Wasmeda?

1 12 2009

Wat betekent dit?

Een doodgewoon artikel levert met de afgelopen dagen de hoogste bezoekcijfers op in meer dan een jaar. Wat zich daarachter? Ik tref geen noemenswaardig hoog aantal sites aan waar mensen doorgeklikt hebben, noch is er een gerelateerde zoekterm die opvallend hoog scoort. Ook de cijfers via een onafhankelijke teller geven dit fenomeen aan. Mysterieus!





Jacht op de fietser

2 10 2009

Amper bekomen van het wat van de pot gerukte idee dat men overweegt ons brutoloon te verlagen, vernam ik vandaag dat nu ook de fietsvergoeding voor leerkrachten op de helling komt te staan. Ik fiets uiteraard niet naar het werk omdat me dat geld opbrengt – ik woon zo dicht bij school dat ik daar amper 13 euro voor terugkrijg – maar ik vind het wel een mooie stimulans. En hoewel ik ook zonder vergoeding met de fiets naar school zou blijven rijden, voel ik me lichtjes verontwaardigd dat men het weer zo ver gaat zoeken: waarom moet de leerkracht rechtstreeks benadeeld worden, de al niet zo fantastische betaalde ambtenaar wiens extra voordelen sowieso al in het niet vallen in vergelijking met die van velen uit de bedrijfswereld? Berg dat idee maar snel weer op, beste beslissingsnemers,fiets vooraleer ik nog meer schoolmeesterachtige protestpraat ga uitslaan.

Intussen lees ik ook dat de burger jaarlijks meer dan 34.000 euro betaalt om het jacht van onze vorst te laten bewaken. Misschien moet die ook maar eens wat meer fietsen dan jachten.

Maar goed, het onderwijs zoekt naar besparingen. Dat is een treurig bericht, want hoewel onze school niets te kort heeft, is het toch vaak puzzelen en rekenen. Ik roep de stad Gent echter maar meteen op om eindelijk eens wat te doen aan de gigantische energieverspillingen op de scholen. De verwarming zal binnenkort weer op volle toeren draaien en blijkbaar is het hier in stadsscholen zo dat je niet zelf kan bepalen hoe warm of koud je het precies wil in je school, laat staan in je klas. Dus zitten we te puffen en te zweten, staan we in T-shirt voor de klas en moeten we meer dan eens per dag de ramen open zetten. De verwarming uitschakelen, lost  niets op, want de vanuit een mysterieuze plek aangevoerde warmte blijft gelijk en verspreidt zich dan over een andere ruimte. De warmste plekken op onze school zijn dus de lokalen waar niemand is.

Boekhoudkundig valt één en ander wellicht niet te compenseren,  zo gaat dat bij de overheid. Ik durf er nochtans vanuit gaan dat de verwarming in alle scholen 2 tot 5 graden lager zetten, gigantisch veel meer zal opbrengen dan die lustige fietsers hun kruimels af te pakken.





Bent u al in de stemming?

5 06 2009

Uit onderzoek blijkt dat CD&V de populairste partij is bij 18-jarigen. Ik sta daar lichtjes versteld van. Hoe kan een traditionele, in de praktijk ook conservatieve partij het zo goed doen bij wat verondersteld wordt een kritische doelgroep te zijn? Ik ken niet zo veel 18-jarigen meer, dus ik viseer niemand, maar volgens mij zijn ze met zijn allen lekker dom en mak, die jongvolwassenen.

Ik geef toe niet bijzonder goed op de hoogte te zijn van het programma van CD&V. Zoals wellicht vele honderdduizenden die morgen gaan stemmen en zoals ik vrij zeker en rustig veralgemenend durf stellen, zoals ook al die 18-jarigen. Wat mij dus in de media en propaganda net lichtjes doet kokhalzen, spreekt blijkbaar toch heel wat jongeren aan. Terwijl ik gruwel van het toekomstbeeld van een met christelijke hypocrisie bedekt fatsoen waarmee CD&V’ers ons betuttelen, verheugt dat kwart van die 18-jarigen zich blijkbaar op de huiskamergezelligheid die zo’n bestuur met zich meebrengt. Terug naar de tijd van de lochting en de boterham met smout.

zusterAkkoord, de mensen in wie ik CD&V het sterkst verpersoonlijkt zien, zijn net wat naar de achtergrond verdrongen: Yves Leterme, een klein en bitter mannetje met wie ik enkel een thermos koffie op een plastic tafelkleed associeer en een zondagnamiddagse uitstap naar Geraardsbergen of zo, om maar een uitgestorven gemeente te noemen die met enige fantasie nog als toeristische trekpleister kan fungeren. En daarnaast natuurlijk Zuster M., over wie ik van mijn oversten hier niets meer mag schrijven (maar het internet vindt alles). De lokale Bulstronk die fatsoen meent op te leggen op tirannieke wijze, heeft het bij mij voor eeuwig en altijd verkorven.

CD&V heeft zijn brocanterieën dus even opgeborgen en zet andere gipsen beelden op de voorgrond. Kris Peeters bijvoorbeeld. De media portretteren hem – en nu kom ik even niet meer bij – als de George Clooney van Vlaanderen. Een zeer gebrekkige fantasie van de betreffende journalist (die de mosterd bij Bob Geldof haalde) - Peeters is hoogstens de William H. Macy macyvan Vlaanderen. En dat is dan nog flatterend bedoeld, want Macy is wel een erg goede acteur. Om maar te zeggen: Peeters is inderdaad niet het met gouden brilmontuur en zuur lachje getooide typische CD&V’ertje, maar de glamour van Italiaanse villa’s, martini en nespresso is ver te zoeken. Peeters doet me op zijn best aan een verdienstelijke bankdirecteur denken die ik niettemin van enige beschetenheid zou verdenken. Nee, dan stem ik nog liever voor Jean-Jaques De Gucht, wiens intelligentie, ervaring en zelfzekerheid niet moeten onderdoen voor zijn welbespraakthei… HAHAHAHAHA, ja daar had ik u even liggen.

Mijn stem zal dus zelfs niet in de buurt komen van iets oranje en ik gehoorzaam al evenmin Jean-Luc Dehaene, die ons vraagt niet op de kleine partijen te stemmen. Maar ik zie in mijn stemgedrag alleen maar wat ik in het dagelijks leven zo vaak zie: je hebt de massa en je hebt Sven. Mijn partij zal morgen geen potten breken, maar ik koester de illusie dat ik voor oprechte en degelijke mensen gekozen heb wiens ideeëngoed aansluit bij mijn eigen normen en waarden. Ik vraag van u niet hetzelfde, maar alstublieft, denk toch een heel klein beetje na straks in dat hokje.

 





Even knorren

19 02 2009

Nu ik weer volop van goeie boeken geniet, overviel me onlangs de drang één van mijn favoriete boeken, Bankvlees, te herlezen. Helaas, mijn exemplaar staat niet meer in de boekenkast en ik heb geen idee aan wie ik het uitgeleend heb.

Het moet al lang geleden uitgeleend zijn, want ik mis het toch al maanden. Ik noteer vrij vaak wie wat leent, maar dan vooral wat dvd’s betreft. Nu noteerde ik dus niét. Ik heb weinig boeken, leen ze dus ook nauwelijks uit en lig er dus des te sneller van wakker wanneer er eentje vermist is.

Ik kan daar eens om zuchten, maar ik zit zo niet in elkaar. Ik trek me dat aan en laat er slaap voor. Tracht mijn uitleengedrag te reconstrueren. Maak me héél erg boos op al die leners die maar lenen en lenen zonder mij er eens aan te herinneren dat ze iets van me hebben of een seintje te geven dat ze er nog niet aan begonnen zijn en of ik dus nog even geduld heb. Geduld heb ik in overschot, maar ik wil dan wel weten voor wie.

Ik wil mijn Bankvlees terug. En nu we er toch over begonnen zijn: ook de films Mean Creek, Inside Man, Adaptation, Fear & Loathing in Las Vegas en Where the Truth Lies, stilaan allemaal zowat langer dan een jaar vermist. Aan verschillende mensen uitgeleend.

Ik zou er wantrouwig durven vanuit gaan dat Boris nog over één van de verdwenen objecten beschikt en ik vrees dat ik in dat geval nog veel humeuriger wordt want dan moet ik er zeker nog tot juni op wachten. Maar eigenlijk verdenk ik anderen.

Ja, mijn irritatiedrempel was laag vandaag dus beschouw dit beslist als een knorrig bericht.





We zullen wel zien

3 06 2008

maart 2008:
-Goeiedag, met de klantendienst van de NMBS? Ik wou graag melding doen van schade.
-Ja meneer, waarover gaat het precies?
-Wel, ik heb vastgesteld dat de muur van de parking van het station Dampoort voor een deel is ingestort en op het fietspad ligt.
-Oei, dat gaan we zeker doorgeven. Dank voor uw oproep, meneer.

De volgende dag:
- Met Patrick De Geyter, Coördinatie Werken.
- Goeiedag, meneer De Geyter, u spreekt met Katia Meganck van de klantendienst. We kregen een telefoontje dat er een muur vernield is van de parking aan het station Dampoort. Een deel ervan ligt op het fietspad. Mag ik deze zaak aan u overdragen?
- Neen madam, dat is werk voor de Dienst Gebouwen. Ik kan u niet helpen.
-Oké dank u wel.

- Met Dirk Vandevelde, Dienst Gebouwen.
- Meneer Vandevelde, u spreekt met Katia Meganck van de klantendienst. Er werd ons schade gemeld aan de muur van een parking van het station Dampoort. Kunt u die zaak aannemen?
-Dat is te zien of die parking NMBS-eigendom is of niet. Dat zoudt ge moeten navragen bij de dienst beheer. Zo ja, dan zal mijn dienst het nodige doen, maar anders is het aan de stad Gent.
- Kunnen er dranghekkens voorzien worden om het publiek af te schermen?
- Dat is afhankelijk van het antwoord op de vorige vraag.
- Goed, dank u wel. Ik zal dan eerst naar de dienst beheer bellen.
- Doe dat, maar ‘t is 10 voor 4, daar zal niemand meer opnemen.
- Dan zal het voor maandag zijn.

Vier dagen later.
- Met Oscar Martens, Dienst Gebouwen.
- U spreekt met Katia Meganck van de klantendienst. Ik belde u vorige week over die ingestorte muur op de parking van station Dampoort.
- Dat zal mijn collega geweest zijn, want ik was hier vorige week niet.
- Kan ik dan diegene spreken die ik vorige week aan de lijn had?
- Als u Dirk Vandevelde bedoelt, nee, die heeft een dag sociaal verlof genomen.
- Ah zo. Wel, het gaat over die ingestorte muur op de parking van station Dampoort. Bent u op de hoogte van die zaak?
- Neen.
- Er werd ons gemeld dat een deel van de muur rond de parking van station Dampoort beschadigd werd en een deel ervan op het fietspad terechtgekomen is. Uw dienst zou dat kunnen oplossen?
- Dat is te zien of die parking NMBS-eigend…
- Ja, dat heb ik nagevraagd bij de dienst beheer.
- Goed, dan zullen wij dat zaakje regelen.
- Bedankt

Een halve dag later
-Frans, met Oscar hier. Er zou daar een stuk van muur ingestort zijn aan de parking van de Dampoort. Kunt ge dat eens gaan bekijken en wat opkuisen?
-Ja, jong, ik zit hier vandaag alleen. Morgen is Abdul hier, we zullen dat dan gaan bekijken.

De volgende dag 
- Oscar, ‘t is Frans. Zeg, ik ben eens gaan kijken naar die ingestorte muur en …
- ‘t is Dirk hier. Is dat die muur aan de Dampoort?
- Ja, Oscar had daar gisteren over gebeld.
- Jamaar, zijt ge zeker dat die muur van ons is?
- Daar heeft hij niks van gezegd.
- Aja, wacht dan voor ge d’er iets aan doet.
- Ja maar, we zijn al geweest. Dat zijn zware brokken jong, daar beginnen wij niet met ons blote handen aan. We zullen er wat hekkens rondzetten zeker?
- Dat is goed. Laat het daar voorlopig maar bij.
- Dat zal wel voor volgende week zijn, met dat verlof en die brugdag en al.
-Ja, da’s normaal hé.

Een week later
-Meneer Vandevelde? Met Katia Meganck van de klantendienst. Ik heb u vorige week gebeld in verband met een ingestorte muur aan de parking van station Dampoort. We kregen intussen diverse meldingen over dat puin.
-Ja, we zijn daar mee bezig, maar ik kan geen commando doorgeven als ik geen bevestiging heb van het feit of de NMBS eigenaar is van het terrein.
-Maar dat heb ik vorige week aan uw collega al doorgegeven.
-Oscar? Ah, maar die is met vakantie en ik heb hem nog niet gezien. Zodus.
-Zou d’er eerstdaags dan toch iets kunnen gedaan worden aan dat puin op de rijweg?
-Ik zal zien wat ik kan doen.

De volgende dag.
- Frans, met Dirk hier. Kunt gij hekkens gaan plaatsen rond dat puin aan de Dampoort?
- Ja, maar opkuisen, daar begin ik niet aan hé. Ik heb het tegen Oscar ook gezegd, daar hebben we het juiste gerief niet voor.
-Alleen hekkens is goed dan. We zullen dan wel zien wat we er verder aan doen.

April 2008

Mei 2008

Juni 2008

Nog even geduld.





Vermijd bosrijke gebieden

9 03 2008

… aldus Sabine Hagedoren vandaag in het weerbericht.

Dat wordt een gezellige bosklas.

Tot volgende week.





Bijtende bloggers

19 11 2007

Een woelige dag op en rond deze blog. Meer zelfs nog op gerdernissen.

Op enkele blogs werd er giftig gereageerd op de meningen die ik hier bracht over enkele van de genomineerde blogs. Gerda werd nog strenger aangepakt en her en der door het slijk gehaald omdat ze waagt haar eigen criteria op te stellen voor wat een goede blog zou horen te zijn.

Wat hebben we geleerd?

-  Een tegenreactie gaat steeds vergezeld van verwijten, minachting en niet ter zake doende argumenten.

- Een artikel wordt niet grondig gelezen want anders moet je een genuanceerde of relativerende reactie plaatsen in plaats van gal. Er wordt geen moeite gedaan iemand echt te begrijpen of de zaak vanuit een ander standpunt te bekijken.

-Niemand kan tegen kritiek. Ook niet als die niet persoonlijk is, geargumenteerd is en voorzien is van positieve accenten of tips.

-Je familie mag niet dezelfde mening hebben als jezelf of je mag enkel iemand bijtreden als je geen familie bent.

-Iemand in het harnas jagen, geeft die persoon ook veel inspiratie. Zowel Volume12 als Tales of Drudgery & Boredom wijten ellenlange artikels aan hun reactie op de kritiek op hun blog.

-Als je kritiek hebt op een genomineerde blog MOET je wel gefrustreerd zijn dat je zelf niet genomineerd bent.  

-Door anderen bespuwd worden levert héél veel bezoekers op.

-Bloggers die in werkelijkheid waarschijnlijk sympathieke mensen zijn, vinden er plezier in op hun blog bijzonder antipathiek uit de hoek te komen.

-Het is erg verstandig van vele bloggers om met geen woord over de blogverkiezing te reppen. Ik weet wat ik volgend jaar ga doen.

-We weten zelf ook allemaal dat we beter niét reageren op kritiek of een reactie op onze kritiek of een tegenreactie op een reactie op onze kritiek, maar we doen het toch.

-We willen eigenlijk allemaal enkel reacties van mensen die het met ons eens zijn. Als er ons iemand lik op stuk geeft, doen we alsof ons dat niets doet.

-We schrijven allemaal alleen voor onszelf, willen alleen maar ons ei kwijt zonder reacties van anderen nodig te hebben en trekken ons dus helemaal niets aan over wat anderen van onze blog vinden. Niemand noemt zijn eigen blog echt goed. Tegelijk willen we ook veel bezoekers, appreciatie en waardering en vooral een nominatie en vinden we onze eigen blog beter dan de (meeste) andere.

-We beseffen zelden dat onze uitlatingen en zelfs beledigingen eigenlijk altijd hard aankomen bij iemand. En deze pastoorswoorden komen van iemand die nochtans graag en vaak (bekende) mensen te kakken zet.

Wijze woorden, al zeg ik zelf.





En nu?

18 10 2007

“Van alles heeft de tijd ons wel geleerd dat je je nooit moet laten bedotten door het aanschijn der dingen, dat uiteindelijk alles tegenvalt, voorbijgaat, vergeten wordt.” (R. Giphart)

30_happens.jpg

 

oei pff uw tijd gaat nu in zucht amai waw nee nee! nééééééééééé oké alé dan de nooduitgang bevindt zich links van u shit zeg dju snik ochot miljaarde eindelijk? please no grr bwaark lekker awoert zie handleiding voor gebruik ay caramba okelidokeli gruwelijk boehoehoe SveN kan het nie aan fuck 30 héhéhé moest verboden worden de pot op paniek de derde ronde is kweetnie de derde ronde is gevaar! 30 rocks nen dag gelijk nen anderen als we maar gezond zijn 11 uur en nog gene patat geschild santé olé olé doe je mee de grote oversteek bloemen noch kransen in case i don’t see ya good afternoon, good evening and good night …

Herlees vooral mijn verzuchtingen: ‘3, 13 of 30?





Lombarrasdusjwa

30 09 2007

Woensdag kreeg ik de catalogus van het op stapel staande Gentse filmfestival in handen: 140 films staan er op het menu. Net iets minder dan vorig jaar en dat spijt me niet. Het is immers erg moeilijk kiezen. L’embarras du choix, zoals men wel eens zegt, want voor het overgrote deel zijn het allemaal films waar ik vrijwel niets over weet en dus allemaal potentiële topfilms. Hoe de knopen doorhakken?

Vroeger overliep ik de hele catalogus en gaf elke film een nummer, op basis van het verhaal, de regisseur (als ik die al kende) of de prijzen die de film al gewonnen had op andere festivals. Een 1 was dan een film die ik absoluut wilde zien, een twee betekende eventueel en drie was een njet. Vervolgens zocht ik dan op wanneer elke nummer 1 gedraaid werd en zo puzzelde ik dan een schema in elkaar dat dan opgevuld werd met nummers 2. Lang werk en uiteindelijk toch gedemotiveerd zijn door het resultaat, want er waren altijd wel enkele nummers 1 die geen plaatsje in het schema vonden.

Dit jaar besloot ik het anders aan te pakken en gewoon het programma helemaal te overlopen van dag tot dag en voor elk moment waarop ik plande naar het festival te gaan, één van de films te kiezen die op dat moment speelden. Over de films die niet aan de orde waren zou ik dan gewoon niets lezen of opzoeken zodat ik ook niet wist wat ik miste.

En dan begin je er aan. Eerste voorstelling, keuze uit 5 films. Hoe kies je daaruit? De plotbeschrijving blijft de voornaamste factor. Zo valt er mogelijk al eentje af. Gewoonlijk liggen alle genres me, maar als je soms drie films per dag ziet laat ik de plattelandsfilms of historische prenten het eerst vallen. Het land van oorsprong bepaalt de volgende selectie. Jammer voor Polen, China, Rusland en om het even welk Centraal-Afrikaans land, zij vallen eerst af. Vervolgens kijk ik naar de duur van de film. Die kan me gewoonlijk niet schelen, maar op een festival heb ik mijn films liefst kort. En als er dan nog meer dan één film overblijft, kies ik simpelweg voor de film die in de dichtsbijzijnde bioscoop draait. De vier locaties van het festival zijn weliswaar allemaal dichtbij, maar ééntje is gewoon tegenover mijn deur en dan twijfel ik niet meer. Maar dat is dus pas van belang in de laatste instantie natuurlijk. Kunt u nog volgen? 

En zo slaag ik er dan toch in een planning op te stellen. Na een uur of twee en heel wat gepuzzel. Het leven zou soms misschien wel een stuk eenvoudiger zijn zonder zoveel keuzes, niet? 

Waaruit kunt u zo moeilijk kiezen?  





3, 13 of 30?

31 08 2007

zone301.gif

(oorspronkelijk gepost op 30/08/07, nu even opnieuw bovengehaald…) 

Nu ik al meer dan een jaar op dezelfde school aan het werk ben, vond ik dat al mijn dierbare collega’s een plaats op mijn verjaardagskalender verdienden. De geboortedate werden dus genoteerd en ik maakte van de gelegenheid gebruik om even uit te rekenen wat de gemiddelde leeftijd is bij ons op school. Die blijkt 32 te zijn. Ik ben dus jonger dan de gemiddelde leerkracht bij ons, en dat verrast me. Ik word de laatste jaren niet meer als ‘jong’ beschouwd, tenzij door het  handvol bejaarde dames die in mijn woonblok gehuisvest zijn en me vragen of ik goede examenresultaten behaald heb.

Vorige week bevond ik me op een bijscholingsdriedaagse. Op de tweede avond zaten we daar met een groepje van minstens 10 mensen samen en we besloten een spelletje te doen. De jongste mocht beginnen. Aangezien we elkaar niet kenden, was het nodig dat iedereen zijn geboortejaar vermeldde. Ik bleek de jongste te zijn en dat was echt een verrassing. Ik kan me niet herinneren dat ik recent nog ergens de jongste was.

Zulke dingen doen me uiteraard stil staan bij mijn leeftijd. 29, maar iedereen zegt al 30. Men gunt je zelfs die laatste maanden voor de 3 niet meer. 30 zul je zijn, oktober of niet. En de self-fullfilling prophecy werkt. Ik zeg bijna zelf dat ik 30 ben, zodanig ben ik al onder de invloed van de grote overstap. Je kunt je niet blijven wentelen in halfvolwassenheid. Ga pensioensparen. Koop een huis. Sticht een gezin. Make up your mind. Wat wil je zijn? 13 of 30?

Het helpt niet dat mijn grootouders langs moeders kant nog geen achterkleinkinderen hebben. Ik blijf dus één van de (klein)kinderen, waarover men bezorgd is en die men een centje toestopt, want er zijn nog geen ukjes om zich zorgen over te maken. Een beschermende omgeving waarin ik niet mag trakteren op restaurant en mij gevraagd wordt of ik ‘vanavond uitga?’.

En dus voel ik me geen 30 zoals andere dertigers, die zich zorgen moeten maken om de lening en de schoolkeuze voor de kinderen. Ik ben niet aan het verbouwen en moet niet naar de opendeurdag van kleuterscholen. Vreemd dat ik dat zeg, want in mijn vrienden- en kennissenkring zijn de niet-stereotiepe dertigers nochtans in de meerderheid. Ik gedraag me ook niet als een dertiger. Ik loop over de pas aangelegde richels van de verbouwde steenweg in Haaltert als een 8-jarige die zijn evenwicht zoekt. Ik trek strepen in de ramen van ongewassen auto’s. Ik bouw zandkastelen met mijn leerlingen. Ik ben verslaafd aan The Simpsons. Ik drink melk. Ik hou van gevechten met waterpistolen. Ik lust geen spruitjes of witloof. Ik herlees Jommekestrips en  snoep graag. Ik moet de drang om foptelefoontjes te plegen, onderdrukken. Ik wil met een karretje door de supermarkt racen. Ik wil ’s nacht door een bos lopen met de KSA. Ik wil leerkrachten uitlachen en me afzetten tegen despoten. Ik ben en blijf ook 13. Of 3.

En dat is niet erg. Er bestaan al voldoende dertigers of bijna-dertigers die zich geconformeerd hebben en meer op hun ouders gelijken dan goed voor hen is. Iedereen gaat elkaar imiteren en verwacht ook dat alle andere dertigers een gelijkaardige levensstijl aannemen. Laat hen maar een generatie op zichzef vormen. Ik reageer nog altijd zeer verwonderd als iemand me vraagt of ik kinderen heb. Zien ze dan niet dat ik daar veel te jong voor ben? Maar ze kunnen niet in mijn hoofd kijken natuurlijk. Als ik in de bank sta of een overdachte aankoop van iets duur overweeg, denk ik niet serieus genomen te worden omdat ik te jong ben. Maar dat gebeurt nooit, integendeel. Ik zie er dertig uit en wordt ook zo behandeld.

En toch ook weer niet. De ouders van mijn leerlingen vinden me een jonge leerkracht. Maar dat heeft met ervaring te maken en niet met leeftijd. Mijn leerlingen vinden me net nog jong genoeg - binnen afzienbare tijd ben ik voor hen te oud. Grapjes over mijn leeftijd (vrijwel altijd door jongere mensen) vind ik extreem flauw. Blijkbaar krenkt dat mijn ego. Mijn identiteit staat toch los van mijn leeftijd? Maar misschien gedraag ik me ondanks de voorgaande beschrijvingen vaak als een dertiger. Ik kraak pubermode af en bekritiseer de verwaarloosde maatschappelijke waarden. Ik zit graag rustig thuis. Ik zeur als iemand uitgeleende spullen niet goed behandeld. Ik verdraag geen luide MP3’s op de trein en draag geen sportschoenen. Ik heb een ouderwetse GSM en help bejaarden met het inladen van hun bagage in de trein. Ik maak me zorgen over de verdere studies van mijn leerlingen. Ik ga graag op restaurant en snauw jobstudenten af als ze hun werk slecht doen. Ik lees wel eens De Standaard en kijk naar Ter zake. Erg volwassen allemaal. Ik ben wel degelijk bijna dertig.

Hoe zit het dus? Hoe oud ben ik eigenlijk? Mentaal gezien of fysisch? Het zou niet moeten uitmaken. De jongere mensen die er lacherig over doen, staan er niet bij stil dat het hen ook te wachten staat. Zo was ik ook, jaren geleden. De ouderen reageren mild, maar veroordelen je goedbedoeld tot de routine van de dertiger. De wankele conclusie die ik voorlopig handhaaf, is dat het alleen maar bergaf gaat. Het leven wordt korter, saaier, eentoniger, harder, meedogenlozer. Of zijn er plusdertigers die dat kunnen tegenspreken?

Wat er ook van zij, als ik me al minder gelukkig zou voelen omwille van mijn leeftijd, dan ligt dat aan de samenleving met de enge verwachtingspratronen – los van de occasionele ochtend waarbij het gezicht in de spiegel wel honderd lijkt. Dus hoop ik nog lang naar The Simpsons te mogen kijken en toch heel fatsoenlijk belasting te betalen. Luchtgitaar te spelen en toch klachtenbrieven te sturen over onveilige verkeerssituaties. 13 zijn én 30.

Maar voorlopig nog even 29.





USA: dag 21 & 22

31 07 2007

Op een onmenselijk vroeg uur hijsen we ons uit het iets te kleine bed in de verder excellente jeugdhostel in Santa Monica (Los Angeles). Het is feitelijk nog midden in de nacht, maar de vele uren die we op het vliegtuig zullen moeten doorbrengen, zijn een troostend vooruitzicht. Voor een ontbijt is geen tijd of gelegenheid. Om half zes zijn we op weg naar LAX, de luchthaven van Los Angeles. De laatste rit door deze wereldstad wordt verstoord door een discussie over de juiste weg. Maar na het inleveren van de al bij al niet al te zeer afgeleefde auto bij het verhuurbedrijf, staan we om zeven uur toch tijdig in de rij om de bagage in te leveren. Bizar genoeg weegt mijn rugzak nu meer dan in het heengaan, terwijl ik vrijwel niets extra heb gekocht. Zweet en zand?

Om half tien gaan we aan boord richting New York. Ik geniet onderweg nog maar eens van een filmpje. Banaal, maar momenteel snak ik naar cinema, dus ik slik alles. Behalve het eten dan, dat alweer van bedenkelijke kwaliteit is. We landen om drie uur, maar mogen we onze klok meteen drie uur vooruitdraaien. Vrijwel meteen reizen we verder. Om half acht vertrekt immers de nachtvlucht naar Brussel. Aan boord wordt het me iets te moede. Alsof er ironie mee gemoeid is, tref ik aan boord een massa Vlamingen aan die me wel erg snel ontnuchteren. Degelijke katholieke gezinnen, een Leuvens meisjeskoor dat op dit moment uit werkelijk afstotelijke en domme bakvissen lijkt te bestaan, gepensioneerden die in Blankenberge een verkeerde afrit namen, Antwerps gekwek en Kortrijks geneuzel, … ik verafschuw mijn eigen volk zoals ik nog nooit eerder heb gedaan. Wat zijn ze banaal en eng. Onbewust moet het reizen door een reusachtig en gevarieerd land als de Verenigde Staten – waarbij je dan nog eens een massa andere nationaliteiten tegenkomt – mij enigszins hebben bevrijd van die Vlaamse kettingen, maar nu worden ze meedogenloos hard aangetrokken. Op de stewardess na spreekt niemand nog Engels en het gezanik van de Vlaamse vracht, in trainingen en T-shirts die hun vakantiestops benadrukken, benauwt me.

Ik hoopte op nog een film, maar de povere geluidskwaliteit van dit Belgische vliegtuig verhindert dat. Slapen in een vliegtuigstoel lukt moeilijk als je bijna twee meter groot bent. Dan maar wat sudoku’s invullen (dank u, Knack, voor het vakantieboekje vol puzzels). Maar we zijn vlug in België. De terugreis lijkt altijd korter (en dat is ze eigenlijk ook, want we hebben de luchtstroom mee) (wat klinkt het gek dat de natuur uiteindelijk nog invloed blijft hebben op een indrukwekkende uitvinding als het vliegtuig – dit even terzijde).

Wanneer we in Brussel landen, ben ik weer goedgehumeurd. De reis heeft lang genoeg geduurd. We zijn intussen nog een dag verder, want de tweede vlucht heeft zes uur geduurd en de kleine wijzer mag nog zes rondjes doen. Ik ben moe, maar nu ik enkele duizenden kilometers meer van deze aardbol heb gezien, voel ik een zekere tevredenheid. Ik vraag me af welke vorm dit gevoel de komende dagen aan zal nemen. Voldoening? Euforie? Een zakelijk ‘dat hebben we weer gehad’? Wat zal deze reis uiteindelijk losgemaakt hebben? Ik denk ook aan alles waar ik aan gehecht ben in het dagelijks leven. Ik kijk uit naar de routine en de sleur, vreemd genoeg. Wil dat zeggen dat de batterijen opgeladen zijn, ondanks het feit dat ik eigenlijk eerder een vakantie dan een reis nodig had? Alleszins is thuiskomen blijkbaar nog prettiger dan vertrekken.

In de komende dagen zullen alle verslagen nog worden verbeterd en aangevuld!  





Deadlines

4 07 2007

deadline.gifDe mens kan niet met deadlines om. Ik ook niet. De belastingbrief dient vandaag ten laatste om middernacht in de brievenbus van het belastingkantoor te zitten en de mijne ligt hier nog op mijn bureau. Gelukkig is het kantoor maar een kilometer verder. Toch is dat weer eens een mooi voorbeeld van hoe ik omga met deadlines. Ik heb blijkbaar steevast de neiging zaken uit te stellen zolang dat kan. Ik niet alleen trouwens, de website van de belastingen bezweek gisteren onder de massa die nog op de laatste dag zijn aangifte wilde doen.

De rapporten van mijn leerlingen (23 stuks) wilde ik niet te lang laten liggen. Ik begon dus ruim vooraf aan mijn schrijfwerk. Toch was het laatste rapport pas klaar op de allerlaatste schooldag om 14.30u, één uur voor het schooljaar eindigde.

Wekelijks dien ik een artikel te schrijven voor De Huisarts. Deadline is donderdagmiddag 12u. Mijn artikel belandt doorgaans woensdagavond laat in de mailbox van dat vakblad. Als het vakantie is, zelfs nog later. Waarom zet ik me niet eens op een zaterdagvoormiddag al aan het schrijven zodat ik woensdag van die taak verlost ben?

Nee, ik vrees dat ik nooit meer van die vervelende gewoonte zal afraken. Ik ben onverbeterlijk. Niet zo erg, alleen zorgt het voor veel stress. Het is me nochtans al overkomen dat iets eerder klaar is dan nodig, en dan zorgt dat altijd voor rust in mijn hoofd. Waarom pas ik dat dan niet vaker toe? Erger is het wanneer anderen er bij betrokken raken. Als ik iets beloof te doen en dat dan maar uitstel. Zo hebben Marianne en Steven wel erg lang moeten wachten op het ontwerp van hun geboortekaartje.

En zo is het altijd wat. Ik leef tegen de klok. Nog een reden waarom die reis straks zo deugddoend zal zijn.





Crash

9 05 2007

Is Boris een gelukskind of net niet? Ging vandaag in Kortrijk aan het slippen met zijn niet al te frisse bestelwagentje, sloeg over kop, kwam weer op zijn wielen terecht en kroop vrijwel ongedeerd uit een nu wel helemaal verfrommelde auto. ‘Een wonder’, volgens de omstaanders. Eén nachtje ziekenhuis, wij flink geschrokken en nu een benefiet op poten zetten voor een nieuwe auto.

Rijkaards die dit lezen mogen ook meteen een storting doen.

En hoe vertellen we dit aan onze oma?
Misschien gewoon verzwijgen.

klap2.jpg (illustratie: reconstructie - bij benadering, want een echte foto was niet beschikbaar) (maar het had hem kunnen zijn).





BlogBlock

30 04 2007

‘t Is hier wat rustig de laatste dagen. De warmte en het daaraan gekoppelde lagere bezoekersaantal van gisteren hebben daar misschien iets mee te maken, maar eigenlijk heb ik ook even een writer’s block. Ik vermijd het uit gebrek aan ergernissen of bedenkingen jullie oninteressante fragmenten uit mijn dagelijkse bestaan te serveren – ‘vandaag een peer gegegeten’, ‘alle strips van Dirk-Jan herlezen’ of ‘mijn trein was afgeschaft!’, maar de meer frappantere zaken blijken al elders en veel deskundiger geformuleerd te worden. Yves Desmet hekelde in De Morgen de NMBS, omdat die het aandurft van zijn reizigers te eisen sneller op- en af te stappen, omdat elke vertraging eigenlijk de schuld van de reiziger is. In De Standaard worden terecht vraagtekens gezet bij de fictieve (en wel erg stupide) blogs die gekoppeld worden aan Emma, de uit de hand gelopen grap die men bij de VRT een serie noemt. De personages van deze telenouvelle hebben immers allemaal een eigen blog en daar wordt nog op gereageerd ook (genre ‘Pas op, Nils! Die Myra is niet te vertrouwen!’). Wie schrijft die shit en wiens realiteitszin is zo gestoord om er effectief in mee te gaan? Ik zat al enige tijd met die bedenking, maar De Standaard zet ze nu wel op papier, goed onderbouwd. In HUMO staat een overheerlijk stukje tv-kritiek op een aflevering van Man Bijt Hond waarin een dame trots een schilderij met de Plops voorstelde. Ik wou dat ik het zo goed kan formuleren.

Dus… momenteel lijkt het allemaal wat zinloos. Ik wil alles wat ik doe zo goed mogelijk doen, maar als anderen het beter kunnen, waarom zou ik er dan mijn tijd aan verspillen? Ik kom dus liever met apartere onderwerpen uit de hoek, maar die bieden zich niet vanzelf aan natuurlijk. En het alfabet der mensen bied ik liever maar met mondjesmaat aan. Daarnaast is het even spannend op school. Op een positieve manier weliswaar, maar het neemt me wel in beslag.

Zodus, beste lezers – en u bent de laatste weken echt wel met veel, vandaag werd het record aantal bekeken pageviews zelfs gigantisch verbroken en het is pas half 2 – geduld. En als u me wat wil motiveren, reageer wat meer. Die Eddy Wally-discussie vond ik lekker smaken. Verder dank voor de bezoekjes!





Het nieuwe bioscoopbezoek (2)

11 04 2007

Vandaag moest ik vaststellen dat een bioscoopticket bij Kinepolis al 8 euro kost. 8.2 euro zelfs als u uw ticket aan de automaat afhaalt. Daar wou ik meer van weten, en de dame aan het onthaal wist me te vertellen dat het hier om een digitale projectie ging (van de overigens geweldige film Sunshine en dat is blijkbaar duurder. Nu hoef ik zeker niet overtuigd te worden van de kwaliteiten van digitale cinema, maar de bioscoopbezoeker heeft natuurlijk niet echt een keuze. Of u moet maar een andere film gaan bekijken. Nu hoef ik daar geen punt van te maken, want de dame wist me ook te vertellen dat binnen enkele weken de prijzen van alle tickets verhoogd zullen worden. Kinepolis start immers met het systeem waarbij een bezoeker zijn plaats kan reserveren. De voor- en nadelen van dit systeem bekeek ik al een keer in een vorig artikel. Maar toen had ik er niet bij stilgestaan hoe duur naar de bioscoop gaan eigenlijk wel zal worden, in die mate dat ik me de vraag stel of het wel nog de moeite waard zal zijn. De meeste films liggen binnen de drie maanden (soms nog eerder) al in de videotheek en de winkelrekken en de kwaliteit van thuisbioscopen wordt alsmaar groter. Zelfs een cinefiel als ik durft opwerpen dat enkel spektakelfilms (of anders gezegd: het soort films die je op het grote scherm moet zien) nog de prijs van filmticket waard zullen zijn.

Een telefoontje naar één van de kleine, onafhankelijke bioscopen in Gent, garandeert me dat er voorlopig nog geen sprake is van een prijsverhoging in de sector van de arthouse cinema’s. Voorlopig, want in het najaar zouden de tickets wel 50 cent duurder kunnen worden. Misschien. Maar uiteindelijk zal de hele sector toch moeten volgen omdat die ene familie bioscoopeigenaar nu eenmaal de markt overheerst. Spijtig dat de liefde voor de film zo bezoedeld raakt.





Ik versta er niets van

14 03 2007

good-german.jpgHet komt wel eens voor dat mensen een film bekijken die ze niet echt begrijpen. Meestal erger ik me daaraan. Er zijn nu eenmaal bepaalde films die wat denkwerk vereisen. Enige inzet mag dan toch gevraagd worden? Ik geniet er vaak zelfs van als ik complexe films toch helemaal begrijp en dan heb ik het niet over de plot zelf (wat er gebeurt), maar wel over de verbanden tussen gebeurtenissen, relaties tussen personages, psychologische diepgang en links met geschiedkundige, politieke of maatschappelijk-culturelen feiten (dus wie doet wat waarom en in welke context past dat?). Als dan iemand opwerpt dat een film veel te ingewikkeld of moeilijk is, ga ik in de verdediging: heeft die kijker wel zijn best gedaan er iets van te begrijpen?

Zo klaagden vele Amerikaanse critici dat de geweldige politiethriller Miami Vice veel te ingewikkeld was, terwijl de plot eigenlijk vrij eenvoudig was. Van The Black Dahlia begreep ik dan weer wat minder, maar  iedereen was het dan ook eens dat de regisseur er niet in geslaagd was zijn verhaal coherent te vertellen. Op dat moment wordt duidelijk dat mijn eigen principes niet gelden: als iedereen het een slecht vertelde film vind, dan mag ik dat ook.  Dubieus, niet? En dat kan  nog straffer: vandaag ging ik naar The Good German kijken, een film die zich in het Berlijn op het einde van de tweede wereldoorlog afspeelde. Ik was tevreden dat ik doorhad dat de plot draaide om een Duitse wetenschapper die voor de Amerikanen mocht komen werken, maar tegen wie alle bewijzen dat de man ook in een nazikamp had gewerkt, dienden te verdwijnen. Maar los daarvan slaagde ik er maar niet in iets van deze film te snappen. Hoe de personages in elkaar zaten, wat hun motieven waren en wie nu eigenlijk aan welke kant stond, het drong maar niet tot me door. Ik verliet de bioscoop dol van ergernis. Wat een rotfilm! Maar nu zou ik zo eerlijk moeten zijn mijn eigen stelling toe te passen: ben ik wel aandachtig genoeg geweest? Gelukkig moet ik aan mezelf geen verantwoording afleggen. Het antwoord is dus compleet niet van belang: The Good German was geen goede film. Punt.





Mrs Proper

18 02 2007

cleaner.gif

Een poetsvrouw maakt tegenwoordig deel uit van het basispakket comfort, zo lijkt het wel. En dus zie ik in mijn omgeving steeds meer mensen hun stofzuiger en zeemvel afstaan aan een betaalde hulp. Nu stel ik wel vast dat niet iedereen dat zo vanzelfsprekend vindt, en er hier en daar nog wat schroom is om zomaar iemand als ‘personeel’ in te schakelen. We leven immers niet meer in een standenmaatschappij, maar de omgang met een ingehuurde schoonmaakster creëert toch altijd een situatie van ongelijkheid. Maar dat zit in ons hoofd natuurlijk.

Een echt probleem is wel dat veel van die poetsvrouwen hun werk simpelweg niet goed genoeg doen. Ze komen te laat of helemaal niet, houden zich niet aan de afspraken, maken niet schoon zoals de werkgever het gevraagd heeft, raken niet klaar binnen de afgesproken tijd of kletsen meer dan ze werken. Nu zullen er vast wel veel goede poetsmensen bestaan, maar ik focus me nu even op de klachten. Combineer deze situatie immers met de eerdervermelde schroom, en je zit met een probleem: hoe vertel je je schoonmaakster dat je niet tevreden bent zonder de moeilijk madam (want meestal zijn de opdrachtgevers vrouwen) uit te hangen of zonder de nadruk te leggen op de werkgever-werknemer-relatie? Want men mag op het werk dan al personeelschef zijn of twintig stoute kinderen onder zijn hoede hebben, eens geconfronteerd met een slavin in uw woonkamer, moet u wel de moed hebben om die zonder omwegen mee te delen dat het uitgevoerde werk niet voldoende is. En als die moed ontbreekt, mag u na het vertrek van de poetshulp alsnog uw zeemwel bovenhalen om zelf de vergeten hoekjes schoon te maken. Poetsvrouwen hebben meer macht dan ze denken.





Het nieuwe bioscoopbezoek

23 08 2006

De opening van het nieuwe bioscoopcomplex van Kinepolis in Brugge zou wel eens het begin kunnen zijn van een nieuwe bioscoopcultuur. Het nieuwe reservatiesysteem, waarbij je bij het aankopen van een ticket (thuis via het internet of ter plekke) ook meteen een zitje kiest, zou wel eens kunnen aanslaan en daarmee ons hele bioscoopgedrag doen veranderen.

In het nieuwe complex koop je je ticket aan een computer, waarbij je op een scherm meteen kan kiezen uit de nog beschikbare zitjes. Uiteraard kan je dit ook vooraf thuis al doen, om zeker te zijn van een goed plekje. Aangezien men al vanaf een week vooraf tickets kan bestellen, zal het bij eventfilms nodig zijn uw bioscoopbezoek goed te plannen. Dit zal meteen de grootste aanpassing vragen van de filmfan. Gedaan met spontane bioscoopbezoekjes of het ter plekke nog moeten beslissen welke film u zal gaan bekijken. Wie een fatsoenlijke plaats wil, zal tijdig moeten beslissen wanneer er naar de bioscoop gegaan zal worden en naar welke film. En dat in tijden waarin stress en slecht persoonlijk time-management de mensheid al genoeg tot wanhoop drijft.

Uiteraard heeft dit systeem zijn voordelen. Je hoeft niet meer lange tijd voor aanvang van de vertoning naar de bioscoop te gaan, want je bent zeker van een plaats. Je hoeft nauwelijks aan te schuiven. Je kan zelfs de irriterende reclameboodschappen overslaan. Bovendien zullen mensen met minder filmkennis zich vooraf beter kunnen informeren over de kwaliteit van de film – en wordt een filmrecensie dus steeds nuttiger! Wie het b.v.niet ziet zitten op een minder goede plaats te zitten, gaat ook de rest van de programmatie eens bekijken en zal dan misschien opteren voor een film die anders minder kansen zou krijgen. Zo zou het aantal bioscoopbezoekers kunnen verdeeld worden over meer films dan enkel die paar blockbusters. Maar op die manier verliest het naar de cinema gaan ook wel een deel van zijn charme. Tot daar aan toe dan, zouden we zeggen. Nostalgie heeft geen plaats in een voortdurende evoluerende maatschappij. Maar er zijn wel een aantal fundamentelere nadelen.

Zoals al vermeld zal dit systeem veel filmliefhebbers die pas op het laatste moment beslissen naar de film te gaan, teleurstellen. De kans is groter dat de film die je wil zien al uitverkocht is omdat meer mensen hun bioscoopbezoek gepland hebben. Of je kan alleen maar kiezen uit plaatsen helemaal vooraan of opzij, zelfs al ben je aanzienlijk vroeger in de bioscoop dan andere bezoekers. Dit argument kun je makkelijk weglachen. Men moet zijn agenda maar beter beheren en duidelijke afspraken maken met partner of vrienden. Maar onze samenleving heeft eigenlijk al flink te lijden onder overvolle agenda’s en slechte communicatie. Kinepolis heeft bij het ontwikkelen van dit systeem wellicht gemeend dat dit argument geen economische waarde heeft, maar wat als het bioscoopbezoek nu eens echt zou beginnen afnemen als gevolg van dit systeem? En zou de kloof tussen popcornvretende blockbusterfanaten en cultuurminnende fans van de alternatieve film niet nog groter worden? Er bestaan vast sociologische verbanden tussen deze groepen en hun internetgewoontes en ondernemingslust, die ons de veralgemeende stelling zou kunnen opleveren dat de popcorngroep zich eerder zal thuisvoelen bij het nieuwe systeem. Wie bovendien maar een of twee keer per jaar naar de film gaat, zal zich de internetrompslomp misschien zelfs liever besparen en simpelweg een dvd huren. Het klooien met wachtwoorden en registraties zal ongetwijfeld al een kleine groep potentiële bezoekers ontmoedigen.

Daarnaast zul je bij het binnenkomen van de zaal maar moeten vaststellen dat het door jou uitgekozen zitje een door chocolade besmeurd zitje is,  een zetel waar kauwgom in plakt; of zich achter een boomlange kerel bevindt. Of je ontdekt vrienden in de zaal waar je eigenlijk wel naast wil gaan zitten. Je kan dan niet meer veranderen van plaats. En wat als er al iemand in jouw zetel zit? Nu, wellicht zal daarvoor wel altijd personeel in de buurt zijn. Overigens, er is geen zaalcontrole meer, maar als je het zou wagen onbetaald plaats te nemen in een zaal, zal dat aan de ingang te zien zijn op een scherm en ook dan zal een alert persooneelslid opduiken.

Het systeem geeft Kinepolis bovendien de kans nog meer winst te maken. Men betaalt immers 0,35 euro voor deze reservatie. En dat terwijl de persooneelskost ongetwijfeld afneemt! De macht van de marktleider, pfff… Maar vrijwel zeker zullen zij dit systeem na verloop van tijd ook in hun andere complexen implementeren, en dan is de vooruitgang al helemaal niet meer te stoppen. Kan overigens ook nog een interessant gegeven zijn in de problematiek rond de teloorgang van de kleine bioscopen!

Om positief te eindigen: In het nieuwe bioscoopcomplex kan u niet meer gestoord worden door gsm’s! Die werken binnen immers niet meer.