A Town Unlike Any Other

28 11 2008

Op één wordt vandaag zaterdag een Britse serie uitgezonden die de meerwaardezoeker al geruime tijd geleden op een buitenlandse zender ontdekt heeft. Niettemin wil ik iedereen die ook maar enigszins van goede televisiefictie houdt, aansporen zaterdagavond naar het onweerstaanbare en uitermate entertainende Cranford te kijken, een superieure BBC-serie.

Een groot aantal van de beste Britse acteurs mag opdraven in een niet op één genre vast te pinnen verhaal. In de eerste plaats zullen liefhebbers van Charles Dickens, Jane Austen en het betere soapwerk aan hun trekken komen. Maar Cranford, dat de belevenissen van een aantal bewoners van een klein Brits dorp in de 19 eeuw belicht, zal ook iedereen aanspreken die van sociale drama’s en series met diverse verhaallijnen houdt. Het gaat hier immers om een uitgekiende sociale schets, vol rake en waarheidsgetrouwe observaties.  Onder het vrolijke en fatsoenlijke gekwebbel van de personages, bevechten de meest diverse emoties elkaar. De serie is daardoor extreem verslavend en laat je niet onberoerd. In alle opzichten is dit ook een historische serie, waarin de samenleving van die tijd prachtig geïllustreerd wordt: maatschappelijke verhoudingen, financiën, onderwijs, macht, wetenschap, huwelijk, eer en fatsoen, zijn maar enkele van de thema’s. Zoals je van een BBC-serie mag verwachten gebeurt dat met een meesterlijk oog voor detail en is Cranford dan ook op alle vlakken om van te snoepen. De dialogen alleen al zijn ware pareltjes.

Dat de VRT beslist deze serie op één uit te zenden, vind ik geen probleem, al vraag ik me toch af waarom dit niet op Canvas hoort (in plaats van de hysterische Desperate Housewives bv – wat is eigenlijk nog het profiel van deze zenders?). Dat daar tegenover dan het eveneens genietbare Trial and Retribution geprogrammeerd staat, is zonde, want dat spreekt deels dezelfde doelgroep aan.

Maar goed, Cranford is grandioze televisie. Hoewel het sterk afwijkt van mijn grote favorieten The Sopranos, Six Feet Under, The Wire en Deadwood, is dit een (korte) serie om te koesteren. Voor wie de reeks reeds gezien heeft en naar meer snakt: er volgt ooit nog één dubbele aflevering, een kerstspecial, maar ook daarvoor zullen we eerst op BBC of een Nederlandse zender terecht moeten. Alle anderen gun ik het plezier deze serie te ontdekken.

Vanaf 29/11, om 21u55 op één.





Sneeuwbal teruggekaatst

26 11 2008

Haaltertse winterimpressies, klinkt de titel van een mailtje dat je moeder op een sneeuwachtige zondag stuurt. Met als bijlage een gezellig kiekje van een winterse, ondergesneeuwde tuin.

Gentse winterimpressies, stuur je terug, met als bijlage een uitzicht op een ondergesneeuwd stadspark.

Krijg je dit terug uit Liechtenstein:

liechtenstein

Oké,  Boris, jij wint.





100% correcte horoscoop

25 11 2008

Had mijn horoscoop deze morgen dit gemeld –

Laat u niet verrassen door spekgladde wegen. U bent in uw nopjes wanneer twee studentes journalistiek uw mening vragen, want die geeft u graag. U maakt van de gelegenheid gebruik om de mythe dat StuBru een jongerenzender is, uit de wereld te helpen. Wees op u hoede voor pompoenen. U slaagt er in kordaat maar vriendelijk de pogingen af te wimpelen van een Professionele Geldaftroggelaar. Een bijzondere ontmoeting met iemand uit uw verleden, geeft uw dag een leuk accent. U vindt nieuwe energie om uw professionele agenda te onderhouden. Een lege batterij dreigt uw dagplanning te verstoren, maar uw improvisatietalent, opmerkingsvermogen en filmliefde, helpen u uit de nood. Een sluimerende verkoudheid zal ook vandaag nog niet doorbreken. Wees niet té gerust in de vooruitgang die uw leerlingen maken voor wiskunde. U mag dan net als alle andere consumenten goedkopere voedingswaren aanschaffen, de aankoop van een design meubelstuk kan u wel aan. Plan gerust twee vergaderingen op één dag in de loop van de week, u zal er zelfs naar uitkijken. Geef u zelf maar een schouderklopje voor de differentiatie die u meerdere hoogbegaafde kinderen weet aan te bieden in de les Frans. Vraag u af of de droom van uw collega waarin u behoorlijk neerbuigend aanwezig was, een onrechtstreekse verwijzing naar de werkelijkheid is. Koop geen brood als er nog een in de kast ligt.

– dan had die voor 100% correct geweest!





Pasta of pastaniet?

24 11 2008

elsscheppersStel, je doet op televisie mee aan een uitvinderswedstrijd met je zelfbedachte speculoospasta. Je uitvinding wordt flink geprezen, maar de grandioze sliplift gaat met de hoofdprijs lopen. Toch wordt ook je pasta een succes. Vervolgens mag je in diverse media over je uitvinding vertellen en genieten van de roem en rijkdom die de net-niet-overwinning met zich meebracht.

En stel dat een jaar later de zender van plan is opnieuw een reeks van het tv-programma te maken en men vraagt jou als bekendste deelnemer van de eerste reeks om op te draven in de bijhorende promotiespot. Men stelt je daarbij voor je te verkleden in MegaEls en vervolgens ziet heel Vlaanderen je in een rijkelijk van glitters voorziene pakje over het scherm vliegen om bij een doorsnee gezin de pastanood te gaan oplossen. Je staat erbij als iemand in een verkeerd decor en kan je waardigheid net niet redden door ook nog eens slecht te acteren – je bént dan ook geen actrice.

Daar zeg je toch ja op?

(promotiespot De Bedenkers, iedere dag meerdere keren op één)





Pappenheimwee (4)

18 11 2008

Uw geduld wordt beloond, beste lezers. Ik verklap u eindelijk hoe mijn deelname aan De Pappenheimers in 2004 is afgelopen.

alibaba1Waar waren we gebleven? Mijn moeder en ik stonden 100 punten voor. Het zal van de sympathieke maar weinig pientere Peer afhangen of zijn team alsnog de finale haalt. Kent hij het antwoordt niet, dan winnen wij… Maar zelfs het kleinste kind weet het antwoord op de vraag: ‘Wat zei Ali Baba om de grot te openen’. Peer geeft dan ook zeer overtuigd het juiste antwoord. Wij vallen af.

Er wordt afscheid van ons genomen en ik mag nog melden dat ik me in het geheel nergens aan geërgerd heb – wat eigenlijk wel zo is, al blijft die goedgekeurde verspreking van Filip Peeters me toch wat parten spelen. Daarna nemen we plaats tussen onze teleurgestelde supporters om de finale te aanschouwen.

pappenheimers_0044 pappenheimers_0023 pappenheimers_0015

Op dat eigenste moment ben ik niet eens heel teleurgesteld. De sportieve sfeer die het programma uitstraalt, is vrij echt en daardoor is verliezen niet zo heel erg. De glimlach valt niet van mijn gezicht te beitelen. Toch moet gezegd dat onze tegenspelers daar ook toe bijdroegen. Zij speelden hun rol als underdog zo voortreffelijk, dat zelfs wij voor hen zouden supporteren. De finale was hen meer gegund dan Frans en Tim die zich vooraf in de rol van onoverwinnelijken nestelden. Maar wat wellicht nog een veel grotere rol speelt, is de afloop van de finale. Zoals de productie het voorschrijft, laten Peer en Els eerst hun BV zoveel mogelijk correcte antwoorden sprokkelen. Peeters slaagt daar moeiteloos in, maar dan raken ze de pedalen kwijt. Peer geeft het ene foute antwoord na het andere. Het koppel verliest dan ook met glans en, daar moeten we eerlijk in zijn, dat verzacht ook onze pijn. Allemaal met lege handen naar huis na ons rot geamuseerd te hebben, dat kunnen we fair vinden. Niet slecht bedoeld natuurlijk, maar is dit geen aannemelijke menselijke reactie? Onze teleurstelling was wellicht veel groter geweest als onze tegenspelers met enkele duizenden euro’s naar huis zouden gaan.

Onze supporters lijken genoten te hebben en er wordt druk nagepraat. Meester Marc laat horen wat hij allemaal wel wist en mijn oma moet even bekomen. Terwijl wij de spanning doorspoelen, start  – vrij laat op de avond al – nog een opname. Wij kunnen intussen formeel zijn: dit was voor ons een bijzondere, misschien zelfs wat sensationele beleving die zo’n storm aan emoties losmaakt dat we er nog dagenlang op wolkjes van zullen lopen. De productie is blij met de spannende aflevering, we krijgen als troost nog een fles champagne.

pappenheimers_0033Uiteraard wordt er nadien druk geanalyseerd. Wat hadden we moeten weten? Wat waren de flaters? Mijn moeder is wat pessimistisch. Ze heeft de indruk dat haar juiste antwoorden zich beperkt hebben tot vragen over seks, drank, muziek, roddel en nostalgie. Zal heel Vlaanderen haar leren kennen als een dom blondje? Welnee, en wat zou het, als je daar moeiteloos het charisma van een hele resem Missen en tv-omroepsters zit te overtreffen, glimlachend en stralend? Ikzelf geniet nog na van de alertheid ‘Jezus’ te antwoorden op een zeer onwaarschijnlijke vraag. En als spelletjesspeler was dit natuurlijk ook genieten.

Drie maand later

De uitzending valt samen met een quizavond van de jeugdbeweging. Die zal onderbroken worden, zodat op een groot scherm kan gekeken worden. Ik opteer pas na de uitzending langs te komen. Je weet maar nooit  hoe idioot, onnozel, dom of belachelijk je over zal komen (of bent). Dat kun je dan maar beter niet ontdekken met tientallen getuigen. We kijken dus thuis in familiekring, opnieuw vol zenuwen. Maar wat valt dat goed mee! We kijken opnieuw vol tevredenheid terug.

In de weken die volgen, ben ik op school een grote ster. Mijn leerlingen hebben massaal gekeken en veel ouders vertellen me dat ze ook de volgende dagen nog naar de aflevering kijken (‘Welke film wil je zien: Toy Story of Finding Nemo?’ – ‘Meester Sven!’). En hoe gek het ook klinkt, ik word op straat herkend! Eén keer toch…

We krijgen te horen dat Erik Van Looy alles voor ons verbrod heeft. Tja, hij gaf wel enkele foute antwoorden, maar dat deden wij ook. Verder moeten we her en der wel bevestigen dat hij sympathiek was en Tom Lenaerts ook. Dat de slag van Verdun aan bod kwam, bevestigt onze veronderstelling dat een voorbereiding altijd nog wat kan opleveren. Dat winnen niet voor ons is weggelegd, is een andere familiale verzuchting. Dat het vooral een zeer fijne ervaring was, hoeven we niet te verkondigen, want ‘daar koop je niets mee!’. Dat we al onze supporters dankbaar zijn omdat hun aanwezigheid echt deugd deed, komt te sentimenteel over om zomaar te verklaren. Dat er veel over te vertellen valt, hebt u als bloglezer ook gemerkt. Dat het onvergetelijk was, is overduidelijk.

Ik kan nu niet naar De Pappenheimers kijken zonder alles nog eens vaag opnieuw te beleven. Het is en blijft ook een steengoed programma. Ik kan u dus van harte aanbevelen ook een keer (proberen) deel te nemen.





Pappenheimwee (3)

15 11 2008

Wat voorafging: onze deelname aan De Pappenheimers lijkt op te zullen houden na de tweede ronde. We staan laatste, maar één correct antwoord kan alles redden. Het gaat om een muziekvraag, die mijn moeder moet trachten te beantwoorden vóór Axl Peleman

Tom Lenaerts’ ‘lalala’ is amper uitgestorven of mijn moeder heeft al afgedrukt. Uiteraard, want wat hebben we nog te verliezen? Haar eeuwige liefde voor muziek laat haar niet in de steek: ‘Pour un Flirt’ luidt het zelfverzekerd. Dan valt een ijzingwekkende stilte die uren lijkt te duren. Mijn moeder herinnert zich de vraag – wat is de titel en tevens ook de eerste zin? – ‘Avec toi, je ferais n’importe quoi’ maakt ze af, de woorden die de hele zaal al in het hoofd had. Het antwoord is juist en onze tribune barst los. Een triomfantelijk moment.

axlpelemanEr wordt afscheid genomen van Frans, Tim en Axl, en als kandidaat realiseer je je dan dat dit wel erg vroeg in het spel is. Wat zijn we opgelucht dat het hier voor ons niet ophoudt. Dit is gewéldig leuk. De derde ronde gaat van start en deze keer dienen de kapiteins zelf te bepalen wie welk thema speelt. Soms zijn de titels wat cryptisch aangegeven, dus het is wat gokken. In ons achterhoofd nog steeds de twee vooraf meegedeelde antwoorden, ‘Jezus’ en ‘Mister Manhattan’.

Ik laat mijn moeder het thema ‘cocktails’ spelen, gezien haar grote ervaring in de horeca. Ze doet dat goed, want ze weet wat in caïpirinha zit en herinnert zich de ‘Mister Manhattan’ als bijnaam voor Woody Allen. Het antwoord dat ze niet kent, geeft ze door aan Els, die het ook niet weet.

Het volgende thema is ‘kannibalisme’, dat gespeeld wordt door Filip Peeters. Bij zijn derde vraag, ‘Welke film sluit af met deze woorden van een menseneter: ‘I’m having an old friend for dinner’?’, aarzelt hij en zegt dan ‘Hannibal the Cannibal’, wat fout is. Maar Lenaerts, die ik geenszins van partijdigheid verdenk, helpt even: ‘Welke film?’ was de vraag’. Toch zou je kunnen zeggen dat Peeters’ antwoord  eigenlijk een titel is en hij dus fout geantwoord heeft. Hij herstelt zich echter en geeft het correcte antwoord: ‘The Silence of the Lambs’. Is hannibaldat wel geldig? Ik heb mijn bedenkingen, maar anderzijds is dit gelukkig Blokken niet, waarin je antwoord perfect moet zijn. Ik zou trouwens vermoeden dat wij ook hulp zouden krijgen in zo’n geval. Alleen stellen we later wel vast dat het foute antwoord uit de aflevering werd geknipt. Het kan dus niet anders of iemand anders heeft ook gemeend dat hier een schijn van partijdigheid ontstond. Was het de adrenaline die ons belette te reageren? Het spel gaat alleszins door.

Ik geef het thema ‘te duur voor wat het is’ aan onze teamgenoot Erik Van Looy. Ik heb geen idee wat dit inhoudt, maar het blijkt om luxeproducten en dure artikelen te gaan. Van Looy blijkt de koivis niet te kennen, maar geeft verder wel twee goede antwoorden. Zo blijft de stand natuurlijk ongeveer gelijk. Wanneer Els een zeer makkelijke vraag over Beethoven niet kan beantwoorden, geeft ze de vraag door aan Erik, die helaas ook fout antwoord. Jammer, maar we denken er (nog?) niet aan Erik Van Looy een blok aan ons been te noemen. Ook ik geef vervolgens (mijn enige) foute antwoord, door de zender La Deux niet te kennen en mijn moeder verwart Alexander Graham Bell en Thomas Edison. Allemaal gemiste kansen, want het verschil blijft miniem. Dat onze tegenspelers vrijwel niets goed beantwoorden, lijkt niet in hun nadeel te spelen – zo zit het spel nu eenmaal in elkaar.

kelly-pfaffIk neem vervolgens het thema ‘shockerende uitspraken’ op mij. Ik stel opnieuw vast dat de vragen alle betekenis lijken te verliezen als je zo geconcentreerd bent. Wanneer de vraag “Wie zei in een Brasschaatse villa: ‘Sam, blijft van mijn trees’?” luidt, raak ik gedesoriënteerd. In die luttele seconden blijk ik zelfs niet meer te weten of Brasschaat nu in België of op de Noordpool ligt. En wie is in godsnaam Sam? Maar leve de Story die mijn oma me elke week voorlegt bij een bezoekje. ‘Kelly Pfaff’ klinkt het net op tijd. 100 euro voorsprong.

“Welke menslievende goeroe uit de oudheid zei: “ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard!’?” is de volgende vraag. Aartsmoeilijk toch? Ik pieker me suf. In die paar seconden race ik door mijn geheugen. Socrates? Buddha? Harry Krishna? Ravi Shankar? Willy Sommers? Ik trek grote ogen en schud mijn hoofd, ‘denk aan de tijd’, klinkt het. Ik voel al onze dierbaren achter me de adem inhouden. Een wanhoopspoging; ‘Jezus!?’ De zaal barst in lachen uit. Ik zat er duidelijk naast, toch een kleine afgang. Maar Lenaerts kijkt doodserieus en kijkt bestraffend naar het publiek. Dit antwoord is… correct! 400 euro voorsprong. Nog 4 vragen, kan het nog mislukken?

De volgende vraag brengt me terug naar een reportage van Panorama, maar die is me niet bekend. Ik geef door aan Peer, in de terechte veronderstelling dat hij dit echt niet weet. De stand verandert niet. Lenaerts vergeet wel het juiste antwoord te geven en dus doorbreek ik even de spanning door er naar te vragen. Zo laat ik me even als de betweter van dienst kennen.

Dan weer serieus, het laatste thema is ‘grotten’. Peer moet spelen, twee goede antwoorden volstaan om zijn ploeg nog te laten winnen. Wij kruisen de vingers. Peer bleek niet van de aandachtigste te zijn, noch etaleert hij een grote algemene kennis. Wat weet hij van grotten?

De grotten van Remouchamps kent hij niet, maar wij jammer genoeg ook niet. Verdomme toch. Maar het kan nog. Nog 2 vragen. Nick Cave blijkt echter een wel zéér makkelijke vraag te zijn en Peer scoort. De moed zakt ons een beetje in de schoenen. Want als Peer de volgende vraag miraculeus genoeg toch goed kan beantwoorden, gaat zijn ploeg naar de finale! Dan klinkt de laatste, alweer veel te makkelijke vraag en nog voor ze helemaal gesteld is, besef je dat het gedaan is. ‘Wat moest Ali Baba zeggen om toegang te krijgen tot de grot?’.

Zegt Peer ‘Oma, wat hebt u grote oren!’?  Gaan wij met duizenden euro’s naar huis? Wordt de aimabele Lenaerts gestenigd door onze supporters? U leest het … hier!

Lees ook deel 1 en deel 2





Pappenheimwee (2)

13 11 2008

Onder luid gejuich betreden we de studio. De supporters zijn in form, al mogen ze dan hun spandoek niet tonen (wegens hinderlijk in beeld). Maar het gebaar kan tellen. Het is een rare combinatie van glunderende mensen. Collega-leerkrachten en collega-filmproductiemedewerkers naast oma’s en ksa’ers. Bijna iedereen die we er graag bij hadden, is aanwezig (Linda verdwaalde intussen op de Brusselse ring, Michèle zat in Wales en Arne in Bologna, …). Een warme gloed jaagt door mijn aders. Dit moment alleen al is al het wachten waard.

De show gaat van start. Mijn moeder neemt plaats op de middenste stoel, maar het is wel de bedoeling dat ik daar straks zit, kapitein van het team zijnde. De begingeneriek zweept ons op. Het koude zweet staat me in de handen.  Peer en Els mogen zich eerst voorstellen. Peer scoort met zijn naam en zijn beroep – boekenarchitect, wat volgens mij gewoon wou zeggen dat hij layouter of iets dergelijks is, wie weet werkt hij gewoon in een drukkerij, maar je moet jezelf kunnen verkopen natuurlijk  -, zijn vrouw met haar zwangerschap.

DR1014_Eric_CLAPTON 79942Dan zijn Frans en Tim aan de beurt, die zich beiden grote fan verklaren van Eric Clapton en verder uitblinken in braafheid. Laat ons maar snel overgaan naar onszelf. Wij glunderen wat af. Mijn moeder mag eerst verklaren wat ze aan mij zou willen veranderen. ‘Wat milder worden en minder kritisch’ luidt haar aannemelijke antwoord. In het daaropvolgende gesprek mag ik verklaren dat ik me erger aan mensen die in de bioscoop een plaats open laten en later dan vragen op te schuiven, en bij de vraag of mijn leerlingen me ook ergeren, kan ik gevat reageren dat het vooral de ouders zijn die me ergeren. Ik voeg er snel aan toe dat niemand dat persoonlijk mag nemen, maar er wordt al flink gelachen en zo is het ijs gebroken. We gaan van start.

wandaAllereerst worden ons drie antwoorden vooraf meegegeven: ‘Pruimen, Jezus en Mister Manhattan’. Dan vangt de eerste ronde aan, waarin je (snel) moet afdrukken als je denkt dat je medespeler het antwoord weet. De kokers waarin de bekende Vlamingen zitten, komen enkel aan bod als niemand het antwoord weet. Aan hun stem kan je dan raden wie het is. Mijn moeder hoort ‘film’ in de eerste vraag en drukt meteen af. Dankzij A Fish Called Wanda scoren wij meteen 100 punten. Maar ik stel nadien vast wat ik onlangs ook bij de opnames van Blokken meemaakte: de vragen lijken in het ijle te zweven en ondergaan een metamorfose tegen dat ze je gehoorgang bereikt hebben. Plots klinkt alles Chinees en is opperste concentratie nodig.

In de daaropvolgende vragen komen wij niet meteen meer aan bod, tot onze grote paniek. Peer laat zich opmerken door een wandelende tak een wandelend blad te noemen en in één van de kokers blijkt al snel Filip Peeters zijn kenmerkende stemgeluid uit te brengen. Meteen daarop herkennen we ook Erik Van Looy, tot onze verrassing en de sympathieke Antwerpenaar Axl Peleman. Frans en Tim doen het intussen goed, ze weten vooral zaken die ik absoluut niet zou weten. Zo gaat het even door. Peer weet niets, de kokers doen hun werk en wij komen er geheel niet aan te pas. Maar doordat de BV’s het niet zo schitterend doen, verdienen wij toch heel wat punten. Mijn moeder weet gelukkig ook dat Sigrid Spruyt het bed deelt met Raymond van het Groenewoud en dat zorgt ervoor dat we na de eerste ronde op de tweede plaats komen te staan met 300 punten. Vader en zoon staan op 1 (met 500) en Peer en Els hebben nog geen punten.

filippeetersIn de tweede ronde komt er een BV bij. U herinnert zich nog dat wij al bij onze preselecties op Erik Van Looy hoopten, nu was de kans toch wel groot. Peer en Els kiezen Axl Peleman, maar wijzen de verkeerde koker aan en krijgen dus Filip Peeters toegewezen, een knappe quizzer. Van Looy is dus voor ons. Daar zijn we blij mee – hij kan compenseren voor onze ontbrekende sportkennis – maar natuurlijk is hij ook een grote filmkenner en dat ben ikzelf ook. Overlappende kennisvelden lijken me dan weer wat riskant. Gelukkig is één van de thema’s Die Mannschaft, en ik weet zelfs niet wat dat is, dus dat schenken we al graag aan onze BV. In de koker moeten we 9 thema’s onder onszelf verdelen. Dat verloopt best oké, al is het wat beleefd wikken en wegen.

Even later zijn we er uit en nemen we opnieuw plaats aan onze ‘balie’. Ik mag verklaren waarom ik nu in het midden zit nu, en beken dat ik een controlefreak ben. De kapitein mag in de derde ronde immers de thema’s zelf verdelen. Terwijl de kijker intussen al een mooie quiz gezien heeft, lijkt voor ons alles nog te moeten beginnen. De tweede ronde in het bijzonder, is zéér spannend, want één duo valt af.

Ik speel het thema ‘Leuk Lotharingen’. Els geeft al meteen blijk van veel kennis over dit thema door de ‘haring’ in het woord ook effectief als ‘haring’ uit te spreken. Zoveel wist ik er toch al van, maar dat was het dan ook vrees ik. Aardrijkskundige kaarten uit de middelbare school doemen vaag op in mijn achterhoofd, ik zal er maar het beste trachten van te maken, deze ronde staat op weinig punten. Maar wat een geweldige toevalligheid doet zich dan voor. Had ik in de auto nog zuchtend zitten bladeren in mijn moeder’s voorbereiding – een schriftje met lijstjes waaronder belangrijke geschiedkundige momenten – dan wil net dat één feit dat me daarvan is bijgebleven, het antwoord op de eerste vraag zijn. ‘Het verdrag van Verdun’ laat ik schoolmeesterachtig horen. Mijn oude collega Marc, die voor eens zijn stofjas thuis gelaten heeft, zit trots op me  te wezen. het levert ook genoeg adrenaline om deze ronde verder te zetten. Ik weet ook dat de vrouw van Ronald Reagan Nancy heette, wat ook een stad is in de betreffende streek. Het derde antwoord is ‘pruimen’, één van de vooraf gegeven antwoorden, maar niemand  antwoord juist.

Erik Van Looy scoort vervolgens één juist antwoord in het thema ‘meeneemchinees’ (een voetbalvraag!) en Peer en Els blijven op 0 staan. In het thema ‘Misters’ scoren we alledrie één keer, de thema’s voor 100 euro zijn daarmee uitgespeeld. Jaja, beste lezers, misschien doe ik u een plezier al deze details te besparen, maar ik kijk graag eens grondig terug op deze belevenis, ik schrijf dit tenslotte ook voor mezelf. In het thema ‘Piraten’ scoort Erik niét en beginnen Frans en Tim, tot hun eigen genoegen, serieus aan kop te komen. Wat zich deze namiddag bij de repetities afspeelde, lijkt zich te gaan herhalen. Ik voel me wat onzekerder worden en allerlei dramatische scenario’s nemen vorm aan in mijn gedachten. Achter ons kronkelt mijn grootmoeder van de spanning en moet men collega Marc intomen om niet elk antwoord veel te luid te fluisteren.

In het thema ‘woorden op -is en -ak’ kom ik niet aan bod. Ik begrijp niets van de opdracht, in de veronderstelling dat je steeds 2 woorden moet antwoorden op elke vraag… Niet dus, en ik zorg ervoor dat we plots… laatste komen te staan. De moed zakt ons in de schoenen. Alle lof aan mijn moeder echter, die in het thema ‘Liefdestechnieken’ twee keer weet te scoren. We zitten weer in de race, al blijft het héél nipt.

hulkTen slotte spelen we voor 300 euro. Erik speelt Die Mannschaft, maar levert ons niets op. Onze achterstand wordt weer groter. Ook in het thema ‘Groenblijvers’ lukt het niet echt, al kent mijn moeder gelukkig wel Lou Ferrigno, de Hulk. Toch ziet het er niet goed uit voor ons. Nog één thema te spelen, wij staan laatste met 1800 punten, Frans en Tim hebben 2000 en Els en Peer, die eigenlijk nauwelijks een goed antwoord gegeven hebben, staan aan kop met 2200. Op dat moment zag je ons wellicht figuurlijk een beetje leeg lopen. Dit was ons rampscenario, dat zich nu aan het voltrekken was. Als eerste afvallen. Een vernedering en een afgang. Tientallen jaren doemdenken in onze familie focussen zich op dit ene moment: wat zouden wij nu een kans maken in deze quiz? Het geld zegt ons al lang niets meer, dit is gewoon zo prettig en spannend dat we absoluut niét naar huis willen.

Het laatste thema is ‘Liedjes met La La’, een muziekronde waarbij Lenaerts een deuntje zingt en daar een vraag bij stelt. Mijn moeder pijnigt haar geheugen, maar komt niet op de titel Daydream van de Wallace Collection. De anderen gelukkig ook niet. Terwijl mijn lichaam alvast een rigor mortis aanneemt, wordt de tweede vraag gesteld. Peer herkent meteen het Smurfenlied en meteen belandt hij met zijn eega rechtstreeks in de derde ronde. Nu wordt het alles of niets. Tim en Frans in de finale of Gerda en Sven? We voelen onze supporters collectief de adem inhouden. Een muziekvraag, en dat tegen Axl Peleman??? … 

Lenaerts: ‘Wat is de titel en tevens ook de eerste zin van dit nummer? Lalalalalala, lalalalalalala, lalalalalalala, lalalaaaa’.

Herkent mijn moeder tijdig Luc Steeno’s Hij speelde accordeon? Wordt Meester Marc de zaal uitgezet? Valt mijn oma in zwijm? Niets van dit alles. Wat dan wel, u leest het hier.

Lees hier deel 1





Pappenheimwee

11 11 2008

Nu De Pappenheimers weer aan een nieuwe reeks begint, denk ik terug aan mijn eigen deelname, al heel wat jaren geleden. Dat bleek zo’n leuke ervaring te zijn – in tegenstelling tot deelnemen aan Blokken onlangs – dat ik er al lang eens een stukje wou over schrijven.

Ik overwoog  – in 2003 – eerst een aantal mensen met wie ik me wou inschrijven. Toch besloot ik snel mijn moeder mee in te schakelen: ik was er vrij gerust in dat zij goed zou kunnen inschatten welke vragen ik kon beantwoorden, en omgekeerd. Bovendien leek een moeder-zoon-duo me origineler dan de gebruikelijke ‘2 vrienden’ of ‘2 broers’. Daarnaast was mijn moeder’s tv-présence ruimschoots bewezen als vast panellid in een praatprogramma, dus dat speelde in mijn voordeel.

Enkele weken (of maanden?) na onze inschrijving mochten we bij Woestijnvis deelnemen aan de preselectie. Die bestond uit een kennistest en een cameratest. De vragenronde hield het oplossen van een aantal vragen in waarbij alle kandidaten in een zaaltje tussen de decorstukken moesten gaan zitten (de befaamde babbelbox stond er zelfs opgesteld!) en er onder toezicht ieder apart een blad moesten invullen. Moederlief heeft wel één keer gespiekt bij mij! Voor de vraag ‘Hoe heten de meisjes van K3?’… Meteen na het afgeven, kregen we te horen wie geslaagd was. De gebuisde duo’s vielen meteen af, maar wij hadden veel van de vragen correct. De preselecties van Blokken zouden later veel moeilijker blijken.

erik-van-looyVervolgens was er een gesprek met twee productiemedewerkers. In de loop der jaren zouden mijn moeder en ik allebei, in onze respectieve pogingen deel te nemen aan allerlei quizzen, geconfronteerd worden met domme, onwetende en onnozele tv-makers, maar hier kregen we gelukkig twee mature en ernstige mensen voor ons. Ze lieten ons wat vertellen over elkaar, voor de camera, en dat vonden wij zelf zeer vlot verlopen. We zijn rad van tong en als ik mijn best doe, kan ik heel vriendelijk overkomen.

Men vroeg ons ook met welke BV we zeker niet wilden samenwerken. Daar waren we het zonder overleg over eens: Rob Vanoudenhoven, voor wie we niet echt sympathie hadden. Uiteraard bestaan er ontzettend veel grotere eikels – Ben Crabbé, Walter Grootaers, Jean-Marie Dedecker, … – maar die associeerden we eigenlijk niet met De Pappenheimers. Bovendien vonden we het wel leuk de mensen van Woestijnvis eens te laten weten dat echt niet iédereen het voor deze stuntel had. Met wie wilden we dan wel in één team zitten? Ook daarover bestond unanimiteit: Erik Van Looy, de sympathieke filmliefhebber (die toen nog niet bekend stond als presentator).

De volgende test was een oefenspelletje tegen een ander duo. Het betrof een ernstige broer en zus van rond de 50, die we moeiteloos klopten. Toch had ik de indruk dat we ons ook een beetje inhielden om niet al te gretig of alwetend te lijken. We hadden al vaak gelezen dat de deelnemers aan De Pappenheimers toffe mensen moesten zijn, en fanatieke quizzers zijn dat vaak niet. Ik ben alleen tof als ik er mijn best voor doe. Ze vroegen ons ook waarom we wilden deelnemen, en ik denk dat we toen simpelweg gezegd hebben: ‘Omdat er veel geld te winnen valt’.

De dag zat er op. Al vrij kort daarop kregen we een telefoontje dat we geselecteerd waren. Dat vonden we waarschijnlijk geweldig, al herinner ik me daar niet veel meer van. De opnames zouden plaats vinden in oktober – midden in het Filmfestival!  – , op een woensdagnamiddag. Ik kon als leerkracht immers moeilijk op een andere weekdag. Voor die dag bestelde ik dus maar geen festivaltickets.

De zenuwen stapelden zich langzaam op. We bespraken de mogelijke BV’s en legden lijstjes aan van allerlei nuttige quizkennis, zoals hoofdsteden en ministers. Niet dat we die uit het hoofd zouden gaan blokken, maar je weet maar nooit wat blijft hangen. Erik Van Looy hadden we afgeschreven: op de dag van de opnames ging De Zaak Alzheimer in première, dus leek ons de kans onbestaande dat de regisseur één van de aanwezige BV’s zou zijn.

Uiteindelijk was het zover. De outfit was gekozen, de vrienden en familie opgetrommeld. Toen we de parking van de opnamestudio opreden, kregen we meteen een ander duo in het oog. Tweelingbroers van het potige type die me wat imponeerden omdat ze er zo onoverwinnelijk uitzagen. Maar al meteen bleek dat zij niet tot onze tegenstanders zouden behoren, want zij werden naar een andere kleedkamer geloodst. Er werden die dag immers twee afleveringen opgenomen. Oef.

Wij waren het eerste duo dat de kleedkamer betrad en waren heel benieuwd naar wie onze tegenstanders zouden zijn. De eerste indruk speelt bij mij een grote rol: ik plaats mensen snel in een vakje om mezelf gerust te stellen. Toen Tim en Frans aankwamen, namen de zenuwen toe. Deze vader en zoon waren redelijk vol van zichzelf en gaven duidelijk blijk van hun zelfzekerheid. Binnen de kortste keren kenden we ook hun hele televisiegeschiedenis. In 1827 of zoiets had Frans een deelgenomen aan De Drie Wijzen. Verloren natuurlijk, maar het lag niet aan hem. Deze man bleek later een wandelend cliché te zijn. Bij elke preselectie kom je ze tegen: dé quizkandidaten. Altijd heten ze Jos of Frans, altijd vertellen ze spontaan aan welke programma’s ze al deelgenomen hebben en altijd hebben ze verloren maar het lag niet in hun handen.

Het volgende duo bleek een stuk sympathieker. Peer en Els waren een min of meer hip koppel dat vriendelijk, relativerend en zwanger bleek. Samen werden we vervolgens naar de studio geleid om kennis te maken met presentator Tom Lenaerts, het decor te betreden en een keer te oefenen. Dat werd een fiasco. we kwamen nauwelijks aan de beurt en Frans wist elke vraag als eerste correct te beantwoorden. We geraakten al een beetje ontmoedigd, al vonden het ook wel spannend en genoten we ook zo wel van het gebeuren. Ons worst case scenario was echter als eerste duo afvallen, want dat vonden we toch een beetje vernederend. Het ons kenmerkende fatalisme liet zich weeral gelden.

Na het eten en de uitleg over plaatsen, regels, afdrukken, de kokers, de kennismaking, enz. werd ons gevraagd (lang) in de kleedkamer te wachten en niet meer ongevraagd buiten te komen, om de BV’s wiens identiteit geheim moest blijven, niet tegen het lijf te lopen. Dat zou zo ongeveer een uur duren en de spanning steeg.

Frans klaagde over het tijdstip van de opnames. ‘Wie kan er nu op een woensdagavond om 19u komen supporteren? ‘ zeurde hij. Heel wat volk zo bleek, want wij hadden zo’n 45 supporters mee en Peer en Els een zestigtal. Frans’ ogen puilden uit. Zijn supportersaantal bestond uit 3 mensen… Qua psychologisch nadeel kon dit tellen. Intussen stroomden de sms’jes met gelukwensen toe.

Toen ontdekten we de gaten in het systeem. Vanuit het raam van de kleedkamer was een deel van de parking zichtbaar. Ik kon de acteur Filip Peeters uit zijn auto zien stappen. Hij was dus één van de mogelijke BV’s, hoewel de kans natuurlijk bestond dat hij voor de tweede opname kwam. Hoe kon ik dit aan mijn moeder kwijt zonder dat de andere kandidaten mijn gedrag geheimzinnig zouden vinden? Ik sms’te haar dus hoewel we maar 2 meter van elkaar verwijderd waren. Zij sms’te terug dat we hem niet zouden kiezen, een beetje een akelige kerel toch. Maar ik herinnerde me uit eerdere uitzendingen wel dat hij veel wist. Toch niet meteen afschrijven dus. Eén van onze supporters liet intussen weten Bart De Pauw gezien te hebben in de inkomhal. Zo kenden we meteen een tweede mogelijke BV, en ook dat leidde weer toch stiekeme sms’jes. Onze tegenspelers leken hun kalmte intussen goed te bewaren. Mijn zenuwen gierden door mijn lichaam, dit was nu al reuzespannend.

Toen was het moment aangebroken dat we naar de studio gebracht werden, waar de supporters al klaar zaten. Terwijl ik dacht echt niet zenuwachtiger meer te kunnen worden, ging mijn hartslag nog een stuk de hoogte in bij het binnenkomen in de studio. We zagen een volgepakte tribune met een heel pak familie, vrienden en collega’s. Er was zelfs een spandoek! Een geweldig moment, hoor, en een mentale boost die kon tellen. Jammer voor Frans en Tim.

Zat ik met Dana Winner in één team? Gaf ik een wel héél dom antwoord? Hoorde ik mijn oma de antwoorden fluisteren? Nee, niets van dit alles. Wat dan wel, leest u hier.





Feestboek

10 11 2008

Nog geen half jaar geleden drukte ik hier mijn afkeer uit tegenover al die opdringerige sociale netwerken. Ik had het toen vooral gemunt op al die onbekenden die zich via mijn mailbox opdrongen, maar ook wel over de zinloosheid van dit gedoe.

facebookIntussen… ben ik een fervent Facebooker, om weliswaar vast te stellen dat veel van mijn argumenten klopten (het is oppervlakkig, het is niet meer dan wat verstrooiing, het vraagt tijd en energie), maar andere ook niet. Zo stelde ik ook dat een virtueel contact nooit een concrete ontmoeting kan vervangen. Dat is nog steeds zo, alleen kom je op Facebook ook in contact met mensen met wie je eigenlijk nooit een concrete ontmoeting hebt, maar die je toch min of meer kent, apprecieert en het contact mee wil onderhouden. Dat versterkt toch in enige mate de sociale band, zonder dat dat schijn hoeft genoemd te worden. Mensen doen mededelingen op hun Facebook (net zoals ik mededelingen doe op mijn blog en mensen hierheen komen om te weten hoe het met me is – uw Facebookprofiel is dus eigenlijk ook een soort blog), plaatsen foto’s van hun doen en laten en hun vrienden mogen meekijken. Voor wie dit maar niets vindt: u bepaalt zelf wie die foto’s ziet en is dat eigenlijk niet hetzelfde als vrienden thuis uw fotoalbum laten inkijken? Natuurlijk.

Belangrijk is ook dat ik stilaan wél meer mensen ken die zich hiermee bezig houden, en pas dan wordt het leuk natuurlijk. Nu zelfs mijn collega’s meedoen (‘Wat is dat juist, dat Feestboek?’) en ik het gevoel krijg dat deze netwerken aan bekendheid winnen, voel je je een stuk minder onnozel (hoewel het allemaal héél onnozel blijft hoor!). Ik heb de laatste weken ook mensen teruggevonden van wie ik altijd bedacht dat ik ze nog wel eens wou horen of zien. Op dit moment dringt de kracht van dit medium even tot me door. Die klasgenoten uit het klein college negeer ik – dat is echt verleden tijd en wie zijn die mensen eigenlijk? – maar in de lerarenopleiding was die band met de klasgenoten toch sterker. Ook een aantal mensen waarvan ik in mijn Alfabet der Mensen stel dat ik niet weet hoe het nu met ze gaat, heb ik teruggevonden. En dat is simpelweg aangenaam.

Een argument dat een stuk moeilijker te omzeilen valt: ‘Het handjevol echt bewonderenswaardige mensen dat ik ken, houdt zich overigens ook niet met zulke prullen bezig!’ stelde ik. Tja, daar sta je dan. Ben ik weer een stap verder van het soort menselijk ideaalbeeld dat ik heel stiekem nastreef? Iemand die zich met Ernstige Zaken bezighoudt, doet niet aan Facebooken. Of aan bloggen, wat dat betreft. Kijk, het was dus toch al te laat om een übermensch te worden. Een aap op Facebook blijft een aap, Nietzsche zou me gelijk geven.  Ik zal wel op een andere manier trachten mee te bouwen aan de menselijke ontwikkeling.

Ik voeg overigens lang niet iedereen toe die zich aanbiedt. Ik overweeg heel goed wie ik aanvaard in mijn netwerk. Niet dat het allemaal zo erg privé is – op deze blog staat eigenlijk veel meer over me – maar omdat ik toch een zekere band wil met die mensen. Ik verzet me aldus ook tegen de neiging om zomaar iedereen die je nog maar vaagweg kent, aan te klikken om zo je ‘aantal vrienden’ op te krikken. In een artikel over de voor- en nadelen van Facebook, wordt gesteld dat 10% van de mensen (vooral vrouwen) vatbaar is voor verslaving en dus meer en meer vriendschappen wil verwerven, in de veronderstelling dat dit een teken is van succes en welzijn. Dat klopt. Niet dat succes bedoel ik, maar dat veronderstellen. Iemand liet zich onlangs grijnzend ontvallen dat ze ‘meer dan 200 vrienden had, en hoeveel jij?’ En nee, dit was geen 5-jarige. Op die momenten besef je dat sommigen de relativering missen om hiermee om te gaan en Facebook vooral bij jongere of onstabiele mensen een vals gevoel van maatschappelijke aanvaarding geeft. Daarom mag ook niemand me kwalijk nemen als ik niet in ga op hun vriendschapsverzoek. Niet dat ik daarmee een afwijzende boodschap wil overbrengen, maar gewoon omdat ik op Facebook zeker niet socialer uit de hoek wil komen dan ik ben. Want dan zitten we weer bij die schijn.

Misschien sta ik hier allemaal veel te veel bij stil en – o, gruwel – neem ik dit véél te ernstig. Ik ben dan ook enigszins onder de invloed. Maar onbewust benijd ik de dappere, stabiele mensen toch een beetje die hier helemaal niet willen aan meedoen. Dapper van jullie.

Facebook in het echt?





Grotemensenklap

6 11 2008

Als tussendoortje…

kinkycosy1

(NIX)





Herinnering aan een leerling (2)

5 11 2008

Tijd voor een iets minder droevig relaas uit mijn onderwijsverleden.

Mijn eerste jaar als leerkracht bracht ik door op een brave katholieke dorpsschool waar de leerlingen zich neerlegden bij klassieke leertechnieken en de ouders vooral punten belangrijk vonden. In die omstandigheden ontwikkel je als leerkracht niet meer dan wat primaire vaardigheden, maar dat was toen precies wat ik nodig had. Dat de ouders soms nogal nauwdenkend of defensief waren, was wat lastiger.

kontEén van mijn leerlingen was Tamara (fictieve naam), een niet echt verfijnd meisje dat ik op 11-jarige leeftijd al wat te moederlijk vond om goed te zijn, al was het dan een moeder van het bazige soort. Tamara liet zich vooral opvallen in praatmomenten. Dan nestelde ze zich in dorpspraat, dooddoeners, roddels en beschamende huiselijke taferelen, waarbij diverse keren de burenruzies ter sprake kwamen. Ook het feit dat haar vader bij vele feestelijke gelegenheden te diep in het klas keek en dat hij in dronken staat wel eens zijn broek afstak, bleef niet onvermeld. Voor meer essentiële bijdrages hoefden we niet op Tamara te rekenen.

Ik vond haar daarom niet minder aardig. Het was niet meteen een makkelijk kind, dat een zekere onverdraagzaamheid van thuis leek mee gekregen te hebben, maar ze werkte wel goed mee en deed geen vlieg kwaad.

Haar ouders kreeg ik niet meteen te zien, maar op een dag kwam Tamara zwaaiend met haar rapport de klas binnen. Haar procent klopte niet, dat had haar moeder nagerekend. Thuis was dat (niet echt fantastische, maar ook niet slechte) rapport goed bestudeerd en er werd een verklaring gevraagd voor het foutieve procent. Ik schreef een vriendelijk briefje naar de ouders, van wie ik me intussen een beeld had gevormd (mensen met wie je beter geen ruzie had), en legde hen uit dat het digitale rapport meer gewicht toediende aan belangrijkere vakken, waardoor een 10 op muzische vorming minder waard was dan een 10 op taal. Een reactie kwam er niet, maar toen ik Tamara enkele dagen later vroeg wat haar mama van de uitleg vond, liet het kind doorschemeren dat haar ouders wat verongelijkt waren. Hadden zij gehoopt dat die beginnende leerkracht op fouten kon gewezen worden? Jammer voor hen.

Op het eerste oudercontact kwamen de ouders van Tamara niet opdagen. Haar resultaten waren best oké, al waren haar inspanningen zeer beperkt. Je zou kunnen zeggen dat Tamara wat oppervlakkig was en niet per se iets wilde bewijzen. Hoopten haar ouders wellicht dat ze een jaar later de humaniora zou kunnen aanvatten, zag ik haar heel goed gedijen in een technische richting. Zonder die mensen ooit een keer te spreken, kwamen hun (hoge) verwachtingen over de toekomst van hun (enige) dochter tot uiting doorheen de schaarse communicatie en de uitspraken van Tamara (‘Mijn moeder zegt dat ge te weinig huiswerk geeft!’, ‘Ik moet van mijn moeder ook de oefeningen maken die ik van u niet moet maken!’ ‘Mijn vader zegt dat 6 op 10 te weinig is!’). Was mijn gevoel correct dat de prestaties van de dochter rechtstreeks gelinkt werden aan mijn lesgeven? Ik kreeg de indruk dat de meester wel eens ter sprake kwam in huize Tamara.

Halverwege het schooljaar deden we een project rond wereldgodsdiensten. We zouden daarbij eens expirementeren met henna, waarmee we onze handen zouden beschilderen. Ik gaf de ouders vooraf wat informatie mee en vroeg hen eigenlijk ook om toestemming. Ik verklaarde dat het om een natuurlijk product ging en dat de schilderingen hoogstens een week of zo zichtbaar zouden zijn. Alle ouders verklaarden zich akkoord, behalve die van Tamara. ‘Mijn moeder zegt: ‘wat is dat voor ne meester, die u leert tatoeages zetten?!’. Tamara imiteerde daarbij de toon van haar moeder, maar het was me niet duidelijk of ze dat bewust deed en al helemaal niet of ze het met haar moeder eens was.

boosIk zou zo’n uitspraak kunnen koppelen aan een zekere nauwe geest en angst voor het nieuwe en onbekende. Dat zou dan hun probleem zijn. Maar Tamara voegde er ook aan toe; ‘en mijn moeder heeft ook gezegd dat ne meester met zijn poten van de kinderen moet blijven’. Ik vond de moeder van Tamara sindsdien een akelige zuurpruim en stelde me haar voor als een mojjer van het ergste soort. Bovendien was ik niet helemaal gerust in haar uitspraak. De moeder van Tamara was bediende in een supermarkt (‘geen kassajuffrouw, ze moet klanten helpen!’) en ik stelde me haar klantonvriendelijk voor, zuurkijkend achter haar balie en tegen haar collega’s tirades afstekend over die leerkracht waarbij haar dochter niets leerde. In een klein dorp is zoiets al snel groot nieuws, en ik zag me al het middelpunt van verontwaardigde conversaties worden, maar ik heb er verder gelukkig nooit meer iets van gehoord.

Maanden gingen voorbij en de prepuberteit, gekenmerkt door aandacht voor het hoogst onnozele en afkeuring voor alles wat enigszins gewoon is, kreeg Tamara in haar greep. Haar schoolwerk beschouwde ze als een noodzakelijk kwaad en ze was tevreden met het minimale.

Het schooljaar werd afgesloten met een oudercontact waarbij ook twee mensen van het CLB aanwezig waren. De resultaten en vooral de toekomstmogelijkheden van elk kind werden professioneel besproken. De twee medewerkers waren jonge en sympathieke mensen en we hadden ons samen al door een tiental gesprekken geworsteld toen de ouders van Tamara aan de beurt kwamen. Voor het eerst dit schooljaar zou ik ze dus ontmoeten. Beiden kwamen binnen met het gezicht op onweer. Een goeiedag kon er nauwelijks af. Ik stak van wal met het bekijken van de resultaten, die zeer wisselend waren. Meneer Broekaf en Mevrouw Mojjer aanhoorden me zonder een krimp te geven. De communicatie bleef in één richting plaatsvinden en ik ratelde maar door, gesteund door de twee CLB’ers die op de hoogte waren van de wat scheefgetrokken relatie met mensen die ik nooit ontmoet had. Op een bepaald moment wik en weeg ik mijn woorden om duidelijk te maken dat Tamara niet echt actief is. Dan braakt de moeder haar woorden bars, haatdragend en luid uit: ‘Ge wilt dus zeggen dat mijn dochter lui is?!’. Wellicht kromp ik toen wat ineen, maar ingebonden heb ik zeker niet. Dat waren haar bewoordingen, maar de essentie was dezelfde. De vader bleef al die tijd even nors toekijken. Moeder de vrouw toonde zich na haar mini-uitbarsting weer even ontoegankelijk als voorheen. Mechanisch aanhoorden ze onze verdere uitleg en het advies van het CLB. Zonder verder nog één woord te zeggen, verlieten ze de ruimte.

Toen de deur dichtsloeg, beseften we hoe gespannen we erbij zaten. De agressie en onuitgesproken verwijten die in de lucht hingen, waren drukkend. Wapens waren net niet getrokken, maar als blikken konden doden, lagen we nu wel alledrie te creperen. We begonnen de spanning van ons af te lachen en langzaam aan beseften we hoe pijnlijk hilarisch dit oudergesprek eigenlijk geweest was. Toen de volgende moeder binnenkwam – gelukkig een zéér tof mens – moesten we even tot onszelf komen.

Tamara is nu 20. Ik heb haar nooit meer teruggezien en vraag me wel eens af of ze haar moeder geworden is. Een veredelde klapij met een ongezonde sensatiezucht en een Familie-verslaving, lomp en grof, bevooroordeeld en defensief op een verkeerde wijze, zo in te lijven bij de foute politieke partij. Aan de kassa van de supermarkt, misschien? Of heeft ze toch nog het licht gezien en schudt ze wel eens bedroefd het hoofd om zulke kleine ouders?

(lees hier een andere herinnering aan een leerling)








%d bloggers liken dit: