Dwarslezer

18 09 2010

Met grote teleurstelling vernam de wereld vorige week dat HUMO-journalist Rudy Vandendaele in het betreffende blad zou stoppen met zijn rubriek Dwarskijker. Al jaren een dinsdags hoogtepunt, deze heerlijk geschreven tv-kritiek waarin vooral de zelfoverschatting van talloze onbenullige tv-vedetten en de leegheid van de hedendaagse televisiecultuur op de korrel genomen werd. Niemand kan het zo scherp en treffend verwoorden als (rv). Geena Lisa, de Pfaffs, Eddy Wally, de Planckaerts, Sergio, … , al die uit lucht opgetrokken fenomenen werden door hem met prachtige, clichévrije bewoordingen gereduceerd tot wat ze waren en zijn: bijdragers tot het grote niets.

Al heeft het allemaal niet geholpen natuurlijk, want op de befaamde Gerrit De Cock na zag nog nooit iemand zijn carrière wegzakken door wat televisiecritici te melden hadden. Maar de woorden van (rv) gaven iedere week precies weer wat ik als kritische kijker vaak dacht maar niet onder woorden kon brengen. Hij was een steun wanneer het ons allemaal weer eens te moede werd, die vele, vele onzinprogramma’s met dwaze bv’s. Hij liet me glimlachen om wat ik eerder die week enkel ergerniswekkend vond.

Los daarvan kon (rv) ook bewondering uitspreken voor die programma’s en programmamakers die er zo af en toe wél in slaagden creatief, origineel of gewoonweg onderhoudend uit de hoek te komen. Hij leek ook van tv te houden. Ook wat dat betreft was zijn woordenschat extreem genietbaar. Hij etaleerde in zijn stukjes vaak een sprekend gevoel van nostalgie en een soort spijt om het verdwijnen van enige ernst en degelijkheid op televisie- al hoeft dat niet te betekenen dat hij terug naar de tijd van Maurice De Wilde, euh, wilde. Je kon er een bespiegeling van de mensheid in zien, zoveel  meer dan enkel tv-kritiek.

In het boek Dwarskijker werd al een eerste selectie van zijn formidabele stukjes samengebracht. Daarvoor werd geput uit de artikels die verschenen tussen 1991 en 1998. (rv) schreef  dus 17 jaar aan deze rubriek. Aannemelijk dat hij er een punt achter zet. Zijn laatste stukje, in HUMO 3651, ging over De Premiejagers (‘ik bewonder vooral het naturel van Wyndaeles superioriteitsgevoel’) en sloot af zonder afscheid. (Dat hadden we echter eerder al gehad: in juni al gaf (rv) te kennen dat het gedaan was, maar later verschenen er toch nog enkele artikels.)

(rv) trakteerde ons vorig week echter nog op een pracht van een achterafje. In een lezersbrief in HUMO reageerde hij op Goedele Liekens‘ veronderstelling dat hij haar taalgebruik in de gaten hield. Dat taalgebruik, dat ook ik eerder als taalmisbruik beschouw en dat (rv) in zijn brief omschreef als ‘een klankenspel waarmee je in bepaalde dorpen perfect kunt meedelen dat er een Brabants trekpaard op hol geslagen is‘, was echter niet het mikpunt van zijn kritiek. Hij had het eerder over de ‘kleffe familiariteit‘ van haar programma’s en de ‘met een diploma in de psychologie gemaskeerde sensatiezucht.‘ Mooi mooi! En zo terecht.

Vandendaele blijft aan het werk bij Humo. Gelukkig, maar de nieuwe televisierubriek is echt niets. Te mild, te vriendelijk (voor de bv’s die verderop  in het blad toch geïnterviewd worden), met te weinig achtergrond en vooral: zonder enige persoonlijkheid. Wie wekelijks (rv) las, kreeg nu en dan ook mooie persoonlijke verhalen geserveerd, al dan niet gekruid met anekdotes over zijn kroost. Waarvan de jongste trouwens enkele weken mijn leerling geweest is, toen ik ooit een interim deed. Helaas heb ik de man nooit ontmoet, zelfs niet gezien. Maar dat is bijzaak natuurlijk. Nu moeten we het dus stellen met De Werkgroep TV. Dan kan ik evengoed de tv-kritiek in De Morgen of Knack lezen.Een nieuwe stap in de  vervlakking van  het blad. Maar ook daar ga ik nu maar niet verder op in.

Enige troost is momenteel de verwachting dat er ook een tweede Dwarskijkerboek verschijnt, want er resten immers nog 12 jaargangen om artikels uit te selecteren. Intussen heb ik eindelijk een reden om de massa exemplaren van het blad die nog in mijn woning (en de vorige!) rondslingeren, te blijven bewaren.

Lees ook wat een andere treurende fan/blogger schreef en iemand die het mooier kan zeggen dan ik.





Lectuurtip: Alles is Belangrijk

13 08 2010

Zoals u hier vernam was ik maar al te blij over een geweldig boek te beschikken toen ik al die uren op luchthavens en in vliegtuigen diende door te brengen: Alles is Belangrijk.

Junior Thibodeau wordt  geboren met de wetenschap dat in het jaar 2010 de Aarde zal vernietigd worden. Het spreekt vanzelf dat dat zijn opgroeien drastisch beïnvloed. Hij kan simpelweg niet van het leven genieten en groeit op als een somber, maar geniaal kind  met inzicht en doorzicht in alles. Een stem in zijn hoofd vertelt hem wat mensen om hem heen voelen of denken. Het maakt dat hij een eeuwige buitenstaander is.

Wanneer Junior’s voorspelling uiteindelijk ernstig wordt genomen is hij wel de eerste om in volstrekte geheimhouding mee te werken aan een oplossing voor de mensheid. Zijn afzondering betekent wel dat hij zijn oude leven moet opgeven: voor zijn omgeving is hij jarenlang ermist. De manier waarop Junior’s familieleden intussen het leven verderzetten is vanuit zijn oogpunt haast zielig. De mensheid is absurd in zijn pogingen het leven zinvol te maken.

De Amerikaanse auteur Ron Currie brengt dit relaas op een originele narratieve wijze. De protagonisten wisselen elkaar af in genummerde stukjes die aftellen tot het moment waarop de Aarde zal verdwijnen. Dit bezorgt het boek een krachtig tempo. Currie slaagt er ook in een aantal erg onwaarschijnlijke plotwendingen zeer aannemelijk te maken, zo indringend is zijn schrijfstijl. Zijn personages zijn diepgaand uitgewerkt en verscherpen continu je aandacht. Je leeft met hen zoals je dat doet met karakters in de betere tv-series. Bovendien kruidt hij zijn tragiek met een prachtige dosis humor, waardoor dit boek ondanks zijn weinig hoopvolle profetie erg verteerbaar blijft. Dit is zo’n boek waarvan het je spijt dat je de laatste bladzijde bereikt.





Lectuurtip: Submarien

9 08 2010

Britse, en eventueel andere, auteurs die zich aan de besognes van een tiener willen wagen, moeten al straf uit de hoek komen willen ze Adrian Mole overtreffen. Zijn dagboek, bedacht door Sue Townsend heeft het genre zo min of meer gedefinieerd. Ik verwachtte dus min of meer een doorslagje toen ik Submarien aanving. De jonge auteur Joe Dunthorne weet dat ook, refereert daarom al snel naar de betreffende klassieker en slaagt er daarna met brille in een eigen stem te geven aan zijn personage, de 15-jarige Oliver Tate. Gebruikt graag moeilijke woorden, observeert zijn ouders in zijn bekommernis om de sleet op  hun huwelijk, tracht de eczeem van zijn vriendinnetje te verklaren en heeft te doen met een gepeste klasgenote. Die hij zelf ook pest.

Dunthorne voert een scherp en scherpzinnig personage op dat echter, gezien zijn  leeftijd, ook de nodige stommiteiten begaat. Interessant is dat Oliver sympathiek is in al zijn menslievendheid, maar ook arrogant in zijn overtuiging dat hij weet wat het beste is voor de mensen om zich heen. Hij is intelligent, maar slaat de bal soms flink mis. Dunthorne is  echter mild voor hem en hanteert flink wat humor om de soms wrange situaties te verluchten. De ontwikkelingen in het verhaal kennen een niet altijd voorspelbaar verloop en dat houdt de roman boeiend. De aandacht voor details, de komische bedenkingen en de kleurrijke personages maken van Submarien een erg meeslepend boek.





Lectuurflop: De Stolp

21 07 2010

De lokroep van de stapel lectuur die ik verzameld had om mee te nemen op vakantie, was zo sterk dat ik toch alvast één van de zes boeken uitgelezen heb. Het thema van De Stolp – vijftien jongeren worden opgesloten in een huis voor een educatief realityprogramma – leek me wel wat. Ik heb het wel voor microwerelden en relaties tussen heel uiteenlopende personages.

De auteur is de Gentenaar Jeroen Theunissen en de prijzen en odes die hij volgens de cover al verzamelde, doen echt vermoeden dat het hier een (mij) onbekend literair talent gaat dat ik dringend moet leren kennen. Ik zie beoordelingen als ‘taalgevoel’ en ‘kritische signalen’, ‘literaire ernst’ en ‘ongekunsteld’. Voor de volledigheid wel even melden dat al die fraaie bewoordingen over zijn voirg werk gingen. Ik moet zo meteen maar eens wat opzoekwerk doen over de kritieken die De Stolp wist te verzamelen, want leger en nietszeggender proza heb ik de  laatste maanden niet onder ogen gekregen. Is dit de auteur ‘die mijn allerscherpste aandacht vraag’t, zoals Ons Erfdeel beweert?

Theunissen voert een groep jongeren op waarvan nauwelijks een personage echt uitgewerkt wordt. Enkelen verdwijnen ook al snel zonder dat daar een woord aan vuil wordt gemaakt. Ik wil beslist aanvaarden dat de karakters eigenlijk nauwelijks van belang zijn en de individuele lotsbestemmingen geen plaats hoeven te hebben. Misschien staat het collectieve centraal, of zijn de personages maar metaforen. Toch is dit wat frustrerend. 132 bladzijden – dat is gelukkig niet veel – volg je een groepje figuren die al die tijd even nietszeggend blijven. Ze hebben een  naam, maar zijn nergens levensecht, hoe nadrukkelijk Theunissen ook jongerentaal hanteert. Wat ik overigens een erg slecht idee vind, want het maakt je proza snel gedateerd. Ook de opzet van het televisieprogramma krijgt slechts heel sporadisch aandacht. Enerzijds zat daar beslist veel meer in, anderzijds bood dat, gezien het uitgemolken Big Brother al vermoeiend genoeg was, weinig nieuws. Toch verwerkt de auteur dit gegeven zeer onconsequent en clichématig in de plot. Het lijkt hem niet te interesseren en dat is zijn goed recht, maar misschien had hij dan maar gewoon een andere opzet moeten bedenken.

Maar goed, tot dus ver beschouw ik dit boek op een nogal oppervlakkig niveau. Het is Theunissen om meer te doen dan een tienerverhaal over de belevenissen van wat jongeren. Alleen heb ik geen benul wat ik dan wel uit De Stolp dien te halen. Iets over verlossing vinden, zoals de achterflap suggereert? Een schets van een generatie? Ik weet het niet en helaas wil ik het na het uitlezen van dit boek  ook niet meer weten. De Stolp is uiteindelijk gewoon zeer onbevredigende lectuur die dus gelukkig niet in mijn handbagage belandt is, want de treurnis die dat over mijn toch wel lange vliegreis zou werpen, zou geen goede start van mijn trip zijn.

Moet ik Theunissen nog een kans geven? Moet ik dat vorige werk, dat zoveel positiever onthaald werd, toch nog uitproberen? Heel misschien ooit eens. Toch heeft ook zijn bejubelde taalgebruik me absoluut niet kunnen bekoren. Ik vind zijn stijl schools, geforceerd en afstandelijk. Laat dus voorlopig maar zo.





De Potsierlijke Plotwending

23 06 2010

Dat men maar doet wat men wil, in de blinde jacht op commercieel succes, daar bij Studio Vandersteen, waar men van de ooit zo verbeeldingsrijke stripreeks Suske en Wiske al lang een vlak, nietszeggend, pseudo-eigentijds, kinderachtig gedrocht heeft gemaakt. Ik heb het allemaal laten passeren, die nieuwe kleren destijds, de nieuwe covers, het amputeren van de ziel van een stripreeks die me ooit zo dierbaar was en wiens bedenker en tekenaar ik echt bewonderde.

Maar nu gaan ze uit de bocht. Wiske gaat naar school???

Ik ben zwaar getroffen door deze heiligschennis. Moge de bliksem inslaan in de studio’s en een drastische carrièrewending de vermaledijde medewerker die met dit idee op de proppen kwam, ten deel vallen. En dat Helena Vandersteen, dochter van, inziet dat haar vader’s erfenis nu echt uitgemolken en de reeks beter gewoon stopgezet wordt. Triestig.





Lectuurtip? Rant

17 06 2010

De geniale Amerikaanse auteur Chuck Palahniuk is het meest bekend om zijn nihilistische, verfilmde roman Fight Club, maar op mijn nachtkastje belandden enkel al Stikken (Choke) en Wiegelied (Lullaby), twee zeer vermakelijke en bij momenten vernuftige romans. Ik voeg daar nu Rant aan toe, maar deze geschiedenis van een partycrasher is toch wat op mijn maag blijven liggen.

Dat heeft niets met bepaalde onderwerpen uit het verhaal te maken: ziektes, ongevallen, zelfverminking met behulp van allerlei ongedierte, … ik slik het allemaal. Het is echter de vertelstijl en het gebrek aan inleving die me Rant met groeiende frustratie lieten doorworstelen. Palahniuk voert een hoofdpersonage op, Rant Casey, dat eigenlijk niet participeert in de actie. De hele roman bestaat slechts uit getuigenissen van mensen uit Rant’s omgeving, die zijn steeds wonderbaarlijker wordende leven beschouwen en becommentariëren.

Hoewel alle anekdotes en opmerkingen tot een knap bedachte, zelfs fascinerende geschiedenis leiden, verhinderde de constante, snelle afwisseling van vertellers dat ik echt betrokken raakte. De personages kregen nauwelijks vorm in mijn hoofd en de hoofdfiguur was zo onbevattelijk en mysterieus dat je op den duur geen zier meer om hem geeft. Ik moet Palahniuk bewonderen vanwege een knap bedacht en gestructureerde plot, maar laat me die geenszins navertellen want eerlijk gezegd nam ik heel wat passages zo oppervlakkig en geeuwend door dat de context me wat ontgaan is. Vergelijk het met een film die spannend en intens aanvoelt, maar waarvan je desondanks niet veel begrijpt.

Ik voelde me dus enigszins opgelucht dat de 300 pagina’s vol hondsdolle protagonisten, flirtend met de dood, eindelijk om waren. Ik geef Palahniuk zeker nog kansen, maar Rant heeft me gewoonweg niet kunnen raken.





Lectuurtip: Pijn

14 05 2010

Maar zelden prijkt de naam van een auteur in grotere letters op de cover van een roman dan de titel zelf. Dat is beslist wel het geval bij (een bepaalde editie van) Pijn, het debuut van de mij onbekende Nederlandse presentator en acteur Beau van Erven Dorens. De publicatie van zijn boek ging gepaard met een kleine stunt, waarbij de gezond arrogante auteur van een brug sprong (en meteen onderkoeld raakte in het ijskoude water) én een door de Nederlandse media flink uitvergrote ruzie rond opmerkingen van plagiaat.

Ik moet eerlijk zeggen, de dag dat een Vlaamse variant van van Erven Dorens, iemand als pakweg Kurt Rogiers of Hans Otten, uitpakt met een roman, zou ik wellicht niet geneigd zijn die te lezen. Laat me al die gladde tv-figuren niet meteen van literair talent verdenken. Maar goed, ik had nog nooit van deze Nederlander gehoord en het boek zag er aantrekkelijk uit.

Aanvankelijk is het even worstelen met de belevenissen van de onuitstaanbare reclamemaker Werner van der Linden. Als de sympathie voor het hoofdpersonage ver te zoeken is, wordt er doorzettingsvermogen gevraagd van de lezer. Tot bladzijde 50 worden bovendien steeds maar onuitgewerkte personages aangevoerd, waarvan je geen idee hebt wie ervan nu eigenlijk deel zal uitmaken van de plot. Werner’s minnares Lisa is zo’n vaag personage en aangezien ze later in het verhaal als drijfveer voor zowat alle acties van de protagonist moet dienen, is het jammer dat er niet meer vlees aan zit.

Maar goed, uiteindelijk ontvouwt deze roman zich als een zeer entertainend avontuur waarin malafide Belgische kaasboeren, een gepensioneerde korporaal en een al dan niet homofiele soapacteur het Werner erg lastig maken. Of maakt hij eigenlijk gewoon zichzelf het leven lastig? Enige loutering zal – misschien – zijn deel zijn, maar ten koste van wat?

Naar het einde toe verliest de roman wat van zijn tempo. De actie is niet altijd even duidelijk en er draven maar figuren op die ons niet veel zeggen. De langzame bewustwording van Werner is natuurlijk ook niet helemaal origineel. Rijke, arrogante yup ontdekt wat echt belangrijk is. Gelukkig is de toon van het boek licht en grappig en zijn Werner’s verbale uitbarstingen vaak erg pittig. In zijn geheel is dit zo’n vlot weglezende en eigenlijk best pretentieloze roman die je hetzelfde genoegen verschaft als een amusante Hollywoodfilm.





Lectuurtip: Dertien

8 04 2010

Deze roman moet al enkele jaren op mijn leeslijstje gestaan hebben, maar ik heb ondanks de positieve recensies nooit de urgentie gevoeld om hem ook daadwerkelijk te lezen. Een geschenkbon van De Slegte heeft er anders over beslist en gelukkig maar, want Dertien (Black Swan Green) is één van de meest verfrissende romans die ik de laatste tijd gelezen heb.

Het uitgangspunt is niet meteen hoogst origineel: dit is een coming-of-age verhaal waarin we een jaar lang het leven van de dertienjarige Jason meemaken, een jongen die er vooral wil bijhoren en dan langzaamaan tot het heerlijke besef komt dat je er in het leven zoveel beter aan doet nérgens bij te horen. In tien prachtige, intieme hoofdstukken snijdt auteur David Mitchell nog meer herkenbare onderwerpen aan, in een onweerstaanbare vertelstijl, even vlot en bescheiden als rijk en ontwapenend. Jason’s groeipijnen zijn soms komisch pijnlijk, dan weer aangrijpend of frustrerend, om uiteindelijk helemaal geen pijnen meer te zijn. Het maakt dat dit meteen zo’n niet weg te leggen roman wordt die je in zo’n vertrouwde leesroes brengt die van lezers boekenfreaks maakt.





Lectuurtip: Het Verwenste Leven

19 02 2010

Deze fascinerende roman biedt ons een kijk in het hoofd van een man die de gevolgen moet dragen van drie wensen die hij gedaan heeft. ‘Ik wil begrijpen hoe ik tegen de mensen aankijk, dramatiek, iets bijzonders zijn, de dingen doorzien zoals ze zijn‘, klink het amper zes bladzijden ver in het verhaal. Hoofdpersonage Jonas heeft het tegen een wildvreemde die hem het aanbod doet zijn wensen te laten uitkomen.Vaag als deze wensen zijn, vallen ze niet concreet uitvoerbaar te noemen. Jonas weet dus niet wat hem te wachten staat. Plots gebeurt er vanalles in zijn leven, zowel zijn grootste angsten als diepste verlangens komen uit, ook die waarvan hij zich niet bewust was.

Het laat de Oostenrijkse auteur Thomas Glavinic toe zijn verhaal op diverse niveaus te laten evolueren. Wat Jonas denkt en voelt staat centraal, alle gebeurtenissen in het boek zijn volledig op hem te betrekken. Het onderscheid tussen verbeelding en werkelijkheid is daarbij niet altijd duidelijk. Dat vraagt een extra inspanning van de kijker: aanvankelijk ga je immers, dankzij de toegankelijke en meeslepende schrijfstijl, helemaal op in het verhaal. Eens de gebeurtenissen minder makkelijk verklaarbaar worden en de kans op vervreemding ontstaat, moet je hier en daar wel even doorbijten. Maar Glavinic drijft het nooit te ver, houdt het ritme strak en het tempo hoog en voor je het weet is deze psychodramatische roman uit.

Op zich is de thematiek van dit verhaal niets voor mij. Ik raak snel verveeld door fictie waarbij je de betekenis moet achterhalen van wat voorgesteld wordt, omdat het mijn petje wel eens te boven gaat. Ik kan ook geen fatsoenlijke analyse bieden van de essentie van dit boek en als ik op de achterflap lees dat dit ‘het verhaal is van onafgebroken overgave en een geloofsbelijdenis voor de liefde‘, heb ik eigenlijk geen idee waar dat op slaat. Maar dat verhinderde me niet erg geboeid te zijn door Het Verwenste Leven en het, dankzij de vlotte stijl, erg genietbaar te vinden.





Lectuurtip: Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won

14 01 2010

Deze welklinkende, veelbelovende titel leverde Ivo Victoria in 2009 tal van goede recensies op. Ik was dan ook vrij benieuwd naar wat deze roman te bieden had als terugblik van een dertiger op zijn jeugdjaren. Specifiek gaat Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won dieper in op de spijt en bitterheid van ene Ivo die in zijn kinderjaren zijn beste vriend mooie verhalen voorschotelt over een niet-bestaande wielercarrière. Het is een nogal nuchter, of zelfs ontnuchterend relaas want als Ivo opgroeit en terugkijkt op zijn vreemde gedrag, blijkt hij daar zelf helemaal niet zo’n punt van te maken.

De authenticiteit die Victoria oproept van het leven in een Vlaams dorpje in de jaren ’80, is raak maar geenszins charmant. De soms wat gênante leugens van Ivo komen bruut en dwaas over. Je kunt  hem dan ook moeilijk een sympathiek personage noemen en zijn bizarre gedrag zorgt voor enige vervreemding. In die zin is dit helemaal geen boek dat je met plezier verder leest. Jammer genoeg zijn de vele details en verhaalelementen uit de wielerwereld voor mij dan ook nog een keer oersaai – een wel heel subjectief oordeel, ik ben me ervan bewust – waardoor ik dit boek lang niet zo meeslepend vond als verwacht. Ik had het ook moeilijk met het gebrek aan (inter)actie van de personages, op enkele dialogen en gezinstaferelen na, is dit toch grotendeels een innerlijke monoloog, een echte beschouwing. En hoe fantastisch de pen van Victoria ook, hoe gevat sommige stukjes,  ik haastte me soms ongeïnteresseerd door de vele zinnen van beklag en beschouwing.

Een voorbeeldje: “Als ik zing, voel ik intens geluk. Het geeft me rust. Eindelijk rust. En daar draait het om. Dat is waar wij allemaal naar streven of moeten streven, naar rust. Volmaaktheid. Voltooiing. Telkens wanneer ik zo’n moment van volmaaktheid meemaak, speelt de film van mijn leven zich af voor mijn ogen. Het is een steeds  langer wordende serie van perfecte momenten. Naar verluidt is dat een ervaring die alleen is weggelegd voor mensen die in accuut levensgevaar verkeren, maar daar geloof ik niks van. Ik beleef het omdat ik iedere keer een nieuwe stap zet. Omdat ik steeds dichter bij de ultieme vervulling van mijn leven kom. Nu ja, dat dénk ik hè. Telkens als ik weer zo’n stap zet komt de film, als een voorlopige tussenstand, zo je wil. En het ziet er goed uit. Ik moet volhouden zodat ik later, wanneer ik sterf, onbevreesd het eeuwige niks in zal kunnen zweven. Zodat ik niet zal leeglopen als een ballon maar opstijg, steeds verder de lucht in, zingen, zweven, oplossen in helderblauw. Dat zou mooi zijn.”

Ik voel dat hoofdpersonage door dit soort uitlatingen weliswaar beter aan, het blijft toch een wat abstracte gedachtenstroom die mij niet helemaal kan bekoren. Als ik vergelijk met andere Vlaamse schrijvers die ik graag lees, zoals Jan Van Loy, Dimitri Verhulst of Peter Terrin, heb ik het gevoel toch nu iets te wazige lectuur voorgeschoteld te krijgen.

Nu, een afknapper was dit boek niet hoor. Alle lof is aannemelijk. Maar het was gewoon niet mijn ding. Ik vind het nog vroeg om Victoria een groot talent te noemen. Hij schrijft formidabel en er is niets mis met de opbouw van zijn boek, maar ik wil hem nu vooral zien bevestigen met een tweede.





Gelezen in 2009

2 01 2010

Ik vond blijkbaar de tijd om het voorbije jaar 27 romans te lezen, wat toch wat meer is dan vorig jaar en zowat het gemiddelde is van wat ik de voorbije 10 jaar las. Alleen klop ik mezelf op de borst om meer literair verantwoorde boeken te lezen. Ik lees nog altijd wat ik graag lees, maar ik merk dat mijn smaak en appreciatie verfijnd en dat ik meer begrijp van het soort boeken die in de prijzen vallen. Meer literatuur dan lectuur, zeg maar. Het zal gaan tijd worden na al die jaren fervent lezen.

Sinds dit jaar lees ik ook vaker recentere boeken. Ik vond het dan ook fijn dat uit de top 20 die het weekblad Humo vorige week publiceerde, ik er toch wel 5 gelezen had (’t is te zeggen, aan eentje ervan ben ik nog bezig) en 2 ervan staan op mijn lijstje.

Ik bracht hier het hele jaar door geregeld leestips, dus ik ga geen echte besprekingen meer bieden (hier vind u ze allemaal op een rijtje). Voor het tweede jaar op rij las ik geen boek dat ik echt weergaloos of grandioos vond, al kwamen enkele zeker in de buurt. Het is dus al van De Pruimelaarstraat geleden dat ik nog een echt formidabel boek las. Manifesteert zich in mijn leesgedrag hetzelfde als bij het films kijken? Dat hoe meer ik lees, hoe hoger mijn eigen norm komt te liggen dus hoe minder ik eigenlijk goed ga vinden? Jammer eigenlijk.

Maar goed, hier nog een overzichtje:

  1. Wij / Jeroen Olyslaeghers/ 2009/ België
  2. De Eenzaamheid van de Priemgetallen / Paolo Giordano/ 2008 / Italië
  3. Stad der Dieven / David Benioff / 2009 / USA
  4. Een stil geloof in Engelen / R.J. Ellory / 2007 / USA
  5. De Monsters van Templeton / Lauren Groff / 2008 / USA
  6. Caesarion / Tommy Wieringa / 2009 / NL
  7. De Bewaker / Peter Terrin / 2009 / België
  8. Talk Talk / T.C. Boyle / 2006 / USA
  9. Onzichtbaar / Paul Auster / 2009 / USA
  10. De Heining / Jan Van Loy / 2008 / België
  11. De Kauwgomdief / Douglas Coupland / 2007 / USA
  12. Nemen wij dan samen afscheid van de liefde / Paul Baeten Gronda / 2008 / België
  13. Petropolis / Anya Ulinich / 2007 / Rusland
  14. Mr. Toppin / Charles Elton / 2009 / UK
  15. Loslippig / Rita Mae Brown /1999 / USA
  16. Man in het Duister / Paul Auster / 2008 / USA
  17. De olifant verdwijnt / Haruki Murakami / 2005 / Japan
  18. Speeldrift / Juli Zeh / 2004 / Duitsland
  19. De vermoedens van Mr. Whincher / Kate Summerscale / 2008 / UK

De rest van de lijst bestaat vooral uit boeken die minder vermeldenswaardig zijn, waaronder die andere Wij, van Elvis Peeters, die ik dus toch vermeld om te benadrukken dat het echt niets bijzonders was. Ook de iets té Hollandse P.F. Thomèse wist me niet voor zich te winnen met Vladiwostok!.

Lees ook mijn overzicht uit 2007 (want in 2008 schreef ik er blijkbaar geen).





Lectuurtip: Onzichtbaar

30 12 2009

Het werk van Paul Auster, één van de beste huidige Amerikaanse schrijvers, kon me al eerder bekoren, maar het is toch lectuur om met mate te consumeren, bedacht ik zo. Ook in Onzichtbaar blijkt de dwingende, gefocuste schrijfstijl van Auster voor allesbehalve ontspannende lectuur te zorgen. Enig ongemak maakt zich meester van de lezer, want Auster’s verhalen zijn vaak wat confronterend en de personages worden niet ontzien, zonder dat hen daarom grote dramatische gebeurtenissen overkomen.

In Onzichtbaar, opmerkelijk geconstrueerd, staat een ontmoeting centraal tussen een student en een praatjesmaker, die tot 40 jaar later een impact heeft op bepaalde betrokkenen. Het hoofdpersonage verliest zijn rol halverwege, waarna anderen op de voorgrond treden. Het verhaal weet mee te slepen, maar dat ligt eerder aan de beleving van de personages dan aan de gebeurtenissen. Onzichtbaar wordt zo een reflectie op het verschil tussen het zijn en het schrijven, een soort spel van geheugen en feiten, waarbij de lezer meer te weten komt over de personages dan hij eigenlijk zou willen.

Met deze boeiende roman sluit ik dit leesjaar af!  Binnen enkele dagen volgt het jaaroverzicht.





Lectuurtip: Caesarion

26 12 2009

Van de Nederlander Tommy Wieringa las ik enkele jaren geleden het steengoede Joe Speedboot. Ik vond zijn schrijfstijl zo krachtig en meeslepend, dat ik kort nadien ook Alles over Tristan las, een roman waarvan ik nu moet bekennen dat ik me er niets van herinner, zelfs al herlees ik de korte inhoud. Maar het bleef me wel bij dat ik nog veel meer wilde lezen van deze formidabele auteur.

Caesarion is Wieringa’s recentste roman en hoewel ik hem toch iets minder meeslepend en memorabel  vond – want minder happy en lang niet zo Hollands – dan Joe Speedboot, kan ik toch stellen dat dit een geweldig boek is. Wieringa is een echte woordkunstenaar, wiens zinnen inventieve pareltjes zijn, wonderbaarlijke woordkettingen die je verbeelding doen werken en het verhaal van een bijna aanraakbare atmosfeer voorzien.

De jonge Ludwig is de Caserion uit de titel, wat verwijst naar de bijnaam die de zoon van Cleopatra en Julius Caesar kreeg. Een kind van twee grootheden, net als Ludwig. We maken zijn levensloop mee van zijn kinderjaren tot hij bijna dertig is en hij eindelijk heeft afgerekend met de schaduw die zijn afwezige vader en eigenzinnige moeder over zijn bestaan hebben geworpen. Deze odyssee speelt zich af op diverse plaatsen over de hele wereld, telkens door Wieringa met zin voor detail beschreven. Ludwig is eigenlijk een soort niemand, die enkel bepaald wordt door wie zijn ouders zijn. De turbulente relatie met zijn moeder komt zeer beknellend over, maar is anderzijds ook Ludwig’s enige houvast in een thuisloos bestaan.

Wieringa’s schrijfstijl en de interessante personages wegen voor mij door op de eigenlijke plot van dit boek, waarvan de symboliek, betekenis en literaire referenties in feite wat te hoog gegrepen zijn voor mij. Ik snap dat het zoeken naar zingeving en het wat fatalistische gemoed van Ludwig, deel uitmaken van de thematiek, maar daar zo precies de vinger op leggen, lukt me niet. Dat ik Caesarion ondanks de soms wat psychologische beschouwingen toch zeer vlot leesbaar vond, bewijst wat een groot talent Tommy Wieringa is.

Mocht iemand me overigens de betekenis van de cover kunnen verklaren…?





Lectuurtip: De Bewaker

20 12 2009

Ik las van de Vlaming Peter Terrin al de verhalenbundel De Bijeneters waarvan ik me zo goed als niets herinner, enkel dat ik hem goed vond. Daarna werd ik meegesleept door Vrouwen en kinderen eerst, een heel bijzondere roman die gaandeweg onwerkelijker werd en prachtig de vervreemding schetste die tussen het hoofdpersonage en zijn omgeving kwam.

Hetzelfde kan gezegd worden van De Bewaker, een al even meeslepend verhaal over twee mannen die een appartementsgebouw bewaken in een soort apocalyptische wereld en daar eigenlijk stilaan ontsporen. Wat er buiten of boven hen gebeurt, komen we niet te weten. Het is enkel wachten: op aflossing, op controle, op voedsel, op de ene bewoner die nog overblijft.

Dit is wat je noemt een ‘allegorisch’ verhaal, zo leert de achterflap me. Het hoofdpersonage is dus een personificatie van een abstract begrip, maar vraag me niet welk. Niettemin is dit een héél knap boek, uitermate scherp en to the point geschreven in een glasheldere stijl die me zeker aanzet om nog meer van Terrin te lezen.





Lectuurtip: Stad der Dieven

9 12 2009

Hmm, goed op dreef de laatste tijd. Met Stad der Dieven van de Amerikaanse auteur David Benioff heb ik alweer een roman in handen gehad die niet weg te leggen viel. Dit soms behoorlijk harde relaas van twee jonge Russen die in het door de nazi’s belegerde Leningrad van de tweede wereldoorlog op zoek moeten naar een dozijn eieren, sleept je mee vanaf de eerste pagina. De kou en honger waar de protagonisten mee te kampen hebben, slaat over op de kijker. Om maar te zwijgen over het levensgevaar waarin de twee kerels zich aldoor bevinden. Een boek dat je dus bij voorkeur in een warm bed leest.

Toch is Stad der Dieven geen tragedie of thriller. Dit met veel humor gekruide relaas over volwassen worden, is wat je noemt een schelmenroman. David Benioff, wiens eerste roman 25th Hour al een geweldige film opleverde en die ook scenario’s voor Hollywoodfilms schreef, heeft een bijzonder levendige en uiteraard ook filmische schrijfstijl.

De jonge Lev, amper 17 en nog niet goed wetend wat of hoe, vormt in al zijn naïviteit een contrast met de flamboyante Kolja. Met zijn tweeën beleven ze een indrukwekkend, soms angstaanjagend avontuur, waarbij de ellende van de oorlog maar al te aanschouwelijk wordt gemaakt. Een levensles van formaat, die de lezer een uiterst realistische beeld geeft van het leven in de betreffende omstandigheden.

Op het einde van de roman is een zekere psychologische gruwel voelbaar, maar die komt eigenlijk net onvoldoende aan de oppervlakte.  De feelgoodfactor dreigt de treurnis wat te overheersen, waardoor de roman na afloop vooral een goed boek is eerder dan een indringende belevenis. Niettemin een prachtig geschreven verhaal dat je meesleurt naar het koude Rusland.





Lectuurtip: Talk Talk

30 11 2009

De Amerikaan T.C. Boyle had ik al een paar jaar op mijn lijstje staan als auteur waarvan ik dringend eens iets wou lezen, gezien de lof die hem in de gespecialiseerde pers werd toegezwaaid. Nu is het er eindelijk van gekomen en verslond ik op enkele dagen tijd de meeslepende roman Talk Talk.

Hoofdpersonage is Dana Halter, een dove vrouw die op een dag hard wordt aangepakt door de politie. Gelukkig – nu, ja –  blijkt het om een vergissing te gaan. Iemand stal Dana’s identiteitsgegevens, waardoor zij nu met een aantal beschuldigingen van misdaad en een hoop facturen opgescheept zit. De ervaring is voor Dana erg tekenend en ze wil kost wat kost ontdekken wie haar dit aangedaan heeft. Samen met haar vriend Brigder begint ze aan een soort speurtocht doorheen Amerika. Intussen leren we ook de valse Dana Halter kennen, een flamboyante levensgenieter die zijn luxueuze stijl bedreigd ziet worden eens Dana en Brigder zijn spoor gevonden hebben. Zo raast Talk Talk met een reuzenvaart op een confrontatie af.

Een echte thriller kun je Talk Talk niet noemen, zij het dat het verhaal bij momenten zeer meeslepend is. Als lezer neem je de drijfveren van de protagonist over, waardoor je in extreme mate opgaat in de gebeurtenissen. Boyle toont zich erg sterk in het beschrijven van allerlei details en kruidt de gebeurtenissen met een aangename scheut couleur locale. Toch is zijn schrijfstijl franjeloos en direct.  Het maakt dat je dit boek moeilijk kan naast je leggen. Doet erg deugd na het aanslepen van De Vermoedens van Mr. Whicher.

Intussen alweer meegesleept, door Stad der Dieven van David Benioff. Daarover later meer. 





Lectuurtip: De vermoedens van Mr Whicher

22 11 2009

Of het echt een tip is, valt nog af te wachten. Ik zou De vermoedens van Mr Whicher immers enkel aanraden onder voorwaarden. Ik had dit boek namelijk verkeerd ingeschat. Deze historische roman, die De moord in Road Hill House als tweede titel draagt, is namelijk helemaal geen roman, maar een feitelijke weergave van een moordmysterie dat Engeland halfweg de 19e eeuw in de ban hield.

In het landhuis van de familie Kent word een kleuter vermoord. Het politie-onderzoek dat daarop vormt de rode draad van dit verhaal, waarbij echter heel wat zijpaadjes worden ingeslagen. Auteur Kate Summerscale gaat dieper in op het maatschappelijk leven van die tijd, met bijzondere aandacht voor het leven van rechercheurs en de weerslag van de sensationele zaak op de samenleving. Ze beschrijft ons ook de levens van enkele van de hoofdrolspelers tot zelfs ver in de 20e eeuw. De moordzaak zelf wordt tot in de kleinste details beschreven en daarbij wordt vaak gebruik gemaakt van authentieke bronnen.

Fascinerend bij momenten, sfeervol en kleurrijk beschreven, maar … wat was dit langdradig. Ik heb wellicht in jaren niet meer zo geworsteld met een boek en het zette dan ook een ferme domper op mijn leesvaart. Dit was immers geen verhaal dat je helemaal weet op te zuigen, maar een soort reportage die je emotioneel wat koud laat. Vergelijk het met een prachtig geschreven krantenartikel  – van meer dan 400 bladzijden! Precies weet ik het niet meer, maar ik sluit dus niet uit dat ik wel enkele weken op deze klepper gekauwd heb en dat laat een bittere nasmaak achter. Frustrerend soms, zeker als Talk Talk van TC Boyle ligt te wachten, waarvan de eerste twee bladzijden me al meteen wisten mee te slepen.

Summerscale won tal van prijzen met deze roman, en dat is aannemelijk en gezien de ongelooflijke research die met het schrijven moet gepaard gegaan zijn, zelfs terecht. Maar mij zal ze niet meer liggen hebben.





20 dagen niet geblogd

30 05 2009

De voorbije weken stond mijn hoofd niet zo naar het bloggen. Ook niet naar het lezen ervan (ik bezoek mijn favoriete blogs één dezer beslist nog een keer). Ik had het druk en ook weer niet. Een samenvatting van mijn bezigheden de voorbije 20 dagen:

*een K.U.T-quiz georganiseerd. Samen met de rest van de redactie van het onvolprezen on line filmmagazine Kutsite.com hebben we maandenlang gebrainstormd en gezocht naar geschikte vragen en fragmenten. Om nog maar te zwijgen over de jacht op sponsors. De week voor de uiteindelijke quiz plaats zou vinden, was behoorlijk slopend. Lang niet zo’n stress gehad zelfs. Maar de voldoening was wel immens, want het evenement verliep vlekkeloos en de samenwerking was schitterend.

*Naar de film geweest. Angels & Demons was vermakelijke onzin, Star Trek grandioos en mateloos entertainend (en ik had nog nooit zelfs maar een aflevering ervan gezien, maar deze film is top!), Synecdoche New York evolueerde van chaotisch irritant tot meesterlijk fascinerend.

*Gelezen. Ook de Wij van Elvis Peeters werd verslonden, maar een verslagje zit er niet in, want hoewel meeslepend, verontrustend en knap geschreven, was dit ook afstandelijk en betekenisloos. Dat was wellicht ten dele de bedoeling, maar ik werd er niet warm of koud van. Vooral het feit dat de personages schimmen waren, enkel gedefinieerd door inwisselbare namen, zorgde dat het boek nooit echt beklijfde. Het aangeprezen De Literaire Kring van Marjolein Februari wist me zelfs helemaal niet te bekoren. Zzzzz.

*Gewerkt. Hoewel er wel wat vakantiedagen in de afgelopen periode zaten, zijn de laatste maanden van het schooljaar als vanouds hectisch. Toetsen, herhalingen, rappporten, projecten, overleg, teamvergadering, deelteamvergadering, bijeenkomsten, nieuwsbrieven, klaskrant, bestellingen, reserveringen, agenda’s, … Geen probleem, het blijft allemaal boeiend. En op de sportdag niét in het water gevallen deze keer, maar toch doornat want er was regen. Veel.

*Nostalgisch geworden. Negen van mijn leerlingen, die ik na twee jaar toch zo goed ken, zullen in september op de middelbare school zitten en dat sluimert al een beetje door mijn hoofd. Normaal uiteraard, en we zijn er eigenlijk ook allemaal aan toe dat ze vertrekken, maar het zijn geen afgedankte meubels die je naar het kringloopcentrum brengt natuurlijk. En dan zijn er de collega’s. De vrijdagse après-schools blijven kleine hoogtepuntjes van samenhorigheid en gezelligheid, de barbecue een …tja,… liefdevol gebeuren zonder dat het klef wordt of we ons in de illusie wentelen dat het voor altijd zo zal zijn. Want collega’s gaan op pensioen of kondigen met een klein stemmetje of een traantje in de ooghoek aan dat ze ondanks de harmonie volgend jaar toch andere horizonten gaan verkennen. Ik werk precies deze week drie jaar op die bijzondere school en intussen ben ik er aan gewend dat het onderwijs tegen alle clichés in een wereld blijft die continu in beweging is, maar al die fijne mensen die vertrekken, het laat je niet koud.

*Renzo vergezeld in het 30 worden, Lode gesteund in de aanzet van een muzikale carrière, Michèle nog eens op de agenda gezet voor een filmpje, Steven verrast door 3 van de 4 stoelen te herkennen in wat hij als een moeilijke quizvraag bestempelde, net als Marianne Briek Schotte als Permeke bestempeld. Wat niet klopte.

*En verder: een communievierings-boekje geïllustreerd, Valerie gelukgewenst met haar zwangerschap, de klaskasboekhouding gedaan, de Haaltertse bibliotheek geëerd als vrijwel de enige plek in dat dorp waar ik nog graag kom, me ingeschreven voor het Freinetcongres in Straatsburg, de stemtest gedaan en vastgesteld hoe ik die kon manipuleren tot ik het resultaat had dat me het meest beviel,

*Nog dringend te doen: Stafke en Berend nog eens bezoeken, Henk en Annelies feliciteren, een nieuwe gsm kopen,  mijn belastingsbrief invullen, mijn (uitgeleende) dvd’s nog eens inventariseren, foto’s laten afdrukken en… wat meer bloggen.





Lectuurtip: Wij

10 05 2009

Momenteel zijn er toevallig twee nieuwe Vlaamse romans met dezelfde titel. De Wij van Elvis Peeters – ‘een expliciete roman’ – zal voor later zijn, ik heb eerst de Wij van Jeroen Olyslaeghers verslonden.

Hoewel ik al meer dan 20 jaar een boekenwurm ben, bereikt échte literatuur mij eigenlijk niet zo vaak. Ik geniet weliswaar van bekroonde auteurs als Paul Auster, Roddy Doyle, Boudewijn Büch, Erwin Mortier, Jonathan Coe, Jan Van Loy, Amélie Nothomb, Ronald Giphart, Tommy Wieringa, Renate Dorrestein, Annie Proulx, Jon Irving en Peter Terrin, om er maar enkele te noemen. Ik las al wat van Houellebecq en Murakami. Maar ik zou mezelf toch nooit een literaire lezer noemen. Tom Lanoye ligt me niet, ik haak af bij Arnon Grunberg, verslik me in Peter Verhelst en heb nog nooit iets van Hugo Claus of Louis Paul Boon gelezen. Over de wereldklassiekers kan ik nog korter zijn: op mijn leeslijstjes staan geen Marquez of Reve, geen Dante, Orwell of Camus, geen Kafka of Henry James. En dan heb ik het dus nu alleen over die waarvan de namen me zomaar te binnen schieten.

olyslaeghers-largeMet Wij heb ik echter wel het gevoel nieuwe gronden te betreden, wat de kenmerken van echte literatuur dan ook mogen zijn. Deze roman, die zich afspeelt in de jaren ’70 in een milieu van Vlaamsgezinde kleine burgers, vond ik verrassend leesbaar en had niets van het hermetische of hoogdravende dat ik soms met ‘literatuur’ associeer (‘moeilijke boeken’, zeg maar). Moet ik van een evolutie spreken in mijn leesgedrag? Alleszins kostte het me nauwelijks moeite dit boek op 2 dagen uit te lezen en ieder woord er van op te slurpen.

In recensies en interviews met de auteur komt de politieke laag van Wij nadrukkelijk aan bod. De titel geeft ook het uitsluitende weer dat een ‘wij’-gevoel met zich meebrengt en verwijst dus beslist naar Vlaams nationalisme. Alleen moet ik vaststellen dat dat toch enigszins aan mij voorbij gaat en ik dit verhaal veeleer op een ander niveau opslorp. Taalkundig, omdat het zo heerlijk geschreven is, en filmisch – er zijn veel personages en de locatie is sfeervol. Maar het is vooral het dramatische dat me aantrekt: de personages van Wij kampen met allerlei niet eens zo vergezochte demonen en het is afwachten wat dat doet met hen en de onderlinge relaties. Dat heeft me altijd al het meest aangesproken,ook ik in films en series, en daar zat voor mij dan ook de kracht van Wij: de falende mens, het doorprikken van het illusionaire geluk.

Dat Olyslaeghers in sommige alinea’s toch een wat abstracte/poëtische toer opgaat – alleszins in mijn interpretatie – maar dat dat mij geen moment deed aarzelen verder te lezen, gaf me een zekere voldoening die volgens mij het rijper worden van mijn leesgewoontes illustreert. Vandaar dat ik twee fragmenten uit het verhaal toevoeg. Inhoudelijk niet zo veelzeggend, maar vooral een mooi voorbeeld van wat ik (voorheen of misschien nu nog) zou typeren als een net iets minder toegankelijke stijl:

Georges’ beste vriend spreekt hem toe: ‘Jij bent toch de nar, de luis in de pels? (…) Geen nar handelt uit wraak. De gekroonde wordt geplaagd uit liefde. Jij bent geen heraut van de waarheid, jij bent niet dat jongetje dat roept dat de keizer geen kleren aanheeft. Het liefst ben je gif wanneer je tekent, traagwerkend maar bijtend gif. En hoe ongewenst kwetsbaar stel jij je daarbij op? Elk geoefend oog kijkt voorbij wat jij getekend hebt, en ziet jouw inktzwarte ziel vol rancune’.

Georges kijkt terug op het begin van een gezinsleven: ‘Bij de komst van onze tweede liep het mis. De eenheid was weg, de drukte nam toe, onoverzichtelijk maanden en daarna jaren strekten zich uit. Zij geen Maria, ik geen Jozef meer. Steeds twee kinderen, steeds een keuze (…). Onrust golft naar binnen via die twee vragende blikken die je dagelijks onder ogen moet komen, die nooit meer weggaat. Is het mogelijk dat je één van de twee al bij voorbaat opgeeft?’

Niet dat de personages in Wij elkaar continu in dit soort theatrale teksten toespreken, hoor. De zich in alcohol en jaloezie wentelende protagonisten hebben het ook gewoon over dagelijkse dingen en dat maakt het verhaal van begin tot eind ook uitermate realistisch. Er zit vaart in de plot en kleur in de karakters. Maar Olyslaeghers maakt zo’n mooie omwegjes die, hoewel ze de lezer wat meer moeite kosten dan pakweg een boek van Jan Van Loy, tot nadenken aanzetten en zelfs inzichten bieden in de personages maar ook in de mens in het algemeen.

Wij is ondanks al deze lof niet zozeer het beste boek dat ik ooit of zelfs maar de laatste tijd gelezen heb. Op emotioneel vlak blijf je als lezer immers wat in de kou staan – hoe warm de locaties, hoe killer de personages, zo lijkt het wel, – maar dat is dan een zeer subjectief argument natuurlijk. De grimmigheid van het verhaal bepaalt immers net mee de kracht die het boek uitstraalt.  Het is dus geen gezellige roman, maar wel een klein meesterwerkje.

 

Beluister hier een interview met Olyslaeghers en lees hier een mooie recensie.





Lectuurtip: De eenzaamheid van de priemgetallen

17 04 2009

priemgetallen1Tussen twee priemgetallen staat altijd minstens één ander getal. Net zo kunnen Alice en Mattia nooit echt dichtbij elkaar komen, hoezeer ze ook als twee beschadigde zielen elkaar aanvoelen en aanvaarden. In De eenzaamheid van de priemgetallen van de jonge, bekroonde Italiaanse schrijver en fysicus Paolo Giordano, volgen we deze twee tragische personages van hun jeugdjaren – waarin beiden iets meemaken dat hun verdere leven zal bepalen – tot ze bijna dertigers zijn. Al die tijd hoop je dat ze bij elkaar enige rust en stabiliteit zullen vinden, maar het lot en hun eigen onuitgesproken gedachten verhinderen dat.

Optimistisch is deze vlot lezende roman eigenlijk niet. Hoewel een fatalistische toon vermeden wordt en de roman je bijna filmisch meesleept, kunnen Alice en Mattia de wereld en het leven niet als een uitdaging of belevenis zien. Alice slaat aan het fotograferen en Mattia is een wiskundig genie, maar communicatie en emoties blijken niet hun ding. Dat Giordano ons niet noodzakelijk een happy end belooft, wil niet zeggen dat dit een in somberheid gedrenkte vertelling is. De stijl is nuchter, de plot gedetailleerd zonder de focus te verliezen. Het boek valt dan ook maar moeilijk neer te leggen.

Ik had dit boek al een tijdje op mijn nachtkastje liggen toen ik onlangs pas de vele positieve recensies las. Giordano werd in eigen land bekroond met de belangrijkste Italiaanse literatuurprijs,  de Premio Strega, en hoewel inhoud noch stijl aanvankelijk meesterschap doen vermoeden – de kracht zit in de subtiliteit en bescheidenheid – voel je achteraf dat dit pure klasse is.

Btw, de originele titel is La Solitudine dei numeri primi. Dat zal wel correct vertaald zijn, maar ik had ‘De eenzaamheid van DE priemgetallen’ net iets beter klinken gevonden zonder dat lidwoord.

De vakantie heeft zijn functie overigens goed vervuld: ik verslond maar liefst drie romans, waarvan ik overigens ook De Monsters van Templeton van Lauren Groff kan aanraden, een historische zoektocht van een jonge vrouw naar haar vader, in een klein Amerikaans dorp met een fascinerende geschiedenis.








%d bloggers liken dit: