Helaba Hema

29 01 2012

Gisteren mocht ik er zowat getuige van zijn hoe Mano en Maria-Dolores van hun gloednieuwe krukje duikelden. Dat ligt niet aan hen, maar aan het krukje, een onstabiel en daardoor waardeloos onding.

Het krukje is al minstens een half jaar te verkrijgen bij Hema. De mama van de kindjes dacht er voor de kleinste een opstapje mee te voorzien voor het toilet. Mispoes dus. Maria-Dolores verliest eerder nog een tandje door een val tegen de wc-pot dan dat ze met dit krukje op haar bestemming geraakt.

Ik word daar best verontwaardigd over. Niet alleen laat je de mensen euro’s verspillen aan iets dat duidelijk zijn prijs niet waard is, bovendien breng je er eigenlijk kinderen mee in gevaar. Ten huize van Mano & Maria-Dolores worden daar nu dus gewoon wijnglazen opgeplaatst naast de zetel.

Ik ben geenszins de eerste die hier een probleem van maakt. Deze Nederlandse vader beschreef het probleem al veel eerder en maakte zelfs een leuk en duidelijk, realistisch filmpje van het stoeltje. In de reacties er op geeft Hema aan dat het inderdaad een ‘bijzetkrukje’ is. Dat woord lijkt me vooral verzonnen te zijn nadat ongetwijfeld ook Hema zelf moet gemerkt hebben dat dit geen geschikt opstapkrukje was. Ik vind dat je door het voorwerp ‘krukje’ te noemen, toch mag verwachten dat mensen het kopen om er op te zitten of te staan, niet?

Los van het feit dat hier enorm veel geld verspild wordt, én materiaal (want dit zal ongetwijfeld bij heel wat kopers al snel richting containerpark gaan), vind ik het onverantwoord dat Hema gewoon doorgaat met de verkoop van dit onzinnige voorwerp.

Advertenties




Over peperkoek en poëzie

26 01 2012

Iemand besloot dat het afgelopen donderdag gedichtendag was. Ik had daar geen nood aan, gezien mijn beperkte vermogen om poëzie te begrijpen of ervan te genieten. Als leerkracht kun je daar echter niet zomaar omheen. Je kunt niet altijd alleen doen wat je zelf interesseert of wat het makkelijkst is. Dus besloot ik in de klas aan het dichten te slaan, met de kinderen.

Dat deed ik nu ook weer niet tegen mijn zin. Drie jaar geleden deed ik ook een gedichtenproject, en dat had prachtige resultaten opgeleverd. Ik heb dan misschien niet veel voeling met poëzie, taal is wel mijn ding en het lukt me vaak aardig om kinderen verder te brengen dan ze zelf zouden verwacht hebben. Het is in de eerste plaats dan ook een kunst om kinderen er zin in te doen krijgen. Dat doe je niet door blaadjes papier uit te delen met de opdracht ‘nu gaan we eens een gedicht schrijven’. Ik had me dus serieus voorbereid, met dank aan mijn Nederlandse inspiratiebron en motivator Jeroen Tans, bood eerst heel wat prachtige kinderpoëzie aan en in de namiddag zat de hele klas met een niet te temperen enthousiasme te schrijven en te experimenteren. Die paar kinderen die aanvankelijk protesteerden, raakten al snel eveneens verkocht. Om kwart over vier- toen de school dus al drie kwartier uit was – zaten nog zes kinderen verder te werken, weigerend naar huis te gaan. Zo’n dagen zou je als leerkracht meer moeten beleven.

Resultaten zijn er nog niet, maar het gaat ook dit keer de goede kant op. Het deed me echter stilstaan bij mijn eigen houding tegenover poëzie. Ik word er niet echt warm van, maar het laat me nu ook niet echt koud. Ik lees geen gedichtenbundels, maar kom soms poëtische zaken tegen die me wel treffen.

Nochtans heeft poëzie op minstens één belangrijk moment in mijn leven een grote rol gespeeld.

Toen ik in 1995 besloot leerkracht te worden (dat had ik eigenlijk al tien jaar eerder beslist), bezocht ik enkele opendeurdagen van leerkrachtenopleidingen. Eerst naar het dichtstbijzijnde Gijzegem (nu KaHo Sint-Lieven in Aalst), waar ik me terug in de tijd waande. Een halve pastoor en een non of twee ontvingen ons zonder merkbaar genoegen in hun gewelven en beschreven vervolgens hoe ze van enthousiaste jongeren op drie jaar tijd grijze muizen en klassieke leerkrachten zouden maken. Ik was – nog niet eens 18 – toen lang niet zo kritisch of anti-autoritair ingesteld en hoewel ik geen klik voelde met de school, zag ik me er de komende jaren al knutselwerkjes en stelopdrachten verzinnen in de grote grijsheid van dit nadrukkelijk christelijke universum. Gelukkig had mijn moeder een nonnentrauma en stelde ze resoluut dat ik hier echt niet naar school wilde, toch?

Ah neen dus. Dus trokken we naar Brussel, waar ik enkel de Nieuwstraat en de Kinepolis kende, maar waar dus ook een lerarenopleiding was, de KHB (Katholieke Hogeschool Brussel, voorheen Sint-Thomas, nadien Ehsal en nog van alles, nu HUB). De school lag niet ver van het Zuidstation en de Marollen, de bruisende maar kleinschalige Campus Nieuwland, in een wat grauwe buurt. De sfeer voelde meteen anders. Je mocht er de leerkrachten met de voornaam aanspreken en je werd als student veel volwassener behandeld dan in het bevoogdende en rechtlijnige Sint-Lieven. Een uit de hand gelopen kruising van een geitewollensokkenkampvuur en een bonte avond van de scouts, zou mijn moeder het dan weer vier jaar later cynisch beschrijven.

Een enthousiaste tweedejaars leidde ons rond. De cursussen en werkstukken die er ter aanschouwing uitgestald lagen, maakten indruk. Dit leek nu ook weer niet zo gemakkelijk. Je moest studeren. En creatief zijn en zo. Dat was toch wat anders dan leiding geven in de KSA. Dat de organisatoren van de opendeurdag enkel de allerbeste werkjes etaleerden, kwam niet in me op. Ik kreeg al koudwatervrees. Naar Brussel en zo. En klasgenoten die van verder kwamen dan Erembodegem of Sint-Lievenshoutem…

Als het meisje dat ons rondleidde, representatief stond voor de studenten van die lerarenopleiding, moest ik misschien zelfs twijfelen of ik me er ooit thuis zou voelen. Ze was wat artistiekerig, zelfverzekerd, matuur, sprak met een Brabantse r, … Het feit dat ik me haar nu, 17 jaar later bijna, nog herinner, is veelzeggend. Ook de andere studenten die aanwezig waren, straalden een zelfvertrouwen en wereldse attitude uit die ik toch vond contrasteren met mijn provinciale schaamte.

Mijn moeder was al veel enthousiaster en overtuigde me zonder veel woorden dat dit misschien wel was wat ik nodig had. Wat verbreding van mijn wereld, vrienden vinden die geen combat shoes droegen of zeven curryworsten eten als een avondje cultuur zagen. Ik besefte dat ik die grote stap wel moest zetten.

Het is nog altijd de beste beslissing uit mijn leven geweest. De vier daaropvolgende jaren zijn in mijn geheugen samengekoekt tot één grote herinnering vol vreugdemomenten en vriendschappen maar vooral aan het feit dat je je eigen grenzen verlegde en echt gevormd werd – jezelf mocht vormen zelfs. Als leerkracht-in-wording maar eigenlijk ook als mens, want daar zat de grote kracht van de school wel. De werkstress, de zenuwen tijdens stages en de buizen, vergeet ik nu even (want die vier jaar waar ik het over had mochten er eigenlijk maar drie zijn, maar het dubbelen van het eerste jaar heeft alles eigenlijk alleen maar mooier gemaakt).

Ik kan nog véél meer vertellen over die vier memorabele jaren, maar dat is voer voor later. Ik keer even terug naar die opendeurdag en die poëzie. Onze gids maakte ons attent op een gedicht dat in één van de lokalen hing te schitteren. Het was een kindergedicht, geschreven door één van de studenten, voor de kinderpoëziewedstrijd die de school om de paar jaar organiseerde, de Peperkoeken Pen. Ik durfde het amper lezen, uit schrik nog meer  geconfronteerd te worden met vaardigheden die ver buiten mijn kunnen lagen. De winnaar van de Peperkoeken Pen moest wel een uitstekend student zijn, een primus zoals je die alleen in romans tegenkomt die zich in de studentenwereld afspelen.

Half september begon de opleiding. In het lokaal waar we die eerste dag samenkwamen, viel opnieuw dat winnende gedicht op. Meteen een herinnering aan de hoge eisen die de opleiding leek te willen stellen. Niet alleen negeerde ik het gedicht omdat poëzie me weinig zei, vooral omdat ik moedeloos zou worden van het schrikbeeld dat ik slechts die middelmatige onderwijzer zou worden die hoop en al een leuk rijmpje kon bedenken dat anderhalve kleuter deed glimlachen.

De jaren gingen voorbij, zoals gezegd vol intense belevingen en inspirerende leermomenten. De Peperkoeken Pen kwam niet meer ter sprake. De bezieler ervan, docent Nederlands Marc Stevens, lag me ook niet. Zijn lessen waren formidabel en zelfs nu nog denk ik terug aan bepaalde verhelderende opvattingen die hij ons aanbracht. Maar ik kon het op persoonlijk vlak veel minder met hem vinden. Ik had de indruk dat hij mij misschien helemaal geen geschikte student vond, ik verdacht hem dan weer van scoringsdrang bij de studenten. De drie daaropvolgende jaren had ik echter geen les meer van hem, waardoor me vooral bijbleef dat hij zo’n stimulerende lessen gaf en vol ideeën zat om taal voor kinderen aantrekkelijk en levensecht te maken.

En toen was de Peperkoeken Pen er weer, in mijn afstudeerjaar. Ik voelde me niet aangesproken. Medestudenten zoals Vincent, voor wie het leven één groot gedicht was, of Celine, de ultieme zelfpromotor die Marc vast zo geweldig vond, zouden zich vast met veel enthousiasme op de wedstrijd gooien. Dat was een nuchtere veronderstelling hoor, zonder verbittering. Zoals ik mensen zie deelnemen aan wielerwedstrijden of hotdog-eet-marathons: veel succes gewenst, maar ik bemoei me er niet mee.

Wat dan uiteindelijk de aanleiding gegeven heeft, weet ik niet meer, maar ik besloot uiteindelijk om ook mijn kans te wagen voor de wedstrijd. Misschien omdat ik taalonderwijs zo leuk was beginnen vinden, of omdat ik altijd al graag verhaaltjes en rijmpjes had bedacht? Omdat ik mezelf wou uitdagen? De wedstrijd streefde wel een zeker niveau na (zoals je hier kunt lezen: geen rijmelarij, maar het trachten te vatten van de zieleroerselen van kinderen), en ik moet op dat moment toch gedacht hebben een kans te maken.

Ik produceerde thuis aan mijn bureautje twee gedichten. Het ene ging over voornamen en hoe het als kind moet zijn als je een voornaam hebt die anderen in het belachelijke trekken. Het andere was luchtiger en ging over het winnen van de lotto, denk ik (tijd om ze nog eens na te lezen, als ik ze kan terugvinden). In een voor mij atypische bui, besloot ik niemand te vertellen dat ik deelnam aan de wedstrijd. Vincent deed mee natuurlijk, en nog enkele andere vrienden voor wie het volkomen vanzelfsprekend was.

Je mocht je gedicht anoniem inzenden. Zo kon je zeker zijn dat de jury, bestaande uit docenten, volkomen neutraal oordeelde. In een gesloten omslag verklapte je dan je pseudoniem. Ik moet toch ergens wat wantrouwen in het systeem gehad hebben (misschien toch nog altijd wat bang van Marc?) en zond mijn twee gedichten in onder telkens een ander pseudoniem en in een ander lettertype. Zo zouden eventuele dwarsliggers op mijn prille dichterscarrièr, minder kans hebben om mij uit te sluiten op basis van mijn persoonlijkheid  – ik was ook wat brallerig bij momenten en stond zo irritant graag in de belangstelling. Het was een kleine school waar iedereen elkaar kende.

Na de examens volgde een schoolfuif. Op een bepaald moment zouden daar alle geselecteerde gedichten verspreid worden op een folder, en wat later zou dan de winnaar bekend worden gemaakt. Tot mijn grote verrassing en vreugde trof ik mijn beide gedichten aan onder de genomineerden. Ik kreeg verraste reacties – want waarom had ik niets verteld? Vincent was ook genomineerd en het trof me dat hij ook verrast was. Niet vanwege mijn nominatie, wel om mijn initiatief. Het was zo’n moment waarop je in de reacties van anderen een spiegelbeeld ziet van de persoon die je aan het worden bent. Ik was die Sven geworden die schijnbaar zonder aarzelen een kindergedicht schreef.

Die kleine dingen hebben van die deelname aan de Peperkoeken Pen een onvergetelijke ervaring gemaakt. Ik herinner me vooral dat ik – het klinkt ongeloofwaardig – heel bescheiden reageerde op mijn selectie. Ik, die verder zo vaak te koop liep met wat ik goed kon en dacht goed te kunnen. Ik denk dat dit zo’n situatie was waarbij de overwinning op jezelf de hoogst haalbare eer was. Zoiets bestaat dus echt. Ik was niet eens trots, vond het gewoon fijn dat mijn gedichten tussen een vijftiental andere prachtige gedichten stond van allemaal zeer getalenteerde medestudenten.

Later die avond lazen docenten de gedichten voor. Onder de deelnemers was enige animo wat die voorlezers betrof. Wie jouw gedicht voorlas, was wel degelijk van belang. Een charismaloze docent – zo had onze school er gelukkig niet veel – kon jouw imago als dichter-in-spe meteen verknoeien. Onze pedagoge Frieda, een heel tof mens, bleek mijn gedicht voor te dragen en dat was alleszins een meevaller.

Dat ik die avond uiteindelijk ook effectief met de Peperkoeken Pen aan de haal ging, was nog eens de kers op een overheerlijke taart. Ik zag mezelf terug, zoveel jaar eerder, op die opendeurdag, dat gedicht negerend. Die verhouding tussen die vroegere en die huidige Sven is vrijwel niet te beschrijven. Hoe onbelangrijk verder ook in het geheel der dingen, ik denk niet dat ik later in mijn leven nog iets bereikt heb dat ik voorheen in die mate onmogelijk achtte. Tegenwoordig speel ik op safe en breng ik enkel dingen tot een goed einde waarvan ik zeker ben dat ze succesvol zullen zijn. Maar die Peperkoeken Pen pakken ze me niet meer af, al bestaat ze nog enkel uit een oorkonde. En vind je hier zelfs geen verslag van de wedstrijd uit 1998.

Marc Stevens was er dat jaar niet bij, vandaar wellicht. Eén van zijn ouders was overleden, als ik me dat goed herinner. Enkele dagen later was er nog een afscheidsbarbecue voor alle derdejaars. Marc feliciteerde me toen, en zijn blik leek te willen suggereren dat ik even terecht als onterecht de winnaar was, zo meen ik me dat te herinneren. Omdat hij mijn gedicht misschien wel goed vond, maar hij misschien liever een ander student als verpersoonlijking had gezien van de individuele vooruitgang die de opleiding nastreefde. Dat is geheel en al mijn interpretatie natuurlijk. Hij gaf me ook zeer kort feedback. Dat slechts twee zinnen uit mijn gedicht samen veel krachtiger waren dan het volledige gedicht. Kritiek die even vernietigend als opbouwend was. Het ‘less is more’ principe zou ik pas vele jaren later begrijpen.

Ik had op dat moment Marc eigenlijk graag verteld wat die prijs voor mij betekende, maar dat was er toen dus niet het moment voor en de daaropvolgende drink & fuif kon hij begrijpelijkerwijs niet bijwonen. Nu zijn we bijna 13 jaar later en op een doordeweekse donderdag overvalt deze ervaring me opnieuw. En als mijn leerlingen volgende week tweeëntwintig mooie gedichten afleveren, is dat dus ook een beetje dankzij Marc Stevens, wiens initiatief mij overtuigd heeft van mijn eigen kunnen.





Gepamper: Billie

24 01 2012

Goed getimed, zodat beide ouders zich, tegen dat  het zo ver is, volop op het Aalsters carnaval kunnen storten: zondag kwam Billie ter wereld, dochter van oud-KSA’er Ken en Hiete Gerre Aagje.

Nu nog efkes aan de mem, maar ik verwacht al snel het soort meezingers van haar als dit: Poeiten Af!

(ik blijf fan van de Aalsterse meezingers!)





Gepamper: Storm

19 01 2012

Het was al een beetje een beestenboel ten huize Tom en Ellen – hoe braaf de zoontjes Wolf en Lion ook – maar nu zal het er pas flink gaan stuiven  want er komt een Storm opzetten. Het gezin werd vorige zondag uitgebreid met een dochter die haar naam misschien niet al te zeer moet waarmaken, daar in Tielt. Gefeliciteerd aan de hele familie!

(Dank ook aan al die kersverse ouders om mijn blog zo enigszins levendig te houden.)





Doorverwijzing

14 01 2012

Omdat Lode er serieus werk van maakt, hier even reclame maken voor deze blog, waarop de avonturen van de Belgische delegatie op de Olympische jeugdwinterspelen, op de voet gevolgd worden.

Maar voor lezers die dorsten naar meer van mijn eigen schrijfsels: geduld. Mijn inspiratie is momenteel een braakliggend terrein. Ik verwijs u dus graag even door.





De films van 2011

1 01 2012

Als filmfan heb ik een topjaar de rug. Niet omdat ik zo gigantisch veel goede films heb gezien, wel omdat ik véél films heb gezien. 230 namelijk. Dat is slechts 9 minder dan mijn recordjaar 2006. 113 daarvan zag in een bioscoop, waaronder ook 27 films op het zomerfilmcollege en 30 op het Gentse filmfestival.

Het lijstje hieronder bestaat uit de beste films die ik dit jaar gezien heb – van de films die in 2011 in de bioscoop verschenen. Ik heb immers nog een pak andere goede films gezien, waaronder enkele formidabele klassiekers als All About Eve en How Green Was My Valley, maar die worden dus niet in deze lijst opgenomen. Aan u om er naar hartelust tips uit te halen.

1. The Tree of Life

Niet iedereen wist deze spirituele film te appreciëren. Het levensbeschouwende, haast metafysische aspect van de prent was ook niet zozeer wat me aansprak, als wel de bijna zintuiglijke ervaring die het bekijken van de poëtische beeldenstroom bij momenten wist te zijn, inclusief gecontesteerde dinosaurus. Slechts heel zelden verschijnt een film die je raakt zonder dat je precies weet waarom, die uniek is in zijn beleving. Een filmisch equivalent van een gebed, een filosofisch buffet, een waar genot.

2. The King’s Speech

Tussen de vele vernieuwende en verheffende films zat voor mij ook een klassiek drama. The King’s Speech was niet alleen een streling voor het oog en een acteerfestijn van tal van excellente acteurs, maar ook een pakkend relaas over een man die ondanks zijn status over geen greintje zelfvertrouwen beschikt en tot zijn grote verbazing toch tot grootse dingen in staat is.

3. Black Swan

De geleidelijke overgang van obsessie naar waanzin wordt door regisseur Darren Aronofsky raak uitgebeeld. De fysieke manifestatie van de waanbeelden  – een danseres die denkt dat ze in een zwaan verandert – geeft een horrordimensie aan dit psychodrama dat het immense talent van Natalie Portman volledig tot zijn recht laat komen. Een film die je na afloop even van je af moet schudden.

4. Drive

De stijlvolle voorstelling die deze ode aan de misdaadfilms uit de jaren ’70 is, weet niet alleen audiovisueel te imponeren – de soundtrack van het jaar! – maar is ook een spannend én beknellend liefdesdrama waarin een zwijgzame protagonist alles op alles zet om zijn geluk en dat van zijn geliefde te garanderen. Esthetisch verantwoord maar schokkend gewelddadig  gebracht, is dit ook een illustratie van het vernieuwende talent van de filmmaker Nicolas Winding Refn.

5. Hugo

Martin Scorsese’s oogstrelende en hartverwarmende familiefilm is niet alleen een formidabel gemaakte 3D-film, maar voor mij vooral een ultiem eerbetoon aan de verbeelding en de energie van de eerste filmmakers. Wanneer George Méliès, een pionier van de filmindustrie, in de film gevierd wordt voor zijn bijdrage aan de film, raakt dat me tot in het diepst van mijn filmhart. Scorsese, zelf een groot filmfan, slaagt er in ons te laten aanvoelen dat zelfs de meest formidabele blockbuster vandaag nog terug te brengen is tot het amateurwerk van toen en dat al ons filmfanatisme gefundeerd is op de inzet en creativiteit van een groep enkelingen meer dan honderd jaar geleden.

6. We Need to Talk About Kevin

Het moederschap in ragfijne mootjes gehakt. Een pijnlijke, koele studie van een moeder die de speelbal is van haar psychopathische zoon terwijl ze toch uit alle macht probeert van hem te houden. Tilda Swinton beeldt elke minieme emotie treffend uit en ondergaat haar boetedoening met een ijzingwekkende gelatenheid. (mijn recensie)

7. In a Better World

Principes en idealen worden extreem op de proef gesteld in dit overrompelende Deense drama waarin een aantal volwassen hun eigen nobel denken ziet stranden op het extreem gedrag van hun kinderen. De topscenarist Anders Thomas Jensen wroet in  de menselijke geest zoals alleen hij dat kan, waardoor de kijker een spiegel voorgehouden krijgt.

8.  La Piel Que Habito

Almodóvar blijft op vertrouwd terrein, met een zeer meeslepende, intense psychohorrorprent. In zijn eigen, onnavolgbare stijl refereert hij naar klassieke genres, kruidt hij met wat groteske of kitscherige elementen en splits hij ons vooral een extreem macabere plotwending in de maag. (mijn recensie)

9. Medianeras

Een Argentijnse stadsromance vol spitsvondige scènes en voldoende karakteruitwerking om je helemaal voor zich te winnen. (mijn recensie)

10. Hanna

Een geweldige actiefilm over een klein maar dodelijk meisje, die zich dankzij excellente acteurs, sfeerbepalende locaties, een uitgekiende visuele stijl en een knaller van een soundtrack van The Chemical Brothers. (recensie)

11. Rundskop

Het Vlaamse boerendrama heruitgevonden.

12. The Kids Are All Right

Een herdefinitie van het concept gezin. (recensie)

13. Simon Werner a Disparu…

Een fascinerende kruising van Donnie Darko en Elephant. (recensie)

14. Le Gamin au vélo

Grootsheid zit hem soms in kleine dingen. Prachtfilm.

15. Les Géants.

Een ode aan de onbezorgde kinderjaren, zij jhet met een bitter randje. Waals pareltje.

16. Incendies

Zware tragedie met een opdoffer van een plotonthulling.

17. True Grit

Wat ondergewaardeerde Coenwestern.

18. 127 Hours

Weten hoe het afloopt, maar toch geen minuut verveling.

19. Mission: Impossible – Ghost Protocol

Razend spannende popcornfilm.

20. The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn

Tegen mijn zin enorm genoten van deze tot leven gekomen jeugdherinnering.

21. Les Neiges du Kilimandjaro

Frans ode aan de goedheid van de mens. (recensie)

22. The Ides of March

George Clooney blijft scoren. (recensie)

En ook nog Troll Hunter, Melancholia, Bridesmaids, Beginners, Super 8, Het Varken van Madonna, 50/50, Pulsar, Lena, Die Fremde, Hasta la Vista, Larry Crowne, X-Men: First Class, Source Code, Rabbit Hole, Rango, The Fighter, Never Let Me Go, Barney’s Version, La Nostra Vita.

 

 








%d bloggers liken dit: