Geen titel

24 04 2010

Kijk en kijk en kijk opnieuw.

Advertenties




Qué? (10)

22 04 2010

Aan de schoolpoort toont leerling A. haar nieuwe gsm:

– Hey Sven, vind je mijn gsm niet zwaar?
– Hoezo? Laat me eens wegen?
– (proest het uit) Haha, gij zijt echt niet mee met de realiteit!
– Ha ja?
Zwaar, da is bom!

Zo weet u het nu ook. Zwaar is bom.





Gelukkig is er nog De Standaard (2)

15 04 2010

Het is geenszins nieuw, mijn ergernis aan de occasionele kul die op de website van De Standaard als ‘nieuws’ of zelfs maar gewoon als ‘artikel’ wordt aangekondigd. Deze week overtrof deze ongetwijfeld door steeds idioter wordende redacteurs beheerde website zichzelf, met een artikel waarin géén woorden stonden en er eigenlijk zelfs volstrekt niets te melden viel. Geen nieuws is goed nieuws? Nee, geen nieuws is gewoon echt géén nieuws.





Stoeptroep

14 04 2010

De stad Gent heeft de opdracht gegeven tot een aantal vernieuwingen van voetpaden in mijn buurt. Ik wil dat toejuichen maar ik maak daar toch enkele gezonde bedenkingen bij.

Zo lijkt het me heel opmerkelijk dat er met de oude voetpaden helemaal niets verkeerd was. Dit is een goed onderhouden buurt en het opgebroken trottoir was nog in zeer goede staat. Wie beslist dan dat er daar toch een nieuwe stoep moet komen?

Opvallend, en eigenlijk vooral mijn voornaamste bedenking,  is de schijnbare willekeur van de aanleg van de nieuwe voetpaden. Het gaat telkens om slechts een tiental meters en dus nooit om het voetpad over de volledige lengte van een blok. De grens loopt steeds gelijk met een bepaald gebouw, waardoor je dus midden op de stoep een bruuske overgang aantreft met het oude voetpad. Zo worden de tegels zelfs in twee gesneden in plaats van voor een ietwat vloeiende overgang te zorgen door de oude en nieuwe tegels mooi te vermengen. Dat is toch hoogst bizar?

Ik ben niet het soort zure  burger dat enkel het negatieve ziet of verantwoording verwacht van zijn bestuur voor elk akkefietje. Ik ben ook geen voetpaddeskundige en wellicht kan ik makkelijk informatie bekomen over de zin van deze onderneming. Maar zelfs pogend iets verder te kijken dan mijn neus lang is, zie ik momenteel enkel een verspilling van tijd, geld, materiaal en energie. Terwijl zoveel plekjes in Gent een opfrissing kunnen gebruiken!

En terzijde, dit soort huizen, al jaren en jaren leeg en verwaarloosd staan wezend, verdiént zo’n mooi nieuw voetpad zelfs niet!





Spannend shoppen

13 04 2010

Vandaag zorgde een elektriciteitsstoring voor onrust in de supermarkt. Toen plots alle lichten, diepvriezers en kassa’s uitvielen  – en dit wel eventjes duurde en zich na herstel nog een keer herhaalde – mocht het personeel zich al voorbereiden op overwerk. Want wat speelt zich allemaal af in een donkere winkel? Amper viel het leven daar stil en je hoorde al verpakkingen en blikjes opengaan! Ik moet zeggen dat ik de verleiding ervan wel snap. Geen mens kan zien wat je doet en je wordt omringd door allerlei verleidelijke producten. Ik durf zelfs niet zweren dat ik van alles zou afblijven, uiteindelijk. Nu stond ik vooral tussen de  shampoos en diepvriesproducten en daar trof ik weinig verleiding aan – hoewel, die ijsjes…

Eerlijk, mijn eerste gedacht daar in het donker, was het omver gooien van die reusachtige opeenstapelingen van pakken wc-papier. Niemand zou merken dat ik het was en wat chaos af en toe kan ik wel hebben. Ik stond al te glimlachen bij het idee alleen. Maar ik bleef braaf staan en wachtte op licht in de duisternis. Ik maakte ook  niet van de gelegenheid gebruik om de streepjescodes van bepaalde artikels te verwijderen om die ongezien in mijn rugzak te stoppen. Wat kon. Maar geen product daar is het waard je daartoe te verlagen, bedenk ik nu keurig.

Een glimp van de potentiële chaos die een veel langere storing zou veroorzaken, kreeg je te zien toen het licht weer aanging. Heel wat mensen hadden de zaak verlaten en dus stonden her en der verweesde karretjes en mandjes met boodschappen. Aan het personeel om daar dan meteen alle koelkast- en diepvriesproducten weer uit te halen, om zo de schade te beperken. Mij deed het vooral aan een ongedefinieerde horrorfilm denken: het licht gaat aan en een aantal mensen zijn op onverklaarbare wijze verdwenen. Of de rolluiken gaan naar beneden en we moeten met zijn allen overnachten in de supermarkt terwijl buiten een mysterieus iets zich naar binnen probeert te werken.

Toen stapte ik weer de non-fictie in.

(geweldige film!)





Cinefiel of consument?

12 04 2010

De Kinepolisgroep komt alweer met een schitterend en vooral winstgevend idee op de proppen: binnenkort (en nu al in een selectie van bioscopen) kan je tijdens de voorstelling ook meer eten dan chips, popcorn, nacho’s, snoep, ijsjes, boterhammetjes, fruit en chocolade: de keuze wordt uitgebreid naar pasta en hamburgers. Warme keuken dus. Want volgens een eigen onderzoek komen mennsen vaak hongerig naar de bioscoop.

De Morgen-journalist Jan Temmerman schreef naar aanleiding van deze gekke evolutie een leuk stukje, waarin hij gekscherend voorspelt dat men binnen twee jaar in een jacuzzi kan plaatsnemen in de bioscoopzaal. Als je de argumentatie van Kinepolis doortrekt, zou je er immers ook kunnen van uit gaan dat mensen bezweet of ongewassen naar de bioscoop komen.

Temmerman bekijkt de situatie in een iets bredere context natuurlijk, maar de boodschap is dat Kinepolis zich in allerlei bochten lijkt te wringen om het idee te verkopen. Het lijkt zelfs haast alsof de bioscoopbezoeker er om gevraagd heeft en ze daar nu zuchtend aan toegeven. Waarom bekennen ze niet gewoon geld te ruiken waar de filmfan straks hamburgers ruikt? Kinepolis haalt zijn winst namelijk vooral uit de verkoop van snacks, en dus geenszins van de ticketverkoop.

Ik verheug me uiteraard zelf geenszins op een filmvoorstelling waarbij de walm van de hamburgers me afleidt van de film. Maar anderzijds zal ik er ook helemaal niet van wakker liggen. Als nu naast me iemand plaatsneemt met zo’n reusachtig bak nacho’s, voorzien van een vette kwak smerige kaassaus, vind ik dat ook al hoogst ergerlijk. Maar die hap verdwijnt sneller dan u denkt in de mond van de consument, meestal zelfs nog voor de film begint. Ik geloof dus ergens dat het allemaal nog zal meevallen.

De Kinepolisbioscopen zijn trouwens op de drukste momenten al verre van gezellige plaatsen. Hebt u eigenlijk al eens goed bekeken wat het doorsnee publiek is van een Kinepolisbioscoop? Op zaterdagavond is het verschil met het eerste beste dancingpubliek nauwelijks te merken. Luidruchtig, onnozel, ja haast marginaal volk schuift dan en masse aan. Ze consumeren kilo’s en liters snacks en gaan de domste films eerst bekijken. En ik heb het niet alleen over tieners. Als ik lid was van de Kinepolisgroep, zou ik óók ijverig naar manieren zoeken om het klootjesvolk uit te melken. Omdat ze er om vragen!

Waarmee ik verder geen kwaad woord zeg over de doorsnee bioscoopbezoeker, de gemiddelde student of het modale koppel dat even de zinnen komt verzetten. Of de fervente filmfan zoals ik, die gewoonweg graag naar Kinepolis gaat omdat die grote donkere zalen ondanks alles magische plekken blijven. Ik herhaal mezelf: een bioscoopzaal is mijn favoriete plek en er moet dus nog veel veranderen om er buiten te houden.

Men moet trouwens zijn moment weten te kiezen, en dat heeft te maken met de reden van het naar de bioscoop te gaan. Terwijl het voor veel mensen een uitje is of avondvullende activiteit – waarbij men nog meer bereid is geld te besteden – is het voor mensen zoals ik gewoon een drang naar bepaalde films. Dat wil zeggen dat ik met veel plezier op een weekdag de voorstelling van 17u bijwoon. U kan zich wel voorstellen dat er dan erg weinig volk in de zalen zit. Er is dus nauwelijks overlast: geen wachtrijen, geen storende geluiden, geen mensen die op verkeerde plaatsen gaan zitten. Dan kan je in alle rust naar zelfs de meest  populaire blockbusters gaan kijken. Kinepolis geeft in de vakantie zelfs voormiddagvoorstellingen! Ook dan heb je een grote kans in een grote zaal te belanden met amper tien anderen. Op vrijdag- of zaterdagavond waag ik me nooit meer in de bioscoop. Dan voelt de Kinepolis aan als een andere planeet.  

Het is vriendelijk van Jan Temmerman zijn ongenoegen te uiten en het aldus een beetje op te nemen voor de sukkels die straks besmeurd worden met spaghettisaus, maar zelf heeft hij er wellicht geen last van. Filmjournalisten kunnen tijdens persvoorstellingen in alle rust van films genieten. Ik betwijfel of Temmerman zich nog in de plaats kan stellen van de modale bioscoopbezoeker. Meer zelfs, de velen die het met hem eens zijn en zuchtend en instemmend zijn commentaar lazen, zijn waarschijnlijk allemaal mensen die zelden naar een Kinepolis gaan. Nu ben ik zelf wel van het principe dat je dingen mag aanklagen waar je zelf geen last van hebt, maar ik denk dat Kinepolis het uiteindelijk bij het rechte eind heeft: ze geven de consument waar hij om vraagt.

Van de gelegenheid trouwens even gebruik maken om het ridicule spotje van Kinepolis waarin een (sorry, echt lelijke) dwerg u moet aanzetten tot het opruimen van uw afval, aan te klagen. Er was overduidelijk geen andere dwerg beschikbaar dan een oudje met een slecht gebit en daarnaast zit de essentie volkomen fout: ik leer hier vooral uit dat ik mijn afval gerust mag laten vallen want de slaaf raapt het wel op. En wat doet hij met een afvalcontainer in de bioscoopfoyer? Dwaze spot.





Profiel van een 11-jarige

9 04 2010

Als je een week met zestig 10- tot 12-jarigen doorbrengt in een niet nader te noemen bos, ben je als ervaringsdeskundige in deze leeftijdscategorie weer helemaal up-to-date. Twee jaar geleden zette zo’n natuurweek me aan tot mijmeringen over takken en kampen. Deze keer kom ik tot andere conclusies – iedere groep is anders.

Gsm’s waren verboden en daar kon ieder zich ondanks heel wat gezeur zonder moeite aan houden. Om nog maar even te vergelijken met vorig jaar: toen had vrijwel geen enkele van mijn leerlingen een gsm, deze keer heeft meer dan de helft er één (thuis gelaten). Ze lijken hem niet te missen, maar voor die enkele kinderen die meer dan 50 sms’jes per dag versturen, is het wel afkicken. En je leerkracht geef je niét je nummer. Niet omdat hij dat nummer niet mag weten, wel omdat je je dan verplicht wordt hem ook in je telefoonboek te plaatsen. En dat is dan vooral een probleem ‘als je volgend jaar op de middelbare school met een nieuwe vriend of vriendin je lijst overloopt en die vraagt dan; ‘wie is Sven?’, en dan moet je antwoorden: ‘mijn oude meester!’. Schamelijk.’ Op mijn vraag of dat dan de gewoonte is, met iemand je lijst overlopen om te tonen wiens nummer je allemaal hebt, was het antwoord bevestigend. Ik ben op meerdere vlakken een oude meester aan het worden dus.

Waar je wél nog steeds vanop aan kan is dat de doorsnee 11-jarige nog altijd van snoep houdt. In kilo’s, in dozen, in gigantische zakken. Er kan niet genoeg mee zijn. Chips om half tien in de ochtend of wat zure matten meteen na een zware maaltijd (mét dessert), het moet allemaal kunnen. Hyper worden ze er van natuurlijk. High on sugar, rondstuiterend als een op hol geslagen rubberen balletje.

Horrorverhalen? Jaaaaaaaaaaaa!! Maar niet griezelig en zonder bloed en niet te veel doden en geen ingewanden en liefst niet op een kerkhof. Vooral niet eng dus. Horror voor kinderen. Begin er maar eens aan. Geen klachten echter, ze blijven een zeer gewillig en dankbaar publiek, ook al gaat de plot nergens heen en sluit je abrupt af omdat het bedtijd is.

Apenstreken en wandaden? Amper, al mag u dat verbazen. Toegegeven, de laatste dag waagde het iemand het brandalarm in werking te doen treden, maar dat was meer een impulsieve dommigheid dan een geplande actie. Op de naïeve oproep van mijn collega of de dader zich vrijwillig wou komen melden, kwam nog reactie ook. Allemaal doetjes. En er werd ook nog wat snoep gestolen. Maar verder, braaaaaaaaaaaaf.

Fuiven? Een bosklas sluit je obligaat af met een fuif, zou je denken. Maar dit was de laatste keer, zo concludeerden we. Het interesseert hen uiteindelijk nauwelijks. Na een uurtje zijn de drama’s op, de slows geslowd en alle cd’s al drie keer gedraaid. Waarom zouden we kinderen nog zo’n afgezaagde formule opdringen? De alternatieven, zoals gezelschapsspelen, kenden meer succes. Bovendien zie je dat zich nu al fuifstereotiepen ontwikkelen: muurbloempjes, flirters, observators, dramaqueens, zonderlingen, meelopers, showstealers en genieters. Grappig, maar ook wat triestig. Er staan hen nog tientallen en tientallen van die droeve get-togethers te wachten waarop ze zich vooral moeten gedragen als alle anderen en het vaak een kwestie is van de kat uit de boom kijken – want slechts een elite heeft het in zich, dat feestbeest. Waarom zouden we hen nu al confronteren met de frustrerende sociale conventies die amateurfuiven kenmerken? Al kreeg A. wel een brief van haar zus met de raad zich goed te amuseren want ‘de fuif is de mooiste tijd uit van uw lagere school!‘ Ik moet daar dan ook niet cynisch over doen. De uitgelatenheid is ook erg tof om te zien en als je die pre-pubers zich volledig ziet gooien op de dansvloer, ongegeneerd, moet je dat moment ook koesteren: dit zijn érg gelukkige kinderen.

Over post gesproken, dat blijft ook een voltreffer voor iedere 11-jarige. Het onnozelste kaartje met nauwelijks een woord op doet al plezier, dat spreekt vanzelf. Mama’s en papa’s maken echter ook vaak halve knutselwerkjes, sturen dat drie dagen vooraf op zodat het kind bij aankomst al een brief in de handen gedrukt krijgt en hebben het adres verspreid onder familieleden. Hele roedels honden en katten blijken plots ook te kunnen schrijven, elk excuus is goed om iets in een envelop te proppen. Wie uitverteld is, vult ook nog snel een halve bladzijde met de samenvatting van Thuis die week. Minder creatieve ouders sturen dan weer gewoon een fax en zekere vaders vragen hun 10-jarige of hij ‘al veel grieten heeft binnengedraaid?’. De kinderpuzzel zou bij sommigen snel gelegd zijn. Moslimouders schrijven over het algemeen niét, maar sms’en of bellen naar de leerkracht.

Zijn ze stoer en vroegvolwassen, onze leerlingetjes? Welnee. Ze huilen, treiteren, plagen, lachen, troosten, giechelen en prutsen zoals 10-jarigen dat altijd al gedaan hebben. Ze willen een knuffel, hangen aan je armen tijdens het wandelen en komen op je schoot zitten. Ze missen hun mama, ze hebben zeer aan hun vinger, ze plassen al eens in bed en doen twee verschillende sokken aan. Ze vinden hun tandenborstel niet, gaan met vuile handen aan tafel en strooien meer hagelslag rond hun bord dan op hun boterham. Ze doen onnozel, vinden onnozel doende volwassen nog erg leuk, vertellen moppen over Jantje en over gekken. Alles klopt. Nog altijd.

De conclusies komen steeds weer op hetzelfde neer: de meeste kinderen zijn eindeloos interessanter dan de meeste volwassenen. En hen in al hun aandoenlijke onwetendheid en doorprikbare schijnvolwassenheid bezig zien, maakt van mijn beroep nog maar eens een groot genoegen.





Lectuurtip: Dertien

8 04 2010

Deze roman moet al enkele jaren op mijn leeslijstje gestaan hebben, maar ik heb ondanks de positieve recensies nooit de urgentie gevoeld om hem ook daadwerkelijk te lezen. Een geschenkbon van De Slegte heeft er anders over beslist en gelukkig maar, want Dertien (Black Swan Green) is één van de meest verfrissende romans die ik de laatste tijd gelezen heb.

Het uitgangspunt is niet meteen hoogst origineel: dit is een coming-of-age verhaal waarin we een jaar lang het leven van de dertienjarige Jason meemaken, een jongen die er vooral wil bijhoren en dan langzaamaan tot het heerlijke besef komt dat je er in het leven zoveel beter aan doet nérgens bij te horen. In tien prachtige, intieme hoofdstukken snijdt auteur David Mitchell nog meer herkenbare onderwerpen aan, in een onweerstaanbare vertelstijl, even vlot en bescheiden als rijk en ontwapenend. Jason’s groeipijnen zijn soms komisch pijnlijk, dan weer aangrijpend of frustrerend, om uiteindelijk helemaal geen pijnen meer te zijn. Het maakt dat dit meteen zo’n niet weg te leggen roman wordt die je in zo’n vertrouwde leesroes brengt die van lezers boekenfreaks maakt.





Ik kijk toch ook

7 04 2010

Televisie is mijn dada en nu ik meer dan een maand niet geblogd heb, is niets zo goed om mijn schrijflust aan te scherpen als het formuleren van enige bedenkingen bij mijn eigen kijkgedrag.

Zo behoor ik tot de steeds kleiner wordende groep aanhangers van De Kinderpuzzel. Dit programma boeit me omdat ik het basisidee erg sterk vindt. Ik ben altijd al gefascineerd door groepen en families en de kleine weerhaakjes in dit programma – zoals kinderen en ouders die moeten doen alsof ze elkaar niet kennen – vind ik stukken interessanter dan al die zoek- en doe-opdrachten. Maar ik verveel me geen moment bij dit aardige programma. Ik snap niet zo goed waarom er smalend gedaan wordt over deze zogenaamde ‘eerste flop’ van Bart De Pauw. De kijkcijfers van De Kinderpuzzel zijn lang niet slecht en zouden voor veel programmamakers een onbereikbaar doel betekenen.

Ik toon me een al even atypische kijker bij het aanschouwen van Move Like Michael Jacksonop VT4. De talentenwedstrijden met een jury hebben we wel gehad, daar wil ik het me u eens zijn. Maar ik blijf een zwak hebben voor die realityprogramma’s waarin mensen ook daadwerkelijk bewijzen iets te kunnen. En het danstalent dat ik in dit programma zijn benen in de nek zie zwiepen of de heupen achterstevoren zie draaien, verdient in heel wat gevallen echt applaus. Ik zit er bijna bij te grijnzen soms, die aanstekelijke pasjes en moves van al dat begaafde volk. Dus laat me hier maar gewoon bekennen dat ik wekelijks kijk. Jammer van die niets ter zake doende, prietpraat spuiende troela van een Lien Degol, jurylid om wat voor reden dan ook.

Bij het zappen langsgekomen en zuchtend met de ogen gerold bij het aanschouwen van de resultaten: Trinny en Susannah doen België aan. In charmeloze winkelcentra plukken ze grijze muizen van voor de etalages om die vervolgens een make-over op te dringen met kleren van de C&A. De meeste mensen ‘herwinnen plots hun zelfvertrouwen’ of ‘ontdekken een nieuwe ik’, maar de pseudo-glamoureuze dellenkleedjes waarin de twee Britse sekreten hun willoze slachtoffers dwingen, hebben weinig met klasse of stijl te maken, zo merkte ik als verder geheel onverschillige kijker op.

Waarover velen het dan wél eens zijn met mij, is de amusementswaarde van de Benidorm Basterds. Ondeugende oudjes in vaak leuk bedachte situaties, het kijkt lekker weg. Aanrader: de agressieve nonnen (2:45), Google aan huis (3:49) en het dametje met de mega-kauter (5:52). Schitterend!








%d bloggers liken dit: