Mag ik u wat vragen?

29 06 2006

wwf_big.gif oxfam.gif

 

artsenzg.gif amnesty_candle.gif

In Gent kun je geen bibliotheek of winkelcentrum buiten stappen zonder overvallen te worden door als activist verklede klantenwerver van Oxfam, Amnesty International, Artsen zonder Grenzen, Greenpeace, Artsen zonder vakantie, enz. Telkens weer die sympathieke vraag: ‘Mag ik u wat vragen?’. Die van Greenpeace of WWF vragen zelfs: ‘Excuseer, vindt u de natuur belangrijk?’. Ze krijgen van mij dan prompt een ‘nee’ te horen, waarop ik meteen kan doorlopen. Ik lieg dan wel, voor alle duidelijkheid.

Want ik heb wel sympathie voor deze goede doelen. Maandelijks maak ik al twee van de vermeldde organisaties blij met enkele euro’s. Dat volstaat voorlopig, vind ik. Bovendien ben ik zeer argwanend tegenover de zich als fanatieke medewerker voordoende student(e) die me aanklampt. Meestal zijn dat toch maar jobstudenten met rasta’s die doen alsof ze onbetaalde vrijwilligers zijn die strijden voor de goede zaak. En het is weliswaar zeer onprettig de hele dag door mensen te moeten lastigvallen en talloze afwijzingen te verwerken, maar dan kunnen ze ook gewoon een andere job gaan zoeken, toch?

De doorwinterde stadswandelaar ziet ze intussen al van ver staan en kent de truckjes om ze te ontlopen. In mijn geval is dat: héél stuurs kijken. Je moet als fondsenwerver al stevig in de schoenen staan om een nors iemand als ik aan te klampen. Als ze het dan toch doen, wimpel ik hen vriendelijk af. Ik voel me dan even een rotzak, maar echt maar heel even. Je raakt er aan gewend. Maar als het even kan, zal ik ze altijd ontwijken, die opdringerige sympathisanten. De straat oversteken, in een boogje er om heen wandelen of simpelweg een andere uitgang zoeken als je ze post ziet vatten aan de ingang. In mijn fantasie ben ik dan even een beroemdheid die de paparazzi tracht te ontwijken.

Advertenties




Komisch versus tragisch

28 06 2006

Kunnen we oog hebben voor het komische in een zaak die draait om twee vermoorde kinderen? Toen Het Journaal omstaanders interviewde op de plek waar Stacy en Nathalie terug gevonden waren, kwam een bepaalde vrouw aan het woord: ‘Mij grijpt het nog meer aan, want ik heb ook een kind van de vader van Stacy’. Ongewild moest ik hier wel een beetje om lachen. Ze liet het klinken alsof ze tot een grote groep behoorde, zoals ze ook had kunnen zeggen: ‘Ik zit samen met de moeder op aerobics’ of zelfs ‘mijn dochter is ook overleden’. Anderzijds verkondigde de vrouw dit ongewild met enige trots, zich wentelende in de dramatiek van het noodlot. Sorry dat ik dat een beetje komisch vond.





Everybody Needs Good Neighbours (2)

25 06 2006

buurman.jpgMeer dan 15 jaar geleden kwam het echtpaar X zich naast mijn ouderlijk huis vestigen. Hun komst deed het ergste vermoeden. De ouders van mevrouw X bleken zelf in een bijzonder smakeloos optrekje te wonen – een soort minikasteeltje – en het vermoeden dat zij hun twijfelachtige smaak aan hun dochter hadden doorgegeven, bleek al snel gegrond. Uit het niets verscheen naast onze glas- en betonwoning een spuuglelijke kruising van een fermette, een schuur en een fort. Nu kunnen we het er desgewenst op houden dat smaken verschillen, maar er bestaat ook zoiets als smakeloosheid. Op een bepaald moment is er geen sprake meer van een bepaalde ‘stijl’, maar van een opeenstapeling van ideeën, indrukken en voorkeuren die samen een allesbehalve geslaagd geheel vormen. Wat zich dus nu al vele jaren naast mijn ouderlijk huis bevindt, kun je moeilijk een pure fermette noemen. Die wansmakelijke mengvorm is dus een veel grotere doorn in het oog dan gewoon een lelijk huis. Bij het optrekken van de woning werden overigens snel enkele bouwovertredingen begaan. Een dakkapelletje meer of minder (dat uitkijkt over onze tuin) en een ondergrondse garage geven de boerenwoning immers al snel de allure van een villa. Door de bocht in de weg, kijken wij overigens uit op de zijkant van het huis, in plaats van – wat misschien draaglijker was geweest – op de achterkant. Met veranda uiteraard, want anders is zo’n woning niet compleet.

Van bij de start al bleek dat P. en E. niet de meest ideale buren zouden worden. De vader van P stak graag een handje uit bij de werken en omdat de tuinen nog niet afgesloten waren, kregen ze nogal vaak bezoek van onze avontuurlijke hond Turbo. Tot dat beest op een dag flink gewond thuiskwam. Een scherp voorwerp (een spade bleek later) was de oorzaak. Turbo kon wel tegen een stootje en kwam er weer bovenop. Maar telkens vader P zich vertoonde, werd hij behoorlijk agressief (het was al niet zo’n vriendelijke hond) en ook reactie van de man tegenover Turbo sprak boekdelen. De toon was gezet voor een jarenlange vriendschap met de buren.

Maar goed, de ene rij zielloze bakstenen volgde de andere op en ergens begin jaren ’90 was de protserige woning een feit. Intussen hadden wij natuurlijk al lang een indruk van wat voor mensen onze nieuwe buren zouden worden. Het zou niet netjes zijn die vooroordelen hier te poneren, dus dat laten we dat maar even buiten beschouwing. Laat het ons er bij houden dat P. en E. geluk hebben. Ze kozen als twintigers voor haarstijlen en kleding die hen er, nu ze de veertig naderen, nog steeds hetzelfde laten uitzien. Oude mensen in jongere lichamen, het komt nog vaak voor. Over de normen en waarden die wij deze mensen toeschrijven, hun manier van leven en maatschappelijke betrokkenheid, en de wijze waarop ze hun kinderen opvoedden, kan eveneens veel verteld worden. Omdat niemand van mijn gezin ooit een diepgaand gesprek had met deze burgerlijk aandoende mensen, gaat het hier echter om zeer subjectieve waarneming en zullen we het becommentariëren ervan maar zo laten. Hoe ergerlijk ook, iedereen leeft nog steeds hoe hij wil en als buur hoor je je daar niet aan te storen.

Nu, bezorgen E. en P. ons eigenlijk last, behalve door het feit dat ze dagelijks met hun slechte smaak en conservatieve levensopvattingen pronken? Niet echt, al durf ik wel even opmerken dat de geuren die de dampkap van de familie X. regelmatig onze tuin inspuwt, een ware kwelling kunnen zijn, vooral als je zoals wij vaak in de tuin zit. Maar verder? Gesprekken met hen zijn er niet (en dat is dus positief), dus ook geen ruzies en verder weet de sobere levensstijl van deze mensen nooit voor overlast te zorgen. Er klinkt geen luide muziek, er zijn geen rumoerige feestjes… meer zelfs, de familie X. gebruikt de tuin enkel om gras te maaien, dus houden ze hun gekeuvel binnenshuis, al is er wel een enerverend keffend pantoffeldiertje (of zijn het er twee?) en al herinner ik me wel examenperiodes waarbij het moeilijk buiten studeren was wanneer langs de andere kant van de schutting twee kinderen luidruchtig hun fantasie uitputten omdat ze geen ander speelgoed kregen en buiten moésten spelen. Toen wij hen wat van onze oude lego aanboden, vele jaren geleden, werd dat door P. meteen geweigerd. We stimuleerden daarmee de verbeelding van hun kinderen en voor je het wist, zouden ze zelf ook om lego vragen, wat veel te duur was. Intussen zijn de dochters zo stilaan volwassen en blijken ze qua kleurloosheid en ruggegraatloosheid niet onder te doen voor hun intussen bestofte ouders.

Om tot de essentie te komen: waarom is het zo onaangenaam wonen naast de familie X? Vanwege de levensloosheid uiteraard. Met enkel noeste arbeid als principe, bouw je slechts een schijn van leven op die in onze wijk weliswaar sterk geapprecieerd wordt, maar voor ons onbegrijpelijk is. De auto staat te blinken op de schoongespoten oprit, het gras in de tuin wordt om de zoveel jaar vervangen, het huis wordt nu en dan eens van een nieuw ornament voorzien en hups! voor je het weet zijn er 20 jaar van deugdelijk en degelijk leven voorbij. Tenminste, zo lijkt het. Je buren ken je beter dan ze denken. De familie X straalt een onmiskenbare doodsheid en engte uit. Er leeft niets, er wordt niet gelachen, er moet gewerkt en gestudeerd en naar VTM gekeken worden. Betrokkenheid, creativiteit en passie worden afgestoten door eiken balken en gordijnen met frutseltjes. Modaliteit als streefdoel kan nobel zijn, maar zelfs daar heeft de familie X zich vergist. Zo’n vijftig jaar nog wel. Tijdreizen kan niet meer, dus blijven ze krampachtig doen alsof de 21e eeuw nog lang niet aangebroken is. De leegheid van het leven en de vergankelijkheid van de mens zijn nergens zo aanschouwelijk als op melkkouter **. Kom gerust eens kijken. Bloemen noch kransen.

(Lees ook deel 1 en deel 3)





Qué? (1)

22 06 2006

Nu het televisieseizoen aan zijn einde komt, bied ik u graag een kort overzicht van een aantal ridicule of verkeerde uitspraken die her en der te horen waren.

‘De kans om deez mee te maken’ is op zich slechts in beperkte mate ridicuul. Het is wellicht een uitspraak van een Temptation Island– of Peking Express-deelnemer met een onvermogen om fatsoenlijk Nederlands te spreken. Maar ergerlijk niettemin.

Een chauffeur met strippersambities had het in Jambers over ‘poets om poets’. Of hij iemand ging beetnemen of met zijn poetsvrouw een beurtsysteem had georganiseerd, was niet duidelijk.

”t Is mij beu’. Niet alleen op televisie, ook in het dagelijks leven (of is dat tegenwoordig toch hetzelfde als televisie) hoor je deze compleet foutieve, irriterende uitspraak.

In Man Bijt Hond vertelde een dame iets over zichzelf: ‘Ik ben de kinderverzorgster en ik doe de verzorging van de kindjes’. Als dat niet duidelijk is.

Willy Sommers hanteerde het zelfontworpen woord ‘preutsachtig’.

Koen Wauters bedacht het werkwoord ‘foutkeuren’, zoals in de zin: ‘Ik moet het antwoord foutkeuren!’.

Een kandidaat van Temptation Island vond dat zijn date wel een ‘downpuntje‘ had.

Wordt zeker en vast vervolgd!





Everybody Needs Good Neighbours (1)

19 06 2006

‘De Vlaming is sociaal’ kopte De Morgen het voorbije weekend n.a.v. een onderzoek naar onze leefgewoonten. De Standaard interpreteerde de resultaten enigszins anders. Heel wat landgenoten mogen dan misschien deel uitmaken van verenigingen en vaak op bezoek gaan bij familie, erg verdraagzaam blijken ze als buur toch nog niet te zijn. De meeste mensen willen niet naast gehandicapten, werklozen, holebi’s, migranten of éénoudergezinnen wonen.

Niet verbazingwekkend eigenlijk. In het artikel over fermettebewoners stond het reeds vermeld: de Vlaming wil liefst zijn zoals alle anderen, en woont dus ook liefst naast iemand die op hem gelijkt en niet naast iemand die afwijkt. Hoe dwaas toch. Als een buur voor overlast zorgt, kan dat toch niets te maken hebben met het feit dat hij tot één van de geviseerde groepen behoort? Een rockmuzikant die tot in de late uurtjes repeteert, een violiste die graag oefent met het raam open, een ruziënd koppel, een bejaarde die afval in zijn tuin gooit of simpelweg liefhebbers van de minder smaakvolle tuindecoraties, lijken me minder leuke buren dan om het even welk Turks gezin of een koppel roze ridders. Meer zelfs, maakt het eigenlijk uit naast wie u woont als u stilzwijgend overeenkomt elkaar met rust te laten? Alsof je buur steeds je beste vriend moet zijn. Al die pasgehuwde koppels die hopen gezellig naast een ander pasgehuwd koppel te gaan wonen in de hoop alledaagse ditjes en datjes te kunnen uitwisselen over de schutting heen, zouden voor hun huwelijk beter wat meer moeite doen hun sociale leven op peil te houden zodat ze zich wanneer het te laat is niet uit angst voor de eenzaamheid moeten gaan hechten aan de personen die toevallig naast hen zijn komen wonen.

Nu, ik stel het graag nog wat extremer. Rond mijn ouderlijk huis, waar ik nog steeds een deel van mijn tijd doorbreng, wonen enkel mensen die niet tot één van de vermelde groepen behoren. En niet één ervan is een aangename buur. Hoezeer ik ook moeite doe hen met rust te laten, zij blijven mij met zijn allen terroriseren. Zo woont er enkele huizen verder een sociaal geval wiens hobby karaoke is. Dit gebeurt dan bij voorkeur met gebruik van een microfoon en in de garage – met de poort open. Zo wordt de straat het decor voor een luidruchtig volksfeest (mét slechte muziek!) en is de dag om zeep. De karaoke-sessies duren immers steevast minstens enkele uren. De buurt heeft ook zijn eigen crimineel, zij het dan wel een amateur. De werkloze jongere G.S. pleegde onlangs een handtasdiefstal. Dat deed hij ongemaskerd en nauwelijks enkele straten verderop, zodat het slachtoffer hem – uiteraard – herkende.

In deze reeks stel ik u met veel plezier en op ironisch-kritische wijze mijn buren voor. Uiteraard wil ik daarbij gerust mijn eigen buurgedrag onder de loep nemen.

Lees hier deel 2 en deel 3)





Boris komt ter zake

17 06 2006

Het kunstenaarscollectief HAP, bestaande uit onze Boris en twee kompanen, kreeg vrijdagavond heel even aandacht in Ter Zake. Aanleiding is de fascinerende tentoonstelling Freestate, die de talenten van morgen een kans heeft. Greet Op de Beeck vond hun project blijkbaar zo interessant dat ze maar liefst 15 seconden aan hen wijdde in het programma. Da’s alvast een stap naar die fifteen minutes of fame.

Freestate is een tentoonstelling die plaatsvindt op de site van het voormalig militair hospitaal in Oostende. Men wil er een stand van zaken brengen over een nieuwe generatie jonge Belgische kunstenaars die geboren zijn in de jaren ’70. Aangezien de tentoonstelling tegelijkertijd loopt met de tentoonstelling Beaufort 2006, is de kans op succes groot.

HAP, ontstaan in 1999, is het collectief van drie beeldend kunstenaars. Ze hanteren verschillende media in hun beeldend werk. In monumentale en projectmatige installaties en performances gaat HAP de opgelegde orde en algemene opinies te lijf, en dit door middel van een consequent uitvoeren van door de maatschappij gehanteerde strategieën en ensceneringen. Dit gebeurt met eenvoudig materiaal in frisse kleuren.

Het kunstwerk dat op Freestate te zien zal zijn, is gegroeid vanuit de gegevenheid van de positie van een kunstenaar in een tentoonstelling. Als je immers een idee lanceert vanuit een artistieke reflex , stuit dit regelmatige op hindernissen die vanuit het standpunt van de kunstenaar niet aan de orde zijn. Omdat de eerste twee ideeën van HAP om allerlei redenen vanuit de organisatie van de tentoonstelling niet uitgevoerd konden worden, wilde HAP wijzen op de economische mechanismen die een jong hedendaags kunstenaar dient te hanteren om iets te realiseren. Het spel meespelen dus: het nieuwe werk handelt over ‘fondsenwerving’. HAP besliste voor Freestate een stuk grond op de tentoonstellingssite te claimen. Dit stuk grond van 150 m² wordt afgebakend door reclamepanelen die door adverteerders kunnen worden gehuurd.

De verzamelde gelden zullen gebruikt worden om het oorspronkelijk geplande kunstwerk alsnog te creëren. Wanneer het zover is, zullen we dat hier zeker vermelden. Intussen blijkt dat al meer dan 13 bedrijven en merken interesse vertoonden en een bord huurden.

Freestate vindt plaats van 24 juni t.e.m. 10 september. De unieke locatie kan overigens voor het laatst in zijn huidige staat bezocht worden. Lees er alles over op www.free-state.be





Natalia van haar melk

12 06 2006

Het journaal bracht vandaag een item over een ongeval op de autosnelweg. Een onvoorzichtige autobestuurster sneed een tankwagen de weg af, waardoorde chauffeur ervan de controle over het stuur verloor en de melk even later over het wegdek stroomde. Een reusachtige file onder een verzengde hitte was het gevolg.

Toen ik dit nieuws hoorde, stelde ik me voor hoe de autobestuurster de spectaculaire gevolgen van haar eigen onhandigheid op het nieuws zou uitvergroot zien. Moet niet prettig zijn, om niet te zeggen: een beetje gênant. Toen het nieuws een half uur later op Canvas herhaald werd, wist men meer. Zangeres Natalia was de schuldige! Dit werd dan ook enkele keren herhaald. Uitvergroten die boel.

Enerzijds is dit voorval weer zo’n leuke speling van het lot. Er gebeuren elke dag ongevallen, dus moet er zo nu en dan wel eens een BV bij betrokken zijn. Anderzijds zullen Dag Allemaal en Story hier zonder enige twijfel weer heelder pagina’s kunnen aan besteden en dan wordt zo’n gebeurtenis snel zéér vermoeiend.





Scherre de Gerre

12 06 2006

In de luchtige zomertalkshow Zomer2006 ontvangt Jan Leyers iedere week de lingerie-ontwerpster Muriëlle Scherre. In haar eigen rubriek filmt die met een verborgen camera mensen tijdens een uitgangsavond, waarbij de focus op ‘verleiding’ ligt. Terwijl becommentarieert Scherre de gebeurtenissen, waarbij het er dan op neer komt dat ze haar ergste vooroordelen laat spreken en mensen hun gedrag in het belachelijke trekt. Nadien zoekt ze dan via een gesprek uit wat er klopt van haar eerste indruk.

Behoorlijk goedkoop en smakeloos, eerlijk gezegd. Scherre de Gerre laat zich in plat Gents uit over mensen die zich niet bewust zijn dat ze gefilmd worden. U zou het zelf beslist niet willen meemaken dat iemand u na een avondje uit bekent uw doen en laten de hele avond te hebben gadegeslagen en dit ook nog op televisie zal worden uitgezonden (waarvoor uw toestemming nodig is weliswaar). En de commentaar die er bij gebracht wordt, is zo stupide, oppervlakkig en veralgemenend dat het dit itempje geweldig overbodig maakt. Een dwaze rubriek, gebracht door een allesbehalve intelligente troela. En dat accent is ondraaglijk.





Barbecuen barbecuen barbecuen

11 06 2006

Amper vier dagen zomers weer en al drie barbecues achter de rug!

Niet dat dat erg is. Barbecuen op een tuinterras op een zomerse namiddag of avond is zowat het summum van gezelligheid. De geur van de barbecuekruiden, een lekker gemarineerd sateetje, de wijn die rijkelijk vloeit, de warmte die tot ’s nachts blijft hangen, … Alleen is het nu ook weer niet zó gezond. En na verloop van tijd zou de weegschaal zeker alarmerende geluiden gaan maken, vrees ik. Ik ben nu eenmaal niet iemand die het bij één stukje vlees kan laten.

Meest verrassend was het etentje op zaterdagavond. Pas rond een uur of zes krijgt iemand het in zijn hoofd wat mensen te gaan bellen om nog diezelfde avond een hapje te komen eten en iets te drinken op zijn verjaardag. Zo’n geïmproviseerd gebeuren hoeft qua sfeer niet onder te doen voor de flink voorbereide samenkomsten. Santé, Brent! Jij hebt het startschot voor de zomer gegeven.








%d bloggers liken dit: