Fermettebewoners

23 02 2006

In de boekenbijlage van De Morgen werd schrijver en denker Alain De Botton geïnterviewd over zijn nieuwe boek. De architectuur van het geluk gaat over de band tussen een mens en zijn woning. Wie meent dat zijn huis een afspiegeling van zijn persoonlijkheid is, vergist zich. Volgens De Botton zegt onze woonomgeving meer over hoe we zouden wíllen zijn dan over hoe we feitelijk zijn. Hij koppelt daar het succes van de fermette aan en biedt mij zo eindelijk een theorie aan die verklaart dat in fermettes doorgaans geen mensen wonen waar ik weinig sympathie voor heb.

Ik hou immers niet van fermettes. Niet alleen was het lastig opgroeien naast één van de meest afschuwelijke, smakeloze huizen van Haaltert, ik heb ook nooit begrepen waarom iemand iets wil creëren dat er uit ziet alsof het oud is.  De fermette is in feite een imitatie van een boerderij/stal waarmee de bewoners graag het landelijke benadrukken. Letterlijk vertaald betekent fermette ook ‘kleine boerderij’. De Botton zegt: ‘Daar wonen echter geen boeren in, maar bedienden die iedere ochtend tegen hun zin naar de stad pendelen.’ Inderdaad. Mijn theorie: de fermettebewoner zou liefst van al dicht bij huis blijven, waar de kans op verrassingen en avontuur beperkt is en ontmoetingen met onbekenden te vermijden zijn. Dit wijst op een conservatieve levenshouding. Meer nog, al zijn de fermettebewoners geen boeren, ze zouden het wel willen zijn. Boeren kunnen hun land en dieren moeilijk alleen laten, maar zijn uiteindelijk ook tevreden met dat houvast. Een fermettebewoner blijft dus graag thuis, waar zijn VTM en zijn Stella staan. Evenementen en sociale gebeurtenissen kosten te veel geld (ook boeren hebben vaak financiële moeilijkheden), en gezellig gaan shoppen is overbodig, want een trainingspak kan voor de meest diverse activiteiten gebruikt worden. Een boer draagt tenslotte ook alle dagen een overall.

Een fermettebewoner maakt dus niets mee en doet geen geld op., grofweg veralgemeend. Daarnaast is er de zaterdagse buitenwijkgewoonte van het grasmaaien en autowassen. De parallellen zijn evident. Het gazon is het veld, de auto de melkkoe of het varken. Een (mannelijke) fermettebewoner heeft nood aan deze traditie om zich verantwoordelijk te voelen.

Verder doet een fermette met zijn dakkapelletjes, kleine ramen, houtwerk en ongelijk gekleurde stenen ook denken aan een kasteeltje. Een huis is voor de fermettebewoner een statussymbool en moet daarom rijkdom uitstralen. Daarnaast zijn kastelen ook moeilijk inneembaar. De fermettebewoner houdt niet van vreemdelingen, en zeker niet op zijn eigen terrein. ‘Blijf weg’ zegt de fermette. Tenslotte zou het opteren voor andere materialen of stijlen voor de woning wijzen op eigenzinnigheid of een alternatieve smaak. En dat moet absoluut vermeden worden omdat anders de uniformiteit verbroken wordt. De fermettebewoner wil immers niets liever dan opgaan in de massa en verkiest dus een verkavelingswijk waar ook alle andere woningen fermettes zijn!  Deze conservatieve smaak uit zich ook in het politieke denken van de fermettebewoner.

Uiteraard is deze theorie schertsend bedoeld, maar laat ons eerlijk zijn: kent u veel interessante mensen die in fermettes wonen? Maar al te vaak zijn fermettebewoners zo voorspelbaar als de plattegrond van hun huis zelf! SveN heeft als gewezen jeugdbewegingsleider heel wat ervaring met het aanbellen bij fermettes en durft dus gerust veralgemenen. De pot op met fermettebewoners, en bij uitbreiding ook de bewoners van de meer hedendaagse variant: de haciënda en de woning in pastoriestijl.Voor meer gekanker op de fermettebewoner: Everybody Needs Good Neighbours.

(voor Mija en andere afstammelingen van boeren: laat duidelijk zijn dat boeren hier op geen enkele wijze in een negatief daglicht worden gesteld!)

Advertenties




2000 films!

20 02 2006

Het zat er zo wel eens aan te komen dat mijn filmverslaving tot een spectaculair resultaat zou leiden. Dat is nu gebeurd. Ik heb de grens van 2000 geziene films bereikt.

De laatste jaren werd een opvallende stijging vastgesteld van het aantal films dat ik in de bioscoop of thuis op dvd bekeek. Daardoor werd sneller dan verwacht de kaap van de 2000 films bereikt. Als het huidige tempo verder kan worden gezet zal in de loop van 2010 de 3000e film bekeken zijn. Dat mag echter niet als streefdoel beschouwd worden, filmkijken moet met enthousiasme blijven gebeuren. Overigens, als elke film die ik meer dan één keer bekeek, telkens opnieuw zou meetellen, zou de lijst nu al uit 2348 films bestaan. Wat dat betreft is de musical Grease trouwens de film die ik (vooral tijdens mijn kindertijd) het meest bekeken heb (9 keer).

De film die als 2000e uit de bus kwam, was toevalligerwijs wel een zeer goeie: Trois Couleurs Bleu van Kieslowski, een film uit 1993 die ik nu pas voor het eerst bekeken heeft.
De oudste film die ik zag dateert uit 1934: de leuke detectivefilm
The Thin Man. De meest nieuwe film die ik zag, is de Vlaamse prent De Hel van Tanger, die volgende maand in de bioscoop verschijnt.

Nog meer cijfers?

*2005 was voorlopig het jaar waarin ik het meest films zag (228).

*Van de 2000 geziene films werden er maar liefst 633 in de bioscoop bekeken!

*De acteurs waarvan ik al het meeste films gezien heeft zijn Robert De Niro (35), Meryl Streep (30), Anthony Hopkins (28 ) en Nicolas Cage (28).

*De regisseurs waarvan ik al het meest films zag, zijn uiteraard ook bezige bijen: Steven Spielberg (19), Woody Allen (18 ) en Francis Ford Coppola (15). Van Alfred Hitchcock, om nu maar één van de beroemdste cineasten aller tijden te noemen, zag ik nog maar 5 films. Er is dus nog veel werk aan de winkel.





Eurokots (2)

19 02 2006

De vakjury had de beste bedoelingen: ons land zou dit jaar op het Eurosongfestival misschien vertegenwoordigd worden door een ietwat aparte artiest met een een origineel nummer. Brahim en Kaye Styles kregen b.v. behoorlijk hoge punten. Helaas voor diegenen die het eigenlijk wat kan schelen, de kijker heeft er anders over beslist en zorgde er voor dat kermistroela Kate Ryan en haar braakneigingen oproepende liedje rechtstreeks vanuit een plattelandsdiscotheek naar Athene worden gekatapulteerd, inclusief witte botten.

Wat op zich uiteraard al een wedstrijd van bedenkelijk niveau is (en daarnaast ook nog eens televisie van behoorlijk debiel gehalte – met dank aan Ella & Dorien), kan nu eenmaal geen kwaliteit naar boven laten drijven, laat alvast duidelijk zijn dat we wat dat betreft geen verwachtingen koesteren. Maar als er dan toch een winnaar moet aangeduid worden, mag het dan niet gewoon iemand zijn met een beetje persoonlijkheid, goede smaak, stijl?  Blijkbaar niet. Kate Ryan is een niet eens erg veredelde Marina, die de voorbije jaren haar ding zo ver buiten mijn zichtveld deed dat ze gerust nog jaren aan een stuk mocht verder boeren in het snollenmilieu. Laat zatte laatstejaarsscholieren en roze kappers hun jeugd maar (her)beleven op de platte tonen van één van Ryan’s vele gerecycleerde djingels tijdens een verloren zaterdagnacht. Laat het Swingpaleis maar op zijn kop staan tijdens een ander deuntje van Kermis Kate. Het zal mij allemaal worst wezen. Maar die vele weken dat het nog duurt eer het Songfestival op de massa wordt losgelaten, geconfronteerd worden met de aanblik van een Aldi-Barbie en het aanhoren van het uit overschotjes samengeraapt hitje ‘Je t’adore’, zal een ware kwelling zijn. Kate Ryan is een goedkope trien, een doordeweekse, geprefabriceerde non-artieste, een koe die in de ogen van de blinde doorsnee Dag Allemaal-lezer de proporties van een gulden prijsbeest heeft aangenomen enkel dankzij wat vakkundig aangebracht make-up en verblindend gebleekt kapsel, maar vooral dankzij een dodelijk banale prul van een liedje, begeleid door enkele werkelijk stupide bewegingen die voor een dansje moeten doorgaan. Het is op dit moment dan ook, binnen de grenzen van het triviale, mijn ultieme wens dat la Ryan gewoon haar been breekt één week voor het Songfestival zodat alsnog iemand anders kan gestuurd worden, al is het dan Petra La Sackra met een redelijk onbegrijpelijke performance.

Maar de massa heeft gekozen natuurlijk! Het gepeupel dat als vanouds kiest voor platte middelmatigheid, uitgeholde kak, onbetekenende onzin. Proficiat, Jan met de Pet, om u eens te meer te profileren als veel te katholieke, laffe, voorspelbare, conservatieve, domme meelopers! Allemaal de pot op, klootjesvolk. Ga uw auto nog maar eens wassen bij gebrek aan nuttiger tijdsbesteding. Bouw fermetten. Stikt in uw Story. Kus uw TV als hij op VTM staat. Stem Vlaams Belang. Luister heel uw leven naar Kate Ryan. Je ne vous adore pas du tout!

lees ook deel 1





De taal van Thuis

11 02 2006

Een soap kan op diverse niveaus bekeken worden. Ik erger me wel eens aan Thuis, een serie die nochtans bejubeld wordt door de massa. Blijkbaar hanteren de scenarioschrijvers en acteurs van de serie het principe dat werkmensen en kuisvrouwen geen algemeen Nederlands kennen en liefst ook wat plattekes uit de hoek komen. Nu ken ik zelf ook wel wat van die figuren (mijn dorp loopt er vol mee, kom gerust eens kijken op de markt), maar dat wil niet zeggen dat we ons gaan neerleggen bij clichés. De stereotiepe portrettering van b.v. poetsvrouw Nancy (gespeeld door Ann Pira) en loodgieter Cois (gespeeld door de razend populaire Steph Goossens, een acteur die enkel zichzelf lijkt te kunnen spelen ), komt in grote mate tot stand door hun taalgebruik. Even wat van de platste, boertigste en meest ridicule uitspraken op een rijtje, waarvan de acteurs en scenaristen blijkbaar denken dat ze nog steeds voorkomen.

Cois vreest dat Simonneke wel eens heel erg zou kunnen schrikken: ‘ze krijgt begot een crise cardiaque!’

Nancy ziet Eddy heel graag:
‘Ik em da kinneken wel gemoakt omdak u geiren zie!’
Werkmensromantiek…

Cois ziet de ernst van een faillissement in:
‘Da moet ge toch eerst zelf on d’hand emmen om te weten wa dat is!’

Cois excuseert zich:
‘Ge moet mij na echt pardoneren!’

Nancy vertelt dat ze zwanger is:
‘Eddy, ik zèn in poziesse’
(Speelt ‘Thuis’ plots in 1949?)

Cois heeft het over een ruiker bloemen
‘nen bloemekee’

Simonneke verwijst naar Marianne
‘Die madam van den doktoor’
(standenverschillen moeten er zijn)

Frank:
‘Ik kan daar echt niet tegen, de miserie van een gasthuis’
(de werkmens kent het woord ‘ziekenhuis’ nog niet)

Cois heeft over zijn verontschuldigingen::
‘Ik heb me toch verexcuseerd?’

Nancy:
‘Eigenlijk feitenlijk, …’
( Zijn er echt mensen die dit zeggen?)

Frank:
‘Zit de Cois nog op ’t gemak?’
(Zo noemt men het toilet in de lagere sociale klasse. Nog een suggestie: ‘de koer’)

Simonne: ‘ne crème-glace eten!’

‘Oe was u sortieken met de Cois?’ wil Simoneke nog weten.

Wordt regelmatig aangevuld!

De Taal van Thuis (2)

De Taal van Thuis (3)





Kuifje en de kunstroof

9 02 2006

tintinDe criminelen van tegenwoordig hebben de keuze uit een ruim assortiment hippe misdaden: carjacking, homejacking, tigerkidnapping, hacking, ramkraak, noem maar op. Geen zichzelfrespecterende misdadiger dus die nog iets ziet in een ouderwetse kunstroof, zoals er vorige nacht één plaats vond in Groot-Bijgaarden. Meer zelfs, doet het begrip u niet simpelweg denken aan een avontuur van Jommeke of Kuifje? Een Hollywoodfilm desnoods, waarbij in aerodynamische pakjes gestoken filmsterren de laserstralen in het museum acrobatisch ontwijken om een waardevol borstbeeld door een kopie te vervangen? Nee, we kunnen het er over eens zijn: kunstroof is volkomen passé. Een uitgestorven cliché! En aangezien de Jommekes en de Kuifjes samen met de sanseveria, de grammofoonplaat en de hoelahoep opgegaan zijn in ons stoffige cultuurpatrimonium, moeten we ook al niet op een oplossing hopen. De gespecialiseerde bende die vannacht actief was, zit dus met een imagoprobleem.





Advies aan de NMBS

8 02 2006

De NMBS heeft er voor gezorgd dat u in diverse stations alle menselijk contact kunt vermijden door een vervoersbewijs aan te schaffen via een automaat. Ik gebruikt dit systeem best vaak, en een evaluatie dient zich dan ook aan:

*Het voornaamste is dat de automaat snel werkt. Nu ja, echt héél snel gaat dat niet. Als er aan de loketten geen wachtenden staan, kunt u uw ticket nog altijd beter daar kopen, want het NMBS-personeel in de grote stations werkt in het algemeen vrij snel. De automaat reageert niet alleen iets te traag op de aanraking van het scherm, de betaling en het printen verlopen ook niet echt bliksemsnel. Pas als de rij wachtenden uit meer dan twee personen bestaat, is een automaat dus de beste optie.

*Het systeem is gebruiksvriendelijk, maar voor een groot deel van de bevolking zal het toch nog te complex werken. Vooral wat de keuze van de bestemming betreft, waarbij men de gemeente uit een lijst moet kiezen, levert gevloek op.

*Een groot nadeel is echter dat de automaten – vooral in de Brusselse stations – veel te vaak defect zijn. Niet alleen zou het systeem wat ‘sterker’ (lees: beter tegen gepruts bestand) mogen zijn, de herstelling zou veel sneller moeten verlopen.

nmbs.jpg

Daarnaast zorgen ook de treintabellen voor ergernis.

*In de eerste plaats zijn deze affiches slecht geplaatst.

-In Brussel-Zuid vind je ze enkel helemaal aan de uiteinden van het station. Als je van de trein stapt, moet je er dus aan denken meteen op het perron te kijken wanneer je een aansluiting hebt. Doe je dat niet, moet je heel wat meters afleggen vooraleer je de borden aantreft.

-In Brussel-Centraal en Brussel-Noord vindt je de affiches sneller, maar daar staan de borden dan zo dicht op elkaar dat mensen zich tegen elkaar moeten drukken om ze te kunnen lezen. Onbegrijpelijk is dat men de borden in een scherpe hoek tegenover elkaar plaatst, waardoor mensen echt tussen de panelen moeten gaan staan, waarbij meestal maar één persoon tegelijk kan zoeken. In de Brusselse stations zijn er vrijwel elk moment van de dag meerdere mensen die tegelijk info nodig hebben, dus wordt er altijd gedrumd..

-In Denderleeuw vind je de tabellen slechts aan één kant van het perron, en ook slechts in één voetgangerstunnel. Het station heeft lang te kampen gehad met vandalen, die de affiches in brand staken. Gevolg: men plaatst maar liever geen tabellen meer aan de kant die het verst van het stationsgebouw ligt. Van service gesproken.

-In Gent tref je de uurroosters op de perrons en in de gang onder de perrons aan, maar dan weer niét aan de ingang van het station. Men moet dus al een heel eind de gang in wandelen om op te zoeken welke trein men nodig heeft. Toch bizar dat men de vroegere tabellen aan de ingang van het station verwijderd heeft.

Men kan natuurlijk altijd zeer snel op de monitors en grote panelen kijken om te weten op welk perron een trein vertrekt, maar daar staat natuurlijk niet bij waar die trein allemaal halt houdt. Wie elke dag of elke week dezelfde trein neemt, weet dat natuurlijk wel, maar er zijn nog steeds heel wat mensen die niet aan een routine vasthangen. De NMBS zou dus dringend aan een verbetering van zijn informatisering ín de stations moeten werken.

*Daarnaast blijft ook verwarring ontstaan wat betreft de tabellen voor de reizen tijdens de week en die tijdens het weekend. Vat eens enkele minuten post naast zo’n bord en stel vast dat tientallen mensen zich vergissen. Nu staat in het midden van elke affiche duidelijk vermeld of het om de week- of weekendregeling gaat, maar toch kijkt iedereen daar over, ook al is de kleur van deze waarschuwing anders bij de twee tabellen. Het zou makkelijk zijn de mensen van domheid en kortzichtigheid te beschuldigen, maar als pakweg 75% van de reizigers zich vergist, ligt de fout bij het systeem. Wetenschappers zullen bovendien vast wel een verklaring hebben voor de samenhang tussen de indeling van een bladspiegel en de aandacht van de lezer. Een eenvoudige verbetering zou er alvast uit kunnen bestaan de weektabellen in een andere kleur te laten verschijnen dan de weekendtabellen. Dat zou vergissingen niet uitsluiten, wel verminderen.

Als de NMBS besluit mij op basis van deze analyses in dienst te nemen als adviseur, zal ik daar mits eeuwig gratis reizen, graag op ingaan.





Gepamper: Roos

5 02 2006

Roos Van der Cammen is ter wereld verschenen. Op 1 februari kreeg Tuur een zusje. Proficiat aan de ouders Cami en Katrien!





In de naam van de broer

3 02 2006

Iedereen heeft er wel al eens over gefantaseerd een andere naam te hebben. Keuze zat. Vannacht kreeg ik opeens een bizarre ingeving. Stel dat je voor je broer een nieuwe naam moet kiezen… Kies je dan een soortgelijke naam? Is een Ruben bv. ook een Jonas? Wim = Tom? Daan = Stijn? Pieter = Steven? Simon = Robin? Matthias = Thomas? Kevin = Nick? In theorie klopt dit wellicht een beetje, maar het zou dom zijn een al even banale naam voor je broer te kiezen. Tenzij hij natuurlijk over een nogal Jorisachtige persoonlijkheid beschikt. Dan staat Diego meteen wat belachelijk. Iedereen verdient een naam waarvan de interessantigheid omgekeerd evenredig is met de banaliteit van zijn persoon. Daarom heb ik alleszins besloten, zonder daar echt lang over na te denken, mijn broer Jens de naam Boris te geven.








%d bloggers liken dit: