The End (5)

24 10 2013

ffg_sponsorGezien ik de laatste vijf jaar telkens het filmfestival van Gent afsloot met een terugblik-blogstukje (wat een tongbreker, serieus zeg), vond ik dat ik me daar ook dit jaar maar even aan moest houden. Nochtans vermoed ik minder indringende herinneringen te zullen hebben dan voorgaande jaren, maar ik lees zelf altijd wel graag eens terug hoe het er aan toe ging dus hier gaan we:

Ik zag dit festival 35 films. Dat is geen record maar wel meer dan de laatste jaren. Dat komt enerzijds omdat mijn programma net iets voller zat. Ik koos dit keer geen vrije dag, maar dat was eerder toeval. Ik heb al lang geleerd niet zomaar veel films te willen zien maar gewoon een interessant schema op te stellen. Zitten daar weinig gaten in, dan wordt dat hevig. Is het schema niet helemaal gevuld, dan kan dat voordelen hebben. Om maar te zeggen: ik streef er niet naar een zo vol mogelijk programma te hebben maar probeer wel elke dag minstens 2 films te zien.

Meest opvallend aan de programmatie vond ik de zwakke weekends. De voorstellingen op zaterdag en zondag zijn enorm succesvol, vaak zelfs uitverkocht en toch zetten de programmatoren niet eens zoveel, laat staan interessante films op die dagen. Zo was er een zondag waarop in de voormiddag simpelweg niets vertoond werd en in de namiddag het programma vooral uit klassiekers bestond. Terwijl je de filmliefhebber die nu eenmaal enkel in het weekend kan, toch meer plezier zou doen met nieuwe films.

Ik  vond de openingsfilm, The Fifth Estate, opvallend zwak. Was dit een toegeving aan allerlei bevriende filmmakers (het is een Belgische co-productie)? Deze film werd duidelijk niet gekozen omwille van zijn cinemakwaliteiten. En dat terwijl je wel het fenomenale Gravity op je programma staan hebt.

Een tweede reden waarom ik meer films zag, was dat de festivalbar een enorme tegenvaller was. Doorheen de jaren is het festivalcafé een ankerpunt geworden, gekenmerkt door zijn wat  wiebelende plankenvloeren, de occasionele tocht en vaak originele inrichting. Gezellig in groep of op je eentje en een ideale plek om af te spreken of iemand op te wachten.

Dit jaar was er geen plaats in de tent – daar moeten recepties gegeven worden om sponsors te bedanken of zo – en dus mocht de festivalganger uitwijken naar Bloomingdales, de bar onder Kinepolis die voor de gelegenheid Marty’s Bar werd genoemd. Gewoonlijk mijd ik dit ongezellige café, waar meestal het soort volk verpoost dat ik eerder associeer met een dancing in de provincie. Het was dus met enige tegenzin, maar ook optimisme, dat ik in gezelschap dit oord  betrad.

Ik waande me al heel snel in Carré en daarmee  bedoel ik geenszins het theater in Amsterdam. Het grootste deel van het publiek bestond me dunkt niet uit festivalgangers (wat mag hoor, maar waar zijn dan de festivalbezoekers allemaal heen?), wel uit opgetutte jongens en meisjes die kwamen partyen. Zithoekjes genoeg gelukkig voor de iets volwassener cinefiel die nog wat wou napraten, maar gezellig kon je die dan ook weer niet noemen want wie in de rust wou zitten, zat ook in de kou. Rust bleek overigens relatief want de volumeknop leek een eigen wil te hebben en wilde ons kost wat kost horendol maken.

Vriendelijk was men er dan weer wel, dat mag ook gezegd. Maar meer dan een keer of twee heb ik het niet opgebracht Marty’s Bar als afsluitpunt te kiezen. Het was ook wel zo dat ik mijn avonden vaker afsloot met een voorstelling in een andere bioscoop, waardoor ik dus toch niet in Kinepolis was, maar spijtig vond ik dat alleszins niet. Mijn nachtrust heeft daar de voordelen van ondervonden.

Er was dus iets minder cinefiele cohesie, al ben ik al mijn filmvrienden vaak genoeg tegengekomen om me deel van een gemeenschap te voelen. Het heeft ook wel iets, al die individuele schema’s die elkaar dan telkens toevallig kruisen, of net niet. En allemaal vertellen we wat we zagen en geven we tips of afraders.

Want de essentie bestond uit het kijken naar films natuurlijk. Ik genoot met volle teugen, ook al combineer ik dit ieder jaar natuurlijk met een voltijdse en veeleisende job. Maar twaalf dagen na elkaar filmkijken, het brengt je toch enigszins in een roes, een soort tweede  bewustzijn dan enkel uit fictie bestaat, uit levens van personages en figuren. Echt heerlijk.

22 van de 35 films waren Amerikaans en dat is niet van mijn gewoonte. Maar blijkbaar wisten die zeker dit jaar mijn nieuwsgierigheid het meest te prikkelen. Daarnaast zag ik 4 Franse, 2 Poolse, 1 Spaanse, 1 Indische, 1 Belgische, 1 Britse, 1 Ierse en 1 Japanse film. Voor het eerst zag ik ook een film uit Kazachstan.

Geen Scandinavische producties dus, dat moet zowat voor het eerst zijn. Er stonden er dan ook amper op het programma. Ik vond ook opvallend veel films goed. Twee bevielen met echt niet (Much ado About Nothing en Carrie) en 4 vond ik matig. Alle andere wist ik in min of meerdere mate te appreciëren, waardoor ik hier dus maar geen lijstje publiceer. Een aantal van de films recenseerde ik hier en daar kan je al wat mee.

DSC_1463Kenmerkend voor deze festivaleditie was de komst van Joseph Gordon-Levitt. Een fijne acteur, maar ik streef er nooit naar bekende gasten in mijn programma te passen. Het was echter puur toeval dat ik even vrij had en ter plekke was toen de acteur uit 3rd Rock from the Sun, Looper, Inception, Premium Rush, The Dark Knight Rises, 50/50, Lincoln en Don Jon aankwam. Ik heb me dus volkomen laten meeslepen in een (beperkte) hysterie en stond breed glimlachend te fotograferen toen hij de rode loper betrad. Hollywoodsterren zie je nu eenmaal niet elke dag en het was al sinds deze dame geleden dat ik nog een steracteur van dichtbij gezien heb.

De slaap is intussen ingehaald, de films gerecenseerd, de lijstjes aangevuld en mijn rapporten geschreven. Ik heb het Filmfest (in tegenstelling tot vorig jaar) met veel energie uitgezeten en binnen een paar weken kijk ik zeker en vast alweer uit naar de 41 editie.

terugblik 2012 – terugblik 2011 – terugblik 2010 – terugblik 2009





Beu Ten Adem

4 11 2012

“Ze dropt het zout in de wonde van mijn dorst”

Mogelijk vindt u dit een fascinerende zin, een stukje wonderbaarlijk creatief taalgebruik, een snede pure poëzie. Dat mag. Ik vind er niets aan. Ik ben dan wel een woordliefhebber, maar ook een poëziebarbaar. Dit soort zinnen doet me niets. Ik vind het hermetisch, gezocht, betekenisloos gezwam. Maar men mag me gerust tegenspreken.

Het was ook niet precies wat de DOKvrienden voor ogen hadden, toen ze zich op zomaar een zondagnamiddag rond de DOK-stoof schaarden om er met taart en koffie de verjaardag van Els en Karlien te vieren. Na zo’n uurtje dienden we het gekeuvel te onderbreken. Ten Adem zou een optreden brengen. Muziek, performance, poëzie. Het verstoorde ons gezellig onderelkaartje, maar daar zouden we geen punt van maken. We bevonden ons in de DOKkantine en daar wordt zo nu en dan wel meer geserveerd dan enkel taart en koffie. Ongevraagd wat cultuur opsnuiven dus, we zouden dat wel een uurtje uitzitten.

De woordkunstenaar van de betreffende groep leek echter niet meteen bereid ons evenveel krediet te geven. Zijn lichaamstaal sprak al na een nummer of twee boekdelen: dat feestje, daar rechts naast het podium, stond de serene en vooral stille sfeer die hij betrachtte in de weg. Ik bekeek het toevallig even van een afstandje. Er werd in het gezelschap nu en dan wat gefluisterd en stiekem gegniffeld om de nogal hoogdravende prutpraat, maar dat leek me tot het te verwachten geroezemoes te beperken in dit soort situaties. Bij een optreden in een kantine kan je geen schouwburgsfeer verwachten. Je aanvaardt maar beter dat sommige toeschouwers slechts toevallig aanwezig zijn. Daar ga je dan maar professioneel mee om, tot je ooit eens in het soort zaal of theater terechtkomt waar je momenteel al denkt recht op te hebben.

Maar woordvoerder Bardthesque leek vastbesloten zijn plek in het universum én meer op te eisen. Hij liet tussen de nummers door wat schampere kritiek sluimeren op de cultuurbarbaren die dachten hun feestje te kunnen voortzetten. Op een bepaald moment werd de microfoon nadrukkelijk verplaatst en kreeg het feestgezelschap – dat zich nog altijd opmerkelijk rustig hield – enkel nog de rug te zien van de brabbelaar. Met een weinig subtiel handgebaar en een duidelijk minachtende boodschap was voor hem de kous af. Hij zou zijn grote woorden enkel nog richten tot de rest van het publiek, een man of tien waaronder wellicht een tante of twee, een zus en de technicus.

Ik was – ondanks mijn verstoorde zondagsrust – vastbesloten dit beleefd en verdraagzaam uit te zitten. Ik hou van taal, wie weet viel er toch hier en daar een rake gedachte op in dit met bravoure gebrachte gekakel over keuken en krachtvoer. Maar zelfs mijn meest bereidwillige hersencel slaagde er niet in bij de les te blijven. De door Bruno Vandenberghe en Topo Copy ontworpen wandkunst achter het podium bleek honderd keer interessanter. Ik had dus nog meer moeite met de sterallures van de artiest.

Neutraal bekeken kan je zeggen dat er een ongelukkige samenval van activiteiten plaatsvond. Ik zou daarbij bereid zijn voor beide partijen begrip te tonen, maar de arrogantie en onverdraagzaamheid waarmee dit door de Ten Ademfrontman aangepakt werd, was, zoals u merkt,  bloggenswaardig en bepalend.

Ten Adem noemt zichzelf obscuur. Ik ben geneigd hen vanaf vandaag nog wat anders te noemen, maar ik hou dat maar voor mezelf. Of ik verwerk het in stukje poëzie…





The End (4)

21 10 2012

De 39e editie van het Gentste filmfestival was mijn dertiende. Het is dan ook een verslaving natuurlijk. Bijna veertien dagen lang stond mijn leven in het teken van dit festival. Ik zag zo veel mogelijk films, in mijn geval tussen het lesgeven door. Te lang opblijven, geen tijd om te eten, rode ogen van vermoeidheid, tientallen keren met de fiets naar de cinema, tussendoor trachten te recenseren … het doet fysiek gezien niet altijd deugd. Een gigantische verkoudheid maakte het bij momenten zelfs kantje boordje: afhaken of niet? Maar desondanks was het net als andere jaren een heerlijk summum van escapisme.

Ik heb 31 films gezien op 12 dagen. Het hadden er meer kunnen zijn, maar zoals ik vooraf voorspelde zou mijn overladen programma bovenmenselijke krachten eisen, en dat valt niet te combineren met een job. Ik heb dus enkele keren een film laten vallen. Omdat ik moe was, omdat de film naar verluidde niet erg goed was, omdat het gezellig was in de bar. En één keer omdat de techniek het liet afweten.

Ik heb daar geen spijt van. 31 is best een goed resultaat – het is er zelfs eentje meer dan vorig jaar. Ik zag veel goede films en erg weinig slechte. Die kwamen als vanouds van over de hele wereld: twaalf Amerikaanse, vijf uit België (en allemaal goed!), twee uit Groot-Brittannië, twee uit de Filippijnen, en eentje uit Frankrijk, Israel, Urugay, Zuid-Korea, Hongarije, Tsjechië, Oostenrijk, Mexico, Australië en Denemarken.

Het festival blijft een goed georganiseerd gebeuren. Er kan misschien nog gewerkt worden aan de stiptheid van de voorstellingen in Studio Skoop, maar verder verliep alles doorgaans prima. Het blijft een raadsel waarom het festivalcafé zo piepklein was, maar het heeft niet verhinderd dat we er graag een film doorspoelden. Ik ben dus een tevreden klant.

De slotfilm bleek uiteindelijk de grootste teleurstelling. Passion van Brian De Palma was een grotesk onding. Ik had het te doen met Daniël Termont, die de voorstelling bijwoonde. Onze burgemeester raakt wellicht amper in de bioscoop en dan schotelt men hem zoiets voor. Verder wel fijn dat de verdeler van deze film mij een ticket voor de receptie bezorgde. Dank u, Lumière!

Goed gezelschap maakte als gewoonlijk deel uit van het plezier. Mensen die de verslaving begrijpen en evalueren met kennis van zaken, daar kan je het wel mee uithouden, al die tijd. Jarig zijn tijdens het filmfestival,  – jaar na jaar valt mijn verjaardag tijdens dit filmfeest – was dan ook extra fijn. Net die dag zag ik zelfs drie erg goeie films!

Ik ben natuurlijk wel enigszins opgelucht dat het allemaal weer voorbij is, maar anderzijds sluimert er al enige weemoed in mijn hoofd. Dat het dus maar snel oktober 2013 is, voor de 40e editie!





The End (3)

23 10 2011

Had ik de voorbije 12 dagen aan één stuk door moeten werken, ik was al lang onderuit gegaan. Maar twaalf dagen filmfestival gingen me dan blijkbaar wel af, al overvalt me vandaag een loden gevoel van uitputting waarvan ik liefst van al een dag of twee zou recupereren.

Het zit er weer op. Mijn twaalfde Gentse filmfestival. Op filmgebied een waar genot. Ik zag, net als ieder jaar, zo’n 30 films en daar zat amper iets minderwaardig tussen. Niet dat het programma dit jaar zo veel sterker was, wel mijn vermogen om te vooraf te bepalen wat voor films me liggen. Ik zag twee Noorse films, een Deense , twaalf Amerikaanse, drie Belgische, vijf Britse, een Nederlandse, een Franse, een Zuid-Koreaanse, een Zuid-Afrikaanse, een Oostenrijkse, een Argentijnse, een Russische en een Zweedse film. Als gewoonlijk een mooie variatie aan stijlen en verhalen en geen enkele daarvan was echt slecht, al waren sommige eerder flauw.

Ik heb de zaal één keer verlaten, iets wat ik in mijn hele leven hooguit een keer of twee gedaan heb. Het Indische Gandu was niet zozeer slecht als wel nietszeggend en leek me op dat moment pure tijdverspilling.

De langste film was Mildred Pierce, in feite een mini-serie die vijf duur duurde – exclusief pauzes. Ik had op die tijd wel drie andere films kunnen zien maar heb er geen spijt van deze superieure productie op een groot scherm te zien. Stikkapot na afloop, maar wel genoten.

Irritaties… minder en minder, zo blijkt. Filmstudenten blijven hardnekkig lulkoek verkopen om zichzelf en anderen te imponeren en hebben ook niet altijd meer door dat je in stilte van films hoort te genieten. Maar ik heb daar al bij al weinig last van gehad. Waar is de tijd dat ik mijn medefilmkijker opriep zich aan deze regels te houden?

Tussen het filmkijken ging ik ook nog werken. Dat is slopend, maar ik kan nu eenmaal geen vakantie krijgen. Een behoorlijke maaltijd heb ik amper gezien, maar ik kon zonder moeite ook de chips en popcorn laten liggen. Water en fruit vormden mijn voornaamste voedingsmiddelen. Enkel op mijn verjaardag trakteerde Michèle me op ijspralines.

Meer dan anders nog beleefde ik dit festival als in een roes, waarbij het donker van de zaal hypnotiserend werkt en de festivalbar weer als centraal ontmoetingspunt fungeerde. Mijn crew bestond uit medefilmfanaten, mensen die mee in die roes stappen, en met wie je de beleving deelt die niet aan buitenstaander te beschrijven valt. Mensen die al even graag over films praten terwijl de conversaties vaak net over allesbehalve film gaan. Haast meer nog dan de films, maken deze mensen het filmfestival tot een hoogtepunt van dit jaar.

Stijn zag in Paul Giamatti zijn film-alter-ego terwijl ik een John Krasinski in hem zag. Hij ontpopte zich daarnaast tot adviseur van zekere websites met taalfouten, hield de spanning erin met een geschenkenmysterie en diende me scherp van repliek als ik te cynisch was – lesje geleerd. Werd naar eigen aanvoelen nooit snel bediend in de bar, beklaagde zijn lot als betalende festivalbezoekers tegenover al zijn geaccrediteerde vrienden en koos er de juiste film uit om zijn moeder mee naartoe te nemen. Netwerkte vooral voor anderen omdat hij ondanks zijn zelfbeklag-imago begaan is met zijn medemensen en aldus een vriend van de bovenste plank blijkt te zijn.

Hanne vocht al die tijd tegen de slaap, fixeerde zich op de bedden in films en vond de combinatie werk/festival ook wel stresserend. Zette me aan tot het eten van een gezonde, vegetarische burger, geruggesteund door Nic Balthazar, en dat heb ik me niet beklaagd. Had geen reden nodig om in de bar te blijven plakken, want de rit naar huis beloofde vooral kou – en al die fietslichtjes vastklikken nam zoveel tijd in beslag. Ze was goed gezelschap dat altijd iets wist over de anderen en dit ook doorvertelde – behalve als het geheim was. Vraag haar niet wat ze van The Rum Diary vond. Zat ook niét te wachten op mails van haar huisbazin.

Roos liet me als streekgenoot toe zo nu en dan toe een Haaltertse uitdrukking in de conversatie te wurmen. Leerde me over kleine velokes, taupe minnekes en dingen waar een mens zich eens mee wil laten trekken. Verkoos de duurdere drankjes op de kaart maar wilde daar dan zelf voor betalen. Is net als Stijn begaan met het sociaal welzijn van de mensheid om haar heen en hoopt dat iedereen zich betrokken voelt. Zou een formidabele actrice zijn die met één minimale gezichtsspierbeweging al meesterlijk haar bedenkingen toont. Wil niet gezien worden met marginale sigarettenmerken.

Gilles was een betrouwbare plaatsbewaarder, al was Stijn een slechte invloed. Zijn beslissing met een taxi naar huis te gaan, kon op applaus rekenen. Hoorde je niet klagen over slaaptekort, gemiste films, kou in de bar of parvenu’s en bleek aldus de meest positieve in het gezelschap.

Bert nam zijn emoties na de film mee naar de bar maar kon op andere dagen luchtige onderwerpen aan als SOA’s of grenzen binnen een relatie. Begroet zijn vrienden oprecht hartelijk en al is hij niet geneigd dezelfde films goed te vinden als ik, kom ik hem graag tegen.

Elke heeft me als  junior executive logistics information artistic business operational manager van het Gentse festival niét aangewezen toen ik als geaccrediteerde eigenlijk de zaal moest verlaten. Dank u Elke en excuses als je ook maar iets van al mijn opmerkingen als kritiek op uw werk hebt beschouwd (maar het was daar toch wel koud!). Lacht aanstekelijk, ook als de film flauw is en heeft nu haar rust zeker verdiend.

Jan nam zijn job serieus en vertelde ons dus niets over de kleine kantjes van Octavia Spencer. Net niet genoeg tegengekomen, want zijn fascinatie voor allerlei rare onderwerpen maakt van hem een interessante mens. De zware jongens zijn dus honden. Bekloeg het gebrek aan enthousiasme voor Hongaarse cineasten.

Voor Alexander mochten het gerust aan één stuk door kostuumdrama’s met Judi Dench zijn, al is de aanwezigheid van een knappe hoofdrolspeler ook al voldoende. Kon wegens het braaf vervullen van engagementen en verantwoordelijkheden niet het onderste uit de kan halen, maar liet zich als nieuwkomer graag overvallen door de weelde aan films, ook al kon men op de persdienst geen van zijn vragen beantwoorden.

Bedankt allemaal!

En nu slapen, uitzieken, herademen, afwassen… en eens naar de film.

The End





Alles kan erger

3 06 2011

Zo nu en dan programmeert men bij Kinepolis een moeilijke film. Momenteel is dat  bv. Le gamin au vélo of The Tree of Life, – twee aanraders overigens – films waarbij de doorsnee Lorenzo na twee minuten zijn gsm bovenhaalt om te zien of ze hem niet ergens dringend nodig hebben. Men noemt dat daar ‘de andere film’.

Waarom dat zo per se in een vakje moet gestopt worden, weet ik niet, maar als het daarmee macho’s en nacho’s afstoot, mogen ze het van mij gerust ook ‘films met hersens’ noemen. Ik ben sowieso al blij dat men dit soort producties ook daar wil programmeren, want het genot van een groot scherm wordt ons door de kleinere, cinefiele cinema’s toch vaak onthouden.

Vorig jaar promootte Kinepolis deze films met een nogal dwaas spotje waarin Ozark Henry als een hedendaagse sjamaan zijn woorden tot de hemel richt in de hoop dat er een meesterwerk op zijn kop valt, of zoiets. Er werd terecht nogal lacherig gedaan over deze poging tot cultureel verantwoorde reclame. (in zwart wit gefilmd en al!) Maar wat heeft Ozark Henry met films te maken?  De films die hij noemt, zijn overigens al zo oud dat ik me afvraag of hij de laatste jaren wel nog een voet in de cinema gezet heeft.

Op een bepaald moment is mijn ergernis over dit spotje omgeslagen in effectieve afkeer. Ik zag het dan ook net iets te vaak. De laatste keren heb ik zelfs – echt waar – mijn oren dichtgestopt – om die aanstellerige toon niet meer te moeten horen. En weet u wel hoe diep uw vingers in de oren moeten om écht niets meer te horen? En hoe u daarbij ook enige brabbelgeluiden moet maken omdat die vingers niet volstaan? En hoe belachelijk dat wel niet overkomt in een gevulde bioscoopzaal? Zo erg was het dus.

Onlangs stelde ik tot mijn grote opluchting vast dat het afgelopen was met Ozark. Isolde Lasoen mocht een nieuw spotje opnemen.

En dat is … Nog. Veel. Erger.

Intussen heb ik dit drie keer gezien en ik zoek nu al naar mogelijkheden om er volgende keer niet aan blootgesteld te moeten worden. Het ligt niet helemaal aan Lasoen zelf – hoewel de pogingen tot ‘acteren’ met haar schouders en mond, lachwekkend zijn – maar wel aan de vreselijk irritante, gemaakt spontane/nonchalante manier waarop de ze kijker iets vertelt met het superieure besef dat we toch niemand kennen van de mensen die ze noemt.  On-uit-staan-baar. Ook  hier trouwens: wie komt er nu nog aanzetten met O, Brother, Where Art Thou?, een film van meer dan 10 jaar oud? Hoe kan die nu representief zijn voor de films in Cinemanie? En wat heeft Lasoen met films te maken?

Vragen waarop men bij Kinepolis zelf ook helemaal geen antwoord zal hebben. Maar de marteling van deze 30 pijnlijk slechte seconden nog – bij benadering – een dertigtal keer mee te maken vooraleer men Lasoen vervangt door pakweg Jacky Lafon, Showbizz Bart of Tanja Dexters, is géén prettig vooruitzicht. Wat kan het leven voor filmfans soms hard zijn.





Hemmerechts houdt niet van ruw

29 01 2011

Kristien Hemmerechts kwam deze week in Reyers Laat vertellen dat ze Gunter Lamoot exemplarisch vond voor de steeds flauwer en grover wordende Vlaamse stand-up comedy. Ze nam daarbij het risico een flauwe trut genoemd te worden, want heel wat mensen moeten wél lachten om grappen waarin de rosse van K3 een hoer wordt genoemd of een verveelde vent door zijn dochter betrapt wordt op zelfbevrediging. Dat dit soort humor aanslaat, vond ze eigenlijk nog het ergste.

Ikzelf vind stand-up comedians doorgaans oninteressant of irritant, of we het nu over Helsen, Hoste of Geubels hebben. Lamoot kan weliswaar erg grappig zijn en ik vind dat als hij als artiest reacties uitlokt, – positief zijn of negatief, hij geslaagd is in zijn taak. De grappen die de stelling van Hemmerechts moesten illustreren, vond ik noch goed noch slecht. Ik zou dan ook nooit naar zo’n zaalshow gaan kijken – afschuwelijk woord trouwens. Ik vind Hemmerechts anderzijds ook geen flauwe trut (in deze kwestie). Ik heb begrip voor haar bekommernis om de verruwing van de maatschappij, die misschien wel gegrond is. Ze had het bij uitbreiding ook over de vele homofobe en racistische uitlatingen van stand-up comedians.

Alleen zat ze er qua argumentering volkomen naast, vond ik. De link leggen tussen een grap van Lamoot en de zaak Dutroux is niet alleen vergezocht, de verruwing van de maatschappij wordt geenszins gevoed door al dan niet foute humor. Heeft Hemmerechts al eens naar Take Me Out gekeken, waarin wijven van het laagste allooi zonder enige poging tot mededogen of sympathie iedere man die zo simpel was zich hiervoor te willen inschrijven, de grond in boren? Herinnert ze zich Big Brother nog, waarin mensen elkaar moesten wegstemmen en de lezer smulde van alle conflicten? Merkt ze de massa’s lezersbrieven niet op van mensen die door het zoveelste machtige bedrijf aan het lijntje worden gehouden en daar alleen maar bozer door worden? De uitlatingen van Bisschop Léonard? De soms aanstootgevende Facebookhaatgroepen, het forum van Het Laatste Nieuws, zekere blogs waarin toffe madammen als pakweg Linde Merckpoel, Geena Lisa of Lieve Blancquaert worden afgekraakt? En – maar nu ga ik het wat ver zoeken – verneemt ze niets over de ingekrompen budgetten voor onderwijs, de plek waar de weerbaarheid tegen verruwing zou moeten gevoed worden, en dit dus met steeds minder middelen?

Is dat alles niet de mest voor de verruwing van onze maatschappij? De hoogvieringen van egoïsme en machtswellust zijn niet meer te tellen, frustraties stapelen zich op. Die humor, of pogingen daartoe, zijn toch grotendeels onschadelijk? Ik zou me veeleer zorgen maken om de populariteit van Geert Hoste of FC De Kampioenen. Daar zit immers niéts in. Het afstompen van de mensheid is gewoon een subtielere stap naar die botte samenleving.

Ik zou nog – LaatsteNieuwslezersgewijs – kunnen suggereren dat Kristien Hemmerechts strategisch haar pijlen richt op een populair onderwerp omdat dat haar meer in de kijker doet lopen dan het zoveelste geëmmer over het gebrek aan regering, om zo reclame te kunnen maken voor haar nieuwe boek. Maar dat zou flauw zijn. Er zijn toch geen nieuwe doelgroepen meer aan te boren door deze schrijfster.

Lieven Van Gils legde Hemmerechts en Lamoot ook nog een leuke sketch voor over de helpdesk in de Middeleeuwen. Die vond zij wel grappig – en dat is ze ook best wel – maar het is natuurlijk humor met een formule achter, zoals Lamoot min of meer verklaarde: verander de context van een alledaagse situatie en je krijgt een potentieel grappig resultaat. Ik heb dus gewoon de indruk dat Hemmerechts geen erg ontwikkeld gevoel voor humor heeft. Er bestaat zo ontzettend veel grovere en controversiëlere humor dan wat Lamoot brengt, maar daar heeft ze  blijkbaar nog nooit iets van gezien.

Wie de uitzending gemist heeft, kan die hier herbekijken (25/1). En overigens is de rosse van K3 geen hoer, wel een mojjer.





The End (2)

24 10 2010

De zondagnamiddag na het filmfestival gebruik ik om mijn hoofd maar eens leeg te maken. Ik heb de voorbije twee weken 33 films gezien (32 op het festival) en hoewel dat zowat hetzelfde aantal is als andere jaren, was de ervaring iets intenser. Misschien waren de films beter? Ik zag alleszins minder povere films dan voorheen. Amper drie films vond ik echt slecht.

Wat zeker meespeelde was dat ik veel meer dan anders de films aan elkaar reeg. Er was zelfs een dag met zes films! Je raakt dan in een soort hypnose, waarvan je na middernacht blij bent dat ze afloopt, maar waar je de volgende ochtend meteen weer naar verlangt. De geur van de bioscoopzaal, de zachte zitjes en vooral de betovering van dat witte scherm werken al snel een fysiek behagen op dat blijkbaar verslavend werkt. In combinatie dan wel met de kracht van het evenement: dit werkt enkel als je een hele serie nieuwe, onbekende films voorgeschoteld krijgt.

Ook de mensen op het festival spelen een rol: het publiek is anders samengesteld dan gewoonlijk. De zaal is stil, de krakende chipszakken zijn beperkt. Je voelt je haast één met de cinefiele massa, zou ik haast zeggen, maar dat is een overschatting: ook op een festival loopt volk rond dat amper twee acteurs bij naam kent en films dat het niet begrijpt gemakshalve speciaal noemen, zoals reeds eerder meegedeeld. Maar toch, de mensen maken mee de sfeer.

Meer ook dan andere jaren, speelde de festivalbar een rol. Tussen twee films door snel een drankje, of uitgebreid napraten met meer dan een drankje, ik liet me daar nu veel sneller toe  verleiden. Enerzijds komt dat omdat ik me na al die jaren erg op mijn plaats voel in wat ooit een wat mythische omgeving was (het festival op zich, niet de bar in het bijzonder). De drempel is weg, de poeha bleek ingebeeld. Ooit onbereikbare figuren blijken plots heel alledaags. Ze dronken zien dansen, helpt ook qua demystificatie.

Een mens wordt ook ouder – 33 tijdens het festival – en hoeft niet meer zo nodig jaloers te zijn op de manifestatiedrang van anderen. Die bij momenten toch ook maar klaplopers en blaaskaken zijn. Bekende filmjournalisten die ondanks al zoveel privileges, toch aandringen op gratis tickets en zo. De stagiairs die een week later toch gewoon weer werkloos zijn. Dat ik dat allemaal niet meer wil benijden, vind ik rustgevend.

Ik moet ook toegeven dat de roes ook een stuk aangestoken is. Het aantal mensen dat ik ken dat evenzeer gepassioneerd het festival bezoekt, neemt ieder jaar toe. Velen daarvan kennen elkaar dan ook weer. We zien dezelfde films, soms samen, soms apart, waarna we elkaar tegenkomen en trachten te overtuigen van ons gelijk. Met een glas in de hand uiteraard. Jongerenjurylid Sven DH, hees van vermoeidheid. Bert, die vanuit de buik recenseert. Ottelien, te weinig gezien. Hanne, die nu al uitkijkt naar de volgende editie. Roos, die me plechtig maar officieus tot lid van De Vrienden van het Festival benoemt. Stijn, de enige bezoeker op het festival die al zijn tickets betaald heeft en met wie ik graag films, mensen en op den duur het leven zelf beschouw. En ik had ook de immense eer de head of logistics van het festival te ontmoeten!

Ik geef mezelf ook een schouderklopje vanwege mijn onuitputbaarheid. Ik ben vrijwel nooit ingedommeld en ging tussen dat films kijken gewoon werken natuurlijk. En niet zomaar wat lesjes aframmelen terwijl ik met mijn hoofd in de cinema zat! Net tijdens het festival stond een bezoek aan het museum, een uitstap naar de  manège, een studiedag in Lille, (voor mezelf) een theatervoorstelling én een fietstocht op het programma. Maar ik ben er vlot doorheen geraasd. Enkel aan eten kwam ik niet altijd toe. Mijn buik is me daar echter dankbaar voor.

Dat weekje vakantie volgende week is dus welkom. Intussen bereid ik oudercontacten voor en schrijf ik rapporten. Tussendoor misschien ook nog een bioscoopje meepikken?





Cinemaniak (3)

19 10 2010

Ik zit volop – wat zeg ik, ik verzúip – in de films momenteel. Sedert vorige week zag ik al 24 films en de komende dagen staan er nog 11 op het programma. Nog nooit eerder voelde het filmfestival zodanig als een verslaving aan. Als ik mezelf na middernacht lostrek van de bioscoopstoel, wat bezweet, dorstig, murw en met kleverige ogen van de slaap, wil ik enkel maar mijn bed zien, maar bij het ontwaken verlang ik echter al meteen weer naar de zitjes en het donker van de zaal. Onbevattelijk voor wie geen cinefiel is wellicht.

Ik houd goed vol. Twee keer liet ik een film schieten, wegens toch iets te weinig zin in een specifiek genre of verhaal. Verder dommel ik nauwelijks in, de concentratie is maximaal. En de films goed, al ben ik nog niet verder gekomen dan 5 recensies helaas.Tussendoor ga ik trouwens gewoon werken hoor. (maar aan eten, afwassen, opruimen en verbeteren kom ik dan weer niet toe).

De mensen om me heen ergeren me minder dan vroeger, al blijven deze regels gelden en maak ik na afloop wellicht een aantal van dezelfde bedenkingen als vorig jaar. Vooral de beheerste, rustige en stille filmkijkers apprecieer ik weer ten volle. Maar al te vaak kan je een speld horen vallen in de zalen, en dat de hele film door. Hoe uitzonderlijk.

Vandaag zat ik jammer genoeg naast een drietal vijftigers, prima geconserveerde madammen, zeg maar. Hun prietpraat voor de film had me moeten waarschuwen (‘t Schijnt dat Zot van A zo ne schone film is, ik wil hem wel zien‘ en ‘De nieuwe van Pieter Aspe al gelezen?‘), want na een Zuid-Koreaans, nogal hysterisch eindigend drama, volgt veel te snel een o zo onnozele analyse als ”t was wel speciaal ee’. Ik moest me werkelijk bedwingen dit vrouwmens geen lel te geven, goed gecoiffuurd of niet. Ga dan naar Smoorverliefd of zo.

Het is wat met die Vlaamse films op dit festival, trouwens. Smoorverliefd valt in de smaak, ergens, door iemand, naar het schijnt, maar ik hoor vooral dat het allemaal erg onnozel is. 22 Mei zal niet op veel volk aan de kassa’s moeten rekenen, wegens misschien wat ontoegankelijk maar vooral heel erg saai. Speciaal ook. Pulsar kon op weinig fans rekenen, op die ene recensent na dan. Zot van A draait overigens niet op dit festival, maar is vanaf woensdag gewoon in de zalen te zien. Deze filmkenner was er al geenszins over te spreken (al werd het betreffende artikel geschrapt wegens wiens brood men eet enz), HUMO publiceerde een formidabele (negatieve) recensie en ik heb er zelf ook absoluut geen vertrouwen in. Maar wedden dat u met zijn allen gewoon lekker gaat kijken?

Dus kortom, ik heb het geweldig naar mijn zin, vond het een waar genoegen op die manier weer een jaartje ouder te worden en ga nog de hele week door!





Cinemaniak (2)

12 10 2010

Het vooruitzicht om vanaf morgen tot 23 oktober 38 films te zien is ergens wel wat schrikbarend, anderzijds iets om naar uit te kijken als een deugddoende vakantie. Het filmfestival begint en ik hoop daar de komende 11 dagen voldoende energie voor te hebben.

Vandaag, de openingsdag, laat ik alvast aan me voorbijgaan. Tickets voor de openingsfilm kosten 100 euro. Honderd. Voor een Vlaamse film die me wellicht niet echt boeit en die binnen een half jaar toch voor 3,99 euro in de afvalbakken van de Fnac ligt. Ik leg me neer bij deze gang van zaken: openingsfilms zijn vooral voor zogenaamde vips die niets of weinig met het festival (of film tout court) te maken hebben, zodat ze in de eindejaarsvraagjes van Humo al zeker één film kunnen noemen die ze goed vonden. Een hele geruststelling voor Joke Schauvliege.

Het wordt de 11e editie die ik bijwoon. De eerste keer zag ik er amper 3 films en vond ik dat al heel bijzonder. In 2005 zag ik er 42 – als werkloze ging me dat toen makkelijk af. Met 38 op mijn lijstje mik ik (té?) hoog. Uitputting staat me te wachten. Gelukkig is op school alles voorbereid, daar kan alvast weinig schade berokkend worden.

De komende dagen leest u hier dus vooral filmnieuws of simpelweg niets, want hoe kan ik dat nog combineren? Volg gerust mijn filmpagina, waarop intussen trouwens ook al een recensie  staat van het langverwachte The Social Network (niet op het festival te zien overigens).

 

 





Kunstig

26 09 2010

“Een groep holbewoners ging altijd jagen, maar een van hen voelde zich daar niet goed bij. Die zat hele dagen in zijn grot tekeningetjes te maken over hun jacht. De anderen vonden dat wel mooi, maar na twee weken vroegen ze: ‘Wanneer ga jij weer eens mee jagen in plaats van tekeningetjes te maken over wat wij doen? Als je blijft tekenen, eet je niet meer mee.’ Dus stopte hij met tekenen, maar vanaf dat moment konden de holbewoners niet meer slapen, omdat ze benieuwd waren naar wat hij na de jacht zou getekend hebben. Dat is de essentie van kunst: je slaapt er beter van.”

De Vlaamse filmmaker Kadir Balci verantwoordt in een interview in De Standaard het bezig zijn met kunst in een prestatiemaatschappij.





Dwarslezer

18 09 2010

Met grote teleurstelling vernam de wereld vorige week dat HUMO-journalist Rudy Vandendaele in het betreffende blad zou stoppen met zijn rubriek Dwarskijker. Al jaren een dinsdags hoogtepunt, deze heerlijk geschreven tv-kritiek waarin vooral de zelfoverschatting van talloze onbenullige tv-vedetten en de leegheid van de hedendaagse televisiecultuur op de korrel genomen werd. Niemand kan het zo scherp en treffend verwoorden als (rv). Geena Lisa, de Pfaffs, Eddy Wally, de Planckaerts, Sergio, … , al die uit lucht opgetrokken fenomenen werden door hem met prachtige, clichévrije bewoordingen gereduceerd tot wat ze waren en zijn: bijdragers tot het grote niets.

Al heeft het allemaal niet geholpen natuurlijk, want op de befaamde Gerrit De Cock na zag nog nooit iemand zijn carrière wegzakken door wat televisiecritici te melden hadden. Maar de woorden van (rv) gaven iedere week precies weer wat ik als kritische kijker vaak dacht maar niet onder woorden kon brengen. Hij was een steun wanneer het ons allemaal weer eens te moede werd, die vele, vele onzinprogramma’s met dwaze bv’s. Hij liet me glimlachen om wat ik eerder die week enkel ergerniswekkend vond.

Los daarvan kon (rv) ook bewondering uitspreken voor die programma’s en programmamakers die er zo af en toe wél in slaagden creatief, origineel of gewoonweg onderhoudend uit de hoek te komen. Hij leek ook van tv te houden. Ook wat dat betreft was zijn woordenschat extreem genietbaar. Hij etaleerde in zijn stukjes vaak een sprekend gevoel van nostalgie en een soort spijt om het verdwijnen van enige ernst en degelijkheid op televisie- al hoeft dat niet te betekenen dat hij terug naar de tijd van Maurice De Wilde, euh, wilde. Je kon er een bespiegeling van de mensheid in zien, zoveel  meer dan enkel tv-kritiek.

In het boek Dwarskijker werd al een eerste selectie van zijn formidabele stukjes samengebracht. Daarvoor werd geput uit de artikels die verschenen tussen 1991 en 1998. (rv) schreef  dus 17 jaar aan deze rubriek. Aannemelijk dat hij er een punt achter zet. Zijn laatste stukje, in HUMO 3651, ging over De Premiejagers (‘ik bewonder vooral het naturel van Wyndaeles superioriteitsgevoel’) en sloot af zonder afscheid. (Dat hadden we echter eerder al gehad: in juni al gaf (rv) te kennen dat het gedaan was, maar later verschenen er toch nog enkele artikels.)

(rv) trakteerde ons vorig week echter nog op een pracht van een achterafje. In een lezersbrief in HUMO reageerde hij op Goedele Liekens‘ veronderstelling dat hij haar taalgebruik in de gaten hield. Dat taalgebruik, dat ook ik eerder als taalmisbruik beschouw en dat (rv) in zijn brief omschreef als ‘een klankenspel waarmee je in bepaalde dorpen perfect kunt meedelen dat er een Brabants trekpaard op hol geslagen is‘, was echter niet het mikpunt van zijn kritiek. Hij had het eerder over de ‘kleffe familiariteit‘ van haar programma’s en de ‘met een diploma in de psychologie gemaskeerde sensatiezucht.‘ Mooi mooi! En zo terecht.

Vandendaele blijft aan het werk bij Humo. Gelukkig, maar de nieuwe televisierubriek is echt niets. Te mild, te vriendelijk (voor de bv’s die verderop  in het blad toch geïnterviewd worden), met te weinig achtergrond en vooral: zonder enige persoonlijkheid. Wie wekelijks (rv) las, kreeg nu en dan ook mooie persoonlijke verhalen geserveerd, al dan niet gekruid met anekdotes over zijn kroost. Waarvan de jongste trouwens enkele weken mijn leerling geweest is, toen ik ooit een interim deed. Helaas heb ik de man nooit ontmoet, zelfs niet gezien. Maar dat is bijzaak natuurlijk. Nu moeten we het dus stellen met De Werkgroep TV. Dan kan ik evengoed de tv-kritiek in De Morgen of Knack lezen.Een nieuwe stap in de  vervlakking van  het blad. Maar ook daar ga ik nu maar niet verder op in.

Enige troost is momenteel de verwachting dat er ook een tweede Dwarskijkerboek verschijnt, want er resten immers nog 12 jaargangen om artikels uit te selecteren. Intussen heb ik eindelijk een reden om de massa exemplaren van het blad die nog in mijn woning (en de vorige!) rondslingeren, te blijven bewaren.

Lees ook wat een andere treurende fan/blogger schreef en iemand die het mooier kan zeggen dan ik.





De Potsierlijke Plotwending

23 06 2010

Dat men maar doet wat men wil, in de blinde jacht op commercieel succes, daar bij Studio Vandersteen, waar men van de ooit zo verbeeldingsrijke stripreeks Suske en Wiske al lang een vlak, nietszeggend, pseudo-eigentijds, kinderachtig gedrocht heeft gemaakt. Ik heb het allemaal laten passeren, die nieuwe kleren destijds, de nieuwe covers, het amputeren van de ziel van een stripreeks die me ooit zo dierbaar was en wiens bedenker en tekenaar ik echt bewonderde.

Maar nu gaan ze uit de bocht. Wiske gaat naar school???

Ik ben zwaar getroffen door deze heiligschennis. Moge de bliksem inslaan in de studio’s en een drastische carrièrewending de vermaledijde medewerker die met dit idee op de proppen kwam, ten deel vallen. En dat Helena Vandersteen, dochter van, inziet dat haar vader’s erfenis nu echt uitgemolken en de reeks beter gewoon stopgezet wordt. Triestig.





Geen titel

24 04 2010

Kijk en kijk en kijk opnieuw.





De Onhelaasheid der Dingen

14 12 2009

Mijn leerlingen hebben uiteraard weet van mijn filmliefde en komen me dus vaak spontaan vertellen welke films ze gaan bekijken zijn in de bioscoop. Bij sommige kinderen gaat het vaak om Turkse films, waarvan ik vrijwel nooit eerder iets gehoord heb en waarover ik dan ook geen zinnige dingen te zeggen heb. Vandaag verraste Veysel me. Hij had zijn bioscoopticket mee, want de titel viel niet te onthouden, laat staan uit te spreken. De Helaasheid der Dingen las ik verbaasd. Zijn gezicht toonde echter weinig enthousiasme. ‘Het was een vuile film! Altijd maar seks. Dat waren echt rare mensen’. Hij was me daarmee voor want ik vroeg me uiteraard meteen af wat een 12-jarige moslim denkt van de niet altijd even keurige toestanden in die film. Ergens in mijn achterhoofd ben ik misschien ook wat teleurgesteld: als een Turks kind naar een Vlaamse film gaat, wil ik dat toejuichen. Als hij het dan maar niets vindt, is dat dan weer een verdieping van de multiculturele kloof? Scheert hij de Vlaamse cinema dan collectief over één kam?

– Hoe komt het dat je deze film koos, Veysel?
– Er was niets, alleen maar zever. Dat zag er leuk uit.
– Ah? En 2012 dan? Was dat niets voor jou?
– Pff! Stomme zever!

We hadden het met ons twee dan nog maar even over de marginaliteit van de protagonisten. Ik maak Veysel duidelijk dat de regisseur net dit verhaal kiest omdat het apart is en het dus geen doorsnee personages zijn – wat misschien een klein leugentje is, maar dat moet ik nu even negeren – en dat ik wel van die mensen ken zoals in de film. Dan verrast hij me met zijn volgende mening: ‘Dat was wel speciaal, dat die film altijd veranderde van tijd. Het ging naar vroeger en dan was hij groot en dan weer een kind.’ Baf. Een kinderanalyse van niveau, ik heb er niet van terug. Ik stamel nog iets over originaliteit, dat niet iedere film rechtlijnig moet zijn, maar Veysel heeft er al geen boodschap meer aan. Hij zal op zijn eentje wel nuanceren. De film was misschien vuil, hij was ook interessant. Hij komt er wel, ook zonder mijn mening.

Soms is helaasheid zalig ver weg.





The End

18 10 2009

Met wat spijt maar ook een zekere opluchting en een grote voldoening zette ik gisteren een punt achter mijn 10e Gentse filmfestival. Een fragmentarische terugblik:

filmfestival– ik zag 30 films op 11 dagen. Tussendoor ging ik uiteraard full time werken. Nu ben ik dus moe.

– in vergelijking met andere jaren is dat zowat hetzelfde (2008: 31, 2007: 29).

– ik schreef 12 recensies (nog 4 te doen).

– bedenkingen bij: het type Canvaskijker dat in de hal van de Kinepolis luidop verkondigen dat ze eigenlijk helemaal niet graag naar de Kinepolis komen want ‘de sfeer is er zo commercieel’. Ze hebben gelijk maar moet dat echt, dat herkauwen van clichés? En zal ze van u komen, de redding van de kleine alternatieve bioscopen, waar u één keer per jaar heen gaat?

– geërgerd aan (1): die hopen eerstejaars filmstudenten die rechtstreeks van de middelbare school komen en om nog steeds onbegrijpelijke redenen ieder jaar weer een accreditatie krijgen van het festival, die na iedere voorstelling het soort prietpraat te verkopen waarmee ze hopen indruk te maken op hun klasgenoten. Ja, ik weet het, ik zou hun enthousiamse en drang naar kennis moeten toejuichen, maar waar is hun nederigheid als de grote filmkenner Sven De Schutter in de buurt is?

– geërgerd aan (2): die Kempense kerel die (ook weer voor jan en alleman) kond deed van zijn onvrede over het filmfestival, over Gent, over al die slechte, slechte films. Alstublieft meneer, met uw baard, hoed en pardessus zo weggelopen uit een slechte detectivefilm: blijf thuis, hou uw mond of geniet simpelweg toch eens van al die films. Of blog. Het kunnen niet allemaal meesterwerken zijn toch?

– dankbaar en blij om (ja, dat ben ik ook wel eens): al die stille, stille mensen in de zaal. U bent waardige filmliefhebbers. Al die mensen die zonder popcorn en chips kunnen (al mag dat ook wel eens). Al die mensen die zonder drummen de zaal in wandelen. Al die geduldige en vriendelijke medewerkers en personeelsleden.

– dank ook aan de onbekende die mijn persaccreditatie die ik verloor in de supermarkt, keurig terugbezorgde aan de persdienst. Ik, die er prat op ga nooit iets te verliezen, zou hetzelfde gedaan hebben. Merci, nobele heer of dame!

– meest gegeten: granny’s. Gezonde tussendoortjes die af en toe zelfs een keer een maaltijd vervingen.

-verder opgevallen: dat je heel wat filmliefhebbers ieder jaar weer terugziet. Ik heb een goed geheugen voor gezichten en zie al jaren en jaren dezelfde mensen opduiken. Ik ben dus  niet alleen als freak.

– bizar moment: iets gaan drinken in het festivalcafé. Maar dat verhaal is voor een volgende blogpost (Stel u er nu ook weer niet té veel van voor).

Voor een ander soort terugblik, klik hier!

En nu weer alle aandacht voor mijn verwaarloosde leerlingen!

 





1000 keer naar de cinema

29 09 2009

Trouwe lezers weten dat ik zo nu en dan eens uitpak met lijstjes en aantallen van geziene films e.d. Dat levert doorgaans weinig relevante blogstukjes op, die ik eigenlijk vooral voor mezelf schrijf. Maar nu wou ik toch wel even kwijt dat ik afgelopen weekend voor de duizendste keer een film in de bioscoop zag. Duizend keer… Ik duizel er zelf even van.

bioscoopVoor alle duidelijkheid, het volledige aantal films dat ik ooit gezien heb, bedraagt momenteel 2753. Het is misschien wat bizar een onderscheid te maken tussen bioscoopfilms en het aantal geziene films tout court. Gezien is gezien toch en wat voor zin heeft dat onderscheid? Maar in 1992 ben ik begonnen met het oplijsten van films die ik in de cinema zag om zo mijn jaartotaal overzichtelijk te houden en om de diverse jaren te kunnen vergelijken, ben ik dat blijven noteren. Aangezien ik toen ook nog al mijn ticketjes bewaard had van alle films die ik sinds 1989 of zo gezien had en ik verder goed in mijn geheugen gegraven heb, viel dat zelfs nog te reconstrueren voor voorgaande jaren. Zo meen ik intussen zowat zeker te zijn dat de lijst volledig is vanaf mijn allereerste bioscoopfilm.

Ik wil ook vooral even stellen dat ik niet voor al die 1000 films een ticketje betaald heb. Ik woon sinds 1999 regelmatig persvisies bij en die zijn gratis. Ik wil me overigens vooral niet realiseren hoeveel geld het me dan wél gekost heeft. Welke hobby kost geen geld? En voor u zich mij nog fanatieker voorstelt dan ik al ben, die tickets bewaar ik intussen al heel lang niet meer.

Het vermelden waard:

– de eerste film in de bioscoop: The Aristocats, ergens begin jaren ’80

– meest gezien: in 2006 zag ik 126 films in de bioscoop.

– aantal bioscopen waarin ik deze films gezien heb: een stuk of 22, waarvan 3 in de USA en 1 in Londen. Dit staat nergens genoteerd hoor, ik zocht het voor de gelegenheid even uit.

– meest geconsumeerd tijdens de film: hmm… wellicht gewoon water. Saai niet? Ik eet vrijwel nooit popcorn en hoef niet zonodig te eten tijdens een film. Af en toe een Magnum of chips, dat gebeurt wel eens.

– vreemdste combinatie: met mijn toen 73-jarige oma naar Mission Impossible. Ze vond Tom Cruise ‘ne schone mansmens’

– fraude: de komedie Scrooged zag ons gezin zonder betalen want men had onze tickets van de voorafgaande film (L’ours) niet gescheurd en aangezien er toen nog geen titel van de film op je ticket stond, gingen we gewoon nog een keer naar de film. Dat was even spannend. Kinepolis is rijk genoeg. En nee, ons normen- en waardenstelsel werd er niet door vervormd.

– favoriete zitje: in het midden van de bovenste helft van de zaal, en uiteraard in het midden van de rij. Leve Cinema Zed in Leuven, maar hun zetels zijn de slechtste.

– regisseur van wie ik het meest films in de bioscoop zag: Steven Spielberg met 12 films.

– ergerlijkst gezelschap: mijn klasgenote Sandra die bij de begintitels van het formidabele L.A. Confidential al zat te blazen omdat ze het maar niets vond.

– eerste film op een filmfestival gezien: The Ice Storm op het Brusselse Filmfestival in 1998.

– mooiste rijtje van op elkaar volgende films: Fight Club, The Sixth Sense, Being John Malkovich, American Beauty en Sleepy Hollow zag ik allemaal na elkaar op twee maanden tijd.

– grootste kwelling: een week moeten wachten op deel 2 van La Meglio gioventu

– aantal films waarvoor ik te laat kwam: héél weinig. Herinner me er 2 en veel meer zullen het er wel niet zijn.

– aantal films niet uitgekeken in de bioscoop: slechts één en die heb ik dan ook niet meegeteld, een Japanse film op een filmfestival. Ik hou er aan films altijd tot het einde te bekijken. En er was ook ooit die Turkse film

–  opvallende mensen in de zaal: Filip en Mathilde bij Gladiator in 2000. Verder vind ik het eigenlijk wel vreemd zelden of nooit mensen aan te treffen in de zaal die ik ken, ik herinner me eigenlijk niet één keer dat ik per toeval vrienden of kennissen of wiskundeleraars van vroeger in de zaal aantrof, laat staan BV’s.

– acteurs van wie ik het meest films in de bioscoop gezien heb: Johnny Depp, die echt wel veel goede films op zijn naam heeft staan: de Ier Brendan Gleeson, die zeer vaak bijrollen vertolkt in bekende films en daardoor onverwacht zo hoog staat op mijn lijst; En Cate Blanchett, een geweldige actrice. wiens films ik vooral de laatste 5 jaar niet meer mis.

– meest aantal films ooit gezien op 1 dag: 5. En dat is al enkele keren gebeurd zelfs.

– favoriete moment om naar de film te gaan: op een weekdag om 17u. Weinig volk en vooral geen luidruchtige tieners.

– ergerlijkste moment om naar de film te gaan – in de multiplexen dan toch: zaterdavond om 20u, hoewel me dat in goed gezelschap niet zo veel kan schelen. Maar de doorsnee bioscoopbezoeker is op dat moment het nachovretend type dat meestal naar films gaat die bij het naar buitengaan al vervlogen zijn en daar heb ik weinig affiniteit mee. Leve filmfestivals wat dat betreft.

– eerste filmrecensie: de vreselijke komedie Say It Isn’t So

– de laatste gezien flm tot nog toe: District 9, een opwindende actieprent vol buitenaardse wezens en ontploffingen.

En u?





Sterren in Gent

14 09 2009

Andy Garcia krijgt dus een Joseph Plateau Award op het komende filmfestival van Gent. Ook Kevin Costner zal in de bloemetjes gezet worden. Fijn. Goed voor het festival dat ze wat grote namen wisten te lokken.

Maar laat ons dit niét interpreteren als: ‘Hé, geweldig dat die grote sterren zomaar naar Gent willen komen om hun prijs op te halen’. Het is immers net zo dat men hier een prijs geeft aan elke ster die wíl komen, om zijn of haar komst toch een reden te geven. Ik vermoed dat de organisatoren gewoon ieder jaar half Hollywood uitnodigen in de hoop dat er dan toch eens één of twee ja zeggen – en waarom ook niet? Het lukt immers ieder jaar.

Soms moeten ze het dan ongewild wat ver drijven. Enkele jaren geleden werd de Amerikaanse acteur Blair Underwood met een filmprijs beloond. Die speelde toen naast Julia Roberts in de rotslechte film Full Frontal. En laat ons nu met zijn allen verder echt nog nooit van deze kerel gehoord hebben. In het land der blinden… Dat jaar kon blijkbaar geen grotere naam gelokt worden en dan krijg je dat soort geforceerde fêteringen.

Maar goed, ze doen maar. Als sterveling verandert de komst van die sterren eigenlijk niets aan de beleving van het filmfestival. Laat dus maar vooral gewoon goede films op het programma staan. Ik tel al af.





Terugblik op het zomerfilmcollege (3)

3 08 2009

De essentie nu: wat heb ik daar eigenlijk gezien? De films werden verdeeld over 3 thema’s. Het filmjaar 1960 stond centraal, films die dat jaar gemaakt werden, van over de hele wereld. Het tweede thema draaide om ‘emigrés’, Europese cineasten die de overstap maakten naar Hollywood (in de eerste helft van de 20e eeuw). Het derde thema behandelde de nieuwe Koreaanse cinema. In de reeks kon je ook een aantal recente films bekijken.

Een overzichtje:

1960: (David Bordwell)

filmjaar1960 *The Apartment (Billy Wilder, USA): een Hollywoodklassieker die nog niets aan kracht verloren heeft. Scenariogewijs een topper, met energiek acteerwerk van de onovertrefbare Jack Lemmon.

*The World of Apu (Satyajit Roy, India): het leven en lijden van een jonge Indiër, een tragisch relaas dat destijds als een echt meesterwerk beschouwd werd. Nu toch iets minder treffend, maar best onderhoudend.

*Black Sunday (= La Maschera del demonio, Mario Bava, USA): Werkelijk abominabele horrorfilm over tot leven gewekte heksen, zich in typische mysterieuze kastelen en akelige bossen afspelend. Hoofdactrice Barbara Steele had blijkbaar ook nog nooit van een tandarts gehoord.

*Le Petit Soldat (Jean-Luc Godard, Frankrijk): moeilijk verteerbaar intellectueel gedoe waarbij het ergerlijke spelen met de geluidsband en de bizarre beeldvoering ‘de politieke en morele twijfels van het hoofdpersonage symboliseren’. Had niet gehoeven.

*Late Autumn (Yasuyiro Ozu, Japan): stijlvol en onderhoudend familiedrama met bewonderenswaardige beeldovergangen.

*The Leech Woman (Edward Dein, USA): lachwekkende, Jommekesachtige horrorpoging over een dokter op zoek naar een verjongingsmiddel. Barslecht.

*The Bad Sleep Well (Akira Kurosawa, Japan): Grandioos drama met een meeslepende verhaallijn en indrukwekkende shots. Twee en een half uur steengoede cinema.

*The Fall of the House of Usher (Roger Corman, USA): Irriterende horrorshit, ondanks de aanwezigheid van de legendarische Vincent Price een slaapverwekkend onding.

*Lola (Jaques Demy, Frankrijk): mooie mozaïekfilm vol interessante details en fijne links tussen tal van personages. Zeer genietbare kost.

*Kapo (Gillo Pontecorvo, Italië): indringende Holocaustfilm met een wat apart uitgangspunt dat veel stof tot discussie opleverde.¨

* 13 Ghosts (William Castle, USA): met een 3D-brilletje kon je in bepaalde scènes de spoken zien die het de hoofdrolspelers lastig maken. Op deze gimmick na, valt er echter weinig pret te beleven aan deze gedateerde en slordig afgehaspelde nonsens.

*Die 1000 Augen des Dr. Mabuse (Fritz Lang, Duitsland): interessante, onderhoudende thriller met enkele fijne plotwendingen. Mijn eerste Fritz Lang-film!

*Peeping Tom (Michael Powell, GB): knappe psychologische thriller die ik vooral fascinerend vond omdat er overeenkomsten vast te stellen vallen met het grandioze The Truman Show. Kijken en bekeken worden, het blijft in deze multimediatijden een relevant onderwerp. De spanning wordt op slimme wijze visueel opgedreven, waardoor dit nog een vrij sterke film kan genoemd worden.

Emigrés: (Muriel Andrin, Steven Jacobs, Tom Paulus, Kevin Brownlow)

emigrés*The Cat and the Canary (Paul Leni, 1927, USA, stomme film): verrassend entertainende thriller met aardig uitgewerkte personages en een al bij al coherente vertelling. Aangenaam filmpje!

*The Kiss (Jaques Feyder, 1929, USA, stomme film): Sterke thriller die nergens verveelt en vooral een uitstekende Greta Garbo laat zien.

*The Southerner (Jean Renoir, 1945, USA): best aardig, hoewel het grootste deel van het publiek weing zag in de belevenissen van een boerenfamilie in Californië. Vertelstijl en personages zijn wat oppervlakkig en naïef, maar toch blijft dit een leuk niemendalletje.

*Criss Cross (Robert Siodmak, 1949, USA): bevredigende, wat routineuze film noir met een vrij goed uitgewerkte plot.

*It happened tomorrow (René Clair, 1944, USA): een leuke plot – journalist krijgt de krant van de volgende dag en weet zo al het nieuws vooraf – wordt wat onbevredigend en ietwat rommelig uitgewerkt. Middelmatig.

*The Reckless Moment (Max Ophüls, 1949): best oké, deze thriller met sterke hoofdpersonages en enkele mooie cameravoeringen. Werd in 2001 hermaakt als The Deep End.

*Das Wachsfigurenkabinett (Paul Leni, 1924, Duitsland, stomme film): vermoeiende en al te simpele klassieker. Strontvervelend.

*Crainquebille (Jaques Feyder, 1922, stomme film): voor die tijd nog best aardige tragedie met enkele experimentele shots.

*La Fille de l’eau (Jean Renoir, 1924, Frankrijk, stomme film): wat langdradig en niet altijd even helder verteld drama waarin ook weer enkele special effects zitten.

*Menschen am Sonntag (Robert Siodmak, 1930, Duitsland, stomme film): Mooie, atmosferische observatie van een handvol mensen op een zomerse zondag in Berlijn.

*Le Million (René Clair, 1931, Frankrijk): bij momenten verrukkelijke komedie vol achtervolgingen en misverstanden, lekker veel chaos en dolle personages die een zoektoch inzetten naar een winnend lotterijbiljet.

*Komedie om Geld (Max Ophüls, 1936, Nederland): Toch wel gedateerd en hier en daar al te simplistisch, hoewel origineel ingekaderd.

*The Wind (Victor Sjöström, 1928, USA, stomme film): Sterk, realistisch drama met overtuigend acteerwerk van o.a. Lilian Gish.

*Körkarlen (= The Phantom Carriage, Victor Sjöström, Zweden, stomme film): voor die tijd knappe visuele effecten en vernuftige flashbacks, in een tragisch maar toch ook wel wat saai drama.

*The Beast with Five Fingers (Robert Florey, 1946, USA): de zoveelste B-horror, met alweer bordkartonnen kasteeldecors en een heel erg onnozel verhaal. Wel een leuke kennismaking met horrorlegende Peter Lorre.

*The Black Cat (Edgar G. Ulmer, 1934, USA): buiten het feit dat twee sterren uit die tijd tegenover elkaar komen te staan – Bela Lugosi en Boris Karloff – heeft deze knullige en ridicule prul niets te bieden.

Nieuwe Koreaanse cinema: (Chistophe Verbiest)

zuidkorea*Hanyo (= The Housemaid, Kim Ki-Young, 1960): zeer bizarre, soms spannende, soms afstotende thriller.

*The Isle (= Seom, Kim Ki-Duk, 2000): mooie, magisch-realistisch psychologisch drama vol prachtige maar ook gruwelijke beelden. Even poëtisch als schokkend.

*Old Boy (Park Chan-Wook, 2003): magistrale wraakfilm barstenvol schitterende scènes, stilistisch geweld en meeslepende wendingen. Een grandioze film. Bizar genoeg had ik deze film al eerder gezien zonder dat ik me ook nog maar één scène herinnerde. Dat vind ik des te opmerkelijker omdat ik dit nu echt wel een geweldige film bleek te vinden. Het geheugen is een raar ding.

*The Host (Bong Joon-ho, 2007): Indrukwekkende monsterfilm die in essentie, zo leerden we, eigenlijk een melodrama is. Hollywoodkost op zijn Koreaans, zou je kunnen zeggen (dit is de meest succesvolle Zuid-Koreaanse film), maar met zoveel vernuft, stijl en intelligentie gemaakt dat een Amerikaanse remake nooit hetzelfde niveau zou kunnen evenaren. Schitterend. Had ik ook al eerder gezien en opnieuw heel erg van genoten.

*Camel(s) (Park Ki-young, 2002): voor de liefhebbers. Een zwart-witfilm waarin twee personages de hele tijd converseren, grotendeels oppervlakkige praat, en de kijker het moet stellen met minutenlange shots van pakweg een lavabo of sushischaaltje. Vraagt van de kijker een grote inspanning en bereidheid.

Ik sloeg enkel 4 avant-gardistische kortfilms over, dus dat was 52 uur filmkijken.

 Voor cijfervreters, hier nog wat statistieken:

Sinds 1993 hou ik nauwgezet statistieken bij (destijds ook met terugwerkende kracht opgesteld). Ik zag tot op dit moment 2730 films (3134 als ik ook de films meetel die ik meer dan eens zag). 995 daarvan zag ik in de bioscoop (oei, daar duizel ik zelf wel even van). Bijna 500 ervan, ofte iets van een 18%, is niet-engelstalig. Dat cijfer blijft trouwens alsmaar stijgen. Bijna 1/5 van die niet-engelstalige films is Frans. Wat Belgische films betreft, staat de teller op 80.

De oudste film die ik zag, dateert uit 1921. Het meest films zag ik uit het jaar 2005 (184). Uit het boek 1001 Movies You Must See Before You Die, heb ik 270 films gezien.

De acteurs die ik het meest aan het werk zag zijn al jaren en jaren dezelfde: Robert De Niro (40 films) en Meryl Streep (37 films). Het zijn niet zozeer mijn favoriete acteurs, maar ze hebben gewoonweg al heel veel films gemaakt. In hun kielzog verandert er af en toe wel eens wat: momenteel zijn Anthony Hopkins, Dustin Hoffman en Nicolas Cage de opvolgers met 31 films en Michael Caine, Johnny Depp, Julia Roberts en Philip Seymour Hoffman met 30 films. Steven Spielberg en Woody Allen voeren de regisseurslijsten aan, eveneens simpelweg omdat ze zoveel films maken.

181 van die 2730 films beschouw ik als echt zéér goed of grandioos. En nu op naar de 3000!





De Flanellen Flop

26 02 2009

Enkele dagen geleden werd het volgende persbericht verstuurd:

Kinepolis schekokoflanel1nkt tweede leven aan Koko Flanel

Vanaf morgen 25 februari vertoont Kinepolis Group opnieuw de film Koko Flanel in zijn Antwerpse vestiging, Metropolis. Aanleiding van deze herlancering is de recentelijke onttroning van Koko Flanel (1990, Stijn Coninx) door Loft (2008, Erik Van Looy) als meest bekeken Vlaamse film ooit. Met 1 082 480 bezoekers kraakte Loft op 18 februari 2009 immers het record van 1 082 000 bezoekers dat gedurende 19 jaar op naam stond van Koko Flanel.

Maar de wedren is nog niet afgelopen. Loft draait nog steeds met succes in de Belgische bioscoopzalen, en vanaf morgen onderneemt ook Koko Flanel een moedige poging om zijn eer te verdedigen. Kinepolis wil zijn Vlaamse filmliefhebbers immers de kans bieden om de jarenlange nummer 1 (opnieuw) te ontdekken.

Om de spanning (met een knipoog) op te voeren, zal ook een teller geplaatst worden op de website van Kinepolis. Geïnteresseerden kunnen er een dagelijkse update vinden van het aantal verkochte filmtickets voor beide titels. “Koko Flanel” zal gedurende minimaal 1 week (25 februari – 3 maart) dagelijks om 20.00u op het grote scherm van Metropolis vertoond worden. “

Gisteren al bleek dat de actie allesbehalve een succes is. Urbanus, die vooraf niet op de hoogte was van de herlancering, voorspelde dat er maar een man of acht op de film zou afkomen. En dat is blijkbaar precies het aantal mensen dat in de zaal zat. Dat is ook meer dan aannemelijk. Dat klassiekers wel eens een nieuwe release krijgen, is niet nieuw. Maar wie is bereid 8 euro of meer te betalen voor een film die je niet alleen al gezien hebt, maar die ook regelmatig op tv wordt uitgezonden?

Ik ben niet meer zo geneigd mij te nestelen in de mislukkingen van anderen. Maar dat dit onnozele idee niet aanslaat, vind ik toch minstens een monkellachje waard. Daarmee wil ik niet afdoen aan de amusementswaarde van Koko Flanel. Maar de ene hype volgt niet noodzakelijkerwijs de andere op, beste Kinepolispersmensen. Zelfs met een knipoog niet. Of moeten we echt aannemen dat hier geen naijver mee gemoeid is?

Wie toch zou overwegen Koko Flanel op een groot scherm te bekijken, kan misschien beter even stilstaan bij het feit dat dit momenteel de mooiste bioscoopperiode is in de Vlaamse cinema’s. Op dit ogenblik vallen meer dan 10 zeer sterke films te bekijken (zoals Revolutionary Road, Frost/Nixon, Elève Libre, Valkyrie, Dirty Mind, Slumdog Millionaire, O’Horten, Stella, Unspoken, The Wrestler, Milk, Gran Torino, Doubt en als minst goeie uit het rijtje Benjamin Button) die uw aandacht veel meer waard zijn. Voor Vlaamse kolder kan u anders ook wachten op die nu reeds befaamde film van FC De Kampioenen.





’t es weer gralèk in Oilsjt

20 02 2009

Terwijl mijn oorspronkelijke streekgenoten in grote getale in loodsen aan piepschuimen wagens staan te zwoegen, groteske pruiken passen en op de laatste minuut kostuums samenstellen met lampekappen en netkousen, blijf ik ver weg uit de Aalsterse buurten. Ik heb mijn portie carnaval wel gehad.

Niet dat ik er jarenlang de beest heb uitgehangen  – echt participeren in de zwijnerijen die gepaard gaan met carnaval heeft me nooit wat gezegd, ik hield bij een vorm van observatie – maar ik heb in mijn kindertijd wel geen enkele editie van de Aalsterse carnavalsstoet gemist. Ik heb dus toch enigszins sympathie voor de carnavalziel en heb naast de drank- en kotspartijen ook altijd oog gehad voor de indrukwekkende creativiteit waarmee dit volksfeest gepaard gaat. Niet alleen in technisch opzicht, meer nog  in concept en zelfs taalgebruik, zijn bepaalde uitvoeringen van wagens of kostuums echte pareltjes. Hoe plat het Oilsjters ook, in deze periode van het jaar hoor ik het graag aan.

Wat dat Aalsters betreft, doet niemand mij zo’n plezier als d’ Hiete Gerrekes, een uit heerlijke nonsens bestaand damesgroepje (tegen één van hen mag ik zelfs Aagje zeggen!) dat ieder jaar uitpakt met een vernuftige parodische cover vol aanstekelijke Oilsjters.  Echt waar, bij momenten zelfs even spitsvondig als Monthy Python.

Dit jaar staat Facebook centraal in het nummer en werd er voor een lollig filmpje gezorgd.

Ik moet wel toegeven dat ik twee nummers van vorige jaren nét iets sterker vond. Filmpjes zijn er blijkbaar niet van te vinden en een geluidsbestand op deze blog zetten kan ik ict-gewijs nog niet aan, maar wie geïnteresseerd is, kan hier eens klikken:

Wa ne zjiever en nog grappiger: Bachelor

Voor de een is tien dagen cinema het summum, een ander vindt vier dagen feesten met een bontjas aan het hoogtepunt van het jaar; dat iedereen zich maar op zijn manier amuseert. Veel plezier, Oilsjteneirs en aanverwante feestvarkens.








%d bloggers liken dit: