2013: de conclusie

2 01 2014

Ik wil nog eens iets kwijt en dat is een tijd geleden. Dat ik minder blog heeft alvast niets te maken met Twitter of zo. Daar vind ik niets aan, dat moest maar eens gezegd. Ik heb nog steeds veel bedenkingen en opmerkingen maar soms vind ik ze niet de tijd meer waard om die te gaan beschrijven. Ik communiceer namelijk graag in meer dan 140 tekens.

Belevenissen van echt bijzondere aard zijn er ook al niet te melden, of het moet zijn dat ik het met u wil hebben over die voetstap van mij in de pas gegoten epoxyvloer van de buren of de hernieuwde passie van mijn leerlingen voor lego.

Nu we 2013 achter ons laten vind ik dat ik even moet terugkijken. Ik hecht minder en minder aan deze feestdagen maar van een jaareinde gebruik maken om eens terug te blikken, is zinvol, vind ik. Al is het alleen maar omdat ik dat graag eens terug lees en ik daar vorig jaar wel iets aan gehad heb, die reflectie. Het stuk dat ik vorig jaar schreef bevat voor mij veel principes die nog steeds gelden.

In 2013 was de bijzonderste gebeurtenis de geboorte van mijn neefje Charlie Joe, wiens bestaan voortdurend wonderbaarlijke indrukken oplevert. Ik ben fan. Ik geniet er ook van te zien hoe hij de rest van de familie inpalmt met zijn sprekende blik en fanatiek gewiebel in het zitje.

Bijzonder was ook dat ik een driejarige opleiding afsloot en nu dus een extra attest in handen heb dat me weer een stukje deskundiger maakt als ik het over Frreinetonderwijs heb. Het was een intensieve periode met een groep gepassioneerde en hardwerkende mensen.

Ik bezocht voor het eerst Berlijn en dat was een heel deugddoende en genietbare ervaring. Niet alleen omwille van deze sfeervolle stad zelf, ook omdat dit door omstandigheden een reisje vol luxe en voordelen was. Ik genoot er ook van het fietsen trouwens.

Film was nog meer dan anders aanwezig in mijn bestaan. Ik verbrak mijn record uit 2006 en zag 261 films. Dat klinkt haast ongezond – meer hoeven het er echt niet te worden op één jaar – maar ik verdiep ook wat dat betreft mijn kennis, in dit geval voornamelijk over oude films. Daarnaast kan ik me nu eenmaal een grote portie escapisme permitteren en komt er nog lang geen sleet op mijn drang om in fictie weg te duiken.

En dan was er DOK natuurlijk, misschien wel de gebeurtenis die dit jaar voor mij kenmerkt. Omdat we na twee heel fijne jaren tot een nog meer gesmeerd lopend geheel kwamen, omdat ik er genoot van een ander soort hard werken dan in mijn echte job, omdat die bonte bende vrijwilligers op een aparte manier een soort familie werden. Het voorlopige punt dat we er achter gezet hebben, was ook een reden om terug te kijken op wat die drie jaar met mij gedaan hebben en ik moest warempel vaststellen dat ik echt wel wat geleerd heb. Los daarvan was er nu en dan ook wel eens een ergernis.

Deze hoogtepunten staan ogenschijnlijk veraf van meer filmische climaxen. Ik heb geen vioolconcert gegeven, leerde niet skateboarden, maakte geen reis naar Fijit of adopteerde geen Afrikaans weesje noch een parkiet die Russische wijsjes fluit. Maar ik hoef niemand te overtroeven natuurlijk. Ik kijk wat dat betreft als mens met bescheiden verwachtingen, tevreden terug op het vorige jaar.

Ik blijf mijn werk zeer graag doen, ook al blijft lesgeven een job die best uitputtend kan zijn, vooral psychisch en emotioneel dan. Er is wat weinig plaats of wat te veel kinderen, er is geen budget en te veel administratie, maar die leerprocessen begeleiden is wel immens boeiend. Kinderen zijn in veel gevallen echt interessant en zorgen voor veel lol. Een bosklas is en blijft een prachtervaring. En zelfs na al die jaren in juni die zesdeklassers op de wereld los laten in de hoop dat het hen goed gaat, blijft wat doen met een mens.

Mijn gezondheid is al evenzeer stabiel gebleven, ook dat is van belang. Ik nam afscheid van een tand en dat is zo’n triviaal feit dat het eigenlijk het vermelden niet waard is. Ik was vrijwel niet ziek en weeg nog steeds evenveel als een jaar geleden. Maar qua beweging heb ik minder inspanningen geleverd dan de jaren ervoor.

Ook de meeste mensen rondom mij stelden het goed. Mijn familie is nog steeds in optima forma, mijn drie nog in leven zijnde grootouders zijn intussen echt wel oud maar kerngezond, ieder stelt het wel op nu en dan een akkefietje of een zorg na, die echter in het niets vallen bij de drama’s die andere Aardbewoners meemaken.

De groep mensen om me heen bij wie ik me goed voel, is intact gebleven al blijft het soms zoeken naar een evenwicht. Niet iedereen kan dezelfde portie Sven aan maar met de mensen die het wel kunnen, is de band verstevigd, heb ik de indruk. Ik blijf wel eens sukkelen met de tekortkomingen van anderen maar anderzijds ben ik minder scherp en blijft het allemaal minder lang hangen. Als ik dit jaar als eens piekerde of kniesoorde, had het meestal te maken met mijn positie tegenover de mensen die ik graag heb. Ik hoop dat de juiste mensen weten dat ze belangrijk voor me zijn, de Vliegeraars, de Filmfreaks, de Dokwerkers, de Haaltenaren, de Onderwijsgekken. Ze zijn met velen en krijgen niet allemaal even aandacht maar ze tellen allemaal nog mee voor mij. Ook als hun gezinsuitbreidingen niet meer opgenomen worden in mijn Gepamper-rubriek. Ik kon niet meer volgen, eerlijk gezegd.

Eén van de droevigste gebeurtenissen van 2013 was het dodelijke bergongeval van Kevin, een goedhartige 26-jarige van wie ik een dikke tien jaar geleden leiding was in de jeugdbeweging. Het blijft nu nog, zes maand later, onbevattelijk dat iemand zo plots en veel te vroeg uit het leven van zijn dierbaren verdwijnt. Ik had hoogstens nog eens een vluchtig contact met Kevin in het laatste decennium, maar zijn dood heeft me aangegrepen.

Eveneens bijzonder treffend was de dood van mijn buurman, nadat die enkele dagen vermist was. Geen emotionele maar wel een indrukwekkende gebeurtenis die me vooral liet nadenken over de mate waarin we er in onze maatschappij voor anderen zijn. Wanneer mogen we ons ergens mee bemoeien?

Ik stel vast dat het goddank daar bij gebleven is en ook haast niemand uit mijn omgeving verdere dramatische dingen overkomen zijn. Ik koester mijn geluk. Dat ik alweer een nieuwe laptop nodig had en mijn fiets gestolen werd in 2013, is van geen enkel wezenlijk belang.

Verder ga ik dus best gerust door het leven al blijft het een minder goed idee om de krant te lezen en het nieuws te volgen. Ik hou er zelden een goed gevoel aan over. Dichter bij huis ben ik verontrust over het fenomeen GAS-boete. Ik heb er zelf nog geen gekregen en verneem de ridicule vormen die deze sancties aannemen, ook maar gewoon in de media. Maar dat volstaat al om me soms ongemakkelijk te voelen als ik me buiten de deur begeef. Controle en regels, ik kan me daar ergens wel in vinden – ik berisp mijn buurman ook als ik hem zie sluikstorten – maar de deur naar willekeur staat wagenwijd open. Alle macht aan ambtenaren, die wars van een context mensen gaan straffen. Los van duidelijkheid ook, want ik heb geen idee wat er in mijn stad mag en in een andere niet. Brr.

Het zal mijn 2014 hopelijk in niet te grote mate bepalen, mag ik hopen. Ik wens iedereen wat ik mezelf wens, en dat is hetzelfde als vorig jaar: dat het leven niet te zwaar mag vallen en we overweg kunnen met wat ons pad kruist. Ik ben alvas van plan in het komend jaar mezelf eens te verrassen. Maar dat is voor later.

Advertenties




Lectuurtips?

30 10 2013

kunstvhveldspelTerwijl ik met ongelooflijk genoegen de ene film na de andere bekijk en daarmee zowel een maand- als een jaarrecord zal breken, blijk ik met enige paniek vast te stellen dat ik dit jaar amper gelezen heb.

Ik ben het jaar gestart met drie ongelooflijk goeie boeken. De Halfbroer van Lars Saabye Christensen was een enorm genoegen dat me enkele maanden leestijd kostte vanwege zijn enorme omvang.

Vervolgens genoot ik van Massa van Joost Vandecasteele dat ik liet opvolgen door De Kunst van het Veldspel van de Amerikaan Chad Harbach, opnieuw een erg meeslepende en mooie geschreven tragische roman.

Ik ben het laatste jaar niet meer in de bibliotheek geweest. In de hoofdbib van Gent vind je maar zelden recente zaken want die zijn altijd uitgeleend. De minder recente werken zijn zo groot in aantal dat ik er amper weet aan te beginnen. Bovendien had ik altijd maar boetes want ik was altijd te laat met het terugbrengen. Dus sindsdien koop ik gewoon zelf boeken. Aangezien hier nu minstens vijf aantrekkelijke romans klaar liggen, is mijn leesachterstand dus niet te wijten aan een gebrek aan leesvoer.

100jarigeman.inddIk besloot me begin juli wat te herlanceren met De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween, een typische zwarthumoristische Scandinavische  vertelling van Jonas Jonasson. Ik smulde van de eerste helft van dit verrukkelijk geschreven verhaaltje met zijn leuke personages.

Toen werd het zomer. Ik ging naar Berlijn, zat op DOK, ging naar het zomerfilmcollege en was niet vaak thuis. Ik trachtte nu en dan een bladzijde te vorderen in De 100-jarige… maar ik moest soms zelf enkele pagina’s terugkeren omdat ik niet meer wist wat er eigenlijk gebeurd was. En toen besloot ik het maar op te geven. Ik vond het plots vergezocht, eentonig, artificieel en inhoudsloos en legde het aan de kant. Zo was ik drie maand verder zonder ook maar een boek aan mijn leeslijst toegevoegd te hebben. De tijd voor het slapengaan, de treinritten en toiletbezoek vulde ik met tijdschriften en kranten.

De zomer is al even voorbij, DOK sloot af, het schooljaar startte op, het filmfestival ging voorbij en zo kwam er eindelijk weer een moment dat ik vond aan een boek toe te zijn en daarnaast even een tussenstand op te maken. En ziehier dus mijn schokkende vaststelling: drie boeken.

Met veel zin werp ik me dus op die mooie stapel boeken, maar meer dan een bladzijde of twee per avond blijkt me momenteel niet te lukken. Als een bejaarde die zijn uurtjes dutten nodig heeft, sukkel ik telkens heel snel in slaap. Voor die enkele lezers die hier zo nu en dan een leestip kwamen halen: duim mee op beterschap dus!





Parkeren moet je niet leren

15 07 2013

Het is wachten op mijn eerste GAS-boete vooraleer ik eens een gepekelde mening zal hebben over de politie in ons land. Ik heb in mijn bestaan slechts een minimum aan contact gehad met onze gezagvoerders, waardoor ik dus een vrij positieve kijk heb op de verhouding tussen politie en burger in ons land.

Ik woon echter al jaren aan een druk kruispunt, waar ik zo nu en dan getuige ben van een tussenkomst van de politie. En daarbij valt me steevast één iets op, dat ik eigenlijk bijzonder storend vind: een agent doet niet aan parkeren.

Wanneer zich op straat iets voordoet dat de tussenkomst van de politie vereist, willen politie (en andere hulpdiensten) natuurlijk geen tijd verliezen. Ze rijden tot bij de feiten en stappen uit, waar hun voertuig dan ook belandt. Aannemelijk. Alleen heb ik hier nog nooit een overval of moordpoging gezien dat die tijdswinst verantwoordde. In de meeste gevallen gaat het op mijn plein over verkeersproblemen, een ongeluk of een occasionele boelzoeker.

DSCN3487DSC_1380Na een tijdje zijn dan een wagen of drie en een agent of tien verzameld om zo een gebeurtenis, waarbij die dienstvoertuigen dus steevast het overige verkeer hinderen – waaronder altijd minstens een lijnbus of drie. De meeste  van deze agenten zijn niet eens nodig op deze plaats en weigeren blijkbaar ook de moeite te doen hun auto te verplaatsen. Ze zien de files aangroeien, de overstekende voetgangers risico’s nemen en de bus- en vrachtwagenchauffeurs zware inspanningen doen om toch maar langs te kunnen, maar een koppige houding die volgens mij alleen maar op een diepgewortelde arrogantie kan wijzen, doet elke agent ter plekke zijn hulpvaardigheid en logisch redeneren verliezen. Ik vind dat dat indruist tegen het principe dat de politie er is om ons te helpen.

Misschien eens aan een overlastsanctiesysteem denken of zo…





Vrijblijvend belasting betalen

10 07 2013

BelastingsbriefIk betaal al diverse jaren als brave burger mijn belastingen. Sinds drie jaar via tax-on-web en sinds dit jaar ook voor het eerst zonder dat ik vooraf een envelop in de brievenbus vond. Wat me dus meteen bij de –  ietwat onnozel klinkende, ik weet het – vraag brengt: hoe weet je dat je je belastingaangifte moet doen? Ik weet wel dat er hiervoor een vast moment in het jaar is, maar het is ook routine waardoor dit voor mij van weinig belang is en ik daar dus geenszins vanzelf aan denk. Gaat men er bij de staat dus zomaar van uit dat iedereen die vorig jaar bij zijn aangifte aangaf geen envelop meer te willen ontvangen, vanzelf weet dat het weer zover is, en dat dit moet gebeuren voor 17 juni?

Mij was dat eigenlijk wat ontgaan en de deadline kende ik al helemaal niet. Ik hoorde een collega over zijn belasting praten en toen viel mijn nikkel. Maar dat is dan ook zowat de enige aanmoediging die ik waarnam om me over deze aangifte te buigen. Ik kreeg geen brief (want dat had ik al aangegeven), maar ook geen mail. En dus durf ik in vraag stellen in hoeverre dit systeem waterdicht is, hoe plichtsbewust ikzelf en vele landgenoten weliswaar zijn. Of is me dan toch iets essentieel ontgaan?





Even een boompje opzetten…

22 05 2013

DSC_0840Geen fietsenrek in de buurt? Geen paal of hekken om een fiets aan vast te hangen? Dan kan dat eenzame boompje me wel uit de nood helpen dacht ik.

Oei. Een waarschuwing… Wat te doen?

Ik ben een brave burger en hou van duidelijke regels en afspraken. Maar dit vind ik vergezocht. Dat boompje kan mijn fiets wel aan. Ik zal het met zorg behandelen. Ik begrijp de oproep van een verontruste eigenaar – maar van wie is die boom eigenlijk?  – maar anderzijds verwacht je aan de ingang van een theaterzaal toch een fietsenrek? En als er geen is en iemand plant er een boom, hoezeer is het dan te verwonderen dat er iemand zijn fiets aanhangt? Mijn collega Natalie denkt er het hare van. Regelneef Sven die zo’n waarschuwing in de wind slaat?

Na de voorstelling: twee platte banden.

Ik zucht eens en stap tien minuten mee naar Natalie waar een superpomp me uit de nood helpt. We lachen omdat ik de rekening gepresenteerd gekregen heb. Maar in hoeverre is dit nu constructief? Ik weet nu dat er naast het Tinnenpottheater een verzuurde mens woont die niets anders te doen heeft dan de hele tijd naar buiten kijken om te zien of er niemand aan zijn plant komt. Dan vind ik zijn ongemak eigenlijk wel groter dan het mijne. Ik ben dan meer het type dat een boos briefje aan zo’n fiets zou hangen, maar kijk, elk zijn methode.

De eerstvolgende keer dat ik een oude fiets vind en een slot op overschot heb, weet ik wat te doen ermee. En het mogen blijkbaar ook andere zaken zijn.





Solidariteit is…

24 01 2013

… een voorbijganger het achterlicht van je geparkeerde fiets zien uitzetten.

(Wat ik overigens zelf ook altijd doe bij brandende lichtjes waarvan de eigenaar niet in de buurt is. )





2012: De Conlcusie

5 01 2013

Ik heb me in het verleden nooit aan voornemens gewaagd, voornamelijk omdat ik al best tevreden was met mezelf en toch niet dacht nog te kunnen veranderen. Op 1 januari 2012 had ik me echter opgelegd conflicten met collega’s te vermijden. Of om precies te zijn: ik wilde voorkomen dat ik collega’s afblafte of al te cassant terechtwees. De maanden voordien had ik immers iets te vaak naar mijn zin mensen op hun plaats gezet. Nu dat jaar om is, kan ik eindelijk weer mijn tanden tonen.

Nee, grapje. Ik kan besluiten dat mijn voornemen vrijwel geen moeite heeft gekost en het me dus gelukt is meer geduld en vriendelijkheid aan de dag te leggen bij een conflict. En dat denk ik beslist ook het komende jaar te kunnen volhouden. Van nieuwe voornemens is geen sprake, want verder ben ik eens te meer best tevreden met mezelf.

tevredenDit mag dan al zelfgenoegzaam klinken, ik heb het voorbije jaar zeer bewust gelet op de mate waarin ik tevreden/blij/gelukkig was en kan alleen maar tot de vaststelling komen dat ik dat het grootste deel van de tijd ook was.

Als ik terugkijk op het voorbije jaar zie ik vrijwel geen tegenslagen of problemen van onoverkomelijke aard. Ik heb niets verloren, er is niets gestolen, ik heb geen ongelukken gehad, heb niemand pijn gedaan, ben nauwelijks ziek geweest. Er is me eigenlijk vrijwel niets negatief overkomen. Ik heb wat gesukkeld met mijn computer, woon nog niet zoals ik het zelf zou willen, erger me wat aan het verkeer en heb best wat tijd verloren op treinperrons. Er waren en zijn best wat frustraties op school, ik zit met mijn gedachten wel eens bij familieleden die kopzorgen hebben, heb wel eens wakker gelegen van stress of nijd, heb het soms te druk naar mijn zin en een enkele keer vreet ik mezelf op door negatieve gedachten. Het nieuws kan me nu en dan eens uit mijn lood slaan, ik denk aan het noodlot, de toekomst, het milieu, mijn gezondheid en de dood.

Maar al bij al valt dat dus allemaal best mee, weet ik hoe hier mee om te gaan en zijn dit geen uitzonderlijke situaties. Om maar te zeggen: u lijdt toch ook? Maar de weegschaal helt ondanks dat alles duidelijk over naar het positieve. Dat klinkt misschien niet helemaal geloofwaardig voor iemand die toch ook bekend staat als kankeraar en zagevent. Maar wie me kent, weet dat ik ook constructief, hulpvaardig, empathisch, optimistisch en vrolijk kan zijn. ‘Bescheiden dus misschien iets minder’, koppelt men daar vaak aan, maar ik geloof sterk dat een mens zijn positieve kanten moet kennen en dat dat in mijn geval misschien wel de basis vormt van mijn grote levenstevredenheid.

De meeste dagen sta ik dus goedgehumeurd op, snel ik goedgemutst naar school, geef graag les, vind mijn leerlingen het grootste deel van de tijd aangenaam, ben elke week wel eens compleet in de wolken met mijn formidabele collega’s die als een tweede familie zijn, kom steeds graag thuis en geniet van mijn vele hobby’s en vrienden.

In 2012 was er veel om tevreden op terug te kijken, zelfs al zie ik sommige mensen te weinig en moet ik met één kwalitatief moment per jaar al tevreden zijn wat sommige vrienden betreft. IMG_3644Er was een geweldig trouwweekend met Jan & Ilse, een kajakweekend met ups en downs, een Ardens verblijf onder vallende sterren, een wandeling rond Brussel, housewarmings, etentjes, babybezoekjes, brunches, verjaardagsdrinks, barbecues. Nu ja, dat staat allemaal in het meervoud hoewel ik echt niet de indruk wil wekken dat ik van het ene feestje naar het andere hol. Ik doe niet altijd genoeg moeite om overal bij te zijn, vind ik, maar ik wil er wel altijd voor zorgen dat de tijd die ik met anderen doorbreng kwalitatief is, want ik zie te veel mensen niet genoeg. Maar ik denk dat er al veel moet verkeerd lopen wil ik hen ooit nog kwijtraken, al zijn de inspanningen niet steeds van beide kanten gelijk.

Er waren kleine momenten van verrukking. Dit stukje schrijven en de persoon in kwestie een week later tegenkomen en daar samen blij om zijn. Van die dagen waarop er echt niets te klagen valt. Een onverwacht sms’je, een bedankje, een inside joke, een opmerking die je doet zweven, een heel fijn gesprek. Te weinig mensen halen hun energie uit zo’n kleine dingen.

Dat ik een massa films gezien heb, wist u al. Vaak in tof gezelschap, mensen die ik koester omdat het altijd zo’n opluchting is vast te stellen dat er anderen zijn die even gepassioneerd met film bezig zijn als ik. Maar ook omdat het we ook over het non-fictieleven kunnen babbelen. Er was het filmfestival als traditioneel hoogtepunt, eens te meer geweldig en gezellig en uitputtend. En filmquizzen tussendoor als alerthouders.

Ik ben me er niet altijd van bewust dat het in de stad wonen zo’n dimensie meer geeft aan mijn vrije tijd. Ik lijd verre van een telegeniek leven en wil mezelf niet tot een hippe stadsbewoner bombarderen, maar toch ben je hier altijd omringd door mogelijkheden. En als een avond eens een ochtend wordt (en dat is eerder uitzonderlijk), en ik fiets naar huis terwijl in de verte de dageraad nadert, voel ik dat ik in een stad hoor. Ook al ben ik al 35 en blijft dit niet duren. Maar dat mijn favoriete Haaltenaren het me dan niet kwalijk nemen dat ik hier zo graag vertoef.

IMG_8747En er was DOK natuurlijk. Al zat het weer niet altijd mee, de magie van deze plek viel niet te ontkennen. Ook dit was de stad, dit was de zomer. Wat een ploeg, vol toffe mensen en nieuwe vrienden. Wat een sfeer en wat een locatie. Beslist memorabel, het soort ervaring waar je later nostalgisch op terugkijkt. Hoe fijn ook dat ik toch heel wat mensen heb kunnen overtuigen om eens langs te komen, ook vanuit dat toch niet zo verre Haaltert. Ik heb echter niet alleen genoten van het sociale aspect van DOK, ook het samenwerken was zo bevredigend. Merken dat er naar je geluisterd wordt, appreciatie krijgen voor je werk, elkaar snel begrijpen en op één lijn zitten: dat is een luxe die ik iedereen zou toewensen op zijn job. Op de hoogdagen jezelf uitputten, maar weten dat je collega’s ook doorzetten. De fysieke vermoeidheid na sommige dagen, was heerlijk. De drink na sluitingstijd altijd geweldig.

Ook van mijn andere (echte) collega’s kan ik niet klagen. Ik werd eindelijk benoemd en vierde dat maar al te graag met mijn collega’s. We beleefden alweer een topteamweekend, steunden elkaar in moeilijke dagen, sloegen ons samen door de zoveelste directeursverandering, zeverden, lachten en gierden op vele, vele andere momenten. Ook in mijn opleiding, dat zestal weekends per jaar, heerste er een enorme positieve sfeer, al krijg ik mezelf niet aan het werk. Maar iedere tweedaagse zorgt voor een energie-opstoot en dat ligt voor minstens de helft aan die fijne mensen daar.  Ik had meer dan twee jaar geleden nooit kunnen denken dat ik met zo’n groep uiteenlopende karakters (en dan nog allemaal leerkrachten!) overweg zou kunnen, en vooral: zij met mij.

IMG_4758Mijn familie is er ook nog. Etentjes en nog meer etentjes. Voor verjaardagen of zomaar. Uitstapjes of bezoekjes. Een ballonvaart ook, afgelopen jaar. Ik voel me wel eens schuldig en egoïstisch omdat ik ook in hun geval mijn heil zoek in een (dus niet zo heel verre) stad en hun dagelijkse beslommeringen dus niet deel, maar ik breng toch erg graag tijd met hen door. Het gaat goed met iedereen, ook dat was een opluchting in 2012. Mijn opa is helemaal niet zo ziek als hij zelf wel eens zou willen, en een oma wil euthanasie zonder dat ze ziek is, maar verder stellen we het allemaal goed en in 2013 word ik zelfs nonkel.

Even terug naar die andere kant van de weegschaal. Ik zat met 50 geweldige kinderen op  bosklas, ieder jaar de leukste week van het schooljaar. Omdat al die impulsen van de buitenwereld wegvallen en ik wat minder meester ben en het dus gewoon allemaal zeer ontspannend is. En dan slaat in Zwitserland het noodlot keihard toe, met een bus in een tunnel. De waarde van het extreme geluk en de zorgeloosheid van onze leerlingen, werd plots onschatbaar, in schril contrast met de nachtmerrie die vele anderen op datzelfde moment beleefden. Ik was diep onder de indruk.

Twee dagen na onze terugkeer overleed Carine. Een inspirerende, formidabele vrouw, geveld door een vreselijke ziekte. Haar afscheidsviering was overweldigend emotioneel, maar ook zo persoonlijk en diepgaand, dat ik vrede kan hebben met haar dood, hoewel ik haar nu en dan ook mis. Ik leefde ook mee met vele anderen die dierbaren verloren. Iemand verloor een vader, iemand een broer, iemand een nieuw leven, iemand twee grootouders. Je kan zo weinig doen dan, maar mijn wensen van sterkte betekenen wel letterlijk dát en mijn gedachten zijn ook echt bij hen.

Ik las onlangs nog; ‘Als we al onze problemen op een hoop gooiden en die van de anderen zagen, zouden we die van onszelf snel teruggrijpen’. Ik heb dus in essentie helemaal geen problemen of zorgen, hoezeer ik ook zaag en zeur. Ik ben zelfs haast een van de gelukkigere mensen die ik zelf ken! Al voeg ik er aan toe dat ik misschien geen al te hoge verwachtingen heb van het leven. Ik ben tevreden, en de ene zal vinden dat ik snel ben, en een ander zal vinden dat ik dat met recht en rede ben. En of tevreden ook gelukkig is, maakt voor mij in deze niet uit.

Wat misschien wel het meest negatieve is in mijn leven, momenteel, is echter de veronderstelling dat de dingen dus niet direct veel beter kunnen. Of wel kunnen, maar niet direct zullen worden. Misschien is dit wel al het hoogtepunt van mijn leven? Soit, ik zal niet kunnen zeggen dat ik er niet van genoten heb, op mijn eigen bedaarde manier. Maar ik word wel ouder. Fysiek gezien valt dat nog net mee, al start ik 2013 met beduidend minder hoofdhaar en moet ik toch iets te vaak naar dokter of kinesist. Maar met aftakeling hou ik me wel bezig als het er is. Het is vooral het mentale besef. 35 klinkt ook zo middelmatig. Een stuk minder interessant dan 25 of 30. Iemand van 35 is niet meer verrassend, ik verras ook mezelf nog zelden. Ik vond mezelf een veel leukere leerkracht toen ik 30 was. Maar wel een minder evenwichtige mens, dat ook. Ik bekijk mezelf soms ook door de ogen van anderen en dan zie ik … tja, iemand van 35. Soms lijk ik niet meer in bepaalde plaatjes te passen. Verdere gedachten heb ik daar eigenlijk niet over, en ik neig geenszins naar het depressieve wat dat betreft, maar ik ben dus geen jong gastje meer.

Anderzijds zou ik om veel reden ook niet terug jong willen zijn. Ik vind dat het leven mij al heel veel geleerd heeft en dat ik die kennis over mezelf aangrijp om weer verder te groeien. Keuzes maken wordt alsmaar makkelijker en spijt heb ik bijna nooit. Ik had veel mensen kunnen zijn maar degene die ik nu ben vind ik eigenlijk ferm oké. Ik kan met mezelf leven en kan overweg met het leven. En dat wens ik eigenlijk iedereen ook toe in het nieuwe jaar.

Bedankt alvast aan iedereen die bijdroeg. En aan wie volhield om tot hier te lezen.





Zoek het zelf maar uit bij Fnac

12 12 2012

Alle verslavingen kosten geld, maar ik kan me gelukkig beheersen. Ik koop echt niet iedere televisieserie die ik eigenlijk wil zien. Ik twijfel echter nooit wanneer ik een nieuwe box van The Simpsons zie liggen. Vandaag trof ik bij Fnac de 15e reeks aan.

Nu heeft men elk seizoen van deze serie steeds in twee verschillende uitgaves op de markt gebracht. Een gewone box en daarnaast eentje waarbij de voorkant gevormd is als één van de personages. Leuk, maar zoiets krijg je moeilijk in je dvd-kast natuurlijk. Ik heb dan ook altijd voor de reguliere uitgave gekozen, want wat vang je uiteindelijk aan met zo’n plastic ding?

Maar vandaag stelde ik verbaasd vast dat mijn voorkeursuitgave meer dan zes euro duurder was. Ik zag niet in wat daarvan de bedoeling was. Je krijgt dus zo’n plastic figuur er bij en toch betaal je minder. Als er al een prijsverschil moet zijn, waarom kost de ‘limited edition collector’s box‘ dan niet net méér? Ik besloot het de dame aan de infobalie te vragen, al geef ik meteen toe dat ik haar vooral heel Svensgewijs wou wijzen op een onlogische situatie.

‘Ja, dat is de verpakking hé’, klonk het niet ter zake doende antwoord. Dat eigenlijk zelfs geen antwoord was, want ik zag ook wel dat dat de verpakking was. Ik stelde nog dat onder die plastic toch net dezelfde box zat, maar kreeg al geen reactie meer. Eigenlijk wou ik hen op een inconsequentie wijzen. Zoals je dat zou doen als de ijscoman een ijsje mét slagroom goedkoper maakt dan eentje zonder (terwijl dat dan net is wat je wou). Of zoals  een printer waar een cartridge bijzit toch niet goedkoper kan zijn dan dezelfde printer waar er geen bij zit. De dame was echter verre van geïnteresseerd, terwijl ze – aangezien ze toch ook niet voor eigen rekening werkt – eventueel vriendelijk had kunnen opmerken dat dat inderdaad wel erg bizar was. Haar stugge reactie leek zelfs ergernis te suggereren, alsof ik een klant was die een clevere verkooptruc had blootgelegd.

  DSC_0137 DSC_0138

Ik kocht de goedkope versie. Niet zozeer om zes en een halve euro te besparen, wel omdat ik Fnac dat luttele bedrag niet gunde (ze hadden me zes jaar geleden al eens gefopt). En vooral omdat je die plastic figuur thuis dus doodeenvoudig kan losmaken van de box en je dus gewoon die duurdere box hebt én een overbodige Otto voor mínder geld.

Ja, er zijn véél ernstigere zaken, ik ga er verder niet wakker van liggen en dat men bij Fnac doet wat men wil en ieder moet maar zelf bewust consumeren en prijzen vergelijken. Maar anderzijds… Is dit toch niet een beetje consumentenbedrog?





Aangekondigd met een vertraging van 5 miljoen minuten (2)

2 12 2012

En daar sta je maar wéér een keer op dat perron, en de trein heeft voor de honderdduizendste keer vertraging –  15 25 33 minuten  – en je vloekt maar tracht wat troost te halen uit de muziek.  Maar Eternity (Daan), Heavy Cross (Gossip) en Don’t You Forget About Me (Simple Minds) waren me toch net te ironische wachtmelodietjes. Humeur onder het vriespunt (en mijn voeten ook).

Dan wou ik dat ik een reusachtige weerwolf was die brullend het dak van de NMBS-hoofdzetel trok en alle ondeskundige slapjanussen uit dat bestuur verscheurde, met een rauwe agressie die het gevolg is van al die jaren en jaren wachten op treinen die steevast te laat en overvol zijn.

Maar het is dan ook nog lang geen 2020 natuurlijk.





Me-time! NU!

28 09 2012

Het kan plots omslaan: gisteren beleefden we op school een topdag. We organiseerden met bijna driehonderd leerlingen een kookdag, waar ook het met zijn allen verorberen van al die heerlijke hapjes bij hoorde. Het was een bijna nazomerse dag, alles verliep smooth, ik ontdekte de geneugten van het wokken, en danste zelfs op de tafel ter vermaak van de ukken.  Na school kwamen we met ons team en Freinetgoeroe Marcel tot prachtige, inspirerende inzichten. Ik deed er nog een half Engels/half Nederlands oudercontact bovenop met een heel dankbare ouder, trof in mijn brievenbus het leuke geschenk aan dat ik voor mijn jarige grootmoeder bestelde, stak met veel genoegen de rest van mijn filmfestivalprogramma in elkaar en sloot de avond af met een ontroerende film.

Vandaag viel de stress als een betonblok op mijn kop, hoewel ik dat eigenlijk doorgaans nooit erken. In de klas verliep alles vrij behoorlijk. Tot we naar het zwembad vertrokken. Met vierentwintig prepubers daar te voet heen gaan, vraagt opjaag-talent en een luide stem. Die ene leerling die dan schijnbaar opzettelijk wat trager gaat wandelen, begint aan je weerstand te knagen. Maar we waren ruim op tijd.

Aan de kassa lijkt men in dit nieuwe zwembad nog altijd niet perfect te weten hoe en wat. Lag de inschrijvingslijst voor scholen vorige keer aan de ene balie, ligt hij nu aan de andere. Men wil alle leerlingen een apart polsbandje geven, wat ik onzinnig, ondoordacht en vooral onpraktisch vind. Ik weiger, met de argumentatie dat mijn leerlingen echt niet allemaal goed voor zo’n bandje kunnen zorgen en ze echt geen kostbaarheden bij zich hebben die kunnen gestolen worden.  Bovendien zwem ik zelf mee en kan ik die bandjes dus ook niet zelf bijhouden (overigens ook geen optie want ze zijn niet van elkaar te onderscheiden).

In het zwembad verlies ik vervolgens een contactlens, stoot mijn voet tegen het veel te hoge verzonken gedeelte in het midden van het zwembad en erger me aan het feit dat het zwembad onze school twee ver uit elkaar liggende banen toewijst waardoor collega Geert heel wat heen- en weergewandel te doen staat. Ik tel tot tien, adem rustig uit en besluit dit allemaal maar te negeren, ergens wel beseffend dat we hier nog vele jaren schoolzwemmen moeten doormaken.

Het kleedhokje is toch wel erg nauw, het bankje véél te smal en dan betaal ik de rekening voor mijn eigenwijsheid: één van mijn leerlingen kan niet aan haar kleren want iemand deed haar hokje op slot. Wat in principe niet kan want elk bandje past slechts op één hokje, maar soit. Ik ga op zoek naar een personeelslid, maar vind er geen. Ik betreed zelfs de kleedkamers van het personeel, want alle deuren staan gewoon open, maar nergens iemand te zien. Ik rep me naar de balie, moet daar geduldig het gesprek afwachten tussen de baliemedewerker en een veel te onwetende klant, om vervolgens te horen dat ik iemand van het personeel moet aanspreken.

Terug naar de kleedkamers, binnensmonds vloekend. Ik bekommer me niet meer om de natte zone en betreed mét schoenen de gang achter de kleedkamers – wat ik mijn leerlingen net elke week weer met nadruk verbied  – en wordt daar vervolgens op de vingers getikt door een personeelslid van het zwembad. Deze juffrouw handelt correct en beleefd, en bleef dat ook doen tijdens de verderzetting van ons gesprek, maar ik bereik op dat moment mijn kookpunt. Ik grom haar toe dat ik al een kwartier op hulp wacht, dat er niemand te vinden is, dat niemand ons wil helpen, dat het polsbandjessysteem onhandig is voor kinderen, dat ze maar niet willen begrijpen dat ze het ons leerkrachten alleen maar moeilijker maken met al hun geregel en dat ik maar al te goed weet dat ik daar niet met mijn schoenen mag lopen. Ik bedank haar voor haar hulp, maar dat zal niet gebaat hebben: ik heb deze juffrouw grof behandeld. Het monster in mij was nochtans al maanden rustig.

Mijn leerlingen worden het slachtoffer. Ik jaag ze nog meer op dan voorheen, alweer vloekend dat een half uur zwemmen per twee weken ons wel honderd en tien minuten kost en dat ze dan nog eens veel te weinig moeite doen om door te stappen. Ze wreken zich in de namiddag door geen minuut te zwijgen. Ik ben intussen toch behoorlijk gekalmeerd  – mijn collega’s hebben mijn gesakker geduldig aanhoord – maar voel me eigenlijk uitgeput. Fysiek en mentaal. Het zijn hele fijne kinderen, maar ze zijn met veel. En ik krijg ze niet stil.

Half vier. Mijn gezicht voelt dof en grauw aan. Ik heb een namiddag lang slechts half zicht gehad. Ik wil alleen nog gaan liggen. Niet dat ik ergens genoeg van heb, maar wel voor heel even. Ik wil  – en dat mag je eind september eigenlijk niet luidop zeggen – … vakantie.

En dus moet ik nu maar eens mezelf op de eerste plaats stellen. Ik ben nu wel heel zeker dat ik morgen niét naar mijn opleidingsweekend ga. Ik voel me schuldig, alsof ik ga spijbelen. Ik vind het jammer voor de  mensen die zo veel werk steken in de voorbereiding van de opleiding, de collega’s die ik misschien de indruk zal geven dat ik niet meer geïnteresseerd ben, de ervaren gasten wiens visie en advies ik nu zal missen.

Ik drijf het nog verder. Ik ga de allerlaatste DOKdag van dit  jaar laten schieten. De rommelmarktcoördinatie die me de voorbije acht zondagen nauw aan het hart is komen liggen, zal voor iemand anders zijn. Het slotfeestje met de vele formidabele vrijwilligers, het zegt me even niets. Dat had ik enkele weken geleden nooit kunnen denken.

Ik heb een bijzondere en deugddoende job, maar ze lijkt me soms ook leeg te zuigen. Nu is het dus me-time. Ik wil frietjes en een zetel en een dvd. Dit stukje schrijven om tot rust te komen. Uitslapen en lezen en nog meer dvd’s. En zondag heel de dag met mijn immers van het leven genietende familie de tachtigste verjaardag van onze mater familias vieren in een kasteel met lekker eten en geklets.

Maandag ben ik weer opgeladen, ik ben er zeker van. Maar nu wil ik een pauze van twee dagen.





Bart inbegrepen

17 09 2012

In volle verkiezingstijd een lift krijgen van een enthousiaste politicus – zijn echtgenote zat weliswaar aan het stuur – betekent in de eerste plaats dat je je een plaatsje dient te zoeken tussen het verkiezingsdrukwerk. Hoe katholiek het kleurtje van de folders ook, ik ben er beleefd in geslaagd ze niet te vertrappelen. Tussen de tronies van weinig karaktervolle  kandidaten komt Bart immers glunderend oprecht over.

De rest van de wagen mocht ik van Thalia geenszins in beeld nemen, gezien de voorbeeldige Haaltenaar van Bart hoopt dat die ook zijn wagen iedere zaterdagochtend met hogedrukreiniger en stofzuiger te lijf gaat.  Bedankt echter voor de omweg, Thaaltje.

Het is uiteraard mijn kleur niet – niets lelijker dan tsjevenoranje – en ik kan ook niet op hem stemmen, maar ik hoop dat als deze stapel kaartjes alsnog verspreid raakt, de boodschap overkomt en Bart op 14 oktober als verkozene uit de bus komt. Succes, Bart!





Ik ben een dokwerker (2)

10 08 2012

Mijn zomer is DOK, daar komt het tegenwoordig zowat op neer. Dat wil zeggen: mijn vrijwilligerswerk op de verpozingsplek DOK in Gent laat me niet los. En dat bevalt me enorm. Morgen neem ik een korte vakantie en ik vrees nu al voor het gemis. Klinkt dat ongezond? DOK is een verslaving. Dat wist ik u vorig jaar ook al te vertellen.

Ondanks het wisselvallige weer heeft DOK best al wat topdagen gehad. Er zijn dan honderden bezoekers en die hebben allemaal hun wensen en kuren. Soms doen die ons glimlachen, soms met de ogen rollen (‘Een drankkaart van 5 euro a.u.b.’ – ‘Alstublieft’ – ‘Hoeveel is dat?’). Dat betekent ook dat we het druk hebben, maar we verkiezen die inspanning boven werkloos naar een nat strand en leeg terras te staren. Op zo’n druk dag zweten we en zuchten we, vinden amper tijd voor pauze, worden dorstig en hongerig, vergeten onze zonnecrème, stellen een wc-bezoek uit en voeren een gevarieerde reeks taken uit waarvan het van het strand oprapen van lege potjes babyvoeding tot nu toe gelukkig de minst aantrekkelijke zijn, … maar eigenlijk vinden we dat allemaal fantastisch.

We, zeg ik bewust, want aanvankelijk onthou je je tegenover de tijdelijke collega’s van uitspraken over hoe leuk het is om op DOK te werken. Je durft niet te bekennen dat je eigenlijk wel iedere dag zou willen komen. Dat je na je shift expres blijft plakken. Dat je te vroeg komt of spontaan een handje toesteekt als je eigenlijk niet van dienst bent. Maar dan zie je dit zich steeds nadrukkelijker manifesteren bij je collega’s en waag je je toch aan een opmerking. Of een minder terughoudende collega bekent luchtig hoe fijn het hier is en we zijn hem of haar dankbaar om dat uit te spreken. Nu draaien we niet meer om de pot: we zijn allemaal verzot op DOK.

Onze ‘bazen’ – het formidabele team CarlaLiesbethSofieRudiMichielBartPeter, kortom de Jos – spelen daar een grote rol in. We zien ook wel dat zij nog veel harder werken, iedere taak zonder verpinken opnemen, uren en uren overwerk doen, nergens voor terugdeinzen en elk probleem kalm en standvastig oplossen. Net als vorig jaar neem je die voorbeelden onbewust op. Dat stimuleert.

Maar dat speelt niet de grootste rol. Hoewel de groep medewerkers best groot is en we elkaar niet allemaal kennen, ontstaat er na een tijd toch een soort groepsdynamiek, een vrijwilligersvibe waarin ieder zijn rol heeft. Sommigen hebben hun eigenaardigheden – té vaak de schoonmaakvod bovenhalen, het opvullen van de frigo’s uitstellen, iets te veel aandacht eisen, graag vertellen hoeveel shifts hij of zij er al op zitten heeft, ik zeg maar wat – maar dat verhindert niet dat we het daar eigenlijk best gezellig hebben. En onze bezoekers met ons natuurlijk, hopen we. Het klinkt als een torenhoog cliché, maar samenwerken levert echt grote voldoening op.

Dus, in nog grotere mate dan vorig jaar, moet ik bekennen dat ik een werkvakantie op deze manier verkies boven een luilekkervakantie. In afwachting tot die andere fantastische job weer begint, blijf ik dus met plezier DOKken met Els, Evelien, Davy, Nele, Karliener, Marc, Ann, Patricia, Jeroen, Frank, Tjeu, Vincent, Katrien, Karel, Caroline, Kathleen, Pierke et les autres. In de vurige hoop dat DOK er volgend jaar nog altijd is.

Lees ook: Ik ben een dokwerker (1)

Website DOK





Meneer De Schutter voor u

2 08 2012

In het ING-kantoor waar ik zo nu en dan eens moet zijn, heeft men de loketten verwijderd. Nu doe je je praatje aan een balie, waar steevast een oudere, vaak zwaarlijvige man belangrijk zit te lijken naast een poppemieke dat net iets te vaak moet gecorrigeerd worden bij het geven van uitleg. Samen vormen ze het soort duo waarbij je ongewenste intimiteiten voorstelt die door het slachtoffer gedoogd worden omdat het haar carrière goed uitkomt.

Met dit interieurconcept gaan ook nieuwe klantbenaderingen gepaard. Men heeft blijkbaar ergens beslist dat klanten nu met de voornaam worden aangesproken. Vanaf het moment dat de man aan de balie mijn bankkaart in handen heeft, scannen zijn ogen razendsnel mijn kaart, waarop hij mij meteen aanspreekt alsof hij me kent.

Ik zou daar in theorie eigenlijk geen punt van maken, maar toen het me vandaag overkwam, stelde ik meteen vast dat dit niet klopte. Er ging een klein signaal af in mijn hersens bij het horen van mijn voornaam uit de mond van een onbekende. Bovendien ben ik een klant. Ik vind het dan beleefder formeel aangesproken te worden. Afstandelijkheid en discretie zijn geschikte eigenschappen voor een bankbediende, die je je bij een normale gang van zaken na tien minuten al niet meer herinnert.

Daar komt bij dat ik de man zelf ook niet ken, of althans zijn voornaam niet weet. Hij draagt geen naamplaatje dus ik kan hem niet op dezelfde manier aanspreken. Mocht ik die naam toch weten, ik zou een zekere schroom voelen om zomaar ‘Dirk’ of ‘Jean’ te gebruiken. Het was overigens een duidelijke Dirk, vond ik.

Eén of ander marketingbureau dat de klantenservice van ING gehercreëerd heeft, heeft wellicht bedacht dat dat stijl van nu is. Er is geen barrière meer tussen klant en bediende, letterlijk noch figuurlijk. Voornamen zijn in. Frank en Sabine zijn al jaren niet meer dan dat op één. Men is approachable, zo klinkt het wellicht in marketingmiddens. Of niet, weet ik veel.

Ik slik het  niet. Zou ik het durven, volgende keer gewoon te opperen dat ik ‘meneer’ verkies boven ‘Sven’? Of is dat aanmatigend? Maar is ING dat nu dan eigenlijk ook niet?

Bij ING voelt elke klant zich persoonlijk aangesproken.





Wees gerust jaloers

22 07 2012

Vakantie is ook:

  • rond 6u wakker worden
  • opstaan
  • een filmpje bekijken
  • rond 8u toch nog moe zijn
  • weer gaan slapen

(en nadien nog een filmpje kijken)





Ondertussen op DOK

15 07 2012

De Gentse Feesten zijn nat maar energiek uit de startblokken geschoten, en het is elke Gentenaar en niet-Gentenaar van harte gegund daar tien dagen lang volop van te genieten. Intussen blijft echter aan de rand van het feestgedruis de verpozingsplek DOK rustig zijn gang gaan en het moet gezegd, dat verdient ook zijn aandacht.

Het DOKstrand heeft er de voorbije weken natuurlijk vooral nat bijgelegen. De grote massa laat dus wat op zich wachten, al zijn enkele uren zonneschijn soms al voldoende om een pak mensen naar deze oase van rust en gezelligheid te lokken. Zelfs bij wat minder tropische temperaturen kan het aangenaam zitten zijn op het DOKterras. Bovendien is er zelden niets te doen. Zo kan je er tijdens de feesten van een massage genieten en op zondag komt zelfs de kapper langs. En dat zijn dan niet eens de voornaamste initiatieven. De workshops, de dj’s, de optredens, de films, de markten: er bestaan handige overzichtjes op websites en zo, u bekijkt het maar.

Heel wat inwoners van Gent ontdekken DOK nu pas. Het is nochtans een laagdrempelig gebeuren, dat u weinig geld hoeft te kosten en u een sfeervolle namiddag of avond garandeert. Om plek voor jong en oud ook, om maar eens een cliché van stal te halen. Een plek voor ontmoeting, feest, rust, ontspanning. Een vakantiebestemming voor wie thuis blijft. Die dankzij de nieuwe fietsbrug zelfs nog makkelijker bereikbaar is dan voorheen.

De initiatiefnemers willen dat met dit schitterende filmpje nog eens benadrukken. Voor wie tijdens de feesten wil op krachten komen of na de feesten wil bekomen, staat een strandstoel klaar.





Vakantie-reflecties

7 07 2012

1 juli
Innerlijke bespiegelingen over de zachtheid van gras, in het bijzonder over het verschil tussen stadsgras en dorpsgras, bepalen de zorgeloosheid waarmee ik na een voldoening gevende barbecue verpoos op een gazon. Mét Vlaamse schlagers uit de jaren ’90. De pralines van Carrefour zijn verder van bedenkelijke kwaliteit (niét lekker!) en de vraag rijst of het spelen van een voldane blaaskaak enige moeite kost van Denzel Washington?

2 juli
Verwaarloosde klasplanten worden onder handen  genomen: van potsierlijk naar sierlijke pot. Later blijken de broers van BV’s niet altijd op de ander te lijken. Er is ook de kwestie van de stoffige stofzuiger: Hoe stofzuig je de door stof verstopte binnenkant van dit apparaat?  Moet ik me zorgen maken om de toekomst van Suri Cruise? Op tv naar een film blijven kijken die je ook op dvd hebt; overkomt u dat ook wel eens?

3 juli
Moet een dronken koppel per se een geschil uitvechten onder mijn slaapkamerraam om 5u ’s ochtends? Ik ken mijn kapper’s afkomst niet, maar hij vraagt steeds of ook de ‘venkbrauwen’ moeten bijgeknipt worden. Spaanse gevangenisfilms kan je blijkbaar niet beter of slechter noemen dan Amerikaanse. ’s Avonds zitten achttien Freinetwerkers aan één tafel: werd er ook niét over onderwijs gesproken?

4 juli
Onovertrefbaar: de geur van een warme onweersdag. Jammer voor DOK wel maar leve de dvd-speler. Ook als sneeuwwitje doet Kristen Stewart me alweer aan Jodie Foster denken. Een vintagewinkel hier in de buurt verkoopt oude schoolstoelen aan 25 euro per stuk. Het zijn precies dezelfde als die waar mijn leerlingen elke dag opzitten. Kan ik aldus mijn klaskas spijzen?

5 juli
De to do lijst krimpt in dezelfde mate als hij aangroeit. In de Colruyt de pijlen volgen: echt iets voor mij. Met een vier- en een zevenjarige naar de cinema: het voelt aanvankelijk als koorddansen met een duur, 28-delig porseleinen servies in je handen. Maar filmfans in wording moeten aangemoedigd worden!Als ik internetjargon machtig was kon ik de kenners onder u duidelijker vragen waarom een aantal websites waarop je bv muziek koopt, fotoboeken maakt of tickets  bestelt, bij mij niet geopend raken?

6 juli
In het nieuwe zwembad Rozenbroeken zijn de bankjes in de kleedcabines zo klein dat mijn tenen onder het hokje uitkomen als ik er op ga zitten. Wie heeft dit ontworpen? Ik ben het regenweer ook dankbaar: negen films op zeven dagen. Eci – waar ik dringend vanaf wil – stuurt me Aspe in plaats van Game of Thrones. Dat moet een grap zijn. Een ongelooflijk dikke vrouw bestelt in het frituur om 27 euro voedsel. Het lukt me dus niet altijd om niet meer te oordelen over mensen. Een mail van een collega die niet meer terugkomt – het woord ‘uitdaging’ valt opnieuw.

7 juli
Heeft Heembeek het meest pittoreske tramstation van Brussel? Mijn gruwel voor schaaldieren wordt overtroffen door de smakelijke ziltheid van mesheften. Een brunch de naam waardig. Op een filmquiz aardig scoren op de ronde ‘cleaning’ levert me van pas komende huishoudelijke attributen op. Is het pralinne of pranille? Permenant of permanent? Ik verneem meer over de hypothese dat Shakespeare ongeletterd was en zelf geen enkel van zijn stukken heeft geschreven. Bizar.

Films van de week: London River en Beyond.





Gerecycleerde belevenissen

10 06 2012

Ik vind mijn leven momenteel aangenaam, gevarieerd en niet al te stresserend. Qua sterke verhalen om de lezers van deze blog nu  en dan eens te onderhouden, valt het echter dik tegen. Ik was niet de 1000e klant in de supermarkt, ik viel niet uit een luchtballon, ik redde mijn bejaarde buurvrouw niet uit een brand en zat in de bioscoop niet naast Lionel Messi, Johan Vande Lanotte of Debby Pfaff.

Dus gaan we het wat verder zoeken. Drie waargebeurde anekdotes die het bloggen waard zijn, maar niet door mezelf zijn beleefd. Heb ze wél uit eerste bron.

*Ik reed naar huis na het boodschappen doen toen ik een bejaarde dame aan de kant van de weg zag staan met pech. Ik stopte om hulp te bieden. ‘Excuseer, bent u soms Tante Terry?’ vroeg ik de dame. Dat was ze inderdaad, en ze was in Gent om er in een bejaardentehuis op te treden. Haar wagen had kuren, ze kende de weg niet, voelde zich opgejaagd in het verkeer en begon zichzelf stilaan te oud te vinden voor dit soort ondernemingen. Ik bood aan haar met de wagen te begeleiden tot ze ter plekke was. Onderweg belde ik snel naar mijn moeder om haar deel te laten  uitmaken van mijn interessante ontmoeting. ‘Zie dat je contact houdt’, waarschuwde mijn moeder me, vanuit de veronderstelling dat je nooit een BV te veel kunt kennen.

De auto van Tante Terry gaf tenslotte de geest en dus bood ik aan haar naar haar plek van bestemming te brengen. Mijn auto was een slagveld en de boodschappen lagen verspreid over de hele wagen, maar mijn excuses waren overbodig. Tante Terry was erg dankbaar. In een telefoongesprek met een familielid prees ze me. ‘Een gaawen madameken’ klonk het op zijn Antwerps.

Toen we ter plekke waren, werd ik duizend keer bedankt door Tante Terry. De volgende dag belde ze me, om me nogmaals te  bedanken en haar opluchting te uiten dat er nog behulpzame mensen waren. Ze vroeg mijn adres en enkele dagen later arriveerde een pakket met boeken en dvd’s voor kinderen, en een persoonlijke dankbrief van Tante Terry, die zich daarbij nog excuseerde dat de brief met de hand geschreven was. Ik vond het alleszins een aangename onverwachte ontmoeting en zal me Tante Terry herinneren als een zeer aardige dame.

*Ik ben huisarts en werd opgeroepen om een geboorteattest af te leveren van een kindje dat thuis geboren is. Het betrof een Turks gezin in Lochristi met een gezond kindje. Ik stelde gewicht en lengte vast en stelde het officiële geboorteattest op. Na iedereen veel geluk gewenst te hebben, zette ik mijn huisbezoeken verder.

Enkele uren later was ik in Gent nodig om opnieuw een registratie af te leveren na een thuisbevalling. Tot mijn stomme verbazing – en de schrik van de betrokken familie – betrof het hier hetzelfde koppel en hetzelfde kindje als eerder die dag in Lochristi. Ze hadden zich verplaatst naar het huis van een familielid om te doen alsof het kind daar geboren was. Blijkbaar was het een beproefde manier om een kind aan te geven dat niet bestond en er dus onrechtmatige inkomsten mee te vergaren, al was het natuurlijk geen deel van het plan dat ze twee keer dezelfde dokter over de vloer kregen. 

*Ik was onlangs in Madrid om er mee de belichting van de voorstelling Die siel van die mier van en met Josse De Pauw in goede banen te leiden. Die dag vernamen we dat de wereldberoemde Spaanse cineast Pedro Almodóvar in het publiek zou zitten. Men wist ons te vertellen dat hij nooit tot het einde bleef en pas op het laatste moment zou arriveren. Hij kwam inderdaad net op tijd aan en nam plaats op het balkon. Toen de monoloog afgelopen was, bleek Almodóvar als enige nog in de zaal te zitten. Hij sprak me aan. ‘Do you know who I am?’ vroeg hij vriendelijk. Dat kon ik bevestigen, en ik voelde me haast vereerd dat hij me aansprak. Hij verzocht de acteur te ontmoeten, wat we om begrijpelijke redenen steevast weigeren. Maar zou Josse De Pauw het me kwalijk nemen dat ik ook Almodóvar teleurstelde? Ik klopte dus aan bij Josse. Hoe enthousiast hij was om een tevreden publiekslid te ontmoeten, laat ik in het midden, maar toen hij Almodóvar in het oog kreeg, maakte ontzag zich van hem meester. Ik bleef aanwezig bij deze korte ontmoeting waarbij de Spaanse regisseur de loftrompet stak over wat hij net gezien had. Het was een best indrukwekkende ontmoeting, met een op het eerste zicht beminnelijke man, die ons de daaropvolgende uren volledig in de ban hield.

Bedankt, K., R. en Dr. X om me schaamteloos te laten uitpakken met jullie belevenissen. Zie het vooral als een bewijs van mijn luisterkwaliteiten en wijt eventuele overdrijvingen, foute wendingen of gedachten geheel en al aan mijn eigen interpretatie van jullie ervaringen. Het Verantwoord Tijdverlies bedankt jullie alleszins voor jullie bijdrage.





Moet er nog brol zijn?

8 06 2012

Enkele maanden voor het einde van elk schooljaar krijg je als leerkracht een budget ter beschikking voor het bestellen van nieuw materiaal voor het volgende schooljaar. Bij de stad Gent wordt met een aantal raamcontracten gewerkt, waardoor je verplicht bent bepaalde zaken aan te kopen bij de firma die de stad kiest.

Gent koos voor Lyreco, een bedrijf met bijna 100 jaar ervaring en een catalogus om duimen en vingers bij af te likken. Als een kind dat zijn Sinterklaasgeschenken mag uitzoeken, blader ik door het glanzende overzicht, dromend van een perfect uitgerust klas. Ik wik en weeg, kies en keur, om uiteindelijk mijn gamma te selecteren.

Nog voor we de laatste schoolmaand aanvangen, worden de meeste van deze spullen al geleverd. Eens de doos geopend, vallen mijn perspectieven in duigen. Men heeft me voor de zoveelste keer opgezadeld met brol.

Dit is bijvoorbeeld de lijm die ons bezorgd wordt. Ieder jaar een ander merk, vreemd genoeg. Dit keer betreft het zelfs een merkloos product. Lijkt wat onbetrouwbaar en dat is het ook. Wat je onder de dop aantreft, is geen lijm, maar een kruising van stopverf, verharde yoghurt en gestolde smeerkaas. Amper zacht en vooral: niet lijmend. Je scheurt er al snel je blad mee en je broek aan, want daar zit je dan met 20 lijmsticks die je niet kunt gebruiken en die een deel van je budget hebben gekost.

Weliswaar een klein deel. De lijm is spotgoedkoop en dat is er dus aan te merken. Nu kan ik aannemen dat er een goede deal is gesloten tussen de stad Gent en de firma Lyreco, maar kwaliteitsvereisten werden daarbij blijkbaar niet gesteld.

Een ander voorbeeld: push-pins. Om op je prikbord te prikken. Wat zou daar kunnen mee misgaan? Een plastic dopje en een metalen naald. Je zou haast gaan denken dat alle push-pins ter wereld gewoon dezelfde zijn. Je pakt ze uit het doosje en merk aanvankelijk niets op. Maar mijn grote vingers voelen al snel enig verschil: ze zijn net iets korter. Het zij zo, plastic gespaard, geld gespaard, milieu gespaard. Maar dan kom je tot de kern van de zaak: het is alweer brol. De naaldjes zijn eigenlijk nét te kort, buigen snel om of vallen er uit waardoor zelfs een blaadje papier op een prikbord vasthechten, een onzekere onderneming wordt.

Dan is er de niettang die voortdurend hapert en na een jaar kapot is. De gommen die eigenlijk niet echt gommen, maar je potloodstrepen omzetten in vlekken. De papierklemmen die te klein zijn en niet buigen maar breken. Ik ben zeker dat nadere bevraging van collega’s nog meer voorbeelden oplevert, maar daar heb ik nu  niet meteen tijd voor. Ieder minderwaardige product is een te veel zijn voor een onderneming met het prestige van Lyreco.

Nu zijn er ergere dingen dan brol in je klas. Maar eerlijk gezegd zou ik liever niets van dit alles in de klas hebben dan nu te moeten aanzien hoe de zaken bijna rechtstreeks uit de verpakking de vuilnisbak ingaan. Wat een verspilling.

De crisis heeft in het onderwijs in Gent zeker getroffen. Dat zit hem vaak in drastische veranderingen of sluimerende ongemakken. Maar met de aanschaf van zulke waardeloze artikelen, wordt zelfs de dagelijkse werking van je klas heel subtiel ondermijnd. Gebrekkig of kapot materiaal zorgt voor ongemakken, wrevels en gesakker. En het gevolg is dat je als leerkracht, nog maar eens een keer, je eigen portemonnee of die van de ouders aanspreekt om dan maar zelf degelijk materiaal aan te schaffen.

Lyreco levert wat gevraagd wordt natuurlijk, al vraag ik me af wat de betreffende brol in hun catalogus doet. Maar de stad Gent, en in dit geval de verantwoordelijken voor contracten en leveranciers, wie dat ook mogen zijn, doet zichzelf uiteindelijk tekort door zo nadrukkelijk op de centen te letten. Duurzaam en degelijk materiaal gaat immers langer mee, waardoor we op termijn minder zullen nodig hebben.

En op die momenten denk je aan de bedrijfswereld en andere welstellende werkmilieus, waar gebouwen, meubilair en materialen nieuw, kwalitatief en onuitputbaar zijn. Ik heb een mooie job, maar soms vraagt het net te veel inspanning om dat te kunnen vaststellen.





De oudjes zijn weer helemaal mee

21 05 2012

Zondagmiddag, grootoudertijd.

‘Ah, metj, oewist?
Kerngezonde, maar bittergestemde Madeleine (bijna 89): ‘Slecht! Ik heb euthanasie gevraagd aan den doktoor.’
‘Oei. Wat heeft hij gezegd? ‘
‘Dat ik daarvoor eerst ziek moet zijn.’

Dan maar naar vrolijker oorden. Ten huize Willy & Mary-Louise pronkt een prachtig stuk speelgoed op tafel.

Ik: ‘Wadismedat hier?’
Willy (net 82): ‘Ik heb mij ne computer gekocht’.
Ik: … (stikkend in mijn jaloezie)

Kan er geen wet in het leven geroepen worden die senioren verhindert hun kleinkinderen voor te steken op technologisch vlak? In een door technologie en communicatie gefascineerde familie is het nu net mijn grootvader die als eerste een tablet heeft??

Altijd iets te beleven dus, bij mijn grootouders. Mocht u zin hebben mijn bezoektaak eens over te nemen: amusement verzekerd.





Waar de rode lampjes branden

4 05 2012

Een aarzelende fietser vlakbij mijn woning. Wonende op een druk punt in Gent centrum, herken ik het type: de zoekende of al dan niet verdwaalde toerist. Ik stap zelf net van mijn fiets, maar op zijn Vlaams bemoei ik me met mijn eigen zaken. Het is een vijftiger met vraagtekens in zijn ogen. Er loopt best wat volk op straat, maar ik merk dat hij overweegt mij aan te spreken. Ik zet mijn ‘open’ gezicht op, waarmee ik bereidwilligheid etaleer om aangesproken te worden. Ik leg het toch zo graag uit. Ik ben zelf ook al toerist geweest. Ik wijs u dus met graagte de weg. De man twijfelt nog, maar dan klinkt toch, op zijn Amerikaans:

‘Excuse me, can you tell me where the red light district is?’
‘It’s just around the corner!’ repliceer ik alsof ik iedere dag hoertjes aanwijs.
‘Thank you’
‘Have fun!’

Als je vlakbij ’t glazen straatje woont, vraagt men nu eenmaal niet snel naar Het Belfort.








%d bloggers liken dit: