Qué? (10)

27 08 2010

Het was een tijdje geleden, maar de laatste maanden sprokkelde ik nog enkele opmerkelijk tv-taalflaters of ander krom, al dan niet ridicuul, taalgebruik bij elkaar.

Een Jan met de pet zag het even niet meer zitten en sloeg enkele uitdrukkingen door elkaar: ‘Het is boven mijn petje aan het groeien!

En om bij petjes te blijven: iemand anders sprak als volgt zijn bewondering uit: ‘Ik kan daar alleen maar mijn hoedje voor afzetten!

Een geschokte voorbijganger was al even in de war: ‘Ik ben er helemaal van onder de voet!

In Komen Eten zorgde het woord ‘charmezanger’ voor verwarring en werd Frank Valentino een ‘sarmezjanger’.

Een fan van Bart Kaell meldde haar vriendin: ‘Bart Kaell komt uit voor zijn outing!

Een niet nader te benoemen presentator beschreef een situatie als volgt: ‘De spanning is hier om te stijgen! Euh, de spanning is hier aan het stijgen. En aan het snijden!

Piet Huysentruyt kan al goed tellen: ‘Aangebrand én slap? Dat zijn drie problemen in één!’

Saartje Vandendriessche tenslotte, altijd goed voor wat praat van niveau: ‘Chapeau voor de schrijvers die ’t geschreven hebben!‘.

Advertenties




I Know Nothing

23 08 2010

Echt waar, ik wou dat ik u er alles kon over vertellen, maar helaas is zelfs de vaag sluimerende showbizzjournalist in mij niet op de hoogte van de omstandigheden van volgend gebeuren.





Mag ik?

20 08 2010

In ben in de loop der jaren misschien milder geworden en zal zo nu en dan minder scherp oordelen over anderen. Maar je twaalfde kind Harley Davidson noemen, met als surplus dat al één van je andere kinderen Harvey heet, vind ik toch een mooie illustratie van het begrip marginaal.Mag dat?





Lectuurtip: Alles is Belangrijk

13 08 2010

Zoals u hier vernam was ik maar al te blij over een geweldig boek te beschikken toen ik al die uren op luchthavens en in vliegtuigen diende door te brengen: Alles is Belangrijk.

Junior Thibodeau wordt  geboren met de wetenschap dat in het jaar 2010 de Aarde zal vernietigd worden. Het spreekt vanzelf dat dat zijn opgroeien drastisch beïnvloed. Hij kan simpelweg niet van het leven genieten en groeit op als een somber, maar geniaal kind  met inzicht en doorzicht in alles. Een stem in zijn hoofd vertelt hem wat mensen om hem heen voelen of denken. Het maakt dat hij een eeuwige buitenstaander is.

Wanneer Junior’s voorspelling uiteindelijk ernstig wordt genomen is hij wel de eerste om in volstrekte geheimhouding mee te werken aan een oplossing voor de mensheid. Zijn afzondering betekent wel dat hij zijn oude leven moet opgeven: voor zijn omgeving is hij jarenlang ermist. De manier waarop Junior’s familieleden intussen het leven verderzetten is vanuit zijn oogpunt haast zielig. De mensheid is absurd in zijn pogingen het leven zinvol te maken.

De Amerikaanse auteur Ron Currie brengt dit relaas op een originele narratieve wijze. De protagonisten wisselen elkaar af in genummerde stukjes die aftellen tot het moment waarop de Aarde zal verdwijnen. Dit bezorgt het boek een krachtig tempo. Currie slaagt er ook in een aantal erg onwaarschijnlijke plotwendingen zeer aannemelijk te maken, zo indringend is zijn schrijfstijl. Zijn personages zijn diepgaand uitgewerkt en verscherpen continu je aandacht. Je leeft met hen zoals je dat doet met karakters in de betere tv-series. Bovendien kruidt hij zijn tragiek met een prachtige dosis humor, waardoor dit boek ondanks zijn weinig hoopvolle profetie erg verteerbaar blijft. Dit is zo’n boek waarvan het je spijt dat je de laatste bladzijde bereikt.





Lectuurtip: Submarien

9 08 2010

Britse, en eventueel andere, auteurs die zich aan de besognes van een tiener willen wagen, moeten al straf uit de hoek komen willen ze Adrian Mole overtreffen. Zijn dagboek, bedacht door Sue Townsend heeft het genre zo min of meer gedefinieerd. Ik verwachtte dus min of meer een doorslagje toen ik Submarien aanving. De jonge auteur Joe Dunthorne weet dat ook, refereert daarom al snel naar de betreffende klassieker en slaagt er daarna met brille in een eigen stem te geven aan zijn personage, de 15-jarige Oliver Tate. Gebruikt graag moeilijke woorden, observeert zijn ouders in zijn bekommernis om de sleet op  hun huwelijk, tracht de eczeem van zijn vriendinnetje te verklaren en heeft te doen met een gepeste klasgenote. Die hij zelf ook pest.

Dunthorne voert een scherp en scherpzinnig personage op dat echter, gezien zijn  leeftijd, ook de nodige stommiteiten begaat. Interessant is dat Oliver sympathiek is in al zijn menslievendheid, maar ook arrogant in zijn overtuiging dat hij weet wat het beste is voor de mensen om zich heen. Hij is intelligent, maar slaat de bal soms flink mis. Dunthorne is  echter mild voor hem en hanteert flink wat humor om de soms wrange situaties te verluchten. De ontwikkelingen in het verhaal kennen een niet altijd voorspelbaar verloop en dat houdt de roman boeiend. De aandacht voor details, de komische bedenkingen en de kleurrijke personages maken van Submarien een erg meeslepend boek.





Filmmaand juli

6 08 2010

Lang geleden dat ik u en vooral mezelf nog eens een overzicht bood van de laatst geziene films. Ik heb dat een tijdje consequent voor mezelf gedaan, en omdat ik deze lijstjes zelf erg graag herlees, ga ik daar toch wat meer moeite voor doen. Dit had juli te bieden:

75/ The Fourth Angel (6): wat oubollige Britse thrilller die dankzij Jeremy Irons net onderhoudend genoeg weet te zijn.
76/ Mindhunters (6): Derderangs guilty pleasure, zeer typische lege Amerikaanse thriller.
77/ I Could Never Be Your Woman (6): Michelle Pfeiffer + Paul Rudd: vreemd maar ergens wel charmant. Onschuldig vooral.
78/ Gloria (6): geforceerde remake door een nochtans goede regisseur, maar met een opgefokte Sharon Stone
79/The Lovely Bones (7): onevenwichtig en zweverig drama vol stijlbreuken en ongenuanceerde vertolkingen. (recensie)
80/Zombieland (8): verrassend amusante horrorkomedie met leuke karakters en een hilarische gastrol van Bill Murray (recensie)
81/Autumn Ball (6): Estse tragikomedie met een flinke scheut zwartgalligheid, helaas traag en onopmerkelijk.
82/Invictus (8): iets te sentimentele, maar aangrijpende en schitterend geacteerde triomfantelijke film. (recensie)
83/The Blind Side (6): Nietszeggende ophemeling van een waargebeurd verhaal, met een weliswaar genietbare – Oscarwinnende – Sandra Bullock. Veilig christelijk kijkvoer. (recensie)
84/The A-Team (6): wat overroepen en banale actiefilm die in niets doet denken aan de al evenmin gedenkwaardige tv-serie. B.A. is een lachtertje.
85/Twilight (7): sfeervolle, aanvaardbare kruising van romantiek en horror, bij momenten zelfs genietbaar. (recensie)
86/Toy Story 3 (9): Goed voor een permanente glimlach, deze alweer inventieve en onweerstaanbare Pixar. (recensie)
87/Moon (8): intelligente en stijlvolle psychologische sci-fi met een uitmuntende Sam Rockwell
88/ J’ai tué ma mère (8): Grillig, soms ongemakkelijk maar scherp drama met een verrassende maturiteit voor een regisseur van amper 20.
89/New Moon (6): meer getormenteerde tieners en bleke vampiers in een holler vervolg op Twilight. (recensie)
90/The Fly (8): eindelijk gezien, deze heerlijke Cronenberggruwel met een formidabele Jeff Goldblum
91/ The Twilight Saga: Eclipse (6): en nog meer van hetzelfde in een steeds meer naar soap neigende parade van smachtende maagden en gekwelde posterboys.
92/Antichrist (6): Oervervelend, ergerlijk, vermoeiend en onnodig bloeddorstig spektakel dat wat psycho-analyse betreft wel allemaal snor zal zitten, maar vooral vreselijk saai was.
93/Sherlock Holmes (7): Amusante nonsens met leuke acteurs en vlotte actie
94/The Imaginarium of Dr. Parnassus (7): De special effects zijn er teveel aan, maar in zijn geheel een mooi afscheid van Ledger en een glansrol voor Christopher Plummer
95/Man on Fire (6): de ernst van Denzel Washington kent geen grenzen. Het maakt dit pretentieus actiedrama nog bespottelijker.
96/Inception (9): waanzinnige en meeslepende droom van een film met een cast om van te snoepen. (recensie)
97/Repo Men (5): kleurloze en inconsequente onzin met een barslechte Forest Whitaker (recensie)
98/Red Planet (6): routineuze science fiction met hier en daar een geslaagde scène.
99/Letters from Iwo Jima (7): Het was me niet altijd even duidelijk wie wie was in deze knap in beeld gebrachte en treffende oorlogsfilm
100/The Siege (7): degelijke actiethriller met een solide cast, waaronder een alweer bloedserieuze Washigton en een clichématige Bruce Willis.
101/Die Fälscher (7): het had allemaal wat aangrijpender en diepgaander gemogen, maar dit Oostenrijks oorlogsdrama is best te pruimen.
102/ Is Anybody There (7) Michael Caine is zelden slecht, ook niet als depressieve bejaarde in deze iets te charmante tragikomedie.
103/ The Kids Are All Right (8): hedendaags familiedrama met sterke personages en een formidabele Annette Bening.

Totaal: 2930 films gezien





On the Road (10)

3 08 2010

Laat dit dan eindelijk het laatste deel van mijn uitgebreide reisverslag zijn. Het heeft wat tijd en moeite gekost, maar ieder stukje was voor mij wel een intens herbeleven. Zo schrijf je er geen twee meteen na elkaar. Ik wou ook zeer bewust al die details vermeld zien. Een reis is meer dan wat fotootjes en ik ben dan ook zelf erg tevreden met deze uitgebreide terugblik. Hier dus het slot:

Onze laatste ochtend in Boston verloopt routineus, maar wat mij betreft ook wat geladen: het wordt onze laatste rit samen. Voor de laatste keer nemen we plaats in de ons zo vertrouwd geworden minibus, waarin best wel wat rommel ligt. Truien, petjes, reisgidsen, slippers, lege flessen, boeken en snoepverpakkingen tonen aan hoe we ons in de wagen begonnen thuis te voelen. Een dag eerder ben ik begonnen in een boek van David. Ik had nog slechts één roman over en die moet beslist dienen om de vliegreis en het lange wachten op luchthavens te vullen. Wat aanvankelijk echt geen boek voor mij leek, wordt al gauw een meeslepend reisverhaal: The Man Who Cycled the World, over de fietser Mark Beaumont en zijn reis om de wereld. Ik zal het boek niet uitkrijgen, maar geniet er van zo lang het kan.

Ik heb voor de gelegenheid ook een quiz voorzien met vragen over de groepsleden en de reis zelf. Dat zorgt voor een gezellige sfeer in de wagen. Het valt de anderen op hoeveel details ik onthouden heb, maar daarvoor heb ik natuurlijk wel mijn notaboekje. Toch ben ik als mensenvriend – ahum – ook geïnteresseerd genoeg geweest in de anderen en heb ik heel wat weetjes onthouden. Dat Chris door iedereen in zijn dorp Milkman genoemd wordt, omdat dat het beroep van zijn vader was. Dat Peter trompet speelde in de middelbare school en Maren piano. Dat Sina een dik kindje was. David wint de quiz. Maren heeft geen enkele vraag eerst kunnen beantwoorden, het Engels speelt haar wat parten.

We genieten van onze laatste lunch in verzorgd wegrestaurant waar ik eindelijk toch een Chicken Caesar Salad eet, iets waar ik eigenlijk al de hele reis trek in had. We vragen ons af wat het eerste is wat we zullen gaan eten als we weer in eigen land zijn. Voor mezelf is dat beslist bloemkool – waarvoor ik geen Engels woord weet – fatsoenlijk brood (een boterham met préparé!), lasagne en ook wel een pak frieten die op zijn Vlaams toch anders smaken.

We bespreken even onze plannen voor de komende twee dagen. Iedereen blijft nog minstens één dag in New York. Elin zelfs nog een week. Daarna komt haar familie, bezoekt ze met hen Washington en keert ze na twee jaar terug naar huis. Ze weet niet wat ze zal gaan doen en ze vreest verstikt te zullen worden door het Zweedse leven. Ik tracht haar te snappen. Als 21-jarige geëvolueerd zijn tot kosmopoliet en dan terug moeten keren naar een (nochtans niet zo) klein land, is misschien niet iets om naar uit te kijken. Maar de indruk die ze op mij gemaakt heeft, laat me geloven dat ze niet bij de pakken zal blijven zitten.

Aan tafel vragen we Peter ook nog of hij ons een oplossing kent voor een probleem. De laatste dag in New York zullen we immers onze bagage bij ons hebben, want het hotel ligt te ver buiten het centrum om die daar achter te laten. Peter kan geen hulp bieden en vertelt dat in New York vrijwel geen bagagedepots meer bestaan na 9/11. Ik zucht eens geërgerd om het simpele feit dat zo’n grootstad daar niet over beschikt. Peter kijkt me star aan. ‘Why do you act like that‘? Oh-oh, gevoelige plek geraakt? Maar dat hij mijn reactie uitvergroot tot het minimaliseren van een ramp, hoef ik niet te pikken. Razendsnel dien ik hem in vlot Engels van antwoord. Dat zo’n maatregel niet in verhouding staat tot het ongemak dat het toeristen kan bezorgen en de reële kans dat iemand een bagagedepot bombardeert. Vooral dat deze maatregel eerder emotioneel dan rationeel is en geen plaats biedt voor nuchtere redelijkheid. ‘En omdat jij, toen het gebeurde, een 15-jarige surfer was aan de andere kant van het land, maar net iets minder ver van New York dan ikzelf en dus op geen enkel vlak betrokken partij was‘. Dat laatste spreek ik niet luidop uit natuurlijk. Wat een geforceerde gevoeligheid! Peter verklaart dat elke New Yorker wel iemand kent die er het leven verloor en ik dus voorzichtig moet zijn met zulke reacties. Ik denk hetzelfde van hun interpretaties maar omdat Peter zich duidelijk al teruggefloten voelt, hoef ik daar verder niet op in te gaan en laten we het daarbij.

Eens onderweg naar New York merken we allemaal dat we veel vroeger in New Jersey zullen zijn dan het schema voorschreef. Dat zal ons meer tijd geven om Manhattan te bezoeken, maar anderzijds is dit best vervelend. We hadden kunnen uitslapen of onderweg meer tijd nemen om van Massachusetts te genieten. Het lijkt enkel Peter goed uit te komen wat vroeger een einde te kunnen maken aan de trip, want in principe zou elk van ons immers vandaag nog terug naar Europa kunnen, terwijl dat een stuk moeilijker was indien we op het afgesproken tijdstip zouden arriveren in het hotel. Maar goed, dit hebben we niet in de hand natuurlijk.

Het hotel geeft nog geen kamers klaar voor ons en we ploffen neer op het terras. Peter neemt afscheid. Dat gebeurt vriendelijk maar je ziet dat deze dag vooral in de verf gezet heeft dat hij niet echt tot onze groep behoort. Zijn fooi kreeg hij al eerder die dag en hij wendde daarbij verrassing voor. Hoewel ik zijn gezelschap niet zal missen, ben ik blij dat de rest van de groep ook zijn gedachten voor zich houdt. Ik heb immers de indruk dat iedereen wel wat genoeg heeft van die schommelingen tussen sympathie en zakelijkheid van Peter.

Hoewel me nog meer dan een uur op onze kamers moeten wachten, vervelen we ons niet. Wist u dat ‘cunt’ zowat als het ergste scheldwoord in Ierland wordt beschouwd? Chris spelt het liever dan het uit te spreken. De groepssfeer is nog niet verdwenen en we spreken af vanavond samen naar Manhattan te trekken. Elin verblijft niet in ons hotel want zij blijft de hele week en wil dus dichterbij logeren. Zij moet dus 4 reusachtige koffers meezeulen, zowat de helft van al haar bezittingen van haar tweejarig verblijf. Ze kan dus ook wat hulp gebruiken. Na diezelfde saaie busrit van New Jersey naar het centrum, net als bij mijn aankomst, komen we aan in het drukke Manhattan. David, Chris en ik dragen elk een koffer van Elin. Maren en Sina zien het niet zitten mee te gaan tot het hotel en nemen alvast afscheid. Hoewel we in hetzelfde hotel logeren, is de kans groot dat we elkaar niet terugzien dus wordt dit het laatste moment samen.

Elin heeft een gloednieuw hotel uitgekozen waarvan de prijzen voordelig zijn wegens de werkzaamheden daar. De manager spreekt ons hartelijk aan en wenst ons welkom. We leggen uit dat wij hier niet logeren en we enkel maar koffers dragen. De man lacht om de rol waarin we ons lijken te wentelen; die van willoze bagagedrager. Elin toont ons haar kamer. Die overtreft alle logementen van de voorbije reis natuurlijk. Ik neem me voor bij een volgend bezoek aan New York over het budget te beschikken om even luxueus te kunnen logeren.

We trekken met zijn vieren naar het Hard Rock Café, dat best mooi en consequent conceptueel is ingericht. Het is er een stuk minder marginaal dan ik dacht. De bediening is verzorgd en het decor moet voor muziekfans erg aantrekkelijk zijn. Ik geniet van zalm met een heerlijke puree en slechte broccoli. Eens buiten overvalt het drukke Times Square ons. Ik was hier al eerder en stel vast dat ik nu een stuk minder onder de indruk ben van deze door reclameborden overheerste straat.

David heeft contact opgenomen met een kennis in New York en wil die nu gaan bezoeken. Hij neemt afscheid van Elin, Chris en ik zullen hem morgen zeker nog terug zien. Ons resterend drietal trekt vervolgens naar Central Park. Elin en Chris zijn er nog nooit geweest dus ik kan bevestigen dat de vreemde figuren, de families op de aantrekkelijke ligweides, de honkbalspelende vriendengroepjes en talloze joggers dagelijkse kost zijn. Elin vertelt dat er een helikoptervlucht boven het park op haar programma staat de komende week. Ach zo. Die avond nemen we afscheid van Elin, met een hartelijke omhelzing en een oprechte bedanking voor het aangename gezelschap. ‘I’m nothing special’, zegt ze nog.

Ik beland vooral op plekken waar ik al eerder geweest ben. De vele bedelaars en uitdelers van flyers – wat een helse job – zijn meelijwekkend. Het is heet en ik ben moe. De fut is er een beetje uit. Na al die steden actief bezocht te hebben, lijkt het me nu vooral makkelijk simpelweg wat op te gaan in het stadsgewoel. Ik kijk eerlijk gezegd ook wel uit naar mijn thuiskomst. De helft van het genot van reizen zit hem in de terugkeer, zo heb ik al ervaren. Ik voorspelde hier overigens hoe ik over dat thuiskomen zou denken. En dus geniet ik eerlijk gezegd niet met volle teugen van New York, die twee dagen. Ik heb het wel naar mijn zin, maar de magie die ik voelde toen ik 5 jaar geleden de stad bezocht, vind ik niet terug.

Erg aangenaam was wel de lunch die ik had in Prince Street, een bijzonder aantrekkelijke winkelstraat in Downtown Manhattan. Het was er erg gezellig en de lunch was heerlijk en goedkoop. Vooral de gebakken aardappelen waren verrukkelijk. Ik wisselde nadien ook de rest van mijn Canadees geld om, kocht een boek in een reusachtige bookstore en wandelde het bekende luxe-warenhuis Saks binnen waar ik me absoluut niet thuis voelde. Maar stilaan zie ik het einde van dit stukje naderen en laat ik de rest van mijn gewandel en gewinkel maar zo.

De verleiding van de bioscoop kan ik op een bepaald moment dan toch niet weerstaan. Dit keer is het een cinemacomplex naast het hotel, in New Jersey dus. Het publiek is wat losser, wat marginaler ook, de bioscoop spuuglelijk ingericht. Ik kies voor de hersenloze actie van Salt en al even hersenloos moet het koppel zijn dat twee rijen voor  me plaatsneemt: ze hebben een baby bij. Onbevattelijk, niet? Het kind blijft de hele film stil, maar ma en pa hebben toch de handen vol.

De laatste ochtend neem ik afscheid van Chris, de man die ondanks zijn postuur nog nooit gevochten heeft. ‘It’s been a pleasure’, wat klinkt dat eigenlijk mooi. Die dag laat ik mijn bagage bij gebrek aan beter dan toch maar achter in het hotel, trek naar Manhattan, keer rond 16u terug, neem met bagage nóg een keer die bus, zoek aan het busstation weer even naar de bus naar de luchthaven en dat wordt een erg lange rit. Gelukkig ben ik ruim op tijd vertrokken.

Eens de bus de snelweg van JFK opgereden is, wordt het verwarrend. Bij welke terminal moet ik inchecken? Ik merk grote borden op waarop alle luchtvaartmaatschappijen vermeld staan. Iberia vertrekt vanuit terminal 7, zie ik. De meeste andere toeristen op de bus zijn minder alert. Wanneer de chauffeur ‘terminal 7’ blaft, schrikken ze allen op. Waar vertrekt hun vliegtuig? Ik laat hen paniekerig rondkijken en stap af. Reizen is leren, hou dus je ogen open. De erg onvriendelijke chauffeur krijgt geen tip. Het valt me overigens op dat de meeste chauffeurs van deze shuttledienst Aziaten zijn en de ticketverkopers jonge zwarten.

Om 18u check ik in, maar ik vergeet om een plaats met beenruimte te vragen, voor zover dat mogelijk zou geweest zijn. Ik vergat ook een deo-spuitbus uit mijn handbagage te nemen en die mag dus niet aan boord. Maar het douanepersoneel is erg vriendelijk. Ik lees en eet wat en schuif uiteindelijk aan om aan boord te gaan. Rondom mij een grote groep Italiaanse scholieren en heel wat Spanjaarden uiteraard – we vliegen naar Madrid.

Mijn plekje aan boord valt niét mee. Een zitje in het midden van een rij. Links komt een kind zitten, waardoor ik gelukkig iets meer ruimte heb. Rechts ploft een gezette Spaanse senior neer, die me dan weer minder bewegingsruimte biedt. Maar de stoel voor me blijft vrij, wat de gestrekte benen alleszins  ten goede komt. De vele Italiaanse tieners zorgen voor veel drukte en heen-en-weer geloop. Het is ook erg koud. Eigenlijk zijn vliegtuigen vrij onaangename voertuigen.

Het wordt nog erger. Een Italiaanse kan haar vriendin overtuigen naast haar te komen zitten op de lege plek. Die voor mij dus. Amper is het mollige kind gaan zitten, of ze laat haar rugleuning zakken voor een dut. Die kan ze toch ook op haar eigen plek doen? Ik protesteer ongegeneerd. Dat ik groot ben en dus echt een probleem heb wanneer zij haar stoel achterover laat leunen. ‘Yeeeeeeeeeeees, buuuuuuuuuuut…’ en dan is het Engels van het meisje op. Ik weet wat ze wil zeggen. Dat de persoon voor haar óók zijn zetel laat zakken. Maar ik negeer haar gestamel en eis koppig mijn minimum aan comfort op. Het jongetje naast me zit ook al niet bepaald stil. O, wat verander ik snel in de humeurige Sven die ik de laatste 14 dagen zeker niet geweest ben. De Spanjaard naast me, grijpt een kans: naast hem zit ook al niemand. Als hij een plaats opschuift, hebben we allebei wat meer plek. Hij gebaart dat ik daar zelfs mijn voeten kan leggen. In ruil help ik hem met de oortjes waarmee hij naar de film wil luisteren.

The Ghost Writer is amper begonnen of de Italiaanse juf komt eens poolshoogte nemen. Hebben alle leerlingen het naar hun zin? Neen, het meisjes voor me steekt een verhaal af en de juf kijkt naar mij. Ik richt me onschuldig tot het tv-scherm. Een kwartier later is de juf terug met een stewardess. Die is Spaans en kent nauwelijks Engels. Iets over een zetel en slapen. Het meisje voor me durft zich niet om te draaien. Het ziet er naar uit dat ik moet plooien, letterlijk en figuurlijk. Ik heb nog één argument, dat wel wat laag is, maar kom: ‘This is not even her seat! This seat was empty!’ zeg ik gedecideerd. Algemene stilte. Het meisje moet bevestigen dat dat klopt. De stewardess besluit dat het niet uitmaakt en ik maar begrip moet hebben. Nu de Spanjaard zo vriendelijk was op te schuiven heb ik natuurlijk plaats genoeg, maar ik wil dwarsliggen omwille van de dwaasheid van deze scholieren. Uiteindelijk zal het meisje de hele reis lang haar leuning niét laten zakken.

Na enkele  uren moet het jongetje slapen en de vader besluit hem naast zijn broertje te leggen en zelf naast mij te komen zetten. Het is een dikke vent en zijn vlees komt te vaak in mijn buurt. De film – die ik al gezien heb – houdt gelukkig mijn aandacht vast, al dommel  ik nu en dan in. Alweer zal ik zo’n 24u wakker zijn wanneer we aankomen. De luchthaven van Madrid ontvangt me als een vertrouwd gezicht. Na enkele uren, waarbij ik me alweer gelukkig prijs een erg goed boek bij te hebben, zetten we koers naar Brussel. Net als bij de eerste reis kan ik me nu ook weinig herinneren van deze korte vlucht, ook niet wie er naast mij plaatsnam.

En dan volgt een landing, een controle bij de douane – waar iemand het vreemd lijkt te vinden dat ik echt niets gekocht heb in de VS – en een treinrit naar Gent. Waar het stortregent.

Dank voor uw aandacht!

Lees hier deel 9





(Bijna) Thuis!

3 08 2010

Binnen een  kleine 24u ben ik thuis. Een niet te onderschatten aspect van het reizen, dat thuiskomen. Even aangenaam als vertrekken. Minder spannend, maar ook minder stresserend. Na mijn vorige reis waren dit mijn conclusies, en die zullen nu misschien wel dezelfde zijn.

Het anticiperen op die thuiskomst betekent niet dat ik me hier verveel, of verga van heimwee. Meer zelfs, ik zal u bekennen dat ik dit stukje geschreven heb vóór mijn vertrek! Omdat het mee deel uitmaakt van de opwinding rond mijn reis. Zoals uitkijken naar slenteren in Central Park of het zicht op de Niagarawatervallen (wedden dat het tegenvalt/viel?) leuk is, is het ook fijn te denken aan het uit de trein stappen in Gent na 14 dagen ver weg.

Na een reis, zelfs al is het een korte, kom ik eigenlijk liefst ’s nachts aan. In alle rust en koelte. Dat zal nu jammer genoeg  niet het geval zijn,  of mijn vliegtuig moet al een vertraging van een uur of 6 hebben. Wat best kan. Verder vind ik het ook absoluut noodzakelijk een lege agenda te hebben voor wat minstens de twee dagen betreft die volgen op de terugkomst. Om weer helemaal te wennen. Nu is twee weken ook weer geen eeuwigheid, maar de aard van de reis en bestemming maken toch dat je in je hoofd veel langer weg geweest ben. Ik ga er ook van uit dat ik tevreden zal zijn met de duur van de reis. Tien dagen USA vond ik de eerst keer net wat te kort, drie weken was me toch wat te lang, die tweede keer.

Maar goed, dit wordt al te raar, die voorspellingen. U leest échte bevindingen morgen!





On the Road (9)

1 08 2010

Aan de reacties hier zou men het niet zeggen, maar mijn reisverslag kent in mijn omgeving heel wat bijval. Met veel plezier serveer ik enkele ongeduldige lezers  (sorry, ik heb ook nog wel andere dingen te doen) het voorlaatste  (maar ook langste) deel van mijn trip doorheen enkele staten van de VS en Canada.

Ons groepje verlaat Stowe, waar we onze batterijen hebben opgeladen in de rust en de natuur. Klaar voor onze voorlaatste stad, Boston. We rijden even door New Hampshire en belanden dan in Massachusetts, waar onze bestemming ligt. Onderweg besluit Peter dat de koelbox onze restjes ijs stilaan niet meer bevroren kan houden en we houden een stop om de 4 halve emmers Ben & Jerry’s leeg te eten. Wat klinkt als een formidabele opdracht, blijkt toch niet zo eenvoudig. Na enkele flinke scheppen hebben de meesten eigenlijk al genoeg. Gezellig is het niet, zo op een parking ijs staan eten. Chris en ik gaan er tegenaan, maar het zijn nu eenmaal niet mijn favoriete smaken. De Chunky Monkey is heerlijk bananenijs, maar er zitten noten in die ik niet lust. De Chocolate Cookie Dough is al even lekker, maar zoals de naam aangeeft zitten er stukjes koek in en dat is storend. Tja, ik ben geen makkelijke eter, ook niet als het op desserts aankomt. Ten slotte moeten we toch nog heel wat ijs weggooien.

Ons verblijf in Boston is wellicht het minst gezellige. De kamer is erg klein en er is een raam dat niet goed sluit waardoor het binnen even warm is als buiten en de airco niet erg effectief is. Het tapijt is versleten en de sanitaire voorzieningen benauwend. Ook de gastvrijheid aan de balie is niet wat we gewend zijn. Maar wat zou het, we zijn in Boston! Een stad met geschiedenis, een stad ook die in tegenstelling tot de andere steden die we bezochten, oude en nieuwe gebouwen combineert en die leeft en bruist. Er is ook een uitgestrekt en sfeervol park. Ik moet toch weer concluderen dat al die wereldsteden op deze reis – en ook de vroeger reeds bezochte plekken San Francisco, Los Angeles en San Diego – er steeds zo goed in slagen het groene en stedelijke perfect te combineren. Gent neemt in mijn hoofd steeds meer provinciale vormen aan. Kleinsteeds in alle betekenissen en hoewel in niets te vergelijken met al deze metropolen, waardoor ik er ook niet de ambitie van verlang, eigenlijk een benauwend klein plaatsje met een parochiaal aandoende stedelijke visie, veilig pleinen aanleggend rond kerktorens. Bij mijn thuiskomst lees ik  dan dat zekere radicale lui in Gent pleiten voor mínder groen op de Gentse pleinen.

Net als in elke stad geeft Peter ons een wat basisinformatie en een lijstje met suggesties. Voor de eerste keer zie ik dat iedereen dit nu wel gehad heeft. We hebben allemaal zelf reisgidsen verkent en de meesten weten al wat ze hier willen doen. Maar we blijven beleefd luisteren. Na een verkennende wandeling, waarbij me de bijzondere winkelstraat Newbury Street opvalt waar men er in slaagt in elk van de oude huizen telkens twéé winkels te huisvesten – één in het souterain en één op de eerste verdieping, trekken we via het unieke Boston Common park naar onze eetbestemming: het Cheerscafé. Peter tracht ons vruchteloos warm te maken voor een serie die al bijna 20 jaar geleden eindigde en die de helft van de groep nog nooit bekeken heeft, maar dat wil niet zeggen dat we niet goedgezind dit restaurant binnenstappen. De noodzakelijke identiteitscontrole aan de ingang wil ik  begrijpen, maar hoe zinloos van mensen die overduidelijk ouder dan 21 zijn, te eisen dat ze zich legitimeren.

Het restaurant is erg groot, met diverse gelagzalen en bars, en men heeft er duidelijk alle moeite gedaan zoveel mogelijk tafels en stoelen binnen te krijgen. We nemen plaats in een zaal die er daardoor erg rommelig uitziet. Wij maken het  nog erger door tafels en stoelen te gaan verschuiven naar onze zin. Onze serveerster neemt met de glimlach onze bestelling op en al zeer snel staat het eten op tafel. De wachttijden in Amerikaanse restaurants zijn bijna altijd zéér kort, je vraagt je soms af hoe ze dat doen. Iedere bar of eetgelegenheid heeft ook altijd zeer veel personeel, hebben we gemerkt. De airco – en nu is het écht de aller-allerlaatste keer dat ik er over zeur – staat erg hoog en we hebben het allemaal koud – behalve Peter misschien, die zoals wel vaker geen kritiek uit. Het eten koelt dan ook razendsnel af maar dat is niet erg want het is toch niet veel soeps. Laat ik het hier zelfs formeel stellen: op deze hele reis werd de minst genietbare maaltijd bij Cheers geserveerd. Wanneer we dan ook nog eens een niet nader te benoemen insect zien voorbijschieten, concluderen we gelaten dat dit eigenlijk gewoon een routineus uitgebate toeristentrekker is waar een behoorlijke service en fatsoenlijk eten geen prioriteit is.

We sluiten onze avond deze keer niet met een drink af. Onze avondwandeling langs de Charles River Esplanade, met schitterend uitzicht over het water, valt samen met de zonsondergang. Het is alweer een erg aangename avond en de groene wandeling leidt ons naar een openluchtvoorstelling met een behoorlijk groot publiek. We gaan bijna automatisch zitten om even mee te kijken, maar ik concludeer al erg snel dat deze Shakespearebewerking compleet onbegrijpelijk is voor mij. Dat moet het voor Maren en Sina vast en zeker ook zijn, gezien de mate waarin ze zo nu en dan met het Engels worstelen. En Elin, Chris en David durf ik er nu toch van verdenken niet tot de doelgroep te behoren van het al dan niet gemoderniseerde Shakespearetheater.

Tegen elf uur zijn we terug in de jeugdherberg. Chris wil nog naar een bar en de Duitse meisjes gaan slapen want ze hebben morgen een drukke dag gepland. Met de rest ga ik nog even babbelen in de zitkamer en daarna ga ik naar bed. Niemand van ons heeft deze keer vooraf plannen kenbaar gemaakt, en ik heb geen behoefte om de hele dag in gezelschap door te brengen, dus de volgende ochtend vertrek ik alleen. Ik wil eerst en vooral het Massachusetts Institute of Technology zien, enkel en alleen alweer om de aparte architectuur. Het is een behoorlijk route om er te geraken en de metro blijkt vandaag dan nog eens stil te liggen tussen twee stations op die route, waarbij de reizigers moeten overstappen op een pendelbus. Ik heb dat aanvankelijk helemaal niet door, maar wanneer ik iedereen zie afstappen ga ik dus maar mee en voor ik het weet zit ik op de bus. Wanneer ik afstap blijkt het niet evident me te oriënteren want ik heb geen herkenningspunt. Ik wandel wat rond en bekijk straatnaambordjes tot ik weet waar ik ben en trek dan naar het Stata Center, ontworpen door de wereldberoemde architect Frank Gehry. Ook voor gedurfde en originele architectuur moet je in metropolen zijn.

Ik bevind me vlakbij Cambridge, het kunstzinnige, studentikoze gedeelte van Boston, een tweede centrum zo je wil, maar dan over ’t water. Ik besluit er heen te wandelen aangezien het maar één metrohalte verder ligt en ik veronderstel zo toch wat meer van de stad te zien. Maar dat valt tegen: ik wandel de hele tijd langs een banale straat met weliswaar van die typische grote huizen die in studentenverblijven zijn verdeeld, maar verder weinig opmerkelijks. Er zijn geen andere toeristen en het is ook veel verder dan ik dacht. Voor de tweede keer deze reis beklaag ik me al dat gestap. Ik heb niet voor niets voor een reis gekozen waarbij geen wandelingen doorheen natuurparken op het programma stonden – die heb ik al een keer gedaan.

Wanneer ik het beslist erg sfeervolle Cambridge doorwandel, voel ik me dan ook toch alweer erg moe. Ik koop een heerlijk vruchtensapje, een smakelijk broodje met alweer tientallen sneetjes vlees op én een flinke reep chocolade, wat ik in dagen niet gegeten heb. De campus van de universiteit is een must-see maar het is er niet zo uitgestrekt als in de films. Peter gaf ons de tip een college te gaan volgen, wat hier probleemloos kan, maar daar heb ik toch eigenlijk  niet zo’n zin in. Eerlijk gezegd zit de bioscoop in mijn hoofd, die zich vlakbij de plek bevindt waar we straks samenkomen. Als ik nu terugkeer naar het stadscentrum – opnieuw met pendelbus en zo – kan ik misschien nog een film meepikken voor het eten?

Tja, kijk, als filmfan al meer dan een week geen film gezien hebben – ik tel de avond voor de buis in Stowe even niet mee want die film had ik al gezien – is een beetje als een nicotineverslaafde die zonder sigaretten zit. Bovendien ga ik graag in het buitenland naar de bioscoop om er de sfeer te proeven én uiteraard te profiteren van een filmaanbod dat flink vooroploopt op wat we in België te zien krijgen. Daarom kies ik voor de film The Kids Are Allright, een independent film waarover ik al lovende dingen las. Het programmabord brengt me wat in de war. Zijn dat tijdstippen, zaalnummers of beschikbare plaatsen? In de VS beginnen films niet allemaal op hetzelfde tijdstip en dus moet je wat puzzelen. Ik vraag de kassier om uitleg: de film begint pas over anderhalf uur. Er is echter een grote winkelstraat achter de bioscoop en dus vul ik die tijd met snuisteren in boeken-, cd’s- en klerenwinkels maar er is weinig dat me boeit. Frustrerend ook, dat regiosysteem voor dvd’s waardoor ik hier massa’s aantrekkelijke dvd’s zie liggen die ik niet kan afspelen in België.

Uiteindelijk neem ik plaats in de cinemazaal. Er zijn redelijk wat mensen voor een namiddagvoorstelling en de meesten zijn alleen. Als ik vergelijk met mijn eerdere cinemabezoeken in New York en Los Angeles, kan je in de VS duidelijk de artfilms onderscheiden van de popcornfilms. Aparte films trekken meer filmfanaten aan die ook alleen naar de bioscoop gaan. Ik stel vast dat er hier een massa trailers op de kijker wordt losgelaten, wat ik uiteraard erg fijn vind. Sommige van die trailers hebben een heel andere vorm dan bij ons: het zijn mini-making offs, waarin de acteurs aan het woord komen en er op de set wordt gefilmd en zo. Niet bijster interessant maar wel een prima opwarmer. Ik raak al helemaal in de stemming: zelfs een slechte film zou me nu aanspreken. Maar het alternatieve familiedrama dat volgt is gelukkig andere koek: meer dan degelijke cinema die wellicht wel voor enkele filmprijzen in aanmerking zal komen, al was het maar voor de formidabele vertolking van Annette Bening.

Vreemd genoeg kom je na het verlaten van de bioscoopzaal terug in de lobby en zou je dus erg makkelijk een tweede zaal binnen kunnen stappen om gewoon nog een film te bekijken. Handig is ook dat boven elke zaal te lezen staat welke film er speelt en vooral of die al begonnen is of niet. In België wordt dit systeem ook gehanteerd in de UGC-cinema’s. Ik heb natuurlijk niet de tijd voor een tweede film, en dat zou trouwens toch ook wat gek zijn. Ik ben in Boston! De tijd die over is vul ik met het volgen van een deel van de Freedom Trail, een met een rode lijn aangeduid parcours doorheen de stad dat je langs alle historische plekken brengt.

Om 19u treffen we elkaar en zoals gewoonlijk beschrijven we wat we gedaan hebben. Bijna iedereen is naar Cambridge geweest, maar apart dan. Sina en Maren hebben mij zelfs zien voorbij wandelen toen ze op de bus zaten. Peter heeft gereserveerd in een havenrestaurant, Boston Sail Loft, want kreeft is een specialiteit van Boston. Ik ben wat op mijn hoede omdat mijn gids een erg uitgebreide lijst van restaurants heeft en dit staat er niet bij. Bij onze aankomst blijkt onze reservatie problematisch te zijn en Peter zucht eens: dit is blijkbaar dé zwakke plek van restaurants hier. Anderzijds is het dan weer de gewoonte van de Amerikaan zijn reservatie ieder half uur telefonisch later te leggen, waardoor het natuurlijk een boeltje wordt. Maar wat een verrassing: we mogen gratis drinken omdat we 45 minuten moeten wachten. Wat op het zonneterras met zicht op de haven niet eens zo’n slecht idee is. Aan de overkant van het water zien we lofts waar we allemaal wel zouden willen wonen.

Dan is onze tafel klaar en onze ongewone Eurofamilie neemt plaats. Het valt op hoezeer we aan elkaar gewend zijn geraakt en ons gekeur en geblader in de menu’s verloopt in vertrouwde patronen waarin we elkaar vragen stellen over de gerechten en tips geven. Tussendoor bedenk ik dat ik stilletjes aan wel trek begin te krijgen in ‘ander’ eten. Onze frietjes, Vlaamse groenten, lekker brood, americain préparé, mijn favoriete sojamelk met bananen, … er is een zekere eentonigheid geslopen in de Amerikaanse (restaurant)keuken, zelfs al genoot ik eergisteren nog enorm van de fajita’s. Dat is dus al iets om naar uit te kijken bij mijn thuiskomst.

Chris bestelt nieuwsgierig kreeft en hoewel dat me wel iets zegt heb ik geen zin in een gevecht met een schaaldier dus ik ga voor iets anders, al herinner ik nu niet meer wat. Maar het was wél erg lekker. De kreeft komt verrassend genoeg in gepaneerde en gefrituurde vorm, waardoor het eigenlijk om het even wat kan zijn. Van klasse ga ik dit restaurant niet verdenken, maar het is er toch aangenaam zitten met zicht op de haven en onze laatste avond samen – want eens in New York neemt Peter afscheid – past zeker in het rijtje van geslaagde avonden.  Eigenlijk hoop ik van Peter te horen dat hem dat ook opvalt, onze gemakkelijke omgang met elkaar. Het kan toch niet altijd zo smooth gaan? Hij bevestigt noch ontkent, maar geeft wel toe dat er in elke groep wel eens wat uitgepraat moet worden of iemand eens een mindere dag heeft. In groepen die uitsluitend uit vrouwen bestaan, is dat zelfs het moeilijkst, moet hij helaas voor sommigen bekennen.

Ik heb al eerder in groep gereisd, wat wisselende ervaringen opleverde en op een gegeven moment altijd wel tot enige introspectie leidt. Je eigen functioneren even kritisch bekijken, zeker in een groep vol vreemden, is riskant. Deze keer had ik het bizarre gevoel ook even van mezelf verlost te zijn. Ik was op vakantie en de Sven die ik soms ook ben en waar anderen het wel eens moeilijk mee hebben, bleef gewoon thuis blijkbaar. Had ik ook een keertje rust. Met dank aan de andere groepsleden uiteraard.

Peter heeft ons eerder die dag evaluatieformulieren bezorgd die hij nu graag terug wil. We moeten ze verzegelen want hij mag ze zelf niet lezen, maar ik zeg dat ik dat wat flauw vindt en dat hij mijn formulier gerust mag lezen. Ik heb er immers niét opgezet dat ik niet wou verplicht worden recht te staan bij volksliederen. Peter vindt dat erg sympathiek maar het hoeft voor hem niet. Hij hoopt alleen dat we bedenkingen tegenover zijn persoon gewoon rechtstreeks aan hem willen melden (I want to improve myself, guys!). Hoewel in de groep misschien enkele bedenkingen leven, zal toch niemand ze uitspreken, ook niet aan elkaar, vermoed ik. Na het restaurant gaan we nog wat drinken, maar Peter gaat naar bed. Dat geeft ons de kans het even te hebben over zijn ‘tip’.

Onze reisinformatie gaf ons immers het advies de reisleider een fooi te geven van zo’n 5 euro per dag. We durven aan elkaar toegeven dat we dat allemaal wel wat veel vinden. Vooral Chris is formeel: hij wil niet zoveel geven. Ik bedenk ook wel dat ik dit systeem bizar vindt: Peter wordt al betaald en mag overal  gratis logeren. Hij is toch geen vrijwilliger? En al vind ik anderzijds zo’n fooi aanvaardbaar, is minstens 50 euro per persoon niet erg veel? Stel dat onze groep uit 13 had bestaan, wat het maximum is, dan zou Peter zo maar even 650 dollar extra krijgen? Eigenlijk is de discussie wat onzinnig – we weten allemaal dat we toch zullen betalen – maar ik moet ook glimlachen omdat ook dit een bewijs is van onze samenhorigheid. Niemand voelt zich gehinderd zijn gedacht te zeggen – al blijft Maren wat op de vlakte – en er is begrip voor alle meningen. Ik moet ook opnieuw concluderen – en ik wil daarbij geenszins van paternalisme beschuldigd worden – dat Elin voor een 21-jarige wel erg matuur, verstandig, sociaal en ondernemend is.

Tenslotte zijn we het eens over het bedrag en we vinden het ook passend al onze fooien in één envelop af te geven, want hoe onhandig of vervelend zou het niet zijn dat ieder Peter in de loop van de dag even wat geld toestopt?

Erg gezellig is de bar niet, maar dat bederft de sfeer niet. Toch vinden we op een fatsoenlijk uur ons bed.








%d bloggers liken dit: