Typische leerkrachten (2)

4 10 2007

dscn5188.JPGIk stel me wel eens vragen bij de clichés over leerkrachten. Er bestaat zo’n algemeen beeld over leerkrachten, maar er zijn tegelijk zoveel verschillende soorten lesgevers dat het cliché nooit helemaal klopt. Ook ikzelf ben wel eens ‘een echte meester’, maar ik vind dat ik vooral zo word genoemd door mensen die mij nog nooit aan de slag gezien hebben en dus niet inzien dat ik ook afwijk van het cliché. Ik zou kunnen stellen dat het me niet kan schelen, maar dat is niet zo. Ik wil geen typische leerkracht zijn. En ik ben er ook zeker van dat ik dat momenteel ook niet ben. Niet helemaal. Of toch? Zucht.

Daarbij aansluitend: het maandblad Yeti, een keicool blad voor zesdeklassers, bracht vorige week een artikel over mannen in het onderwijs. Die zijn in de minderheid, zoals we allemaal wel weten, maar dat is niet waar ik het over wil hebben. Het artikel ging gepaard met een fotocollage waarop een meestertypetje werd afgebeeld (zie foto). Een moderne, toffe meester. Met sneakers. En hij ziet er grappig en gezellig uit. Zogezegd. Ik noem hem provinciaals alternatief. Met een colbertje dat ik ook ooit droeg… in 1996. Kortom, de herkenbaarheid is laag.

Toevallig publiceerde het maandblad Klasse een top 20 van voornamen van leraren. Spek naar mijn bek, want ik ben altijd al geboeid door namen en de samenhang met persoonlijkheden of bv. ook beroepen. In Vlaanderen zijn er het meest juffen An, wat niet zo verrassend is. Bij de mannen prijkt meester Mark op één. Ongelooflijk saaie, oninteressante, kleurloze namen die weinig inspirerend werken, vind ik. Opvallend is verder dat in de top 20 van de mannennamen, al mijn mannelijke collega’s opduiken: Frank, Eric, Geert, Tom en Jan (maar geen Sven, dus ergens wijk ik dan toch af van de doorsnee, al is dat puur toeval). Drie namen duiken slechts één keer op, waaronder Micha, die ik toevallig ook ken.

Ook onder de vrouwennamen tref ik enkele collega’s aan, uiteraard. Er is bij ons een Hilde, een Katrien en een Caroline. Dat valt uiteindelijk nog mee, maar vrijwel alle andere namen in de top 20 ben ik al wel eens tegengekomen op vorige scholen. Leuk detail is nog dat er onder leerkrachten opvallend weinig Rudy’s, Eddy’s en Nancy’s te vinden zijn.  Eén van mijn favoriete collega’s heet nochtans Cindy. En Demcy maakt haar naam evenmin waar.

De volledige top:
mannen: Mark, Jan, Luk, Johan, Dirk, Peter, Bart, Jef, Paul, Geert, Patrick, Filip, Erik, Wim, Koen, Tom, Guido, Frank, Kris en Willy.
vrouwen: An, Maria/Mia, Hilde, Els, Katrien, Marleen, Martine, Karin, Kristien, Veerle, Sofie, Katleen, Kristel, Rita, Ingrid, Ilse, Inge, Godelieve, Caroline en Linda.





Er was eens …

28 08 2007

langteen.jpgAls het komende schooljaar even sprookjesachtig zal verlopen als de namen van mijn leerlingen doen beloven, ziet het er goed uit. Een greep uit de familienamen van mijn nieuwe klas: Vukay, Mispelon, Fierlafijn, Langeraert, Maenhout en Haeseryn. Ik wacht alleen nog op Langteen en Schommelbuik…





Gepamper: Tore, Minne en Léon

30 05 2007

De Storm is al wat gaan liggen, maar ons schoolteam blijft zich vermenigvuldigen. Op 11 mei kwam Tore ter wereld, twaalf dagen later kwam Minne er bij. Vandaag werd Léon geboren. En in september komt er dan nog een uk bij (update: Lion). Eerder op het jaar werden ook al Laure, Finn, Mats en Stipe geboren. Totaal op één jaar: 9

Goed voor mijn tewerkstelling uiteraard; zowel nu als in de toekomst.





Gepamper: Storm over Lokeren

5 05 2007

Katleen & Geert hebben er een weekje langer moeten op wachten, maar vannacht is hun zoon Storm dan toch geboren, een broertje voor Tristan. Ik ben wel te vinden voor originele namen, al zijn er grenzen. Maar Storm vind ik geweldig. Wel wat jammer van de wel zeer Vlaamse familienaam die het geheel meteen een stukje minder exotisch laat klinken. Vergelijk maar met ‘Van Damme’ of ‘Verbruggen’ of zo.

U onlangs nog te gekke of net eenvoudig mooie namen op geboortekaartjes zien staan?





De ergernissen

12 04 2007

De HUMO van deze week bracht een nogal onopvallend, maar zeer interessant artikel. ‘Ouwe heren ouwehoeren’ laat de heren Stijn Meuris, Marc Didden, Jan Van den Berghe en (pdw) aan het woord over hun ergernissen. Dit zijn namelijk befaamde zeurkousen en zij kunnen onophoudelijk klagen over de wereld om ons heen. Ik vond dit artikel zeer verfrissend en het deed me beseffen dat ik het toch wel een beetje mis om zo ongegeneerd iets of iemand af te kraken of te bespotten. Ik was daar vroeger best wel goed in, vond ik. Maar toen begon deze blog succes te krijgen en veel lezers apprecieerden toch een af en toe iets minder verzuurde toon. Stom om daar aan toe te geven, eigenlijk. Het is nog altijd mijn blog, die hoort te gaan over wat mij bezighoudt. Maar het zijn niet alleen de  blogbezoekers die mijn schrijven beïnvloeden. Onze samenleving lijkt geen plaats meer te hebben voor gezeur en gezaag. Alles sam, normen en waarden, weet u wel. En daar kan ik inkomen. Negativiteit is geen vruchtbare karaktereigenschap. Maar tegelijk is er in diezelfde maatschappij een overvloed aan zaken die het gewoon verdienen afgezeikt te worden. Overloop deze blog maar eens sinds zijn ontstaan: Kate Ryande taal van Thuisfermettebewoners, weermannen, Bart Chabot, preselecties bij VTMteenslippers, Belgacom, Scherre de Gerre, klantenwervers, de NMBS, joggingpakken, taalfoutenWendy, Regimijn buren… We moeten alles maar goed vinden of negeren, voor kritiek en commentaar is nooit plaats, je moet maar de andere kant op kijken, de knop omdraaien, enz. Die discussie is al uitgebreid gevoerd natuurlijk. Om maar te zeggen: we kiezen op alle gebied voor middelmatigheid en doorsnee. Wie wordt b.v. wellicht onze volgende premier? Ik wil mijn oude negativiteit in ere herstellen. Dus sta me toe dat ik nu en dan toch weer eens flink arrogant uit de bocht ga en hier vlammende stukjes schrijf over alle rotzooi die ons omringt. Ik moet op school al het stichtend voorbeeld geven en zalven en goedpraten en nuanceren en neutraal zijn en daar kan een mens echt wel eens genoeg van krijgen. Deze ontspannende vakantie heeft me dat nogmaals laten inzien. Ik vind het leuk om me ergens aan te ergeren en dat ga ik vanaf nu weer wat meer doen.Als afsluiter een fragment uit het artikel waarin de bal toch wel even wordt misgeslagen:Originele Voornamen
Marc Didden: “In principe vind ik dat alle inwoners van dit land Jef of Maria zouden moeten heten, al realiseer ik me dat dat niet werkbaar zou zijn. Maar bespaar ons alstublieft de Lobkes, Eppo’s, Wolkjes en Winters van deze wereld. Al kan het mij deep down  inside natuurlijk niet schelen. Van mij mag je zelfs Jens heten, op voorwaarde dat je een eskimo bent.”
Dit is natuurlijk je reinste kletskoek. Didden vindt Jens blijkbaar al een vergezochte naam, terwijk er tegenwoordig toch wel een pak slechtere namen bestaan - laat mij u de voorbeelden besparen. Maar dat hij Jens bovendien met een eskimo associeert, is natuurlijk de druppel. Dat zou hetzelfde zijn als een Ier die Joris heet of een Rus die Kees heet. 





Onthoudsels

23 12 2006

Nu 2006 zijn einde nadert, sta ik er even bij stil hoeveel nieuwe mensen ik heb leren kennen door op een nieuwe school aan de slag te gaan. Zo sta ik er soms even versteld van hoeveel namen een mens kan of moet onthouden. In de eerste plaats kwam ik een dertigkoppig team terecht, inclusief administratief personeel, toezichters, tolken, enz. De school telt 173 kinderen in de lagere afdeling, waarvan ik er vermoedelijk zo’n 120 bij naam ken. Omdat op onze school een voornaamcultuur heerst, ken ik ook nog eens zo’n 40 ouders bij de voornaam. Dat wil zeggen dat ik in de laaste 4 maanden van dit jaar zo stilaan 200 namen heb leren onthouden. Nu is dat voor ons geheugen wellicht weinig moeite, maar ik vind dat toch wel flink van mezelf. Al ben ik eigenlijk altijd al goed geweest in voornamen. Opvallend is dat bij ons op school weinig namen meer dan één keer terug te vinden zijn. Geen Kevins, Laura’s of Pieter-Jannen bij ons, maar Anthea, Maël, Djenghis, Siebert of Quinn. En dan heb ik ook nog eens mijn kennis van de Turkse namen uitgebreid. Ahmeds, Fatima’s of Mohammeds vind je nauwelijk bij ons, maar Veysel, Mervé, Selim en Charaf wel. Aan de familienamen waag ik me echter vooralsnog niet…





Chipper

9 04 2006

(Voor ingewijden)

Dit weekend rees op café de vraag naar de herkomst van de bijnaam ‘Chipper’, zoals een welbekend persoon uit ons dorp ook wel genoemd wordt. Ik ging te rade bij de alwetende oma en kreeg naast de verklaring ook een leuke anekdote.

De grootvader van Chipper was een duivenmelker, die dus ook ’speelde’ met de duiven. Duiven dien je van een ringnummer te voorzien enz. en dat (of althans toch een deel van deze handeling) wordt ook wel ‘chippen’ genoemd. De kleinzoon van deze man was dus de ‘kleine (van) Chipper’.

Opa voegde er aan toe dat die grootvader op een bepaald moment in vogels handelde. Daarvoor had hij een aantal gevangen mussen geel geverfd, waarna hij doodleuk probeerde deze te verkopen als … kanarie! Het lijkt wel een afgewezen plot van een Jommeke-verhaal. In hoeverre het trucje overigens gelukt is, is niet geweten, maar het verklaart alleszins de gedrevenheid in zakendoen die de volgende generaties van deze familie ook zou kenmerken.

(Willy Michiels)





In de naam van de broer

3 02 2006

Iedereen heeft er wel al eens over gefantaseerd een andere naam te hebben. Keuze zat. Vannacht kreeg ik opeens een bizarre ingeving. Stel dat je voor je broer een nieuwe naam moet kiezen… Kies je dan een soortgelijke naam? Is een Ruben bv. ook een Jonas? Wim = Tom? Daan = Stijn? Pieter = Steven? Simon = Robin? Matthias = Thomas? Kevin = Nick? In theorie klopt dit wellicht een beetje, maar het zou dom zijn een al even banale naam voor je broer te kiezen. Tenzij hij natuurlijk over een nogal Jorisachtige persoonlijkheid beschikt. Dan staat Diego meteen wat belachelijk. Iedereen verdient een naam waarvan de interessantigheid omgekeerd evenredig is met de banaliteit van zijn persoon. Daarom heb ik alleszins besloten, zonder daar echt lang over na te denken, mijn broer Jens de naam Boris te geven.