Voor alle duidelijkheid
9 06 2008Reacties : 4 Commentaar »
Categorieën : Communicatie, Taal
Sarah: ‘Hier zijn wel veel pittakoten in de straat zeg!’
Caroline: ‘Ja, ze groeien echt als spruiten aan de muur!’
Lezer Tom Lievens heeft gelijk: ik zaag de laatste tijd veel te weinig. Ik blog te weinig tout court. Ik heb niets te melden. Gelukkig blijven de televisie en de bijhorende persoonlijkheden ons dagelijks zulke dusdanige nonsens en onzin brengen dat er altijd wel iets te schrijven valt.
Dat Wendy’tje en haar door een bevriende televisiezender geschonken verloofde een kind verwachten is haast potsierlijk omdat ik me niet van de indruk kan ontdoen dat dit wijf ooit aan iets anders denkt dan haar onbestaande carrière. Dat Tom Boonen het aangelegd heeft met een 16-jarige vind ik niet meteen stuitend, dan toch bedenkelijk. Dat de 18-jarige dochter Planckaert een tweede keer bevallen is, hoeft mijn zorg niet te wezen, ware het niet dat het kind voorzien werd van een de zoveelste bespottelijk naam. Ergst van al is dat al de bovenstaande feiten ook nieuws zijn terwijl ik liefst van al zou hebben dat ze zich ettelijke lichtjaren buiten mijn waarneming zouden afspelen.
Tijd voor wat cultuur, oprecht drama, soberheid dus: Canvas kijken misschien? Niet dat er alternatieven zijn, of u moet naar een aflevering van het amateurtheater 16+ willen kijken of op VT4 willen vaststellen dat een kandidate uit een koppel-realityshow voor de charmes van de cameraman van haar eigen serie gevallen is. De vierde wand doorbreken, noemen ze zoiets. Nee, De film van mijn leven dan maar, waarin Lieve Blancquaert mensen bezoekt die vele jaren eerder het onderwerp van een documentaire waren en nu wil ontdekken hoe het met hen afgelopen is.
Het concept vind ik niet slecht, al ben ik eigenlijk niet geneigd te kijken. In de meeste gevallen is er met die mensen niets noemenswaardig meer gebeurd en beperkt het programma zich tot een terugblik. Ik keek dan ook niet meteen voor het onderwerp, maar omdat de trailers die ik van deze aflevering had gezien een klein alarmbelletje deden rinkelen. Er is immers maar één ding verkeerd aan dit programma en dat is Lieve Blancquaert zelf.
Als fotografe kent ze ongetwijfeld haar stiel, maar evenmin als het om een bloemist of tandarts zou gaan, verwacht ik niet dat een fotograaf in staat zou zijn op behoorlijke wijze een programma te presenteren. Het begint al met de klassieke ergernis: het taalgebruik. Lieve Blancquaert is namelijk de zoveelste in het rijtje (Goedele Liekens, Evi Gruyaert, Sergio, …) die op televisie geen enkele moeite meer doet om behoorlijk Nederlands te spreken. Bij Lieve Blancquaert klinkt dat aldus: ‘Zijde dan eel zenuwachig?’, ‘Ik zien dat ier in ene keer!’ of ’Vondet nie raar?’. Discussies over de naturel van een gesprek zijn overbodig: dit hoeven we als kijker niet te pikken. Als Lieve Blancquaert niet zonder dat verkavelingsvlaams kan of meent deze volkse manier van spreken nodig te hebben voor een gezellig gesprek, is ze ongeschikt voor deze job.
Helemaal onvergeeflijk wordt dit wanneer Blancquaert deze stijl combineert met een naïef-oppervlakkige vraagstelling en bijpassende opmerkingsgave. Blancquaert manifesteert zich als een weetgraag tantetje of bomma, of erger nog, een nieuwsgierige buurvrouw die maar op je zetel blijft zitten. Haar vragen zijn niet bepaald slecht, maar krijgen in de vraagstellingstoon een lading dramatiek, sensatiezucht of platte nieuwsgierigheid mee die vooral informatie opleveren die we eigenlijk niet willen horen. Blancquaert fungeert in dit programma niet als doorgeefster naar een publiek, maar puur als bemoeialig kletswijf. ‘Amai!’, stiet ze op een bepaald moment om wat voor reden dan ook uit, een kreet die mij de indruk geeft van geforceerde interesse of oprechte verbazing. Hier moet sprake van het tweede, want ik twijfel niet aan Blanquaert’s engagement. Maar die stijl roept bij mij helaas vergelijkingen op met wijdogige viswijven die op de markt aan het roddelen zijn.
In de voice-over heeft Blancquaert meer aandacht voor haar taalgebruik, maar toch blijft ze op zo’n dergelijk familiaire toon brabbelen dat ik me afvraag tegen wie ze het heeft. Zit haar moeder misschien naast haar en brengt ze die persoonlijk verslag uit van haar bezoekjes? Zo klinkt het toch.
Canvas hoeft voor mij geen ontoegankelijke elitezender te zijn. Maar een baken van degelijkheid en intelligentie zou het wel mogen zijn. En voor de slechte verstaanders: ongetwijfeld is Lieve Blanquaert een sympathieke ‘madam’ en natuurlijk ken ik haar niet persoonlijk. Maar misschien kan ze in de toekomst toch maar beter iets voor Vitaya gaan doen?
Een stagiaire vroeg me vandaag of de leerlingen zomaar uit het hoofd moesten weten wanneer de winter begon. Want ‘dat wist zij zelfs niet!‘.
Op het nabije winkelcentrum prijken tal van affiches ‘De Sint en zijn fanfare komt op 1 december!’.
Zucht.
Drie kinderen zitten aan een tafel te praten in de klas.
Kind 1: Stel je voor dat je zou moeten blijven dubbelen!
Kind 2: Blijven dubbelen is erg.
Kind 3: Ik ga nooit moeten blijven dubbelen.
Ik (leerkracht die niets met het gesprek te maken heeft): Zeg, jongens, eigenlijk klopt dat niet wat jullie zeggen. Ofwel ben je ‘blijven zitten’ ofwel ‘dubbel’ je. Maar je kan niet ‘blijven dubbelen’, want dan gebruik je twee uitdrukkingen door elkaar!
Kind 2: Grrrrrrr! Sven, stop met uwen commentaar!!!
Kind 1: Gij dommerik! Ik zeg ’blijven dubbelen’ en daarmee gedaan!
Kind 3: Dat is kindertaal! Daar weet gij niks van!
Kind 1: Wij zeggen wat we willen!
Leerkracht druipt af…
In de bioscopen van de Kinepolisgroep draait al een eeuwigheid een reclamespotje waarin de Ladies@The Movies-actie wordt gepromoot. Dit is een filmvoorstelling waarop enkel vrouwen welkom zijn. Het spotje irriteert me. Mateloos. Ik wil het nooit en nooit meer zien of horen.
Wat is er zo vreselijk aan?
Er zit om te beginnen te veel Engels in. Om cool te doen. Onuitstaanbaar. ‘Geen misters, enkel sisters!’ Braaaaaak. ‘No misters, only sisters’ had nog beter geklonken. Maar hier is het uitgangspunt dat ‘misters’ en ’sisters’ deel uitmaken van onze dagelijkse woordenschat. En dat is natuurlijk niet zo. Hetzelfde doet zich tegenwoordig overigens maar al te vaak voor met het woord ‘kids’. Terwijl er echt wel niets verkeerd is met het woord ‘kinderen’. Dit terzijde. Nee, misters en sisters dat rijmt en dus moeten we maar mee in die idiotie. Want dat bekt zo lekker. Nochtans verhoudt het woord ‘misters’ zich tegenover ’sisters’ als pakweg ‘banaan’ tegenover ‘wijn’. De persoon die deze tekst geschreven heeft, is een stomme lul.
De dames krijgen ook allemaal een ‘goody bag’. Tja, ‘verrassingspakket’ legt de lat meteen zo hoog, natuurlijk. Terwijl ‘goody bag’ toch zo’n beetje als ‘doggie bag’ klinkt en je dus niet teleurgesteld bent als er enkel een rolletje muntjes, een oude Flair en een handvol cadeaubonnen en reclamefolders met parfumstaaltjes blijken in te zitten.
En dan is er de toon van dit filmpje. Samenzweerderig. Vrouwelijk stoer. Met zo’n beat er onder om huismoeders en veertigplussers af te schrikken. Machisma op maat van de Libellelezeres. Bespottelijk eigenlijk.
Dit om de onderliggende boodschap te benadrukken: Kinepolis meent blijkbaar voor de doorbraak van een nieuw vrouwenrecht gezorgd te hebben: het met vriendinnen naar de cinema gaan. Er wordt nog net niet vermeld dat u de keukenschort mag thuislaten. Tjongejonge, dames, misschien krijgt u zelfs toestemming van uw echtgenoot of vriend en hoeft u na de afwas niet stiekem door het keukenraam te glippen! En dan nog zo’n goody-bag erbij! Nounou, wat een verwennerij. En dat voor maar 9 euro! Vrijheid kost tegenwoordig geen geld meer.
Nee, ik walg van dit spotje en helaas word ik er elk bioscoopbezoek mee geconfronteerd. Ik kijk weg en tracht mijn bewustzijn even te verliezen. Bij de ‘misters en sisters’-zin ram ik mijn vingers zelfs zo diep mogelijk in mijn oren, wat de mensen rondom mij er ook mogen van denken. Of ik ga heel hard tegen mijn gezelschap praten om het maar niet te horen. Ik zou me afvragen wie zulke belachelijke promotie bedenkt, maar ik weet intussen welk soort volk het is, de reclamebedenkers.
Ik vraag me hier bij aansluitend maar meteen af of dit gedoe eigenlijk wel succes heeft. Moet u, dames, per se zo’n initiatief voorgeschoteld krijgen om met de vriendinnen naar de bioscoop te trekken? Bovendien zou de keuze van de film u doorgaans moeten beledigen. Onnozele komedies met Drew Barrymore of inhoudloze fun met de Hunk van de Maand. Das Leben der Anderen of Zodiac zou wel eens een beroep op uw hersenen kunnen doen.
U moet het natuurlijk zelf weten, dames. Ik kan het mis hebben. Weetikveel hoeveel kip er in een vrouw zit? Kakelen en in toom blijven, is misschien net leuk? Lees hier maar eens een ooggetuigenverslag en u krijgt een heel andere indruk.
Vandaag stond ik al om 7u30 op de trein naar Antwerpen te wachten, met een zwaar hoofd van te weinig slaap. Ik werd verwacht in het vormingscentrum van Malle om er te spreken over filmkritiek. Mijn publiek zou bestaan uit juryleden van wedstrijden voor niet-professionele kortfilms. Men stelt namelijk vast dat die een film te vaak op een technische manier beoordelen en daarom zou hen eens verteld worden hoe een ‘echte’ filmcriticus dat nu doet.
Ik moet dat wel meteen in een context plaatsen. Ik ben immers geen journalist. Maar men wilde tegenover Freddy Sartor, een gevestigde waarde in het filmlandschap (de hoofdredacteur van Filmmagie), graag een jonger iemand zetten met een andere kijk op filmbeoordelingen. Dat zou gebeuren aan de hand van een recensie voor een kortfilm, waaruit dan criteria konden gedistilleerd worden om te bepalen welke kwaliteiten een film heeft.
Om half tien bereikte ik eindelijk het schitterend gelegen vormingscentrum, zo’n typisch in rustgevend groen gelegen gebouwencomplex, waar allerlei aula’s, zaaltjes en ateliers ter beschikking staan voor wat voor cursus of vorming dan ook. Ik had nog geen idee wie mijn publiek precies zou zijn en ik zat ook een beetje met een knoop in mijn maag. Ik mag dan wel elke dag voor de klas staan en ik praat graag, maar zomaar even een ‘lezing’ komen geven, ben ik niet gewend.
Ik werd vriendelijk ontvangen door een hippe vormingsmedewerkster en werd vervolgens een zaal vol senioren binnen geleid. Nu ja, dat is wat overdreven, maar ik ben vrij zeker dat de gemiddelde leeftijd van het vijftigkoppige publiek bijna zestig was. Ik zag grijze haardossen en gouden brilmonturen en zelfs een permanentje! Welkom in de wereld van de amateurfilmer.
Freddy Sartor mocht van wal steken. Hij deed dat professioneel, raakte al snel enkele punten aan waar ik het volkomen mee eens was en die ik zeker zelf ook wou aanbrengen en kruidde zijn betoog met weetjes en informatie uit de filmgeschiedenis. Ik kwam intussen wat tot rust en stelde vast dat de kans op gezichtsverlies niet zo groot was als ik in mijn ergste nachtmerries wel eens had kunnen dromen. Dit waren aardige mensen die geboeid waren door het proces van filmkritiek.
Toch had ik alweer klamme handjes toen het zover was. Uiteindelijk was ik zowat de jongste in de zaal en hoewel ik wel wat op papier had staan, was ik niet erg zeker van wat ik allemaal zou vertellen. Zou ik 40 minuten kunnen volpraten? Maar ik kon mezelf tot rust brengen. Ik nam me voor gewoon te doen alsof ik voor de klas stond en het lot speelde me even in de kaart. Door een technisch probleem kon het door mij gekozen filmpje niet worden vertoond (wat me ’s ochtends meteen was meegedeeld), dus ik besloot eerst het filmpje aan het publiek te beschrijven - wat nodig was aangezien het als kapstok fungeerde voor mijn betoog. Met mijn kalmste vertelstem beschreef ik wat er in het filmpje te zien was. Ik maakte oogcontact met iedereen en zag al enkele dames grootmoederlijk glimlachen naar mij. Al snel vloeide uit de vertelling mijn hele toespraak voort. Hier en daar vergat ik even mijn punt (wat me wel vaker overkomt als ik iets uitleg) en soms betrapte ik mezelf op een herhaling. Ik excuseerde me zo nu en dan even voor een mogelijke onsamenhangendheid, maar vooraf was dan ook gezegd dat je het proces van een film beoordelen niet simpel kon samenvatten. Maar ondanks de paar steekjes die ik liet vallen, zag ik de mensen gretig noteren wat ik brabbelde. Op het moment dat ik vreesde even de aandacht kwijt te raken met al te analytische beweringen, liet ik een filmtip of een persoonlijke belevenis opduiken en meteen werd de zaal weer alert.
Toch zie je ook veel mensen onbewogen blijven. Ze vervelen zich, denk ik dan. Of ze verstaan er niets van en dat ligt aan mij. Ik praat wartaal. Gelukkig had ik aan het begin van de lezing gezegd dat ik vooral mijn persoonlijke ervaring kwam beschrijven, en niet zozeer een cursus of handleiding kwam geven. Niet alleen dekte ik me op die manier in tegen eventuele ontevreden luisteraars, ik wou ook niet de pretentie hebben de wijsheid in pacht te hebben.
Ik had zo af en toe aan de mensen in de zaal een vraag gesteld, waar weinig reactie op kwam. Zo vroeg ik onder wat voor genre de meeste niet-professionele kortfilms te categoriseren vallen. ‘Op 22 september is er finale, kom maar kijken’ gromde een oudje op de laatste rij. De rest van de zaal deed er het zwijgen toe, mijn vraag bleef onbeantwoord. Maar ik raakte geenszins van slag. Intussen had ik het, zoals gewoonlijk bij lange uiteenzettingen, warm gekregen en vertoonden mijn wangen een flinke blos. Ik genoot dus ook wel van mijn ‘optreden’. Uiteindelijk probeer je je passie over te brengen naar een publiek. Niet allemaal makkelijke mensen. Zo kampt de organisatie van de nationale competitie voor niet-professionele kortfilms met een aantal kleine problemen. Die draaien dan rond het geven van punten of de beschikbare tijd voor het bekijken en evalueren van de films. En hoewel mijn uitleg leek geapprecieerd te worden, kwam de zaal in het gesprek achteraf toch al snel weer terug op die vervelende situatie, alsof alles wat ik verteld had van geen belang was en hen geen stap vooruithielp. In de Gloria kwam even om de hoek piepen (’Wij mogen die films maar ene keer zien meneer! En die film die gij bespreekt hebt ge wel 5 keer gezien!);
Eén aandachtig luisteraar wist me op het einde vriendelijk maar kordaat te counteren door me te wijzen op een contradictie in mijn betoog, maar dat vond ik niet erg. Ik vertelde de mensen eerlijk dat ik het ook niet allemaal wist en deze lezing en een confrontatie met een onbekend publiek voor mij ook leerzaam waren in het bepalen van de manier waarop ik films beoordeel. Daar won ik veel goedkeuring mee en ik kon tevreden afsluiten. Met een applausje.
Op zich lijkt het spreken voor een publiek dat je al dan niet kent, niets bijzonder. Toch was ik best nerveus, al stond ik wel open voor de ervaring. Ik gaf mezelf toch een schouderklopje met de gedachte dat echt niet iedereen het er zo vlot van af zou brengen in deze situatie. Spreken in het openbaar is een kunst die ik nog lang niet beheer, maar ik ben vandaag toch niet door de mand gevallen…
Er waren heel wat vragen uit het publiek.
Del
in de cel
Slecht opgevoed,
in de petoet
Hotelgajes
in de bajes
Leeghoofd
van vrijheid beroofd
Brokkelpak
in de bak
Glamourslet
op slot gezet
Weinig lol
voor de snol
Celebritytang
in het gevang
Doos in de doos
Dag,
We zou graag informeren juliie dat de pers visie van deze namiddag is verandert. Het is de film “MIMZY” dat zal toon zijn bij Sony om 14h.
Dank u,
BELGA FILMS
Als dat geen fatsoenlijke communicatie is!
Gisteren waren vijf minuten Thuis weer voldoende om me de kast op te jagen. Frankietje vertrok namelijk naar ‘het pensionaat’, zoals de ongeletterde werkmens Cois kwam te zeggen. Ook Simonneke, die het tot op dat moment steeds over ‘internaat’ had gehad, bezwoer Frankie vanaf dat moment zijn best te doen ‘op het pensionaat’.
Ik vraag me echt af of die acteurs menen dat ze natuurlijker en realistischer overkomen als ze zulke oubollige woorden in de mond nemen. De loodgieter, de kuisvrouw, de vuilnisman: als ze maar stereotiep neergezet worden als onbeschaafd en plat volk. Simonneke kun je tegenwoordige zelfs al meer en meer betrappen op ”Dat is just’ waar ze vroeger zeker nog ‘juist’ zou gezegd hebben.
Uiteraard is het niet de eerste keer dat ik hierover mijn beklag doe (ook hier), maar de fantastische Els Dottermans, een actrice die zowat alles geloofwaardig kan spelen, zei onlangs in een interview dat dialectsprekende acteurs eigenlijk voor een gemakkelijkheidsoplossing kiezen, want dat je eigenlijk geen dialect nodig hebt om natuurlijk of in dit geval, volks, over te komen. Volgens haar is dialect (en dus geen verkavelingsvlaams) ten hoogste nuttig om de kijker aan het lachen te brengen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Steph Goossens, die Cois speelt, zo populair is in Vlaanderen. Jammer wel dat je hem desondanks geen acteur kan noemen.
Tijdens de ppm heeft Boris een pdf-bestandje over mdf-platen op zijn usb gezet.
Zegt het ene zesjarige meisje tegen het andere: ‘Laura, gij voze trut!’
Qua conversatie op volwassen niveau kan dat wel tellen.
Waarbij Laura uiteraard een fictieve naam is.
Eén van mijn stokpaardjes dient nu maar eens fatsoenlijk uitgelegd worden. ‘Doorgaan’ en ‘plaatsvinden’ betekenen niet hetzelfde en de meeste mensen hanteren ‘doorgaan’ verkeerd. ‘Doorgaan’ betekent immers: ‘ondanks moeilijkheden en bezwaren toch plaatsvinden’. B.v. De vergadering zal toch doorgaan. Of Ondanks de dood van haar hond, gaat het feest toch door. Ook ‘niet doorgaan’ is correct: ‘de bijeenkomst is niet doorgegaan.’
In alle andere gevallen moeten we zeggen: plaatsvinden, plaatshebben, gebeuren, plaatsgrijpen. Of het nu om eetfestijnen, fietstochten of voetbalwedstrijden gaat. U weze gewaarschuwd!
(bron: vrt taalnet)
Een soap kan op diverse niveaus bekeken worden. Ik erger me wel eens aan Thuis, een serie die nochtans bejubeld wordt door de massa. Blijkbaar hanteren de scenarioschrijvers en acteurs van de serie het principe dat werkmensen en kuisvrouwen geen algemeen Nederlands kennen en liefst ook wat plattekes uit de hoek komen. Nu ken ik zelf ook wel wat van die figuren (mijn dorp loopt er vol mee, kom gerust eens kijken op de markt), maar dat wil niet zeggen dat we ons gaan neerleggen bij clichés. De stereotiepe portrettering van b.v. poetsvrouw Nancy (gespeeld door Ann Pira) en loodgieter Cois (gespeeld door de razend populaire Steph Goossens, een acteur die enkel zichzelf lijkt te kunnen spelen ), komt in grote mate tot stand door hun taalgebruik. We verzamelen hier de platste, boertigste en meest ridicule uitspraken waarvan de acteurs en scenaristen blijkbaar denken dat ze nog steeds voorkomen.
Cois vreest dat Simonneke wel eens heel erg zou kunnen schrikken: ‘ze krijgt begot een crise cardiaque!’
Nancy ziet Eddy heel graag:
‘Ik em da kinneken wel gemoakt omdak u geiren zie!’
Werkmensromantiek…
Cois ziet de ernst van een faillissement in:
‘Da moet ge toch eerst zelf on d’hand emmen om te weten wa dat is!’
Cois excuseert zich:
‘Ge moet mij na echt pardoneren!’
Nancy vertelt dat ze zwanger is:
‘Eddy, ik zèn in poziesse’
(Speelt ‘Thuis’ plots in 1949?)
Cois heeft het over een ruiker bloemen
‘nen bloemekee’
Simonneke verwijst naar Marianne
‘Die madam van den doktoor’
(standenverschillen moeten er zijn)
Frank:
‘Ik kan daar echt niet tegen, de miserie van een gasthuis’
(de werkmens kent het woord ‘ziekenhuis’ nog niet)
Cois heeft over zijn verontschuldigingen::
‘Ik heb me toch verexcuseerd?’
Nancy:
‘Eigenlijk feitenlijk, …’
( Zijn er echt mensen die dit zeggen?)
Frank:
‘Zit de Cois nog op ‘t gemak?’
(Zo noemt men het toilet in de lagere sociale klasse. Nog een suggestie: ‘de koer’)
Simonne: ‘ne crème-glace eten!’
Wordt regelmatig aangevuld!
U zei?