The End

18 10 2009

Met wat spijt maar ook een zekere opluchting en een grote voldoening zette ik gisteren een punt achter mijn 10e Gentse filmfestival. Een fragmentarische terugblik:

filmfestival– ik zag 30 films op 11 dagen. Tussendoor ging ik uiteraard full time werken. Nu ben ik dus moe.

– in vergelijking met andere jaren is dat zowat hetzelfde (2008: 31, 2007: 29).

– ik schreef 12 recensies (nog 4 te doen).

– bedenkingen bij: het type Canvaskijker dat in de hal van de Kinepolis luidop verkondigen dat ze eigenlijk helemaal niet graag naar de Kinepolis komen want ‘de sfeer is er zo commercieel’. Ze hebben gelijk maar moet dat echt, dat herkauwen van clichés? En zal ze van u komen, de redding van de kleine alternatieve bioscopen, waar u één keer per jaar heen gaat?

– geërgerd aan (1): die hopen eerstejaars filmstudenten die rechtstreeks van de middelbare school komen en om nog steeds onbegrijpelijke redenen ieder jaar weer een accreditatie krijgen van het festival, die na iedere voorstelling het soort prietpraat te verkopen waarmee ze hopen indruk te maken op hun klasgenoten. Ja, ik weet het, ik zou hun enthousiamse en drang naar kennis moeten toejuichen, maar waar is hun nederigheid als de grote filmkenner Sven De Schutter in de buurt is?

– geërgerd aan (2): die Kempense kerel die (ook weer voor jan en alleman) kond deed van zijn onvrede over het filmfestival, over Gent, over al die slechte, slechte films. Alstublieft meneer, met uw baard, hoed en pardessus zo weggelopen uit een slechte detectivefilm: blijf thuis, hou uw mond of geniet simpelweg toch eens van al die films. Of blog. Het kunnen niet allemaal meesterwerken zijn toch?

– dankbaar en blij om (ja, dat ben ik ook wel eens): al die stille, stille mensen in de zaal. U bent waardige filmliefhebbers. Al die mensen die zonder popcorn en chips kunnen (al mag dat ook wel eens). Al die mensen die zonder drummen de zaal in wandelen. Al die geduldige en vriendelijke medewerkers en personeelsleden.

– dank ook aan de onbekende die mijn persaccreditatie die ik verloor in de supermarkt, keurig terugbezorgde aan de persdienst. Ik, die er prat op ga nooit iets te verliezen, zou hetzelfde gedaan hebben. Merci, nobele heer of dame!

– meest gegeten: granny’s. Gezonde tussendoortjes die af en toe zelfs een keer een maaltijd vervingen.

-verder opgevallen: dat je heel wat filmliefhebbers ieder jaar weer terugziet. Ik heb een goed geheugen voor gezichten en zie al jaren en jaren dezelfde mensen opduiken. Ik ben dus  niet alleen als freak.

– bizar moment: iets gaan drinken in het festivalcafé. Maar dat verhaal is voor een volgende blogpost (Stel u er nu ook weer niet té veel van voor).

Voor een ander soort terugblik, klik hier!

En nu weer alle aandacht voor mijn verwaarloosde leerlingen!

 





20 dagen niet geblogd

30 05 2009

De voorbije weken stond mijn hoofd niet zo naar het bloggen. Ook niet naar het lezen ervan (ik bezoek mijn favoriete blogs één dezer beslist nog een keer). Ik had het druk en ook weer niet. Een samenvatting van mijn bezigheden de voorbije 20 dagen:

*een K.U.T-quiz georganiseerd. Samen met de rest van de redactie van het onvolprezen on line filmmagazine Kutsite.com hebben we maandenlang gebrainstormd en gezocht naar geschikte vragen en fragmenten. Om nog maar te zwijgen over de jacht op sponsors. De week voor de uiteindelijke quiz plaats zou vinden, was behoorlijk slopend. Lang niet zo’n stress gehad zelfs. Maar de voldoening was wel immens, want het evenement verliep vlekkeloos en de samenwerking was schitterend.

*Naar de film geweest. Angels & Demons was vermakelijke onzin, Star Trek grandioos en mateloos entertainend (en ik had nog nooit zelfs maar een aflevering ervan gezien, maar deze film is top!), Synecdoche New York evolueerde van chaotisch irritant tot meesterlijk fascinerend.

*Gelezen. Ook de Wij van Elvis Peeters werd verslonden, maar een verslagje zit er niet in, want hoewel meeslepend, verontrustend en knap geschreven, was dit ook afstandelijk en betekenisloos. Dat was wellicht ten dele de bedoeling, maar ik werd er niet warm of koud van. Vooral het feit dat de personages schimmen waren, enkel gedefinieerd door inwisselbare namen, zorgde dat het boek nooit echt beklijfde. Het aangeprezen De Literaire Kring van Marjolein Februari wist me zelfs helemaal niet te bekoren. Zzzzz.

*Gewerkt. Hoewel er wel wat vakantiedagen in de afgelopen periode zaten, zijn de laatste maanden van het schooljaar als vanouds hectisch. Toetsen, herhalingen, rappporten, projecten, overleg, teamvergadering, deelteamvergadering, bijeenkomsten, nieuwsbrieven, klaskrant, bestellingen, reserveringen, agenda’s, … Geen probleem, het blijft allemaal boeiend. En op de sportdag niét in het water gevallen deze keer, maar toch doornat want er was regen. Veel.

*Nostalgisch geworden. Negen van mijn leerlingen, die ik na twee jaar toch zo goed ken, zullen in september op de middelbare school zitten en dat sluimert al een beetje door mijn hoofd. Normaal uiteraard, en we zijn er eigenlijk ook allemaal aan toe dat ze vertrekken, maar het zijn geen afgedankte meubels die je naar het kringloopcentrum brengt natuurlijk. En dan zijn er de collega’s. De vrijdagse après-schools blijven kleine hoogtepuntjes van samenhorigheid en gezelligheid, de barbecue een …tja,… liefdevol gebeuren zonder dat het klef wordt of we ons in de illusie wentelen dat het voor altijd zo zal zijn. Want collega’s gaan op pensioen of kondigen met een klein stemmetje of een traantje in de ooghoek aan dat ze ondanks de harmonie volgend jaar toch andere horizonten gaan verkennen. Ik werk precies deze week drie jaar op die bijzondere school en intussen ben ik er aan gewend dat het onderwijs tegen alle clichés in een wereld blijft die continu in beweging is, maar al die fijne mensen die vertrekken, het laat je niet koud.

*Renzo vergezeld in het 30 worden, Lode gesteund in de aanzet van een muzikale carrière, Michèle nog eens op de agenda gezet voor een filmpje, Steven verrast door 3 van de 4 stoelen te herkennen in wat hij als een moeilijke quizvraag bestempelde, net als Marianne Briek Schotte als Permeke bestempeld. Wat niet klopte.

*En verder: een communievierings-boekje geïllustreerd, Valerie gelukgewenst met haar zwangerschap, de klaskasboekhouding gedaan, de Haaltertse bibliotheek geëerd als vrijwel de enige plek in dat dorp waar ik nog graag kom, me ingeschreven voor het Freinetcongres in Straatsburg, de stemtest gedaan en vastgesteld hoe ik die kon manipuleren tot ik het resultaat had dat me het meest beviel,

*Nog dringend te doen: Stafke en Berend nog eens bezoeken, Henk en Annelies feliciteren, een nieuwe gsm kopen,  mijn belastingsbrief invullen, mijn (uitgeleende) dvd’s nog eens inventariseren, foto’s laten afdrukken en… wat meer bloggen.





Teamweekend

30 03 2009

Zondagochtend:

V: Eén croissant en één ontbijtkoek per persoon!
Sven: Jamaar, ik heb eigenlijk liever twee croissants en geen ontbijtkoek.
V: Neenee, het aantal is precies afgemeten.
H: Niet moeilijk doen hé Sven.
Sven: Enfin, niet iedereen zal er twee eten hoor. Je zal er toch over hebben. Er zijn zelfs mensen die er geen eten. T. met zijn speciaal ontgiftingsdieet bijvoorbeeld.
V: Nee, afblijven. Er zijn nog mensen die slapen en die moeten straks ook ontbijt hebben!
Sven: Jamaar, wie tot 11 uur in zijn nest blijft, moet zich maar tevreden stellen met een beperktere keuze.
H: Dat is nu altijd hetzelfde met u, zo uw zin willen doordrijven.
Sven (grijnst): Ja, en weet je wat? Dat lukt bijna altijd.
V: Is het nu zo moeilijk u aan deze regel te houden?
Sven: Dat is een reflex: ik ga automatisch in tegen de dingen die opgelegd worden, denk ik. Ik argumenteer en ik wil mijn zin krijgen omdat ik er van overtuigd ben dat ik daarmee de regelneverij tegenga.
H (zucht): Hoe is dat toch mogelijk???
V (ferm): Eén croissant per persoon en stopt nu met zagen!
S: Jamaar er zal dan wel iemand twee koeken eten hoor, ik wil niemand zijn eten afnemen. Kijk, die ene croissant heeft me geweldig gesmaakt en ik kan het daar gerust bij laten. Maar jullie zetten me net aan om door te gaan. Niet alles moet zo strikt geregeld worden toch?
H & V: Zwijgt!!!!

Een andere collega komt nietsvermoedend aangeslenterd: ”Ha Sven, moete gij mijne croissant hebben? Ik zal dan wel twee koeken eten’.

Collectief gezucht en binnensmonds gefoeter rondom mij. Ik grijns eens te meer en bijt gretig in mijn croissant.

********************************************************************************

Maandagmiddag, uitpakken van het keukenmateriaal:

– ‘Wat zit er in diene zak hier?’
– ‘Ah, nog nen hoop croissants en koffiekoeken die over waren.’





How to attend an eetfestijn

8 03 2009

steakGeachte steakfestijn-bijwoner

Fijn dat u weer in zo’n grote getale aanwezig was op het eetfestijn van de jeugdbeweging waar ik lang deel van uit gemaakt heb en die ik nu occasioneel steun met raad en daad. Ik stond met een jaarlijks genoegen op mijn vaste stek tussen keuken en verbruikszaal en permiteer me vanuit deze positie enkele raadgevingen:

  • Ga niet aan een andere tafel zitten zonder de organisatie daarvan op de hoogte te brengen. Uw eten belandt dan immers op uw vorige plek, waarna u ten onrechte over de wachttijden gaat foeteren.
  • Verwacht uw maaltijd niet gelijktijdig te krijgen met de vrienden waar u gaan bij zitten bent als u pas drie kwartier na hen bent binnengekomen. Bedenkt ook dat het eerst arriverende bord niet voor u kan zijn, maar voor één van uw vrienden die er al veel eerder zaten.
  • Ook als u naast mensen gaat zitten die u niet kent, moet u zich realiseren dat de geserveerde borden eerst voor hen zullen zijn. Ze worden u vaak gebracht door een jonge onwetende bediende, dus aan u om te beseffen dat u onmogelijk zo snel bediend kan worden als uw tafelgenoten van frustratie een servet zitten te eten.
  • Kom niet in de keuken om daar de overstresste niet-professionele helpers uit te kafferen. Het zal de wachttijd enkel vertragen. Evenmin tonen wij ons ontvankelijk voor verzoeken om een voorkeursbehandeling. Pleidooien à la ‘ik moet mijn dochter van de paardrijles halen’ en ‘wij doen aan autodelen en moeten om 14u binnen zijn met de auto’ helpen niét. Wij boden u trouwens met plezier de ruimte en de tijd om die auto binnen te doen, met de trein terug naar Haaltert te reizen en dan te voet naar de parochiezaal te komen om alsnog te eten.
  • Bestel geen pizza in de naburige eettent tijdens het wachten. U beledigt de organisatie. En de boodschap was duidelijk.
  • Verwacht geen frieten als voorafje tijdens het wachten, als het net de baktijd van die frieten is die deze wachttijd vergroot.
  • Tracht ons niet te imponeren met bedreigingen als ‘dit is gene goede reclam hoor’. Er komt sowieso ieder jaar volk en zo’n invloed hebt u heus niet.
  • Laat u rustig sussen met vergoelijkende woorden van een ervaren oud-leider met een grote sociale vaardigheid en een gratis drankje om het wachten te compenseren. Dat werkt echt.
  • Uw beste vrienden trakteren en willen imponeren doet u best op een andere manier dan met hen te gaan eten op het eetfestijn van de vereniging van uw kinderen.
  • Kom niet in de keuken om eens te zien wat het probleem met de vervloekte friteuse is als u nog nooit een friteuse van dichtbij gezien hebt. Kom niet in de keuken tout court.
  • Veronderstel niet dat de persoon die in de keuken om frieten en vlees staat te roepen, tien vragen van medewerkers tegelijk beantwoordt en iedereen om hem heen commandeert, de baas is. Hij is al lang geen bondsleider meer, maar was gewoon in zijn sas.
  • Zwijgt en eet.

Maar verder: merci voor het geduld en het begrip, de berusting en aanvaarding van uw lot. U was heus niet zo’n slecht publiek en ik heb me eigenlijks zelfs niet eens écht geërgerd. Volgend jaar weer? Ik zal er zijn.





Pappenheimwee (4)

18 11 2008

Uw geduld wordt beloond, beste lezers. Ik verklap u eindelijk hoe mijn deelname aan De Pappenheimers in 2004 is afgelopen.

alibaba1Waar waren we gebleven? Mijn moeder en ik stonden 100 punten voor. Het zal van de sympathieke maar weinig pientere Peer afhangen of zijn team alsnog de finale haalt. Kent hij het antwoordt niet, dan winnen wij… Maar zelfs het kleinste kind weet het antwoord op de vraag: ‘Wat zei Ali Baba om de grot te openen’. Peer geeft dan ook zeer overtuigd het juiste antwoord. Wij vallen af.

Er wordt afscheid van ons genomen en ik mag nog melden dat ik me in het geheel nergens aan geërgerd heb – wat eigenlijk wel zo is, al blijft die goedgekeurde verspreking van Filip Peeters me toch wat parten spelen. Daarna nemen we plaats tussen onze teleurgestelde supporters om de finale te aanschouwen.

pappenheimers_0044 pappenheimers_0023 pappenheimers_0015

Op dat eigenste moment ben ik niet eens heel teleurgesteld. De sportieve sfeer die het programma uitstraalt, is vrij echt en daardoor is verliezen niet zo heel erg. De glimlach valt niet van mijn gezicht te beitelen. Toch moet gezegd dat onze tegenspelers daar ook toe bijdroegen. Zij speelden hun rol als underdog zo voortreffelijk, dat zelfs wij voor hen zouden supporteren. De finale was hen meer gegund dan Frans en Tim die zich vooraf in de rol van onoverwinnelijken nestelden. Maar wat wellicht nog een veel grotere rol speelt, is de afloop van de finale. Zoals de productie het voorschrijft, laten Peer en Els eerst hun BV zoveel mogelijk correcte antwoorden sprokkelen. Peeters slaagt daar moeiteloos in, maar dan raken ze de pedalen kwijt. Peer geeft het ene foute antwoord na het andere. Het koppel verliest dan ook met glans en, daar moeten we eerlijk in zijn, dat verzacht ook onze pijn. Allemaal met lege handen naar huis na ons rot geamuseerd te hebben, dat kunnen we fair vinden. Niet slecht bedoeld natuurlijk, maar is dit geen aannemelijke menselijke reactie? Onze teleurstelling was wellicht veel groter geweest als onze tegenspelers met enkele duizenden euro’s naar huis zouden gaan.

Onze supporters lijken genoten te hebben en er wordt druk nagepraat. Meester Marc laat horen wat hij allemaal wel wist en mijn oma moet even bekomen. Terwijl wij de spanning doorspoelen, start  – vrij laat op de avond al – nog een opname. Wij kunnen intussen formeel zijn: dit was voor ons een bijzondere, misschien zelfs wat sensationele beleving die zo’n storm aan emoties losmaakt dat we er nog dagenlang op wolkjes van zullen lopen. De productie is blij met de spannende aflevering, we krijgen als troost nog een fles champagne.

pappenheimers_0033Uiteraard wordt er nadien druk geanalyseerd. Wat hadden we moeten weten? Wat waren de flaters? Mijn moeder is wat pessimistisch. Ze heeft de indruk dat haar juiste antwoorden zich beperkt hebben tot vragen over seks, drank, muziek, roddel en nostalgie. Zal heel Vlaanderen haar leren kennen als een dom blondje? Welnee, en wat zou het, als je daar moeiteloos het charisma van een hele resem Missen en tv-omroepsters zit te overtreffen, glimlachend en stralend? Ikzelf geniet nog na van de alertheid ‘Jezus’ te antwoorden op een zeer onwaarschijnlijke vraag. En als spelletjesspeler was dit natuurlijk ook genieten.

Drie maand later

De uitzending valt samen met een quizavond van de jeugdbeweging. Die zal onderbroken worden, zodat op een groot scherm kan gekeken worden. Ik opteer pas na de uitzending langs te komen. Je weet maar nooit  hoe idioot, onnozel, dom of belachelijk je over zal komen (of bent). Dat kun je dan maar beter niet ontdekken met tientallen getuigen. We kijken dus thuis in familiekring, opnieuw vol zenuwen. Maar wat valt dat goed mee! We kijken opnieuw vol tevredenheid terug.

In de weken die volgen, ben ik op school een grote ster. Mijn leerlingen hebben massaal gekeken en veel ouders vertellen me dat ze ook de volgende dagen nog naar de aflevering kijken (‘Welke film wil je zien: Toy Story of Finding Nemo?’ – ‘Meester Sven!’). En hoe gek het ook klinkt, ik word op straat herkend! Eén keer toch…

We krijgen te horen dat Erik Van Looy alles voor ons verbrod heeft. Tja, hij gaf wel enkele foute antwoorden, maar dat deden wij ook. Verder moeten we her en der wel bevestigen dat hij sympathiek was en Tom Lenaerts ook. Dat de slag van Verdun aan bod kwam, bevestigt onze veronderstelling dat een voorbereiding altijd nog wat kan opleveren. Dat winnen niet voor ons is weggelegd, is een andere familiale verzuchting. Dat het vooral een zeer fijne ervaring was, hoeven we niet te verkondigen, want ‘daar koop je niets mee!’. Dat we al onze supporters dankbaar zijn omdat hun aanwezigheid echt deugd deed, komt te sentimenteel over om zomaar te verklaren. Dat er veel over te vertellen valt, hebt u als bloglezer ook gemerkt. Dat het onvergetelijk was, is overduidelijk.

Ik kan nu niet naar De Pappenheimers kijken zonder alles nog eens vaag opnieuw te beleven. Het is en blijft ook een steengoed programma. Ik kan u dus van harte aanbevelen ook een keer (proberen) deel te nemen.





Pappenheimwee (3)

15 11 2008

Wat voorafging: onze deelname aan De Pappenheimers lijkt op te zullen houden na de tweede ronde. We staan laatste, maar één correct antwoord kan alles redden. Het gaat om een muziekvraag, die mijn moeder moet trachten te beantwoorden vóór Axl Peleman

Tom Lenaerts’ ‘lalala’ is amper uitgestorven of mijn moeder heeft al afgedrukt. Uiteraard, want wat hebben we nog te verliezen? Haar eeuwige liefde voor muziek laat haar niet in de steek: ‘Pour un Flirt’ luidt het zelfverzekerd. Dan valt een ijzingwekkende stilte die uren lijkt te duren. Mijn moeder herinnert zich de vraag – wat is de titel en tevens ook de eerste zin? – ‘Avec toi, je ferais n’importe quoi’ maakt ze af, de woorden die de hele zaal al in het hoofd had. Het antwoord is juist en onze tribune barst los. Een triomfantelijk moment.

axlpelemanEr wordt afscheid genomen van Frans, Tim en Axl, en als kandidaat realiseer je je dan dat dit wel erg vroeg in het spel is. Wat zijn we opgelucht dat het hier voor ons niet ophoudt. Dit is gewéldig leuk. De derde ronde gaat van start en deze keer dienen de kapiteins zelf te bepalen wie welk thema speelt. Soms zijn de titels wat cryptisch aangegeven, dus het is wat gokken. In ons achterhoofd nog steeds de twee vooraf meegedeelde antwoorden, ‘Jezus’ en ‘Mister Manhattan’.

Ik laat mijn moeder het thema ‘cocktails’ spelen, gezien haar grote ervaring in de horeca. Ze doet dat goed, want ze weet wat in caïpirinha zit en herinnert zich de ‘Mister Manhattan’ als bijnaam voor Woody Allen. Het antwoord dat ze niet kent, geeft ze door aan Els, die het ook niet weet.

Het volgende thema is ‘kannibalisme’, dat gespeeld wordt door Filip Peeters. Bij zijn derde vraag, ‘Welke film sluit af met deze woorden van een menseneter: ‘I’m having an old friend for dinner’?’, aarzelt hij en zegt dan ‘Hannibal the Cannibal’, wat fout is. Maar Lenaerts, die ik geenszins van partijdigheid verdenk, helpt even: ‘Welke film?’ was de vraag’. Toch zou je kunnen zeggen dat Peeters’ antwoord  eigenlijk een titel is en hij dus fout geantwoord heeft. Hij herstelt zich echter en geeft het correcte antwoord: ‘The Silence of the Lambs’. Is hannibaldat wel geldig? Ik heb mijn bedenkingen, maar anderzijds is dit gelukkig Blokken niet, waarin je antwoord perfect moet zijn. Ik zou trouwens vermoeden dat wij ook hulp zouden krijgen in zo’n geval. Alleen stellen we later wel vast dat het foute antwoord uit de aflevering werd geknipt. Het kan dus niet anders of iemand anders heeft ook gemeend dat hier een schijn van partijdigheid ontstond. Was het de adrenaline die ons belette te reageren? Het spel gaat alleszins door.

Ik geef het thema ‘te duur voor wat het is’ aan onze teamgenoot Erik Van Looy. Ik heb geen idee wat dit inhoudt, maar het blijkt om luxeproducten en dure artikelen te gaan. Van Looy blijkt de koivis niet te kennen, maar geeft verder wel twee goede antwoorden. Zo blijft de stand natuurlijk ongeveer gelijk. Wanneer Els een zeer makkelijke vraag over Beethoven niet kan beantwoorden, geeft ze de vraag door aan Erik, die helaas ook fout antwoord. Jammer, maar we denken er (nog?) niet aan Erik Van Looy een blok aan ons been te noemen. Ook ik geef vervolgens (mijn enige) foute antwoord, door de zender La Deux niet te kennen en mijn moeder verwart Alexander Graham Bell en Thomas Edison. Allemaal gemiste kansen, want het verschil blijft miniem. Dat onze tegenspelers vrijwel niets goed beantwoorden, lijkt niet in hun nadeel te spelen – zo zit het spel nu eenmaal in elkaar.

kelly-pfaffIk neem vervolgens het thema ‘shockerende uitspraken’ op mij. Ik stel opnieuw vast dat de vragen alle betekenis lijken te verliezen als je zo geconcentreerd bent. Wanneer de vraag “Wie zei in een Brasschaatse villa: ‘Sam, blijft van mijn trees’?” luidt, raak ik gedesoriënteerd. In die luttele seconden blijk ik zelfs niet meer te weten of Brasschaat nu in België of op de Noordpool ligt. En wie is in godsnaam Sam? Maar leve de Story die mijn oma me elke week voorlegt bij een bezoekje. ‘Kelly Pfaff’ klinkt het net op tijd. 100 euro voorsprong.

“Welke menslievende goeroe uit de oudheid zei: “ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard!’?” is de volgende vraag. Aartsmoeilijk toch? Ik pieker me suf. In die paar seconden race ik door mijn geheugen. Socrates? Buddha? Harry Krishna? Ravi Shankar? Willy Sommers? Ik trek grote ogen en schud mijn hoofd, ‘denk aan de tijd’, klinkt het. Ik voel al onze dierbaren achter me de adem inhouden. Een wanhoopspoging; ‘Jezus!?’ De zaal barst in lachen uit. Ik zat er duidelijk naast, toch een kleine afgang. Maar Lenaerts kijkt doodserieus en kijkt bestraffend naar het publiek. Dit antwoord is… correct! 400 euro voorsprong. Nog 4 vragen, kan het nog mislukken?

De volgende vraag brengt me terug naar een reportage van Panorama, maar die is me niet bekend. Ik geef door aan Peer, in de terechte veronderstelling dat hij dit echt niet weet. De stand verandert niet. Lenaerts vergeet wel het juiste antwoord te geven en dus doorbreek ik even de spanning door er naar te vragen. Zo laat ik me even als de betweter van dienst kennen.

Dan weer serieus, het laatste thema is ‘grotten’. Peer moet spelen, twee goede antwoorden volstaan om zijn ploeg nog te laten winnen. Wij kruisen de vingers. Peer bleek niet van de aandachtigste te zijn, noch etaleert hij een grote algemene kennis. Wat weet hij van grotten?

De grotten van Remouchamps kent hij niet, maar wij jammer genoeg ook niet. Verdomme toch. Maar het kan nog. Nog 2 vragen. Nick Cave blijkt echter een wel zéér makkelijke vraag te zijn en Peer scoort. De moed zakt ons een beetje in de schoenen. Want als Peer de volgende vraag miraculeus genoeg toch goed kan beantwoorden, gaat zijn ploeg naar de finale! Dan klinkt de laatste, alweer veel te makkelijke vraag en nog voor ze helemaal gesteld is, besef je dat het gedaan is. ‘Wat moest Ali Baba zeggen om toegang te krijgen tot de grot?’.

Zegt Peer ‘Oma, wat hebt u grote oren!’?  Gaan wij met duizenden euro’s naar huis? Wordt de aimabele Lenaerts gestenigd door onze supporters? U leest het … hier!

Lees ook deel 1 en deel 2





Pappenheimwee (2)

13 11 2008

Onder luid gejuich betreden we de studio. De supporters zijn in form, al mogen ze dan hun spandoek niet tonen (wegens hinderlijk in beeld). Maar het gebaar kan tellen. Het is een rare combinatie van glunderende mensen. Collega-leerkrachten en collega-filmproductiemedewerkers naast oma’s en ksa’ers. Bijna iedereen die we er graag bij hadden, is aanwezig (Linda verdwaalde intussen op de Brusselse ring, Michèle zat in Wales en Arne in Bologna, …). Een warme gloed jaagt door mijn aders. Dit moment alleen al is al het wachten waard.

De show gaat van start. Mijn moeder neemt plaats op de middenste stoel, maar het is wel de bedoeling dat ik daar straks zit, kapitein van het team zijnde. De begingeneriek zweept ons op. Het koude zweet staat me in de handen.  Peer en Els mogen zich eerst voorstellen. Peer scoort met zijn naam en zijn beroep – boekenarchitect, wat volgens mij gewoon wou zeggen dat hij layouter of iets dergelijks is, wie weet werkt hij gewoon in een drukkerij, maar je moet jezelf kunnen verkopen natuurlijk  -, zijn vrouw met haar zwangerschap.

DR1014_Eric_CLAPTON 79942Dan zijn Frans en Tim aan de beurt, die zich beiden grote fan verklaren van Eric Clapton en verder uitblinken in braafheid. Laat ons maar snel overgaan naar onszelf. Wij glunderen wat af. Mijn moeder mag eerst verklaren wat ze aan mij zou willen veranderen. ‘Wat milder worden en minder kritisch’ luidt haar aannemelijke antwoord. In het daaropvolgende gesprek mag ik verklaren dat ik me erger aan mensen die in de bioscoop een plaats open laten en later dan vragen op te schuiven, en bij de vraag of mijn leerlingen me ook ergeren, kan ik gevat reageren dat het vooral de ouders zijn die me ergeren. Ik voeg er snel aan toe dat niemand dat persoonlijk mag nemen, maar er wordt al flink gelachen en zo is het ijs gebroken. We gaan van start.

wandaAllereerst worden ons drie antwoorden vooraf meegegeven: ‘Pruimen, Jezus en Mister Manhattan’. Dan vangt de eerste ronde aan, waarin je (snel) moet afdrukken als je denkt dat je medespeler het antwoord weet. De kokers waarin de bekende Vlamingen zitten, komen enkel aan bod als niemand het antwoord weet. Aan hun stem kan je dan raden wie het is. Mijn moeder hoort ‘film’ in de eerste vraag en drukt meteen af. Dankzij A Fish Called Wanda scoren wij meteen 100 punten. Maar ik stel nadien vast wat ik onlangs ook bij de opnames van Blokken meemaakte: de vragen lijken in het ijle te zweven en ondergaan een metamorfose tegen dat ze je gehoorgang bereikt hebben. Plots klinkt alles Chinees en is opperste concentratie nodig.

In de daaropvolgende vragen komen wij niet meteen meer aan bod, tot onze grote paniek. Peer laat zich opmerken door een wandelende tak een wandelend blad te noemen en in één van de kokers blijkt al snel Filip Peeters zijn kenmerkende stemgeluid uit te brengen. Meteen daarop herkennen we ook Erik Van Looy, tot onze verrassing en de sympathieke Antwerpenaar Axl Peleman. Frans en Tim doen het intussen goed, ze weten vooral zaken die ik absoluut niet zou weten. Zo gaat het even door. Peer weet niets, de kokers doen hun werk en wij komen er geheel niet aan te pas. Maar doordat de BV’s het niet zo schitterend doen, verdienen wij toch heel wat punten. Mijn moeder weet gelukkig ook dat Sigrid Spruyt het bed deelt met Raymond van het Groenewoud en dat zorgt ervoor dat we na de eerste ronde op de tweede plaats komen te staan met 300 punten. Vader en zoon staan op 1 (met 500) en Peer en Els hebben nog geen punten.

filippeetersIn de tweede ronde komt er een BV bij. U herinnert zich nog dat wij al bij onze preselecties op Erik Van Looy hoopten, nu was de kans toch wel groot. Peer en Els kiezen Axl Peleman, maar wijzen de verkeerde koker aan en krijgen dus Filip Peeters toegewezen, een knappe quizzer. Van Looy is dus voor ons. Daar zijn we blij mee – hij kan compenseren voor onze ontbrekende sportkennis – maar natuurlijk is hij ook een grote filmkenner en dat ben ikzelf ook. Overlappende kennisvelden lijken me dan weer wat riskant. Gelukkig is één van de thema’s Die Mannschaft, en ik weet zelfs niet wat dat is, dus dat schenken we al graag aan onze BV. In de koker moeten we 9 thema’s onder onszelf verdelen. Dat verloopt best oké, al is het wat beleefd wikken en wegen.

Even later zijn we er uit en nemen we opnieuw plaats aan onze ‘balie’. Ik mag verklaren waarom ik nu in het midden zit nu, en beken dat ik een controlefreak ben. De kapitein mag in de derde ronde immers de thema’s zelf verdelen. Terwijl de kijker intussen al een mooie quiz gezien heeft, lijkt voor ons alles nog te moeten beginnen. De tweede ronde in het bijzonder, is zéér spannend, want één duo valt af.

Ik speel het thema ‘Leuk Lotharingen’. Els geeft al meteen blijk van veel kennis over dit thema door de ‘haring’ in het woord ook effectief als ‘haring’ uit te spreken. Zoveel wist ik er toch al van, maar dat was het dan ook vrees ik. Aardrijkskundige kaarten uit de middelbare school doemen vaag op in mijn achterhoofd, ik zal er maar het beste trachten van te maken, deze ronde staat op weinig punten. Maar wat een geweldige toevalligheid doet zich dan voor. Had ik in de auto nog zuchtend zitten bladeren in mijn moeder’s voorbereiding – een schriftje met lijstjes waaronder belangrijke geschiedkundige momenten – dan wil net dat één feit dat me daarvan is bijgebleven, het antwoord op de eerste vraag zijn. ‘Het verdrag van Verdun’ laat ik schoolmeesterachtig horen. Mijn oude collega Marc, die voor eens zijn stofjas thuis gelaten heeft, zit trots op me  te wezen. het levert ook genoeg adrenaline om deze ronde verder te zetten. Ik weet ook dat de vrouw van Ronald Reagan Nancy heette, wat ook een stad is in de betreffende streek. Het derde antwoord is ‘pruimen’, één van de vooraf gegeven antwoorden, maar niemand  antwoord juist.

Erik Van Looy scoort vervolgens één juist antwoord in het thema ‘meeneemchinees’ (een voetbalvraag!) en Peer en Els blijven op 0 staan. In het thema ‘Misters’ scoren we alledrie één keer, de thema’s voor 100 euro zijn daarmee uitgespeeld. Jaja, beste lezers, misschien doe ik u een plezier al deze details te besparen, maar ik kijk graag eens grondig terug op deze belevenis, ik schrijf dit tenslotte ook voor mezelf. In het thema ‘Piraten’ scoort Erik niét en beginnen Frans en Tim, tot hun eigen genoegen, serieus aan kop te komen. Wat zich deze namiddag bij de repetities afspeelde, lijkt zich te gaan herhalen. Ik voel me wat onzekerder worden en allerlei dramatische scenario’s nemen vorm aan in mijn gedachten. Achter ons kronkelt mijn grootmoeder van de spanning en moet men collega Marc intomen om niet elk antwoord veel te luid te fluisteren.

In het thema ‘woorden op -is en -ak’ kom ik niet aan bod. Ik begrijp niets van de opdracht, in de veronderstelling dat je steeds 2 woorden moet antwoorden op elke vraag… Niet dus, en ik zorg ervoor dat we plots… laatste komen te staan. De moed zakt ons in de schoenen. Alle lof aan mijn moeder echter, die in het thema ‘Liefdestechnieken’ twee keer weet te scoren. We zitten weer in de race, al blijft het héél nipt.

hulkTen slotte spelen we voor 300 euro. Erik speelt Die Mannschaft, maar levert ons niets op. Onze achterstand wordt weer groter. Ook in het thema ‘Groenblijvers’ lukt het niet echt, al kent mijn moeder gelukkig wel Lou Ferrigno, de Hulk. Toch ziet het er niet goed uit voor ons. Nog één thema te spelen, wij staan laatste met 1800 punten, Frans en Tim hebben 2000 en Els en Peer, die eigenlijk nauwelijks een goed antwoord gegeven hebben, staan aan kop met 2200. Op dat moment zag je ons wellicht figuurlijk een beetje leeg lopen. Dit was ons rampscenario, dat zich nu aan het voltrekken was. Als eerste afvallen. Een vernedering en een afgang. Tientallen jaren doemdenken in onze familie focussen zich op dit ene moment: wat zouden wij nu een kans maken in deze quiz? Het geld zegt ons al lang niets meer, dit is gewoon zo prettig en spannend dat we absoluut niét naar huis willen.

Het laatste thema is ‘Liedjes met La La’, een muziekronde waarbij Lenaerts een deuntje zingt en daar een vraag bij stelt. Mijn moeder pijnigt haar geheugen, maar komt niet op de titel Daydream van de Wallace Collection. De anderen gelukkig ook niet. Terwijl mijn lichaam alvast een rigor mortis aanneemt, wordt de tweede vraag gesteld. Peer herkent meteen het Smurfenlied en meteen belandt hij met zijn eega rechtstreeks in de derde ronde. Nu wordt het alles of niets. Tim en Frans in de finale of Gerda en Sven? We voelen onze supporters collectief de adem inhouden. Een muziekvraag, en dat tegen Axl Peleman??? … 

Lenaerts: ‘Wat is de titel en tevens ook de eerste zin van dit nummer? Lalalalalala, lalalalalalala, lalalalalalala, lalalaaaa’.

Herkent mijn moeder tijdig Luc Steeno’s Hij speelde accordeon? Wordt Meester Marc de zaal uitgezet? Valt mijn oma in zwijm? Niets van dit alles. Wat dan wel, u leest het hier.

Lees hier deel 1





Pappenheimwee

11 11 2008

Nu De Pappenheimers weer aan een nieuwe reeks begint, denk ik terug aan mijn eigen deelname, al heel wat jaren geleden. Dat bleek zo’n leuke ervaring te zijn – in tegenstelling tot deelnemen aan Blokken onlangs – dat ik er al lang eens een stukje wou over schrijven.

Ik overwoog  – in 2003 – eerst een aantal mensen met wie ik me wou inschrijven. Toch besloot ik snel mijn moeder mee in te schakelen: ik was er vrij gerust in dat zij goed zou kunnen inschatten welke vragen ik kon beantwoorden, en omgekeerd. Bovendien leek een moeder-zoon-duo me origineler dan de gebruikelijke ‘2 vrienden’ of ‘2 broers’. Daarnaast was mijn moeder’s tv-présence ruimschoots bewezen als vast panellid in een praatprogramma, dus dat speelde in mijn voordeel.

Enkele weken (of maanden?) na onze inschrijving mochten we bij Woestijnvis deelnemen aan de preselectie. Die bestond uit een kennistest en een cameratest. De vragenronde hield het oplossen van een aantal vragen in waarbij alle kandidaten in een zaaltje tussen de decorstukken moesten gaan zitten (de befaamde babbelbox stond er zelfs opgesteld!) en er onder toezicht ieder apart een blad moesten invullen. Moederlief heeft wel één keer gespiekt bij mij! Voor de vraag ‘Hoe heten de meisjes van K3?’… Meteen na het afgeven, kregen we te horen wie geslaagd was. De gebuisde duo’s vielen meteen af, maar wij hadden veel van de vragen correct. De preselecties van Blokken zouden later veel moeilijker blijken.

erik-van-looyVervolgens was er een gesprek met twee productiemedewerkers. In de loop der jaren zouden mijn moeder en ik allebei, in onze respectieve pogingen deel te nemen aan allerlei quizzen, geconfronteerd worden met domme, onwetende en onnozele tv-makers, maar hier kregen we gelukkig twee mature en ernstige mensen voor ons. Ze lieten ons wat vertellen over elkaar, voor de camera, en dat vonden wij zelf zeer vlot verlopen. We zijn rad van tong en als ik mijn best doe, kan ik heel vriendelijk overkomen.

Men vroeg ons ook met welke BV we zeker niet wilden samenwerken. Daar waren we het zonder overleg over eens: Rob Vanoudenhoven, voor wie we niet echt sympathie hadden. Uiteraard bestaan er ontzettend veel grotere eikels – Ben Crabbé, Walter Grootaers, Jean-Marie Dedecker, … – maar die associeerden we eigenlijk niet met De Pappenheimers. Bovendien vonden we het wel leuk de mensen van Woestijnvis eens te laten weten dat echt niet iédereen het voor deze stuntel had. Met wie wilden we dan wel in één team zitten? Ook daarover bestond unanimiteit: Erik Van Looy, de sympathieke filmliefhebber (die toen nog niet bekend stond als presentator).

De volgende test was een oefenspelletje tegen een ander duo. Het betrof een ernstige broer en zus van rond de 50, die we moeiteloos klopten. Toch had ik de indruk dat we ons ook een beetje inhielden om niet al te gretig of alwetend te lijken. We hadden al vaak gelezen dat de deelnemers aan De Pappenheimers toffe mensen moesten zijn, en fanatieke quizzers zijn dat vaak niet. Ik ben alleen tof als ik er mijn best voor doe. Ze vroegen ons ook waarom we wilden deelnemen, en ik denk dat we toen simpelweg gezegd hebben: ‘Omdat er veel geld te winnen valt’.

De dag zat er op. Al vrij kort daarop kregen we een telefoontje dat we geselecteerd waren. Dat vonden we waarschijnlijk geweldig, al herinner ik me daar niet veel meer van. De opnames zouden plaats vinden in oktober – midden in het Filmfestival!  – , op een woensdagnamiddag. Ik kon als leerkracht immers moeilijk op een andere weekdag. Voor die dag bestelde ik dus maar geen festivaltickets.

De zenuwen stapelden zich langzaam op. We bespraken de mogelijke BV’s en legden lijstjes aan van allerlei nuttige quizkennis, zoals hoofdsteden en ministers. Niet dat we die uit het hoofd zouden gaan blokken, maar je weet maar nooit wat blijft hangen. Erik Van Looy hadden we afgeschreven: op de dag van de opnames ging De Zaak Alzheimer in première, dus leek ons de kans onbestaande dat de regisseur één van de aanwezige BV’s zou zijn.

Uiteindelijk was het zover. De outfit was gekozen, de vrienden en familie opgetrommeld. Toen we de parking van de opnamestudio opreden, kregen we meteen een ander duo in het oog. Tweelingbroers van het potige type die me wat imponeerden omdat ze er zo onoverwinnelijk uitzagen. Maar al meteen bleek dat zij niet tot onze tegenstanders zouden behoren, want zij werden naar een andere kleedkamer geloodst. Er werden die dag immers twee afleveringen opgenomen. Oef.

Wij waren het eerste duo dat de kleedkamer betrad en waren heel benieuwd naar wie onze tegenstanders zouden zijn. De eerste indruk speelt bij mij een grote rol: ik plaats mensen snel in een vakje om mezelf gerust te stellen. Toen Tim en Frans aankwamen, namen de zenuwen toe. Deze vader en zoon waren redelijk vol van zichzelf en gaven duidelijk blijk van hun zelfzekerheid. Binnen de kortste keren kenden we ook hun hele televisiegeschiedenis. In 1827 of zoiets had Frans een deelgenomen aan De Drie Wijzen. Verloren natuurlijk, maar het lag niet aan hem. Deze man bleek later een wandelend cliché te zijn. Bij elke preselectie kom je ze tegen: dé quizkandidaten. Altijd heten ze Jos of Frans, altijd vertellen ze spontaan aan welke programma’s ze al deelgenomen hebben en altijd hebben ze verloren maar het lag niet in hun handen.

Het volgende duo bleek een stuk sympathieker. Peer en Els waren een min of meer hip koppel dat vriendelijk, relativerend en zwanger bleek. Samen werden we vervolgens naar de studio geleid om kennis te maken met presentator Tom Lenaerts, het decor te betreden en een keer te oefenen. Dat werd een fiasco. we kwamen nauwelijks aan de beurt en Frans wist elke vraag als eerste correct te beantwoorden. We geraakten al een beetje ontmoedigd, al vonden het ook wel spannend en genoten we ook zo wel van het gebeuren. Ons worst case scenario was echter als eerste duo afvallen, want dat vonden we toch een beetje vernederend. Het ons kenmerkende fatalisme liet zich weeral gelden.

Na het eten en de uitleg over plaatsen, regels, afdrukken, de kokers, de kennismaking, enz. werd ons gevraagd (lang) in de kleedkamer te wachten en niet meer ongevraagd buiten te komen, om de BV’s wiens identiteit geheim moest blijven, niet tegen het lijf te lopen. Dat zou zo ongeveer een uur duren en de spanning steeg.

Frans klaagde over het tijdstip van de opnames. ‘Wie kan er nu op een woensdagavond om 19u komen supporteren? ‘ zeurde hij. Heel wat volk zo bleek, want wij hadden zo’n 45 supporters mee en Peer en Els een zestigtal. Frans’ ogen puilden uit. Zijn supportersaantal bestond uit 3 mensen… Qua psychologisch nadeel kon dit tellen. Intussen stroomden de sms’jes met gelukwensen toe.

Toen ontdekten we de gaten in het systeem. Vanuit het raam van de kleedkamer was een deel van de parking zichtbaar. Ik kon de acteur Filip Peeters uit zijn auto zien stappen. Hij was dus één van de mogelijke BV’s, hoewel de kans natuurlijk bestond dat hij voor de tweede opname kwam. Hoe kon ik dit aan mijn moeder kwijt zonder dat de andere kandidaten mijn gedrag geheimzinnig zouden vinden? Ik sms’te haar dus hoewel we maar 2 meter van elkaar verwijderd waren. Zij sms’te terug dat we hem niet zouden kiezen, een beetje een akelige kerel toch. Maar ik herinnerde me uit eerdere uitzendingen wel dat hij veel wist. Toch niet meteen afschrijven dus. Eén van onze supporters liet intussen weten Bart De Pauw gezien te hebben in de inkomhal. Zo kenden we meteen een tweede mogelijke BV, en ook dat leidde weer toch stiekeme sms’jes. Onze tegenspelers leken hun kalmte intussen goed te bewaren. Mijn zenuwen gierden door mijn lichaam, dit was nu al reuzespannend.

Toen was het moment aangebroken dat we naar de studio gebracht werden, waar de supporters al klaar zaten. Terwijl ik dacht echt niet zenuwachtiger meer te kunnen worden, ging mijn hartslag nog een stuk de hoogte in bij het binnenkomen in de studio. We zagen een volgepakte tribune met een heel pak familie, vrienden en collega’s. Er was zelfs een spandoek! Een geweldig moment, hoor, en een mentale boost die kon tellen. Jammer voor Frans en Tim.

Zat ik met Dana Winner in één team? Gaf ik een wel héél dom antwoord? Hoorde ik mijn oma de antwoorden fluisteren? Nee, niets van dit alles. Wat dan wel, leest u hier.





Afkicken van de cinema

19 10 2008

Vandaag had ik een onvoorstelbaar drukke schooldag, maar met mijn hoofd zit ik eigenlijk nog steeds in de cinema. Tijdens het 11 dagen durende filmfestival heb ik 32 films gezien en hoewel de gewone sterveling dat een niet te vatten aantal vindt en mij bijgevolg dan ook lichtjes gestoord verklaart, vond ik het eens te meer een waar genot. Zozeer zelfs dat ik vandaag alweer smacht naar een donkere bioscoopzaal. Ik ben de cinema dus geenszins beu.

Wat natuurlijk meespeelde was dat er vrij veel goede films op mijn programma stonden. Bovendien ging ik tijdens het festival ook full-time werken, waardoor de nood aan ontspanning groter was en eentonigheid geen kans kreeg. Differentiatie en rapportering enerzijds, beklijvend gezinsdrama of sociale komedie anderzijds, een evenwicht tussen twee zaken waar ik graag in op ga.

Die films zijn ook zo verschillend. Of het nu driehoeksverhoudingen zijn of verdwenen dochters, Dylan Thomas, chatkamers, spoorloze honden, jaren ’80-muziek, Kafka in de psychiatrie, verbrande caravans, stelende huishoudsters, vuurspuwende vaders, borstkanker, gepensioneerde treinbestuurders of Jehova’s, een bont en smakelijk allegaartje van verhalen, thema’s, locaties, tijdperken en sferen.

De films kwamen overigens uit 12 verschillende landen. Voor cijfervreters: dat maakt dat van de 2567 films die ik ooit gezien heb, er 417 (16,2 %) niet-Engelstalig is. Een aantal dat tot mijn tevredenheid blijft toenemen. Frankrijk staat overigens op 1, met 82 geziene films.

Er stond ook een concert op het programma. Clint Mansell, de componist van de beste soundtrack ooit – Requiem for a Dream – kwam ons een uurtje hemelse filmmuziek brengen, elektronische muziek gecombineerd met strijkers en elektrische gitaren, … Nog steeds zitten de nummers in mijn hoofd. Blij dat ik er bij was en daarvoor zelfs een langverwachte film heb laten vallen.

Ik geef nog even mijn top 3 mee voor de geïnteresseerden:

1. Boy A: Een beklemmend, hartverscheurend Brits drama over een jonge kerel die tracht te rehabiliteren (recensie)
2. Stella: Wrang-nostalgisch jaren ’70-drama uit Frankrijk over een ietwat marginaal kind dat naar een sjieke school gaat.
3. Ex-aequo voor de slotfilm The Wrestler, een teder portret van een gebroken man, sober en intens gefilmd en gespeeld, en Vicky Cristina Barcelona, een Woody Allen in optima forma: vlotte dialogen, spetterend acteerwerk, treffend zomers sfeertje.

Vanaf deze week draait Loft in de zalen. Van ontwennen zal geen sprake zijn.





Blokken: de nawee

21 09 2008

Goed, ik ben dus op tv geweest in een quiz die ik verloren heb niet gewonnen heb. Zou het de minst bekeken aflevering van Blokken ooit zijn? Van alle mensen die ik mobiliseerde om mij aan het werk te zien, kon zowat de helft niet kijken. Ze hebben geen tv, moeten naar de kapper, de muziekschool of de zwemles. Zijn nog niet thuis van het werk of zijn al weer weg voor een avondje uit. De tv staat op de verkeerde zender of de video is fout geprogrammeerd. Dat betekent alleszins een boel minder mensen die hun visie op mijn deelname kunnen laten horen. En dat is misschien niet erg.

Want de andere helft heeft wél een mening, zo bleek uit de sms’jes, mails en blogreacties. Ik kon niet met de blokken spelen, zo wordt er gesuggereerd. Wel, ik heb mijn manoeuvres grondig geobserveerd en slechts één keer vind ik dat ik een blokje beter ergens anders had geplaatst. Ik ben namelijk net heel goed in dit spelletje. Mijn conclusie is en blijft dus dat ik gewoon heel erg slechte blokken had. En niet vergeten dat je in dit spel snel moet scoren terwijl je in de gewone Tetris rustig je tijd kan nemen wat op te bouwen om dan bv 4 rijen ineens te scoren. Kijk, wat zit ik mezelf weer te verdedigen. Geef ik wél toe: ik was niet goed in het afdrukken. Het risico schuwend te vroég af te drukken en daardoor de beurt kwijt te raken.

Zwarte kledij is geen goed idee, zo laat het publiek weten. Weet ik, ik droeg dan ook donkerblauw. Wist ik veel dat het nieuwe  decor  ook blauw zou zijn. Ik had overigens andere kleren bij, maar niemand van de productie leek dat iets te kunnen schelen dus heb ik me daar geen vragen over gesteld. Ik vond dat ik er goed uitzag, dus geen zure oprisping wat dat betreft.

Verder mag ik vaststellen dat ik geen domme dingen zeg en niet te veel onzin uitkraam, ondanks de soms gênante situaties waarin Ben Crabbé zijn kandidaten meesleept. Zo is het maar een geluk dat mijn gezicht niet in beeld was op het moment dat Crabbé een lied van André Hazes ten berde begon te brengen. Ik probeerde ‘beleefde glimlach’ uit maar het zag er wellicht uit als ‘plaatsvervangend schaamte gecombineerd met ingehouden minachting’. En ik heb het misschien gemist, maar ook de berisping van Crabbé dat ik veel te onduidelijk praatte (dorst!) lijkt geknipt te zijn. Al bij al ben ik dus in ere gelaten en kan ik zeggen dat ik best wel mezelf speelde.

Ik denk dat ik er ook vrij ongeschonden uitkom wat de kennis betreft. Zeker tegenover de vrij onwetende tegenspeelster. Tom Petty, tja, die ken ik nochtans hoor, maar ik kwam er echt niet op. Gaf Crabbé nog eens de kans de domheid van de mensheid te vervloeken. En ‘L’Elysee’, nog nooit van gehoord, dat zal ik nu wel nooit meer vergeten.

Ik kan natuurlijk wel nog enkele kleinigheden betreuren. Dat ik bij het begin niet eens aan het luisteren was en daardoor het foute antwoord van mijn tegenspeelster niet kon corrigeren, terwijl het zo’n makkelijke vraag was. Dat de overwinning erg dichtbij was en echt wel van één fout minder afhing. Dat één rij meer genoeg was geweest. Maar soit, ik kreeg een digitaal fototoestel, de tegenspeelster kreeg niets. Heeft de beste toch nog gewonnen.

Lees ook:
Blokken: de preselectie
Blokken: de uitgestelde deelname
Blokken: de twijfel vooraf
Blokken: de vragen
Blokken: de andere kandidaten

P.S. Nee, vandepotgerukte, ik zet mezelf niet op Youtube. Binnen een maand of drie hebt u een nieuwe kans bij de middagherhalingen.

P.S. 2: Ja, ik heb echt een foto van mezelf genomen terwijl ik op tv was…





Blokken: de afloop

14 09 2008

De uitzending nadert: aanstaande vrijdag kan men mij aan het werk zien in Blokken. Nu ja, werk… In feite zat ik daar niet veel te doen. Ik verklap u dan ook al graag de afloop.

Wie het Blokkenverhaal van begin af aan wil volgen: er was een preselectie, een uitgestelde deelname, de twijfel vooraf,  en dan na de opnames: het terugkijken op de vragen en het becommentariëren van de andere kandidaten.
En dan nu de essentie: wat vond ik ervan en hoe heb ik het er van af gebracht?

Ik had niet meteen geluk. Om 7u opgestaan om tegen 10u ter plaatse te zijn, scherp staande en klaar voor de aanval, ervan overtuigd dat al mijn parate kennis echt paraat was. Helaas, de loting duidt mij aan als 5e of iets dergelijks. Na 4 opnames waarin ik o.a. iemand 6000 euro zie winnen, en vier ellenlange pauzes mag ik pas tegen 17.00u (!) het nieuwe decor betreden. Ik heb reeds flink getafeld, alle mogelijke scenario’s overlopen, heel wat rondgehangen, … wat er zowat op neerkomt dat de fut er eigenlijk uit is. Even voor de opname van mijn deelname aanvangt, voel ik nog een sprankel energie en aandacht, om dan tegen 10 minuten voor de start leeg te lopen als een ballon. Ik ben op, allang niet meer bij de pinken en ik begin me – als wel vaker – af te vragen wat ik hier zit te doen. Een dom spelletje, zonder enig enthousiasme ingeblikt door een ploeg geroutineerde medewerkers, zuivere schermvulling voor een weinig eisend publiek dat nu al 150 jaar naar dezelfde quiz kijkt. Ik kijk zélf niet eens naar Blokken! De vragen zijn flauw en ongeïnspireerd, Ben Crabbé is een flapdrol die de mensen te kakken zet en er zitten allerlei frustrerende valstrikken in dit spel (‘nee, je krijgt hem niet! Het was ‘the beatles’ en niet ‘de beatles’!)… Is er nog een manier om hier aan te ontsnappen? Hoe boos zou men zijn wanneer ik plots meld dat ik het voor bekeken wil houden?

Maar daar staat Crabbé dan plots. Vertel wat over jezelf, vraagt hij zakelijk. Ik vat mezelf samen in een hoop clichés. Ik heb dorst, maar kan nu niet meer weg. Het microfoontje is aangebracht. Een laagje poeder op mijn gezicht. Daar klinkt de nieuwe tune al – met dank aan Regi. De spots gaan aan. Het publiek applaudisseert. Crabbé lult wat en schenkt dan zijn kandidaten wat aandacht. ‘De Schutter? Waar komt die naam vandaan? ‘ vraagt hij pseudo-geïnteresseerd. Ik krimp innerlijk ineen. Niet dé clichévraag. Wie interesseert dat in godsnaam? Dit was toch niet afgesproken? Ik stamel wat onzin die in het tweede leerjaar leerde over mijn naam. Ik heb zin om Crabbé een vuistslag toe te dienen. Ik wil nogmaals weg. Ik mag – zoals voorspeld – nog wat uitleg geven over het Freinetonderwijs en dat was het. Wil u zichzelf eens in alle banaliteit aanschouwd zien? Doe mee aan Blokken. Ik besef dat ik in 2 minuten ben samengevat. Mooi in een vakje. Tussen 6000 andere Blokkendeelnemers. Terwijl Crabbé een kletspraatje maakt met mijn tegenspeelster, gaan er rillingen door me heen. Ik had evengoed naar een Tupperware-avond kunnen gaan, of op een Haaltertse voetbaltribune gaan zitten. Alledaags, normaal, banaal, opgaand in de massa.

Daar wordt de eerste vraag al afgevuurd. Ik ben gedesoriënteerd. Crabbé lijkt een kilometer ver te staan. Heeft hij het tegen ons? Oei, de eerste vraag is al gesteld én beantwoord. Niet door mij wellicht. Ik weet het zelf niet. Is dit de befaamde black-out die studenten die hun cursus niet opendoen, zo vaak voorwenden? Ook de tweede vraag gaat aan mij voorbij. Hoe zou een buitenaards wezen dit tafereel waarnemen? Twee mensen gaan tussen plastic blokken zitten. Vijf meter verder staat een dikkerd met een brilletje. Hij leest iets van een kaartje. De twee mensen drukken op knoppen en er gaan lichtjes branden… Ik voel me ineens geen deel meer uitmaken van wat voor realiteit dan ook. Dit is een waarlijk droomachtig gebeuren.

Crabbé en de andere kandidate gaan gewoon door. Woorden steken de ruimte over, maar wanneer ze mijn oren bereiken, zijn ze vervormd. Geen Nederlands meer. Ik graaf in geheugen naar de betekenis van basiswoorden. Ik zit met mijn hoofd in de wolken en mijn gedachten ergens anders. Het lijkt wel alsof ik al aan het terugkijken ben op een herinnering die nog niet bestaat. Dorst, nog steeds. Ik word aangesproken. Op mijn gebrek aan deelname. Ik stamel wat. Dat ik de vragen niet begrijp. Wat zo is. Crabbé vindt mij raar. .

Ik ontwaak een beetje. Druk wat af, steeds te laat, maar corrigeer wel alle foute antwoorden van mijn tegenspeelster. Vorm een rij met de blokken. Een  uitbrander voor het gebrek aan muziekkennis, de klassieke Blokkenvernedering. Plots sta ik voor. Einde eerste ronde, ik sta op kop. Naar de Radio Donnastudio. Blinddoek en koptelefoon op.

Tweede ronde. Vijf juiste antwoorden. Wie doet me dàt na? Maar de blokken willen niet mee. Geen enkele past. De ene onvolledige rij na de andere stapelt zich op. Opname wordt stilgelegd. Mijn antwoord was niet verstaanbaar. De score is uiteindelijk matig. De voorsprong blijft want de tegenspeelster heeft het iets minder goed gedaan.

Ik sta eventjes sterk, maar ik vind de ontbrekende fut echt niet meer terug. Het is al bijna 6 uur, ik wil naar huis. Dorst, nog steeds. Crabbé verstaat me niet. Vod uit de mond zegt hij. Ja meester. Ik ben een product in zijn programma, deel van het decor. De quiz wordt afgehandeld. Ik slaag er vrijwel nooit in als eerste af te drukken, maar de tegenspeelster maakt de ene fout na de andere. Weet zelfs niet wie in Mission: Impossible en Top Gun meespeelde. Kent Jef Geeraerts niet. Ik scoor, maar zonder enthousiasme.

Beeldvraag. Ik druk eindelijk als eerste af. Ik zie Sarkozy en zijn Carla, maar de vraag gaat over de ambtswoning van de president. ‘Wat heeft dat met het fragment te maken?’ wil ik vragen. In Blokken slaagt men er vaak niet in de beelden bij de beeldvraag functioneel te laten zijn. Prutsers. Ik weet het antwoord niet. Ik heb, bizar genoeg, nog nooit van die ambtswoning gehoord.

Een ander antwoord wordt afgekeurd. ‘Flauw hoor’ verklaar ik beteuterd. Ik voel me als iemand die een slecht examen aan het maken is.

Voorlaatste vraag. Ik sta voorop, maar niet erg veel. Weer juist. Nog wat blokken erbij zonder een rij te vormen. Duizend keer Tetris gespeeld en er nu nog niets van bakken. Gelukkig laat ik geen rijen liggen en echte flaters bega ik ook niet. Gewoon slechte blokken. Brokken.

De laatste vraag. Ik word rustig. Ik kan misschien winnen. Maar de tegenspeelster drukt eerst af en geeft een juist antwoord. Maakt een rij. Een komt 10 punten voor te staan. Haar blijdschap maakt spatten. Ze wint. Ik voel me leeglopen. Eindelijk is het voorbij. Ik glunder mezelf nog door een krampachtig afsluitgesprekje. Schouders ophalen. Complete desinteresse. En geen greintje spijt, alles laat me koud.

Vijf minuten later zijn de opnames voorbij. De tegenspeelster gaat met lege handen naar huis, ik krijg een digitaal fototoestel (jammer dat de boekenbonnen vervangen werden). Ik krijg spijtbetuigingen die me niets doen. Ik stel vast dat ik het belang van deze deelname écht relativeer.

In de daaropvolgende uren en dagen denk ik na over deze ietwat onwaarschijnlijke belevenis. Leuk was het eigenlijk niet. Ontspannend zeker niet. Frustrerend? Wel een beetje. Die afgekeurde vraag, die slecht gestapelde blokken, de tegenspeelster die basiskennis miste. Het had er in gezeten, enige winst. 1000 euro, misschien? Hoewel ik ook het zevenletterwoord niet zag.

Een week later zijn alle emoties weggeëbd. In de plaats komt de realisatie dat deelnamen aan Blokken echt niets bijzonders is. Ik kijk er op terug als op die dag dat ik een stijve nek had of zo. Onaangenaam maar niet echt pijnlijk. Toch knaagt er ergens iets. Een bittere nasmaak, maar waardoor?  Dan dringt het tot me door: nu komt het ook nog eens op televisie. Moet ik het herbeleven. Moeten alle mensen die ik ken het beleven.

Vrijdag 19 september, 18.30u op één. Enig plezier gewenst, maar u hoéft niet te kijken, hoor.

En daar gaat dan ook mijn bloganonimiteit.





Blokken: de kandidaten

11 07 2008

(wat voorafging: ik nam deel aan Blokken en kijk terug op deze bizarre beleving)

Op een opnamedag van Blokken worden zo’n 5 afleveringen ingeblikt. In het slechtste geval – als iedereen verliest – zijn er dus 10 kandidaten nodig. Allemaal potentiële tegenspelers voor wie ik in verschillende mate vrees. Als gewoonlijk (zie ook mijn deelname aan de preselecties van een vtm-quiz) stel ik me afwachtend op tegenover deze groep mensen om hen te observeren en – uiteraard (gevoelige lezers wezen gewaarschuwd) – flinke vooroordelen te creëren.

Bij het betreden van de ontvangstruimte, vroeg op deze opnamedag, ontwaar ik eerst een groepje Wendy’s. Ze zijn allevier opgemaakt en opgetut, waardoor ik niet meteen kan bepalen wie van hen een deelneemster is en wie supporter. Daarnaast zit een Hollands meisje overduidelijk Hollands te wezen door met een zeer vet accent een luid gesprek te voeren met haar vriendje. Het is het soort dialoog dat eigenlijk bedoeld is voor omhorenden, kent u dat? De inhoud van het gesprek moet voornamelijk dienen om buitenstaanders te imponeren. Helaas, Hollands meisje maakt geen indruk. Wanneer ze ook nog eens nadrukkelijk begint mee te bewegen met een liedje op de radio (gevolgd door het minder beweeglijke vriendje) om aldus haar zelfbewustijn te etaleren, is mijn mening vervolledigd. Ze is spontaan, recht-voor-de-raap, expressief en zelfverzekerd. Kortom: onuitstaanbaar.

Enter Frans, dé klassieke quizkandidaat. Frans daagt op met een krant, die hij de eerste 5 minuten met veel vertoon begint te doorploegen. Alsof hij op het laatste moment nog zoveel mogelijk weetjes en feiten tot zich wil nemen. Maar de krant is een dekmantel, om iets om handen te hebben terwijl hij een gewillig slachtoffer zoekt die zijn verhalen wil aanhoren. Dat zijn bij zulke types – ook bij de Pappenheimers had ik zo’n tegenspeler – altijd dezelfde verhalen: een opsomming van de quizzen waaraan ze al deelgenomen hebben en een uitvoerige uitleg over hoe het komt dat ze die allemaal verloren hebben. Ik – die ook al aan wat quizzen heb deelgenomen en ook steeds een uitleg klaar heb over hoe het komt dat ik (bijna) altijd verlies – houd me op de achtergrond, want ik ken dit soort gezelligaards. Eens ze je menen onderhouden te hebben met anekdotes over belachelijke vtm-spelletjes als Puzzeltijd (een veredeld belspel waar een echte quizzer toch zijn neus voor ophaalt, haha!), komen hun theoriën boven over het hoe en wat van de televisiewereld en wijken ze de rest van de dag niet meer van je zijde. Ik vertoon dan ook geen enkele interesse in de verhalen van Frans – die eigenlijk Marc heet, maar dat is hetzelfde.

Op een bepaald moment – tijdens het middageten – weet Marc/Frans ons niet te boeien met zijn liefde voor het programma Fata Morgana.
‘Ik ben eens gaan kijken naar de opnames, maar dat viel wel tegen! Drie uur lang wordt er gefilmd en daar wordt dan maar 40 minuten van uitgezonden!’
‘Gelukkig maar’ repliceer ik nog voor iemand anders aan tafel iets kan zeggen. Het gezelschap glimlacht eens en Marc/Frans houdt het daarbij. De krant wordt weer bovengehaald tot zich een volgende gelegenheid voordoet om zich te bemoeien. Wat ben ik toch een uitstekend pretbederver.

Terug naar de ochtend. Een jong koppel dient zich aan. Hij draagt een tas met kleren (als je wint en nog een keer mag spelen, moet je andere kleren aantrekken) dus ik ga ervan uit dat hij de kandidaat is. Een zelfzeker type eveneens, waarvan ik vermoed dat hij zich in een quiz wel eens zou kunnen laten gelden. Oogt wat humorloos, is té klassiek gekleed maar verder geen kwaad woord. Hij blijkt een advocaat te zijn uit Knokke. Denk er het uwe van, ik dacht wellicht hetzelfde. Ik maak meteen uit dat ik niet tegen hem wil spelen. Hij ondermijnt mijn zelfvertrouwen, hoezeer ik dat ook betreur.

Dan is er de hippe schoolmeester. Ooit was ik dat type, maar nu hoef ik niks meer te bewijzen. Haar in de gel, vlot gekleed, populaire kerel, woont nog bij mama. Kan een te vrezen tegenstander zijn. Hij wordt gevolgd door een tof koppel dat onlangs in de Pappenheimers te zien was. Zij – Tine – is de kandidate. Sympathieke West-Vlaamse, die al snel verbroedert met de andere West-Vlaamse, Joke. Die heeft een dag eerder al eens gespeeld en won dus al 1000 euro. Zij is op dat moment de Queen of Blokken.

Tenslotte is er Inge, een jong, onschuldig ogend, blond, dartel en heel Limburgs ding in wie ik niet meteen concurrentie zie.

In zijn geheel beschouwd, lijkt dit me mee te vallen, maar schijn bedriegt altijd natuurlijk. Dat maakt niet uit, het gaat erom in welke mate ik me sterker voel door de tegenspelers te onderschatten. En dat doet een mens door in anderen zwakke plekken te zoeken, of die nu correct zijn of niet. In een loting zal worden uitgemaakt in welke volgorde wordt gespeeld. Tine neemt het in de eerste aflevering op tegen Joke. Tine wint en speelt vervolgens ook schoolmeester Peter naar huis. Zijn ego krijgt een knak, vermoed ik. Tine neemt het vervolgens op tegen één van de Wendy’s, die – o, shock! – geneesheer in de reumatologie blijkt te zijn! Maar die studies mogen niet baten, want Tine speelt ook deze tegenspeelster naar huis, wint vervolgens een tv en mag een vierde keer terugkomen. Ik volg al die tijd aandachtig het verloop, want ik ben uiteraard heel benieuwd wie mijn tegenspeler wordt. De loting heeft uitgemaakt dat de advocaat voor mij is, waardoor de kans groot is dat ik het tegen hem moet opnemen. Achter mij komt de Limburgse Inge.

Tijdens de middagpauze blijkt dat het succes van Tine verhindert dat Hollands Meisje – die door de loting als laatste is aangeduid – vandaag nog aan de beurt komt. Ba-len! Want met de trein vanuit Holland is wel drie uur reizen en nu moet Hollands Meisje nog een keer terugkomen (ze krijgt wel een vergoeding)! De West-Vlamingen in het gezelschap blijven daar kalm onder. Ook zij zijn meer dan twee uur onderweg. Hollands Meisje zet er hier dus een punt achter en mag op een andere dag terugkomen.

Dan begint een spannende strijd tussen Tine en Advocaat. Hij blijkt inderdaad een goede quizzer, al vind ik hem lang niet zo vlot als ik vermoedde – zo stel ik mezelf weer wat geruster. Tine wordt er dan eindelijk een keer uitgebonjourd. Maar helaas, Advocaat vindt het zevenletterwoord niet en gaat met lege handen naar huis…

Pas dan weet ik dus zeker dat Inge mijn tegenspeelster wordt. Frans/Marc beseft dan ook al eventjes dat hij vandaag niet meer zal spelen, maar hij blijft gewoon gezellig in de studio rondhangen. Zeer leerzaam immers, en al dat lange wachten is hélemaal niét vervelend. Wie weet vallen er nog doden of wordt Ben Crabbé aangevallen door een geïrriteerd publiekslid. Dan heb je dat toch weer meegemaakt! Om de dag van Frans/Marc compleet te maken, wordt hem gemeld dat hij pas in oktober weer aan de beurt mag komen.

Kijk, of ik nu gewonnen of verloren heb, zo’n waarnemingen vind ik toch altijd de moeite waard. Groepsprocessen zijn zéér boeiend. Mijn eigen rol daarin is afhankelijk van de situatie. In nieuwe groepen, blijf ik sowieso altijd gereserveerd. Als ik met een groep nog verder moet samenwerken, zal ik me zeer sociaal opstellen en zal ik niet aarzelen mezelf te laten kennen. Deze groep – die op het eind van de dag weer uit elkaar valt – hou ik wel een beetje op afstand. Niet dat ik me asociaal opstel, maar ik blijf wel op de achtergrond. Tenzij iemand over Fata Morgana begint natuurlijk.

Boeiend is bv. de perceptie tegenover mensen die aan De Pappenheimers hebben deelgenomen. Dat wordt doorgaans wel leuk bevonden. Tine en haar man werden herkend (hun deelname was nog vrij recent en de echtgenoot had een nogal opvallend uiterlijk), vertelden daar dus wat over en er werd waarderend over dit programma gesproken. Ik laat me dan wel uit mijn kot lokken natuurlijk en meld dan ook maar dat ik al eens deelnam aan De Pappenheimers. Meteen krijg je dan een soort van (vergezochte) hiërarchie. Bovenaan staat Joke, want zij is er al voor de 2e dag. Dan komen alle Pappenheimers, gevolgd door het gepeupel dat eens aan Blokken komt meedoen. Een daaronder nog zij die aan Puzzeltijd deelnamen. Ik geef toe, een zeer subjectieve waarneming hoor. Een mens moet zich ergens mee bezighouden tijdens die lange dag.

Het menselijk ras is een bizarre soort. Dat troept afgeborsteld samen om deel te nemen aan een tv-quiz die op bandwerkachtige wijze wordt opgenomen (de helft van de productieploeg is zelfs eerder naar huis dan de kandidaten!) met de meest diverse motieven. Geld, aandacht, kortstondige roem, de ervaring, het eens meemaken, streling van het ego, zich manifesteren, haantjesgedrag, hopen om ontdekt te worden als watdanook, … Belachelijk en triestig enerzijds, begrijpelijk en grappig anderzijds. Ik wil meer van dit zien. Ik besluit aan alles deelnemen, los van de kans op winst of verlies, met de unieke motivatie het bestuderen van quizkandidaten. Als dat geen onderwerp is voor een sociologische studie…





Blokken: de vragen

10 07 2008

De beleving, de kandidaten, de gênante momenten, het nieuwe decor, de afloop, de emoties en bedenkingen bij mijn deelname aan Blokken… u leest het hier later!

Hier alvast: de vragen – voor zover ik me die nog herinner.

De eerste ronde!

1. Hoeveel muntjes hebben een waarde lager dan 20 cent? (4)
Mijn tegenspeelster (Inge) drukt eerder af, dus ik denk eigenlijk niet verder meer na. Wanneer ze het fout heeft, mag ik alsnog antwoorden zonder eigenlijk even stilgestaan te hebben, en dus antwoord ik snel en dus ook fout…

2. Welke telecom(dinges) haalde het voetbalcontract binnen? (er was wel meer uitleg natuurlijk) (Belgacom).
Ik ben helemaal in de war. Wat is telecom? Het lijkt wel alsof Crabbé Chinees spreekt. Zelfs gewone woorden komen me plots onbekend voor. Inge drukt dus af en antwoordt juist. 

3. Hebben Luikse wafels ronde of vierkante vakjes? (weet niet meer)
Ik hoor het (nogmaals) in Keulen donderen, geen idee wat er eigenlijk precies bedoeld wordt. In mijn hoofd probeer ik wafels en hoeken te combineren tot een beeld dat ik herken, maar het zegt me niets. Mijn tegenstandster drukt eerst af en antwoordt juist. Ik begin niet dwaas gezichten te trekken of zo omdat deze vraag ook dwaas is, maar stel me glimlachend boven dit soort onbenulligheden.

4. Wie schreef (en dan een aantal titels waarvan ik me enkel Kongo herinner): (Jef Geeraerts)
Inge antwoordt fout – wat ik al meteen voorspelde – ik mocht herstellen.

5. Geluidsfragment met de vraag: welke zanger hoor je hier, begeleid door zijn band The Heartbreakers en bekend van deze hits (en dan een aantal titels)?
Noch ik, noch mijn tegenspeelster drukken af. Ik ken de groep en ik ken de liedjes en ik blijk dan ook Tom Petty wel te kennen, maar dit zit dus ver weg. Ben Crabbé is ten zeerste verontwaardigd.

6. In welke film (en dan iets van feiten over deze film, die ik me niet herinner). (Gone with the Wind)
Ik antwoord correct en mag ook de beroemde quote uit deze film ten berde brengen.

7. Wat is de som van de getallen tussen 27 en 30?
Alweer drukt Inge eerst af, maar ze antwoordt fout. Ik heb dus tijd genoeg om het juiste antwoord te bedenken en antwoord dus correct.

8. Wat is het laagst in rang (en dan volgen drie gradaties in het leger waarvan ééntje ‘eerste majoor-sergeant’ is, wat ook het juiste antwoord is)?
Mijn tegenspeelster gokt verkeerd. Ik denk beredeneerd te gokken op wat het juiste antwoord is, maar ik zeg enkel ‘majoor-sergeant’. Dat wordt fout gerekend. Ik had eigenlijk gewoon ‘het derde’ moeten zeggen, verdorie. Ik repliceer wel zeer snel: ‘Da’s flauw!’. Dat is dan mijn miniscule wraak op dat eeuwige gemuggezift. Er is natuurlijk een duidelijk verschil tussen ‘majoor-sergeant’ en ‘1e majoor-sergeant’, maar slechts één van die twee zat in de meerkeuze! Wat ik bedoelde was dus overduidelijk.

9. weet ik niet meer.

10. weet ik dus ook niet meer.

De tweede ronde (die alleen wordt gespeeld).

1. De tip is tv-series en daar zet ik meteen 5 blokjes op in. De vraag begint met ‘In welke serie uit de jaren ’70…’ en meteen denk ik dat ik een flater begaan heb want ik hoopte op iets recent. Gelukkig blijk ik wel te weten waarin de personages Vanrastenhoven en Baconfoit voorkomen (De Collega’s) en dus hoera hoera 5 blokjes.

2. Kunstschaatsen is de tip en omdat het over sport gaat, zeg ik automatisch ‘2 blokjes’. Nochtans kan ik me bij dit thema geen ander antwoord voorstellen dan Kevin Van der Perren en dat blijkt dan ook het juiste antwoord te zijn op een vraag die ik vergeten ben. Even twijfel of ik het juist uitgesproken heb, wat bij de tegenspeelster blijkbaar het geval was, maar het is correct.

3. Volgende tip is Ligging in België. Het duurt weer enkele seconden voor tot me doordringt (ja, ik was er echt niet met mijn hoofd bij) wat er precies bedoeld wordt met deze vraag, maar ik leg wel snel de link met aardrijkskunde, waar ik niet heel goed in ben. Ik kies weer voor 2 blokjes, hoewel ik weet dat 2 het antwoord is op de vraag ‘Hoeveel provinciegrenzen steek je over om van Antwerpen naar De Panne te gaan?’

4. Edelgesteente zegt me ook niet veel en ik kies opnieuw voor 2 blokjes. ‘Welke edelsteen bestaat voor 100% uit koolstof?’ Ik heb geen flauw idee, maar ik redeneer dat het wel een bijzondere steen moet zijn, dus gok ik correct op diamant.

5. Ik heb nog 4 blokjes over voor een onderwerp dat me voorlopig niet te binnen schiet. Alleszins gaf ik een juist antwoord, zodat ik dus 5 op 5 heb (niet slecht hé!), maar mijn blokkenbord is een knoeiboel…

De derde ronde (waarbij je 50 punten verliest als je verkeerd gokt)

1. Tip: okapi.
Hoeveel poten heeft een impala?
Inge drukt alweer zeer snel af en antwoordt correct.

2. Tip: Rain Man.
De tegenspeelster drukt eerst af (dju, het is nochtans een filmvraag en die zijn voor mij!) en de moed zakt me in de schoenen want de vraag is papsimpel: ‘Wie speelt de hoofdrol in Top Gun en Mission: Impossible 2? Maar… het meisje antwoordt: Mel Gibson! Ik mag met veel plezier corrigeren.

3.Tip is modeontwerpers. Wat is de voornaam van modeontwerper Cardin? Inge weet het niet en ik graaf in mijn geheugen want echt een grote beroemdheid is dit nu ook weer niet… Gelukkig schiet ‘Pierre’ me net op tijd te binnen.

4. Deze vraag weet ik niet goed meer, iets met ‘in welke zee’ en het antwoord was ‘Indische Oceaan’. Ik kom er niet aan te pas, want Inge is correct.

5. Beeldfragment. We zien Sarkozy op een persconferentie bekennen dat hij een koppel vormt met Carla Bruni. De vraag – die eigenlijk helemaal niets met het fragment te maken heeft – is: ‘hoe heet de ambtswoning van de Franse president?’. Ik druk eindelijk eerst af maar – o drama! – ik weet het antwoord niet! Inge ook niet, maar ik ben wel 50 punten kwijt! Het antwoord is Elysée, maar ik beken eerlijk dat ik daar nog nooit van gehoord heb (van de Champs Elyssées natuurlijk wel, vooraleer iemand dat hier opwerpt).

6. Geluksbrengers
Welk deel van een konijn breng geluk? Ik druk eerst af en antwoord ‘konijnenpootje’. Dat had eigenlijk ‘poot’ moeten zijn – zou je Crabbé niet wurgen? – maar de o zo milde jury keurt het wel goed. Terecht toch!

7. Tip is Fixkes. Ook hier kan ik maar twee mogelijke antwoorden bedenken, dus ik druk meteen (en ook als eerste) af. Inderdaad, ‘kvraaghetaan’ is het juiste antwoord (Stabroek zou het antwoord op een andere vraag kunnen geweest zijn).

8. ?

9. ?

(ik graag in mijn geheugen om me de vragen te herinneren. Goed mogelijk dat ik ze niet moeten beantwoorden heb, want anders wist ik ze misschien wel nog…)

10. Tip is trema. Inge drukt eerst af en antwoordt correct op de vraag: ‘Op de hoeveelste ‘e’ in het woord ‘bobsleeën’ staat een trema?

(de volgorde van de vragen is uiteraard niet dezelfde)

En de finale?

Uitzending op 20 september…

(aan de mensen die de afloop al kennen: nog even niet verklappen in eventuele reacties, ik maak er graag een mooi artikeltje van..)





Blokperiode

9 07 2008

Studeren moet ik gelukkig niet meer doen, maar morgen neem ik wel deel aan Blokken. Het gevoel is identiek: een sprankel zenuwachtigheid, een tikkeltje ongerustheid, enige tegenzin zelfs. Examenstress, zeg maar.

Ik ga er immers niet van uit dat ik veel kans maak om te winnen. Ik ben wel wat op de hoogte van één en ander, maar van heel wat zaken ook weer niet (geschiedenis en sport zijn mijn zwakke punten) en bovendien hangt zoveel af van je tegenspeler.

Op zich hoeft dat voor mij niet veel uit te maken. Ik doe vooral mee voor de fun, omdat ik van quizjes en spelletjes houdt. Dat ik er iets mee kan winnen, is wel belangrijk, maar niet het doel. Het probleem zit hem er echter in dat anderen blijkbaar wel verwachten dan je goed scoort. M.a.w. als ik morgen verlies, zal ik daar zelf niet mee zitten, maar moet ik wel de reacties van supporters overal te lande aanhoren. Ik kan natuurlijk ook gewoon verzwijgen wanneer ik op tv kom, dan mist minstens de helft van mijn kennissenkring mijn optreden en gaat mijn afgang aan hen voorbij! Wat als ik een filmvraag niet weet of een fout maak bij het hoofdrekenen?

Maar kijk, dat is geen optimistisch uitgangspunt natuurlijk. Mijn tegenspeler kan een gepensioneerde huisvrouw zijn die nog nooit Tetris heeft gespeeld of een twintiger die niet weet wie Edith Piaf of Tony Corsari is (zal je Ben Crabbé horen!).

Maar wat ga ik aantrekken? En zal ik het volhouden Ben Crabbé niet proberen even belachelijk te maken als hij doet bij zoveel kandidaten? De spelregels zijn overigens gewijzigd: vanaf nu mag de winnaar blijven terugkomen, ook na 3 keer spelen. Ik kan beginnen fantaseren dat ik de eerste speler ben die 6 afleveringen na elkaar speelt, maar ik maak mij geen illusies.

U hoort er nog wel van. Of net niet. Brand morgen maar een kaarsje!





And the winner is… not me.

28 05 2008

Vandaag werd de leerkracht van het jaar bekend gemaakt. Ook ik was genomineerd en hoewel ik vermoed dat dit stukje geenszins interessant zal zijn voor de meeste lezers, wil ik toch even terugkijken op het evenement dat hierrond georganiseerd werd, deze namiddag in Brussel. Structureel wil ik dit stukje echter simpel houden, ik hou het gewoon bij enkele vermeldingen en bedenkingen.

*Ik had geenszins de verwachting als winnaar uit de bus te komen, omdat ik mijn job eigenlijk niet op echt opmerkelijke wijze uitvoer. Maar op de bijeenkomst zou je ook te horen krijgen wie je genomineerd had en waarom. In de aanloop daarvan werden doorheen de ceremonie nu en dan enkele leerkrachten in de spotlights gezet en werden brieven van leerlingen, ouders en collega’s voorgelezen en dus was het ergens een beetje spannend op welke wijze iedereen aan bod zou komen. Ik kan tevreden zijn. Niet iedereen kreeg aandacht, daarvoor was er wel wat veel volk, maar ik mocht en plein public toch aanhoren waarom mijn leerlingen mij genomineerd hadden. Er werd een stukje voorgelezen uit hun brief. Mijn collega’s hadden het moeten zien. Ik werd bloedrood en was verstomd. Mij hadden ze niet moeten laten winnen, ik zou geheel sprakeloos zijn. Daar gaat je imago van grote bek en aandachtstrekker. Natuurlijk had ik ook graag een volledige ode aanhoord, zoals sommige genomineerden, maar laat ons nu toch blij zijn met minder ook.

*Ik stelde al eerder vast dat er echt wel leerkrachten in alle soorten en maten bestaan. Ook nu werd dat bevestigd. Oud en jong, man en vrouw, klassiek en hip, sportief en truttig, mastellen en bretellen. Interessant eigenlijk en voor mij toch een lichte bijstelling van het vastgeroeste vooroordeel dat leerkrachten met een onopvallende persoonlijkheid geen goede lesgevers zouden zijn. De verhalen die naar voor gebracht werden getuigden allemaal van veel inzet en liefde voor het vak. Maar goed, ik zag ook juffen die mij aan brave catecheselessen en netjes in de rij staan deden denken.

*De genomineerden werden voorgedragen door leerlingen, ouders van leerlingen, collega’s, directies, oud-leerlingen, partners, eigen kinderen en, in het geval van de winnaar, zelfs door de eigen ouders. Frappante verhalen ook: een leerkracht die tussen de chemo’s door even komt les geven, heel wat pregepensioneerden, waaronder een 64-jarige hekkensluiter, een dochter die haar ontroerde moeder prijst, een man die zijn lesgevende vrouw eert,  … Aangrijpend was de nominatie van een directrice in wiens school een kleuter om het leven kwam in de klas. Haar hele team én de ouders van het jongetje hadden de brief ondertekend omwille van haar moed en daadkracht tijdens de moeilijke periode. Tragisch maar hartverwarmend.

*Shocking! Er werd melding gemaakt van een leerkracht die van haar directrice niet aanwezig mocht zijn op de uitreiking. Het kon niet toegestaan worden dat één leerkracht van het team aldus boven de anderen zou gesteld worden. Triestig. Heksen bestaan nog. En heel wat leerkrachten hadden op school niet verteld dat ze genomineerd werden, uit schrik voor jaloerse of negatieve reacties van leerkrachten… Terwijl ik er bij ons op school  op getrakteerd heb! Wat een verschil.

*Enkele personality’s kwamen mee lof zwaaien. De winnares van vorig jaar, journalist Farouk Ozgünes, kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove en Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke zelf natuurlijk. Vandekerckhove mocht even over haar eigen lagere-schooltijd vertellen, en deed dat met een pracht van een verwijzing die mij goed van pas komt in een volgend artikel.

*We werden ook een beetje verwend. Een goodie-bag waar echt niet alleen maar brol in zat, maar leuke en lekkere hebbedingetjes, waaronder een door het Ministerie van Landbouw en Visserij geschonken bakje aardbeien.

*En dan de winnaar. Het kon vermoed worden dat een man zou winnen. Centraal in heel wat onderwijsdiscussies staat het gebrek aan mannelijke leerkrachten. Dat het dan promotiegewijs beter een 25-jarige is dan een 45-jarige, is aannemelijk. Eerst werd de laureaat uitvoerig beschreven, wat het grappige effect had dat enkel de winnaar zelf al wist dat het over hem ging. We waren ook te weten gekomen dat de persoon die voor de nominatie gezorgd had, intussen opgehaald was om zelf de prijs te overhandigen. Dat bleken dus de (eigen) ouders te zijn, de collega’s, de leerlingen én de ouders van de leerlingen te zijn van de winnaar. Zij kwamen zingend (een variant op een liedje van Frans Bauer, godbetert) en getooid in T-shirts met de afbeelding van hun favoriete leerkracht, binnen en wisten zelf nog niet dat hun meester de winnaar was. Toen de jongeman op het podium betrad, kreeg hij een warm applaus van de hele zaal. Op dat moment heerste er een oprechte sfeer waarin iedereen het eens leek te zijn dat deze leerkracht het verdiend had en zijn hele beroepsgroep echt een heel jaar mocht vertegenwoordigen. We applaudiseerden dus evenzeer voor onszelf, terwijl we mee enthousiast waren om de verbazing en verwondering van de winnaar. Proficiat dus!

Toch verhindert mij dat niet, zoals gewoonlijk, een kritische kanttekening te maken. De titel ‘leerkracht van het jaar’ is een symbolische titel en dus staat de winaar symbool voor alle leerkrachten. In die zin vind ik het heel jammer dat de eer naar een zeer traditionele leerkracht ging. Beide ouders ook in het onderwijs, geeft les in de school waar zijn vader zelf les gaf, een klein dorpsschooltje (de burgemeester ontbrak nog net in de fanclub) waar hij als enige man aan het werk is en de status van de leerkracht aan het goddelijke grenst. Met zijn keurige kapsel en nette hemdje, voldoet de jongeman volkomen aan het stereotiepe beeld van een leerkracht.

Wil zo’n opmerking  niet als frustratie of jaloezie zien, alsjeblieft zeg. Niet alleen mocht ik gedurende het aanhoren van al die lofvoeringen vaststellen dat ik echt nog wel een tandje mag bijsteken wil ik ooit zo’n titel waard zijn, ik was zoals net gezegd echt wel blij voor de winnaar. Maar het huidig onderwijs ziet er anders uit. We stappen af van tradities en klassieke methodes (hoewel ik natuurlijk niet weet hoe deze leerkracht voor de klas staat, daar werd niets over gezegd, maar zijn leerlingen zagen er behoorlijk dorps uit en dan koppel je daar niet automatisch nieuwe methodes bij) en de knelpunten van het onderwijs komen slechts in beperkte mate voor in een Limburgs dorpje. Het was trouwens opvallend hoe afwezig verwijzingen waren naar de miserabele werkomstandigheden van vele Brusselse leerkrachten, de taalproblematiek, de wachtlijsten en cultuurkloven. Misschien had Klasse toch voor een leerkracht moeten kiezen die elke dag met twee voeten in een keiharde realiteit staat? Een gemiste kans, die, afhankelijk van de media-aandacht die de winnaar te wachten staat, wel eens erg veel invloed zal kunnen hebben. Maar ja, er is een massaal tekort aan leerkrachten, dus het plaatje moet er positief uitzien. Eigenlijk raak ik tijdens het neerpennen van dit stukje dan toch een beetje geagiteerd. Was dit maar een schijnvertoning, een goed-nieuwsshow?

*Wel interessant natuurlijk, dat zo’n evenement een heel scala aan emoties en bedenkingen oproept. Puur vormelijk was dit dan ook prima opgezet spektakel, gevolgd door een leuke receptie. Frappant ook dat maar liefst zes andere genomineerden op één of andere manier bekenden waren – wat niet wil zeggen dat ik ze allemaal persoonlijk kende natuurlijk, maar ik wist wel wie ze waren. Is de onderwijswereld dan zo klein? Er was zelfs een Haaltertse juf!

*Goed, ik kan er nu dubbel en dik tegenaan. Met de wetenschap weliswaar dat ik nu nooit meer opnieuw zal genomineerd worden (hoe groot is die kans immers?), maar met een stevige bevestiging van mijn vaardigheden en een lintje dat ik morgen ongeneerd stoefend op school zal etaleren.





Kanovaart wordt leerkracht bijna fataal

16 05 2008

GENT – 17 leerlingen van een Gentse school zullen zich hun sportdag nog lang heugen. De dag waarop ze zich flink mochten uitleven met ondermeer een kanovaartocht, eindigde bijna in een nachtmerrie toen ze hun leerkracht voor hun ogen overboord zagen gaan.

Veiligheid gegarandeerd
SDS had bij het ontwaken niet kunnen vermoeden dat hij amper vier uur later in de Leie zou liggen. Toch was dit precies wat deze leerkracht zou meemaken op wat een routineuze sportdag hoorde te worden. ‘Ik was niet meteen van plan deel te nemen aan de kanovaartocht’, verklaart SDS onder de indruk. ‘Er waren voldoende monitoren voorzien, dus mijn aanwezigheid was niet vereist. Toch besloot ik mee te doen, omdat ik die ervaring graag met mijn leerling wou delen. Bovendien was er voor één kano een leerling te kort en het zag er niet naar uit dat twee kinderen er alleen zouden in slagen het vaartuig te besturen. Ik vond het dus mijn plicht.’ De leerkracht informeerde zich vooraf bij de monitoren over het risico op waterspatten. ‘Er werd me gegarandeerd dat als de instructies goed werden opgevold en er geen stunts werden uitgehaald, de kans bijzonder klein was dat je in het water belandde’, gaat een aangeslagen S. verder. ‘Op het laatste moment besloot ik toch nog mijn splinternieuwe fototoestel aan de kant te laten. Gelukkig maar.’ Terwijl de leerlingen allemaal in zwempak en regenjas aan boord gingen, vertrok de leerkracht in onaangepaste outfit.

Mislukte samenwerking
‘Aanvankelijk verliep alles vlot. Hoewel zo’n kano toch nogal wiebelachtig is en er nogal wat zenuwachtigheid was, kregen we het ritme toch te pakken en verliep de vaart voorspoedig.’ vertelt het slachtoffer. Eén van zijn leerlingen vult aan: ‘Na wat varen, kregen we allerlei spannende opdrachten. Zo moesten op een bepaald moment twee van de drie opvarenden van plaats verwisselen in de kano. Een beangstigende opdracht… (barst in tranen uit).’ Een medeleerling gaat verder. ‘Er was niets aan de hand, tot de volgende taak uitgelegd werd. De monitoren beschreven wat er moets gebeuren en verklaarden toen dat de groep van de leerkracht het eens mocht demonstreren.’ Een fataal idee, zo bleek, want hoewel de leerkracht zijn deel van de proef tot een goed einde bracht, zorgde de samenwerking met de andere bemanningsleden voor problemem. ‘Toen de middenste persoon het bevel kreeg recht te gaan staan, gebeurde het,’ beschrijft een zwaar aangeslagen ooggetuige. ‘De kano begon vervaarlijk te wiebelen en voor iemand het goed en wel besefte, sloeg de kano om.’

Machteloosheid
Hilariteit alom, zou je denken, maar de leerlingen begonnen wanhopig te schreeuwen. ‘De leerkracht is genomineerd voor ‘leerkracht van het jaar en geniet aldus een grote populariteit’, meldt de directie ons. ‘Dat zijn leven ook maar enkele seconden in gevaar was, is voor onze school een zware schok. Zeer aannemelijk dan ook dat de leerlingen die getuige waren van het drama, behoorlijk overstuur zijn’ Gelukkig droegen alle opvarenden de verplichte reddingsvesten zodat zij veilig bleven drijven. De leerkracht zorgde er eerst voor dat zijn twee jonge passagiers op het droge raakten, katapulteerde de kano terug op de oever, maar was toen op het eind van zijn krachten. De paniekerige leerlingen moesten machteloos toezien hoe hun geliefde leerkracht uitgeput door de stroom werd meegesleurd. Kreten van ontzetting doorkliefden de stilte die over het water hing.

De preciese reddingsomstandigheden zijn onduidelijk, maar vast staat dat SDS op miraculeuze wijze de gruwelijke gebeurtenis overleefde. ‘Wat zou er van mijn leerlingen worden?’, vroeg het slachtoffer zich af. ‘Stel je voor dat ik door de eerste beste schoolmastel wordt vervangen! En wie zal de koffiekoek opeten die nog in mijn vakje in de leraarskamer ligt? Die gedachten gaven me kracht en met wat me nog restte aan energie, wist ik mezelf te redden.’ zo klinkt het verder. Er volgde dan ook een hartelijk weerzien tussen de leerkracht en zijn leerlingen, van wie enkelen intussen radeloos aan het huilen waren.

Opvang
De klas werd opgevangen door de dienst slachtofferhulp en een team van traumatologen die hen zullen helpen het drama verder te verwerken. In hun aller belang werd besloten de sportdag alsnog verder te zetten, al had het slachtoffer geen droge kleren bij. Gelukkig waren daar de talloze collega’s, die allen (ietwat krappe) kledingstukken afstonden om te voorkomen dat SDS de rest van de dag koukleumend (en dus ook zeurend) zou doorbrengen. Toen in de namiddag de zon doorbrak, waren de gemoederen zelfs al flink bedaard en bij de thuiskomst werd het drama dan ook op vrolijk-anekdotische wijze aan de ouders overgebracht.  ‘Toch staat vast dat dit hele gebeuren zijn sporen zal nalaten op de kinderen, de klaswerking en zelfs de schoolwerking’, merkt een specialist op. ‘Ik voorspel nachtmerries en flashbacks, deze sportdag zal letterlijk ‘onvergetelijk’ worden.’ Een andere deskundige vult aan: ‘En dan hebben we het nog niet over het gezichtsverlies gehad dat de leerkracht leed. Ten aanzien van je leerlingen op dergelijke wijze op je sterfelijkheid gewezen worden, is niet goed voor je imago! Ik voorspel dan ook dat het klasgebeuren de komende dagen volledig ontwricht zal worden’. Het slachtoffer wenst zich niet uit te laten over deze voorspellingen. ‘Veel erger is dat ik alle buskaarten van de leerlingen in mijn zak zitten had! Die zijn nu allemaal nat!’.





De Opgesloten Onderwijzeres

16 04 2008

Er was eens een Gentse kleuterjuf die in een gezellig huisje woonde dicht bij de school waar ze werkte. Op een ochtend stond ze goedgehumeurd op om even later vast te stellen dat de voordeur op slot was en er geen sleutel op zat. Haar zoetje had namelijk per ongeluk alledrie de huissleutels mee naar zijn werk – in Antwerpen.

De kleuterjuf raakte al een beetje in paniek. De ramen op het gelijkvloers konden niet open. Het was acht uur en over twintig minuten werd ze op school verwacht om met haar klasje een uitstap te maken. Een slotenmaker bellen was een optie, maar die zou veel te laat komen! Dus belde de juf naar een collega die al op school was. Die zou vast wel een goed idee hebben.

Die collega alarmeerde de reeds koffieslurpende leerkrachten in de leraarskamer. Iemand een idee? Eén bepaalde collega had deze kleuterjuf al een keer uit de school bevrijd, toen ze geen sleutels bij had en opgesloten zat. Dus aarzelde deze heldhaftige, altijd hulpvaardige collega niet om samen met twee mannelijke collega’s (waarvan één met lichte tegenzin) een lange ladder te pakken en naar het huisje te trekken een straat verder. Jacobus-en Corneelsgewijs werd deze ladder aldus tegen de gevel van het hulpeloze meisje geplaatst, waarop het slachtoffer uit haar woning kon bevrijd worden. Dankbaar en opgelucht begroette het meisje haar redders. Waarop de schooldag kon beginnen.

(Om bepaalde personen niet in diskrediet te brengen, zullen de beelden ervan – er was een camera bij de hand – niet geplubliceerd worden).





Buurman wordt boos (2)

15 12 2007

Een half jaar geleden verloor hij al een keer zijn zelfbeheersing, vandaag mocht de Gentse politie opnieuw uitrukken voor mijn agressieve buurman. Deze keer had hij het iets verderop in de straat aan de stok gekregen met ander gespuis, met een vechtpartij tot gevolg. Eén van de mannen zat helemaal onder het bloed (sensatie! sensatie!) en de twee bleven maar tegen elkaar tekeer gaan. Enkele minuten later stonden er wel vier politiewagens op het kruispunt, waarop maar liefst negen agenten te voorschijn kwamen. Ik stond weer klaar met mijn fototoestel.

De bloedworst werd snel in de combi geduwd en buurman zag dat de publieke opinie zich tegen hem begon te keren. Hij zou duidelijk als slechterik uit dit verhaal komen. En wat doet crapuul in nood dan steevast? Snel zelf het slachtoffer uithangen natuurlijk. Buurman liet zich dus snel op de grond vallen, kreunend en pogingen doend erbarmen op te wekken bij de omstaanders. Vruchteloos, want toen de ziekenwagen arriveerde, weigerde men hem zelfs op te rapen. Buurman stond dan maar recht en stapte zelf in de ambulance…

afbeelding-034.jpg

afbeelding-033.jpg afbeelding-035.jpg afbeelding-038.jpg

Ik ben niet snel geneigd kritiek te geven op onze politiemacht (ik spaar mijn gal voor Hans Bourlon), maar opvallend was toch wel dat een jonge vrouw die op één of andere manier betrokken partij was, al die tijd in een flinterdun zomerjurkje toekeek, zonder dat ook maar één van de negen agenten haar een jas of deken aanbood. En daarnaast vraag ik me toch wel af of politie- en hulpdiensten niet een héél klein beetje moeite kunnen doen het verkeer niet in de war te brengen door gewoon midden op straat te parkeren als het geenszins om een noodgeval gaat.





gps: gangster-en-police-speelgoed

18 11 2007

Net zoals veel politie-agenten mislukte onderwijzers zijn, ben ik in mijn fantasie wel eens een agent. Naar Flikken kijk ik nooit, dus ik hoop te kunnen stellen dat de vormgeving van mijn fantasie daardoor niet beïnvloed is. Maar dit zou één van mijn avonturen kunnen zijn:

Ik vorm een vast duo met agent Poncherello. Een vrouw die in leeftijd één jaar hoger staat dan ik. Ze is blond en niet al te groot, maar compenseert dat met een strenge blik en kordaatheid die je niet kan tegenspreken. Ze kijkt graag naar Desperate Housewives en is lichtjes overdreven hygiënisch ingesteld. We lachen wat af, maar tijdens onze werkuren zijn we zeer gedreven. Zij durft de commissaris tegen te spreken, maar ik ken beter de weg in Gent.

Op een donkere en koude novemberavond worden we op pad gestuurd om een befaamd boeventrio te vatten. Het zijn Karel de Maniakale, Olivier ‘The Hulk’ en Razend Mieke. Ze worden als uiterst gevaarlijk en geslepen beschouwd. Poncherello en ik trekken naar het Gentse Zuidpark, waar de drie slechterikken volgens onze informatie van plan zijn wapens op te graven om de bibliotheek te overvallen. Twee andere politieduo’s vangen eveneens een speurtocht aan, maar al snel blijkt dat wij hen het dichtst op de hielen zitten. Terwijl we hen naderen, bewonderen we tegelijk de architectuur van de oude herenhuizen rondom het Muinkpark. Zo zijn we wel. De focus op het werk, maar ervaren en beheerst genoeg om ook onze omgeving op te nemen. In het park aangekomen stijgt de spanning. Onze satelliet meldt ons dat de criminelen nu wel héél dichtbij zijn. Mijn partner en ik verstoppen ons achter een boom. Daarna rennen we gebukt een grasveld over. We gaan op een bank liggen om aan het zicht van de dieven te ontsnappen. En dan gebeurt het. Ineens zien we het illustere trio vlak voor ons. Er zit maar één ding op. Ik spring recht en ren naar ze toe, met getrokken wapen. Poncherello verliest even haar kalmte en rent gillend de andere kant op. Ik vuur drie kogels af. De misdadigers worden geraakt.

GAME OVER. De gangsters werden gevat na 14 minuten. De politie heeft gewonnen.

6110navigator.jpgNee, ik ben geen Ben X geworden die zich teruggetrokken heeft in een fantasiewereld. Poncherello heet gewoon Lieve. Samen met Karel, Mieke, Olivier en 12 andere niet-volwassenen die we onze vrienden noemen, deden we mee aan een city game in Gent. Per acht mensen speel je een spel, waarbij vier duo’s worden gevormd. Eén duo (of in ons geval een trio) moet een misdaad uitvoeren, de anderen zijn agenten. Een klassiek politie- en dief-kinderspelletje? Nee, want elke groep krijgt een gps waarop de positie van de boeven en de andere agenten te zien is. Je kan (virtuele) wapens oprapen, overvallen plegen op bekende Gentse gebouwen en geld buit maken. Er kan ook naar elkaar gevuurd worden op zeer vredevolle wijze. Voor weinig geld kan je twee uur spelen. Na elk spel, worden de rollen doorgeschoven zodat een ander duo de misdaad moet plegen.

Wij gingen er (bijna) allemaal compleet in op. Dat heb je met dat voormalige jeugdbewegingsvolk, ze blijven spelen. Een beetje conditie is wel nodig. Technische kennis niet. De gps wijst zichzelf uit en de verbeeldingskracht doet de rest. Het enige dat je er moet bijnemen is dat je op bijzonder bevoogdende en vermanende wijze wordt toegesproken door de verantwoordelijke geek (die u misschien zal herkennen uit een VTM-programma over beauty’s en nerds) en dus de neiging om het gps-toestel naar zijn kop te gooien, even moet onderdrukken. Maar verder: heel tof.

Poncherello en ik zijn later ook op het verkeerde pad geraakt. Als gangster is het spel zelfs nog een beetje spannender en komt er meer strategie aan te pas. In Gent goed de weg kennen, is een pluspunt, maar het maakt wel dat het spel ook minder lang duurt. Je kan het spel echter ook in Antwerpen spelen. Je moet wel bereid zijn je een heel klein beetje belachelijk te willen maken door je als een gestoorde idioot achter bomen en geparkeerde wagens te verstoppen. Ook in uitgangsbuurten. Maar dat hoeven we ons geenszins aan te trekken. We zijn misschien wel allemaal een heel klein beetje geek.





Het leven van een festivalfreak

17 10 2007

Ja, ik heb het naar mijn zin op dit 34e filmfestival van Gent. De teller staat intussen op 18 en er staan nog 10 films op het programma. Oorspronkelijk zou ik 32 films gaan zien. Maar dan worden persvisies verschoven, blijf je toch liever in de festivalbar hangen, lijkt een film op het laatste moment toch iets te saai of ben ik gewoonweg te vermoeid. Toch speelt dat maar een kleine rol. Binnen 4 dagen is het festival afgelopen, zolang houdt ik het nog wel uit, zeker met wat energiepilletjes.

Ieder jaar stel ik weer vast wat een aparte ervaring die filmmarathon eigenlijk is. De dagen lijken veel langer, doordat je zoveel verschillende impressies en ervaringen opdoet op korte tijd. Van de Patagonisch hoogvlakten naar het Groot-Brittannië van de jaren ’80, van een Estse school naar een Italiaans klooster, … verhalen gevuld met Israelische kokkinnen, Londense maffiosi, Duitse Johnny’s, Amerikaanse straatkinderen en Australische seriemoordenaars. Je stapt van de ene wereld in de andere.

Dan verdwijnen andere zaken naar de achtergrond. Schoolwerk en bijscholingen, verjaardagen (sorry Elke en Jan!), te betalen rekeningen, blogs, … allemaal geen tijd of aandacht voor. En dat vind ik niet eens zo erg. Iedereen zou zich zo een keer op het jaar volledig moeten onderdompelen in zijn passie.

Filmfestivalbezoekers zijn ook aangename mensen. Niemand komt te laat en iedereen is muisstil en aandachtig tijdens de film. Geen chipszakken of stinkende nacho’s, geen lachers of gsm’ers. Wonderbaarlijk soms hoe er tijdens een twee uur durende prent niet één iemand een kik geeft in een zaal met 400 zitjes. Dit festival verloopt ook erg smooth. Geen storingen of late beginners, geen vertaalproblemen of foute zaalnummers. Enkel jammer dat de Studio Skoop zo krap is. Maar dat las u hier al. Ik vernam overigens uit rechtstreekse bron dat Katleen Turner zo’n sympathieke vrouw is.

De essentie is natuurlijk film: ik weet intussen wat uit te kiezen. De sectie ‘World Preview’ biedt me te weinig nieuws. Ieder jaar weer die sociaal geëngageerde drama’s uit Uruguay of Roemenië, ik heb het wel gehad. In ‘A Look Apart’ vind je meer vernieuwende en originelere films. Ik voel me ook nog altijd aangesproken door de films die van een ‘X-plore Zone’ label worden voorzien: een eigenzinnige selectie films voor jongeren, waar vaak erg goeie films in zitten. In de competitie tref ik toch nog te vaak al te ernstige oudemensenfilms aan, loodzwaar soms. Maar ik heb wel nog geen enkele echt slechte film gezien, en dat is sommige jaren wel anders. Wel ben ik voor het eerst de zaal buitengestapt bij een film die nog maar een half uur bezig was. Geen tijdverlies meer. Wel jammer dat mijn totaal toch lager zal liggen dan anders.

Voor de geïnteresseerden nog snel de beste films die ik gezie heb op een rijtje: The Assassination of Jesse James, Klass, This Is England en Eastern Promises.








%d bloggers liken dit: