Vergeef me

3 11 2010

Gelukkig was er een vertoning in de voormiddag. De kans op  veel bezoekers was klein, de kans iemand tegen te komen die ik kende, nog kleiner. Ik had onopvallende kleren aangetrokken en vertrok zo laat mogelijk. Tegen mijn zin, alsof ik naar de tandarts moest.

In de zaal aangekomen, bleek ik het verloop goed ingeschat te hebben: de lichten waren reeds gedempt. Er zaten amper acht mensen. Onbekenden, gelukkig. Maar je weet maar nooit. Een tante of neef van een leerling, de zus van een collega, een Haaltenaar die het wat verder komt zoeken. Ik had een krant bij om me enigszins achter te verstoppen. Ik was beschaamd, ziet u. Ik stond op het punt een daad te verrichten die ik mezelf niet snel zou vergeven. Ik was laag gevallen.

Ik voelde me vies en goedkoop. Waarom gaf ik toe aan deze perverse gedachten? Wat dreef me hierheen? Deze plek kende ook schoonheid, maar waarom wilde ik dat ideaalbeeld vernietigen? Waarom wilde ik in deze onwaardige situatie belanden?

Dik anderhalf uur verdroeg ik mijn knagende geweten. Liet ik me uitbuiten als een laaggevallen snol. Ik onderging alles gelaten en verdrong het doembeeld dat mijn omgeving zou te weten komen wat ik aan het doen was. Ik walgde van mezelf. Toen het voorbij was, werd ik overvallen door een grote opluchting. Ik wachtte om als laatste de zaal te verlaten en ontweek de blikken van voorbijgangers.

En dat allemaal om een recensie te kunnen schrijven van Zot van A.





Filmmaand oktober

31 10 2010

Met 40 films kan oktober gerust een topmaand genoemd worden, met dank aan het filmfestival van Gent uiteraard. En zo naderen we stilaan de kaap van de 3000 films.
De films met een * werden hier gerecenseerd.

130/ Forgetting Sarah Marshall (6): behoorlijk saaie komedie waar ik meer van verwacht had.
131/ Bubble (8): fascinerend experiment van Steven Soderbergh, een meeslepend psychologisch drama.
132/ The Social Network (8): Grandioos verslag van de  strijd tussen de bedenkers van Facebook. *
133/ Potiche (8): heerlijk frivole boulevardkomedie met een topprestatie van Catherine Deneuve.
134/ Home for Christmas (7): Noorse degelijkheid, echter iets te braaf, van de maker van Kitchen Stories hadden we meer verwacht.
135/ Dieci Inverni (8): gebalanceerd Italiaans romantisch drama, met een interessant narratief uitgangspunt.
136/ Sounds of Noise (8): Extreem genietbare Zweedse prent over een groep muziekterroristen.

137/ La Solitudine dei Numeri Primi (8): Degelijke, maar erg dramatische verfilming van de gelijknamige, populaire roman.*
138/ Tender Son: the Frankenstein Project (6): nogal theatraal, eentonig en geforceerd gewelddadig Hongaars drama.
139/ Der Kameramörder (7): nogal labiele psychothriller met al te mak verloop.*
140/ Another Year (8): zeer geslaagde slice of life, zoals te verwachten viel van Mike Leigh. Geweldig acteerwerk ook.*
141/ 22 Mei (5): geen spek voor mijn bek helaas, dit bevreemdende, semi-metafysisch relaas dat irritant genoeg ook zowat volledig in het dialect wordt gespeeld.
142/ Fair Game (7) solide Amerikaanse thriller, op feiten gebaseerd, met een sterke Naomi Watts.
143/ 3 Backyards (6): mooi in beeld gezet maar essentieloos suburbaans drama met pijnlijke soundtrack vol hoge tonen.
144/ Tiny Furniture (8): originele en grappige tragikomedie vol realistische maar leuke personages.*
145/ R (8): brutaal en claustrofobisch Deens gevangenisdrama dat wel wat doet denken aan Un Prophète.
146/ Rubber (4): rubbish.
147/You Will Meet a Tall Dark Stranger (7): middelmatige en al te typische Woody Allen
148/ Littlerock (6): iets te kille Amerikaanse indie over vervreemding en taalbarrières.
149/ Exit Through the Gift Shop (8): hilarische, inventieve en meeslepende documentaire over straat- en andere kunst.*
150/ Swinki (7): rauw Pools sociaal drama over de valstrikken van de adolescentenwereld.
151/ Schemer (7): treffend, bij momenten onthutsend Nederlands drama met een sterke jonge cast.*
152/ Au Revoir Taipei (6): al te lichtvoetige Taiwanese prent.
153/ Submarino (8): Aangrijpend Deens drama dat aan je ribben blijft kleven.
154/ Sinestesia (6): betekenisloos Zwitsers drama in 4 verschillende filmstijlen verteld.*
155/ The Housemaid (6): elegant gefilmd maar wat oppervlakkig verteld, deze al bij al povere remake van de gelijknamige film uit 1960.*
156/ Chatroom (2): spuuglelijke, onnozele en onbenullige pseudo-psychothriller over de gevaren van het chatten.*
157/ Snabba Cash (8): onderhoudend Zweeds misdaaddrama met interessante personages.
158/ Mine Vaganti (5): vergezochte, bij momenten irritante koldereske Italiaanse komedie.
159/ Winter’s Bone (8): doorleefd geacteerd en sober in beeld gezet Amerikaans mistroostig drama.
160/ Trash (6): ongeïnspireerd Spaans drama waarin eigenlijk niets erg dramatisch gebeurd maar wel wordt gedaan alsof.
161/ Kaboom (7): heerlijk onnozele, inventieve kruising van science-fiction, tienersoap en sekskomedie.
162/ Pure (8): zeer geslaagd, aangrijpend Zweeds drama met indringend acteerwerk en een soundtrack vol onverwoestbare klassieke muziek.*
163/ All Good Children (7): onrustwekkend Iers drama over de obsessies van een jongen voor zijn buurmeisje.
164/ Somewhere (8): mooie, lichtjes uitgepuurde droefheid in een stijlvol maar dit keer minder frivool jasje.*
165/ Les Petits Mouchoirs (8): herkenbaar, realistisch en ontroerend relaas over de waarde en oprechtheid van vriendschap.*
166/ Dogtooth (8): fascinerend Grieks drama over een stel ouders met wel erg bizarre opvoedingsmethoden. Hoogst origineel en formidabel uitgewerkt.
167/ Agora (8): degelijke geschiedenisles met prima acteurs en prachtige sets.
168/ Bienvenue Chez les Ch’tis (6): nogal magere, clichématige en voorspelbare Franse komedie.
169/ Napoleon Dynamite (8): leuke alternatieve komedie met een wel erg bizar hoofdpersonage die je eigenlijk moeilijk sympathiek kan vinden.

Totaal: 2994





The End (2)

24 10 2010

De zondagnamiddag na het filmfestival gebruik ik om mijn hoofd maar eens leeg te maken. Ik heb de voorbije twee weken 33 films gezien (32 op het festival) en hoewel dat zowat hetzelfde aantal is als andere jaren, was de ervaring iets intenser. Misschien waren de films beter? Ik zag alleszins minder povere films dan voorheen. Amper drie films vond ik echt slecht.

Wat zeker meespeelde was dat ik veel meer dan anders de films aan elkaar reeg. Er was zelfs een dag met zes films! Je raakt dan in een soort hypnose, waarvan je na middernacht blij bent dat ze afloopt, maar waar je de volgende ochtend meteen weer naar verlangt. De geur van de bioscoopzaal, de zachte zitjes en vooral de betovering van dat witte scherm werken al snel een fysiek behagen op dat blijkbaar verslavend werkt. In combinatie dan wel met de kracht van het evenement: dit werkt enkel als je een hele serie nieuwe, onbekende films voorgeschoteld krijgt.

Ook de mensen op het festival spelen een rol: het publiek is anders samengesteld dan gewoonlijk. De zaal is stil, de krakende chipszakken zijn beperkt. Je voelt je haast één met de cinefiele massa, zou ik haast zeggen, maar dat is een overschatting: ook op een festival loopt volk rond dat amper twee acteurs bij naam kent en films dat het niet begrijpt gemakshalve speciaal noemen, zoals reeds eerder meegedeeld. Maar toch, de mensen maken mee de sfeer.

Meer ook dan andere jaren, speelde de festivalbar een rol. Tussen twee films door snel een drankje, of uitgebreid napraten met meer dan een drankje, ik liet me daar nu veel sneller toe  verleiden. Enerzijds komt dat omdat ik me na al die jaren erg op mijn plaats voel in wat ooit een wat mythische omgeving was (het festival op zich, niet de bar in het bijzonder). De drempel is weg, de poeha bleek ingebeeld. Ooit onbereikbare figuren blijken plots heel alledaags. Ze dronken zien dansen, helpt ook qua demystificatie.

Een mens wordt ook ouder – 33 tijdens het festival – en hoeft niet meer zo nodig jaloers te zijn op de manifestatiedrang van anderen. Die bij momenten toch ook maar klaplopers en blaaskaken zijn. Bekende filmjournalisten die ondanks al zoveel privileges, toch aandringen op gratis tickets en zo. De stagiairs die een week later toch gewoon weer werkloos zijn. Dat ik dat allemaal niet meer wil benijden, vind ik rustgevend.

Ik moet ook toegeven dat de roes ook een stuk aangestoken is. Het aantal mensen dat ik ken dat evenzeer gepassioneerd het festival bezoekt, neemt ieder jaar toe. Velen daarvan kennen elkaar dan ook weer. We zien dezelfde films, soms samen, soms apart, waarna we elkaar tegenkomen en trachten te overtuigen van ons gelijk. Met een glas in de hand uiteraard. Jongerenjurylid Sven DH, hees van vermoeidheid. Bert, die vanuit de buik recenseert. Ottelien, te weinig gezien. Hanne, die nu al uitkijkt naar de volgende editie. Roos, die me plechtig maar officieus tot lid van De Vrienden van het Festival benoemt. Stijn, de enige bezoeker op het festival die al zijn tickets betaald heeft en met wie ik graag films, mensen en op den duur het leven zelf beschouw. En ik had ook de immense eer de head of logistics van het festival te ontmoeten!

Ik geef mezelf ook een schouderklopje vanwege mijn onuitputbaarheid. Ik ben vrijwel nooit ingedommeld en ging tussen dat films kijken gewoon werken natuurlijk. En niet zomaar wat lesjes aframmelen terwijl ik met mijn hoofd in de cinema zat! Net tijdens het festival stond een bezoek aan het museum, een uitstap naar de  manège, een studiedag in Lille, (voor mezelf) een theatervoorstelling én een fietstocht op het programma. Maar ik ben er vlot doorheen geraasd. Enkel aan eten kwam ik niet altijd toe. Mijn buik is me daar echter dankbaar voor.

Dat weekje vakantie volgende week is dus welkom. Intussen bereid ik oudercontacten voor en schrijf ik rapporten. Tussendoor misschien ook nog een bioscoopje meepikken?





Cinemaniak (3)

19 10 2010

Ik zit volop – wat zeg ik, ik verzúip – in de films momenteel. Sedert vorige week zag ik al 24 films en de komende dagen staan er nog 11 op het programma. Nog nooit eerder voelde het filmfestival zodanig als een verslaving aan. Als ik mezelf na middernacht lostrek van de bioscoopstoel, wat bezweet, dorstig, murw en met kleverige ogen van de slaap, wil ik enkel maar mijn bed zien, maar bij het ontwaken verlang ik echter al meteen weer naar de zitjes en het donker van de zaal. Onbevattelijk voor wie geen cinefiel is wellicht.

Ik houd goed vol. Twee keer liet ik een film schieten, wegens toch iets te weinig zin in een specifiek genre of verhaal. Verder dommel ik nauwelijks in, de concentratie is maximaal. En de films goed, al ben ik nog niet verder gekomen dan 5 recensies helaas.Tussendoor ga ik trouwens gewoon werken hoor. (maar aan eten, afwassen, opruimen en verbeteren kom ik dan weer niet toe).

De mensen om me heen ergeren me minder dan vroeger, al blijven deze regels gelden en maak ik na afloop wellicht een aantal van dezelfde bedenkingen als vorig jaar. Vooral de beheerste, rustige en stille filmkijkers apprecieer ik weer ten volle. Maar al te vaak kan je een speld horen vallen in de zalen, en dat de hele film door. Hoe uitzonderlijk.

Vandaag zat ik jammer genoeg naast een drietal vijftigers, prima geconserveerde madammen, zeg maar. Hun prietpraat voor de film had me moeten waarschuwen (‘t Schijnt dat Zot van A zo ne schone film is, ik wil hem wel zien‘ en ‘De nieuwe van Pieter Aspe al gelezen?‘), want na een Zuid-Koreaans, nogal hysterisch eindigend drama, volgt veel te snel een o zo onnozele analyse als ”t was wel speciaal ee’. Ik moest me werkelijk bedwingen dit vrouwmens geen lel te geven, goed gecoiffuurd of niet. Ga dan naar Smoorverliefd of zo.

Het is wat met die Vlaamse films op dit festival, trouwens. Smoorverliefd valt in de smaak, ergens, door iemand, naar het schijnt, maar ik hoor vooral dat het allemaal erg onnozel is. 22 Mei zal niet op veel volk aan de kassa’s moeten rekenen, wegens misschien wat ontoegankelijk maar vooral heel erg saai. Speciaal ook. Pulsar kon op weinig fans rekenen, op die ene recensent na dan. Zot van A draait overigens niet op dit festival, maar is vanaf woensdag gewoon in de zalen te zien. Deze filmkenner was er al geenszins over te spreken (al werd het betreffende artikel geschrapt wegens wiens brood men eet enz), HUMO publiceerde een formidabele (negatieve) recensie en ik heb er zelf ook absoluut geen vertrouwen in. Maar wedden dat u met zijn allen gewoon lekker gaat kijken?

Dus kortom, ik heb het geweldig naar mijn zin, vond het een waar genoegen op die manier weer een jaartje ouder te worden en ga nog de hele week door!





Cinemaniak (2)

12 10 2010

Het vooruitzicht om vanaf morgen tot 23 oktober 38 films te zien is ergens wel wat schrikbarend, anderzijds iets om naar uit te kijken als een deugddoende vakantie. Het filmfestival begint en ik hoop daar de komende 11 dagen voldoende energie voor te hebben.

Vandaag, de openingsdag, laat ik alvast aan me voorbijgaan. Tickets voor de openingsfilm kosten 100 euro. Honderd. Voor een Vlaamse film die me wellicht niet echt boeit en die binnen een half jaar toch voor 3,99 euro in de afvalbakken van de Fnac ligt. Ik leg me neer bij deze gang van zaken: openingsfilms zijn vooral voor zogenaamde vips die niets of weinig met het festival (of film tout court) te maken hebben, zodat ze in de eindejaarsvraagjes van Humo al zeker één film kunnen noemen die ze goed vonden. Een hele geruststelling voor Joke Schauvliege.

Het wordt de 11e editie die ik bijwoon. De eerste keer zag ik er amper 3 films en vond ik dat al heel bijzonder. In 2005 zag ik er 42 – als werkloze ging me dat toen makkelijk af. Met 38 op mijn lijstje mik ik (té?) hoog. Uitputting staat me te wachten. Gelukkig is op school alles voorbereid, daar kan alvast weinig schade berokkend worden.

De komende dagen leest u hier dus vooral filmnieuws of simpelweg niets, want hoe kan ik dat nog combineren? Volg gerust mijn filmpagina, waarop intussen trouwens ook al een recensie  staat van het langverwachte The Social Network (niet op het festival te zien overigens).

 

 





Filmmaand september

1 10 2010

Ondanks de drukte die een nieuw schooljaar met zich meebrengt, vond ik toch de tijd om een respectabel aantal films te bekijken. De oogst van september:

118/ Tamara Drewe (7): luchtige, maar erg onderhoudende Britse romantische komedie.
119/ The Last Picture Show (8): Om meteen te herbekijken, deze prachtige, nostalgische film over opgroeiende jeugd en meer.
120/ Marieke Marieke (7): volwassen psychodrama met een klassiek thema, maar passend sobere en subtiele uitwerking.
121/ The American (8): George Clooney op zijn best in een soms bezwerende, ingetogen en oogstrelende thriller. Sterk!
122/The House of Branching Love (7): aanvaardbare, wat rommelige, Finse tragikomedie over een verdeeld huishouden.

123/ Piranha (7): amusante kost met uiteengereten lichamen, grotesk bij momenten maar vooral ook hilarisch.
124/ The Bothersome Man (8): Fascinerende Noorse existentiële komedie over een man die in een dodelijk saai bestaan terechtkomt.
125/ Vidange Perdue (5): Reeds gedateerd aandoende, eentonige en niet erg boeiende kijk op een senior die rebelleert.
126/ The Town (7): Degelijke thriller met goede plotuitdieping en enkele stevige actiescènes. Prima cast ook.
127/ Wall Street: Money Never Sleeps (8): Oliver Stone in topvorm met een intelligente sequel. Michael Douglas is schitterend!
128/ Man on Wire (8): Spannende en energieke reconstructie van een bewonderenswaardige stunt door een man met een droom.
129/ Turquaze (7): Charmant Vlaams drama met prachtig acteerwerk, treffend gefilmd en knap gebracht.

Totaal: 2954 films.

Lees hier de buit van augustus. En bereid u voor op oktober, want het filmfestival komt er aan…





Rechtzetting

15 09 2010

De felicitaties alom van de mensen om me heen, en in het bijzonder de reacties op de foto waarop ik schijnbaar trots poseer met een trofee in de handen, doen me vermoeden dat de meeste mensen het een hele prestatie vinden dat ik met teamgenoten Stijn en Hanne afgelopen zondag de Moviequiz 2010 won op het Vlissingse filmfestival Film by the Sea. Bij deze dien ik één en ander in een juist daglicht te plaatsen.

Goed, wij wonnen dus. Maar daar dient misschien alleszins al aan toegevoegd te worden dat er slechts 8 ploegen deelnamen. En géén daarvan betrof zo’n typische die hard filmfreakploeg waardoor een team van ons niveau doorgaans afgedroogd wordt. Laat ons deze overwinning dus niet uitvergroten tot een bovenmenselijke prestatie, in tegenstelling tot wat het gigantesque van de trofee ook mag doen vermoeden. Om maar te zeggen: de trofee is potsierlijk en buitenproportioneel.

Niet dat de quiz (‘zeg niet filmquiz maar moviequiz’) papsimpel was. De vragen waren van een zeer degelijk niveau en waren voldoende gevarieerd. We dienden toch wel wat in ons filmgeheugen te graven en sloegen soms de bal mis. De scores lagen erg dicht bij elkaar, dus het was best spannend – al schreeuwde ik onze triomf al uit vanaf de eerste ronde. Daarnaast leden we onnoemelijke honger en kou. Nu ja… de beloofde beschikbare hapjes waren er niet en de deuren van de foyer lieten heel wat wind binnen. Reden genoeg voor mij om het op een zeuren te zetten. Een mens vertrekt dan om 11u na een snel ontbijt, komt daar rond de middag aan en meent een quiz van 5 uur lang te moeten uitzitten. Een hapje is dan welkom. Maar deelnemers aan de quiz mochten de tot de bioscoop behorende snoephoek echter niet betreden. Het enige alternatief was een dunne, akelige hamburger uit een soort op kinderen gericht restaurant. Maar goed dat de inschatting van de duidelijk wat onervaren organisatoren volkomen fout zat: om iets na 3 bleek de quiz al aan zijn einde te komen. Dat gaf ons, filmliefhebbers die nooit een kans op een (nieuwe) film laten liggen, de gelegenheid om nog een film van het festival mee te pikken. De Finse zedenkomedie Haarautuvan rakkauden talo beviel ons redelijk.

Maar het ontging me haast dat er eigenlijk wél een reden is  om deze trofee verdiend te hebben: we moesten drie uur lang naar Jan Verheyen luisteren! De presentator van dienst bleek echter ongelooflijk mee te vallen. Hij was vlotjes in de omgang en we konden ons niet van de indruk ontdoen dat hij enige sympathie had voor de enige Vlaamse ploeg. Na afloop kwam hij spontaan een babbeltje slaan. Op het feit na dat hij ons enigszins protserig met de releasedatum van zijn nieuwe (naar verluidt niet bijster goede) film om de oren sloeg, was hij verbazend sympathiek en geïnteresseerd. Voor de heilige boontjes onder ons die zich afvragen waarom me dat verbaast: omdat hij op televisie altijd zo vreselijk irritant is natuurlijk.

Dient verder nog vermeld te worden: dat Stijn’s parkeerkunstje – iets waar hij blijkbaar toch wat onzeker over is – er eentje was dat gerust als demofilmpje op de rijschool kan vertoond worden. Dat de cocos-met-citroen-zandkoekjes van Hanne een troost waren in hongerige tijden, al bleken ze geen spek naar mijn bek te zijn. Dat Stijn’s  vrees dat ik meestal voor- en familienaam wil noteren op het antwoordformulier ons punten kan kosten, terecht was toen Vivien Leigh eigenlijk Janet Leigh was. Dat de drank dan toch niet gratis was. Dat het leven achter de schermen van het Gentse filmfestival een boeiend kijkspel zou opleveren. Dat panfluitmuziek beluisteren ook zijn grenzen kent. Dat het schriele kereltje dat na afloop naar onze trofee kwam kijken, maar gewoon een excuus zocht om ons onder neus te wrijven dat thuis al vier van die trofeeën had. En tenslotte dat een uurtje verpozen in de Vlissingse zon me een klein vakantiegevoel bleek te bieden en ik daarmee wellicht het laatste uit de zomer heb gehaald.





Filmmaand augustus

1 09 2010

104/ Is Anybody There? (7): een als altijd steengoede Michael Caine in een wat typisch bitterzoet Brits komediedrama.
105/ The Kids Are All Right (8): een blik op het gezinsleven van de 21e eeuw. Geloofwaardig gebracht door excellente acteurs.
106/ Salt (6): weinig origineel, wat oubollig en nogal vergedreven actievehikel met het concept Angelina Jolie. (recensie)
107/ Raising Helen (4): irritant stereotiep, vals en onnozel. Vrouwen werken óf ze zijn huisvrouw blijkbaar.
108/ Neverwas (5): gechargeerd, nogal langdradig en nergens echt pakkend drama met een solide cast.
109/ Comme un Image (8): levensecht, bij momenten grandioos Frans drama, een waar genot na iets te veel Hollywoodbrol.
110/ Knight and Day (7): vermakelijk, maar oppervlakkig en weinig origineel niemendalletje.
111/ Fracture (6): beladen formulefilm zonder een greintje persoonlijkheid.
112/ Crime d’Amour (6): wat teleurstellend makke psychologische thriller met degelijke vertolkingen maar een wat zoutloze plot. (recensie)
113/ Away From Her (8): sober en realistisch drama over Alzheimer, met geweldige acteurs. Triestig natuurlijk, zonder sentiment.
114/ Knocked Up (8): deze zeer innemende en nogal komische prent bewijst dat het voor mij geenszins altijd zware kost moet zijn. Heerlijk!
115/ Adem (7): de iets te brave debuutfilm van Hans van Nuffel, is gestuurd aangrijpend en nergens echt verrassend. (recensie)
116/ Bait (2): immens vermoeiende actieprul zonder één greintje originaliteit. Uitgekeken omdat ik nu eenmaal alles uitkijk.
117/ The Killer Inside Me (8): zeer degelijk, maar afstandelijk relaas over een psychopatische deputy. Prima acteurs, mooie stijl, compact verteld.

Totaal: 2942 films.





Filmmaand juli

6 08 2010

Lang geleden dat ik u en vooral mezelf nog eens een overzicht bood van de laatst geziene films. Ik heb dat een tijdje consequent voor mezelf gedaan, en omdat ik deze lijstjes zelf erg graag herlees, ga ik daar toch wat meer moeite voor doen. Dit had juli te bieden:

75/ The Fourth Angel (6): wat oubollige Britse thrilller die dankzij Jeremy Irons net onderhoudend genoeg weet te zijn.
76/ Mindhunters (6): Derderangs guilty pleasure, zeer typische lege Amerikaanse thriller.
77/ I Could Never Be Your Woman (6): Michelle Pfeiffer + Paul Rudd: vreemd maar ergens wel charmant. Onschuldig vooral.
78/ Gloria (6): geforceerde remake door een nochtans goede regisseur, maar met een opgefokte Sharon Stone
79/The Lovely Bones (7): onevenwichtig en zweverig drama vol stijlbreuken en ongenuanceerde vertolkingen. (recensie)
80/Zombieland (8): verrassend amusante horrorkomedie met leuke karakters en een hilarische gastrol van Bill Murray (recensie)
81/Autumn Ball (6): Estse tragikomedie met een flinke scheut zwartgalligheid, helaas traag en onopmerkelijk.
82/Invictus (8): iets te sentimentele, maar aangrijpende en schitterend geacteerde triomfantelijke film. (recensie)
83/The Blind Side (6): Nietszeggende ophemeling van een waargebeurd verhaal, met een weliswaar genietbare – Oscarwinnende – Sandra Bullock. Veilig christelijk kijkvoer. (recensie)
84/The A-Team (6): wat overroepen en banale actiefilm die in niets doet denken aan de al evenmin gedenkwaardige tv-serie. B.A. is een lachtertje.
85/Twilight (7): sfeervolle, aanvaardbare kruising van romantiek en horror, bij momenten zelfs genietbaar. (recensie)
86/Toy Story 3 (9): Goed voor een permanente glimlach, deze alweer inventieve en onweerstaanbare Pixar. (recensie)
87/Moon (8): intelligente en stijlvolle psychologische sci-fi met een uitmuntende Sam Rockwell
88/ J’ai tué ma mère (8): Grillig, soms ongemakkelijk maar scherp drama met een verrassende maturiteit voor een regisseur van amper 20.
89/New Moon (6): meer getormenteerde tieners en bleke vampiers in een holler vervolg op Twilight. (recensie)
90/The Fly (8): eindelijk gezien, deze heerlijke Cronenberggruwel met een formidabele Jeff Goldblum
91/ The Twilight Saga: Eclipse (6): en nog meer van hetzelfde in een steeds meer naar soap neigende parade van smachtende maagden en gekwelde posterboys.
92/Antichrist (6): Oervervelend, ergerlijk, vermoeiend en onnodig bloeddorstig spektakel dat wat psycho-analyse betreft wel allemaal snor zal zitten, maar vooral vreselijk saai was.
93/Sherlock Holmes (7): Amusante nonsens met leuke acteurs en vlotte actie
94/The Imaginarium of Dr. Parnassus (7): De special effects zijn er teveel aan, maar in zijn geheel een mooi afscheid van Ledger en een glansrol voor Christopher Plummer
95/Man on Fire (6): de ernst van Denzel Washington kent geen grenzen. Het maakt dit pretentieus actiedrama nog bespottelijker.
96/Inception (9): waanzinnige en meeslepende droom van een film met een cast om van te snoepen. (recensie)
97/Repo Men (5): kleurloze en inconsequente onzin met een barslechte Forest Whitaker (recensie)
98/Red Planet (6): routineuze science fiction met hier en daar een geslaagde scène.
99/Letters from Iwo Jima (7): Het was me niet altijd even duidelijk wie wie was in deze knap in beeld gebrachte en treffende oorlogsfilm
100/The Siege (7): degelijke actiethriller met een solide cast, waaronder een alweer bloedserieuze Washigton en een clichématige Bruce Willis.
101/Die Fälscher (7): het had allemaal wat aangrijpender en diepgaander gemogen, maar dit Oostenrijks oorlogsdrama is best te pruimen.
102/ Is Anybody There (7) Michael Caine is zelden slecht, ook niet als depressieve bejaarde in deze iets te charmante tragikomedie.
103/ The Kids Are All Right (8): hedendaags familiedrama met sterke personages en een formidabele Annette Bening.

Totaal: 2930 films gezien





On the Road (9)

1 08 2010

Aan de reacties hier zou men het niet zeggen, maar mijn reisverslag kent in mijn omgeving heel wat bijval. Met veel plezier serveer ik enkele ongeduldige lezers  (sorry, ik heb ook nog wel andere dingen te doen) het voorlaatste  (maar ook langste) deel van mijn trip doorheen enkele staten van de VS en Canada.

Ons groepje verlaat Stowe, waar we onze batterijen hebben opgeladen in de rust en de natuur. Klaar voor onze voorlaatste stad, Boston. We rijden even door New Hampshire en belanden dan in Massachusetts, waar onze bestemming ligt. Onderweg besluit Peter dat de koelbox onze restjes ijs stilaan niet meer bevroren kan houden en we houden een stop om de 4 halve emmers Ben & Jerry’s leeg te eten. Wat klinkt als een formidabele opdracht, blijkt toch niet zo eenvoudig. Na enkele flinke scheppen hebben de meesten eigenlijk al genoeg. Gezellig is het niet, zo op een parking ijs staan eten. Chris en ik gaan er tegenaan, maar het zijn nu eenmaal niet mijn favoriete smaken. De Chunky Monkey is heerlijk bananenijs, maar er zitten noten in die ik niet lust. De Chocolate Cookie Dough is al even lekker, maar zoals de naam aangeeft zitten er stukjes koek in en dat is storend. Tja, ik ben geen makkelijke eter, ook niet als het op desserts aankomt. Ten slotte moeten we toch nog heel wat ijs weggooien.

Ons verblijf in Boston is wellicht het minst gezellige. De kamer is erg klein en er is een raam dat niet goed sluit waardoor het binnen even warm is als buiten en de airco niet erg effectief is. Het tapijt is versleten en de sanitaire voorzieningen benauwend. Ook de gastvrijheid aan de balie is niet wat we gewend zijn. Maar wat zou het, we zijn in Boston! Een stad met geschiedenis, een stad ook die in tegenstelling tot de andere steden die we bezochten, oude en nieuwe gebouwen combineert en die leeft en bruist. Er is ook een uitgestrekt en sfeervol park. Ik moet toch weer concluderen dat al die wereldsteden op deze reis – en ook de vroeger reeds bezochte plekken San Francisco, Los Angeles en San Diego – er steeds zo goed in slagen het groene en stedelijke perfect te combineren. Gent neemt in mijn hoofd steeds meer provinciale vormen aan. Kleinsteeds in alle betekenissen en hoewel in niets te vergelijken met al deze metropolen, waardoor ik er ook niet de ambitie van verlang, eigenlijk een benauwend klein plaatsje met een parochiaal aandoende stedelijke visie, veilig pleinen aanleggend rond kerktorens. Bij mijn thuiskomst lees ik  dan dat zekere radicale lui in Gent pleiten voor mínder groen op de Gentse pleinen.

Net als in elke stad geeft Peter ons een wat basisinformatie en een lijstje met suggesties. Voor de eerste keer zie ik dat iedereen dit nu wel gehad heeft. We hebben allemaal zelf reisgidsen verkent en de meesten weten al wat ze hier willen doen. Maar we blijven beleefd luisteren. Na een verkennende wandeling, waarbij me de bijzondere winkelstraat Newbury Street opvalt waar men er in slaagt in elk van de oude huizen telkens twéé winkels te huisvesten – één in het souterain en één op de eerste verdieping, trekken we via het unieke Boston Common park naar onze eetbestemming: het Cheerscafé. Peter tracht ons vruchteloos warm te maken voor een serie die al bijna 20 jaar geleden eindigde en die de helft van de groep nog nooit bekeken heeft, maar dat wil niet zeggen dat we niet goedgezind dit restaurant binnenstappen. De noodzakelijke identiteitscontrole aan de ingang wil ik  begrijpen, maar hoe zinloos van mensen die overduidelijk ouder dan 21 zijn, te eisen dat ze zich legitimeren.

Het restaurant is erg groot, met diverse gelagzalen en bars, en men heeft er duidelijk alle moeite gedaan zoveel mogelijk tafels en stoelen binnen te krijgen. We nemen plaats in een zaal die er daardoor erg rommelig uitziet. Wij maken het  nog erger door tafels en stoelen te gaan verschuiven naar onze zin. Onze serveerster neemt met de glimlach onze bestelling op en al zeer snel staat het eten op tafel. De wachttijden in Amerikaanse restaurants zijn bijna altijd zéér kort, je vraagt je soms af hoe ze dat doen. Iedere bar of eetgelegenheid heeft ook altijd zeer veel personeel, hebben we gemerkt. De airco – en nu is het écht de aller-allerlaatste keer dat ik er over zeur – staat erg hoog en we hebben het allemaal koud – behalve Peter misschien, die zoals wel vaker geen kritiek uit. Het eten koelt dan ook razendsnel af maar dat is niet erg want het is toch niet veel soeps. Laat ik het hier zelfs formeel stellen: op deze hele reis werd de minst genietbare maaltijd bij Cheers geserveerd. Wanneer we dan ook nog eens een niet nader te benoemen insect zien voorbijschieten, concluderen we gelaten dat dit eigenlijk gewoon een routineus uitgebate toeristentrekker is waar een behoorlijke service en fatsoenlijk eten geen prioriteit is.

We sluiten onze avond deze keer niet met een drink af. Onze avondwandeling langs de Charles River Esplanade, met schitterend uitzicht over het water, valt samen met de zonsondergang. Het is alweer een erg aangename avond en de groene wandeling leidt ons naar een openluchtvoorstelling met een behoorlijk groot publiek. We gaan bijna automatisch zitten om even mee te kijken, maar ik concludeer al erg snel dat deze Shakespearebewerking compleet onbegrijpelijk is voor mij. Dat moet het voor Maren en Sina vast en zeker ook zijn, gezien de mate waarin ze zo nu en dan met het Engels worstelen. En Elin, Chris en David durf ik er nu toch van verdenken niet tot de doelgroep te behoren van het al dan niet gemoderniseerde Shakespearetheater.

Tegen elf uur zijn we terug in de jeugdherberg. Chris wil nog naar een bar en de Duitse meisjes gaan slapen want ze hebben morgen een drukke dag gepland. Met de rest ga ik nog even babbelen in de zitkamer en daarna ga ik naar bed. Niemand van ons heeft deze keer vooraf plannen kenbaar gemaakt, en ik heb geen behoefte om de hele dag in gezelschap door te brengen, dus de volgende ochtend vertrek ik alleen. Ik wil eerst en vooral het Massachusetts Institute of Technology zien, enkel en alleen alweer om de aparte architectuur. Het is een behoorlijk route om er te geraken en de metro blijkt vandaag dan nog eens stil te liggen tussen twee stations op die route, waarbij de reizigers moeten overstappen op een pendelbus. Ik heb dat aanvankelijk helemaal niet door, maar wanneer ik iedereen zie afstappen ga ik dus maar mee en voor ik het weet zit ik op de bus. Wanneer ik afstap blijkt het niet evident me te oriënteren want ik heb geen herkenningspunt. Ik wandel wat rond en bekijk straatnaambordjes tot ik weet waar ik ben en trek dan naar het Stata Center, ontworpen door de wereldberoemde architect Frank Gehry. Ook voor gedurfde en originele architectuur moet je in metropolen zijn.

Ik bevind me vlakbij Cambridge, het kunstzinnige, studentikoze gedeelte van Boston, een tweede centrum zo je wil, maar dan over ’t water. Ik besluit er heen te wandelen aangezien het maar één metrohalte verder ligt en ik veronderstel zo toch wat meer van de stad te zien. Maar dat valt tegen: ik wandel de hele tijd langs een banale straat met weliswaar van die typische grote huizen die in studentenverblijven zijn verdeeld, maar verder weinig opmerkelijks. Er zijn geen andere toeristen en het is ook veel verder dan ik dacht. Voor de tweede keer deze reis beklaag ik me al dat gestap. Ik heb niet voor niets voor een reis gekozen waarbij geen wandelingen doorheen natuurparken op het programma stonden – die heb ik al een keer gedaan.

Wanneer ik het beslist erg sfeervolle Cambridge doorwandel, voel ik me dan ook toch alweer erg moe. Ik koop een heerlijk vruchtensapje, een smakelijk broodje met alweer tientallen sneetjes vlees op én een flinke reep chocolade, wat ik in dagen niet gegeten heb. De campus van de universiteit is een must-see maar het is er niet zo uitgestrekt als in de films. Peter gaf ons de tip een college te gaan volgen, wat hier probleemloos kan, maar daar heb ik toch eigenlijk  niet zo’n zin in. Eerlijk gezegd zit de bioscoop in mijn hoofd, die zich vlakbij de plek bevindt waar we straks samenkomen. Als ik nu terugkeer naar het stadscentrum – opnieuw met pendelbus en zo – kan ik misschien nog een film meepikken voor het eten?

Tja, kijk, als filmfan al meer dan een week geen film gezien hebben – ik tel de avond voor de buis in Stowe even niet mee want die film had ik al gezien – is een beetje als een nicotineverslaafde die zonder sigaretten zit. Bovendien ga ik graag in het buitenland naar de bioscoop om er de sfeer te proeven én uiteraard te profiteren van een filmaanbod dat flink vooroploopt op wat we in België te zien krijgen. Daarom kies ik voor de film The Kids Are Allright, een independent film waarover ik al lovende dingen las. Het programmabord brengt me wat in de war. Zijn dat tijdstippen, zaalnummers of beschikbare plaatsen? In de VS beginnen films niet allemaal op hetzelfde tijdstip en dus moet je wat puzzelen. Ik vraag de kassier om uitleg: de film begint pas over anderhalf uur. Er is echter een grote winkelstraat achter de bioscoop en dus vul ik die tijd met snuisteren in boeken-, cd’s- en klerenwinkels maar er is weinig dat me boeit. Frustrerend ook, dat regiosysteem voor dvd’s waardoor ik hier massa’s aantrekkelijke dvd’s zie liggen die ik niet kan afspelen in België.

Uiteindelijk neem ik plaats in de cinemazaal. Er zijn redelijk wat mensen voor een namiddagvoorstelling en de meesten zijn alleen. Als ik vergelijk met mijn eerdere cinemabezoeken in New York en Los Angeles, kan je in de VS duidelijk de artfilms onderscheiden van de popcornfilms. Aparte films trekken meer filmfanaten aan die ook alleen naar de bioscoop gaan. Ik stel vast dat er hier een massa trailers op de kijker wordt losgelaten, wat ik uiteraard erg fijn vind. Sommige van die trailers hebben een heel andere vorm dan bij ons: het zijn mini-making offs, waarin de acteurs aan het woord komen en er op de set wordt gefilmd en zo. Niet bijster interessant maar wel een prima opwarmer. Ik raak al helemaal in de stemming: zelfs een slechte film zou me nu aanspreken. Maar het alternatieve familiedrama dat volgt is gelukkig andere koek: meer dan degelijke cinema die wellicht wel voor enkele filmprijzen in aanmerking zal komen, al was het maar voor de formidabele vertolking van Annette Bening.

Vreemd genoeg kom je na het verlaten van de bioscoopzaal terug in de lobby en zou je dus erg makkelijk een tweede zaal binnen kunnen stappen om gewoon nog een film te bekijken. Handig is ook dat boven elke zaal te lezen staat welke film er speelt en vooral of die al begonnen is of niet. In België wordt dit systeem ook gehanteerd in de UGC-cinema’s. Ik heb natuurlijk niet de tijd voor een tweede film, en dat zou trouwens toch ook wat gek zijn. Ik ben in Boston! De tijd die over is vul ik met het volgen van een deel van de Freedom Trail, een met een rode lijn aangeduid parcours doorheen de stad dat je langs alle historische plekken brengt.

Om 19u treffen we elkaar en zoals gewoonlijk beschrijven we wat we gedaan hebben. Bijna iedereen is naar Cambridge geweest, maar apart dan. Sina en Maren hebben mij zelfs zien voorbij wandelen toen ze op de bus zaten. Peter heeft gereserveerd in een havenrestaurant, Boston Sail Loft, want kreeft is een specialiteit van Boston. Ik ben wat op mijn hoede omdat mijn gids een erg uitgebreide lijst van restaurants heeft en dit staat er niet bij. Bij onze aankomst blijkt onze reservatie problematisch te zijn en Peter zucht eens: dit is blijkbaar dé zwakke plek van restaurants hier. Anderzijds is het dan weer de gewoonte van de Amerikaan zijn reservatie ieder half uur telefonisch later te leggen, waardoor het natuurlijk een boeltje wordt. Maar wat een verrassing: we mogen gratis drinken omdat we 45 minuten moeten wachten. Wat op het zonneterras met zicht op de haven niet eens zo’n slecht idee is. Aan de overkant van het water zien we lofts waar we allemaal wel zouden willen wonen.

Dan is onze tafel klaar en onze ongewone Eurofamilie neemt plaats. Het valt op hoezeer we aan elkaar gewend zijn geraakt en ons gekeur en geblader in de menu’s verloopt in vertrouwde patronen waarin we elkaar vragen stellen over de gerechten en tips geven. Tussendoor bedenk ik dat ik stilletjes aan wel trek begin te krijgen in ‘ander’ eten. Onze frietjes, Vlaamse groenten, lekker brood, americain préparé, mijn favoriete sojamelk met bananen, … er is een zekere eentonigheid geslopen in de Amerikaanse (restaurant)keuken, zelfs al genoot ik eergisteren nog enorm van de fajita’s. Dat is dus al iets om naar uit te kijken bij mijn thuiskomst.

Chris bestelt nieuwsgierig kreeft en hoewel dat me wel iets zegt heb ik geen zin in een gevecht met een schaaldier dus ik ga voor iets anders, al herinner ik nu niet meer wat. Maar het was wél erg lekker. De kreeft komt verrassend genoeg in gepaneerde en gefrituurde vorm, waardoor het eigenlijk om het even wat kan zijn. Van klasse ga ik dit restaurant niet verdenken, maar het is er toch aangenaam zitten met zicht op de haven en onze laatste avond samen – want eens in New York neemt Peter afscheid – past zeker in het rijtje van geslaagde avonden.  Eigenlijk hoop ik van Peter te horen dat hem dat ook opvalt, onze gemakkelijke omgang met elkaar. Het kan toch niet altijd zo smooth gaan? Hij bevestigt noch ontkent, maar geeft wel toe dat er in elke groep wel eens wat uitgepraat moet worden of iemand eens een mindere dag heeft. In groepen die uitsluitend uit vrouwen bestaan, is dat zelfs het moeilijkst, moet hij helaas voor sommigen bekennen.

Ik heb al eerder in groep gereisd, wat wisselende ervaringen opleverde en op een gegeven moment altijd wel tot enige introspectie leidt. Je eigen functioneren even kritisch bekijken, zeker in een groep vol vreemden, is riskant. Deze keer had ik het bizarre gevoel ook even van mezelf verlost te zijn. Ik was op vakantie en de Sven die ik soms ook ben en waar anderen het wel eens moeilijk mee hebben, bleef gewoon thuis blijkbaar. Had ik ook een keertje rust. Met dank aan de andere groepsleden uiteraard.

Peter heeft ons eerder die dag evaluatieformulieren bezorgd die hij nu graag terug wil. We moeten ze verzegelen want hij mag ze zelf niet lezen, maar ik zeg dat ik dat wat flauw vindt en dat hij mijn formulier gerust mag lezen. Ik heb er immers niét opgezet dat ik niet wou verplicht worden recht te staan bij volksliederen. Peter vindt dat erg sympathiek maar het hoeft voor hem niet. Hij hoopt alleen dat we bedenkingen tegenover zijn persoon gewoon rechtstreeks aan hem willen melden (I want to improve myself, guys!). Hoewel in de groep misschien enkele bedenkingen leven, zal toch niemand ze uitspreken, ook niet aan elkaar, vermoed ik. Na het restaurant gaan we nog wat drinken, maar Peter gaat naar bed. Dat geeft ons de kans het even te hebben over zijn ‘tip’.

Onze reisinformatie gaf ons immers het advies de reisleider een fooi te geven van zo’n 5 euro per dag. We durven aan elkaar toegeven dat we dat allemaal wel wat veel vinden. Vooral Chris is formeel: hij wil niet zoveel geven. Ik bedenk ook wel dat ik dit systeem bizar vindt: Peter wordt al betaald en mag overal  gratis logeren. Hij is toch geen vrijwilliger? En al vind ik anderzijds zo’n fooi aanvaardbaar, is minstens 50 euro per persoon niet erg veel? Stel dat onze groep uit 13 had bestaan, wat het maximum is, dan zou Peter zo maar even 650 dollar extra krijgen? Eigenlijk is de discussie wat onzinnig – we weten allemaal dat we toch zullen betalen – maar ik moet ook glimlachen omdat ook dit een bewijs is van onze samenhorigheid. Niemand voelt zich gehinderd zijn gedacht te zeggen – al blijft Maren wat op de vlakte – en er is begrip voor alle meningen. Ik moet ook opnieuw concluderen – en ik wil daarbij geenszins van paternalisme beschuldigd worden – dat Elin voor een 21-jarige wel erg matuur, verstandig, sociaal en ondernemend is.

Tenslotte zijn we het eens over het bedrag en we vinden het ook passend al onze fooien in één envelop af te geven, want hoe onhandig of vervelend zou het niet zijn dat ieder Peter in de loop van de dag even wat geld toestopt?

Erg gezellig is de bar niet, maar dat bederft de sfeer niet. Toch vinden we op een fatsoenlijk uur ons bed.





Belgakots TV

18 07 2010

Zelfs al kijk ik in deze periode nauwelijks televisie, vanwege het weer maar ook omdat er simpelweg alleen maar onzin te bekijken valt. Toch zit aan mijn verdraagzaamheidsgrens wat een zeker reclame-offensief betreft. Het gaat over een aantal verschillende spotjes voor Belgacom TV, waarin een jammer genoeg uitermate irritant kroost opgevoerd wordt.

Wat is er leuk/vertederend/grappig/ aan ettertjes die hun ouders op zo’n ergerlijke manier de les spellen? Hoe moet onze sympathie groeien tegenover een product dat ik nu associeer met het soort gezinnen dat ik liefst zo veel mogelijk vermijd: die waar de kinderen de baas zijn en de ouders naar hun pijpen moeten dansen. Walgelijk vind ik de willoosheid  en zelfs vanzelfsprekendheid waarmee die ouders het gekef en geëmmer van hun kinderen ondergaan.

Zijn dit realistische taferelen? Tja, misschien in de leefwereld van de reclamemakers. Bij ouders die zichzelf en hun carrière belangrijker vinden dan hun kinderen. Maar zoals wel vaker is er een gigantische kloof tussen de mensen die de reclame bedenken en het doelpubliek. Niet dat er geen arrogante kinderen bestaan, maar moeten die opgevoerd worden als de norm?

Mochten de makers of de mensen van Belgacom overigens overwegen om in hun volgende spot maar een filmfreak centraal te stellen die iedere vrije dag wel een filmpje verteert, bespaar u de moeite. Ik heb absoluut geen behoefte aan een filmzender die me een veel te beperkte selectie van films aanbiedt, waarvan ik de meeste zelfs al gezien heb. Deze raad, die u een duur  marketingonderzoek bespaart, is volkomen gratis.





imaGINAtion

14 07 2010

Getuige mijn lijstje met zoektermen zijn jullie massaal op zoek naar een film waarin Geena Lisa zou meespelen. Bedankt om mijn bezoekcijfers tot recordhoogtes te brengen, maar er is zelfs mij als filmfanaat niets bekend over wat voor filmplan dan ook voor Geena Lisa. Ze is al zo pover als zichzelf, laat haar eerst die rol maar uitwerken.

Wat ik u dan wel te melden heb over film is dat volgende week zowat de beste film van het jaar in onze zalen verschijnt: het niet te versmaden Inception, een klein meesterwerkje vol geniale ideeën. Lees hier mijn recensie en trappel nog een week van ongeduld.

(alsof ik niet weet dat u eigenlijk allemaal op zoek bent naar de sex-tape van die andere Gina)





Weetal (2)

7 06 2010

Geert (12): ‘Hey, Stefan, weet ge wa? We leren de naam van nen echt onbekenden acteur vanbuiten en als we dan ergens zitten te babbelen kunnen we zo doen da we der veel van weten en indruk maken!’

Stefan (14): ‘Goe idee! Hier kom, we pakken dezen: Noriyuki Pat Morita, dat kan gene mens onthouden!’

22 jaar later

Geert (34): ‘Wete gjj wie da Noriyuki Pat Morita is? Ha!’

Sven: ‘Aja, Mr Miyagi uit The Karate Kid!’

Geert: ‘Dju!’





De meedogenloze tijd

21 05 2010

1986

2010





R.I.P: Jim Henson (1936-1990)

17 05 2010

Alweer twintig (!) jaar geleden dat mijn jeugdidool Jim Henson overleed. Onverwacht, véél te vroeg en zoals ik het me herinner zonder de verdiende media-aandacht.

En omdat het zo moeilijk selecteren was, nog maar een onweerstaanbaar clipje, één en al nostalgie:

Lees hier mijn recensie van The Muppet Story.





Sven – Kinepolis: 1-0

7 05 2010

Geheel onbescheiden wens ik het volgende stukje te wijden aan het feit dat ik afgelopen donderdag deel uitmaakte van de quizploeg die de Gentse editie van de Kinepolis Filmquiz won. Ik zou het daar kunnen bij laten wat de mededeling betreft, maar dan zou het hier om pure opschepperij gaan, terwijl ik er toch liever prat op ga u vooral deelgenoot te willen maken van mijn waarnemingen en bedenkingen bij evenementen en de bezoekers ervan, eerder dan alles op mezelf te betrekken. Ahum.

Laat ik eerst maar vooral bekennen dat er niet te veel op te scheppen valt. In de eerste plaats was ik te gast in een ploeg van zeer hoog niveau, die deze quiz zelfs al enkele keren eerder won. En dan was dit ook gewoon een haast belachelijk gemakkelijke quiz, ongetwijfeld samengesteld door mensen die fan zijn van Bruce Willis of Jennifer Aniston en zeker 7 films per jaar zien waarvan drie met sprekende dieren. En die schrijffouten maken in de vraagstelling.

Enige eigendunk was te merken bij de ronde die volledig rond Kinepolis zelf draait. Hoeveel ongevallen Geert Bert, broer van gedelegeerd bestuurde Joost Bert, al veroorzaakt heeft – met of zonder helikopter – , werd niet gevraagd, wel werden we bv. verondersteld te weten in welke landen in Europa Kinepolis geen vestigingen heeft. Zo werd deze ronde met nog 9 onleuke vragen verder opgevuld. Maar dat hoefde ons blijkbaar niet te deren, want we gokten in deze multiple choice ronde slechts 2 keer fout. Zo weet ik nu dat er al 31 3D-schermen zijn in België! Hoe de lelijke dwerg uit de afvalspotjes heet, wisten we dan weer wel, maar dat werd niet gevraagd.

Nu, enige uitdaging bood wel de rubriek ‘filmmuziek’. Naast enkele obligate, zelfs voorspelbare nummers zat er toch minstens ééntje in die wellicht niet al te veel mensen herkenden, ook al was het een erg bekend stukje. Ik geef mezelf hierbij nogmaals een schouderklopje voor dat correcte antwoord, waarmee ik mijn ploeg toch minstens één keer van mijn waarde kon overtuigen. Het bleek voldoende te zijn om ons aan de overwinning te helpen, met maar één punt meer dan de opvolgers en zelfs een ex aequo met een andere ploeg. Volgde dus een schiftingsvraag waarbij de ooit in Kinepolis werkzaam geweest zijnde Ottelien moeiteloos kon inschatten hoeveel lege plaatsen er nog in de zaal waren. Zo reed de hoofdprijs – om ietwat onbegrijpelijke reden in een winkelkar van Aldi – richting Keyser Söze.

Het wachten tussen de vele snel opgeloste vragen werd veraangenaamd door de onbedoeld lollige ploeg op de rij voor de onze. Antwoordformulieren werden verkeerd ingevuld, vielen zelfs enkele meters naar beneden, en reacties als ‘De broer van Ben Affleck heet Casey? Dat kan niet, dat is een meisjesnaam!’ deden glimlachen omwille van de geheel eigen logica ervan.

Rest me nog enige ergernis te ventileren ten opzichte van de presentator die zijn roeping als Club Medanimator helaas gemist heeft waardoor hij zijn geforceerd enthousiasme dan maar de hele avond op ons moest los laten. Maar ik bespaar u verder commentaar omdat het eigenlijk best mee viel, hoezeer mijn teamgenoten zich ook ergerden en team captain Stijn  overwoog de door de sponsor ter beschikking gestelde blikjes Cola Zero maar richting presentator te keilen. Het werkelijk afschuwelijke Law Abiding Citizen waarop we nadien getrakteerd werden, vond ik echter stukken minder draaglijk, al was Bert het daar zeker niet mee eens. Maar ik geef u het advies gewoon de trailer te bekijken en u de rest te besparen.

Voor wie benieuwd is naar de prijzenpot: dvd’s, filmtickets, gezelschapsspelen en … een barbecue. De fles Martine Fiero (1 fles!) met plastic ijsemmer negeer ik even om de waardigheid van onze zege te bewaren.





Cinefiel of consument?

12 04 2010

De Kinepolisgroep komt alweer met een schitterend en vooral winstgevend idee op de proppen: binnenkort (en nu al in een selectie van bioscopen) kan je tijdens de voorstelling ook meer eten dan chips, popcorn, nacho’s, snoep, ijsjes, boterhammetjes, fruit en chocolade: de keuze wordt uitgebreid naar pasta en hamburgers. Warme keuken dus. Want volgens een eigen onderzoek komen mennsen vaak hongerig naar de bioscoop.

De Morgen-journalist Jan Temmerman schreef naar aanleiding van deze gekke evolutie een leuk stukje, waarin hij gekscherend voorspelt dat men binnen twee jaar in een jacuzzi kan plaatsnemen in de bioscoopzaal. Als je de argumentatie van Kinepolis doortrekt, zou je er immers ook kunnen van uit gaan dat mensen bezweet of ongewassen naar de bioscoop komen.

Temmerman bekijkt de situatie in een iets bredere context natuurlijk, maar de boodschap is dat Kinepolis zich in allerlei bochten lijkt te wringen om het idee te verkopen. Het lijkt zelfs haast alsof de bioscoopbezoeker er om gevraagd heeft en ze daar nu zuchtend aan toegeven. Waarom bekennen ze niet gewoon geld te ruiken waar de filmfan straks hamburgers ruikt? Kinepolis haalt zijn winst namelijk vooral uit de verkoop van snacks, en dus geenszins van de ticketverkoop.

Ik verheug me uiteraard zelf geenszins op een filmvoorstelling waarbij de walm van de hamburgers me afleidt van de film. Maar anderzijds zal ik er ook helemaal niet van wakker liggen. Als nu naast me iemand plaatsneemt met zo’n reusachtig bak nacho’s, voorzien van een vette kwak smerige kaassaus, vind ik dat ook al hoogst ergerlijk. Maar die hap verdwijnt sneller dan u denkt in de mond van de consument, meestal zelfs nog voor de film begint. Ik geloof dus ergens dat het allemaal nog zal meevallen.

De Kinepolisbioscopen zijn trouwens op de drukste momenten al verre van gezellige plaatsen. Hebt u eigenlijk al eens goed bekeken wat het doorsnee publiek is van een Kinepolisbioscoop? Op zaterdagavond is het verschil met het eerste beste dancingpubliek nauwelijks te merken. Luidruchtig, onnozel, ja haast marginaal volk schuift dan en masse aan. Ze consumeren kilo’s en liters snacks en gaan de domste films eerst bekijken. En ik heb het niet alleen over tieners. Als ik lid was van de Kinepolisgroep, zou ik óók ijverig naar manieren zoeken om het klootjesvolk uit te melken. Omdat ze er om vragen!

Waarmee ik verder geen kwaad woord zeg over de doorsnee bioscoopbezoeker, de gemiddelde student of het modale koppel dat even de zinnen komt verzetten. Of de fervente filmfan zoals ik, die gewoonweg graag naar Kinepolis gaat omdat die grote donkere zalen ondanks alles magische plekken blijven. Ik herhaal mezelf: een bioscoopzaal is mijn favoriete plek en er moet dus nog veel veranderen om er buiten te houden.

Men moet trouwens zijn moment weten te kiezen, en dat heeft te maken met de reden van het naar de bioscoop te gaan. Terwijl het voor veel mensen een uitje is of avondvullende activiteit – waarbij men nog meer bereid is geld te besteden – is het voor mensen zoals ik gewoon een drang naar bepaalde films. Dat wil zeggen dat ik met veel plezier op een weekdag de voorstelling van 17u bijwoon. U kan zich wel voorstellen dat er dan erg weinig volk in de zalen zit. Er is dus nauwelijks overlast: geen wachtrijen, geen storende geluiden, geen mensen die op verkeerde plaatsen gaan zitten. Dan kan je in alle rust naar zelfs de meest  populaire blockbusters gaan kijken. Kinepolis geeft in de vakantie zelfs voormiddagvoorstellingen! Ook dan heb je een grote kans in een grote zaal te belanden met amper tien anderen. Op vrijdag- of zaterdagavond waag ik me nooit meer in de bioscoop. Dan voelt de Kinepolis aan als een andere planeet.  

Het is vriendelijk van Jan Temmerman zijn ongenoegen te uiten en het aldus een beetje op te nemen voor de sukkels die straks besmeurd worden met spaghettisaus, maar zelf heeft hij er wellicht geen last van. Filmjournalisten kunnen tijdens persvoorstellingen in alle rust van films genieten. Ik betwijfel of Temmerman zich nog in de plaats kan stellen van de modale bioscoopbezoeker. Meer zelfs, de velen die het met hem eens zijn en zuchtend en instemmend zijn commentaar lazen, zijn waarschijnlijk allemaal mensen die zelden naar een Kinepolis gaan. Nu ben ik zelf wel van het principe dat je dingen mag aanklagen waar je zelf geen last van hebt, maar ik denk dat Kinepolis het uiteindelijk bij het rechte eind heeft: ze geven de consument waar hij om vraagt.

Van de gelegenheid trouwens even gebruik maken om het ridicule spotje van Kinepolis waarin een (sorry, echt lelijke) dwerg u moet aanzetten tot het opruimen van uw afval, aan te klagen. Er was overduidelijk geen andere dwerg beschikbaar dan een oudje met een slecht gebit en daarnaast zit de essentie volkomen fout: ik leer hier vooral uit dat ik mijn afval gerust mag laten vallen want de slaaf raapt het wel op. En wat doet hij met een afvalcontainer in de bioscoopfoyer? Dwaze spot.





400 recensies

28 01 2010

Als ik het hier al eens over film heb, tracht ik het toch enigszins te kaderen. Deze keer blijft het bij de vreugdevolle aankondiging van mijn 400e filmrecensie in 10 jaar tijd: Up in the Air, een film die ik u trouwens kan aanbevelen.

De volledige lijst van recensies die ik de voorbije 10 jaar bijeenschreef vindt u hier.





De Films van 2009

31 12 2009

Ik kan tevreden terugkijken op het filmjaar 2009, waarin ik o.a. mijn 1000e bioscoopfilm beleefde en de kaap van 2800 geziene films overschreed. Het voorbije jaar was goed voor 222 films, dat zijn er 3 meer dan vorig jaar, maar nog steeds minder dan in de recordjaren 2006 (239 films) en 2005 (228). Net als vorig jaar ging ik 98 keer naar de bioscoop en dat vind ik eigenlijk wat weinig aangezien daar ook 32 films bijzaten uit het zomerfilmcollege en die zouden eigenlijk niet mogen meetellen. Dat is dus al een voornemen voor 2010.

Er verschenen in 2009 om en bij de 280 nieuwe films in de bioscoop. Daarvan zag ik er 81, maar er zijn dan ook nog heel wat films die géén bioscooprelease krijgen en evengoed tot het filmjaar 2009 behoren. Maar we moeten ergens een lijn trekken.

Ik miste slechts enkele ‘belangrijke’ films, waaronder Antichrist en The Hurt Locker, die straks ongetwijfeld Oscarnominaties binnenrijft. Met de geziene films viel vrij makkelijk een waardige top samen te stellen, waarbij, zo moet gezegd, échte rillingen en sensaties eigenlijk wat uitblijven.

1. Revolutionary Road

Ik had het wel voor deze in de realiteit gewortelde anti-romance, het verslag van een relatie tussen twee mensen die zich trachten af te zetten tegen het ‘gewone leven’, tegen de grijsheid en alledaagsheid van het bestaan. Sam Mendes (American Beauty) maakt er een sobere, strakke film van waarin Kate Winslet en Leonardo DiCaprio meer dan excellent zijn. Een interessante bijrol is er voor de onbekende Michael Shannon, als man die krankzinnig verklaard is, maar wel de enige is die het koppel begrijpt. Een aangrijpende, bescheiden film die in feite het turbulente mist waarin ik mijn drama’s graag zie wentelen, maar hé, dat zal ik ook maar als een teken van rijping beschouwen. Bloedmooie trailer ook.

2. Boy A

Deze te weinig geziene Britse film daagt de kijker uit mee te denken over de plaats in de maatschappij die mensen verdienen die iets verkeerd gedaan hebben. Wanneer is iemand vergeven of genoeg gestraft, in hoeverre heeft iemand recht op een tweede kans? Met zeer pure emoties, een intense pyschologische uitdieping en topacteerwerk wordt zo een broeiend drama gecreëerd dat echt aan je ribben blijft kleven en alle theorieën rond straffen en boete aan het wankelen brengt. Mijn recensie lees je hier. De trailer is niet representatief genoeg en focust op de verkeerde dingen.

3. Involuntary (= Happy Sweden = De Ofrivilliga)

Drie titels, dat is misschien wel meer dan het aantal bezoekers voor deze fascinerende sociologische studie, een zeer raak geobserveerde film waarin telkens het gedrag van de mens centraal staat in een groep waarin iets mis gaat. De camera beweegt geen enkele keer in deze film, alsof het een pure registratie betreft en dat geeft de film een unieke beeldtaal die de kijker dwingt een eigen standpunt te zoeken. Bovendien beschikt deze film over een ietwat typische Scandinavische laag ironie, zoals in het relaas van een tourbus waarvan de chauffeur niet verder wil vooraleer iemand bekent schade aangericht te hebben in het toilet. Verder zien we een groep mannen op vrijgezellenweekend, dronken tieners, een lerares die haar collega’s berispt, een familiefeest waar iemand een hartaanval krijgt en twee prille stoeipoezen die de wereld uitdagen. Zeer veelzeggend en tegelijk ook amusant.

4. Inglourious Basterds

Destijds keerde ik tevreden maar niets helemaal onder de indruk huiswaarts. Heel wat scènes uit deze bloederige actiefilm bleven echter hangen, waardoor het visuele vernuft en de originele visie van Quentin Tarantino stilaan nog maar eens bevestigd worden en je eigenlijk niets liever wil dan deze film nog een keer zien. Als dat geen stevig argument is om zo’n film tot de beste 10 van het jaar te laten horen? Fijn ook dat Tarantino het charisma van de Franse Mélanie Laurent ontdekte, die moeiteloos de weliswaar erg mooie maar levensloze Diane Kruger overklast.

5. Troubled Water

De grote overeenkomst tussen dit Noorse drama en Boy A is de thematiek rond straf en berouw, waarbij eveneens een jongeman centraal staat die het leven tracht te hervatten na gestraft te zijn voor een afschuwelijke misdaad. Qua beeldsymboliek en scenarioconstructie  wat bedachter dan de realiteit van Boy A, maar niettemin een zeer beklijvende en intense film. (recensie)

6. Das Weisse Band

De immer steengoede Oostenrijker Michael Haneke toont zich in één van zijn strafste films minder de provocateur uit het verleden dan wel een nietsontziende beschouwer van menselijke bruutheid (die hij ook altijd al was). Deze dorpsgeschiedenis is een pijnlijke blootlegging van de mechanieken die een samenleving ongewild in gang zet om de onschuld van het nageslacht om zeep te helpen. De uitermate fijne en preciese visuele stijl krijgt u er bovenop. Een meesterwerk, al mogen we gerust toegeven dat dit geen spek is naar ieders bek. Een tweede keer bekijken zit er ook niet meteen in, vrees ik. Hoewel, vermoedelijk zal het meesterschap van Haneke dan des te duidelijker blijken.

7. Elève Libre

Belgisch talent Joachim Lafosse voert ons mee in een misselijkmakend relaas waarin perverse manipulaties het hoofdpersonage én de kijker volkomen misleiden. Een zeer doordacht, intelligent opgebouwd scenario, geniaal in al zijn subtiliteit, wordt versterkt door knappe vertolkingen. Een film die genadeloos de ziekelijkheden onthult waartoe de door lust gedreven mensheid in staat is.

8. Doubt

Onversneden Hollywooddramatiek van de bovenste plank, waarin vooral de ijzersterke, knetterende dialogen de kijker een duel met zichzelf laten aangaan. Weer diezelfde thematieken immers: misleiding en manipulatie, de kijker moet zijn eigen standpunt in vraag stellen en keer op keer veranderen. De film heeft zijn sterkte trouwens niet in het minst te danken aan de fenomenale acteerprestaties van Meryl Streep, Philip Seymour Hoffman, Amy Adams en Viola Davis, alle 4 genomineerd voor een Oscar. (recensie)

9. Synecdoche, New York

Een heel andere, alweer steengoede Philip Seymour Hoffman, in de rol van een op hol geslagen schrijver/regisseur, die zijn eigen leven in beeld brengt, maar zolang dat leven vordert, wordt ook de enscenering complexer en wordt een nieuw bestaan gecreëerd binnen het huidige bestaan.  Als je op den duur acteurs nodig hebt om de acteurs te spelen die de mensen uit je omgeving vertolken, is het einde zoek. Bent u nog mee? U moet het zelf gezien hebben, deze op surrealistische wijze volkomen logische, maar irrationeel vertelde opeenstapeling van werkelijkheden. Uit de geniale koker van Charlie Kaufman, bedenker van Being John Malkovich en Eternal Sunshine, maar wellicht zijn minst hapklare filmbrok.

10. Star Trek

Nooit gedacht dat ik zou genieten van de (niet altijd even) nonsensicale wereld van Star Trek, waarvan ik nooit eerder een film of serie zag. Deze opfrissing wist me mee te slepen van begin tot eind, door zijn sensationele actie-avonturen maar evengoed door zijn prachtige, uitgewerkte personages. Op alle vlakken overtreft deze vakkundige film de doorsnee blockbuster en de passie van regisseur J.J. Abrams, voor het origineel maar ook voor film in het algemeen, spat van het scherm. Als het dan actie en escapisme moet zijn, dan wel van dit niveau. Een sequel, en wel snel aub!

11. Altiplano

Deze wel heel bijzondere Belgische productie, gefilmd in Peru, is een soort spirituele en antropologische bespiegeling over verlies en rouw, waar enige bereidheid vereist is. Het visueel verbluffende aspect van de film is op zich al de moeite waard en biedt deze krachtige film een soort aura waarvan de straling op je over slaat.

12. Stella

Een prachtige nostalische trip naar de jeugdjaren van een meisje dat in een café opgroeit. Sublieme sfeerschepping en een aandoenlijk, zij het nergens melig, verhaal. Franse klasse.

13. Gran Torino

Clint Eastwood voor de laatste keer op het scherm in wat op zich eigenlijk een te sentimenteel macho-verhaal is. Maar het werkt, met sobere klasse in beeld gezet. Prachtfilm.

14. The Reader

Dit post-Holocaustdrama kreeg flink wat kritiek en regisseur Stephen Daldry (The Hours) wordt wel eens mooifilmerij verweten. Maar dit krachtige drama wist me helemaal in te pakken. En Kate Winslet is gewoonweg fenomenaal.

15. The Wrestler

Mickey Rourke is terug in een zeer bescheiden, teder filmpje over iemand die met wat brokstukken zijn leven nog een heel klein beetje vorm tracht te geven. Mooi!

Ook heel goed: de praatfilm Frost/Nixon, de Franse avonturenprent Micmacs à tire-larigot, de biografische films Milk, en Bright Star, het Zweedse vampierendrama Let the Right One in, de Vlaamse successen De Helaasheid der Dingen en Dossier K., de sci-fi District 9, de Britse degelijkheid van Fish Tank, het mooie Vlaamse, ondergewaardeerde Lost Persons Area, het ijzingwekkende Paranormal Activity, de eigenzinnige thriller The Box, de slimme komedie The Informant!, het liefdesdrama Two Lovers en het wondermooie Up.

Ook genoten van (500) Days of Summer, Appaloosa, Bancs Publics, Chéri, Dirty Mind, Ice Age 3, In the Electric Mist, Los Abrazos Rotos, Mammoth, Meisjes, O’Horten, My Queen Karo, Slumdog Millionnaire, Taking Woodstock, The Burning Plain, The International, The Duchess, The Young Victoria, Towelhead, Valkyrie, Un Prophète en nóg een Belgische film, Unspoken.

Tegenvallers: Avatar (goed maar niet meer dan dat), Benjamin Button (saaaaaaaai), Harry Potter and the Half-Blood Prince (vreselijk saaaaai), Terminator Salvation (dom). Er waren nog heel wat middelmatige en veel slechtere films hoor, maar die zijn geen vermelding  waard.

En o ja, ik schreef dit jaar 51 nieuwe recensies! Niet slecht, vind ik.

En wat hebt u gezien in 2009?





De Onhelaasheid der Dingen

14 12 2009

Mijn leerlingen hebben uiteraard weet van mijn filmliefde en komen me dus vaak spontaan vertellen welke films ze gaan bekijken zijn in de bioscoop. Bij sommige kinderen gaat het vaak om Turkse films, waarvan ik vrijwel nooit eerder iets gehoord heb en waarover ik dan ook geen zinnige dingen te zeggen heb. Vandaag verraste Veysel me. Hij had zijn bioscoopticket mee, want de titel viel niet te onthouden, laat staan uit te spreken. De Helaasheid der Dingen las ik verbaasd. Zijn gezicht toonde echter weinig enthousiasme. ‘Het was een vuile film! Altijd maar seks. Dat waren echt rare mensen’. Hij was me daarmee voor want ik vroeg me uiteraard meteen af wat een 12-jarige moslim denkt van de niet altijd even keurige toestanden in die film. Ergens in mijn achterhoofd ben ik misschien ook wat teleurgesteld: als een Turks kind naar een Vlaamse film gaat, wil ik dat toejuichen. Als hij het dan maar niets vindt, is dat dan weer een verdieping van de multiculturele kloof? Scheert hij de Vlaamse cinema dan collectief over één kam?

– Hoe komt het dat je deze film koos, Veysel?
– Er was niets, alleen maar zever. Dat zag er leuk uit.
– Ah? En 2012 dan? Was dat niets voor jou?
– Pff! Stomme zever!

We hadden het met ons twee dan nog maar even over de marginaliteit van de protagonisten. Ik maak Veysel duidelijk dat de regisseur net dit verhaal kiest omdat het apart is en het dus geen doorsnee personages zijn – wat misschien een klein leugentje is, maar dat moet ik nu even negeren – en dat ik wel van die mensen ken zoals in de film. Dan verrast hij me met zijn volgende mening: ‘Dat was wel speciaal, dat die film altijd veranderde van tijd. Het ging naar vroeger en dan was hij groot en dan weer een kind.’ Baf. Een kinderanalyse van niveau, ik heb er niet van terug. Ik stamel nog iets over originaliteit, dat niet iedere film rechtlijnig moet zijn, maar Veysel heeft er al geen boodschap meer aan. Hij zal op zijn eentje wel nuanceren. De film was misschien vuil, hij was ook interessant. Hij komt er wel, ook zonder mijn mening.

Soms is helaasheid zalig ver weg.








%d bloggers liken dit: