20 dagen niet geblogd

30 05 2009

De voorbije weken stond mijn hoofd niet zo naar het bloggen. Ook niet naar het lezen ervan (ik bezoek mijn favoriete blogs één dezer beslist nog een keer). Ik had het druk en ook weer niet. Een samenvatting van mijn bezigheden de voorbije 20 dagen:

*een K.U.T-quiz georganiseerd. Samen met de rest van de redactie van het onvolprezen on line filmmagazine Kutsite.com hebben we maandenlang gebrainstormd en gezocht naar geschikte vragen en fragmenten. Om nog maar te zwijgen over de jacht op sponsors. De week voor de uiteindelijke quiz plaats zou vinden, was behoorlijk slopend. Lang niet zo’n stress gehad zelfs. Maar de voldoening was wel immens, want het evenement verliep vlekkeloos en de samenwerking was schitterend.

*Naar de film geweest. Angels & Demons was vermakelijke onzin, Star Trek grandioos en mateloos entertainend (en ik had nog nooit zelfs maar een aflevering ervan gezien, maar deze film is top!), Synecdoche New York evolueerde van chaotisch irritant tot meesterlijk fascinerend.

*Gelezen. Ook de Wij van Elvis Peeters werd verslonden, maar een verslagje zit er niet in, want hoewel meeslepend, verontrustend en knap geschreven, was dit ook afstandelijk en betekenisloos. Dat was wellicht ten dele de bedoeling, maar ik werd er niet warm of koud van. Vooral het feit dat de personages schimmen waren, enkel gedefinieerd door inwisselbare namen, zorgde dat het boek nooit echt beklijfde. Het aangeprezen De Literaire Kring van Marjolein Februari wist me zelfs helemaal niet te bekoren. Zzzzz.

*Gewerkt. Hoewel er wel wat vakantiedagen in de afgelopen periode zaten, zijn de laatste maanden van het schooljaar als vanouds hectisch. Toetsen, herhalingen, rappporten, projecten, overleg, teamvergadering, deelteamvergadering, bijeenkomsten, nieuwsbrieven, klaskrant, bestellingen, reserveringen, agenda’s, … Geen probleem, het blijft allemaal boeiend. En op de sportdag niét in het water gevallen deze keer, maar toch doornat want er was regen. Veel.

*Nostalgisch geworden. Negen van mijn leerlingen, die ik na twee jaar toch zo goed ken, zullen in september op de middelbare school zitten en dat sluimert al een beetje door mijn hoofd. Normaal uiteraard, en we zijn er eigenlijk ook allemaal aan toe dat ze vertrekken, maar het zijn geen afgedankte meubels die je naar het kringloopcentrum brengt natuurlijk. En dan zijn er de collega’s. De vrijdagse après-schools blijven kleine hoogtepuntjes van samenhorigheid en gezelligheid, de barbecue een …tja,… liefdevol gebeuren zonder dat het klef wordt of we ons in de illusie wentelen dat het voor altijd zo zal zijn. Want collega’s gaan op pensioen of kondigen met een klein stemmetje of een traantje in de ooghoek aan dat ze ondanks de harmonie volgend jaar toch andere horizonten gaan verkennen. Ik werk precies deze week drie jaar op die bijzondere school en intussen ben ik er aan gewend dat het onderwijs tegen alle clichés in een wereld blijft die continu in beweging is, maar al die fijne mensen die vertrekken, het laat je niet koud.

*Renzo vergezeld in het 30 worden, Lode gesteund in de aanzet van een muzikale carrière, Michèle nog eens op de agenda gezet voor een filmpje, Steven verrast door 3 van de 4 stoelen te herkennen in wat hij als een moeilijke quizvraag bestempelde, net als Marianne Briek Schotte als Permeke bestempeld. Wat niet klopte.

*En verder: een communievierings-boekje geïllustreerd, Valerie gelukgewenst met haar zwangerschap, de klaskasboekhouding gedaan, de Haaltertse bibliotheek geëerd als vrijwel de enige plek in dat dorp waar ik nog graag kom, me ingeschreven voor het Freinetcongres in Straatsburg, de stemtest gedaan en vastgesteld hoe ik die kon manipuleren tot ik het resultaat had dat me het meest beviel,

*Nog dringend te doen: Stafke en Berend nog eens bezoeken, Henk en Annelies feliciteren, een nieuwe gsm kopen,  mijn belastingsbrief invullen, mijn (uitgeleende) dvd’s nog eens inventariseren, foto’s laten afdrukken en… wat meer bloggen.

Advertenties




Lectuurtip: Wij

10 05 2009

Momenteel zijn er toevallig twee nieuwe Vlaamse romans met dezelfde titel. De Wij van Elvis Peeters – ‘een expliciete roman’ – zal voor later zijn, ik heb eerst de Wij van Jeroen Olyslaeghers verslonden.

Hoewel ik al meer dan 20 jaar een boekenwurm ben, bereikt échte literatuur mij eigenlijk niet zo vaak. Ik geniet weliswaar van bekroonde auteurs als Paul Auster, Roddy Doyle, Boudewijn Büch, Erwin Mortier, Jonathan Coe, Jan Van Loy, Amélie Nothomb, Ronald Giphart, Tommy Wieringa, Renate Dorrestein, Annie Proulx, Jon Irving en Peter Terrin, om er maar enkele te noemen. Ik las al wat van Houellebecq en Murakami. Maar ik zou mezelf toch nooit een literaire lezer noemen. Tom Lanoye ligt me niet, ik haak af bij Arnon Grunberg, verslik me in Peter Verhelst en heb nog nooit iets van Hugo Claus of Louis Paul Boon gelezen. Over de wereldklassiekers kan ik nog korter zijn: op mijn leeslijstjes staan geen Marquez of Reve, geen Dante, Orwell of Camus, geen Kafka of Henry James. En dan heb ik het dus nu alleen over die waarvan de namen me zomaar te binnen schieten.

olyslaeghers-largeMet Wij heb ik echter wel het gevoel nieuwe gronden te betreden, wat de kenmerken van echte literatuur dan ook mogen zijn. Deze roman, die zich afspeelt in de jaren ’70 in een milieu van Vlaamsgezinde kleine burgers, vond ik verrassend leesbaar en had niets van het hermetische of hoogdravende dat ik soms met ‘literatuur’ associeer (‘moeilijke boeken’, zeg maar). Moet ik van een evolutie spreken in mijn leesgedrag? Alleszins kostte het me nauwelijks moeite dit boek op 2 dagen uit te lezen en ieder woord er van op te slurpen.

In recensies en interviews met de auteur komt de politieke laag van Wij nadrukkelijk aan bod. De titel geeft ook het uitsluitende weer dat een ‘wij’-gevoel met zich meebrengt en verwijst dus beslist naar Vlaams nationalisme. Alleen moet ik vaststellen dat dat toch enigszins aan mij voorbij gaat en ik dit verhaal veeleer op een ander niveau opslorp. Taalkundig, omdat het zo heerlijk geschreven is, en filmisch – er zijn veel personages en de locatie is sfeervol. Maar het is vooral het dramatische dat me aantrekt: de personages van Wij kampen met allerlei niet eens zo vergezochte demonen en het is afwachten wat dat doet met hen en de onderlinge relaties. Dat heeft me altijd al het meest aangesproken,ook ik in films en series, en daar zat voor mij dan ook de kracht van Wij: de falende mens, het doorprikken van het illusionaire geluk.

Dat Olyslaeghers in sommige alinea’s toch een wat abstracte/poëtische toer opgaat – alleszins in mijn interpretatie – maar dat dat mij geen moment deed aarzelen verder te lezen, gaf me een zekere voldoening die volgens mij het rijper worden van mijn leesgewoontes illustreert. Vandaar dat ik twee fragmenten uit het verhaal toevoeg. Inhoudelijk niet zo veelzeggend, maar vooral een mooi voorbeeld van wat ik (voorheen of misschien nu nog) zou typeren als een net iets minder toegankelijke stijl:

Georges’ beste vriend spreekt hem toe: ‘Jij bent toch de nar, de luis in de pels? (…) Geen nar handelt uit wraak. De gekroonde wordt geplaagd uit liefde. Jij bent geen heraut van de waarheid, jij bent niet dat jongetje dat roept dat de keizer geen kleren aanheeft. Het liefst ben je gif wanneer je tekent, traagwerkend maar bijtend gif. En hoe ongewenst kwetsbaar stel jij je daarbij op? Elk geoefend oog kijkt voorbij wat jij getekend hebt, en ziet jouw inktzwarte ziel vol rancune’.

Georges kijkt terug op het begin van een gezinsleven: ‘Bij de komst van onze tweede liep het mis. De eenheid was weg, de drukte nam toe, onoverzichtelijk maanden en daarna jaren strekten zich uit. Zij geen Maria, ik geen Jozef meer. Steeds twee kinderen, steeds een keuze (…). Onrust golft naar binnen via die twee vragende blikken die je dagelijks onder ogen moet komen, die nooit meer weggaat. Is het mogelijk dat je één van de twee al bij voorbaat opgeeft?’

Niet dat de personages in Wij elkaar continu in dit soort theatrale teksten toespreken, hoor. De zich in alcohol en jaloezie wentelende protagonisten hebben het ook gewoon over dagelijkse dingen en dat maakt het verhaal van begin tot eind ook uitermate realistisch. Er zit vaart in de plot en kleur in de karakters. Maar Olyslaeghers maakt zo’n mooie omwegjes die, hoewel ze de lezer wat meer moeite kosten dan pakweg een boek van Jan Van Loy, tot nadenken aanzetten en zelfs inzichten bieden in de personages maar ook in de mens in het algemeen.

Wij is ondanks al deze lof niet zozeer het beste boek dat ik ooit of zelfs maar de laatste tijd gelezen heb. Op emotioneel vlak blijf je als lezer immers wat in de kou staan – hoe warm de locaties, hoe killer de personages, zo lijkt het wel, – maar dat is dan een zeer subjectief argument natuurlijk. De grimmigheid van het verhaal bepaalt immers net mee de kracht die het boek uitstraalt.  Het is dus geen gezellige roman, maar wel een klein meesterwerkje.

 

Beluister hier een interview met Olyslaeghers en lees hier een mooie recensie.





Televisionele Waarneming n°551

5 05 2009

Waarde lezer, het ligt niet in mijn bedoeling u hier een dagelijkse samenvatting van Man Bijt Hond te serveren. Maar ook vandaag wist dit programma de mensheid weer schitterend te vatten, met hilarische conversaties in die je zo gek niet zou kunnen bedenken. Is het niet ter uwer vertier, vind ik er zelf wel plezier in er vandaag weer eentje uit te plukken:

Winkelierster: ‘Ik ben een boek aan het lezen van Dante. Kent u dat?
Marina-achtige klant: ‘euh… neeje’
Winkelierster: ‘Ah, leest u geen boeken?
Klant: ‘Feitelijk nie…’
Winkelierster: ‘Ah ja, Dante, dat is literatuur hé!’
Klant (gretig): ‘Maar ik lees vree graag den Dag Allemaal, daar staan vanachter altijd waargebeurde feiten in over ziektes en mensen die vanalles voorgehad hebben. Dat lees ik graag!’
Winkelierster: ‘Ah ja… awel ja, … (stilte) Dat interesseert mij eigenlijk niet hoor. Dante, ja. Maar er zijn ook minder moeilijke boeken hoor! Kent u de Millenniumreeks niet van Stieg Larsson? Zeer goede detectives’.
Tweede klant: ‘Oe nieje, da lezekik allemaal nie. Maar kent ge ‘Aspe’ dan nie? Dat zijn toch ook detectives. Als ik dan een boek zou willen lezen, zou ik dat dan toch pakken…’

Leve de geletterde mens! Maar als ze nog klanten over de vloer willen, zal deze winkelierster haar winkelconveraties wel mogen aanpassen…

Verder drong een man er bij de cameraploeg hevig op aan mee naar zijn huis te komen, om naar zijn watervaraan te komen kijken. Zelden werden ze zo slecht ontvangen, want de vrouw des huizes zag dit helemaal niet zitten. \’Ik ben niet gekleed of geschminckt of iets! En ik ben aan het strijken, zie dat hier liggen!\’ En prompt werd de ploeg aan de deur gezet tot het huis enigszins aan kant was. Mevrouw weigerde verder in beeld te komen.

Wel, ik vind dat leuke televisie. Die iedereen in zijn waarde laat, uiteraard.

Maar nu toch even genoeg over Man Bijt Hond. Of het Verantwoord Tijdverlies begint nog op deze ietwat bizarre blog te lijken, waarop een dame doet alsof ze zelf meespeelt in Thuis, nog zo ’n tv-programma tjokvol fascinerende personages, levensechte dialogen, welklinkende dialecten, grandioze plotwendingen en hartverscheurende emoties!





Televisionele waarneming n°550

4 05 2009

De Man Bijt Hond-ploeg valt binnen in een café met zwarte barvrouw:

– Klant 1: ‘Wij waren dat niet gewoon. In ons dorp woonde enkel een Marokkaan, maar die zag er uit als een Belg’

– Klant 2: ‘Die zwarte is nu voor ons geen zwarte nie meer, maar een persoon!’

Ze krijgt vorm, onze multiculturele samenleving. Maar wat voor vorm?








%d bloggers liken dit: