Lectuurtip: Ik, Hollywood

24 06 2012

Eén van mijn favoriete auteurs, Jan Van Loy, maakt met het lijvige Ik, Hollywood goed dat zijn vorige roman eigenlijk slechts een novelle was. Met een enorm genoegen verslond ik dit boek om het nadien zeer voldaan neer te leggen.

Ik heb stilaan de indruk zowat alles graag te lezen van Van Loy, al blijven de deugnieten uit Bankvlees me nog het meest bij. Dat zijn recentste roman zich in Hollywood afspeelt, en zelfs een volledig tijdperk beschrijft waarin de cinema van wegwerpartikel evolueert tot volwaardig cultuur- of entertainmentproduct, is voor een filmfan als ik natuurlijk nog een extra motivatie. Enkel als beschrijvend verslag van een bepaalde periode, is Ik, Hollywood al de moeite waard. Van Loy heeft zich verdiept in de geschiedenis van de beroemdste filmstad en dat levert uiterst geloofwaardige beschrijvingen op.

Ik, Hollywood, is echter opgevat als een soort biografie. De fictieve Louis Peters is een filmmogol die de cinema van bij het begin mee vorm geeft. Het verhaal vangt aan in het begin van de 20e eeuw en eindigt bijna 100 jaar later met een verrassende maar wat mij betreft, dramatisch versterkende epiloog. De gebeurtenissen in Peters’ leven zijn op zich van minder belang. Hij blijft immers voor het grote deel onbewogen bij alles wat zich afspeelt. Daar zit aanvankelijk mijn wrevel tegenover deze roman: er zit erg weinig emotie in. Het duurt behoorlijk lang voor je Peters als een echte deelnemer aan de actie kan beschouwen in plaats van een achtergrondfiguur. Door consequent te blijven in het schetsen van de protagonist, slaagt Van Loy er uiteindelijk wel in ons echt te betrekken bij Peters.

Mijn geringe literaire inzichten, doen me twijfelen of dit echt de opzet is, of dat ik dit slechts aanvoer ter verdediging van Van Loy. Hoe beklijvend deze roman ook, het gebrek aan gevoel is zo nadrukkelijk dat er meer achter moet zitten, zeker bij een ervaren schrijver als Van Loy. Bovendien loopt het voor mij nog ergens fout: Louis ontmoet doorheen zijn leven zoveel mensen, dat je als lezer na een poosje nog amper de moeite doet hen als volwaardige personages te beschouwen. Wanneer het boek verwijst naar eerdere passanten in Louis’ leven, weet je amper nog wie dat waren. De starlets lijken bv. op den duur onderling inwisselbaar. Enkel de figuren die Louis al als jongvolwassene omringden, blijven echt bij.

Het is ook jammer dat zelfs ik als filmfanaat niet alle verwijzingen snap, want zowat alle filmsterren in het verhaal lijken me gebaseerd op echte filmgoden. Het zou het boek voor mij nog treffender maken als deze referenties duidelijker waren, maar anderzijds zou dat wellicht de subtiliteit niet ten goede komen.

Ik kan aannemen, waarde lezer, dat u zich stilaan afvraagt waar mijn argumenten blijven om deze roman toch een aanrader te noemen. Ook daar voel ik me tekortschieten als letterkenner. Ik raakte immers evenmin onder de indruk van de literaire kwaliteiten van deze roman. Ik trof geen zinderende zinnen aan of woorden van schoonheid. Van Loy’s stijl is eerder zakelijk en sec.

En toch sleept Ik, Hollywood, mee tot de laatste pagina. Dat behoeft bij gebrek aan kennis dan maar geen analyse: het is gewoon een goed boek.

Advertenties




Gerecycleerde belevenissen

10 06 2012

Ik vind mijn leven momenteel aangenaam, gevarieerd en niet al te stresserend. Qua sterke verhalen om de lezers van deze blog nu  en dan eens te onderhouden, valt het echter dik tegen. Ik was niet de 1000e klant in de supermarkt, ik viel niet uit een luchtballon, ik redde mijn bejaarde buurvrouw niet uit een brand en zat in de bioscoop niet naast Lionel Messi, Johan Vande Lanotte of Debby Pfaff.

Dus gaan we het wat verder zoeken. Drie waargebeurde anekdotes die het bloggen waard zijn, maar niet door mezelf zijn beleefd. Heb ze wél uit eerste bron.

*Ik reed naar huis na het boodschappen doen toen ik een bejaarde dame aan de kant van de weg zag staan met pech. Ik stopte om hulp te bieden. ‘Excuseer, bent u soms Tante Terry?’ vroeg ik de dame. Dat was ze inderdaad, en ze was in Gent om er in een bejaardentehuis op te treden. Haar wagen had kuren, ze kende de weg niet, voelde zich opgejaagd in het verkeer en begon zichzelf stilaan te oud te vinden voor dit soort ondernemingen. Ik bood aan haar met de wagen te begeleiden tot ze ter plekke was. Onderweg belde ik snel naar mijn moeder om haar deel te laten  uitmaken van mijn interessante ontmoeting. ‘Zie dat je contact houdt’, waarschuwde mijn moeder me, vanuit de veronderstelling dat je nooit een BV te veel kunt kennen.

De auto van Tante Terry gaf tenslotte de geest en dus bood ik aan haar naar haar plek van bestemming te brengen. Mijn auto was een slagveld en de boodschappen lagen verspreid over de hele wagen, maar mijn excuses waren overbodig. Tante Terry was erg dankbaar. In een telefoongesprek met een familielid prees ze me. ‘Een gaawen madameken’ klonk het op zijn Antwerps.

Toen we ter plekke waren, werd ik duizend keer bedankt door Tante Terry. De volgende dag belde ze me, om me nogmaals te  bedanken en haar opluchting te uiten dat er nog behulpzame mensen waren. Ze vroeg mijn adres en enkele dagen later arriveerde een pakket met boeken en dvd’s voor kinderen, en een persoonlijke dankbrief van Tante Terry, die zich daarbij nog excuseerde dat de brief met de hand geschreven was. Ik vond het alleszins een aangename onverwachte ontmoeting en zal me Tante Terry herinneren als een zeer aardige dame.

*Ik ben huisarts en werd opgeroepen om een geboorteattest af te leveren van een kindje dat thuis geboren is. Het betrof een Turks gezin in Lochristi met een gezond kindje. Ik stelde gewicht en lengte vast en stelde het officiële geboorteattest op. Na iedereen veel geluk gewenst te hebben, zette ik mijn huisbezoeken verder.

Enkele uren later was ik in Gent nodig om opnieuw een registratie af te leveren na een thuisbevalling. Tot mijn stomme verbazing – en de schrik van de betrokken familie – betrof het hier hetzelfde koppel en hetzelfde kindje als eerder die dag in Lochristi. Ze hadden zich verplaatst naar het huis van een familielid om te doen alsof het kind daar geboren was. Blijkbaar was het een beproefde manier om een kind aan te geven dat niet bestond en er dus onrechtmatige inkomsten mee te vergaren, al was het natuurlijk geen deel van het plan dat ze twee keer dezelfde dokter over de vloer kregen. 

*Ik was onlangs in Madrid om er mee de belichting van de voorstelling Die siel van die mier van en met Josse De Pauw in goede banen te leiden. Die dag vernamen we dat de wereldberoemde Spaanse cineast Pedro Almodóvar in het publiek zou zitten. Men wist ons te vertellen dat hij nooit tot het einde bleef en pas op het laatste moment zou arriveren. Hij kwam inderdaad net op tijd aan en nam plaats op het balkon. Toen de monoloog afgelopen was, bleek Almodóvar als enige nog in de zaal te zitten. Hij sprak me aan. ‘Do you know who I am?’ vroeg hij vriendelijk. Dat kon ik bevestigen, en ik voelde me haast vereerd dat hij me aansprak. Hij verzocht de acteur te ontmoeten, wat we om begrijpelijke redenen steevast weigeren. Maar zou Josse De Pauw het me kwalijk nemen dat ik ook Almodóvar teleurstelde? Ik klopte dus aan bij Josse. Hoe enthousiast hij was om een tevreden publiekslid te ontmoeten, laat ik in het midden, maar toen hij Almodóvar in het oog kreeg, maakte ontzag zich van hem meester. Ik bleef aanwezig bij deze korte ontmoeting waarbij de Spaanse regisseur de loftrompet stak over wat hij net gezien had. Het was een best indrukwekkende ontmoeting, met een op het eerste zicht beminnelijke man, die ons de daaropvolgende uren volledig in de ban hield.

Bedankt, K., R. en Dr. X om me schaamteloos te laten uitpakken met jullie belevenissen. Zie het vooral als een bewijs van mijn luisterkwaliteiten en wijt eventuele overdrijvingen, foute wendingen of gedachten geheel en al aan mijn eigen interpretatie van jullie ervaringen. Het Verantwoord Tijdverlies bedankt jullie alleszins voor jullie bijdrage.





Moet er nog brol zijn?

8 06 2012

Enkele maanden voor het einde van elk schooljaar krijg je als leerkracht een budget ter beschikking voor het bestellen van nieuw materiaal voor het volgende schooljaar. Bij de stad Gent wordt met een aantal raamcontracten gewerkt, waardoor je verplicht bent bepaalde zaken aan te kopen bij de firma die de stad kiest.

Gent koos voor Lyreco, een bedrijf met bijna 100 jaar ervaring en een catalogus om duimen en vingers bij af te likken. Als een kind dat zijn Sinterklaasgeschenken mag uitzoeken, blader ik door het glanzende overzicht, dromend van een perfect uitgerust klas. Ik wik en weeg, kies en keur, om uiteindelijk mijn gamma te selecteren.

Nog voor we de laatste schoolmaand aanvangen, worden de meeste van deze spullen al geleverd. Eens de doos geopend, vallen mijn perspectieven in duigen. Men heeft me voor de zoveelste keer opgezadeld met brol.

Dit is bijvoorbeeld de lijm die ons bezorgd wordt. Ieder jaar een ander merk, vreemd genoeg. Dit keer betreft het zelfs een merkloos product. Lijkt wat onbetrouwbaar en dat is het ook. Wat je onder de dop aantreft, is geen lijm, maar een kruising van stopverf, verharde yoghurt en gestolde smeerkaas. Amper zacht en vooral: niet lijmend. Je scheurt er al snel je blad mee en je broek aan, want daar zit je dan met 20 lijmsticks die je niet kunt gebruiken en die een deel van je budget hebben gekost.

Weliswaar een klein deel. De lijm is spotgoedkoop en dat is er dus aan te merken. Nu kan ik aannemen dat er een goede deal is gesloten tussen de stad Gent en de firma Lyreco, maar kwaliteitsvereisten werden daarbij blijkbaar niet gesteld.

Een ander voorbeeld: push-pins. Om op je prikbord te prikken. Wat zou daar kunnen mee misgaan? Een plastic dopje en een metalen naald. Je zou haast gaan denken dat alle push-pins ter wereld gewoon dezelfde zijn. Je pakt ze uit het doosje en merk aanvankelijk niets op. Maar mijn grote vingers voelen al snel enig verschil: ze zijn net iets korter. Het zij zo, plastic gespaard, geld gespaard, milieu gespaard. Maar dan kom je tot de kern van de zaak: het is alweer brol. De naaldjes zijn eigenlijk nét te kort, buigen snel om of vallen er uit waardoor zelfs een blaadje papier op een prikbord vasthechten, een onzekere onderneming wordt.

Dan is er de niettang die voortdurend hapert en na een jaar kapot is. De gommen die eigenlijk niet echt gommen, maar je potloodstrepen omzetten in vlekken. De papierklemmen die te klein zijn en niet buigen maar breken. Ik ben zeker dat nadere bevraging van collega’s nog meer voorbeelden oplevert, maar daar heb ik nu  niet meteen tijd voor. Ieder minderwaardige product is een te veel zijn voor een onderneming met het prestige van Lyreco.

Nu zijn er ergere dingen dan brol in je klas. Maar eerlijk gezegd zou ik liever niets van dit alles in de klas hebben dan nu te moeten aanzien hoe de zaken bijna rechtstreeks uit de verpakking de vuilnisbak ingaan. Wat een verspilling.

De crisis heeft in het onderwijs in Gent zeker getroffen. Dat zit hem vaak in drastische veranderingen of sluimerende ongemakken. Maar met de aanschaf van zulke waardeloze artikelen, wordt zelfs de dagelijkse werking van je klas heel subtiel ondermijnd. Gebrekkig of kapot materiaal zorgt voor ongemakken, wrevels en gesakker. En het gevolg is dat je als leerkracht, nog maar eens een keer, je eigen portemonnee of die van de ouders aanspreekt om dan maar zelf degelijk materiaal aan te schaffen.

Lyreco levert wat gevraagd wordt natuurlijk, al vraag ik me af wat de betreffende brol in hun catalogus doet. Maar de stad Gent, en in dit geval de verantwoordelijken voor contracten en leveranciers, wie dat ook mogen zijn, doet zichzelf uiteindelijk tekort door zo nadrukkelijk op de centen te letten. Duurzaam en degelijk materiaal gaat immers langer mee, waardoor we op termijn minder zullen nodig hebben.

En op die momenten denk je aan de bedrijfswereld en andere welstellende werkmilieus, waar gebouwen, meubilair en materialen nieuw, kwalitatief en onuitputbaar zijn. Ik heb een mooie job, maar soms vraagt het net te veel inspanning om dat te kunnen vaststellen.





Het Spruitige Spreekwoord (5)

2 06 2012

Afgelopen week concludeerde collega Caroline tevreden dat ‘alles op rijtjes loopt’.

Het kanariekoppel in haar klas heeft een jong. Na observatie stelde Caroline vast dat ‘de mama voedsel vergadert in haar bek’. Het West-Vlaamse vergoaren is dan ook een multi-inzetbaar werkwoord.

Mijn collega Caroline is gelukkig altijd de eerste om met haar eigen versprakingen te lachen.

Lees ook:

Het spruitige spreekwoord (1)
Het spruitige spreekwoord (2)
Het spruitige spreekwoord (3)
Het spruitige spreekwoord (4)








%d bloggers liken dit: