Parkeren moet je niet leren

15 07 2013

Het is wachten op mijn eerste GAS-boete vooraleer ik eens een gepekelde mening zal hebben over de politie in ons land. Ik heb in mijn bestaan slechts een minimum aan contact gehad met onze gezagvoerders, waardoor ik dus een vrij positieve kijk heb op de verhouding tussen politie en burger in ons land.

Ik woon echter al jaren aan een druk kruispunt, waar ik zo nu en dan getuige ben van een tussenkomst van de politie. En daarbij valt me steevast één iets op, dat ik eigenlijk bijzonder storend vind: een agent doet niet aan parkeren.

Wanneer zich op straat iets voordoet dat de tussenkomst van de politie vereist, willen politie (en andere hulpdiensten) natuurlijk geen tijd verliezen. Ze rijden tot bij de feiten en stappen uit, waar hun voertuig dan ook belandt. Aannemelijk. Alleen heb ik hier nog nooit een overval of moordpoging gezien dat die tijdswinst verantwoordde. In de meeste gevallen gaat het op mijn plein over verkeersproblemen, een ongeluk of een occasionele boelzoeker.

DSCN3487DSC_1380Na een tijdje zijn dan een wagen of drie en een agent of tien verzameld om zo een gebeurtenis, waarbij die dienstvoertuigen dus steevast het overige verkeer hinderen – waaronder altijd minstens een lijnbus of drie. De meeste  van deze agenten zijn niet eens nodig op deze plaats en weigeren blijkbaar ook de moeite te doen hun auto te verplaatsen. Ze zien de files aangroeien, de overstekende voetgangers risico’s nemen en de bus- en vrachtwagenchauffeurs zware inspanningen doen om toch maar langs te kunnen, maar een koppige houding die volgens mij alleen maar op een diepgewortelde arrogantie kan wijzen, doet elke agent ter plekke zijn hulpvaardigheid en logisch redeneren verliezen. Ik vind dat dat indruist tegen het principe dat de politie er is om ons te helpen.

Misschien eens aan een overlastsanctiesysteem denken of zo…

Advertenties




Niet willen

12 01 2013

Wil Herman Schueremans zich schamen en publiekelijk toegeven dat zijn politieke avontuurtje een winstgevend zaakje was waar bijzonder weinig inzet voor nodig was? Wil Koningin Fabiola eens stilstaan bij haar eigen maatschappelijke nutteloosheid en zorgen dat er iets zinvol met die erfenis gebeurt? Wil Annemie Struyf in godsnaam stoppen met zagen over de reclame op Vier en wil de media ophouden haar daar vragen over te stellen? Willen diezelfde media ook een einde maken het continu melding maken van de tweede Oscarnominatie voor Matthias Schoenaerts, aangezien die nominaties voor films zijn en niet voor hemzelf en hij dus tot op dit moment nul keer genomineerd is? Dat is evenveel als Jacky Lafon.

Alstublieft?

Dank u





Aangekondigd met een vertraging van 5 miljoen minuten (2)

2 12 2012

En daar sta je maar wéér een keer op dat perron, en de trein heeft voor de honderdduizendste keer vertraging –  15 25 33 minuten  – en je vloekt maar tracht wat troost te halen uit de muziek.  Maar Eternity (Daan), Heavy Cross (Gossip) en Don’t You Forget About Me (Simple Minds) waren me toch net te ironische wachtmelodietjes. Humeur onder het vriespunt (en mijn voeten ook).

Dan wou ik dat ik een reusachtige weerwolf was die brullend het dak van de NMBS-hoofdzetel trok en alle ondeskundige slapjanussen uit dat bestuur verscheurde, met een rauwe agressie die het gevolg is van al die jaren en jaren wachten op treinen die steevast te laat en overvol zijn.

Maar het is dan ook nog lang geen 2020 natuurlijk.





Beu Ten Adem

4 11 2012

“Ze dropt het zout in de wonde van mijn dorst”

Mogelijk vindt u dit een fascinerende zin, een stukje wonderbaarlijk creatief taalgebruik, een snede pure poëzie. Dat mag. Ik vind er niets aan. Ik ben dan wel een woordliefhebber, maar ook een poëziebarbaar. Dit soort zinnen doet me niets. Ik vind het hermetisch, gezocht, betekenisloos gezwam. Maar men mag me gerust tegenspreken.

Het was ook niet precies wat de DOKvrienden voor ogen hadden, toen ze zich op zomaar een zondagnamiddag rond de DOK-stoof schaarden om er met taart en koffie de verjaardag van Els en Karlien te vieren. Na zo’n uurtje dienden we het gekeuvel te onderbreken. Ten Adem zou een optreden brengen. Muziek, performance, poëzie. Het verstoorde ons gezellig onderelkaartje, maar daar zouden we geen punt van maken. We bevonden ons in de DOKkantine en daar wordt zo nu en dan wel meer geserveerd dan enkel taart en koffie. Ongevraagd wat cultuur opsnuiven dus, we zouden dat wel een uurtje uitzitten.

De woordkunstenaar van de betreffende groep leek echter niet meteen bereid ons evenveel krediet te geven. Zijn lichaamstaal sprak al na een nummer of twee boekdelen: dat feestje, daar rechts naast het podium, stond de serene en vooral stille sfeer die hij betrachtte in de weg. Ik bekeek het toevallig even van een afstandje. Er werd in het gezelschap nu en dan wat gefluisterd en stiekem gegniffeld om de nogal hoogdravende prutpraat, maar dat leek me tot het te verwachten geroezemoes te beperken in dit soort situaties. Bij een optreden in een kantine kan je geen schouwburgsfeer verwachten. Je aanvaardt maar beter dat sommige toeschouwers slechts toevallig aanwezig zijn. Daar ga je dan maar professioneel mee om, tot je ooit eens in het soort zaal of theater terechtkomt waar je momenteel al denkt recht op te hebben.

Maar woordvoerder Bardthesque leek vastbesloten zijn plek in het universum én meer op te eisen. Hij liet tussen de nummers door wat schampere kritiek sluimeren op de cultuurbarbaren die dachten hun feestje te kunnen voortzetten. Op een bepaald moment werd de microfoon nadrukkelijk verplaatst en kreeg het feestgezelschap – dat zich nog altijd opmerkelijk rustig hield – enkel nog de rug te zien van de brabbelaar. Met een weinig subtiel handgebaar en een duidelijk minachtende boodschap was voor hem de kous af. Hij zou zijn grote woorden enkel nog richten tot de rest van het publiek, een man of tien waaronder wellicht een tante of twee, een zus en de technicus.

Ik was – ondanks mijn verstoorde zondagsrust – vastbesloten dit beleefd en verdraagzaam uit te zitten. Ik hou van taal, wie weet viel er toch hier en daar een rake gedachte op in dit met bravoure gebrachte gekakel over keuken en krachtvoer. Maar zelfs mijn meest bereidwillige hersencel slaagde er niet in bij de les te blijven. De door Bruno Vandenberghe en Topo Copy ontworpen wandkunst achter het podium bleek honderd keer interessanter. Ik had dus nog meer moeite met de sterallures van de artiest.

Neutraal bekeken kan je zeggen dat er een ongelukkige samenval van activiteiten plaatsvond. Ik zou daarbij bereid zijn voor beide partijen begrip te tonen, maar de arrogantie en onverdraagzaamheid waarmee dit door de Ten Ademfrontman aangepakt werd, was, zoals u merkt,  bloggenswaardig en bepalend.

Ten Adem noemt zichzelf obscuur. Ik ben geneigd hen vanaf vandaag nog wat anders te noemen, maar ik hou dat maar voor mezelf. Of ik verwerk het in stukje poëzie…





Daar wou ik niet van

25 10 2012

Op mijn computer trof ik onlangs een lezersbrief aan die ik naar Humo stuurde, in mei 2001, toen ik nog tomeloos bralde. De brief werd ook gepubliceerd. Ik stel vast dat ik na al die jaren best nog achter de boodschap sta. Al zou ik nu trachten aanzienlijk minder uitroeptekens te gebruiken.

Dat de laatste jaren geen mens op televisie nog moeite doet om nog correct , of nog maar simpelweg Nederlands te spreken, is iets waar ik me allang aan erger.  Jan met de pet moet ondertiteld worden, en presentatoren verwarren spontaniteit met dialect spreken.  En het moet vooral allemaal heel simpel.  Geen zinnen van meer dan 12-13 woorden in het VTM-nieuws en liedjesteksten à la K3, op het taalniveau van een 2-jarige.  Mijn ergernis kende een nieuw hoogtepunt tijdens het bekijken van ‘De Zevende Dag’, op zondag 13 mei.  Wanneer VU-ondervoorzitter Geert Lambert antwoordt op een vraag met ‘Daar heb ik geen affiniteit mee’, roept hij ergernis op bij Sigfried Bracke.  Die corrigeert hem als volgt:  ‘De gewone mens zegt ‘Daar wil ik niet van!’, en Meneer Lambert herhaalt gedwee.  Ja, sinds Meneer Bracke de ‘Wablieft’-prijs voor helder taalgebruik ontving, voert hij nog heviger strijd met de ‘moeilijke woorden’ van vele politici.  Nochtans, Meneer Bracke, vraag ik me af wat er mis was met het antwoord van Meneer Lambert.  Ik ben vrij zeker dat  vele ‘gewone mensen’, en zeker de Zevende Dag-fans hem  begrepen hebben!  En wie niet begrijpt wat ‘affiniteit’ betekent, moet maar wat meer moeite  doen! Televisie mag nog leerzaam zijn, hoor!  Ik acht mezelf absoluut geen intellectueel of zo, en maak zeker ook deel uit ‘van het gewone volk’, maar ik heb totaal geen moeite met dit soort woorden.  Integendeel!  Ik meen dat je alleen maar je eigen woordenschat kunt uitbreiden door af en toe eens een woord op te vangen dat niet tot ons dagelijks taaltje behoort.  Ik begrijp dan ook niet waarom u het allemaal zo graag simpel houdt!  Hoe beperkter het woordaanbod in de media, hoe simpeler het publiek wordt!  Ik ben nu 23 jaar en mijn taalpassie werd juist gestimuleerd door vaak geconfronteerd te worden met wat ‘moeilijkere woorden’.  Leest u bv. het HUMO-interview met Fred Brouwes en Geert Van Istendael bv. maar eens (HUMO nr3166)!  De welbespraaktheid van die twee heren is uitermate genietbaar!  Van uw kleutertaal krijg ik de kriebels!  Televisie is al oppervlakkig genoeg de laatste jaren!  Verlaag uzelf toch niet tot een niveau dat een goed journalist als u onwaardig is!  En mag ik trouwens opmerken dat ‘Daar wil ik niet van’ ook niet echt helder taalgebruik te noemen valt?

 Sven De Schutter

14-05-2001





Me-time! NU!

28 09 2012

Het kan plots omslaan: gisteren beleefden we op school een topdag. We organiseerden met bijna driehonderd leerlingen een kookdag, waar ook het met zijn allen verorberen van al die heerlijke hapjes bij hoorde. Het was een bijna nazomerse dag, alles verliep smooth, ik ontdekte de geneugten van het wokken, en danste zelfs op de tafel ter vermaak van de ukken.  Na school kwamen we met ons team en Freinetgoeroe Marcel tot prachtige, inspirerende inzichten. Ik deed er nog een half Engels/half Nederlands oudercontact bovenop met een heel dankbare ouder, trof in mijn brievenbus het leuke geschenk aan dat ik voor mijn jarige grootmoeder bestelde, stak met veel genoegen de rest van mijn filmfestivalprogramma in elkaar en sloot de avond af met een ontroerende film.

Vandaag viel de stress als een betonblok op mijn kop, hoewel ik dat eigenlijk doorgaans nooit erken. In de klas verliep alles vrij behoorlijk. Tot we naar het zwembad vertrokken. Met vierentwintig prepubers daar te voet heen gaan, vraagt opjaag-talent en een luide stem. Die ene leerling die dan schijnbaar opzettelijk wat trager gaat wandelen, begint aan je weerstand te knagen. Maar we waren ruim op tijd.

Aan de kassa lijkt men in dit nieuwe zwembad nog altijd niet perfect te weten hoe en wat. Lag de inschrijvingslijst voor scholen vorige keer aan de ene balie, ligt hij nu aan de andere. Men wil alle leerlingen een apart polsbandje geven, wat ik onzinnig, ondoordacht en vooral onpraktisch vind. Ik weiger, met de argumentatie dat mijn leerlingen echt niet allemaal goed voor zo’n bandje kunnen zorgen en ze echt geen kostbaarheden bij zich hebben die kunnen gestolen worden.  Bovendien zwem ik zelf mee en kan ik die bandjes dus ook niet zelf bijhouden (overigens ook geen optie want ze zijn niet van elkaar te onderscheiden).

In het zwembad verlies ik vervolgens een contactlens, stoot mijn voet tegen het veel te hoge verzonken gedeelte in het midden van het zwembad en erger me aan het feit dat het zwembad onze school twee ver uit elkaar liggende banen toewijst waardoor collega Geert heel wat heen- en weergewandel te doen staat. Ik tel tot tien, adem rustig uit en besluit dit allemaal maar te negeren, ergens wel beseffend dat we hier nog vele jaren schoolzwemmen moeten doormaken.

Het kleedhokje is toch wel erg nauw, het bankje véél te smal en dan betaal ik de rekening voor mijn eigenwijsheid: één van mijn leerlingen kan niet aan haar kleren want iemand deed haar hokje op slot. Wat in principe niet kan want elk bandje past slechts op één hokje, maar soit. Ik ga op zoek naar een personeelslid, maar vind er geen. Ik betreed zelfs de kleedkamers van het personeel, want alle deuren staan gewoon open, maar nergens iemand te zien. Ik rep me naar de balie, moet daar geduldig het gesprek afwachten tussen de baliemedewerker en een veel te onwetende klant, om vervolgens te horen dat ik iemand van het personeel moet aanspreken.

Terug naar de kleedkamers, binnensmonds vloekend. Ik bekommer me niet meer om de natte zone en betreed mét schoenen de gang achter de kleedkamers – wat ik mijn leerlingen net elke week weer met nadruk verbied  – en wordt daar vervolgens op de vingers getikt door een personeelslid van het zwembad. Deze juffrouw handelt correct en beleefd, en bleef dat ook doen tijdens de verderzetting van ons gesprek, maar ik bereik op dat moment mijn kookpunt. Ik grom haar toe dat ik al een kwartier op hulp wacht, dat er niemand te vinden is, dat niemand ons wil helpen, dat het polsbandjessysteem onhandig is voor kinderen, dat ze maar niet willen begrijpen dat ze het ons leerkrachten alleen maar moeilijker maken met al hun geregel en dat ik maar al te goed weet dat ik daar niet met mijn schoenen mag lopen. Ik bedank haar voor haar hulp, maar dat zal niet gebaat hebben: ik heb deze juffrouw grof behandeld. Het monster in mij was nochtans al maanden rustig.

Mijn leerlingen worden het slachtoffer. Ik jaag ze nog meer op dan voorheen, alweer vloekend dat een half uur zwemmen per twee weken ons wel honderd en tien minuten kost en dat ze dan nog eens veel te weinig moeite doen om door te stappen. Ze wreken zich in de namiddag door geen minuut te zwijgen. Ik ben intussen toch behoorlijk gekalmeerd  – mijn collega’s hebben mijn gesakker geduldig aanhoord – maar voel me eigenlijk uitgeput. Fysiek en mentaal. Het zijn hele fijne kinderen, maar ze zijn met veel. En ik krijg ze niet stil.

Half vier. Mijn gezicht voelt dof en grauw aan. Ik heb een namiddag lang slechts half zicht gehad. Ik wil alleen nog gaan liggen. Niet dat ik ergens genoeg van heb, maar wel voor heel even. Ik wil  – en dat mag je eind september eigenlijk niet luidop zeggen – … vakantie.

En dus moet ik nu maar eens mezelf op de eerste plaats stellen. Ik ben nu wel heel zeker dat ik morgen niét naar mijn opleidingsweekend ga. Ik voel me schuldig, alsof ik ga spijbelen. Ik vind het jammer voor de  mensen die zo veel werk steken in de voorbereiding van de opleiding, de collega’s die ik misschien de indruk zal geven dat ik niet meer geïnteresseerd ben, de ervaren gasten wiens visie en advies ik nu zal missen.

Ik drijf het nog verder. Ik ga de allerlaatste DOKdag van dit  jaar laten schieten. De rommelmarktcoördinatie die me de voorbije acht zondagen nauw aan het hart is komen liggen, zal voor iemand anders zijn. Het slotfeestje met de vele formidabele vrijwilligers, het zegt me even niets. Dat had ik enkele weken geleden nooit kunnen denken.

Ik heb een bijzondere en deugddoende job, maar ze lijkt me soms ook leeg te zuigen. Nu is het dus me-time. Ik wil frietjes en een zetel en een dvd. Dit stukje schrijven om tot rust te komen. Uitslapen en lezen en nog meer dvd’s. En zondag heel de dag met mijn immers van het leven genietende familie de tachtigste verjaardag van onze mater familias vieren in een kasteel met lekker eten en geklets.

Maandag ben ik weer opgeladen, ik ben er zeker van. Maar nu wil ik een pauze van twee dagen.





Niet weerhouden

29 04 2012

In Canvascollectie krijgen heel wat kunstenaars, would-be-kunstenaars en pseudo-kunstenaars te horen dat ze ‘niet weerhouden’ worden. Dat blijkt jammer voor hen te zijn, terwijl ze eigenlijk verheugd mogen dromen van roem en rijkdom. ‘Iets weerhouden’ betekent immers ‘tegenhouden of beletten’. De kunstwerken of knutselarijen die dus ‘niet weerhouden’ zijn, worden dus eigenlijk ‘niet tegengehouden’ en zijn dus in feite wél geselecteerd.

Deze hardnekkige taalfout blijkt niet te bannen uit ons taalgebruik. In 1992 of ergens daaromtrent kreeg ik van VTM te horen dat ik ‘niet weerhouden’ was om deel te nemen aan De Vraag van 1 Miljoen. Ik vond dat een verwarrend bericht en las de brief keer op keer na. Het was me duidelijk dat er geen miljoen te rapen viel, maar waarom maakte men mij dat duidelijk met een uitdrukking die precies het omgekeerde betekent? Ik zocht dit op om zeker te zijn en sindsdien is dit één van die taalfouten die me nooit ontgaan.

De juryleden van de Canvascollectie lijken me intelligente mensen. Dat betekent niet dat ze geen taalfouten mogen maken. Maar de uitdrukking ‘niet weerhouden’ is zo’n vastgeroeste fout die ik vooral associeer met mensen die niet gewend zijn zich in standaardtaal uit te drukken en dan maar hun toevlucht nemen tot dooddoeners en clichés. Het soort mensen dat ook ‘daar’ zegt als ze ‘aangezien” bedoelen of zijn familienaam voor de voornaam zet. Mijn naam is Vanderborght Roger en daar ik op het ministerie tewerkgesteld ben, ben ik woonachtig te Moorslede. U weet wel.

Lieden die een plaats in de jury van Canvascollectie krijgen, zouden belezen, kritische, welbespraakte mensen horen te zijn. En daarvan verwacht ik dat ze het woord ‘weerhouden’, in welke betekenis dan ook, naar het rijk der vergeten woorden verbannen.





De triomf van de leeghoofdige kip (2)

16 04 2012

Het is intussen al vier jaar geleden dat ik dit stukje schreef, uit ergernis omdat zo veel vrouwelijke sidekicks zich wentelen in onnozelheid. Linde Merckpoel moest het ontgelden – dat was niet zo aardig van mij – en blijft met dat artikel ook nog steeds opduiken wanneer Googelaars haar naam intypen. Is er intussen enige verbetering zichtbaar?

Vanochtend stond mijn radio zo min of meer per ongeluk weer op Studio Brussel. Ik dacht dat even te verdragen en was benieuwd waarmee het olijke duo Thomas De Soete/Linde Merckpoel me wakker zou weten te krijgen. Dat bleek rond kwart voor zeven een rubriek te zijn die gewijd was aan het moppentalent van Linde.

Ik kan me geen onaangenamer begin van mijn nieuwe werkweek voorstellen, eerlijk gezegd. In enkele seconden schoot mijn bloeddruk omhoog, als gevolg van de zenuwslopende wijze waarop Merckpoel de grap ten berde bracht. Ik waande me een kleuter van 5 die door de juf werd toegesproken alsof ik 2 was. De geforceerd vrolijke, haast hysterische wijze waarop Merckpoel met schelle stem haar verhaaltje naar de hoofden van pas ontwakende luisteraars slingerde, was een ware marteling. Terwijl de nadrukkelijk gearticuleerde zinnen tegen mijn hoofd beukten, kon ik maar één ding bedenken: heeft Linde Merckpoel al een keer naar zichzelf geluisterd?

De radio als kweekvijver voor televisie-persoonlijkheden… ik blijf me afvragen wat iemand ooit in dit mens zag en hoop haar de komende vier jaar opnieuw ver buiten mijn gezichts- en vooral gehoorsveld te houden. Botte kritiek, ik weet het, maar het moest er even uit.

In aanverwante ergernis: ook An Lemmens ‘ naam viel destijds, toen het over kinderlijke presentators ging. Zij heeft het intussen helaas wel tot een echte tv-persoonlijkheid geschopt en dat blijf ik een groot mysterie vinden. Heeft nu werkelijk nog geen enkele tv-bons met een minimum aan kritische ingesteldheid eens vijf minuten naar Lemmens gekeken of geluisterd? Ik zie echt niet meer dan een babe die met alle moeite van de wereld de autocue tracht af te lezen, met een gigantisch gebrek aan naturel. Eens die voorbereide tekst wegvalt – bij een gesprekje met een kandidaat bijvoorbeeld – verdwaalt Lemmens al meteen in een bos van onnozele vragen en slaapverwekkende dooddoeners, alsof ze een bomma op de markt is. Lemmens presenteert niet, ze speelt dat ze presenteert. Haar mimiek heeft ze daarbij geenszins onder controle.

Nu kan je dat wel makkelijk als zure praat van een geërgerde kijker beschouwen, maar mijn essentie is: heeft An Lemmens ook maar eens van iemand enige instructie gehad? Is ze op wat voor wijze dan ook opgeleid om een programma te dragen? Televisiepersoonlijkheid noemen ze dat. Dat is dus synoniem voor poppemieke dat voorgekauwde praat uitkraamt. Zet daar iemand als Rani De Coninck of Francesca Vanthielen naast en je merkt het verschil meteen. De programma’s van deze dames kunnen me evenmin boeien, en de dwingende familiaire toon die op vtm gemeengoed is geworden tegenover allerlei kandidaten, is een zwak, maar verder kunnen deze dames zowat alles aan. Die hebben persoonlijkheid, al hoef ik ze daarom niet eens tof te vinden.

Er zijn ongetwijfeld nog tal van andere tv-kippen die dezelfde kritiek verdienen – Saartje Vandendriessche is zelfs een kip zonder kop – maar ik ambieer nu eenmaal geen alles beslaande thesis. Enkel een ouderwets stukje zagen.





Zwangerschap: een ziekte en een handicap

4 09 2011

Ik ben het een beetje beu, al die trezekes en poppemiekes die hun zwangerschap, zelfs al is het nog maar een vage luchtophoping, aanwenden om het slachtoffer uit te hangen.

Goed, dat is de ongenuanceerde essentie. Nu even kaderen.

Enkele maanden geleden werkte ik als vrijwilliger mee aan de boekenverkoop van de Gentse bib. De taken werden beschreven en de medewerkers kregen de vrijheid om onder elkaar uit te maken wie wat zou doen. Een jongedame, het buikje amper gewelfd, protesteerde. Bepaalde taken kon zij niet uitvoeren want ze was zwanger. We hebben het hier over rechtstaand boeken sorteren. Niet over rodeorijden of bungeespringen.

In de trein mogen zwangere vrouwen in eerste klasse plaatsnemen. Vanaf wanneer zo’n zwangerschap als dusdanig zwaar beschouwd wordt dat een zitje in tweede klasse een marteling is, is onduidelijk. Dat vind ik niet erg, profiteer gerust van dit recht. Maar zit daar dan alsjeblieft niet met een loden ernst over dat buikje te wrijven alsof u ieder moment verwacht dat een echte eersteklassereiziger satansgewijs zijn klauwen in uw schoot plant en uw dierbare vrucht er uit rukt en door het raampje zwiert. U bent zwanger. Niet ziek.

Vandaag bracht ik een dame die deelnam aan de rommelmarkt op DOK op de hoogte dat het de bedoeling was de auto snel uit te laden, zodat die het terrein kon verlaten om plaats te maken voor andere wagens. ‘Dat zal niet gaan, ik ben zwanger en ik ga me dus niet opjagen, ‘ was het antwoord. Verontwaardigd ook nog, dat ze haar spullen van de auto tot de standplaats moest dragen. Haar zwangerschap was onder jurk en jas nog niet eens zichtbaar.

Ik wil gerust aannemen dat een zwangerschap wat doet met uw lichaam. Lig gerust plat als de dokter u dat voorschrijft. Klaag in de laatste weken gerust wat af. U hoeft me niet te overtuigen van de kwaaltjes en pijntjes die dat zwanger zijn met zich meebrengt. Maar vanaf dag één? En als u dan wél vindt dat dat ongeboren kind u hindert in uw doen en laten, blijf dan thuis en neem dan maar niet deel aan allerlei activiteiten waarvan u verwacht dat de organisatie en andere deelnemers zich moeten aanpassen aan uw zwangerschap.

Eeuwen en eeuwen hebben vrouwen kinderen gedragen, onder onmenselijke omstandigheden soms. Voor verworven rechten is flink gestreden. Maar intussen hebt u alles wat u nodig hebt, me dunkt, om zalig zwanger te zijn. Ik leef graag met mee met uw geluk, maar niet met uw zelfgecreëerde slachtofferschap.





Alles kan erger

3 06 2011

Zo nu en dan programmeert men bij Kinepolis een moeilijke film. Momenteel is dat  bv. Le gamin au vélo of The Tree of Life, – twee aanraders overigens – films waarbij de doorsnee Lorenzo na twee minuten zijn gsm bovenhaalt om te zien of ze hem niet ergens dringend nodig hebben. Men noemt dat daar ‘de andere film’.

Waarom dat zo per se in een vakje moet gestopt worden, weet ik niet, maar als het daarmee macho’s en nacho’s afstoot, mogen ze het van mij gerust ook ‘films met hersens’ noemen. Ik ben sowieso al blij dat men dit soort producties ook daar wil programmeren, want het genot van een groot scherm wordt ons door de kleinere, cinefiele cinema’s toch vaak onthouden.

Vorig jaar promootte Kinepolis deze films met een nogal dwaas spotje waarin Ozark Henry als een hedendaagse sjamaan zijn woorden tot de hemel richt in de hoop dat er een meesterwerk op zijn kop valt, of zoiets. Er werd terecht nogal lacherig gedaan over deze poging tot cultureel verantwoorde reclame. (in zwart wit gefilmd en al!) Maar wat heeft Ozark Henry met films te maken?  De films die hij noemt, zijn overigens al zo oud dat ik me afvraag of hij de laatste jaren wel nog een voet in de cinema gezet heeft.

Op een bepaald moment is mijn ergernis over dit spotje omgeslagen in effectieve afkeer. Ik zag het dan ook net iets te vaak. De laatste keren heb ik zelfs – echt waar – mijn oren dichtgestopt – om die aanstellerige toon niet meer te moeten horen. En weet u wel hoe diep uw vingers in de oren moeten om écht niets meer te horen? En hoe u daarbij ook enige brabbelgeluiden moet maken omdat die vingers niet volstaan? En hoe belachelijk dat wel niet overkomt in een gevulde bioscoopzaal? Zo erg was het dus.

Onlangs stelde ik tot mijn grote opluchting vast dat het afgelopen was met Ozark. Isolde Lasoen mocht een nieuw spotje opnemen.

En dat is … Nog. Veel. Erger.

Intussen heb ik dit drie keer gezien en ik zoek nu al naar mogelijkheden om er volgende keer niet aan blootgesteld te moeten worden. Het ligt niet helemaal aan Lasoen zelf – hoewel de pogingen tot ‘acteren’ met haar schouders en mond, lachwekkend zijn – maar wel aan de vreselijk irritante, gemaakt spontane/nonchalante manier waarop de ze kijker iets vertelt met het superieure besef dat we toch niemand kennen van de mensen die ze noemt.  On-uit-staan-baar. Ook  hier trouwens: wie komt er nu nog aanzetten met O, Brother, Where Art Thou?, een film van meer dan 10 jaar oud? Hoe kan die nu representief zijn voor de films in Cinemanie? En wat heeft Lasoen met films te maken?

Vragen waarop men bij Kinepolis zelf ook helemaal geen antwoord zal hebben. Maar de marteling van deze 30 pijnlijk slechte seconden nog – bij benadering – een dertigtal keer mee te maken vooraleer men Lasoen vervangt door pakweg Jacky Lafon, Showbizz Bart of Tanja Dexters, is géén prettig vooruitzicht. Wat kan het leven voor filmfans soms hard zijn.





Dringend af te schaffen:

9 05 2011

Comic Sans MS.

Voor eeuwig en altijd!





Da feestje is hier nie!

25 03 2011

Als leerkracht moet je soms wel eens toegeven aan wat van bovenhand beslist wordt. Met je klas deelnemen aan een lokale carnavalsstoet, is bijvoorbeeld geen activiteit waar ik met plezier aan deelneem. Vandaag was het dus even op de tanden bijten.

Ik wil natuurlijk positief staan tegenover het initiatief: diverse scholen uit één buurt bereiden zich wekenlang vooraf voor, door grote objecten te maken die de stoet aantrekkelijk maken, door met kleurrijk materiaal zelf kostuums te maken, ondersteund door kunstenaars en creatievelingen uit de buurt. De buurt wordt die dag ingepalmd door hordes verklede kinderen. Dat ze allemaal hetzelfde pakje dragen, vergroot de eendracht. Het is een bont en vrolijk spektakel, een unieke kans tot expressie voor veel kinderen. De straten zijn die dag van ons en de buurtbewoners verenigen zich gezellig op straathoeken en in deurgaten.

Maar van al deze beredeneerde en helaas wat geforceerde gedachten, blijft nauwelijks wat over eens de dag nadert. In de eerste plaats ontgaat het me al waarom de organisatoren deze activiteit pas enkele weken na het feitelijke carnaval plannen. De kans op mooi weer is misschien groter – het was een prachtige dag – maar het zijn toch wat vijgen na Pasen. Of in dit geval voor Pasen.

Het enthousiasme van de organisatoren staat ook lichtjes in contrast met de kwaliteit van de organisatie. De lokale Prins Carnaval, de man achter het hele gebeuren, zet alles op poten met hulp van zijn ouders en andere familieleden. Haast alle bestuursleden dragen dezelfde achternaam. Geen bezwaar tegen familiale initiatieven, maar het is niet omdat je zus je zus is dat ze ook daadwerkelijk kan bijdragen tot de organisatie, om maar een voorbeeld te geven. Zo kon je de teksten in de brochure rond deze stoet, bezwaarlijk vlot of foutloos geschreven kunnen noemen. Elke typ- of spelfout zet het gebrek aan professionalisme net extra in de kijker. En alle sympathie voor de man of vrouw die zich met veel enthousiasme achter de computer zette, maar ook de lay-out etaleert dat amateurisme.

Nu val ik mijn leerlingen daar niet mee lastig –  ze zien trouwens zelf de fouten in dat boekje wel staan – en al is het enigszins lachwekkend dat de brochure ook een overzicht bevat van alle verkozen Prinsen en Kinderprinsen en -prinsessen van de laatste jaren en dat gewoon ieder jaar dezelfde blijken te zijn – bij gebrek aan kandidaten of door fanatieke familiepolitiek – wil ik mijn leerlingen geen deelgenoot maken van mijn occasionele cynisme. Ik kan dit al bij al wel relativeren – als ik dat zou willen. Ik bedwing me ook bedenkingen te uiten over het wat marginale gehalte van de entourage. Het leek immers wel of elke medewerker een sigaret of pint in de handen nodig had. Dat sommige van deze mensen er als niét verklede bespottelijker bijliepen dan de bepruikte en geschminkten onder ons, hield ik ook al voor mezelf.

Nee, wat me dan wel met loden schoenen doet plaatsnemen in een rij verklede kinderen, is het hoge slechte-smaak-gehalte van het hele gebeuren. Kinderen blijken de slechtste liedjes – Waar is dat feestje? Nein Man – het formidabelst te vinden en snappen niet waarom ik met moeite glimlach. Ik ben op dat moment pretbederver numero uno, want ook de meeste van mijn collega’s hebben plaatsgenomen in de polonaise. Maar ik hou vol en weiger enig plezier te veinzen. Niet dat ik er als een donderwolk bijloop, maar ik hoop rustig op de achtergrond te mogen blijven. In alle andere omstandigheden is dat nochtans precies wat mijn collega’s zouden willen.

Het is ook niet zo dat ik mezelf te serieus neem of weiger onnozel te doen. Ik entertain hele bendes snotapen met veel plezier, heb me voor de meest diverse gelegenheden al verkleed in melkboer, olympisch zwemmer, toerist, gala-genodigde of afvalcontainerbewoner. Ik creëer graag wanorde, wil overdrijven en brullen alsof ik zelf weer zes ben enz. Maar niét op slechte muziek en niét als het nadrukkelijk van mij verwacht wordt.

Alles leek deze dag echter behoorlijk mee te vallen. De stoet duurde niet erg lang, de muziek was draaglijk. Na de stoet zou een fuifje volgen, waar ik  me dapper doorheen zou worstelen. De polonaise zou ik desnoods met geweld van me afslaan. En toen kwam een rondborstige dame me trots vertellen dat er nog een grote verrassing was: Kürt Rogiers en Sven Ornelis van Q-Music zouden de party onvergetelijk maken!

Ik stond perplex – en zag mijn persoonlijke hel naderen. Wilde men mij echt in één ruimte krijgen en laten luisteren naar twee van de meest ergerniswekkende figuren uit mijn lange lijst van onuitstaanbare eikels? Twee idioten die het lullen tot een kunst verheven hebben, wiens gezwets nog geen tien seconden te verdragen is? Terwijl collega’s en leerlingen zich naar binnen snelden, zocht ik de dichtstbijzijnde nooduitgang, maar mijn collega Cindy weet dat ik haar niets kan weigeren en troonde me beslist mee naar binnen.

Het gejoel en gekrijs van 250 leerlingen, het zoveelste afgezaagde hitje, de benauwende warmte en bijhorende zweetgeur zorgden er voor dat ik na nog geen halve minuut weer buiten stond. Aan mijn handen mijn excuus: twee zesjarigen die al die drukte duidelijk niet zagen zitten en voor wie het vooruitzicht buiten een verhaaltje te aanhoren, véél aantrekkelijker was. Ik offerde me dus met veel plezier op om op het terras de ukken op te vangen die naar frisse lucht snakten. De polonaise moest ik missen, maar ik deed toch mijn plicht. Dankjewel, Saar en Flores! (en daarna Stans, Victor, Simon, Kudjo en Fran).

De aanwezigheid van de twee grote radiosterren, vervulde de organisatoren van het hele carnavalsgebeuren met een groot genoegen dat ik hen niet misgun, ook al kent vrijwel geen enkele van onze leerlingen de twee praatjesmakers. (Overigens: ook heel wat van mijn collega’s hebben geen idee wie deze mensen zijn, leve hun vermogen zich af te sluiten van de massamedia!). Maar voor mij hoefde het dus beslist niet en ik was dan ook erg opgelucht dat het na een dik half uur genoeg was geweest.

Binnen een dikke week trek ik met mijn leerlingen op bosklassen. Ik zal daar dan dubbel zo hard onnozel doen en enthousiast wezen en bewijzen wat een leuke, lollige, zotte, vrolijke, coole meester ik ben kan zijn. Vooral zonder muziek.

 

Thuisgekomen vijf keer naar dit formidabele liedje geluisterd om één en ander te vergeten.





Code gekraakt

10 03 2011

De vtm-serie Code 37 is al sinds zijn eerste aflevering op applaus onthaald in kringen van mensen die menen iets van tv te weten. Dat het niveau een stuk hoger ligt dan pakweg De Rodenburgs of Zone Stad, lijkt me nog geen reden om gewag te maken van een vernieuwende serie. Niet dat u voor mijn part niet mag genieten van deze politiereeks. Maar laat ons alsjeblieft ophouden met dit van begin tot eind geforceerde gedoe de hemel in te prijzen.

Onwaarschijnlijker en onrealistischer uitgebeeld politiewerk hebben we de laatste jaren niet mogen aanschouwen. Natuurlijk mag fictie gerust de grenzen van het geloofwaardige aftasten, maar Code 37 doet zo hard zijn best authentiek over te komen, dat het haast lachwekkend wordt. Die opzettelijk grauwe en lelijke sets, dat in de verf gezette haantjesgedrag, die platte praat en vooral die gulzig in beeld gebrachte onderkant van de samenleving … dit is de macho onder de tv-reeksen, het equivalent van een vent in onderlijfje met een bierblikje in de handen en muisklik van een pornosite verwijderd. Dit staat mijlenver van de werkelijkheid.

Het uitgangspunt is dat de thematiek – het speurwerk van de zedensectie – het visuele moet aanvullen. Seksuele delinquentie komt het meest tot zijn recht binnen een al even goor kader, zoiets. Het verklaart geenszins de afgetakelde decors, die enkel en alleen de foute en povere fantasie van de makers moeten illustreren.  Waar in Vlaanderen vind je nog een politiedienst die in zulke miserabele omstandigheden gehuisvest is?

Die lamlendige verbeelding tref je ook aan in de verdere uitwerking van de scenario’s. Iedere seksuele aberratie kwam al een keer aan bod en de makers zoemen met genoegen in op geweld en pervers gedrag. Hoe vettiger, hoe meer de kijker denkt naar een gedurfde serie te kijken. Met scheve shots enzo. Voor mij hoeft het nochtans niet, dat gulzig in beeld brengen van de wijze waarop Janine Bisschops haar thuisverpleger een handje toesteekt, zoals vorige week het geval was. In een vorig seizoen herinner ik me ook amechtige pogingen om de opnames van een pornofilm te ensceneren. Het was allemaal eerder lachwekkend. De goedkope psychologie die weinig subtiel onder iedere aflevering schuilgaat, is zelfs hilarisch. Zo kon onlangs iemand enkel tot een hoogtepunt komen als er rozen in de kamer stonden. Jaja, echt geresearchd en zo.

Want dat is uiteindelijk mijn essentie: dit is op alle vlakken een gemakzuchtige productie, gemaakt door mensen die veel te weinig kennis hebben van goede televisie en daardoor zelfs ongewild de spot drijven met de kijker. Want ofwel hebben ze zelf geen enkel besef van wat er fout, ongeïnspireerd en herkauwd is aan Code 37, ofwel zijn ze zich daar wel van bewust maar denken ze dat wij daar als kijker daar toch zullen intrappen. En dat doen we ook. Nochtans is De Ronde het verpletterende bewijs dat het grote publiek wél klaar is voor drama dat zich niet van honderden clichés bedient.

En dan is er nog Veerle Baetens. Laat ik het u gezegd hebben: deze dame is de banaliteit zelve. Laat zelfs Felix Van Groeningen haar de hoofdrol in zijn nieuwe film aangeboden hebben, ik vind haar acteerwerk niet om aan te zien. Deze grijze muis bij uitstek mist ieder greintje eigenheid of persoonlijkheid. Iedere rol vertolkt ze op dezelfde manier. Door vooral veel te grimassen. De lieveling van de Vlaamse tv-kijker gebruikt haar statuut als excuus om voor geen enkele rol nog een noemenswaardige inspanning te doen.

Waar ze weliswaar zelf niets kan aan doen, en zelfs de styliste  van de serie niet, is het feit dat hoofdpersonage Hannah Maes er bij loopt als een gedesoriënteerde voil jeanet op carnavaldinsdag, met dank aan een outfit samengesteld uit Wibra-afdankertjes die al jaren in een marginaal depot lagen te stinken. Het kapsel van een goedkope hoer doet de rest. Nochtans is hier over nagedacht: is dit immers geen onbewuste uiting van  haar rebelse karakter en haar tegendraadsheid? Haja! Ik zou deze sloerie-look nog serieus nemen als die het negatieve zelfbeeld van Hannah zou veruitwendigen, een logisch gevolg van de traumatische gebeurtenissen uit haar tienerjaren, maar zover hebben de scenaristen zeker niet gedacht.

Voor deze tweede reeks was een groter budget beschikbaar. Onnodig misschien, want de domme kijker heeft in dat eerste seizoen toch niet gemerkt hoe het gebrek aan geld de creativiteit van de schrijvers en producenten fnuikte. Seizoen 1 was nochtans één grote consensus en daardoor ook een rommeltje van formaat.

Ik blijf kijken. Om voet bij stuk te kunnen houden – lees: mijn eigen gelijk week na week bevestigd te zien – en vast te stellen dat er geen beterschap komt. En ook wel omdat ik het allemaal erg grappig vind.

Tegen de Sterren op brengt volgende week overigens een parodie op Code 37. Hoewel dit sketchenprogramma soms pijnlijk flauw is, zijn de imitaties knap en de uitgangspunten – lachen met mensen die zichzelf toch wat te serieus nemen – leuk. Code 37 is een reusachtig open doel, dus dat kan niet mislopen.

Btw, voor wie de BBC-serie Ashes to Ashes kent… enige gelijkenissen merkbaar?





De muzikale irritaties van 2010

29 12 2010

Ik ben en blijf een te grote leek op het vlakke van muziek om hier dieper in te gaan op wat 2010 me op dat vlak gebracht heeft. Ik heb weliswaar hier en daar een verfrissend geluid gehoord of een artiest leren kennen waarvan ik meer wil horen, maar doorgaans breidt mijn muzieksmaak zich slechts op een heel langzaam tempo uit.

Muziek die me ergert, ontdek ik des te meer. Er zal nooit een tekort zijn aan goedkope, overbodige en irritante dingen, zelfs al luister ik niet vaak naar de radio. Er zullen altijd artiesten zijn die véél meer aandacht en applaus krijgen dan hun talent waard is.

Het slechtste wat 2010 me op muzikaal vlak te bieden had:

1. Laserkraft 3DNein Man

Om je oren van je hoofd te rukken, zo slecht.

2. Stromae Alors On Danse

Enerverend tot en met. Gaat u met zijn alle gerust uit de bol op deze dwaze kul.

3. Duck Sauce Barbra Streisand

De kogel. Nu. Ook het origineel werkt op mijn zenuwen, hoor.

4. Lady Linn – alles

Ze heeft dit jaar weliswaar geen single uitgebracht, nog steeds blijft haar onnoemelijk onnozele gezangsel mijn oren geselen.

5. Tom WaesDos Cervesas

De grap was leuk bedacht, maar de uitwerking bleef maar aanslepen.

6. De PitaboysWaar is da feestje?

Volledig aan me ontgaan, maar als je omringd wordt door 11-jarigen vang je wel eens wat op. Immens slecht.

7. Selena GomezA Year without Rain

De bezigheden van dit overernstige wicht hebben zich steeds buiten mijn waarnemingsveld afgespeeld, maar wanneer leerlingen met een onderontwikkelde smaak zoiets binnenbrengen, is er geen ontkomen meer aan natuurlijk. Is binnen zijn genre wellicht gewoon één uit de duizend, maar heeft me niettemin geërgerd.

 

Ook in 2011 zullen momenten van frustratie ons aanzetten tot dwaze pogingen om al dat slechts te weren…

Wat was het slechtste dat u op muzikaal vlak overvallen heeft het voorbije jaar?





Aangekondigd met een vertraging van 5 miljoen minuten.

11 12 2010

Als regelmatige treingebruiker volg ik geboeid alle verslaggeving rond de klantonvriendelijke toestanden bij de NMBS. Ik stel tevreden vast dat Marc Descheemaecker, de baas van de spoorwegen, belooft dat er beterschap mag verwacht worden wat de stiptheid betreft.

In 2020.

Is uw abonnement dan nog geldig?

 





Klereleijer

5 11 2010

Omdat Eva Mendes te gast was, en omdat ik benieuwd was naar de nieuwe zangeres van Hooverphonic – wat een hype om niets, want niemand kan Geike Arnaert vervangen! – keek ik gisteren uitzonderlijk naar het praatprogramma kletspraatje De Laatste Show. Moest ik er wel ene Sven De Leijer bijnemen, een uitermate onplezierig sujet die zichzelf duidelijk echt formidabel vindt, maar wiens uitlatingen eigenlijk pijn deden aan mijn oren. Welk een gênant en vooraf gerepeteerd spektakel was me dit? Ik ben er wellicht rijkelijk laat mee, want deze irritante en ongrappige medemens doet blijkbaar al een tijdje zijn ding in een uithoek van het decor, maar ik vond het aanschouwen van dit tafereel bijzonder vermoeiend en intriest. Kunnen ze daar op vtm niets mee doen?

Meteen ook een Facebookgroep gezocht die me met één klik van mijn ergernis zou afhelpen, maar er was amper één groep die zich tegen deze kerel richtte, en die leek me dan weer net iets te infantiel.

Soit, nog een reden meer om dit programma weer voor enkele maanden volkomen te negeren.

En wat de titel van dit stukje betreft, tja… ik kon er moeilijk om heen hé.





Awoe Pretman!

23 10 2010

Onlangs maakte één van mijn leerlingen zijn opwachting in het nieuwe Ketnetprogramma De Pretshow, met Saartje Vandendriessche en de Pretman. Ik keek thuis supporterend mee, daarvoor zelfs bereid Saartje aan te horen, zowat het meest enerverende televisiewicht sinds Anja Daems.

Het heeft lang geduurd voor de programmamakers van één/canvas/Ketnet inzagen dat Saartje’s infantiele niveau beter tot zijn recht zou komen in een kinderprogramma. Toch is het een misvatting dat kinderprogramma’s kinderachtig moeten zijn. Om maar te zeggen dat Vandendriessche ook in dit programma haar eigen kleuterigheid geen moment overstijgt.

Maar dit is bijkomstig. Het is immers het programma zelf én zijn presentator, Pretman, die van het bekijken van dit programma een ware beproeving maken. De Pretshow is het meest irritante, onbenullige en zenuwtergende programma dat de laatste jaren op televisie verschenen is.

Het programma draait rond geschiedenis en om te vermijden dat kinderen er iets zouden van leren, werd de hele boel zodanig opgeleukt dat je van een regelrechte aanslag op de zintuiglijke waarneming mag spreken. Alles moet continu bewegen en lawaai maken zodat ADHD’ers onder de kijkers de volgende dag een extra scheut rilatine nodig zullen hebben en elke geïnteresseerde ouder mijlenver van het televisietoestel blijft.

Daar nog iets van opsteken, is wel erg veel gevraagd. Maar tot daar aan toe, de kinderen leren al genoeg. Het hele leven is leren en bij Ketnet wordt sowieso slechts heel zelden eens een kinderprogramma gemaakt dat creatief of origineel is. Herinnert u zich mijn afschuw voor dit programma nog? Het probleem, om het vriendelijk uit te drukken, is echter die Pretman zelf die alles nog véél, véél erger maakt.

Pretman is een cartooneske, gemaskerde anti-held die nu en dan een blauwtje loopt. Soit, een personage als een ander zeker? Maar men – o.a. acteur Kevin Bellemans die de Pretman speelt – heeft er voor geopteerd van deze uit lycra opgetrokken clown een uitermate hoofdpijnverwekkende, extreem onaangename, hypernerveuze, ratelende idioot te maken die u – geef maar toe – eigenlijk liefst van al dood zou zien neervallen.

Ik mocht gelukkig vaststellen dat mijn leerlingen, perfect binnen de doelgroep vallend, de Pretman al even vreselijk vinden. Dit vermoeiende programma neemt kinderen gewoonweg niet serieus en is een verspilling van tijd en geld zoals er recent niet veel aangetroffen zijn. De makers en acteur hebben zonder één kritische bedenking het eerste beste onnozele personage bedacht en laten dit straffeloos dagelijks op de jeugdige kijker los. Men zou Gert Verhulst haast in de adelstand willen gaan verheven als je zijn bedenksels naast dit misbaksel zet.

Dit filmpje komt niét uit de Pretshow, maar geeft u wel een mooi beeld van de hoge irritatiegraad van de betreffende pipo én de geforceerd hippe wijze (let op de camera en de montage) (u kan er zelfs niet niét op letten) waarop één en ander bij Ketnet in beeld moet gebracht worden. (Los daarvan maakt ook Wim De Vilder zich hier wel erg belachelijk.)

Ben ik trouwens de enige die zich nog een sketch van Bart De Pauw en Tom Lenaerts herinnert, waarin ook Tine Embrechts en Dina Tersago figureerden als superhelden, en Bart of Tom een cartooneske slechterik vertolkte waar deze Pretman verdacht veel doet denken?





Belgakots TV

18 07 2010

Zelfs al kijk ik in deze periode nauwelijks televisie, vanwege het weer maar ook omdat er simpelweg alleen maar onzin te bekijken valt. Toch zit aan mijn verdraagzaamheidsgrens wat een zeker reclame-offensief betreft. Het gaat over een aantal verschillende spotjes voor Belgacom TV, waarin een jammer genoeg uitermate irritant kroost opgevoerd wordt.

Wat is er leuk/vertederend/grappig/ aan ettertjes die hun ouders op zo’n ergerlijke manier de les spellen? Hoe moet onze sympathie groeien tegenover een product dat ik nu associeer met het soort gezinnen dat ik liefst zo veel mogelijk vermijd: die waar de kinderen de baas zijn en de ouders naar hun pijpen moeten dansen. Walgelijk vind ik de willoosheid  en zelfs vanzelfsprekendheid waarmee die ouders het gekef en geëmmer van hun kinderen ondergaan.

Zijn dit realistische taferelen? Tja, misschien in de leefwereld van de reclamemakers. Bij ouders die zichzelf en hun carrière belangrijker vinden dan hun kinderen. Maar zoals wel vaker is er een gigantische kloof tussen de mensen die de reclame bedenken en het doelpubliek. Niet dat er geen arrogante kinderen bestaan, maar moeten die opgevoerd worden als de norm?

Mochten de makers of de mensen van Belgacom overigens overwegen om in hun volgende spot maar een filmfreak centraal te stellen die iedere vrije dag wel een filmpje verteert, bespaar u de moeite. Ik heb absoluut geen behoefte aan een filmzender die me een veel te beperkte selectie van films aanbiedt, waarvan ik de meeste zelfs al gezien heb. Deze raad, die u een duur  marketingonderzoek bespaart, is volkomen gratis.





De Potsierlijke Plotwending

23 06 2010

Dat men maar doet wat men wil, in de blinde jacht op commercieel succes, daar bij Studio Vandersteen, waar men van de ooit zo verbeeldingsrijke stripreeks Suske en Wiske al lang een vlak, nietszeggend, pseudo-eigentijds, kinderachtig gedrocht heeft gemaakt. Ik heb het allemaal laten passeren, die nieuwe kleren destijds, de nieuwe covers, het amputeren van de ziel van een stripreeks die me ooit zo dierbaar was en wiens bedenker en tekenaar ik echt bewonderde.

Maar nu gaan ze uit de bocht. Wiske gaat naar school???

Ik ben zwaar getroffen door deze heiligschennis. Moge de bliksem inslaan in de studio’s en een drastische carrièrewending de vermaledijde medewerker die met dit idee op de proppen kwam, ten deel vallen. En dat Helena Vandersteen, dochter van, inziet dat haar vader’s erfenis nu echt uitgemolken en de reeks beter gewoon stopgezet wordt. Triestig.





Awoe Cowboy Henk

16 06 2010

Het weekblad Humo viert momenteel de dertigste verjaardag van zijn allereigenste stripfiguur Cowboy Henk. Diens aanwezigheid in mijn -toch nog steeds – favoriete tijdschrift is voor mij zowat vanzelfsprekend en zal waarschijnlijk wel een rol gespeeld hebben in de ontwikkeling van mijn gevoel voor humor. De tekenstijl heb ik altijd kunnen appreciëren en geestelijke vader Herr Seele heb ik lange tijd een intrigerende figuur gevonden, die wellicht een voorname rol gespeeld heeft in de instandhouding van het Vlaams absurdisme.

Cowboy Henk is intussen het behangpapier van Humo geworden: je merkt het niet meer op. Terwijl rubrieken als Uitlaat en Het Gat van de Wereld nu en dan nog weten op te vallen met leukigheid, al dan niet naar uw smaak, en Kabouter Wesley een seizoen lang de show mocht stelen, doet Cowboy Henk eigenlijk niets meer ter zake. En terecht, want nu ik er eigenlijk sinds kort eens bij stil sta en even terug blader naar pakweg de laatste 20 moppen, dan ik niet anders dan botweg concluderen dat Cowboy Henk te onnozel voor woorden is. Flauw, onzinnig en idioot. Was dit ooit een revolutionair stripfiguurtje zonder gelijke? Waarom komt scenarist Kamagurka op zoveel andere terreinen wél inventief uit de hoek?

Ik durf echt betwijfelen of Herr Seele, trouwens zelf de laatste jaren alle dimensie verloren en gedegradeerd tot een soort clown à la Eddy Wally, in te huren door tijdschriften van verdacht allooi of tv-spelletjes van het laagste niveau, eigenlijk nog wel moeite doet om de lezer iets fatsoenlijk te serveren. Waant hij zijn figuurtje onkwetsbaar in zijn cultstatus? Meent hij dat de lezer zelf een extra laag betekenis kan toevoegen aan de doorgaans onleuke belevenissen van de cowboy zonder paard om tot een glimlach te komen? Of is hij simpelweg zelf zodanig infantiel en oppervlakkig geworden dat hij gerust naast Geert Hoste kan gaan staan?

Ik vind dat Humo, nu het toch stilaan een nieuwe koers vaart, Cowboy Henk aan de deur mag zetten. Het is mooi geweest. Ooit toch.

En nu ik het er toch over heb, wat humor en cartoons in Humo betreft, beste beleidsvoerders: die Dirk-Jan die sinds kort iedere week zijn opwachting maakt, die is geweldig. Maar kennen we die niet allemaal al lang? Vijgen na Pasen, toch? Het voelt allemaal erg tweedehands aan. Straks komen jullie nog met Garfield aanzetten.

Op gevaar van wéér een lading zure reacties omdat ik allemaal toffe mensen de grond in probeer te schrijven, toch hier nog eens een overzichtje voor wie graag verder leest:

Awoe Sofie Lemaire & Linde Merckpoel
Awoe Bert Kruismans
Awoe Geena Lisa
Awoe Lieve Blancquaert
Awoe De Madammen
Awoe Eddy Wally
Awoe David Denehauw
Awoe Muriel Scherre
Awoe Regi Penxten
Awoe Kate Ryan








%d bloggers liken dit: