Feeling Blue (in a very good way!)

27 05 2012

Omdat het zonovergoten weekend verdorie nog maar halfweg is en het tot dusver keihard genieten is.





ferfelend gefal fan voneemferwisseling

14 12 2011

Stanislav, Eugene, Achilles, Eusebius, Ijsbrand, Wilhelmus, Antonino, Esteban, Casimir, Enrique, Alizir, Serafijn, Quentin, Jeremias, Amaury, … Dat zijn pas moeilijke namen. Daar maakt u maar naar hartelust schrijffouten in.

Maar SVEN?????

Een naam die que banaliteit amper Jan overtreft?

(en dan daaronder gewoon doodleuk mijn mailadres, wél correct gespeld!?).





The End

23 10 2011

Had ik de voorbije 12 dagen aan één stuk door moeten werken, ik was al lang onderuit gegaan. Maar twaalf dagen filmfestival gingen me dan blijkbaar wel af, al overvalt me vandaag een loden gevoel van uitputting waarvan ik liefst van al een dag of twee zou recupereren.

Het zit er weer op. Mijn twaalfde Gentse filmfestival. Op filmgebied een waar genot. Ik zag, net als ieder jaar, zo’n 30 films en daar zat amper iets minderwaardig tussen. Niet dat het programma dit jaar zo veel sterker was, wel mijn vermogen om te vooraf te bepalen wat voor films me liggen. Ik zag twee Noorse films, een Deense , twaalf Amerikaanse, drie Belgische, vijf Britse, een Nederlandse, een Franse, een Zuid-Koreaanse, een Zuid-Afrikaanse, een Oostenrijkse, een Argentijnse, een Russische en een Zweedse film. Als gewoonlijk een mooie variatie aan stijlen en verhalen en geen enkele daarvan was echt slecht, al waren sommige eerder flauw.

Ik heb de zaal één keer verlaten, iets wat ik in mijn hele leven hooguit een keer of twee gedaan heb. Het Indische Gandu was niet zozeer slecht als wel nietszeggend en leek me op dat moment pure tijdverspilling.

De langste film was Mildred Pierce, in feite een mini-serie die vijf duur duurde – exclusief pauzes. Ik had op die tijd wel drie andere films kunnen zien maar heb er geen spijt van deze superieure productie op een groot scherm te zien. Stikkapot na afloop, maar wel genoten.

Irritaties… minder en minder, zo blijkt. Filmstudenten blijven hardnekkig lulkoek verkopen om zichzelf en anderen te imponeren en hebben ook niet altijd meer door dat je in stilte van films hoort te genieten. Maar ik heb daar al bij al weinig last van gehad. Waar is de tijd dat ik mijn medefilmkijker opriep zich aan deze regels te houden?

Tussen het filmkijken ging ik ook nog werken. Dat is slopend, maar ik kan nu eenmaal geen vakantie krijgen. Een behoorlijke maaltijd heb ik amper gezien, maar ik kon zonder moeite ook de chips en popcorn laten liggen. Water en fruit vormden mijn voornaamste voedingsmiddelen. Enkel op mijn verjaardag trakteerde Michèle me op ijspralines.

Meer dan anders nog beleefde ik dit festival als in een roes, waarbij het donker van de zaal hypnotiserend werkt en de festivalbar weer als centraal ontmoetingspunt fungeerde. Mijn crew bestond uit medefilmfanaten, mensen die mee in die roes stappen, en met wie je de beleving deelt die niet aan buitenstaander te beschrijven valt. Mensen die al even graag over films praten terwijl de conversaties vaak net over allesbehalve film gaan. Haast meer nog dan de films, maken deze mensen het filmfestival tot een hoogtepunt van dit jaar.

Stijn zag in Paul Giamatti zijn film-alter-ego terwijl ik een John Krasinski in hem zag. Hij ontpopte zich daarnaast tot adviseur van zekere websites met taalfouten, hield de spanning erin met een geschenkenmysterie en diende me scherp van repliek als ik te cynisch was – lesje geleerd. Werd naar eigen aanvoelen nooit snel bediend in de bar, beklaagde zijn lot als betalende festivalbezoekers tegenover al zijn geaccrediteerde vrienden en koos er de juiste film uit om zijn moeder mee naartoe te nemen. Netwerkte vooral voor anderen omdat hij ondanks zijn zelfbeklag-imago begaan is met zijn medemensen en aldus een vriend van de bovenste plank blijkt te zijn.

Hanne vocht al die tijd tegen de slaap, fixeerde zich op de bedden in films en vond de combinatie werk/festival ook wel stresserend. Zette me aan tot het eten van een gezonde, vegetarische burger, geruggesteund door Nic Balthazar, en dat heb ik me niet beklaagd. Had geen reden nodig om in de bar te blijven plakken, want de rit naar huis beloofde vooral kou – en al die fietslichtjes vastklikken nam zoveel tijd in beslag. Ze was goed gezelschap dat altijd iets wist over de anderen en dit ook doorvertelde – behalve als het geheim was. Vraag haar niet wat ze van The Rum Diary vond. Zat ook niét te wachten op mails van haar huisbazin.

Roos liet me als streekgenoot toe zo nu en dan toe een Haaltertse uitdrukking in de conversatie te wurmen. Leerde me over kleine velokes, taupe minnekes en dingen waar een mens zich eens mee wil laten trekken. Verkoos de duurdere drankjes op de kaart maar wilde daar dan zelf voor betalen. Is net als Stijn begaan met het sociaal welzijn van de mensheid om haar heen en hoopt dat iedereen zich betrokken voelt. Zou een formidabele actrice zijn die met één minimale gezichtsspierbeweging al meesterlijk haar bedenkingen toont. Wil niet gezien worden met marginale sigarettenmerken.

Gilles was een betrouwbare plaatsbewaarder, al was Stijn een slechte invloed. Zijn beslissing met een taxi naar huis te gaan, kon op applaus rekenen. Hoorde je niet klagen over slaaptekort, gemiste films, kou in de bar of parvenu’s en bleek aldus de meest positieve in het gezelschap.

Bert nam zijn emoties na de film mee naar de bar maar kon op andere dagen luchtige onderwerpen aan als SOA’s of grenzen binnen een relatie. Begroet zijn vrienden oprecht hartelijk en al is hij niet geneigd dezelfde films goed te vinden als ik, kom ik hem graag tegen.

Elke heeft me als  junior executive logistics information artistic business operational manager van het Gentse festival niét aangewezen toen ik als geaccrediteerde eigenlijk de zaal moest verlaten. Dank u Elke en excuses als je ook maar iets van al mijn opmerkingen als kritiek op uw werk hebt beschouwd (maar het was daar toch wel koud!). Lacht aanstekelijk, ook als de film flauw is en heeft nu haar rust zeker verdiend.

Jan nam zijn job serieus en vertelde ons dus niets over de kleine kantjes van Octavia Spencer. Net niet genoeg tegengekomen, want zijn fascinatie voor allerlei rare onderwerpen maakt van hem een interessante mens. De zware jongens zijn dus honden. Bekloeg het gebrek aan enthousiasme voor Hongaarse cineasten.

Voor Alexander mochten het gerust aan één stuk door kostuumdrama’s met Judi Dench zijn, al is de aanwezigheid van een knappe hoofdrolspeler ook al voldoende. Kon wegens het braaf vervullen van engagementen en verantwoordelijkheden niet het onderste uit de kan halen, maar liet zich als nieuwkomer graag overvallen door de weelde aan films, ook al kon men op de persdienst geen van zijn vragen beantwoorden.

Bedankt allemaal!

En nu slapen, uitzieken, herademen, afwassen… en eens naar de film.

The End





Ik ben een dokwerker

22 08 2011

Het voorbije weekend beleefden we op DOK een topweekend. We, zeg ik, want sinds enkele weken voel ik me als vrijwillig medewerker op het DOKstrand en de DOKmarkt een klein radertje van een steeds vlotter draaiend geheel.

Het was in de eerste plaats aan de zon te danken dat het unieke en tijdelijke Gentse strand zaterdag en zondag zo veel volk lokte, maar daarnaast was DOK ook de locatie waar de Amerikaanse groep Sebadoh zijn optreden heen verplaatste nadat het op Pukkelpop afgelast werd – U vernam het ongetwijfeld in de pers. Meer dan tweeduizend bezoekers kwamen dus de voorbije dagen over de (hier en daar wat losliggende) vloer. Ook de wekelijkse rommelmarkt op zondag trok weer heel wat volk. Voor alle medewerkers was het dus doorbijten, en ik snakte op een bepaald moment echt naar een douche, bad en maaltijd tijdens mijn 12-uur durende shift, maar dan zie je al die anderen even hard zwoegen en ga je dus door tot de laatste bezoeker door het hek verdwenen is.

Het viel me eigenlijk al meteen op: dat de mensen van DOK (gevormd door een samenwerking van CirQ, Ladda en Democrazy) keihard werken en de lat hoog leggen. Hun gedrevenheid en veeleisenheid zorgt er voor dat ook alle vrijwilligers graag meedraaien in de mallemolen. Het goede humeur kan er al eens bij inschieten, uiteindelijk is het bewonderenswaardig dat deze groep mensen zo’n prachtiniatief ontwikkeld heeft zonder dat ze daar zelf veel bij winnen. Wat niet wil zeggen dat er geen commerciële belangen spelen.

Bij DOK betaalt u echter geen toegangsprijs. Het strand en de gezellige sfeer is gratis. Een strandstoel of parasol kost u geen geld. Zelfs het toiletbezoek kost niets. De drankjes zijn schappelijk geprijsd  – enkel de croque-monsieur vind ikzelf echt te duur en dat laat ik niet onvermeld. Maar men kan de organisatoren dus bezwaarlijk beschuldigen van geldklopperij. De Gentenaars en anderen een plek van verpozing bieden, is het voornaamste doel.

Dat doet men niet halfslachtig. Iedere dag worden klusjes geklaard en kinderziektes weggewerkt. Geen detail wordt verwaarloosd. De dag dat alles op punt staat, komt er misschien nooit – DOK is een tijdelijk project – maar men blijft er dan ook maar nieuwe initiatieven nemen en verse ideeën uitproberen. Wie me kent, weet dat ik ook graag de lat hoog leg en oog heb voor details, en dus bevalt mijn vakantiejob bij DOK me enorm. Los daarvan zijn er ook een boel fijne mensen te vinden onder de medewerkers en tref ik er elke dag wel iemand die ik ken.

De miserabele zomer heeft DOK natuurlijk al parten gespeeld. Er waren dagen dat geen mens opdaagde of de keet ongewild vroeg de deuren sloot. Anderzijds tonen drukke dagen ook dat het opgelegde maximum van 1000 aanwezigen, echt niet te laag is. Een hele zomer lang iedere dag die limiet bereiken zou de job eerlijk gezegd te slopend maken. Nu kunnen we af en toe ook eens onze voeten in het koele zand steken en dat maakt dat dit werk voor mij een ideale manier is om de zomer door te brengen, vooral dan nog eens omdat ik geen tuin heb en hier gewoon buiten leef. DOK vindt volgend jaar opnieuw plaats en zelfs al mochten we dan af te rekenen krijgen met een helse hete zomer, wil ik graag weer bij zijn.

Wat is daar nu eigenlijk zo fijn aan, dat werken terwijl je eigenlijk vakantie hebt, en dat aan een vrijwilligersvergoedinkje? Tja, vakantie maakt me nogal snel lui en soms begin ik me wat nutteloos te voelen. Ik geef op deze manier graag invulling aan mijn overschot aan vrije tijd. Met twee dagen per week had dat ook opgelost geweest, maar DOK werkt verslavend: ik ben er graag. En ik moet het niet ontkennen: ik werk graag. Ik doe anderen graag een plezier en wil het mensen naar de zin maken. Ik ben dan wel niet handig of sportief, maar een fysieke inspanning schrikt me niet af en dus biedt het werk me veel voldoening. Of ik nu op de parking sta, aan de bonnenstand, aan de ingang, op de markt, op het strand of in het leeggoedkot. Gevarieerd is het werk dus ook nog.

In zekere zin roept het werk op DOK een klein beetje het gevoel op dat ik als student vele zomers lang ervaren heb, als monitor op de speepleinwerking. Ook toen bracht ik mijn zomer graag al werkend door, in het gezelschap van leuke mensen. Op DOK is er niet zo veel tijd om iedereen te leren kennen, maar dat is voor mij geen prioriteit en bovendien vind ik het toch altijd weer genoegen doend om samen te werken met onbekenden en dan te ontdekken dat dat vlot gaat. Op DOK heeft men zijn vrijwilligers goed uitgekozen: ik heb me nog geen enkele keer geërgerd aan de laksheid of kortzichtigheid van anderen. Op school moet ik het eigenlijk meer op de tanden bijten.

Een markant figuur is Pierke. Hij is 53 en hoopt snel invalied verklaard te worden. Zijn voornaamste taak is draaien aan het kindermolentje. Dat is al wat versleten en moet af en toe gesmeerd worden, en dat geldt ook voor Pierke zelf. Ook Kamal is een andere vaste waarde op DOK. Zijn Hollandse tongval gaat gepaard met enthousiasme, en wat zo fijn is, is dat hij ook aangeeft dat mijn enthousiasme ook hém stimuleert. De Italiaanse Francesca leest tijdens stille momenten De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan. In het Nederlands! Maar het woord efkes heb ik haar toch moeten uitleggen. Lijn creëert steevast haar eigen taken en aarzelt niet mensen terecht te wijzen. Dat ik haar al enkele jaren ken, maakt het erg makkelijk. We moeten niet meer wikken en wegen als we elkaar aanspreken. En dan is er nog mijn bazin, Carla. Nooit moe, altijd aanspreekbaar en iemand met wie het aldus heel fijn samenwerken is. Toen ze mij op de DOKmarkt bezig zag alsof ik voor een grote klas stond, legde ze het lot van de standhouders al snel ook in mijn handen. Sommige mensen krijgen zelfs op hun échte job niet zo’n waardering.  De zondag is dus alvast mijn favoriete DOKdag.

En dan zijn er nog al die anderen: Liesbeth, Els, Kris, Bart, Frank, Tom, Margot, Eva, Niels, Michiel, Suranga, Sandra, Xavier, Jonas, Jeroen, Marc, Caroline, … – de drie vzw’s samen lijken wel uit tientallen en tientallen medewerkers en vrijwilligers  te bestaan die ik met mondjesmaat leer kennen en (in min of meerdere mate) appreciëren.

Binnen afzienbare tijd begint het schooljaar weer. Ik heb daar zéér veel zin in. Maar mocht de zomer nog een week of drie langer duren, ik zou dat als dokwerker helemaal niet erg vinden.





GepamperGepamperGepamper

6 07 2011

Ten laatste vrijdag zou Claudia moeten bevallen zijn. Evi en Maarten worden zo ongeveer gelijktijdig voor de tweede keer ouders. En ook mijn dierbare oud-collega Anja is klaar om deze week te bevallen.

Later deze zomer zal er bij Mieke en Olivier nog een keer getoast worden en in september wordt er ten huize Bart en Thalia nog eentje geboren. In oktober is Flore dan aan de beurt om voor het eerst mama te worden.

Dat ze het allemaal maar goed doen, die vruchtbare dames! Intussen hoop ik dat men in zekere kinderkadobabyspullenwinkels eindelijk eens het concept klantenkaart ten uitvoer brengt…





Mega Vega

30 06 2011

Niet geheel van harte schoof ik deze avond aan voor een veganistische maaltijd. Zou ik voor het eten nog snel eerst een hamburger halen? Of zou ik na afloop nog langs de frituur moeten rijden?

Nee, zo ver zou ik het niet drijven. De laatste keer dat ik vegetarisch at, was me dat goed bevallen. Ook het veganistische restaurant zou dus wel iets in de aanbieding hebben dat me zou smaken. Ik had weliswaar een enorme trek in frieten na een lange laatste werkdag, maar het gezelschap had nu eenmaal voor een bepaalde eetgelegenheid gekozen en ik legde me daar grappend bij neer (al was initiatiefnemer Tim een beetje in de wiek geschoten door mijn gebrek aan enthousiasme). Dus schoven we met zijn zevenen aan in een bekend Gents veganistisch restaurant waarvan ik de naam niet vermeld – enerzijds omdat de zaak niet per se in een negatief daglicht wil stellen, anderzijds omdat ik nu ook weer geen reclame wil maken.

Tot mijn verrassing – en Brigitte gaf toe dat ze zich dat ook had afgevraagd – stond er wijn op het menu. Nu ben ik me er maar al te zeer van bewust dat wijn tot stand komt zonder enige dierlijke  betrokkenheid en dit dus ‘toegestaan’ is, maar gaan we er stiekem eigenlijk niet allemaal van uit dat die vaak fanatieke sla-eters telkens als iets ook maar een beetje plezant dreigt te worden, wel een reden vinden om het af te keuren? Wie weet werd er een kikker overreden bij het transport van de wijn, of had er een slak gekneld gezeten in een wijnrank?

We lieten ons de wijn dus smaken, al was Tim al lichtjes verbolgen omdat de uitbater nogal geërgerd reageerde omdat we met drie personen minder opdaagden dan in de reservatie voorzien. We besloten unaniem een vrolijkheid uit te stralen die contrasteerde met het gekijf, wat de meesten onder ons weinig moeite kostte, gezien het de laatste schooldag was en we allemaal wel iets met onderwijs te maken hadden. De preisoep lieten we ons daarop welgevallen: een dikke, wat winters aandoende, groentebrij die me zeer smaakte. Een tweede portie was een optie – je eet er naar believen – maar ik liet het er toch maar bij aangezien niemand anders nog aanstalten maakte. U ziet, ik durf me heel soms nog te conformeren.

Voor het hoofdgerecht was er keuze uit een zevental schotels en een tiental slaatjes en sausjes. De chili was me iets te pikant en de bonen liet ik toch maar links liggen, maar verder is alles me best bevallen. Wat kip er bij had weliswaar niet slecht geweest, maar de variatie aan smaken verraste me beslist. Het smaakte dus en bij een tweede portie trof ik nog een optie meer aan: iets ongedefinieerd met rapen en zwammen. Lekker! Hoewel de frieten nog ergens in mijn achterhoofd bleven zweven, raakte ik voldaan. Voilà, weer een item af te vinken van mijn lijst van dingen die ik eigenlijk niet wou doen maar die dan achteraf blijken mee te vallen.

Er verscheen nog een dessert: appelcake. Die was subliem. De niet al te doordringende kaneelsmaak, het zoete deeg dat nauwelijks kruimelde, onderaan wat rozijntjes… Hmmm! De koffie die Vincent bestelde kwam zonder melk. De uitbater meldde belerend dat we ons in een veganistisch restaurant bevonden (wat we al wisten) en dat er dus geen melk was (waar eigenlijk ook niemand naar gevraagd had). Vincent kon zich niet van de indruk ontdoen dat de melding met de subtiele boodschap gepaard ging dat we ons thuis ook maar beter niet meer aan melk konden wagen, op straffe van een strenge terechtwijzing, ongetwijfeld. Er was overigens wel kokosmelk.

De rekening zouden we gewoon door 7 delen. Mochten we daarvoor elk apart betalen? Dat men dat niet zag zitten, wil ik aannemen – het was voor ons ook niet zo’n moeite om eerst samen te leggen – , alleen werd ons dat door de uitbater op zo’n principieel toontje gemeld, dat we er een kleine voldoening in meenden te bespeurden, omdat hij er alweer in geslaagd was onze avond te kunnen dwarsbomen. Terwijl we onze centen samen legden – zouden we in kopermuntjes betalen?  – maakte Geert op de  man af, maar wel vriendelijk – de opmerking: ‘Jullie zijn niet erg flexibel hé’. Ik was wat verrast – er zijn niet zo heel veel mensen die zo recht door zee zijn als ik én daarbij wel minzaam blijven -  en ook de man achter de toog schrok even, maar lichtte toe met de melding dat ze er met zijn twee voor staan en er dus geen tijd is met elke klant apart af te rekenen. ‘Dat staat ook niet op jullie website’ voegde Geert er al even goedgehumeurd aan toe, waarmee hij gesprekspartner zelfs wat in een hoek leek te gaan dringen. ‘We zijn bezig met een nieuwe site, die info kan er inderdaad op.”, luidde het antwoord wat bedeesder.

Ik complementeerde Geert met zijn kordate houding, wat ons met zijn allen deed concluderen dat dit fijne restaurant duidelijk door principiële mensen wordt geleid, die je bij de uitstekende gerechten graag een koele blik of een misprijzend woordje serveren. Of was dat gewoon onze eigen interpretatie?





Quiztetniet

29 05 2011

Als je op een filmquiz zelfs geen vraag kan  beantwoorden over de film die op dat eigenste moment in je dvd-speler zit, moet je aanvaarden dat het behoren tot de middenklasse van filmquizzers je lot is. Geen dank dus aan (het overigens barslechte) Eat, Pray, Love en zijn net iets te onbekende regisseur.

Anderzijds is zo’n quiz ook telkens weer een merkwaardige rondleiding door je geheugen. Je kent films die je niet gezien hebt, doet verrassend geslaagde gokken en maakt associaties die je niet voor mogelijk had gehouden. Countryster Garth Brooks herkennen zonder eigenlijk echt te weten wie dat is, het biedt een bescheiden voldoening. En een zeventiende keer naar een foto turen die je al zestien keer vruchteloos trachtte thuis te brengen, blijkt écht te helpen!

Ondanks de povere broodjes kaas, de armtierige achterafzaaltjes, de pijnlijke kwaliteit van geluidsinstallaties, de soms kwakkelende beeldkwaliteit en de confrontaties met vaak pijnlijk duidelijk van de echte wereld afgescheiden filmfreaks die 27 films per week zien, is er dus wel degelijk sprake van enige geneugten bij een filmquiz.





Zelf ingevuld

30 01 2011

Aangezien zekere lieden de preciese totstandkoming van een nieuwe romance graag vaag houden, en ze vrienden en familie maar suggereren de details zelf in te vullen, hierbij enkele pogingen om de ware toedracht te verhalen:

* L. ging als kinesist mee op een reusachtig schip dat geacht werd niet te zinken. De macro-economiste F, duidelijk hoger in rang en dus reizende in een hogere klasse, bezeerde zich op een dag bij een val op het dek, waarna L. opgeroepen werd om haar kinesitherapeutisch bij te staan. L. voelde zich al snel de koning te wereld, en het koppel reisde een mooie toekomst tegemoet op een ijsschotsloze zee.

*L. moest in één jaar tijd naar wel vier huwelijken en één begrafenis. De recepties en rouwmaaltijd vonden allemaal plaats in Het Jeugdheem en aangezien in Haaltert iedereen iedereen kent, trof L. op elk van deze gebeurtenissen de fascinerende F. aan. Van het één kwam het ander en ze leven nog lang en gelukkig.

*L. was animator/dansleraar op een camping, waar F. met haar ouders verbleef. Van haar vader mocht F. niet vuil dansen, maar L. sprak hem vermanend toe: ‘Niemand zet F. in een hoekje!’. Toen zwierde hij haar de lucht in en ze hadden de tijd van hun leven.

*L. had een vakantiejob als schapenhoeder op een berg en moest er in een klein tentje slapen met de enige andere jobstudente F. en van het één kwam het ander.

*L. had een thesis geschreven over de risico’s op blessures bij courtisanes tijdens het dansen van de French cancan. Toen ontmoette hij F, die wel de hoofdrol wilde spelen in de adaptatie ervan. Ze dansten en zongen samen op de daken van Parijs, al wat je nodig hebt is liefde, dit is jouw liedje, enzovoort.

*L. reed met zijn truck het wagentje van F. aan op de parking van een Ledebergse supermarkt. Er ontstond een conflict, maar L. trachtte dat goed te maken met ‘ti amo’, terwijl F. het bij ‘Kust m’n kloten’ hield. Toch nodigde ze hem uit in  haar sociale flat (wat wel een bizare woning is voor een macro-economiste) en zo geschiedde.

*L. zat even in het leger (als kinesist-majoor), terwijl F. als macro-economiste stond te zwoegen in een fabriek. L. trok zijn schoonste witte kostuum aan en ging F. weghalen uit deze grauwe omgeving. De liefde tilde hen op naar waar ze thuishoorden (waar de egels huilden, al op een hoge berg) en F.’s beste vriendin riep nog: ‘Weg te gaan, Paula!’, wat nergens op sloeg maar toch gingen ze er samen iets moois van maken.

Vraag me af welk de waarheid het dichtst benaderd…





Ik zie… een volle agenda

26 12 2010

Dat ik nu al weet dat ik zowel in februari als in juli op babybezoek ga – bij respectievelijk Arne & Leen en Maarten & Evi – , kan mijn agenda voor het nieuwe jaar al aanvaarden. Dat Thalia me echter nu al wil vastpinnen om in december 2012 te komen eten in wat dan een nieuw huis zou kunnen zijn, is wat minder handig, maar vooruit dan maar.

In 2016 zit nog een gaatje en in 2019 heb ik ook nog wat tijd, mochten er nog interessante voorstellen zijn.





The End

24 10 2010

De zondagnamiddag na het filmfestival gebruik ik om mijn hoofd maar eens leeg te maken. Ik heb de voorbije twee weken 33 films gezien (32 op het festival) en hoewel dat zowat hetzelfde aantal is als andere jaren, was de ervaring iets intenser. Misschien waren de films beter? Ik zag alleszins minder povere films dan voorheen. Amper drie films vond ik echt slecht.

Wat zeker meespeelde was dat ik veel meer dan anders de films aan elkaar reeg. Er was zelfs een dag met zes films! Je raakt dan in een soort hypnose, waarvan je na middernacht blij bent dat ze afloopt, maar waar je de volgende ochtend meteen weer naar verlangt. De geur van de bioscoopzaal, de zachte zitjes en vooral de betovering van dat witte scherm werken al snel een fysiek behagen op dat blijkbaar verslavend werkt. In combinatie dan wel met de kracht van het evenement: dit werkt enkel als je een hele serie nieuwe, onbekende films voorgeschoteld krijgt.

Ook de mensen op het festival spelen een rol: het publiek is anders samengesteld dan gewoonlijk. De zaal is stil, de krakende chipszakken zijn beperkt. Je voelt je haast één met de cinefiele massa, zou ik haast zeggen, maar dat is een overschatting: ook op een festival loopt volk rond dat amper twee acteurs bij naam kent en films dat het niet begrijpt gemakshalve speciaal noemen, zoals reeds eerder meegedeeld. Maar toch, de mensen maken mee de sfeer.

Meer ook dan andere jaren, speelde de festivalbar een rol. Tussen twee films door snel een drankje, of uitgebreid napraten met meer dan een drankje, ik liet me daar nu veel sneller toe  verleiden. Enerzijds komt dat omdat ik me na al die jaren erg op mijn plaats voel in wat ooit een wat mythische omgeving was (het festival op zich, niet de bar in het bijzonder). De drempel is weg, de poeha bleek ingebeeld. Ooit onbereikbare figuren blijken plots heel alledaags. Ze dronken zien dansen, helpt ook qua demystificatie.

Een mens wordt ook ouder – 33 tijdens het festival – en hoeft niet meer zo nodig jaloers te zijn op de manifestatiedrang van anderen. Die bij momenten toch ook maar klaplopers en blaaskaken zijn. Bekende filmjournalisten die ondanks al zoveel privileges, toch aandringen op gratis tickets en zo. De stagiairs die een week later toch gewoon weer werkloos zijn. Dat ik dat allemaal niet meer wil benijden, vind ik rustgevend.

Ik moet ook toegeven dat de roes ook een stuk aangestoken is. Het aantal mensen dat ik ken dat evenzeer gepassioneerd het festival bezoekt, neemt ieder jaar toe. Velen daarvan kennen elkaar dan ook weer. We zien dezelfde films, soms samen, soms apart, waarna we elkaar tegenkomen en trachten te overtuigen van ons gelijk. Met een glas in de hand uiteraard. Jongerenjurylid Sven DH, hees van vermoeidheid. Bert, die vanuit de buik recenseert. Ottelien, te weinig gezien. Hanne, die nu al uitkijkt naar de volgende editie. Roos, die me plechtig maar officieus tot lid van De Vrienden van het Festival benoemt. Stijn, de enige bezoeker op het festival die al zijn tickets betaald heeft en met wie ik graag films, mensen en op den duur het leven zelf beschouw. En ik had ook de immense eer de head of logistics van het festival te ontmoeten!

Ik geef mezelf ook een schouderklopje vanwege mijn onuitputbaarheid. Ik ben vrijwel nooit ingedommeld en ging tussen dat films kijken gewoon werken natuurlijk. En niet zomaar wat lesjes aframmelen terwijl ik met mijn hoofd in de cinema zat! Net tijdens het festival stond een bezoek aan het museum, een uitstap naar de  manège, een studiedag in Lille, (voor mezelf) een theatervoorstelling én een fietstocht op het programma. Maar ik ben er vlot doorheen geraasd. Enkel aan eten kwam ik niet altijd toe. Mijn buik is me daar echter dankbaar voor.

Dat weekje vakantie volgende week is dus welkom. Intussen bereid ik oudercontacten voor en schrijf ik rapporten. Tussendoor misschien ook nog een bioscoopje meepikken?





Maxi Memories

25 09 2010

Toen ik onlangs in Oostende was en er ‘s avonds de zeelucht opsnoof, kwamen herinneringen boven aan een gekke nacht die ik er ooit beleefde. Het moet in 1998 of zo geweest zijn en met enkele van mijn klasgenoten uit de lerarenopleiding was geen feestje of gebeuren ons te veel. Toen ons aller Bernice – door wie werd ze niét op handen gedragen? – zich inschreef voor de Miss Maxi-verkiezing, kon ze meteen op onze steun rekenen. Er was een voorronde geweest in een morsig zaaltje, en Bernice wist er met haar oogopslag en hartelijke glimlach meteen door te stoten naar de volgende ronde.

Die zou plaatsvinden in het casino van Oostende, (op een novemberavond dacht ik). Men hoopte er de zaal te vullen met familie en vrienden van de kandidaten, die keuze hadden uit diverse prijzen van zitplaatsen. Het commerciële aspect van de missverkiezing voor dames met een maatje meer, zou later al even groot  blijken te zijn als op al die andere missverkiezingen, maar wisten wij veel en wat gaf het zo lang we ons niet bekocht voelden?

Bernice zat al een dag of wat te repeteren daar in dat casino, in het gezelschap van 19 andere Rubensiaanse dames én initiatiefneemster Vera Wesenbeek, zus van. Haar supporters  kwamen er ‘s avonds aan. Ik herinner me niet zo concreet meer wie er allemaal bij was. Vincent – ‘Centje’ – alleszins, want waren wij niet min of meer de platonische minnaars van de edele Bernice? We kwamen met de trein in Oostende aan, samen met nog twee vriendinnen van Bernice. Voor de gelegenheid allemaal opgedoft en feestelijk. Op het stationsplein overviel ons wat twijfel en vrees. Waar was dat casino eigenlijk? Wist iemand de weg? Het zou me nu nooit meer overkomen zo onvoorbereid zo’n avond aan te vangen, maar Internet stond nog in de kinderschoenen en men vroeg toen nog gewoon de weg.

Volgens aangesprokenen namen we best een taxi. Geen formidabel idee, want dat kostte geld, of misschien zelfs veel geld, en we waren arme studenten die hun laatste zakgeld al besteed hadden aan de kaarten voor de verkiezing. Gelukkig waren we met 4 en zou de prijs dus best meevallen. Toen zagen we een dame wiens omvang en feestkledij ons deed vermoeden dat ze dezelfde bestemming had als ons. We spraken haar aan en nodigden haar om met ons een taxi te delen. De taxichauffeur zag er geen graten in één persoon meer te vervoeren dan toegestaan was.

De duur van de rit, noch de prijs, herinner ik me. Alleen kwam ik onlangs tot de conclusie dat je op minder dan een kwartier te voet van het station aan het casino bent. Hoe kwamen we er destijds bij dat we een taxi nodig hadden? Naïeve studenten.

Het casino lachte ons feestelijk toe. We hadden nog niet door dat het een plat en commercieel evenement was. Meer details herinner ik me jammer genoeg niet. Wat haast de vraag doet rijzen waarom ik dit stukje eigenlijk schrijf, gezien het gebrek aan feiten. De zaal zat alleszins amper halfvol. We gingen op onze goedkope  plaatsen zitten en zaten een geforceerd amusant spektakel uit waarbij enkel Bernice ons interesseerde. Ze zag er beeldig uit, maar ook zenuwachtig. Wat de overwinning inhield, weet ik ook al niet meer. Wat viel er te winnen? Geen idee en wat zou het ook, want de wellicht erg behoudsgezinde jury moet de hippe uitstraling van ons Bernice niet hebben kunnen appreciëren, en liet haar afvallen (pun not intended) na de eerste ronde. Troost en knuffels en wijn en nog meer vaagheid. Toch weet ik wel nog dat we na de pauze – we bleven de show uitkijken omdat Bernice wel wou weten wie er won en omdat we er nu eenmaal voor betaald hadden (en wat waren ze professioneel, de zusjes Wesenbeek die het geheel aan elkaar kletsten) – gewoon op de veel duurdere plaatsen gingen zitten die toch onbezet waren.

Na de show werd er nog een glas of wat gedronken en konden we van elke deelnemer professionele foto’s bekijken. Die mochten de deelnemers mits een prijsje mee naar huis nemen. Absurd vonden we dat: zelf het object d’art uitmaken en er dan toch moeten voor betalen. Iemand – Bernice zelf? – nam stiekem een foto of wat van het prikbord en smokkelde die mee naar buiten.

Op de zeedijk staande na de show en de drankjes, nam Bernice afscheid van familie en supporters. Centje en ik zouden blijkbaar met haar meerijden. Het was laat, donker en er waaide een zachte wind over de dijk. De zee rolde zich verderop in het duister professioneel op en af. Ik heb sterk de indruk dat we de dingen in die tijd graag van een filmisch-romantisch laagje theatraliteit voorzagen – Centje is later niet voor niets met een toneelgezelschap begonnen – en we betraden het strand met de zekerheid dat er een bevestiging zou komen dat dit zo’n avond was die we niet snel zouden vergeten. Omwille van de wat dwaze opzet die zo’n verkiezing was en de lol die we desondanks gecreëerd hadden. Omwille van de harmonie onder Bernice’s supportersgroep. En omdat je niet zo vaak  in de winter ‘s nachts op een strand loopt. We zullen wel tegen de wind in geschreeuwd hebben en schoenen zullen uitgegaan zijn, en zeer waarschijnlijk hing de eindigheid van de dingen al in de lucht. We vergrootten elke gebeurtenis en avond niet bewust uit, maar tijdens die studentenjaren had het minste cafébezoek al een magische dimensie omdat we allemaal ergens vaag in de toekomst de afloop zagen sluimeren: allemaal volwassen, ver van elkaar, plezier omgeruild voor ernst. Dus moest en zou dat korte novembernacht-strandbezoek memorabel worden, op minder dan een jaar van ons afstuderen.

Memorabel was die nacht dus inderdaad, zonder grote gebeurtenissen en al ben ik me ervan bewust dat het niet tot veel essentie geleid heeft wat dit stukje betreft. Maar telkens ik de gestolen foto die Bernice me schonk, op mijn oude kamer zie hangen, denk ik terug aan die nacht. Bij deze heb ik die inspiratie maar eens omgezet in woorden.





Cyclus

10 07 2010

Na anderhalve week vakantie lijkt het voorbije schooljaar ver weg. De laatste dagen van juni zetten als vanouds aan tot reflecteren, maar ik heb bewust wat tijd genomen om daarover te schrijven. Hier toch, want er bestaan ook na het laatste feestje in benevelde toestand snel neergekribbelde gedachten, die ik bij nader inzien maar voor mezelf houd. Over alweer eens afscheid van een groepje fijne persoonlijkheden, die leerlingen die de lagere school vaarwel zeggen. Over de (bij ons op school) intussen haast vanzelfsprekende warmte tussen collega’s die zich samen door de laatste loodjes slaan, een rapport in de ene en een glas Freixenet in de andere hand – soms lijken die laatste dagen één langgerekt feestje. Waarop ouders en kinderen met cadeaus komen aanzetten, briefjes en kaartjes hun werk doen, je met de één na de andere sympathieke mens een praatje slaat en met wat spijt beseft dat je die vermoedelijk niet snel nog eens terug zal zien.

Bizar is dat, ergens. Welke andere job verloopt zodanig in cycli? Welk ander beroep biedt telkens weer dat moment van closure en die nieuwe lei twee maand later? Enerzijds is dat heerlijk, die tien maand aan één stuk doorgaan, afsluiten en herbeginnen. Ik hoed me wel voor routine en ben geneigd de loop der dingen eens te doorbreken, maar het zorgt ook voor stabiliteit. Anderzijds, zoals ik hier al eerder schreef gaat dat meestal met emoties gepaard. Zo’n schooljaar is een intense belevenis, dat je vooral samen moet doormaken. Met je collega’s – wat was dit jaar weer voldoeninggevend – , met je leerlingen en hun ouders. Ik weiger ongevoelig te worden voor telkens weer die vaarwels. Niet dat ik snotterend aan de schoolpoort de zesdeklassers sta uit te wuiven. Maar ik focus me toch altijd een moment op wie die leerlingen waren die je laat gaan (en die bij ons steeds twee jaar bij dezelfde leerkracht zaten).  Ik blijf hardnekkig foto’s nemen. Die ik ook dapper laat afdrukken en in overzichtelijke albums plak. Wie doet dag nog?

Ook aan sommige ouders, waarvan enkelen zelfs vier jaar lang kinderen in mijn klas hadden, was ik minstens … gewend geraakt. In die mate dat je er gerust nog een glas wil mee gaan drinken of op een feestje naast hen wil belanden. Maar dat is eerder onwaarschijnlijk. Je hebt nochtans geïnvesteerd in een relatie met die mensen. Leerkracht zijn vraagt sociale vaardigheden, wat me niet zo moeilijk valt zolang ik eerlijk mag zijn. Er zijn discussies en wrevels geweest, maar er is ook veel gelachen. En dat moet je dan ook opgeven om vervolgens aan de slag te kunnen met die volgende ouders. Een aangenaam aspect van de job met een wat wrange afloop.

Idem voor die collega’s. Elk jaar is er wel iemand die komt en iemand die gaat. Soms één jaar, soms na vele. Soapseries hé, met wisselende personages. Maar soms ben je zo’n fan dat je hoopt dat de scenaristen een manier vinden om al die personages gewoon in het verhaal te houden. Gedrevenheid is een aantrekkelijk sociaal aspect, stel ik  vast.

Emotioneler hoeft het hier eigenlijk niet te worden, maar ik voeg er graag nog een niet zo bekend liedje aan toe dat weliswaar wat sentimenteel is, maar de sfeer bij ons wat bepaald heeft de laatste dagen. Ik wens er mijn afscheidnemende zesdeklassers een mooie toekomst mee toe en laat het maar gepaard gaan met een gemeende ‘tot weerziens’, ook voor hun ouders.

(P.S. Ja, ben teruggekeerd naar de oude lay-out… voelt weer als thuis)





Weetal

6 06 2010

Bekwaam als ik ben in het onthouden van namen en gezichten en het associëren van mensen met anderen mensen en bepaalde gebeurtenissen, had ik het eigenlijk nog tot riooljournalist kunnen schoppen. Ik sla dus ook gebeurtenissen op die de betrokkene misschien als privé of zelfs als vergeten beschouwd.

Zo wist ik van een leerkracht die ik vorig jaar op een studiedag aan de andere kant van het lokaal zag zitten, dat ze in 1998, tijdens een avontuurlijk weekend voor leerkrachten-in-spe, in de Ardennen, tijdens het kajakken, gezeten in een tweepersoonskajak met vooraan haar nooit van haar zijde wijkende vriendje, en in een onsportieve bui om er maar zo snel mogelijk vanaf te zijn, en daarbovenop ook nog eens met weinig zin om te socializen, de hele tijd aan kop kajakkend, niet gehoord hadden waar de finish was en ze dus enkele kilometers te ver tot de conclusie kwamen dat ze niet gewonnen hadden. Tot jolijt van de rest van de groep.

Zo wist ik van een onbekend meisje op café dat ze in de jaren ’80 haar been brak bij een val van de trap in het speelgoedmuseum van Mechelen.

Zo wist ik van een vakbondsafgevaardigde die op het tv-journaal verklaarde waarom er gestaakt werd, dat ze een Winnie the Pooh op haar schouder getatoeëerd had staan.

Zo wist ik van de botte, niet al te verzorgde en lichtjes hersenloze kerel met wie ik enkele jaren geleden op een jeugdraad zat, en die ik ook herkende als bewoner van één van de krottigste huizen van Haaltert, dat hij me in mijn kleutertijd had opgesloten in een toilet.

Zo wist ik van een nieuwslezeres van een regionale zender dat ze zich ooit in een berghok in het jeugdhuis, overgaf aan niet nader te beschrijven praktijken met haar vriendje en een supermarktkarretje.

Zo wist ik van een dikdoenerige zakenman die op televisie de winst van zijn bedrijf toelichtte, dat zijn twee zonen rotverwende etters waren die slecht waren in wiskunde en goed in het omzeilen van de beveiligingen van het internet.

Op het vlak van de minder interessante onthullingen en vooral ter glorie van mijn geheugen:

Bij de bakker stond ik achter een man van wie ik wist dat hij goed kon schaken en door zijn neus sprak. In een schoenenwinkel had ik een andere klant kunnen confronteren met de herinnering dat hij zijn onderbroeken vroeger steeds véél te hoog optrok.  In de trein zag ik een dame wiens echtgenoot zijn schrift in de wc liet vallen in de lagere school. Eindeloos  (en steeds minder interessant) zal uiteindelijk de lijst met dirt zijn.

Begin maar allemaal te vrezen voor mijn ooit te verschijnen biografie.





Sven – Kinepolis: 1-0

7 05 2010

Geheel onbescheiden wens ik het volgende stukje te wijden aan het feit dat ik afgelopen donderdag deel uitmaakte van de quizploeg die de Gentse editie van de Kinepolis Filmquiz won. Ik zou het daar kunnen bij laten wat de mededeling betreft, maar dan zou het hier om pure opschepperij gaan, terwijl ik er toch liever prat op ga u vooral deelgenoot te willen maken van mijn waarnemingen en bedenkingen bij evenementen en de bezoekers ervan, eerder dan alles op mezelf te betrekken. Ahum.

Laat ik eerst maar vooral bekennen dat er niet te veel op te scheppen valt. In de eerste plaats was ik te gast in een ploeg van zeer hoog niveau, die deze quiz zelfs al enkele keren eerder won. En dan was dit ook gewoon een haast belachelijk gemakkelijke quiz, ongetwijfeld samengesteld door mensen die fan zijn van Bruce Willis of Jennifer Aniston en zeker 7 films per jaar zien waarvan drie met sprekende dieren. En die schrijffouten maken in de vraagstelling.

Enige eigendunk was te merken bij de ronde die volledig rond Kinepolis zelf draait. Hoeveel ongevallen Geert Bert, broer van gedelegeerd bestuurde Joost Bert, al veroorzaakt heeft – met of zonder helikopter – , werd niet gevraagd, wel werden we bv. verondersteld te weten in welke landen in Europa Kinepolis geen vestigingen heeft. Zo werd deze ronde met nog 9 onleuke vragen verder opgevuld. Maar dat hoefde ons blijkbaar niet te deren, want we gokten in deze multiple choice ronde slechts 2 keer fout. Zo weet ik nu dat er al 31 3D-schermen zijn in België! Hoe de lelijke dwerg uit de afvalspotjes heet, wisten we dan weer wel, maar dat werd niet gevraagd.

Nu, enige uitdaging bood wel de rubriek ‘filmmuziek’. Naast enkele obligate, zelfs voorspelbare nummers zat er toch minstens ééntje in die wellicht niet al te veel mensen herkenden, ook al was het een erg bekend stukje. Ik geef mezelf hierbij nogmaals een schouderklopje voor dat correcte antwoord, waarmee ik mijn ploeg toch minstens één keer van mijn waarde kon overtuigen. Het bleek voldoende te zijn om ons aan de overwinning te helpen, met maar één punt meer dan de opvolgers en zelfs een ex aequo met een andere ploeg. Volgde dus een schiftingsvraag waarbij de ooit in Kinepolis werkzaam geweest zijnde Ottelien moeiteloos kon inschatten hoeveel lege plaatsen er nog in de zaal waren. Zo reed de hoofdprijs – om ietwat onbegrijpelijke reden in een winkelkar van Aldi – richting Keyser Söze.

Het wachten tussen de vele snel opgeloste vragen werd veraangenaamd door de onbedoeld lollige ploeg op de rij voor de onze. Antwoordformulieren werden verkeerd ingevuld, vielen zelfs enkele meters naar beneden, en reacties als ‘De broer van Ben Affleck heet Casey? Dat kan niet, dat is een meisjesnaam!’ deden glimlachen omwille van de geheel eigen logica ervan.

Rest me nog enige ergernis te ventileren ten opzichte van de presentator die zijn roeping als Club Medanimator helaas gemist heeft waardoor hij zijn geforceerd enthousiasme dan maar de hele avond op ons moest los laten. Maar ik bespaar u verder commentaar omdat het eigenlijk best mee viel, hoezeer mijn teamgenoten zich ook ergerden en team captain Stijn  overwoog de door de sponsor ter beschikking gestelde blikjes Cola Zero maar richting presentator te keilen. Het werkelijk afschuwelijke Law Abiding Citizen waarop we nadien getrakteerd werden, vond ik echter stukken minder draaglijk, al was Bert het daar zeker niet mee eens. Maar ik geef u het advies gewoon de trailer te bekijken en u de rest te besparen.

Voor wie benieuwd is naar de prijzenpot: dvd’s, filmtickets, gezelschapsspelen en … een barbecue. De fles Martine Fiero (1 fles!) met plastic ijsemmer negeer ik even om de waardigheid van onze zege te bewaren.





Friends Forever!

31 01 2010

Nu ik een vorig artikel voor mezelf en eventueel voor u één en ander duidelijk maakte in verband met mijn Facebookgebruik, wou ik me nu even bezighouden met het kritisch bekijken van wie dan wél mijn virtuele vrienden zijn. Defriending was de trend van 2009 maar ik heb het nog maar zelden iemand weten doen.

Ik ben zelf één keer gedefriend, voor zover ik dat gemerkt heb, en hoewel ik niet zo close was met die defriender, zag ik daar echt geen enkele aanleiding voor en was ik dus toch wat beledigd. Vooral omdat ik toch wel erg weloverwogen verzoeken stuur. Maar goed, ik pleit zelf  altijd voor minder hypocrisie, dus ik kan er mee leven.

Nu schiet ik zelf in actie. Ik meldde het al, 147 Facebookvrienden begin ik wat benauwend te vinden.  Dat blijft maar groeien, zelfs al zet er zo nu en dan iemand zijn account stop. Ik stel ook vast dat ik mijn weloverdachte criteria eigenlijk niet altijd correct gehanteerd heb. Anders gezegd: ik heb wel wat volk toegevoegd waarmee ik niet zo erg betrokken voel en dus… ga ik vandaag defrienden.

Een aantal mensen op mijn vriendenlijst zou ik in het dagelijks leven immers nauwelijks herkennen. Of ik zou me haast verstoppen om een gênant moment van niet-weten-wat-zeggen te vermijden. Er zijn mensen die ik gewoonweg veel te oppervlakkig ken of met wie ik de laatste jaren eigenlijk geen contact meer heb. Met wie ik sowieso al weinig contact had. Die moeten er maar eens uit. Wat voor zin heeft het?

De ballast was kleiner dan ik dacht. 9 Mensen gedefriend. Dat ging snel en makkelijk. Ik denk dat ik onbewust al lang wist wie er niet meer bij hoefde. En hoewel dit allemaal weinig voorstelt, voel ik me weer een correcter mens.

En nu ga ik stoppen met deze extreme egoberichtgeving over echt wel zeer futiele zaken.





Verzoek genegeerd

29 01 2010

Met 147 vrienden zit ik eerlijk gezegd zo wel een beetje aan mijn Facebookgrens, vermoed ik. Dat komt in de eerste plaats omdat ik maar een bescheiden belangstelling vertoon in andere mensen. Ik heb het gewoon niet zo voor de mens in het algemeen en stel vaak genoeg vast dat ik mensen toch wel pas echt apprecieer na lange tijd en volgens zeer specifieke maar van mens tot mens verschillende criteria. Een psycholoog zou daar vanalles achterzoeken en ik heb daar ook zo mijn eigen conclusies over, die ik u en mezelf liever bespaar. We houden het er bij dat ik de meeste mensen niet zo heel interessant vind. Hoe arrogant dat ook mag klinken.

Dat is al een voorname reden waarom ik het op Facebook bescheiden hou. Daarnaast stuur ik gewoon geen vriendschapsverzoeken  naar mensen die ik niet zo bijzonder goed ken of met wie ik in het dagelijks leven niet zo bar veel contact heb. Ik neem het niemand kwalijk dat wel te doen, al stel ik me wel eens vragen bij mensen met 512 vrienden. U kunt al die mensen beslist kennen, maar wil u ze zonodig in uw  on-line woonkamer? Wil u met elk van hen in contact staan? Los van professionele argumenten – hoewel, heeft Facebook echt een professionele meerwaarde? – kan ik mezelf moeilijk motiveren contact te houden met meer dan deze 145 mensen. En zelfs die hoeveelheid vind ik al wat benauwend.

Ik heb zelf nog nooit meegemaakt dat mijn vriendschapsverzoek niet aanvaard werd. Dat komt omdat ik er weinig stuur maar vooral omdat alle mensen die nog overblijven als potentiële vriend me gewoonweg niet bekend genoeg zijn. Dat leidt me tot mijn eigen, enige criterium om verzoekjes te sturen: ik wil enkel mensen als vriend met wie ik in het dagelijks leven graag minstens een babbeltje maak. Ik klamp dus niemand aan en vermijd absoluut dat halve bekenden een vriendschapsverzoek ontvangen waarop ze zouden reageren met ‘Oei, die wil vriendschap met mij. Alé oke dan. Of nog erger: dat je zelf enkel dient om het vriendenaantal van een ander de hoogte in te helpen… Ik stel me dus enigszins gereserveerd op en vind dat best zo.

Daarnaast ken ik dan weer veel te veel mensen die gewoonweg een volkomen gebrek aan interesse vertonen in deze virtuele ontmoetingsplek. Mensen die ik wel interessant vind en graag als virtuele vriend zou zien, voelen zich geenszins aangesproken door het feestboek. Ik neem ze dat niet kwalijk en wil in dit stukje ook geenszins ingaan op de waarde van Facebook. Gelieve u dus in eventuele reacties die moeite te besparen. Ik geniet ervan maar neem aan dat anderen het maar niets vinden. Punt. Maar die mensen vallen dus af als Facebookvrienden.

En dan zijn er tenslotte nog redelijk wat mensen die mij een vriendschapsverzoek sturen maar die ik dan weer weiger. Ik voeg daar meteen aan toe dat enkele daarvan wellicht wél een babbeltje waard zouden zijn, maar dat ik die gewoonweg niet genoeg ken. Voor het beantwoorden van vriendschapsverzoeken hanteer ik dus blijkbaar een tweede criterium, en dat is dus de afstand tot die persoon. Ik zei het al, Facebook is zo’n beetje mijn woonkamer en daar laat ik toch liever enkel bekend volk binnen. Deze blog is als voortuin/inkomhal al persoonlijk genoeg en is wél publiek terrein.

Wie zijn die mensen eigenlijk wiens vriendschapsverzoeken ik niet beantwoord?

  • broers en zussen van vrienden. Tja, daar moeten we eerlijk in zijn. Ofwel was ik u in de loop der jaren ook als een vriend of goede kennis gaan beschouwen, ofwel niet. Broer of zus zijn van is gewoonweg  niet genoeg.
  • mensen van vroeger: toegegeven, had Facebook destijds bestaan, we waren wél Facebookvrienden. Maar dat was niet het geval en intussen is ons moment voorbij.
  • oud-klasgenoten: tot in de leerkrachtenopleiding wil ik nog teruggaan, met mate. Maar de mensen uit het middelbaar onderwijs zijn echt maar schimmen meer, wat niets afdoet aan de fijne herinneringen. Maar wie zijn die mensen nu? Geen idee en ik zie niet genoeg aanleiding om dat wel nog te willen weten. Als Facebook niet zou bestaan, zou dat contact ook onbestaande zijn, maar dat vind ik nu eigenlijk maar een zwak argument. Facebook bestaat wél en dus moet je daar niet onnozel over doen.
  • familieleden, en dan concreter heel wat achterneven en -nichten. Ik ga al sinds mijn tienerjaren niet meer naar die groots opgezette familiebijeenkomsten en de meeste van hen laten me eigenlijk steenkoud. Ik heb ze al jaren en jaren niet meer ontmoet en zou niet weten waar het met hen over te hebben. Een familienaam delen of grootouders hebben die in hetzelfde gezin opgroeiden – die waren thuis met véél – , vind ik een even lukrake voorwaarde als pakweg graag naar Top Gear kijken of geen zout op je frieten willen.
  • leerlingen: daar trek ik gewoon een lijn. Ik heb bedenkingen bij virtuele vriendschappen tussen kinderen en hun meester of juf. Daar kan ik makkelijk dieper op ingaan, maar u bent intelligent genoeg om daar zelf argumenten voor te bedenken. Gezond verstand, toch? Ik geef wel toe dat dat voor lesgevers in het middelbaar onderwijs misschien anders ligt.
  • andere bloggers: ik vind dit de meest aannemelijke verzoeken, want het houdt net in dat deze mensen je heel bewust hebben uitgekozen omdat ze jou of je blog blijkbaar interessant vinden. Ik vind het dus helemaal niet vreemd maar ik hou voet bij stuk: ik kies geen Facebookvrienden die ik nog nooit in werkelijkheid ontmoet heb.
  • oud-collega’s. Veel van hen apprecieer ik wel, maar ik voel geen behoefte om een verleden in stand te houden dat enkele op een professionele samenwerking gebaseerd was en waar weinig persoonlijke aspecten mee verbonden waren. De oud-collega’s met wie ik vriendschap heb gesloten, waren dan ook echt vrienden.
  • oud-leerlingen: die weiger ik niet uit principe, want er staan er wel degelijk enkele in mijn lijst. Maar als het echt te lang geleden is, laat ik dat toch liever rusten. Weten die intussen groot geworden kinderen veel  wie ik ben. Al te zot zijn de verzoeken van jongeren die niet eens in mijn klas zelf zaten. Waar moet het ophouden?
  • Helemaal gek vond ik het vriendschapsverzoek van een man die enkel mensen met De Schutter als familienaam als Facebookvriend wilde. Nee dank u. Ook niet onder het mom van eens onbezonnen meegaan in de zotheid van een ander.
  • mensen waar ik gewoonweg niets mee heb. Mensen die ik dus weliswaar ken, meestal vaag, met wie ik wel wat gemeenschappelijke vrienden heb en die duidelijk zelf zelf minder strenge criteria hanteren in het selecteren van Facebookvrienden.
  • en tenslotte mensen die ik simpelweg nauwelijks ken. Ooit eens ontmoet maar verder eigenlijk geen idee wie ze eigenlijk zijn.

Als ik dat dus echt zou willen, zit ik zo aan 200 vrienden. Wat nog relatief is en nog steeds niet betekent. Omdat het allemaal niets betekent. Maar binnen de al dan niet zinloze nonsens die Facebook eigenlijk is wil ik nog altijd principes hanteren. Maar dat ik dat blijkbaar wil verantwoorden wil toch ook weer wat zeggen?

Volgende keer: defrienden of niet? (Ja! Maar wie?)





Minder dominant aanwezig

23 01 2010

Dat ik nogal eens dominant aanwezig ben, heb ik hier vroeger al eens bekend. Soms moet ik mezelf wat behoeden om niet al te veel mensen te irriteren op vergaderingen of groepsgebeurens. Vandaag bracht ik de hele dag door met 20 onbekende mensen die ik de komende jaren veel ga zien en na afloop kwam ik tot een soort beschouwing. Hoe opdringerig/dominant/alwetend kwam ik uit de hoek?

We maakten kennis met elkaar als cursisten van een pedagogische opleiding die drie jaar zal duren en waarin feedback, persoonlijk ontwikkeling en eerlijke communicatie voor een groot deel de opleiding mee bepalen. Het moet dus toch wat min of meer snor zitten tussen de deelnemers. Ik kende al drie van de groepsleden en dat zou wel eens kunnen volstaan voor mij om me niet al te zeer op de achtergrond te houden, vreesde ik. Zou ik al na een uur moeten vaststellen dat ik flauwe grappen maakte of mensen beledigde met mijn opmerkingen? Zou men mij bazig of negatief vinden omdat ik mijn mening zeg en niet meteen alle voorstellen goed vind? Ja, ik dacht daar vooraf wel even over na. Nogmaals, niet iedereen hoeft mij aardig te vinden hoor, maar ik kijk erg uit naar deze opleiding en wil er toch de sfeer in houden.

Ik had me vooraf al enigszins laten opmerken door een mailtje te sturen naar alle deelnemers, waarvan de meeste me dus nog nooit ontmoet hadden. Het was een nogal veelzeggend mailtje met echter een positieve boodschap. Niettemin had ik me dus toch al laten opmerken en je wist maar nooit in hoeverre alle mensen dat waardeerden. Anderzijds, ik ben een volwassen mens die zijn eigen tekortkomingen kent en men moet me dus maar nemen zoals ik ben. Ik was dus geheel mezelf toen ik de anderen ontmoette.

Alles verliep in een ongedwongen sfeer en ik moest snel vaststellen dat ik weinig drang voelde mezelf te manifesteren. Ik was rustig en vriendelijk, stak braaf mijn hand op en verkocht geen prietpraat. Zo verliep de dag vlotjes zonder dat ik meer sprak dan luisterde. En ik moest daarvoor zelfs geen moeite doen! Wat evolueert een mens toch, niet? Toen de dag afgesloten wordt, was er een snelle evaluatie. ‘Kom, Sven, begin maar, ik heb je van heel de dag nog niet gehoord!’ merkte de gespreksleidster op. Waw! Een hele dag met mij in dezelfde ruimte en dan mijn inbreng zo kunnen minimaliseren! En dat terwijl de onderwerpen me echt wel lagen en ik echt wel veel meningen had!

Ik moet dus concluderen dat ik alweer vorderingen heb gemaakt. Minder dominant aanwezig en toch mijn ei kwijt. Nuances, rust, kalmte, geduld, ik had het allemaal vandaag. Ik word écht wel volwassen. Straks ben ik een full-size grijze muis.





Pianoverdriet

13 12 2009

Als je verhuist, en een piano is één van je dierbaarste bezittingen, en je huurt een verhuisfirma in die de piano met een meubellift naar de eerste verdieping zal manoeuvreren, … Welk komediecliché wil je dan geenszins meemaken? Denk aan George Clooney in de nieuwste espresso-reclame…

Juist. Dit is wat overblijft van Leen’s piano. En de conclusie van Arne dat het nazinderende en net niet melodieuze geluid dat vallende piano’s in films en tekenfilms maken, geenszins strookt met de droge, harde, triestige klap van de werkelijkheid. Aan diggelen was dan ook echt aan diggelen, daar in die vreedzame Antwerpse deelgemeente.

Deze tragiek diende op hun housewarming doorgespoeld te worden met luchtige onderwerpen, zoals daar zijn:

- de overeenkomsten  tussen het Keskens (‘Kerkskens’) en het Chinees, zoals door Brent op beide locaties vastgesteld,

- de schoonheid die Katrijn ziet in het in onze streken alom gebruikte woord drollig,

- commentaar op het nieuwe kapsel van Renzo en de berispingen aan zijn adres m.b.t. zijn eerste televisie-optreden. Eén taalfoutje en één Haaltertse alè konden zeker door de beugel.

- de vraag van Sigi of ik nog door boze wiskundeleraars achtervolgd werd. Of kwaadaardige nonnen. (Enkel in mijn nachtmerries is het antwoord).

En zo passeerde weer een bonte reeks aan onderwerpen de revue.

‘Make an educated guess’





Mensen en bezigheden

6 12 2009

De mensen: Natalie, Geert, Renzo, Lode, Henk, Cindy, Cami & Katrien, Bart, Marc & Patricia, Erik, Jan, Kim.

De bezigheden, al dan niet reeds afgelopen. En niet in volgorde:

schizofrene schnitzels eten *** camera-angst overwinnen door deel te nemen aan Komen Eten *** krullen afknippen en er dan voor zorgen dat geen mens het resultaat kan zien *** geboortekaartjes uitdelen, intussen nog stilletjes onder de indruk zijn van het vaderschap *** én gaan werken, én studeren, én sporten, én allerlei tv-series bekijken *** iets in Nazareth doen en daarnaast Sven aan herinneren de beloofde illustraties te maken *** een huis zoeken *** noodgedwongen koken in de badkamer *** die Kerstmanlook perfectioneren *** in Het Laatse Nieuws pronken met de 2000e Aalsterse boreling *** een geschikte datum vinden voor het teamweekend *** alle goede films van de server op het werk halen ***

De mensheid houdt zich bezig.





Terugblik op het zomerfilmcollege (2)

2 08 2009

Wat voor mensen hebben er tijd en zin om 8 zomerdagen lang in een bioscoopzaal door te brengen van ‘s ochtends tot middernacht? Redelijk wat, zo bleek. 80 deelnemers telde deze editie, wat blijkbaar een record was. Ik had er als vanouds tussen het films kijken door plezier in de mensheid in zijn doen en laten te aanschouwen.

Eén Limburgse dame liep al snel in de kijker. Zij maakte er al na een dag of wat de gewoonte van de filmvoorstellingen na een half uurtje te verlaten. Haar goed recht, maar waarom nam ze dan altijd helemaal bovenaan plaats en droeg ze meestal van die klepperende sloefkes of schoenen met hakjes die telkens wat loskwamen als ze stapte? In een gesprek later maakte ze er melding van dat ze al die films nog wel eens zou huren in de bib. Daar sla je als filmfan wat van achterover. Je krijgt de kans een aantal zeer zeldzame, oude films te zien, op een bioscoopscherm, je hebt daarvoor betaald en dan spreek je over dvd’s?

Een ander markant figuur was een jongeman die duidelijk wat meegemaakt had. Niet alleen het reusachtig litteken op zijn schedel wees daarop, hij was ook wat onbehouwen in de omgang. Vriendelijk en praatgraag, dat wel, maar zich vaak niet bewust van sociale conventies. Merkwaardig genoeg had deze kerel een boek geschreven! Met een autobiografisch relaas over zijn verblijf op een psychiatrische afdeling, haalde hij zelfs de pers. Hij informeerde me maar al te graag over het aantal verkochte boeken (39 al in de eerste week) en wat er aan te verdienen viel (10 % per verkocht exemplaar, ik heb er geen benul van of dat veel of weinig is). Interessante figuur, bij momenten.

Dan was er dat Nederlands koppel (er waren er wel meer, ongeveer een kwart van de deelnemers kwam uit Nederland) van wie je hoopte dat ze niet voor je stonden in de rij voor het buffet. Dit duo, dat er overigens enigszins exentriek uitzag (Morticia Addams en Professor Gobelijn komen in de buurt), stoorde zich geenszins aan de rij wachtenden en deed er schijnbaar uren over uit het middagbuffet hun keuze te maken. Achteraf beschouwd maakten ze eigenlijk helemaal geen keuze en laadden ze gewoon alles en zo veel mogelijk op hun bord. Verder misschien aardige mensen (in hun voordeel: ze kwamen meestal pas heel laat aan het buffet zodat het aantal wachtenden nog meeviel), maar hun onverstoorbaarheid kon irritant overkomen.

Dan was er het Hollandse meisje dat zich niet geneerde om tijdens wat voor film dan ook korte reacties te geven. Jonge diertjes riepen kreetjes op, Greta Garbo en andere Zweedse verschijnselen, lieten haar zwijmelen. Allemaal schijnbaar geheel spontane uitingen van bezorgdheid, enthousiasme of idolatrie, maar na een dag of twee was het wel genoeg geweest. Het theatrale van deze reacties kwam op den duur berekend over, al bewonderde ik het (Hollandse?) je m’en foutisme. En ze wist wel héél veel over film.

Grootste ergernis was een Antwerpse kerel die  luide conversaties met zijn gezelschap hield, vooral – u kent dat wel – met de bedoeling indruk te maken op meeluisteraars. Niet alleen had hij mijn insziens niets zinvols te vertellen over wat voor film dan ook, zijn neiging om elke zin met een Engelse slogan of uitdrukking af te sluiten was hoogst enerverend. I was not amused.

Niet alle aanwezigen hadden per se iets met film. Sommigen deden in het dagelijks leven heel wat anders en zaten er puur uit interesse. Eén vrouw leek me wat verdwaald. Na enkele dagen haar conversaties aangehoord te hebben, zou ik spontaan een bureau op het ministerie bedenken als biotoop. Of een Blokker of Kruidvat, waar ze gerante zou zijn. Terwijl het merendeel van de gesprekken tussen de films door over film gingen (uiteraard, al was er ook ander voer voor gesprek), hoorde ik haar keuvelen over patronen op servetten of de meest geschikte sandalen voor strandwandelingen. Met dit soort mening, noem het maar een ‘oordeel’ zo u wil, begeef ik me misschien weer op kritiek terrein (vakjesdenker!), maar ik bedenk gewoon dat je in omgang met mensen die je niet kent, misschien wat minder onnozele praat zou kunnen uitslaan.

Er was ook een vriendelijke Franstalige man die af en toe sukkelde met zijn Nederlands. Hij zat rustig te luisteren naar een conversatie die ik had met mijn tafelgenoten, over de KUTsite, waar ik recensies voor schrijf. Enkelen kenden onze site en er werd uiteraard weer wat gegrapt over de naam. Ik herhaalde nog maar eens dat je zeker moet dotcommen en niet dotbeëen, want anders krijg je vieze plaatjes hahaha. Waarop de Franse meneer voor het eerst zijn mond open doet en vraagt: ‘Wat ies een kut?’. Leuk kennismakingsgesprek.

Er was ook nog een Aalsterse wiskundelerares (‘Oort ge dak van Aalst ben? Ik probeerder nochtans wa op te letten!’) maar op het feit na dat ze af en toe iets té strakke kleren droeg, valt er niets aan te merken op deze sympathieke madam.

Ja, een bont allegaartje was het wel, maar dat maakte het natuurlijk stukken boeiender. Ook op niet-filmisch vlak viel er dus best wat te kijken.

 








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.