Beu Ten Adem

4 11 2012

“Ze dropt het zout in de wonde van mijn dorst”

Mogelijk vindt u dit een fascinerende zin, een stukje wonderbaarlijk creatief taalgebruik, een snede pure poëzie. Dat mag. Ik vind er niets aan. Ik ben dan wel een woordliefhebber, maar ook een poëziebarbaar. Dit soort zinnen doet me niets. Ik vind het hermetisch, gezocht, betekenisloos gezwam. Maar men mag me gerust tegenspreken.

Het was ook niet precies wat de DOKvrienden voor ogen hadden, toen ze zich op zomaar een zondagnamiddag rond de DOK-stoof schaarden om er met taart en koffie de verjaardag van Els en Karlien te vieren. Na zo’n uurtje dienden we het gekeuvel te onderbreken. Ten Adem zou een optreden brengen. Muziek, performance, poëzie. Het verstoorde ons gezellig onderelkaartje, maar daar zouden we geen punt van maken. We bevonden ons in de DOKkantine en daar wordt zo nu en dan wel meer geserveerd dan enkel taart en koffie. Ongevraagd wat cultuur opsnuiven dus, we zouden dat wel een uurtje uitzitten.

De woordkunstenaar van de betreffende groep leek echter niet meteen bereid ons evenveel krediet te geven. Zijn lichaamstaal sprak al na een nummer of twee boekdelen: dat feestje, daar rechts naast het podium, stond de serene en vooral stille sfeer die hij betrachtte in de weg. Ik bekeek het toevallig even van een afstandje. Er werd in het gezelschap nu en dan wat gefluisterd en stiekem gegniffeld om de nogal hoogdravende prutpraat, maar dat leek me tot het te verwachten geroezemoes te beperken in dit soort situaties. Bij een optreden in een kantine kan je geen schouwburgsfeer verwachten. Je aanvaardt maar beter dat sommige toeschouwers slechts toevallig aanwezig zijn. Daar ga je dan maar professioneel mee om, tot je ooit eens in het soort zaal of theater terechtkomt waar je momenteel al denkt recht op te hebben.

Maar woordvoerder Bardthesque leek vastbesloten zijn plek in het universum én meer op te eisen. Hij liet tussen de nummers door wat schampere kritiek sluimeren op de cultuurbarbaren die dachten hun feestje te kunnen voortzetten. Op een bepaald moment werd de microfoon nadrukkelijk verplaatst en kreeg het feestgezelschap – dat zich nog altijd opmerkelijk rustig hield – enkel nog de rug te zien van de brabbelaar. Met een weinig subtiel handgebaar en een duidelijk minachtende boodschap was voor hem de kous af. Hij zou zijn grote woorden enkel nog richten tot de rest van het publiek, een man of tien waaronder wellicht een tante of twee, een zus en de technicus.

Ik was – ondanks mijn verstoorde zondagsrust – vastbesloten dit beleefd en verdraagzaam uit te zitten. Ik hou van taal, wie weet viel er toch hier en daar een rake gedachte op in dit met bravoure gebrachte gekakel over keuken en krachtvoer. Maar zelfs mijn meest bereidwillige hersencel slaagde er niet in bij de les te blijven. De door Bruno Vandenberghe en Topo Copy ontworpen wandkunst achter het podium bleek honderd keer interessanter. Ik had dus nog meer moeite met de sterallures van de artiest.

Neutraal bekeken kan je zeggen dat er een ongelukkige samenval van activiteiten plaatsvond. Ik zou daarbij bereid zijn voor beide partijen begrip te tonen, maar de arrogantie en onverdraagzaamheid waarmee dit door de Ten Ademfrontman aangepakt werd, was, zoals u merkt,  bloggenswaardig en bepalend.

Ten Adem noemt zichzelf obscuur. Ik ben geneigd hen vanaf vandaag nog wat anders te noemen, maar ik hou dat maar voor mezelf. Of ik verwerk het in stukje poëzie…


Acties

Information

4 responses

4 11 2012
Nele

Dank je Sven, al mijn gedachten en mijn gevoelens op een A4!

18 11 2012
Katty

Onlangs hetzelfde ongeveer meegemaakt met Koen De Cauter in café “De Kleine Kunst”

22 11 2012
Caroline

Maar poëzie kan ook gewoon erg goed zijn, hoor :
http://www.ntgent.be/productie/de-vreemde-smetten-ramsey-nasr-mauro-pawlowski
(Nadien wil ik er zelfs nog een boompje over opzetten)

21 01 2013
gitte

Ik bots op deze bittere blogtekst in mijn zoektocht naar speeldata van Ten Adem.
Nu ik hier toch beland ben : tegenlichttijd of ik sta eeuwenlang bij mezelf in het krijt.
Dus meneer Deschutter uw mening deel ik niet.
Ik indiaan, ik vonkenregen, wervelwind, omsingel, schiet letters met klakkebuizen in de ogen der tegenstand want ik was daar ook. In die kabine met de kachel vol vlammen. Zie maar : naast de langgerekte schaduw zit een papa met een krant, links daarvan zit ik, u ziet mijn rug.
De rug zat daar zonder familiale verplichtingen en hoorde ook niet bij de taart, de techniek, noch bij de jarige dames plus hun trouw trawantschap. Nee, de rug had Ten Adem voor het eerst beluisterd (in prima omstandigheden) in CC Berchem het weekend daarvoor. Dus de rug was nieuwsgierig.
Recht voor de zon die door de ruiten naar binnen gloeit, ziet u de stuurman. Na een nummer of twee vroeg deze weerbarsteling jullie wie er jarig was, hij wenste de dames proficiat en vertelde dat zijn vader ook verjaarde die dag. Na een nummer of vier vraagt de gulle schurk hoe kwalijk het probleem is voor de jarigen om de escapades vol taart en het theekransgegniffel eventjes te moeten staken. Minder subtiel, maar toch charmant.
Na een nummer of zeven verplaatst de oproerling zich spontaan van podium positie en verbeterde hierdoor het optreden voor ons: die rug of tien. Veertig minuten cricketmatchen, tuinbouwwedstrijden, theekransjes of verjaardagsfeestjes staken kan tergend lang duren en erg veel frustratie opwekken, akkoord. Zelf heb ik de pest aan onverschilligheid en ook uw retorische vakbekwaamheid trek ik niet in twijfel maar er bestaat zoiets als nuance, meneer Deschutter.
Ik groet u met een beminnelijke armzwaai en mijn aller vriendelijkste handtekening.
Gitte

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers op de volgende wijze: