2013: de conclusie

2 01 2014

Ik wil nog eens iets kwijt en dat is een tijd geleden. Dat ik minder blog heeft alvast niets te maken met Twitter of zo. Daar vind ik niets aan, dat moest maar eens gezegd. Ik heb nog steeds veel bedenkingen en opmerkingen maar soms vind ik ze niet de tijd meer waard om die te gaan beschrijven. Ik communiceer namelijk graag in meer dan 140 tekens.

Belevenissen van echt bijzondere aard zijn er ook al niet te melden, of het moet zijn dat ik het met u wil hebben over die voetstap van mij in de pas gegoten epoxyvloer van de buren of de hernieuwde passie van mijn leerlingen voor lego.

Nu we 2013 achter ons laten vind ik dat ik even moet terugkijken. Ik hecht minder en minder aan deze feestdagen maar van een jaareinde gebruik maken om eens terug te blikken, is zinvol, vind ik. Al is het alleen maar omdat ik dat graag eens terug lees en ik daar vorig jaar wel iets aan gehad heb, die reflectie. Het stuk dat ik vorig jaar schreef bevat voor mij veel principes die nog steeds gelden.

In 2013 was de bijzonderste gebeurtenis de geboorte van mijn neefje Charlie Joe, wiens bestaan voortdurend wonderbaarlijke indrukken oplevert. Ik ben fan. Ik geniet er ook van te zien hoe hij de rest van de familie inpalmt met zijn sprekende blik en fanatiek gewiebel in het zitje.

Bijzonder was ook dat ik een driejarige opleiding afsloot en nu dus een extra attest in handen heb dat me weer een stukje deskundiger maakt als ik het over Frreinetonderwijs heb. Het was een intensieve periode met een groep gepassioneerde en hardwerkende mensen.

Ik bezocht voor het eerst Berlijn en dat was een heel deugddoende en genietbare ervaring. Niet alleen omwille van deze sfeervolle stad zelf, ook omdat dit door omstandigheden een reisje vol luxe en voordelen was. Ik genoot er ook van het fietsen trouwens.

Film was nog meer dan anders aanwezig in mijn bestaan. Ik verbrak mijn record uit 2006 en zag 261 films. Dat klinkt haast ongezond – meer hoeven het er echt niet te worden op één jaar – maar ik verdiep ook wat dat betreft mijn kennis, in dit geval voornamelijk over oude films. Daarnaast kan ik me nu eenmaal een grote portie escapisme permitteren en komt er nog lang geen sleet op mijn drang om in fictie weg te duiken.

En dan was er DOK natuurlijk, misschien wel de gebeurtenis die dit jaar voor mij kenmerkt. Omdat we na twee heel fijne jaren tot een nog meer gesmeerd lopend geheel kwamen, omdat ik er genoot van een ander soort hard werken dan in mijn echte job, omdat die bonte bende vrijwilligers op een aparte manier een soort familie werden. Het voorlopige punt dat we er achter gezet hebben, was ook een reden om terug te kijken op wat die drie jaar met mij gedaan hebben en ik moest warempel vaststellen dat ik echt wel wat geleerd heb. Los daarvan was er nu en dan ook wel eens een ergernis.

Deze hoogtepunten staan ogenschijnlijk veraf van meer filmische climaxen. Ik heb geen vioolconcert gegeven, leerde niet skateboarden, maakte geen reis naar Fijit of adopteerde geen Afrikaans weesje noch een parkiet die Russische wijsjes fluit. Maar ik hoef niemand te overtroeven natuurlijk. Ik kijk wat dat betreft als mens met bescheiden verwachtingen, tevreden terug op het vorige jaar.

Ik blijf mijn werk zeer graag doen, ook al blijft lesgeven een job die best uitputtend kan zijn, vooral psychisch en emotioneel dan. Er is wat weinig plaats of wat te veel kinderen, er is geen budget en te veel administratie, maar die leerprocessen begeleiden is wel immens boeiend. Kinderen zijn in veel gevallen echt interessant en zorgen voor veel lol. Een bosklas is en blijft een prachtervaring. En zelfs na al die jaren in juni die zesdeklassers op de wereld los laten in de hoop dat het hen goed gaat, blijft wat doen met een mens.

Mijn gezondheid is al evenzeer stabiel gebleven, ook dat is van belang. Ik nam afscheid van een tand en dat is zo’n triviaal feit dat het eigenlijk het vermelden niet waard is. Ik was vrijwel niet ziek en weeg nog steeds evenveel als een jaar geleden. Maar qua beweging heb ik minder inspanningen geleverd dan de jaren ervoor.

Ook de meeste mensen rondom mij stelden het goed. Mijn familie is nog steeds in optima forma, mijn drie nog in leven zijnde grootouders zijn intussen echt wel oud maar kerngezond, ieder stelt het wel op nu en dan een akkefietje of een zorg na, die echter in het niets vallen bij de drama’s die andere Aardbewoners meemaken.

De groep mensen om me heen bij wie ik me goed voel, is intact gebleven al blijft het soms zoeken naar een evenwicht. Niet iedereen kan dezelfde portie Sven aan maar met de mensen die het wel kunnen, is de band verstevigd, heb ik de indruk. Ik blijf wel eens sukkelen met de tekortkomingen van anderen maar anderzijds ben ik minder scherp en blijft het allemaal minder lang hangen. Als ik dit jaar als eens piekerde of kniesoorde, had het meestal te maken met mijn positie tegenover de mensen die ik graag heb. Ik hoop dat de juiste mensen weten dat ze belangrijk voor me zijn, de Vliegeraars, de Filmfreaks, de Dokwerkers, de Haaltenaren, de Onderwijsgekken. Ze zijn met velen en krijgen niet allemaal even aandacht maar ze tellen allemaal nog mee voor mij. Ook als hun gezinsuitbreidingen niet meer opgenomen worden in mijn Gepamper-rubriek. Ik kon niet meer volgen, eerlijk gezegd.

Eén van de droevigste gebeurtenissen van 2013 was het dodelijke bergongeval van Kevin, een goedhartige 26-jarige van wie ik een dikke tien jaar geleden leiding was in de jeugdbeweging. Het blijft nu nog, zes maand later, onbevattelijk dat iemand zo plots en veel te vroeg uit het leven van zijn dierbaren verdwijnt. Ik had hoogstens nog eens een vluchtig contact met Kevin in het laatste decennium, maar zijn dood heeft me aangegrepen.

Eveneens bijzonder treffend was de dood van mijn buurman, nadat die enkele dagen vermist was. Geen emotionele maar wel een indrukwekkende gebeurtenis die me vooral liet nadenken over de mate waarin we er in onze maatschappij voor anderen zijn. Wanneer mogen we ons ergens mee bemoeien?

Ik stel vast dat het goddank daar bij gebleven is en ook haast niemand uit mijn omgeving verdere dramatische dingen overkomen zijn. Ik koester mijn geluk. Dat ik alweer een nieuwe laptop nodig had en mijn fiets gestolen werd in 2013, is van geen enkel wezenlijk belang.

Verder ga ik dus best gerust door het leven al blijft het een minder goed idee om de krant te lezen en het nieuws te volgen. Ik hou er zelden een goed gevoel aan over. Dichter bij huis ben ik verontrust over het fenomeen GAS-boete. Ik heb er zelf nog geen gekregen en verneem de ridicule vormen die deze sancties aannemen, ook maar gewoon in de media. Maar dat volstaat al om me soms ongemakkelijk te voelen als ik me buiten de deur begeef. Controle en regels, ik kan me daar ergens wel in vinden – ik berisp mijn buurman ook als ik hem zie sluikstorten – maar de deur naar willekeur staat wagenwijd open. Alle macht aan ambtenaren, die wars van een context mensen gaan straffen. Los van duidelijkheid ook, want ik heb geen idee wat er in mijn stad mag en in een andere niet. Brr.

Het zal mijn 2014 hopelijk in niet te grote mate bepalen, mag ik hopen. Ik wens iedereen wat ik mezelf wens, en dat is hetzelfde als vorig jaar: dat het leven niet te zwaar mag vallen en we overweg kunnen met wat ons pad kruist. Ik ben alvas van plan in het komend jaar mezelf eens te verrassen. Maar dat is voor later.

Advertenties




Is er een DOK in de zaal?

25 04 2013

DOK10Enkele weken geleden schudde mijn favoriete plek in Gent – DOK – de winterslaap van zich af. In stilte zijn tientallen mensen – oude en nieuwe vrijwilligers – al die tijd bezig de intussen vertrouwde verpozingsplek in de oude dokken weer gebruiksklaar te maken. Zaterdag vindt de opening plaats.

Half januari is het DOK-team weer aan de slag gegaan, onder leiding van de immer doortastende Liesbeth en Carla. Taken en verantwoordelijkheden werden bekeken en (her)verdeeld. De grote groep vrijwilligers, al lang verknocht geraakt aan DOK, werd betrokken bij de nieuwe structuur. Ik smeet me met plezier op de organisatie van de rommelmarkt.

Voor het publiek verandert er ook iets. DOK zal twee seizoenen kennen dit jaar: tijdens seizoen 1, dat komend weekend van start gaat en loopt tot eind juli, is DOK enkel vrijdag, zaterdag en zondag open. De site is beschikbaar maar de activiteiten concentreren zich op de kantine, waar intussen ook een mini-strand aangelegd werd in een avontuurlijke tuin. Seizoen 2 beslaat augustus en september. Vijf dagen per week open, met de focus op het grote strand en op zondag rommelmarkt (waarvoor de aanvragen intussen binnenstromen).  Het vertrouwde DOK, zeg maar.

Om één en ander fatsoenlijk voor te bereiden vonden op DOK al enkele klusdagen plaats. Oude en nieuwe vrijwilligers gingen aan de slag om DOK op te frissen. Er ontstond een bizarre dynamiek waarin zelfzekere betweters en bereidwillige nieuwkomers elkaar wat aftastten, maar verenigd werden door het gemeenschapsgevoel, vooral rond het middaguur wanneer het eten op tafel verschijnt. De nieuwelingen werden daarbij getrakteerd op anekdotes, maar er werd vooral veel goesting doorgegeven. Op DOK werken, doet iets met een mens.  Deze ploeg heeft er enorm zin in.

En de rest van Gent ook, hopelijk. Vrijwel zeker wordt dit de laatste zomer die men in de oude haven op deze manier kan doorbrengen. DOK wordt in het najaar overgedragen aan projectontwikkelaars. Tot die tijd kan men komen verpozen, ontspannen, feesten, genieten, relaxen, snuisteren of uw vakantiegevoel laten opborrelen. DOK is er voor iedereen natuurlijk en tracht elk wat wils te bieden. Het aantal aanvragen van organisaties of personen die op DOK iets wil organiseren, is trouwens enorm. Het programma raakt dus steeds meer gevuld en daar moet en zal dus zeker iets naar ieders gading tussen zitten, toch?

Volg de Facebookgroep van DOK of hou de website in het oog om op de hoogte te blijven, maar neem  u vooral voor uw lege zomermomenten gewoon op dit toch wat magische plekje door te brengen, nu het nog kan. Het DOK-team draagt deze zomer overigens op aan trouwe dokwerker Jeroen, die vorige week onverwachts overleed. Laat ons er in zijn naam een feestelijke zomer van maken.





2012: De Conlcusie

5 01 2013

Ik heb me in het verleden nooit aan voornemens gewaagd, voornamelijk omdat ik al best tevreden was met mezelf en toch niet dacht nog te kunnen veranderen. Op 1 januari 2012 had ik me echter opgelegd conflicten met collega’s te vermijden. Of om precies te zijn: ik wilde voorkomen dat ik collega’s afblafte of al te cassant terechtwees. De maanden voordien had ik immers iets te vaak naar mijn zin mensen op hun plaats gezet. Nu dat jaar om is, kan ik eindelijk weer mijn tanden tonen.

Nee, grapje. Ik kan besluiten dat mijn voornemen vrijwel geen moeite heeft gekost en het me dus gelukt is meer geduld en vriendelijkheid aan de dag te leggen bij een conflict. En dat denk ik beslist ook het komende jaar te kunnen volhouden. Van nieuwe voornemens is geen sprake, want verder ben ik eens te meer best tevreden met mezelf.

tevredenDit mag dan al zelfgenoegzaam klinken, ik heb het voorbije jaar zeer bewust gelet op de mate waarin ik tevreden/blij/gelukkig was en kan alleen maar tot de vaststelling komen dat ik dat het grootste deel van de tijd ook was.

Als ik terugkijk op het voorbije jaar zie ik vrijwel geen tegenslagen of problemen van onoverkomelijke aard. Ik heb niets verloren, er is niets gestolen, ik heb geen ongelukken gehad, heb niemand pijn gedaan, ben nauwelijks ziek geweest. Er is me eigenlijk vrijwel niets negatief overkomen. Ik heb wat gesukkeld met mijn computer, woon nog niet zoals ik het zelf zou willen, erger me wat aan het verkeer en heb best wat tijd verloren op treinperrons. Er waren en zijn best wat frustraties op school, ik zit met mijn gedachten wel eens bij familieleden die kopzorgen hebben, heb wel eens wakker gelegen van stress of nijd, heb het soms te druk naar mijn zin en een enkele keer vreet ik mezelf op door negatieve gedachten. Het nieuws kan me nu en dan eens uit mijn lood slaan, ik denk aan het noodlot, de toekomst, het milieu, mijn gezondheid en de dood.

Maar al bij al valt dat dus allemaal best mee, weet ik hoe hier mee om te gaan en zijn dit geen uitzonderlijke situaties. Om maar te zeggen: u lijdt toch ook? Maar de weegschaal helt ondanks dat alles duidelijk over naar het positieve. Dat klinkt misschien niet helemaal geloofwaardig voor iemand die toch ook bekend staat als kankeraar en zagevent. Maar wie me kent, weet dat ik ook constructief, hulpvaardig, empathisch, optimistisch en vrolijk kan zijn. ‘Bescheiden dus misschien iets minder’, koppelt men daar vaak aan, maar ik geloof sterk dat een mens zijn positieve kanten moet kennen en dat dat in mijn geval misschien wel de basis vormt van mijn grote levenstevredenheid.

De meeste dagen sta ik dus goedgehumeurd op, snel ik goedgemutst naar school, geef graag les, vind mijn leerlingen het grootste deel van de tijd aangenaam, ben elke week wel eens compleet in de wolken met mijn formidabele collega’s die als een tweede familie zijn, kom steeds graag thuis en geniet van mijn vele hobby’s en vrienden.

In 2012 was er veel om tevreden op terug te kijken, zelfs al zie ik sommige mensen te weinig en moet ik met één kwalitatief moment per jaar al tevreden zijn wat sommige vrienden betreft. IMG_3644Er was een geweldig trouwweekend met Jan & Ilse, een kajakweekend met ups en downs, een Ardens verblijf onder vallende sterren, een wandeling rond Brussel, housewarmings, etentjes, babybezoekjes, brunches, verjaardagsdrinks, barbecues. Nu ja, dat staat allemaal in het meervoud hoewel ik echt niet de indruk wil wekken dat ik van het ene feestje naar het andere hol. Ik doe niet altijd genoeg moeite om overal bij te zijn, vind ik, maar ik wil er wel altijd voor zorgen dat de tijd die ik met anderen doorbreng kwalitatief is, want ik zie te veel mensen niet genoeg. Maar ik denk dat er al veel moet verkeerd lopen wil ik hen ooit nog kwijtraken, al zijn de inspanningen niet steeds van beide kanten gelijk.

Er waren kleine momenten van verrukking. Dit stukje schrijven en de persoon in kwestie een week later tegenkomen en daar samen blij om zijn. Van die dagen waarop er echt niets te klagen valt. Een onverwacht sms’je, een bedankje, een inside joke, een opmerking die je doet zweven, een heel fijn gesprek. Te weinig mensen halen hun energie uit zo’n kleine dingen.

Dat ik een massa films gezien heb, wist u al. Vaak in tof gezelschap, mensen die ik koester omdat het altijd zo’n opluchting is vast te stellen dat er anderen zijn die even gepassioneerd met film bezig zijn als ik. Maar ook omdat het we ook over het non-fictieleven kunnen babbelen. Er was het filmfestival als traditioneel hoogtepunt, eens te meer geweldig en gezellig en uitputtend. En filmquizzen tussendoor als alerthouders.

Ik ben me er niet altijd van bewust dat het in de stad wonen zo’n dimensie meer geeft aan mijn vrije tijd. Ik lijd verre van een telegeniek leven en wil mezelf niet tot een hippe stadsbewoner bombarderen, maar toch ben je hier altijd omringd door mogelijkheden. En als een avond eens een ochtend wordt (en dat is eerder uitzonderlijk), en ik fiets naar huis terwijl in de verte de dageraad nadert, voel ik dat ik in een stad hoor. Ook al ben ik al 35 en blijft dit niet duren. Maar dat mijn favoriete Haaltenaren het me dan niet kwalijk nemen dat ik hier zo graag vertoef.

IMG_8747En er was DOK natuurlijk. Al zat het weer niet altijd mee, de magie van deze plek viel niet te ontkennen. Ook dit was de stad, dit was de zomer. Wat een ploeg, vol toffe mensen en nieuwe vrienden. Wat een sfeer en wat een locatie. Beslist memorabel, het soort ervaring waar je later nostalgisch op terugkijkt. Hoe fijn ook dat ik toch heel wat mensen heb kunnen overtuigen om eens langs te komen, ook vanuit dat toch niet zo verre Haaltert. Ik heb echter niet alleen genoten van het sociale aspect van DOK, ook het samenwerken was zo bevredigend. Merken dat er naar je geluisterd wordt, appreciatie krijgen voor je werk, elkaar snel begrijpen en op één lijn zitten: dat is een luxe die ik iedereen zou toewensen op zijn job. Op de hoogdagen jezelf uitputten, maar weten dat je collega’s ook doorzetten. De fysieke vermoeidheid na sommige dagen, was heerlijk. De drink na sluitingstijd altijd geweldig.

Ook van mijn andere (echte) collega’s kan ik niet klagen. Ik werd eindelijk benoemd en vierde dat maar al te graag met mijn collega’s. We beleefden alweer een topteamweekend, steunden elkaar in moeilijke dagen, sloegen ons samen door de zoveelste directeursverandering, zeverden, lachten en gierden op vele, vele andere momenten. Ook in mijn opleiding, dat zestal weekends per jaar, heerste er een enorme positieve sfeer, al krijg ik mezelf niet aan het werk. Maar iedere tweedaagse zorgt voor een energie-opstoot en dat ligt voor minstens de helft aan die fijne mensen daar.  Ik had meer dan twee jaar geleden nooit kunnen denken dat ik met zo’n groep uiteenlopende karakters (en dan nog allemaal leerkrachten!) overweg zou kunnen, en vooral: zij met mij.

IMG_4758Mijn familie is er ook nog. Etentjes en nog meer etentjes. Voor verjaardagen of zomaar. Uitstapjes of bezoekjes. Een ballonvaart ook, afgelopen jaar. Ik voel me wel eens schuldig en egoïstisch omdat ik ook in hun geval mijn heil zoek in een (dus niet zo heel verre) stad en hun dagelijkse beslommeringen dus niet deel, maar ik breng toch erg graag tijd met hen door. Het gaat goed met iedereen, ook dat was een opluchting in 2012. Mijn opa is helemaal niet zo ziek als hij zelf wel eens zou willen, en een oma wil euthanasie zonder dat ze ziek is, maar verder stellen we het allemaal goed en in 2013 word ik zelfs nonkel.

Even terug naar die andere kant van de weegschaal. Ik zat met 50 geweldige kinderen op  bosklas, ieder jaar de leukste week van het schooljaar. Omdat al die impulsen van de buitenwereld wegvallen en ik wat minder meester ben en het dus gewoon allemaal zeer ontspannend is. En dan slaat in Zwitserland het noodlot keihard toe, met een bus in een tunnel. De waarde van het extreme geluk en de zorgeloosheid van onze leerlingen, werd plots onschatbaar, in schril contrast met de nachtmerrie die vele anderen op datzelfde moment beleefden. Ik was diep onder de indruk.

Twee dagen na onze terugkeer overleed Carine. Een inspirerende, formidabele vrouw, geveld door een vreselijke ziekte. Haar afscheidsviering was overweldigend emotioneel, maar ook zo persoonlijk en diepgaand, dat ik vrede kan hebben met haar dood, hoewel ik haar nu en dan ook mis. Ik leefde ook mee met vele anderen die dierbaren verloren. Iemand verloor een vader, iemand een broer, iemand een nieuw leven, iemand twee grootouders. Je kan zo weinig doen dan, maar mijn wensen van sterkte betekenen wel letterlijk dát en mijn gedachten zijn ook echt bij hen.

Ik las onlangs nog; ‘Als we al onze problemen op een hoop gooiden en die van de anderen zagen, zouden we die van onszelf snel teruggrijpen’. Ik heb dus in essentie helemaal geen problemen of zorgen, hoezeer ik ook zaag en zeur. Ik ben zelfs haast een van de gelukkigere mensen die ik zelf ken! Al voeg ik er aan toe dat ik misschien geen al te hoge verwachtingen heb van het leven. Ik ben tevreden, en de ene zal vinden dat ik snel ben, en een ander zal vinden dat ik dat met recht en rede ben. En of tevreden ook gelukkig is, maakt voor mij in deze niet uit.

Wat misschien wel het meest negatieve is in mijn leven, momenteel, is echter de veronderstelling dat de dingen dus niet direct veel beter kunnen. Of wel kunnen, maar niet direct zullen worden. Misschien is dit wel al het hoogtepunt van mijn leven? Soit, ik zal niet kunnen zeggen dat ik er niet van genoten heb, op mijn eigen bedaarde manier. Maar ik word wel ouder. Fysiek gezien valt dat nog net mee, al start ik 2013 met beduidend minder hoofdhaar en moet ik toch iets te vaak naar dokter of kinesist. Maar met aftakeling hou ik me wel bezig als het er is. Het is vooral het mentale besef. 35 klinkt ook zo middelmatig. Een stuk minder interessant dan 25 of 30. Iemand van 35 is niet meer verrassend, ik verras ook mezelf nog zelden. Ik vond mezelf een veel leukere leerkracht toen ik 30 was. Maar wel een minder evenwichtige mens, dat ook. Ik bekijk mezelf soms ook door de ogen van anderen en dan zie ik … tja, iemand van 35. Soms lijk ik niet meer in bepaalde plaatjes te passen. Verdere gedachten heb ik daar eigenlijk niet over, en ik neig geenszins naar het depressieve wat dat betreft, maar ik ben dus geen jong gastje meer.

Anderzijds zou ik om veel reden ook niet terug jong willen zijn. Ik vind dat het leven mij al heel veel geleerd heeft en dat ik die kennis over mezelf aangrijp om weer verder te groeien. Keuzes maken wordt alsmaar makkelijker en spijt heb ik bijna nooit. Ik had veel mensen kunnen zijn maar degene die ik nu ben vind ik eigenlijk ferm oké. Ik kan met mezelf leven en kan overweg met het leven. En dat wens ik eigenlijk iedereen ook toe in het nieuwe jaar.

Bedankt alvast aan iedereen die bijdroeg. En aan wie volhield om tot hier te lezen.





Beu Ten Adem

4 11 2012

“Ze dropt het zout in de wonde van mijn dorst”

Mogelijk vindt u dit een fascinerende zin, een stukje wonderbaarlijk creatief taalgebruik, een snede pure poëzie. Dat mag. Ik vind er niets aan. Ik ben dan wel een woordliefhebber, maar ook een poëziebarbaar. Dit soort zinnen doet me niets. Ik vind het hermetisch, gezocht, betekenisloos gezwam. Maar men mag me gerust tegenspreken.

Het was ook niet precies wat de DOKvrienden voor ogen hadden, toen ze zich op zomaar een zondagnamiddag rond de DOK-stoof schaarden om er met taart en koffie de verjaardag van Els en Karlien te vieren. Na zo’n uurtje dienden we het gekeuvel te onderbreken. Ten Adem zou een optreden brengen. Muziek, performance, poëzie. Het verstoorde ons gezellig onderelkaartje, maar daar zouden we geen punt van maken. We bevonden ons in de DOKkantine en daar wordt zo nu en dan wel meer geserveerd dan enkel taart en koffie. Ongevraagd wat cultuur opsnuiven dus, we zouden dat wel een uurtje uitzitten.

De woordkunstenaar van de betreffende groep leek echter niet meteen bereid ons evenveel krediet te geven. Zijn lichaamstaal sprak al na een nummer of twee boekdelen: dat feestje, daar rechts naast het podium, stond de serene en vooral stille sfeer die hij betrachtte in de weg. Ik bekeek het toevallig even van een afstandje. Er werd in het gezelschap nu en dan wat gefluisterd en stiekem gegniffeld om de nogal hoogdravende prutpraat, maar dat leek me tot het te verwachten geroezemoes te beperken in dit soort situaties. Bij een optreden in een kantine kan je geen schouwburgsfeer verwachten. Je aanvaardt maar beter dat sommige toeschouwers slechts toevallig aanwezig zijn. Daar ga je dan maar professioneel mee om, tot je ooit eens in het soort zaal of theater terechtkomt waar je momenteel al denkt recht op te hebben.

Maar woordvoerder Bardthesque leek vastbesloten zijn plek in het universum én meer op te eisen. Hij liet tussen de nummers door wat schampere kritiek sluimeren op de cultuurbarbaren die dachten hun feestje te kunnen voortzetten. Op een bepaald moment werd de microfoon nadrukkelijk verplaatst en kreeg het feestgezelschap – dat zich nog altijd opmerkelijk rustig hield – enkel nog de rug te zien van de brabbelaar. Met een weinig subtiel handgebaar en een duidelijk minachtende boodschap was voor hem de kous af. Hij zou zijn grote woorden enkel nog richten tot de rest van het publiek, een man of tien waaronder wellicht een tante of twee, een zus en de technicus.

Ik was – ondanks mijn verstoorde zondagsrust – vastbesloten dit beleefd en verdraagzaam uit te zitten. Ik hou van taal, wie weet viel er toch hier en daar een rake gedachte op in dit met bravoure gebrachte gekakel over keuken en krachtvoer. Maar zelfs mijn meest bereidwillige hersencel slaagde er niet in bij de les te blijven. De door Bruno Vandenberghe en Topo Copy ontworpen wandkunst achter het podium bleek honderd keer interessanter. Ik had dus nog meer moeite met de sterallures van de artiest.

Neutraal bekeken kan je zeggen dat er een ongelukkige samenval van activiteiten plaatsvond. Ik zou daarbij bereid zijn voor beide partijen begrip te tonen, maar de arrogantie en onverdraagzaamheid waarmee dit door de Ten Ademfrontman aangepakt werd, was, zoals u merkt,  bloggenswaardig en bepalend.

Ten Adem noemt zichzelf obscuur. Ik ben geneigd hen vanaf vandaag nog wat anders te noemen, maar ik hou dat maar voor mezelf. Of ik verwerk het in stukje poëzie…





Bart inbegrepen

17 09 2012

In volle verkiezingstijd een lift krijgen van een enthousiaste politicus – zijn echtgenote zat weliswaar aan het stuur – betekent in de eerste plaats dat je je een plaatsje dient te zoeken tussen het verkiezingsdrukwerk. Hoe katholiek het kleurtje van de folders ook, ik ben er beleefd in geslaagd ze niet te vertrappelen. Tussen de tronies van weinig karaktervolle  kandidaten komt Bart immers glunderend oprecht over.

De rest van de wagen mocht ik van Thalia geenszins in beeld nemen, gezien de voorbeeldige Haaltenaar van Bart hoopt dat die ook zijn wagen iedere zaterdagochtend met hogedrukreiniger en stofzuiger te lijf gaat.  Bedankt echter voor de omweg, Thaaltje.

Het is uiteraard mijn kleur niet – niets lelijker dan tsjevenoranje – en ik kan ook niet op hem stemmen, maar ik hoop dat als deze stapel kaartjes alsnog verspreid raakt, de boodschap overkomt en Bart op 14 oktober als verkozene uit de bus komt. Succes, Bart!





Ik ben een dokwerker (2)

10 08 2012

Mijn zomer is DOK, daar komt het tegenwoordig zowat op neer. Dat wil zeggen: mijn vrijwilligerswerk op de verpozingsplek DOK in Gent laat me niet los. En dat bevalt me enorm. Morgen neem ik een korte vakantie en ik vrees nu al voor het gemis. Klinkt dat ongezond? DOK is een verslaving. Dat wist ik u vorig jaar ook al te vertellen.

Ondanks het wisselvallige weer heeft DOK best al wat topdagen gehad. Er zijn dan honderden bezoekers en die hebben allemaal hun wensen en kuren. Soms doen die ons glimlachen, soms met de ogen rollen (‘Een drankkaart van 5 euro a.u.b.’ – ‘Alstublieft’ – ‘Hoeveel is dat?’). Dat betekent ook dat we het druk hebben, maar we verkiezen die inspanning boven werkloos naar een nat strand en leeg terras te staren. Op zo’n druk dag zweten we en zuchten we, vinden amper tijd voor pauze, worden dorstig en hongerig, vergeten onze zonnecrème, stellen een wc-bezoek uit en voeren een gevarieerde reeks taken uit waarvan het van het strand oprapen van lege potjes babyvoeding tot nu toe gelukkig de minst aantrekkelijke zijn, … maar eigenlijk vinden we dat allemaal fantastisch.

We, zeg ik bewust, want aanvankelijk onthou je je tegenover de tijdelijke collega’s van uitspraken over hoe leuk het is om op DOK te werken. Je durft niet te bekennen dat je eigenlijk wel iedere dag zou willen komen. Dat je na je shift expres blijft plakken. Dat je te vroeg komt of spontaan een handje toesteekt als je eigenlijk niet van dienst bent. Maar dan zie je dit zich steeds nadrukkelijker manifesteren bij je collega’s en waag je je toch aan een opmerking. Of een minder terughoudende collega bekent luchtig hoe fijn het hier is en we zijn hem of haar dankbaar om dat uit te spreken. Nu draaien we niet meer om de pot: we zijn allemaal verzot op DOK.

Onze ‘bazen’ – het formidabele team CarlaLiesbethSofieRudiMichielBartPeter, kortom de Jos – spelen daar een grote rol in. We zien ook wel dat zij nog veel harder werken, iedere taak zonder verpinken opnemen, uren en uren overwerk doen, nergens voor terugdeinzen en elk probleem kalm en standvastig oplossen. Net als vorig jaar neem je die voorbeelden onbewust op. Dat stimuleert.

Maar dat speelt niet de grootste rol. Hoewel de groep medewerkers best groot is en we elkaar niet allemaal kennen, ontstaat er na een tijd toch een soort groepsdynamiek, een vrijwilligersvibe waarin ieder zijn rol heeft. Sommigen hebben hun eigenaardigheden – té vaak de schoonmaakvod bovenhalen, het opvullen van de frigo’s uitstellen, iets te veel aandacht eisen, graag vertellen hoeveel shifts hij of zij er al op zitten heeft, ik zeg maar wat – maar dat verhindert niet dat we het daar eigenlijk best gezellig hebben. En onze bezoekers met ons natuurlijk, hopen we. Het klinkt als een torenhoog cliché, maar samenwerken levert echt grote voldoening op.

Dus, in nog grotere mate dan vorig jaar, moet ik bekennen dat ik een werkvakantie op deze manier verkies boven een luilekkervakantie. In afwachting tot die andere fantastische job weer begint, blijf ik dus met plezier DOKken met Els, Evelien, Davy, Nele, Karliener, Marc, Ann, Patricia, Jeroen, Frank, Tjeu, Vincent, Katrien, Karel, Caroline, Kathleen, Pierke et les autres. In de vurige hoop dat DOK er volgend jaar nog altijd is.

Lees ook: Ik ben een dokwerker (1)

Website DOK





Feeling Blue (in a very good way!)

27 05 2012

Omdat het zonovergoten weekend verdorie nog maar halfweg is en het tot dusver keihard genieten is.





ferfelend gefal fan voneemferwisseling

14 12 2011

Stanislav, Eugene, Achilles, Eusebius, Ijsbrand, Wilhelmus, Antonino, Esteban, Casimir, Enrique, Alizir, Serafijn, Quentin, Jeremias, Amaury, … Dat zijn pas moeilijke namen. Daar maakt u maar naar hartelust schrijffouten in.

Maar SVEN?????

Een naam die que banaliteit amper Jan overtreft?

(en dan daaronder gewoon doodleuk mijn mailadres, wél correct gespeld!?).





The End (3)

23 10 2011

Had ik de voorbije 12 dagen aan één stuk door moeten werken, ik was al lang onderuit gegaan. Maar twaalf dagen filmfestival gingen me dan blijkbaar wel af, al overvalt me vandaag een loden gevoel van uitputting waarvan ik liefst van al een dag of twee zou recupereren.

Het zit er weer op. Mijn twaalfde Gentse filmfestival. Op filmgebied een waar genot. Ik zag, net als ieder jaar, zo’n 30 films en daar zat amper iets minderwaardig tussen. Niet dat het programma dit jaar zo veel sterker was, wel mijn vermogen om te vooraf te bepalen wat voor films me liggen. Ik zag twee Noorse films, een Deense , twaalf Amerikaanse, drie Belgische, vijf Britse, een Nederlandse, een Franse, een Zuid-Koreaanse, een Zuid-Afrikaanse, een Oostenrijkse, een Argentijnse, een Russische en een Zweedse film. Als gewoonlijk een mooie variatie aan stijlen en verhalen en geen enkele daarvan was echt slecht, al waren sommige eerder flauw.

Ik heb de zaal één keer verlaten, iets wat ik in mijn hele leven hooguit een keer of twee gedaan heb. Het Indische Gandu was niet zozeer slecht als wel nietszeggend en leek me op dat moment pure tijdverspilling.

De langste film was Mildred Pierce, in feite een mini-serie die vijf duur duurde – exclusief pauzes. Ik had op die tijd wel drie andere films kunnen zien maar heb er geen spijt van deze superieure productie op een groot scherm te zien. Stikkapot na afloop, maar wel genoten.

Irritaties… minder en minder, zo blijkt. Filmstudenten blijven hardnekkig lulkoek verkopen om zichzelf en anderen te imponeren en hebben ook niet altijd meer door dat je in stilte van films hoort te genieten. Maar ik heb daar al bij al weinig last van gehad. Waar is de tijd dat ik mijn medefilmkijker opriep zich aan deze regels te houden?

Tussen het filmkijken ging ik ook nog werken. Dat is slopend, maar ik kan nu eenmaal geen vakantie krijgen. Een behoorlijke maaltijd heb ik amper gezien, maar ik kon zonder moeite ook de chips en popcorn laten liggen. Water en fruit vormden mijn voornaamste voedingsmiddelen. Enkel op mijn verjaardag trakteerde Michèle me op ijspralines.

Meer dan anders nog beleefde ik dit festival als in een roes, waarbij het donker van de zaal hypnotiserend werkt en de festivalbar weer als centraal ontmoetingspunt fungeerde. Mijn crew bestond uit medefilmfanaten, mensen die mee in die roes stappen, en met wie je de beleving deelt die niet aan buitenstaander te beschrijven valt. Mensen die al even graag over films praten terwijl de conversaties vaak net over allesbehalve film gaan. Haast meer nog dan de films, maken deze mensen het filmfestival tot een hoogtepunt van dit jaar.

Stijn zag in Paul Giamatti zijn film-alter-ego terwijl ik een John Krasinski in hem zag. Hij ontpopte zich daarnaast tot adviseur van zekere websites met taalfouten, hield de spanning erin met een geschenkenmysterie en diende me scherp van repliek als ik te cynisch was – lesje geleerd. Werd naar eigen aanvoelen nooit snel bediend in de bar, beklaagde zijn lot als betalende festivalbezoekers tegenover al zijn geaccrediteerde vrienden en koos er de juiste film uit om zijn moeder mee naartoe te nemen. Netwerkte vooral voor anderen omdat hij ondanks zijn zelfbeklag-imago begaan is met zijn medemensen en aldus een vriend van de bovenste plank blijkt te zijn.

Hanne vocht al die tijd tegen de slaap, fixeerde zich op de bedden in films en vond de combinatie werk/festival ook wel stresserend. Zette me aan tot het eten van een gezonde, vegetarische burger, geruggesteund door Nic Balthazar, en dat heb ik me niet beklaagd. Had geen reden nodig om in de bar te blijven plakken, want de rit naar huis beloofde vooral kou – en al die fietslichtjes vastklikken nam zoveel tijd in beslag. Ze was goed gezelschap dat altijd iets wist over de anderen en dit ook doorvertelde – behalve als het geheim was. Vraag haar niet wat ze van The Rum Diary vond. Zat ook niét te wachten op mails van haar huisbazin.

Roos liet me als streekgenoot toe zo nu en dan toe een Haaltertse uitdrukking in de conversatie te wurmen. Leerde me over kleine velokes, taupe minnekes en dingen waar een mens zich eens mee wil laten trekken. Verkoos de duurdere drankjes op de kaart maar wilde daar dan zelf voor betalen. Is net als Stijn begaan met het sociaal welzijn van de mensheid om haar heen en hoopt dat iedereen zich betrokken voelt. Zou een formidabele actrice zijn die met één minimale gezichtsspierbeweging al meesterlijk haar bedenkingen toont. Wil niet gezien worden met marginale sigarettenmerken.

Gilles was een betrouwbare plaatsbewaarder, al was Stijn een slechte invloed. Zijn beslissing met een taxi naar huis te gaan, kon op applaus rekenen. Hoorde je niet klagen over slaaptekort, gemiste films, kou in de bar of parvenu’s en bleek aldus de meest positieve in het gezelschap.

Bert nam zijn emoties na de film mee naar de bar maar kon op andere dagen luchtige onderwerpen aan als SOA’s of grenzen binnen een relatie. Begroet zijn vrienden oprecht hartelijk en al is hij niet geneigd dezelfde films goed te vinden als ik, kom ik hem graag tegen.

Elke heeft me als  junior executive logistics information artistic business operational manager van het Gentse festival niét aangewezen toen ik als geaccrediteerde eigenlijk de zaal moest verlaten. Dank u Elke en excuses als je ook maar iets van al mijn opmerkingen als kritiek op uw werk hebt beschouwd (maar het was daar toch wel koud!). Lacht aanstekelijk, ook als de film flauw is en heeft nu haar rust zeker verdiend.

Jan nam zijn job serieus en vertelde ons dus niets over de kleine kantjes van Octavia Spencer. Net niet genoeg tegengekomen, want zijn fascinatie voor allerlei rare onderwerpen maakt van hem een interessante mens. De zware jongens zijn dus honden. Bekloeg het gebrek aan enthousiasme voor Hongaarse cineasten.

Voor Alexander mochten het gerust aan één stuk door kostuumdrama’s met Judi Dench zijn, al is de aanwezigheid van een knappe hoofdrolspeler ook al voldoende. Kon wegens het braaf vervullen van engagementen en verantwoordelijkheden niet het onderste uit de kan halen, maar liet zich als nieuwkomer graag overvallen door de weelde aan films, ook al kon men op de persdienst geen van zijn vragen beantwoorden.

Bedankt allemaal!

En nu slapen, uitzieken, herademen, afwassen… en eens naar de film.

The End





Ik ben een dokwerker

22 08 2011

Het voorbije weekend beleefden we op DOK een topweekend. We, zeg ik, want sinds enkele weken voel ik me als vrijwillig medewerker op het DOKstrand en de DOKmarkt een klein radertje van een steeds vlotter draaiend geheel.

Het was in de eerste plaats aan de zon te danken dat het unieke en tijdelijke Gentse strand zaterdag en zondag zo veel volk lokte, maar daarnaast was DOK ook de locatie waar de Amerikaanse groep Sebadoh zijn optreden heen verplaatste nadat het op Pukkelpop afgelast werd – U vernam het ongetwijfeld in de pers. Meer dan tweeduizend bezoekers kwamen dus de voorbije dagen over de (hier en daar wat losliggende) vloer. Ook de wekelijkse rommelmarkt op zondag trok weer heel wat volk. Voor alle medewerkers was het dus doorbijten, en ik snakte op een bepaald moment echt naar een douche, bad en maaltijd tijdens mijn 12-uur durende shift, maar dan zie je al die anderen even hard zwoegen en ga je dus door tot de laatste bezoeker door het hek verdwenen is.

Het viel me eigenlijk al meteen op: dat de mensen van DOK (gevormd door een samenwerking van CirQ, Ladda en Democrazy) keihard werken en de lat hoog leggen. Hun gedrevenheid en veeleisenheid zorgt er voor dat ook alle vrijwilligers graag meedraaien in de mallemolen. Het goede humeur kan er al eens bij inschieten, uiteindelijk is het bewonderenswaardig dat deze groep mensen zo’n prachtiniatief ontwikkeld heeft zonder dat ze daar zelf veel bij winnen. Wat niet wil zeggen dat er geen commerciële belangen spelen.

Bij DOK betaalt u echter geen toegangsprijs. Het strand en de gezellige sfeer is gratis. Een strandstoel of parasol kost u geen geld. Zelfs het toiletbezoek kost niets. De drankjes zijn schappelijk geprijsd  – enkel de croque-monsieur vind ikzelf echt te duur en dat laat ik niet onvermeld. Maar men kan de organisatoren dus bezwaarlijk beschuldigen van geldklopperij. De Gentenaars en anderen een plek van verpozing bieden, is het voornaamste doel.

Dat doet men niet halfslachtig. Iedere dag worden klusjes geklaard en kinderziektes weggewerkt. Geen detail wordt verwaarloosd. De dag dat alles op punt staat, komt er misschien nooit – DOK is een tijdelijk project – maar men blijft er dan ook maar nieuwe initiatieven nemen en verse ideeën uitproberen. Wie me kent, weet dat ik ook graag de lat hoog leg en oog heb voor details, en dus bevalt mijn vakantiejob bij DOK me enorm. Los daarvan zijn er ook een boel fijne mensen te vinden onder de medewerkers en tref ik er elke dag wel iemand die ik ken.

De miserabele zomer heeft DOK natuurlijk al parten gespeeld. Er waren dagen dat geen mens opdaagde of de keet ongewild vroeg de deuren sloot. Anderzijds tonen drukke dagen ook dat het opgelegde maximum van 1000 aanwezigen, echt niet te laag is. Een hele zomer lang iedere dag die limiet bereiken zou de job eerlijk gezegd te slopend maken. Nu kunnen we af en toe ook eens onze voeten in het koele zand steken en dat maakt dat dit werk voor mij een ideale manier is om de zomer door te brengen, vooral dan nog eens omdat ik geen tuin heb en hier gewoon buiten leef. DOK vindt volgend jaar opnieuw plaats en zelfs al mochten we dan af te rekenen krijgen met een helse hete zomer, wil ik graag weer bij zijn.

Wat is daar nu eigenlijk zo fijn aan, dat werken terwijl je eigenlijk vakantie hebt, en dat aan een vrijwilligersvergoedinkje? Tja, vakantie maakt me nogal snel lui en soms begin ik me wat nutteloos te voelen. Ik geef op deze manier graag invulling aan mijn overschot aan vrije tijd. Met twee dagen per week had dat ook opgelost geweest, maar DOK werkt verslavend: ik ben er graag. En ik moet het niet ontkennen: ik werk graag. Ik doe anderen graag een plezier en wil het mensen naar de zin maken. Ik ben dan wel niet handig of sportief, maar een fysieke inspanning schrikt me niet af en dus biedt het werk me veel voldoening. Of ik nu op de parking sta, aan de bonnenstand, aan de ingang, op de markt, op het strand of in het leeggoedkot. Gevarieerd is het werk dus ook nog.

In zekere zin roept het werk op DOK een klein beetje het gevoel op dat ik als student vele zomers lang ervaren heb, als monitor op de speepleinwerking. Ook toen bracht ik mijn zomer graag al werkend door, in het gezelschap van leuke mensen. Op DOK is er niet zo veel tijd om iedereen te leren kennen, maar dat is voor mij geen prioriteit en bovendien vind ik het toch altijd weer genoegen doend om samen te werken met onbekenden en dan te ontdekken dat dat vlot gaat. Op DOK heeft men zijn vrijwilligers goed uitgekozen: ik heb me nog geen enkele keer geërgerd aan de laksheid of kortzichtigheid van anderen. Op school moet ik het eigenlijk meer op de tanden bijten.

Een markant figuur is Pierke. Hij is 53 en hoopt snel invalied verklaard te worden. Zijn voornaamste taak is draaien aan het kindermolentje. Dat is al wat versleten en moet af en toe gesmeerd worden, en dat geldt ook voor Pierke zelf. Ook Kamal is een andere vaste waarde op DOK. Zijn Hollandse tongval gaat gepaard met enthousiasme, en wat zo fijn is, is dat hij ook aangeeft dat mijn enthousiasme ook hém stimuleert. De Italiaanse Francesca leest tijdens stille momenten De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan. In het Nederlands! Maar het woord efkes heb ik haar toch moeten uitleggen. Lijn creëert steevast haar eigen taken en aarzelt niet mensen terecht te wijzen. Dat ik haar al enkele jaren ken, maakt het erg makkelijk. We moeten niet meer wikken en wegen als we elkaar aanspreken. En dan is er nog mijn bazin, Carla. Nooit moe, altijd aanspreekbaar en iemand met wie het aldus heel fijn samenwerken is. Toen ze mij op de DOKmarkt bezig zag alsof ik voor een grote klas stond, legde ze het lot van de standhouders al snel ook in mijn handen. Sommige mensen krijgen zelfs op hun échte job niet zo’n waardering.  De zondag is dus alvast mijn favoriete DOKdag.

En dan zijn er nog al die anderen: Liesbeth, Els, Kris, Bart, Frank, Tom, Margot, Eva, Niels, Michiel, Suranga, Sandra, Xavier, Jonas, Jeroen, Marc, Caroline, … – de drie vzw’s samen lijken wel uit tientallen en tientallen medewerkers en vrijwilligers  te bestaan die ik met mondjesmaat leer kennen en (in min of meerdere mate) appreciëren.

Binnen afzienbare tijd begint het schooljaar weer. Ik heb daar zéér veel zin in. Maar mocht de zomer nog een week of drie langer duren, ik zou dat als dokwerker helemaal niet erg vinden.





GepamperGepamperGepamper

6 07 2011

Ten laatste vrijdag zou Claudia moeten bevallen zijn. Evi en Maarten worden zo ongeveer gelijktijdig voor de tweede keer ouders. En ook mijn dierbare oud-collega Anja is klaar om deze week te bevallen.

Later deze zomer zal er bij Mieke en Olivier nog een keer getoast worden en in september wordt er ten huize Bart en Thalia nog eentje geboren. In oktober is Flore dan aan de beurt om voor het eerst mama te worden.

Dat ze het allemaal maar goed doen, die vruchtbare dames! Intussen hoop ik dat men in zekere kinderkadobabyspullenwinkels eindelijk eens het concept klantenkaart ten uitvoer brengt…





Mega Vega

30 06 2011

Niet geheel van harte schoof ik deze avond aan voor een veganistische maaltijd. Zou ik voor het eten nog snel eerst een hamburger halen? Of zou ik na afloop nog langs de frituur moeten rijden?

Nee, zo ver zou ik het niet drijven. De laatste keer dat ik vegetarisch at, was me dat goed bevallen. Ook het veganistische restaurant zou dus wel iets in de aanbieding hebben dat me zou smaken. Ik had weliswaar een enorme trek in frieten na een lange laatste werkdag, maar het gezelschap had nu eenmaal voor een bepaalde eetgelegenheid gekozen en ik legde me daar grappend bij neer (al was initiatiefnemer Tim een beetje in de wiek geschoten door mijn gebrek aan enthousiasme). Dus schoven we met zijn zevenen aan in een bekend Gents veganistisch restaurant waarvan ik de naam niet vermeld – enerzijds omdat de zaak niet per se in een negatief daglicht wil stellen, anderzijds omdat ik nu ook weer geen reclame wil maken.

Tot mijn verrassing – en Brigitte gaf toe dat ze zich dat ook had afgevraagd – stond er wijn op het menu. Nu ben ik me er maar al te zeer van bewust dat wijn tot stand komt zonder enige dierlijke  betrokkenheid en dit dus ‘toegestaan’ is, maar gaan we er stiekem eigenlijk niet allemaal van uit dat die vaak fanatieke sla-eters telkens als iets ook maar een beetje plezant dreigt te worden, wel een reden vinden om het af te keuren? Wie weet werd er een kikker overreden bij het transport van de wijn, of had er een slak gekneld gezeten in een wijnrank?

We lieten ons de wijn dus smaken, al was Tim al lichtjes verbolgen omdat de uitbater nogal geërgerd reageerde omdat we met drie personen minder opdaagden dan in de reservatie voorzien. We besloten unaniem een vrolijkheid uit te stralen die contrasteerde met het gekijf, wat de meesten onder ons weinig moeite kostte, gezien het de laatste schooldag was en we allemaal wel iets met onderwijs te maken hadden. De preisoep lieten we ons daarop welgevallen: een dikke, wat winters aandoende, groentebrij die me zeer smaakte. Een tweede portie was een optie – je eet er naar believen – maar ik liet het er toch maar bij aangezien niemand anders nog aanstalten maakte. U ziet, ik durf me heel soms nog te conformeren.

Voor het hoofdgerecht was er keuze uit een zevental schotels en een tiental slaatjes en sausjes. De chili was me iets te pikant en de bonen liet ik toch maar links liggen, maar verder is alles me best bevallen. Wat kip er bij had weliswaar niet slecht geweest, maar de variatie aan smaken verraste me beslist. Het smaakte dus en bij een tweede portie trof ik nog een optie meer aan: iets ongedefinieerd met rapen en zwammen. Lekker! Hoewel de frieten nog ergens in mijn achterhoofd bleven zweven, raakte ik voldaan. Voilà, weer een item af te vinken van mijn lijst van dingen die ik eigenlijk niet wou doen maar die dan achteraf blijken mee te vallen.

Er verscheen nog een dessert: appelcake. Die was subliem. De niet al te doordringende kaneelsmaak, het zoete deeg dat nauwelijks kruimelde, onderaan wat rozijntjes… Hmmm! De koffie die Vincent bestelde kwam zonder melk. De uitbater meldde belerend dat we ons in een veganistisch restaurant bevonden (wat we al wisten) en dat er dus geen melk was (waar eigenlijk ook niemand naar gevraagd had). Vincent kon zich niet van de indruk ontdoen dat de melding met de subtiele boodschap gepaard ging dat we ons thuis ook maar beter niet meer aan melk konden wagen, op straffe van een strenge terechtwijzing, ongetwijfeld. Er was overigens wel kokosmelk.

De rekening zouden we gewoon door 7 delen. Mochten we daarvoor elk apart betalen? Dat men dat niet zag zitten, wil ik aannemen – het was voor ons ook niet zo’n moeite om eerst samen te leggen – , alleen werd ons dat door de uitbater op zo’n principieel toontje gemeld, dat we er een kleine voldoening in meenden te bespeurden, omdat hij er alweer in geslaagd was onze avond te kunnen dwarsbomen. Terwijl we onze centen samen legden – zouden we in kopermuntjes betalen?  – maakte Geert op de  man af, maar wel vriendelijk – de opmerking: ‘Jullie zijn niet erg flexibel hé’. Ik was wat verrast – er zijn niet zo heel veel mensen die zo recht door zee zijn als ik én daarbij wel minzaam blijven –  en ook de man achter de toog schrok even, maar lichtte toe met de melding dat ze er met zijn twee voor staan en er dus geen tijd is met elke klant apart af te rekenen. ‘Dat staat ook niet op jullie website’ voegde Geert er al even goedgehumeurd aan toe, waarmee hij gesprekspartner zelfs wat in een hoek leek te gaan dringen. ‘We zijn bezig met een nieuwe site, die info kan er inderdaad op.”, luidde het antwoord wat bedeesder.

Ik complementeerde Geert met zijn kordate houding, wat ons met zijn allen deed concluderen dat dit fijne restaurant duidelijk door principiële mensen wordt geleid, die je bij de uitstekende gerechten graag een koele blik of een misprijzend woordje serveren. Of was dat gewoon onze eigen interpretatie?





Quiztetniet

29 05 2011

Als je op een filmquiz zelfs geen vraag kan  beantwoorden over de film die op dat eigenste moment in je dvd-speler zit, moet je aanvaarden dat het behoren tot de middenklasse van filmquizzers je lot is. Geen dank dus aan (het overigens barslechte) Eat, Pray, Love en zijn net iets te onbekende regisseur.

Anderzijds is zo’n quiz ook telkens weer een merkwaardige rondleiding door je geheugen. Je kent films die je niet gezien hebt, doet verrassend geslaagde gokken en maakt associaties die je niet voor mogelijk had gehouden. Countryster Garth Brooks herkennen zonder eigenlijk echt te weten wie dat is, het biedt een bescheiden voldoening. En een zeventiende keer naar een foto turen die je al zestien keer vruchteloos trachtte thuis te brengen, blijkt écht te helpen!

Ondanks de povere broodjes kaas, de armtierige achterafzaaltjes, de pijnlijke kwaliteit van geluidsinstallaties, de soms kwakkelende beeldkwaliteit en de confrontaties met vaak pijnlijk duidelijk van de echte wereld afgescheiden filmfreaks die 27 films per week zien, is er dus wel degelijk sprake van enige geneugten bij een filmquiz.





Zelf ingevuld

30 01 2011

Aangezien zekere lieden de preciese totstandkoming van een nieuwe romance graag vaag houden, en ze vrienden en familie maar suggereren de details zelf in te vullen, hierbij enkele pogingen om de ware toedracht te verhalen:

* L. ging als kinesist mee op een reusachtig schip dat geacht werd niet te zinken. De macro-economiste F, duidelijk hoger in rang en dus reizende in een hogere klasse, bezeerde zich op een dag bij een val op het dek, waarna L. opgeroepen werd om haar kinesitherapeutisch bij te staan. L. voelde zich al snel de koning te wereld, en het koppel reisde een mooie toekomst tegemoet op een ijsschotsloze zee.

*L. moest in één jaar tijd naar wel vier huwelijken en één begrafenis. De recepties en rouwmaaltijd vonden allemaal plaats in Het Jeugdheem en aangezien in Haaltert iedereen iedereen kent, trof L. op elk van deze gebeurtenissen de fascinerende F. aan. Van het één kwam het ander en ze leven nog lang en gelukkig.

*L. was animator/dansleraar op een camping, waar F. met haar ouders verbleef. Van haar vader mocht F. niet vuil dansen, maar L. sprak hem vermanend toe: ‘Niemand zet F. in een hoekje!’. Toen zwierde hij haar de lucht in en ze hadden de tijd van hun leven.

*L. had een vakantiejob als schapenhoeder op een berg en moest er in een klein tentje slapen met de enige andere jobstudente F. en van het één kwam het ander.

*L. had een thesis geschreven over de risico’s op blessures bij courtisanes tijdens het dansen van de French cancan. Toen ontmoette hij F, die wel de hoofdrol wilde spelen in de adaptatie ervan. Ze dansten en zongen samen op de daken van Parijs, al wat je nodig hebt is liefde, dit is jouw liedje, enzovoort.

*L. reed met zijn truck het wagentje van F. aan op de parking van een Ledebergse supermarkt. Er ontstond een conflict, maar L. trachtte dat goed te maken met ‘ti amo’, terwijl F. het bij ‘Kust m’n kloten’ hield. Toch nodigde ze hem uit in  haar sociale flat (wat wel een bizare woning is voor een macro-economiste) en zo geschiedde.

*L. zat even in het leger (als kinesist-majoor), terwijl F. als macro-economiste stond te zwoegen in een fabriek. L. trok zijn schoonste witte kostuum aan en ging F. weghalen uit deze grauwe omgeving. De liefde tilde hen op naar waar ze thuishoorden (waar de egels huilden, al op een hoge berg) en F.’s beste vriendin riep nog: ‘Weg te gaan, Paula!’, wat nergens op sloeg maar toch gingen ze er samen iets moois van maken.

Vraag me af welk de waarheid het dichtst benaderd…





Ik zie… een volle agenda

26 12 2010

Dat ik nu al weet dat ik zowel in februari als in juli op babybezoek ga – bij respectievelijk Arne & Leen en Maarten & Evi – , kan mijn agenda voor het nieuwe jaar al aanvaarden. Dat Thalia me echter nu al wil vastpinnen om in december 2012 te komen eten in wat dan een nieuw huis zou kunnen zijn, is wat minder handig, maar vooruit dan maar.

In 2016 zit nog een gaatje en in 2019 heb ik ook nog wat tijd, mochten er nog interessante voorstellen zijn.





The End (2)

24 10 2010

De zondagnamiddag na het filmfestival gebruik ik om mijn hoofd maar eens leeg te maken. Ik heb de voorbije twee weken 33 films gezien (32 op het festival) en hoewel dat zowat hetzelfde aantal is als andere jaren, was de ervaring iets intenser. Misschien waren de films beter? Ik zag alleszins minder povere films dan voorheen. Amper drie films vond ik echt slecht.

Wat zeker meespeelde was dat ik veel meer dan anders de films aan elkaar reeg. Er was zelfs een dag met zes films! Je raakt dan in een soort hypnose, waarvan je na middernacht blij bent dat ze afloopt, maar waar je de volgende ochtend meteen weer naar verlangt. De geur van de bioscoopzaal, de zachte zitjes en vooral de betovering van dat witte scherm werken al snel een fysiek behagen op dat blijkbaar verslavend werkt. In combinatie dan wel met de kracht van het evenement: dit werkt enkel als je een hele serie nieuwe, onbekende films voorgeschoteld krijgt.

Ook de mensen op het festival spelen een rol: het publiek is anders samengesteld dan gewoonlijk. De zaal is stil, de krakende chipszakken zijn beperkt. Je voelt je haast één met de cinefiele massa, zou ik haast zeggen, maar dat is een overschatting: ook op een festival loopt volk rond dat amper twee acteurs bij naam kent en films dat het niet begrijpt gemakshalve speciaal noemen, zoals reeds eerder meegedeeld. Maar toch, de mensen maken mee de sfeer.

Meer ook dan andere jaren, speelde de festivalbar een rol. Tussen twee films door snel een drankje, of uitgebreid napraten met meer dan een drankje, ik liet me daar nu veel sneller toe  verleiden. Enerzijds komt dat omdat ik me na al die jaren erg op mijn plaats voel in wat ooit een wat mythische omgeving was (het festival op zich, niet de bar in het bijzonder). De drempel is weg, de poeha bleek ingebeeld. Ooit onbereikbare figuren blijken plots heel alledaags. Ze dronken zien dansen, helpt ook qua demystificatie.

Een mens wordt ook ouder – 33 tijdens het festival – en hoeft niet meer zo nodig jaloers te zijn op de manifestatiedrang van anderen. Die bij momenten toch ook maar klaplopers en blaaskaken zijn. Bekende filmjournalisten die ondanks al zoveel privileges, toch aandringen op gratis tickets en zo. De stagiairs die een week later toch gewoon weer werkloos zijn. Dat ik dat allemaal niet meer wil benijden, vind ik rustgevend.

Ik moet ook toegeven dat de roes ook een stuk aangestoken is. Het aantal mensen dat ik ken dat evenzeer gepassioneerd het festival bezoekt, neemt ieder jaar toe. Velen daarvan kennen elkaar dan ook weer. We zien dezelfde films, soms samen, soms apart, waarna we elkaar tegenkomen en trachten te overtuigen van ons gelijk. Met een glas in de hand uiteraard. Jongerenjurylid Sven DH, hees van vermoeidheid. Bert, die vanuit de buik recenseert. Ottelien, te weinig gezien. Hanne, die nu al uitkijkt naar de volgende editie. Roos, die me plechtig maar officieus tot lid van De Vrienden van het Festival benoemt. Stijn, de enige bezoeker op het festival die al zijn tickets betaald heeft en met wie ik graag films, mensen en op den duur het leven zelf beschouw. En ik had ook de immense eer de head of logistics van het festival te ontmoeten!

Ik geef mezelf ook een schouderklopje vanwege mijn onuitputbaarheid. Ik ben vrijwel nooit ingedommeld en ging tussen dat films kijken gewoon werken natuurlijk. En niet zomaar wat lesjes aframmelen terwijl ik met mijn hoofd in de cinema zat! Net tijdens het festival stond een bezoek aan het museum, een uitstap naar de  manège, een studiedag in Lille, (voor mezelf) een theatervoorstelling én een fietstocht op het programma. Maar ik ben er vlot doorheen geraasd. Enkel aan eten kwam ik niet altijd toe. Mijn buik is me daar echter dankbaar voor.

Dat weekje vakantie volgende week is dus welkom. Intussen bereid ik oudercontacten voor en schrijf ik rapporten. Tussendoor misschien ook nog een bioscoopje meepikken?





Maxi Memories

25 09 2010

Toen ik onlangs in Oostende was en er ’s avonds de zeelucht opsnoof, kwamen herinneringen boven aan een gekke nacht die ik er ooit beleefde. Het moet in 1998 of zo geweest zijn en met enkele van mijn klasgenoten uit de lerarenopleiding was geen feestje of gebeuren ons te veel. Toen ons aller Bernice – door wie werd ze niét op handen gedragen? – zich inschreef voor de Miss Maxi-verkiezing, kon ze meteen op onze steun rekenen. Er was een voorronde geweest in een morsig zaaltje, en Bernice wist er met haar oogopslag en hartelijke glimlach meteen door te stoten naar de volgende ronde.

Die zou plaatsvinden in het casino van Oostende, (op een novemberavond dacht ik). Men hoopte er de zaal te vullen met familie en vrienden van de kandidaten, die keuze hadden uit diverse prijzen van zitplaatsen. Het commerciële aspect van de missverkiezing voor dames met een maatje meer, zou later al even groot  blijken te zijn als op al die andere missverkiezingen, maar wisten wij veel en wat gaf het zo lang we ons niet bekocht voelden?

Bernice zat al een dag of wat te repeteren daar in dat casino, in het gezelschap van 19 andere Rubensiaanse dames én initiatiefneemster Vera Wesenbeek, zus van. Haar supporters  kwamen er ’s avonds aan. Ik herinner me niet zo concreet meer wie er allemaal bij was. Vincent – ‘Centje’ – alleszins, want waren wij niet min of meer de platonische minnaars van de edele Bernice? We kwamen met de trein in Oostende aan, samen met nog twee vriendinnen van Bernice. Voor de gelegenheid allemaal opgedoft en feestelijk. Op het stationsplein overviel ons wat twijfel en vrees. Waar was dat casino eigenlijk? Wist iemand de weg? Het zou me nu nooit meer overkomen zo onvoorbereid zo’n avond aan te vangen, maar Internet stond nog in de kinderschoenen en men vroeg toen nog gewoon de weg.

Volgens aangesprokenen namen we best een taxi. Geen formidabel idee, want dat kostte geld, of misschien zelfs veel geld, en we waren arme studenten die hun laatste zakgeld al besteed hadden aan de kaarten voor de verkiezing. Gelukkig waren we met 4 en zou de prijs dus best meevallen. Toen zagen we een dame wiens omvang en feestkledij ons deed vermoeden dat ze dezelfde bestemming had als ons. We spraken haar aan en nodigden haar om met ons een taxi te delen. De taxichauffeur zag er geen graten in één persoon meer te vervoeren dan toegestaan was.

De duur van de rit, noch de prijs, herinner ik me. Alleen kwam ik onlangs tot de conclusie dat je op minder dan een kwartier te voet van het station aan het casino bent. Hoe kwamen we er destijds bij dat we een taxi nodig hadden? Naïeve studenten.

Het casino lachte ons feestelijk toe. We hadden nog niet door dat het een plat en commercieel evenement was. Meer details herinner ik me jammer genoeg niet. Wat haast de vraag doet rijzen waarom ik dit stukje eigenlijk schrijf, gezien het gebrek aan feiten. De zaal zat alleszins amper halfvol. We gingen op onze goedkope  plaatsen zitten en zaten een geforceerd amusant spektakel uit waarbij enkel Bernice ons interesseerde. Ze zag er beeldig uit, maar ook zenuwachtig. Wat de overwinning inhield, weet ik ook al niet meer. Wat viel er te winnen? Geen idee en wat zou het ook, want de wellicht erg behoudsgezinde jury moet de hippe uitstraling van ons Bernice niet hebben kunnen appreciëren, en liet haar afvallen (pun not intended) na de eerste ronde. Troost en knuffels en wijn en nog meer vaagheid. Toch weet ik wel nog dat we na de pauze – we bleven de show uitkijken omdat Bernice wel wou weten wie er won en omdat we er nu eenmaal voor betaald hadden (en wat waren ze professioneel, de zusjes Wesenbeek die het geheel aan elkaar kletsten) – gewoon op de veel duurdere plaatsen gingen zitten die toch onbezet waren.

Na de show werd er nog een glas of wat gedronken en konden we van elke deelnemer professionele foto’s bekijken. Die mochten de deelnemers mits een prijsje mee naar huis nemen. Absurd vonden we dat: zelf het object d’art uitmaken en er dan toch moeten voor betalen. Iemand – Bernice zelf? – nam stiekem een foto of wat van het prikbord en smokkelde die mee naar buiten.

Op de zeedijk staande na de show en de drankjes, nam Bernice afscheid van familie en supporters. Centje en ik zouden blijkbaar met haar meerijden. Het was laat, donker en er waaide een zachte wind over de dijk. De zee rolde zich verderop in het duister professioneel op en af. Ik heb sterk de indruk dat we de dingen in die tijd graag van een filmisch-romantisch laagje theatraliteit voorzagen – Centje is later niet voor niets met een toneelgezelschap begonnen – en we betraden het strand met de zekerheid dat er een bevestiging zou komen dat dit zo’n avond was die we niet snel zouden vergeten. Omwille van de wat dwaze opzet die zo’n verkiezing was en de lol die we desondanks gecreëerd hadden. Omwille van de harmonie onder Bernice’s supportersgroep. En omdat je niet zo vaak  in de winter ’s nachts op een strand loopt. We zullen wel tegen de wind in geschreeuwd hebben en schoenen zullen uitgegaan zijn, en zeer waarschijnlijk hing de eindigheid van de dingen al in de lucht. We vergrootten elke gebeurtenis en avond niet bewust uit, maar tijdens die studentenjaren had het minste cafébezoek al een magische dimensie omdat we allemaal ergens vaag in de toekomst de afloop zagen sluimeren: allemaal volwassen, ver van elkaar, plezier omgeruild voor ernst. Dus moest en zou dat korte novembernacht-strandbezoek memorabel worden, op minder dan een jaar van ons afstuderen.

Memorabel was die nacht dus inderdaad, zonder grote gebeurtenissen en al ben ik me ervan bewust dat het niet tot veel essentie geleid heeft wat dit stukje betreft. Maar telkens ik de gestolen foto die Bernice me schonk, op mijn oude kamer zie hangen, denk ik terug aan die nacht. Bij deze heb ik die inspiratie maar eens omgezet in woorden.





Cyclus

10 07 2010

Na anderhalve week vakantie lijkt het voorbije schooljaar ver weg. De laatste dagen van juni zetten als vanouds aan tot reflecteren, maar ik heb bewust wat tijd genomen om daarover te schrijven. Hier toch, want er bestaan ook na het laatste feestje in benevelde toestand snel neergekribbelde gedachten, die ik bij nader inzien maar voor mezelf houd. Over alweer eens afscheid van een groepje fijne persoonlijkheden, die leerlingen die de lagere school vaarwel zeggen. Over de (bij ons op school) intussen haast vanzelfsprekende warmte tussen collega’s die zich samen door de laatste loodjes slaan, een rapport in de ene en een glas Freixenet in de andere hand – soms lijken die laatste dagen één langgerekt feestje. Waarop ouders en kinderen met cadeaus komen aanzetten, briefjes en kaartjes hun werk doen, je met de één na de andere sympathieke mens een praatje slaat en met wat spijt beseft dat je die vermoedelijk niet snel nog eens terug zal zien.

Bizar is dat, ergens. Welke andere job verloopt zodanig in cycli? Welk ander beroep biedt telkens weer dat moment van closure en die nieuwe lei twee maand later? Enerzijds is dat heerlijk, die tien maand aan één stuk doorgaan, afsluiten en herbeginnen. Ik hoed me wel voor routine en ben geneigd de loop der dingen eens te doorbreken, maar het zorgt ook voor stabiliteit. Anderzijds, zoals ik hier al eerder schreef gaat dat meestal met emoties gepaard. Zo’n schooljaar is een intense belevenis, dat je vooral samen moet doormaken. Met je collega’s – wat was dit jaar weer voldoeninggevend – , met je leerlingen en hun ouders. Ik weiger ongevoelig te worden voor telkens weer die vaarwels. Niet dat ik snotterend aan de schoolpoort de zesdeklassers sta uit te wuiven. Maar ik focus me toch altijd een moment op wie die leerlingen waren die je laat gaan (en die bij ons steeds twee jaar bij dezelfde leerkracht zaten).  Ik blijf hardnekkig foto’s nemen. Die ik ook dapper laat afdrukken en in overzichtelijke albums plak. Wie doet dag nog?

Ook aan sommige ouders, waarvan enkelen zelfs vier jaar lang kinderen in mijn klas hadden, was ik minstens … gewend geraakt. In die mate dat je er gerust nog een glas wil mee gaan drinken of op een feestje naast hen wil belanden. Maar dat is eerder onwaarschijnlijk. Je hebt nochtans geïnvesteerd in een relatie met die mensen. Leerkracht zijn vraagt sociale vaardigheden, wat me niet zo moeilijk valt zolang ik eerlijk mag zijn. Er zijn discussies en wrevels geweest, maar er is ook veel gelachen. En dat moet je dan ook opgeven om vervolgens aan de slag te kunnen met die volgende ouders. Een aangenaam aspect van de job met een wat wrange afloop.

Idem voor die collega’s. Elk jaar is er wel iemand die komt en iemand die gaat. Soms één jaar, soms na vele. Soapseries hé, met wisselende personages. Maar soms ben je zo’n fan dat je hoopt dat de scenaristen een manier vinden om al die personages gewoon in het verhaal te houden. Gedrevenheid is een aantrekkelijk sociaal aspect, stel ik  vast.

Emotioneler hoeft het hier eigenlijk niet te worden, maar ik voeg er graag nog een niet zo bekend liedje aan toe dat weliswaar wat sentimenteel is, maar de sfeer bij ons wat bepaald heeft de laatste dagen. Ik wens er mijn afscheidnemende zesdeklassers een mooie toekomst mee toe en laat het maar gepaard gaan met een gemeende ‘tot weerziens’, ook voor hun ouders.

(P.S. Ja, ben teruggekeerd naar de oude lay-out… voelt weer als thuis)





Weetal

6 06 2010

Bekwaam als ik ben in het onthouden van namen en gezichten en het associëren van mensen met anderen mensen en bepaalde gebeurtenissen, had ik het eigenlijk nog tot riooljournalist kunnen schoppen. Ik sla dus ook gebeurtenissen op die de betrokkene misschien als privé of zelfs als vergeten beschouwd.

Zo wist ik van een leerkracht die ik vorig jaar op een studiedag aan de andere kant van het lokaal zag zitten, dat ze in 1998, tijdens een avontuurlijk weekend voor leerkrachten-in-spe, in de Ardennen, tijdens het kajakken, gezeten in een tweepersoonskajak met vooraan haar nooit van haar zijde wijkende vriendje, en in een onsportieve bui om er maar zo snel mogelijk vanaf te zijn, en daarbovenop ook nog eens met weinig zin om te socializen, de hele tijd aan kop kajakkend, niet gehoord hadden waar de finish was en ze dus enkele kilometers te ver tot de conclusie kwamen dat ze niet gewonnen hadden. Tot jolijt van de rest van de groep.

Zo wist ik van een onbekend meisje op café dat ze in de jaren ’80 haar been brak bij een val van de trap in het speelgoedmuseum van Mechelen.

Zo wist ik van een vakbondsafgevaardigde die op het tv-journaal verklaarde waarom er gestaakt werd, dat ze een Winnie the Pooh op haar schouder getatoeëerd had staan.

Zo wist ik van de botte, niet al te verzorgde en lichtjes hersenloze kerel met wie ik enkele jaren geleden op een jeugdraad zat, en die ik ook herkende als bewoner van één van de krottigste huizen van Haaltert, dat hij me in mijn kleutertijd had opgesloten in een toilet.

Zo wist ik van een nieuwslezeres van een regionale zender dat ze zich ooit in een berghok in het jeugdhuis, overgaf aan niet nader te beschrijven praktijken met haar vriendje en een supermarktkarretje.

Zo wist ik van een dikdoenerige zakenman die op televisie de winst van zijn bedrijf toelichtte, dat zijn twee zonen rotverwende etters waren die slecht waren in wiskunde en goed in het omzeilen van de beveiligingen van het internet.

Op het vlak van de minder interessante onthullingen en vooral ter glorie van mijn geheugen:

Bij de bakker stond ik achter een man van wie ik wist dat hij goed kon schaken en door zijn neus sprak. In een schoenenwinkel had ik een andere klant kunnen confronteren met de herinnering dat hij zijn onderbroeken vroeger steeds véél te hoog optrok.  In de trein zag ik een dame wiens echtgenoot zijn schrift in de wc liet vallen in de lagere school. Eindeloos  (en steeds minder interessant) zal uiteindelijk de lijst met dirt zijn.

Begin maar allemaal te vrezen voor mijn ooit te verschijnen biografie.





Sven – Kinepolis: 1-0

7 05 2010

Geheel onbescheiden wens ik het volgende stukje te wijden aan het feit dat ik afgelopen donderdag deel uitmaakte van de quizploeg die de Gentse editie van de Kinepolis Filmquiz won. Ik zou het daar kunnen bij laten wat de mededeling betreft, maar dan zou het hier om pure opschepperij gaan, terwijl ik er toch liever prat op ga u vooral deelgenoot te willen maken van mijn waarnemingen en bedenkingen bij evenementen en de bezoekers ervan, eerder dan alles op mezelf te betrekken. Ahum.

Laat ik eerst maar vooral bekennen dat er niet te veel op te scheppen valt. In de eerste plaats was ik te gast in een ploeg van zeer hoog niveau, die deze quiz zelfs al enkele keren eerder won. En dan was dit ook gewoon een haast belachelijk gemakkelijke quiz, ongetwijfeld samengesteld door mensen die fan zijn van Bruce Willis of Jennifer Aniston en zeker 7 films per jaar zien waarvan drie met sprekende dieren. En die schrijffouten maken in de vraagstelling.

Enige eigendunk was te merken bij de ronde die volledig rond Kinepolis zelf draait. Hoeveel ongevallen Geert Bert, broer van gedelegeerd bestuurde Joost Bert, al veroorzaakt heeft – met of zonder helikopter – , werd niet gevraagd, wel werden we bv. verondersteld te weten in welke landen in Europa Kinepolis geen vestigingen heeft. Zo werd deze ronde met nog 9 onleuke vragen verder opgevuld. Maar dat hoefde ons blijkbaar niet te deren, want we gokten in deze multiple choice ronde slechts 2 keer fout. Zo weet ik nu dat er al 31 3D-schermen zijn in België! Hoe de lelijke dwerg uit de afvalspotjes heet, wisten we dan weer wel, maar dat werd niet gevraagd.

Nu, enige uitdaging bood wel de rubriek ‘filmmuziek’. Naast enkele obligate, zelfs voorspelbare nummers zat er toch minstens ééntje in die wellicht niet al te veel mensen herkenden, ook al was het een erg bekend stukje. Ik geef mezelf hierbij nogmaals een schouderklopje voor dat correcte antwoord, waarmee ik mijn ploeg toch minstens één keer van mijn waarde kon overtuigen. Het bleek voldoende te zijn om ons aan de overwinning te helpen, met maar één punt meer dan de opvolgers en zelfs een ex aequo met een andere ploeg. Volgde dus een schiftingsvraag waarbij de ooit in Kinepolis werkzaam geweest zijnde Ottelien moeiteloos kon inschatten hoeveel lege plaatsen er nog in de zaal waren. Zo reed de hoofdprijs – om ietwat onbegrijpelijke reden in een winkelkar van Aldi – richting Keyser Söze.

Het wachten tussen de vele snel opgeloste vragen werd veraangenaamd door de onbedoeld lollige ploeg op de rij voor de onze. Antwoordformulieren werden verkeerd ingevuld, vielen zelfs enkele meters naar beneden, en reacties als ‘De broer van Ben Affleck heet Casey? Dat kan niet, dat is een meisjesnaam!’ deden glimlachen omwille van de geheel eigen logica ervan.

Rest me nog enige ergernis te ventileren ten opzichte van de presentator die zijn roeping als Club Medanimator helaas gemist heeft waardoor hij zijn geforceerd enthousiasme dan maar de hele avond op ons moest los laten. Maar ik bespaar u verder commentaar omdat het eigenlijk best mee viel, hoezeer mijn teamgenoten zich ook ergerden en team captain Stijn  overwoog de door de sponsor ter beschikking gestelde blikjes Cola Zero maar richting presentator te keilen. Het werkelijk afschuwelijke Law Abiding Citizen waarop we nadien getrakteerd werden, vond ik echter stukken minder draaglijk, al was Bert het daar zeker niet mee eens. Maar ik geef u het advies gewoon de trailer te bekijken en u de rest te besparen.

Voor wie benieuwd is naar de prijzenpot: dvd’s, filmtickets, gezelschapsspelen en … een barbecue. De fles Martine Fiero (1 fles!) met plastic ijsemmer negeer ik even om de waardigheid van onze zege te bewaren.








%d bloggers liken dit: