On the Road (6)

28 07 2010

Na een zeer ontspannende eerste avond in Montréal hebben we vandaag de hele dag om deze stad te verkennen. In de voormiddag stelt Peter ons jetboating voor, een wilde boottocht over de St.-Lawrencerivier waarbij je gegarandeerd nat wordt. Ik heb nog geen zwembad te zien gekregen de afgelopen week dus mij spreekt het wel aan in deze warme dagen wat waterpret te beleven, zeker na de iets te tamme beneveling aan de Niagarawatervallen. Chris moet helaas afhaken, hij raakt simpelweg niet uit zijn bed.

Voor het vertrek zullen we alweer een poncho moeten aantrekken. Geen plastic exemplaar gelukkig, dat zou overigens nauwelijks volstaan. We dragen er ook hilarisch ogende duikschoenen bij. De instructeur biedt ook warme truien aan, en vertelt dat heel wat toeristen uit warmere landen het al snel erg koud hebben en zo’n trui onder de poncho dan best appreciëren. Met ongeveer 35 mensen nemen we dan plaats in een boot die erg doet denken aan pretparkattracties. De eerste 15 minuten vaart de boot met volle snelheid de haven uit. Een begeleidster brabbelt ons allerlei onverstaanbaars toe in een megafoon en met een zodanig sterk Frans accent dat ook zonder wind en opspattend water niet echt duidelijk zou zijn wat ze ons allemaal meedeelt. Van op het water hebben we een prachtig zicht op de stad en ik zie in de verte Habitat 67 liggen, een gebouwencomplex dat ik omwille van zijn bijzondere architectuur deze namiddag eens zou willen bekijken.

De boot nadert de plek waar het allemaal moet gebeuren. Hier  – en hoe dat komt is me niet duidelijk, misschien was het dat wat de begeleidster verklaarde – stroomt de rivier plots razendsnel en heb je ook tal van draaikolken (‘whirlpools’). De dame verdwijnt in een beschuttend hokje en de wij krijgen al snel de ene golf na de andere over ons heen. Als een dolgedraaide dolfijn schiet de boot telkens weer omhoog om dan met veel kracht weer neer te komen op de wilde golven. De watermassa die we over ons heen krijgen neemt steeds grotere proporties aan, tot we vrijwel compleet doorweekt zijn. Het is spectaculair en simpelweg plezierig, maar als we na 30 minuten terug koers zetten naar de haven, is het wel voldoende geweest. Gelukkig is het al erg warm, op een minder mooie dag lijkt dit me net iets minder gezellig. Echt goedkoop was dit ook niet – omgerekend 48 euro – en ik zou het wellicht nooit uit mezelf doen, maar het was anderzijds wel tof en het zorgt voor variatie in de activiteiten.

Bij onze terugkeer wil ik echt eerst wat rusten. Niet dat het jetboating zo vermoeiend was, maar deze reis vraagt veel energie en mijn bioritme is nog niet op peil. Bovendien moesten we wel erg vroeg op staan. Na de powernap ga ik op mijn eentje Montréal bekijken. Het is een gezellige stad met veel groen en ruimte voor fietsers en de metro is, zoals overal behalve misschien in Londen en Parijs, eenvoudig in gebruik. Ik stap af bij de halte die het dichtst bij Habitat 67 ligt en besluit de rest te voet te doen, hoewel het niet vlakbij is. Maar ik ken mijn stapvermogen en binnen het half uur ben ik ter plekke. Dit gebouwencomplex is een lust voor het oog, al is het na meer dan 40 jaar wel wat van zijn glorie verloren. Maar de bijzondere stijl waarin het gebouwd is, de heerlijke, schijnbaar nonchalante manier waarop de wooneenheden op elkaar gestapeld zijn, en de ligging maken er toch een bezienswaardigheid van. Het omliggende groen maakt volledig deel uit van het complex en voorbijgangers wordt via diverse bordjes de toegang ontzegd, hoewel er geen afsluiting is. Ik fantaseer even over het wonen hier – dit is niet alleen een apart gebouw, de bewoners beschikken ook over allerlei extraatjes zoals o.a. een shuttle naar het centrum van de stad – , maak wat foto’s en zet mijn weg verder.

Ik heb niet zoveel zin om dezelfde, eentonige weg terug te nemen en ik kijk op mijn plan hoe ik langs een andere kant toch bij de metro kan komen. Ik zie dat er een klein parkje is verderop waar de metro langskomt, dus wandel ik er heen. Helaas heb ik me, zoals het elke toerist wel eens overkomt, vergist: de metro stopt niet in dit park en meer zelfs, ik zie eigenlijk helemaal geen metro. Ik ben trouwens het water overgestoken en vraag me toch af of Montréal een metro onder water zou bouwen voor dit klein stukje schiereiland. Maar goed, wat nu?

Wie dit echt allemaal niet zo specifiek wil weten, kan de volgende alinea’s gerust overslaan. Ik reconstrueer voor mezelf graag even waar het misliep. U ziet me op het plan de oranje route wandelen van metro tot Habitat 67. Dan beland ik in dat parkje – overigens zeer mooi maar ook wat desolaat, er zijn amper mensen – keer een stuk terug en zie, toch wel erg vermoeid al, geen andere optie dan de brug over te steken. Mijn plan is om de metro te nemen op het eiland. Wanneer de brug eindelijk achter me ligt, beland ik op het eiland in een soort tussenwereld. Ik tref geen mens aan, al hoor ik wel heel wat verkeer in de buurt, en volg een wandelpad dat me volgens mijn kaart naar de metro moet leiden. Ik stuit echter op werkzaamheden en een man doet van ver teken dat ik niet verder mag. Ik kom uiteindelijk via omwegen bij de biosfeer terecht, een natuurkundige attractie waar gelukkig veel volk rondloopt. Mijn kaart toont geen weergave van al die kleine wandelpaadjes dus ik weet even later niet echt precies waar ik ben. Ik zie  ook nergens pijlen naar de metro en begin me zelfs af te vragen hoe hier een metro kan zijn, midden in een park. Ik heb geen weet van een tunnel en er is ook niets bovengronds te zien. Ik aarzel om mensen aan te spreken, want als hier eigenlijk geen metro is, sta ik wel voor aap natuurlijk. Anderzijds staat het toch duidelijk op mijn kaart! Vrijwel iedereen die er rondloopt is trouwens toerist en weet niets over een metro of ze wijzen me vaagweg een richting aan.

Ik heb dorst en ben kapot – gelukkig is het niet al te zonnig vandaag – en begin behoorlijk pissed te worden. Waar is hier het informatiecentrum? Waar staan de nodige pijlen? Wat is dit voor een bizar eiland? Wat doen de mensen hier terwijl duidelijk is dat hier niets te doen is? Ik tref een groot gebouw met een openluchtzwembad aan. Er is haast niemand, maar de speeltuin er tegenover lokt wel redelijk wat mensen. Hier moet ik toch wat te drinken kunnen kopen? Of een ijsje misschien? Niets te bespeuren. Ik loop te vloeken, neem willekeurige richtingen en zie dan eindelijk een pijl naar de metro. Godzijdank! Ik neem alvast mijn metroticket.

Maar weer pech: er staat een hek voor de weg die ik in moet slaan, wegens werkzaamheden. Ik volg het hek in de hoop op een ingang, maar het is zinloos. Ergens daar achter dat hek en die bomen, moet de metro zijn, hoewel me dat nog altijd surrealistisch lijkt zo midden in een park. Maar ik raak er niet. Ik begin me radeloos te voelen. Niet omdat ik niet weet waar ik ben – ik ben er gerust in dat op tijd terug in mijn hotel geraak – maar wel omdat ik misschien wel nog uren zal moeten stappen – misschien wel helemaal terug vanwaar ik gekomen ben. Tja, ook dit hoort  bij reizen en steden bezoeken en ik geef mezelf een schouderklopje omdat ik er toch kalm onder blijf. Maar in mijn achterhoofd groeit de nachtmerrie dat ik voor eeuwig en altijd op dit stomme eiland moet blijven.

En dan zie ik plots een parking en een loket en een kraampje en weet ik veel wat nog allemaal aan de rand van het eiland: hier blijkt een ferry te stoppen. En hij ligt net aan wal! Ik ren er heen, zie niemand in het hokje zitten en loop dan maar door naar de boot. De schipper leidt net een handvol mensen aan boord. Ik meld hem dat ik geen ticket heb en hij stuurt me bedaard de boot op met de melding dat ik straks kan betalen. Het eerste dat ik zie is een drankautomaat en ik stort me er op. En dan vertrekt de overzetboot en kan ik eindelijk dat eiland een welgemeende fuck you toewensen.

De schipper merkt wel op dat hij eerst nog naar een andere stopplaats moet vooraleer terug naar de stad te varen. Het kan me allemaal niet schelen, ik ben blij dat ik zit en drink. Ik heb net niet genoeg kleingeld voor een ticket en wil betalen met 50 dollar, maar de schipper is tevreden met het kleingeld. Misschien heeft hij te doen met deze verwilderde, misschien zelfs paniekerige toerist.

Ik plof neer op het achterdek, zet mijn mp3-speler aan en laat een langverwachte kalmte over me heen komen. Mijn dag is nog niet helemaal om – het is iets na 4 – maar ik vrees dat ik Montréal voor gezien houd. Ik hoef niet meer te winkelen en wil dat park op die heuvel met dat befaamde uitzicht al niet meer zien. De boot vaart intussen toch wel behoorlijk ver weg (blauwe lijn op de kaart), maar daarna verloopt alles als voorzien en een half uur later ben ik dan  – eindelijk – terug in de stad. Mijn laatste zucht van ergernis wordt geslaakt.

Ik neem de metro en stap uit bij een drukke winkelbuurt. Daar kan een Ben & Jerry’s me bekoren nadat ik in Toronto ook al genoten had van hun chocolade-ijs. Het kost even moeite uit te leggen wat ik wil – wat is ‘hoorntje’ in  het Engels? Maar dan blijkt het chocolade-ijs op! Straciatella dan maar, maar dat woord kent het meisje niet. Haar Engels is ook erg pover en we raken er dus niet goed uit. Maar uiteindelijk zit ik op een bankje met een bananenijsje.

Wordt vervolgd!


Acties

Information

2 responses

12 08 2010
Boris

cool

13 08 2010
aida

net als in de film
weet wel niet welke

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers op de volgende wijze: