Bemoei u

18 07 2013

Toen mijn buurvrouw – een ontwikkelde, stadse, oudere dame – me er attent op maakte dat ze onze gemeenschappelijke buurman al even niet gezien of gehoord had, zag ik daar aanvankelijk geen reden tot paniek in. Het gaat hier om een wat vereenzaamde zeventiger die zichzelf niet zo goed verzorgt en af en toe een glas te veel drinkt. Hij leeft onregelmatig, kijkt de hele nacht naar televisie, komt op ongebruikelijke tijdstippen thuis, … We komen elkaar niet eens elke week tegen in de gang of lift. Zijn doen en laten valt sowieso al niet erg in de gaten te houden.

Wel had ik al sinds ik terug was van vakantie geen krant meer aangetroffen voor mijn deur. Mijn buurman bespaart zich immers een afdaling naar de kelder met afvalcontainers door zijn krant na het lezen voor mijn deur te leggen. Ik lees op die manier gratis de krant en tegelijk zorgt het voor betrokkenheid.

krantDat die krant ontbrak was echter niet zo vreemd. Ik had voor de buurman immers een briefje achtergelaten met de vermelding dat ik op reis was. Het leek me aannemelijk dat hij nog niet gemerkt had dat ik al vijf dagen terug was. Ik meende intussen ook wel al een paar keer zijn deur te horen dichtslaan hebben. Of niet? De buurvrouw – Alice – meende vanop haar balkon – dat bijna grenst aan het zijne – een vreemd geluid gehoord te hebben, maar ze kon moeilijk bepalen waar het vandaan kwam. Misschien waren het straatkatten. Of hippies of zo.

Alice had ook al eens aangebeld, maar kreeg geen gehoor. Soms hoorde onze buurman de bel niet (of sliep hij een roes uit), dus ook dat was weinigzeggend. Ze had het ook  over dochters waarvan ze geen telefoonnummer had. Ik was er niet van op de hoogte dat mijn buurman familie had – die kwamen alleszins zelden langs dan, maar zoiets kan gebeuren. Terwijl mijn buurvrouw en ik dit gesprek hadden, konden we door de deur van de buurman de televisie van jetje horen geven, zoals gewoonlijk, want hij hoort niet zo perfect meer. Eigenlijk leek deze situatie me niet opvallend abnormaal. We hadden het nog wat over ditjes en datjes en lieten het daarbij.

De volgende ochtend vroeg ik me echter af waar onze nuchterheid gezeten had. Deze situatie leek toch eigenlijk wat onrustwekkend. Ik sprong uit bed en haastte me naar beneden. In de inkomhal keek ik in de brievenbus van de buurman. Die zat vol! Ik kon er de ene krant na de andere uithalen. De oudste dateerde al van vrijdag. Vijf dagen geleden. De buurvrouw had intussen blijkbaar ook niet stilgezeten. Ze had het OCMW gebeld om te informeren naar de familie van onze buurman, maar dat bleek niet gebruikelijk te zijn. Ze had de buurman zelf ook opgebeld, maar hoorde enkel zijn antwoordapparaat. Met haar ongerustheid kon ze nergens terecht. De onderbuurvrouw had haar immers opgedragen zich nergens mee te bemoeien, want onze zonderlinge buurman was nu eenmaal een zonderling, vond ze.

Het scenario om iemand te waarschuwen sloop toen al door de diverse hoofden natuurlijk, maar de onderbuurvrouw had op Alice ingesproken: dat was huisvredebreuk! Ik vond dat nonsens. Ik was niet van plan mijn buurman zijn deur in te gaan beuken toch? Met de telefoon in de hand vroeg ik Alice wat voor buren we zouden blijken te zijn als de situatie echt ernstig was en we niets hadden ondernomen. Ik wilde het noodnummer al intoetsen, hoewel ik in mijn achterhoofd tegenargumenten voelde werken. Naar de politie bellen heeft altijd iets aanstellerigs, vind ik, alsof je iets verzint. Of de kostbare tijd van de politie verspilt. En vooral: wat als onze buurman plots de deur opende en ons chagrijnig vroeg waarover we zo luid stonden te converseren voor zijn deur? Dan maakten we ons zelfs misschien wat belachelijk? Voor de zekerheid belde ik nog snel enkele keren aan en klopte luid op zijn deur, maar er kwam geen reactie.

Ik belde dus 101, geruggesteund door Alice, want als we ons vergisten, deden we dat tenminste samen. Ik deed mijn verhaal en kreeg te horen dat de politie zou langskomen. Dat gebeurde een klein uurtje later. Drie vriendelijke agenten, waarvan de oudste zodanig Gents sprak dat ik hem met moeite begreep, vonden onze ongerustheid normaal en meenden dat we er goed aan gedaan hadden te bellen. Ze namen mijn verklaring af, terwijl we wachtten op de dochter, die door de politie gewaarschuwd was.

De dochter kwam aan en het was vreemd te ontdekken dat de man naast wie ik al bijna 7 jaar woon, kinderen had. Ze was niet in paniek, leek eerder wat geërgerd dat haar koppige vader misschien wel weer in de problemen zat. Ze bleek echter geen sleutel gevonden te hebben. De politie wilde niet meteen een slotenmaker bellen – dat zou te duur zijn – maar trachtte eerst met het povere alaam dat ik bezat, de deur te openen. Dat bleek geen succes en er werd een agent met geschikt materieel gebeld.

We stonden in het kleine halletje op elkaar geperst – drie agenten, de dochter, Alice en ik – en ik zette ramen en deuren van mijn appartement open om wat afkoeling te verkrijgen. Ik bood iedereen ook iets te drinken aan. Alice werd toen opgehaald door haar kinderen voor een familie-uitstap en sprak af me later die dag te bellen om de afloop te kennen.

Toen de deur eindelijk open was, gaf dat een vreemde sensatie. Mogelijk was mijn buurman dood. Ik had met de dochter wat over hem gepraat en betrapte mezelf er op dat ik moeite deed om in de tegenwoordige tijd te spreken. De agenten gingen eerst alleen naar binnen – ik ging er sowieso van uit dat ik niet naar binnen mocht – of wou – en de dochter wachtte naast mij. Dit was een heel andere soort spanning dan in de films. Misschien zou ze zo dadelijk te horen krijgen dat haar vader overleden was. We hoorden de agenten binnen praten maar het duurde wel een minuut of drie vooraleer ze naar buiten kwamen. ‘Hij is in leven maar slechts half bij bewustzijn. Hij is gevallen en ligt naast zijn bed.’ klonk het.

Terwijl de dochter naar binnen snelde, dacht ik even na over deze woorden. Het was al bij al geen slecht nieuws en het lot van de buurman ging me wel ter harte, maar toen pas kwam het besef dat het zwartgallige scenario dat Alice en ik besproken hadden, waar was. Men vermoedt altijd het ergste in de hoop dat de realiteit dan meevalt, maar dit was toch een wat beangstigend gelijk. Terwijl ik in het dagelijks leven zo graag gelijk heb.

Meteen daarna dacht ik aan de warmte van de voorbije dagen. Aan de televisie die al tijd keihard stond te kwelen. Aan het feit dat gedurende de dagen dat ik ontspannen zat te barbecueën met familie, op DOK aan het werk was, in de bioscoop zat, op café zat en tientallen keren voorbij de deur van de buurman liep, hij gewond op de grond lag. Te wachten, te denken, pijn te hebben?

DSC_1391Er kwamen een ziekenwagen – zonder sirene, dus dat was een goed teken – en een MUG ter plekke. De oudste agent zei me dat het er toch niet zo goed uitzag. Terwijl men hem binnen de eerste zorgen toediende, ontstond er buiten een gigantische fille. Enkele dagen geleden had ik er hier nog over dat hulpdiensten zo vaak in de weg staan. De ambulancier had de auto gerust een meter meer aan de kant kunnen zetten… Ik vroeg me af of ik de agenten – die allemaal binnen waren – moest waarschuwen, maar ik werd stilaan een karikatuur van een bemoeierige buurman. Gelukkig was de politie alert en werd het nodige gedaan om het verkeer opnieuw vlot te laten verlopen.

Toen kwam ook de brandweer aan. De buurman kon niet via de lift naar de ziekenwagen gebracht worden. Een brandweerlift diende hem van de derde verdieping te halen. Toen kreeg ik hem ook voor het eerst te zien. Dat was best schokkend. Onder het zuurstofmasker leek hij wel 100 jaar oud. Iedereen vertrok. De dochter bedankte me hartelijk.

Die avond belde Alice en ik deed haar het hele verhaal. Ze was uiteraard enorm opgelucht, maar ik nam hetzelfde waar als bij mezelf: die opluchting heeft niet alleen met de redding te maken, maar ook met onszelf: we hebben een risico genomen – want zo ziet een typische Belg dat toch wat – om ons ergens mee te bemoeien, om onszelf voor paal te zetten (want terwijl we in dat halletje stonden, bleef ik verwachten dat de buurman elk moment uit de lift zou stappen met een zakje bierblikjes in zijn hand en een vraagteken op zijn gezicht), en daar hebben we goed aan gedaan. Ze bedankte me ook: zonder mijn daadkracht was ze zelf blijven aarzelen, dacht ze. En was het misschien erger afgelopen. Ik vond het enerzijds heel normaal dat we alarm geslagen hadden, maar anderzijds heb ik voor het eerst zo’n clichématige schroom gevoeld die voor veel mensen een hindernis betekent om onrecht of vermoedens te uiten in situaties waar je op het eerste zicht ‘geen zaken mee hebt’.

De buurman is herstellende, maar is zeer verzwakt en moet alvast een poos op intensieve zorgen verblijven.

update 20/8: de buurman is vannacht overleden aan de gevolgen van een maagbloeding en levercirose.


Acties

Information

2 responses

22 07 2013
geert

Svenne gij gaat den eersten boek schrijven die ik ga lezen…

16 09 2013
TheO

Meeslepend verhaal… Jammer dat het slecht afgelopen is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers op de volgende wijze: