On the Road (3)

25 07 2010

Het spijt ons niet het stadje Ithaca te moeten verlaten en we ontbijten snel in een Donkin Donuts, waar ik toch voor een zo gezond mogelijke hap kies. Na een rit van een drietal uur zijn we al in Niagara, wat ons allemaal een beetje binnensmonds doet vloeken want het betekent dat de afstand New York-Niagara echt wel in één dag te overbruggen viel en we Ithaca gerust links hadden kunnen laten liggen. Anderzijds was het best een aangename dag en hebben we ook mooie dingen gezien.

Tja, de watervallen dan. Waarvan ik vermoedde dat ze toch niet zo indrukwekkend zouden zijn, zoals ook het Vrijheidsbeeld dat niet was. Maar ze ogen toch behoorlijk impressionant. Je ziet al van ver waar ze liggen, door de reusachtige nevelwolk die er boven zweeft. Langs de kant van de VS is het net iets minder spectaculair, omdat je langs Canadese zijde de watervallen veel meer op je ziet afkomen. Bovendien zie je langs die kant ook veel duidelijker dat er twee watervallen zijn.

Er heerst een wat pretparkachtig sfeertje, en de drukte valt best wel mee. Het is er dan ook groot genoeg en er zijn tal van uitkijkposten om alle nieuwsgierige toeristen plaats te bieden om het schouwspel te bekijken en te fotograferen. Vooraleer we de grens oversteken, willen we een boottocht maken langs de watervallen. Voor 12 dollar kan je plaatsnemen op The Maiden of the Mist (Peter: ‘Let’s get you guys on that boat!‘). Iedere passagier krijgt een wat ridicule blauwe plastic poncho aangestoken, die eigenlijk niet zo heel erg nodig blijkt. Je voelt weliswaar de nevel op je neerdalen, maar je raakt er verre van doorweekt van. Nu is het wel een hete dag natuurlijk, als er meer wind is wordt je wellicht natter. Ik geniet van de boottocht omdat je wel erg dicht bij de watervallen komt, maar het milieuvervuilende aspect van die poncho’s is me er dan weer te veel aan. Stiekem snak ik eigenlijk naar een iets wildere pretparkattractie waarvan je toch een beetje nat wordt.

Om de trivialiteit van het hele gebeuren te onderstrepen, zit de student die als toezichter is aangesteld, ostentatief in Ulysses van James Joyce te lezen. Met zijn nerdy bril en woeste krullen onder een Amerikaans petje lijkt hij wel uit een Amerikaanse komedie te komen. Na de boottocht nemen we de tijd om de watervallen ook van de andere (drukkere) kant te bekijken. De blauwe figuurtjes op de boot, die wij daarnet waren, zien er eigenlijk heel onnozel uit, samengepakt op de golven.

Het Hard Rock Café waar we willen lunchen, zit veel te vol, dus we kiezen voor een snelle snack aan een kraampje. Ik ga voor pizza en die smaakt me heerlijk. Iedereen lijkt zich erg ontspannen te voelen in de groep en we lijken allemaal goed met elkaar te vinden (Peter: Sweet!). Dan is het tijd om de grens over te steken. Peter pakt uit met verhalen over de gemoedelijkheid en vriendelijkheid van de Canadezen, terwijl de grens oversteken van Canada naar de VS dan weer tijdrovend en lastig kan zijn. Maar de zakelijke ontvangst en collectieve ondervraging komen niet met dat beeld overeen. Sina vraagt nadien terecht: ‘Zhis were zhe friendly guys?’.

Dan volgt een behoorlijk saaie, twee uur durende rit waarbij we zo goed als niets van Canada zien, op een snelweg na met bomen langs. De E40 maar dan langer en iets groener. Je ziet in de verte weliswaar de herkenbare, prachtige skyline van Toronto, maar het duurt ontzettend lang eer we er echt zijn. Op een verder vrijwel horizontale horizon, tekent de stad zich duidelijk af, met de CN Tower als opvallendste accent. Hoe doen ze dat daar toch dat je elke grote stad vanuit de verte kan zien liggen?

Toronto ligt te blinken in de zon. Het is een vrij nieuw aandoende stad, alsof ze er nog maar enkele jaren is. Hoewel het de grootste stad van Canada is, komt ze erg bevattelijk over. De sfeer is nog sterk Amerikaans, waardoor de stad wat aan New York doet denken, maar er is veel minder hoogbouw waardoor ik ook met Brussel durf vergelijken. We worden wel meteen gewaarschuwd welke straat we beter mijden, vooral ’s nachts. We arriveren in onze jeugdherberg, waar net een barbecue wordt georganiseerd. Wie een zonnebril draagt krijgt zelfs een biertje gratis. Peter vraagt ons of we het zien zitten daar te eten en dat vinden we best want het is goedkoop en we zullen nog genoeg op restaurant gaan. Het is helemaal niet druk op de patio waar er gebarbecued wordt en de grote steak is enorm lekker.

Hoewel ik me niet te oud voel voor een jeugdherberg – je vindt er trouwens mensen van alle leeftijden – en ik het niet erg vind een kamer te delen, vind ik me minder in de wat opgeklopte  Where Are You From-sfeer. Toch kan een wispelturige Schotse ons overhalen mee te gaan op de pub skroll die ze organiseert. Een kroegentocht zeg maar. Ze is in haar nopjes dat haar initiatief wel 20 mensen weet te lokken, maar dat betekent wel dat de eerste kroeg eigenlijk al te klein is. De tweede pub is veeleer een taverne dan een kroeg en is weinig spectaculair. Toch is de sfeer erg ontspannen en spreekt iedereen elkaar vlot aan. De meeste van deze mensen zijn alleen op reis en zijn gewend te socializen met vreemden. In een reusachtig glas wordt een plaatselijk bier geserveerd.

David & Chris

De volgende (Ierse) pub lijkt veel meer op een echte bar. Er staat een zanger met een gitaar en er zit veel jong volk, die allemaal uit de jeugdherberg lijken te komen. Zowat iedereen drinkt bier. Frisdrank lijkt geen rol van belang te spelen. Cola wordt gewoon uit een blikje in een plastic bekertje geschonken, toch weinig stijlvol. Voor zo’n wereldstad vind ik dit ook niet zo’n professioneel café.

Ik voel de vermoeidheid toeslaan en Elin beweert dat je per dag maar één uur inhaalt van het tijdsverschil. Logisch dus. Om middernacht geef ik er dan ook de brui aan. Sina en Maren zijn al vertrokken, David vermijdt alcohol, Chris verbroedert met een Brit en Peter lijkt eindelijk wat te ontspannen. Ik vertrek alleen maar na 5 minuten heb ik geen idee waar ons verblijf is. Er was een kerk tegenover, maar de kerk die ik nader is eigenlijk een andere. En de kaart van Toronto die we gekregen hebben, ligt op mijn kamer. Het lijkt me dus het verstandigste terug te keren. De Schotse zit buiten en legt me met plezier de weg uit.

De kamer is warm, maar onder enkel een laken slapen is zeer doenbaar, zelfs aangenaam. Toch vinden de anderen dat de airco aan moet en dus luister ik de hele nacht naar het geblaas van dit vervloekte apparaat. Ik hoop vooral dat het me geen verkoudheid oplevert zoals de twee vorige keren in de VS en gebruik dus maar een deken. In een stad waar het in de zomer ’s nachts nog altijd 20° is. Dwaas.

De volgende dag zullen we doorbrengen in Toronto. Ik kijk er naar uit even te internetten en moet ook een bank zoeken want mijn kaart weigert dienst aan de gewone bankautomaten en ik heb nog geen Canadees geld. Na enigszins uitgeslapen te hebben, stap ik een bank binnen waar een vriendelijke bediende me uitlegt dat je met een MasterCard niet aan elke automaat terecht kan, maar enkel aan die van BMO, the Bank of Montréal. Zo is er gelukkig eentje vlakbij, maar ik ben toch ontevreden over de diensten van ING, die me verzekerd hadden dat ik probleemloos geld zou kunnen afhalen in het buitenland.

Ik lees daarna snel mijn mailtjes maar vergeet wel het nieuws te lezen en heb ook geen tijd om een blogartikel te schrijven, want Chris, David en Elin staan te wachten om naar Toronto Island te varen met de ferry. De Duitse meisjes maken een eigen uitstap en Peter moet zich met allerlei voorbereidingen en verwerkingen bezighouden. Met de metro raken we vlot aan de haven, waar twee ferry’s klaarliggen. Op de ene zit een massa volk, op de andere haast niemand. Toch varen ze beiden naar het eiland. We kiezen uiteraard de minst bevolkte, al brengt die ons niet naar het midden van het eiland.

Toronto Island is een droomachtige plek. Het lijkt op een reusachtig park met straten en zelfs enkele huizen én een brandweerkazerne. Wie woont hier, of beter gezegd, wie heeft het geluk hier te wonen? In al dit groen en deze rust? Er zijn tal van plekjes waar je in de zon of  in de schaduw zou willen liggen om weg te dromen. We slenteren een half uurtje door het gedeelte van het eiland waar niet veel volk lijkt te komen. Langs de ene kant biedt het eiland een schitterend zicht op Toronto, aan de andere kant ligt dan bizar genoeg het reusachtige Ontario Lake, waarvan je de overkant niet eens kan zien. Het eindeloos uitzicht, het strand en de rotsen aan die kant van het eiland, doen aan een eiland in de Middellandse Zee denken.

In het midden van het eiland is meer volk te vinden. We huren fietsen en pauzeren op een bankje met zicht op de stad. Er is ook een kleine luchthaven op het eiland en toevallig landt er net een vliegtuig, het lijkt recht op ons af te komen. In het restaurant waar we lunchen eet ik middelmatige zalm met rijst terwijl de anderen lekkere vettige dingen eten. Maar het spijt me niet, want vanavond gaan we naar een baseballmatch en daar wordt ongetwijfeld al even vet geschranst. Wat zal deze sportieve activiteit mij te bieden hebben? Een baseballmatch kan wel 3 tot 4 uur duren! Toch kijk er naar uit om eens de sfeer op te snuiven want dit typische Noord-Amerikaanse evenement.

Wordt vervolgd.

Lees ook deel 1 deel 2 en deel 4


Acties

Information

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers op de volgende wijze: