Pappenheimwee (4)

18 11 2008

Uw geduld wordt beloond, beste lezers. Ik verklap u eindelijk hoe mijn deelname aan De Pappenheimers in 2004 is afgelopen.

alibaba1Waar waren we gebleven? Mijn moeder en ik stonden 100 punten voor. Het zal van de sympathieke maar weinig pientere Peer afhangen of zijn team alsnog de finale haalt. Kent hij het antwoordt niet, dan winnen wij… Maar zelfs het kleinste kind weet het antwoord op de vraag: ‘Wat zei Ali Baba om de grot te openen’. Peer geeft dan ook zeer overtuigd het juiste antwoord. Wij vallen af.

Er wordt afscheid van ons genomen en ik mag nog melden dat ik me in het geheel nergens aan geërgerd heb – wat eigenlijk wel zo is, al blijft die goedgekeurde verspreking van Filip Peeters me toch wat parten spelen. Daarna nemen we plaats tussen onze teleurgestelde supporters om de finale te aanschouwen.

pappenheimers_0044 pappenheimers_0023 pappenheimers_0015

Op dat eigenste moment ben ik niet eens heel teleurgesteld. De sportieve sfeer die het programma uitstraalt, is vrij echt en daardoor is verliezen niet zo heel erg. De glimlach valt niet van mijn gezicht te beitelen. Toch moet gezegd dat onze tegenspelers daar ook toe bijdroegen. Zij speelden hun rol als underdog zo voortreffelijk, dat zelfs wij voor hen zouden supporteren. De finale was hen meer gegund dan Frans en Tim die zich vooraf in de rol van onoverwinnelijken nestelden. Maar wat wellicht nog een veel grotere rol speelt, is de afloop van de finale. Zoals de productie het voorschrijft, laten Peer en Els eerst hun BV zoveel mogelijk correcte antwoorden sprokkelen. Peeters slaagt daar moeiteloos in, maar dan raken ze de pedalen kwijt. Peer geeft het ene foute antwoord na het andere. Het koppel verliest dan ook met glans en, daar moeten we eerlijk in zijn, dat verzacht ook onze pijn. Allemaal met lege handen naar huis na ons rot geamuseerd te hebben, dat kunnen we fair vinden. Niet slecht bedoeld natuurlijk, maar is dit geen aannemelijke menselijke reactie? Onze teleurstelling was wellicht veel groter geweest als onze tegenspelers met enkele duizenden euro’s naar huis zouden gaan.

Onze supporters lijken genoten te hebben en er wordt druk nagepraat. Meester Marc laat horen wat hij allemaal wel wist en mijn oma moet even bekomen. Terwijl wij de spanning doorspoelen, start  – vrij laat op de avond al – nog een opname. Wij kunnen intussen formeel zijn: dit was voor ons een bijzondere, misschien zelfs wat sensationele beleving die zo’n storm aan emoties losmaakt dat we er nog dagenlang op wolkjes van zullen lopen. De productie is blij met de spannende aflevering, we krijgen als troost nog een fles champagne.

pappenheimers_0033Uiteraard wordt er nadien druk geanalyseerd. Wat hadden we moeten weten? Wat waren de flaters? Mijn moeder is wat pessimistisch. Ze heeft de indruk dat haar juiste antwoorden zich beperkt hebben tot vragen over seks, drank, muziek, roddel en nostalgie. Zal heel Vlaanderen haar leren kennen als een dom blondje? Welnee, en wat zou het, als je daar moeiteloos het charisma van een hele resem Missen en tv-omroepsters zit te overtreffen, glimlachend en stralend? Ikzelf geniet nog na van de alertheid ‘Jezus’ te antwoorden op een zeer onwaarschijnlijke vraag. En als spelletjesspeler was dit natuurlijk ook genieten.

Drie maand later

De uitzending valt samen met een quizavond van de jeugdbeweging. Die zal onderbroken worden, zodat op een groot scherm kan gekeken worden. Ik opteer pas na de uitzending langs te komen. Je weet maar nooit  hoe idioot, onnozel, dom of belachelijk je over zal komen (of bent). Dat kun je dan maar beter niet ontdekken met tientallen getuigen. We kijken dus thuis in familiekring, opnieuw vol zenuwen. Maar wat valt dat goed mee! We kijken opnieuw vol tevredenheid terug.

In de weken die volgen, ben ik op school een grote ster. Mijn leerlingen hebben massaal gekeken en veel ouders vertellen me dat ze ook de volgende dagen nog naar de aflevering kijken (‘Welke film wil je zien: Toy Story of Finding Nemo?’ – ‘Meester Sven!’). En hoe gek het ook klinkt, ik word op straat herkend! Eén keer toch…

We krijgen te horen dat Erik Van Looy alles voor ons verbrod heeft. Tja, hij gaf wel enkele foute antwoorden, maar dat deden wij ook. Verder moeten we her en der wel bevestigen dat hij sympathiek was en Tom Lenaerts ook. Dat de slag van Verdun aan bod kwam, bevestigt onze veronderstelling dat een voorbereiding altijd nog wat kan opleveren. Dat winnen niet voor ons is weggelegd, is een andere familiale verzuchting. Dat het vooral een zeer fijne ervaring was, hoeven we niet te verkondigen, want ‘daar koop je niets mee!’. Dat we al onze supporters dankbaar zijn omdat hun aanwezigheid echt deugd deed, komt te sentimenteel over om zomaar te verklaren. Dat er veel over te vertellen valt, hebt u als bloglezer ook gemerkt. Dat het onvergetelijk was, is overduidelijk.

Ik kan nu niet naar De Pappenheimers kijken zonder alles nog eens vaag opnieuw te beleven. Het is en blijft ook een steengoed programma. Ik kan u dus van harte aanbevelen ook een keer (proberen) deel te nemen.





Pappenheimwee (3)

15 11 2008

Wat voorafging: onze deelname aan De Pappenheimers lijkt op te zullen houden na de tweede ronde. We staan laatste, maar één correct antwoord kan alles redden. Het gaat om een muziekvraag, die mijn moeder moet trachten te beantwoorden vóór Axl Peleman

Tom Lenaerts’ ‘lalala’ is amper uitgestorven of mijn moeder heeft al afgedrukt. Uiteraard, want wat hebben we nog te verliezen? Haar eeuwige liefde voor muziek laat haar niet in de steek: ‘Pour un Flirt’ luidt het zelfverzekerd. Dan valt een ijzingwekkende stilte die uren lijkt te duren. Mijn moeder herinnert zich de vraag – wat is de titel en tevens ook de eerste zin? – ‘Avec toi, je ferais n’importe quoi’ maakt ze af, de woorden die de hele zaal al in het hoofd had. Het antwoord is juist en onze tribune barst los. Een triomfantelijk moment.

axlpelemanEr wordt afscheid genomen van Frans, Tim en Axl, en als kandidaat realiseer je je dan dat dit wel erg vroeg in het spel is. Wat zijn we opgelucht dat het hier voor ons niet ophoudt. Dit is gewéldig leuk. De derde ronde gaat van start en deze keer dienen de kapiteins zelf te bepalen wie welk thema speelt. Soms zijn de titels wat cryptisch aangegeven, dus het is wat gokken. In ons achterhoofd nog steeds de twee vooraf meegedeelde antwoorden, ‘Jezus’ en ‘Mister Manhattan’.

Ik laat mijn moeder het thema ‘cocktails’ spelen, gezien haar grote ervaring in de horeca. Ze doet dat goed, want ze weet wat in caïpirinha zit en herinnert zich de ‘Mister Manhattan’ als bijnaam voor Woody Allen. Het antwoord dat ze niet kent, geeft ze door aan Els, die het ook niet weet.

Het volgende thema is ‘kannibalisme’, dat gespeeld wordt door Filip Peeters. Bij zijn derde vraag, ‘Welke film sluit af met deze woorden van een menseneter: ‘I’m having an old friend for dinner’?', aarzelt hij en zegt dan ‘Hannibal the Cannibal’, wat fout is. Maar Lenaerts, die ik geenszins van partijdigheid verdenk, helpt even: ‘Welke film?’ was de vraag’. Toch zou je kunnen zeggen dat Peeters’ antwoord  eigenlijk een titel is en hij dus fout geantwoord heeft. Hij herstelt zich echter en geeft het correcte antwoord: ‘The Silence of the Lambs’. Is hannibaldat wel geldig? Ik heb mijn bedenkingen, maar anderzijds is dit gelukkig Blokken niet, waarin je antwoord perfect moet zijn. Ik zou trouwens vermoeden dat wij ook hulp zouden krijgen in zo’n geval. Alleen stellen we later wel vast dat het foute antwoord uit de aflevering werd geknipt. Het kan dus niet anders of iemand anders heeft ook gemeend dat hier een schijn van partijdigheid ontstond. Was het de adrenaline die ons belette te reageren? Het spel gaat alleszins door.

Ik geef het thema ‘te duur voor wat het is’ aan onze teamgenoot Erik Van Looy. Ik heb geen idee wat dit inhoudt, maar het blijkt om luxeproducten en dure artikelen te gaan. Van Looy blijkt de koivis niet te kennen, maar geeft verder wel twee goede antwoorden. Zo blijft de stand natuurlijk ongeveer gelijk. Wanneer Els een zeer makkelijke vraag over Beethoven niet kan beantwoorden, geeft ze de vraag door aan Erik, die helaas ook fout antwoord. Jammer, maar we denken er (nog?) niet aan Erik Van Looy een blok aan ons been te noemen. Ook ik geef vervolgens (mijn enige) foute antwoord, door de zender La Deux niet te kennen en mijn moeder verwart Alexander Graham Bell en Thomas Edison. Allemaal gemiste kansen, want het verschil blijft miniem. Dat onze tegenspelers vrijwel niets goed beantwoorden, lijkt niet in hun nadeel te spelen – zo zit het spel nu eenmaal in elkaar.

kelly-pfaffIk neem vervolgens het thema ’shockerende uitspraken’ op mij. Ik stel opnieuw vast dat de vragen alle betekenis lijken te verliezen als je zo geconcentreerd bent. Wanneer de vraag “Wie zei in een Brasschaatse villa: ‘Sam, blijft van mijn trees’?” luidt, raak ik gedesoriënteerd. In die luttele seconden blijk ik zelfs niet meer te weten of Brasschaat nu in België of op de Noordpool ligt. En wie is in godsnaam Sam? Maar leve de Story die mijn oma me elke week voorlegt bij een bezoekje. ‘Kelly Pfaff’ klinkt het net op tijd. 100 euro voorsprong.

“Welke menslievende goeroe uit de oudheid zei: “ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard!’?” is de volgende vraag. Aartsmoeilijk toch? Ik pieker me suf. In die paar seconden race ik door mijn geheugen. Socrates? Buddha? Harry Krishna? Ravi Shankar? Willy Sommers? Ik trek grote ogen en schud mijn hoofd, ‘denk aan de tijd’, klinkt het. Ik voel al onze dierbaren achter me de adem inhouden. Een wanhoopspoging; ‘Jezus!?’ De zaal barst in lachen uit. Ik zat er duidelijk naast, toch een kleine afgang. Maar Lenaerts kijkt doodserieus en kijkt bestraffend naar het publiek. Dit antwoord is… correct! 400 euro voorsprong. Nog 4 vragen, kan het nog mislukken?

De volgende vraag brengt me terug naar een reportage van Panorama, maar die is me niet bekend. Ik geef door aan Peer, in de terechte veronderstelling dat hij dit echt niet weet. De stand verandert niet. Lenaerts vergeet wel het juiste antwoord te geven en dus doorbreek ik even de spanning door er naar te vragen. Zo laat ik me even als de betweter van dienst kennen.

Dan weer serieus, het laatste thema is ‘grotten’. Peer moet spelen, twee goede antwoorden volstaan om zijn ploeg nog te laten winnen. Wij kruisen de vingers. Peer bleek niet van de aandachtigste te zijn, noch etaleert hij een grote algemene kennis. Wat weet hij van grotten?

De grotten van Remouchamps kent hij niet, maar wij jammer genoeg ook niet. Verdomme toch. Maar het kan nog. Nog 2 vragen. Nick Cave blijkt echter een wel zéér makkelijke vraag te zijn en Peer scoort. De moed zakt ons een beetje in de schoenen. Want als Peer de volgende vraag miraculeus genoeg toch goed kan beantwoorden, gaat zijn ploeg naar de finale! Dan klinkt de laatste, alweer veel te makkelijke vraag en nog voor ze helemaal gesteld is, besef je dat het gedaan is. ‘Wat moest Ali Baba zeggen om toegang te krijgen tot de grot?’.

Zegt Peer ‘Oma, wat hebt u grote oren!’?  Gaan wij met duizenden euro’s naar huis? Wordt de aimabele Lenaerts gestenigd door onze supporters? U leest het … hier!

Lees ook deel 1 en deel 2





Pappenheimwee (2)

13 11 2008

Onder luid gejuich betreden we de studio. De supporters zijn in form, al mogen ze dan hun spandoek niet tonen (wegens hinderlijk in beeld). Maar het gebaar kan tellen. Het is een rare combinatie van glunderende mensen. Collega-leerkrachten en collega-filmproductiemedewerkers naast oma’s en ksa’ers. Bijna iedereen die we er graag bij hadden, is aanwezig (Linda verdwaalde intussen op de Brusselse ring, Michèle zat in Wales en Arne in Bologna, …). Een warme gloed jaagt door mijn aders. Dit moment alleen al is al het wachten waard.

De show gaat van start. Mijn moeder neemt plaats op de middenste stoel, maar het is wel de bedoeling dat ik daar straks zit, kapitein van het team zijnde. De begingeneriek zweept ons op. Het koude zweet staat me in de handen.  Peer en Els mogen zich eerst voorstellen. Peer scoort met zijn naam en zijn beroep – boekenarchitect, wat volgens mij gewoon wou zeggen dat hij layouter of iets dergelijks is, wie weet werkt hij gewoon in een drukkerij, maar je moet jezelf kunnen verkopen natuurlijk  -, zijn vrouw met haar zwangerschap.

DR1014_Eric_CLAPTON 79942Dan zijn Frans en Tim aan de beurt, die zich beiden grote fan verklaren van Eric Clapton en verder uitblinken in braafheid. Laat ons maar snel overgaan naar onszelf. Wij glunderen wat af. Mijn moeder mag eerst verklaren wat ze aan mij zou willen veranderen. ‘Wat milder worden en minder kritisch’ luidt haar aannemelijke antwoord. In het daaropvolgende gesprek mag ik verklaren dat ik me erger aan mensen die in de bioscoop een plaats open laten en later dan vragen op te schuiven, en bij de vraag of mijn leerlingen me ook ergeren, kan ik gevat reageren dat het vooral de ouders zijn die me ergeren. Ik voeg er snel aan toe dat niemand dat persoonlijk mag nemen, maar er wordt al flink gelachen en zo is het ijs gebroken. We gaan van start.

wandaAllereerst worden ons drie antwoorden vooraf meegegeven: ‘Pruimen, Jezus en Mister Manhattan’. Dan vangt de eerste ronde aan, waarin je (snel) moet afdrukken als je denkt dat je medespeler het antwoord weet. De kokers waarin de bekende Vlamingen zitten, komen enkel aan bod als niemand het antwoord weet. Aan hun stem kan je dan raden wie het is. Mijn moeder hoort ‘film’ in de eerste vraag en drukt meteen af. Dankzij A Fish Called Wanda scoren wij meteen 100 punten. Maar ik stel nadien vast wat ik onlangs ook bij de opnames van Blokken meemaakte: de vragen lijken in het ijle te zweven en ondergaan een metamorfose tegen dat ze je gehoorgang bereikt hebben. Plots klinkt alles Chinees en is opperste concentratie nodig.

In de daaropvolgende vragen komen wij niet meteen meer aan bod, tot onze grote paniek. Peer laat zich opmerken door een wandelende tak een wandelend blad te noemen en in één van de kokers blijkt al snel Filip Peeters zijn kenmerkende stemgeluid uit te brengen. Meteen daarop herkennen we ook Erik Van Looy, tot onze verrassing en de sympathieke Antwerpenaar Axl Peleman. Frans en Tim doen het intussen goed, ze weten vooral zaken die ik absoluut niet zou weten. Zo gaat het even door. Peer weet niets, de kokers doen hun werk en wij komen er geheel niet aan te pas. Maar doordat de BV’s het niet zo schitterend doen, verdienen wij toch heel wat punten. Mijn moeder weet gelukkig ook dat Sigrid Spruyt het bed deelt met Raymond van het Groenewoud en dat zorgt ervoor dat we na de eerste ronde op de tweede plaats komen te staan met 300 punten. Vader en zoon staan op 1 (met 500) en Peer en Els hebben nog geen punten.

filippeetersIn de tweede ronde komt er een BV bij. U herinnert zich nog dat wij al bij onze preselecties op Erik Van Looy hoopten, nu was de kans toch wel groot. Peer en Els kiezen Axl Peleman, maar wijzen de verkeerde koker aan en krijgen dus Filip Peeters toegewezen, een knappe quizzer. Van Looy is dus voor ons. Daar zijn we blij mee – hij kan compenseren voor onze ontbrekende sportkennis – maar natuurlijk is hij ook een grote filmkenner en dat ben ikzelf ook. Overlappende kennisvelden lijken me dan weer wat riskant. Gelukkig is één van de thema’s Die Mannschaft, en ik weet zelfs niet wat dat is, dus dat schenken we al graag aan onze BV. In de koker moeten we 9 thema’s onder onszelf verdelen. Dat verloopt best oké, al is het wat beleefd wikken en wegen.

Even later zijn we er uit en nemen we opnieuw plaats aan onze ‘balie’. Ik mag verklaren waarom ik nu in het midden zit nu, en beken dat ik een controlefreak ben. De kapitein mag in de derde ronde immers de thema’s zelf verdelen. Terwijl de kijker intussen al een mooie quiz gezien heeft, lijkt voor ons alles nog te moeten beginnen. De tweede ronde in het bijzonder, is zéér spannend, want één duo valt af.

Ik speel het thema ‘Leuk Lotharingen’. Els geeft al meteen blijk van veel kennis over dit thema door de ‘haring’ in het woord ook effectief als ‘haring’ uit te spreken. Zoveel wist ik er toch al van, maar dat was het dan ook vrees ik. Aardrijkskundige kaarten uit de middelbare school doemen vaag op in mijn achterhoofd, ik zal er maar het beste trachten van te maken, deze ronde staat op weinig punten. Maar wat een geweldige toevalligheid doet zich dan voor. Had ik in de auto nog zuchtend zitten bladeren in mijn moeder’s voorbereiding - een schriftje met lijstjes waaronder belangrijke geschiedkundige momenten - dan wil net dat één feit dat me daarvan is bijgebleven, het antwoord op de eerste vraag zijn. ‘Het verdrag van Verdun’ laat ik schoolmeesterachtig horen. Mijn oude collega Marc, die voor eens zijn stofjas thuis gelaten heeft, zit trots op me  te wezen. het levert ook genoeg adrenaline om deze ronde verder te zetten. Ik weet ook dat de vrouw van Ronald Reagan Nancy heette, wat ook een stad is in de betreffende streek. Het derde antwoord is ‘pruimen’, één van de vooraf gegeven antwoorden, maar niemand  antwoord juist.

Erik Van Looy scoort vervolgens één juist antwoord in het thema ‘meeneemchinees’ (een voetbalvraag!) en Peer en Els blijven op 0 staan. In het thema ‘Misters’ scoren we alledrie één keer, de thema’s voor 100 euro zijn daarmee uitgespeeld. Jaja, beste lezers, misschien doe ik u een plezier al deze details te besparen, maar ik kijk graag eens grondig terug op deze belevenis, ik schrijf dit tenslotte ook voor mezelf. In het thema ‘Piraten’ scoort Erik niét en beginnen Frans en Tim, tot hun eigen genoegen, serieus aan kop te komen. Wat zich deze namiddag bij de repetities afspeelde, lijkt zich te gaan herhalen. Ik voel me wat onzekerder worden en allerlei dramatische scenario’s nemen vorm aan in mijn gedachten. Achter ons kronkelt mijn grootmoeder van de spanning en moet men collega Marc intomen om niet elk antwoord veel te luid te fluisteren.

In het thema ‘woorden op -is en -ak’ kom ik niet aan bod. Ik begrijp niets van de opdracht, in de veronderstelling dat je steeds 2 woorden moet antwoorden op elke vraag… Niet dus, en ik zorg ervoor dat we plots… laatste komen te staan. De moed zakt ons in de schoenen. Alle lof aan mijn moeder echter, die in het thema ‘Liefdestechnieken’ twee keer weet te scoren. We zitten weer in de race, al blijft het héél nipt.

hulkTen slotte spelen we voor 300 euro. Erik speelt Die Mannschaft, maar levert ons niets op. Onze achterstand wordt weer groter. Ook in het thema ‘Groenblijvers’ lukt het niet echt, al kent mijn moeder gelukkig wel Lou Ferrigno, de Hulk. Toch ziet het er niet goed uit voor ons. Nog één thema te spelen, wij staan laatste met 1800 punten, Frans en Tim hebben 2000 en Els en Peer, die eigenlijk nauwelijks een goed antwoord gegeven hebben, staan aan kop met 2200. Op dat moment zag je ons wellicht figuurlijk een beetje leeg lopen. Dit was ons rampscenario, dat zich nu aan het voltrekken was. Als eerste afvallen. Een vernedering en een afgang. Tientallen jaren doemdenken in onze familie focussen zich op dit ene moment: wat zouden wij nu een kans maken in deze quiz? Het geld zegt ons al lang niets meer, dit is gewoon zo prettig en spannend dat we absoluut niét naar huis willen.

Het laatste thema is ‘Liedjes met La La’, een muziekronde waarbij Lenaerts een deuntje zingt en daar een vraag bij stelt. Mijn moeder pijnigt haar geheugen, maar komt niet op de titel Daydream van de Wallace Collection. De anderen gelukkig ook niet. Terwijl mijn lichaam alvast een rigor mortis aanneemt, wordt de tweede vraag gesteld. Peer herkent meteen het Smurfenlied en meteen belandt hij met zijn eega rechtstreeks in de derde ronde. Nu wordt het alles of niets. Tim en Frans in de finale of Gerda en Sven? We voelen onze supporters collectief de adem inhouden. Een muziekvraag, en dat tegen Axl Peleman??? … 

Lenaerts: ‘Wat is de titel en tevens ook de eerste zin van dit nummer? Lalalalalala, lalalalalalala, lalalalalalala, lalalaaaa’.

Herkent mijn moeder tijdig Luc Steeno’s Hij speelde accordeon? Wordt Meester Marc de zaal uitgezet? Valt mijn oma in zwijm? Niets van dit alles. Wat dan wel, u leest het hier.

Lees hier deel 1





Pappenheimwee

11 11 2008

Nu De Pappenheimers weer aan een nieuwe reeks begint, denk ik terug aan mijn eigen deelname, al heel wat jaren geleden. Dat bleek zo’n leuke ervaring te zijn – in tegenstelling tot deelnemen aan Blokken onlangs – dat ik er al lang eens een stukje wou over schrijven.

Ik overwoog  – in 2003 – eerst een aantal mensen met wie ik me wou inschrijven. Toch besloot ik snel mijn moeder mee in te schakelen: ik was er vrij gerust in dat zij goed zou kunnen inschatten welke vragen ik kon beantwoorden, en omgekeerd. Bovendien leek een moeder-zoon-duo me origineler dan de gebruikelijke ‘2 vrienden’ of ‘2 broers’. Daarnaast was mijn moeder’s tv-présence ruimschoots bewezen als vast panellid in een praatprogramma, dus dat speelde in mijn voordeel.

Enkele weken (of maanden?) na onze inschrijving mochten we bij Woestijnvis deelnemen aan de preselectie. Die bestond uit een kennistest en een cameratest. De vragenronde hield het oplossen van een aantal vragen in waarbij alle kandidaten in een zaaltje tussen de decorstukken moesten gaan zitten (de befaamde babbelbox stond er zelfs opgesteld!) en er onder toezicht ieder apart een blad moesten invullen. Moederlief heeft wel één keer gespiekt bij mij! Voor de vraag ‘Hoe heten de meisjes van K3?’… Meteen na het afgeven, kregen we te horen wie geslaagd was. De gebuisde duo’s vielen meteen af, maar wij hadden veel van de vragen correct. De preselecties van Blokken zouden later veel moeilijker blijken.

erik-van-looyVervolgens was er een gesprek met twee productiemedewerkers. In de loop der jaren zouden mijn moeder en ik allebei, in onze respectieve pogingen deel te nemen aan allerlei quizzen, geconfronteerd worden met domme, onwetende en onnozele tv-makers, maar hier kregen we gelukkig twee mature en ernstige mensen voor ons. Ze lieten ons wat vertellen over elkaar, voor de camera, en dat vonden wij zelf zeer vlot verlopen. We zijn rad van tong en als ik mijn best doe, kan ik heel vriendelijk overkomen.

Men vroeg ons ook met welke BV we zeker niet wilden samenwerken. Daar waren we het zonder overleg over eens: Rob Vanoudenhoven, voor wie we niet echt sympathie hadden. Uiteraard bestaan er ontzettend veel grotere eikels – Ben Crabbé, Walter Grootaers, Jean-Marie Dedecker, … – maar die associeerden we eigenlijk niet met De Pappenheimers. Bovendien vonden we het wel leuk de mensen van Woestijnvis eens te laten weten dat echt niet iédereen het voor deze stuntel had. Met wie wilden we dan wel in één team zitten? Ook daarover bestond unanimiteit: Erik Van Looy, de sympathieke filmliefhebber (die toen nog niet bekend stond als presentator).

De volgende test was een oefenspelletje tegen een ander duo. Het betrof een ernstige broer en zus van rond de 50, die we moeiteloos klopten. Toch had ik de indruk dat we ons ook een beetje inhielden om niet al te gretig of alwetend te lijken. We hadden al vaak gelezen dat de deelnemers aan De Pappenheimers toffe mensen moesten zijn, en fanatieke quizzers zijn dat vaak niet. Ik ben alleen tof als ik er mijn best voor doe. Ze vroegen ons ook waarom we wilden deelnemen, en ik denk dat we toen simpelweg gezegd hebben: ‘Omdat er veel geld te winnen valt’.

De dag zat er op. Al vrij kort daarop kregen we een telefoontje dat we geselecteerd waren. Dat vonden we waarschijnlijk geweldig, al herinner ik me daar niet veel meer van. De opnames zouden plaats vinden in oktober – midden in het Filmfestival!  - , op een woensdagnamiddag. Ik kon als leerkracht immers moeilijk op een andere weekdag. Voor die dag bestelde ik dus maar geen festivaltickets.

De zenuwen stapelden zich langzaam op. We bespraken de mogelijke BV’s en legden lijstjes aan van allerlei nuttige quizkennis, zoals hoofdsteden en ministers. Niet dat we die uit het hoofd zouden gaan blokken, maar je weet maar nooit wat blijft hangen. Erik Van Looy hadden we afgeschreven: op de dag van de opnames ging De Zaak Alzheimer in première, dus leek ons de kans onbestaande dat de regisseur één van de aanwezige BV’s zou zijn.

Uiteindelijk was het zover. De outfit was gekozen, de vrienden en familie opgetrommeld. Toen we de parking van de opnamestudio opreden, kregen we meteen een ander duo in het oog. Tweelingbroers van het potige type die me wat imponeerden omdat ze er zo onoverwinnelijk uitzagen. Maar al meteen bleek dat zij niet tot onze tegenstanders zouden behoren, want zij werden naar een andere kleedkamer geloodst. Er werden die dag immers twee afleveringen opgenomen. Oef.

Wij waren het eerste duo dat de kleedkamer betrad en waren heel benieuwd naar wie onze tegenstanders zouden zijn. De eerste indruk speelt bij mij een grote rol: ik plaats mensen snel in een vakje om mezelf gerust te stellen. Toen Tim en Frans aankwamen, namen de zenuwen toe. Deze vader en zoon waren redelijk vol van zichzelf en gaven duidelijk blijk van hun zelfzekerheid. Binnen de kortste keren kenden we ook hun hele televisiegeschiedenis. In 1827 of zoiets had Frans een deelgenomen aan De Drie Wijzen. Verloren natuurlijk, maar het lag niet aan hem. Deze man bleek later een wandelend cliché te zijn. Bij elke preselectie kom je ze tegen: dé quizkandidaten. Altijd heten ze Jos of Frans, altijd vertellen ze spontaan aan welke programma’s ze al deelgenomen hebben en altijd hebben ze verloren maar het lag niet in hun handen.

Het volgende duo bleek een stuk sympathieker. Peer en Els waren een min of meer hip koppel dat vriendelijk, relativerend en zwanger bleek. Samen werden we vervolgens naar de studio geleid om kennis te maken met presentator Tom Lenaerts, het decor te betreden en een keer te oefenen. Dat werd een fiasco. we kwamen nauwelijks aan de beurt en Frans wist elke vraag als eerste correct te beantwoorden. We geraakten al een beetje ontmoedigd, al vonden het ook wel spannend en genoten we ook zo wel van het gebeuren. Ons worst case scenario was echter als eerste duo afvallen, want dat vonden we toch een beetje vernederend. Het ons kenmerkende fatalisme liet zich weeral gelden.

Na het eten en de uitleg over plaatsen, regels, afdrukken, de kokers, de kennismaking, enz. werd ons gevraagd (lang) in de kleedkamer te wachten en niet meer ongevraagd buiten te komen, om de BV’s wiens identiteit geheim moest blijven, niet tegen het lijf te lopen. Dat zou zo ongeveer een uur duren en de spanning steeg.

Frans klaagde over het tijdstip van de opnames. ‘Wie kan er nu op een woensdagavond om 19u komen supporteren? ‘ zeurde hij. Heel wat volk zo bleek, want wij hadden zo’n 45 supporters mee en Peer en Els een zestigtal. Frans’ ogen puilden uit. Zijn supportersaantal bestond uit 3 mensen… Qua psychologisch nadeel kon dit tellen. Intussen stroomden de sms’jes met gelukwensen toe.

Toen ontdekten we de gaten in het systeem. Vanuit het raam van de kleedkamer was een deel van de parking zichtbaar. Ik kon de acteur Filip Peeters uit zijn auto zien stappen. Hij was dus één van de mogelijke BV’s, hoewel de kans natuurlijk bestond dat hij voor de tweede opname kwam. Hoe kon ik dit aan mijn moeder kwijt zonder dat de andere kandidaten mijn gedrag geheimzinnig zouden vinden? Ik sms’te haar dus hoewel we maar 2 meter van elkaar verwijderd waren. Zij sms’te terug dat we hem niet zouden kiezen, een beetje een akelige kerel toch. Maar ik herinnerde me uit eerdere uitzendingen wel dat hij veel wist. Toch niet meteen afschrijven dus. Eén van onze supporters liet intussen weten Bart De Pauw gezien te hebben in de inkomhal. Zo kenden we meteen een tweede mogelijke BV, en ook dat leidde weer toch stiekeme sms’jes. Onze tegenspelers leken hun kalmte intussen goed te bewaren. Mijn zenuwen gierden door mijn lichaam, dit was nu al reuzespannend.

Toen was het moment aangebroken dat we naar de studio gebracht werden, waar de supporters al klaar zaten. Terwijl ik dacht echt niet zenuwachtiger meer te kunnen worden, ging mijn hartslag nog een stuk de hoogte in bij het binnenkomen in de studio. We zagen een volgepakte tribune met een heel pak familie, vrienden en collega’s. Er was zelfs een spandoek! Een geweldig moment, hoor, en een mentale boost die kon tellen. Jammer voor Frans en Tim.

Zat ik met Dana Winner in één team? Gaf ik een wel héél dom antwoord? Hoorde ik mijn oma de antwoorden fluisteren? Nee, niets van dit alles. Wat dan wel, leest u hier.





Blokken: de nawee

21 09 2008

Goed, ik ben dus op tv geweest in een quiz die ik verloren heb niet gewonnen heb. Zou het de minst bekeken aflevering van Blokken ooit zijn? Van alle mensen die ik mobiliseerde om mij aan het werk te zien, kon zowat de helft niet kijken. Ze hebben geen tv, moeten naar de kapper, de muziekschool of de zwemles. Zijn nog niet thuis van het werk of zijn al weer weg voor een avondje uit. De tv staat op de verkeerde zender of de video is fout geprogrammeerd. Dat betekent alleszins een boel minder mensen die hun visie op mijn deelname kunnen laten horen. En dat is misschien niet erg.

Want de andere helft heeft wél een mening, zo bleek uit de sms’jes, mails en blogreacties. Ik kon niet met de blokken spelen, zo wordt er gesuggereerd. Wel, ik heb mijn manoeuvres grondig geobserveerd en slechts één keer vind ik dat ik een blokje beter ergens anders had geplaatst. Ik ben namelijk net heel goed in dit spelletje. Mijn conclusie is en blijft dus dat ik gewoon heel erg slechte blokken had. En niet vergeten dat je in dit spel snel moet scoren terwijl je in de gewone Tetris rustig je tijd kan nemen wat op te bouwen om dan bv 4 rijen ineens te scoren. Kijk, wat zit ik mezelf weer te verdedigen. Geef ik wél toe: ik was niet goed in het afdrukken. Het risico schuwend te vroég af te drukken en daardoor de beurt kwijt te raken.

Zwarte kledij is geen goed idee, zo laat het publiek weten. Weet ik, ik droeg dan ook donkerblauw. Wist ik veel dat het nieuwe  decor  ook blauw zou zijn. Ik had overigens andere kleren bij, maar niemand van de productie leek dat iets te kunnen schelen dus heb ik me daar geen vragen over gesteld. Ik vond dat ik er goed uitzag, dus geen zure oprisping wat dat betreft.

Verder mag ik vaststellen dat ik geen domme dingen zeg en niet te veel onzin uitkraam, ondanks de soms gênante situaties waarin Ben Crabbé zijn kandidaten meesleept. Zo is het maar een geluk dat mijn gezicht niet in beeld was op het moment dat Crabbé een lied van André Hazes ten berde begon te brengen. Ik probeerde ‘beleefde glimlach’ uit maar het zag er wellicht uit als ‘plaatsvervangend schaamte gecombineerd met ingehouden minachting’. En ik heb het misschien gemist, maar ook de berisping van Crabbé dat ik veel te onduidelijk praatte (dorst!) lijkt geknipt te zijn. Al bij al ben ik dus in ere gelaten en kan ik zeggen dat ik best wel mezelf speelde.

Ik denk dat ik er ook vrij ongeschonden uitkom wat de kennis betreft. Zeker tegenover de vrij onwetende tegenspeelster. Tom Petty, tja, die ken ik nochtans hoor, maar ik kwam er echt niet op. Gaf Crabbé nog eens de kans de domheid van de mensheid te vervloeken. En ‘L’Elysee’, nog nooit van gehoord, dat zal ik nu wel nooit meer vergeten.

Ik kan natuurlijk wel nog enkele kleinigheden betreuren. Dat ik bij het begin niet eens aan het luisteren was en daardoor het foute antwoord van mijn tegenspeelster niet kon corrigeren, terwijl het zo’n makkelijke vraag was. Dat de overwinning erg dichtbij was en echt wel van één fout minder afhing. Dat één rij meer genoeg was geweest. Maar soit, ik kreeg een digitaal fototoestel, de tegenspeelster kreeg niets. Heeft de beste toch nog gewonnen.

Lees ook:
Blokken: de preselectie
Blokken: de uitgestelde deelname
Blokken: de twijfel vooraf
Blokken: de vragen
Blokken: de andere kandidaten

P.S. Nee, vandepotgerukte, ik zet mezelf niet op Youtube. Binnen een maand of drie hebt u een nieuwe kans bij de middagherhalingen.

P.S. 2: Ja, ik heb echt een foto van mezelf genomen terwijl ik op tv was…





Blokken: de afloop

14 09 2008

De uitzending nadert: aanstaande vrijdag kan men mij aan het werk zien in Blokken. Nu ja, werk… In feite zat ik daar niet veel te doen. Ik verklap u dan ook al graag de afloop.

Wie het Blokkenverhaal van begin af aan wil volgen: er was een preselectie, een uitgestelde deelname, de twijfel vooraf,  en dan na de opnames: het terugkijken op de vragen en het becommentariëren van de andere kandidaten.
En dan nu de essentie: wat vond ik ervan en hoe heb ik het er van af gebracht?

Ik had niet meteen geluk. Om 7u opgestaan om tegen 10u ter plaatse te zijn, scherp staande en klaar voor de aanval, ervan overtuigd dat al mijn parate kennis echt paraat was. Helaas, de loting duidt mij aan als 5e of iets dergelijks. Na 4 opnames waarin ik o.a. iemand 6000 euro zie winnen, en vier ellenlange pauzes mag ik pas tegen 17.00u (!) het nieuwe decor betreden. Ik heb reeds flink getafeld, alle mogelijke scenario’s overlopen, heel wat rondgehangen, … wat er zowat op neerkomt dat de fut er eigenlijk uit is. Even voor de opname van mijn deelname aanvangt, voel ik nog een sprankel energie en aandacht, om dan tegen 10 minuten voor de start leeg te lopen als een ballon. Ik ben op, allang niet meer bij de pinken en ik begin me – als wel vaker – af te vragen wat ik hier zit te doen. Een dom spelletje, zonder enig enthousiasme ingeblikt door een ploeg geroutineerde medewerkers, zuivere schermvulling voor een weinig eisend publiek dat nu al 150 jaar naar dezelfde quiz kijkt. Ik kijk zélf niet eens naar Blokken! De vragen zijn flauw en ongeïnspireerd, Ben Crabbé is een flapdrol die de mensen te kakken zet en er zitten allerlei frustrerende valstrikken in dit spel (‘nee, je krijgt hem niet! Het was ‘the beatles’ en niet ‘de beatles’!)… Is er nog een manier om hier aan te ontsnappen? Hoe boos zou men zijn wanneer ik plots meld dat ik het voor bekeken wil houden?

Maar daar staat Crabbé dan plots. Vertel wat over jezelf, vraagt hij zakelijk. Ik vat mezelf samen in een hoop clichés. Ik heb dorst, maar kan nu niet meer weg. Het microfoontje is aangebracht. Een laagje poeder op mijn gezicht. Daar klinkt de nieuwe tune al – met dank aan Regi. De spots gaan aan. Het publiek applaudisseert. Crabbé lult wat en schenkt dan zijn kandidaten wat aandacht. ‘De Schutter? Waar komt die naam vandaan? ‘ vraagt hij pseudo-geïnteresseerd. Ik krimp innerlijk ineen. Niet dé clichévraag. Wie interesseert dat in godsnaam? Dit was toch niet afgesproken? Ik stamel wat onzin die in het tweede leerjaar leerde over mijn naam. Ik heb zin om Crabbé een vuistslag toe te dienen. Ik wil nogmaals weg. Ik mag – zoals voorspeld – nog wat uitleg geven over het Freinetonderwijs en dat was het. Wil u zichzelf eens in alle banaliteit aanschouwd zien? Doe mee aan Blokken. Ik besef dat ik in 2 minuten ben samengevat. Mooi in een vakje. Tussen 6000 andere Blokkendeelnemers. Terwijl Crabbé een kletspraatje maakt met mijn tegenspeelster, gaan er rillingen door me heen. Ik had evengoed naar een Tupperware-avond kunnen gaan, of op een Haaltertse voetbaltribune gaan zitten. Alledaags, normaal, banaal, opgaand in de massa.

Daar wordt de eerste vraag al afgevuurd. Ik ben gedesoriënteerd. Crabbé lijkt een kilometer ver te staan. Heeft hij het tegen ons? Oei, de eerste vraag is al gesteld én beantwoord. Niet door mij wellicht. Ik weet het zelf niet. Is dit de befaamde black-out die studenten die hun cursus niet opendoen, zo vaak voorwenden? Ook de tweede vraag gaat aan mij voorbij. Hoe zou een buitenaards wezen dit tafereel waarnemen? Twee mensen gaan tussen plastic blokken zitten. Vijf meter verder staat een dikkerd met een brilletje. Hij leest iets van een kaartje. De twee mensen drukken op knoppen en er gaan lichtjes branden… Ik voel me ineens geen deel meer uitmaken van wat voor realiteit dan ook. Dit is een waarlijk droomachtig gebeuren.

Crabbé en de andere kandidate gaan gewoon door. Woorden steken de ruimte over, maar wanneer ze mijn oren bereiken, zijn ze vervormd. Geen Nederlands meer. Ik graaf in geheugen naar de betekenis van basiswoorden. Ik zit met mijn hoofd in de wolken en mijn gedachten ergens anders. Het lijkt wel alsof ik al aan het terugkijken ben op een herinnering die nog niet bestaat. Dorst, nog steeds. Ik word aangesproken. Op mijn gebrek aan deelname. Ik stamel wat. Dat ik de vragen niet begrijp. Wat zo is. Crabbé vindt mij raar. .

Ik ontwaak een beetje. Druk wat af, steeds te laat, maar corrigeer wel alle foute antwoorden van mijn tegenspeelster. Vorm een rij met de blokken. Een  uitbrander voor het gebrek aan muziekkennis, de klassieke Blokkenvernedering. Plots sta ik voor. Einde eerste ronde, ik sta op kop. Naar de Radio Donnastudio. Blinddoek en koptelefoon op.

Tweede ronde. Vijf juiste antwoorden. Wie doet me dàt na? Maar de blokken willen niet mee. Geen enkele past. De ene onvolledige rij na de andere stapelt zich op. Opname wordt stilgelegd. Mijn antwoord was niet verstaanbaar. De score is uiteindelijk matig. De voorsprong blijft want de tegenspeelster heeft het iets minder goed gedaan.

Ik sta eventjes sterk, maar ik vind de ontbrekende fut echt niet meer terug. Het is al bijna 6 uur, ik wil naar huis. Dorst, nog steeds. Crabbé verstaat me niet. Vod uit de mond zegt hij. Ja meester. Ik ben een product in zijn programma, deel van het decor. De quiz wordt afgehandeld. Ik slaag er vrijwel nooit in als eerste af te drukken, maar de tegenspeelster maakt de ene fout na de andere. Weet zelfs niet wie in Mission: Impossible en Top Gun meespeelde. Kent Jef Geeraerts niet. Ik scoor, maar zonder enthousiasme.

Beeldvraag. Ik druk eindelijk als eerste af. Ik zie Sarkozy en zijn Carla, maar de vraag gaat over de ambtswoning van de president. ‘Wat heeft dat met het fragment te maken?’ wil ik vragen. In Blokken slaagt men er vaak niet in de beelden bij de beeldvraag functioneel te laten zijn. Prutsers. Ik weet het antwoord niet. Ik heb, bizar genoeg, nog nooit van die ambtswoning gehoord.

Een ander antwoord wordt afgekeurd. ‘Flauw hoor’ verklaar ik beteuterd. Ik voel me als iemand die een slecht examen aan het maken is.

Voorlaatste vraag. Ik sta voorop, maar niet erg veel. Weer juist. Nog wat blokken erbij zonder een rij te vormen. Duizend keer Tetris gespeeld en er nu nog niets van bakken. Gelukkig laat ik geen rijen liggen en echte flaters bega ik ook niet. Gewoon slechte blokken. Brokken.

De laatste vraag. Ik word rustig. Ik kan misschien winnen. Maar de tegenspeelster drukt eerst af en geeft een juist antwoord. Maakt een rij. Een komt 10 punten voor te staan. Haar blijdschap maakt spatten. Ze wint. Ik voel me leeglopen. Eindelijk is het voorbij. Ik glunder mezelf nog door een krampachtig afsluitgesprekje. Schouders ophalen. Complete desinteresse. En geen greintje spijt, alles laat me koud.

Vijf minuten later zijn de opnames voorbij. De tegenspeelster gaat met lege handen naar huis, ik krijg een digitaal fototoestel (jammer dat de boekenbonnen vervangen werden). Ik krijg spijtbetuigingen die me niets doen. Ik stel vast dat ik het belang van deze deelname écht relativeer.

In de daaropvolgende uren en dagen denk ik na over deze ietwat onwaarschijnlijke belevenis. Leuk was het eigenlijk niet. Ontspannend zeker niet. Frustrerend? Wel een beetje. Die afgekeurde vraag, die slecht gestapelde blokken, de tegenspeelster die basiskennis miste. Het had er in gezeten, enige winst. 1000 euro, misschien? Hoewel ik ook het zevenletterwoord niet zag.

Een week later zijn alle emoties weggeëbd. In de plaats komt de realisatie dat deelnamen aan Blokken echt niets bijzonders is. Ik kijk er op terug als op die dag dat ik een stijve nek had of zo. Onaangenaam maar niet echt pijnlijk. Toch knaagt er ergens iets. Een bittere nasmaak, maar waardoor?  Dan dringt het tot me door: nu komt het ook nog eens op televisie. Moet ik het herbeleven. Moeten alle mensen die ik ken het beleven.

Vrijdag 19 september, 18.30u op één. Enig plezier gewenst, maar u hoéft niet te kijken, hoor.

En daar gaat dan ook mijn bloganonimiteit.





Blokken: de vragen

10 07 2008

De beleving, de kandidaten, de gênante momenten, het nieuwe decor, de afloop, de emoties en bedenkingen bij mijn deelname aan Blokken… u leest het hier later!

Hier alvast: de vragen – voor zover ik me die nog herinner.

De eerste ronde!

1. Hoeveel muntjes hebben een waarde lager dan 20 cent? (4)
Mijn tegenspeelster (Inge) drukt eerder af, dus ik denk eigenlijk niet verder meer na. Wanneer ze het fout heeft, mag ik alsnog antwoorden zonder eigenlijk even stilgestaan te hebben, en dus antwoord ik snel en dus ook fout…

2. Welke telecom(dinges) haalde het voetbalcontract binnen? (er was wel meer uitleg natuurlijk) (Belgacom).
Ik ben helemaal in de war. Wat is telecom? Het lijkt wel alsof Crabbé Chinees spreekt. Zelfs gewone woorden komen me plots onbekend voor. Inge drukt dus af en antwoordt juist. 

3. Hebben Luikse wafels ronde of vierkante vakjes? (weet niet meer)
Ik hoor het (nogmaals) in Keulen donderen, geen idee wat er eigenlijk precies bedoeld wordt. In mijn hoofd probeer ik wafels en hoeken te combineren tot een beeld dat ik herken, maar het zegt me niets. Mijn tegenstandster drukt eerst af en antwoordt juist. Ik begin niet dwaas gezichten te trekken of zo omdat deze vraag ook dwaas is, maar stel me glimlachend boven dit soort onbenulligheden.

4. Wie schreef (en dan een aantal titels waarvan ik me enkel Kongo herinner): (Jef Geeraerts)
Inge antwoordt fout – wat ik al meteen voorspelde - ik mocht herstellen.

5. Geluidsfragment met de vraag: welke zanger hoor je hier, begeleid door zijn band The Heartbreakers en bekend van deze hits (en dan een aantal titels)?
Noch ik, noch mijn tegenspeelster drukken af. Ik ken de groep en ik ken de liedjes en ik blijk dan ook Tom Petty wel te kennen, maar dit zit dus ver weg. Ben Crabbé is ten zeerste verontwaardigd.

6. In welke film (en dan iets van feiten over deze film, die ik me niet herinner). (Gone with the Wind)
Ik antwoord correct en mag ook de beroemde quote uit deze film ten berde brengen.

7. Wat is de som van de getallen tussen 27 en 30?
Alweer drukt Inge eerst af, maar ze antwoordt fout. Ik heb dus tijd genoeg om het juiste antwoord te bedenken en antwoord dus correct.

8. Wat is het laagst in rang (en dan volgen drie gradaties in het leger waarvan ééntje ‘eerste majoor-sergeant’ is, wat ook het juiste antwoord is)?
Mijn tegenspeelster gokt verkeerd. Ik denk beredeneerd te gokken op wat het juiste antwoord is, maar ik zeg enkel ‘majoor-sergeant’. Dat wordt fout gerekend. Ik had eigenlijk gewoon ‘het derde’ moeten zeggen, verdorie. Ik repliceer wel zeer snel: ‘Da’s flauw!’. Dat is dan mijn miniscule wraak op dat eeuwige gemuggezift. Er is natuurlijk een duidelijk verschil tussen ‘majoor-sergeant’ en ‘1e majoor-sergeant’, maar slechts één van die twee zat in de meerkeuze! Wat ik bedoelde was dus overduidelijk.

9. weet ik niet meer.

10. weet ik dus ook niet meer.

De tweede ronde (die alleen wordt gespeeld).

1. De tip is tv-series en daar zet ik meteen 5 blokjes op in. De vraag begint met ‘In welke serie uit de jaren ‘70…’ en meteen denk ik dat ik een flater begaan heb want ik hoopte op iets recent. Gelukkig blijk ik wel te weten waarin de personages Vanrastenhoven en Baconfoit voorkomen (De Collega’s) en dus hoera hoera 5 blokjes.

2. Kunstschaatsen is de tip en omdat het over sport gaat, zeg ik automatisch ‘2 blokjes’. Nochtans kan ik me bij dit thema geen ander antwoord voorstellen dan Kevin Van der Perren en dat blijkt dan ook het juiste antwoord te zijn op een vraag die ik vergeten ben. Even twijfel of ik het juist uitgesproken heb, wat bij de tegenspeelster blijkbaar het geval was, maar het is correct.

3. Volgende tip is Ligging in België. Het duurt weer enkele seconden voor tot me doordringt (ja, ik was er echt niet met mijn hoofd bij) wat er precies bedoeld wordt met deze vraag, maar ik leg wel snel de link met aardrijkskunde, waar ik niet heel goed in ben. Ik kies weer voor 2 blokjes, hoewel ik weet dat 2 het antwoord is op de vraag ‘Hoeveel provinciegrenzen steek je over om van Antwerpen naar De Panne te gaan?’

4. Edelgesteente zegt me ook niet veel en ik kies opnieuw voor 2 blokjes. ‘Welke edelsteen bestaat voor 100% uit koolstof?’ Ik heb geen flauw idee, maar ik redeneer dat het wel een bijzondere steen moet zijn, dus gok ik correct op diamant.

5. Ik heb nog 4 blokjes over voor een onderwerp dat me voorlopig niet te binnen schiet. Alleszins gaf ik een juist antwoord, zodat ik dus 5 op 5 heb (niet slecht hé!), maar mijn blokkenbord is een knoeiboel…

De derde ronde (waarbij je 50 punten verliest als je verkeerd gokt)

1. Tip: okapi.
Hoeveel poten heeft een impala?
Inge drukt alweer zeer snel af en antwoordt correct.

2. Tip: Rain Man.
De tegenspeelster drukt eerst af (dju, het is nochtans een filmvraag en die zijn voor mij!) en de moed zakt me in de schoenen want de vraag is papsimpel: ‘Wie speelt de hoofdrol in Top Gun en Mission: Impossible 2? Maar… het meisje antwoordt: Mel Gibson! Ik mag met veel plezier corrigeren.

3.Tip is modeontwerpers. Wat is de voornaam van modeontwerper Cardin? Inge weet het niet en ik graaf in mijn geheugen want echt een grote beroemdheid is dit nu ook weer niet… Gelukkig schiet ‘Pierre’ me net op tijd te binnen.

4. Deze vraag weet ik niet goed meer, iets met ‘in welke zee’ en het antwoord was ‘Indische Oceaan’. Ik kom er niet aan te pas, want Inge is correct.

5. Beeldfragment. We zien Sarkozy op een persconferentie bekennen dat hij een koppel vormt met Carla Bruni. De vraag – die eigenlijk helemaal niets met het fragment te maken heeft – is: ‘hoe heet de ambtswoning van de Franse president?’. Ik druk eindelijk eerst af maar – o drama! – ik weet het antwoord niet! Inge ook niet, maar ik ben wel 50 punten kwijt! Het antwoord is Elysée, maar ik beken eerlijk dat ik daar nog nooit van gehoord heb (van de Champs Elyssées natuurlijk wel, vooraleer iemand dat hier opwerpt).

6. Geluksbrengers
Welk deel van een konijn breng geluk? Ik druk eerst af en antwoord ‘konijnenpootje’. Dat had eigenlijk ‘poot’ moeten zijn – zou je Crabbé niet wurgen? - maar de o zo milde jury keurt het wel goed. Terecht toch!

7. Tip is Fixkes. Ook hier kan ik maar twee mogelijke antwoorden bedenken, dus ik druk meteen (en ook als eerste) af. Inderdaad, ‘kvraaghetaan’ is het juiste antwoord (Stabroek zou het antwoord op een andere vraag kunnen geweest zijn).

8. ?

9. ?

(ik graag in mijn geheugen om me de vragen te herinneren. Goed mogelijk dat ik ze niet moeten beantwoorden heb, want anders wist ik ze misschien wel nog…)

10. Tip is trema. Inge drukt eerst af en antwoordt correct op de vraag: ‘Op de hoeveelste ‘e’ in het woord ‘bobsleeën’ staat een trema?

(de volgorde van de vragen is uiteraard niet dezelfde)

En de finale?

Uitzending op 20 september…

(aan de mensen die de afloop al kennen: nog even niet verklappen in eventuele reacties, ik maak er graag een mooi artikeltje van..)





Blokperiode

9 07 2008

Studeren moet ik gelukkig niet meer doen, maar morgen neem ik wel deel aan Blokken. Het gevoel is identiek: een sprankel zenuwachtigheid, een tikkeltje ongerustheid, enige tegenzin zelfs. Examenstress, zeg maar.

Ik ga er immers niet van uit dat ik veel kans maak om te winnen. Ik ben wel wat op de hoogte van één en ander, maar van heel wat zaken ook weer niet (geschiedenis en sport zijn mijn zwakke punten) en bovendien hangt zoveel af van je tegenspeler.

Op zich hoeft dat voor mij niet veel uit te maken. Ik doe vooral mee voor de fun, omdat ik van quizjes en spelletjes houdt. Dat ik er iets mee kan winnen, is wel belangrijk, maar niet het doel. Het probleem zit hem er echter in dat anderen blijkbaar wel verwachten dan je goed scoort. M.a.w. als ik morgen verlies, zal ik daar zelf niet mee zitten, maar moet ik wel de reacties van supporters overal te lande aanhoren. Ik kan natuurlijk ook gewoon verzwijgen wanneer ik op tv kom, dan mist minstens de helft van mijn kennissenkring mijn optreden en gaat mijn afgang aan hen voorbij! Wat als ik een filmvraag niet weet of een fout maak bij het hoofdrekenen?

Maar kijk, dat is geen optimistisch uitgangspunt natuurlijk. Mijn tegenspeler kan een gepensioneerde huisvrouw zijn die nog nooit Tetris heeft gespeeld of een twintiger die niet weet wie Edith Piaf of Tony Corsari is (zal je Ben Crabbé horen!).

Maar wat ga ik aantrekken? En zal ik het volhouden Ben Crabbé niet proberen even belachelijk te maken als hij doet bij zoveel kandidaten? De spelregels zijn overigens gewijzigd: vanaf nu mag de winnaar blijven terugkomen, ook na 3 keer spelen. Ik kan beginnen fantaseren dat ik de eerste speler ben die 6 afleveringen na elkaar speelt, maar ik maak mij geen illusies.

U hoort er nog wel van. Of net niet. Brand morgen maar een kaarsje!





Hoe goed ken je SveN?

20 04 2008

Wie al eens door blogland wandelt, zal ontdekt hebben dat het quizzen-over-jezelf momenteel erg populair is. Trouwe Svenfans herinneren zich misschien nog dat ik hen meer dan 5 jaar geleden al uitdaagde on line deel te nemen aan een Svenquiz, zodat ik bij deze geenszins beschuldigd kan worden van meeloperij. Maar wat maakt het ook uit? Het is gewoon leuk en ik ben blij door enkele bloggers uit mijn blogroll herinnerd te worden aan een leukigheid waarmee ik mijn lezers kan uitdagen!

Het neemt amper tijd in beslag en kost weinig moeite: de Svenquiz.
Bedankt voor uw deelname!

Kent u ook Aïda, Menck, Osahi of Margogo?





Bosmijmeringen

15 03 2008

Ik vertoefde de voorbije week in de bossen, mét het klasje. Ontspannend hoor, ondanks de drukte. Alle impulsen en drukte komen maar van één kant op je af, in tegenstelling tot in een gewone schoolweek, waarbij je overstelpt wordt met vragen, problemen, afspraken en heel veel *spannende* en *verrassende* wendingen van alle mogelijke kanten.

Deugddoend is vast te stellen dat bepaalde kinderen zich op een heel andere manier manifesteren dan in de klas. Arbaaz spreekt plots wel heel erg goed Nederlands. Charaf heeft eindelijk alle ruimte om ongeremd grappig te wezen. Leander hoeft zich niet te concentreren en vindt plots alles goed. Monica blijkt wonderbaarlijk snel te aanvaarden dat ze zelfs mét natte voeten niet zomaar mag opgeven. Ik zie Raoul voor de allereerste keer in twee jaar huilen en merk dat Joyce in het dagelijks leven veel zelfstandiger is dan in de klas. Verrassend.

Een tweede vaststelling: kinderen spelen zooooo graag! Ze worden omringd door gsm’s, mp3-speler’s, playstations en pc’s met internet en msn, willen schoenen op wieltjes, plakboeken met stickers en elke week de Joepie, maar steek ze in een bos en al die spullen worden overbodig. Een stok. Dat is genoeg. Vooral de jongens hebben allemaal binnen het kwartier een tak in de handen. Multifunctioneel, zo’n stok.

Kampen blijven het ook goed doen. Drie takken teken elkaar en je hebt al een hut. Mos wordt van bomen geschraapt om een bedje te maken. Met steentjes wordt een pad gemaakt. Moedertje en vadertje politie en dief, ridder en koning. Ook al zijn ze 11 en 12.

Dan zijn er de kikkers en de eekhoorns. De modder en het zand, de beek, de bladeren en nog meer takken. Met de botten aan overal doorheen. Onuitputtelijk, zo’n bos. Spreekt eigenlijk vanzelf, maar een mens moet zo nu en dan nog eens met de neus op de feiten gedrukt worden blijkbaar.

bostaferelen.jpg

bostaferelen2.jpg

Ik denk dat ons leven veel simpeler kan. Ik mis mijn email en internet ook geen minuut, daar in dat bos. Mijn blog kan me gestolen worden, ik hoef heen krant of humo te lezen. Niet dat dat bos plots spirituele neigingen doet ontwaken, maar door met slechts één taak bezig te zijn, die je dan nog graag doet ook, verloopt de dag zoveel eenvoudiger. Een mens komt uitgerust thuis, mentaal gezuiverd, alle stress is achtergebleven.

bos2.jpg

En nu weer business as usual.





Een gouden schoen voor SveN?

16 01 2008

Dit belandde gisteren in mijn mailbox:  

  • Voor een nieuw reality-programma in de aanloop naar het EK-voetbal, zijn VT4 en Kanakna Productions op zoek naar 16 mannen die niets afweten van voetbal. Een professionele voetbalcoach zal van deze mannen een heuse voetbalploeg maken. De jongens zullen in 3 maanden van voetbalklunzen omgetoverd worden in behendige voetballers. En dit op elk mogelijk vlak. Ze zullen dus niet enkel leren voetballen maar ze zullen ook kennis maken met elk aspect van het voetbalmilieu.
    We zoeken vooral nog naar mensen met een niet-alledaagse hobby zoals bijvoorbeeld schaken, duivenmelken, birdwatching, vissen, computergames, postzegels verzamelen, filmkenner, …
  • Kandidaten dienen:
    o Tussen 18 en 37 jaar te zijn
    o Zich vanaf begin feb tem begin mei vrij te kunnen maken tijdens de weekends alsook wekelijks een avond voor de training
    o Niet echt sportief te zijn
    o niet vertrouwd te zijn met de voetbalwereld
    o niet te houden van voetbal

    Indien interesse kunnen jullie zich inschrijven door een mail met foto te sturen naar liesbethmazur@kanakna.com of je mag ook replyen naar dit e-mailadres. Voor meer informatie kan je terecht op volgend nummer: 0 475 740 356 

Geef toe, dit is me op het lijf geschreven. Ik ben een niet-sportieve filmkenner tussen 18 en 37 die niet vertrouwd is met de voetbalwereld, absoluut niet van voetbal houdt en me best wel kan vrijmaken als dat nodig is.

Toch is mijn eerste reactie natuurlijk: néé! Ik vind voetbal oerstom en vooral wil ik in geen geval slachtoffer worden van doortrapte reality-televisiemakers die ongetwijfeld een verkeerd beeld van je ophangen en per se je moeder in beeld willen brengen die je kinderjaren beschrijft en in mijn geval ook maar al te graag mijn voetbalgekke leerlingen willen opvoeren die mijn onsportiviteit becommentariëren. En wat is in godsnaam ‘elk aspect van het voetbalmilieu?’ Op bezoek gaan bij de Pfaffs? Kantines inspecteren op de juiste dosis marginaliteit? Voetbalschoenen schoonmaken? Hooligans kalmeren? Nee, nee, nee! Bericht verwijderd.

voetbal.jpgDesondanks spookt het idee nu wel al de hele dag door mijn hoofd. Als je de kans krijgt iets te leren dat je niet kan - of het nu voetballen, wijn proeven, skateboarden, vogelspotten of glasgieten is – en dit onder professionele begeleiding (en dan nog gratis), dan zeg je toch geen nee? Misschien wil ik eigenlijk wel kunnen voetballen? Misschien wil ik wel twee of drie keer per week het grasveld op, een conditie kweken, samen met andere stuntels leren wat buitenspel en offside is, modderig en bezweet wezen en na de match gaan pinten pakken. Ik durf gerust stellen dat als ik dingen leer en genoeg oefen, uiteindelijk wel een zeker resultaat bereik, doorgaans. Als. Zou ik dus toch maar?

 

 

 

(Nee)

 

 





Mijn Daemon Rhianna

30 12 2007

Enkele van mijn leerlingen zijn nogal in de ban van The Golden Compass. In die film hebben de personages een daemon. Dat is een dier dat je vergezelt op je levensweg en de verpersoonlijking is van je ziel. Op deze website krijg je je daemon toegewezen na het beantwoorden van 20 eenvoudige, leuke vragen. Op aanvraag van mijn leerlingen heb ik de test gedaan en dit is dus Rhianna:

daemon.jpg

 

Ik ben wel tevreden met het resultaat. ‘Humble’ zou ik mezelf nu wel niet noemen, maar als zo’n uitgekiende, complexe en ongetwijfeld door wetenschappers opgestelde test dat aan het licht brengt, zal het wel zo zijn zeker? Verrassend is wel dat de Nederlandse versie van mijn daemon nét iets anders klinkt: bescheiden, bedaard, nederig, betrouwbaar, assertief. ‘bedaard’ vind ik niet bij mezelf passen, ’solitary’ net wel. En het is toch niet omdat je assertief bent dat je ook een leiderstype bent? Maar zoals voor alle pseudo-psychotestjes geldt ook hier dat we toch enkel onthouden wat ons aanstaat.

Laat vooral horen hoe uw daemon er uit ziet! 





gps: gangster-en-police-speelgoed

18 11 2007

Net zoals veel politie-agenten mislukte onderwijzers zijn, ben ik in mijn fantasie wel eens een agent. Naar Flikken kijk ik nooit, dus ik hoop te kunnen stellen dat de vormgeving van mijn fantasie daardoor niet beïnvloed is. Maar dit zou één van mijn avonturen kunnen zijn:

Ik vorm een vast duo met agent Poncherello. Een vrouw die in leeftijd één jaar hoger staat dan ik. Ze is blond en niet al te groot, maar compenseert dat met een strenge blik en kordaatheid die je niet kan tegenspreken. Ze kijkt graag naar Desperate Housewives en is lichtjes overdreven hygiënisch ingesteld. We lachen wat af, maar tijdens onze werkuren zijn we zeer gedreven. Zij durft de commissaris tegen te spreken, maar ik ken beter de weg in Gent.

Op een donkere en koude novemberavond worden we op pad gestuurd om een befaamd boeventrio te vatten. Het zijn Karel de Maniakale, Olivier ‘The Hulk’ en Razend Mieke. Ze worden als uiterst gevaarlijk en geslepen beschouwd. Poncherello en ik trekken naar het Gentse Zuidpark, waar de drie slechterikken volgens onze informatie van plan zijn wapens op te graven om de bibliotheek te overvallen. Twee andere politieduo’s vangen eveneens een speurtocht aan, maar al snel blijkt dat wij hen het dichtst op de hielen zitten. Terwijl we hen naderen, bewonderen we tegelijk de architectuur van de oude herenhuizen rondom het Muinkpark. Zo zijn we wel. De focus op het werk, maar ervaren en beheerst genoeg om ook onze omgeving op te nemen. In het park aangekomen stijgt de spanning. Onze satelliet meldt ons dat de criminelen nu wel héél dichtbij zijn. Mijn partner en ik verstoppen ons achter een boom. Daarna rennen we gebukt een grasveld over. We gaan op een bank liggen om aan het zicht van de dieven te ontsnappen. En dan gebeurt het. Ineens zien we het illustere trio vlak voor ons. Er zit maar één ding op. Ik spring recht en ren naar ze toe, met getrokken wapen. Poncherello verliest even haar kalmte en rent gillend de andere kant op. Ik vuur drie kogels af. De misdadigers worden geraakt.

GAME OVER. De gangsters werden gevat na 14 minuten. De politie heeft gewonnen.

6110navigator.jpgNee, ik ben geen Ben X geworden die zich teruggetrokken heeft in een fantasiewereld. Poncherello heet gewoon Lieve. Samen met Karel, Mieke, Olivier en 12 andere niet-volwassenen die we onze vrienden noemen, deden we mee aan een city game in Gent. Per acht mensen speel je een spel, waarbij vier duo’s worden gevormd. Eén duo (of in ons geval een trio) moet een misdaad uitvoeren, de anderen zijn agenten. Een klassiek politie- en dief-kinderspelletje? Nee, want elke groep krijgt een gps waarop de positie van de boeven en de andere agenten te zien is. Je kan (virtuele) wapens oprapen, overvallen plegen op bekende Gentse gebouwen en geld buit maken. Er kan ook naar elkaar gevuurd worden op zeer vredevolle wijze. Voor weinig geld kan je twee uur spelen. Na elk spel, worden de rollen doorgeschoven zodat een ander duo de misdaad moet plegen.

Wij gingen er (bijna) allemaal compleet in op. Dat heb je met dat voormalige jeugdbewegingsvolk, ze blijven spelen. Een beetje conditie is wel nodig. Technische kennis niet. De gps wijst zichzelf uit en de verbeeldingskracht doet de rest. Het enige dat je er moet bijnemen is dat je op bijzonder bevoogdende en vermanende wijze wordt toegesproken door de verantwoordelijke geek (die u misschien zal herkennen uit een VTM-programma over beauty’s en nerds) en dus de neiging om het gps-toestel naar zijn kop te gooien, even moet onderdrukken. Maar verder: heel tof.

Poncherello en ik zijn later ook op het verkeerde pad geraakt. Als gangster is het spel zelfs nog een beetje spannender en komt er meer strategie aan te pas. In Gent goed de weg kennen, is een pluspunt, maar het maakt wel dat het spel ook minder lang duurt. Je kan het spel echter ook in Antwerpen spelen. Je moet wel bereid zijn je een heel klein beetje belachelijk te willen maken door je als een gestoorde idioot achter bomen en geparkeerde wagens te verstoppen. Ook in uitgangsbuurten. Maar dat hoeven we ons geenszins aan te trekken. We zijn misschien wel allemaal een heel klein beetje geek.





Boosaardige puzzel

4 11 2007

Tijdens het snuisteren op zolder stootte ik op een oude puzzel. Bekijk dit tafereel even. Wie komt er in godsnaam op het idee dit als afbeelding van een puzzel te gebruiken? En ik als klein jongetje maar onnozel puzzelen en intussen onbewust allerlei angsten creëren. Arme Calimero, maar vooral arme kindjes die destijds zo’n boosaardige puzzel moesten maken.

dscn5511.jpg





My Life in Film: The Muppets & The Marx Brothers

5 04 2007

Op een foto uit mijn kleutertijd is te zien hoe ik al mijn duplo-ventjes samen laat troepen. Ik was gefascineerd door de diversiteit van de personages, al waren de verschillen eigenlijk miniem. Maar ik bedacht bij elk ventje een eigen identiteit, die vooral gebaseerd was op archetypische kenmerken. Iemand met een bril was slim. Iemand met een hoge hoed was oud en deftig. Zwart haar stond voor moed, blond haar voor onschuld. Enz.

Ik was ook dol op de smurfen, waar ieder maar één persoonlijkheidskenmerk had. En op Jommeke, waar al die personages uitvergroot werden (Dikke Springmuis! Mic Mac Jampudding! Professor Gobbelijn! Madam Pepermunt! Tita Telajora!).   Het allerleukste vond ik de avonturen waarbij zoveel mogelijk van die personages betrokken waren. Ik hield van de interactie tussen alle personages. Het Jubilee, het honderdste album van Jommeke, was mijn favoriet, want voor het eerst kwamen al die typetjes samen. Ook de Kuifje- en Nerostrips trokken me aan vanwege de zeer diverse en soms compleet van de pot gerukte personages (Clo-Clo! Tuizentfloot! Jansen en Janssen! Bianca Castafiore! Madam Pheip!).

   

Het spreekt voor zich dat ik op televisie gelijkaardige dingen zocht. Bestaan er gekkere figuren dan The Muppets? Ik ben nog altijd dol op de gezonde nonsens die deze kleurrijke, gevarieerde groep geschifte beesten brengt. Op al die heerlijke personages als Kermit, Miss Piggy, Fozzy Bear, The Great Gonzo en zijn kip CamillaScooterRowlf, de Zweedse kok, Animal, Dr. Bunsen Honeydew en zijn assistent Beaker, Rizzo the Rat, Sweetums, Sam the Eagle, Sgt. Floyd Pepper en Janice en natuurlijk Statler en Waldorf. Is er ooit een leukere groep personages bedacht? Want niet alleen zijn The Muppets grappig, vaak zelfs subversief, ze beschikken ook over een zeer uitgewerkt, consistent karakter. De interactie met echte mensen verliep dan ook feilloos (Gert Verhulst, eat your heart out) en vandaar dat ook de eerste drie films van de Muppets (The Muppet Movie, The Muppets take Manhattan en The Great Muppet Caper) tot mijn favorieten behoren. Ik kan ze blijven herbekijken (al bestaan ze nog niet allemaal op DVD!), niet alleen vanwege die figuren, ook vanwege die nostalgische, Amerikaanse sfeer. En ook een klein beetje vanwege de soms nogal melige liedjes… die ik zelfs op CD heb, maar sst, dat houden we onder ons.

Nu was ik niet alleen gefascineerd door interessante personages, hoewel toen wel de fundamenten voor mijn latere soapverslaving en voorliefde voor het betere televisiedrama werden gelegd, dat is duidelijk. Maar The Muppets stonden ook voor chaos. Decors vielen om, iemand werd opgegeten door een monster, kippen werden weggekatapulteerd, er vonden explosies plaats, … André Van Duin en John Cleese, twee van mijn jeugdidolen, waren ook al zo bedreven in het creëren van chaos. In de sketches van Van Duin liepen dingen verkeerd. Misverstanden die escaleerden. Fawlty Towers ging nog een stap verder. Misverstanden werden tot in het absurde doorgetrokken. Lijken vielen uit de kast. Elandenkoppen vielen van de muur. Mensen verkleedden zich. Iemand werd nat gespoten. Of de klassieker: iemand kreeg een taart in het gezicht. Ik lag altijd in een deuk, gegarandeerd. Ook de avonturen van Louis de Funès waren aan mij besteed natuurlijk. Mevrouw Ten Kate, voor wie dat wat zegt. The Freggles. Laurel en Hardy. The Simpsons uiteraard!   

   

Terug naar mijn speelgedrag. In het begin was er nog geen sprake van dramatische ontwikkelingen in enge zin in de verhaaltjes die ik speelde. Geen intriges of crisissen. Het enige wat ik mijn lego- en playmobilpersonages liet overkomen, waren rampen. Aardbevingen, stormen, overstromingen, kettingbotsingen, enz. Natuurlijk ging er niemand dood. Het punt was gewoon chaos te creëren en de personages even van de wijs te brengen. Zo’ n legostad (en die was bij ons echt wel enkele vierkante meters groot!) werd dan nadien weer helemaal opgebouwd – wat uren duurde – om er weer een vliegtuig te laten op neerstoren. Ik stond er op dat moment niet bij stil, maar ik hield van chaos. Niet in werkelijkheid, maar in mijn fantasie. En op het grote scherm. Rampenfilms als The Poseidon Adventure, bv. 

En toen ontdekte in eindelijk zo’n film waarin die twee dingen – een variatie aan personages en een situatie die in chaos uitmondt – samenvielen. Ik herinner me niet dat ik ooit harder gelachen heb dan met de film A Night at the Opera, van The Marx Brothers. Een echt goede film is het niet. De plot is zwak en in feite is het verhaal niet erg interessant. Maar één klassiek geworden scène doet het hem. Groucho Marx, de snuggerste, meest gevatte en beroemdste Marx Brother, bevindt zich aan boord van een schip, in zijn kajuit. Tot zijn verbazing treft hij in zijn bagage niet zijn kleren aan, maar zijn twee boers – waarvan er één slaapt – en hun vriend. Vervolgens bieden er zich allerlei mensen aan in de kajuit: twee machinisten, vier bedienden met grote schotels vol eten, een manicuriste, iemand die de telefoon wil gebruiken, een poetsvrouw, twee dames die de bedden komen opmaken, iemand die haar tante Minny zoekt enz. De kleine kajuit wordt steeds voller en voller en de slapende broer is een behoorlijke lastpost. En dan komt de dame aan met wie Groucho een afspraak heeft. Zij trekt de deur van de kajuit open en iedereen rolt naar buiten. Scène afgelopen.

Ik vind deze filmscène het toppunt van hilariteit en ze mag beslist gelden als mijn favoriete filmscène aller tijden. Ik hou van het feit dat die personages ernstig reageren op een bijna onmogelijke situatie. Waarom komen ze binnen ondanks het feit dat de hut al vol is? Groucho zelf ziet er wel de grap van in. Hij heeft perfect door dat niemand zijn job kan doen in die situatie, maar laat niettemin nog meer mensen naar binnen. En tenslotte is er dan vrij onverwachte beeld van die dame die de deur opentrekt. Je ziet het niet echt aankomen. Die kleine verrassing is het perfecte einde van een juweel van een scène.

Ik moest The Muppets en The Marx Brothers dus wel in één stukje samenbrengen. Ze definiëren mij in zekere zin. Nog altijd ben ik verlekkerd op chaos, al zijn de meeste rampenfilms barslecht. Nog altijd koester ik goede fictieve personages, al slagen heel wat series en films er niet in personages tot leven te brengen die meer zijn dan stereotypen. En af en toe durf ik zelfs fantaseren dat de werkelijkheid op zijn kop wordt gezet door van die chaotische toestanden.  Dan rijdt een auto het café binnen waar ik zit of overstroomt de school waar ik werk. Er valt een meteoriet op het huis van de buren of er landt een ufo op de markt van Haaltert. De trein ontspoort of de cinema staat in brand. Paniek, hysterie, chaos, maar geen doden uiteraard. Niets macaber dus aan dit soort heerlijke fantasieën die de werkelijkheid op zijn kop zetten. Ik hoop dat ze nog lang in mijn hoofd mogen rondsluimeren.





Het Rijk der Vrouw

30 01 2007

Vrouwen en spelletjes, het zal nooit wat worden. Zat het er nu een keer in dat de titel De Slimste Mens ter wereld misschien eens naar een vrouw zou gaan, hebben beide dames in de finale van deze spannende tv-quiz het toch wel verknald zeker. En dat hebben ze geheel aan zichzelf te denken door helemaal niet tactisch te spelen. Zo was er allereerst Caroline Gennez. Zij stond aan kop en dacht zo lang na over de antwoorden dat ze toch naar de tweede plaats terugzakte. In de laatste ronde werd ze er dan ook uitgespeeld.

Mieke De Bruyne liet vandaag twee kansen liggen. Eerst liet ze zich niet terugzakken op een cruciaal moment. Vervolgens stopte ze op 19 seconden in plaats van op 21, waardoor haar tegenspeler maar één antwoord nodig had (en waarvoor hij maar één seconde had). Tja, dames, al supporteren we dan voor jullie omdat anders alwéér een komiek de titel wint, dan slagen jullie er blijkbaar maar niet in de tactische regels van dit spel onder de knie te krijgen…





Kolonisten

11 12 2006

catankolonisten.jpgDe voorbije dagen werd mijn leven beheerst door een gezelschapsspel. Van vrijdagavond tot zaterdagnacht speelde ik 30 uur aan één stuk door De Kolonisten van Catan. Junkfood en cola hielden me op de been, maar verder was het toch enigszins verbazingwekkend dat ik niet echt moe werd. Blijkbaar zijn concentratie en competitiedrang degelijke stimuli. Ik werd dan ook tweede op een veertiental spelers. Voor wie het spel niet kent: er zijn zoveel variaties en uitbreidingen op het basisspel, dat je nooit twee keer dezelfde versie speelt. Gaat dus nooit vervelen.

Meteen vandaag ging in de klas ook een Catancompetitie van start. Iedere middag mogen vier kinderen naar de klas komen om het tegen elkaar op te nemen. Het enthousiasme was groot genoeg om er mijn middagpauze voor op te offeren. De groepjes werden door loting samengesteld, waardoor je niet meteen voor de hand liggende combinaties kreeg. Omdat in het spel vaak moet onderhandeld worden, worden zo dus sociale vaardigheden gestimuleerd. Daarnaast is het ook een strategisch en uitdagend spel.

Dit spel (speelgoed van het jaar in 1999!) raak ik dus blijkbaar niet snel beu. En mocht dat wel het geval zijn, dan staat Carcassonne al te wachten…

 





De jacht op een gezelschapsspel

2 12 2006

Vandaag kwam ik voor het eerst in jaren nog eens in een speelgoedwinkel. De Sint breng mijn leerlingen woensdag namelijk een geschenk dat ik eerst zelf in de winkel moet gaan kopen. Veel suggesties had ik niet gekregen. Iemand wenste een lederen bal, maar op onze speelplaats kan daarmee niet gevoetbald worden. Dus werd er beslist een gezelschapsspel aan te schaffen. De aankoop duurde echter een stuk langer dan ik had verwacht, want ik had geen idee dat er zoveel gezelschapsspelen bestonden. Nochtans kende ik ze bijna allemaal, maar ik had nog nooit stilgestaan bij dat ruime aanbod. Eén leerling had me voorgesteld ‘bobbit’ te kopen, mij onbekend en tevens uitverkocht. Dus stond ik voor een moeilijke keuze. Zou ik het wagen met Scrabble te komen aanzetten? Ik denk het niet. Elke zichzelf respecterende basisschool heeft trouwens al een Scrabble in huis. Cluedo? Risk? Uno? Trivial Pursuit? Respectievelijk te saai, te complex, te goedkoop en te weinig uitdagend. Ik kon maar niet beslissen, en werd dan nog eens afgeleid door gezelschapsspelen die ik zelf ook wel graag speel. Maar dit zou geen geschenk voor mezelf worden.

Of toch een beetje? Uiteindelijk is het het alombekende De kolonisten van Catan geworden. Speelgoed van het jaar in 1999, intussen razend populair, en ik ben er zeker van dat ik veel van mijn leerlingen (11- en 12-jarigen) er voor zou weten te interesseren. Misschien een klastornooi organiseren – waarbij ik dan uiteraard zelf ook meespeel? In afwachting ga ik volgend weekend alvast oefenen op de tweede editie van Catanmania, een dertig uur durend speelfeestje dat de door Catangeobsedeerde Cami op poten zet.





Speelt goed

4 11 2006

De Standaard bericht vandaag over een verontrustende evolutie in de speelgoedsector. Speelgoed verjongt. Wat tien jaar geleden voor kinderen van 10-12 jaar geschikt was, is nu bedoeld voor kinderen van 8 tot 10 jaar! Op die manier wordt de doelgroep voor elke soort speelgoed natuurlijk steeds jonger. Waar bv. lego vroeger kinderen tussen 5 en 12 kon boeien, lukt dat nu nog amper voor kinderen tot 10 jaar. En dat terwijl zelfs volwassenen eigenlijk nog graag met de beroemde blokjes spelen. Hoeveel tijd wordt er dan nog echt gespeeld in een mensenleven? En dan heb ik het dus niet over videospelletjes. Die hebben wel een functie, maar zorgen ook voor eenzijdigheid. Want de nieuwe soorten speelgoed die verschijnen, bieden vaak toch veel minder speelmogelijkheden. Zo zijn er nu ook knuffelbeesten waar een LCD-scherm in zit! Kan uw kind lekker een tekenfilmpje bekijken terwijl het in zijn bed ligt. Voor kleuters zijn er trouwens steeds meer knuffels beschikbaar die reageren op de omgeving en dus praten, bewegen als ze geaaid worden of zelfs voorwerpen oprapen. Zeer ingenieus allemaal en leve de toekomst, maar in welke mate kan je hier nog echt mee spelen? Hoe meer het speelgoedje kan, hoe minder het kind zelf hoeft te bedenken. Binnenkort speelt het speelgoed dus met zichzelf en zit het kind er passief bij.





1&70?

22 10 2006

Trouwe lezers weten alles al over mijn avonturen bij VTM, maar het vervolg laat nogal lang op zich wachten. Eerst bracht een telefoontje de boodschap dat de opnames van de quiz 1&70 verschoven werden naar 3 november. Vervolgens stond in de krant te lezen dat 1&70 niet het verhoopte aantal kijkers haalde. Ik hield dus alvast rekening met een doemscenario.

Vandaag liet VTM ons weten dat de strenge blondine die ons die dag zo ongastvrij behandeld had, niet langer meer voor de productie werkte. Maar ook dat Koen Wauters zo’n drukke agenda had dat de opnames alweer verschoven dienden te worden! Deze keer naar begin december. ‘Als de show dan nog loopt, nemen we opnieuw contact met u op’, was de afsluiter. Dat lijkt me duidelijk, SveN op VTM is nog niet voor vandaag.

Gelukkig zijn er weldra nog preselecties voor Blokken. Dat hebben we nog niet gehad.