Diagnose: Aanstellerij

16 11 2009

aanstellerij

Theatrale Exageratie… Heerlijk toch, dokters met humor die moeders met zin voor overdrijving lik op stuk geven? Of zou dit een doodserieuze medische term zijn?





Creatief antwoorden

9 11 2009

wegkwijt

Zo kan het dus ook.





Even uitrazen (2)

3 11 2009

Broeder René Stockman, sekteleider van de Broeders Van Liefde, heeft gekke plannen en daar heb ik om meer dan één reden een mening over. Geen al te originele mening helaas – net als de meeste weldenkende mensen kan ik alleen maar schrik krijgen dat dit werkelijkheid wordt – maar het houdt me niet tegen ze hier te brengen.

rene_stockmanWaar gaat het over? Stockman loopt met het idee rond nieuwe scholen op te richten die veel nauwer aansluiten bij de katholieke leer. Dat houdt in dat er veel vaker eucharistievieringen zijn, er vaak gebeden wordt en de katholieke leer nog veel strikter gevolgd zal worden dan in wat momenteel voor katholieke scholen doorgaat.

Ik dacht net dat het een beetje de goede richting uit ging. Niet dat er aan de top van de Broeders van modernisering sprake is – en ik kan het weten – maar ik had de indruk dat de Broederscholen de multiculturele, multireligieuze samenleving stilaan begonnen te aanvaarden en de 21e eeuw waren binnengetreden. Dat er een zekere vervaging vast te stellen viel tussen de netten, die uiteindelijk toch allemaal degelijk onderwijs aanbieden.

Ooit ben ik nog veel naïever geweest. Toen ik mijn lerarendiploma in handen had, werd ik opgeroepen door het bisdom om mijn mandaat van rooms-katholieke godsdienst te komen ondertekenen. Het hield in dat ik me akkoord verklaarde ‘de boodschap van het Evangelie en van de Kerk te willen verkondigen en me te willen inzetten om ze voor te leven zoals de kerkgemeenschap het vraagt. Ik wil me meer specifiek inzetten voor het geven van rooms-katholieke godsdienst.’ Verschrikkelijk. Toen we dit in handen kregen, twijfelde ik sterk. Ik had mijn diploma op een katholieke school gehaald, maar de lessen godsdienst daar trokken je wereldbeeld open in plaats van het te sluiten. Ik besloot het mandaat niet te ondertekenen en ging naar huis. Welk principe ik precies bedreigd zag worden, was onduidelijk, maar dit voelde gewoon niet goed aan. Toch heb ik meteen de volgende dag mijn ondertekend exemplaar opgestuurd. Me veel te weinig bewust van de werkgelegenheid buiten het katholiek onderwijs, zag ik een doembeeld voor me waarbij ik ofwel werkloos was ofwel moest lesgeven in een inferieure school, zoals dat toen  mijn perceptie was.

En dus was één van mijn eerste werkgevers een school van de Broeders van Liefde. Een leuke, aangename school, met fijne leerkrachten en leerlingen. Zo af en toe werden personeelsleden naar bijeenkomsten gestuurd waarover ik dan lacherig deed: je moest en zou weten waar de Broeders voor staan en kreeg nieuws over al hun projecten, ook buiten  het onderwijs. Powerpoint na powerpoint over de missies en de Broeders over de hele wereld. Op zich is daar niets mee, ieder modern bedrijf tracht zijn werknemers te betrekken en te overtuigen van zijn mission statement. Toch voelde één en ander naargeestig aan. Een moderne sekte. Vooraan zaten een stuk of wat broeders van wie je je kon voorstellen dat ze een camera in je klas zouden hangen om toch maar te zijn hoe waarachtig je lessen catechese waren. En wat als je van het uitgestippelde pad der christelijkheid dreigde af te wijken?

Ik stond er verder maar niet bij stil en gaf braafjes iedere dag mijn 25 minuutjes catechese. Dat viel echt wel mee. Er was modern materiaal en het vak bood ruimte voor bezinning en verdieping zonder dat er daarom sprake van Jezus hoefde te zijn. Het mooiste was nog wel dat niemand er problemen mee had dat ik de kinderen een kritische bril aanreikte. Kon Jezus echt over water lopen? Heeft hij echt broden en vissen vermenigvuldigd? Met de kinderen tot de conclusie komen dat dit metaforische verhalen zijn, uitvergrotingen van iets dat misschien echt gebeurd is, en mensen hier kracht uit halen, was zeer bevredigend. Het stond ver af van de indoctrinerende woorden van de brave zuster Lina in de derde kleuterklas, die me echt deed geloven dat Jezus naar mij keek.

Minder aangenaam waren de talloze misvieringen die de school organiseerde. Zes keer per jaar of zo. Dat vond ik echt wat veel van het goede. Ik bleef in deze vieringen ook op mijn stoel zitten tijdens de communie. Dat kun je me verwijten, gezien het feit dat ik toch dat mandaat had ondertekend. Maar ik weiger pertinent hypocriet te zijn. Bovendien ben ik voor de leerlingen dan evengoed een voorbeeld. Zij hoeven toch niet aan te nemen dat alle volwassenen om hen heen katholiek zijn?  Ik deinsde er nog wat voor terug aan mijn leerlingen duidelijk te zeggen dat ik niet gelovig was, maar gaf hen wel uitleg als ze vroegen waarom ik geen hostie haalde (‘dat plakt aan uw verhemelte en daar kan ik niet tegen’ haha!). De vraag was uiteindelijk: kan ik catechese geven zonder zelf katholiek te zijn?

Die vraag hoeft niet meer beantwoord te worden. Toen mijn contract na 3 jaar ten einde kwam, werd ik geconfronteerd met de ware broeders: machtsvertoon, een ivoren-toren-beleid, minachting voor hun eigen publiek, … de maskers vielen. Ook latere confrontaties in heel andere context, met katholieken allerhande, bevestigden wat ik eigenlijk al min of meer had aangevoeld: dit was echt niets voor mij. Te eng, te superieur, te zelfzeker, te minachtend tegenover alles wat niet past.

Ik ben nu een zeer tevreden leerkracht in het stedelijk onderwijs en hoef me dus in principe geen zorgen te maken over wat Meneer Stockman zich in zijn gezalfde hoofd haalt. Toch vind ik het als vooruitstrevende en bezorgde burger een stap achteruit. Ik heb het hier al eerder gehad over een zekere (al dan niet terechte) frustratie over de kloof tussen de genoegzaamheid van het katholiek onderwijs en de veel meer bij de  realiteit aansluitende gang van zaken in het niet-katholieke onderwijs.  Dit wordt zelfs een uitvergrote vorm! In De Morgen van het voorbije weekend haalt moraalfilosoof Patrick Loobuyck enkele prachtige argumenten aan, waarmee ik mijn bezorgdheid kan argumenteren.

Loobuyck haalt als voornaamste argument het falen aan van de huidige katholieke leer. Hoe komt het dat de scholen van de Broeders van Liefde (en andere katholieke scholen) er niet meer in slagen hun leerlingen écht gelovig te maken? ‘Werkt de indoctrinerende molen niet meer?’, maak ik daarvan. De scholen mogen deze vraag niet als een verwijt zijn, het feit is gewoon dat het in een seculiere samenleving waarin geloof in de praktijk nog weinig voorstelt, zelfs als school moeilijk is daar tegen op te boksen. Er zijn dan ook geen broeders meer die les geven en die leerkrachten zijn natuurlijk zelf nog amper gelovig. Waarom dan toch krampachtig proberen die evolutie tegen te gaan?

Ik vraag me dus vooral af waar Stockman dat idee gehaald heeft. ‘Op verzoek van ouders’ klinkt het. Hoeveel ouders zouden dat zijn? (‘een bepaalde niche’, zo zeggen de Broeders zelf). Is het niet eerder een paniekreactie van iemand die de macht van zijn geloof en zichzelf langzaam ten onder ziet gaan? De laatste stuiptrekking van een man die de vooruitgang tracht tegen te houden? Want ik durf dit opentrekken en stellen dat het conservatieve van dat geloof ook vorm krijgt in de dagelijks lespraktijk van de school, dus ook buiten het vak catechese. Deze week kreeg de school waar ik nu werk – een Freinetschool – het bezoek van een delegatie directies uit het traditionele (niet-katholieke) onderwijs. In het kader van Forum for the Future, een zoektocht naar innnovatief onderwijs, kwamen deze dames en heren een kijkje nemen op een school waar vernieuwende onderwijstechnieken dagelijks toegepast of minstens toch uitgeprobeerd worden. We kregen lof en applaus en dat sterkt me nog eens in de overtuiging dat vernieuwing niet in het traditionele onderwijs zal ontstaan. De link met het katholieke onderwijs is in deze anekdote natuurlijk vaag, maar ik ga er van uit – en ik spreek dan uit ervaring – dat zij nog nog meer vasthouden aan traditie en autoriteit en dus nog veel meer in te halen hebben dan de zelfkritische collega’s uit het niet-katholieke, traditionele onderwijs. Vooraleer die vroegere discussie opnieuw start: ik ben zeker dat de meeste katholieke scholen goede scholen zijn waar goed geleerd wordt en leerkrachten hard werken. Maar alles kan beter en stilstand is achteruitgang.

Het idee van moslimscholen creëerde paniek, woede en onbegrip. Ik denk voor een groot deel terecht, want het zou de pluralistische samenleving alleen maar onbereikbaarder maken. Wel, net zo is een strikt katholieke school een al even slecht idee. Of zelfs erger, want u weet toch nog wel waar die katholieke leer allemaal voor staat of tot welke menselijke drama’s het opleggen van geloof al heeft geleid? Recent hoorde ik in de docuserie Meneer Doktoor nog enkele aangrijpende verhalen over hersenspoelende pastoors, om maar één voorbeeld te geven. Ik kan dus alleen maar hopen dat die drang naar stilaan vervliegende verzuiling de kop wordt ingedrukt door moderne beleidsbepalers – en dat is momenteel helaas niet Pascal Smet – en Stockman’s ideeën vooral in zijn hoofd vorm krijgen. Broederlijk Verdelen, het krijgt ineens een heel andere betekenis.

Voor wie overigens de andere partijen aan het woord wil horen, hier vindt u de reactie van de Broeders op de commotie na het uitbrengen van hun plan/idee.





Laat het oudercontact beginnen

28 10 2009

oudercontact





Mensenkennis of zelfkennis?

11 10 2009

Eén van mijn leerlingen tegen haar moeder: “Volgens mij is Sven stiekem jaloers op zijn broer, want zijn broer is kunstenaar, en Sven zelf zit iedere dag met vervelende kinderen opgescheept.”





K-dee zoekt bevestiging

6 10 2009

Leerlingetje:  ‘Svééééén, wie vond jij dat er moest winnen? Josje,  Madelon of Noa?’

Leerkracht: ‘Géén van de drie! Ik zag drie door- en door onnozele bimbo’s die alledrie vals zongen! Ze waren dom, ijdel en infantiel! Het was ook lang vooraf duidelijk dat ze een Hollandse gingen kiezen, kwestie van een deel van het afzetgebied commercieel veilig te stellen. Op geen enkel moment had ik het gevoel dat zangtalent van belang was, wel nationaliteit, blondheid en gekir. Dit was geen tv-programma, maar een uitgekiende marketingstunt van een hebberig, megalomaan bedrijf dat nu lang genoeg zijn inspiratieloze producten door de strot van de argeloze, makkelijk te verleiden consument jaagt. Ik walg ervan!’

Maar dat zei ik dus niet. Ik zei: ‘Josje’.

‘Ik ook’ zei ze. En met een grote glimlach huppelde ze weg.





Jacht op de fietser

2 10 2009

Amper bekomen van het wat van de pot gerukte idee dat men overweegt ons brutoloon te verlagen, vernam ik vandaag dat nu ook de fietsvergoeding voor leerkrachten op de helling komt te staan. Ik fiets uiteraard niet naar het werk omdat me dat geld opbrengt – ik woon zo dicht bij school dat ik daar amper 13 euro voor terugkrijg – maar ik vind het wel een mooie stimulans. En hoewel ik ook zonder vergoeding met de fiets naar school zou blijven rijden, voel ik me lichtjes verontwaardigd dat men het weer zo ver gaat zoeken: waarom moet de leerkracht rechtstreeks benadeeld worden, de al niet zo fantastische betaalde ambtenaar wiens extra voordelen sowieso al in het niet vallen in vergelijking met die van velen uit de bedrijfswereld? Berg dat idee maar snel weer op, beste beslissingsnemers,fiets vooraleer ik nog meer schoolmeesterachtige protestpraat ga uitslaan.

Intussen lees ik ook dat de burger jaarlijks meer dan 34.000 euro betaalt om het jacht van onze vorst te laten bewaken. Misschien moet die ook maar eens wat meer fietsen dan jachten.

Maar goed, het onderwijs zoekt naar besparingen. Dat is een treurig bericht, want hoewel onze school niets te kort heeft, is het toch vaak puzzelen en rekenen. Ik roep de stad Gent echter maar meteen op om eindelijk eens wat te doen aan de gigantische energieverspillingen op de scholen. De verwarming zal binnenkort weer op volle toeren draaien en blijkbaar is het hier in stadsscholen zo dat je niet zelf kan bepalen hoe warm of koud je het precies wil in je school, laat staan in je klas. Dus zitten we te puffen en te zweten, staan we in T-shirt voor de klas en moeten we meer dan eens per dag de ramen open zetten. De verwarming uitschakelen, lost  niets op, want de vanuit een mysterieuze plek aangevoerde warmte blijft gelijk en verspreidt zich dan over een andere ruimte. De warmste plekken op onze school zijn dus de lokalen waar niemand is.

Boekhoudkundig valt één en ander wellicht niet te compenseren,  zo gaat dat bij de overheid. Ik durf er nochtans vanuit gaan dat de verwarming in alle scholen 2 tot 5 graden lager zetten, gigantisch veel meer zal opbrengen dan die lustige fietsers hun kruimels af te pakken.





Bedankt voor de bloemen

29 09 2009

Het onderwijsblad Klasse riep het Verantwoord Tijdverlies deze maand uit tot onderwijsblog van de maand. Fijn vind ik dat.  En nee, ik ben niet zo bescheiden dat onvermeld te laten. Welkom dus aan alle lezers die hier voor het eerst langskomen, mijn bezoekcijfers swingen de pan uit nu het nummer van oktober vandaag in de meeste brievenbussen belandde. Wie geen Klasse ontvangt, kan hier de betreffende pagina bekijken.

Een echte onderwijsblog is dit echter niet zozeer. Ik heb het vaak en graag over mijn job, maar op deze blog wil ik meer kwijt dan dat. Dat wou ik maar even verduidelijken. Wie echt alleen voor de onderwijsverhalen gaat, kan zich hier te pletter lezen. Alle anderen mogen gerust op eigen tempo rondwandelen. Laat eventueel ook maar reacties achter – op het risico van een weerwoord uiteraard.

Ben overigens benieuwd of de Klasse in de leraarskamer van Sint-Bavo bekeken zal worden… Jullie banvloek heeft de redactie van Klasse blijkbaar niet bereikt.





Even uitrazen

13 09 2009

miekevanheckeMieke Van Hecke heeft makkelijk spreken: zij zit niet met een probleem op ‘haar’ scholen. Toch doet ze ook haar duit in het zakje in het hoofddoekendebat. Ze voert zelfs tegenargumenten op om die hoofddoek toch toe te laten. Ik twijfel niet aan haar intelligentie (wel aan haar breeddenkendheid), maar haar ervaring is zowat onbestaande in deze materie en haar mening dus erg eenzijdig. Ik ben nooit fan geweest van deze oeronderwijzeres, wiens nauwelijks verscholen superioriteitsgevoel maar al te vaak nare herinneringen oproept aan mijn eigen aanvaringen met het bestuur van het katholieke onderwijs. Haar nu weer aan het woord horen, laat me enkele bedenkingen maken.

In de eerste plaats is er het dubieuze feit dat in katholieke scholen wél plaats is voor religieuze symbolen. De logica daarvan vind ik eigenlijk nog altijd bizar -ik kan me er nog altijd niet in vinden dat onderwijs en geloof in onze samenleving nog zo vergroeid zijn – , maar dat is voer voor een ruimere discussie. Maar moslimmeisjes die zich in een katholieke school inschrijven, wordt wel gevraagd hun hoofddoek op school niét te dragen. Dat heeft een ranzig tintje, vind ik. De eigen religieuze symbolen mogen wel, die van een ander niet. Verdraagzaamheid heeft in het katholicisme altijd al een enge betekenis gehad. Bovendien kan ik me de bevoogdende en vingerzwaaiende toon voorstellen waarmee zo’n moslimmeisje en haar ouders in heel wat katholieke scholen ontvangen worden. Ik ben genoeg van die figuren tegengekomen in het katholiek onderwijs, mensen die abnormaal veel waarde schenken aan hiërarchie en eerbetoon, neerkijkend vanuit hun ivoren beleidstoren en in een eng wereldje leven. Maar we wijken af. Ik vind het dagelijks leven op een katholieke school ongezond ver van de (multiculturele) realiteit staan. Misschien zit het enkel in mijn hoofd, maar ik erger me aan de gerustheid van de katholieken: zij moeten in hun school nog lang niet vrezen voor de problemen waar andere onderwijsnetten wel mee te kampen hebben. Op een school werken waar pakweg een derde (of de helft, of 90% wat dat betreft) van de leerlingen moslim is, drukt je iedere dag met de neus op de realiteit. De multiculturele droom is weliswaar nog ver weg, ik blijf het toch erg verrijkend vinden. En zelfs dan, het is gewoon de werkelijkheid. Toch is het niet altijd makkelijk en op zo’n momenten vervloek in binnensmonds de katholieke collega’s die in een sprookje leven.

Ik overdrijf natuurlijk. Laat me duidelijk stellen dat de meeste katholieke scholen even goed of even slecht zullen zijn als scholen van het stedelijk onderwijs of het gemeenschapsonderwijs. Goede en gedreven leerkrachten vind je overal, stompzinnigaards en kinderhaters ook, en op geen enkele klas verloopt alles vlot. Mijn collegialiteit is niet universeel – ook daar ben ik bezoedeld door kennismakingen met engdenkende, ongeïnspireerde en ruggengraatloze leerkrachten – maar uiteindelijk neem ik maar aan dat de meesten van ons het voor  het kind doen. Maar in visie en beleid zitten zoveel verschillen.

Ik kan intussen vergelijken. In het katholiek onderwijs moet men zijn plaats kennen. Directies en vooral het bestuur zijn zo doordrongen van hun zeer subjectieve normbesef, dat voor het minste de wenkbrauwen gefronst worden. Leerkrachten wijken best niet af van de uitgestippelde wegen, vaak zelfs ook niet in hun privéleven en de hiërarchie is heilig. Het klinkt als een afgezaagd cliché, maar helaas is het nog echt vaak zo. In heel wat katholieke schoolbesturen zetelen nog zusters en broeders, zich krampachtig vastklampend aan gedateerde vormen en inhoud. Ik heb het dan niet eens zozeer over de gehanteerde waarden – die zijn vaak zo vaag dat ze gewoonweg als algemeen geldend voor onze samenleving kunnen gezien worden - maar over vaak heel oppervlakkige (en soms ook fundamentele) zaken die vooral geen smet op het blazoen van de katholieken mogen betekenen. Een blazoen dat al niet eens zo proper meer is.

Er zal wel weer een lezer of wat zijn die in dit soort  bedenkingen redenen ziet om me van frustraties en kleingeestigheid te beschuldigen. Dat zullen dan wel mensen zijn die nog nooit iets gehoord of gezien hebben achter de schermen van het katholiek onderwijs. En toegegeven, er is ook een zekere frustratie: omdat het stedelijk onderwijs nog zo vaak minachtend wordt bekeken door de katholieken en omdat nog zoveel mensen voor het katholiek onderwijs kiezen zonder alternatieven te overwegen. Dat behoudsgezind en slaafs volgen van de conventies, bah. Ik werk nu al enkele jaren in het stedelijk onderwijs en nog steeds vind ik de verschillen opmerkelijk. Op het ambtelijke aspect na, dat zoveel clichés bevestigt, zie ik hier veel meer vooruitstrevendheid en openheid. Ik merk dat kritiek en discussie kan, dat er veel meer ruimte is voor persoonlijke ontplooiing, dat men niet verstikkend vasthoudt aan plichtplegingen en formaliteiten. Natuurlijk is er een chain-of-command en vanzelfsprekend gelden er gewone omgangsvormen. Maar zonder ook maar enige wurgende houdgreep van voorgeschreven regels van een oubollig geloof. En dat is niet eens correct uitgedrukt, want hoewel ik gelovige mensen vaak niet kan begrijpen, is het niet het geloof dat me stoort, wel de hypocriete wijze waarop dat geloof echtheid maskeert en als excuus moet dienen om zelf niet na te moeten denken. Geen wonder toch dat er zoveel duivels volk te vinden is, die kortzichtige interpretatie van geloof creëert volgens mij vooral frustraties.

uniformMieke Van Hecke had het nog even over uniformscholen. De voor- en tegens van uniformen op school  – of, in iets bredere zin, opgelegde kledingvoorschriften – zijn bekend genoeg. En toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat het ook hier enkel een vormelijk argument betreft, de overtuiging dat uniformen een soort fatsoen uitstralen die we blijkbaar moeten linken aan gelovigheid. Ook dat interpreteer ik als een superioriteitsgevoel. Als uniformen een soort mentaliteit moeten stimuleren, vraag ik me nog altijd af welke en waarom dat in onze samenleving niet te merken is. Meer zelfs, hoeveel creatieve en vooruitstrevende mensen kijken niet met veel bitterheid terug op hun uniformschool?

Met dat fatsoen neem ik overigens een term in de mond die ik eerder negatief opvat. Ik associeer fatsoen nog te vaak met afkeuring van wat anders is. Ooit noemde ik een schooldirectrice op deze blog als ’stijfstaand van fatsoen’. Toen ze dat vernam en daar haar beklag over deed, had ze daar zelf ‘kakmadam’ van gemaakt. Dat had ik niet gezegd, het was haar eigen interpretatie. Maar ik ben dus niet de enige die het woord fatsoen eerder negatief beschouwt. Fatsoenlijkheid gaat er immers van uit dat de norm van welvoeglijkheid vastligt, maar dat is nu net niet zo. Maar opnieuw wijken we af.

Laat me concluderen dat ik me bijzonder goed voel in het stedelijk onderwijs en ik overtuigd ben van alles waar het voor staat. Ik geloof in de pedagogische omkadering en de professionaliteit van de mensen die er aan mee werken, zonder dat van hen gevraagd wordt te voldoen aan een uit de lucht gegrepen norm van wat toelaatbaar is.

En het spreekt vanzelf dat mijn school de beste is, ha!





We komen er wel (2)

2 09 2009

Anderstalig kind 1: ‘Ik ben jarig op november!’

Anderstalig kind 2: ‘Haha, sukkel! Da moe zijn ‘ik ben jarig naar november!’

Het wordt een boeiend jaar.





We komen er wel

1 09 2009

De media wreven ons onder de neus dat maar liefst 83% van alle lagereschoolkinderen, graag naar school gaat. Fijn zo. Ik liet mijn leerlingen dus vandaag maar even aangeven hoe graag ze vandaag naar school waren gekomen – op een schaal van 1 tot 5. Het ontluisterende resultaat van mijn klas was … 60.8 %.

Hoera.

Maar op het eind van de dag zeiden ze wel: ‘Vraag je het ons morgen nog een keer? Het zal dan al veel meer zijn.’





Bericht van planeet Sven

2 07 2009

Het einde van het schooljaar lijk ik iedere keer weer een beetje op een andere planeet door te brengen. Fysiek zeker, want ik zit zowat de hele dag ofwel op school ofwel op één of ander feestje. Zo zat ik uren te vergaderen, te rapporteren of te oudercontacten, en waren er aan de andere kant de vele gelegenheden om het glas te heffen. Met je collega’s wat gaan eten om wat druk van de ketel te halen, naar een lentefeest van een leerling, een pensioenfeest dat uit twee gedeeltes bestond, het traditionele teametentje waarmee we het schooljaar afsluiten,  een picknick met de ouders, het schoolfeest, het uitwuiffeest, een proclamatie van onze zesdejaars (mét receptie), … Ik dronk de afgelopen weken dus liters cava  en nam talloze hapjes tot me (en toch heb ik stellig de indruk dat ik wat kilo’s kwijt ben). Thuis staat mijn televisie dan werkloos te wezen, zucht een torenhoge afwas me toe en verkondigt de koelkast zoemend een grote leegte. Ik raak niet bij de kapper en al helemaal niet in de bioscoop, voel elke dag meer stress om die niet ingevulde belastingbrief en kom zelfs niet aan het oppompen van mijn fietsbanden toe. Haaltertse oma’s turen wanhopig uit het raam en baby’s van vrienden worden kleuters zonder dat ik daar ook maar iets van merk. Meer dan ooit beslaat mijn werk en alle bijhorende pret mijn bestaan, maar voor even is dat niet zo erg.

zesdes_008Maar ook psychisch vertoeft een mens in zo’n periode even ergens anders. Collega’s kondigen hun vertrek of pensioen aan en soms is dat wat te betreuren. Nieuwe collega’s worden voorgesteld. Het leven is weer een beetje een soapserie: personages komen en gaan. En dan zijn er de leerlingen: twee jaar zie je ze groeien, letterlijk en figuurlijk, en dan laat je ze gaan, met een spijt dat zij grotendeels uit je leven verdwijnen maar vooral met een verpletterende besef dat moeilijk te beschrijven valt: zij beginnen aan een nieuwe fase van hun leven en deze tijd zal ooit heel erg ver achter hen liggen, terwijl ik gewoon doorga met hetzelfde en dit moment nooit zo ver achter mij zal liggen als voor hen.  Je wordt in de bloemetjes gezet, maar vervaagt intussen tot een herinnering.  

Maar je krijgt lieve briefjes en mooie, hartelijke mailtjes en oprechte geschenken, de appreciatie bereikt een summum en soms is het eigenlijk allemaal wat veel en op korte tijd. Ik vrees daardoor bij momenten zelfs de waarde van veel van die gebaren niet hoog genoeg in te schatten. Zo bood mijn klasje me een kunstwerkje aan dat me wat uit het lood sloeg waardoor ik wat onwennig reageerde. Pas de volgende dag werd het voor mij een concreet voorwerp dat ik met het groepje van 9 kan associëren en dus kan beginnen koesteren.

Maar die knop omdraaien lukt wel hoor. Ik snak eerst en vooral naar film. Ik kan nog enkele dagen meepikken van het Brusselse Filmfestival, beleef zaterdag zowat een eigen filmfestival dankzij dit evenement en  ga een filmcollege volgen om mijn klassiekers op peil te brengen. Fictie als tegengewicht voor al die realiteit van de voorbije weken. En o ja, ik plan ook een Haaltertse tournee om wat volk terug te zien dat ik tegenwoordig alleen nog op Facebook hoor of zie – hou die voordeur in de gaten. Back to earth.





Vrolijke Vrijdag

20 06 2009

Ik lees op Melancholia dat een Britse psycholoog met een zelfontwikkelde formule heeft bepaald dat vrijdag 19 juni de dag is waarop men het gelukkigst of vrolijkst is. De schommelingen in mijn humeur zijn eigenlijk al beperkt of kortstondig en ik verkeer dus in een haast continuë staat van wat men minstens tevredenheid kan noemen, maar om de theorie van Dr. Arnall toch eens te controleren, hou ik even de loep boven mijn 19e juni:

Zonder een specifieke gebeurtenis van die dag al nader te bekijken, kan ik al enkele algemene elementen vatten die mijn humeur ten goede komen. Een dag eerder eindigde de toetsenperiode van mijn leerlingen, de verbeteringen en rapporten vorderen gestaag, de druk is dus wat van de ketel. Bovendien nadert de vakantie en is het mooi weer. De basis zit dus snor. Geluk zit hem wel in meer dan het werk alleen, maar mijn werk maakt mij alleszins al heel gelukkig.

Ontwaken met een goede herinnering aan de dag ervoor, is ook al positief. Donderdag was er de première van de nieuwe Vlaamse film Meisjes en dat was een meer dan geslaagde film. De acteerprestaties van Marilou Mermans en Jan Van Looveren zijn enigszins memorabel en de tragiek van de film heeft indruk gemaakt. Minpunt van dat opstaan is dat het vandaag een stuk vroeger is dan anders. Op vrijdag heb ik toezicht duty en omdat alle Gentse crèches en opvangmoeders vandaag staken, moet ik veel eerder dan gewoonlijk op school zijn om ook de halfachtse kleutertjes al opvang te bieden. Toch heeft dat weinig invloed op mijn humeur, want er staan veel leuke dingen op het programma vandaag.

pinguinsHet is mooi weer en ik jaag het opvanggebroed dus naar buiten. Een rustgevende start van de dag dus, want er is niet veel volk. De eerste twee lesuren verlopen daarna wat wanordelijk omdat de leerlingen niet echt meer een taak hebben, maar we hebben het naar onze zin. De eeuwig creatieve Robbe, nog minder dan twee weken één van mijn leerlingen, zorgt voor een klein hoogtepunt: hij heeft voor zijn klasgenoten sleutelhangers gemaakt en ook voor mij is er een bijzonder cadeautje. Twee afstuderende pinguins, de ene wat groter dan de andere. ‘Dat zijn jij en ik’, zegt Robbe, ‘een herinnering voor jou’.
Kwart over negen en nu al ontroerd.  

Om half elf is er een dip: het zwembad laat ons weten dat ook de redders staken en mijn klas dus niet kan zwemmen. Dat is vooral teleurstellend omdat ik voor deze laatste zwemles overtuigd werd om zelf mee te gaan zwemmen. Het zit er niet in, een iets minder sensationele turnles komt in de plaats, waardoor ik nog een drie kwartier klasvrij ben. Tja, ook positief eigenlijk.

Tijdens de middagpauze smaken mijn boterhammen mij weer wonderbaarlijk goed. Ik lijk vaak aan mijn middageten te beginnen alsof ik in geen weken brood heb gegeten. Daarna volgen twee minder vrolijke situaties: ik verlies een spelletje waartoe collega Lynn mij wist te verleiden (hoewel ik tot de laatste ronde op kop stond!) en de toezichters zijn niet te spreken over het gedrag van enkele van mijn leerlingen. Ik moet daar dan over zagen en dat doe ik niet graag.

In de namiddag stellen twee leerlingen een project voor en dat loopt gesmeerd. Héhé, wat zijn we weer geslaagd in onze job. In de nabespreking over rechtbanken en rechtszaken, leg ik uit dat men bij een aanklacht zowel gunstige als ongunstige getuigen kan oproepen en dat die dus mee het oordeel van de jury bepalen. ‘Als jij dus zou terechtstaan voor een moord,’ stel ik de niet altijd goedgezinde Diede voor, ‘kan ik komen getuigen voor jou.’ Er komt snel een reactie: ‘Als ik zou een moord gepleegd hebben, zou jij niet meer kunnen getuigen hoor’. Alertheid bij 12-jarigen en wat zien ze hun meester graag. Maar verder maakt deze opmerking mij eigenlijk niet vrolijker of droeviger en speelt ze dus geen rol bij het opnemen van de geluksstand. Enkel ter verhoging van de anekdotiek dus.

Dan volgt een min of meer grote schoonmaak van de klas. Voor wie zich zuchtend afvraagt of wij nu echt nog anderhalve week gaan niksen, absoluut niet, we gaan zelfs nog werken. Maar het verhindert ons niet wat orde op zaken te stellen in papierwerk en kasten, en dat creëert eigenlijk ook veel rust in mijn hoofd. Gezien er nog een hectische week volgt, is dat dus ook zeer positief. Ik merk trouwens op dat het zonnebloemzaadje dat Mo me amper anderhalve week eerder liet planten in de klas, schijnbaar vanuit het niets al een echt plantje is. Dat is op zich al even doodnormaal als wonderbaarlijk, weer is er zo’n aangename scheut van blijdschap dat mijn leerlingen zo vaak met de juiste dingen bezig zijn. Jaja, schoolmeesterachtige praat enzo maar u hebt dan ook geen prachtjob als de mijne.

Een vrijdagse schooldag wordt traditioneel afgesloten met een afterschooldrink. Zelfs al doen we dat haast iedere week, het zijn vaak momenten om te koesteren. Perfect dus voor de gelukkigste dag van het jaar, alleen moet ik deze week eens overslaan. De ouders van mijn klas hebben een picknick georganiseerd en dat voelt toch een beetje als werken aan. Maar wat blijkt dat, zoals trouwens altijd, weer formidabel mee te vallen. Er is zon en wijn, gezellig gekeuvel en ik word ook nog eens in de bloemetjes gezet met een geschenkje van de ouders. Tja, dit is toch een prima dagje alweer.

En hij is nog niet afgelopen. Na de picknick haast ik me naar een etentje met een tiental Freinetmensen. Leerkrachten dus ook, maar vooral ook mensen die ik eigenlijk allemaal nog niet echt goed ken want we zien elkaar vooral op vergaderingen. Dat er over het onderwijs gepraat wordt, vinden we niet erg. Maar er wordt ook veel gelachen en ik durf het zelfs aan vegetarisch te eten! Dat het bruine goedje dat tussen mijn groenten zit, achteraf peperkoek blijkt te zijn en ik die combinatie niet eens onsmakelijk vond, vind ik een kleine stap voorwaarts voor een moeilijke eter als ik.

Deze avond, die behoorlijk lang duurt, bevalt me ook omdat ik twee vaststellingen doe tussen het kletsen door: dit zijn allemaal erg fijne mensen en ik blijf mezelf toch applaus geven om steeds verdraagzamer en positiever te worden tegenover anderen en vooral mensen die ik niet ken en dan zeker mensen die ik ooit onuitstaanbaar vond. Daarnaast moet ik in alle onbescheidenheid ook vaststellen dat ik sociaal sterk sta. Ik luister geïnteresseerd en praat verstandig mee, ik discussieer en overtuig. Bijna een echte grote mens! Deze vaststelling klinkt misschien wat vreemd of onbevattelijk, maar ik houd me voor dat mensen het eigenlijk af en toe nodig hebben buiten hun kring van intimi te stappen en met behulp van neutrale buitenstaanders eens te peilen naar welke indruk je maakt. Niet dat ik mijn tafelgenoten na afloop een enqûete voorschotel, maar in se zijn we volgens mij allemaal onzeker of angstig en je moet het soms gewoon aandurven jezelf even te scannen wat het functioneren in minder vertrouwde situaties. Achteraf voel je je verrijkt  en heb je eigenlijk ook wat kleine grenzen verlegd – tot zover de slotzin van mijn zelfhulpboek. Nee, maar zonder te willen overschatten hoor, maar is het niet normaal dat de avond doorbrengen met minder vertrouwde mensen, met een zekere onbehaaglijkheid gepaard gaat?

Dan is het middernacht en 19 juni is voorbij. De balans is zeer positief en het vooruitzicht van een goedgevulde en alweer zeer sociale zaterdag, gooit nog meer gewicht in de schaal. Toch ik Dr. Arnall’s theorie niet meteen als dogma aannemen. Dit was nu ook weer niet zo een heel andere dag dan de meeste. Wat drukker en met enkele mooie momenten die niet iedere dag voorkomen, maar in zijn geheel genomen toch een dag die even vlot en aangenaam verloopt als de meeste andere dagen. Laat dus ook die 20e juni maar komen, en al die andere, ik raas er door met een brede grijns.





Post van de leerlingen

12 06 2009

post





20 dagen niet geblogd

30 05 2009

De voorbije weken stond mijn hoofd niet zo naar het bloggen. Ook niet naar het lezen ervan (ik bezoek mijn favoriete blogs één dezer beslist nog een keer). Ik had het druk en ook weer niet. Een samenvatting van mijn bezigheden de voorbije 20 dagen:

*een K.U.T-quiz georganiseerd. Samen met de rest van de redactie van het onvolprezen on line filmmagazine Kutsite.com hebben we maandenlang gebrainstormd en gezocht naar geschikte vragen en fragmenten. Om nog maar te zwijgen over de jacht op sponsors. De week voor de uiteindelijke quiz plaats zou vinden, was behoorlijk slopend. Lang niet zo’n stress gehad zelfs. Maar de voldoening was wel immens, want het evenement verliep vlekkeloos en de samenwerking was schitterend.

*Naar de film geweest. Angels & Demons was vermakelijke onzin, Star Trek grandioos en mateloos entertainend (en ik had nog nooit zelfs maar een aflevering ervan gezien, maar deze film is top!), Synecdoche New York evolueerde van chaotisch irritant tot meesterlijk fascinerend.

*Gelezen. Ook de Wij van Elvis Peeters werd verslonden, maar een verslagje zit er niet in, want hoewel meeslepend, verontrustend en knap geschreven, was dit ook afstandelijk en betekenisloos. Dat was wellicht ten dele de bedoeling, maar ik werd er niet warm of koud van. Vooral het feit dat de personages schimmen waren, enkel gedefinieerd door inwisselbare namen, zorgde dat het boek nooit echt beklijfde. Het aangeprezen De Literaire Kring van Marjolein Februari wist me zelfs helemaal niet te bekoren. Zzzzz.

*Gewerkt. Hoewel er wel wat vakantiedagen in de afgelopen periode zaten, zijn de laatste maanden van het schooljaar als vanouds hectisch. Toetsen, herhalingen, rappporten, projecten, overleg, teamvergadering, deelteamvergadering, bijeenkomsten, nieuwsbrieven, klaskrant, bestellingen, reserveringen, agenda’s, … Geen probleem, het blijft allemaal boeiend. En op de sportdag niét in het water gevallen deze keer, maar toch doornat want er was regen. Veel.

*Nostalgisch geworden. Negen van mijn leerlingen, die ik na twee jaar toch zo goed ken, zullen in september op de middelbare school zitten en dat sluimert al een beetje door mijn hoofd. Normaal uiteraard, en we zijn er eigenlijk ook allemaal aan toe dat ze vertrekken, maar het zijn geen afgedankte meubels die je naar het kringloopcentrum brengt natuurlijk. En dan zijn er de collega’s. De vrijdagse après-schools blijven kleine hoogtepuntjes van samenhorigheid en gezelligheid, de barbecue een …tja,… liefdevol gebeuren zonder dat het klef wordt of we ons in de illusie wentelen dat het voor altijd zo zal zijn. Want collega’s gaan op pensioen of kondigen met een klein stemmetje of een traantje in de ooghoek aan dat ze ondanks de harmonie volgend jaar toch andere horizonten gaan verkennen. Ik werk precies deze week drie jaar op die bijzondere school en intussen ben ik er aan gewend dat het onderwijs tegen alle clichés in een wereld blijft die continu in beweging is, maar al die fijne mensen die vertrekken, het laat je niet koud.

*Renzo vergezeld in het 30 worden, Lode gesteund in de aanzet van een muzikale carrière, Michèle nog eens op de agenda gezet voor een filmpje, Steven verrast door 3 van de 4 stoelen te herkennen in wat hij als een moeilijke quizvraag bestempelde, net als Marianne Briek Schotte als Permeke bestempeld. Wat niet klopte.

*En verder: een communievierings-boekje geïllustreerd, Valerie gelukgewenst met haar zwangerschap, de klaskasboekhouding gedaan, de Haaltertse bibliotheek geëerd als vrijwel de enige plek in dat dorp waar ik nog graag kom, me ingeschreven voor het Freinetcongres in Straatsburg, de stemtest gedaan en vastgesteld hoe ik die kon manipuleren tot ik het resultaat had dat me het meest beviel,

*Nog dringend te doen: Stafke en Berend nog eens bezoeken, Henk en Annelies feliciteren, een nieuwe gsm kopen,  mijn belastingsbrief invullen, mijn (uitgeleende) dvd’s nog eens inventariseren, foto’s laten afdrukken en… wat meer bloggen.





In de mode

29 04 2009

Klasbeeld…

schoenen





Gruwel in het onderwijs

14 04 2009

leerkrachtEén van mijn leerlingen vraagt zich de laatste dagen af in hoeverre ze mij een lieve leerkracht kan noemen. Of ik bv. wel eens medelijden heb met iemand, wou ze weten. De daaropvolgende, kortstondige introspectie, en de bijhorende uitleg dat empathie toch het voornaamste kenmerk van een goeie leerkracht hoort te zijn, riep flarden herinneringen op aan mijn middelbareschooltijd, een periode waarin empathische leerkrachten geheel afwezig bleken te zijn. Ik meen dan ook dat nu, zo’n 15 jaar later, het moment is aangebroken dat ik enkele engerds maar eens onder de neus wrijf welke plaats ze in mijn herinneringen aangenomen hebben.

Nooit meer te verstoten van de eerste plaats in de top der gruwelijkste leerkrachten ooit, is mijn leerkracht wiskunde in mijn derde en laatste jaar Latijnse in het Aalsterse SMI. In september reeds werd mijn gebrek aan wiskundig inzicht hem te moede en met een sardonisch genoegen informeerde hij toen al of de datum van het herexamen al in mijn agenda genoteerd stond. Die prophecy fulfillde zichzelf en ik heb me altijd afgevraagd hoe begaan een leerkracht met zijn leerlingen is als hij hun tekorten vaststelt en daar niets aan doet hoewel dat eigenlijk zijn job is. Toch is het niet dat gebrek aan medeleven dat me koude rillingen bezorgde, maar wel de man zelf, een verachtelijke kouwe kikker wiens neus- en oorharen al voldoende waren om je nachtmerries te bezorgen. Hij keek zijn leerlingen af alsof hij ze liefst ter plekke wou verdelgen, met een traagwerkend gif dan  nog wel, en onderwees zijn vak met het fout soort fanatisme dat ook de nazi’s kenmerkte.

Op de tweede plaats komt de heer L.C., iemand die per ongeluk geschiedenisleerkracht werd nadat zijn proefjes op ratten hem wellicht niet in dankbaarheid werden afgenomen tijdens zijn studies chemie. Ergens mag u gerust veronderstellen dat deze man nog een aangename kant had, maar hij is er gedurende twee jaar zeker niet in geslaagd deze te tonen. Zijn breed geëtaleerde misprijzen en gretige lust om de 13-jarige stumperds die hij diende te onderwijzen, te vernederen, is door de jaren heen als een brandmerk op mijn herinneringen achter gebleven.

Op de derde plaats zou ik maar wat graag één of andere non zetten, overtuigd  als ik blijf (persoonlijk ondervonden!)  dat onder die kappen voornamelijk hellevegen en dragonders zitten. Maar ik heb die nonnen makkelijk kunnen ontwijken – als lesgevers. En dus… moet ik ondanks mijn diepgewortelde veronderstelling dat mijn tienerjaren bekneld werden door de meest diverse sadisten, bij deze echter vaststellen dat geen van al die blaaskaken, omhooggevallen regenten en would-be intellectuelen echt voldoende rot was om dit lijstje te halen – kijk eens aan, ben ik toch nog menslievend aan het worden! – en ik het dus bij twee griezels moet houden. Pseudo-academici en zieligaards die hun autoriteit wilden botvieren in overschot nochtans , maar al bij al kun je ze eerder bespottelijk dan gemeen noemen. Geheel onverantwoord tijdverlies zou hun beschrijving opleveren, beste lezers.

Studiemeester D.R., intussen opgeklommen tot directiehulp of wat dan ook op de reeds vernoemde school,  mag trouwens op zijn beide oren slapen. Zijn diepgewortelde minachting voor tieners en dreigende geblaf iedere middag weer, perfect passend bij zijn meer dan gemene smoelwerk, blijven hier onder een sluier van anonimiteit gehuld. U was géén fijn medemens voor ons, arme studentjes, meneer R. Het effect van het leven onder een Kerkskense radar?





Wat hebben we vandaag geleerd?

18 02 2009

Pedagogische studiedag rond muzische vorming (beter bekend als plastische opvoeding):

Zeg niet:

‘Zet er een prentjen bij, da vinden de kinderen plezant’,

maar wel:

 ‘voeg er een visuele prikkel aan toe, dat stimuleert het divergent denken’.

Geslaagde dag alleszins.





Herinnering aan een leerling (3)

17 02 2009

Zo eens om de paar jaar – en in mijn geval betekent dat toch al één keer in mijn bijna zeven jaar durende onderwijsloopbaan – kom je een kind tegen dat je met verstomming slaat. En niet in positieve zin, helaas. Een leerkracht is ook maar een mens en hoewel empathie echt wel het allerbelangrijkste sleutelwoord is, was er een moment aan het begin van mijn bestaan als leerkracht dat ik een kind echt niet kon vatten. En ook liever niet wou vatten.

Ik begon op deze eenvoudige school, met ongecompliceerde mensen en toestanden. Joris (fictieve naam) viel eerst en vooral op door zijn fysiek. Hij was een jaar ouder dan andere zesdeklassers en ook een stuk groter. Hij was ook niet bepaald slank. Stel u daar absoluut geen stoere, puberende rebel bij voor met humeurwisselingen. Joris was een mak lammetje, door oma in veel te brave, ouderwetse kleren gewurmd. Een bril erbij die hem het uiterlijk van een vijftigjarige gaf. Mensen van buiten de school die om wat voor reden dan ook de klas bezochten, schrokken steeds van Joris’ aanwezigheid. ‘Zit hij op leeftijd?’ klonk het dan steevast. Maar ze bedoelden: wie is dat bejaarde mannetje daar? Joris’ reusachtigheid veroordeelde hem ook tot een levenslang achteraan zitten, want hij blokkeerde steevast iemand’s zicht. Hij werd niet gepest, hij was eerder een curiositeit voor wie hem niet kende. Voor de anderen was hij doorgaans lucht.

Nu was noch Joris lichaamsbouw, noch zijn wat gedateerde voorkomen een echt probleem. De jongen had immers nog wat andere onoverkomelijkheden. Zijn schoolprestaties waren op zijn minst erbarmelijk te noemen. Soit, dat gebeurt nu eenmaal en de theorie van de meervoudige intelligentie was me geheel onbekend. Zorgen voor het welbevinden en stimuleren om zijn best te doen, dat was wat ik deed.

Joris leek daar allemaal positief tegenover te staan. Iedere dag weer leek hij zich voor te nemen ongelooflijk zijn best te willen doen. Vriendelijk was hij, hulpvaardig, schijnbaar zeer actief deelnemend aan de lessen en de meest enthousiaste voornemens makend. Schijnbaar is daarbij een belangrijk woord. Want na een paar weken stelde ik vast dat Joris eigenlijk helemaal niets deed. Hij leek enkel te bestaan uit loze beloften, zelfbedrog en een onwaarschijnlijk onvermogen tot inzicht in zijn eigen kunnen. Huiswerk maakte hij niet of nauwelijks, alles werd vergeten en raakte verloren. Zo vroeg Joris na elke, steevast miserabele toets: ‘En, meester, had ik een goede toets?’. Het leek nooit tot Joris door te dringen dat je daarvoor ook je boek moest open doen en dat zijn prestaties dus eigenlijk ondermaats waren. Een masker, een trauma, zwakzinnig?  

Ik kan aannemen dat u dit allemaal een beetje zielig vind. Dat was het ook, hoor. Het wordt zelfs nog tragischer. Maar iedere dag werd ik geconfronteerd met wat ik op den duur als echte onzin ging beschouwen. Verklaringen en voornemens die allemaal nergens op sloegen. Raszuivere leugens ook, waarvan je je afvroeg of Joris die nu zelf ook geloofde. Wat er ook van zij, ik begon Joris jammer genoeg als een last te beschouwen, o onwetende beginner als ik was. Ik trachtte hem vaak te ontwijken – op de speelplaats kwam Joris graag wat tegen de meester kletsen – en toonde steeds minder interesse in zijn verhalen en vele anekdotes die allemaal nergens op sloegen. Bij momenten negeerde ik Joris zelfs, zo zenuwslopend kon zijn aanwezigheid zijn.

enschedeEen relaas dat regelmatig terugkwam was de beschrijving van een iets waar hij zich in het weekend mee bezig hield: de verbouwing van het huis van de oma van zijn vriend. Met weinig precisie beschreef Joris dan de installatie van een badkamer of het isoleren van een dak. Waar we een lichtpuntje begonnen te vermoeden – de jongen moest iéts met zijn toekomst doen – bleek echter niets vatbaar te zitten. De verhalen werden immers absurder en je kon op den duur met zekerheid zeggen dat er niets van waar was. Toen gebeurde in Enschede in Nederland die befaamde vuurwerkramp (dit was in 2000). Joris kwam ’s anderendaags half lachend (hij vergat teleurstelling uit te beelden) melden dat dit toch wel zonde was van al dat werk in dat huis van die oma, want ze woonde toch wel in Enschede zeker, en nu was haar huis ontploft. Ik trachtte me heel serieus te houden.

Collega’s en directie bekeken Joris met een combinatie van katholieke meelevendheid en routineuze afschuw. Joris liep al jaren en jaren rond op school en iedereen zag intussen de hopeloosheid van deze jongen in. Een diagnose leek er nooit gesteld te zijn, iets wat me nu (in mijn school) onvoorstelbaar lijkt. De ouders zag ik nooit. Geen oudercontacten, geen boodschappen. Ik vernam wel dat Joris’ moeder niet meer aanwezig was in het gezin, ze had hen verlaten. Er waren de vader, enkele oudere broers en zussen en een oma. Ik maakte me wijs dat er dan gelukkig toch heel wat mensen waren die voor Joris konden zorgen, zelfs al toonden ze geen enkele interesse in zijn schoolprestaties. Tot Joris zijn plechtige communie deed. Er was een herinneringsprentje voor de leerkracht dat me meteen aan een rouwkaartje deed denken. Het trots overhandigde, oubollige ding en de foto’s van het feest die ik te zien kreeg, sloegen me enigszins met verstomming. Ik zag een handvol familieleden plichtmatig aan tafel zitten rond een taart, mensen bij wie de tijd stil stond en in wiens doffe blikken geen sprankel leven zat. Hoe kon ik denken dat in die omgeving van enige ‘zorg’ sprake was? Een afgestompte familie waar knelpunten onbespreekbaar waren.

Ik heb op veel momenten geklaagd over en gelachen om de , tja… idiotie die Joris vaak etaleerde. Zonder de onderliggende tragiek te negeren hoor, ik had het met hem te doen, maar ik was alle objectiviteit al lang kwijt na maandenlang geconfronteerd te zijn met de beschadigingen die dit kind ergens in zijn leven had opgelopen. Ik was ook nog erg jong en had lang niet het inzicht in wat het betekent een opvoeder te zijn. Toch knaagt het niet nu, daar moet ik eerlijk in zijn. Ik was wie ik toen was en anderen, misschien wel in de eerste plaats de vader van Joris, hadden betrokkenheid moeten tonen en initiatief nemen. De context is anderzijds nooit helder geweest en dus is een correct oordeel vormen over de hele situatie al even moeilijk, zowel door mezelf als door u, de lezer van dit stukje.

Joris is intussen 21. Hij behaalde geen diploma van het lager onderwijs en zal dus naar het beroepsonderwijs gegaan zijn. Ik stel me daar zeker geen dramatisch bestaan bij voor: intelligentie en geluk of maatschappelijke aanvaarding staan los van elkaar. En er zal toch wel een zeker inzicht gekomen zijn naar inzet en zelfkritiek? Maar dat maakt niet weg dat Joris er een jeugd als een soort schertsfiguur heeft opzitten. Ik kijk daar, zoals al blijkt, eerder neutraal op terug, maar niettemin heeft Joris een prominente plaats in mijn geheugen gekregen.

Lees ook de andere  herinneringen





Waarover ik niet geblogd heb

10 02 2009

Er ging geen definiërend moment aan vooraf, maar ik heb zo het gevoel dat mijn blogpauze over is - het was sowieso al een enigszins halfslachtige pauze.

Ik had het gewoon wat druk, de laatste weken. Niet erg, enerzijds. Achter bloggen kan bij momenten een zekere druk zitten. Jammer anderzijds, want ik had eigenlijk best wel wat willen schrijven.

Over het drama in Dendermonde misschien? Ik waag me niet aan zuiver beklag. Ik ga geen slachtoffers bewenen. Ik denk ook niet te kunnen oordelen over de dader, zijn familie, zijn motieven. Ik spreek me niet uit over wraak of straf. Maar ik kreeg wel héél snel genoeg van de manier waarop de media het nieuws behandelden. Heel wat kranten en alle tv-journaals putten zich uit in het uitmelken van de dramatiek. Vergezochte getuigen en het onkies focussen op emoties. Ouders die hun kind verloren aangeslagen op de voorpagina, op grote foto’s. (“Zij verloren hun kind”). Een soort van ’show’ op VTM met getuigen en specialisten, omringd door publiek. Povere pogingen tot de opbouw van een ernstig imago inzake berichtgeving. Voor Het Laatste Nieuws geldt zelfs die zielige ambitie niet eens meer. Maar genoeg daarover.

stats2Over de onwaarschijnlijke bezoekcijfers van mijn blog dan?. Dankzij die blonde uit Van Vlees en Bloed, die men zo graag zonder kleren wil zien. Dan blogt een mens net wat minder, krijg je recordaantallen hits.

Over televisie natuurlijk. De kracht van Van Vlees en Bloed. De schoonheid van De Smaak van De Keyser. De lulkoek waarmee het nochthans nog steeds entertainende programma De Slimste Mens ter Wereld gevuld werd. De vragenmakers gaan het steeds meer zoeken bij het platvloerse en sensationele. De finale die ging tussen een politicus met te weinig ernst en een nieuwslezer met te veel ernst. De clownerieën van Torfs vormen verder een nieuw dieptepunt. Afvoeren die man. Intussen viert VTM zijn 20-jarige bestaan. 20 jaar kul. Man Bijt Hond voerde enkele VTM-fans op die niet beter getypeerd konden worden. Jan Verheyen liet zich desondanks overal grote uitspraken ontvallen; het vallen van het ijzeren gordijn had er niets bij.

Over mijn collega’s misschien, een groep heerlijke mensen met in de kern zelfs heel wat dierbaren. Over het feestboek, daar op de Freixenetschool. Over de aard van de conversaties in de leraarskamer.

Over al die baby’s die ik bezoek. Maria-Dolores. Berend. Staf. Allemaal schoon en braaf, hun ouders gloeien van geluk.

Over mijn leerlingen ook. Die stellen het wel, uiteraard. Een Australisch meisje vervoegde ons. Taalbarrières verbrokkelen onder Kinderengels. Joe aur naais en wat is jaur neem. Het sociale proces is boeiend om te zien. Eerst leggen enkele initiatiefnemers beslag op de nieuweling. Daarna wagen de schuchteren hun kans, met meer succes. En dan is er romantiek en liefdesverdriet. Ouders moeten me dat vertellen, een meester merkt daar allemaal niets van, ze lijden in stilte. Die houdt van die maar die is op die. Die weet van niets maar het wordt hem wel kwalijk genomen. Tragisch, vanuit hun perspectief.

Over Boris die zich in Liechtenstein helemaal geeft. Geen slaap, geen ontspanning. Er is enkel de weg naar school en terug. Hoe hou je dat vol? Maar zijn ‘rapport’ slaat ons wel met verstomming. Ooit gaat dat fortuin en faam opleveren, Boris!

Over goeie films (Revolutionary Road, Frost/Nixon), leuke films (Dirty Mind), aanvaardbare maar ietwat teleurstellende films (Valkyrie) en oersaaie films die je ijskoud onverschillig laten (The Curious Case of Benjamin Button).  

Maar goed, over al die zaken heb ik dus niet geblogd. We zien wel wat zich nog aandient ter inspiratie.