OnBelangrijk

20 05 2012

Het is me niet bekend of er een Vlaamse gemeente bestaat waar Vlaams Belang een rol van, euh, belang speelt. Dat was zeker niet het geval in het landelijke Haaltert. Daar had trouwens geen enkele partij enige betekenis.

Alleszins kon ik me moeilijk voorstellen dat Vlaams Belangers op lokaal niveau ook maar ergens op  het  bestuur konden wegen, gezien ik hen vooral associeer met een gebrek aan fatsoen en intelligentie. Zonder te willen veralgemenen, uiteraard.

Ik heb echter altijd verondersteld dat in die enkele grote steden die Vlaanderen rijk is, Vlaams Belang het stelt met wat degelijker volk. Iets meer breeddenkend, wat redelijker, enigszins bereid tot dialoog, …Tja, wat is dat, ‘degelijk’?  Enfin, het is me vooralsnog niet duidelijk hoe ik aan die perceptie kom, maar ik dacht te mogen veronderstellen dat Vlaams Belangers die in pakweg Gent mee beleid willen voeren, toch over net dat tikkeltje meer niveau beschikken om met de grote mensen mee te kunnen spelen. Ik waag het in deze veronderstelling even de gemeenteraadsleden van andere partijen enig niveau toe te dichten om mijn punt te maken (Zuster Monica even terzijde gelaten).

Maar ik moet mijn mening herzien. Ook op stedelijk niveau slaagt Vlaams Belang er niet in redelijk, volwassen, eerlijk campagne te voeren. Andere partijen misschien ook niet, maar dan bevinden we ons nu toch nog enkele niveaus lager,  Een dikke week geleden trof ik ter illustratie immers deze campagnefolder in mijn brievenbus aan:

De voorkant van dit postkaartje toont ons weinig idyllische taferelen in Gent. De achterkant beschrijft de fictieve avonturen van Bart & Els, die zich in Gent beslist niet geamuseerd hebben.

Ik heb lang niet zo’n weinig subtiele, eenzijdige en vooral kinderlijk onnozele manier gezien waarop een politieke partij kiezers tracht warm te maken voor zijn standpunten. De ongeïnspireerde tekst lijkt me zelfs voor kinderen geschreven te zijn – laaggeschoolden en ongeletterden zullen vatbaarder zijn voor lulkoek, zal de veronderstelling wellicht zijn – en is zo nadrukkelijk doorzichtig dat ik me vragen stel bij het intelligentieniveau van wie in Gent mee in het bestuur van Vlaams Belang zit. Als je oppervlakkig, manipulatief en zwakbegaafd bent, moet je dat dan per se in de verf willen zetten?

Misschien moet ik de komende dagen dat 10-puntenplan maar eens doornemen om dan maar meteen inhoudelijk ook zeker te zijn waarom ik niet op deze partij zal stemmen.





Zwangerschap: een ziekte en een handicap

4 09 2011

Ik ben het een beetje beu, al die trezekes en poppemiekes die hun zwangerschap, zelfs al is het nog maar een vage luchtophoping, aanwenden om het slachtoffer uit te hangen.

Goed, dat is de ongenuanceerde essentie. Nu even kaderen.

Enkele maanden geleden werkte ik als vrijwilliger mee aan de boekenverkoop van de Gentse bib. De taken werden beschreven en de medewerkers kregen de vrijheid om onder elkaar uit te maken wie wat zou doen. Een jongedame, het buikje amper gewelfd, protesteerde. Bepaalde taken kon zij niet uitvoeren want ze was zwanger. We hebben het hier over rechtstaand boeken sorteren. Niet over rodeorijden of bungeespringen.

In de trein mogen zwangere vrouwen in eerste klasse plaatsnemen. Vanaf wanneer zo’n zwangerschap als dusdanig zwaar beschouwd wordt dat een zitje in tweede klasse een marteling is, is onduidelijk. Dat vind ik niet erg, profiteer gerust van dit recht. Maar zit daar dan alsjeblieft niet met een loden ernst over dat buikje te wrijven alsof u ieder moment verwacht dat een echte eersteklassereiziger satansgewijs zijn klauwen in uw schoot plant en uw dierbare vrucht er uit rukt en door het raampje zwiert. U bent zwanger. Niet ziek.

Vandaag bracht ik een dame die deelnam aan de rommelmarkt op DOK op de hoogte dat het de bedoeling was de auto snel uit te laden, zodat die het terrein kon verlaten om plaats te maken voor andere wagens. ‘Dat zal niet gaan, ik ben zwanger en ik ga me dus niet opjagen, ‘ was het antwoord. Verontwaardigd ook nog, dat ze haar spullen van de auto tot de standplaats moest dragen. Haar zwangerschap was onder jurk en jas nog niet eens zichtbaar.

Ik wil gerust aannemen dat een zwangerschap wat doet met uw lichaam. Lig gerust plat als de dokter u dat voorschrijft. Klaag in de laatste weken gerust wat af. U hoeft me niet te overtuigen van de kwaaltjes en pijntjes die dat zwanger zijn met zich meebrengt. Maar vanaf dag één? En als u dan wél vindt dat dat ongeboren kind u hindert in uw doen en laten, blijf dan thuis en neem dan maar niet deel aan allerlei activiteiten waarvan u verwacht dat de organisatie en andere deelnemers zich moeten aanpassen aan uw zwangerschap.

Eeuwen en eeuwen hebben vrouwen kinderen gedragen, onder onmenselijke omstandigheden soms. Voor verworven rechten is flink gestreden. Maar intussen hebt u alles wat u nodig hebt, me dunkt, om zalig zwanger te zijn. Ik leef graag met mee met uw geluk, maar niet met uw zelfgecreëerde slachtofferschap.





Flesmob

3 04 2011

Ik blijf geboeid door flashmobs, en dit is een van de originelere, vind ik. Zeer deugddoend filmpje! (met dank aan Freya)

 





Hemmerechts houdt niet van ruw

29 01 2011

Kristien Hemmerechts kwam deze week in Reyers Laat vertellen dat ze Gunter Lamoot exemplarisch vond voor de steeds flauwer en grover wordende Vlaamse stand-up comedy. Ze nam daarbij het risico een flauwe trut genoemd te worden, want heel wat mensen moeten wél lachten om grappen waarin de rosse van K3 een hoer wordt genoemd of een verveelde vent door zijn dochter betrapt wordt op zelfbevrediging. Dat dit soort humor aanslaat, vond ze eigenlijk nog het ergste.

Ikzelf vind stand-up comedians doorgaans oninteressant of irritant, of we het nu over Helsen, Hoste of Geubels hebben. Lamoot kan weliswaar erg grappig zijn en ik vind dat als hij als artiest reacties uitlokt, – positief zijn of negatief, hij geslaagd is in zijn taak. De grappen die de stelling van Hemmerechts moesten illustreren, vond ik noch goed noch slecht. Ik zou dan ook nooit naar zo’n zaalshow gaan kijken – afschuwelijk woord trouwens. Ik vind Hemmerechts anderzijds ook geen flauwe trut (in deze kwestie). Ik heb begrip voor haar bekommernis om de verruwing van de maatschappij, die misschien wel gegrond is. Ze had het bij uitbreiding ook over de vele homofobe en racistische uitlatingen van stand-up comedians.

Alleen zat ze er qua argumentering volkomen naast, vond ik. De link leggen tussen een grap van Lamoot en de zaak Dutroux is niet alleen vergezocht, de verruwing van de maatschappij wordt geenszins gevoed door al dan niet foute humor. Heeft Hemmerechts al eens naar Take Me Out gekeken, waarin wijven van het laagste allooi zonder enige poging tot mededogen of sympathie iedere man die zo simpel was zich hiervoor te willen inschrijven, de grond in boren? Herinnert ze zich Big Brother nog, waarin mensen elkaar moesten wegstemmen en de lezer smulde van alle conflicten? Merkt ze de massa’s lezersbrieven niet op van mensen die door het zoveelste machtige bedrijf aan het lijntje worden gehouden en daar alleen maar bozer door worden? De uitlatingen van Bisschop Léonard? De soms aanstootgevende Facebookhaatgroepen, het forum van Het Laatste Nieuws, zekere blogs waarin toffe madammen als pakweg Linde Merckpoel, Geena Lisa of Lieve Blancquaert worden afgekraakt? En – maar nu ga ik het wat ver zoeken – verneemt ze niets over de ingekrompen budgetten voor onderwijs, de plek waar de weerbaarheid tegen verruwing zou moeten gevoed worden, en dit dus met steeds minder middelen?

Is dat alles niet de mest voor de verruwing van onze maatschappij? De hoogvieringen van egoïsme en machtswellust zijn niet meer te tellen, frustraties stapelen zich op. Die humor, of pogingen daartoe, zijn toch grotendeels onschadelijk? Ik zou me veeleer zorgen maken om de populariteit van Geert Hoste of FC De Kampioenen. Daar zit immers niéts in. Het afstompen van de mensheid is gewoon een subtielere stap naar die botte samenleving.

Ik zou nog – LaatsteNieuwslezersgewijs – kunnen suggereren dat Kristien Hemmerechts strategisch haar pijlen richt op een populair onderwerp omdat dat haar meer in de kijker doet lopen dan het zoveelste geëmmer over het gebrek aan regering, om zo reclame te kunnen maken voor haar nieuwe boek. Maar dat zou flauw zijn. Er zijn toch geen nieuwe doelgroepen meer aan te boren door deze schrijfster.

Lieven Van Gils legde Hemmerechts en Lamoot ook nog een leuke sketch voor over de helpdesk in de Middeleeuwen. Die vond zij wel grappig – en dat is ze ook best wel – maar het is natuurlijk humor met een formule achter, zoals Lamoot min of meer verklaarde: verander de context van een alledaagse situatie en je krijgt een potentieel grappig resultaat. Ik heb dus gewoon de indruk dat Hemmerechts geen erg ontwikkeld gevoel voor humor heeft. Er bestaat zo ontzettend veel grovere en controversiëlere humor dan wat Lamoot brengt, maar daar heeft ze  blijkbaar nog nooit iets van gezien.

Wie de uitzending gemist heeft, kan die hier herbekijken (25/1). En overigens is de rosse van K3 geen hoer, wel een mojjer.





De helaasheid van Denderleeuw

14 10 2010

Zo nu en dan breng ik een kwartiertje wachtend door in de stationshal van Denderleeuw, een plek waar u eigenlijk liever niet wil wachten maar soit. Enigszins vermakelijk is echter altijd het stationsbuffet geweest. Bij gebrek aan krant of tijdschrift, kon het volstaan ter vermaak de gasten van dit café te observeren vanuit de wachtzaal. De gesprekken waren nooit van hoog niveau. Cafépraat zoals het begrip het voorschrijft.

De bezoekers waren, naast de occasionele gestrande reiziger, vaste stamgasten die er de werkdag kwamen doorspoelen of bij gebrek aan werkdag hun leefloon kwamen verdrinken.  Er misschien het hoogtepunt van hun dag beleefden. Een babbeltje, al was het maar over het weer.  Je zag er pinten staan, om het even op welk uur van de dag.  Je kwam er nog ouderwets naar rook ruikend buiten.

Je zou dus kunnen zeggen dat er van enige tristesse sprake was, maar toch had ik nooit écht die indruk. Misschien bij gebrek aan bijhorend miseriedecor? Het buffet was niet zoveel jaar geleden opgefrist. De oude barman was bovendien erg vriendelijk, herinner ik me van die enkele  momenten dat ik er toch iets kocht. (Een warme choco in de winter, of een chocoladewafel – want als je die wou kopen aan de automaat, riep hij dat het bij hem goedkoper was). Dus er hing wel wat sfeer, daar in de buffet. Het had wel iets, zolang je er zelf niet hoefde te zitten.

Twee maand geleden stond het plots leeg. Maar het wordt vast wel iets ander gezellig, persoonlijk, warm en sfeervol.





Spannend shoppen

13 04 2010

Vandaag zorgde een elektriciteitsstoring voor onrust in de supermarkt. Toen plots alle lichten, diepvriezers en kassa’s uitvielen  – en dit wel eventjes duurde en zich na herstel nog een keer herhaalde – mocht het personeel zich al voorbereiden op overwerk. Want wat speelt zich allemaal af in een donkere winkel? Amper viel het leven daar stil en je hoorde al verpakkingen en blikjes opengaan! Ik moet zeggen dat ik de verleiding ervan wel snap. Geen mens kan zien wat je doet en je wordt omringd door allerlei verleidelijke producten. Ik durf zelfs niet zweren dat ik van alles zou afblijven, uiteindelijk. Nu stond ik vooral tussen de  shampoos en diepvriesproducten en daar trof ik weinig verleiding aan – hoewel, die ijsjes…

Eerlijk, mijn eerste gedacht daar in het donker, was het omver gooien van die reusachtige opeenstapelingen van pakken wc-papier. Niemand zou merken dat ik het was en wat chaos af en toe kan ik wel hebben. Ik stond al te glimlachen bij het idee alleen. Maar ik bleef braaf staan en wachtte op licht in de duisternis. Ik maakte ook  niet van de gelegenheid gebruik om de streepjescodes van bepaalde artikels te verwijderen om die ongezien in mijn rugzak te stoppen. Wat kon. Maar geen product daar is het waard je daartoe te verlagen, bedenk ik nu keurig.

Een glimp van de potentiële chaos die een veel langere storing zou veroorzaken, kreeg je te zien toen het licht weer aanging. Heel wat mensen hadden de zaak verlaten en dus stonden her en der verweesde karretjes en mandjes met boodschappen. Aan het personeel om daar dan meteen alle koelkast- en diepvriesproducten weer uit te halen, om zo de schade te beperken. Mij deed het vooral aan een ongedefinieerde horrorfilm denken: het licht gaat aan en een aantal mensen zijn op onverklaarbare wijze verdwenen. Of de rolluiken gaan naar beneden en we moeten met zijn allen overnachten in de supermarkt terwijl buiten een mysterieus iets zich naar binnen probeert te werken.

Toen stapte ik weer de non-fictie in.

(geweldige film!)





Friends Forever!

31 01 2010

Nu ik een vorig artikel voor mezelf en eventueel voor u één en ander duidelijk maakte in verband met mijn Facebookgebruik, wou ik me nu even bezighouden met het kritisch bekijken van wie dan wél mijn virtuele vrienden zijn. Defriending was de trend van 2009 maar ik heb het nog maar zelden iemand weten doen.

Ik ben zelf één keer gedefriend, voor zover ik dat gemerkt heb, en hoewel ik niet zo close was met die defriender, zag ik daar echt geen enkele aanleiding voor en was ik dus toch wat beledigd. Vooral omdat ik toch wel erg weloverwogen verzoeken stuur. Maar goed, ik pleit zelf  altijd voor minder hypocrisie, dus ik kan er mee leven.

Nu schiet ik zelf in actie. Ik meldde het al, 147 Facebookvrienden begin ik wat benauwend te vinden.  Dat blijft maar groeien, zelfs al zet er zo nu en dan iemand zijn account stop. Ik stel ook vast dat ik mijn weloverdachte criteria eigenlijk niet altijd correct gehanteerd heb. Anders gezegd: ik heb wel wat volk toegevoegd waarmee ik niet zo erg betrokken voel en dus… ga ik vandaag defrienden.

Een aantal mensen op mijn vriendenlijst zou ik in het dagelijks leven immers nauwelijks herkennen. Of ik zou me haast verstoppen om een gênant moment van niet-weten-wat-zeggen te vermijden. Er zijn mensen die ik gewoonweg veel te oppervlakkig ken of met wie ik de laatste jaren eigenlijk geen contact meer heb. Met wie ik sowieso al weinig contact had. Die moeten er maar eens uit. Wat voor zin heeft het?

De ballast was kleiner dan ik dacht. 9 Mensen gedefriend. Dat ging snel en makkelijk. Ik denk dat ik onbewust al lang wist wie er niet meer bij hoefde. En hoewel dit allemaal weinig voorstelt, voel ik me weer een correcter mens.

En nu ga ik stoppen met deze extreme egoberichtgeving over echt wel zeer futiele zaken.





Verzoek genegeerd

29 01 2010

Met 147 vrienden zit ik eerlijk gezegd zo wel een beetje aan mijn Facebookgrens, vermoed ik. Dat komt in de eerste plaats omdat ik maar een bescheiden belangstelling vertoon in andere mensen. Ik heb het gewoon niet zo voor de mens in het algemeen en stel vaak genoeg vast dat ik mensen toch wel pas echt apprecieer na lange tijd en volgens zeer specifieke maar van mens tot mens verschillende criteria. Een psycholoog zou daar vanalles achterzoeken en ik heb daar ook zo mijn eigen conclusies over, die ik u en mezelf liever bespaar. We houden het er bij dat ik de meeste mensen niet zo heel interessant vind. Hoe arrogant dat ook mag klinken.

Dat is al een voorname reden waarom ik het op Facebook bescheiden hou. Daarnaast stuur ik gewoon geen vriendschapsverzoeken  naar mensen die ik niet zo bijzonder goed ken of met wie ik in het dagelijks leven niet zo bar veel contact heb. Ik neem het niemand kwalijk dat wel te doen, al stel ik me wel eens vragen bij mensen met 512 vrienden. U kunt al die mensen beslist kennen, maar wil u ze zonodig in uw  on-line woonkamer? Wil u met elk van hen in contact staan? Los van professionele argumenten – hoewel, heeft Facebook echt een professionele meerwaarde? – kan ik mezelf moeilijk motiveren contact te houden met meer dan deze 145 mensen. En zelfs die hoeveelheid vind ik al wat benauwend.

Ik heb zelf nog nooit meegemaakt dat mijn vriendschapsverzoek niet aanvaard werd. Dat komt omdat ik er weinig stuur maar vooral omdat alle mensen die nog overblijven als potentiële vriend me gewoonweg niet bekend genoeg zijn. Dat leidt me tot mijn eigen, enige criterium om verzoekjes te sturen: ik wil enkel mensen als vriend met wie ik in het dagelijks leven graag minstens een babbeltje maak. Ik klamp dus niemand aan en vermijd absoluut dat halve bekenden een vriendschapsverzoek ontvangen waarop ze zouden reageren met ‘Oei, die wil vriendschap met mij. Alé oke dan. Of nog erger: dat je zelf enkel dient om het vriendenaantal van een ander de hoogte in te helpen… Ik stel me dus enigszins gereserveerd op en vind dat best zo.

Daarnaast ken ik dan weer veel te veel mensen die gewoonweg een volkomen gebrek aan interesse vertonen in deze virtuele ontmoetingsplek. Mensen die ik wel interessant vind en graag als virtuele vriend zou zien, voelen zich geenszins aangesproken door het feestboek. Ik neem ze dat niet kwalijk en wil in dit stukje ook geenszins ingaan op de waarde van Facebook. Gelieve u dus in eventuele reacties die moeite te besparen. Ik geniet ervan maar neem aan dat anderen het maar niets vinden. Punt. Maar die mensen vallen dus af als Facebookvrienden.

En dan zijn er tenslotte nog redelijk wat mensen die mij een vriendschapsverzoek sturen maar die ik dan weer weiger. Ik voeg daar meteen aan toe dat enkele daarvan wellicht wél een babbeltje waard zouden zijn, maar dat ik die gewoonweg niet genoeg ken. Voor het beantwoorden van vriendschapsverzoeken hanteer ik dus blijkbaar een tweede criterium, en dat is dus de afstand tot die persoon. Ik zei het al, Facebook is zo’n beetje mijn woonkamer en daar laat ik toch liever enkel bekend volk binnen. Deze blog is als voortuin/inkomhal al persoonlijk genoeg en is wél publiek terrein.

Wie zijn die mensen eigenlijk wiens vriendschapsverzoeken ik niet beantwoord?

  • broers en zussen van vrienden. Tja, daar moeten we eerlijk in zijn. Ofwel was ik u in de loop der jaren ook als een vriend of goede kennis gaan beschouwen, ofwel niet. Broer of zus zijn van is gewoonweg  niet genoeg.
  • mensen van vroeger: toegegeven, had Facebook destijds bestaan, we waren wél Facebookvrienden. Maar dat was niet het geval en intussen is ons moment voorbij.
  • oud-klasgenoten: tot in de leerkrachtenopleiding wil ik nog teruggaan, met mate. Maar de mensen uit het middelbaar onderwijs zijn echt maar schimmen meer, wat niets afdoet aan de fijne herinneringen. Maar wie zijn die mensen nu? Geen idee en ik zie niet genoeg aanleiding om dat wel nog te willen weten. Als Facebook niet zou bestaan, zou dat contact ook onbestaande zijn, maar dat vind ik nu eigenlijk maar een zwak argument. Facebook bestaat wél en dus moet je daar niet onnozel over doen.
  • familieleden, en dan concreter heel wat achterneven en -nichten. Ik ga al sinds mijn tienerjaren niet meer naar die groots opgezette familiebijeenkomsten en de meeste van hen laten me eigenlijk steenkoud. Ik heb ze al jaren en jaren niet meer ontmoet en zou niet weten waar het met hen over te hebben. Een familienaam delen of grootouders hebben die in hetzelfde gezin opgroeiden – die waren thuis met véél – , vind ik een even lukrake voorwaarde als pakweg graag naar Top Gear kijken of geen zout op je frieten willen.
  • leerlingen: daar trek ik gewoon een lijn. Ik heb bedenkingen bij virtuele vriendschappen tussen kinderen en hun meester of juf. Daar kan ik makkelijk dieper op ingaan, maar u bent intelligent genoeg om daar zelf argumenten voor te bedenken. Gezond verstand, toch? Ik geef wel toe dat dat voor lesgevers in het middelbaar onderwijs misschien anders ligt.
  • andere bloggers: ik vind dit de meest aannemelijke verzoeken, want het houdt net in dat deze mensen je heel bewust hebben uitgekozen omdat ze jou of je blog blijkbaar interessant vinden. Ik vind het dus helemaal niet vreemd maar ik hou voet bij stuk: ik kies geen Facebookvrienden die ik nog nooit in werkelijkheid ontmoet heb.
  • oud-collega’s. Veel van hen apprecieer ik wel, maar ik voel geen behoefte om een verleden in stand te houden dat enkele op een professionele samenwerking gebaseerd was en waar weinig persoonlijke aspecten mee verbonden waren. De oud-collega’s met wie ik vriendschap heb gesloten, waren dan ook echt vrienden.
  • oud-leerlingen: die weiger ik niet uit principe, want er staan er wel degelijk enkele in mijn lijst. Maar als het echt te lang geleden is, laat ik dat toch liever rusten. Weten die intussen groot geworden kinderen veel  wie ik ben. Al te zot zijn de verzoeken van jongeren die niet eens in mijn klas zelf zaten. Waar moet het ophouden?
  • Helemaal gek vond ik het vriendschapsverzoek van een man die enkel mensen met De Schutter als familienaam als Facebookvriend wilde. Nee dank u. Ook niet onder het mom van eens onbezonnen meegaan in de zotheid van een ander.
  • mensen waar ik gewoonweg niets mee heb. Mensen die ik dus weliswaar ken, meestal vaag, met wie ik wel wat gemeenschappelijke vrienden heb en die duidelijk zelf zelf minder strenge criteria hanteren in het selecteren van Facebookvrienden.
  • en tenslotte mensen die ik simpelweg nauwelijks ken. Ooit eens ontmoet maar verder eigenlijk geen idee wie ze eigenlijk zijn.

Als ik dat dus echt zou willen, zit ik zo aan 200 vrienden. Wat nog relatief is en nog steeds niet betekent. Omdat het allemaal niets betekent. Maar binnen de al dan niet zinloze nonsens die Facebook eigenlijk is wil ik nog altijd principes hanteren. Maar dat ik dat blijkbaar wil verantwoorden wil toch ook weer wat zeggen?

Volgende keer: defrienden of niet? (Ja! Maar wie?)





Even uitrazen (3)

18 01 2010

“De Broeders van Liefde zijn tevreden met de aanstelling van Léonard.” Daar zat ik op te wachten. Deze steeds verder in de tijd terugkerende orde deed onlangs een voorstel om scholen op te richten waarbinnen het katholiek geloof veel strikter beleden kan worden. Ik heb daar eerder al eens over geraasd, zoals u zich misschien herinnert. Het is intussen even uit de aandacht verdwenen en ik zou dus haast gaan hopen dat ze die plannen maar meteen voorgoed hebben opgeborgen. Maar met de aanstelling van de als zeer conservatief bestempelde André-Mutien Léonard tot kardinaal aartsbisschop, waarmee ze daar in Broederland uiteraard erg in hun nopjes zijn, wordt de slaagkans van hun losgeslagen idee alleen maar groter. Het kan hun zaak alleen maar ten goede komen, kan er lekker conservatief gekonkelfoesd worden op hoog niveau.

Ik zou het daar qua occasionele katholieken-bashing verder maar bij laten, zij het dat ik u nog even deelgenoot wou maken van een klein leedvermaakje  van mijnentwege toen Mieke Van Hecke onlangs in Ter Zake werd geconfronteerd met haar eigen conservatieve uitspraken als  directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs en ze daar niet zo meteen mee wegraakte. Zij zal er niet van wakker gelegen hebben natuurlijk, maar tegenover alle gruwel die dit soort mensen op minder verdraagzame momenten bij me oproept, mag al eens een schampere grijns staan.





Even uitrazen (2)

3 11 2009

Broeder René Stockman, sekteleider van de Broeders Van Liefde, heeft gekke plannen en daar heb ik om meer dan één reden een mening over. Geen al te originele mening helaas – net als de meeste weldenkende mensen kan ik alleen maar schrik krijgen dat dit werkelijkheid wordt – maar het houdt me niet tegen ze hier te brengen.

rene_stockmanWaar gaat het over? Stockman loopt met het idee rond nieuwe scholen op te richten die veel nauwer aansluiten bij de katholieke leer. Dat houdt in dat er veel vaker eucharistievieringen zijn, er vaak gebeden wordt en de katholieke leer nog veel strikter gevolgd zal worden dan in wat momenteel voor katholieke scholen doorgaat.

Ik dacht net dat het een beetje de goede richting uit ging. Niet dat er aan de top van de Broeders van modernisering sprake is – en ik kan het weten – maar ik had de indruk dat de Broederscholen de multiculturele, multireligieuze samenleving stilaan begonnen te aanvaarden en de 21e eeuw waren binnengetreden. Dat er een zekere vervaging vast te stellen viel tussen de netten, die uiteindelijk toch allemaal degelijk onderwijs aanbieden.

Ooit ben ik nog veel naïever geweest. Toen ik mijn lerarendiploma in handen had, werd ik opgeroepen door het bisdom om mijn mandaat van rooms-katholieke godsdienst te komen ondertekenen. Het hield in dat ik me akkoord verklaarde ‘de boodschap van het Evangelie en van de Kerk te willen verkondigen en me te willen inzetten om ze voor te leven zoals de kerkgemeenschap het vraagt. Ik wil me meer specifiek inzetten voor het geven van rooms-katholieke godsdienst.’ Verschrikkelijk. Toen we dit in handen kregen, twijfelde ik sterk. Ik had mijn diploma op een katholieke school gehaald, maar de lessen godsdienst daar trokken je wereldbeeld open in plaats van het te sluiten. Ik besloot het mandaat niet te ondertekenen en ging naar huis. Welk principe ik precies bedreigd zag worden, was onduidelijk, maar dit voelde gewoon niet goed aan. Toch heb ik meteen de volgende dag mijn ondertekend exemplaar opgestuurd. Me veel te weinig bewust van de werkgelegenheid buiten het katholiek onderwijs, zag ik een doembeeld voor me waarbij ik ofwel werkloos was ofwel moest lesgeven in een inferieure school, zoals dat toen  mijn perceptie was.

En dus was één van mijn eerste werkgevers een school van de Broeders van Liefde. Een leuke, aangename school, met fijne leerkrachten en leerlingen. Zo af en toe werden personeelsleden naar bijeenkomsten gestuurd waarover ik dan lacherig deed: je moest en zou weten waar de Broeders voor staan en kreeg nieuws over al hun projecten, ook buiten  het onderwijs. Powerpoint na powerpoint over de missies en de Broeders over de hele wereld. Op zich is daar niets mee, ieder modern bedrijf tracht zijn werknemers te betrekken en te overtuigen van zijn mission statement. Toch voelde één en ander naargeestig aan. Een moderne sekte. Vooraan zaten een stuk of wat broeders van wie je je kon voorstellen dat ze een camera in je klas zouden hangen om toch maar te zijn hoe waarachtig je lessen catechese waren. En wat als je van het uitgestippelde pad der christelijkheid dreigde af te wijken?

Ik stond er verder maar niet bij stil en gaf braafjes iedere dag mijn 25 minuutjes catechese. Dat viel echt wel mee. Er was modern materiaal en het vak bood ruimte voor bezinning en verdieping zonder dat er daarom sprake van Jezus hoefde te zijn. Het mooiste was nog wel dat niemand er problemen mee had dat ik de kinderen een kritische bril aanreikte. Kon Jezus echt over water lopen? Heeft hij echt broden en vissen vermenigvuldigd? Met de kinderen tot de conclusie komen dat dit metaforische verhalen zijn, uitvergrotingen van iets dat misschien echt gebeurd is, en mensen hier kracht uit halen, was zeer bevredigend. Het stond ver af van de indoctrinerende woorden van de brave zuster Lina in de derde kleuterklas, die me echt deed geloven dat Jezus naar mij keek.

Minder aangenaam waren de talloze misvieringen die de school organiseerde. Zes keer per jaar of zo. Dat vond ik echt wat veel van het goede. Ik bleef in deze vieringen ook op mijn stoel zitten tijdens de communie. Dat kun je me verwijten, gezien het feit dat ik toch dat mandaat had ondertekend. Maar ik weiger pertinent hypocriet te zijn. Bovendien ben ik voor de leerlingen dan evengoed een voorbeeld. Zij hoeven toch niet aan te nemen dat alle volwassenen om hen heen katholiek zijn?  Ik deinsde er nog wat voor terug aan mijn leerlingen duidelijk te zeggen dat ik niet gelovig was, maar gaf hen wel uitleg als ze vroegen waarom ik geen hostie haalde (‘dat plakt aan uw verhemelte en daar kan ik niet tegen’ haha!). De vraag was uiteindelijk: kan ik catechese geven zonder zelf katholiek te zijn?

Die vraag hoeft niet meer beantwoord te worden. Toen mijn contract na 3 jaar ten einde kwam, werd ik geconfronteerd met de ware broeders: machtsvertoon, een ivoren-toren-beleid, minachting voor hun eigen publiek, … de maskers vielen. Ook latere confrontaties in heel andere context, met katholieken allerhande, bevestigden wat ik eigenlijk al min of meer had aangevoeld: dit was echt niets voor mij. Te eng, te superieur, te zelfzeker, te minachtend tegenover alles wat niet past.

Ik ben nu een zeer tevreden leerkracht in het stedelijk onderwijs en hoef me dus in principe geen zorgen te maken over wat Meneer Stockman zich in zijn gezalfde hoofd haalt. Toch vind ik het als vooruitstrevende en bezorgde burger een stap achteruit. Ik heb het hier al eerder gehad over een zekere (al dan niet terechte) frustratie over de kloof tussen de genoegzaamheid van het katholiek onderwijs en de veel meer bij de  realiteit aansluitende gang van zaken in het niet-katholieke onderwijs.  Dit wordt zelfs een uitvergrote vorm! In De Morgen van het voorbije weekend haalt moraalfilosoof Patrick Loobuyck enkele prachtige argumenten aan, waarmee ik mijn bezorgdheid kan argumenteren.

Loobuyck haalt als voornaamste argument het falen aan van de huidige katholieke leer. Hoe komt het dat de scholen van de Broeders van Liefde (en andere katholieke scholen) er niet meer in slagen hun leerlingen écht gelovig te maken? ‘Werkt de indoctrinerende molen niet meer?’, maak ik daarvan. De scholen mogen deze vraag niet als een verwijt zijn, het feit is gewoon dat het in een seculiere samenleving waarin geloof in de praktijk nog weinig voorstelt, zelfs als school moeilijk is daar tegen op te boksen. Er zijn dan ook geen broeders meer die les geven en die leerkrachten zijn natuurlijk zelf nog amper gelovig. Waarom dan toch krampachtig proberen die evolutie tegen te gaan?

Ik vraag me dus vooral af waar Stockman dat idee gehaald heeft. ‘Op verzoek van ouders’ klinkt het. Hoeveel ouders zouden dat zijn? (‘een bepaalde niche’, zo zeggen de Broeders zelf). Is het niet eerder een paniekreactie van iemand die de macht van zijn geloof en zichzelf langzaam ten onder ziet gaan? De laatste stuiptrekking van een man die de vooruitgang tracht tegen te houden? Want ik durf dit opentrekken en stellen dat het conservatieve van dat geloof ook vorm krijgt in de dagelijks lespraktijk van de school, dus ook buiten het vak catechese. Deze week kreeg de school waar ik nu werk – een Freinetschool – het bezoek van een delegatie directies uit het traditionele (niet-katholieke) onderwijs. In het kader van Forum for the Future, een zoektocht naar innnovatief onderwijs, kwamen deze dames en heren een kijkje nemen op een school waar vernieuwende onderwijstechnieken dagelijks toegepast of minstens toch uitgeprobeerd worden. We kregen lof en applaus en dat sterkt me nog eens in de overtuiging dat vernieuwing niet in het traditionele onderwijs zal ontstaan. De link met het katholieke onderwijs is in deze anekdote natuurlijk vaag, maar ik ga er van uit – en ik spreek dan uit ervaring – dat zij nog nog meer vasthouden aan traditie en autoriteit en dus nog veel meer in te halen hebben dan de zelfkritische collega’s uit het niet-katholieke, traditionele onderwijs. Vooraleer die vroegere discussie opnieuw start: ik ben zeker dat de meeste katholieke scholen goede scholen zijn waar goed geleerd wordt en leerkrachten hard werken. Maar alles kan beter en stilstand is achteruitgang.

Het idee van moslimscholen creëerde paniek, woede en onbegrip. Ik denk voor een groot deel terecht, want het zou de pluralistische samenleving alleen maar onbereikbaarder maken. Wel, net zo is een strikt katholieke school een al even slecht idee. Of zelfs erger, want u weet toch nog wel waar die katholieke leer allemaal voor staat of tot welke menselijke drama’s het opleggen van geloof al heeft geleid? Recent hoorde ik in de docuserie Meneer Doktoor nog enkele aangrijpende verhalen over hersenspoelende pastoors, om maar één voorbeeld te geven. Ik kan dus alleen maar hopen dat die drang naar stilaan vervliegende verzuiling de kop wordt ingedrukt door moderne beleidsbepalers – en dat is momenteel helaas niet Pascal Smet – en Stockman’s ideeën vooral in zijn hoofd vorm krijgen. Broederlijk Verdelen, het krijgt ineens een heel andere betekenis.

Voor wie overigens de andere partijen aan het woord wil horen, hier vindt u de reactie van de Broeders op de commotie na het uitbrengen van hun plan/idee.





Bent u al in de stemming?

5 06 2009

Uit onderzoek blijkt dat CD&V de populairste partij is bij 18-jarigen. Ik sta daar lichtjes versteld van. Hoe kan een traditionele, in de praktijk ook conservatieve partij het zo goed doen bij wat verondersteld wordt een kritische doelgroep te zijn? Ik ken niet zo veel 18-jarigen meer, dus ik viseer niemand, maar volgens mij zijn ze met zijn allen lekker dom en mak, die jongvolwassenen.

Ik geef toe niet bijzonder goed op de hoogte te zijn van het programma van CD&V. Zoals wellicht vele honderdduizenden die morgen gaan stemmen en zoals ik vrij zeker en rustig veralgemenend durf stellen, zoals ook al die 18-jarigen. Wat mij dus in de media en propaganda net lichtjes doet kokhalzen, spreekt blijkbaar toch heel wat jongeren aan. Terwijl ik gruwel van het toekomstbeeld van een met christelijke hypocrisie bedekt fatsoen waarmee CD&V’ers ons betuttelen, verheugt dat kwart van die 18-jarigen zich blijkbaar op de huiskamergezelligheid die zo’n bestuur met zich meebrengt. Terug naar de tijd van de lochting en de boterham met smout.

zusterAkkoord, de mensen in wie ik CD&V het sterkst verpersoonlijkt zien, zijn net wat naar de achtergrond verdrongen: Yves Leterme, een klein en bitter mannetje met wie ik enkel een thermos koffie op een plastic tafelkleed associeer en een zondagnamiddagse uitstap naar Geraardsbergen of zo, om maar een uitgestorven gemeente te noemen die met enige fantasie nog als toeristische trekpleister kan fungeren. En daarnaast natuurlijk Zuster M., over wie ik van mijn oversten hier niets meer mag schrijven (maar het internet vindt alles). De lokale Bulstronk die fatsoen meent op te leggen op tirannieke wijze, heeft het bij mij voor eeuwig en altijd verkorven.

CD&V heeft zijn brocanterieën dus even opgeborgen en zet andere gipsen beelden op de voorgrond. Kris Peeters bijvoorbeeld. De media portretteren hem – en nu kom ik even niet meer bij – als de George Clooney van Vlaanderen. Een zeer gebrekkige fantasie van de betreffende journalist (die de mosterd bij Bob Geldof haalde) - Peeters is hoogstens de William H. Macy macyvan Vlaanderen. En dat is dan nog flatterend bedoeld, want Macy is wel een erg goede acteur. Om maar te zeggen: Peeters is inderdaad niet het met gouden brilmontuur en zuur lachje getooide typische CD&V’ertje, maar de glamour van Italiaanse villa’s, martini en nespresso is ver te zoeken. Peeters doet me op zijn best aan een verdienstelijke bankdirecteur denken die ik niettemin van enige beschetenheid zou verdenken. Nee, dan stem ik nog liever voor Jean-Jaques De Gucht, wiens intelligentie, ervaring en zelfzekerheid niet moeten onderdoen voor zijn welbespraakthei… HAHAHAHAHA, ja daar had ik u even liggen.

Mijn stem zal dus zelfs niet in de buurt komen van iets oranje en ik gehoorzaam al evenmin Jean-Luc Dehaene, die ons vraagt niet op de kleine partijen te stemmen. Maar ik zie in mijn stemgedrag alleen maar wat ik in het dagelijks leven zo vaak zie: je hebt de massa en je hebt Sven. Mijn partij zal morgen geen potten breken, maar ik koester de illusie dat ik voor oprechte en degelijke mensen gekozen heb wiens ideeëngoed aansluit bij mijn eigen normen en waarden. Ik vraag van u niet hetzelfde, maar alstublieft, denk toch een heel klein beetje na straks in dat hokje.

 





Televisionele Waarneming n°551

5 05 2009

Waarde lezer, het ligt niet in mijn bedoeling u hier een dagelijkse samenvatting van Man Bijt Hond te serveren. Maar ook vandaag wist dit programma de mensheid weer schitterend te vatten, met hilarische conversaties in die je zo gek niet zou kunnen bedenken. Is het niet ter uwer vertier, vind ik er zelf wel plezier in er vandaag weer eentje uit te plukken:

Winkelierster: ‘Ik ben een boek aan het lezen van Dante. Kent u dat?
Marina-achtige klant: ‘euh… neeje’
Winkelierster: ‘Ah, leest u geen boeken?
Klant: ‘Feitelijk nie…’
Winkelierster: ‘Ah ja, Dante, dat is literatuur hé!’
Klant (gretig): ‘Maar ik lees vree graag den Dag Allemaal, daar staan vanachter altijd waargebeurde feiten in over ziektes en mensen die vanalles voorgehad hebben. Dat lees ik graag!’
Winkelierster: ‘Ah ja… awel ja, … (stilte) Dat interesseert mij eigenlijk niet hoor. Dante, ja. Maar er zijn ook minder moeilijke boeken hoor! Kent u de Millenniumreeks niet van Stieg Larsson? Zeer goede detectives’.
Tweede klant: ‘Oe nieje, da lezekik allemaal nie. Maar kent ge ‘Aspe’ dan nie? Dat zijn toch ook detectives. Als ik dan een boek zou willen lezen, zou ik dat dan toch pakken…’

Leve de geletterde mens! Maar als ze nog klanten over de vloer willen, zal deze winkelierster haar winkelconveraties wel mogen aanpassen…

Verder drong een man er bij de cameraploeg hevig op aan mee naar zijn huis te komen, om naar zijn watervaraan te komen kijken. Zelden werden ze zo slecht ontvangen, want de vrouw des huizes zag dit helemaal niet zitten. \’Ik ben niet gekleed of geschminckt of iets! En ik ben aan het strijken, zie dat hier liggen!\’ En prompt werd de ploeg aan de deur gezet tot het huis enigszins aan kant was. Mevrouw weigerde verder in beeld te komen.

Wel, ik vind dat leuke televisie. Die iedereen in zijn waarde laat, uiteraard.

Maar nu toch even genoeg over Man Bijt Hond. Of het Verantwoord Tijdverlies begint nog op deze ietwat bizarre blog te lijken, waarop een dame doet alsof ze zelf meespeelt in Thuis, nog zo ’n tv-programma tjokvol fascinerende personages, levensechte dialogen, welklinkende dialecten, grandioze plotwendingen en hartverscheurende emoties!





Televisionele waarneming n°550

4 05 2009

De Man Bijt Hond-ploeg valt binnen in een café met zwarte barvrouw:

- Klant 1: ‘Wij waren dat niet gewoon. In ons dorp woonde enkel een Marokkaan, maar die zag er uit als een Belg’

- Klant 2: ‘Die zwarte is nu voor ons geen zwarte nie meer, maar een persoon!’

Ze krijgt vorm, onze multiculturele samenleving. Maar wat voor vorm?





58 = 85?

2 03 2009

In mijn geboortedorp is de kans groot dat je mensen aantreft die vroegtijdig oud zijn. Normen en waarden worden overgenomen van de ouders en men kiest overwegend voor een (al te) klassieke levensstijl, volhardend in de veronderstelling dat de 21e eeuw nog niet is aangebroken. Het gemeentebestuur berust hier met plezier in. Dat wordt ook nu weer aangetoond.

Op de voorpagina van het Haaltertse infomagazine wordt volop promotie gemaakt voor een animatienamiddag voor 55-plussers. Ik verwacht doorgaans geen grote culturele evenementen in Haaltert, en ik kan me er bij neerleggen dat het ideaalbeeld van amusement voor ingedommelde bejaarden bestaat uit het optrommelen van vergane BV’s . Maar ik vraag me toch af hoe men in Haaltert iemand van 55 beschouwt.

animatie

Dat men er doorgaans van uit gaat dat iedereen boven een bepaalde leeftijdsgrens dezelfde muzieksmaak aanneemt (‘naar Vlaamse schlagers zult gij luisteren!’) laat ik maar even buiten beschouwing. Meer zelfs, we hanteren deze veralgemenende veronderstelling als basis voor het in vraag stellen van deze animatienamiddag: is dit animatie voor 55-plussers of 85-plussers? Ik bevind me nog op een miljoen jaar afstand van de beoogde doelgroep, maar mijn ouders en andere familieleden vallen binnen enkele jaren wel in deze leeftijdscategorie (of ze zitten er al). Sommige lezers hier ook. En hoe verschillend ze ook zijn in muzikale ontwikkeling of achtergrond, ik kan me van geen van deze mensen voorstellen dat ze zich ook maar een fractie aangesproken voelen om deze namiddag bij te wonen. En dan laat ik geheel buiten beschouwing of een optreden van Yves Segers of Samantha sowieso wel iemand aanspreekt, dat is een kwestie van smaak natuurlijk (voor sommigen is het wellicht een persoonlijke hel). Terzijde: ik herinner me dat de zangeres Samantha in een rolstoel zit, maar die Yves Segers kun je intussen blijkbaar ook zowat voortrollen.

De vraag is dus hoe men er bij gekomen is dit initiatief open te stellen voor zulke jonge mensen. Mogelijk is het aantal aanwezigen tussen 55 en 60 zeer beperkt (dat hoop ik althans!), maar dan nog kan ik er niet bij dat dit het beeld is dat men heeft van 55-plussers. Hoe komt men trouwens bij deze leeftijdsbepaling en in hoeverre zal men deze doelgroep blijven uitbreiden? Is 58 hetzelfde als 85? En hoewel het begrip ‘senior’ nergens ter sprake komt, vanaf wanneer ben je dat? Alleszins, dit gaat toch te ver. Mag het niet alleen iets meer niveau zijn, maar vooral doordachter? Zet er geen leeftijd op en wie zich aangesproken voelt (of die dan oud of jong is), zal wel komen. Of neem anders minstens 60 als grens. Of maak ik nu precies dezelfde fout?

Toch geïnteresseerd? Hier alle info.





‘t es weer gralèk in Oilsjt

20 02 2009

Terwijl mijn oorspronkelijke streekgenoten in grote getale in loodsen aan piepschuimen wagens staan te zwoegen, groteske pruiken passen en op de laatste minuut kostuums samenstellen met lampekappen en netkousen, blijf ik ver weg uit de Aalsterse buurten. Ik heb mijn portie carnaval wel gehad.

Niet dat ik er jarenlang de beest heb uitgehangen  – echt participeren in de zwijnerijen die gepaard gaan met carnaval heeft me nooit wat gezegd, ik hield bij een vorm van observatie - maar ik heb in mijn kindertijd wel geen enkele editie van de Aalsterse carnavalsstoet gemist. Ik heb dus toch enigszins sympathie voor de carnavalziel en heb naast de drank- en kotspartijen ook altijd oog gehad voor de indrukwekkende creativiteit waarmee dit volksfeest gepaard gaat. Niet alleen in technisch opzicht, meer nog  in concept en zelfs taalgebruik, zijn bepaalde uitvoeringen van wagens of kostuums echte pareltjes. Hoe plat het Oilsjters ook, in deze periode van het jaar hoor ik het graag aan.

Wat dat Aalsters betreft, doet niemand mij zo’n plezier als d’ Hiete Gerrekes, een uit heerlijke nonsens bestaand damesgroepje (tegen één van hen mag ik zelfs Aagje zeggen!) dat ieder jaar uitpakt met een vernuftige parodische cover vol aanstekelijke Oilsjters.  Echt waar, bij momenten zelfs even spitsvondig als Monthy Python.

Dit jaar staat Facebook centraal in het nummer en werd er voor een lollig filmpje gezorgd.

Ik moet wel toegeven dat ik twee nummers van vorige jaren nét iets sterker vond. Filmpjes zijn er blijkbaar niet van te vinden en een geluidsbestand op deze blog zetten kan ik ict-gewijs nog niet aan, maar wie geïnteresseerd is, kan hier eens klikken:

Wa ne zjiever en nog grappiger: Bachelor

Voor de een is tien dagen cinema het summum, een ander vindt vier dagen feesten met een bontjas aan het hoogtepunt van het jaar; dat iedereen zich maar op zijn manier amuseert. Veel plezier, Oilsjteneirs en aanverwante feestvarkens.





Brief uit de gevangenis

2 12 2008

gevangenis-bruggeTwee weken geleden al berichtte De Morgen over de AIBV, de superbeveiligde afdeling voor topcriminelen in de Brugse gevangenis. Douglas De Coninck – is dit de énige Vlaamse journalist die nog écht onderzoek doet?  -correspondeerde een tijd met Ashraf Sekkaki, een topgangster die er opgesloten zit.

Zijn verhaal is fascinerend, omdat we eigenlijk niet zouden verwachten dat er in België nog zo’n mensonwaardig gevangenisbeleid bestaat. De verwijzing in het artikel naar de gevangenis op Guantanamo Bay is niet slecht gekozen. Sekkaki beschrijft tot in de details de wrede omstandigheden van zijn gevangenschap.

Ik maak me wel wat bedenkingen bij het lezen van dit artikel. Allerlei argumenten uit de discussie over het gevangeniswezen, komen bij me op. Volstaa vrijheidsberoving niet als straf, met het daarbijhorende ontbreken van allerlei zaken die het leven aangenaam maken? Maar het creëren van extra stress, het tergen, het psychologisch martelen zoals het in het artikel beschreven staat, lijken me zinloos, zelfs gevaarlijk.

Maar anderzijds is het logisch dat ik als lezer meega in het  verhaal van De Coninck, dat is de bedoeling van het artikel. Ik hoor dus geen argumenten van slachtoffers, specialisten en deskundigen. Ik weet zelfs niet of alles wat in het artikel beschreven staat, waar is. Ik aarzel dus me uit te spreken over deze toestand.

Het is me daar dan ook niet om te doen. Veel frappanter aan het artikel vind ik dat Sekkaki overkomt als een taalvaardig man (het artikel werd geïllustreerd met foto’s van zijn brieven). Dat verbaast me niet alleen omdat hij allochtoon is – ik stel elke dag vast hoe groot de taalachterstand is bij deze groep zonder daarom in hokjes te willen denken – , ook omdat hij een gangster is en daarvan verwachten we nu eenmaal niet meteen dat ze goed opgeleid zijn. Het verband tussen opleidingsniveau en de kans op normvervaging, enzovoort.

Sekkaki schrijft niet alleen vlot Nederlands, hij drukt zich ook correct en met een zekere allure uit. In een tijd waarin een groot deel van de bevolking het schrijven van een gewone brief al als een zware opgave beschouwt, vind ik dat des te opmerkelijker. Een citaat: ‘De bewakers en de gevangen vinden elkaar in hun verslaving en wederzijdse haat. Ik lijk op hen. Net als zij heb ik haatgevoelens, een beklemming net onder mijn middenrif die krimpt en groeit als een tumor.’ Dat is wel wat anders dan Aspe. Die kerel zou verdorie een blog moeten beginnen.





Feestboek

10 11 2008

Nog geen half jaar geleden drukte ik hier mijn afkeer uit tegenover al die opdringerige sociale netwerken. Ik had het toen vooral gemunt op al die onbekenden die zich via mijn mailbox opdrongen, maar ook wel over de zinloosheid van dit gedoe.

facebookIntussen… ben ik een fervent Facebooker, om weliswaar vast te stellen dat veel van mijn argumenten klopten (het is oppervlakkig, het is niet meer dan wat verstrooiing, het vraagt tijd en energie), maar andere ook niet. Zo stelde ik ook dat een virtueel contact nooit een concrete ontmoeting kan vervangen. Dat is nog steeds zo, alleen kom je op Facebook ook in contact met mensen met wie je eigenlijk nooit een concrete ontmoeting hebt, maar die je toch min of meer kent, apprecieert en het contact mee wil onderhouden. Dat versterkt toch in enige mate de sociale band, zonder dat dat schijn hoeft genoemd te worden. Mensen doen mededelingen op hun Facebook (net zoals ik mededelingen doe op mijn blog en mensen hierheen komen om te weten hoe het met me is – uw Facebookprofiel is dus eigenlijk ook een soort blog), plaatsen foto’s van hun doen en laten en hun vrienden mogen meekijken. Voor wie dit maar niets vindt: u bepaalt zelf wie die foto’s ziet en is dat eigenlijk niet hetzelfde als vrienden thuis uw fotoalbum laten inkijken? Natuurlijk.

Belangrijk is ook dat ik stilaan wél meer mensen ken die zich hiermee bezig houden, en pas dan wordt het leuk natuurlijk. Nu zelfs mijn collega’s meedoen (‘Wat is dat juist, dat Feestboek?’) en ik het gevoel krijg dat deze netwerken aan bekendheid winnen, voel je je een stuk minder onnozel (hoewel het allemaal héél onnozel blijft hoor!). Ik heb de laatste weken ook mensen teruggevonden van wie ik altijd bedacht dat ik ze nog wel eens wou horen of zien. Op dit moment dringt de kracht van dit medium even tot me door. Die klasgenoten uit het klein college negeer ik – dat is echt verleden tijd en wie zijn die mensen eigenlijk? – maar in de lerarenopleiding was die band met de klasgenoten toch sterker. Ook een aantal mensen waarvan ik in mijn Alfabet der Mensen stel dat ik niet weet hoe het nu met ze gaat, heb ik teruggevonden. En dat is simpelweg aangenaam.

Een argument dat een stuk moeilijker te omzeilen valt: ‘Het handjevol echt bewonderenswaardige mensen dat ik ken, houdt zich overigens ook niet met zulke prullen bezig!’ stelde ik. Tja, daar sta je dan. Ben ik weer een stap verder van het soort menselijk ideaalbeeld dat ik heel stiekem nastreef? Iemand die zich met Ernstige Zaken bezighoudt, doet niet aan Facebooken. Of aan bloggen, wat dat betreft. Kijk, het was dus toch al te laat om een übermensch te worden. Een aap op Facebook blijft een aap, Nietzsche zou me gelijk geven.  Ik zal wel op een andere manier trachten mee te bouwen aan de menselijke ontwikkeling.

Ik voeg overigens lang niet iedereen toe die zich aanbiedt. Ik overweeg heel goed wie ik aanvaard in mijn netwerk. Niet dat het allemaal zo erg privé is – op deze blog staat eigenlijk veel meer over me – maar omdat ik toch een zekere band wil met die mensen. Ik verzet me aldus ook tegen de neiging om zomaar iedereen die je nog maar vaagweg kent, aan te klikken om zo je ‘aantal vrienden’ op te krikken. In een artikel over de voor- en nadelen van Facebook, wordt gesteld dat 10% van de mensen (vooral vrouwen) vatbaar is voor verslaving en dus meer en meer vriendschappen wil verwerven, in de veronderstelling dat dit een teken is van succes en welzijn. Dat klopt. Niet dat succes bedoel ik, maar dat veronderstellen. Iemand liet zich onlangs grijnzend ontvallen dat ze ‘meer dan 200 vrienden had, en hoeveel jij?’ En nee, dit was geen 5-jarige. Op die momenten besef je dat sommigen de relativering missen om hiermee om te gaan en Facebook vooral bij jongere of onstabiele mensen een vals gevoel van maatschappelijke aanvaarding geeft. Daarom mag ook niemand me kwalijk nemen als ik niet in ga op hun vriendschapsverzoek. Niet dat ik daarmee een afwijzende boodschap wil overbrengen, maar gewoon omdat ik op Facebook zeker niet socialer uit de hoek wil komen dan ik ben. Want dan zitten we weer bij die schijn.

Misschien sta ik hier allemaal veel te veel bij stil en - o, gruwel – neem ik dit véél te ernstig. Ik ben dan ook enigszins onder de invloed. Maar onbewust benijd ik de dappere, stabiele mensen toch een beetje die hier helemaal niet willen aan meedoen. Dapper van jullie.

Facebook in het echt?





The Troubles with Belgacom (2)

4 09 2008

Nog vrij regelmatig belanden bezoekers op deze blog via dit oude artikel, waarin ik mijn beklag deed over de lijdensweg die het afzeggen van een abonnement op digitale televisie bij Belgacom wel niet was.

Die zaak is na vele maanden opgelost geraakt, maar vandaag bereikte mijn ergernis tegenover ons aller Belgacom opnieuw een hoogtepunt.

Ik kreeg een boete wegens een niet-betaalde factuur. Onbegrijpelijk vond ik dat, ik betaal altijd tijdig mijn rekeningen (weliswaar pas op de laatste dag want ik gun de telecommaffia geen eurocent extra winst). Bleek dat ik me had aangemeld om in de toekomst facturen zelf op te halen op de website, wat ik me eerlijk gezegd totaal niet herinner. Ik surfte daar dus snel heen en stelde vast dat ik idd drie weken te laat was met mijn betaling.

Ik bestudeerde ook even die laatste factuur. De prijs lag 3 euro hoger dan gewoonlijk. Uitpluizen dus, want Belgacom denkt met zijn klanten te kunnen doen wat ze willen. Ik zie dan ook dat mijn telefoonlijn is opgeslagen. Ik heb weliswaar geen telefoon, maar wel een telefoonlijn om het internet bij me binnen te krijgen. Toen ik hier twee jaar geleden kwam wonen, kreeg ik bij Belgacom immers te horen dat die telefoonlijn nodig was.

Na minstens 15 minuten wachttijd, krijg ik eindelijk een vriendelijke medewerker te spreken. Ik heb tijdens dat wachten wel bedacht dat het antwoord op mijn vraag wellicht simpel is: de prijs is gewoon gestegen, waarschijnlijk. Toch zet ik door, ik wil dat horen uit de mond van zo’n (verder compleet onschuldige) medewerker om dan met een luide zucht mijn onvrede te uiten over het feit dat zo’n money-grabbing bedrijf nog meer geld vraagt. En zo geschiedt het, want het gaat inderdaad simpelweg over verhoging van de tarieven. En of ik dan die brief niet gekregen heb die me daarvan op de hoogte diende te brengen?

Maar de medewerker kan me ook troosten: al ‘geruime tijd’ bestaat er immers een systeem waarbij ik helemaal geen telefoonlijn meer nodig heb om te kunnen internetten. Ik reageer scherp. Wat is dat voor communicatie? Betaal ik al wieweethoeveel maanden telkens bijna 7 euro te veel? Waarom was ik niet op de hoogte!? Maar ik weet natuurlijk dat die mens daar ook niets kan aan doen, en mocht dat al zo zijn, mijn zorgen hem koud zouden laten.

De telefoonlijn wordt dus geschrapt, de facturering zal terug via de klassieke brievenbus gebeuren en die mens deed zijn werk heel goed. Maar hoe wraakroepend toch, eens te meer, dat men mij al maandenlang in het ongewisse laat. Iemand moet daar toch ergens zien dat ik een telefoonlijn heb die nooit gebruikt wordt? Maar ja, hoe gek moet je als poenschepper zijn om je klant er op te wijzen dat hij te veel betaalt? Hoeveel van die argeloze slachtoffers zouden er wel niet bestaan? Komt er ooit een einde aan de gijzeling van de kloteklant?

Die boete van 5 euro betaal ik trouwens niet. Eens zien waar dat toe leidt. 





Random Thoughts (9)

18 08 2008

De vrt roept Tom Coninx terug uit Peking wegens te weinig bijdragend aan de verslaggeving. Wel een beetje pijnlijk toch, zo’n publieke tik op de vingers. *** Zin om naar de Haaltertse proeverij te komen? We zien u in september. Kies zelf maar een zondag uit. ***  In een Texaanse school mogen de leerkrachten vanaf nu gewapend naar het werk komen om zichzelf en de leerlingen te beschermen in het geval van Columbinetoestanden. Intussen citeert Obama een bijbeltekst en krijgt hij daarvoor een groot applaus. Hoe nuchter wordt er in dat land nog gedacht? *** Snapt iemand wat die pinguin te betekenen heeft in een reclame voor luchtverfrissers? *** Boris is geveld door een virale infectie. Even gedaan met duizend en één dingen tegelijk te doen. De communicatie en dienstverlening in het A.Z. Aalst was als vanouds weer *excellent* *** De schoorsteen van de school wacht al minstens 18 maanden op een herstelling. Verantwoordelijke is de stad Gent, al is het in dit geval wellicht een ongemotiveerde of overbezette aannemer die (héél lang) op zich laat wachten. Nochtans ziet zelfs een kleuter dat het werk aan de schoorsteen amper één dag kan bedragen. Zijn er eigenlijk nog positieve ervaringen met aannemers en vaklui? *** Koen Wauters sprong uit een vliegtuig voor een goed doel. Helaas mét valscherm. *** Het is zover, de dvd-kast is vol. *** Het aantal medailles dat België in de wacht sleepte op de Olympische Spelen, is tot nu toe niet te tellen. Probeer maar. *** Gedateerd maar bij momenten nog steeds hilarisch: -‘Al, waarom neem je mij nooit mee uit naar een hotel?’ -’Ach, Peg, je zou toch de weg naar huis weer terug vinden’. ‘Married with Children’, iedere donderdagnacht op vtm. *** Iemand nog een telefoonboek? In Gent struikel je er zowat over. Hoe vaak gebruikt u nog zo’n gids? Hier leest u hoe ze te vermijden. Voor die mensen die ze dumpen, is dat. *** Collega Val wil me aubergines en courgettes leren eten. Help! ***

 

Vorige Random Thoughts





Dun krantje, veel geleerd

3 07 2008

Als de vakantie me ergens tijd voor biedt, dan is het wel aan het lezen van de krant. Ik spoor deze week elke dag naar Brussel, waar het Europees filmfestival plaatsvindt, en op de trein lees ik mijn krant van voor naar achter.

De vaststellingen die ik na het doorploegen van de (dunne!) krant van vandaag deed:

*Mooie verwoording: ‘het is de eerste regering die van niet-regeren het kernpunt van haar bestaan heeft gemaak’, aldus Yves Desmet. Als je dan nog eens stilstaat bij de interne strubbelingen, momenteel bv tussen Joëlle Milquet en Annemie Turtelboom of de niet-benoemde Brusselse burgemeester die de Gordel afwijzen, besef je dat beroepsernst en constructivisme steeds zeldzamer worden. En ik zou als leerkracht bang moeten zijn om mijn mening te zeggen terwijl onze machtshebbers elkaar gewoon dwarsliggen!? Geert Bourgeois houdt zich intussen bezig met het tellen van Nederlandse liedjes op de VRT-radio’s. Ook zinvol.

*Murat Kapplan (of is het nu toch Kapplan Murat?) is vrijgelaten! Dat had zelfs hijzelf niet verwacht. Ik ben niet op de hoogte van het dossier en ik heb geen idee hoezeer deze gangster oprecht bereid is een nieuw leven te beginnen als brave mens, maar is deze vroege vrijlating toch niet een héél klein beetje alarmerend?

*Evenmin worden de Arabische prinsessen die hun huispersoneel mishandelden, gearresteerd. Men is er bij e Brusselse politie gerust in dat ze niet zullen weglopen. Maar misschien had een ruwe arrestatie, gevolgd door een nacht in de cel, de verwende nesten – al was het maar even – aan het denken kunnen zetten!?

*En dan al dat gezeik over het al dan niet heiligverklaren van Pater Damiaan. Wie ligt daarvan wakker? Maar in Rik Torfs’ verklaring, staat alweer een rake opmerking: ‘Wat Damiaan tegenhoudt is zijn relatie met de kerkelijke overheid, zijn opstandigheid. Gehoorzaamheid wordt vaak impliciet als onverenigbaar beschouwd met kritische zin.‘ Damiaan, mijn held! Er is blijkbaar nog niets veranderd.

*Els Cleemput, de woordvoerster van de federale politie is op non-actief gesteld om bizarre redenen. Mij viel vooral de vermelding op dat deze dame ‘wel eens verwikkeld raakte in conflicten die draaiden rond procedures en hiërarchie.’. Herkénbaar! Nog een bewijs dat mensen die hun mond opentrekken nergens geraken!
Verder is deze zaak echt wel te gek. De secretaresse van de commissaris-generaal zou geen andere vrouw aan de top verdragen hebben en haar baas aangezet hebben tot de detachering van de woordvoerster. In de beschrijving van de carrière van deze secretaresse (die met een diploma lager middelbaar een job versierd heeft die bestemd is voor universitairen) staat ook het relaas van een lagere school in Lessen die regelmatig privileges krijgt van de politie. De krant meldt dan droogweg; ‘Geheel toevallig gaan de kinderen van Sylvie Ricour (die secretaresse dus) naar die school’. Ik vind het frappant dat een overduidelijke illustratie van vriendjespolitiek en machtsmisbruik, oogluikend wordt toegelaten. En daarnaast het zoveelste verhaal van mensen die hun werk goed doen maar toch op een zijspoor worden gezet. Benieuwd hoe dit gaat aflopen.

*Tia Hellebaut is een metafoor. In zowel het artikel over de woordvoerster als het artikel over de staking bij Opel komt de hoogspringster ter sprake. Een miraculeuze promotie wordt in het ene artikel een ‘Tia Hellebautsprong’ genoemd, terwijl de vakbonden het opdrijven van de snelheid van de band in een ander artikel vergelijken met het verwachten van Hellebaut dat ze, als ze over 2 meter kan springen, ook over 2m02 kan springen. Interessant dat deze atlete zo haar stempel op de actualiteit kan drukken.

*Gent dreigt de geïndexeerde lonen van zijn ambtenaren (waaronder dus ook een aantal leerkrachten) niet te zullen kunnen betalen… Moeten we het met nog minder uren stellen? Het volgende schooljaar starten we alleszins met minder uren. Het aantal kinderen met een GOK-statuut (Gelijke OnderwijsKansen, dus kinderen die thuis een andere taal spreken, laaggeschoolde ouders hebben, enz. en daardoor dus mogelijk de school verzwakken zodat er extra uren nodig zijn) op onze school bedraagt 38% – wat al niet niks is – maar dat is blijkbaar nog veel te weinig in vergelijking met andere Gentse scholen. Er zijn er zelfs met bijna 100% GOK-kinderen! Begrip dus, maar ook enige ongerustheid.

*En ik ken ook weer eens een wielrenner!Dat overkomt me gemiddeld maar één keer per jaar. Humo had een boeiend interview met Mark Cavendish en met mijn Blokken-deelname in het vooruitzicht, poogde ik enige interesse hiervoor op te brengen. Ook over hem een artikel in mijn krant, maar opvallend genoeg met vrijwel allemaal dezelfde vragen!

*CD van de week is Soft Power (luister hier) van Gonzales (geen relatie tot José Gonzalez). Toevallig zag ik deze week net een film waarin muziek van deze artiest zat, waardoor ik – geheel tegen mijn gewoontes in – de recensie van deze cd las. Nieuwe artiesten leren kennen, gaat bij mij erg moeilijk, dus ik vind het al een hele prestatie dat ik die naam had onthouden. Weer eens een bewijs dat ik alles van films leer.

Om dus maar een zeer afgezaagde, naïef klinkende zin boven te halen: wat zijn kranten eigenlijk toch leerzaam. Jammer dat ik er niet meer aan toekom…








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.