Wederom…

27 02 2010

… een pauze. Computerproblemen én gewoon met andere dingen bezig.

Tot binnenkort!





De grootsheid van Vanessa

22 02 2010

Alweer een filmgerelateerd artikel, ja hoor. Maar tegelijk ook een beschouwing van iets dat me getroffen heeft en dat me inspireerde tot een soort lofzang aan het adres van de Britse actrice Vanessa Redgrave. U hoéft het niet te lezen hoor.

Gisteren vond de uitreiking van de Bafta’s plaats, de Britse filmprijzen. Heel wat minder duf dan de Oscaruitreiking, wat informeler en swingender, maar ook met net iets minder grote sterren in het publiek. Ik geef toe dat ik de uitzending ervan in de eerste plaats bekijk om een glimp op te vangen van de mens achter de acteur of actrice, al ben ik me er van bewust dat het één en al imago is. Maar wie zit naast wie, wie lacht om welke grap en zelfs wie draagt wat? Het is al even fascinerend als wat ze op het witte doek doen.

Acteurs zichzelf zien wezen, het doet vaak afbreuk aan de magie van de cinema. Ze verspreken zich of lezen vaak dodelijk verveeld de meest banale introducties voor, zonder een greintje show of enthousiasme. Zijn dat dan acteurs? Anderzijds zie je ook wat je wil zien: charisma, klasse, humor, gevatheid. Dat zijn dan filmsterren.

Over de hele avond werd één vooroordeel flink bevestigd. Dat de Britten er op alle vlakken in slagen de show te stelen. Ze komen eleganter, alerter en met veel meer klasse uit de hoek dan hun Amerikaanse tegenhangers. Colin Firth, Kate Winslet, Rupert Everett, Carey Mulligan, Kristin Scott Thomas, niet meteen allemaal klinkende namen, maar wel acteurs waar de flair van af spat. Het ultieme bewijs daarvan was Vanessa Redgrave, die die avond het erelidmaatschap van de British Academy of Film and Television Arts zou ontvangen.

Ik heb deze 73-jarige actrice altijd al graag aan het werk gezien, al heb ik heel wat van haar bekendste films nog niet gezien. Op haar cv staan ondermeer Blowup, Isadora, Mary Queen of Scots, Murder on the Oriënt Express, Agatha, Prick Up Your Ears, Howards End, Mission Impossible, Wilde, Cradle Will Rock, The Pledge, The Gathering Storm, Venus en Atonement. Ze werd zes keer genomineerd voor een Oscar (en won er één), won een Gouden Palm, werd 13 keer genomineerd voor een Golden Globe, … kortom een grote actrice, over wie nooit genoeg lof zal gezwaaid kunnen worden en die vanwege haar inzet op politiek vlak, als strijdster voor mensenrechten, al evenzeer bewierrookt wordt.

Ik wil het echter vooral even hebben over wat ik haar tijdens die uitreiking zag doen, als zichzelf: groots wezen in nederigheid en bescheidenheid. En al zou het allemaal maar theater geweest zijn, ik was onder de indruk.

Redgrave zou de prijs in ontvangst nemen uit handen van de Amerikaanse actrice Uma Thurman en Prins William. Vrij geëmotioneerd stapte ze het podium op na het aanschouwen van een (wat flauw en onvolledig) overzicht van haar carrière. Ze viel Thurman, met wie ze in de film A Month by the Lake gespeeld had en die ze sindsdien als een soort vriendin lijkt te beschouwen, om de hals en knielde toen elegant en plechtig voor de prins, die jammer genoeg meer van zijn vader dan van zijn moeder leek te hebben op dat moment. Na nog een knuffel of wat wendde ze zich dan tot het publiek en de kijker met haar dankwoord.

Dat was bijzonder lang maar verveelde geenszins. Redgrave beschreef hoe ze als klein meisje in datzelfde theater waar ze nu geëerd werd, kwam kijken naar voorstellingen, vanop de hoogste (goedkoopste) plaatsen en zo de showbusinessbacterie te pakken kreeg, al waren haar ouders natuurlijk ook acteurs. Klassiek verhaal natuurlijk, maar anderzijds toch: hoe dromen uitkomen. Redgrave verwees ook naar een periode in haar leven waarbij ze een broer verloor in de oorlog. Op zich een tragisch feit, maar ook ironisch: terwijl zij als oudere vrouw terugkijkt  op een verleden waarin mensen familieleden verloren aan de oorlog, won diezelfde avond The Hurt Locker tal van prijzen. Een actuele film over de oorlog in Irak. Dan ben je een zeventiger en is er niets veranderd.

Redgrave sprak ook de prins aan. Ze had zijn moeder ooit ontmoet en sprak haar bewondering voor zijn vader uit. Zet een Brit naast iemand van het koningshuis en ze lijken hun ego op te geven. Al was zij 73 en hij 27, het ontzag kwam van haar kant (of was wellicht wederzijds al betwijfel ik of Prins William veel films gezien heeft met Vanessa Redgrave). Mooi vond ik dat.

Redgrave maakt deel uit van een grote acteersfamilie. Getrouwd met een regisseur, dochter  van acteurs, kinderen die zelf acteren. Dochter Joely Richardson (uit o.a. 101 Dalmatians, The Patriot en de reeks Nip/Tuck), haar jongere evenbeeld, zat te snotteren in de zaal. Aan de andere kant had Natasha Richardson moeten zitten, ook actrice en getrouwd met Liam Neeson. En een jaar geleden verongelukt bij het skiën. Een tragedie die geen dramatisering behoeft en een ultieme illustratie is dat al die sterren ook maar mensen zijn. Het voorval bleef onuitgesproken, maar een uur eerder amper was in een in memoriam nog de dochter aan bod geweest. Het medeleven van het publiek was voelbaar en maakte Redgrave alleen maar grootser.

Ik geef toe, ik smulde van die dramatiek hoor. En ik wil niet blind idolaat zijn. Maar dit was gewoon een treffend moment, een zeldzaam puur aandoend gebeuren in een wereld van show, schijn en oppervlakkigheid. U mag me een gebrek aan scepsis verwijten in deze, ik was getroffen.

Hieronder een flard van de ceremonie.





Gepamper: Axel

20 02 2010

Uit dat kleine vrouwtje met die énorme buik kwam op 11 februari een pracht van een kereltje! Proficiat aan Caroline en Mike met de geboorte van jullie zoon Axel.





Lectuurtip: Het Verwenste Leven

19 02 2010

Deze fascinerende roman biedt ons een kijk in het hoofd van een man die de gevolgen moet dragen van drie wensen die hij gedaan heeft. ‘Ik wil begrijpen hoe ik tegen de mensen aankijk, dramatiek, iets bijzonders zijn, de dingen doorzien zoals ze zijn‘, klink het amper zes bladzijden ver in het verhaal. Hoofdpersonage Jonas heeft het tegen een wildvreemde die hem het aanbod doet zijn wensen te laten uitkomen.Vaag als deze wensen zijn, vallen ze niet concreet uitvoerbaar te noemen. Jonas weet dus niet wat hem te wachten staat. Plots gebeurt er vanalles in zijn leven, zowel zijn grootste angsten als diepste verlangens komen uit, ook die waarvan hij zich niet bewust was.

Het laat de Oostenrijkse auteur Thomas Glavinic toe zijn verhaal op diverse niveaus te laten evolueren. Wat Jonas denkt en voelt staat centraal, alle gebeurtenissen in het boek zijn volledig op hem te betrekken. Het onderscheid tussen verbeelding en werkelijkheid is daarbij niet altijd duidelijk. Dat vraagt een extra inspanning van de kijker: aanvankelijk ga je immers, dankzij de toegankelijke en meeslepende schrijfstijl, helemaal op in het verhaal. Eens de gebeurtenissen minder makkelijk verklaarbaar worden en de kans op vervreemding ontstaat, moet je hier en daar wel even doorbijten. Maar Glavinic drijft het nooit te ver, houdt het ritme strak en het tempo hoog en voor je het weet is deze psychodramatische roman uit.

Op zich is de thematiek van dit verhaal niets voor mij. Ik raak snel verveeld door fictie waarbij je de betekenis moet achterhalen van wat voorgesteld wordt, omdat het mijn petje wel eens te boven gaat. Ik kan ook geen fatsoenlijke analyse bieden van de essentie van dit boek en als ik op de achterflap lees dat dit ‘het verhaal is van onafgebroken overgave en een geloofsbelijdenis voor de liefde‘, heb ik eigenlijk geen idee waar dat op slaat. Maar dat verhinderde me niet erg geboeid te zijn door Het Verwenste Leven en het, dankzij de vlotte stijl, erg genietbaar te vinden.





Random Thoughts (12)

15 02 2010

Cadeaubonnen omzetten in objecten, het is niet zo evident als het lijkt. Fnac, De Slegte en Standaard Boekhandel afgedweild en niet eens alles besteed. Dat wordt een tweede rondje. *** Ik zie Ingrid Lieten bezig daar in Californië,  met een stuitend gebrek aan présence. België, die provincie in Roemenië, zie ik de Amerikanen al denken. *** Ik mis mijn digitaal schoolbord zelfs in de vakantie! En hoe makkelijk en vlot ik er zelf ook mee werk, al mijn leerlingen  zijn er nog veel vaardiger in. Echt opmerkelijk, die vanzelfsprekendheid waarmee ze stuk voor stuk door de nieuwe software wandelen én de handigheid waarmee ze het bedienen. *** Corn Flakes van Kellogg’s zijn duur! 35 cent verschil trouwens tussen de twee supermarkten waar ik winkel. *** Dan toch nog eens één van mijn verdwenen uitgeleende dvd’s terug gevonden. In de dvd-kast van mijn broer, die er geen idee van had dat het een film van mij was. Zat zelfs nog in plastic verpakt. Nu de andere 8 nog *** Eén van mijn stokoude buurvrouwen meldde me trots dat ze al 27 jaar in dit gebouw woont. Dat deed ze de week daarvoor ook al. Ik bleef beleefd. *** Gezien: SM Rechter en me afgevraagd waarom deze ridicule film toch nog zo vriendelijk onthaald werd in de Vlaamse media. *** Verslingerd geraakt aan The Shield, een prima politieserie die het zonder fucks, shits en tities moet stellen die series als The Wire en The Sopranos net zo levendig en brutaal maken. Dat kan enkel bij HBO natuurlijk. Maar verder geen slecht woord over deze uitstekende dramareeks met alweer een klootzak van een hoofdrolspeler. *** Er zijn nog altijd mensen die in Kinepolis niet op de plaats gaan zitten die op hun ticket vermeld staat. En dat terwijl je die plaatsen echt wel zelf kan kiezen. *** Op drie weken tijd verloren drie mensen in mijn omgeving hun moeder of vader. Collega Caroline bevalt intussen van Axel. Een moeilijk te vatten ruildienst, dat leven. *** En ik zit met die trein in mijn hoofd. Je stapt ’s ochtends op om naar het werk te gaan en komt er nooit aan. De plaats waar je bent gaan zitten, heeft mee je lot bepaald. Onvoorstelbaar. ***





Anti-Sven (3): De Steigerende Studiemeester

6 02 2010

We zijn al aan de derde aflevering toe van deze reeks, waarin ik terugblik op conflicten uit mijn verleden, ontstaan door mijn drammerige geschrijf. Vandaag staat een studiemeester centraal aan wie in geenszins positieve herinneringen heb.

Toen ik als 13-jarige mijn eerste stappen zette op de middelbare school, werd ik net als velen voor mij en nog heel wat na mij, tijdens de  middagpauze geconfronteerd met de onzinnige discipline van een op hol geslagen studiemeester. Ik heb het hier al eerder over hem gehad. Die feiten zijn van weinig belang. Laat ons zeggen dat de niet meteen mensvriendelijke omgang met de leerlingen, de man niet bepaald geliefd maakte. Maar soit, een jaar later mocht je aan de overkant eten en mocht de heer R. opgaan in een zwavelwolk van herinneringen.

Zo’n 8 jaar later was ik net als de meeste zomers op post als hoofmonitor van de speelpleinwerking in ons dorp. De dochter van meneer R. diende zich daar op een dag aan als monitrice. Ze sloot zich aan bij onze leuke groep en toen enkele dagen ‘ontdekt’ werd wie haar vader was, deed dat er eigenlijk niet zoveel toe. Er werd wat gegrapt en bovendien wist dat meisje zelf wel dat haar vader niet zo populair was. Maar nu waren we allemaal toch al verstandiger en volwassener en de feiten werden zondermeer aanvaard.

De zomer van plezier en samenhorigheid werd afgesloten met een barbecue. Ieder legde 300 frank uit en we kochten een massa eten en drank om er een fijne avond van te maken. Iemand stelde zijn tuin open, een ander ging winkelen en ik ontfermde me over de financiën. Dat verliep niet vlot. Voor de doorsnee monitor was 300 frank al een hele hap uit het budget en we werden nog lang niet uitbetaald. Dus had ik nog hier en daar wat tegoed. Na een week kwam dat zo ongeveer wel in orde. U beseft waar dit verhaal naartoe gaat: uitgerekend de dochter van meneer R. had me nog niet betaald en de laatste werkdag was afgelopen. We woonden niet dicht bij elkaar, er was nog geen mail of gsm en ik moest via gemeenschappelijke vrienden aandringen om alsnog betaald te worden.

Twee maanden later vond er een soort reünie plaats. Ik confronteerde het meisje met haar schuld en sprak mijn ongenoegen uit over de gang van zaken. Ik kreeg enkel een boze blik en daar bleef het bij. Ik achtte mezelf toen bij momenten al heel assertief, op het brallerige af. Mijn 23-jarige ego gevoed door wat ik als sociale successen beschouwde. Ik had intussen zo goed als mijn diploma op zak en was tijdens mijn opleiding erg zelfzeker geworden. Ik vond dus dat ik de zaak op een goede manier afhandelde en was zo verbolgen door het gedrag van ‘dat kind’, dat ik besloot haar ouders een brief te schrijven.

Ik formuleerde beleefd maar wellicht ongenuanceerd wat er gebeurd was – jammer dat ik deze brief niet meer terugvind. Ik vroeg hun begrip dat ik hen nu moest lastigvallen maar na vele pogingen enzovoort. Het was het begin van een turbulente stroom gebeurtenissen die ik niet allemaal even aangenaam vond en die nu eigenlijk het vertellen niet meer waard zijn. Ik kreeg een razende en verontwaardigde brief terug, werd een leugenaar genoemd, er werd familie van me bij betrokken, ik schreef nog eens terug, de man ging zijn professionele boekje te buiten door de zaak op school uit te smeren, hij bracht ook de jeugddienst op de hoogte omdat mijn gedrag een hoofdmonitor onwaardig was, enz. Een heel gedoe dus, ik lag er even wakker van, voelde me wat wankelen op mijn stoute schoenen, maar alles ging voorbij en na enkele maanden kreeg ik via via toch nog de betreffende 300 frank, met het verzoek niet aan die ouders te vertellen dat ik eigenlijk al die tijd wel recht van spreken gehad had. Case closed.

Zou je denken. Een jaar of twee later besloot ik weer te gaan studeren en daarvoor had ik een kopie nodig van mijn middelbareschooldiploma. Op een verloren dinsdag of zo trok ik dus naar mijn oude school, betrad de akelige gangen waar ik gelukkig maar zelden op het matje was geroepen en wendde me tot de eerste de beste die ik aantrof.

Zijn vriendelijke aanwijzing liet mijn bloed ijskoud door mijn aders jagen. Wat ik heel vaag al gevreesd had, bleek dan toch te gaan gebeuren: alsof de school maar één personeelslid had, bleek meneer R. net degene te zijn bij wie ik me diende aan te melden. Ik zou de confrontatie moeten aangaan met iemand die ik op papier en van op afstand flink had tegengesproken. Het was tijd om te tonen dat ik niet alleen uit woorden bestond.  Met loden schoenen en koud zweet in mijn handen, stapte ik de trap op. Voor de deur zamelde ik al mijn moed in, slikte een bolletje van angst door dat in mijn keel stak , haalde mijn meest zelfzekere blik boven en klopte aan.

Alsof hij zijn hele leven op dit moment gewacht had, keek meneer R. me aan toen ik in zijn deurgat verscheen, met zijn typische nijdige blik die  van mij meteen weer een 13-jarige jongetje maakte. Mijn naam was hem al bekend nog voor ik me voorgesteld had. Hij wist het gewoon. Instantly. We doorliepen razendsnel het beleefde protocol waarbij ik stamelde wat ik kwam doen, naar dat moment racend waarbij hij mijn naam zou vragen terwijl we allebei al wisten dat ik het was. Die van die brief. Die van dat geld. Die van dat gedoe met zijn dochter. ‘Ik dacht het direct’ brulde hij nog voor de laatste lettergreep van mijn naam van over mijn lippen gerold was. Het over twee jaar opgespaarde  ongenoegen kwam er in één teug uit. Met of zonder secretaresse in de kamer.  ‘Dat was nogal wat, zeg! Wat gij daar allemaal hebt geschreven! Ge moet nogal durven!’ Intussen  deed hij zijn werk. In archiefkasten zoekend en stempels zettend en zo, fulmineerde hij maar door. Ik kreeg nog eens alles te horen wat hij me al geschreven had en onderging dit schijnbaar stoïcijns. Dat leek me de beste houding, net geen spottende grijns op mijn gezicht. Ik begon me alleen maar sterker te voelen. Wat kon hij me maken? Ik zou sowieso met mijn documenten naar buiten gaan. Ik vond het vooral triest. Twee jaar lang niets beter te doen hebben gehad dan woede opsparen. In bijzijn van collega’s zich zo laten gaan. En vooral volkomen onwetend van de ware afloop van de gebeurtenissen.

Ik bleef uitermate koel. Ik heb maar een ding gezegd en heb gezorgd dat het er zo kalm en nonchalant mogelijk uitkwam: ”Ik denk eigenlijk niet dat u toen goed wist waar u mee bezig was. De waarheid hebt u nooit geweten”. Of iets dergelijks dat lang niet zo dramatisch zal geklonken hebben als het hier te lezen staat, maar dat me wel een triomfantelijk gevoel gaf. Met een echte grijns op mijn gezicht stapte ik het kantoortje uit, hem vriendelijk bedankend en beseffend dat ik zijn frustratie alleen maar groter maakte door de discussie geenszins aan te gaan. Ik vind het nu nog altijd wonderbaarlijk wijs gedrag van mij. Of misschien was ik gewoon een broekschijter.

Om het even, ik vond deze gebeurtenis uiteindelijk memorabel. Het was een stap naar de (toen nog lang niet bereikte) realisatie dat conflicten en discussies op te lossen zijn op een andere manier dan met arrogante brieven – en zeker niet met gebrul en gefoeter. Het deed me ook beseffen dat je altijd met de juiste woorden moet bewapend zijn, voorzien op onverwachte confrontaties met je eigen gedrag en geschrijf. Misschien suggereert u als lezer eerder dat ik beter gewoon mijn mond zou houden? Een reflectie op mijn drang naar meningsuiting en de daarbijhorende conflicten, volgt zeker later nog.

Lees ook:

deel 1: De Fiere Filiaalhouder
deel 2: De Potsierlijke Politici
en binnenkort deel 4: de Zure Zuster





Teacher Talk

5 02 2010

In de leraarskamer.

Sarah tegen Lieselot: Er is iets met mijn fiets. Met het wiel. Ja, hoe zeg je dat, euh… Sven zal dat weten. Sven?
Sven: Ik ga dat weten als grote fietsdeskundige? Of als vocabulair verantwoordelijke?
Sarah: Wel ja, hoe noem je dat, zo een slag in je wiel?
Sven: Wel, een slag in je wiel dus.
Sarah: Nee dat bedoel ik niet, zo een ander woord.
Geert: Mijn wiel staat paraplu?
Sarah: Ja dat bedoel ik.

Het is dus niet alleen in de klas zelf dat het wel eens allemaal nergens op slaat.








%d bloggers liken dit: