Zoek het zelf maar uit bij Fnac

12 12 2012

Alle verslavingen kosten geld, maar ik kan me gelukkig beheersen. Ik koop echt niet iedere televisieserie die ik eigenlijk wil zien. Ik twijfel echter nooit wanneer ik een nieuwe box van The Simpsons zie liggen. Vandaag trof ik bij Fnac de 15e reeks aan.

Nu heeft men elk seizoen van deze serie steeds in twee verschillende uitgaves op de markt gebracht. Een gewone box en daarnaast eentje waarbij de voorkant gevormd is als één van de personages. Leuk, maar zoiets krijg je moeilijk in je dvd-kast natuurlijk. Ik heb dan ook altijd voor de reguliere uitgave gekozen, want wat vang je uiteindelijk aan met zo’n plastic ding?

Maar vandaag stelde ik verbaasd vast dat mijn voorkeursuitgave meer dan zes euro duurder was. Ik zag niet in wat daarvan de bedoeling was. Je krijgt dus zo’n plastic figuur er bij en toch betaal je minder. Als er al een prijsverschil moet zijn, waarom kost de ‘limited edition collector’s box‘ dan niet net méér? Ik besloot het de dame aan de infobalie te vragen, al geef ik meteen toe dat ik haar vooral heel Svensgewijs wou wijzen op een onlogische situatie.

‘Ja, dat is de verpakking hé’, klonk het niet ter zake doende antwoord. Dat eigenlijk zelfs geen antwoord was, want ik zag ook wel dat dat de verpakking was. Ik stelde nog dat onder die plastic toch net dezelfde box zat, maar kreeg al geen reactie meer. Eigenlijk wou ik hen op een inconsequentie wijzen. Zoals je dat zou doen als de ijscoman een ijsje mét slagroom goedkoper maakt dan eentje zonder (terwijl dat dan net is wat je wou). Of zoals  een printer waar een cartridge bijzit toch niet goedkoper kan zijn dan dezelfde printer waar er geen bij zit. De dame was echter verre van geïnteresseerd, terwijl ze – aangezien ze toch ook niet voor eigen rekening werkt – eventueel vriendelijk had kunnen opmerken dat dat inderdaad wel erg bizar was. Haar stugge reactie leek zelfs ergernis te suggereren, alsof ik een klant was die een clevere verkooptruc had blootgelegd.

  DSC_0137 DSC_0138

Ik kocht de goedkope versie. Niet zozeer om zes en een halve euro te besparen, wel omdat ik Fnac dat luttele bedrag niet gunde (ze hadden me zes jaar geleden al eens gefopt). En vooral omdat je die plastic figuur thuis dus doodeenvoudig kan losmaken van de box en je dus gewoon die duurdere box hebt én een overbodige Otto voor mínder geld.

Ja, er zijn véél ernstigere zaken, ik ga er verder niet wakker van liggen en dat men bij Fnac doet wat men wil en ieder moet maar zelf bewust consumeren en prijzen vergelijken. Maar anderzijds… Is dit toch niet een beetje consumentenbedrog?





Beu Ten Adem

4 11 2012

“Ze dropt het zout in de wonde van mijn dorst”

Mogelijk vindt u dit een fascinerende zin, een stukje wonderbaarlijk creatief taalgebruik, een snede pure poëzie. Dat mag. Ik vind er niets aan. Ik ben dan wel een woordliefhebber, maar ook een poëziebarbaar. Dit soort zinnen doet me niets. Ik vind het hermetisch, gezocht, betekenisloos gezwam. Maar men mag me gerust tegenspreken.

Het was ook niet precies wat de DOKvrienden voor ogen hadden, toen ze zich op zomaar een zondagnamiddag rond de DOK-stoof schaarden om er met taart en koffie de verjaardag van Els en Karlien te vieren. Na zo’n uurtje dienden we het gekeuvel te onderbreken. Ten Adem zou een optreden brengen. Muziek, performance, poëzie. Het verstoorde ons gezellig onderelkaartje, maar daar zouden we geen punt van maken. We bevonden ons in de DOKkantine en daar wordt zo nu en dan wel meer geserveerd dan enkel taart en koffie. Ongevraagd wat cultuur opsnuiven dus, we zouden dat wel een uurtje uitzitten.

De woordkunstenaar van de betreffende groep leek echter niet meteen bereid ons evenveel krediet te geven. Zijn lichaamstaal sprak al na een nummer of twee boekdelen: dat feestje, daar rechts naast het podium, stond de serene en vooral stille sfeer die hij betrachtte in de weg. Ik bekeek het toevallig even van een afstandje. Er werd in het gezelschap nu en dan wat gefluisterd en stiekem gegniffeld om de nogal hoogdravende prutpraat, maar dat leek me tot het te verwachten geroezemoes te beperken in dit soort situaties. Bij een optreden in een kantine kan je geen schouwburgsfeer verwachten. Je aanvaardt maar beter dat sommige toeschouwers slechts toevallig aanwezig zijn. Daar ga je dan maar professioneel mee om, tot je ooit eens in het soort zaal of theater terechtkomt waar je momenteel al denkt recht op te hebben.

Maar woordvoerder Bardthesque leek vastbesloten zijn plek in het universum én meer op te eisen. Hij liet tussen de nummers door wat schampere kritiek sluimeren op de cultuurbarbaren die dachten hun feestje te kunnen voortzetten. Op een bepaald moment werd de microfoon nadrukkelijk verplaatst en kreeg het feestgezelschap – dat zich nog altijd opmerkelijk rustig hield – enkel nog de rug te zien van de brabbelaar. Met een weinig subtiel handgebaar en een duidelijk minachtende boodschap was voor hem de kous af. Hij zou zijn grote woorden enkel nog richten tot de rest van het publiek, een man of tien waaronder wellicht een tante of twee, een zus en de technicus.

Ik was – ondanks mijn verstoorde zondagsrust – vastbesloten dit beleefd en verdraagzaam uit te zitten. Ik hou van taal, wie weet viel er toch hier en daar een rake gedachte op in dit met bravoure gebrachte gekakel over keuken en krachtvoer. Maar zelfs mijn meest bereidwillige hersencel slaagde er niet in bij de les te blijven. De door Bruno Vandenberghe en Topo Copy ontworpen wandkunst achter het podium bleek honderd keer interessanter. Ik had dus nog meer moeite met de sterallures van de artiest.

Neutraal bekeken kan je zeggen dat er een ongelukkige samenval van activiteiten plaatsvond. Ik zou daarbij bereid zijn voor beide partijen begrip te tonen, maar de arrogantie en onverdraagzaamheid waarmee dit door de Ten Ademfrontman aangepakt werd, was, zoals u merkt,  bloggenswaardig en bepalend.

Ten Adem noemt zichzelf obscuur. Ik ben geneigd hen vanaf vandaag nog wat anders te noemen, maar ik hou dat maar voor mezelf. Of ik verwerk het in stukje poëzie…





Daar wou ik niet van

25 10 2012

Op mijn computer trof ik onlangs een lezersbrief aan die ik naar Humo stuurde, in mei 2001, toen ik nog tomeloos bralde. De brief werd ook gepubliceerd. Ik stel vast dat ik na al die jaren best nog achter de boodschap sta. Al zou ik nu trachten aanzienlijk minder uitroeptekens te gebruiken.

Dat de laatste jaren geen mens op televisie nog moeite doet om nog correct , of nog maar simpelweg Nederlands te spreken, is iets waar ik me allang aan erger.  Jan met de pet moet ondertiteld worden, en presentatoren verwarren spontaniteit met dialect spreken.  En het moet vooral allemaal heel simpel.  Geen zinnen van meer dan 12-13 woorden in het VTM-nieuws en liedjesteksten à la K3, op het taalniveau van een 2-jarige.  Mijn ergernis kende een nieuw hoogtepunt tijdens het bekijken van ‘De Zevende Dag’, op zondag 13 mei.  Wanneer VU-ondervoorzitter Geert Lambert antwoordt op een vraag met ‘Daar heb ik geen affiniteit mee’, roept hij ergernis op bij Sigfried Bracke.  Die corrigeert hem als volgt:  ‘De gewone mens zegt ‘Daar wil ik niet van!’, en Meneer Lambert herhaalt gedwee.  Ja, sinds Meneer Bracke de ‘Wablieft’-prijs voor helder taalgebruik ontving, voert hij nog heviger strijd met de ‘moeilijke woorden’ van vele politici.  Nochtans, Meneer Bracke, vraag ik me af wat er mis was met het antwoord van Meneer Lambert.  Ik ben vrij zeker dat  vele ‘gewone mensen’, en zeker de Zevende Dag-fans hem  begrepen hebben!  En wie niet begrijpt wat ‘affiniteit’ betekent, moet maar wat meer moeite  doen! Televisie mag nog leerzaam zijn, hoor!  Ik acht mezelf absoluut geen intellectueel of zo, en maak zeker ook deel uit ‘van het gewone volk’, maar ik heb totaal geen moeite met dit soort woorden.  Integendeel!  Ik meen dat je alleen maar je eigen woordenschat kunt uitbreiden door af en toe eens een woord op te vangen dat niet tot ons dagelijks taaltje behoort.  Ik begrijp dan ook niet waarom u het allemaal zo graag simpel houdt!  Hoe beperkter het woordaanbod in de media, hoe simpeler het publiek wordt!  Ik ben nu 23 jaar en mijn taalpassie werd juist gestimuleerd door vaak geconfronteerd te worden met wat ‘moeilijkere woorden’.  Leest u bv. het HUMO-interview met Fred Brouwes en Geert Van Istendael bv. maar eens (HUMO nr3166)!  De welbespraaktheid van die twee heren is uitermate genietbaar!  Van uw kleutertaal krijg ik de kriebels!  Televisie is al oppervlakkig genoeg de laatste jaren!  Verlaag uzelf toch niet tot een niveau dat een goed journalist als u onwaardig is!  En mag ik trouwens opmerken dat ‘Daar wil ik niet van’ ook niet echt helder taalgebruik te noemen valt?

 Sven De Schutter

14-05-2001





En dergelijke meer

30 07 2012

Laat dit filmpje nu eens alle commentaar overbodig maken: de burgemeester van Haaltert doet zijn zegje in een praatprogramma op de regionale zender. Met behulp van enkele vrienden zet hij het dorp in de kijker.

Haaltert op TV Oost

(update: het betreffende filmpje staat intussen niet meer op de site… jammer)





Alles kan erger

3 06 2011

Zo nu en dan programmeert men bij Kinepolis een moeilijke film. Momenteel is dat  bv. Le gamin au vélo of The Tree of Life, – twee aanraders overigens – films waarbij de doorsnee Lorenzo na twee minuten zijn gsm bovenhaalt om te zien of ze hem niet ergens dringend nodig hebben. Men noemt dat daar ‘de andere film’.

Waarom dat zo per se in een vakje moet gestopt worden, weet ik niet, maar als het daarmee macho’s en nacho’s afstoot, mogen ze het van mij gerust ook ‘films met hersens’ noemen. Ik ben sowieso al blij dat men dit soort producties ook daar wil programmeren, want het genot van een groot scherm wordt ons door de kleinere, cinefiele cinema’s toch vaak onthouden.

Vorig jaar promootte Kinepolis deze films met een nogal dwaas spotje waarin Ozark Henry als een hedendaagse sjamaan zijn woorden tot de hemel richt in de hoop dat er een meesterwerk op zijn kop valt, of zoiets. Er werd terecht nogal lacherig gedaan over deze poging tot cultureel verantwoorde reclame. (in zwart wit gefilmd en al!) Maar wat heeft Ozark Henry met films te maken?  De films die hij noemt, zijn overigens al zo oud dat ik me afvraag of hij de laatste jaren wel nog een voet in de cinema gezet heeft.

Op een bepaald moment is mijn ergernis over dit spotje omgeslagen in effectieve afkeer. Ik zag het dan ook net iets te vaak. De laatste keren heb ik zelfs – echt waar – mijn oren dichtgestopt – om die aanstellerige toon niet meer te moeten horen. En weet u wel hoe diep uw vingers in de oren moeten om écht niets meer te horen? En hoe u daarbij ook enige brabbelgeluiden moet maken omdat die vingers niet volstaan? En hoe belachelijk dat wel niet overkomt in een gevulde bioscoopzaal? Zo erg was het dus.

Onlangs stelde ik tot mijn grote opluchting vast dat het afgelopen was met Ozark. Isolde Lasoen mocht een nieuw spotje opnemen.

En dat is … Nog. Veel. Erger.

Intussen heb ik dit drie keer gezien en ik zoek nu al naar mogelijkheden om er volgende keer niet aan blootgesteld te moeten worden. Het ligt niet helemaal aan Lasoen zelf – hoewel de pogingen tot ‘acteren’ met haar schouders en mond, lachwekkend zijn – maar wel aan de vreselijk irritante, gemaakt spontane/nonchalante manier waarop de ze kijker iets vertelt met het superieure besef dat we toch niemand kennen van de mensen die ze noemt.  On-uit-staan-baar. Ook  hier trouwens: wie komt er nu nog aanzetten met O, Brother, Where Art Thou?, een film van meer dan 10 jaar oud? Hoe kan die nu representief zijn voor de films in Cinemanie? En wat heeft Lasoen met films te maken?

Vragen waarop men bij Kinepolis zelf ook helemaal geen antwoord zal hebben. Maar de marteling van deze 30 pijnlijk slechte seconden nog – bij benadering – een dertigtal keer mee te maken vooraleer men Lasoen vervangt door pakweg Jacky Lafon, Showbizz Bart of Tanja Dexters, is géén prettig vooruitzicht. Wat kan het leven voor filmfans soms hard zijn.





Melkmuil

19 03 2011

Ook een schertsfiguur heeft zo van die dagen dat het meezit. Pieter De Crem moet wel heel erg in zijn nopjes zijn momenteel. Eindelijk van belang! En nu maar hopen dat die harde beelden niet uitblijven, waar hij zo naar verlangt.

Maar de man wist afgelopen week ook op een andere manier de media te halen. Zijn talent – inhoudloos lullen – bereikte deze week immers een hoogtepunt, door een wel erg  vergezochte, en wellicht volkomen geïmproviseerde vergelijking: ‘Kijk, een koe kan je niet melken met de handen in de broek. Maar wel met de broek in de handen. Het is misschien geen zicht, maar dan heb je tenminste resultaat.‘ Onwaarschijnlijke kul, uiteraard,  – want hoe kan je een koe melken terwijl je ook een broek vasthoudt?  – maar ik feliciteer de minister met zijn creatief taalgebruik. Met dank aan Admiral Freebee overigens.

Het zal Crembo worst wezen natuurlijk. Hij beleeft zijn hoogdagen nu de Belgische inmenging in het Libisch conflict en de daarbij horende, verrassende consensus onder de politieke partijen, volledig zijn verdienste lijken. Wanneer zijn grootheidswaanzin en mediageilheid met hem aan de haal gaat, zie ik hem nog een no-fly zone instellen bij het eten van soep – haha! Als hij maar in de krant komt. Want kijk, je kan wel premier worden met je smoel in de krant, maar niet met een krant in je smoel. En beter met je kop op tv dan een tv op je kop. Al zal ook dat nooit een zicht zijn.

Laat ik met dit onbetekenend stukje niet meer betrachten dan mijn afkeer voor dit sujet te etaleren, maar vooral zijn formidabele uitspraak archiveren. Omdat net hij vindt dat we ons moeten bezinnen over de gevaren van het fenomeen ‘bloggen’. Hij kan voor mijn part nooit genoeg illustraties daarvan vinden.

(foto: hier gevonden).






Hemmerechts houdt niet van ruw

29 01 2011

Kristien Hemmerechts kwam deze week in Reyers Laat vertellen dat ze Gunter Lamoot exemplarisch vond voor de steeds flauwer en grover wordende Vlaamse stand-up comedy. Ze nam daarbij het risico een flauwe trut genoemd te worden, want heel wat mensen moeten wél lachten om grappen waarin de rosse van K3 een hoer wordt genoemd of een verveelde vent door zijn dochter betrapt wordt op zelfbevrediging. Dat dit soort humor aanslaat, vond ze eigenlijk nog het ergste.

Ikzelf vind stand-up comedians doorgaans oninteressant of irritant, of we het nu over Helsen, Hoste of Geubels hebben. Lamoot kan weliswaar erg grappig zijn en ik vind dat als hij als artiest reacties uitlokt, – positief zijn of negatief, hij geslaagd is in zijn taak. De grappen die de stelling van Hemmerechts moesten illustreren, vond ik noch goed noch slecht. Ik zou dan ook nooit naar zo’n zaalshow gaan kijken – afschuwelijk woord trouwens. Ik vind Hemmerechts anderzijds ook geen flauwe trut (in deze kwestie). Ik heb begrip voor haar bekommernis om de verruwing van de maatschappij, die misschien wel gegrond is. Ze had het bij uitbreiding ook over de vele homofobe en racistische uitlatingen van stand-up comedians.

Alleen zat ze er qua argumentering volkomen naast, vond ik. De link leggen tussen een grap van Lamoot en de zaak Dutroux is niet alleen vergezocht, de verruwing van de maatschappij wordt geenszins gevoed door al dan niet foute humor. Heeft Hemmerechts al eens naar Take Me Out gekeken, waarin wijven van het laagste allooi zonder enige poging tot mededogen of sympathie iedere man die zo simpel was zich hiervoor te willen inschrijven, de grond in boren? Herinnert ze zich Big Brother nog, waarin mensen elkaar moesten wegstemmen en de lezer smulde van alle conflicten? Merkt ze de massa’s lezersbrieven niet op van mensen die door het zoveelste machtige bedrijf aan het lijntje worden gehouden en daar alleen maar bozer door worden? De uitlatingen van Bisschop Léonard? De soms aanstootgevende Facebookhaatgroepen, het forum van Het Laatste Nieuws, zekere blogs waarin toffe madammen als pakweg Linde Merckpoel, Geena Lisa of Lieve Blancquaert worden afgekraakt? En – maar nu ga ik het wat ver zoeken – verneemt ze niets over de ingekrompen budgetten voor onderwijs, de plek waar de weerbaarheid tegen verruwing zou moeten gevoed worden, en dit dus met steeds minder middelen?

Is dat alles niet de mest voor de verruwing van onze maatschappij? De hoogvieringen van egoïsme en machtswellust zijn niet meer te tellen, frustraties stapelen zich op. Die humor, of pogingen daartoe, zijn toch grotendeels onschadelijk? Ik zou me veeleer zorgen maken om de populariteit van Geert Hoste of FC De Kampioenen. Daar zit immers niéts in. Het afstompen van de mensheid is gewoon een subtielere stap naar die botte samenleving.

Ik zou nog – LaatsteNieuwslezersgewijs – kunnen suggereren dat Kristien Hemmerechts strategisch haar pijlen richt op een populair onderwerp omdat dat haar meer in de kijker doet lopen dan het zoveelste geëmmer over het gebrek aan regering, om zo reclame te kunnen maken voor haar nieuwe boek. Maar dat zou flauw zijn. Er zijn toch geen nieuwe doelgroepen meer aan te boren door deze schrijfster.

Lieven Van Gils legde Hemmerechts en Lamoot ook nog een leuke sketch voor over de helpdesk in de Middeleeuwen. Die vond zij wel grappig – en dat is ze ook best wel – maar het is natuurlijk humor met een formule achter, zoals Lamoot min of meer verklaarde: verander de context van een alledaagse situatie en je krijgt een potentieel grappig resultaat. Ik heb dus gewoon de indruk dat Hemmerechts geen erg ontwikkeld gevoel voor humor heeft. Er bestaat zo ontzettend veel grovere en controversiëlere humor dan wat Lamoot brengt, maar daar heeft ze  blijkbaar nog nooit iets van gezien.

Wie de uitzending gemist heeft, kan die hier herbekijken (25/1). En overigens is de rosse van K3 geen hoer, wel een mojjer.





Friends Forever!

31 01 2010

Nu ik een vorig artikel voor mezelf en eventueel voor u één en ander duidelijk maakte in verband met mijn Facebookgebruik, wou ik me nu even bezighouden met het kritisch bekijken van wie dan wél mijn virtuele vrienden zijn. Defriending was de trend van 2009 maar ik heb het nog maar zelden iemand weten doen.

Ik ben zelf één keer gedefriend, voor zover ik dat gemerkt heb, en hoewel ik niet zo close was met die defriender, zag ik daar echt geen enkele aanleiding voor en was ik dus toch wat beledigd. Vooral omdat ik toch wel erg weloverwogen verzoeken stuur. Maar goed, ik pleit zelf  altijd voor minder hypocrisie, dus ik kan er mee leven.

Nu schiet ik zelf in actie. Ik meldde het al, 147 Facebookvrienden begin ik wat benauwend te vinden.  Dat blijft maar groeien, zelfs al zet er zo nu en dan iemand zijn account stop. Ik stel ook vast dat ik mijn weloverdachte criteria eigenlijk niet altijd correct gehanteerd heb. Anders gezegd: ik heb wel wat volk toegevoegd waarmee ik niet zo erg betrokken voel en dus… ga ik vandaag defrienden.

Een aantal mensen op mijn vriendenlijst zou ik in het dagelijks leven immers nauwelijks herkennen. Of ik zou me haast verstoppen om een gênant moment van niet-weten-wat-zeggen te vermijden. Er zijn mensen die ik gewoonweg veel te oppervlakkig ken of met wie ik de laatste jaren eigenlijk geen contact meer heb. Met wie ik sowieso al weinig contact had. Die moeten er maar eens uit. Wat voor zin heeft het?

De ballast was kleiner dan ik dacht. 9 Mensen gedefriend. Dat ging snel en makkelijk. Ik denk dat ik onbewust al lang wist wie er niet meer bij hoefde. En hoewel dit allemaal weinig voorstelt, voel ik me weer een correcter mens.

En nu ga ik stoppen met deze extreme egoberichtgeving over echt wel zeer futiele zaken.





Jacht op de fietser

2 10 2009

Amper bekomen van het wat van de pot gerukte idee dat men overweegt ons brutoloon te verlagen, vernam ik vandaag dat nu ook de fietsvergoeding voor leerkrachten op de helling komt te staan. Ik fiets uiteraard niet naar het werk omdat me dat geld opbrengt – ik woon zo dicht bij school dat ik daar amper 13 euro voor terugkrijg – maar ik vind het wel een mooie stimulans. En hoewel ik ook zonder vergoeding met de fiets naar school zou blijven rijden, voel ik me lichtjes verontwaardigd dat men het weer zo ver gaat zoeken: waarom moet de leerkracht rechtstreeks benadeeld worden, de al niet zo fantastische betaalde ambtenaar wiens extra voordelen sowieso al in het niet vallen in vergelijking met die van velen uit de bedrijfswereld? Berg dat idee maar snel weer op, beste beslissingsnemers,fiets vooraleer ik nog meer schoolmeesterachtige protestpraat ga uitslaan.

Intussen lees ik ook dat de burger jaarlijks meer dan 34.000 euro betaalt om het jacht van onze vorst te laten bewaken. Misschien moet die ook maar eens wat meer fietsen dan jachten.

Maar goed, het onderwijs zoekt naar besparingen. Dat is een treurig bericht, want hoewel onze school niets te kort heeft, is het toch vaak puzzelen en rekenen. Ik roep de stad Gent echter maar meteen op om eindelijk eens wat te doen aan de gigantische energieverspillingen op de scholen. De verwarming zal binnenkort weer op volle toeren draaien en blijkbaar is het hier in stadsscholen zo dat je niet zelf kan bepalen hoe warm of koud je het precies wil in je school, laat staan in je klas. Dus zitten we te puffen en te zweten, staan we in T-shirt voor de klas en moeten we meer dan eens per dag de ramen open zetten. De verwarming uitschakelen, lost  niets op, want de vanuit een mysterieuze plek aangevoerde warmte blijft gelijk en verspreidt zich dan over een andere ruimte. De warmste plekken op onze school zijn dus de lokalen waar niemand is.

Boekhoudkundig valt één en ander wellicht niet te compenseren,  zo gaat dat bij de overheid. Ik durf er nochtans vanuit gaan dat de verwarming in alle scholen 2 tot 5 graden lager zetten, gigantisch veel meer zal opbrengen dan die lustige fietsers hun kruimels af te pakken.





Sterren in Gent

14 09 2009

Andy Garcia krijgt dus een Joseph Plateau Award op het komende filmfestival van Gent. Ook Kevin Costner zal in de bloemetjes gezet worden. Fijn. Goed voor het festival dat ze wat grote namen wisten te lokken.

Maar laat ons dit niét interpreteren als: ‘Hé, geweldig dat die grote sterren zomaar naar Gent willen komen om hun prijs op te halen’. Het is immers net zo dat men hier een prijs geeft aan elke ster die wíl komen, om zijn of haar komst toch een reden te geven. Ik vermoed dat de organisatoren gewoon ieder jaar half Hollywood uitnodigen in de hoop dat er dan toch eens één of twee ja zeggen – en waarom ook niet? Het lukt immers ieder jaar.

Soms moeten ze het dan ongewild wat ver drijven. Enkele jaren geleden werd de Amerikaanse acteur Blair Underwood met een filmprijs beloond. Die speelde toen naast Julia Roberts in de rotslechte film Full Frontal. En laat ons nu met zijn allen verder echt nog nooit van deze kerel gehoord hebben. In het land der blinden… Dat jaar kon blijkbaar geen grotere naam gelokt worden en dan krijg je dat soort geforceerde fêteringen.

Maar goed, ze doen maar. Als sterveling verandert de komst van die sterren eigenlijk niets aan de beleving van het filmfestival. Laat dus maar vooral gewoon goede films op het programma staan. Ik tel al af.





Drie dingen die ik niet vind

16 06 2009

Dat het stopzetten van FC De Kampioenen te weinig aandacht kreeg in de Vlaamse tv-journaals.

Dat het aannemelijk is dat een verkeerd getatoëerde Kimberley zich niet meer op straat durft te vertonen en haar mismeesterde smoelwerk dan maar in alle kranten en op televisie vertoont. Ze haalde zelfs de wereldpers.

Dat Maaike Neuville erg intelligent overkomt als ze stomverbaasd reageert op de mededeling dat je een Facebook-account kan stopzetten (Villa Vanthilt, ma 15/6).

(voor al die honderden bezoekers die de laatste dagen overigens weer op zoek zijn naar de naaktheid van deze actrice, hier nog maar eens de link naar het filmpje).





Kampioenen gaan voor kwaliteit

3 04 2009

En ik had er nog wel zo naar uitgekeken!

Hier alle tekst en uitleg. Géén leedvermaak hoor!





Teamweekend

30 03 2009

Zondagochtend:

V: Eén croissant en één ontbijtkoek per persoon!
Sven: Jamaar, ik heb eigenlijk liever twee croissants en geen ontbijtkoek.
V: Neenee, het aantal is precies afgemeten.
H: Niet moeilijk doen hé Sven.
Sven: Enfin, niet iedereen zal er twee eten hoor. Je zal er toch over hebben. Er zijn zelfs mensen die er geen eten. T. met zijn speciaal ontgiftingsdieet bijvoorbeeld.
V: Nee, afblijven. Er zijn nog mensen die slapen en die moeten straks ook ontbijt hebben!
Sven: Jamaar, wie tot 11 uur in zijn nest blijft, moet zich maar tevreden stellen met een beperktere keuze.
H: Dat is nu altijd hetzelfde met u, zo uw zin willen doordrijven.
Sven (grijnst): Ja, en weet je wat? Dat lukt bijna altijd.
V: Is het nu zo moeilijk u aan deze regel te houden?
Sven: Dat is een reflex: ik ga automatisch in tegen de dingen die opgelegd worden, denk ik. Ik argumenteer en ik wil mijn zin krijgen omdat ik er van overtuigd ben dat ik daarmee de regelneverij tegenga.
H (zucht): Hoe is dat toch mogelijk???
V (ferm): Eén croissant per persoon en stopt nu met zagen!
S: Jamaar er zal dan wel iemand twee koeken eten hoor, ik wil niemand zijn eten afnemen. Kijk, die ene croissant heeft me geweldig gesmaakt en ik kan het daar gerust bij laten. Maar jullie zetten me net aan om door te gaan. Niet alles moet zo strikt geregeld worden toch?
H & V: Zwijgt!!!!

Een andere collega komt nietsvermoedend aangeslenterd: ”Ha Sven, moete gij mijne croissant hebben? Ik zal dan wel twee koeken eten’.

Collectief gezucht en binnensmonds gefoeter rondom mij. Ik grijns eens te meer en bijt gretig in mijn croissant.

********************************************************************************

Maandagmiddag, uitpakken van het keukenmateriaal:

– ‘Wat zit er in diene zak hier?’
– ‘Ah, nog nen hoop croissants en koffiekoeken die over waren.’





Televisionele waarneming n°549

5 03 2009

– ‘De inirichting laat ik volledig aan Wendy over, die heeft daar vernieuwende ideeën over’

– ‘En Wendy, hoe denk je het restaurant vernieuwend in te richten?

– ‘Door de oude sfeer van het gebouw te bewaren en met een oude archiefkast enzo.’

Welk woord uit het woord ‘vernieuwend’ hebt u niet begrepen, beste Wendy?





Nieuwswaarde Nul (2)

29 12 2008

De verjaardag van de oudste mens van België in beeld brengen voor het journaal biedt geen enkele journalist een uitdaging. Er valt, zo blijkt ook vandaag weer, immers volstrekts niets over te vertellen. Altijd dezelfde beelden van een burgemeester en een dochter die de jarige op kindertoon aanspreekt. Altijd zijn ze ‘nog zeer actief’, zelfs al hangen ze half dement en comateus in hun rolstoel  en steevast  ‘zijn ze nog goed op de hoogte van alles’, al zijn ze intussen potdoof en slapen ze 23 uur per dag.  En gegarandeerd genieten ze nog elke dag van hun glas tafelbier, hun jeneverke, hun bak bier, hun vat trappist of zeven pakjes sigaretten.

Valse noot in de berichtgeving vandaag: de op bestraffende toon geuitte klacht dat geen van haar kleinkinderen of achterkleinkinderen nog op bezoek kwam! Tja, die zijn intussen zelf ook al niet goed meer ter been, ge moet dat verstaan. Ik negeer ook even de in mijn onderbewustzijn sluimerende nachtmerrie dat mijn grootmoeder 110 wordt zodat ik nog tot 55e iedere zondag moet langs gaan. Dat zouden nog zo’n 1300 bezoekjes zijn.

Enfin, zou er ook nog écht nieuws zijn? Dat ook niet over een volkomen uit zijn context en door de media aangedikte uitspraak van Niels Albert gaat? Journalistiek verlaagd tot ordinair gestook, vond ik dat. Film desnoods nog een bevroren voetbalplein als er geen echt sportnieuws is, maar val ons toch niet lastig met dit soort beuzelarijen.

Jaja, prettige feestdagen en al wat je wil, ik ben eventjes The Grinch. ’t Is dat of mijn blog nog een week verwaarlozen.





Pasta of pastaniet?

24 11 2008

elsscheppersStel, je doet op televisie mee aan een uitvinderswedstrijd met je zelfbedachte speculoospasta. Je uitvinding wordt flink geprezen, maar de grandioze sliplift gaat met de hoofdprijs lopen. Toch wordt ook je pasta een succes. Vervolgens mag je in diverse media over je uitvinding vertellen en genieten van de roem en rijkdom die de net-niet-overwinning met zich meebracht.

En stel dat een jaar later de zender van plan is opnieuw een reeks van het tv-programma te maken en men vraagt jou als bekendste deelnemer van de eerste reeks om op te draven in de bijhorende promotiespot. Men stelt je daarbij voor je te verkleden in MegaEls en vervolgens ziet heel Vlaanderen je in een rijkelijk van glitters voorziene pakje over het scherm vliegen om bij een doorsnee gezin de pastanood te gaan oplossen. Je staat erbij als iemand in een verkeerd decor en kan je waardigheid net niet redden door ook nog eens slecht te acteren – je bént dan ook geen actrice.

Daar zeg je toch ja op?

(promotiespot De Bedenkers, iedere dag meerdere keren op één)





De losse babbel van Verheyen

11 09 2008

Jan Verheyen is zichtbaar in zijn nopjes nu hij overal te lande zijn nieuwe film mag gaan promoten. Dat doet-ie graag, kletsen. Los, de verfilming van een roman van Tom Naegels, wordt dan ook met trots aangekondigd als iets aparts, iets origineel. Laat mij de eerste zijn om u te verkondigen dat dit geenszins een film is die u moet gezien hebben.

Ik kan het niet helpen, maar als Jan Verheyen een film maakt ga ik er doorgaans van uit dat het resultaat het omgekeerde is van wat hij zelf trots denkt bereikt te hebben. Nee, geen vooroordelen, maar ervaring. Ik herinner me de persvoorstelling van Alias, waarvan hij beloofde dat het een spannende psychologische thriller zou worden in de stijl van enkele bekende Scandinavische thrillers. Sober en beklemmend. Het werd echter zijn slechtste film ooit, een lachwekkend stuk trash met abominabel acteerwerk en een scenario om te huilen. Ook voor Los geldt deze omgekeerde waarmaking van de beloftes. Ik zag namelijk helemaal geen originele film die essentiële vragen stelt over allerlei pertinente vragen, maar een nogal gewone, onderhoudende prent waarin de ernst leutig verpakt wordt zodat je vooral niets voélt. Los heeft weinig ziel en gaat enkel voor wat effect. Hoewel de film geenszins verveelt, vraag je je vooral af wat je hier nu aan gehad hebt. Oppervlakkig, noem je zoiets.

Stany Crets, waarvan ik me misschien samen met u afvraag of zijn nieuwe programma Fans nu rotzooi is of een juweeltje, maakt zich ferm schuldig aan overacting, in een clichématige rol, maar verder wordt er wel behoorlijk geacteerd. Jaak Van Assche en Sana Mouziane zijn sterk. Toch slepen de personages je niet echt mee en de thema’s raken de kijker niet. Zijn film is wel vakmanschap (wat Alias bv. eigenlijk helemaal niet was), maar het is eigenlijk alleen de verpakking die telt, zelfs al gaat de film over euthanasie en de multiculturele samenmleving. Met zo’n thema’s dacht Verheyen misschien mooi te kunnen uitpakken daar op de zetel van De Laatste Show, maar dat vooruitzicht heeft zijn eigen inspiratie toch wat in de weg gestaan. In het land der blinden is eenoog koning, dus wordt maar flink de illussie gecreëerd dat het hier om een geweldige film gaat. Pas wanneer Verheyen eens een keer niéts zal te vertellen hebben over een film en het resultaat gewoon zelf het werk laat doen, zal ik hem ernstig nemen.

Ik ben benieuwd wat de Vlaamse pers daar over zal vertellen. Mijn collega hier vond de film alvast best te pruimen, ondanks mijn negatieve vibe tijdens de voorstelling. Het zij zo, ik bied hier dan maar wat tegengewicht en snak naar Loft en De Helaasheid der Dingen.





Lachen met Daisy

7 08 2008

De manier waarop die zaak rond een al dan niet frauderende Daisy Van Cauwenbergh in de media wordt gebracht – en waarbij Daisy zelf alle moeite doet die media te bespelen – is op zich eigenlijk al lachwekkend genoeg. Welke poging tot ironie kan daar nog tegenop? Iets over de ‘whipe that smile of your face’ die snel bewaarheid geworden is? (en als u overigens vindt dat Daisy er uit ziet als een natte krant, dat was ze ook. De krant bedoel ik). 

 Maar cartoonist Kim wist de werkelijkheid wél te overtreffen. Schitterend gevonden.





Beste zuurpruimen

14 06 2008

Soms kan bloggen best vermoeiend zijn. Als er weer eens een droogkloot of pezewever opduikt die zich zodaning ergert aan mijn schrijfsels, dat de zuurtegraad behoorlijk gaat stijgen. Zo werd op de website Medium4You onlangs een artikel van mijn overgenomen waar heel wat giftige reacties op verschenen. Ook op mijn eigen blog duiken regelmatig zure lezers wiens anonieme gebral mij weer eens doet zuchten om zoveel zinloosheid. Voorbeelden hier, hier en hier.

Welke conclusies vallen er te trekken?

* Sommige lezers kennen de context niet. Ze weten niet dat deze blog in eerste instantie opgezet is om de dagelijke verzuchtingen en ergernissen even lekker van me af te schrijven. Onwetendheid valt niet helemaal te vergeven, maar ik gun ze wat krediet omdat het artikel op een andere site verscheen waar de context ontbreekt.

* Ik schrijf in een pedant-beledigende stijl die ik in het dagelijks leven hoogst zelden hanteer. Dat schiet veel lezers in het verkeerde keelgat. Je moet en zal brave, beleefde en fatsoenlijke dingen schrijven, je mag over niemand oordelen ‘voor je zes maand in zijn schoenen hebt gestaan’ en je moet vooral rationeel en niet emotioneel schrijven. Jammer, maar zo werkt de realiteit niet altijd. Mensen hébben een indruk of een oordeel van elkaar en gelukkig gaat die meestal gepaard met een grote bereidheid die bij te stellen – ook bij mezelf. Maar ik blog om te schrijven, om lekker loos te gaan met woorden en gedachten en niet niet om een moreel voorbeeld te stellen, noch als oefening in ratio. Dat zou natuurlijk een werkpunt kunnen zijn.

* En dat is als leerkracht blijkbaar geheel not done, vind één van de zure reageerders. Een leerkracht die oordeelt over kinderen (wat niet klopt overigens), ouders en andere leerkrachten?! Wel helaas, een leerkracht is geen robot natuurlijk, maar een mens wiens persoonlijkheid net als bij ieder ander niet los staat van zijn beroep. Hoe ridicuul eigenlijk te stellen dat een leerkracht zich niet mag uitspreken over de domheid en lelijkheid van onze maatschappij. Wie gaat het wel doen? Er zullen er vast wel een massa onderwijzers zijn die zich schuw afzijdig houden, maar ik heb het geluk in een school te werken waar niet verwacht wordt dat je in het gareel loopt of je zachtjes aan gehersenspoeld wordt tot je in de waan bent dat de traditionele waarden en morele opvattingen van de school waar je werkt, overeenkomen met die van jezelf. De leerkracht staat al lang niet meer op een piëdestal, zet hem er alstublieft niet weer op. Bovendien baseren deze lezers zich dus enkel op mijn grove taalgebruik en lage gescheld. Terwijl een leerkracht die deelneemt aan Rad van Fortuin of een leerkracht die in de klas een portret van het koningspaar ophangt – hoe divers deze voorbeelden ook mogen zijn – óók een deel van zijn eigenheid blootlegt en het al even discussieerbaar is of dat goede voorbeelden zijn. Die reageerders lijken er overigens van uit te gaan dat ik mijn eigen schrijfsels als leesvoer serveer aan mijn leerlingen of hen betrek bij mijn fantastische plannetjes om de samenleving in de zeik te zetten, in plaats van iedere dag een baken van moraliteit te staan wezen achter mijn lessenaartje.

* De essentie is natuurlijk dat al deze lezers ook psychologen zijn, die uit wat gevit kunnen opmaken dat ik triest (nee, intriest zelfs) gekweld ga onder allerlei frustraties. Goed, ze kennen mij natuurlijk niet echt, dus weten ze niet dat ik in het dagelijks leven slechts in zeer beperkte mate kankeraar ben, en verder wel een goedgemutste, vrolijke, enthousiaste en constructieve zeurpiet. Maar het wordt zo’n cliché, ‘gefrustreerd’. Omdat je je ergert aan dwaze chauffeurs, slechte tv-presentators en taalfouten, moet je wel met een heleboel onvervulde verlangens zitten. Ik leg de link niet helemaal, eerlijk gezegd. Het wordt ook zielig bevonden je aan zulke dingen te ergeren, en men vraagt zich zelfs af of ik niets essentiëler heb om me zorgen over te maken? Ja, maar dat levert minder leuk leesvoer op, zet niemand op zijn paard en interesseert bovendien wellicht geen kat. Verantwoord Tijdverlies is en blijft de naam én de essentie van deze blog, die ik voor alle duidelijkheid uit ontspanning volschrijf. Frappant ook dat de mensen die vinden dat ik mijn tijd beter ergens anders aan zou besteden, zelf wel hun best doen om uitgebreid op het artikel te reageren. Anderen bijten me dan weer vol afschuw toe dat ik mijn gezaag voor mezelf moet houden. Maar deze blog is toch van mezelf? U komt hierheen om het te lezen!

* Het wijst meteen ook op een flagrant gebrek aan relativering van deze lezers. Ik ga mezelf natuurlijk niet tegenspreken, trouwe lezers weten dat ik niet van al te relativerende reacties hou, men mag in zijn reactie zeker de discussie aangaan, hevig of niet. Maar dan niet anoniem en mét argumenten, vind ik. En niet te vergeten, een scheutje humor. Ik begrijp niet zo goed – maar toch is het zo – dat mensen mijn stukjes van de eerste tot de laatste letter ernstig nemen! Sommigen reageren zelfs op mijn overdrijvingen alsof ik ze serieus bedoeld heb. Dat brengt ons weer bij het eerste punt van dit lijstje, die context, maar sowieso kan je als niet-betrokken partij (in dit geval weet ik natuurlijk niet of die reageerders niet allemaal ouders of leerkrachten zijn van de betrokken school) toch niet zo naast de inhoud kijken om maar meteen de auteur zijn schijnbare arrogantie en zieligheid uit te vergroten?

*Want dat is dus mijn grootste probleem met deze reageerders: ze missen het punt. Ze zeilen om de essentie van mijn betoog heen – in dit geval de verkeersonveiligheid rondom Sint-X- om me maar meteen af te kraken. Eén reageerder zegt zelfs haast letterlijk wat in een tweede artikel rond deze school ook al te lezen stond: ik moet maar langs een andere weg fietsen als ik niet iedere ochtend last wil hebben van het egoïsme en de kortzuchtigheid van sommige weggebruikers. Een dommer antwoord kan je je niet inbeelden. Er is ook de immer weerkerende oprisping dat ik zelf ook niets doe aan die ergernis, dat ik eerst maar eens naar mezelf moet kijken, dat er (in dit geval) toch ook ouders van mijn school met de auto naar school komen (ja, maar ik heb dan ook niets tegen de auto en bovendien gedragen deze mensen zich correct aan de schoolpoort want onze school doet uitgebreid aan preventie en communiceert daarover). Zo wordt er niets bijgedragen aan het debat natuurlijk. Het punt is immers net dat ik aan de meeste van die situaties niets anders kan doen dan ze aan te klagen op de manier die mij het best ligt, al schrijvend. Ik schrijf ook brieven naar kranten, tijdschriften, gemeentebesturen en bedrijven hoor, als dat al zou helpen.

* Want dat is uiteindelijk wél een frustratie: dat zoveel mensen zich neerleggen bij dingen die verkeerd lopen. Niet alleen bij spelfouten en verkeersagressie, maar ook bij onbetrouwbare vaklui die de klanten in de kou laten zitten, de banken en bedrijven die met de voeten van de consument spelen, de NMBS wiens dienstverlening maar niet verbetert, maar wiens prijzen ieder jaar stijgen, de ophemeling van nitwits en onbenullen in de meest debiele, hersenloze tv-programma’s, de sensatiezucht en manipulatie van de media, de onverschilligheid tegenover de haat, onverdraagzaamheid en het lijden overal ter wereld, het kapotmaken van onze Aardbol, … Of het nu om levensbelangrijke of triviale zaken gaat, iedereen kijkt gewoon de andere kant op.

* Op één argument wil ik wel nog even dieper ingaan. Een reageerder stoort zich aan het feit dat ik catecheselessen belachelijk maakt en hemelt daarbij allerlei – vaak volkomen in onbruik geraakte – katholieke gebruiken op. Ik denk dat er een groot verschil is tussen een religie (het katholicisme dus) en catecheselessen, hoewel ik ze allebei niets vind. Toen dat nog tot mijn takenpakket behoorde, gaf ik wel graag catecheseles, omdat er momenten van bezinning en diepgang inzitten en sociale waarden als verdraagzaamheid en solidariteit aan bod komen. Maar die zitten evenzeer in een zedenleerles of komen – toch in het Freinetonderwijs – ook aan bod in de dagelijkse klaspraktijk. Ik kijk echter wel neer op de blindheid en hypocrisie waarmee die catecheselessen vaak gegeven worden. Een schoolmastel is in dat geval zo iemand die zonder enige kritische instelling (want dat is in de meeste katholieke scholen not done) aan de kinderen vertelt dat Jezus over het water liep en je moet biechten omdat je anders naar de hel gaat. Zelf leven slechts een klein deel van de mensen die voor hun kinderen een katholieke school kozen én de mensen die er lesgeven, naar de normen waar de school voor staat. Velen volgens slaafs die tradities (doopsel, trouwen voor de kerk, communie) omdat het zo hoort, omdat anderen het ook doen, omdat ze niet durven twijfelen aan de zinvolheid ervan. Wat dus niet wil zeggen dat ik mensen die er oprecht voor kiezen, wil veroordelen. Maar ik heb wel zélf mogen ervaren en hoor nog dagelijks de verhalen (kijk, weer een frustratie!) hoe despotisch, demagogisch en manipulerend het er in heel wat katholieke scholen aan toegaat. Ik gebruikte de verwijzing naar de catecheseles dus eerder als een metafoor: wie graag catechese geeft, bouwt mee aan die oogklepperij. Waardoor je dus niet ziet dat voor je eigen school iedere dag onverdraagzaamheid wordt gecreëerd.

* Overigens goed mogelijk dat ik ooit zelf in Sint-X heb gesolliciteerd, zoals één van de zuurpruimen opwerpt. Zoals ik wellicht in alle Gentse scholen heb gedaan, jong en werkzoekend als je als afgestudeerde leerkracht bent. Het lijkt me erg vergezocht dat ik nu om die reden mijn gal spuw over die school, zeker aangezien ik nooit werkloos ben geweest en op alle scholen waar ik gewerkt heb, tevreden was.

En voilà, het geeft me weer een uurtje heerlijk energiek schrijven en rationeel denken opgeleverd, mijn klavier én mijn hersenpan gloeien ervan. Met dank dus, eens te meer.





Kanovaart wordt leerkracht bijna fataal

16 05 2008

GENT – 17 leerlingen van een Gentse school zullen zich hun sportdag nog lang heugen. De dag waarop ze zich flink mochten uitleven met ondermeer een kanovaartocht, eindigde bijna in een nachtmerrie toen ze hun leerkracht voor hun ogen overboord zagen gaan.

Veiligheid gegarandeerd
SDS had bij het ontwaken niet kunnen vermoeden dat hij amper vier uur later in de Leie zou liggen. Toch was dit precies wat deze leerkracht zou meemaken op wat een routineuze sportdag hoorde te worden. ‘Ik was niet meteen van plan deel te nemen aan de kanovaartocht’, verklaart SDS onder de indruk. ‘Er waren voldoende monitoren voorzien, dus mijn aanwezigheid was niet vereist. Toch besloot ik mee te doen, omdat ik die ervaring graag met mijn leerling wou delen. Bovendien was er voor één kano een leerling te kort en het zag er niet naar uit dat twee kinderen er alleen zouden in slagen het vaartuig te besturen. Ik vond het dus mijn plicht.’ De leerkracht informeerde zich vooraf bij de monitoren over het risico op waterspatten. ‘Er werd me gegarandeerd dat als de instructies goed werden opgevold en er geen stunts werden uitgehaald, de kans bijzonder klein was dat je in het water belandde’, gaat een aangeslagen S. verder. ‘Op het laatste moment besloot ik toch nog mijn splinternieuwe fototoestel aan de kant te laten. Gelukkig maar.’ Terwijl de leerlingen allemaal in zwempak en regenjas aan boord gingen, vertrok de leerkracht in onaangepaste outfit.

Mislukte samenwerking
‘Aanvankelijk verliep alles vlot. Hoewel zo’n kano toch nogal wiebelachtig is en er nogal wat zenuwachtigheid was, kregen we het ritme toch te pakken en verliep de vaart voorspoedig.’ vertelt het slachtoffer. Eén van zijn leerlingen vult aan: ‘Na wat varen, kregen we allerlei spannende opdrachten. Zo moesten op een bepaald moment twee van de drie opvarenden van plaats verwisselen in de kano. Een beangstigende opdracht… (barst in tranen uit).’ Een medeleerling gaat verder. ‘Er was niets aan de hand, tot de volgende taak uitgelegd werd. De monitoren beschreven wat er moets gebeuren en verklaarden toen dat de groep van de leerkracht het eens mocht demonstreren.’ Een fataal idee, zo bleek, want hoewel de leerkracht zijn deel van de proef tot een goed einde bracht, zorgde de samenwerking met de andere bemanningsleden voor problemem. ‘Toen de middenste persoon het bevel kreeg recht te gaan staan, gebeurde het,’ beschrijft een zwaar aangeslagen ooggetuige. ‘De kano begon vervaarlijk te wiebelen en voor iemand het goed en wel besefte, sloeg de kano om.’

Machteloosheid
Hilariteit alom, zou je denken, maar de leerlingen begonnen wanhopig te schreeuwen. ‘De leerkracht is genomineerd voor ‘leerkracht van het jaar en geniet aldus een grote populariteit’, meldt de directie ons. ‘Dat zijn leven ook maar enkele seconden in gevaar was, is voor onze school een zware schok. Zeer aannemelijk dan ook dat de leerlingen die getuige waren van het drama, behoorlijk overstuur zijn’ Gelukkig droegen alle opvarenden de verplichte reddingsvesten zodat zij veilig bleven drijven. De leerkracht zorgde er eerst voor dat zijn twee jonge passagiers op het droge raakten, katapulteerde de kano terug op de oever, maar was toen op het eind van zijn krachten. De paniekerige leerlingen moesten machteloos toezien hoe hun geliefde leerkracht uitgeput door de stroom werd meegesleurd. Kreten van ontzetting doorkliefden de stilte die over het water hing.

De preciese reddingsomstandigheden zijn onduidelijk, maar vast staat dat SDS op miraculeuze wijze de gruwelijke gebeurtenis overleefde. ‘Wat zou er van mijn leerlingen worden?’, vroeg het slachtoffer zich af. ‘Stel je voor dat ik door de eerste beste schoolmastel wordt vervangen! En wie zal de koffiekoek opeten die nog in mijn vakje in de leraarskamer ligt? Die gedachten gaven me kracht en met wat me nog restte aan energie, wist ik mezelf te redden.’ zo klinkt het verder. Er volgde dan ook een hartelijk weerzien tussen de leerkracht en zijn leerlingen, van wie enkelen intussen radeloos aan het huilen waren.

Opvang
De klas werd opgevangen door de dienst slachtofferhulp en een team van traumatologen die hen zullen helpen het drama verder te verwerken. In hun aller belang werd besloten de sportdag alsnog verder te zetten, al had het slachtoffer geen droge kleren bij. Gelukkig waren daar de talloze collega’s, die allen (ietwat krappe) kledingstukken afstonden om te voorkomen dat SDS de rest van de dag koukleumend (en dus ook zeurend) zou doorbrengen. Toen in de namiddag de zon doorbrak, waren de gemoederen zelfs al flink bedaard en bij de thuiskomst werd het drama dan ook op vrolijk-anekdotische wijze aan de ouders overgebracht.  ‘Toch staat vast dat dit hele gebeuren zijn sporen zal nalaten op de kinderen, de klaswerking en zelfs de schoolwerking’, merkt een specialist op. ‘Ik voorspel nachtmerries en flashbacks, deze sportdag zal letterlijk ‘onvergetelijk’ worden.’ Een andere deskundige vult aan: ‘En dan hebben we het nog niet over het gezichtsverlies gehad dat de leerkracht leed. Ten aanzien van je leerlingen op dergelijke wijze op je sterfelijkheid gewezen worden, is niet goed voor je imago! Ik voorspel dan ook dat het klasgebeuren de komende dagen volledig ontwricht zal worden’. Het slachtoffer wenst zich niet uit te laten over deze voorspellingen. ‘Veel erger is dat ik alle buskaarten van de leerlingen in mijn zak zitten had! Die zijn nu allemaal nat!’.








%d bloggers liken dit: