Pasta of pastaniet?

24 11 2008

elsscheppersStel, je doet op televisie mee aan een uitvinderswedstrijd met je zelfbedachte speculoospasta. Je uitvinding wordt flink geprezen, maar de grandioze sliplift gaat met de hoofdprijs lopen. Toch wordt ook je pasta een succes. Vervolgens mag je in diverse media over je uitvinding vertellen en genieten van de roem en rijkdom die de net-niet-overwinning met zich meebracht.

En stel dat een jaar later de zender van plan is opnieuw een reeks van het tv-programma te maken en men vraagt jou als bekendste deelnemer van de eerste reeks om op te draven in de bijhorende promotiespot. Men stelt je daarbij voor je te verkleden in MegaEls en vervolgens ziet heel Vlaanderen je in een rijkelijk van glitters voorziene pakje over het scherm vliegen om bij een doorsnee gezin de pastanood te gaan oplossen. Je staat erbij als iemand in een verkeerd decor en kan je waardigheid net niet redden door ook nog eens slecht te acteren – je bént dan ook geen actrice.

Daar zeg je toch ja op?

(promotiespot De Bedenkers, iedere dag meerdere keren op één)





De triomf van de leeghoofdige kip

2 10 2008

Uit pure gewoonte vormt Studio Brussel de achtergrond tijdens mijn ochtendrituelen. Al jaren. De tijd dat Wim Oosterlinck samen met de hemelse Heidi Lenaerts die ochtend vulde met gezapige nonsens, is al een tijd voorbij. Soit, ik lag er niet van wakker. Peter Van de Veire was een degelijke vervanger van Oosterlinck, maar helaas kon niet hetzelfde gezegd worden van Sofie Lemaire.

Het nieuwsmeisje dat evolueerde tot sidekick werd na verloop van tijd een volwaardig co-presentatrice van Van de Veire, maar al tijdens haar eerste weken slaagde ze er enkele keren in me in het harnas te jagen. Aangezien Heidi Lenaerts zich ook pas na zekere tijd kon ontplooien, wachtte ik geduldig op wat Lemaire nog zou bewerkstelligen. Maar nee, er viel geen evolutie vast te stellen. Integendeel zelfs.

Wat me in de eerste plaats stoort aan Lemaire was dat ze niet al te snugger overkomt. Eén van haar taken was bv. het persoverzicht, waarbij ze dan vertelde wat ze net in de krant had gelezen. Ze deed dit op een overdreven onthullende toon, alsof zij zelf de eerste was die dit nieuws bracht – de rest van de wereld had het intussen eigenlijk zelf al in de krant of het op het internet gelezen. Dat echter terzijde, want wat vooral stoorde, was dat als Van de Veire dan iets meer over een nieuwtje vroeg, Lemaire echt uit de lucht viel. Ze had het artikel in veel gevallen immers niet volledig gelezen en zat dus steeds een trein achter. Veelzeggend was ook dat Lemaire’s enthousiasme omgekeerd evenredig was met de relevantie van het nieuws dat ze bracht. Met andere woorden: hoe onbenulliger het nieuwtje, hoe meer Lemaire er op los kon lullen.

Veel personen en begrippen die tot de algemene kennis behoren, waren Lemaire ook volkomen onbekend. Meermaals hoorde je een stripverhaalachtig vraagteken boven haar hoofd verschijnen en regelmatig kon ze met de mond vol tanden staan tegenover haar spitse presentator. Toen Van de Veire zelfs een keer de uitdrukking ‘boter op het hoofd hebben’ gebruikte, barstte ze in lachen uit. Wat was dat voor een gekke uitdrukking! Hahahaha en hihihihi. Dat is Nederlands, beste Sofie Lemaire met een diploma van Herman Teirlinck. Met verwondering hoor ik haar dan soms zaken uitleggen waarvan je gerust kan aannemen dat iedereen ze al weet.

De interventies van Lemaire waren ook van een opvallend zwak niveau, waar zelfs een kleuterjuf zich zou voor schamen. Haar woordenschat, spreektoon en zinsbouw zijn de eenvoud zelve. Het zijn mensen als Lemaire die op die manier bijdragen aan de verarming van onze taal. Ik hoef ’s ochtends heus geen Walter Zinzen te horen, hoor, maar een minimum aan niveau is wenselijk.

Maar goed, op 1 september pakte Stubru uit met zijn nieuwe programmering. Van de Veire verdween uit de ochtendether en aldus ook Lemaire. Rust keerde weder in huize Sven. Dat het onwetende Sofietje in haar eigen nieuwe programma ‘op zoek ging naar de antwoorden op de vragen die zij zich stelt’  vond ik behoorlijk ironisch – dat zou een programma van lange duur worden - maar dit alles zou zich buiten mijn gehoorsveld afspelen, dus who cares.  Doch Stubru ijvert voor de rechten van het kippetje. Linde Merckpoel mocht immers haar intrede doen als sidekick van Tomas De Soete. Lekker gibberen en kletsen van ’s morgens vroeg zonder ook maar enig zinnig woord te verkopen. Ook Linde nestelt zich dolgelukkig in de rol van onwetende bijzit, kul verkondigend alsof haar leven er van afhangt. Nogmaals, sociologische beschouwingen of filosofische bespiegelingen hoeven echt niet, maar de gemiddelde luisteraar is toch ouder dan 12?

Onlangs meldde Linde dat de lottoformulieren groter zouden worden. ‘Er komen twee roosters bij’, zo legde ze uit. ‘Maar of je dan meer cijfers mag aankruisen, weet ik niet’. Ik heb mijn bedenkingen bij zo’n berichtgeving. Als je iets niet weet, zeg dat dan niet, tenzij er naar gevraagd wordt. Maar vooral: als je dan toch een nieuwtje wil brengen, informeer je dan toch degelijk!? En dan nog: denk eens na. Ooit al eens een lottoformulier bekeken? Also sprach Meester Sven.

Eigenlijk staan Lemaire en nu Linde symbool voor een nieuw slag grieten dat zijn sexe oneer aandoet. Niet alleen omdat ze onnozel of leeg zouden zijn, maar voornamelijk omdat ze zich met zoveel graagte wentelen in de rol van onwetende sidekick. Het mikpunt van de grappen, de giechelende maar naïeve assistente van de alwetende presentator. Het soort vrouwvolk dat tevreden is met een bijrol. Dat zich laat bevoogden en sturen, laat inpalmen en foppen. Stelt dit de huidige generatie jonge vrouwen voor? Met Roos Van Acker had je het niet moeten proberen. Ook Heidi Lenaerts stond waardig boven de nonsens van haar co-presentator. Dat is stijl.

Laat ik mijn dag nu vergallen omdat één of ander simpel ding de krant niet zorgvuldig leest of alomtegenwoordige begrippen niet kent? Natuurlijk niet. Tegenwoordig zap ik zelfs weg. Maar voor we weer aan de discussie beginnen over ’de knop omdraaien’ of ‘negeren’, wil ik het recht opeisen goede radio te mogen aanhoren in de ochtend. Ik weet al lang dat ik dat niet zal vinden op Q (dat is pas peuterradio). Maar dat de (al lang geleden begonnen) verschuiving van Studio Brussel naar de middelmaat zich steeds duidelijker manifesteert in de aanwerving van presentators van kinderlijk niveau (zie ook Siska Schoeters, Ann Lemmens en Steven Lemmens), vind ik beklagenswaardig. Of is het omdat ik zelf ouder word en ik niet meer tot de doelgroep van deze ‘jongerenzender’ behoor? Welnee! De verwerpelijke, recente promotiestunt waarbij met gulle hand auto’s werden weggeschonken (door een zender die vorig jaar nog actie voerde voor een gebrek aan drinkwater, lees vooral de rake column van Tom Naegels hierover, in De Standaard van 27/9!), richtte zich zelfs op ouders van tieners! Het jongerenpubliek wordt steeds minder interessant gevonden en dus moet er vooral zo mainstream mogelijk uit de hoek gekomen worden. En dus hou je het taalgebruik simpel en de inhouden luchtig. Over de muziek spreek ik me al helemaal niet uit, het verschil is bij het zappen niet eens meer te merken.

En zo is dit is nog eens een lekker verzuurd stukje.  





De Straf van de Madammen

22 10 2007

madammen.jpgHet begrip is al een lange tijd in de mode: ’straffe madam’. BV’s en Missen slingeren dit compliment tegenwoordig te pas en vooral te onpas in het ijle. Daarbij valt vooral op dat de term ‘toffe madam’ of ’straffe madam’ meestal wordt gebruikt door vrouwen zelf en dit meestal om het type dame te complimenteren dat iets ‘doet’ of ‘kan’ (B.v. Goedele Liekens) in plaats van gewoon iets te ‘zijn’ (B.v. Tanja Dexters). Waarmee ze zowel in het gevlei trachten te komen van deze madam door haar werk te complimenteren maar tegelijkertijd een steek onder water geven omdat ’straffe madam’ uitsluit dat je nog een ‘babe’ wordt genoemd.

Nu ja, ze doen maar. Een ergernis wordt het pas als men van dat begrip ook een concept wil maken. De Madammen is namelijk een nieuw programma op Radio 2 (bestaat die nog??) en de spot daarvoor wordt tegenwoordig wel erg vaak op televisie vertoond. En telkens als ik hem zie, vraag ik me weer af welk bejaardenclubje dit concept bedacht heeft.

Eerst en vooral die titel. De Madammen. Niet alleen eens te meer een stap in de richting van de algemene aanvaarding van de tussentaal, maar verder ook gewoon een leeg, idioot begrip. En het concept! We kunnen uit de spot zo wat afleiden wat een ‘madam’ is: “iemand die met beide voeten in het leven staat. Het echte leven”. Het zijn dus geen nonnen, maar ook geen domme blondjes. Geen meisjes en geen wijven. Vrouwen. Of beter gezegd: vrouwmensen. Zo noem ik het soort halve moekes die het gewoon niet in zich hebben een persoonlijkheid te ontwikkelen en bij gebrek aan beter dan maar doen wat de massa doet. Nochtans zou De Madammen een personalityshow zijn. De inhoud van het programma bevestigt mijn vooroordeel echter: gastronomie, wellness, toerisme, huis- en tuin, gezondheid, trends en media, … Kletspraatjes dus.  De Libelle op de radio. Goed, een praatprogramma kan je niet blijven heruitvinden, maar ik vind De Madammen al bij voorbaat gedateerd.

De spot zelf illustreert dat ook. Bekijk hem hier en let op de enscenering van wat Madammen zoal doen. De clichés spatten van het scherm. Die stereotiepe opvoering van wat we als een ‘toffe madam’ moeten aanschouwen. Die banale houding (gekruiste armen, hand onder de kin, …) waarmee deze vrouwen hun zelfstandigheid en stoerheid uitbeelden. De slaapverwekkend vertrouwde mix van onderwerpen. Ilse Van Hoecke, nu al verbannen naar het Radio 2-rijk. Anja Daems, uit een vergeetput gehaald om meteen in een nieuwe gedropt te worden. Zouden zij met hun truttige gedoe ook maar één madam weten aan te spreken om naar hen te luisteren? 

Ik luister nooit naar Radio 2 dus het hoeft mijn zorg niet te zijn. Maar zolang die onnozele spot het scherm bevuilt, trek ik van leer tegen de zoveelste debiliteit.





Groene pretentie

6 12 2006

Het rustige Haaltert – waar tot op heden nog steeds geen nieuw bestuur gevormd werd - slaap rustig verder dames en heren politici – heeft er sinds enige tijd een opzienbarend staaltje van zelfverheerlijking bij. Aan het postkantoor prijkt een groen gedrocht als ode aan zij die hun leven gegeven hebben voor de aanleg van een nieuw dorpsplein. Nu ja, niet meteen hun leven, maar toch heel wat goed betaalde overuren. De groene zuil, een op creatieve wijze omgebouwde colletor die over was van de heraanleg van de rioleringen, eert namelijk alle mensen die zich ingezet hebben voor dit plein. Van ontwerper tot werkman, van administratief bediende tot poetsvrouw, allemaal kunnen ze hun naam zien prijken op dit ‘monument’. Verder werd natuurlijk het zichzelf ophemelende schepencollege vermeld, uiteraard met de familienaam vóór de voornaam. Tenslotte prijkt ook het kersverse, spuuglelijke en geheel stijlloze logo van de gemeente op de zuil.

Dat de gemeente zijn medewerkers eens in de bloemetjes wil zetten, is een mooi staaltje personeelsmanagement (dat moet nieuw zijn in Haaltert).. Dat men daarvoor zwerfvuil gebruikt, zal schepen Verbestel zeker appreciëren. Maar enige kritische kanttekeningen zijn toch nodig. Allereerst is het maar de vraag wat er eigenlijk zo bijzonder is aan de aanleg van een plein? Een feestelijke inhuldiging, tot daar aan toe, maar eigenlijk doet ons bestuur en het personeel toch gewoon wat van hen verwacht wordt? Blijkbaar menen de initiatiefnemers dat de aanleg van dit plein een grootse daad is, waarbij de menselijke vermogens flink overschreden werden, een heldendaad zowaar, die beloond moet worden met eeuwige roem. Dat brengt ons bij de aard van de waardering. Geef die medewerkers bloemen, champagne, nog meer betaalde overuren desnoods, maar ga alsjeblieft niet over tot een wel zeer gênante publiekelijke ode die volkomen buiten proportie is. Hou uw ophemeling binnenskamers. Eigen lof stinkt en meteen is de symboliek van de rioolbuis duidelijk.

Zo’n idee toont eens te meer aan dat het Haaltertse bestuur niet met twee voeten in de realiteit staat. Onder de Haaltertse luchtbel, klinkt het applaus voor zichzelf des te luider. Het Haaltertse bestuur leeft in een droomwereld waarin vooral vergaderd, besproken en getoast wordt en als er dan effectief iets gebeurt, moet dat flink in de verf gezet worden. Zeker net voor de verkiezingen. Gelukkig kunnen onze machtshebbers nu weer enkele jaren uitrusten.





De teenslipper

13 07 2006

Bij ons is de teenslipper al lang geen nieuw fenomeen meer, maar toen ik vorig jaar New York bezocht, viel het me op dat daar nog veel meer mensen met die dingen aan hun voeten liepen. Intussen hebben de Belgen de Amerikanen bijgebeend en worden er bij ons volop teenslippers gedragen. Aannemelijk: minder schoen kan je gewoon niet dragen en met het zomerse weer zijn frisse voeten zeer deugddoend. Ik loop dan ook af en toe zelf rond op teenslippers. Anderzijds: het blijft toch nog altijd een beetje aanvoelen alsof je op pantoffels loopt. Alsof je de deur uitgegaan bent zonder schoenen aan te doen. Doet me zelfs wat denken aan de klassieke droom waarbij iemand in pyama of op pantoffels naar school gaat.

Maar de meeste mensen lijken geen last te hebben van enige schaamte. Nochtans staat het niet overal om teenslippers te dragen. Niet dat ik strenge kledingeisen heb voor de mensen om me heen, maar het legt de lat weer een stuk lager wat enig verzorgd voorkomen betreft. Uiteindelijk wijst zo’n teenslipper er op dat de meeste mensen liefst van al zo eenvoudig en gemakkelijk mogelijk gekleed zouden gaan. Nog een stap verder en mensen stappen zo vanuit hun bed de straat op. Zondagmorgen bij de bakker eens om u heen kijken en u weet wat ik bedoel. Of de marktbezoekers in Haaltert eens observeren. De kans is klein dat u aan iemands lichaam een kledingstuk aantreft dat recenter is dan 1999 of meer gekost heeft dan 5 euro. Af en toe mag het toch ook eens iets meer zijn, niet? Mooie kleren hoeven trouwens niet duur te zijn. Wat dat betreft, haalt die teenslipper de norm weer een stuk naar beneden. In de Free Record Shop in Gent staat de gerant van de winkel gewoon in zijn onderhemdje. Moet dat echt?

Ikzelf kan die teenslipper niet overal dragen. Het voelt te nonchalant en te slordig aan, al heeft dat niets met fatsoen of etiquette te maken. Mij zal je dus niet snel buiten de deur zien op die zolen. Al geef ik grif toe dat ik er vorige week meerdere keren mee naar de bioscoop gegaan ben. In het donker laat je zo’n slipper makkelijk van je voet glijden om dan blootsvoets verder te kijken en je het dus des te comfortabeler te maken. Dat andere mensen met zo’n teenslippers op restaurant gaan of waar dan ook, moeten ze zelf weten. 

Echt handig zijn die dingen verder ook niet. Er mee fietsen is moeilijk, in de massa gaan staan gevaarlijk en zelfs een iets langere afstand mee lopen is af te raden. En dan hebben we het nog niet gehad over de vele smakeloze, lelijke of al te goedkope modellen! Maar wie weet zijn deze dingen binnen twee zomers weer passé.