Da feestje is hier nie!

25 03 2011

Als leerkracht moet je soms wel eens toegeven aan wat van bovenhand beslist wordt. Met je klas deelnemen aan een lokale carnavalsstoet, is bijvoorbeeld geen activiteit waar ik met plezier aan deelneem. Vandaag was het dus even op de tanden bijten.

Ik wil natuurlijk positief staan tegenover het initiatief: diverse scholen uit één buurt bereiden zich wekenlang vooraf voor, door grote objecten te maken die de stoet aantrekkelijk maken, door met kleurrijk materiaal zelf kostuums te maken, ondersteund door kunstenaars en creatievelingen uit de buurt. De buurt wordt die dag ingepalmd door hordes verklede kinderen. Dat ze allemaal hetzelfde pakje dragen, vergroot de eendracht. Het is een bont en vrolijk spektakel, een unieke kans tot expressie voor veel kinderen. De straten zijn die dag van ons en de buurtbewoners verenigen zich gezellig op straathoeken en in deurgaten.

Maar van al deze beredeneerde en helaas wat geforceerde gedachten, blijft nauwelijks wat over eens de dag nadert. In de eerste plaats ontgaat het me al waarom de organisatoren deze activiteit pas enkele weken na het feitelijke carnaval plannen. De kans op mooi weer is misschien groter – het was een prachtige dag – maar het zijn toch wat vijgen na Pasen. Of in dit geval voor Pasen.

Het enthousiasme van de organisatoren staat ook lichtjes in contrast met de kwaliteit van de organisatie. De lokale Prins Carnaval, de man achter het hele gebeuren, zet alles op poten met hulp van zijn ouders en andere familieleden. Haast alle bestuursleden dragen dezelfde achternaam. Geen bezwaar tegen familiale initiatieven, maar het is niet omdat je zus je zus is dat ze ook daadwerkelijk kan bijdragen tot de organisatie, om maar een voorbeeld te geven. Zo kon je de teksten in de brochure rond deze stoet, bezwaarlijk vlot of foutloos geschreven kunnen noemen. Elke typ- of spelfout zet het gebrek aan professionalisme net extra in de kijker. En alle sympathie voor de man of vrouw die zich met veel enthousiasme achter de computer zette, maar ook de lay-out etaleert dat amateurisme.

Nu val ik mijn leerlingen daar niet mee lastig –  ze zien trouwens zelf de fouten in dat boekje wel staan – en al is het enigszins lachwekkend dat de brochure ook een overzicht bevat van alle verkozen Prinsen en Kinderprinsen en -prinsessen van de laatste jaren en dat gewoon ieder jaar dezelfde blijken te zijn – bij gebrek aan kandidaten of door fanatieke familiepolitiek – wil ik mijn leerlingen geen deelgenoot maken van mijn occasionele cynisme. Ik kan dit al bij al wel relativeren – als ik dat zou willen. Ik bedwing me ook bedenkingen te uiten over het wat marginale gehalte van de entourage. Het leek immers wel of elke medewerker een sigaret of pint in de handen nodig had. Dat sommige van deze mensen er als niét verklede bespottelijker bijliepen dan de bepruikte en geschminkten onder ons, hield ik ook al voor mezelf.

Nee, wat me dan wel met loden schoenen doet plaatsnemen in een rij verklede kinderen, is het hoge slechte-smaak-gehalte van het hele gebeuren. Kinderen blijken de slechtste liedjes – Waar is dat feestje? Nein Man – het formidabelst te vinden en snappen niet waarom ik met moeite glimlach. Ik ben op dat moment pretbederver numero uno, want ook de meeste van mijn collega’s hebben plaatsgenomen in de polonaise. Maar ik hou vol en weiger enig plezier te veinzen. Niet dat ik er als een donderwolk bijloop, maar ik hoop rustig op de achtergrond te mogen blijven. In alle andere omstandigheden is dat nochtans precies wat mijn collega’s zouden willen.

Het is ook niet zo dat ik mezelf te serieus neem of weiger onnozel te doen. Ik entertain hele bendes snotapen met veel plezier, heb me voor de meest diverse gelegenheden al verkleed in melkboer, olympisch zwemmer, toerist, gala-genodigde of afvalcontainerbewoner. Ik creëer graag wanorde, wil overdrijven en brullen alsof ik zelf weer zes ben enz. Maar niét op slechte muziek en niét als het nadrukkelijk van mij verwacht wordt.

Alles leek deze dag echter behoorlijk mee te vallen. De stoet duurde niet erg lang, de muziek was draaglijk. Na de stoet zou een fuifje volgen, waar ik  me dapper doorheen zou worstelen. De polonaise zou ik desnoods met geweld van me afslaan. En toen kwam een rondborstige dame me trots vertellen dat er nog een grote verrassing was: Kürt Rogiers en Sven Ornelis van Q-Music zouden de party onvergetelijk maken!

Ik stond perplex – en zag mijn persoonlijke hel naderen. Wilde men mij echt in één ruimte krijgen en laten luisteren naar twee van de meest ergerniswekkende figuren uit mijn lange lijst van onuitstaanbare eikels? Twee idioten die het lullen tot een kunst verheven hebben, wiens gezwets nog geen tien seconden te verdragen is? Terwijl collega’s en leerlingen zich naar binnen snelden, zocht ik de dichtstbijzijnde nooduitgang, maar mijn collega Cindy weet dat ik haar niets kan weigeren en troonde me beslist mee naar binnen.

Het gejoel en gekrijs van 250 leerlingen, het zoveelste afgezaagde hitje, de benauwende warmte en bijhorende zweetgeur zorgden er voor dat ik na nog geen halve minuut weer buiten stond. Aan mijn handen mijn excuus: twee zesjarigen die al die drukte duidelijk niet zagen zitten en voor wie het vooruitzicht buiten een verhaaltje te aanhoren, véél aantrekkelijker was. Ik offerde me dus met veel plezier op om op het terras de ukken op te vangen die naar frisse lucht snakten. De polonaise moest ik missen, maar ik deed toch mijn plicht. Dankjewel, Saar en Flores! (en daarna Stans, Victor, Simon, Kudjo en Fran).

De aanwezigheid van de twee grote radiosterren, vervulde de organisatoren van het hele carnavalsgebeuren met een groot genoegen dat ik hen niet misgun, ook al kent vrijwel geen enkele van onze leerlingen de twee praatjesmakers. (Overigens: ook heel wat van mijn collega’s hebben geen idee wie deze mensen zijn, leve hun vermogen zich af te sluiten van de massamedia!). Maar voor mij hoefde het dus beslist niet en ik was dan ook erg opgelucht dat het na een dik half uur genoeg was geweest.

Binnen een dikke week trek ik met mijn leerlingen op bosklassen. Ik zal daar dan dubbel zo hard onnozel doen en enthousiast wezen en bewijzen wat een leuke, lollige, zotte, vrolijke, coole meester ik ben kan zijn. Vooral zonder muziek.

 

Thuisgekomen vijf keer naar dit formidabele liedje geluisterd om één en ander te vergeten.

Advertisements

Acties

Information

One response

27 03 2011
moeder van Sven

In een toch wel al redelijk ver verleden weigerde één van de meest voorbeeldige en ‘braafste’ kindjes van het derde kleuterklasje met een nooit geziene woede-uitbarsting, een ontroostbare huilbui en een onverzettelijk ‘neen’ om met een staart op zijn achterste en oren op zijn hoofd een veulentje te spelen in een verplicht op te voeren groepsdansje/polonaise “huppelende paardjes’ op het schoolfeest.

Daar moest ik ineens aan denken…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers liken dit: