On the Road (10)

3 08 2010

Laat dit dan eindelijk het laatste deel van mijn uitgebreide reisverslag zijn. Het heeft wat tijd en moeite gekost, maar ieder stukje was voor mij wel een intens herbeleven. Zo schrijf je er geen twee meteen na elkaar. Ik wou ook zeer bewust al die details vermeld zien. Een reis is meer dan wat fotootjes en ik ben dan ook zelf erg tevreden met deze uitgebreide terugblik. Hier dus het slot:

Onze laatste ochtend in Boston verloopt routineus, maar wat mij betreft ook wat geladen: het wordt onze laatste rit samen. Voor de laatste keer nemen we plaats in de ons zo vertrouwd geworden minibus, waarin best wel wat rommel ligt. Truien, petjes, reisgidsen, slippers, lege flessen, boeken en snoepverpakkingen tonen aan hoe we ons in de wagen begonnen thuis te voelen. Een dag eerder ben ik begonnen in een boek van David. Ik had nog slechts één roman over en die moet beslist dienen om de vliegreis en het lange wachten op luchthavens te vullen. Wat aanvankelijk echt geen boek voor mij leek, wordt al gauw een meeslepend reisverhaal: The Man Who Cycled the World, over de fietser Mark Beaumont en zijn reis om de wereld. Ik zal het boek niet uitkrijgen, maar geniet er van zo lang het kan.

Ik heb voor de gelegenheid ook een quiz voorzien met vragen over de groepsleden en de reis zelf. Dat zorgt voor een gezellige sfeer in de wagen. Het valt de anderen op hoeveel details ik onthouden heb, maar daarvoor heb ik natuurlijk wel mijn notaboekje. Toch ben ik als mensenvriend – ahum – ook geïnteresseerd genoeg geweest in de anderen en heb ik heel wat weetjes onthouden. Dat Chris door iedereen in zijn dorp Milkman genoemd wordt, omdat dat het beroep van zijn vader was. Dat Peter trompet speelde in de middelbare school en Maren piano. Dat Sina een dik kindje was. David wint de quiz. Maren heeft geen enkele vraag eerst kunnen beantwoorden, het Engels speelt haar wat parten.

We genieten van onze laatste lunch in verzorgd wegrestaurant waar ik eindelijk toch een Chicken Caesar Salad eet, iets waar ik eigenlijk al de hele reis trek in had. We vragen ons af wat het eerste is wat we zullen gaan eten als we weer in eigen land zijn. Voor mezelf is dat beslist bloemkool – waarvoor ik geen Engels woord weet – fatsoenlijk brood (een boterham met préparé!), lasagne en ook wel een pak frieten die op zijn Vlaams toch anders smaken.

We bespreken even onze plannen voor de komende twee dagen. Iedereen blijft nog minstens één dag in New York. Elin zelfs nog een week. Daarna komt haar familie, bezoekt ze met hen Washington en keert ze na twee jaar terug naar huis. Ze weet niet wat ze zal gaan doen en ze vreest verstikt te zullen worden door het Zweedse leven. Ik tracht haar te snappen. Als 21-jarige geëvolueerd zijn tot kosmopoliet en dan terug moeten keren naar een (nochtans niet zo) klein land, is misschien niet iets om naar uit te kijken. Maar de indruk die ze op mij gemaakt heeft, laat me geloven dat ze niet bij de pakken zal blijven zitten.

Aan tafel vragen we Peter ook nog of hij ons een oplossing kent voor een probleem. De laatste dag in New York zullen we immers onze bagage bij ons hebben, want het hotel ligt te ver buiten het centrum om die daar achter te laten. Peter kan geen hulp bieden en vertelt dat in New York vrijwel geen bagagedepots meer bestaan na 9/11. Ik zucht eens geërgerd om het simpele feit dat zo’n grootstad daar niet over beschikt. Peter kijkt me star aan. ‘Why do you act like that‘? Oh-oh, gevoelige plek geraakt? Maar dat hij mijn reactie uitvergroot tot het minimaliseren van een ramp, hoef ik niet te pikken. Razendsnel dien ik hem in vlot Engels van antwoord. Dat zo’n maatregel niet in verhouding staat tot het ongemak dat het toeristen kan bezorgen en de reële kans dat iemand een bagagedepot bombardeert. Vooral dat deze maatregel eerder emotioneel dan rationeel is en geen plaats biedt voor nuchtere redelijkheid. ‘En omdat jij, toen het gebeurde, een 15-jarige surfer was aan de andere kant van het land, maar net iets minder ver van New York dan ikzelf en dus op geen enkel vlak betrokken partij was‘. Dat laatste spreek ik niet luidop uit natuurlijk. Wat een geforceerde gevoeligheid! Peter verklaart dat elke New Yorker wel iemand kent die er het leven verloor en ik dus voorzichtig moet zijn met zulke reacties. Ik denk hetzelfde van hun interpretaties maar omdat Peter zich duidelijk al teruggefloten voelt, hoef ik daar verder niet op in te gaan en laten we het daarbij.

Eens onderweg naar New York merken we allemaal dat we veel vroeger in New Jersey zullen zijn dan het schema voorschreef. Dat zal ons meer tijd geven om Manhattan te bezoeken, maar anderzijds is dit best vervelend. We hadden kunnen uitslapen of onderweg meer tijd nemen om van Massachusetts te genieten. Het lijkt enkel Peter goed uit te komen wat vroeger een einde te kunnen maken aan de trip, want in principe zou elk van ons immers vandaag nog terug naar Europa kunnen, terwijl dat een stuk moeilijker was indien we op het afgesproken tijdstip zouden arriveren in het hotel. Maar goed, dit hebben we niet in de hand natuurlijk.

Het hotel geeft nog geen kamers klaar voor ons en we ploffen neer op het terras. Peter neemt afscheid. Dat gebeurt vriendelijk maar je ziet dat deze dag vooral in de verf gezet heeft dat hij niet echt tot onze groep behoort. Zijn fooi kreeg hij al eerder die dag en hij wendde daarbij verrassing voor. Hoewel ik zijn gezelschap niet zal missen, ben ik blij dat de rest van de groep ook zijn gedachten voor zich houdt. Ik heb immers de indruk dat iedereen wel wat genoeg heeft van die schommelingen tussen sympathie en zakelijkheid van Peter.

Hoewel me nog meer dan een uur op onze kamers moeten wachten, vervelen we ons niet. Wist u dat ‘cunt’ zowat als het ergste scheldwoord in Ierland wordt beschouwd? Chris spelt het liever dan het uit te spreken. De groepssfeer is nog niet verdwenen en we spreken af vanavond samen naar Manhattan te trekken. Elin verblijft niet in ons hotel want zij blijft de hele week en wil dus dichterbij logeren. Zij moet dus 4 reusachtige koffers meezeulen, zowat de helft van al haar bezittingen van haar tweejarig verblijf. Ze kan dus ook wat hulp gebruiken. Na diezelfde saaie busrit van New Jersey naar het centrum, net als bij mijn aankomst, komen we aan in het drukke Manhattan. David, Chris en ik dragen elk een koffer van Elin. Maren en Sina zien het niet zitten mee te gaan tot het hotel en nemen alvast afscheid. Hoewel we in hetzelfde hotel logeren, is de kans groot dat we elkaar niet terugzien dus wordt dit het laatste moment samen.

Elin heeft een gloednieuw hotel uitgekozen waarvan de prijzen voordelig zijn wegens de werkzaamheden daar. De manager spreekt ons hartelijk aan en wenst ons welkom. We leggen uit dat wij hier niet logeren en we enkel maar koffers dragen. De man lacht om de rol waarin we ons lijken te wentelen; die van willoze bagagedrager. Elin toont ons haar kamer. Die overtreft alle logementen van de voorbije reis natuurlijk. Ik neem me voor bij een volgend bezoek aan New York over het budget te beschikken om even luxueus te kunnen logeren.

We trekken met zijn vieren naar het Hard Rock Café, dat best mooi en consequent conceptueel is ingericht. Het is er een stuk minder marginaal dan ik dacht. De bediening is verzorgd en het decor moet voor muziekfans erg aantrekkelijk zijn. Ik geniet van zalm met een heerlijke puree en slechte broccoli. Eens buiten overvalt het drukke Times Square ons. Ik was hier al eerder en stel vast dat ik nu een stuk minder onder de indruk ben van deze door reclameborden overheerste straat.

David heeft contact opgenomen met een kennis in New York en wil die nu gaan bezoeken. Hij neemt afscheid van Elin, Chris en ik zullen hem morgen zeker nog terug zien. Ons resterend drietal trekt vervolgens naar Central Park. Elin en Chris zijn er nog nooit geweest dus ik kan bevestigen dat de vreemde figuren, de families op de aantrekkelijke ligweides, de honkbalspelende vriendengroepjes en talloze joggers dagelijkse kost zijn. Elin vertelt dat er een helikoptervlucht boven het park op haar programma staat de komende week. Ach zo. Die avond nemen we afscheid van Elin, met een hartelijke omhelzing en een oprechte bedanking voor het aangename gezelschap. ‘I’m nothing special’, zegt ze nog.

Ik beland vooral op plekken waar ik al eerder geweest ben. De vele bedelaars en uitdelers van flyers – wat een helse job – zijn meelijwekkend. Het is heet en ik ben moe. De fut is er een beetje uit. Na al die steden actief bezocht te hebben, lijkt het me nu vooral makkelijk simpelweg wat op te gaan in het stadsgewoel. Ik kijk eerlijk gezegd ook wel uit naar mijn thuiskomst. De helft van het genot van reizen zit hem in de terugkeer, zo heb ik al ervaren. Ik voorspelde hier overigens hoe ik over dat thuiskomen zou denken. En dus geniet ik eerlijk gezegd niet met volle teugen van New York, die twee dagen. Ik heb het wel naar mijn zin, maar de magie die ik voelde toen ik 5 jaar geleden de stad bezocht, vind ik niet terug.

Erg aangenaam was wel de lunch die ik had in Prince Street, een bijzonder aantrekkelijke winkelstraat in Downtown Manhattan. Het was er erg gezellig en de lunch was heerlijk en goedkoop. Vooral de gebakken aardappelen waren verrukkelijk. Ik wisselde nadien ook de rest van mijn Canadees geld om, kocht een boek in een reusachtige bookstore en wandelde het bekende luxe-warenhuis Saks binnen waar ik me absoluut niet thuis voelde. Maar stilaan zie ik het einde van dit stukje naderen en laat ik de rest van mijn gewandel en gewinkel maar zo.

De verleiding van de bioscoop kan ik op een bepaald moment dan toch niet weerstaan. Dit keer is het een cinemacomplex naast het hotel, in New Jersey dus. Het publiek is wat losser, wat marginaler ook, de bioscoop spuuglelijk ingericht. Ik kies voor de hersenloze actie van Salt en al even hersenloos moet het koppel zijn dat twee rijen voor  me plaatsneemt: ze hebben een baby bij. Onbevattelijk, niet? Het kind blijft de hele film stil, maar ma en pa hebben toch de handen vol.

De laatste ochtend neem ik afscheid van Chris, de man die ondanks zijn postuur nog nooit gevochten heeft. ‘It’s been a pleasure’, wat klinkt dat eigenlijk mooi. Die dag laat ik mijn bagage bij gebrek aan beter dan toch maar achter in het hotel, trek naar Manhattan, keer rond 16u terug, neem met bagage nóg een keer die bus, zoek aan het busstation weer even naar de bus naar de luchthaven en dat wordt een erg lange rit. Gelukkig ben ik ruim op tijd vertrokken.

Eens de bus de snelweg van JFK opgereden is, wordt het verwarrend. Bij welke terminal moet ik inchecken? Ik merk grote borden op waarop alle luchtvaartmaatschappijen vermeld staan. Iberia vertrekt vanuit terminal 7, zie ik. De meeste andere toeristen op de bus zijn minder alert. Wanneer de chauffeur ‘terminal 7’ blaft, schrikken ze allen op. Waar vertrekt hun vliegtuig? Ik laat hen paniekerig rondkijken en stap af. Reizen is leren, hou dus je ogen open. De erg onvriendelijke chauffeur krijgt geen tip. Het valt me overigens op dat de meeste chauffeurs van deze shuttledienst Aziaten zijn en de ticketverkopers jonge zwarten.

Om 18u check ik in, maar ik vergeet om een plaats met beenruimte te vragen, voor zover dat mogelijk zou geweest zijn. Ik vergat ook een deo-spuitbus uit mijn handbagage te nemen en die mag dus niet aan boord. Maar het douanepersoneel is erg vriendelijk. Ik lees en eet wat en schuif uiteindelijk aan om aan boord te gaan. Rondom mij een grote groep Italiaanse scholieren en heel wat Spanjaarden uiteraard – we vliegen naar Madrid.

Mijn plekje aan boord valt niét mee. Een zitje in het midden van een rij. Links komt een kind zitten, waardoor ik gelukkig iets meer ruimte heb. Rechts ploft een gezette Spaanse senior neer, die me dan weer minder bewegingsruimte biedt. Maar de stoel voor me blijft vrij, wat de gestrekte benen alleszins  ten goede komt. De vele Italiaanse tieners zorgen voor veel drukte en heen-en-weer geloop. Het is ook erg koud. Eigenlijk zijn vliegtuigen vrij onaangename voertuigen.

Het wordt nog erger. Een Italiaanse kan haar vriendin overtuigen naast haar te komen zitten op de lege plek. Die voor mij dus. Amper is het mollige kind gaan zitten, of ze laat haar rugleuning zakken voor een dut. Die kan ze toch ook op haar eigen plek doen? Ik protesteer ongegeneerd. Dat ik groot ben en dus echt een probleem heb wanneer zij haar stoel achterover laat leunen. ‘Yeeeeeeeeeeees, buuuuuuuuuuut…’ en dan is het Engels van het meisje op. Ik weet wat ze wil zeggen. Dat de persoon voor haar óók zijn zetel laat zakken. Maar ik negeer haar gestamel en eis koppig mijn minimum aan comfort op. Het jongetje naast me zit ook al niet bepaald stil. O, wat verander ik snel in de humeurige Sven die ik de laatste 14 dagen zeker niet geweest ben. De Spanjaard naast me, grijpt een kans: naast hem zit ook al niemand. Als hij een plaats opschuift, hebben we allebei wat meer plek. Hij gebaart dat ik daar zelfs mijn voeten kan leggen. In ruil help ik hem met de oortjes waarmee hij naar de film wil luisteren.

The Ghost Writer is amper begonnen of de Italiaanse juf komt eens poolshoogte nemen. Hebben alle leerlingen het naar hun zin? Neen, het meisjes voor me steekt een verhaal af en de juf kijkt naar mij. Ik richt me onschuldig tot het tv-scherm. Een kwartier later is de juf terug met een stewardess. Die is Spaans en kent nauwelijks Engels. Iets over een zetel en slapen. Het meisje voor me durft zich niet om te draaien. Het ziet er naar uit dat ik moet plooien, letterlijk en figuurlijk. Ik heb nog één argument, dat wel wat laag is, maar kom: ‘This is not even her seat! This seat was empty!’ zeg ik gedecideerd. Algemene stilte. Het meisje moet bevestigen dat dat klopt. De stewardess besluit dat het niet uitmaakt en ik maar begrip moet hebben. Nu de Spanjaard zo vriendelijk was op te schuiven heb ik natuurlijk plaats genoeg, maar ik wil dwarsliggen omwille van de dwaasheid van deze scholieren. Uiteindelijk zal het meisje de hele reis lang haar leuning niét laten zakken.

Na enkele  uren moet het jongetje slapen en de vader besluit hem naast zijn broertje te leggen en zelf naast mij te komen zetten. Het is een dikke vent en zijn vlees komt te vaak in mijn buurt. De film – die ik al gezien heb – houdt gelukkig mijn aandacht vast, al dommel  ik nu en dan in. Alweer zal ik zo’n 24u wakker zijn wanneer we aankomen. De luchthaven van Madrid ontvangt me als een vertrouwd gezicht. Na enkele uren, waarbij ik me alweer gelukkig prijs een erg goed boek bij te hebben, zetten we koers naar Brussel. Net als bij de eerste reis kan ik me nu ook weinig herinneren van deze korte vlucht, ook niet wie er naast mij plaatsnam.

En dan volgt een landing, een controle bij de douane – waar iemand het vreemd lijkt te vinden dat ik echt niets gekocht heb in de VS – en een treinrit naar Gent. Waar het stortregent.

Dank voor uw aandacht!

Lees hier deel 9


Acties

Information

One response

28 08 2010
Kim

Sven,

‘The man who cycled the World’ werd eveneens verslagen door BBC in een uitstekende documentaire die een tweetal maanden geleden in drie delen op diezelfde zender werd uitgezonden. Heb het boek niet gelezen, maar wel genoten van de verfilmde versie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers op de volgende wijze: