Afdokken (1)

2 10 2013

DOK37Op DOK heb ik de voorbije maanden met heel veel plezier gewerkt – een uitgebreidere beschouwing volgt nog – maar nu en dan was het ook wel eens op de tanden bijten bij omgaan met een heel divers publliek. De bezoekers een goeie service bieden, maakte voor mij deel uit van de aantrekkingskracht van het werk, maar na laatst opnieuw enkele uren de kassa bemand te hebben, raakte ik stilaan horendol van een aantal steeds weerkerende vragen.

Een drankkaart kon je op DOK verkrijgen voor 5 euro.  De prijs stond daarvoor duidelijk aangegeven en om de argeloze, al dan niet nieuwe bezoeker niet te overladen met info, was dat dan ook de enige zichtbare boodschap aan onze kassa. Vragen als ‘hoe lang is deze kaart geldig’ en ‘kan je daar ook mee eten?’, vond ik aannemelijk en beantwoordde ik met een glimlach. Maar dan had je dit soort vragen:

‘Hoe werkt dat hier?’

(U geeft me geld en ik geef u een drankkaart)

‘Hoe marcheert dat met zo’n drankkaart?’

(Dat marcheert goed)

‘Moet ik hier zijn voor bonnekes?’

(Neen, hier verkopen wij frieten, bloembollen en kandelaars, maar dat paste niet op het bord, dus hebben we er ‘bonnen’ op gezet)

‘Hoeveel bonnetjes zitten er op een drankkaart?’

(Wat maakt dat uit als u weet dat de waarde 5 euro is?)

‘Kan ik daar dan 5 consumpties mee kopen?’

(5 gratis watertjes van de kraan misschien maar verder willen we wel iéts verdienen.)

‘Hoeveel kan ik daar mee kopen?’

(Dat weet ik niet. Misschien om 5 euro?)

‘Kan ik ook een kaart van 3.5 euro kopen?’

(Nee want dan zou er wel staan ‘Drankkaart 3.5 euro’)

‘Maar ik heb maar om 4 euro nodig. Wat moet ik doen met de bonnetjes die ik dan over heb?’

(Opeten? Op het strand begraven? In uw koffie dippen? Aan mij geven?)

En de hoofdvogel:

‘Hoeveel kost zo’n kaart van 5 euro?’

(107 euro en 21 cent.)





Santé voor Haaltert

12 07 2013

Zo nu en dan waag ik het nog eens mijn geboortedorp Haaltert wat aandacht te geven. Daar heeft de meest recente verkiezing voor een ware machtswissel gezorgd, wat me veel boeiende verhalen had opgeleverd als ik er nog gewoond had.

twitterInteressant is alleszins dat Haaltert een nieuwe burgemeester heeft sindsdien, en dat was op het moment van aantreden een dame zonder veel politieke ervaring en zonder grote bekendheid bij de inwoners. Wat Veerle Baeyens al heeft verwezenlijkt weet ik niet wegens geen interesse, maar ik vroeg me onlangs wel af of deze dame op Twitter te vinden is. Een enorm overschat medium vind ik zelf, maar niettemin een plek waar publieke figuren blijkbaar horen te vertoeven.

Veerle Baeyens zit op Twitter, zo blijkt. Ze heeft 71 volgers en heeft dit jaar twee tweets op de wereld los gelaten. Twee. Ze heeft dus vrijwel niets te melden, digitalemediagewijs. Veelzeggend is ook haar profielfoto… Als blonde burgemeester zijn er misschien net iets waardiger alternatieven.

foursquareWie Haaltert vindt via de locatiegebonden sociaalnetwerksite Foursquare, treft overigens dit kenmerkende beeld als profilering van de gemeente….

Er is een patroon merkbaar maar ik weet niet of iemand daar trots mag op zijn.





Vrijblijvend belasting betalen

10 07 2013

BelastingsbriefIk betaal al diverse jaren als brave burger mijn belastingen. Sinds drie jaar via tax-on-web en sinds dit jaar ook voor het eerst zonder dat ik vooraf een envelop in de brievenbus vond. Wat me dus meteen bij de –  ietwat onnozel klinkende, ik weet het – vraag brengt: hoe weet je dat je je belastingaangifte moet doen? Ik weet wel dat er hiervoor een vast moment in het jaar is, maar het is ook routine waardoor dit voor mij van weinig belang is en ik daar dus geenszins vanzelf aan denk. Gaat men er bij de staat dus zomaar van uit dat iedereen die vorig jaar bij zijn aangifte aangaf geen envelop meer te willen ontvangen, vanzelf weet dat het weer zover is, en dat dit moet gebeuren voor 17 juni?

Mij was dat eigenlijk wat ontgaan en de deadline kende ik al helemaal niet. Ik hoorde een collega over zijn belasting praten en toen viel mijn nikkel. Maar dat is dan ook zowat de enige aanmoediging die ik waarnam om me over deze aangifte te buigen. Ik kreeg geen brief (want dat had ik al aangegeven), maar ook geen mail. En dus durf ik in vraag stellen in hoeverre dit systeem waterdicht is, hoe plichtsbewust ikzelf en vele landgenoten weliswaar zijn. Of is me dan toch iets essentieel ontgaan?





Even een boompje opzetten…

22 05 2013

DSC_0840Geen fietsenrek in de buurt? Geen paal of hekken om een fiets aan vast te hangen? Dan kan dat eenzame boompje me wel uit de nood helpen dacht ik.

Oei. Een waarschuwing… Wat te doen?

Ik ben een brave burger en hou van duidelijke regels en afspraken. Maar dit vind ik vergezocht. Dat boompje kan mijn fiets wel aan. Ik zal het met zorg behandelen. Ik begrijp de oproep van een verontruste eigenaar – maar van wie is die boom eigenlijk?  – maar anderzijds verwacht je aan de ingang van een theaterzaal toch een fietsenrek? En als er geen is en iemand plant er een boom, hoezeer is het dan te verwonderen dat er iemand zijn fiets aanhangt? Mijn collega Natalie denkt er het hare van. Regelneef Sven die zo’n waarschuwing in de wind slaat?

Na de voorstelling: twee platte banden.

Ik zucht eens en stap tien minuten mee naar Natalie waar een superpomp me uit de nood helpt. We lachen omdat ik de rekening gepresenteerd gekregen heb. Maar in hoeverre is dit nu constructief? Ik weet nu dat er naast het Tinnenpottheater een verzuurde mens woont die niets anders te doen heeft dan de hele tijd naar buiten kijken om te zien of er niemand aan zijn plant komt. Dan vind ik zijn ongemak eigenlijk wel groter dan het mijne. Ik ben dan meer het type dat een boos briefje aan zo’n fiets zou hangen, maar kijk, elk zijn methode.

De eerstvolgende keer dat ik een oude fiets vind en een slot op overschot heb, weet ik wat te doen ermee. En het mogen blijkbaar ook andere zaken zijn.





Dit was het nieuws (niet)

16 12 2012

The-Broken-Circle-BreakdownDe voorbije week werd in de pers meegedeeld dat The Broken Circle Breakdown, de bekende film van Felix Van Groeningen, de tiende plaats bereikt had in de top 10 van meest bezochte Vlaamse films. Dat is eigenlijk helemaal niet het geval.

De titel van het persbericht luidde nochtans: ‘THE BROKEN CIRCLE BREAKDOWN IN TOP-10 VAN BEST BEKEKEN VLAAMSE FILMS’. De verspreider van het bericht, verdeler Kinepolis, zette daarmee heel wat journalisten op het verkeerde been. Iets verder in het korte bericht stond immers ter verduidelijking dat het de bezoekerstop betrof sinds 2000, maar u en ik weten ook wel dat de meeste journalisten wel zeer weinig moeite doen om hun bronnen te checken, of, in dit geval, grondig te lezen wat er staat.

Je zag deze week dan ook overal de onvolledige versie van het bericht opduiken, in kranten, op facebook en in het radionieuws. Op zich is de schade die deze verkeerde info veroorzaakt, minimaal. Je doet ten hoogste enkele films oneer aan door te vergeten dat ze veel meer bezoekers haalden dan The Broken Circle Breakdown, een film die zijn bezoekers overigens verdient (net als Offline trouwens!).

Omdat correcte informatie een betrachting mag zijn en blijven, zeker als het over filmnieuws gaat, hier de twee lijstjes. En misschien ook een heel klein beetje omdat het anders lijkt dat Jan Verheyen wel erg veel verdienste opstrijkt, want in de algemene top 10 komt hij immers niet voor.

de Vlaamse Top-10 sinds 2000
1. Loft (2008) van Erik Van Looy (1.194.434 bezoekers)
2. De Zaak Alzheimer (2003) van Erik Van Looy (755.559)
3. Frits en Freddy (2010) van Guy Goossens (480.020)
4.Rundskop (2011) van Michaël R. Roskam (469.967)
5. De Helaasheid der Dingen (2009) van Felix van Groeningen (454.435)
6. Zot van A. (2010) van Jan Verheyen (447.324)
7. Dossier K. (2009) van Jan Verheyen (415.159)
8. The Broken Circle Breakdown (2012) van Felix van Groeningen (401.271)
9. Team Spirit 2 (2003) van Jan Verheyen (354.920)
10. Team Spirit 1 (2000) van Jan Verheyen (337.033)

de Vlaamse Top-20 aller tijden
1. Loft (2008) van Erik Van Looy (1.194.434 bezoekers)
2. Koko Flanel (1990) van Stijn Coninx (1.082.000)
3. Hector (1987) van Stijn Coninx (933.000)
4. Daens (1993) van Stijn Coninx (848.000)
5. De Zaak Alzheimer (2003) van Erik Van Looy (755.559)
6. Oesje (1997) van Ludo Cox (670.609)
7. Max (1994) van Freddy Coppens (643.000)
8. Mira (1971) van Fons Rademakers (642.000)
9. De Witte van Sichem (1980) van Robbe de Hert (540.000)
10. Paniekzaaiers (1986) van Patrick Lebon (500.000)
11. Frits en Freddy (2010) van Guy Goossens (480.020)
12. Rundskop (2011) van Michaël R. Roskam (469.967)
13. De Helaasheid der Dingen (2009) van Felix van Groeningen (454.435)
14. Zot van A. (2010) van Jan Verheyen (447.026)
15. Dossier K. (2009) van Jan Verheyen (415.159)
16. Team Spirit 2 (2003) van Jan Verheyen (354.920)
17. Team Spirit 1 (2000) van Jan Verheyen (337.033)
18. Zware Jongens (1984) van Robbe de Hert (365.000)
19. The Broken Circle Breakdown (2012) van Felix van Groeningen (318.000 op 12/11/2012)
20. Ben X (2006) van Nic Balthazar (317.683)

Het komt er op neer dat er dus vrijwel niets bijzonder te vermelden viel over The Broken Circle Breakdown, maar nieuws wordt tegenwoordig gewoon gemaakt, en niet gevonden. Wat dan weer wel een meevaller is dat de film die uit de top 20 valt, Jan Verheyen’s desastreuze Boys is. Hèhè.





#helemaalmee

30 11 2012

De paus gaat twitteren en facebooken. De media vinden dat hij dus ‘helemaal mee’ is met de moderne communicatie.

Mee? Sorry, maar die trein is lang geleden vertrokken. Zoals de hele katholieke kerk is hij dus gewoon hopeloos achter.

En wat is er trouwens mis met zo’n ouderwetse blog? :-)





Daar wou ik niet van

25 10 2012

Op mijn computer trof ik onlangs een lezersbrief aan die ik naar Humo stuurde, in mei 2001, toen ik nog tomeloos bralde. De brief werd ook gepubliceerd. Ik stel vast dat ik na al die jaren best nog achter de boodschap sta. Al zou ik nu trachten aanzienlijk minder uitroeptekens te gebruiken.

Dat de laatste jaren geen mens op televisie nog moeite doet om nog correct , of nog maar simpelweg Nederlands te spreken, is iets waar ik me allang aan erger.  Jan met de pet moet ondertiteld worden, en presentatoren verwarren spontaniteit met dialect spreken.  En het moet vooral allemaal heel simpel.  Geen zinnen van meer dan 12-13 woorden in het VTM-nieuws en liedjesteksten à la K3, op het taalniveau van een 2-jarige.  Mijn ergernis kende een nieuw hoogtepunt tijdens het bekijken van ‘De Zevende Dag’, op zondag 13 mei.  Wanneer VU-ondervoorzitter Geert Lambert antwoordt op een vraag met ‘Daar heb ik geen affiniteit mee’, roept hij ergernis op bij Sigfried Bracke.  Die corrigeert hem als volgt:  ‘De gewone mens zegt ‘Daar wil ik niet van!’, en Meneer Lambert herhaalt gedwee.  Ja, sinds Meneer Bracke de ‘Wablieft’-prijs voor helder taalgebruik ontving, voert hij nog heviger strijd met de ‘moeilijke woorden’ van vele politici.  Nochtans, Meneer Bracke, vraag ik me af wat er mis was met het antwoord van Meneer Lambert.  Ik ben vrij zeker dat  vele ‘gewone mensen’, en zeker de Zevende Dag-fans hem  begrepen hebben!  En wie niet begrijpt wat ‘affiniteit’ betekent, moet maar wat meer moeite  doen! Televisie mag nog leerzaam zijn, hoor!  Ik acht mezelf absoluut geen intellectueel of zo, en maak zeker ook deel uit ‘van het gewone volk’, maar ik heb totaal geen moeite met dit soort woorden.  Integendeel!  Ik meen dat je alleen maar je eigen woordenschat kunt uitbreiden door af en toe eens een woord op te vangen dat niet tot ons dagelijks taaltje behoort.  Ik begrijp dan ook niet waarom u het allemaal zo graag simpel houdt!  Hoe beperkter het woordaanbod in de media, hoe simpeler het publiek wordt!  Ik ben nu 23 jaar en mijn taalpassie werd juist gestimuleerd door vaak geconfronteerd te worden met wat ‘moeilijkere woorden’.  Leest u bv. het HUMO-interview met Fred Brouwes en Geert Van Istendael bv. maar eens (HUMO nr3166)!  De welbespraaktheid van die twee heren is uitermate genietbaar!  Van uw kleutertaal krijg ik de kriebels!  Televisie is al oppervlakkig genoeg de laatste jaren!  Verlaag uzelf toch niet tot een niveau dat een goed journalist als u onwaardig is!  En mag ik trouwens opmerken dat ‘Daar wil ik niet van’ ook niet echt helder taalgebruik te noemen valt?

 Sven De Schutter

14-05-2001





Meneer De Schutter voor u

2 08 2012

In het ING-kantoor waar ik zo nu en dan eens moet zijn, heeft men de loketten verwijderd. Nu doe je je praatje aan een balie, waar steevast een oudere, vaak zwaarlijvige man belangrijk zit te lijken naast een poppemieke dat net iets te vaak moet gecorrigeerd worden bij het geven van uitleg. Samen vormen ze het soort duo waarbij je ongewenste intimiteiten voorstelt die door het slachtoffer gedoogd worden omdat het haar carrière goed uitkomt.

Met dit interieurconcept gaan ook nieuwe klantbenaderingen gepaard. Men heeft blijkbaar ergens beslist dat klanten nu met de voornaam worden aangesproken. Vanaf het moment dat de man aan de balie mijn bankkaart in handen heeft, scannen zijn ogen razendsnel mijn kaart, waarop hij mij meteen aanspreekt alsof hij me kent.

Ik zou daar in theorie eigenlijk geen punt van maken, maar toen het me vandaag overkwam, stelde ik meteen vast dat dit niet klopte. Er ging een klein signaal af in mijn hersens bij het horen van mijn voornaam uit de mond van een onbekende. Bovendien ben ik een klant. Ik vind het dan beleefder formeel aangesproken te worden. Afstandelijkheid en discretie zijn geschikte eigenschappen voor een bankbediende, die je je bij een normale gang van zaken na tien minuten al niet meer herinnert.

Daar komt bij dat ik de man zelf ook niet ken, of althans zijn voornaam niet weet. Hij draagt geen naamplaatje dus ik kan hem niet op dezelfde manier aanspreken. Mocht ik die naam toch weten, ik zou een zekere schroom voelen om zomaar ‘Dirk’ of ‘Jean’ te gebruiken. Het was overigens een duidelijke Dirk, vond ik.

Eén of ander marketingbureau dat de klantenservice van ING gehercreëerd heeft, heeft wellicht bedacht dat dat stijl van nu is. Er is geen barrière meer tussen klant en bediende, letterlijk noch figuurlijk. Voornamen zijn in. Frank en Sabine zijn al jaren niet meer dan dat op één. Men is approachable, zo klinkt het wellicht in marketingmiddens. Of niet, weet ik veel.

Ik slik het  niet. Zou ik het durven, volgende keer gewoon te opperen dat ik ‘meneer’ verkies boven ‘Sven’? Of is dat aanmatigend? Maar is ING dat nu dan eigenlijk ook niet?

Bij ING voelt elke klant zich persoonlijk aangesproken.





De oudjes zijn weer helemaal mee

21 05 2012

Zondagmiddag, grootoudertijd.

‘Ah, metj, oewist?
Kerngezonde, maar bittergestemde Madeleine (bijna 89): ‘Slecht! Ik heb euthanasie gevraagd aan den doktoor.’
‘Oei. Wat heeft hij gezegd? ‘
‘Dat ik daarvoor eerst ziek moet zijn.’

Dan maar naar vrolijker oorden. Ten huize Willy & Mary-Louise pronkt een prachtig stuk speelgoed op tafel.

Ik: ‘Wadismedat hier?’
Willy (net 82): ‘Ik heb mij ne computer gekocht’.
Ik: … (stikkend in mijn jaloezie)

Kan er geen wet in het leven geroepen worden die senioren verhindert hun kleinkinderen voor te steken op technologisch vlak? In een door technologie en communicatie gefascineerde familie is het nu net mijn grootvader die als eerste een tablet heeft??

Altijd iets te beleven dus, bij mijn grootouders. Mocht u zin hebben mijn bezoektaak eens over te nemen: amusement verzekerd.





OnBelangrijk

20 05 2012

Het is me niet bekend of er een Vlaamse gemeente bestaat waar Vlaams Belang een rol van, euh, belang speelt. Dat was zeker niet het geval in het landelijke Haaltert. Daar had trouwens geen enkele partij enige betekenis.

Alleszins kon ik me moeilijk voorstellen dat Vlaams Belangers op lokaal niveau ook maar ergens op  het  bestuur konden wegen, gezien ik hen vooral associeer met een gebrek aan fatsoen en intelligentie. Zonder te willen veralgemenen, uiteraard.

Ik heb echter altijd verondersteld dat in die enkele grote steden die Vlaanderen rijk is, Vlaams Belang het stelt met wat degelijker volk. Iets meer breeddenkend, wat redelijker, enigszins bereid tot dialoog, …Tja, wat is dat, ‘degelijk’?  Enfin, het is me vooralsnog niet duidelijk hoe ik aan die perceptie kom, maar ik dacht te mogen veronderstellen dat Vlaams Belangers die in pakweg Gent mee beleid willen voeren, toch over net dat tikkeltje meer niveau beschikken om met de grote mensen mee te kunnen spelen. Ik waag het in deze veronderstelling even de gemeenteraadsleden van andere partijen enig niveau toe te dichten om mijn punt te maken (Zuster Monica even terzijde gelaten).

Maar ik moet mijn mening herzien. Ook op stedelijk niveau slaagt Vlaams Belang er niet in redelijk, volwassen, eerlijk campagne te voeren. Andere partijen misschien ook niet, maar dan bevinden we ons nu toch nog enkele niveaus lager,  Een dikke week geleden trof ik ter illustratie immers deze campagnefolder in mijn brievenbus aan:

De voorkant van dit postkaartje toont ons weinig idyllische taferelen in Gent. De achterkant beschrijft de fictieve avonturen van Bart & Els, die zich in Gent beslist niet geamuseerd hebben.

Ik heb lang niet zo’n weinig subtiele, eenzijdige en vooral kinderlijk onnozele manier gezien waarop een politieke partij kiezers tracht warm te maken voor zijn standpunten. De ongeïnspireerde tekst lijkt me zelfs voor kinderen geschreven te zijn – laaggeschoolden en ongeletterden zullen vatbaarder zijn voor lulkoek, zal de veronderstelling wellicht zijn – en is zo nadrukkelijk doorzichtig dat ik me vragen stel bij het intelligentieniveau van wie in Gent mee in het bestuur van Vlaams Belang zit. Als je oppervlakkig, manipulatief en zwakbegaafd bent, moet je dat dan per se in de verf willen zetten?

Misschien moet ik de komende dagen dat 10-puntenplan maar eens doornemen om dan maar meteen inhoudelijk ook zeker te zijn waarom ik niet op deze partij zal stemmen.





Waar de rode lampjes branden

4 05 2012

Een aarzelende fietser vlakbij mijn woning. Wonende op een druk punt in Gent centrum, herken ik het type: de zoekende of al dan niet verdwaalde toerist. Ik stap zelf net van mijn fiets, maar op zijn Vlaams bemoei ik me met mijn eigen zaken. Het is een vijftiger met vraagtekens in zijn ogen. Er loopt best wat volk op straat, maar ik merk dat hij overweegt mij aan te spreken. Ik zet mijn ‘open’ gezicht op, waarmee ik bereidwilligheid etaleer om aangesproken te worden. Ik leg het toch zo graag uit. Ik ben zelf ook al toerist geweest. Ik wijs u dus met graagte de weg. De man twijfelt nog, maar dan klinkt toch, op zijn Amerikaans:

‘Excuse me, can you tell me where the red light district is?’
‘It’s just around the corner!’ repliceer ik alsof ik iedere dag hoertjes aanwijs.
‘Thank you’
‘Have fun!’

Als je vlakbij ’t glazen straatje woont, vraagt men nu eenmaal niet snel naar Het Belfort.





Niet weerhouden

29 04 2012

In Canvascollectie krijgen heel wat kunstenaars, would-be-kunstenaars en pseudo-kunstenaars te horen dat ze ‘niet weerhouden’ worden. Dat blijkt jammer voor hen te zijn, terwijl ze eigenlijk verheugd mogen dromen van roem en rijkdom. ‘Iets weerhouden’ betekent immers ‘tegenhouden of beletten’. De kunstwerken of knutselarijen die dus ‘niet weerhouden’ zijn, worden dus eigenlijk ‘niet tegengehouden’ en zijn dus in feite wél geselecteerd.

Deze hardnekkige taalfout blijkt niet te bannen uit ons taalgebruik. In 1992 of ergens daaromtrent kreeg ik van VTM te horen dat ik ‘niet weerhouden’ was om deel te nemen aan De Vraag van 1 Miljoen. Ik vond dat een verwarrend bericht en las de brief keer op keer na. Het was me duidelijk dat er geen miljoen te rapen viel, maar waarom maakte men mij dat duidelijk met een uitdrukking die precies het omgekeerde betekent? Ik zocht dit op om zeker te zijn en sindsdien is dit één van die taalfouten die me nooit ontgaan.

De juryleden van de Canvascollectie lijken me intelligente mensen. Dat betekent niet dat ze geen taalfouten mogen maken. Maar de uitdrukking ‘niet weerhouden’ is zo’n vastgeroeste fout die ik vooral associeer met mensen die niet gewend zijn zich in standaardtaal uit te drukken en dan maar hun toevlucht nemen tot dooddoeners en clichés. Het soort mensen dat ook ‘daar’ zegt als ze ‘aangezien” bedoelen of zijn familienaam voor de voornaam zet. Mijn naam is Vanderborght Roger en daar ik op het ministerie tewerkgesteld ben, ben ik woonachtig te Moorslede. U weet wel.

Lieden die een plaats in de jury van Canvascollectie krijgen, zouden belezen, kritische, welbespraakte mensen horen te zijn. En daarvan verwacht ik dat ze het woord ‘weerhouden’, in welke betekenis dan ook, naar het rijk der vergeten woorden verbannen.





Bericht aan de reizigers

23 02 2012

“Geachte reizigers, we komen aan te Antwerpen. Wegens drie giechelende meisjes zonder vervoersbewijs, had ik geen tijd meer om langs te komen voor het controleren van  uw treinticket. Maar dat zal u wel niet erg vinden. Ik dank u voor uw begrip en aan iedereen, zeker aan giechelende meisjes, koop altijd een ticket.”

Vandaag gehoord.





Friends Forever! (2)

18 06 2011

Iemand: ‘Weet je nog, die kerel van op ******, die zo vol was van zichzelf?

Ik: ‘**** *****? Die denkt dat de wereld aan zijn voeten ligt?

Iemand: ‘Ja, zo nen beue kerel.’

Ik: ‘Ja, de vleesgeworden arrogantie, zeg maar. Wat is daarvan?

Iemand: ‘Die stuurt me een vriendschapsverzoek op Facebook .’

Ik: ‘Hmm. Na je één keer ontmoet te hebben al? Tja, die zal wel denken dat je hem heel sympathiek vond. Haha.’

Iemand: ‘Och ja, ‘k heb hem maar aanvaard’.





Schatten op zolder (2)

18 04 2011

De ouderlijke zolder is nog niet leeg, maar het einde nadert. Twee leuke vondsten van de voorbije opruimdag:

Jos Ghysen was blijkbaar reeds oud toen hij jong was, zo leert ons een boekje over Limburg (dat op de papierstapel beland is):

En een kattenbelletje over het plekken van boterhammen door zelfstandige kinderen.





Belgakots TV

18 07 2010

Zelfs al kijk ik in deze periode nauwelijks televisie, vanwege het weer maar ook omdat er simpelweg alleen maar onzin te bekijken valt. Toch zit aan mijn verdraagzaamheidsgrens wat een zeker reclame-offensief betreft. Het gaat over een aantal verschillende spotjes voor Belgacom TV, waarin een jammer genoeg uitermate irritant kroost opgevoerd wordt.

Wat is er leuk/vertederend/grappig/ aan ettertjes die hun ouders op zo’n ergerlijke manier de les spellen? Hoe moet onze sympathie groeien tegenover een product dat ik nu associeer met het soort gezinnen dat ik liefst zo veel mogelijk vermijd: die waar de kinderen de baas zijn en de ouders naar hun pijpen moeten dansen. Walgelijk vind ik de willoosheid  en zelfs vanzelfsprekendheid waarmee die ouders het gekef en geëmmer van hun kinderen ondergaan.

Zijn dit realistische taferelen? Tja, misschien in de leefwereld van de reclamemakers. Bij ouders die zichzelf en hun carrière belangrijker vinden dan hun kinderen. Maar zoals wel vaker is er een gigantische kloof tussen de mensen die de reclame bedenken en het doelpubliek. Niet dat er geen arrogante kinderen bestaan, maar moeten die opgevoerd worden als de norm?

Mochten de makers of de mensen van Belgacom overigens overwegen om in hun volgende spot maar een filmfreak centraal te stellen die iedere vrije dag wel een filmpje verteert, bespaar u de moeite. Ik heb absoluut geen behoefte aan een filmzender die me een veel te beperkte selectie van films aanbiedt, waarvan ik de meeste zelfs al gezien heb. Deze raad, die u een duur  marketingonderzoek bespaart, is volkomen gratis.





Weetal (2)

7 06 2010

Geert (12): ‘Hey, Stefan, weet ge wa? We leren de naam van nen echt onbekenden acteur vanbuiten en als we dan ergens zitten te babbelen kunnen we zo doen da we der veel van weten en indruk maken!’

Stefan (14): ‘Goe idee! Hier kom, we pakken dezen: Noriyuki Pat Morita, dat kan gene mens onthouden!’

22 jaar later

Geert (34): ‘Wete gjj wie da Noriyuki Pat Morita is? Ha!’

Sven: ‘Aja, Mr Miyagi uit The Karate Kid!’

Geert: ‘Dju!’





Gelukkig is er nog De Standaard (3)

15 05 2010

om ons als vanouds degelijk, interessant en vooral correct geschreven berichtgeving te bieden.

een zoen? een zak geld? een mot op zijn bakkes? een uitbrander vanwege een grandioze taalfout?

West-Vlaamse stagiairs bij hopen, daar op de webredactie van De Standaard, worstelend met de g en de h? Maar zelfs met ‘heeft’ slaat deze titel nergens op. Zullen we dan maar gewoon weer eens twijfelen over de deskundigheid van de verantwoordelijke ‘journalist’?

En los daarvan, eens te meer de vraag: wie wil dit weten? En waarom staat de titel nog een keer onder de foto terwijl de dame op de foto niét Lady Gaga is?

(update: enkele uren later kwam het antwoord:)





Gelukkig is er nog De Standaard (2)

15 04 2010

Het is geenszins nieuw, mijn ergernis aan de occasionele kul die op de website van De Standaard als ‘nieuws’ of zelfs maar gewoon als ‘artikel’ wordt aangekondigd. Deze week overtrof deze ongetwijfeld door steeds idioter wordende redacteurs beheerde website zichzelf, met een artikel waarin géén woorden stonden en er eigenlijk zelfs volstrekt niets te melden viel. Geen nieuws is goed nieuws? Nee, geen nieuws is gewoon echt géén nieuws.





Anti-Sven (3): De Steigerende Studiemeester

6 02 2010

We zijn al aan de derde aflevering toe van deze reeks, waarin ik terugblik op conflicten uit mijn verleden, ontstaan door mijn drammerige geschrijf. Vandaag staat een studiemeester centraal aan wie in geenszins positieve herinneringen heb.

Toen ik als 13-jarige mijn eerste stappen zette op de middelbare school, werd ik net als velen voor mij en nog heel wat na mij, tijdens de  middagpauze geconfronteerd met de onzinnige discipline van een op hol geslagen studiemeester. Ik heb het hier al eerder over hem gehad. Die feiten zijn van weinig belang. Laat ons zeggen dat de niet meteen mensvriendelijke omgang met de leerlingen, de man niet bepaald geliefd maakte. Maar soit, een jaar later mocht je aan de overkant eten en mocht de heer R. opgaan in een zwavelwolk van herinneringen.

Zo’n 8 jaar later was ik net als de meeste zomers op post als hoofmonitor van de speelpleinwerking in ons dorp. De dochter van meneer R. diende zich daar op een dag aan als monitrice. Ze sloot zich aan bij onze leuke groep en toen enkele dagen ‘ontdekt’ werd wie haar vader was, deed dat er eigenlijk niet zoveel toe. Er werd wat gegrapt en bovendien wist dat meisje zelf wel dat haar vader niet zo populair was. Maar nu waren we allemaal toch al verstandiger en volwassener en de feiten werden zondermeer aanvaard.

De zomer van plezier en samenhorigheid werd afgesloten met een barbecue. Ieder legde 300 frank uit en we kochten een massa eten en drank om er een fijne avond van te maken. Iemand stelde zijn tuin open, een ander ging winkelen en ik ontfermde me over de financiën. Dat verliep niet vlot. Voor de doorsnee monitor was 300 frank al een hele hap uit het budget en we werden nog lang niet uitbetaald. Dus had ik nog hier en daar wat tegoed. Na een week kwam dat zo ongeveer wel in orde. U beseft waar dit verhaal naartoe gaat: uitgerekend de dochter van meneer R. had me nog niet betaald en de laatste werkdag was afgelopen. We woonden niet dicht bij elkaar, er was nog geen mail of gsm en ik moest via gemeenschappelijke vrienden aandringen om alsnog betaald te worden.

Twee maanden later vond er een soort reünie plaats. Ik confronteerde het meisje met haar schuld en sprak mijn ongenoegen uit over de gang van zaken. Ik kreeg enkel een boze blik en daar bleef het bij. Ik achtte mezelf toen bij momenten al heel assertief, op het brallerige af. Mijn 23-jarige ego gevoed door wat ik als sociale successen beschouwde. Ik had intussen zo goed als mijn diploma op zak en was tijdens mijn opleiding erg zelfzeker geworden. Ik vond dus dat ik de zaak op een goede manier afhandelde en was zo verbolgen door het gedrag van ‘dat kind’, dat ik besloot haar ouders een brief te schrijven.

Ik formuleerde beleefd maar wellicht ongenuanceerd wat er gebeurd was – jammer dat ik deze brief niet meer terugvind. Ik vroeg hun begrip dat ik hen nu moest lastigvallen maar na vele pogingen enzovoort. Het was het begin van een turbulente stroom gebeurtenissen die ik niet allemaal even aangenaam vond en die nu eigenlijk het vertellen niet meer waard zijn. Ik kreeg een razende en verontwaardigde brief terug, werd een leugenaar genoemd, er werd familie van me bij betrokken, ik schreef nog eens terug, de man ging zijn professionele boekje te buiten door de zaak op school uit te smeren, hij bracht ook de jeugddienst op de hoogte omdat mijn gedrag een hoofdmonitor onwaardig was, enz. Een heel gedoe dus, ik lag er even wakker van, voelde me wat wankelen op mijn stoute schoenen, maar alles ging voorbij en na enkele maanden kreeg ik via via toch nog de betreffende 300 frank, met het verzoek niet aan die ouders te vertellen dat ik eigenlijk al die tijd wel recht van spreken gehad had. Case closed.

Zou je denken. Een jaar of twee later besloot ik weer te gaan studeren en daarvoor had ik een kopie nodig van mijn middelbareschooldiploma. Op een verloren dinsdag of zo trok ik dus naar mijn oude school, betrad de akelige gangen waar ik gelukkig maar zelden op het matje was geroepen en wendde me tot de eerste de beste die ik aantrof.

Zijn vriendelijke aanwijzing liet mijn bloed ijskoud door mijn aders jagen. Wat ik heel vaag al gevreesd had, bleek dan toch te gaan gebeuren: alsof de school maar één personeelslid had, bleek meneer R. net degene te zijn bij wie ik me diende aan te melden. Ik zou de confrontatie moeten aangaan met iemand die ik op papier en van op afstand flink had tegengesproken. Het was tijd om te tonen dat ik niet alleen uit woorden bestond.  Met loden schoenen en koud zweet in mijn handen, stapte ik de trap op. Voor de deur zamelde ik al mijn moed in, slikte een bolletje van angst door dat in mijn keel stak , haalde mijn meest zelfzekere blik boven en klopte aan.

Alsof hij zijn hele leven op dit moment gewacht had, keek meneer R. me aan toen ik in zijn deurgat verscheen, met zijn typische nijdige blik die  van mij meteen weer een 13-jarige jongetje maakte. Mijn naam was hem al bekend nog voor ik me voorgesteld had. Hij wist het gewoon. Instantly. We doorliepen razendsnel het beleefde protocol waarbij ik stamelde wat ik kwam doen, naar dat moment racend waarbij hij mijn naam zou vragen terwijl we allebei al wisten dat ik het was. Die van die brief. Die van dat geld. Die van dat gedoe met zijn dochter. ‘Ik dacht het direct’ brulde hij nog voor de laatste lettergreep van mijn naam van over mijn lippen gerold was. Het over twee jaar opgespaarde  ongenoegen kwam er in één teug uit. Met of zonder secretaresse in de kamer.  ‘Dat was nogal wat, zeg! Wat gij daar allemaal hebt geschreven! Ge moet nogal durven!’ Intussen  deed hij zijn werk. In archiefkasten zoekend en stempels zettend en zo, fulmineerde hij maar door. Ik kreeg nog eens alles te horen wat hij me al geschreven had en onderging dit schijnbaar stoïcijns. Dat leek me de beste houding, net geen spottende grijns op mijn gezicht. Ik begon me alleen maar sterker te voelen. Wat kon hij me maken? Ik zou sowieso met mijn documenten naar buiten gaan. Ik vond het vooral triest. Twee jaar lang niets beter te doen hebben gehad dan woede opsparen. In bijzijn van collega’s zich zo laten gaan. En vooral volkomen onwetend van de ware afloop van de gebeurtenissen.

Ik bleef uitermate koel. Ik heb maar een ding gezegd en heb gezorgd dat het er zo kalm en nonchalant mogelijk uitkwam: ”Ik denk eigenlijk niet dat u toen goed wist waar u mee bezig was. De waarheid hebt u nooit geweten”. Of iets dergelijks dat lang niet zo dramatisch zal geklonken hebben als het hier te lezen staat, maar dat me wel een triomfantelijk gevoel gaf. Met een echte grijns op mijn gezicht stapte ik het kantoortje uit, hem vriendelijk bedankend en beseffend dat ik zijn frustratie alleen maar groter maakte door de discussie geenszins aan te gaan. Ik vind het nu nog altijd wonderbaarlijk wijs gedrag van mij. Of misschien was ik gewoon een broekschijter.

Om het even, ik vond deze gebeurtenis uiteindelijk memorabel. Het was een stap naar de (toen nog lang niet bereikte) realisatie dat conflicten en discussies op te lossen zijn op een andere manier dan met arrogante brieven – en zeker niet met gebrul en gefoeter. Het deed me ook beseffen dat je altijd met de juiste woorden moet bewapend zijn, voorzien op onverwachte confrontaties met je eigen gedrag en geschrijf. Misschien suggereert u als lezer eerder dat ik beter gewoon mijn mond zou houden? Een reflectie op mijn drang naar meningsuiting en de daarbijhorende conflicten, volgt zeker later nog.

Lees ook:

deel 1: De Fiere Filiaalhouder
deel 2: De Potsierlijke Politici
en binnenkort deel 4: de Zure Zuster








%d bloggers liken dit: