Fin de carrière? (2)

29 11 2010

Op 28 oktober gebeurde dit (wat u al wist):

Vandaag ging nummer 2 tegen de vlakte.

Wijst dit op een ontslagbrief als nieuwjaarsgeschenk?

Een carrièrewending?

Een lottowinst die me mijn werk laat opzeggen?

En vooral: is dit nog toeval?!?

Wel jammer. En me dan nog gesneden ook.





Noodscenario?

26 11 2010

Woestijnvis liet de wereld gisteren met trots weten welke BV’s zullen deelnemen aan De Allerslimste Mens ter Wereld. Wat er wijselijk niet wordt aan toegevoegd is dat deze editie enkel en alleen tot stand gekomen is, nadat 30 eerder geselecteerde BV’s om nog ongekende reden geannuleerd werden!!

Ook die lijst is anders best de moeite waard. Stonden klaar om hun kennis te etaleren: Conny Fabry, DJ Hanz uit Big Brother, Bisschop Léonard, Jacky Lafon, Phil Kevin, de Pretman, Claudio van Dell’Anno, Jeff Vermassen, Boer Charel, het irritante kereltje uit de Belgacom-reclame, Carmen Pfaff, Jeff Hoeyberghs, Paul Marchal, Aurore, Betty uit Big Brother, Prins Filip, Francesco Planckaert, André Flahaut, Ivan Heylen, Tonya,  Els Klottemans, moeder Huysentruyt, Tom Dice, Frank Molnar, Kim Geybels, Odilon Mortier, Lesley-Anne Poppe, Showbizz Bart, Harry van Barneveld en belspelpresentator Gino.

Kijk, dat had ik nu eens willen zien.

Of niet.

 





De nacht brengt raad(sels).

25 11 2010

Kent u dat, dat van die schijnbaar geniale, wonderlijke, stimulerende, wereldveroverende en alles op de helling zettende ideeën die door de nacht worden aangescherpt en geslijpt tot grootsheid, bij het ochtendgloren eigenlijk niet zo veel meer voorstellen? Alles wat u analyseerde, overdacht en vastbesloten concludeerde, blijkt ’s ochtends een raadselachtig rommeltje.

Gelukkig geldt hetzelfde voor de afgrijselijke, zwartgallige, pessimistische en tot moordzucht aanzettende gedachten die een mens al eens te beurt vallen tussen het dromen door. Nu ik opsta bent u dus weer allemaal veilig.





Gecolloqueerd

20 11 2010

colloquium
is een moeilijk woord
ik kan het eerlijk gezegd
zelfs niet correct schrijven

het neemt alleszins
mijn zaterdag in beslag
moest zelfs vroeg opstaan
en luisterde per ongeluk naar mnm

ze konden het ook
symposium
noemen
dan was ik nu niet bang
gecolloqueerd te worden





Random Thoughts (12)

13 11 2010

Zou Delacre eens willen het tempo waarin ze koekjesdozen van Kuifje uitbrengen, willen verlagen? Ik krijg ze echt niet meer binnen. Koekjes bedoel ik, niet dozen. ***  Aan bepaalde van mijn Facebookvrienden: stop aub met het delen van uw huishoudelijke besognes genre ‘keuken gedweild, nu den boven’ en ‘de bloemkool staat al op’, ze zijn slaapverwekkend en degraderen uw persoonlijkheid. *** En waar staat die bloemkool eigenlijk op? *** Het geeft zich uit voor filmjournalist, denkt dat hij meespeelt in The Matrix en kan kankeren als geen ander: deze ‘criticus’, die me op de persvisie van de nieuwe Harry Potter behoorlijk wist te ergeren met zijn commentaar op de organisatie. *** Collega Geert raakt de deklat en mag één jaar lang iedere week 30 euro spenderen in een bekende muziek- en dvd-zaak. Na 4 weken heeft hij al alles wat hij wou. Wat moet hij al die andere bonnen? Heb ik u al verteld wat een ongelooflijk toffe kerel Geert is? *** poetsvrouw versus klasplanten: 2 – 0. Zucht. Het lot van een plant blijkt uiteindelijk toch altijd de ongesorteerde vuilniszak. *** In de Haaltertse bibliotheek had men het onlangs over een ‘zeer bekwaam kind’. Wie dat kind is, is me wel bekend, maar wat verstaat men zoal onder bekwaamheid? Kan hij op zijn handen lopen? Gyproc zetten? De deklat raken? **¨Wat is een deklat eigenlijk? ***  Moeders en zolders… the never ending story. Maar het resultaat mag er stilaan zijn. *** Op VTM meende een dame op een (echte) foto Vincent van Gogh te herkennen. Het was John Massis. *** Mad Men voor een prijsje bij HUMO, laat deze formidabele serie niet liggen. *** Iemand nog wat regen nodig? Hier is er nog wat overschot. ***





Lectuurtip: Mijn Vriend Leonard

10 11 2010

Van James Frey las ik jaren geleden al In duizend stukjes, een behoorlijk intense roman over de kwellingen van het afkicken. Een indrukwekkend relaas, geschreven in een overrompelende stijl – waarbij o.a. nauwelijks leestekens gebruikt werden. Het boek werd een bestseller in eigen land, en Frey werd door  o.a. de invloedrijke Oprah Winfrey de hemel  in geprezen. Toen bleek dat de roman helemaal niet zo waargebeurd was als Frey beweerd had, en werd de impact van het verhaal wat teniet gedaan door de reacties in de media. Ik bleef het boek alleszins erg waarderen.

Vreemd dat ik maar liefst 5 jaar gewacht heb vooraleer de sequel  te lezen. Mijn Vriend Leonard voert hetzelfde hoofdpersonage op, een ietwat fictieve versie van Frey zelf, en we krijgen te zien hoe zijn leven vorm krijgt na zijn ontslag in de ontwenningskliniek. Aanvankelijk is dat met meer vallen dan opstaan – één en ander is behoorlijk dramatisch -, daarna kruipt er voorzichtig wat optimisme in de plot. Na 368 pagina’s leg je ietwat verscheurd het boek naast je neer, gepakt door zo veel recht-toe-recht-aan menselijke harmonie. Zelden zo te doen gehad met een fictief personage.

Mijn Vriend Leonard is in dezelfde aparte stijl geschreven, voor een taalpurist als mezelf eigenlijk even slikken. Maar de effectiviteit ervan is zo groot dat ik al snel over al die ontbrekende leestekens heen las. De plot zwelgt je op en kauwt je fijn. Grandioos.

Na de filmvloedgolf verdrink ik momenteel in geweldige boeken. Naast Het Konijn op de Maan, genoot ik enorm van Colum McCann’s Laat de Aarde draaien (waar ik echter wel vier weken over deed!) en Elvis Peeters’ hopelijk niet al te profetische, maar wel meeslepende De Ontelbaren. Laat de volgende maar komen.





Lectuurtip: Het Konijn op de Maan

9 11 2010

Vanop de achterflap van Het Konijn op de Maan staart Paul Mennes me net iets te arrogant aan. Ik herinner me meteen hoe vreselijk ik zijn twee eerste romans vond, Soap en Tox. Die kregen destijds, halfweg jaren ’90 best wel wat aandacht. Ik vond dat onterecht. Mennes was een slechte kopie van Brett Easton Ellis en aanverwante auteurs die de polsslag van een generatie aanvoelden. Ik had vooral het gevoel dat ik zoiets zelf ook wel kon schrijven.

Gelukkig kon ik Web – waarvan ik me nu wel afvraag waarom ik het nog wou lezen – wel appreciëren en ook Kamermuziek vond ik sterk. Al moet ik er meteen aan toevoegen dat ik geen enkel idee meer heb waarover deze verhalen gingen en er ook geen herinneringen bovenkomen als ik de korte inhoud opzoek. Het Konijn op de Maan zal ik minder snel vergeten: tijdens een slapeloze nacht las ik deze (dunne) roman uit in één ruk.

Het verhaal gaat over een jonge Vlaming die bij zijn geliefde in Osaka gaat wonen. Zijn kennismaking met de Japanse samenleving zorgt voor grappige, tragische en soms surrealistische gebeurtenissen, volkomen authentiek beschreven door Mennes, die zelf in Osaka verbleef. De emotionele uitdieping van de protagonist is nu niet bepaald fameus, maar als lezer raak je wel begaan met zijn lot. De kleurrijke aankleding van de plot, de snedige dialogen en satirische uithalen naar de oppervlakkigheid van de mens, maken iedere bladzijde genietbaar.

De vele fascinerende details over het leven in Japan doen het hem echter voor mij. Mennes houdt duidelijk van het land en zijn bewoners, maar beschrijft de perikelen met een zekere droefheid. Omdat die Japanners ook zo verdomd idioot kunnen zijn, vanuit een Westers opzicht, en anderzijds omdat het hoofdpersonage er maar niet mag bij horen. Meteen krijg ik zin om Lost in Translation opnieuw te bekijken, een film die ik niet eens zo formidabel vond.

Het Konijn op de Maan is geen grote literatuur, maar is wel een zeer raak geschreven, perfect gestructureerd verhaal dat je met een grijns en een scheut melancholie verteert, alsof je zelf de protagonist bent. De absurde slogans op T-shirts, het Engelssprekende buurvrouwtje, de onverstoorbare schoonouders, het geluksjongetje dat nu en dan verschijnt, de uit de hand lopende beleefdheid van de Japanners, … zijn stuk voor stuk verhaalelementen met zo veel potentieel dat je betreurt dat dit boek amper 200 pagina’s dik is. Stellen dat er meer in zat, zou u een typisch reactie mogen noemen, maar ik meen echt dat met dat tikkeltje meer dramatiek, een minieme neiging tot wat epiek en wat meer emotionele durf, dit een nog veel sterker boek had kunnen worden, iets dat pas echt de naam roman waard zou zijn.

Maar goed, ik geniet nog erg na en zal Mennes de volgende keer met plezier weer een kans geven. Maar misschien die pose op die achterflap maar eens laten vallen?

 

 

 





Drie-dui-zend films!

6 11 2010

Afgelopen maandag werd al duidelijk dat – met een weekje vakantie in het vooruitzicht – ik deze week aan mijn 3000ste film zou toekomen. Ik vatte het plan op om hiervoor een bijzondere film uit te kiezen, en dan ga je haast vanzelf richting klassiekers. Billy Wilder’s Double Idemnity was me recent langs alle kanten aangeprezen, dus  die zou het worden.

Medefilmfanaat Hanne leende me haar exemplaar, dat helaas niet over ondertitels beschikte waardoor ik na 10 minuten afhaakte. Het was me allemaal iets te onverstaanbaar. De videotheek had twee exemplaren, één beschadigd en één uitgeleend aan iemand die er al drie dagen mee te laat was.

Uitstellen was geen optie. Ik heb quota te halen, ziet u. En tijd te vullen. Ik koos dus een andere klassieker, het aanbod is ruim genoeg. En dus bekeek ik gisteren North by Northwest van Alfred Hitchcock, een piekfijn stukje cinema uit de oude doos, waarvan ik iedere minuut met cinefiel genoegen heb bekeken. Een waardige nummer 3000.

U vraagt zich misschien af – of misschien helemaal niet en in dat geval moet u maar stoppen met lezen – hoe dat precies zit met die 3000. Dat heb ik op deze blog al eerder verklaard hoor (ik vierde hier ook al de 2000ste film in februari 2006, met daaraan de dus terechte veronderstelling dat ik dit jaar aan 3000 zou komen, en de 2500e film, in juli 2008, én de 1000e film in de bioscoop). Telkens opnieuw serveerde ik de eventueel geïnteresseerde lezer dan allerlei cijfers, wat ik ook dit keer doe.

Ik ben in 1993 begonnen met het oplijsten van films die ik gezien had, met terugwerkende kracht voor zover ik dat nog kon weten. Ik kwam toen aan 214 films (doorheen de volgende jaren nog aangevuld met films die ik me pas later herinnerde). Sinds 1994 kan ik  u dus per jaar zeggen hoeveel films ik zag. Dat waren er het meest in 2006, nl. 239, toen ik enkele maanden werkloos was. Ook dit jaar zal ik dat record niet breken. Dat is niet erg, we mogen  het gezond houden en als ik zo en dan iets verneem over zekere freaks die echt alles zien en per jaar aan 500 films komen, kan ik daar makkelijk vrede mee hebben. Het jaar met het minst aantal films was 1999, toen ik mijn leerkrachtenopleiding beëindigde. Toen zag ik amper 99 films.

Gemiddeld zie ik de laatste 15 jaar 168 films per jaar. Dat lukt vrij makkelijk, zeker als er al eens een filmfestival in zit. Ik hoop tegenwoordig ieder jaar aan 200 te geraken. Ik heb in alle deze tellingen elke film slechts één keer meegeteld natuurlijk. Als ik ook alle tweede, derde of meerdere visies meetel, kom ik aan zo’n 400 films méér.

1117 films van de 3000 zag ik in de bioscoop, dat is dus meer dan één derde. Ik ga dan ook van jongs af aan naar de bioscoop en ga minstens iedere week één keer.

De oudste film die ik gezien heb is Charlie Chaplin’s The Kid uit 1921. Ik zag nog 9 andere films uit dit decennium. De meest recente film die ik zag, zal wellicht een film zijn waar ik geen reclame meer wil voor maken. Maar vanavond staat er gelukkig alweer cinema op het menu.

De acteur waarvan ik het meest films gezien heb, is al 16 jaar lang Robert De Niro. Ik ben nochtans niet in het bijzonder geïnteresseerd in zijn werk, zeker niet de laatste 10 jaar, maar ik heb toch al 41 van zijn films gezien en dat valt moeilijk te kloppen. De rest van de top 10 bestaat uit Meryl Streep (37), Anthony Hopkins (34), William Hurt (33), Dustin Hoffman (32), Nicolas Cage (32), Johnny Depp (32) en de nimmer teleurstellende Michael Caine (32). (Ik ben echt wel tuk op lijstjes.)

Wat regisseurs betreft, zijn het Steven Spielberg en Woody Allen waar je niet omheen kan. Spielberg omdat zijn films gewoonweg niet te negeren vallen, Allen omdat hij simpelweg ieder jaar een film maakt. Daarna volgt helaas nog altijd de afschuwelijk Joel Schumacher, een onkundige cineast van wie ik toch al 16 films gezien heb (A Time to Kill, The Client, Falling Down, Flatliners, …), en verder Mike Nichols, Martin Scorsese, Ron Howard, Tim Burton en Francis Ford Coppola.

Ik quoteer mijn films ook natuurlijk. 51 films van die 3000 heb ik het maximum gegeven, iets meer dan anderhalf procent. Wellicht zijn enkele daarvan dat niet waard, maar filmquoteringen zijn sowieso afhankelijk van de  de context (dus ook de leeftijd) waarin je ze ziet, dus ga ik dat maar niet al te fanatiek analyseren. Zo’n 8% van de geziene films heb ik een onvoldoende gegeven, toch een 250tal films.

553 films, net iets meer dan 1/6, is niet Engelstalig en dit aandeel blijft ieder jaar stijgen. De Franse film kan me het meest bekoren (111 films), daarna de Belgische (91). Spanje en Duitsland volgen, maar pas met 38 films. In totaal zag ik producties uit 50 landen.  Waar ik langzaam gegroeid ben in het appreciëren van niet-Engelstalige films, ben ik daar nu enorm voor te vinden. Zolang het niet te contemplatief of existentialistisch is. Voor wie het zich zou afvragen, ik kan me van vrijwel al die titels nog iets herinneren, hetzij de plot, de sfeer of de bijhorende emoties.

Ik ga mijn liefde voor film hier niet langer onder de loep nemen. Ik heb er geen behoefte aan te verwoorden wat zo fascinerend is aan de cinema. Het zou ook niet meevallen dat zomaar samen te vatten. Maar alleszins ga ik door. Nummer 4000 zou ergens in 2015 moeten bereikt worden. De tijd loopt!





Klereleijer

5 11 2010

Omdat Eva Mendes te gast was, en omdat ik benieuwd was naar de nieuwe zangeres van Hooverphonic – wat een hype om niets, want niemand kan Geike Arnaert vervangen! – keek ik gisteren uitzonderlijk naar het praatprogramma kletspraatje De Laatste Show. Moest ik er wel ene Sven De Leijer bijnemen, een uitermate onplezierig sujet die zichzelf duidelijk echt formidabel vindt, maar wiens uitlatingen eigenlijk pijn deden aan mijn oren. Welk een gênant en vooraf gerepeteerd spektakel was me dit? Ik ben er wellicht rijkelijk laat mee, want deze irritante en ongrappige medemens doet blijkbaar al een tijdje zijn ding in een uithoek van het decor, maar ik vond het aanschouwen van dit tafereel bijzonder vermoeiend en intriest. Kunnen ze daar op vtm niets mee doen?

Meteen ook een Facebookgroep gezocht die me met één klik van mijn ergernis zou afhelpen, maar er was amper één groep die zich tegen deze kerel richtte, en die leek me dan weer net iets te infantiel.

Soit, nog een reden meer om dit programma weer voor enkele maanden volkomen te negeren.

En wat de titel van dit stukje betreft, tja… ik kon er moeilijk om heen hé.





Vergeef me

3 11 2010

Gelukkig was er een vertoning in de voormiddag. De kans op  veel bezoekers was klein, de kans iemand tegen te komen die ik kende, nog kleiner. Ik had onopvallende kleren aangetrokken en vertrok zo laat mogelijk. Tegen mijn zin, alsof ik naar de tandarts moest.

In de zaal aangekomen, bleek ik het verloop goed ingeschat te hebben: de lichten waren reeds gedempt. Er zaten amper acht mensen. Onbekenden, gelukkig. Maar je weet maar nooit. Een tante of neef van een leerling, de zus van een collega, een Haaltenaar die het wat verder komt zoeken. Ik had een krant bij om me enigszins achter te verstoppen. Ik was beschaamd, ziet u. Ik stond op het punt een daad te verrichten die ik mezelf niet snel zou vergeven. Ik was laag gevallen.

Ik voelde me vies en goedkoop. Waarom gaf ik toe aan deze perverse gedachten? Wat dreef me hierheen? Deze plek kende ook schoonheid, maar waarom wilde ik dat ideaalbeeld vernietigen? Waarom wilde ik in deze onwaardige situatie belanden?

Dik anderhalf uur verdroeg ik mijn knagende geweten. Liet ik me uitbuiten als een laaggevallen snol. Ik onderging alles gelaten en verdrong het doembeeld dat mijn omgeving zou te weten komen wat ik aan het doen was. Ik walgde van mezelf. Toen het voorbij was, werd ik overvallen door een grote opluchting. Ik wachtte om als laatste de zaal te verlaten en ontweek de blikken van voorbijgangers.

En dat allemaal om een recensie te kunnen schrijven van Zot van A.








%d bloggers liken dit: