dat er een zekere vervaging vast te stellen viel tussen de netten, die uiteindelijk toch allemaal degelijk onderwijs aanbieden.

Ooit ben ik nog veel naïever geweest. Toen ik mijn lerarendiploma in handen had, werd ik opgeroepen door het bisdom om mijn mandaat van rooms-katholieke godsdienst te komen ondertekenen. Het hield in dat ik me akkoord verklaarde ‘de boodschap van het Evangelie en van de Kerk te willen verkondigen en me te willen inzetten om ze voor te leven zoals de kerkgemeenschap het vraagt. Ik wil me meer specifiek inzetten voor het geven van rooms-katholieke godsdienst.’ Verschrikkelijk. Toen we dit in handen kregen, twijfelde ik sterk. Ik had mijn diploma op een katholieke school gehaald, maar de lessen godsdienst daar trokken je wereldbeeld open in plaats van het te sluiten. Ik besloot het mandaat niet te ondertekenen en ging naar huis. Welk principe ik precies bedreigd zag worden, was onduidelijk, maar dit voelde gewoon niet goed aan. Toch heb ik meteen de volgende dag mijn ondertekend exemplaar opgestuurd. Me veel te weinig bewust van de werkgelegenheid buiten het katholiek onderwijs, zag ik een doembeeld voor me waarbij ik ofwel werkloos was ofwel moest lesgeven in een inferieure school, zoals dat toen  mijn perceptie was.

En dus was één van mijn eerste werkgevers een school van de Broeders van Liefde. Een leuke, aangename school, met fijne leerkrachten en leerlingen. Zo af en toe werden personeelsleden naar bijeenkomsten gestuurd waarover ik dan lacherig deed: je moest en zou weten waar de Broeders voor staan en kreeg nieuws over al hun projecten, ook buiten  het onderwijs. Powerpoint na powerpoint over de missies en de Broeders over de hele wereld. Op zich is daar niets mee, ieder modern bedrijf tracht zijn werknemers te betrekken en te overtuigen van zijn mission statement. Toch voelde één en ander naargeestig aan. Een moderne sekte. Vooraan zaten een stuk of wat broeders van wie je je kon voorstellen dat ze een camera in je klas zouden hangen om toch maar te zijn hoe waarachtig je lessen catechese waren. En wat als je van het uitgestippelde pad der christelijkheid dreigde af te wijken?

Ik stond er verder maar niet bij stil en gaf braafjes iedere dag mijn 25 minuutjes catechese. Dat viel echt wel mee. Er was modern materiaal en het vak bood ruimte voor bezinning en verdieping zonder dat er daarom sprake van Jezus hoefde te zijn. Het mooiste was nog wel dat niemand er problemen mee had dat ik de kinderen een kritische bril aanreikte. Kon Jezus echt over water lopen? Heeft hij echt broden en vissen vermenigvuldigd? Met de kinderen tot de conclusie komen dat dit metaforische verhalen zijn, uitvergrotingen van iets dat misschien echt gebeurd is, en mensen hier kracht uit halen, was zeer bevredigend. Het stond ver af van de indoctrinerende woorden van de brave zuster Lina in de derde kleuterklas, die me echt deed geloven dat Jezus naar mij keek.

Minder aangenaam waren de talloze misvieringen die de school organiseerde. Zes keer per jaar of zo. Dat vond ik echt wat veel van het goede. Ik bleef in deze vieringen ook op mijn stoel zitten tijdens de communie. Dat kun je me verwijten, gezien het feit dat ik toch dat mandaat had ondertekend. Maar ik weiger pertinent hypocriet te zijn. Bovendien ben ik voor de leerlingen dan evengoed een voorbeeld. Zij hoeven toch niet aan te nemen dat alle volwassenen om hen heen katholiek zijn?  Ik deinsde er nog wat voor terug aan mijn leerlingen duidelijk te zeggen dat ik niet gelovig was, maar gaf hen wel uitleg als ze vroegen waarom ik geen hostie haalde (‘dat plakt aan uw verhemelte en daar kan ik niet tegen’ haha!). De vraag was uiteindelijk: kan ik catechese geven zonder zelf katholiek te zijn?

Die vraag hoeft niet meer beantwoord te worden. Toen mijn contract na 3 jaar ten einde kwam, werd ik geconfronteerd met de ware broeders: machtsvertoon, een ivoren-toren-beleid, minachting voor hun eigen publiek, … de maskers vielen. Ook latere confrontaties in heel andere context, met katholieken allerhande, bevestigden wat ik eigenlijk al min of meer had aangevoeld: dit was echt niets voor mij. Te eng, te superieur, te zelfzeker, te minachtend tegenover alles wat niet past.

Ik ben nu een zeer tevreden leerkracht in het stedelijk onderwijs en hoef me dus in principe geen zorgen te maken over wat Meneer Stockman zich in zijn gezalfde hoofd haalt. Toch vind ik het als vooruitstrevende en bezorgde burger een stap achteruit. Ik heb het hier al eerder gehad over een zekere (al dan niet terechte) frustratie over de kloof tussen de genoegzaamheid van het katholiek onderwijs en de veel meer bij de  realiteit aansluitende gang van zaken in het niet-katholieke onderwijs.  Dit wordt zelfs een uitvergrote vorm! In De Morgen van het voorbije weekend haalt moraalfilosoof Patrick Loobuyck enkele prachtige argumenten aan, waarmee ik mijn bezorgdheid kan argumenteren.

Loobuyck haalt als voornaamste argument het falen aan van de huidige katholieke leer. Hoe komt het dat de scholen van de Broeders van Liefde (en andere katholieke scholen) er niet meer in slagen hun leerlingen écht gelovig te maken? ‘Werkt de indoctrinerende molen niet meer?’, maak ik daarvan. De scholen mogen deze vraag niet als een verwijt zijn, het feit is gewoon dat het in een seculiere samenleving waarin geloof in de praktijk nog weinig voorstelt, zelfs als school moeilijk is daar tegen op te boksen. Er zijn dan ook geen broeders meer die les geven en die leerkrachten zijn natuurlijk zelf nog amper gelovig. Waarom dan toch krampachtig proberen die evolutie tegen te gaan?

Ik vraag me dus vooral af waar Stockman dat idee gehaald heeft. ‘Op verzoek van ouders’ klinkt het. Hoeveel ouders zouden dat zijn? (‘een bepaalde niche’, zo zeggen de Broeders zelf). Is het niet eerder een paniekreactie van iemand die de macht van zijn geloof en zichzelf langzaam ten onder ziet gaan? De laatste stuiptrekking van een man die de vooruitgang tracht tegen te houden? Want ik durf dit opentrekken en stellen dat het conservatieve van dat geloof ook vorm krijgt in de dagelijks lespraktijk van de school, dus ook buiten het vak catechese. Deze week kreeg de school waar ik nu werk – een Freinetschool – het bezoek van een delegatie directies uit het traditionele (niet-katholieke) onderwijs. In het kader van Forum for the Future, een zoektocht naar innnovatief onderwijs, kwamen deze dames en heren een kijkje nemen op een school waar vernieuwende onderwijstechnieken dagelijks toegepast of minstens toch uitgeprobeerd worden. We kregen lof en applaus en dat sterkt me nog eens in de overtuiging dat vernieuwing niet in het traditionele onderwijs zal ontstaan. De link met het katholieke onderwijs is in deze anekdote natuurlijk vaag, maar ik ga er van uit – en ik spreek dan uit ervaring – dat zij nog nog meer vasthouden aan traditie en autoriteit en dus nog veel meer in te halen hebben dan de zelfkritische collega’s uit het niet-katholieke, traditionele onderwijs. Vooraleer die vroegere discussie opnieuw start: ik ben zeker dat de meeste katholieke scholen goede scholen zijn waar goed geleerd wordt en leerkrachten hard werken. Maar alles kan beter en stilstand is achteruitgang.

Het idee van moslimscholen creëerde paniek, woede en onbegrip. Ik denk voor een groot deel terecht, want het zou de pluralistische samenleving alleen maar onbereikbaarder maken. Wel, net zo is een strikt katholieke school een al even slecht idee. Of zelfs erger, want u weet toch nog wel waar die katholieke leer allemaal voor staat of tot welke menselijke drama’s het opleggen van geloof al heeft geleid? Recent hoorde ik in de docuserie Meneer Doktoor nog enkele aangrijpende verhalen over hersenspoelende pastoors, om maar één voorbeeld te geven. Ik kan dus alleen maar hopen dat die drang naar stilaan vervliegende verzuiling de kop wordt ingedrukt door moderne beleidsbepalers – en dat is momenteel helaas niet Pascal Smet – en Stockman’s ideeën vooral in zijn hoofd vorm krijgen. Broederlijk Verdelen, het krijgt ineens een heel andere betekenis.

Voor wie overigens de andere partijen aan het woord wil horen, hier vindt u de reactie van de Broeders op de commotie na het uitbrengen van hun plan/idee.





K-dee zoekt bevestiging

6 10 2009

Leerlingetje:  ‘Svééééén, wie vond jij dat er moest winnen? Josje,  Madelon of Noa?’

Leerkracht: ‘Géén van de drie! Ik zag drie door- en door onnozele bimbo’s die alledrie vals zongen! Ze waren dom, ijdel en infantiel! Het was ook lang vooraf duidelijk dat ze een Hollandse gingen kiezen, kwestie van een deel van het afzetgebied commercieel veilig te stellen. Op geen enkel moment had ik het gevoel dat zangtalent van belang was, wel nationaliteit, blondheid en gekir. Dit was geen tv-programma, maar een uitgekiende marketingstunt van een hebberig, megalomaan bedrijf dat nu lang genoeg zijn inspiratieloze producten door de strot van de argeloze, makkelijk te verleiden consument jaagt. Ik walg ervan!’

Maar dat zei ik dus niet. Ik zei: ‘Josje’.

‘Ik ook’ zei ze. En met een grote glimlach huppelde ze weg.





Acteren moet je leren (2)

26 09 2009

De voorbije weken vielen drie feiten me op in de Vlaamse acteerwereld. Allereerst was er de casting van Koen De Bouw in de volgende film van Erik Van Looy. De twee hebben al drie keer eerder samengewerkt en kunnen het goed met elkaar vinden. Geen probleem. Toch vind ik die casting wat voorspelbaar. Wedden dat Filip Peeters de volgende zal zijn die mag aantreden in De Premier? Dat mogen dan al prima acteurs zijn, is het niet een beetje ongeïnspireerd telkens voor diezelfde koppen te kiezen? Van Looy behoort natuurlijk tot de mainstream en hoeft dus misschien geen risico’s te nemen, maar een creatief denkproces is er wellicht ook niet aan voorafgegaan En dat moet dan voor het eerst zijn dat ik deze brave mens wat afval.

Ook een vermelding waard, zeker in het kader van het oorspronkelijke uitgangspunt van deze rubriek, nl. taalgebruik in Vlaamse fictie, is een citaat van Nathalie Meskens in HUMO: ‘Wij moeten de mensen entertainen en niet opvoeden’, zegt de actrice uit Kaat & Co en Wij van België op de vraag of er verkavelingsvlaams zal gesproken worden in de nieuwe serie David. Ik vind dat een enge visie en een onnozele uitspraak, want Meskens lijkt er van uit te gaan dat je ofwel natuurlijk overkomt op het scherm en dus entertaint ofwel behoorlijk Nederlands spreekt en dus bevoogdende, saaie televisie maakt. Er is blijkbaar niets daartussen. Wie deel 1 las weet al dat ik geen Algemeen Nederlands verwacht van acteurs, maar wel fatsoenlijke articulatie en vooral een grote naturel. Als Meskens slecht spreekt, is ze een slechte actrice, want duidelijk spreken is gewoon haar werk. Het blijft bij veronderstellingen, want ik zag Meskens nog nooit aan het werk en laat haar dus voorlopig achterwege in mijn overzicht.

Tenslotte wist Stefaan Werbrouck in Knack een sterk punt te maken. N.a.v. de kritiek op de accenten van de acteurs in Code 37 en de daaropvolgende kritiek over onverstaanbaarheid in Los Zand, nam hij eveneens de stelling in dat acteurs van hem niet zozeer geforceerd Nederlands moeten spreken, maar hij vraagt zich wel af of het zoveel gevraagd is dat acteurs het accent aanleren dat hun personage verondersteld wordt te hebben. Is het niet precies het werk van een acteur ons te overtuigen dat ze iemand anders zijn? Waarom doen ze dan geen inspanning om een passend accent aan te nemen? Tja, het kunnen niet allemaal Meryl Streeps of Russell Crowes zijn zeker? Mooi gezegd van Werbrouck alleszins.

Dus sprokkel ik nog maar eens 10 Vlaamse acteurs bijeen om even stil te staan bij hun talent:

vlaamseacteurs211. Ianka Fleerackers: nooit meer uit het collectief geheugen te bannen door haar rol als de o zo lieflijke Prinses Prieeltje in Kulderzipken. Daarvoor viel ze mij al op in Niet voor Publicatie. In Louislouise en Flikken zag ik haar dan weer kort nietszeggend wezen. Heeft niet zo’n positief imago, maar ik verdenk haar er van meer dan behoorlijk te kunnen acteren. Verdient beter materiaal om dat eens te bewijzen.

12. Warre Borgmans: een rasacteur die vooral komisch sterk lijkt te wezen maar ook in de meest gevarieerde ernstige rollen altijd goed werk levert. In Nefast voor de Feestvreugde vond ik hem grandioos, zijn bijrol in Het Eiland stond bol van nuances en zijn trompettist in Het Peulengaleis valt niet te overtreffen. Ook bekend als broeder Grimm in datzelfde Kulderzipken en uit Team Spirit, Buitenspel en Zone Stad en momenteel zijn boterham aan het verdienen in David. Wat jammer genoeg geen reden genoeg is om te kijken.

13. Camilia Blereau: ‘Wie?’ vraagt u alweer. Maar al te vaak wordt deze dame vermeld als een onontdekt talent. Is dan ook vooral in gastrollen te zien maar mij blijft zowat elke rol bij van deze actrice. Wordt vaak gecast als kijvend wijf of bazig kenau, maar wie al haar rollen op een rijtje zet, kan niet anders dan haar veelzijdigheid vaststellen. Was al jaren geleden een strenge hoofdredactrice in Niet voor Publicatie, was onlangs erg sterk in De Smaak van De Keyser en verraste tussendoor in Stille Waters. Het grote publiek kent haar vooral uit Lili & Marleen en Kinderen van Dewindt. Moet ook leven en nam dan ook allerlei gastrollen in beschamende series als Spring!, Grappa en Amika aan. Ik wens haar ooit een stevige hoofdrol toe in een succesvol drama.

14. Joke Devynck: Ze mag gezien worden, ze is nog steeds vrij populair na haar hoofdrol in Flikken van 1999 tot 2002 en verscheen ook al in 4 films die ik allemaal gezien heb (Buitenspel, Vle(u)gels, Vermist en Suspect). Op televisie was ze ook nog te zien in Sara en Katarakt. Ik snap niet helemaal waar dat succes aan te danken is want ik hoor steevast dat West-Vlaamse accent en vind haar simpelweg nooit geloofwaardig en soms wat irritant. In Flikken destijds was ze zelfs abominabel. Dat is intussen verbeterd, maar toch overtuigt Devynck me amper. Ik ben benieuwd welke gevolgen dat zal hebben voor de Tom Lanoyeverfilming Het Goddelijke Monster, waarin Devynck de hoofdrol zal spelen.

15. Barbara Sarafian: Sinds Aanrijding in Moscou weer een beetje op de voorgrond en dat is volkomen terecht. Sarafian is een groot talent dat overtuigt in de meest diverse rollen. Kan zeer komisch wezen maar geeft zich ook volledig op het dramatisch vlak. Aanrijding bood haar een van de mooiste vrouwenrollen van de afgelopen jaren en ik durf betwijfelen of veel andere actrices dit tot een goed einde hadden kunnen brengen. Maar veel eerder speelde ze ook met veel overgave een variatie aan rollen in Spike en Kijk eens op de doos van (pdw). Vermeldenswaardig hoogtepunt was ook haar rol in Peter Greenaway’s 8 1/2 Women naast o.a. Amanda Plummer en Toni Collette. Ben fan!

16. Stany Crets: als Nancy moet ik hem eigenlijk niet – ik heb niets tegen dat personage, maar Crets gaat voor mij nét niet genoeg op in zijn rol – maar de man heeft doorheen de jaren (vooral in zijn eigen programma’s) getoond dat hij boordevol personages zit en dat maakt hem een goed acteur die zijn succes zeker verdient. Daarnaast was hij geloofwaardig en/of grappig in Los, Raf & RonnyRecht op Recht en natuurlijk – nu al 13 jaar geleden – Alles Moet Weg.  Ik weet niet of een diepgravende, ernstige rol hem zou liggen – het zou best wel eens kunnen – maar voorlopig kan de man tevreden zijn over zijn eigen carrière. Jammer wel van die enkele magere rollen in ultracommerciële ondingen als Plop in de Wolken of K3 en het ijsprinsesje. Geen snobisme, maar dat kun je moeilijk aanvaardbare fictie noemen.

17. Frank Focketyn: een curieus geval, deze doorgaans zeer grappige acteur. Heeft meegewerkt aan enkele van de meest populaire en beste series van de voorbije jaren – Het Eiland en In de Gloria – en maakt als Pappie uit Man Bijt Hond deel uit van de tv-geschiedenis. Zowat al zijn rollen blijven herbekijkbaar en uiterst grappig. Maar wat zegt dat over het acteertalent van Focketyn? Uiteindelijk weten we allemaal dat Guido Pallemans en al die andere zenuwachtige, gecrispeerde types uit In De Gloria iets te veel op elkaar lijken om te stellen dat Focketijn veelzijdig is. Vooral het rechtduwen van de bril met de wijsvinger heb ik de man net iets te veel zien doen. Toch zie je weinig acteurs in die mate opgaan in een personage en slaagt Focketyn er toch altijd in het karikaturale te overstijgen. Indien niet al te vaak op het scherm, dus best een aangenaam acteur. Wist u dat hij ooit een pastoor speelde in enkele afleveringen van Thuis?

18. Benny Claessens: Oei, wat doet deze kerel me zuchten. Als broer van Bart in Het Geslacht De Pauw viel hij voor mij enkele keren door de mand: hoe sterk zijn rol en de scenario’s ook, het deels geïmproviseerde  gemekker van deze jonge acteur stoorde me echt te vaak. Ik zag hem tweemaal gehandicapt wezen: in de bedenkelijke jeugdfilm Blinker en – héél kort – in Koning van de Wereld en beide keren vond ik zijn prestatie tergend slecht. Zijn gastrol in Witse – aja nu je het zegt, daarin speelde hij alwéér een mentaal gehandicapte – was simpelweg verschrikkelijk. Ik hoef deze figuur niet per se meer op televisie te zien.

19. Robbie Cleiren: zijn bekendheid is omgekeerd evenredig met zijn talent. Cleiren is een prima opgeleide, altijd geloofwaardige en interessante acteur die zijn rollen prima afwisselt. Zie hem vooral aan het werk in de weing geziene films Een ander zijn geluk, Dirty Mind en Linkeroever. Op televisie herinnert u zich hem misschien van Recht op Recht en gastrollen in Witse, Rupel en Sedes & Belli. Lijkt geen drang tot het BV-schap te voelen, wat de perceptie van de ernst waarmee hij zijn vak uitvoert, alleen maar vergroot.

20. Jacky Lafon: Niemand is makkelijker door het slijk te halen dan deze euh… actrice. Haar afgang in de Nationale IQTest was voer voor talloze stand-up comedians en columnisten en haar onverslijtbare rol in het grootste televisiegedrocht ooit gemaakt, Familie, is eigenlijk gewoon lachwekkend. Wat valt er verder nog te spotten met deze platte, veredelde kermisslons op jaren, wiens werk in de de verste verte niets te maken heeft met wat acteren eigenlijk is? Leert haar tekst van buiten en dat is het.

 





Sven eet een ander zijn bord goed leeg

17 09 2009

Als ik ergens niet goed in ben, dan doe ik het meestal niet. Of ik blijf het toch niet doen. Ik blog  nu al jaren dus ergens moet ik wel heel tevreden over mezelf zijn. Mensen die me menen te kennen door het lezen van mijn blog, verdenken me wel vaker van pretentie en superioriteit, dus dit kan er nog wel bij.

Ja, dit is nog eens een stukje waarin ik mijn tevredenheid over mijn blog etaleer. Omdat het de laatste weken weer erg goed gaat, wat drive, schrijflust en bezoekers betreft. Ik moet dus voor eens en altijd maar eens concluderen dat ik blog omdat ik graag schrijf. Ik denk ook dat ik intussen aardig schrijf (hoewel niet altijd even aardig) en zo nu en dan vind ik zelfs dat ik werkelijk een prachtig stukje op de wereld heb losgelaten. Nu en dan zo eens. Het vlot formuleren en op een rijtje zetten van mijn gedachtestroom, vind ik zeer bevredigend.

foksuk1Wat die bezoekers betreft, ik hou dat in de gaten. Vind ik het belangrijk? Mwja, want een publiek is leuk. Maar mocht die functie niet beschikbaar zijn, zou ik nog steeds bloggen, dus dat relativeert het toch weer wat.

Mijn tweede uitgangspunt is wellicht iets kwijt willen. Ik veronderstel daarmee de essentie gevat te hebben van het bloggen, al zullen andere daar per se een andere uitleg willen aan geven. Maar mijn conclusie is dus: men blogt ofwel uit liefhebberij voor het schrijven ofwel omdat men iets interessants te vertellen hebben. Iets mag zelfs minder interessant zijn als het leuk geformuleerd is.

Het punt is dat sommige bloggers in geen van de twee goed zijn. Ze schrijven zonder enige franje of zelfs maar een minimum aan kennis van de Nederlandse taal én daarbij hoort dan nog eens een volkomen vervelend gezaag over boodschappen doen, garagepoorten verven of fietsbanden verwisselen. Ze braken blogjes uit zonder enige essentie of conclusie. Af en toe peil ik eens of hun blog geëvolueerd is, maar vaak is het zelfs nog erger geworden. Ik laat die mensen maar doen, maar… ik heb er wel een duidelijke mening over.

Onlangs poneerde ik die mening bij een melancholische aangelegde blogger die van taal en diepgang houdt. U leest mijn letterlijke boodschap zelfs hier. Men zou kunnen stellen dat we het eens waren, hoewel de definitie van prietpraat en leegte zeer subjectief is. Wie weet behoort het Verantwoord Tijdverlies zelf wel tot de geviseerde blogs? Al komt de auteur daarvoor net te vaak langs.

Onze (al dan niet gedeelde) mening zat iemand dwars. Dat heb je met meningen. Die iemand dacht zelfs dat we het over hem hadden!  Omdat hij ook over ditjes en datjes blogde. En dus werden er citaten geplaatst, waarop dan reacties volgden van mensen die de geciteerden van pretentie en pseudo-intellectualisme beschuldigden. Dat vind ik allemaal niet zo erg, hoor, hoewel dit stukje misschien het tegengestelde doet vermoeden. Want een intelligent mens negeert zulke kletspraatjes. Mijn schrijfdrang overheerst echter en dus kies ik niet voor de slimste oplossing maar degene die mij het meest gemoedrust biedt.

En dus, beste Menck, vraag ik me af waarom u het geciteerde op uw eigen blog betrekt? Ik wist zelfs niet dat u nog een blog had, want wie kan dat nog bijhouden in uw geval? En dan nog, u schrijft best aangenaam op dat Kielzog - stel ik opnieuw vast nu ik uw herontdekte blog doorneem. Prettig leesvoer bij momenten. Waarom zou ik het dan over u hebben gehad? Overigens lijkt u vergeten te zijn dat uw laatst bij mij bekende blog zelfs opgenomen werd in mijn blogroll. En die is met zorg geselecteerd hoor.

Nee, laat me nu maar niemand persoonlijk gaan kwetsen door hier concreet te noemen wat voor blogs ik dan wel bedoel. Dat is immers de kwestie niet. U en enkele lezers lijken me gewoon mijn mening kwalijk te nemen. Soit, dat heet dan een meningsverschil. Maar ik vind dat ik het volste recht heb een aantal blogs slecht te noemen. Ik val die mensen niet lastig op hun blog, plaats geen vervelende reacties en verwijs niet smalend of ironisch naar hun nietszeggende gekrabbel.

Ik heb ook nergens gesteld dat mijn blog beter is. Wel dat ik mijn eigen blog goed vind. Ik ben bescheiden, maar niet vals bescheiden. Toch vinden sommigen dat van pretentie getuigen. Ja, ik sabel neer, hoewel ik vaag blijf over het mikpunt. Maar stel ik me daardoor verheven op? Wie iets slecht of onnozel vindt, geeft daarmee iets weer over zijn eigen norm, maar betekent dat automatisch ook dat die norm boven de andere gesteld wordt?

Let op, ik ga niet op mijn woorden terugkomen. Meer zelfs, hier nog eens duidelijk geformuleerd: ik kan soms simpelweg niet begrijpen dat mensen hun schrijfsels gepubliceerd willen zien als zelfs een kleuter ziet dat ze er niets van bakken. Hebben die mensen dan het recht niet zich te uiten, dingen van zich af te schrijven? Tja, interessante vraag stel ik hier. Ik hoef dat immers niet allemaal te lezen en blijheid vrijheid en andere clichés. Het brengt me bij een oud zeer: mag je iets slecht vinden waar je zelf geen last van hebt? Ik kijk niet naar Familie, maar dat wil niet zeggen dat ik vind dat zoiets gruwelijk slecht moet uitgezonden worden. Ik lees zekere blogs niet, maar juich hun bestaan evenmin toe. Ik blijf dus bij mijn standpunt en als dat enkele van die slaapverwekkers aanzet tot een heel klein beetje introspectie, gekoppeld aan een poging om eens een woordenboek te gebruiken of eens wat structuur in een tekst te gieten, heb ik daar toch iets mee bereikt.

I rest my case, bijna. Want in de reacties op eerder vermelde blog lees ik nog twee heel dwaze uitspraken. Zapnimf, die absoluut niet tot de geviseerde blogs behoort maar wiens gewrongen proza en ondraaglijk lichtvoetige gezap echt niet mijn ding zijn, stelt dat bepaalde blogcritici aanvoeren dat je je problemen moet op het net zwieren om niet oppervlakkig genoemd te worden. Die interpretatie is geheel voor haar rekening natuurlijk, al is overduidelijk wie ze daar botweg mee bedoelt. Ik vraag me ook opnieuw af wat het dan eigenlijk over haar zegt als ze zich geviseeerd voelt door het citaat. De dame zegt ook: ‘Zelf vind ik het veel fijner om iemands persoonlijke gebeurtenissen te volgen dan te weten wat iemand over die bepaalde film vond (duh… ik zag die prent ook en ik kan nog echt wel mijn eigen mening vormen) Voor een gefundeerde kijk op een onderwerp pak ik de krant vast. Volk genoeg dat ervoor opgeleid is. Waarmee ik niet bedoel dat ik op dene of gene neerkijk, ieder zijn meug voor mijn part.’ Dat vind ik een verbazingwekkend enge gedachte. Omdat ik zelf filmrecensies schrijf? Nee, omdat ik van iemand die in het onderwijs staat eigenlijk verwacht dat ze toch wel wat kritischer is. Er zijn best heel wat blogs die feiten even goed of zelfs beter verwoorden of analyseren dan veel journalisten, zeker tegenwoordig. Je kan er alleen maar iets van opsteken, al ben je het oneens met de schrijver. Ze spreekt ook zichzelf tegen: die recensies worden immers ook geschreven door volk dat er voor opgeleid is. Zonder te willen uitwijden over het zinvolle van recensies (van film of andere): wie kennis van zaken heeft, weet het echt wel beter dan een leek.

Drijf ik het nu niet wat ver door deze waarschijnlijk brave dame op haar woorden te pakken? Tja, dat doet zij natuurlijk evenzeer. Bovendien is haar onderonsje met Menck gewoon laag.

Ook met een zekere Dick Richie ben ik het gedeeltelijk oneens. Hij haalt uit naar sociaal geëngageerde en kritische blogs. Zonder mezelf daartoe te rekenen, verontwaardigt die oogklepmentaliteit me zeer. Wentel u gerust in de talloze wissewasjes en beuzelarijen van zekere bloggers, maar – al zullen ze geen revoluties te weeg brengen – doe toch ook eens een poging die enkele blogs  te waarderen die één en ander uit onze zieker wordende samenleving  onder de loep nemen.

Ik heb me hier weer even te pletter geschreven, me realiserend dat het allang niet meer interessant is voor de argeloze lezer. Sorry hoor, dit was dan maar vooral een stukje voor mezelf. En voor die enkele oververhitte bloggers. Ik had dat ook parodiërend kunnen doen, zoals hier, maar daarvoor zet ik te graag de puntjes op de i. En bij deze staan ze er stevig. Bedankt voor het lezen!





Even uitrazen

13 09 2009

miekevanheckeMieke Van Hecke heeft makkelijk spreken: zij zit niet met een probleem op ‘haar’ scholen. Toch doet ze ook haar duit in het zakje in het hoofddoekendebat. Ze voert zelfs tegenargumenten op om die hoofddoek toch toe te laten. Ik twijfel niet aan haar intelligentie (wel aan haar breeddenkendheid), maar haar ervaring is zowat onbestaande in deze materie en haar mening dus erg eenzijdig. Ik ben nooit fan geweest van deze oeronderwijzeres, wiens nauwelijks verscholen superioriteitsgevoel maar al te vaak nare herinneringen oproept aan mijn eigen aanvaringen met het bestuur van het katholieke onderwijs. Haar nu weer aan het woord horen, laat me enkele bedenkingen maken.

In de eerste plaats is er het dubieuze feit dat in katholieke scholen wél plaats is voor religieuze symbolen. De logica daarvan vind ik eigenlijk nog altijd bizar -ik kan me er nog altijd niet in vinden dat onderwijs en geloof in onze samenleving nog zo vergroeid zijn – , maar dat is voer voor een ruimere discussie. Maar moslimmeisjes die zich in een katholieke school inschrijven, wordt wel gevraagd hun hoofddoek op school niét te dragen. Dat heeft een ranzig tintje, vind ik. De eigen religieuze symbolen mogen wel, die van een ander niet. Verdraagzaamheid heeft in het katholicisme altijd al een enge betekenis gehad. Bovendien kan ik me de bevoogdende en vingerzwaaiende toon voorstellen waarmee zo’n moslimmeisje en haar ouders in heel wat katholieke scholen ontvangen worden. Ik ben genoeg van die figuren tegengekomen in het katholiek onderwijs, mensen die abnormaal veel waarde schenken aan hiërarchie en eerbetoon, neerkijkend vanuit hun ivoren beleidstoren en in een eng wereldje leven. Maar we wijken af. Ik vind het dagelijks leven op een katholieke school ongezond ver van de (multiculturele) realiteit staan. Misschien zit het enkel in mijn hoofd, maar ik erger me aan de gerustheid van de katholieken: zij moeten in hun school nog lang niet vrezen voor de problemen waar andere onderwijsnetten wel mee te kampen hebben. Op een school werken waar pakweg een derde (of de helft, of 90% wat dat betreft) van de leerlingen moslim is, drukt je iedere dag met de neus op de realiteit. De multiculturele droom is weliswaar nog ver weg, ik blijf het toch erg verrijkend vinden. En zelfs dan, het is gewoon de werkelijkheid. Toch is het niet altijd makkelijk en op zo’n momenten vervloek in binnensmonds de katholieke collega’s die in een sprookje leven.

Ik overdrijf natuurlijk. Laat me duidelijk stellen dat de meeste katholieke scholen even goed of even slecht zullen zijn als scholen van het stedelijk onderwijs of het gemeenschapsonderwijs. Goede en gedreven leerkrachten vind je overal, stompzinnigaards en kinderhaters ook, en op geen enkele klas verloopt alles vlot. Mijn collegialiteit is niet universeel – ook daar ben ik bezoedeld door kennismakingen met engdenkende, ongeïnspireerde en ruggengraatloze leerkrachten – maar uiteindelijk neem ik maar aan dat de meesten van ons het voor  het kind doen. Maar in visie en beleid zitten zoveel verschillen.

Ik kan intussen vergelijken. In het katholiek onderwijs moet men zijn plaats kennen. Directies en vooral het bestuur zijn zo doordrongen van hun zeer subjectieve normbesef, dat voor het minste de wenkbrauwen gefronst worden. Leerkrachten wijken best niet af van de uitgestippelde wegen, vaak zelfs ook niet in hun privéleven en de hiërarchie is heilig. Het klinkt als een afgezaagd cliché, maar helaas is het nog echt vaak zo. In heel wat katholieke schoolbesturen zetelen nog zusters en broeders, zich krampachtig vastklampend aan gedateerde vormen en inhoud. Ik heb het dan niet eens zozeer over de gehanteerde waarden – die zijn vaak zo vaag dat ze gewoonweg als algemeen geldend voor onze samenleving kunnen gezien worden - maar over vaak heel oppervlakkige (en soms ook fundamentele) zaken die vooral geen smet op het blazoen van de katholieken mogen betekenen. Een blazoen dat al niet eens zo proper meer is.

Er zal wel weer een lezer of wat zijn die in dit soort  bedenkingen redenen ziet om me van frustraties en kleingeestigheid te beschuldigen. Dat zullen dan wel mensen zijn die nog nooit iets gehoord of gezien hebben achter de schermen van het katholiek onderwijs. En toegegeven, er is ook een zekere frustratie: omdat het stedelijk onderwijs nog zo vaak minachtend wordt bekeken door de katholieken en omdat nog zoveel mensen voor het katholiek onderwijs kiezen zonder alternatieven te overwegen. Dat behoudsgezind en slaafs volgen van de conventies, bah. Ik werk nu al enkele jaren in het stedelijk onderwijs en nog steeds vind ik de verschillen opmerkelijk. Op het ambtelijke aspect na, dat zoveel clichés bevestigt, zie ik hier veel meer vooruitstrevendheid en openheid. Ik merk dat kritiek en discussie kan, dat er veel meer ruimte is voor persoonlijke ontplooiing, dat men niet verstikkend vasthoudt aan plichtplegingen en formaliteiten. Natuurlijk is er een chain-of-command en vanzelfsprekend gelden er gewone omgangsvormen. Maar zonder ook maar enige wurgende houdgreep van voorgeschreven regels van een oubollig geloof. En dat is niet eens correct uitgedrukt, want hoewel ik gelovige mensen vaak niet kan begrijpen, is het niet het geloof dat me stoort, wel de hypocriete wijze waarop dat geloof echtheid maskeert en als excuus moet dienen om zelf niet na te moeten denken. Geen wonder toch dat er zoveel duivels volk te vinden is, die kortzichtige interpretatie van geloof creëert volgens mij vooral frustraties.

uniformMieke Van Hecke had het nog even over uniformscholen. De voor- en tegens van uniformen op school  – of, in iets bredere zin, opgelegde kledingvoorschriften – zijn bekend genoeg. En toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat het ook hier enkel een vormelijk argument betreft, de overtuiging dat uniformen een soort fatsoen uitstralen die we blijkbaar moeten linken aan gelovigheid. Ook dat interpreteer ik als een superioriteitsgevoel. Als uniformen een soort mentaliteit moeten stimuleren, vraag ik me nog altijd af welke en waarom dat in onze samenleving niet te merken is. Meer zelfs, hoeveel creatieve en vooruitstrevende mensen kijken niet met veel bitterheid terug op hun uniformschool?

Met dat fatsoen neem ik overigens een term in de mond die ik eerder negatief opvat. Ik associeer fatsoen nog te vaak met afkeuring van wat anders is. Ooit noemde ik een schooldirectrice op deze blog als ’stijfstaand van fatsoen’. Toen ze dat vernam en daar haar beklag over deed, had ze daar zelf ‘kakmadam’ van gemaakt. Dat had ik niet gezegd, het was haar eigen interpretatie. Maar ik ben dus niet de enige die het woord fatsoen eerder negatief beschouwt. Fatsoenlijkheid gaat er immers van uit dat de norm van welvoeglijkheid vastligt, maar dat is nu net niet zo. Maar opnieuw wijken we af.

Laat me concluderen dat ik me bijzonder goed voel in het stedelijk onderwijs en ik overtuigd ben van alles waar het voor staat. Ik geloof in de pedagogische omkadering en de professionaliteit van de mensen die er aan mee werken, zonder dat van hen gevraagd wordt te voldoen aan een uit de lucht gegrepen norm van wat toelaatbaar is.

En het spreekt vanzelf dat mijn school de beste is, ha!





Acteren moet je leren

9 09 2009

Sinds Jelle Cleymans zich een weg ettert doorheen de serie Thuis slaag ik er nog meer in dan voorheen, dit leven zoals het helemaal niet is, compleet te negeren. Ergens ook jammer, want het schabouwelijke taalgebruik en de stereotiepe personages konden mij op sommige momenten inspireren tot genietbaar geëmmer hier, maar het was uiteindelijk amper draaglijk geworden.

Momenteel blijkt het taalgebruik in allerlei series echter plots een item. De Standaard pikte het geklaag op diverse internetfora op over het taalgebruik in nieuwe series als Los Zand en Code 37. Man Bijt Hond gaf daar gisteren een leuke draai aan. Ik ben als taalliefhebber wel tevreden met deze nieuwe aandacht – al die pietjes precies in Man Bijt Hond vond ik extreem sympathiek! – , hoewel ik me niet de illusies maak dat er iets zal veranderen. Overigens hoeft het voor mij ook niet van dat steriel Nederlands te worden, hoor.

Maar de Taal van Thuis heeft me dus jaren geërgerd, al die laat ik nu maar even links liggen. Over het schabouwelijke gepruttel in 16+ had ik het twee jaar geleden al. Dus over naar de actualiteit. Het taalgebruik in Los Zand vond ik bij momenten storend: zoals vroeger al gezegd wil ik nog tolerant zijn tegenover verkavelingsvlaams, maar dialect vind ik absoluut not done. In tegenstelling tot velen vond ik de acteurs wél verstaanbaar, maar dat wil niet zeggen dat ik ze met plezier aanhoorde. Enkele van de gesprekken waren beslist tenenkrommend dialectisch en voorzien van een geforceerdee naturel. Terzijde: deze serie wil ik best nog verder bekijken al garandeer ik niet dat ik de eindstreep haal.

Dan was er Code 37, een doorslagje van een kopie van een tweedehands politieserie. In Vlaanderen misschien wat ongezien, maar verder op alle vlakken ongeïnspireerd. En saai, niet te geloven. Maar ter zake: de Antwerpse en Brabantse accenten waarvan sprake in vele media, deden me niet veel. Zoals elders al opgevoerd, hoor je zeker in Gent diverse accenten, dus wat zou dat. Maar hier is meer aan de hand: de taal die de acteurs hanteren leunt zo dicht aan bij dialect, dat het bijzonder irritant wordt. Doet pijn aan de oren.

Ik heb daar wat over nagedacht. Als ik me in het dagelijks leven maar in  beperkte mate erger aan dialect en accenten, waarom zou ik dan in Vlaamse series en films wel verwachten dat men perfect Nederlands spreekt? Mijn conclusie is eigenlijk paradoxaal: ik heb helemaal niets tegen deze manier van spreken. Van nieuwslezers, presentators, omroepers en radiovolk verwacht ik dat uiteraard wel, maar acteurs hebben als opdracht fictie te brengen die aanleunt/gebaseerd is op/lijkt op de werkelijkheid. Dus moeten ze toch klinken zoals gewone mensen?

En dus zit het probleem voor mij helemaal ergens anders: het ligt aan de acteurs. Eén van de dames in Man Bijt Hond vond bv. dat Van Vlees en Bloed verknoeid werd door de dialectwoorden erin. Niets van gemerkt, moet ik zeggen. Als de acteurs overtuigen, maakt het mij eigenlijk niet echt uit wat ze spreken. Koen De Graeve kan zijn Aalsters doorgaans amper verstoppen, en toch hoor ik hem zeer graag bezig in alle soorten rollen. Ik raak er dus steeds meer van overtuigd dat goede acteurs het verschil maken en dat er ook steeds minder zijn helaas. Vlaanderen raakt bedolven onder would-be vedetten, bimbo’s die vanbinnen even blond zijn als vanbuiten en veredelde figuranten die zich allemaal acteur noemen.

Ik heb zelf geen acteerambities, ik snap ook dat het charisma van een acteur meer uitmaakt dan zijn werkelijke talent en dat een goed acteur meer is dan iemand die mooi spreekt. Wat een goed acteur dan wel is, valt moeilijk te omschrijven. Het laat me niet om toch even af te wijken van mijn punt en mijn loep boven het Vlaams acteervolk te houden. Ik beschouw dus even wat willekeurige Vlaamse acteurs om te zien wat er hapert en aanslaat.

 Vlaamseacteurs11. Veerle Baetens: overschat. Gigantisch nog wel. In de vier minuten van Sara die ik ooit meepikte, vond ik haar al amper boven het minimum amateurniveau uitsteken. In Code 37 hanteert ze zeker twee gezichtsuitdrukkingen. In Loft ging ze op in het decor, zo grijs wist ze te zijn. Ik moet haar niet. De verpersoonlijking van het banale. In Vlaanderen ben je dan een ster.

2. Marijke Pinoy:  Een mens met een wel erg beperkt register, waardoor ze al al haar rollen op elkaar laat lijken. Of ze nu de drama queen staat te wezen in De Keyser van de Smaak of moederlijk is in Ben X en Los Zand, ze blijft emoties verwarren met gesticuleren en zeuren. Let ook eens op haar gruwelijke articulatie. Haar jury duty in het gedrocht Moeders en Dochters onthulde bovendien dat ze in werkelijkheid ook gewoon zo is.

3. Maaike Cafmeyer: We love her. Niet? Ze is leuk , ze is grappig… Wacht even. Is ze echt grappig? Of heeft ze gewoon enkele grappige rollen gespeeld? Ze mocht heerlijk stuntelen in Het Geslacht De Pauw. Ze mocht heerlijk bot wezen in Loft. En ze komt beslist sympathiek en charmant over. Maar acteert ze eigenlijk goed? In Aspe zag ik haar nauwelijks aan het werk – niet uit te kijken, deze belegen misdaadprul – maar ik wacht alleszins tot ik eens echt onder de indruk zal zijn. Haar legendarische opdringpoging bij Paul Van Himst als vrouw van Bart De Pauw was echter ijzersterk. Acteren is ook: laten vergeten dat je een actrice bent. Ik geef haar nog heel wat krediet.

4. Jelle Cleymans: een ware verschrikking. Dit is echt wel allesbehalve een acteur. Ik blijf beleefd over zijn smoelwerk, maar dit is echt wel the very poor man’s Leonardo Dicaprio Zac Efron Rupert Grint. Ja, inderdaad, die irritante kerel die Ron speelt in Harry Potter.

5. Adriaan Van den Hoof: geweldig in zowat elke rol die hij speelde in het Peulengaleis en het gerelateerde Nefast voor de Feestvreugde. Memorabel als zieligaard in de sketches uit Man Bijt Hond. Maar beschikt hij over de veelzijdigheid en de diepgang die we van een goed acteur verlangen? Zijn gastrol in Code 37 was alvast heel erg om te lachen. Zonder dat dat de bedoeling was. Misschien komt het ooit goed, maar ik zie hem gewoon geen ernstige rollen vertolken.

6. Marilou Mermans: haar website opent met mijn lofuitingen en die zijn gemeend. Zou een monument moeten zijn in Vlaanderen, maar blijft toch wat onder de radar door gebrek aan grote rollen. Of net door zo op te gaan in haar rollen dat niemand haar herkent in een andere. Grote klasse dus. En dat moet dan opdraven in Familie en Thuis.

7. Frank Aendenboom: Dit is dan wel een momument, dus wat valt er te argumenteren? Dat deze knotwilg uit de Vlaamse filmwereld zo vaak in het dialect geacteerd heeft. En daar nooit iets tegen in te brengen viel want je geloofde iedere minuut. Al mogen ze Lili & Marleen gerust uit zijn cv schrappen.

8. Frank Vercruyssen: iemand uit mijn nabije omgeving deed onlangs een weinig sympathieke indruk op van deze man, maar desondanks weet hij in wat voor rol dan ook, wel steeds te overtuigen. Manneken Pis is nu wel heel lang geleden, De Smaak van de Keyser en (N)iemand toonden zijn talent recentelijk nog. Als Vlaanderen Hollywood was, was dit wellicht Sean Penn of zo. En dan heb ik nog niet eens één van zijn theaterstukken gezien.

9. Eline De Munck: haha. hahahahahahahaha. In het Kruidvat zoeken ze nog iemand.

10. Axel Daeseleire: Jaaaaa, dat Antwerps accent, we weten het. En die typecasting als macho. De man moet ook leven zeker? In zijn begindagen om weg van te lopen (Dief gezien iemand?), maar intussen toch al enkele keren zeer overtuigend geweest en ik heb de indruk dat hij zijn vak ernstig neemt.

Hmm, dit is leuk. Wordt beslist vervolgd.

En nu maar hopen dat al die mensen mij niet bellen omdat ze beledigd zijn.





Festivalfriet

6 07 2009

Terwijl half Vlaanderen zich in de Werchterse modder wentelt en weinig kieskeurig alle voorgeschotelde muziek aanhoort, beleefde ik een ander festival. Minder intens uiteraard, maar ik heb dan ook altijd al de koele donkerte van een bioscoopzaal verkozen boven drukke massatoestanden. Ik bracht de afgelopen dagen door in en rond het Flageygebouw, waar het Brussels Filmfestival van de Europese Film plaatsvond.

Tussen het films kijken door lonkte een klein frituurtje. Ik besloot plaats te nemen in de rij toen die nog niet zo heel lang was. Na toch wel een half uur aanschuiven – de man voor mij in de rij bestelde maar liefst 10 zakken friet - en reeds bediende klanten te zien passeren met wat er toch wel als heel lekkere frietjes uitzagen, kreeg ik eindelijk mijn frieten. Na het genieten ervan, zag ik dat de rij minstens verdubbeld was. Ik vroeg me even af of al dat wachten wel de moeite zal zijn. Even evalueren:

Zeer tegen de verwachtingen in was dit een zéér goedkoop frituur. Frietjes krijg je voor 1.70 of 2 euro (in een puntzak dan nog wel), een drankje kost ook amper 1 euro. Waar vind je nog een frituur met zo’n lage prijzen? Als de friturist zijn prijzen met 25% zou verhogen, zou de rij echt niet korter zijn. In Werchter kunnen ze daar enkel van dromen. flageyDe bediening was ook vriendelijk en men vroeg je bestelling ruim voor je aan de beurt was, zodat er wat gepland kon worden.

Dan de essentie: de frieten. De eerste smaken overheerlijk. Krokant, goudgeel, echt lekker. Maar halverwege je zakje frieten begin je te beseffen dat ze eigenlijk net iets te hard gebakken zijn. Je krijgt er dus genoeg van, terwijl ik meestal naar meer snak als mijn frietjes op zijn. Dan vind ik het plots normaal dat de frieten niet duurder zijn en besef je ook dat de rij best wat sneller zou kunnen opschieten als hij minder lang zou bakken. Ik moet er wel aan toevoegen dat de frietjes niet te zwaar op de maag lagen, wat toch ook wel eens gebeurt.

Het deed me overwegen de laatste mensen in de rij aan te spreken: een uur wachten voor al bij al niet echt superfrieten? Maar zulke overwegingen maak je alleen maar in je hoofd natuurlijk. En de volgende film zou trouwens gaan beginnen. Maar u bent bij deze op de hoogte.

Tot zover deze culinaire beschouwing.  

P.S. De Werchterverslaggeving wel gevolgd, dit is mijn favoriet:





Loft gezien?

27 10 2008

Ik wel, enkele dagen geleden, en nog steeds ben ik een beetje onder de indruk. Het kan dus, iets dat een groot publiek aanspreekt zonder dat het idioot of simpel moet zijn. Ik vond de film in alle opzichten zeer geslaagd.

Intussen probeer ik de nieuwe pollmogelijkheid maar eens uit. Hoe staat u er tegenover?





Blokken: de nawee

21 09 2008

Goed, ik ben dus op tv geweest in een quiz die ik verloren heb niet gewonnen heb. Zou het de minst bekeken aflevering van Blokken ooit zijn? Van alle mensen die ik mobiliseerde om mij aan het werk te zien, kon zowat de helft niet kijken. Ze hebben geen tv, moeten naar de kapper, de muziekschool of de zwemles. Zijn nog niet thuis van het werk of zijn al weer weg voor een avondje uit. De tv staat op de verkeerde zender of de video is fout geprogrammeerd. Dat betekent alleszins een boel minder mensen die hun visie op mijn deelname kunnen laten horen. En dat is misschien niet erg.

Want de andere helft heeft wél een mening, zo bleek uit de sms’jes, mails en blogreacties. Ik kon niet met de blokken spelen, zo wordt er gesuggereerd. Wel, ik heb mijn manoeuvres grondig geobserveerd en slechts één keer vind ik dat ik een blokje beter ergens anders had geplaatst. Ik ben namelijk net heel goed in dit spelletje. Mijn conclusie is en blijft dus dat ik gewoon heel erg slechte blokken had. En niet vergeten dat je in dit spel snel moet scoren terwijl je in de gewone Tetris rustig je tijd kan nemen wat op te bouwen om dan bv 4 rijen ineens te scoren. Kijk, wat zit ik mezelf weer te verdedigen. Geef ik wél toe: ik was niet goed in het afdrukken. Het risico schuwend te vroég af te drukken en daardoor de beurt kwijt te raken.

Zwarte kledij is geen goed idee, zo laat het publiek weten. Weet ik, ik droeg dan ook donkerblauw. Wist ik veel dat het nieuwe  decor  ook blauw zou zijn. Ik had overigens andere kleren bij, maar niemand van de productie leek dat iets te kunnen schelen dus heb ik me daar geen vragen over gesteld. Ik vond dat ik er goed uitzag, dus geen zure oprisping wat dat betreft.

Verder mag ik vaststellen dat ik geen domme dingen zeg en niet te veel onzin uitkraam, ondanks de soms gênante situaties waarin Ben Crabbé zijn kandidaten meesleept. Zo is het maar een geluk dat mijn gezicht niet in beeld was op het moment dat Crabbé een lied van André Hazes ten berde begon te brengen. Ik probeerde ‘beleefde glimlach’ uit maar het zag er wellicht uit als ‘plaatsvervangend schaamte gecombineerd met ingehouden minachting’. En ik heb het misschien gemist, maar ook de berisping van Crabbé dat ik veel te onduidelijk praatte (dorst!) lijkt geknipt te zijn. Al bij al ben ik dus in ere gelaten en kan ik zeggen dat ik best wel mezelf speelde.

Ik denk dat ik er ook vrij ongeschonden uitkom wat de kennis betreft. Zeker tegenover de vrij onwetende tegenspeelster. Tom Petty, tja, die ken ik nochtans hoor, maar ik kwam er echt niet op. Gaf Crabbé nog eens de kans de domheid van de mensheid te vervloeken. En ‘L’Elysee’, nog nooit van gehoord, dat zal ik nu wel nooit meer vergeten.

Ik kan natuurlijk wel nog enkele kleinigheden betreuren. Dat ik bij het begin niet eens aan het luisteren was en daardoor het foute antwoord van mijn tegenspeelster niet kon corrigeren, terwijl het zo’n makkelijke vraag was. Dat de overwinning erg dichtbij was en echt wel van één fout minder afhing. Dat één rij meer genoeg was geweest. Maar soit, ik kreeg een digitaal fototoestel, de tegenspeelster kreeg niets. Heeft de beste toch nog gewonnen.

Lees ook:
Blokken: de preselectie
Blokken: de uitgestelde deelname
Blokken: de twijfel vooraf
Blokken: de vragen
Blokken: de andere kandidaten

P.S. Nee, vandepotgerukte, ik zet mezelf niet op Youtube. Binnen een maand of drie hebt u een nieuwe kans bij de middagherhalingen.

P.S. 2: Ja, ik heb echt een foto van mezelf genomen terwijl ik op tv was…





De losse babbel van Verheyen

11 09 2008

Jan Verheyen is zichtbaar in zijn nopjes nu hij overal te lande zijn nieuwe film mag gaan promoten. Dat doet-ie graag, kletsen. Los, de verfilming van een roman van Tom Naegels, wordt dan ook met trots aangekondigd als iets aparts, iets origineel. Laat mij de eerste zijn om u te verkondigen dat dit geenszins een film is die u moet gezien hebben.

Ik kan het niet helpen, maar als Jan Verheyen een film maakt ga ik er doorgaans van uit dat het resultaat het omgekeerde is van wat hij zelf trots denkt bereikt te hebben. Nee, geen vooroordelen, maar ervaring. Ik herinner me de persvoorstelling van Alias, waarvan hij beloofde dat het een spannende psychologische thriller zou worden in de stijl van enkele bekende Scandinavische thrillers. Sober en beklemmend. Het werd echter zijn slechtste film ooit, een lachwekkend stuk trash met abominabel acteerwerk en een scenario om te huilen. Ook voor Los geldt deze omgekeerde waarmaking van de beloftes. Ik zag namelijk helemaal geen originele film die essentiële vragen stelt over allerlei pertinente vragen, maar een nogal gewone, onderhoudende prent waarin de ernst leutig verpakt wordt zodat je vooral niets voélt. Los heeft weinig ziel en gaat enkel voor wat effect. Hoewel de film geenszins verveelt, vraag je je vooral af wat je hier nu aan gehad hebt. Oppervlakkig, noem je zoiets.

Stany Crets, waarvan ik me misschien samen met u afvraag of zijn nieuwe programma Fans nu rotzooi is of een juweeltje, maakt zich ferm schuldig aan overacting, in een clichématige rol, maar verder wordt er wel behoorlijk geacteerd. Jaak Van Assche en Sana Mouziane zijn sterk. Toch slepen de personages je niet echt mee en de thema’s raken de kijker niet. Zijn film is wel vakmanschap (wat Alias bv. eigenlijk helemaal niet was), maar het is eigenlijk alleen de verpakking die telt, zelfs al gaat de film over euthanasie en de multiculturele samenmleving. Met zo’n thema’s dacht Verheyen misschien mooi te kunnen uitpakken daar op de zetel van De Laatste Show, maar dat vooruitzicht heeft zijn eigen inspiratie toch wat in de weg gestaan. In het land der blinden is eenoog koning, dus wordt maar flink de illussie gecreëerd dat het hier om een geweldige film gaat. Pas wanneer Verheyen eens een keer niéts zal te vertellen hebben over een film en het resultaat gewoon zelf het werk laat doen, zal ik hem ernstig nemen.

Ik ben benieuwd wat de Vlaamse pers daar over zal vertellen. Mijn collega hier vond de film alvast best te pruimen, ondanks mijn negatieve vibe tijdens de voorstelling. Het zij zo, ik bied hier dan maar wat tegengewicht en snak naar Loft en De Helaasheid der Dingen.





Beste zuurpruimen

14 06 2008

Soms kan bloggen best vermoeiend zijn. Als er weer eens een droogkloot of pezewever opduikt die zich zodaning ergert aan mijn schrijfsels, dat de zuurtegraad behoorlijk gaat stijgen. Zo werd op de website Medium4You onlangs een artikel van mijn overgenomen waar heel wat giftige reacties op verschenen. Ook op mijn eigen blog duiken regelmatig zure lezers wiens anonieme gebral mij weer eens doet zuchten om zoveel zinloosheid. Voorbeelden hier, hier en hier.

Welke conclusies vallen er te trekken?

* Sommige lezers kennen de context niet. Ze weten niet dat deze blog in eerste instantie opgezet is om de dagelijke verzuchtingen en ergernissen even lekker van me af te schrijven. Onwetendheid valt niet helemaal te vergeven, maar ik gun ze wat krediet omdat het artikel op een andere site verscheen waar de context ontbreekt.

* Ik schrijf in een pedant-beledigende stijl die ik in het dagelijks leven hoogst zelden hanteer. Dat schiet veel lezers in het verkeerde keelgat. Je moet en zal brave, beleefde en fatsoenlijke dingen schrijven, je mag over niemand oordelen ‘voor je zes maand in zijn schoenen hebt gestaan’ en je moet vooral rationeel en niet emotioneel schrijven. Jammer, maar zo werkt de realiteit niet altijd. Mensen hébben een indruk of een oordeel van elkaar en gelukkig gaat die meestal gepaard met een grote bereidheid die bij te stellen – ook bij mezelf. Maar ik blog om te schrijven, om lekker loos te gaan met woorden en gedachten en niet niet om een moreel voorbeeld te stellen, noch als oefening in ratio. Dat zou natuurlijk een werkpunt kunnen zijn.

* En dat is als leerkracht blijkbaar geheel not done, vind één van de zure reageerders. Een leerkracht die oordeelt over kinderen (wat niet klopt overigens), ouders en andere leerkrachten?! Wel helaas, een leerkracht is geen robot natuurlijk, maar een mens wiens persoonlijkheid net als bij ieder ander niet los staat van zijn beroep. Hoe ridicuul eigenlijk te stellen dat een leerkracht zich niet mag uitspreken over de domheid en lelijkheid van onze maatschappij. Wie gaat het wel doen? Er zullen er vast wel een massa onderwijzers zijn die zich schuw afzijdig houden, maar ik heb het geluk in een school te werken waar niet verwacht wordt dat je in het gareel loopt of je zachtjes aan gehersenspoeld wordt tot je in de waan bent dat de traditionele waarden en morele opvattingen van de school waar je werkt, overeenkomen met die van jezelf. De leerkracht staat al lang niet meer op een piëdestal, zet hem er alstublieft niet weer op. Bovendien baseren deze lezers zich dus enkel op mijn grove taalgebruik en lage gescheld. Terwijl een leerkracht die deelneemt aan Rad van Fortuin of een leerkracht die in de klas een portret van het koningspaar ophangt – hoe divers deze voorbeelden ook mogen zijn – óók een deel van zijn eigenheid blootlegt en het al even discussieerbaar is of dat goede voorbeelden zijn. Die reageerders lijken er overigens van uit te gaan dat ik mijn eigen schrijfsels als leesvoer serveer aan mijn leerlingen of hen betrek bij mijn fantastische plannetjes om de samenleving in de zeik te zetten, in plaats van iedere dag een baken van moraliteit te staan wezen achter mijn lessenaartje.

* De essentie is natuurlijk dat al deze lezers ook psychologen zijn, die uit wat gevit kunnen opmaken dat ik triest (nee, intriest zelfs) gekweld ga onder allerlei frustraties. Goed, ze kennen mij natuurlijk niet echt, dus weten ze niet dat ik in het dagelijks leven slechts in zeer beperkte mate kankeraar ben, en verder wel een goedgemutste, vrolijke, enthousiaste en constructieve zeurpiet. Maar het wordt zo’n cliché, ‘gefrustreerd’. Omdat je je ergert aan dwaze chauffeurs, slechte tv-presentators en taalfouten, moet je wel met een heleboel onvervulde verlangens zitten. Ik leg de link niet helemaal, eerlijk gezegd. Het wordt ook zielig bevonden je aan zulke dingen te ergeren, en men vraagt zich zelfs af of ik niets essentiëler heb om me zorgen over te maken? Ja, maar dat levert minder leuk leesvoer op, zet niemand op zijn paard en interesseert bovendien wellicht geen kat. Verantwoord Tijdverlies is en blijft de naam én de essentie van deze blog, die ik voor alle duidelijkheid uit ontspanning volschrijf. Frappant ook dat de mensen die vinden dat ik mijn tijd beter ergens anders aan zou besteden, zelf wel hun best doen om uitgebreid op het artikel te reageren. Anderen bijten me dan weer vol afschuw toe dat ik mijn gezaag voor mezelf moet houden. Maar deze blog is toch van mezelf? U komt hierheen om het te lezen!

* Het wijst meteen ook op een flagrant gebrek aan relativering van deze lezers. Ik ga mezelf natuurlijk niet tegenspreken, trouwe lezers weten dat ik niet van al te relativerende reacties hou, men mag in zijn reactie zeker de discussie aangaan, hevig of niet. Maar dan niet anoniem en mét argumenten, vind ik. En niet te vergeten, een scheutje humor. Ik begrijp niet zo goed – maar toch is het zo – dat mensen mijn stukjes van de eerste tot de laatste letter ernstig nemen! Sommigen reageren zelfs op mijn overdrijvingen alsof ik ze serieus bedoeld heb. Dat brengt ons weer bij het eerste punt van dit lijstje, die context, maar sowieso kan je als niet-betrokken partij (in dit geval weet ik natuurlijk niet of die reageerders niet allemaal ouders of leerkrachten zijn van de betrokken school) toch niet zo naast de inhoud kijken om maar meteen de auteur zijn schijnbare arrogantie en zieligheid uit te vergroten?

*Want dat is dus mijn grootste probleem met deze reageerders: ze missen het punt. Ze zeilen om de essentie van mijn betoog heen - in dit geval de verkeersonveiligheid rondom Sint-X- om me maar meteen af te kraken. Eén reageerder zegt zelfs haast letterlijk wat in een tweede artikel rond deze school ook al te lezen stond: ik moet maar langs een andere weg fietsen als ik niet iedere ochtend last wil hebben van het egoïsme en de kortzuchtigheid van sommige weggebruikers. Een dommer antwoord kan je je niet inbeelden. Er is ook de immer weerkerende oprisping dat ik zelf ook niets doe aan die ergernis, dat ik eerst maar eens naar mezelf moet kijken, dat er (in dit geval) toch ook ouders van mijn school met de auto naar school komen (ja, maar ik heb dan ook niets tegen de auto en bovendien gedragen deze mensen zich correct aan de schoolpoort want onze school doet uitgebreid aan preventie en communiceert daarover). Zo wordt er niets bijgedragen aan het debat natuurlijk. Het punt is immers net dat ik aan de meeste van die situaties niets anders kan doen dan ze aan te klagen op de manier die mij het best ligt, al schrijvend. Ik schrijf ook brieven naar kranten, tijdschriften, gemeentebesturen en bedrijven hoor, als dat al zou helpen.

* Want dat is uiteindelijk wél een frustratie: dat zoveel mensen zich neerleggen bij dingen die verkeerd lopen. Niet alleen bij spelfouten en verkeersagressie, maar ook bij onbetrouwbare vaklui die de klanten in de kou laten zitten, de banken en bedrijven die met de voeten van de consument spelen, de NMBS wiens dienstverlening maar niet verbetert, maar wiens prijzen ieder jaar stijgen, de ophemeling van nitwits en onbenullen in de meest debiele, hersenloze tv-programma’s, de sensatiezucht en manipulatie van de media, de onverschilligheid tegenover de haat, onverdraagzaamheid en het lijden overal ter wereld, het kapotmaken van onze Aardbol, … Of het nu om levensbelangrijke of triviale zaken gaat, iedereen kijkt gewoon de andere kant op.

* Op één argument wil ik wel nog even dieper ingaan. Een reageerder stoort zich aan het feit dat ik catecheselessen belachelijk maakt en hemelt daarbij allerlei – vaak volkomen in onbruik geraakte – katholieke gebruiken op. Ik denk dat er een groot verschil is tussen een religie (het katholicisme dus) en catecheselessen, hoewel ik ze allebei niets vind. Toen dat nog tot mijn takenpakket behoorde, gaf ik wel graag catecheseles, omdat er momenten van bezinning en diepgang inzitten en sociale waarden als verdraagzaamheid en solidariteit aan bod komen. Maar die zitten evenzeer in een zedenleerles of komen – toch in het Freinetonderwijs – ook aan bod in de dagelijkse klaspraktijk. Ik kijk echter wel neer op de blindheid en hypocrisie waarmee die catecheselessen vaak gegeven worden. Een schoolmastel is in dat geval zo iemand die zonder enige kritische instelling (want dat is in de meeste katholieke scholen not done) aan de kinderen vertelt dat Jezus over het water liep en je moet biechten omdat je anders naar de hel gaat. Zelf leven slechts een klein deel van de mensen die voor hun kinderen een katholieke school kozen én de mensen die er lesgeven, naar de normen waar de school voor staat. Velen volgens slaafs die tradities (doopsel, trouwen voor de kerk, communie) omdat het zo hoort, omdat anderen het ook doen, omdat ze niet durven twijfelen aan de zinvolheid ervan. Wat dus niet wil zeggen dat ik mensen die er oprecht voor kiezen, wil veroordelen. Maar ik heb wel zélf mogen ervaren en hoor nog dagelijks de verhalen (kijk, weer een frustratie!) hoe despotisch, demagogisch en manipulerend het er in heel wat katholieke scholen aan toegaat. Ik gebruikte de verwijzing naar de catecheseles dus eerder als een metafoor: wie graag catechese geeft, bouwt mee aan die oogklepperij. Waardoor je dus niet ziet dat voor je eigen school iedere dag onverdraagzaamheid wordt gecreëerd.

* Overigens goed mogelijk dat ik ooit zelf in Sint-X heb gesolliciteerd, zoals één van de zuurpruimen opwerpt. Zoals ik wellicht in alle Gentse scholen heb gedaan, jong en werkzoekend als je als afgestudeerde leerkracht bent. Het lijkt me erg vergezocht dat ik nu om die reden mijn gal spuw over die school, zeker aangezien ik nooit werkloos ben geweest en op alle scholen waar ik gewerkt heb, tevreden was.

En voilà, het geeft me weer een uurtje heerlijk energiek schrijven en rationeel denken opgeleverd, mijn klavier én mijn hersenpan gloeien ervan. Met dank dus, eens te meer.





Aan drie taal- en blogminnende deernes

19 04 2008

Beste dames,

Doorgaans laat ik iedereen maar zijn zegje doen op deze blog. Hoewel ik hier wel enige vereisten uit naar het soort reacties dat ik graag ontvang, doe ik zelf amper de moeite om te reageren op de reactie van een lezer.

Dat zou ook het geval zijn bij jullie uitgebreide kritiek op mijn blog. Die zou in theorie gewoon blijven staan. Alleen heb ik er twee problemen mee:
1. Het is een anonieme reactie.
2. Tot daaraan toe (jullie hadden er ook Francine, Wendy  en Dina kunnen onderzetten), maar ik heb de indruk dat ze ook wat persoonlijk bedoeld is, eerder dan ze enkel over mijn blog gaat.

Die (toch wel wat onsympathiek overkomende) combinatie leidt er toe dat ik besloten heb jullie reactie te verwijderen. Ze is duidelijk aan mij gericht, niet aan mijn publiek. Het is me ook geheel onduidelijk of ze al dan niet ironisch/terechtwijzend/giftig/ondersteunend bedoeld is, en ik neem dus liever geen risico.

Toch ga ik niet zomaar censureren. Daarvoor neem ik mijn blog eigenlijk niet ernstig genoeg. Dat ik dus toch besluit er op te reageren, is omdat ik niet de indruk wil geven dat jullie een teer punt geraakt hebben of de nagel op de kop hebben geslagen. Meer zelfs, ik ben het slechts in zéér beperkte mate eens met jullie kritiek en zal die dan ook graag weerleggen.

Laat ik die weerleggingen wel voorafgaan door de bedenking dat een blogger zijn eigen blog natuurlijk veel beter kent. Ik wil er dus niet vanuit gaan dat jullie alvorens jullie kritiek te formuleren, deze blog grondiger hadden moeten uitpluizen om zeker te zijn van jullie stellingen. Dat zal ik dus niet als argument hanteren.

Eerst en vooral dank voor de complimenten. Ik heb geen pieken in bezoeken vastgesteld, moet ik bekennen, dus de bewering dat jullie de link massaal verspreid hebben, neem ik met een korrel zout.

Jullie vinden dat de originaliteit van mijn blog slinkt. Ik tracht te begrijpen wat jullie bedoelen met ‘originaliteit’. Eerlijk gezegd heb ik nog nooit de indruk gehad dat mijn blog erg origineel is. Ik schrijf maar wat stukjes, net zoals iedere andere blogger. Het stukje Voeden is Opvoeden, dat ik een kleine maand geleden schreef, vond ik zelf best origineel. Mijn Alfabet der Mensen durf ik ook redelijk fris te noemen. Verder kan ik recent weinig originele artikels noemen, maar dat was ook in het verleden het geval meen ik. De kwaliteit van mijn stukjes is dus op zijn slechtst stabiel te noemen.

Jullie stellen ook dat ik vaak verval in eenzijdige kritische uitlatingen zonder opbouwende alternatieven en ik soms ongegronde commentaar geef. Is dit niet altijd zo geweest? Ik schrijf geen verhandelingen of papers, ik hoef de zaak dus niet vanuit diverse standpunten te bekijken. Dat doe ik in het dagelijks leven al genoeg, hier ben ik ongegeneerd zagevent. Ik zou ook kunnen zeggen: ‘ Op mijn blog schrijf ik wat ik wil’, maar dat vind ik zelf een wat ridicule en te makkelijke stelling.

Ik schrijf steeds vaker over schoolse gebeurtenissen en onbeduidende tv-programma’s, merken jullie op. Op dit punt kan ik jullie geen ongelijk geven natuurlijk. Wie de woordwolk rechts bekijkt, stelt hetzelfde vast. Ik zou me kunnen afvragen waar jullie suggesties tot alternatieven zijn, maar ik ga niet moeilijk doen. Toch is dit een kwestie van stating the obvious, iets waar ik me wel eens aan erger. In dit recente (en, al zeg ik het zelf, prettig leesbare) stukje schreef ik immers zelf: ‘ik ben me ervan bewust dat onderwijsperikelen niet het meest interessant leesvoer opleveren, maar het kriebelt gewoon om wat op mijn klavier te tokkelen en dus moet u het stellen met het beschikbaarste onderwerp: één schoolweek.’ Ik sta nu eenmaal voor de klas en ik vind de televisie verder een interessant fenomeen en de maatschappelijke gevolgen van (slechte) tv-programma’s moeten blijven gecounterd worden met onbegrensd gezeur. Voor tv-tips (en bij uitbreiding ook expo-, muziek- en dvd-tips) verwijs ik u graag naar deze blog. Want helaas, dames, kan ik op dit moment geen verslag brengen van mijn tocht door het Amazonewoud, het uitproberen van een revolutionair middel dat mijn voeten laat krimpen, een bezoek aan de boreling van Filip en Matilde, het concert van KT Tunstall met Dana Winner in het voorprogramma, een deelname aan een wedstrijd autobandwerpen (ik begin er behoorlijk goed in te worden!), een ontmoeting met een dakloze miljonair die me in zijn testament heeft gezet of het figureren in een strip van Jommeke. Ik kan u ook geen getuigenis brengen van een spectaculaire overval op de biobakker of biokapper, de onthulling dat ik een cursus parachutespringen volg, een relevante bijdrage aan de discussie over de openingsceremonie of mijn mening over het gebruik van plastic waterflessen. Ik maakte geen lawine mee, werd in de zoo niet bijna verscheurd door een struisvogel en werd door vtm niet gevraagd me aub niet in te schrijven voor hun grote volksquiz omdat ik wegens het lage niveau iedereen naar huis zou spelen. Neen, die dingen zijn me allemaal niet overkomen. Ik schrijf dus over bosklassen en opgesloten juffen, over belachelijke filmproducties en clichébevestigende wijveninitiatieven (toch een scherp bedoeld stukje hoor). Daar zult u het dus moeten mee stellen, dames.

Want jullie zitten er helemaal naast als jullie opperen dat ik schrijf onder druk van de lezers of om een minimum aantal artikels te halen per maand. Geen klachten over bezoekcijfers of reacties. Ik schrijf enkel en alleen – en dat heb ik in het verleden meermaals gesteld – omdat ik zin heb om te schrijven.

Daarna gaat u met uw kritiek regelrecht uit de bocht. U vindt me verbitterd klinken. Ik daag u uit daar voorbeelden van te zoeken. Als ik al wrok zou koesteren, komt die beslist nergens tot uiting omdat ik zulke onderwerpen zou vermijden (Ja, Freddy van de Broeders van Liefde, ooit stel ik mijn wedervaren met u te boek!). Ik klaag nergens over tekortkomingen of frustraties. Ben ik verbitterd enkel en alleen omdat ik weiger me neer te leggen bij de overvloed aan amateurisme en ideeënarmoede die onze samenleving kenmerkt? ‘Jaja, ik zaag’ stelde ik nog in dit treffende stukje. Dat ik een zagevent bent, staat ook boven deze blog en ik verwijs er regelmatig naar. Lijkt me toch iets heel anders dan verbittering. Bovendien krijgt u vaak genoeg stukjes waarin ik met verwondering, bewondering of enthousiasme de wereld om mij heen beschouw, naar mijn mening mooie compensaties van al dat gekanker.  

Dan durft u het nog hebben over taalfouten. U vindt het blijkbaar onbehoorlijk dat ik het taalgebruik van allerlei BV’s in het belachelijke trek, maar zelf ook af en toe taalfouten maak. Dat is een scheefgetrokken kritiek.

Enerzijds denk ik dat het aantal taalfouten op deze blog behoorlijk meevalt. Jullie illustreren dit niet met een voorbeeld, om evidente redenen. Doorgaans worden taalfouten immers snel verbeterd, omdat vriendelijke en alerte lezers me er op wijzen. Maar dat gebeurt eigenlijk uitzonderlijk omdat er gewoonweg weinig fouten gemaakt worden. En dan nog wil ik u gerust bekennen dat ik ook wel eens dt-fouten maak - al zijn de regels eigenlijk doodeenvoudig. Ik twijfel er dan ook aan of ik het hier al een keer over het al dan niet schandalig zijn van dt-fouten heb gehad.

De parallel tussen mijn taalfouten (en dus laten we typfouten buiten beschouwing) en het kromme, platte, onprofessionele gezwam van bepaalde BV’s is behoorlijk vergezocht. Voornamelijk omdat het hier enerzijds om schriftelijk en anderzijds om mondeling taalgebruik gaat – wat niet te vergelijken valt. Als ik klaag over het povere taaltje van omhooggevallen BV’s of het meelijwekkende niveau van taalgebruik in soaps, heb ik een punt, want deze mensen worden verondersteld zich in te spannen om fatsoenlijk te spreken. Het is verdorie hun beroep. Ik denk dat ik als niet-professionele blogger zonder opleiding in de journalistiek, gerust mag zeggen dat ik meer dan behoorlijk schrijf. En spreek, mocht u dat niet weten.

U hoopt tenslotte op de terugkeer van de oude SveN. Er is geen oude Sven, er is geen nieuwe Sven, er is alleen maar SveN. Dit onderwerp kan weliswaar uitgespit worden, maar dat doe ik niet met vreemden.

Nu, in alle eerlijkheid dames, ik wil wel iets aanvangen met dat kleine deeltje van uw kritiek dat ik kan begrijpen. Ik ga niet met het lullige ‘als ‘t u nie aanstaat, lees het dan niet’ zwaaien, want dat is een hol en zwak argument. Integendeel, ik wil dat jullie mijn blog wél blijven lezen. Maar dat jullie denken mij – en zeker op zo’n toon – in een bepaalde richting te kunnen sturen, is een vergissing. Ik heb geen marketingplan of mission statement. Ik schrijf gewoon.

Bedankt om me uit te dagen, alleszins, ik voelde me aangescherpt..





Ontuchtige series

3 02 2008

Conversatie tussen mijn grootmoeder (84) en haar schoonzus Agnes (82)

Madeleine: Kijkte naar ‘Katarakt’?
Agnes: Katarakt? Baneen’ek, zo nen hoerennest!
Madeleine: Ik zie wel graag naar ‘Sara’.
Agnes: Zo nen hoerennest!
Madeleine: ne mens moet toch ergens naar zien!
Agnes: En ‘Thuis’! En ‘Familie’! Allemaal nen hoerennest!

Waar is den tijd dat de series nog braaf en katholiek waren?





Stem op uw favoriete films van het voorbije jaar!

29 12 2007

Filmfans, laat u horen: de onevenaarbare KUTsite stelt een lezerstop samen van de films van het voorbije jaar. Draag hier bij tot die top. Wie niet zo meteen 5 films weet die een stem verdienen, herinner ik graag aan Dagen zonder Lief, dat momenteel véél te laag staat in de voorlopige top en dus best een plaatsje in uw top 5 verdient!





Ahmedden en Mariëtten

21 10 2007

Er is al gedebatteerd over hun Nederlands, hun hoofddoeken, hun moskee, hun arbeidssituatie, hun offerfeest, hun ramadan, … Het moment is dan ook gekomen om het eens over het lot van de senior-moslims in ons land te hebben. In Antwerpen is namelijk een discussie losgebroken over het al dan niet oprichten van aparte bejaardentehuizen voor moslims. In Gent is het kerkhof dan weer aanleiding tot politiek gekibbel. Moeten moslims een aparte begraafplaats krijgen?

Ik zie de krantenkop al voor me, binnen afzienbare tijd: “Familie weigert opa te begraven naast allochtoon“. Zou bepaalde partijen mooi uitkomen, zo’n relletje. En ze zouden nog een heel sterk argument hebben ook. De islamieten willen namelijk zelf ook een aparte begraafplaats. Het Gentse Groen!-gemeenteraadslid Meryem Kaçar is zelf moslim en wil volgens de islamitische voorschriften begraven worden. Dat gaat makkelijker als er een apart perceel is voor moslims.

oudjes.jpgMet andere woorden: racisten en moslims zijn het voor het eerst blijkbaar zowat eens met elkaar. Of beter gezegd: het komt racistische partijen wel goed uit dat de moslims er voor een keer ook niet willen bijhoren. Discussie gesloten zou je zeggen. Vandaar ook dat er in Vlaanderen al al 14(!) gemeenten zijn waar aparte begraafplaatsen voor moslims zijn en we daar eigenlijk nog nooit iets over gehoord hebben.

Het is niet eenvoudig om zomaar een mening te poneren over deze situatie. Ik begrijp alle argumenten wel, maar ergens vind ik het abnormaal dat moslims en ‘anderen’ (want de overigen zijn niet allemaal katholiek) apart begraven worden en iedereen dat goed vindt, terwijl we eigenlijk op alle andere gebied moeite doen om mensen met een ander geloof erbij te laten horen. Of klinkt dat net verzuurd en conservatief?

Wat dus nodig is om van deze schijnbaar inconsequente situatie een topic te maken is ofwel een heel domme Vlaams Belanger die stelt dat moslims er al heel hun leven willen bijhoren en dat ze nu dus niet moeten zeuren om apart begraven te worden; of een rebelse moslim die in één van die 14 gemeenten weigert een familielid op de aparte begraafplaats te laten begraven maar zijn nonkel Ahmed gewoon naast Jules of Mariëtte wil laten rusten. Maar geen van beide zie ik niet meteen voor me (Domme Vlaams Belangers genoeg nochtans).

Samenleven is niet gemakkelijk, maar dat is het evenmin zonder moslims. Maar misschien heeft de discussie rond integratie eindelijk de laatste fase bereikt nu we op een dood punt aanbeland zijn?





Ik heb gelijk. Altijd.

15 10 2007

In de loop der jaren heb ik geleerd dat ik niet altijd gelijk heb. Ik geef dat in vele gevallen dan ook zonder problemen toe. En ik tracht niet al te fanatiek dingen te verkondigen waarvan ik niet 100% zeker ben. Al lukt dat niet altijd. Ik ben sowieso al dominant aanwezig.

fiets.jpgFrustrerend is wanneer je gelijk hebt, maar het niet kunt zeggen of aantonen. Zo stak ik vandaag per fiets een drukke weg over langs een – hoe kan het ook anders – oversteekplaats voor fietsers, duidelijk aangegeven met een rode baan. In de verte zag ik een auto aankomen, waarvan ik wel veronderstelde dat hij zou vertragen wanneer hij merkte dat ik wou oversteken. Toch bleef hij zonder vertragen mijn richting uitkomen, maar als fietser moet je sterk in je schoenen staan en dus stak ik toch maar over. Zoals verwacht vertraagde hij dan toch, hoewel duidelijk was dat hij dat eigenlijk niet wou. De chauffeur stak zijn hoofd uit het raampje en riep: ‘Dit is een zebrapad, geen fietspad!’. Toen reed hij door. Ik was even verbouwereerd. Ik bevond me wel degelijk op een oversteekplaats voor fietsers, die zelfs overging in een echt fietspad. De idioot achter het stuur had het volkomen mis. Ik had gelijk. Dat wou ik zo graag kwijt aan die man dat ik even overwoog per fiets de achtervolging in te zetten. Gefrustreerd zette ik mijn weg verder.

boombal-1.jpgOp school werd er over het ‘boombal’ gepraat, een evenement dat mij niets zegt, maar dat is de kwestie niet. Toen ik het woord ‘boombal’ uitsprak, moest één van mijn collega’s heel hard lachen. Uitlachen, zo vond ik, gepikeerd. Zij was er namelijk van overtuigd dat het je dit op z’n Engels uitspreekt, als ‘boembal’. Ook mijn directeur schaarde zich achter deze Engelse uitspraak en daar stond ik dan met mijn bomen. Terwijl ik dit concept als minstens drie jaar zo noem. Ik begon te twijfelen. Ik leerde het begrip kennen van oud-collega Liesbeth, een folk-adept die zich toch niet in deze bewoording zou kunnen vergissen?

Thuis zocht ik het meteen op. Natuurlijk is het boombal. Op zijn Vlaams dus. Wat zou zo’n typisch folkloregedoe nu een Engelse naam hebben? Weer had ik gelijk. En weer had ik niet de kans te repliceren. Dju toch. Pech voor mijn collega’s. Mijn overtuiging kan nu een hele nacht rijpen zodat ik mijn gelijk morgen met des te meer arrogantie in hun gezicht kan zwieren. Laat ze maar lachen.





Uw eigen karakter

9 07 2007

De poll vroeg om introspectie: ‘Welk karakterkenmerk wordt volgens u door de meeste mensen uit uw omgeving gewaardeerd?’, was de vraag.

- uw gevoel voor humor | 10%

- uw vriendelijkheid en behulpzaamheid | 40%

- uw optimisme en vrolijkheid | 15%

- uw inzet en engagement | 28%

- uw discretie en subtiliteit | 8%

Ik denk dat een mens zich sneller vriendelijk en behulpzaam durft noemen dan grappig, discreet of geëngageerd. En dus ook durft stellen dat die eigenschap het meest wordt gewaardeerd. Zou het trouwens ook niet zo zijn dat we soms vinden dat anderen onze goede eigenschappen niet altijd opmerken? Dan wordt het misschien moeilijk hierop te antwoorden.





Choose life

29 06 2007

De afgesloten poll peilde naar uw stemgedrag van 18 juni. Dit waren de wel erg gevarieerde resultaten (101 stemmen):

18% Open VLD
18% sp.a
15% Groen!
12% CD&V
8% Vlaams Belang
7% Lijst DeDecker

Niet echt resultaten die overeenkomen met de werkelijkheid, deze blog trekt dus misschien geen doorsnee groep mensen aan.
12% heeft voor een ‘andere’ partij gestemd. 11% is niet wezen stemmen – waarvoor uiteraard meerdere redenen te bedenken zijn. Maar toch is dat een hoog aantal.

Stem ook op de nieuwe poll!





Groet u uw buren?

12 06 2007

In een poll vroeg ik naar de omgang met uw buren. Voor de ene een goede vriend, voor de ander een zware last.

Op de vraag ‘Groet u uw buren’, gaf u volgende antwoorden:

Nooit | 22% (11/50):

Alleen als zij eerst groeten | 12% (6/50):

Als ik zin heb | 12% (6/50):

Ja, geen probleem | 48% (24/50):

Ik heb geen buren of zie ze nooit | 6% (3/50):

Ik ben eerlijk gezegd opgelucht dat er best nog wat mensen zijn die niet zo veel zin hebben in hun buren. Hier in Gent ben ik de stralende buurman die iedereen welgemeend begroet, zelfs al kijken ze zuur of willen ze schijnbaar zelf geen contact. In Haaltert – waar ik geregeld langskom – zeggen mijn buren me niets, letterlijk en figuurlijk. Waarom? Dat leest u hier en hier.

En nu maar stemmen voor de volgende poll!





Meningen: Leterme

28 05 2007

Yves Leterme mag dan al heel vriendelijke, persoonlijke mailtjes terug gestuurd hebben naar alle mensen die hem enkele maanden geleden mochten laten weten waar ons bestuur fouten maakte, ik vind hem gewoon een eikel. Afgaande op onderstaande resultaten van de poll, zou de man niet meteen moeten hopen op een premierzitje, maar dit is dan ook verre van respresentatief.
Zou u voor Leterme stemmen, wetende dat hij kandidaat-premier is?

-Nee, ik kan zijn kop niet zijn en zijn gemekker irriteert me: 15%

-Nee, zijn politieke standpunten zijn de mijne niet: 28 %

-Nee, ik wil dat Verhofstadt premier blijft: 25%

-Misschien, afhankelijk van de alternatieven: 5%

-Ja, ik vind hem een goed politicus: 11%

-Ja, ik vind hem een sympathieke en toffe kerel: 0%

-Ja, want het is het enige waardige alternatief voor Verhofstadt: 16 %