Gepamper: Charlie Joe

16 07 2013

Beste Charlie Joe

Twee maand oud ben je al en er werd hier op het Verantwoord Tijdverlies nog met geen woord gerept over jouw bestaan op Aarde. Ik had nochtans, net zoals ik steeds welgemeend mijn vrienden feliciteer als ze papa en mama worden, die 12e mei mijn vreugde om jouw komst al blogsgewijs kunnen uiten en daarbij jouw ouders gelukwensen.

charlieDat heb ik niet gedaan. Het eerste kindje van mijn broer verdient een meer persoonlijke boodschap, vond ik. Dus stelde ik mijn mooie woorden wat uit tot ik een duidelijker beeld had van wie je was en wat dat met me deed.

Nu mijn vakantie volop bezig is en ik je intussen vijf keer gezien heb, dacht ik wel te kunnen weergeven hoe ik de zaken zie en aanvoel. Maar wat is dat bijzonder: jij lijkt elke keer weer iemand anders. Je bent Charlie, iedere keer opnieuw, maar telkens een andere dan de keer ervoor. Je bent mijn meest kersverse familielid maar toch slaag ik er niet een mentaal beeld van je op te roepen. Je bent voorlopig nog altijd meer een idee dan een daadwerkelijk neefje.

Dat komt natuurlijk in de eerste plaats omdat je zo razendsnel groeit en verandert. Maar het is ook zo dat onze relatie op dit moment oppervlakkig en uiteraard volkomen éénzijdig is. Ik ken je nog niet en jij kent mij al helemaal niet. De karakterindrukken tot op dit moment doen me jou beschrijven als rustig, knorrig, vastberaden en doortastend. Je kijkt vaak wat bedenkelijk, je geeft doorgaans geen kik, tot een situatie volgens jou anders moet en je wil al meer dan je kan.

Dat is voorlopig maar een schets hé, Charlie Joe. Wie weet blijk je verlegen, beïnvloedbaar, grappig, inventief of veeleisend. Dat zien we dan nog wel. Intussen symboliseer je wel de enorme kracht van geluk die onze familie in zijn greep heeft. Je bent het nieuwste en stevigste model buitenboordmotor aan de familiale sloep. We varen niet, we zweven. Allemaal, tot jouw 90-jarige overgrootmoeder Madeleine toe – al vindt ze jouw naam toch niet je dat.

Je bent geboren op een zondagnamiddag. Tegen de avond vernam ik het nieuws, aan het begin van een nieuwe en drukke werkweek. Je was zo ongeveer op tijd, al hoopte je overgrootvader Willy misschien dat je drie dagen later ter wereld zou gekomen zijn, waardoor jullie samen jarig zouden zijn en hij daar dan mee kon uitpakken alsof het zijn prestatie was. Maar het feit dat je enkele dagen te vroeg was, zorgde wel dat je op Moederdag werd geboren. Kan het mooier?

Ik kwam er pas dinsdag aan toe jou te komen aanschouwen. Charlie bleek ook wel Charlie Joe te zijn, wat ik nog tien keer fantastischer vond want ik hou van samengestelde namen. De trein naar Jette op, te voet naar het ziekenhuis wat net een tikkeltje verder was dan ik dacht. De halve familie was er toevallig ook. We dronken cider – die jouw oma/moeke/mémé/grootmoeder/bomma – we weten nog niet wat het gaat worden – Gerda steeds meebrengt uit Frankrijk en die ik helemaal niet graag drink. We bewonderden het kaartje en de confituur. Een mooie symbolische geste van je papa, dat hij je officieuze grootouders Erwin en Marie-Leen via de jambereidingen betrokken had bij de feestelijkheden.

DSC_0829En we bewonderden jou, dat piepkleine ventje dat ik met moeite vast kon nemen omdat de baby’s die ik doorgaans in de armen gedrukt krijg, al net iets voller en steviger zijn. We spraken vol lof over je glunderende papa en je tot rust komende mama die haar blijdschap uitsprak over de attenties en geschenkjes, en dan vooral over de zelfgemaakte stukken van je andere overgrootmoeder Marie-Louise: een deken, sokjes, een mutsje.

Nadat we jou samen wat gevierd hadden en zo lang mogelijk in het ziekenhuis bleven, namen we afscheid van jullie nieuwe gezin. De rest van de familie was aan eten toe – dat zijn ze altijd eigenlijk – en dus trok ik met de twee overgrootouders, je oma/moeke/mémé/grootmoeder/bomma, tante Ria en Nonkel Johan naar een restaurant in Jette waar we volgens jouw papa zeker de ribbetjes dienden uit te proberen. Over wie zich daar niet goed gedragen heeft en wat er allemaal misliep, hoef ik het hier en nu niet te hebben. Als je dit ooit kan lezen en begrijpen moet je me er maar eens naar vragen, voor zover ik dat dan nog zal weten.

De rest van de week draaide voor mezelf om routineuze beslommeringen, al genoot ik van de aandacht die ook ik als nonkel kreeg van vrienden en collega’s. Ik denk dat veel mensen die me goed kennen, wisten dat ik jouw komst erg belangrijk vond. Ik dacht na over je geboortegeschenkjes en vroeg me af wanneer ik je weer zou zien. In diezelfde week betrad ik het kantoor van het hoofd onderwijs van de stad Gent om er succesvol te solliciteren voor directeur-ad-interim. Voor jou van geen belang, maar voor mij vooral het tweede leuke nieuws van die week, dat ik nu altijd zal blijven associëren met jou.

En nu zijn we dus twee maanden verder. Je papa en mama krijgen niets dan lof over hoe ze met jou omgaan. Ze willen je allebei alsmaar knuffelen en zoenen en denken aan alles. Met jou ergens op bezoek gaan, blijkt gepaard te moeten gaan met een hele verhuizing, maar desondanks blijven ze al die familieleden maar verblijden met visites. Het is wennen jouw papa te zien in een zo’n grote verantwoordelijke rol, maar het lijkt anderzijds echt vanzelfsprekend te gebeuren. DSC_1433b

En er zijn dus al zoveel mensen die om je geven. Je ziet je drie grootouders alsmaar glunderen. Je oma/moeke/mémé/grootmoeder/bomma vindt zichzelf een cliché omdat ze jouw beeltenis op haar smartphone gezet heeft. Je peter Johan – mijn papa – is trots maar lijkt ook nog op zoek te zijn naar zijn relatie met jou. In zijn kielzog nog een heleboel mensen die jou nu al koesteren: Marie-Leen, Deborah, Dimitri, Prosper, Angèle en natuurlijk Ferre, één van je meest voor de hand liggende speelkameraadjes voor de komende jaren. Toen hij jou de eerste keer zag, leek hij wat bang en wees je zelfs radicaal af. Maar eens gewend aan de situatie, haalde hij zijn meest zorgzame kant boven. Hem naar jou zien kijken, levert een dubbele verwondering op.

Je  overgrootmoeder Madeleine wordt deze week 90 en er is natuurlijk wel een reële kans dat je haar niet meer echt zal leren kennen. Ze is weliswaar nog kerngezond maar blijft hardnekkig het tegenovergestelde beweren. Ze koopt cadeautjes voor jou en schept tegen iedereen op wat voor een formidabele papa haar Jensken – haar jongste en favoriete kleinzoon – wel is. Je mama en papa doen ook bewonderenswaardige moeite om haar te betrekken bij jouw aanwezigheid hier.

Ik kijk er nu naar uit om jou te zien opgroeien, Charlie Joe. Of Charlie. Wie je ook wat zal noemen, ik blijf met plezier de dubbele voornaam gebruiken. Voor iedereen die een kind krijgt, zal een voornaam wel gewikt of gewogen worden, maar ik was zo in mijn nopjes met het belang dat je ouders hechtten aan een naam en vooral dat ze in een richting leken te denken die verder ging dan Lukas, Milan of Ethan. Dat ze nadachten over alle mogelijk associaties met je naam. Dat er een link was met het verleden – je papa was altijd al een fan van Snoopy en Charlie Brown.

Toen ik je eergisteren zag, kon ik je niet knuffelen. Die stevige verkoudheid moest ik voor mezelf houden. Ik keek dus vanop een afstand alweer verwonderd naar wat je deed en probeerde me voor te stellen wat je dacht. Ik kijk er naar uit daar nog op veel momenten mee bezig te mogen zijn. Ik ben benieuwd wie je zal worden. Welkom, Charlie Joe!

Advertenties




2012: De Conlcusie

5 01 2013

Ik heb me in het verleden nooit aan voornemens gewaagd, voornamelijk omdat ik al best tevreden was met mezelf en toch niet dacht nog te kunnen veranderen. Op 1 januari 2012 had ik me echter opgelegd conflicten met collega’s te vermijden. Of om precies te zijn: ik wilde voorkomen dat ik collega’s afblafte of al te cassant terechtwees. De maanden voordien had ik immers iets te vaak naar mijn zin mensen op hun plaats gezet. Nu dat jaar om is, kan ik eindelijk weer mijn tanden tonen.

Nee, grapje. Ik kan besluiten dat mijn voornemen vrijwel geen moeite heeft gekost en het me dus gelukt is meer geduld en vriendelijkheid aan de dag te leggen bij een conflict. En dat denk ik beslist ook het komende jaar te kunnen volhouden. Van nieuwe voornemens is geen sprake, want verder ben ik eens te meer best tevreden met mezelf.

tevredenDit mag dan al zelfgenoegzaam klinken, ik heb het voorbije jaar zeer bewust gelet op de mate waarin ik tevreden/blij/gelukkig was en kan alleen maar tot de vaststelling komen dat ik dat het grootste deel van de tijd ook was.

Als ik terugkijk op het voorbije jaar zie ik vrijwel geen tegenslagen of problemen van onoverkomelijke aard. Ik heb niets verloren, er is niets gestolen, ik heb geen ongelukken gehad, heb niemand pijn gedaan, ben nauwelijks ziek geweest. Er is me eigenlijk vrijwel niets negatief overkomen. Ik heb wat gesukkeld met mijn computer, woon nog niet zoals ik het zelf zou willen, erger me wat aan het verkeer en heb best wat tijd verloren op treinperrons. Er waren en zijn best wat frustraties op school, ik zit met mijn gedachten wel eens bij familieleden die kopzorgen hebben, heb wel eens wakker gelegen van stress of nijd, heb het soms te druk naar mijn zin en een enkele keer vreet ik mezelf op door negatieve gedachten. Het nieuws kan me nu en dan eens uit mijn lood slaan, ik denk aan het noodlot, de toekomst, het milieu, mijn gezondheid en de dood.

Maar al bij al valt dat dus allemaal best mee, weet ik hoe hier mee om te gaan en zijn dit geen uitzonderlijke situaties. Om maar te zeggen: u lijdt toch ook? Maar de weegschaal helt ondanks dat alles duidelijk over naar het positieve. Dat klinkt misschien niet helemaal geloofwaardig voor iemand die toch ook bekend staat als kankeraar en zagevent. Maar wie me kent, weet dat ik ook constructief, hulpvaardig, empathisch, optimistisch en vrolijk kan zijn. ‘Bescheiden dus misschien iets minder’, koppelt men daar vaak aan, maar ik geloof sterk dat een mens zijn positieve kanten moet kennen en dat dat in mijn geval misschien wel de basis vormt van mijn grote levenstevredenheid.

De meeste dagen sta ik dus goedgehumeurd op, snel ik goedgemutst naar school, geef graag les, vind mijn leerlingen het grootste deel van de tijd aangenaam, ben elke week wel eens compleet in de wolken met mijn formidabele collega’s die als een tweede familie zijn, kom steeds graag thuis en geniet van mijn vele hobby’s en vrienden.

In 2012 was er veel om tevreden op terug te kijken, zelfs al zie ik sommige mensen te weinig en moet ik met één kwalitatief moment per jaar al tevreden zijn wat sommige vrienden betreft. IMG_3644Er was een geweldig trouwweekend met Jan & Ilse, een kajakweekend met ups en downs, een Ardens verblijf onder vallende sterren, een wandeling rond Brussel, housewarmings, etentjes, babybezoekjes, brunches, verjaardagsdrinks, barbecues. Nu ja, dat staat allemaal in het meervoud hoewel ik echt niet de indruk wil wekken dat ik van het ene feestje naar het andere hol. Ik doe niet altijd genoeg moeite om overal bij te zijn, vind ik, maar ik wil er wel altijd voor zorgen dat de tijd die ik met anderen doorbreng kwalitatief is, want ik zie te veel mensen niet genoeg. Maar ik denk dat er al veel moet verkeerd lopen wil ik hen ooit nog kwijtraken, al zijn de inspanningen niet steeds van beide kanten gelijk.

Er waren kleine momenten van verrukking. Dit stukje schrijven en de persoon in kwestie een week later tegenkomen en daar samen blij om zijn. Van die dagen waarop er echt niets te klagen valt. Een onverwacht sms’je, een bedankje, een inside joke, een opmerking die je doet zweven, een heel fijn gesprek. Te weinig mensen halen hun energie uit zo’n kleine dingen.

Dat ik een massa films gezien heb, wist u al. Vaak in tof gezelschap, mensen die ik koester omdat het altijd zo’n opluchting is vast te stellen dat er anderen zijn die even gepassioneerd met film bezig zijn als ik. Maar ook omdat het we ook over het non-fictieleven kunnen babbelen. Er was het filmfestival als traditioneel hoogtepunt, eens te meer geweldig en gezellig en uitputtend. En filmquizzen tussendoor als alerthouders.

Ik ben me er niet altijd van bewust dat het in de stad wonen zo’n dimensie meer geeft aan mijn vrije tijd. Ik lijd verre van een telegeniek leven en wil mezelf niet tot een hippe stadsbewoner bombarderen, maar toch ben je hier altijd omringd door mogelijkheden. En als een avond eens een ochtend wordt (en dat is eerder uitzonderlijk), en ik fiets naar huis terwijl in de verte de dageraad nadert, voel ik dat ik in een stad hoor. Ook al ben ik al 35 en blijft dit niet duren. Maar dat mijn favoriete Haaltenaren het me dan niet kwalijk nemen dat ik hier zo graag vertoef.

IMG_8747En er was DOK natuurlijk. Al zat het weer niet altijd mee, de magie van deze plek viel niet te ontkennen. Ook dit was de stad, dit was de zomer. Wat een ploeg, vol toffe mensen en nieuwe vrienden. Wat een sfeer en wat een locatie. Beslist memorabel, het soort ervaring waar je later nostalgisch op terugkijkt. Hoe fijn ook dat ik toch heel wat mensen heb kunnen overtuigen om eens langs te komen, ook vanuit dat toch niet zo verre Haaltert. Ik heb echter niet alleen genoten van het sociale aspect van DOK, ook het samenwerken was zo bevredigend. Merken dat er naar je geluisterd wordt, appreciatie krijgen voor je werk, elkaar snel begrijpen en op één lijn zitten: dat is een luxe die ik iedereen zou toewensen op zijn job. Op de hoogdagen jezelf uitputten, maar weten dat je collega’s ook doorzetten. De fysieke vermoeidheid na sommige dagen, was heerlijk. De drink na sluitingstijd altijd geweldig.

Ook van mijn andere (echte) collega’s kan ik niet klagen. Ik werd eindelijk benoemd en vierde dat maar al te graag met mijn collega’s. We beleefden alweer een topteamweekend, steunden elkaar in moeilijke dagen, sloegen ons samen door de zoveelste directeursverandering, zeverden, lachten en gierden op vele, vele andere momenten. Ook in mijn opleiding, dat zestal weekends per jaar, heerste er een enorme positieve sfeer, al krijg ik mezelf niet aan het werk. Maar iedere tweedaagse zorgt voor een energie-opstoot en dat ligt voor minstens de helft aan die fijne mensen daar.  Ik had meer dan twee jaar geleden nooit kunnen denken dat ik met zo’n groep uiteenlopende karakters (en dan nog allemaal leerkrachten!) overweg zou kunnen, en vooral: zij met mij.

IMG_4758Mijn familie is er ook nog. Etentjes en nog meer etentjes. Voor verjaardagen of zomaar. Uitstapjes of bezoekjes. Een ballonvaart ook, afgelopen jaar. Ik voel me wel eens schuldig en egoïstisch omdat ik ook in hun geval mijn heil zoek in een (dus niet zo heel verre) stad en hun dagelijkse beslommeringen dus niet deel, maar ik breng toch erg graag tijd met hen door. Het gaat goed met iedereen, ook dat was een opluchting in 2012. Mijn opa is helemaal niet zo ziek als hij zelf wel eens zou willen, en een oma wil euthanasie zonder dat ze ziek is, maar verder stellen we het allemaal goed en in 2013 word ik zelfs nonkel.

Even terug naar die andere kant van de weegschaal. Ik zat met 50 geweldige kinderen op  bosklas, ieder jaar de leukste week van het schooljaar. Omdat al die impulsen van de buitenwereld wegvallen en ik wat minder meester ben en het dus gewoon allemaal zeer ontspannend is. En dan slaat in Zwitserland het noodlot keihard toe, met een bus in een tunnel. De waarde van het extreme geluk en de zorgeloosheid van onze leerlingen, werd plots onschatbaar, in schril contrast met de nachtmerrie die vele anderen op datzelfde moment beleefden. Ik was diep onder de indruk.

Twee dagen na onze terugkeer overleed Carine. Een inspirerende, formidabele vrouw, geveld door een vreselijke ziekte. Haar afscheidsviering was overweldigend emotioneel, maar ook zo persoonlijk en diepgaand, dat ik vrede kan hebben met haar dood, hoewel ik haar nu en dan ook mis. Ik leefde ook mee met vele anderen die dierbaren verloren. Iemand verloor een vader, iemand een broer, iemand een nieuw leven, iemand twee grootouders. Je kan zo weinig doen dan, maar mijn wensen van sterkte betekenen wel letterlijk dát en mijn gedachten zijn ook echt bij hen.

Ik las onlangs nog; ‘Als we al onze problemen op een hoop gooiden en die van de anderen zagen, zouden we die van onszelf snel teruggrijpen’. Ik heb dus in essentie helemaal geen problemen of zorgen, hoezeer ik ook zaag en zeur. Ik ben zelfs haast een van de gelukkigere mensen die ik zelf ken! Al voeg ik er aan toe dat ik misschien geen al te hoge verwachtingen heb van het leven. Ik ben tevreden, en de ene zal vinden dat ik snel ben, en een ander zal vinden dat ik dat met recht en rede ben. En of tevreden ook gelukkig is, maakt voor mij in deze niet uit.

Wat misschien wel het meest negatieve is in mijn leven, momenteel, is echter de veronderstelling dat de dingen dus niet direct veel beter kunnen. Of wel kunnen, maar niet direct zullen worden. Misschien is dit wel al het hoogtepunt van mijn leven? Soit, ik zal niet kunnen zeggen dat ik er niet van genoten heb, op mijn eigen bedaarde manier. Maar ik word wel ouder. Fysiek gezien valt dat nog net mee, al start ik 2013 met beduidend minder hoofdhaar en moet ik toch iets te vaak naar dokter of kinesist. Maar met aftakeling hou ik me wel bezig als het er is. Het is vooral het mentale besef. 35 klinkt ook zo middelmatig. Een stuk minder interessant dan 25 of 30. Iemand van 35 is niet meer verrassend, ik verras ook mezelf nog zelden. Ik vond mezelf een veel leukere leerkracht toen ik 30 was. Maar wel een minder evenwichtige mens, dat ook. Ik bekijk mezelf soms ook door de ogen van anderen en dan zie ik … tja, iemand van 35. Soms lijk ik niet meer in bepaalde plaatjes te passen. Verdere gedachten heb ik daar eigenlijk niet over, en ik neig geenszins naar het depressieve wat dat betreft, maar ik ben dus geen jong gastje meer.

Anderzijds zou ik om veel reden ook niet terug jong willen zijn. Ik vind dat het leven mij al heel veel geleerd heeft en dat ik die kennis over mezelf aangrijp om weer verder te groeien. Keuzes maken wordt alsmaar makkelijker en spijt heb ik bijna nooit. Ik had veel mensen kunnen zijn maar degene die ik nu ben vind ik eigenlijk ferm oké. Ik kan met mezelf leven en kan overweg met het leven. En dat wens ik eigenlijk iedereen ook toe in het nieuwe jaar.

Bedankt alvast aan iedereen die bijdroeg. En aan wie volhield om tot hier te lezen.





De oudjes zijn weer helemaal mee

21 05 2012

Zondagmiddag, grootoudertijd.

‘Ah, metj, oewist?
Kerngezonde, maar bittergestemde Madeleine (bijna 89): ‘Slecht! Ik heb euthanasie gevraagd aan den doktoor.’
‘Oei. Wat heeft hij gezegd? ‘
‘Dat ik daarvoor eerst ziek moet zijn.’

Dan maar naar vrolijker oorden. Ten huize Willy & Mary-Louise pronkt een prachtig stuk speelgoed op tafel.

Ik: ‘Wadismedat hier?’
Willy (net 82): ‘Ik heb mij ne computer gekocht’.
Ik: … (stikkend in mijn jaloezie)

Kan er geen wet in het leven geroepen worden die senioren verhindert hun kleinkinderen voor te steken op technologisch vlak? In een door technologie en communicatie gefascineerde familie is het nu net mijn grootvader die als eerste een tablet heeft??

Altijd iets te beleven dus, bij mijn grootouders. Mocht u zin hebben mijn bezoektaak eens over te nemen: amusement verzekerd.





Zes jaar al

14 03 2012

Hij wordt steeds meer verleden.

Zes jaar zonder Jelle.

Afbeelding

 





Mijn oma is dood (maar ze leeft nog)

23 11 2011

Afgelopen zomer werd mijn grootmoeder 88. Zeggen dat dat er een feeststemming was, is veel gezegd. Mijn grootmoeder is niet graag jarig, dat is al jaren zo. Maar nu kon er echt geen glimlach af. Niet dat er veel animo onder de verzamelde familieleden viel vast te stellen, maar toch, eens jarig leek ze toch altijd weer mee te willen, al was het maar omdat ik drie stukken taart at om haar plezier te doen.

Nu zijn we een aantal maanden later en er is geen beterschap. Mijn grootmoeder lijkt op haar 88e vastbesloten ongelukkig naar haar levenseinde te sukkelen. Haar gezondheid is daarbij geen doorslaggevende factor. Ze zit met een slecht genezende wonde, kneusde onlangs weer haar ribben bij een val, heeft evenwichtsstoornissen waardoor ze al eens haar vloerbedekking van zeer nabij moet bekijken, maar al bij al is ze voor een hoogbejaarde best nog vief. Dokters en professoren prijzen haar al jaren voor de kwaliteit van haar lichaam!

Maar vooral tussen de oren wil het niet meer mee. Mijn oma heeft er genoeg van. Ze klaagt en zeurt en plengt al eens een traan, weigerend nog enige schoonheid in het leven te zien. Vanuit haar standpunt kan ik dat soms begrijpen, al negeert ze koppig iedere scheut optimisme. Ze zit vaak alleen, is niet meer goed te been, eet niet meer met smaak, staart gedachteloos naar televisie en toont geen enkele interesse in wat voor ontspanningsmogelijkheid dan ook. Een Story doorbladert ze zonder enig genoegen en de post uit de brievenbus halen is de uiterste krachtinspanning en tegenwoordig haast de enige uitstap. Durf haar nergens voor uit te nodigen want ze komt niet (ook al omdat dat fysiek steeds moeilijker wordt).

Ze ziet mij en andere familieleden graag op bezoek komen. Ze heeft vijf zonen – waarvan drie gepensioneerd – , zeven kleinkinderen en als ik me niet vergis negen achterkleinkinderen. Maar dat garandeert geen zoete inval. Sommigen komen weliswaar eens per week, enkele zelfs iedere dag, maar nooit erg lang. Ik vrees ook dat de plichtmatigheid steeds voelbaar is. Er wordt dan geponeerd hoe druk het wel is en wat allemaal nog moét. Het gezelschap houden van een bejaarde hoort daar niét bij, zo laten ze haar voelen. Sommige kleinkinderen slagen er niet in één keer per jaar langs te komen. Druk druk druk, u moet dat verstaan. Ik woon het verste weg maar teken minstens drie keer per maand present.

Ze blijft daar consequent waardering voor uitspreken, maar toch kost het me een inspanning, dat geef ik al een tijd toe. Ik zie er de tijd wegtikken en aanhoor haar geweeklaag. Er zit al eens een buurvrouw of zo bij en dan val je al snel een erg enge wereld binnen, waarin dooddoeners of praatjes over het weer de dienst uitmaken. Ik verbijt mijn ongeduld, blader in haar roddelblaadjes en eet een koekje of tien. Een echt gesprek hebben we nooit. Mijn oma wil wel weten hoe het met me gaat, maar haar wereldbeeld staat mijlenver van de werkelijkheid. Ze begrijpt niet veel  – hoort ook niet goed – en beoordeelt alles vanuit een achterhaald, door de media gevoed angstenpatroon. Schoolmeester worden afgeslegen door bendes Turken en mijn broer moet bedelen voor een korst brood. Er is dus niet echt sprake van een conversatie. Zelfs de kracht van een anekdote gaat snel verloren.

Het is ook normaal dat ze, vanuit haar neerwaartse spiraal, enkel nog geïnteresseerd is in haar eigen situatie. Het aanhoren van haar problemen, bezie ik als mijn taak als kleinzoon, zelfs al krijg ik steeds meer het gevoel dat anderen die taak verwaarlozen. Ik word er ook moe van. Maar waarom zou ik, die een actief, gevarieerd, genotsvol, sociaal en impulsrijk leven leid, het niet kunnen opbrengen om haar nu en dan een uur gezelschap te bieden en wat aandacht te geven?

Straks denkt u nog dat dit artikel over mij gaat. Dat ik beroep doe op uw ‘vind ik leuk’s om mijn status als doodbrave kleinzoon bevestigd te zien. Maar de essentie is dat mijn bekommernis omgeslagen is in bezorgdheid. Ik krijg steeds sterker het gevoel dat mijn oma het wel  gehad heeft en ze zich, los van fysiek welzijn, een plaatsje aan het reserveren is in het hiernamaals. Maar hoe praat je zulke gedachten uit haar hoofd?

Ik vrees ook, en nu ga ik boude uitspraken doen, dat veel mensen ook niet inzien waarom dat uit haar hoofd moet gepraat worden. Misschien willen we wel allemaal dat ze op een ochtend niet meer wakker wordt, omdat ze dat zelf toch zo graag wil (en ons dat dan allemaal verlost van al die lasten?).

Alleen mag ze dat verlangen dan al uitspreken, in hoeverre is dat gefundeerd? Ze is altijd al bang geweest van de dood. Daar nu naar lijken te verlangen wijst of op een depressie of op een verpakte noodkreet. Intussen heeft dit doemdenken dan toch effect op haar gezondheid. Ze krijgt wel veel hulp in huis, maar het begrip zelfstandig wonen wordt duidelijk uitgehold. Ik vraag me dus af wanneer mijn vader en zijn broers deze situatie willen onder ogen zien. Het woord ‘rusthuis’ valt zelden. Mijn oma heeft zich daar altijd negatief over uitgesproken. Haar buren argumenteren mee. In eigen huis ben je de baas. Daar zit je evengoed alleen. Je krijgt er eten maar verder ziet er ook geen mens naar u om. Je krijgt er maar een klein kamertje. Enzovoort.

Ik begin dat te betwijfelen. Volgens mij zou mijn oma opgelucht zijn dat er altijd hulp in de buurt is, ze verlost is van een huis dat te groot is en een tuin die ze niet kan onderhouden. Waar wel degelijk andere mensen zijn om elkaar gezelschap te houden. Waar mensen professioneel het soort kletspraat gebruiken dat mijn oma net apprecieert. Of zal het één van haar zonen zijn die op een dag  – laat het nooit zover komen – haar van een verse luier moet voorzien? Ik dacht het niet.

Mogelijk overschat ik die seniorenopvang. Mijn oma is geen gemakkelijk mens. Maar wat is het alternatief? Een laf ontwijken van de realiteit, tot er op een dag iets erger gebeurt – een zware val, een heupbreuk, een attakske –  en ze maar meteen terechtkomt op een afdeling waar het onvermijdelijk naar pis ruikt? Ik ken mijn familie wel een beetje. Het zou best wel eens kunnen dat ze dat een normaal perspectief vinden.

Ik weet ook dat een plek in een rusthuis lang vooraf gereserveerd moet worden. Gezien de huidige gemoedstoestand van mijn oma en mijn akelige aanvoelen, is het misschien te laat om die zoektocht nu aan te vangen. De familie toont zich bereid de periode tot dat ultieme moment – wat evengoed nog jaren kan zijn – zwijgend te overbruggen, al zijn dat dan vele uren bezoek. Ik zucht daar diep om. Ik word er moe van. Ik schuif het van me af maar trek het me ook aan. Het is niet mijn zorg. Het is wel mijn zorg.

Zekere secreten van tantes, niet vies van wat gestook, etaleerden jaren geleden al hun zogenaamde barmhartigheid met de belofte dat er altijd een bedje voor haar zou klaarstaan, mocht het zover komen. Ik vind dat  het zover is. Waar is dat bedje nu?

Weet u wat mijn oma eigenlijk echt het aller- aller- allerliefste zou willen? Bij mij of mijn broer wonen. Echt waar. Ze laat zich dat al eens ontvallen, al weet ze meteen hoe absurd dat idee is. Ze ziet ons heel graag. Ik vind het een verpletterende verantwoordelijkheid dat de sleutel tot haar geestelijk welzijn misschien wel in onze handen ligt. Ik verkies dan toch maar bot egoïsme, in dat geval. Ik ga niet voor de status van heilige. Ik dek me in met die drie bezoekjes per maand.

En voilà, dan ben ik misschien nog slechter dan mijn familieleden.

Wat nu?

************





Vijf jaar al

13 03 2011

Vijf jaar uit het leven, geen dag uit ons leven:

Jelle (1983-2006)

Eén van de gemeenschappelijke favoriete films van Jelle en mezelf was Magnolia, die we in 2000 samen zagen in cinema Kladaradatsch in Brussel.

Ook de soundtrack beviel ons enorm en deze song is een blijvende herinnering aan Jelle.

But can you save me
Come on and save me
If you could save me
From the ranks of the freaks
Who suspect they could never love anyone





Oma kijkt tv

7 03 2011

Televisionele waarnemingen van Marie-Louise R. (78):

Wim Helsen, dat is toch zo’n mooie man zonder bril! En wat een formidabele acteur! En een mooie man!

De Kazakkendraaiers, dat is toch echt flauw, nog te flauw voor vtm zelfs, dat is iets voor vt4, vind ik.

Diene Jelle De Beule, ik vind dat zo een grappige kerel en die doet zijn werk zo goed, maar dat hij getrouwd is met die Sylvia van de Joepie, vind ik toch een teleurstelling, ik kan er niets aan doen.

En wat mijn andere grootmoeder graag ziet, las u hier al.





De Slimste Sven ter wereld

16 02 2011

De favoriete tv-programma’s van mijn grootmoeder (87) zijn programma’s waar ik aan deelneem. Ze zit dus al een tijdje op haar honger.

‘Waarom doet ge nie mee aan De Laatste Show? Of De Slimste Mens ter Wereld? Dat is toch iets voor u!’

Tja. Waarom niet?





Man Bijt Oma

4 05 2010

Al jaren wacht mijn oma angstig de dag af dat mijn opa na cafébezoek opduikt met een cameraploeg van Man Bijt Hond in zijn kielzog. Ze mag er niet aan denken dat ze voor heel Vlaanderen maar dan vooral voor’ heel Haaltert en Kerksken’ ten tonele wordt gevoerd als de fervente breister, uitleg-grage  dorpsdeskundige of Huysentruytkijkster die ze eigenlijk is. Evenmin wil ze een schimmige achtergrondfiguur zijn in de show van mijn opa. Want àls Man Bijt Hond ooit effectief aan de voordeur staat, zal hij het wel zijn die de schermtijd vult, met ongetwijfeld zeer genuanceerde kritiek op het gemeentebestuur of zijn ambitieuze plannen voor het inrichten van een tv-kamer voor zichzelf.

Tegenwoordig heeft mijn oma die vrees verruild voor een andere. In haar nachtmerries krijgen haar kinderen of kleinkinderen het in de zotte kop een mail te sturen naar het programma Goede Vrijdag, dat op één als schermvulsel moet dienen met het stellen van allerlei goeds voor mensen die het al goed hebben. Recent mocht daarin een vrouw aanschouwd worden die op een vuurtoren in Ierland verrast werd door een gitarist of twee en haar halve trouwboek, die ze, vooral om de één-kijker ook iets te gunnen, dan ook hartstochtelijk in de armen viel – bekijk het hier zelf en krom uw tenen. Mijn oma zag dat doemscenario zich al voltrekken, zij lichtjes tegen haar zin en vooral denkend aan ‘heel Haaltert en Kerksken’ naar beneden kijkend van op een Ierse vuurtoren, om dan vanuit het niets mijn opa te zien opduiken met een gitaar in zijn handen en een grijns op zijn gezicht die vooral illustreerde dat hij haar liggen had. Van hartstocht zou de kijker weinig te zien krijgen en de woorden ‘onnozelaar’ en ‘deugniet’ zouden op zijn Haalterts weerklinken over de Ierse zee. Hilarische televisie die u voorlopig bespaard wordt.

Bij deze dan ook een oproep aan de rest van de familie om de woorden ‘Ierland’ en ‘vuurtoren’ de eerste maanden wat te weren uit de conversaties (moeilijk kan dat niet zijn) en aan Man Bijt Hond om zich vooralsnog niet in Haaltert te wagen. Of anders klopt u maar aan bij het zelfverklaard orakel van de buren. Vragen naar De Pintj.





Geraaskal met een strikje om

29 12 2009

Na jaren ervaring is me één ding duidelijk: de ellendigste dag van het jaar is die ene dag zo ergens tussen Kerst en Nieuwjaar waarop ik na lang uitstellen beslis cadeautjes te gaan kopen. Goed, niemand vindt dat echt leuk, maar laat me u met tegenzin overtreffen: er is doorgaans niets dat me een ellendiger gevoel geeft dan het op zoek moeten gaan naar geschenken.

Dat heeft in tegenstelling tot wat u zou verwachten, niets te maken met volle winkels, drukke straten en hinderlijke medemensen. Ik woon midden in de stad en als ik dat zou willen, kan ik de drukste momenten met gemak vermijden. De treurigheid en zinloosheid van het winkelen, de doelloosheid van de hele onderneming, maken dat ik terneergeslagen geen oog of oor heb voor de massa om me heen.

Al dat stappen door de straten – deze week net ook nog eens een kapotte fiets, dus alles gebeurt te voet – biedt me de tijd om één en ander te analyseren. Het is niet dat ik mijn dierbaren niets gun, integendeel: mijn favoriete dagdroom is winnen met de lotto en mijn familie alles geven wat ze begeren. En dat brengt ons  dan ook tot het punt waar ik het treurigst van wordt: deze mensen hebben in feite helemaal niets nodig. Zelfs al bedroeg mijn budget het tienvoudige, ik zou nog niet weten waarmee hen een plezier te doen.

Want dàt is het grote lijden: dagen, nee weken vooraf beginnen piekeren over wat nu precies geschikt is voor al deze mensen. Ze hebben toch hobby’s en interesses, hoor ik u al zeggen. Wel, dat wil wel eens tegenvallen, maar daar wil ik optimistisch over blijven. Alleen ben ik er van overtuigd dat wie in min of meerdere mate fanatiek met iets bezig is, of het nu breien, koken, klassieke muziek, interieurvormgeving, muziek, voetbal of wat dan ook is, zelf veel beter weet wat hij of zij wil, of door al jaren met die hobby bezig te zijn, al lang over alles en nog wat beschikt om deze bezigheid naar believen uit te voeren. De wereldreiziger heeft al een rugzak, een veldbed en een zaklamp. De jazzfanaat heeft all de  juiste cd’s. De gezelschapsspeler heeft zich de nieuwste spelletjes zelf al aangeschaft. Die oma heeft al pantoffels, zakdoekjes en koekendozen (700 zelfs!). De plezante nonkel heeft al 6 keer een onnozel gadget gekregen. Genoeg is genoeg, toch?

Dus strompel je langs etalages vol lelijke en overbodige spullen die niemand wil kopen – laat staat krijgen!  Hoe mooi versierd ook, hoe prachtig uitgestald, de meeste winkels liggen vol bazaar. Een geschenkenwinkel zelf is nog het ergste.  Kitschparadijzen. Of al die pakketten en cadeaubons die mensen dan verplicht moeten gebruiken. Nee, dank u. Dus bedenk je dan toch maar iets min of meer aanvaardbaar waarbij persoonlijk en origineel al lang geen passende adjectieven meer zijn, gewoon een kwestie van die nieuwjaarswensen niet met legen handen te moeten overbrengen. Ik vind mezelf dan eigenlijk een beetje zielig, mag dat? Omdat ik weet dat wat ik dan uitkies, eigenlijk nietszeggend is. Omdat bij het afgeven van het geschenk alle betrokken partijen weten dat dit een formaliteit is die moet afgehandeld worden.

Dat zou je tot in het absurde kunnen doortrekken. Mijn broer Boris en ik bedachten een keer dat je met een zeer bizar of volstrekt onnozel geschenk zou kunnen komen aanzetten, dat je dan afgeeft met een ernstig gezicht en waarbij je dus braaf je plicht vervuld hebt: een cavia voor mijn vader, een vislijn voor mijn moeder, een fietshelm voor mijn oma, een waterpistool voor mijn opa. Blij zouden ze er niet mee zijn, maar ik ben er wel vanaf en er kan me niets verweten worden.

In de loop der jaren tref je wel eens een passend geschenk aan natuurlijk. Of je hebt goed waargenomen wat er nodig is. Of je hebt het de betrokkene gewoon gevraagd: wat heb je nodig, waarmee kan ik je een plezier doen? Dat helpt tegenwoordig niet meer. Die mensen weten zelf ook niet wat ze willen of nodig hebben. Een fruitmand, besliste mijn oma dit jaar. Ik eet iedere zondag braaf alle bananen op die ze me toestopt.  Zij eet nooit fruit, hoogstens een gedroogde vijg. Wat moet ze met een fruitmand? Mijn vader weet het al helemaal niet meer. Consumeren is al zijn hobby. Mijn moeder dan weer wel, waarop ik dan precies koop wat ze zegt en ze dus blij maar geenszins verrast dvd’s en boeken ontvangt die op haar verlanglijstje stonden.

Het ideale geschenk, zo heb ik vroeger al een keer geconcludeerd, is iets dat vanuit het hart komt. Dat klopt, mijn oma ’s dierbaarste geschenk is een rijmpje dat ik schreef en dat nu ingekaderd op een ereplaats hangt in de woonkamer. Mijn vader doen we – vermoedelijk-  een plezier door hem een uitstap of etentje te beloven. Maar dat weegt dan toch weer erg licht, zeker op het moment van overhandiging. En het lijkt toch ook weer van te weinig moeite te getuigen.Een lief woord, een klein gebaar, als het er op aankomt is dat not done.

Ik ben nu anderhalve dag door weer en wind op zoek geweest en ben eens te meer zeer treurig gestemd geraakt. Ik lijk ieder jaar hetzelfde te kopen, of anders datgene van twee jaar ervoor. Ik heb nog niet voor iedereen iets en neem mijn uitvlucht tot clichés. Ik heb vooral veel voor mezelf gekocht, want dat is het gekke: ik weet wél precies wat ik wil en nodig heb.

Dat is dan het positieve aan dit hele gedoe: ik krijg zelf vooral envelopjes. Ook geen verrassingen, ook geen moeite voor de schenker. Maar ik ben er wel blij mee. Toch zit ook daar weer een wrange nasmaak aan. Moet ik concluderen dat ik eigenlijk betaald wordt voor dat gepieker en door weer en wind-gewandel? Komt het daar eigenlijk op neer? Loon naar werken? Die geschenkentijd moet trouwens sowieso gewoon onze economische kringloop draaiende houden. De verwachtingen van mensen zijn mee gegroeid met onze welvaart en welstand. We zijn verwend, door- en door. Op het akelige af. Ten koste van onze geestelijke gezondheid (al die stress en zorgen om wat geschenkjes) én het milieu, want de productie van al die brol brol brol uit die brolwinkels eist zijn tol.

Dit blogstukje barst uit zijn voeten, ik dreig te gaan raaskallen. Maar het zit me hoog. Geen boosheid of ergernis maar droefnis. Maar er is niemand schuldig aan en er zijn geen oplossingen voor want niemand zal de trend in gang zetten om géén cadeautjes meer te willen – en dat is eigenlijk ook  trouwens niet wat ik wil.  Maar het is een smet op mijn vakantie. Verstoorde dromen. Doembeelden van ontevreden familieleden, teleurgesteld in zoon en kleinzoon. Eén jaar om het goed te maken. En dan is het weer van dat.

Dank voor uw geduld.





Waarover ik niet geblogd heb

10 02 2009

Er ging geen definiërend moment aan vooraf, maar ik heb zo het gevoel dat mijn blogpauze over is – het was sowieso al een enigszins halfslachtige pauze.

Ik had het gewoon wat druk, de laatste weken. Niet erg, enerzijds. Achter bloggen kan bij momenten een zekere druk zitten. Jammer anderzijds, want ik had eigenlijk best wel wat willen schrijven.

Over het drama in Dendermonde misschien? Ik waag me niet aan zuiver beklag. Ik ga geen slachtoffers bewenen. Ik denk ook niet te kunnen oordelen over de dader, zijn familie, zijn motieven. Ik spreek me niet uit over wraak of straf. Maar ik kreeg wel héél snel genoeg van de manier waarop de media het nieuws behandelden. Heel wat kranten en alle tv-journaals putten zich uit in het uitmelken van de dramatiek. Vergezochte getuigen en het onkies focussen op emoties. Ouders die hun kind verloren aangeslagen op de voorpagina, op grote foto’s. (“Zij verloren hun kind”). Een soort van ‘show’ op VTM met getuigen en specialisten, omringd door publiek. Povere pogingen tot de opbouw van een ernstig imago inzake berichtgeving. Voor Het Laatste Nieuws geldt zelfs die zielige ambitie niet eens meer. Maar genoeg daarover.

stats2Over de onwaarschijnlijke bezoekcijfers van mijn blog dan?. Dankzij die blonde uit Van Vlees en Bloed, die men zo graag zonder kleren wil zien. Dan blogt een mens net wat minder, krijg je recordaantallen hits.

Over televisie natuurlijk. De kracht van Van Vlees en Bloed. De schoonheid van De Smaak van De Keyser. De lulkoek waarmee het nochthans nog steeds entertainende programma De Slimste Mens ter Wereld gevuld werd. De vragenmakers gaan het steeds meer zoeken bij het platvloerse en sensationele. De finale die ging tussen een politicus met te weinig ernst en een nieuwslezer met te veel ernst. De clownerieën van Torfs vormen verder een nieuw dieptepunt. Afvoeren die man. Intussen viert VTM zijn 20-jarige bestaan. 20 jaar kul. Man Bijt Hond voerde enkele VTM-fans op die niet beter getypeerd konden worden. Jan Verheyen liet zich desondanks overal grote uitspraken ontvallen; het vallen van het ijzeren gordijn had er niets bij.

Over mijn collega’s misschien, een groep heerlijke mensen met in de kern zelfs heel wat dierbaren. Over het feestboek, daar op de Freixenetschool. Over de aard van de conversaties in de leraarskamer.

Over al die baby’s die ik bezoek. Maria-Dolores. Berend. Staf. Allemaal schoon en braaf, hun ouders gloeien van geluk.

Over mijn leerlingen ook. Die stellen het wel, uiteraard. Een Australisch meisje vervoegde ons. Taalbarrières verbrokkelen onder Kinderengels. Joe aur naais en wat is jaur neem. Het sociale proces is boeiend om te zien. Eerst leggen enkele initiatiefnemers beslag op de nieuweling. Daarna wagen de schuchteren hun kans, met meer succes. En dan is er romantiek en liefdesverdriet. Ouders moeten me dat vertellen, een meester merkt daar allemaal niets van, ze lijden in stilte. Die houdt van die maar die is op die. Die weet van niets maar het wordt hem wel kwalijk genomen. Tragisch, vanuit hun perspectief.

Over Boris die zich in Liechtenstein helemaal geeft. Geen slaap, geen ontspanning. Er is enkel de weg naar school en terug. Hoe hou je dat vol? Maar zijn ‘rapport’ slaat ons wel met verstomming. Ooit gaat dat fortuin en faam opleveren, Boris!

Over goeie films (Revolutionary Road, Frost/Nixon), leuke films (Dirty Mind), aanvaardbare maar ietwat teleurstellende films (Valkyrie) en oersaaie films die je ijskoud onverschillig laten (The Curious Case of Benjamin Button).  

Maar goed, over al die zaken heb ik dus niet geblogd. We zien wel wat zich nog aandient ter inspiratie.





Sneeuwbal teruggekaatst

26 11 2008

Haaltertse winterimpressies, klinkt de titel van een mailtje dat je moeder op een sneeuwachtige zondag stuurt. Met als bijlage een gezellig kiekje van een winterse, ondergesneeuwde tuin.

Gentse winterimpressies, stuur je terug, met als bijlage een uitzicht op een ondergesneeuwd stadspark.

Krijg je dit terug uit Liechtenstein:

liechtenstein

Oké,  Boris, jij wint.





Bye Bye Boris

25 09 2008

Mijn moeder zag een Hollywoodafscheid wel zitten, inclusief tranen en wuivende zakdoeken, maar haar jongste zoon verkoos aannemelijk voor een sober afscheid. In alle rust en kalmte vertrok mijn broer dus eergisteren naar Liechtenstein, om er in internationaal gezelschap te studeren aan een niet geheel onbelangrijke school,  – als ik dat even ongegeneerd in de verf mag zetten. Mijn verdienste is het niet.

Een klein jaar lang zal hij weg zijn. Op zich vind ik dat niet zo heel erg lang. De tijd vliegt en er verlopen af en toe sowieso wel eens een paar weken of zelfs maanden eer we elkaar weer eens terugzien. Voor we het weten, is hij wellicht al terug. Maar zijn leven zal er tijdens die periode wel wat anders uitzien -al is het momenteel alleen nog maar omdat hij daar geen kat kent.

Zijn eerste mail aan de familie was heel verrassend. Niet alleen moest ik vaststellen dat Boris een prettige schrijfstijl heeft en leuke observaties vermeldt die zijn relaas kleurrijk maken, gewoon het feit dat hij zijn familieleden spontaan op de hoogte brengt van wat er gaande is in de Duitse versie van L’Auberge espagnole, was ergens al …tja, mooi.

Onze 85-jarige oma is intussen vast een gewiekst plan aan het bedenken om haar jongste kleinzoon snel terug naar Belgïe te lokken. ‘Wat gebeurt als ik sterf terwijl hij daar in de bergen zit?’ klaagt ze tegen zichzelf. Ik geef haar eerlijk antwoord: ‘Welk verschil zou het maken als je sterft terwijl hij in Aalst zit?’. Dan draait ze de situatie maar snel om: ‘Wat als hij daar iets voor heeft? Dat manneken, zo alleen in een ver land?’ Ik wijs haar er nogmaals op dat hij dra zijn 29e verjaardag viert. Zorgen maken, een hobby als een ander.

Ik wacht intussen af wanneer/of het moment aanbreekt dat ik moet vaststellen dat zich een zeker gemis manifesteert en een jaar misschien toch wel heel lang blijkt te zijn. Maar het draait om hem natuurlijk. Dat de opleiding veel mag opleveren en hij zich geen moment mag vervelen. En ons dus zeker niet mist.





Een halve eeuw!

5 09 2008

Op deze ietwat wisselvallige dag sluit mijn moeder haar 50e levensjaar af. Een tekenende stap in haar geval, want ze staat er niet bepaald om te juichen.

Ja, ik heb een jonge moeder. Als kind al stonden we daar al bij stil, want vriendjes merkten dat ook op (al zeiden ze vooral ‘Wat heb jij een mooie mama!’) en mijn moeder stak vaak schril af tegenover de soms afgeleefde maar vooral klassieke moedertypes die al bejaard waren op hun 35e. Ook nu nog hoeven we haar niet als een halve Alzheimerpatiënt te behandelen zoals leeftijdsgenoten wel eens plachten te doen met hiun moeder. Je kan er nog mee buiten komen of in de Pappenheimers naast zitten glunderen.

Ook in haar hoofd is mijn moeder jong. De meeste van haar leeftijdsgenoten zeggen haar niets. Al haar vriendinnen zijn jaren jonger. Haar garderobe is te gedurfd voor de meeste twintigers. Ze is leergierig en ondernemend als geen ander. Ze blogt er op los. Ze kan met zichzelf lachen. Ze droomt de meest onzinnige dromen. Ze reist zonder daarom een reislustige pre-senior genoemd te kunnen worden. Ze is eigenlijk geen 50.

Ze zucht natuurlijk wel eens. Ze zou wat meer de roze bril moeten opzetten. Maar hoe doe je dat als je op je 50e nog steeds weigert mee te draaien in een bekrompen, amateuristische, egoïstische samenleving omdat je steevast anders denkt over zoveel dingen en de lat voor anderen even hoog legt als voor jezelf? (Ja, juist, de appel valt niet ver enz.) Met vallen en opstaan zeker? En met bewondering van je zonen misschien, omdat ze zo een strijdvaardige moeder hebben? Dat ze nog vele jaren zo mag bruisen!

Gelukkige verjaardag, moe! Vijftig virtuele bloemen om het te vieren.





Random Thoughts (9)

18 08 2008

De vrt roept Tom Coninx terug uit Peking wegens te weinig bijdragend aan de verslaggeving. Wel een beetje pijnlijk toch, zo’n publieke tik op de vingers. *** Zin om naar de Haaltertse proeverij te komen? We zien u in september. Kies zelf maar een zondag uit. ***  In een Texaanse school mogen de leerkrachten vanaf nu gewapend naar het werk komen om zichzelf en de leerlingen te beschermen in het geval van Columbinetoestanden. Intussen citeert Obama een bijbeltekst en krijgt hij daarvoor een groot applaus. Hoe nuchter wordt er in dat land nog gedacht? *** Snapt iemand wat die pinguin te betekenen heeft in een reclame voor luchtverfrissers? *** Boris is geveld door een virale infectie. Even gedaan met duizend en één dingen tegelijk te doen. De communicatie en dienstverlening in het A.Z. Aalst was als vanouds weer *excellent* *** De schoorsteen van de school wacht al minstens 18 maanden op een herstelling. Verantwoordelijke is de stad Gent, al is het in dit geval wellicht een ongemotiveerde of overbezette aannemer die (héél lang) op zich laat wachten. Nochtans ziet zelfs een kleuter dat het werk aan de schoorsteen amper één dag kan bedragen. Zijn er eigenlijk nog positieve ervaringen met aannemers en vaklui? *** Koen Wauters sprong uit een vliegtuig voor een goed doel. Helaas mét valscherm. *** Het is zover, de dvd-kast is vol. *** Het aantal medailles dat België in de wacht sleepte op de Olympische Spelen, is tot nu toe niet te tellen. Probeer maar. *** Gedateerd maar bij momenten nog steeds hilarisch: –‘Al, waarom neem je mij nooit mee uit naar een hotel?’ -‘Ach, Peg, je zou toch de weg naar huis weer terug vinden’. ‘Married with Children’, iedere donderdagnacht op vtm. *** Iemand nog een telefoonboek? In Gent struikel je er zowat over. Hoe vaak gebruikt u nog zo’n gids? Hier leest u hoe ze te vermijden. Voor die mensen die ze dumpen, is dat. *** Collega Val wil me aubergines en courgettes leren eten. Help! ***

 

Vorige Random Thoughts





85-jarige krijgt 700 cadeaus

19 07 2008

Mijn oudste oma wordt dit weekend 85. Dat wordt rustig gevierd, maar alle betrokkenen delen dezelfde zorg: wat wordt er als geschenk gekocht? Mijn oma is niet van de makkelijkste. Ze heeft geen bijzondere interesses of bezigheden die inspiratie kunnen geven tot een geschenkidee. Ze heeft niets echt nodig. Ze eet liever geen pralines en ze houdt zeker niet van bloemen.

Een terugblik op de laatste 25 jaar waarin ik haar verjaardag bewust heb meegemaakt, leert me dus dat de goede ideeën al geruime tijd op zijn. Ik zie ook dat verjaardagsgeschenken als een caroussel werken. Wat de ene zoon het ene jaar schenkt, geeft een ander haar het jaar daarop. Er moeten dus zo’n 5 aanvaardbare ideeën zijn die elk jaar weer gerecycleerd worden. Er is overigens ook nog een moederdag en een nieuwjaar waarvoor dezelfde problematiek geldt.

5 zonen die voor drie gelegenheden een geschenk kopen, dat zijn 15 cadeautjes. Dit 25 jaar lang (eerder natuurlijk ook al, maar dat past niet binnen mijn waarneming), dat zijn dan 375 geschenkjes. 7 kleinkinderen, die gezien hun gemiddelde leeftijd, waarschijnlijk al zo’n 15 jaar zelf opdraven met een cadeau, dat zijn er nog eens 315. Ons Madeleine kreeg de voorbije 25 jaar dus bijna 700 cadeaus. En dan zijn er nog wel wat andere verwanten die haar ergens een plezier mee hopen te doen.

Een schatting na waarneming, levert volgende stock op:

– 29 paar pantoffels
– 32 paar schoenen
– 31 paar oorbellen
– 67 blouzen, rokken of truien
– een tiental meubelstukken (een schoenenkastje, een tv-kastje, een zeteltje, een tuintafel, een bijzettafeltje, een lamp, een badkamerkastje, nog een tuintafel, een parasol, … ) 
– 25 elektronische toestellen (koelkasten, tv’s, radio’s, koffiezetapparaten, microgolfovens, wekkerradio’s, diepvriezers)
– 24 slaapkleedjes
– 28 dozen pralines (toch proberen hé)
– 53 manden met lekkernijen
– 35 manden met etenswaren (dus apart van de  lekkernijen, met daarin o.a. zo’n 100 pakken koffie)
– 1 boek
– 97 beeldjes, pottekes, vaaskes, schaaltjes, kandelaars, kaarsjes,
– 12 handtassen
– 14 kettinkjes
– 28 stuks toiletbenodigdheden (zeepjes, handdoeken, huidcrèmes, shampoo, badparels, parfum, poedertjes, crèmpjes)

En dit is dan wellicht een flinke onderschatting, want ik kom nog lang niet aan 700.

Het vreemde is dat mijn oma’s huis lang niet uitpuilt. Integendeel, er staat nergens rommel en de opslagkamer is bijna leeg. Een groot deel van deze geschenken wordt immers gewoon weggegeven. Ik krijg bv. regelmatig wat chocolade en koeken in handen gestopt die ze van iemand anders gekregen heeft. Onschuldig hoor, maar het betekent wel dat ze die spullen eigenlijk niet wil. Nochtans zou niemand het moeten wagen met lege handen aan te komen. Dat wordt geenszins geapprecieerd. Toch foetert ze wat af, de dag na haar verjaardag, omdat ze weer een heleboek zinloze dingen heeft gekregen. Dapper stellen dat ze dit jaar eens echt niéts wil, weigert ze koppig. De laatste jaren duiken er steeds meer cadeaubons op. Dan kan ze tenminste haar zin kopen. Maar aangezien ze niets nodig heeft, verblijdt ook dit haar geenszins.

Af en toe waagt iemand (lees: Boris of ik) zich aan een origineel geschenk – waarbij ‘origineel’ betekent dat het nog nooit door iemand anders gegeven werd. Een kussentje met kersenpitten? Aardig toch. Doch nieuwe gewoontes aannemen, is veel gevraagd, dus dat kussentje belandt in een kast. Of bij een buur. Een handig boodschappenwagentje? Uitstekend idee, maar het verlaagt de mogelijkheid tot klagen over het gesleur met boodschappen dus na enkele maanden blijft het achter de deur staan en na een jaar staat het bij het vuilnis. Die wegwerpcamera vond ze wél leuk. Ze kiekte de postbode, de buurvrouw en één van die achterkleinkinderen waarvan ze de naam niet kan uitspreken. Wij lieten de boel ontwikkelen en tegen de volgende gelegenheid kreeg ze een foto-album voor die kiekjes. Zo af en toe bladert ze daar nog een keer in. We kloppen onszelf nog steeds op de schouder omwille van dit idee.

Haar lievelingsgeschenk is echter, zonder twijfel, de nieuwjaarsbrief die ik haar een jaar of 8 geleden schreef. Die ging over de eenzaamheid en het alleen zijn, deed tranen opwellen en werd ingekaderd opgehangen. Toen ze zich vorig jaar liet ontvallen dat de tekst er nu wel al heel lang hing, schreef ik een nieuwe. Wat persoonlijke feitjes, wat smartelijke clichés en wat gerijm, meer is het niet. Fotootje ernaast van Boris en mezelf en de klus was geklaard. Veel moeite, weinig geld, grote dankbaarheid.

Deze tekst ging gepaard met dat ene boek dat ze in die 25 jaar kreeg. De helaasheid der dingen. Omdat het zich in onze streek afspeelt en de Vlaamse tragiek/kolder even herkenbaar als grappig is. Omdat onze oma wel wat momenten in haar leven heeft gehad waarbij zij het ‘meetjen’ was in het verhaal. Omdat ze de Story toch geen 12 keer kan herlezen.

En toch weet ik welk geschenk ze het allerliefste heeft: een bezoekje – oew, dat klink melig. Maar het is zo. Dat mag dan meer dan drie keer per jaar (en voor sommige familieleden is dat nog veel gevraagd) en dat mag ook op andere dagen dan die betreffende feestdagen. Dat mag vooral de zondagnamiddag.

Dus nonkels en tantes, neven en nichten. Laat die pyama’s, sjakossen en koekedozen. Gewoon wat aandacht is genoeg. Er moet zelfs geen papiertje rond.





Slecht ingeschat

4 07 2008

Mei:
– Hoe gaat het met de studies?
– Pff, ramp. Ik bak er niets van. Mijn werk is afgekraakt door de jury. En ik had er zo hard aan gewerkt.
– Zie je de examens nog zitten?
– Bwaja zeker. Het zal zwaar worden. Ik weet nu al dat ik niet geslaagd zal zijn voor mijn werk. Dat is ook geen motivatie natuurlijk.

Juni:
– Ah, lang niets gehoord. Ben je aan het blokken? Hoe gaat het?
– Zwaar man, zwaar. Amai, ik zie het niet echt meer zitten. Ik vrees ervoor. Ik blok en ik blok maar de examens zijn echt moeilijk.

Juni (2):
– En, wat denk je?
– ’t Viel echt niet mee. Ik ben zeker van enkele herexamens. Spijtig wel, mijn vakantie verkl**t. Ik ben echt mijn motivatie kwijt. Pff, wat een problemen.

Juli:
– En? Weet je al iets?
– Geslaagd met onderscheiding.
– Ah?

Proficiat, broertje.


(Deus – The Architect)





Dag Moeder

11 05 2008

Mochten volgende dingen in de handel verkrijgbaar zijn, zou ik ze mijn moeder cadeau doen voor moederdag:

  • *een systeem dat haar waarschuwt dat ze de garage heeft laten openstaan bij haar vertrek. Kan ook afgestemd worden op voordeuren en dakramen. Dat werkt na vijf minuten, niet na twee dagen.
    *een Aziatische sweatshop waarvan de loonslaven heel de dag door haar blog bezoeken zodat haar bezoekcijfers wat stabieler worden en ze daar dan niet meer over hoeft te jammeren.
    *één grote afstandbediening voor televisie, dvd, video en cd-speler, en bij voorkeur met maar één knop op.
    *snoep waarvan je afvalt.
    *een machine die je dromen registreert en ze indeelt in afleveringen, zodat de grappigste en meest surreële televisieserie ooit een feit is.
    *een identiteitskaart en een reisvisum die geldig zijn tot het jaar 3425, zodat ze nooit meer naar het gemeentehuis moet.
    *een radar die wanneer ze het huis wil verlaten registreert of er iemand in de buurt is die ze kent zodat ze weet in welke mate ze verzorgd naar buiten mag.
    *een (bij voorkeur verlammend) apparaatje om praatgrage buren uit te schakelen.
    *een bazooka om de koterij van de buren te verwijderen.
    *een opbergbare tuinadviseur die o.a. verklaart waarom haar pas aangeplante haag er treurig bijstaat.
    *een handtaskamer (en bij uitbreiding ook een ebaykamer, een snit- en naadkamer en een bibliotheek)
    *vingerafdrukgestuurde autosleutels die je aldus altijd op de auto mag laten zitten zodat je ze ook nooit kwijt kan zijn.
    *een gsm die niet in rioolputjes kan vallen. En die automatisch naar haar toevliegt wanneer er iemand belt, zodat ze geen 27 oproepen mist.
    *een koppel onsterfelijke en onmogelijk te ontsnappen kippen.

Had je nog iets gewenst, moeder?

 Prettige moederdag!





twee jaar zonder

13 03 2008

Jelle 





Impressed

29 02 2008

rapport.jpg

Proficiat aan een zeker familielid van me!








%d bloggers liken dit: