Gepamper: Charlie Joe

16 07 2013

Beste Charlie Joe

Twee maand oud ben je al en er werd hier op het Verantwoord Tijdverlies nog met geen woord gerept over jouw bestaan op Aarde. Ik had nochtans, net zoals ik steeds welgemeend mijn vrienden feliciteer als ze papa en mama worden, die 12e mei mijn vreugde om jouw komst al blogsgewijs kunnen uiten en daarbij jouw ouders gelukwensen.

charlieDat heb ik niet gedaan. Het eerste kindje van mijn broer verdient een meer persoonlijke boodschap, vond ik. Dus stelde ik mijn mooie woorden wat uit tot ik een duidelijker beeld had van wie je was en wat dat met me deed.

Nu mijn vakantie volop bezig is en ik je intussen vijf keer gezien heb, dacht ik wel te kunnen weergeven hoe ik de zaken zie en aanvoel. Maar wat is dat bijzonder: jij lijkt elke keer weer iemand anders. Je bent Charlie, iedere keer opnieuw, maar telkens een andere dan de keer ervoor. Je bent mijn meest kersverse familielid maar toch slaag ik er niet een mentaal beeld van je op te roepen. Je bent voorlopig nog altijd meer een idee dan een daadwerkelijk neefje.

Dat komt natuurlijk in de eerste plaats omdat je zo razendsnel groeit en verandert. Maar het is ook zo dat onze relatie op dit moment oppervlakkig en uiteraard volkomen éénzijdig is. Ik ken je nog niet en jij kent mij al helemaal niet. De karakterindrukken tot op dit moment doen me jou beschrijven als rustig, knorrig, vastberaden en doortastend. Je kijkt vaak wat bedenkelijk, je geeft doorgaans geen kik, tot een situatie volgens jou anders moet en je wil al meer dan je kan.

Dat is voorlopig maar een schets hé, Charlie Joe. Wie weet blijk je verlegen, beïnvloedbaar, grappig, inventief of veeleisend. Dat zien we dan nog wel. Intussen symboliseer je wel de enorme kracht van geluk die onze familie in zijn greep heeft. Je bent het nieuwste en stevigste model buitenboordmotor aan de familiale sloep. We varen niet, we zweven. Allemaal, tot jouw 90-jarige overgrootmoeder Madeleine toe – al vindt ze jouw naam toch niet je dat.

Je bent geboren op een zondagnamiddag. Tegen de avond vernam ik het nieuws, aan het begin van een nieuwe en drukke werkweek. Je was zo ongeveer op tijd, al hoopte je overgrootvader Willy misschien dat je drie dagen later ter wereld zou gekomen zijn, waardoor jullie samen jarig zouden zijn en hij daar dan mee kon uitpakken alsof het zijn prestatie was. Maar het feit dat je enkele dagen te vroeg was, zorgde wel dat je op Moederdag werd geboren. Kan het mooier?

Ik kwam er pas dinsdag aan toe jou te komen aanschouwen. Charlie bleek ook wel Charlie Joe te zijn, wat ik nog tien keer fantastischer vond want ik hou van samengestelde namen. De trein naar Jette op, te voet naar het ziekenhuis wat net een tikkeltje verder was dan ik dacht. De halve familie was er toevallig ook. We dronken cider – die jouw oma/moeke/mémé/grootmoeder/bomma – we weten nog niet wat het gaat worden – Gerda steeds meebrengt uit Frankrijk en die ik helemaal niet graag drink. We bewonderden het kaartje en de confituur. Een mooie symbolische geste van je papa, dat hij je officieuze grootouders Erwin en Marie-Leen via de jambereidingen betrokken had bij de feestelijkheden.

DSC_0829En we bewonderden jou, dat piepkleine ventje dat ik met moeite vast kon nemen omdat de baby’s die ik doorgaans in de armen gedrukt krijg, al net iets voller en steviger zijn. We spraken vol lof over je glunderende papa en je tot rust komende mama die haar blijdschap uitsprak over de attenties en geschenkjes, en dan vooral over de zelfgemaakte stukken van je andere overgrootmoeder Marie-Louise: een deken, sokjes, een mutsje.

Nadat we jou samen wat gevierd hadden en zo lang mogelijk in het ziekenhuis bleven, namen we afscheid van jullie nieuwe gezin. De rest van de familie was aan eten toe – dat zijn ze altijd eigenlijk – en dus trok ik met de twee overgrootouders, je oma/moeke/mémé/grootmoeder/bomma, tante Ria en Nonkel Johan naar een restaurant in Jette waar we volgens jouw papa zeker de ribbetjes dienden uit te proberen. Over wie zich daar niet goed gedragen heeft en wat er allemaal misliep, hoef ik het hier en nu niet te hebben. Als je dit ooit kan lezen en begrijpen moet je me er maar eens naar vragen, voor zover ik dat dan nog zal weten.

De rest van de week draaide voor mezelf om routineuze beslommeringen, al genoot ik van de aandacht die ook ik als nonkel kreeg van vrienden en collega’s. Ik denk dat veel mensen die me goed kennen, wisten dat ik jouw komst erg belangrijk vond. Ik dacht na over je geboortegeschenkjes en vroeg me af wanneer ik je weer zou zien. In diezelfde week betrad ik het kantoor van het hoofd onderwijs van de stad Gent om er succesvol te solliciteren voor directeur-ad-interim. Voor jou van geen belang, maar voor mij vooral het tweede leuke nieuws van die week, dat ik nu altijd zal blijven associëren met jou.

En nu zijn we dus twee maanden verder. Je papa en mama krijgen niets dan lof over hoe ze met jou omgaan. Ze willen je allebei alsmaar knuffelen en zoenen en denken aan alles. Met jou ergens op bezoek gaan, blijkt gepaard te moeten gaan met een hele verhuizing, maar desondanks blijven ze al die familieleden maar verblijden met visites. Het is wennen jouw papa te zien in een zo’n grote verantwoordelijke rol, maar het lijkt anderzijds echt vanzelfsprekend te gebeuren. DSC_1433b

En er zijn dus al zoveel mensen die om je geven. Je ziet je drie grootouders alsmaar glunderen. Je oma/moeke/mémé/grootmoeder/bomma vindt zichzelf een cliché omdat ze jouw beeltenis op haar smartphone gezet heeft. Je peter Johan – mijn papa – is trots maar lijkt ook nog op zoek te zijn naar zijn relatie met jou. In zijn kielzog nog een heleboel mensen die jou nu al koesteren: Marie-Leen, Deborah, Dimitri, Prosper, Angèle en natuurlijk Ferre, één van je meest voor de hand liggende speelkameraadjes voor de komende jaren. Toen hij jou de eerste keer zag, leek hij wat bang en wees je zelfs radicaal af. Maar eens gewend aan de situatie, haalde hij zijn meest zorgzame kant boven. Hem naar jou zien kijken, levert een dubbele verwondering op.

Je  overgrootmoeder Madeleine wordt deze week 90 en er is natuurlijk wel een reële kans dat je haar niet meer echt zal leren kennen. Ze is weliswaar nog kerngezond maar blijft hardnekkig het tegenovergestelde beweren. Ze koopt cadeautjes voor jou en schept tegen iedereen op wat voor een formidabele papa haar Jensken – haar jongste en favoriete kleinzoon – wel is. Je mama en papa doen ook bewonderenswaardige moeite om haar te betrekken bij jouw aanwezigheid hier.

Ik kijk er nu naar uit om jou te zien opgroeien, Charlie Joe. Of Charlie. Wie je ook wat zal noemen, ik blijf met plezier de dubbele voornaam gebruiken. Voor iedereen die een kind krijgt, zal een voornaam wel gewikt of gewogen worden, maar ik was zo in mijn nopjes met het belang dat je ouders hechtten aan een naam en vooral dat ze in een richting leken te denken die verder ging dan Lukas, Milan of Ethan. Dat ze nadachten over alle mogelijk associaties met je naam. Dat er een link was met het verleden – je papa was altijd al een fan van Snoopy en Charlie Brown.

Toen ik je eergisteren zag, kon ik je niet knuffelen. Die stevige verkoudheid moest ik voor mezelf houden. Ik keek dus vanop een afstand alweer verwonderd naar wat je deed en probeerde me voor te stellen wat je dacht. Ik kijk er naar uit daar nog op veel momenten mee bezig te mogen zijn. Ik ben benieuwd wie je zal worden. Welkom, Charlie Joe!





Hoe geniaal was Gent?

11 02 2013

In de strijd om de titel De Slimste Gemeente vonden zondag de opnames plaats van de aflevering waarin Gent aan bod kwam. Burgemeester Daniël Termont heeft zich doorheen de jaren niet bepaald als een groot quizzer gemanifesteerd (De Slimste Mens Ter Wereld noch De Pappenheimers lieten hem opvallen als een man van weetjes en feiten), maar werd gelukkig bijgestaan door twee weetals van formaat: Stijn Planckaert (29) en Cathy Verschoore (38).

De stad Gent was zo vriendelijk een supportersbus te voorzien voor de vrienden en familie van Stijn en Cathy. Die voerde de groep zondagavond 10 februari naar de televisiestudio in Londerzeel waar de strijd zou opgenomen worden. Bij aankomst kregen we te horen dat in elke aflevering drie gemeentes het tegen elkaar opnemen. Gent kreeg Hoeilaart en Schoten als tegenstanders.

Het was ruim na negen uur eer de Gentenaars eindelijk hun ding mochten doen. De supporters hadden dus al ruim anderhalf uur moeten wachten, wat eerlijk gezegd best vervelend was. De terugrit zou ons ook nog een uur kosten en vele aanwezigen zagen hun nachtrust korter worden. Aan ons enthousiasme was op dat moment nog wat werk.

Maar eindelijk was het dan zover. We kregen Stijn, Cathy en de burgemeester snel even te zien voor het betreden van de studio’s en konden vaststellen dat ze een ontspannen indruk maakten.

Schoten, Hoeilaart en Gent bleken zowat hetzelfde aantal supporters meegebracht te hebben. Op zich stonden die aantallen geenszins in verhouding met de grootte van de gemeentes, maar het was ook makkelijk verklaarbaar waarom de stad Gent hier weinig ruchtbaarheid aan had gegeven: veel meer volk kon er eigenlijk niet meer bij, daar in die (overigens ijskoude) studio.

Op dat moment wist nog geen mens hoe het spel in elkaar zat natuurlijk, dus dat was afwachten. De quiz blijkt dagelijks uitgezonden te zullen worden, telkens met drie nieuwe gemeentes. Op donderdag spelen de winnaars van maandag, dinsdag en woensdag tegen elkaar. Als Gent de overwinning zou binnenhalen, betekende dat dat de supporters later deze week nog een keer mochten opdraven.

De publieksopwarmer deed zijn ding: de verschillende supportersgroepen tegen elkaar uitspelen. Dat de Gentenaars niet bepaald veel vriendschap uitstraalden, moet beaamd worden. Wij zaten er dan ook vastberaden bij, als steun voor onze ploeg,  en wat die twee kleine dorpjes daarvan dachten, liet ons koud. Letterlijk, want het was intussen nog geen graadje warmer in de studio’s.

Genoeg gewurteld. Van zodra onze burgervader het decor betrad, veranderde de groep eindelijk in een vurige, hoopvolle bende enthousiastelingen. Op vraag van de opwarmer wat Gent uniek maakte, antwoordde de tribune dan ook haast in koor: onze burgemeester. De Gentse burgervader had ons allemaal meteen voor zich gewonnen. Dat hij het decor haast afbrak bij zijn binnenkomst, deed niet af aan de indruk dat Termont zich thuis voelt in een televisiestudio. De (kersverse) burgervaders van Hoeilaart (Open Vld’er Tim Vandenput) en Schoten (N-VA’er Maarten De Veuster) waren duidelijk minder op hun gemak.

In Hoeilaart werden de twee andere quizzers door de burgemeester uit een bevriende scoutsgroep geplukt. In Schoten had iemand zich vrijwillig aangemeld en dus deed men daar ook verder geen moeite om te zien welk ander quiztalent er nog in de gemeente te vinden was. Dat Gent de inspanningen heeft gedaan iedereen de kans te geven om deel te nemen en Stijn en Cathy hun selectie echt moesten verdienen, zegt toch veel over het democratische gehalte van onze stad, niet?quiz2

U ziet, aan de overtuiging van de supporters dat wij de sympathiekste ploeg hadden, en bijgevolg de grootste rechthebbers op de titel, zal het niet gelegen hebben. Maar kon het Gentse drietal het ook waarmaken?

Uiteraard dient de afloop van de uitzending nog geheim te blijven. De Slimste Gemeente bleek een amusant spelletje te zijn, maar de inventiviteit van vele Woestijnvisprogramma’s was hier toch wat zoek. Frustrerend is ook dat de quiz voor een groot deel om snelheid draait en minder om kennis. Heel wat vragen waren net van die orde dat alle ploegen het antwoord wel wisten, maar het afdrukken hen parten speelde.

Geen woord verder dus over hoe Meneer Termont, Stijn en Cathy het er vanaf gebracht hebben. Dat de talenkennis van onze burgemeester een rode draad vormde doorheen de aflevering, mag u alvast weten. Stijns filmkennis bleek op een zeker moment net een handicap en Cathy zal nooit meer vergeten wie Claude François was. Verder mogen we echter tevreden zijn over onze bescheiden ploeg. Een contrast met de wat bedenkelijke zelfverzekerdheid die Schoten van Antwerpen geleend had.

In één ronde dienden de ploegen vragen te beantwoorden over de eigen gemeente. Dat Gent zo bekend is, had een nadeel kunnen zijn. Iemand uit Hoeilaart of Schoten weet vast ook wel wie het Lam Gods schilderde, maar wat weet een doorsnee Gentenaar over het druivendorp of de parking van Antwerpen? Gelukkig bleken de samenstellers van de vragen het wat dat betreft slim aangepakt te hebben.

Net als in De Pappenheimers valt op een bepaald moment één ploeg af, waarna de twee overblijvers het onder elkaar uitvechten. De Gentse tribune heeft heel wat nagelbijten moeten doorstaan. Het was behoorlijk spannend.

Toen de strijd gestreden was, liet de vermoeidheid zich voelen. Het publiek mocht echter pas naar huis na nog een groot aantal keren geapplaudisseerd te hebben voor telkens weer andere inleidingen en slotwoordjes. Maar verder geen kwaad woord over presentator Michiel Devlieger.

Of ik deze quiz ook dagelijks ga bekijken, durf ik te betwijfelen. Alle sympathie voor Vier, maar echt opwindende televisie lijkt dit niet te gaan worden. Als Sven De Leijer het humoristisch hoogtepunt vormt van je programma (met leuke filmpjes over elke deelnemende gemeente), zit je toch met een probleem, denk ik.

Maar dat is allemaal bijzaak. De strijd is gestreden, de Gentenaars hebben ons vertrouwen niet beschaamd en u kan het binnenkort allemaal zelf bekijken. Uitzending ergens in maart.

 Afbeelding





Sven – Kinepolis: 3 – 0

17 05 2012

Sinds ik in 2010 in de ijzersterke filmquizploeg Keyser Soze terechtkwam en daarmee direct de Kinepolis Filmquiz won, ging iedere volgende deelname gepaard met de onbescheiden garantie van een podiumplaats. Zo makkelijk is deze quiz telkens weer (met telkens iet of wat frustrerende exs aequo’s tot gevolg.)

Gisteren kruisten zo’n 100 ploegen opnieuw de degens. Na een dik uur ‘onthaal’ kondigde de presentator dan eindelijk zichzelf aan en kon de quiz van start gaan. De eerste ronde was van een behoorlijk niveau: het aanvullen van filmquotes kostte ons weinig moeite, al geven we grif toe dat dat geenszins was omdat we al die quotes kenden, wel omdat ze vaak nogal evident waren.

In de tweede ronde doken jaarboekfoto’s op van bekende sterren, die je dus diende te herkennen. Een stuk makkelijker, wat ons een vlekkeloos resultaat opleverde. De derde ronde confronteerde ons met vijf blooperscènes die je van een titel moest voorzien. Vier ervan waren vrij eenvoudig. 22 op 25 na drie ronden, we zagen de overwinning naderbij komen. Toch bleken we bij een eerste tussenstand niet in de top 5 te staan. We besloten een eventuele afgang dit jaar toe te schrijven aan nieuwkomer Alexander die hoopte op een fragment uit Jeanne Dielman maar het moest stellen met Ben Affleck.

Daarna kwam een triviareeks, zeer wisselend van niveau, maar vooral weinig interessant. Vragen naar de dochters uit The Brady Bunch is een slimme zet om meer verschil te krijgen in de resultaten, maar kan je moeilijk een filmvraag noemen, zelfs al verscheen er in 1995 een derderangs filmversie van deze serie uit de jaren ’60. Aandringen op de juiste schrijfwijze van namen en titels – wat in de meeste filmquizzen niet gebeurt – hoeft geen probleem te zijn. Maar als de oplossingen zelf vol schrijffouten staan, kan je niet zeker zijn van een correcte controle door de mechanisch verbeterende studenten.

De muggenzifter in mij neigt eveneens een deurwaarder te bellen bij de confrontatie met twijfelachtige vragen. Zo kreeg je drie titels van films met Christopher Lloyd, met de vraag waarin hij niét de hoofdrol speelde. In sommige films is het begrip ‘hoofdrol’ natuurlijk vaag. Er waren dus eigenlijk twee correcte antwoorden. Dan dien je je dus te verplaatsen in de beperkte fantasie van de vragensteller, die we voor het gemak op één lijn plaatsten met de presentator, om te hopen op het juiste antwoord. Pirates of the Caribbean als keuze geven bij een andere vraag, geeft aanleiding tot discussie omdat er geen ondertitel bij staat die net mee kan bepalen of dat antwoord nu correct is of niet. Toppunt is de vraag: ‘in welke stad speelt The Italian Job (2003) zich voornamelijk af? Hoe feitelijk klinkt het woord voornamelijk? Ik hield voet bij stuk: de film vangt aan in Venetië, waarna de rest van de film zich in Los Angeles afspeelt. Toch zou Venetië het juiste antwoord blijken. Een snelle controle – snel even de trailer bekijken – doet nochtans snel vermoeden dat ik gelijk heb. En voilà, blijf ik niet al jaren bloggen om u met de regelmaat van de klok van mijn gelijk te overtuigen!?

Ik zoek het ver, ik geef het toe, maar het behoort tot de kunst van het opstellen van een filmquiz om duidelijk te zijn. Wie bij Kinepolis ook de vragensteller van dienst is, het blijft ieder jaar amateuristisch en halfslachtig overkomen. De vragen zijn bovendien ook zéér eenzijdig: vrijwel alle vragen gaan over recente Amerikaanse films. En in een cinemazaal zitten maar géén fragmenten zien, het is wat pover qua entertainmentgehalte.

Nu leverde ons dat verder geen frustraties op, want er waren weinig antwoorden die we niet wisten. We verveelden ons af en toe wat, maar ijverden dapper mee om het handvol prullen die op de prijzentafel lagen. Ieder jaar blijkt de waarde van deze prijzenpakketten weer te zakken. Tja, het beursgenoteerde Kinepolis maakt slechts enkele miljoenen winst, dus wat zouden we mogen verwachten? Maar dat is eigenlijk naast de kwestie: een handvol dvd’s hoeft ook niets te kosten, en je doet er filmfans meer plezier mee dan met een paar flutpantoffels van Ladies at the Movies of een roze koptelefoon van Coca-Cola.

Na het bekijken van het even dwaze als komische The Dictator, volgde dan de uitslag. Een beetje verrast bleken we dan toch deel uit te maken van de top 3, maar net als de twee vorige jaren met een ex aequo. Twee jaar geleden streden we om de eerste plaats, vorig jaar om de tweede plaats, en ook nu bleken de scores zo dicht bij elkaar te liggen dat we ons aan een schiftingsvraag dienden te wagen. Eigenlijk vind ik dat niet erg, en als de prijzen echt pover zijn, maakt het al helemaal niets uit. Alleen vraag je je af wanneer men bij Kinepolis gaat inzien dat ze om dit soort toestanden te vermijden, echt wat moeilijkere vragen zullen moeten stellen. Bovendien verlies ik liever onomstreden dan nu Venetië te laten knagen.

De derde prijs was dus een goody bag waarvan enkel twee bioscooptickets als waardevol kunnen beschouwd worden. Dat volstaat voor mij beslist, alleen zit ik hier nu wel met een zak vol brol die je niet durft weggooien omdat er misschien ooit wel iemand iets kan mee doen, maar die eigenlijk jaren in de weg zal liggen.

Ik wil het evenement Kinepolis Filmquiz niet al te serieus gaan analyseren natuurlijk. Het is maar een avondje onschuldig quizzen en er hangt verder niets van af. Maar als je het ongelooflijke niveau van sommige zaterdagavond-filmquizzen in parochiezalen te velde bekijkt, het resultaat van uren en uren opzoekwerk door gepassioneerde liefhebbers die zich ook visueel-technisch willen onderscheiden, kan je alleen maar concluderen dat men bij Kinepolis niet over de juiste mensen beschikt om dit op poten te zetten.

Gelukkig hebben we na afloop alles ad hoc geparafraseerd op een meta-niveau, waardoor de avond vooral ná de quiz geslaagd te noemen viel. En ondanks al mijn gezaag gaan we volgend jaar gewoon weer voor die podiumplaats. Bedankt heren mede-kandidaten!





Terug naar de bron

15 04 2012

Intussen heeft u niemand meer nodig om u te vertellen welke televisiereeksen u absoluut moet gezien hebben. In tegenstelling tot bij cinema komt kwaliteit in het geval van dvd-reeksen bijna altijd bovendrijven. Iedereen weet al dat The Sopranos, The Wire en Six Feet Under must-see televisiereeksen zijn. Dat u Deadwood, The Shield, Arrested Development en Dexter niet mag laten passeren. Dat Breaking Bad, Mad Men en Boardwalk Empire tot het beste behoren wat fictie ons te bieden heeft. Als ik het u dus nu niet vertel, leest of hoort u vast ergens anders wel dat The Bridge ook in dat rijtje hoort.

In het rijtje van al die Amerikaanse topseries, lijkt een Scandinavische politieserie misschien niet op zijn plaats. Ik besteed doorgaans niet veel aandacht aan de vele geprezen series uit Zweden e.d. Omdat detectiveseries veel te vaak om een plot draaien en niet om  personages en je die uitgestrekte landschappen op een bepaald moment ook wel eens gehad hebt, zeker als ze functioneel zijn. Ik besef echter dat er uitzonderingen zijn en als die dan ook nog zo overrompelend goed zijn als The Bridge, dan moét ik u dat gewoon laten weten, al verkondig ik daarmee niets nieuws voor wie thuis is in de betere tv-fictie.

The Bridge (Bron/Broen) is een unieke Zweeds-Deense samenwerking rond een wel zeer bijzonder politieduo dat een psychopathische moordenaar wil opsporen. De reeks is op alle vlakken topwerk, en is vooral uitermate knap bedacht en geschreven. Niet alleen slagen de makers er in ons mee te slepen met een mysterieus, voortdurend verrassend verhaal, maar ook en vooral om de plot volkomen in te bedden in de aparte relatie tussen Saga Norén en Martin Rohde. IJzersterk is vooral dat uiteindelijk de hele plotafhandeling blijkt te steunen op de karakters en eigenaardigheden van de personages. Van een inwisselbaar Witse-vertelseltje is dus lang geen sprake, in die mate zelfs dat het maar de vraag is hoe je op even geloofwaardige wijze voor een tweede seizoen kan zorgen van deze grandioze serie.

In amper drie dagen wist ik deze tien uur durende reeks uit te kijken, in een roes haast én met daaropvolgende nachtelijke visioenen die rechtstreeks uit al die uren tv voortvloeiden. Op een bijna ongezond intense manier ging ik op in de meeslepende zoektocht naar een duivelse plaaggeest, die aanvangt met het aantreffen van twee halve lijken op de brug tussen Zweden en Denemarken en eindigt met een tragische en ontnuchterende ontdekking. En uiteraard met de u misschien niet onbekende spijt dat het weer voorbij is, zo’n korte maar hevige dvd-verslaving.

Dus als het nog niet duidelijk is: een aanrader.

(en jammer genoeg geen fatsoenlijke trailer of compilatie te vinden om dat beter te illustreren:)





500 recensies

19 02 2012

Bijna 11 jaar geleden schreef ik mijn allereerste filmrecensie – u kan ze hier lezen.

Met een zekere voldoening liet ik vandaag de 500e op de wereld los. Heel toepasselijk is dat The Muppets geworden.

 

Op naar de volgende 500, zeker? De ene al wat beter dan de andere.

Hier vindt u een overzicht.

 





Over peperkoek en poëzie

26 01 2012

Iemand besloot dat het afgelopen donderdag gedichtendag was. Ik had daar geen nood aan, gezien mijn beperkte vermogen om poëzie te begrijpen of ervan te genieten. Als leerkracht kun je daar echter niet zomaar omheen. Je kunt niet altijd alleen doen wat je zelf interesseert of wat het makkelijkst is. Dus besloot ik in de klas aan het dichten te slaan, met de kinderen.

Dat deed ik nu ook weer niet tegen mijn zin. Drie jaar geleden deed ik ook een gedichtenproject, en dat had prachtige resultaten opgeleverd. Ik heb dan misschien niet veel voeling met poëzie, taal is wel mijn ding en het lukt me vaak aardig om kinderen verder te brengen dan ze zelf zouden verwacht hebben. Het is in de eerste plaats dan ook een kunst om kinderen er zin in te doen krijgen. Dat doe je niet door blaadjes papier uit te delen met de opdracht ‘nu gaan we eens een gedicht schrijven’. Ik had me dus serieus voorbereid, met dank aan mijn Nederlandse inspiratiebron en motivator Jeroen Tans, bood eerst heel wat prachtige kinderpoëzie aan en in de namiddag zat de hele klas met een niet te temperen enthousiasme te schrijven en te experimenteren. Die paar kinderen die aanvankelijk protesteerden, raakten al snel eveneens verkocht. Om kwart over vier- toen de school dus al drie kwartier uit was – zaten nog zes kinderen verder te werken, weigerend naar huis te gaan. Zo’n dagen zou je als leerkracht meer moeten beleven.

Resultaten zijn er nog niet, maar het gaat ook dit keer de goede kant op. Het deed me echter stilstaan bij mijn eigen houding tegenover poëzie. Ik word er niet echt warm van, maar het laat me nu ook niet echt koud. Ik lees geen gedichtenbundels, maar kom soms poëtische zaken tegen die me wel treffen.

Nochtans heeft poëzie op minstens één belangrijk moment in mijn leven een grote rol gespeeld.

Toen ik in 1995 besloot leerkracht te worden (dat had ik eigenlijk al tien jaar eerder beslist), bezocht ik enkele opendeurdagen van leerkrachtenopleidingen. Eerst naar het dichtstbijzijnde Gijzegem (nu KaHo Sint-Lieven in Aalst), waar ik me terug in de tijd waande. Een halve pastoor en een non of twee ontvingen ons zonder merkbaar genoegen in hun gewelven en beschreven vervolgens hoe ze van enthousiaste jongeren op drie jaar tijd grijze muizen en klassieke leerkrachten zouden maken. Ik was – nog niet eens 18 – toen lang niet zo kritisch of anti-autoritair ingesteld en hoewel ik geen klik voelde met de school, zag ik me er de komende jaren al knutselwerkjes en stelopdrachten verzinnen in de grote grijsheid van dit nadrukkelijk christelijke universum. Gelukkig had mijn moeder een nonnentrauma en stelde ze resoluut dat ik hier echt niet naar school wilde, toch?

Ah neen dus. Dus trokken we naar Brussel, waar ik enkel de Nieuwstraat en de Kinepolis kende, maar waar dus ook een lerarenopleiding was, de KHB (Katholieke Hogeschool Brussel, voorheen Sint-Thomas, nadien Ehsal en nog van alles, nu HUB). De school lag niet ver van het Zuidstation en de Marollen, de bruisende maar kleinschalige Campus Nieuwland, in een wat grauwe buurt. De sfeer voelde meteen anders. Je mocht er de leerkrachten met de voornaam aanspreken en je werd als student veel volwassener behandeld dan in het bevoogdende en rechtlijnige Sint-Lieven. Een uit de hand gelopen kruising van een geitewollensokkenkampvuur en een bonte avond van de scouts, zou mijn moeder het dan weer vier jaar later cynisch beschrijven.

Een enthousiaste tweedejaars leidde ons rond. De cursussen en werkstukken die er ter aanschouwing uitgestald lagen, maakten indruk. Dit leek nu ook weer niet zo gemakkelijk. Je moest studeren. En creatief zijn en zo. Dat was toch wat anders dan leiding geven in de KSA. Dat de organisatoren van de opendeurdag enkel de allerbeste werkjes etaleerden, kwam niet in me op. Ik kreeg al koudwatervrees. Naar Brussel en zo. En klasgenoten die van verder kwamen dan Erembodegem of Sint-Lievenshoutem…

Als het meisje dat ons rondleidde, representatief stond voor de studenten van die lerarenopleiding, moest ik misschien zelfs twijfelen of ik me er ooit thuis zou voelen. Ze was wat artistiekerig, zelfverzekerd, matuur, sprak met een Brabantse r, … Het feit dat ik me haar nu, 17 jaar later bijna, nog herinner, is veelzeggend. Ook de andere studenten die aanwezig waren, straalden een zelfvertrouwen en wereldse attitude uit die ik toch vond contrasteren met mijn provinciale schaamte.

Mijn moeder was al veel enthousiaster en overtuigde me zonder veel woorden dat dit misschien wel was wat ik nodig had. Wat verbreding van mijn wereld, vrienden vinden die geen combat shoes droegen of zeven curryworsten eten als een avondje cultuur zagen. Ik besefte dat ik die grote stap wel moest zetten.

Het is nog altijd de beste beslissing uit mijn leven geweest. De vier daaropvolgende jaren zijn in mijn geheugen samengekoekt tot één grote herinnering vol vreugdemomenten en vriendschappen maar vooral aan het feit dat je je eigen grenzen verlegde en echt gevormd werd – jezelf mocht vormen zelfs. Als leerkracht-in-wording maar eigenlijk ook als mens, want daar zat de grote kracht van de school wel. De werkstress, de zenuwen tijdens stages en de buizen, vergeet ik nu even (want die vier jaar waar ik het over had mochten er eigenlijk maar drie zijn, maar het dubbelen van het eerste jaar heeft alles eigenlijk alleen maar mooier gemaakt).

Ik kan nog véél meer vertellen over die vier memorabele jaren, maar dat is voer voor later. Ik keer even terug naar die opendeurdag en die poëzie. Onze gids maakte ons attent op een gedicht dat in één van de lokalen hing te schitteren. Het was een kindergedicht, geschreven door één van de studenten, voor de kinderpoëziewedstrijd die de school om de paar jaar organiseerde, de Peperkoeken Pen. Ik durfde het amper lezen, uit schrik nog meer  geconfronteerd te worden met vaardigheden die ver buiten mijn kunnen lagen. De winnaar van de Peperkoeken Pen moest wel een uitstekend student zijn, een primus zoals je die alleen in romans tegenkomt die zich in de studentenwereld afspelen.

Half september begon de opleiding. In het lokaal waar we die eerste dag samenkwamen, viel opnieuw dat winnende gedicht op. Meteen een herinnering aan de hoge eisen die de opleiding leek te willen stellen. Niet alleen negeerde ik het gedicht omdat poëzie me weinig zei, vooral omdat ik moedeloos zou worden van het schrikbeeld dat ik slechts die middelmatige onderwijzer zou worden die hoop en al een leuk rijmpje kon bedenken dat anderhalve kleuter deed glimlachen.

De jaren gingen voorbij, zoals gezegd vol intense belevingen en inspirerende leermomenten. De Peperkoeken Pen kwam niet meer ter sprake. De bezieler ervan, docent Nederlands Marc Stevens, lag me ook niet. Zijn lessen waren formidabel en zelfs nu nog denk ik terug aan bepaalde verhelderende opvattingen die hij ons aanbracht. Maar ik kon het op persoonlijk vlak veel minder met hem vinden. Ik had de indruk dat hij mij misschien helemaal geen geschikte student vond, ik verdacht hem dan weer van scoringsdrang bij de studenten. De drie daaropvolgende jaren had ik echter geen les meer van hem, waardoor me vooral bijbleef dat hij zo’n stimulerende lessen gaf en vol ideeën zat om taal voor kinderen aantrekkelijk en levensecht te maken.

En toen was de Peperkoeken Pen er weer, in mijn afstudeerjaar. Ik voelde me niet aangesproken. Medestudenten zoals Vincent, voor wie het leven één groot gedicht was, of Celine, de ultieme zelfpromotor die Marc vast zo geweldig vond, zouden zich vast met veel enthousiasme op de wedstrijd gooien. Dat was een nuchtere veronderstelling hoor, zonder verbittering. Zoals ik mensen zie deelnemen aan wielerwedstrijden of hotdog-eet-marathons: veel succes gewenst, maar ik bemoei me er niet mee.

Wat dan uiteindelijk de aanleiding gegeven heeft, weet ik niet meer, maar ik besloot uiteindelijk om ook mijn kans te wagen voor de wedstrijd. Misschien omdat ik taalonderwijs zo leuk was beginnen vinden, of omdat ik altijd al graag verhaaltjes en rijmpjes had bedacht? Omdat ik mezelf wou uitdagen? De wedstrijd streefde wel een zeker niveau na (zoals je hier kunt lezen: geen rijmelarij, maar het trachten te vatten van de zieleroerselen van kinderen), en ik moet op dat moment toch gedacht hebben een kans te maken.

Ik produceerde thuis aan mijn bureautje twee gedichten. Het ene ging over voornamen en hoe het als kind moet zijn als je een voornaam hebt die anderen in het belachelijke trekken. Het andere was luchtiger en ging over het winnen van de lotto, denk ik (tijd om ze nog eens na te lezen, als ik ze kan terugvinden). In een voor mij atypische bui, besloot ik niemand te vertellen dat ik deelnam aan de wedstrijd. Vincent deed mee natuurlijk, en nog enkele andere vrienden voor wie het volkomen vanzelfsprekend was.

Je mocht je gedicht anoniem inzenden. Zo kon je zeker zijn dat de jury, bestaande uit docenten, volkomen neutraal oordeelde. In een gesloten omslag verklapte je dan je pseudoniem. Ik moet toch ergens wat wantrouwen in het systeem gehad hebben (misschien toch nog altijd wat bang van Marc?) en zond mijn twee gedichten in onder telkens een ander pseudoniem en in een ander lettertype. Zo zouden eventuele dwarsliggers op mijn prille dichterscarrièr, minder kans hebben om mij uit te sluiten op basis van mijn persoonlijkheid  – ik was ook wat brallerig bij momenten en stond zo irritant graag in de belangstelling. Het was een kleine school waar iedereen elkaar kende.

Na de examens volgde een schoolfuif. Op een bepaald moment zouden daar alle geselecteerde gedichten verspreid worden op een folder, en wat later zou dan de winnaar bekend worden gemaakt. Tot mijn grote verrassing en vreugde trof ik mijn beide gedichten aan onder de genomineerden. Ik kreeg verraste reacties – want waarom had ik niets verteld? Vincent was ook genomineerd en het trof me dat hij ook verrast was. Niet vanwege mijn nominatie, wel om mijn initiatief. Het was zo’n moment waarop je in de reacties van anderen een spiegelbeeld ziet van de persoon die je aan het worden bent. Ik was die Sven geworden die schijnbaar zonder aarzelen een kindergedicht schreef.

Die kleine dingen hebben van die deelname aan de Peperkoeken Pen een onvergetelijke ervaring gemaakt. Ik herinner me vooral dat ik – het klinkt ongeloofwaardig – heel bescheiden reageerde op mijn selectie. Ik, die verder zo vaak te koop liep met wat ik goed kon en dacht goed te kunnen. Ik denk dat dit zo’n situatie was waarbij de overwinning op jezelf de hoogst haalbare eer was. Zoiets bestaat dus echt. Ik was niet eens trots, vond het gewoon fijn dat mijn gedichten tussen een vijftiental andere prachtige gedichten stond van allemaal zeer getalenteerde medestudenten.

Later die avond lazen docenten de gedichten voor. Onder de deelnemers was enige animo wat die voorlezers betrof. Wie jouw gedicht voorlas, was wel degelijk van belang. Een charismaloze docent – zo had onze school er gelukkig niet veel – kon jouw imago als dichter-in-spe meteen verknoeien. Onze pedagoge Frieda, een heel tof mens, bleek mijn gedicht voor te dragen en dat was alleszins een meevaller.

Dat ik die avond uiteindelijk ook effectief met de Peperkoeken Pen aan de haal ging, was nog eens de kers op een overheerlijke taart. Ik zag mezelf terug, zoveel jaar eerder, op die opendeurdag, dat gedicht negerend. Die verhouding tussen die vroegere en die huidige Sven is vrijwel niet te beschrijven. Hoe onbelangrijk verder ook in het geheel der dingen, ik denk niet dat ik later in mijn leven nog iets bereikt heb dat ik voorheen in die mate onmogelijk achtte. Tegenwoordig speel ik op safe en breng ik enkel dingen tot een goed einde waarvan ik zeker ben dat ze succesvol zullen zijn. Maar die Peperkoeken Pen pakken ze me niet meer af, al bestaat ze nog enkel uit een oorkonde. En vind je hier zelfs geen verslag van de wedstrijd uit 1998.

Marc Stevens was er dat jaar niet bij, vandaar wellicht. Eén van zijn ouders was overleden, als ik me dat goed herinner. Enkele dagen later was er nog een afscheidsbarbecue voor alle derdejaars. Marc feliciteerde me toen, en zijn blik leek te willen suggereren dat ik even terecht als onterecht de winnaar was, zo meen ik me dat te herinneren. Omdat hij mijn gedicht misschien wel goed vond, maar hij misschien liever een ander student als verpersoonlijking had gezien van de individuele vooruitgang die de opleiding nastreefde. Dat is geheel en al mijn interpretatie natuurlijk. Hij gaf me ook zeer kort feedback. Dat slechts twee zinnen uit mijn gedicht samen veel krachtiger waren dan het volledige gedicht. Kritiek die even vernietigend als opbouwend was. Het ‘less is more’ principe zou ik pas vele jaren later begrijpen.

Ik had op dat moment Marc eigenlijk graag verteld wat die prijs voor mij betekende, maar dat was er toen dus niet het moment voor en de daaropvolgende drink & fuif kon hij begrijpelijkerwijs niet bijwonen. Nu zijn we bijna 13 jaar later en op een doordeweekse donderdag overvalt deze ervaring me opnieuw. En als mijn leerlingen volgende week tweeëntwintig mooie gedichten afleveren, is dat dus ook een beetje dankzij Marc Stevens, wiens initiatief mij overtuigd heeft van mijn eigen kunnen.





GepamperGepamperGepamper

6 07 2011

Ten laatste vrijdag zou Claudia moeten bevallen zijn. Evi en Maarten worden zo ongeveer gelijktijdig voor de tweede keer ouders. En ook mijn dierbare oud-collega Anja is klaar om deze week te bevallen.

Later deze zomer zal er bij Mieke en Olivier nog een keer getoast worden en in september wordt er ten huize Bart en Thalia nog eentje geboren. In oktober is Flore dan aan de beurt om voor het eerst mama te worden.

Dat ze het allemaal maar goed doen, die vruchtbare dames! Intussen hoop ik dat men in zekere kinderkadobabyspullenwinkels eindelijk eens het concept klantenkaart ten uitvoer brengt…





Flesmob

3 04 2011

Ik blijf geboeid door flashmobs, en dit is een van de originelere, vind ik. Zeer deugddoend filmpje! (met dank aan Freya)

 





Geen titel

10 10 2010




Rechtzetting

15 09 2010

De felicitaties alom van de mensen om me heen, en in het bijzonder de reacties op de foto waarop ik schijnbaar trots poseer met een trofee in de handen, doen me vermoeden dat de meeste mensen het een hele prestatie vinden dat ik met teamgenoten Stijn en Hanne afgelopen zondag de Moviequiz 2010 won op het Vlissingse filmfestival Film by the Sea. Bij deze dien ik één en ander in een juist daglicht te plaatsen.

Goed, wij wonnen dus. Maar daar dient misschien alleszins al aan toegevoegd te worden dat er slechts 8 ploegen deelnamen. En géén daarvan betrof zo’n typische die hard filmfreakploeg waardoor een team van ons niveau doorgaans afgedroogd wordt. Laat ons deze overwinning dus niet uitvergroten tot een bovenmenselijke prestatie, in tegenstelling tot wat het gigantesque van de trofee ook mag doen vermoeden. Om maar te zeggen: de trofee is potsierlijk en buitenproportioneel.

Niet dat de quiz (‘zeg niet filmquiz maar moviequiz’) papsimpel was. De vragen waren van een zeer degelijk niveau en waren voldoende gevarieerd. We dienden toch wel wat in ons filmgeheugen te graven en sloegen soms de bal mis. De scores lagen erg dicht bij elkaar, dus het was best spannend – al schreeuwde ik onze triomf al uit vanaf de eerste ronde. Daarnaast leden we onnoemelijke honger en kou. Nu ja… de beloofde beschikbare hapjes waren er niet en de deuren van de foyer lieten heel wat wind binnen. Reden genoeg voor mij om het op een zeuren te zetten. Een mens vertrekt dan om 11u na een snel ontbijt, komt daar rond de middag aan en meent een quiz van 5 uur lang te moeten uitzitten. Een hapje is dan welkom. Maar deelnemers aan de quiz mochten de tot de bioscoop behorende snoephoek echter niet betreden. Het enige alternatief was een dunne, akelige hamburger uit een soort op kinderen gericht restaurant. Maar goed dat de inschatting van de duidelijk wat onervaren organisatoren volkomen fout zat: om iets na 3 bleek de quiz al aan zijn einde te komen. Dat gaf ons, filmliefhebbers die nooit een kans op een (nieuwe) film laten liggen, de gelegenheid om nog een film van het festival mee te pikken. De Finse zedenkomedie Haarautuvan rakkauden talo beviel ons redelijk.

Maar het ontging me haast dat er eigenlijk wél een reden is  om deze trofee verdiend te hebben: we moesten drie uur lang naar Jan Verheyen luisteren! De presentator van dienst bleek echter ongelooflijk mee te vallen. Hij was vlotjes in de omgang en we konden ons niet van de indruk ontdoen dat hij enige sympathie had voor de enige Vlaamse ploeg. Na afloop kwam hij spontaan een babbeltje slaan. Op het feit na dat hij ons enigszins protserig met de releasedatum van zijn nieuwe (naar verluidt niet bijster goede) film om de oren sloeg, was hij verbazend sympathiek en geïnteresseerd. Voor de heilige boontjes onder ons die zich afvragen waarom me dat verbaast: omdat hij op televisie altijd zo vreselijk irritant is natuurlijk.

Dient verder nog vermeld te worden: dat Stijn’s parkeerkunstje – iets waar hij blijkbaar toch wat onzeker over is – er eentje was dat gerust als demofilmpje op de rijschool kan vertoond worden. Dat de cocos-met-citroen-zandkoekjes van Hanne een troost waren in hongerige tijden, al bleken ze geen spek naar mijn bek te zijn. Dat Stijn’s  vrees dat ik meestal voor- en familienaam wil noteren op het antwoordformulier ons punten kan kosten, terecht was toen Vivien Leigh eigenlijk Janet Leigh was. Dat de drank dan toch niet gratis was. Dat het leven achter de schermen van het Gentse filmfestival een boeiend kijkspel zou opleveren. Dat panfluitmuziek beluisteren ook zijn grenzen kent. Dat het schriele kereltje dat na afloop naar onze trofee kwam kijken, maar gewoon een excuus zocht om ons onder neus te wrijven dat thuis al vier van die trofeeën had. En tenslotte dat een uurtje verpozen in de Vlissingse zon me een klein vakantiegevoel bleek te bieden en ik daarmee wellicht het laatste uit de zomer heb gehaald.





Sven – Kinepolis: 1-0

7 05 2010

Geheel onbescheiden wens ik het volgende stukje te wijden aan het feit dat ik afgelopen donderdag deel uitmaakte van de quizploeg die de Gentse editie van de Kinepolis Filmquiz won. Ik zou het daar kunnen bij laten wat de mededeling betreft, maar dan zou het hier om pure opschepperij gaan, terwijl ik er toch liever prat op ga u vooral deelgenoot te willen maken van mijn waarnemingen en bedenkingen bij evenementen en de bezoekers ervan, eerder dan alles op mezelf te betrekken. Ahum.

Laat ik eerst maar vooral bekennen dat er niet te veel op te scheppen valt. In de eerste plaats was ik te gast in een ploeg van zeer hoog niveau, die deze quiz zelfs al enkele keren eerder won. En dan was dit ook gewoon een haast belachelijk gemakkelijke quiz, ongetwijfeld samengesteld door mensen die fan zijn van Bruce Willis of Jennifer Aniston en zeker 7 films per jaar zien waarvan drie met sprekende dieren. En die schrijffouten maken in de vraagstelling.

Enige eigendunk was te merken bij de ronde die volledig rond Kinepolis zelf draait. Hoeveel ongevallen Geert Bert, broer van gedelegeerd bestuurde Joost Bert, al veroorzaakt heeft – met of zonder helikopter – , werd niet gevraagd, wel werden we bv. verondersteld te weten in welke landen in Europa Kinepolis geen vestigingen heeft. Zo werd deze ronde met nog 9 onleuke vragen verder opgevuld. Maar dat hoefde ons blijkbaar niet te deren, want we gokten in deze multiple choice ronde slechts 2 keer fout. Zo weet ik nu dat er al 31 3D-schermen zijn in België! Hoe de lelijke dwerg uit de afvalspotjes heet, wisten we dan weer wel, maar dat werd niet gevraagd.

Nu, enige uitdaging bood wel de rubriek ‘filmmuziek’. Naast enkele obligate, zelfs voorspelbare nummers zat er toch minstens ééntje in die wellicht niet al te veel mensen herkenden, ook al was het een erg bekend stukje. Ik geef mezelf hierbij nogmaals een schouderklopje voor dat correcte antwoord, waarmee ik mijn ploeg toch minstens één keer van mijn waarde kon overtuigen. Het bleek voldoende te zijn om ons aan de overwinning te helpen, met maar één punt meer dan de opvolgers en zelfs een ex aequo met een andere ploeg. Volgde dus een schiftingsvraag waarbij de ooit in Kinepolis werkzaam geweest zijnde Ottelien moeiteloos kon inschatten hoeveel lege plaatsen er nog in de zaal waren. Zo reed de hoofdprijs – om ietwat onbegrijpelijke reden in een winkelkar van Aldi – richting Keyser Söze.

Het wachten tussen de vele snel opgeloste vragen werd veraangenaamd door de onbedoeld lollige ploeg op de rij voor de onze. Antwoordformulieren werden verkeerd ingevuld, vielen zelfs enkele meters naar beneden, en reacties als ‘De broer van Ben Affleck heet Casey? Dat kan niet, dat is een meisjesnaam!’ deden glimlachen omwille van de geheel eigen logica ervan.

Rest me nog enige ergernis te ventileren ten opzichte van de presentator die zijn roeping als Club Medanimator helaas gemist heeft waardoor hij zijn geforceerd enthousiasme dan maar de hele avond op ons moest los laten. Maar ik bespaar u verder commentaar omdat het eigenlijk best mee viel, hoezeer mijn teamgenoten zich ook ergerden en team captain Stijn  overwoog de door de sponsor ter beschikking gestelde blikjes Cola Zero maar richting presentator te keilen. Het werkelijk afschuwelijke Law Abiding Citizen waarop we nadien getrakteerd werden, vond ik echter stukken minder draaglijk, al was Bert het daar zeker niet mee eens. Maar ik geef u het advies gewoon de trailer te bekijken en u de rest te besparen.

Voor wie benieuwd is naar de prijzenpot: dvd’s, filmtickets, gezelschapsspelen en … een barbecue. De fles Martine Fiero (1 fles!) met plastic ijsemmer negeer ik even om de waardigheid van onze zege te bewaren.





Geen titel

24 04 2010

Kijk en kijk en kijk opnieuw.





De grootsheid van Vanessa

22 02 2010

Alweer een filmgerelateerd artikel, ja hoor. Maar tegelijk ook een beschouwing van iets dat me getroffen heeft en dat me inspireerde tot een soort lofzang aan het adres van de Britse actrice Vanessa Redgrave. U hoéft het niet te lezen hoor.

Gisteren vond de uitreiking van de Bafta’s plaats, de Britse filmprijzen. Heel wat minder duf dan de Oscaruitreiking, wat informeler en swingender, maar ook met net iets minder grote sterren in het publiek. Ik geef toe dat ik de uitzending ervan in de eerste plaats bekijk om een glimp op te vangen van de mens achter de acteur of actrice, al ben ik me er van bewust dat het één en al imago is. Maar wie zit naast wie, wie lacht om welke grap en zelfs wie draagt wat? Het is al even fascinerend als wat ze op het witte doek doen.

Acteurs zichzelf zien wezen, het doet vaak afbreuk aan de magie van de cinema. Ze verspreken zich of lezen vaak dodelijk verveeld de meest banale introducties voor, zonder een greintje show of enthousiasme. Zijn dat dan acteurs? Anderzijds zie je ook wat je wil zien: charisma, klasse, humor, gevatheid. Dat zijn dan filmsterren.

Over de hele avond werd één vooroordeel flink bevestigd. Dat de Britten er op alle vlakken in slagen de show te stelen. Ze komen eleganter, alerter en met veel meer klasse uit de hoek dan hun Amerikaanse tegenhangers. Colin Firth, Kate Winslet, Rupert Everett, Carey Mulligan, Kristin Scott Thomas, niet meteen allemaal klinkende namen, maar wel acteurs waar de flair van af spat. Het ultieme bewijs daarvan was Vanessa Redgrave, die die avond het erelidmaatschap van de British Academy of Film and Television Arts zou ontvangen.

Ik heb deze 73-jarige actrice altijd al graag aan het werk gezien, al heb ik heel wat van haar bekendste films nog niet gezien. Op haar cv staan ondermeer Blowup, Isadora, Mary Queen of Scots, Murder on the Oriënt Express, Agatha, Prick Up Your Ears, Howards End, Mission Impossible, Wilde, Cradle Will Rock, The Pledge, The Gathering Storm, Venus en Atonement. Ze werd zes keer genomineerd voor een Oscar (en won er één), won een Gouden Palm, werd 13 keer genomineerd voor een Golden Globe, … kortom een grote actrice, over wie nooit genoeg lof zal gezwaaid kunnen worden en die vanwege haar inzet op politiek vlak, als strijdster voor mensenrechten, al evenzeer bewierrookt wordt.

Ik wil het echter vooral even hebben over wat ik haar tijdens die uitreiking zag doen, als zichzelf: groots wezen in nederigheid en bescheidenheid. En al zou het allemaal maar theater geweest zijn, ik was onder de indruk.

Redgrave zou de prijs in ontvangst nemen uit handen van de Amerikaanse actrice Uma Thurman en Prins William. Vrij geëmotioneerd stapte ze het podium op na het aanschouwen van een (wat flauw en onvolledig) overzicht van haar carrière. Ze viel Thurman, met wie ze in de film A Month by the Lake gespeeld had en die ze sindsdien als een soort vriendin lijkt te beschouwen, om de hals en knielde toen elegant en plechtig voor de prins, die jammer genoeg meer van zijn vader dan van zijn moeder leek te hebben op dat moment. Na nog een knuffel of wat wendde ze zich dan tot het publiek en de kijker met haar dankwoord.

Dat was bijzonder lang maar verveelde geenszins. Redgrave beschreef hoe ze als klein meisje in datzelfde theater waar ze nu geëerd werd, kwam kijken naar voorstellingen, vanop de hoogste (goedkoopste) plaatsen en zo de showbusinessbacterie te pakken kreeg, al waren haar ouders natuurlijk ook acteurs. Klassiek verhaal natuurlijk, maar anderzijds toch: hoe dromen uitkomen. Redgrave verwees ook naar een periode in haar leven waarbij ze een broer verloor in de oorlog. Op zich een tragisch feit, maar ook ironisch: terwijl zij als oudere vrouw terugkijkt  op een verleden waarin mensen familieleden verloren aan de oorlog, won diezelfde avond The Hurt Locker tal van prijzen. Een actuele film over de oorlog in Irak. Dan ben je een zeventiger en is er niets veranderd.

Redgrave sprak ook de prins aan. Ze had zijn moeder ooit ontmoet en sprak haar bewondering voor zijn vader uit. Zet een Brit naast iemand van het koningshuis en ze lijken hun ego op te geven. Al was zij 73 en hij 27, het ontzag kwam van haar kant (of was wellicht wederzijds al betwijfel ik of Prins William veel films gezien heeft met Vanessa Redgrave). Mooi vond ik dat.

Redgrave maakt deel uit van een grote acteersfamilie. Getrouwd met een regisseur, dochter  van acteurs, kinderen die zelf acteren. Dochter Joely Richardson (uit o.a. 101 Dalmatians, The Patriot en de reeks Nip/Tuck), haar jongere evenbeeld, zat te snotteren in de zaal. Aan de andere kant had Natasha Richardson moeten zitten, ook actrice en getrouwd met Liam Neeson. En een jaar geleden verongelukt bij het skiën. Een tragedie die geen dramatisering behoeft en een ultieme illustratie is dat al die sterren ook maar mensen zijn. Het voorval bleef onuitgesproken, maar een uur eerder amper was in een in memoriam nog de dochter aan bod geweest. Het medeleven van het publiek was voelbaar en maakte Redgrave alleen maar grootser.

Ik geef toe, ik smulde van die dramatiek hoor. En ik wil niet blind idolaat zijn. Maar dit was gewoon een treffend moment, een zeldzaam puur aandoend gebeuren in een wereld van show, schijn en oppervlakkigheid. U mag me een gebrek aan scepsis verwijten in deze, ik was getroffen.

Hieronder een flard van de ceremonie.





400 recensies

28 01 2010

Als ik het hier al eens over film heb, tracht ik het toch enigszins te kaderen. Deze keer blijft het bij de vreugdevolle aankondiging van mijn 400e filmrecensie in 10 jaar tijd: Up in the Air, een film die ik u trouwens kan aanbevelen.

De volledige lijst van recensies die ik de voorbije 10 jaar bijeenschreef vindt u hier.





The Broken or the Holy

22 01 2010

De kans is groot dat u er al genoeg van heeft en u het al op talloze andere blogs aantrof, de Hallelujah-versie van Gabriel Rios en Nataulia.  Maar ik moet, zelfs al val ik gewoonlijk niet voor goedkope covers, toch bekennen dat dit me niet koud laat.





IKL-jury beloont Hickey Underworld

5 12 2009

De videoclip van Blonde Fire van The Hickey Underworld won gisteren op de 15e editie Internationaal Kortfilmfestival Leuven de juryprijs voor Beste Videoclip. Zonder de concurrentie gezien te hebben, kan ik dat volkomen terecht noemen.

Deze verre van gezellige clip lijkt aan te vangen in het atelier van mijn broer, maar ontwikkelt zich al snel tot een macaber tafereeltje. Inventief en origineel is het alleszins. Als dat geen underworld is. De regisseur van de clip is Joe Vanhoutteghem.





Bedankt voor de bloemen

29 09 2009

Het onderwijsblad Klasse riep het Verantwoord Tijdverlies deze maand uit tot onderwijsblog van de maand. Fijn vind ik dat.  En nee, ik ben niet zo bescheiden dat onvermeld te laten. Welkom dus aan alle lezers die hier voor het eerst langskomen, mijn bezoekcijfers swingen de pan uit nu het nummer van oktober vandaag in de meeste brievenbussen belandde. Wie geen Klasse ontvangt, kan hier de betreffende pagina bekijken.

Een echte onderwijsblog is dit echter niet zozeer. Ik heb het vaak en graag over mijn job, maar op deze blog wil ik meer kwijt dan dat. Dat wou ik maar even verduidelijken. Wie echt alleen voor de onderwijsverhalen gaat, kan zich hier te pletter lezen. Alle anderen mogen gerust op eigen tempo rondwandelen. Laat eventueel ook maar reacties achter – op het risico van een weerwoord uiteraard.

Ben overigens benieuwd of de Klasse in de leraarskamer van Sint-Bavo bekeken zal worden… Jullie banvloek heeft de redactie van Klasse blijkbaar niet bereikt.





Het humorrapport

12 03 2009

Vrouwen en humor blijf ik geen evidente combinatie vinden. Ik verwijs ter duiding van deze stelling niet naar wetenschappelijke theoriën of hele lijsten mannelijke stand-uppers (waarvan ik eerder down word). Ik gruwel ook van journalisten die aan elke grappige vrouw moeten vragen waarom er zo weinig vrouwen grappig zijn. Er zijn massa’s bekende vrouwen die me al doen lachen hebben. En Els De Schepper hoort daar niet bij. Jacky Lafon wel, maar om andere redenen dan ze zelf wil.

Nee, ik neem enkel het dagelijks leven onder de loep om geheel algemenend vast te stellen dat er te weinig humoristische vrouwen zijn. Het zou kunnen dat ik te weinig vrouwen ken, maar dat is beslist niet zo. Ze zijn overal. Misschien ken ik de verkeerde vrouwen, maar ik vind de diversiteit onder de mij bekende dames bijzonder groot, dus het feit dat er dan nog zo weinig grappige vrouwen onder hen zijn bewijst alleen maar mijn stelling. Ik zou ook ingaan op het humorniveau van de mannen die ik ken om zo te moeten concluderen dat het daar al even triestig gesteld is, maar dan beland je al snel in een filosofisch-sociologisch debat over soorten humor, soorten mannen en vrouwen en de verschillen in wat mannen dan niet vrouwen grappig vinden. Laat ons nu maar gewoon heel algemeen stellen dat ik de indruk heb dat er minder grappige vrouwen zijn dan mannen.

Want, even verduidelijken, er is een verschil tussen een vrouw met gevoel voor humor en een grappige vrouw. Bijna alle vrouwen die ik ken, kan je aan het lachen krijgen. Maar hoeveel van hen kunnen mij aan het lachen krijgen?

Vandaar, zonder enige aanleiding of reden, wil ik toch eens een eerbetoon brengen aan een aantal grappige vrouwen die ik ken of gekend heb. Met voorbeelden ben ik spaarzaam, dat zijn toch vaak contextuele zaken ‘waar je bij geweest had moeten zijn’. Maar zij kunnen me wel enkele lachbanden laten vullen:

6. Lieve. In Kerksken wonen en toch de humor vatten van clichés als ‘op zondagochtend in uwen training naar den bakker gaan’ en ‘met nen Dag Allemaal in uw handen op den trein zitten komeren’, het is een zeldzaamheid. Lieve mag dan al een zeer serieuze kant hebben, ze flapt er nu dan wel rake dingen uit en kan soms moeilijke de innerlijke drang weerstaan om al te ernstige momenten of mensen onderuit te halen. Wat occasionele zelfspot en nu en dan wat lust voor onnozelheid – vooral tijdens quizzen – maken van Lieve grappig gezelschap. Grappigheidsfactor 8.

5. Veronique. Mijn collega Veronique is impulsief wat humor betreft en dat is een zeldzame maar welkome karaktertrek, zeker op een drukke werkplek. Doet simpelweg graag onnozel, vaak stiekem of tijdens een ernstig moment en is altijd te vinden voor zever en onzin. Het hoeft niet altijd netjes te zijn en fysiek voluit gaan hoeft geen bezwaar te zijn. Een vette 8 voor Vero.

4. Mariuga. Is nog geen 11 maar wat een humoristisch genie is dit- met alle respect- absurde kind. In haar hoofd bruist het van de knotsgekke ideeën en creatieve uitbarstingen, die zich uiten in originele verkleedpartijen, knutselwerken, tekeningen, danspasjes en rollenspelen. Mariuga is het ene moment een omaatje, dan weer een Duitse boerin of een Afrikaanse belastingcontroleur. Kan met elk voorwerp converseren, kraamt haast uitsluitend onzin uit maar doorgaans van een hoog niveau, inclusief woordspelletjes, en dat allemaal op ieder willekeurig moment van de dag. Een continue stimulans van de prefrontale cortex. Dat verdient een 9.

3. Thalia. Een groot relativeringsvermogen leidt bij haar vaak tot het (in bescheiden mate) in het belachelijke trekken van dingen die andere mensen veel te serieus nemen. Ze stapt ook zonder omwegen mee in de onnozelste plannetjes en lollige ideeën, graag met behulp van attributen of kledingstukken. Kan dat combineren met gespeelde ernst en zonder zich iets van de omgeving aan te trekken. Het mag ook op de maat van de al dan niet zelfgefabriceerde muziek. Grimast ongegeneerd en hanteert eventueel haar lichaam als object ter vermaak van de omgeving. Toch blijft het allemaal deftig, hoor. Maar in die momenten dat echte ongegeneerde onnozelheid een noodzaak was, kreeg ik haar altijd mee. Of zij mij. Grappigheidsfactor: 9

2. Katrien. Met je af en toe eens goed kind voelen, is niets mis. Verkleden is Katrien haar ding, maar ook zaken in het absurde trekken vormt geen probleem. Gaat zonder enige gêne mee in losgeslagen conversaties of van de pot gerukte fantasieën. Kan ook de overernst van zekere situaties of personen hanteren als humorbron. En dat voor een Denderhoutemse. Dat verdient een 9.

1. Bernice. Ontelbare momenten van slappe lach en daaruit resulterende buikkramp heb ik aan Bernice te danken. Ze hield gewoon van zever, zever, zever. Tot zelfs letterlijk, want we moeten toegeven dat ons niet altijd even volwassen gedrag vaak het onwelvoeglijke overschreed, destijds. Ook Bernice kroop zonder enige moeite in de huid van wat voor personage dan ook, of het  nu midden in de les was of midden in de nacht. Zag er geen graten in de onnozelheid te overdrijven door te vallen, te rollen of haar lichaam op wat voor manier dan ook in de humorstrijd te werpen.  Ik durf misschien zelfs stellen dat bij momenten die heerlijke chaos zoals je die alleen in de beste komische series aantreft (stel u taartengegooi of volgestouwde auto’s voor), benaderd werd. De herinneringen mogen dan door de tijd verheerlijkt zijn, Bernice verdient gewoon een 10.

Dames uit mijn vrienden- en kennissenkring die niet in dit lijstje voorkomen, kunnen zich eventueel troosten met ander lof in deze rubriek (sorry Valérie, de V is voor binnen afzienbare tijd!). Als het op waardering en uitingen van dierbaarheid aankomt, ben ik al even rechtuit als in beledigingen en commentaar, dus ieder zijn deel. Maar vandaag wou ik dat handjevol grappige vrouwen gewoon eens extra bewieroken.

Ter illustratie géén Youtubefilmpje, want wat te kiezen? Dus gewoon dank u: Mevrouw Ten Kate, Patsy & Edina, Wiske, Tine Embrechts, Karlijn Sileghem en Els Dottermans in Jos Bosmansmodus, Bette Midler, Phoebe Buffay, Roxanne uit Buiten De Zone, Miss Piggy, Smack the Pony, Ruby Wax, Lily Tomlin, Annet Malherbe, Sue Townsend, Dawn French, Sien Eggers & Tania Van der Sanden, Madam Pheip, Corrie Van Gorp, Jenny Tanghe, Whoopi Goldberg, Karen Walker, Mrs Krabappel en de enkele die ik ongetwijfeld vergeten ben…





Groot nieuws

18 12 2008

De regeringscrisis leidt tot nooitgeziene gebeurtenissen. De Standaard kon uitpakken met deze primeur:

koning

Waar eindigt dat?????





In de watten

5 10 2008

Vandaag is het, zelfs al is het zondag, dag van de leerkracht. Mijn collega’s en ik werden daarvoor vrijdag al flink in de bloemetjes en de taarten gezet.

Ja, die bloem ziet er verdacht gephotoshopt uit, maar ze is wel degelijk echt. Mijn leerlingen boden me verder allerlei zelfgemaakte cadeautjes aan (tot zelfs een versgeperst fruitsapje) en nadien trakteerden de ouders ons op een schitterend dessertbuffet. De doorsnee postbode of hartchirurg zie ik het nog niet overkomen. Leve mezelf!








%d bloggers liken dit: