Daar wou ik niet van

25 10 2012

Op mijn computer trof ik onlangs een lezersbrief aan die ik naar Humo stuurde, in mei 2001, toen ik nog tomeloos bralde. De brief werd ook gepubliceerd. Ik stel vast dat ik na al die jaren best nog achter de boodschap sta. Al zou ik nu trachten aanzienlijk minder uitroeptekens te gebruiken.

Dat de laatste jaren geen mens op televisie nog moeite doet om nog correct , of nog maar simpelweg Nederlands te spreken, is iets waar ik me allang aan erger.  Jan met de pet moet ondertiteld worden, en presentatoren verwarren spontaniteit met dialect spreken.  En het moet vooral allemaal heel simpel.  Geen zinnen van meer dan 12-13 woorden in het VTM-nieuws en liedjesteksten à la K3, op het taalniveau van een 2-jarige.  Mijn ergernis kende een nieuw hoogtepunt tijdens het bekijken van ‘De Zevende Dag’, op zondag 13 mei.  Wanneer VU-ondervoorzitter Geert Lambert antwoordt op een vraag met ‘Daar heb ik geen affiniteit mee’, roept hij ergernis op bij Sigfried Bracke.  Die corrigeert hem als volgt:  ‘De gewone mens zegt ‘Daar wil ik niet van!’, en Meneer Lambert herhaalt gedwee.  Ja, sinds Meneer Bracke de ‘Wablieft’-prijs voor helder taalgebruik ontving, voert hij nog heviger strijd met de ‘moeilijke woorden’ van vele politici.  Nochtans, Meneer Bracke, vraag ik me af wat er mis was met het antwoord van Meneer Lambert.  Ik ben vrij zeker dat  vele ‘gewone mensen’, en zeker de Zevende Dag-fans hem  begrepen hebben!  En wie niet begrijpt wat ‘affiniteit’ betekent, moet maar wat meer moeite  doen! Televisie mag nog leerzaam zijn, hoor!  Ik acht mezelf absoluut geen intellectueel of zo, en maak zeker ook deel uit ‘van het gewone volk’, maar ik heb totaal geen moeite met dit soort woorden.  Integendeel!  Ik meen dat je alleen maar je eigen woordenschat kunt uitbreiden door af en toe eens een woord op te vangen dat niet tot ons dagelijks taaltje behoort.  Ik begrijp dan ook niet waarom u het allemaal zo graag simpel houdt!  Hoe beperkter het woordaanbod in de media, hoe simpeler het publiek wordt!  Ik ben nu 23 jaar en mijn taalpassie werd juist gestimuleerd door vaak geconfronteerd te worden met wat ‘moeilijkere woorden’.  Leest u bv. het HUMO-interview met Fred Brouwes en Geert Van Istendael bv. maar eens (HUMO nr3166)!  De welbespraaktheid van die twee heren is uitermate genietbaar!  Van uw kleutertaal krijg ik de kriebels!  Televisie is al oppervlakkig genoeg de laatste jaren!  Verlaag uzelf toch niet tot een niveau dat een goed journalist als u onwaardig is!  En mag ik trouwens opmerken dat ‘Daar wil ik niet van’ ook niet echt helder taalgebruik te noemen valt?

 Sven De Schutter

14-05-2001

Advertenties




Lectuurtip: Het Leven van Pi

24 10 2012

Al jaren geleden raadde mijn broer mij een keer een boek aan in plaats van omgekeerd. Omdat ik er niet toe kwam Het Leven van Pi te lezen, gaf hij het me dan maar cadeau. Ik was niet meteen enthousiast, al vallen de keren te koesteren dat Boris wél aan mijn verjaardag denkt natuurlijk.

Na enkele maanden begon ik het dan toch te lezen. Een tiental bladzijden ver belandt het hoofdpersonage in een godsdienstige crisis. Ik voelde mijn interesse afzwakken, begon aan een ander boek en Het Leven van Pi verdween in mijn boekenkast,  al was er het voornemen er zeker ooit nog eens aan te beginnen.

Toen las ik over de op handen zijnde verfilming. Mijn interesse werd weer gewekt. Later verscheen de eerste trailer. Die bleek echt aanstekelijk, en ik realiseerde me dat ik het boek echt wel wou gelezen hebben voor de film verscheen. Dat is dus een gigantische meevaller geworden.

Het Leven van Pi van Yann Martel is een soort overlevingsverhaal met een filosofische inslag, waarbij een 16-jarige jongen als schipbreukeling tracht de bewoonde wereld te bereiken, in het gezelschap van enkele dieren waaronder een tijger. Dit concept levert een meeslepend, geraffineerd en hartstochtelijk verteld verhaal op.

Daar moet u het maar even mee stellen, wat betreft verdere literaire analyses, ik kan u alleen maar  meegeven dat de roman niet weg te leggen is en je je voortdurend in de plaats van de protagonist stelt. Vanuit de zetel een avontuur beleven dat levensecht beschreven is, is een groot genoegen voor wie graag leest en dan doet Het leven van Pi precies wat goede literatuur hoort te doen.

En nu de film afwachten!





The End (4)

21 10 2012

De 39e editie van het Gentste filmfestival was mijn dertiende. Het is dan ook een verslaving natuurlijk. Bijna veertien dagen lang stond mijn leven in het teken van dit festival. Ik zag zo veel mogelijk films, in mijn geval tussen het lesgeven door. Te lang opblijven, geen tijd om te eten, rode ogen van vermoeidheid, tientallen keren met de fiets naar de cinema, tussendoor trachten te recenseren … het doet fysiek gezien niet altijd deugd. Een gigantische verkoudheid maakte het bij momenten zelfs kantje boordje: afhaken of niet? Maar desondanks was het net als andere jaren een heerlijk summum van escapisme.

Ik heb 31 films gezien op 12 dagen. Het hadden er meer kunnen zijn, maar zoals ik vooraf voorspelde zou mijn overladen programma bovenmenselijke krachten eisen, en dat valt niet te combineren met een job. Ik heb dus enkele keren een film laten vallen. Omdat ik moe was, omdat de film naar verluidde niet erg goed was, omdat het gezellig was in de bar. En één keer omdat de techniek het liet afweten.

Ik heb daar geen spijt van. 31 is best een goed resultaat – het is er zelfs eentje meer dan vorig jaar. Ik zag veel goede films en erg weinig slechte. Die kwamen als vanouds van over de hele wereld: twaalf Amerikaanse, vijf uit België (en allemaal goed!), twee uit Groot-Brittannië, twee uit de Filippijnen, en eentje uit Frankrijk, Israel, Urugay, Zuid-Korea, Hongarije, Tsjechië, Oostenrijk, Mexico, Australië en Denemarken.

Het festival blijft een goed georganiseerd gebeuren. Er kan misschien nog gewerkt worden aan de stiptheid van de voorstellingen in Studio Skoop, maar verder verliep alles doorgaans prima. Het blijft een raadsel waarom het festivalcafé zo piepklein was, maar het heeft niet verhinderd dat we er graag een film doorspoelden. Ik ben dus een tevreden klant.

De slotfilm bleek uiteindelijk de grootste teleurstelling. Passion van Brian De Palma was een grotesk onding. Ik had het te doen met Daniël Termont, die de voorstelling bijwoonde. Onze burgemeester raakt wellicht amper in de bioscoop en dan schotelt men hem zoiets voor. Verder wel fijn dat de verdeler van deze film mij een ticket voor de receptie bezorgde. Dank u, Lumière!

Goed gezelschap maakte als gewoonlijk deel uit van het plezier. Mensen die de verslaving begrijpen en evalueren met kennis van zaken, daar kan je het wel mee uithouden, al die tijd. Jarig zijn tijdens het filmfestival,  – jaar na jaar valt mijn verjaardag tijdens dit filmfeest – was dan ook extra fijn. Net die dag zag ik zelfs drie erg goeie films!

Ik ben natuurlijk wel enigszins opgelucht dat het allemaal weer voorbij is, maar anderzijds sluimert er al enige weemoed in mijn hoofd. Dat het dus maar snel oktober 2013 is, voor de 40e editie!








%d bloggers liken dit: