Gepamper: Fons

24 07 2013

fonsMet een knal ter wereld gekomen blijkbaar … Fons! Flore en Bart zullen hun handen wel even vol hebben met hun nieuwe aanwinst. Broertje Mil zal de aandacht wel leren delen, maar blijkt nu al een fijne grote broer. Fons laat zich intussen graag horen, zo blijkt maar volgens papa is er helemaal achteraan den hof nog een plekje waar je het net niet hoort…

Gigantisch veel gelukwensen dus voor deze familie vol pittige karakters!





Mit dem Fahrrad durch Berlin

20 07 2013

Ik bracht onlangs een kleine week in Berlijn door en die prachtige stad kun je op diverse manieren verkennen. Met de fiets leek niet zo’n slecht idee.

Je kunt op diverse plaatsen in de stad een fiets huren. Voor een volledige dag betaal je meestal rond de 10 euro. Wij vonden er eentje bij wie het net iets goedkoper was – 8 euro. Sommige hotels verhuren zelf fietsen aan hun gasten.

Berlijn heeft over het algemeen vrij brede straten, alleen is er op veel plekken geen fietspad. Daardoor voel je je op een aantal grote wegen minder veilig. Dan ben je snel geneigd je toevlucht te zoeken tot het voetpad. Dat blijkt zelfs redelijk gebruikelijk, zelfs al is het wellicht niet reglementair. Maar de voetpaden zijn vaak breed en bestaan soms uit twee verschillende soorten betegeling, waardoor je de indruk krijgt dat men er toch een fietspad mee suggereert. Dat is ons eigenlijk niet duidelijk geworden.

gedeeldlichtEr zijn wel erg veel verkeerslichten in Berlijn en dan vloek je nu en dan wel eens.  Op sommige kruispunten steek je als fietser best over met de voetgangers, omdat bv. links afslaan op een straat die uit meerdere rijvakken bestaat, te gevaarlijk lijkt. Dat wil wel zeggen dat je twee keer moet oversteken en dus twee keer wachten op groen – en dat kon soms lang duren. In Brussel werden deze week trouwens  twee proefopstellingen gedaan met een gedeeld verkeerslicht. Het zou wel eens kunnen dat zoiets effectief blijkt en in diverse grote steden kan toegepast worden.

De meeste fietsenrekken in Berlijn bestaan gewoon uit een ijzeren baar. Daardoor zien die stallingen er vrij chaotisch uit, maar het betekent wel dat er meer dan één fiets aan zo’n baar kan, in plaats van één zoals bij ons. Een sterk fietsslot hadden we bij de verhuurder gratis gekregen.

Na een poosje leerden we dat we soms beter parallelle wegen namen om ergens te komen. Die waren vaak wat rustiger dan de hoofdstraten. Maar Berlijn is New York natuurlijk niet, dus zo’n parallelle weg brengt je soms niet exact waar je moet zijn.

tiergartenBerlijn heeft ook een gigantisch en prachtig park (Tiergarten), waar een zestal straten doorloopt. In dat park fietsen garandeert je complete rust. Het is er stil en duizelingwekkend groen en je kunt er makkelijk om de voetgangers heen fietsen. Na een avondritje had ik wel enkele serieuze insectenbeten opgelopen. Die grote straten, die het park echt doorkruisen, kun je heel makkelijk oversteken, maar voor wie dat niet wil riskeren, is het rond punt in het midden wel makkelijk. Ik ben alleszins diverse keren opnieuw in het park gaan fietsen – het lag achter ons hotel – want dit was een echte oase van rust. Hoewel het een park is, krijg je erg vaak een bosgevoel, zij het dat je wel op mooi aangelegde paadjes fietst. Maar bepaalde delen werden bewust wat minder onderhouden. We zagen trouwens zowel een vos als konijnen.

De Duitse hoofdstad is sowieso al enorm groen. Er zijn heel veel parkjes en bomen en het is indrukwekkend hoe zo’n immense stad zich kan permitteren om midden in de stad zoveel ruimte vrij te laten – niet alleen parken maar ook ligweides, groene zones, strandjes, immense speelterreinen, … Wat ons ook opviel was dat de stad in heel wat straten ontzettend lekker rook. Ik herken die geur wel vaag – een welriekende boom, vermoed ik – maar hier was die geur zo continu en sterk aanwezig, ook in straten zonder bomen, dat we het haast mysterieus begonnen te vinden. Die enkele Berlijners die we daar naar durfden vragen, hadden geen idee wat we bedoelden. Toch blijf ik Berlijn nu sterk associëren met deze bloesemgeur.

De fiets bleek ook handig om snel wat verderop gelegen plekken in Berlijn te bezoeken. De metro en tram hebben we dus nooit gebruikt. Vanuit ons hotel was de halte daarvoor ook wat ver. Berlijn is wel een grote stad, maar met de fiets zijn de negen meest centrale wijken zeer makkelijk te bereiken. Wie vanuit het centrum verder wil, bv. naar Potsdam, moet bereid zijn daarvoor al een flink eind af te leggen.

En wie zelf niet zo’n moeite wil doen, kan altijd een velotaxi nemen!

Velotaxi-ffm001

rond punt Tiergarten

 rond punt Tiergarten





Bemoei u

18 07 2013

Toen mijn buurvrouw – een ontwikkelde, stadse, oudere dame – me er attent op maakte dat ze onze gemeenschappelijke buurman al even niet gezien of gehoord had, zag ik daar aanvankelijk geen reden tot paniek in. Het gaat hier om een wat vereenzaamde zeventiger die zichzelf niet zo goed verzorgt en af en toe een glas te veel drinkt. Hij leeft onregelmatig, kijkt de hele nacht naar televisie, komt op ongebruikelijke tijdstippen thuis, … We komen elkaar niet eens elke week tegen in de gang of lift. Zijn doen en laten valt sowieso al niet erg in de gaten te houden.

Wel had ik al sinds ik terug was van vakantie geen krant meer aangetroffen voor mijn deur. Mijn buurman bespaart zich immers een afdaling naar de kelder met afvalcontainers door zijn krant na het lezen voor mijn deur te leggen. Ik lees op die manier gratis de krant en tegelijk zorgt het voor betrokkenheid.

krantDat die krant ontbrak was echter niet zo vreemd. Ik had voor de buurman immers een briefje achtergelaten met de vermelding dat ik op reis was. Het leek me aannemelijk dat hij nog niet gemerkt had dat ik al vijf dagen terug was. Ik meende intussen ook wel al een paar keer zijn deur te horen dichtslaan hebben. Of niet? De buurvrouw – Alice – meende vanop haar balkon – dat bijna grenst aan het zijne – een vreemd geluid gehoord te hebben, maar ze kon moeilijk bepalen waar het vandaan kwam. Misschien waren het straatkatten. Of hippies of zo.

Alice had ook al eens aangebeld, maar kreeg geen gehoor. Soms hoorde onze buurman de bel niet (of sliep hij een roes uit), dus ook dat was weinigzeggend. Ze had het ook  over dochters waarvan ze geen telefoonnummer had. Ik was er niet van op de hoogte dat mijn buurman familie had – die kwamen alleszins zelden langs dan, maar zoiets kan gebeuren. Terwijl mijn buurvrouw en ik dit gesprek hadden, konden we door de deur van de buurman de televisie van jetje horen geven, zoals gewoonlijk, want hij hoort niet zo perfect meer. Eigenlijk leek deze situatie me niet opvallend abnormaal. We hadden het nog wat over ditjes en datjes en lieten het daarbij.

De volgende ochtend vroeg ik me echter af waar onze nuchterheid gezeten had. Deze situatie leek toch eigenlijk wat onrustwekkend. Ik sprong uit bed en haastte me naar beneden. In de inkomhal keek ik in de brievenbus van de buurman. Die zat vol! Ik kon er de ene krant na de andere uithalen. De oudste dateerde al van vrijdag. Vijf dagen geleden. De buurvrouw had intussen blijkbaar ook niet stilgezeten. Ze had het OCMW gebeld om te informeren naar de familie van onze buurman, maar dat bleek niet gebruikelijk te zijn. Ze had de buurman zelf ook opgebeld, maar hoorde enkel zijn antwoordapparaat. Met haar ongerustheid kon ze nergens terecht. De onderbuurvrouw had haar immers opgedragen zich nergens mee te bemoeien, want onze zonderlinge buurman was nu eenmaal een zonderling, vond ze.

Het scenario om iemand te waarschuwen sloop toen al door de diverse hoofden natuurlijk, maar de onderbuurvrouw had op Alice ingesproken: dat was huisvredebreuk! Ik vond dat nonsens. Ik was niet van plan mijn buurman zijn deur in te gaan beuken toch? Met de telefoon in de hand vroeg ik Alice wat voor buren we zouden blijken te zijn als de situatie echt ernstig was en we niets hadden ondernomen. Ik wilde het noodnummer al intoetsen, hoewel ik in mijn achterhoofd tegenargumenten voelde werken. Naar de politie bellen heeft altijd iets aanstellerigs, vind ik, alsof je iets verzint. Of de kostbare tijd van de politie verspilt. En vooral: wat als onze buurman plots de deur opende en ons chagrijnig vroeg waarover we zo luid stonden te converseren voor zijn deur? Dan maakten we ons zelfs misschien wat belachelijk? Voor de zekerheid belde ik nog snel enkele keren aan en klopte luid op zijn deur, maar er kwam geen reactie.

Ik belde dus 101, geruggesteund door Alice, want als we ons vergisten, deden we dat tenminste samen. Ik deed mijn verhaal en kreeg te horen dat de politie zou langskomen. Dat gebeurde een klein uurtje later. Drie vriendelijke agenten, waarvan de oudste zodanig Gents sprak dat ik hem met moeite begreep, vonden onze ongerustheid normaal en meenden dat we er goed aan gedaan hadden te bellen. Ze namen mijn verklaring af, terwijl we wachtten op de dochter, die door de politie gewaarschuwd was.

De dochter kwam aan en het was vreemd te ontdekken dat de man naast wie ik al bijna 7 jaar woon, kinderen had. Ze was niet in paniek, leek eerder wat geërgerd dat haar koppige vader misschien wel weer in de problemen zat. Ze bleek echter geen sleutel gevonden te hebben. De politie wilde niet meteen een slotenmaker bellen – dat zou te duur zijn – maar trachtte eerst met het povere alaam dat ik bezat, de deur te openen. Dat bleek geen succes en er werd een agent met geschikt materieel gebeld.

We stonden in het kleine halletje op elkaar geperst – drie agenten, de dochter, Alice en ik – en ik zette ramen en deuren van mijn appartement open om wat afkoeling te verkrijgen. Ik bood iedereen ook iets te drinken aan. Alice werd toen opgehaald door haar kinderen voor een familie-uitstap en sprak af me later die dag te bellen om de afloop te kennen.

Toen de deur eindelijk open was, gaf dat een vreemde sensatie. Mogelijk was mijn buurman dood. Ik had met de dochter wat over hem gepraat en betrapte mezelf er op dat ik moeite deed om in de tegenwoordige tijd te spreken. De agenten gingen eerst alleen naar binnen – ik ging er sowieso van uit dat ik niet naar binnen mocht – of wou – en de dochter wachtte naast mij. Dit was een heel andere soort spanning dan in de films. Misschien zou ze zo dadelijk te horen krijgen dat haar vader overleden was. We hoorden de agenten binnen praten maar het duurde wel een minuut of drie vooraleer ze naar buiten kwamen. ‘Hij is in leven maar slechts half bij bewustzijn. Hij is gevallen en ligt naast zijn bed.’ klonk het.

Terwijl de dochter naar binnen snelde, dacht ik even na over deze woorden. Het was al bij al geen slecht nieuws en het lot van de buurman ging me wel ter harte, maar toen pas kwam het besef dat het zwartgallige scenario dat Alice en ik besproken hadden, waar was. Men vermoedt altijd het ergste in de hoop dat de realiteit dan meevalt, maar dit was toch een wat beangstigend gelijk. Terwijl ik in het dagelijks leven zo graag gelijk heb.

Meteen daarna dacht ik aan de warmte van de voorbije dagen. Aan de televisie die al tijd keihard stond te kwelen. Aan het feit dat gedurende de dagen dat ik ontspannen zat te barbecueën met familie, op DOK aan het werk was, in de bioscoop zat, op café zat en tientallen keren voorbij de deur van de buurman liep, hij gewond op de grond lag. Te wachten, te denken, pijn te hebben?

DSC_1391Er kwamen een ziekenwagen – zonder sirene, dus dat was een goed teken – en een MUG ter plekke. De oudste agent zei me dat het er toch niet zo goed uitzag. Terwijl men hem binnen de eerste zorgen toediende, ontstond er buiten een gigantische fille. Enkele dagen geleden had ik er hier nog over dat hulpdiensten zo vaak in de weg staan. De ambulancier had de auto gerust een meter meer aan de kant kunnen zetten… Ik vroeg me af of ik de agenten – die allemaal binnen waren – moest waarschuwen, maar ik werd stilaan een karikatuur van een bemoeierige buurman. Gelukkig was de politie alert en werd het nodige gedaan om het verkeer opnieuw vlot te laten verlopen.

Toen kwam ook de brandweer aan. De buurman kon niet via de lift naar de ziekenwagen gebracht worden. Een brandweerlift diende hem van de derde verdieping te halen. Toen kreeg ik hem ook voor het eerst te zien. Dat was best schokkend. Onder het zuurstofmasker leek hij wel 100 jaar oud. Iedereen vertrok. De dochter bedankte me hartelijk.

Die avond belde Alice en ik deed haar het hele verhaal. Ze was uiteraard enorm opgelucht, maar ik nam hetzelfde waar als bij mezelf: die opluchting heeft niet alleen met de redding te maken, maar ook met onszelf: we hebben een risico genomen – want zo ziet een typische Belg dat toch wat – om ons ergens mee te bemoeien, om onszelf voor paal te zetten (want terwijl we in dat halletje stonden, bleef ik verwachten dat de buurman elk moment uit de lift zou stappen met een zakje bierblikjes in zijn hand en een vraagteken op zijn gezicht), en daar hebben we goed aan gedaan. Ze bedankte me ook: zonder mijn daadkracht was ze zelf blijven aarzelen, dacht ze. En was het misschien erger afgelopen. Ik vond het enerzijds heel normaal dat we alarm geslagen hadden, maar anderzijds heb ik voor het eerst zo’n clichématige schroom gevoeld die voor veel mensen een hindernis betekent om onrecht of vermoedens te uiten in situaties waar je op het eerste zicht ‘geen zaken mee hebt’.

De buurman is herstellende, maar is zeer verzwakt en moet alvast een poos op intensieve zorgen verblijven.

update 20/8: de buurman is vannacht overleden aan de gevolgen van een maagbloeding en levercirose.





Gepamper: Charlie Joe

16 07 2013

Beste Charlie Joe

Twee maand oud ben je al en er werd hier op het Verantwoord Tijdverlies nog met geen woord gerept over jouw bestaan op Aarde. Ik had nochtans, net zoals ik steeds welgemeend mijn vrienden feliciteer als ze papa en mama worden, die 12e mei mijn vreugde om jouw komst al blogsgewijs kunnen uiten en daarbij jouw ouders gelukwensen.

charlieDat heb ik niet gedaan. Het eerste kindje van mijn broer verdient een meer persoonlijke boodschap, vond ik. Dus stelde ik mijn mooie woorden wat uit tot ik een duidelijker beeld had van wie je was en wat dat met me deed.

Nu mijn vakantie volop bezig is en ik je intussen vijf keer gezien heb, dacht ik wel te kunnen weergeven hoe ik de zaken zie en aanvoel. Maar wat is dat bijzonder: jij lijkt elke keer weer iemand anders. Je bent Charlie, iedere keer opnieuw, maar telkens een andere dan de keer ervoor. Je bent mijn meest kersverse familielid maar toch slaag ik er niet een mentaal beeld van je op te roepen. Je bent voorlopig nog altijd meer een idee dan een daadwerkelijk neefje.

Dat komt natuurlijk in de eerste plaats omdat je zo razendsnel groeit en verandert. Maar het is ook zo dat onze relatie op dit moment oppervlakkig en uiteraard volkomen éénzijdig is. Ik ken je nog niet en jij kent mij al helemaal niet. De karakterindrukken tot op dit moment doen me jou beschrijven als rustig, knorrig, vastberaden en doortastend. Je kijkt vaak wat bedenkelijk, je geeft doorgaans geen kik, tot een situatie volgens jou anders moet en je wil al meer dan je kan.

Dat is voorlopig maar een schets hé, Charlie Joe. Wie weet blijk je verlegen, beïnvloedbaar, grappig, inventief of veeleisend. Dat zien we dan nog wel. Intussen symboliseer je wel de enorme kracht van geluk die onze familie in zijn greep heeft. Je bent het nieuwste en stevigste model buitenboordmotor aan de familiale sloep. We varen niet, we zweven. Allemaal, tot jouw 90-jarige overgrootmoeder Madeleine toe – al vindt ze jouw naam toch niet je dat.

Je bent geboren op een zondagnamiddag. Tegen de avond vernam ik het nieuws, aan het begin van een nieuwe en drukke werkweek. Je was zo ongeveer op tijd, al hoopte je overgrootvader Willy misschien dat je drie dagen later ter wereld zou gekomen zijn, waardoor jullie samen jarig zouden zijn en hij daar dan mee kon uitpakken alsof het zijn prestatie was. Maar het feit dat je enkele dagen te vroeg was, zorgde wel dat je op Moederdag werd geboren. Kan het mooier?

Ik kwam er pas dinsdag aan toe jou te komen aanschouwen. Charlie bleek ook wel Charlie Joe te zijn, wat ik nog tien keer fantastischer vond want ik hou van samengestelde namen. De trein naar Jette op, te voet naar het ziekenhuis wat net een tikkeltje verder was dan ik dacht. De halve familie was er toevallig ook. We dronken cider – die jouw oma/moeke/mémé/grootmoeder/bomma – we weten nog niet wat het gaat worden – Gerda steeds meebrengt uit Frankrijk en die ik helemaal niet graag drink. We bewonderden het kaartje en de confituur. Een mooie symbolische geste van je papa, dat hij je officieuze grootouders Erwin en Marie-Leen via de jambereidingen betrokken had bij de feestelijkheden.

DSC_0829En we bewonderden jou, dat piepkleine ventje dat ik met moeite vast kon nemen omdat de baby’s die ik doorgaans in de armen gedrukt krijg, al net iets voller en steviger zijn. We spraken vol lof over je glunderende papa en je tot rust komende mama die haar blijdschap uitsprak over de attenties en geschenkjes, en dan vooral over de zelfgemaakte stukken van je andere overgrootmoeder Marie-Louise: een deken, sokjes, een mutsje.

Nadat we jou samen wat gevierd hadden en zo lang mogelijk in het ziekenhuis bleven, namen we afscheid van jullie nieuwe gezin. De rest van de familie was aan eten toe – dat zijn ze altijd eigenlijk – en dus trok ik met de twee overgrootouders, je oma/moeke/mémé/grootmoeder/bomma, tante Ria en Nonkel Johan naar een restaurant in Jette waar we volgens jouw papa zeker de ribbetjes dienden uit te proberen. Over wie zich daar niet goed gedragen heeft en wat er allemaal misliep, hoef ik het hier en nu niet te hebben. Als je dit ooit kan lezen en begrijpen moet je me er maar eens naar vragen, voor zover ik dat dan nog zal weten.

De rest van de week draaide voor mezelf om routineuze beslommeringen, al genoot ik van de aandacht die ook ik als nonkel kreeg van vrienden en collega’s. Ik denk dat veel mensen die me goed kennen, wisten dat ik jouw komst erg belangrijk vond. Ik dacht na over je geboortegeschenkjes en vroeg me af wanneer ik je weer zou zien. In diezelfde week betrad ik het kantoor van het hoofd onderwijs van de stad Gent om er succesvol te solliciteren voor directeur-ad-interim. Voor jou van geen belang, maar voor mij vooral het tweede leuke nieuws van die week, dat ik nu altijd zal blijven associëren met jou.

En nu zijn we dus twee maanden verder. Je papa en mama krijgen niets dan lof over hoe ze met jou omgaan. Ze willen je allebei alsmaar knuffelen en zoenen en denken aan alles. Met jou ergens op bezoek gaan, blijkt gepaard te moeten gaan met een hele verhuizing, maar desondanks blijven ze al die familieleden maar verblijden met visites. Het is wennen jouw papa te zien in een zo’n grote verantwoordelijke rol, maar het lijkt anderzijds echt vanzelfsprekend te gebeuren. DSC_1433b

En er zijn dus al zoveel mensen die om je geven. Je ziet je drie grootouders alsmaar glunderen. Je oma/moeke/mémé/grootmoeder/bomma vindt zichzelf een cliché omdat ze jouw beeltenis op haar smartphone gezet heeft. Je peter Johan – mijn papa – is trots maar lijkt ook nog op zoek te zijn naar zijn relatie met jou. In zijn kielzog nog een heleboel mensen die jou nu al koesteren: Marie-Leen, Deborah, Dimitri, Prosper, Angèle en natuurlijk Ferre, één van je meest voor de hand liggende speelkameraadjes voor de komende jaren. Toen hij jou de eerste keer zag, leek hij wat bang en wees je zelfs radicaal af. Maar eens gewend aan de situatie, haalde hij zijn meest zorgzame kant boven. Hem naar jou zien kijken, levert een dubbele verwondering op.

Je  overgrootmoeder Madeleine wordt deze week 90 en er is natuurlijk wel een reële kans dat je haar niet meer echt zal leren kennen. Ze is weliswaar nog kerngezond maar blijft hardnekkig het tegenovergestelde beweren. Ze koopt cadeautjes voor jou en schept tegen iedereen op wat voor een formidabele papa haar Jensken – haar jongste en favoriete kleinzoon – wel is. Je mama en papa doen ook bewonderenswaardige moeite om haar te betrekken bij jouw aanwezigheid hier.

Ik kijk er nu naar uit om jou te zien opgroeien, Charlie Joe. Of Charlie. Wie je ook wat zal noemen, ik blijf met plezier de dubbele voornaam gebruiken. Voor iedereen die een kind krijgt, zal een voornaam wel gewikt of gewogen worden, maar ik was zo in mijn nopjes met het belang dat je ouders hechtten aan een naam en vooral dat ze in een richting leken te denken die verder ging dan Lukas, Milan of Ethan. Dat ze nadachten over alle mogelijk associaties met je naam. Dat er een link was met het verleden – je papa was altijd al een fan van Snoopy en Charlie Brown.

Toen ik je eergisteren zag, kon ik je niet knuffelen. Die stevige verkoudheid moest ik voor mezelf houden. Ik keek dus vanop een afstand alweer verwonderd naar wat je deed en probeerde me voor te stellen wat je dacht. Ik kijk er naar uit daar nog op veel momenten mee bezig te mogen zijn. Ik ben benieuwd wie je zal worden. Welkom, Charlie Joe!





Parkeren moet je niet leren

15 07 2013

Het is wachten op mijn eerste GAS-boete vooraleer ik eens een gepekelde mening zal hebben over de politie in ons land. Ik heb in mijn bestaan slechts een minimum aan contact gehad met onze gezagvoerders, waardoor ik dus een vrij positieve kijk heb op de verhouding tussen politie en burger in ons land.

Ik woon echter al jaren aan een druk kruispunt, waar ik zo nu en dan getuige ben van een tussenkomst van de politie. En daarbij valt me steevast één iets op, dat ik eigenlijk bijzonder storend vind: een agent doet niet aan parkeren.

Wanneer zich op straat iets voordoet dat de tussenkomst van de politie vereist, willen politie (en andere hulpdiensten) natuurlijk geen tijd verliezen. Ze rijden tot bij de feiten en stappen uit, waar hun voertuig dan ook belandt. Aannemelijk. Alleen heb ik hier nog nooit een overval of moordpoging gezien dat die tijdswinst verantwoordde. In de meeste gevallen gaat het op mijn plein over verkeersproblemen, een ongeluk of een occasionele boelzoeker.

DSCN3487DSC_1380Na een tijdje zijn dan een wagen of drie en een agent of tien verzameld om zo een gebeurtenis, waarbij die dienstvoertuigen dus steevast het overige verkeer hinderen – waaronder altijd minstens een lijnbus of drie. De meeste  van deze agenten zijn niet eens nodig op deze plaats en weigeren blijkbaar ook de moeite te doen hun auto te verplaatsen. Ze zien de files aangroeien, de overstekende voetgangers risico’s nemen en de bus- en vrachtwagenchauffeurs zware inspanningen doen om toch maar langs te kunnen, maar een koppige houding die volgens mij alleen maar op een diepgewortelde arrogantie kan wijzen, doet elke agent ter plekke zijn hulpvaardigheid en logisch redeneren verliezen. Ik vind dat dat indruist tegen het principe dat de politie er is om ons te helpen.

Misschien eens aan een overlastsanctiesysteem denken of zo…





Santé voor Haaltert

12 07 2013

Zo nu en dan waag ik het nog eens mijn geboortedorp Haaltert wat aandacht te geven. Daar heeft de meest recente verkiezing voor een ware machtswissel gezorgd, wat me veel boeiende verhalen had opgeleverd als ik er nog gewoond had.

twitterInteressant is alleszins dat Haaltert een nieuwe burgemeester heeft sindsdien, en dat was op het moment van aantreden een dame zonder veel politieke ervaring en zonder grote bekendheid bij de inwoners. Wat Veerle Baeyens al heeft verwezenlijkt weet ik niet wegens geen interesse, maar ik vroeg me onlangs wel af of deze dame op Twitter te vinden is. Een enorm overschat medium vind ik zelf, maar niettemin een plek waar publieke figuren blijkbaar horen te vertoeven.

Veerle Baeyens zit op Twitter, zo blijkt. Ze heeft 71 volgers en heeft dit jaar twee tweets op de wereld los gelaten. Twee. Ze heeft dus vrijwel niets te melden, digitalemediagewijs. Veelzeggend is ook haar profielfoto… Als blonde burgemeester zijn er misschien net iets waardiger alternatieven.

foursquareWie Haaltert vindt via de locatiegebonden sociaalnetwerksite Foursquare, treft overigens dit kenmerkende beeld als profilering van de gemeente….

Er is een patroon merkbaar maar ik weet niet of iemand daar trots mag op zijn.





Vrijblijvend belasting betalen

10 07 2013

BelastingsbriefIk betaal al diverse jaren als brave burger mijn belastingen. Sinds drie jaar via tax-on-web en sinds dit jaar ook voor het eerst zonder dat ik vooraf een envelop in de brievenbus vond. Wat me dus meteen bij de –  ietwat onnozel klinkende, ik weet het – vraag brengt: hoe weet je dat je je belastingaangifte moet doen? Ik weet wel dat er hiervoor een vast moment in het jaar is, maar het is ook routine waardoor dit voor mij van weinig belang is en ik daar dus geenszins vanzelf aan denk. Gaat men er bij de staat dus zomaar van uit dat iedereen die vorig jaar bij zijn aangifte aangaf geen envelop meer te willen ontvangen, vanzelf weet dat het weer zover is, en dat dit moet gebeuren voor 17 juni?

Mij was dat eigenlijk wat ontgaan en de deadline kende ik al helemaal niet. Ik hoorde een collega over zijn belasting praten en toen viel mijn nikkel. Maar dat is dan ook zowat de enige aanmoediging die ik waarnam om me over deze aangifte te buigen. Ik kreeg geen brief (want dat had ik al aangegeven), maar ook geen mail. En dus durf ik in vraag stellen in hoeverre dit systeem waterdicht is, hoe plichtsbewust ikzelf en vele landgenoten weliswaar zijn. Of is me dan toch iets essentieel ontgaan?








%d bloggers liken dit: