Generatie Gruwel

13 10 2011

Mijn leerlingen blijken meer dan verzot te zijn op de Happy Tree Friends, waarvan er een hele serie korte filmpjes te vinden zijn. De hoofdpersonages komen in elk filmpje op de meest bloederige en gruwelijke wijze aan hun einde.

Ik vind dat allemaal bijzonder ziek, shockerend, grof en walgelijk!

 

 

En vooral heel erg grappig.

 

 





Pim Pam Pet

7 10 2011

In de klas:

‘Een lichaamsdeel met een … F!’

Tiebe: ‘Fukjoevinger!’

Geldig antwoord, toch?





Balans

2 05 2011

Pas om 10.30u moeten beginnen werken!

Bouwmaterialen die bij de buren geleverd worden om 5u ’s ochtends

Caroline die me haar samenvattingsvriendje noemt

Geen plaats in het fietsenrek

Leerlingen op Youtube

Een te lange, chaotische en inefficiënte vergadering

True Blood seizoen 2 klaar liggen hebben

Kwaad worden op leerlingen, en nog eens, en nog eens!

Een telefoontje met Cindy

Recensies die te laat binnen geleverd worden

Mijn herstelde fiets en een nieuw fietslichtje van Knog

Collega’s die hun vuilen borden en koppen laten staan

Lekker suikerbrood

De dodelijke, eentonige nietszeggendheid van Norwegian Wood.

Het Diner van Herman Koch

“Hoogstaand” tv-drama: Zone Stad

Een geschikt idee voor moederdagknutselen bedenken

Collega’s die me een zaag vinden

Vulgaire woordspelingen rond cupcakes.

Stinkvoeten (ook van anderen!)

Ik blijf een optimistische mens en de balans is misschien wel in evenwicht, maar het was vandaag eigenlijk géén leuke dag.





Wijze Wannes

4 04 2011

Wannes (10): waarover gaat de film Iron Man?

Sven: Over een machtige man die zijn verantwoordelijkheden niet ernstig neemt. Hij moet eigenlijk een belangrijk bedrijf leiden, maar wil liever vechten en schieten.

Wannes: Aja, zo een beetje als Pieter De Crem.

Goed opgelet, Wannes!





Moeder De Geit

2 10 2010

Leerling M. laat enkele keren de naam Moeder Theresa vallen. Ik vraag hem of hij weet wie dat is.

‘Dat is toch die uit dat sprookje, met die geit?’

Vijf jaar godsdienst gevolgd…





Cyclus

10 07 2010

Na anderhalve week vakantie lijkt het voorbije schooljaar ver weg. De laatste dagen van juni zetten als vanouds aan tot reflecteren, maar ik heb bewust wat tijd genomen om daarover te schrijven. Hier toch, want er bestaan ook na het laatste feestje in benevelde toestand snel neergekribbelde gedachten, die ik bij nader inzien maar voor mezelf houd. Over alweer eens afscheid van een groepje fijne persoonlijkheden, die leerlingen die de lagere school vaarwel zeggen. Over de (bij ons op school) intussen haast vanzelfsprekende warmte tussen collega’s die zich samen door de laatste loodjes slaan, een rapport in de ene en een glas Freixenet in de andere hand – soms lijken die laatste dagen één langgerekt feestje. Waarop ouders en kinderen met cadeaus komen aanzetten, briefjes en kaartjes hun werk doen, je met de één na de andere sympathieke mens een praatje slaat en met wat spijt beseft dat je die vermoedelijk niet snel nog eens terug zal zien.

Bizar is dat, ergens. Welke andere job verloopt zodanig in cycli? Welk ander beroep biedt telkens weer dat moment van closure en die nieuwe lei twee maand later? Enerzijds is dat heerlijk, die tien maand aan één stuk doorgaan, afsluiten en herbeginnen. Ik hoed me wel voor routine en ben geneigd de loop der dingen eens te doorbreken, maar het zorgt ook voor stabiliteit. Anderzijds, zoals ik hier al eerder schreef gaat dat meestal met emoties gepaard. Zo’n schooljaar is een intense belevenis, dat je vooral samen moet doormaken. Met je collega’s – wat was dit jaar weer voldoeninggevend – , met je leerlingen en hun ouders. Ik weiger ongevoelig te worden voor telkens weer die vaarwels. Niet dat ik snotterend aan de schoolpoort de zesdeklassers sta uit te wuiven. Maar ik focus me toch altijd een moment op wie die leerlingen waren die je laat gaan (en die bij ons steeds twee jaar bij dezelfde leerkracht zaten).  Ik blijf hardnekkig foto’s nemen. Die ik ook dapper laat afdrukken en in overzichtelijke albums plak. Wie doet dag nog?

Ook aan sommige ouders, waarvan enkelen zelfs vier jaar lang kinderen in mijn klas hadden, was ik minstens … gewend geraakt. In die mate dat je er gerust nog een glas wil mee gaan drinken of op een feestje naast hen wil belanden. Maar dat is eerder onwaarschijnlijk. Je hebt nochtans geïnvesteerd in een relatie met die mensen. Leerkracht zijn vraagt sociale vaardigheden, wat me niet zo moeilijk valt zolang ik eerlijk mag zijn. Er zijn discussies en wrevels geweest, maar er is ook veel gelachen. En dat moet je dan ook opgeven om vervolgens aan de slag te kunnen met die volgende ouders. Een aangenaam aspect van de job met een wat wrange afloop.

Idem voor die collega’s. Elk jaar is er wel iemand die komt en iemand die gaat. Soms één jaar, soms na vele. Soapseries hé, met wisselende personages. Maar soms ben je zo’n fan dat je hoopt dat de scenaristen een manier vinden om al die personages gewoon in het verhaal te houden. Gedrevenheid is een aantrekkelijk sociaal aspect, stel ik  vast.

Emotioneler hoeft het hier eigenlijk niet te worden, maar ik voeg er graag nog een niet zo bekend liedje aan toe dat weliswaar wat sentimenteel is, maar de sfeer bij ons wat bepaald heeft de laatste dagen. Ik wens er mijn afscheidnemende zesdeklassers een mooie toekomst mee toe en laat het maar gepaard gaan met een gemeende ‘tot weerziens’, ook voor hun ouders.

(P.S. Ja, ben teruggekeerd naar de oude lay-out… voelt weer als thuis)





Klasuitje

10 05 2010

Ik richt me tot een nadrukkelijk verveelde leerling: ‘Komaan, M, kun je niet een beetje je best doen interesse te tonen? Je loopt er bij alsof het allemaal tegen je zin is.’

M: ‘Awel ja, ik bén ook niet geïnteresseerd. Als ik u meeneem naar de voetbal, zult gij u toch ook vervelen?!’

Dat was weer ad rem.





Qué? (10)

22 04 2010

Aan de schoolpoort toont leerling A. haar nieuwe gsm:

– Hey Sven, vind je mijn gsm niet zwaar?
– Hoezo? Laat me eens wegen?
– (proest het uit) Haha, gij zijt echt niet mee met de realiteit!
– Ha ja?
Zwaar, da is bom!

Zo weet u het nu ook. Zwaar is bom.





Profiel van een 11-jarige

9 04 2010

Als je een week met zestig 10- tot 12-jarigen doorbrengt in een niet nader te noemen bos, ben je als ervaringsdeskundige in deze leeftijdscategorie weer helemaal up-to-date. Twee jaar geleden zette zo’n natuurweek me aan tot mijmeringen over takken en kampen. Deze keer kom ik tot andere conclusies – iedere groep is anders.

Gsm’s waren verboden en daar kon ieder zich ondanks heel wat gezeur zonder moeite aan houden. Om nog maar even te vergelijken met vorig jaar: toen had vrijwel geen enkele van mijn leerlingen een gsm, deze keer heeft meer dan de helft er één (thuis gelaten). Ze lijken hem niet te missen, maar voor die enkele kinderen die meer dan 50 sms’jes per dag versturen, is het wel afkicken. En je leerkracht geef je niét je nummer. Niet omdat hij dat nummer niet mag weten, wel omdat je je dan verplicht wordt hem ook in je telefoonboek te plaatsen. En dat is dan vooral een probleem ‘als je volgend jaar op de middelbare school met een nieuwe vriend of vriendin je lijst overloopt en die vraagt dan; ‘wie is Sven?’, en dan moet je antwoorden: ‘mijn oude meester!’. Schamelijk.’ Op mijn vraag of dat dan de gewoonte is, met iemand je lijst overlopen om te tonen wiens nummer je allemaal hebt, was het antwoord bevestigend. Ik ben op meerdere vlakken een oude meester aan het worden dus.

Waar je wél nog steeds vanop aan kan is dat de doorsnee 11-jarige nog altijd van snoep houdt. In kilo’s, in dozen, in gigantische zakken. Er kan niet genoeg mee zijn. Chips om half tien in de ochtend of wat zure matten meteen na een zware maaltijd (mét dessert), het moet allemaal kunnen. Hyper worden ze er van natuurlijk. High on sugar, rondstuiterend als een op hol geslagen rubberen balletje.

Horrorverhalen? Jaaaaaaaaaaaa!! Maar niet griezelig en zonder bloed en niet te veel doden en geen ingewanden en liefst niet op een kerkhof. Vooral niet eng dus. Horror voor kinderen. Begin er maar eens aan. Geen klachten echter, ze blijven een zeer gewillig en dankbaar publiek, ook al gaat de plot nergens heen en sluit je abrupt af omdat het bedtijd is.

Apenstreken en wandaden? Amper, al mag u dat verbazen. Toegegeven, de laatste dag waagde het iemand het brandalarm in werking te doen treden, maar dat was meer een impulsieve dommigheid dan een geplande actie. Op de naïeve oproep van mijn collega of de dader zich vrijwillig wou komen melden, kwam nog reactie ook. Allemaal doetjes. En er werd ook nog wat snoep gestolen. Maar verder, braaaaaaaaaaaaf.

Fuiven? Een bosklas sluit je obligaat af met een fuif, zou je denken. Maar dit was de laatste keer, zo concludeerden we. Het interesseert hen uiteindelijk nauwelijks. Na een uurtje zijn de drama’s op, de slows geslowd en alle cd’s al drie keer gedraaid. Waarom zouden we kinderen nog zo’n afgezaagde formule opdringen? De alternatieven, zoals gezelschapsspelen, kenden meer succes. Bovendien zie je dat zich nu al fuifstereotiepen ontwikkelen: muurbloempjes, flirters, observators, dramaqueens, zonderlingen, meelopers, showstealers en genieters. Grappig, maar ook wat triestig. Er staan hen nog tientallen en tientallen van die droeve get-togethers te wachten waarop ze zich vooral moeten gedragen als alle anderen en het vaak een kwestie is van de kat uit de boom kijken – want slechts een elite heeft het in zich, dat feestbeest. Waarom zouden we hen nu al confronteren met de frustrerende sociale conventies die amateurfuiven kenmerken? Al kreeg A. wel een brief van haar zus met de raad zich goed te amuseren want ‘de fuif is de mooiste tijd uit van uw lagere school!‘ Ik moet daar dan ook niet cynisch over doen. De uitgelatenheid is ook erg tof om te zien en als je die pre-pubers zich volledig ziet gooien op de dansvloer, ongegeneerd, moet je dat moment ook koesteren: dit zijn érg gelukkige kinderen.

Over post gesproken, dat blijft ook een voltreffer voor iedere 11-jarige. Het onnozelste kaartje met nauwelijks een woord op doet al plezier, dat spreekt vanzelf. Mama’s en papa’s maken echter ook vaak halve knutselwerkjes, sturen dat drie dagen vooraf op zodat het kind bij aankomst al een brief in de handen gedrukt krijgt en hebben het adres verspreid onder familieleden. Hele roedels honden en katten blijken plots ook te kunnen schrijven, elk excuus is goed om iets in een envelop te proppen. Wie uitverteld is, vult ook nog snel een halve bladzijde met de samenvatting van Thuis die week. Minder creatieve ouders sturen dan weer gewoon een fax en zekere vaders vragen hun 10-jarige of hij ‘al veel grieten heeft binnengedraaid?’. De kinderpuzzel zou bij sommigen snel gelegd zijn. Moslimouders schrijven over het algemeen niét, maar sms’en of bellen naar de leerkracht.

Zijn ze stoer en vroegvolwassen, onze leerlingetjes? Welnee. Ze huilen, treiteren, plagen, lachen, troosten, giechelen en prutsen zoals 10-jarigen dat altijd al gedaan hebben. Ze willen een knuffel, hangen aan je armen tijdens het wandelen en komen op je schoot zitten. Ze missen hun mama, ze hebben zeer aan hun vinger, ze plassen al eens in bed en doen twee verschillende sokken aan. Ze vinden hun tandenborstel niet, gaan met vuile handen aan tafel en strooien meer hagelslag rond hun bord dan op hun boterham. Ze doen onnozel, vinden onnozel doende volwassen nog erg leuk, vertellen moppen over Jantje en over gekken. Alles klopt. Nog altijd.

De conclusies komen steeds weer op hetzelfde neer: de meeste kinderen zijn eindeloos interessanter dan de meeste volwassenen. En hen in al hun aandoenlijke onwetendheid en doorprikbare schijnvolwassenheid bezig zien, maakt van mijn beroep nog maar eens een groot genoegen.





De Onhelaasheid der Dingen

14 12 2009

Mijn leerlingen hebben uiteraard weet van mijn filmliefde en komen me dus vaak spontaan vertellen welke films ze gaan bekijken zijn in de bioscoop. Bij sommige kinderen gaat het vaak om Turkse films, waarvan ik vrijwel nooit eerder iets gehoord heb en waarover ik dan ook geen zinnige dingen te zeggen heb. Vandaag verraste Veysel me. Hij had zijn bioscoopticket mee, want de titel viel niet te onthouden, laat staan uit te spreken. De Helaasheid der Dingen las ik verbaasd. Zijn gezicht toonde echter weinig enthousiasme. ‘Het was een vuile film! Altijd maar seks. Dat waren echt rare mensen’. Hij was me daarmee voor want ik vroeg me uiteraard meteen af wat een 12-jarige moslim denkt van de niet altijd even keurige toestanden in die film. Ergens in mijn achterhoofd ben ik misschien ook wat teleurgesteld: als een Turks kind naar een Vlaamse film gaat, wil ik dat toejuichen. Als hij het dan maar niets vindt, is dat dan weer een verdieping van de multiculturele kloof? Scheert hij de Vlaamse cinema dan collectief over één kam?

– Hoe komt het dat je deze film koos, Veysel?
– Er was niets, alleen maar zever. Dat zag er leuk uit.
– Ah? En 2012 dan? Was dat niets voor jou?
– Pff! Stomme zever!

We hadden het met ons twee dan nog maar even over de marginaliteit van de protagonisten. Ik maak Veysel duidelijk dat de regisseur net dit verhaal kiest omdat het apart is en het dus geen doorsnee personages zijn – wat misschien een klein leugentje is, maar dat moet ik nu even negeren – en dat ik wel van die mensen ken zoals in de film. Dan verrast hij me met zijn volgende mening: ‘Dat was wel speciaal, dat die film altijd veranderde van tijd. Het ging naar vroeger en dan was hij groot en dan weer een kind.’ Baf. Een kinderanalyse van niveau, ik heb er niet van terug. Ik stamel nog iets over originaliteit, dat niet iedere film rechtlijnig moet zijn, maar Veysel heeft er al geen boodschap meer aan. Hij zal op zijn eentje wel nuanceren. De film was misschien vuil, hij was ook interessant. Hij komt er wel, ook zonder mijn mening.

Soms is helaasheid zalig ver weg.





In het eerste leerjaar

7 12 2009

Er moet iets uitgedeeld worden in de hele school. Wie wil er eens opschrijven hoeveel klassen er zijn? vraagt de juf.

Ikke! roept een enthousaiste leerling. En voegt de daad bij het woord.

Volgende opdracht: schrijf een lijntje vol.

Opdracht volbracht.





Creatief antwoorden

9 11 2009

wegkwijt

Zo kan het dus ook.





Mensenkennis of zelfkennis?

11 10 2009

Eén van mijn leerlingen tegen haar moeder: “Volgens mij is Sven stiekem jaloers op zijn broer, want zijn broer is kunstenaar, en Sven zelf zit iedere dag met vervelende kinderen opgescheept.”





K-dee zoekt bevestiging

6 10 2009

Leerlingetje:  ‘Svééééén, wie vond jij dat er moest winnen? Josje,  Madelon of Noa?’

Leerkracht: ‘Géén van de drie! Ik zag drie door- en door onnozele bimbo’s die alledrie vals zongen! Ze waren dom, ijdel en infantiel! Het was ook lang vooraf duidelijk dat ze een Hollandse gingen kiezen, kwestie van een deel van het afzetgebied commercieel veilig te stellen. Op geen enkel moment had ik het gevoel dat zangtalent van belang was, wel nationaliteit, blondheid en gekir. Dit was geen tv-programma, maar een uitgekiende marketingstunt van een hebberig, megalomaan bedrijf dat nu lang genoeg zijn inspiratieloze producten door de strot van de argeloze, makkelijk te verleiden consument jaagt. Ik walg ervan!’

Maar dat zei ik dus niet. Ik zei: ‘Josje’.

‘Ik ook’ zei ze. En met een grote glimlach huppelde ze weg.





We komen er wel (2)

2 09 2009

Anderstalig kind 1: ‘Ik ben jarig op november!’

Anderstalig kind 2: ‘Haha, sukkel! Da moe zijn ‘ik ben jarig naar november!’

Het wordt een boeiend jaar.





We komen er wel

1 09 2009

De media wreven ons onder de neus dat maar liefst 83% van alle lagereschoolkinderen, graag naar school gaat. Fijn zo. Ik liet mijn leerlingen dus vandaag maar even aangeven hoe graag ze vandaag naar school waren gekomen – op een schaal van 1 tot 5. Het ontluisterende resultaat van mijn klas was … 60.8 %.

Hoera.

Maar op het eind van de dag zeiden ze wel: ‘Vraag je het ons morgen nog een keer? Het zal dan al veel meer zijn.’





Bericht van planeet Sven

2 07 2009

Het einde van het schooljaar lijk ik iedere keer weer een beetje op een andere planeet door te brengen. Fysiek zeker, want ik zit zowat de hele dag ofwel op school ofwel op één of ander feestje. Zo zat ik uren te vergaderen, te rapporteren of te oudercontacten, en waren er aan de andere kant de vele gelegenheden om het glas te heffen. Met je collega’s wat gaan eten om wat druk van de ketel te halen, naar een lentefeest van een leerling, een pensioenfeest dat uit twee gedeeltes bestond, het traditionele teametentje waarmee we het schooljaar afsluiten,  een picknick met de ouders, het schoolfeest, het uitwuiffeest, een proclamatie van onze zesdejaars (mét receptie), … Ik dronk de afgelopen weken dus liters cava  en nam talloze hapjes tot me (en toch heb ik stellig de indruk dat ik wat kilo’s kwijt ben). Thuis staat mijn televisie dan werkloos te wezen, zucht een torenhoge afwas me toe en verkondigt de koelkast zoemend een grote leegte. Ik raak niet bij de kapper en al helemaal niet in de bioscoop, voel elke dag meer stress om die niet ingevulde belastingbrief en kom zelfs niet aan het oppompen van mijn fietsbanden toe. Haaltertse oma’s turen wanhopig uit het raam en baby’s van vrienden worden kleuters zonder dat ik daar ook maar iets van merk. Meer dan ooit beslaat mijn werk en alle bijhorende pret mijn bestaan, maar voor even is dat niet zo erg.

zesdes_008Maar ook psychisch vertoeft een mens in zo’n periode even ergens anders. Collega’s kondigen hun vertrek of pensioen aan en soms is dat wat te betreuren. Nieuwe collega’s worden voorgesteld. Het leven is weer een beetje een soapserie: personages komen en gaan. En dan zijn er de leerlingen: twee jaar zie je ze groeien, letterlijk en figuurlijk, en dan laat je ze gaan, met een spijt dat zij grotendeels uit je leven verdwijnen maar vooral met een verpletterende besef dat moeilijk te beschrijven valt: zij beginnen aan een nieuwe fase van hun leven en deze tijd zal ooit heel erg ver achter hen liggen, terwijl ik gewoon doorga met hetzelfde en dit moment nooit zo ver achter mij zal liggen als voor hen.  Je wordt in de bloemetjes gezet, maar vervaagt intussen tot een herinnering.  

Maar je krijgt lieve briefjes en mooie, hartelijke mailtjes en oprechte geschenken, de appreciatie bereikt een summum en soms is het eigenlijk allemaal wat veel en op korte tijd. Ik vrees daardoor bij momenten zelfs de waarde van veel van die gebaren niet hoog genoeg in te schatten. Zo bood mijn klasje me een kunstwerkje aan dat me wat uit het lood sloeg waardoor ik wat onwennig reageerde. Pas de volgende dag werd het voor mij een concreet voorwerp dat ik met het groepje van 9 kan associëren en dus kan beginnen koesteren.

Maar die knop omdraaien lukt wel hoor. Ik snak eerst en vooral naar film. Ik kan nog enkele dagen meepikken van het Brusselse Filmfestival, beleef zaterdag zowat een eigen filmfestival dankzij dit evenement en  ga een filmcollege volgen om mijn klassiekers op peil te brengen. Fictie als tegengewicht voor al die realiteit van de voorbije weken. En o ja, ik plan ook een Haaltertse tournee om wat volk terug te zien dat ik tegenwoordig alleen nog op Facebook hoor of zie – hou die voordeur in de gaten. Back to earth.





Vrolijke Vrijdag

20 06 2009

Ik lees op Melancholia dat een Britse psycholoog met een zelfontwikkelde formule heeft bepaald dat vrijdag 19 juni de dag is waarop men het gelukkigst of vrolijkst is. De schommelingen in mijn humeur zijn eigenlijk al beperkt of kortstondig en ik verkeer dus in een haast continuë staat van wat men minstens tevredenheid kan noemen, maar om de theorie van Dr. Arnall toch eens te controleren, hou ik even de loep boven mijn 19e juni:

Zonder een specifieke gebeurtenis van die dag al nader te bekijken, kan ik al enkele algemene elementen vatten die mijn humeur ten goede komen. Een dag eerder eindigde de toetsenperiode van mijn leerlingen, de verbeteringen en rapporten vorderen gestaag, de druk is dus wat van de ketel. Bovendien nadert de vakantie en is het mooi weer. De basis zit dus snor. Geluk zit hem wel in meer dan het werk alleen, maar mijn werk maakt mij alleszins al heel gelukkig.

Ontwaken met een goede herinnering aan de dag ervoor, is ook al positief. Donderdag was er de première van de nieuwe Vlaamse film Meisjes en dat was een meer dan geslaagde film. De acteerprestaties van Marilou Mermans en Jan Van Looveren zijn enigszins memorabel en de tragiek van de film heeft indruk gemaakt. Minpunt van dat opstaan is dat het vandaag een stuk vroeger is dan anders. Op vrijdag heb ik toezicht duty en omdat alle Gentse crèches en opvangmoeders vandaag staken, moet ik veel eerder dan gewoonlijk op school zijn om ook de halfachtse kleutertjes al opvang te bieden. Toch heeft dat weinig invloed op mijn humeur, want er staan veel leuke dingen op het programma vandaag.

pinguinsHet is mooi weer en ik jaag het opvanggebroed dus naar buiten. Een rustgevende start van de dag dus, want er is niet veel volk. De eerste twee lesuren verlopen daarna wat wanordelijk omdat de leerlingen niet echt meer een taak hebben, maar we hebben het naar onze zin. De eeuwig creatieve Robbe, nog minder dan twee weken één van mijn leerlingen, zorgt voor een klein hoogtepunt: hij heeft voor zijn klasgenoten sleutelhangers gemaakt en ook voor mij is er een bijzonder cadeautje. Twee afstuderende pinguins, de ene wat groter dan de andere. ‘Dat zijn jij en ik’, zegt Robbe, ‘een herinnering voor jou’.
Kwart over negen en nu al ontroerd.  

Om half elf is er een dip: het zwembad laat ons weten dat ook de redders staken en mijn klas dus niet kan zwemmen. Dat is vooral teleurstellend omdat ik voor deze laatste zwemles overtuigd werd om zelf mee te gaan zwemmen. Het zit er niet in, een iets minder sensationele turnles komt in de plaats, waardoor ik nog een drie kwartier klasvrij ben. Tja, ook positief eigenlijk.

Tijdens de middagpauze smaken mijn boterhammen mij weer wonderbaarlijk goed. Ik lijk vaak aan mijn middageten te beginnen alsof ik in geen weken brood heb gegeten. Daarna volgen twee minder vrolijke situaties: ik verlies een spelletje waartoe collega Lynn mij wist te verleiden (hoewel ik tot de laatste ronde op kop stond!) en de toezichters zijn niet te spreken over het gedrag van enkele van mijn leerlingen. Ik moet daar dan over zagen en dat doe ik niet graag.

In de namiddag stellen twee leerlingen een project voor en dat loopt gesmeerd. Héhé, wat zijn we weer geslaagd in onze job. In de nabespreking over rechtbanken en rechtszaken, leg ik uit dat men bij een aanklacht zowel gunstige als ongunstige getuigen kan oproepen en dat die dus mee het oordeel van de jury bepalen. ‘Als jij dus zou terechtstaan voor een moord,’ stel ik de niet altijd goedgezinde Diede voor, ‘kan ik komen getuigen voor jou.’ Er komt snel een reactie: ‘Als ik zou een moord gepleegd hebben, zou jij niet meer kunnen getuigen hoor’. Alertheid bij 12-jarigen en wat zien ze hun meester graag. Maar verder maakt deze opmerking mij eigenlijk niet vrolijker of droeviger en speelt ze dus geen rol bij het opnemen van de geluksstand. Enkel ter verhoging van de anekdotiek dus.

Dan volgt een min of meer grote schoonmaak van de klas. Voor wie zich zuchtend afvraagt of wij nu echt nog anderhalve week gaan niksen, absoluut niet, we gaan zelfs nog werken. Maar het verhindert ons niet wat orde op zaken te stellen in papierwerk en kasten, en dat creëert eigenlijk ook veel rust in mijn hoofd. Gezien er nog een hectische week volgt, is dat dus ook zeer positief. Ik merk trouwens op dat het zonnebloemzaadje dat Mo me amper anderhalve week eerder liet planten in de klas, schijnbaar vanuit het niets al een echt plantje is. Dat is op zich al even doodnormaal als wonderbaarlijk, weer is er zo’n aangename scheut van blijdschap dat mijn leerlingen zo vaak met de juiste dingen bezig zijn. Jaja, schoolmeesterachtige praat enzo maar u hebt dan ook geen prachtjob als de mijne.

Een vrijdagse schooldag wordt traditioneel afgesloten met een afterschooldrink. Zelfs al doen we dat haast iedere week, het zijn vaak momenten om te koesteren. Perfect dus voor de gelukkigste dag van het jaar, alleen moet ik deze week eens overslaan. De ouders van mijn klas hebben een picknick georganiseerd en dat voelt toch een beetje als werken aan. Maar wat blijkt dat, zoals trouwens altijd, weer formidabel mee te vallen. Er is zon en wijn, gezellig gekeuvel en ik word ook nog eens in de bloemetjes gezet met een geschenkje van de ouders. Tja, dit is toch een prima dagje alweer.

En hij is nog niet afgelopen. Na de picknick haast ik me naar een etentje met een tiental Freinetmensen. Leerkrachten dus ook, maar vooral ook mensen die ik eigenlijk allemaal nog niet echt goed ken want we zien elkaar vooral op vergaderingen. Dat er over het onderwijs gepraat wordt, vinden we niet erg. Maar er wordt ook veel gelachen en ik durf het zelfs aan vegetarisch te eten! Dat het bruine goedje dat tussen mijn groenten zit, achteraf peperkoek blijkt te zijn en ik die combinatie niet eens onsmakelijk vond, vind ik een kleine stap voorwaarts voor een moeilijke eter als ik.

Deze avond, die behoorlijk lang duurt, bevalt me ook omdat ik twee vaststellingen doe tussen het kletsen door: dit zijn allemaal erg fijne mensen en ik blijf mezelf toch applaus geven om steeds verdraagzamer en positiever te worden tegenover anderen en vooral mensen die ik niet ken en dan zeker mensen die ik ooit onuitstaanbaar vond. Daarnaast moet ik in alle onbescheidenheid ook vaststellen dat ik sociaal sterk sta. Ik luister geïnteresseerd en praat verstandig mee, ik discussieer en overtuig. Bijna een echte grote mens! Deze vaststelling klinkt misschien wat vreemd of onbevattelijk, maar ik houd me voor dat mensen het eigenlijk af en toe nodig hebben buiten hun kring van intimi te stappen en met behulp van neutrale buitenstaanders eens te peilen naar welke indruk je maakt. Niet dat ik mijn tafelgenoten na afloop een enqûete voorschotel, maar in se zijn we volgens mij allemaal onzeker of angstig en je moet het soms gewoon aandurven jezelf even te scannen wat het functioneren in minder vertrouwde situaties. Achteraf voel je je verrijkt  en heb je eigenlijk ook wat kleine grenzen verlegd – tot zover de slotzin van mijn zelfhulpboek. Nee, maar zonder te willen overschatten hoor, maar is het niet normaal dat de avond doorbrengen met minder vertrouwde mensen, met een zekere onbehaaglijkheid gepaard gaat?

Dan is het middernacht en 19 juni is voorbij. De balans is zeer positief en het vooruitzicht van een goedgevulde en alweer zeer sociale zaterdag, gooit nog meer gewicht in de schaal. Toch ik Dr. Arnall’s theorie niet meteen als dogma aannemen. Dit was nu ook weer niet zo een heel andere dag dan de meeste. Wat drukker en met enkele mooie momenten die niet iedere dag voorkomen, maar in zijn geheel genomen toch een dag die even vlot en aangenaam verloopt als de meeste andere dagen. Laat dus ook die 20e juni maar komen, en al die andere, ik raas er door met een brede grijns.





Post van de leerlingen

12 06 2009

post





20 dagen niet geblogd

30 05 2009

De voorbije weken stond mijn hoofd niet zo naar het bloggen. Ook niet naar het lezen ervan (ik bezoek mijn favoriete blogs één dezer beslist nog een keer). Ik had het druk en ook weer niet. Een samenvatting van mijn bezigheden de voorbije 20 dagen:

*een K.U.T-quiz georganiseerd. Samen met de rest van de redactie van het onvolprezen on line filmmagazine Kutsite.com hebben we maandenlang gebrainstormd en gezocht naar geschikte vragen en fragmenten. Om nog maar te zwijgen over de jacht op sponsors. De week voor de uiteindelijke quiz plaats zou vinden, was behoorlijk slopend. Lang niet zo’n stress gehad zelfs. Maar de voldoening was wel immens, want het evenement verliep vlekkeloos en de samenwerking was schitterend.

*Naar de film geweest. Angels & Demons was vermakelijke onzin, Star Trek grandioos en mateloos entertainend (en ik had nog nooit zelfs maar een aflevering ervan gezien, maar deze film is top!), Synecdoche New York evolueerde van chaotisch irritant tot meesterlijk fascinerend.

*Gelezen. Ook de Wij van Elvis Peeters werd verslonden, maar een verslagje zit er niet in, want hoewel meeslepend, verontrustend en knap geschreven, was dit ook afstandelijk en betekenisloos. Dat was wellicht ten dele de bedoeling, maar ik werd er niet warm of koud van. Vooral het feit dat de personages schimmen waren, enkel gedefinieerd door inwisselbare namen, zorgde dat het boek nooit echt beklijfde. Het aangeprezen De Literaire Kring van Marjolein Februari wist me zelfs helemaal niet te bekoren. Zzzzz.

*Gewerkt. Hoewel er wel wat vakantiedagen in de afgelopen periode zaten, zijn de laatste maanden van het schooljaar als vanouds hectisch. Toetsen, herhalingen, rappporten, projecten, overleg, teamvergadering, deelteamvergadering, bijeenkomsten, nieuwsbrieven, klaskrant, bestellingen, reserveringen, agenda’s, … Geen probleem, het blijft allemaal boeiend. En op de sportdag niét in het water gevallen deze keer, maar toch doornat want er was regen. Veel.

*Nostalgisch geworden. Negen van mijn leerlingen, die ik na twee jaar toch zo goed ken, zullen in september op de middelbare school zitten en dat sluimert al een beetje door mijn hoofd. Normaal uiteraard, en we zijn er eigenlijk ook allemaal aan toe dat ze vertrekken, maar het zijn geen afgedankte meubels die je naar het kringloopcentrum brengt natuurlijk. En dan zijn er de collega’s. De vrijdagse après-schools blijven kleine hoogtepuntjes van samenhorigheid en gezelligheid, de barbecue een …tja,… liefdevol gebeuren zonder dat het klef wordt of we ons in de illusie wentelen dat het voor altijd zo zal zijn. Want collega’s gaan op pensioen of kondigen met een klein stemmetje of een traantje in de ooghoek aan dat ze ondanks de harmonie volgend jaar toch andere horizonten gaan verkennen. Ik werk precies deze week drie jaar op die bijzondere school en intussen ben ik er aan gewend dat het onderwijs tegen alle clichés in een wereld blijft die continu in beweging is, maar al die fijne mensen die vertrekken, het laat je niet koud.

*Renzo vergezeld in het 30 worden, Lode gesteund in de aanzet van een muzikale carrière, Michèle nog eens op de agenda gezet voor een filmpje, Steven verrast door 3 van de 4 stoelen te herkennen in wat hij als een moeilijke quizvraag bestempelde, net als Marianne Briek Schotte als Permeke bestempeld. Wat niet klopte.

*En verder: een communievierings-boekje geïllustreerd, Valerie gelukgewenst met haar zwangerschap, de klaskasboekhouding gedaan, de Haaltertse bibliotheek geëerd als vrijwel de enige plek in dat dorp waar ik nog graag kom, me ingeschreven voor het Freinetcongres in Straatsburg, de stemtest gedaan en vastgesteld hoe ik die kon manipuleren tot ik het resultaat had dat me het meest beviel,

*Nog dringend te doen: Stafke en Berend nog eens bezoeken, Henk en Annelies feliciteren, een nieuwe gsm kopen,  mijn belastingsbrief invullen, mijn (uitgeleende) dvd’s nog eens inventariseren, foto’s laten afdrukken en… wat meer bloggen.








%d bloggers liken dit: