2013: de conclusie

2 01 2014

Ik wil nog eens iets kwijt en dat is een tijd geleden. Dat ik minder blog heeft alvast niets te maken met Twitter of zo. Daar vind ik niets aan, dat moest maar eens gezegd. Ik heb nog steeds veel bedenkingen en opmerkingen maar soms vind ik ze niet de tijd meer waard om die te gaan beschrijven. Ik communiceer namelijk graag in meer dan 140 tekens.

Belevenissen van echt bijzondere aard zijn er ook al niet te melden, of het moet zijn dat ik het met u wil hebben over die voetstap van mij in de pas gegoten epoxyvloer van de buren of de hernieuwde passie van mijn leerlingen voor lego.

Nu we 2013 achter ons laten vind ik dat ik even moet terugkijken. Ik hecht minder en minder aan deze feestdagen maar van een jaareinde gebruik maken om eens terug te blikken, is zinvol, vind ik. Al is het alleen maar omdat ik dat graag eens terug lees en ik daar vorig jaar wel iets aan gehad heb, die reflectie. Het stuk dat ik vorig jaar schreef bevat voor mij veel principes die nog steeds gelden.

In 2013 was de bijzonderste gebeurtenis de geboorte van mijn neefje Charlie Joe, wiens bestaan voortdurend wonderbaarlijke indrukken oplevert. Ik ben fan. Ik geniet er ook van te zien hoe hij de rest van de familie inpalmt met zijn sprekende blik en fanatiek gewiebel in het zitje.

Bijzonder was ook dat ik een driejarige opleiding afsloot en nu dus een extra attest in handen heb dat me weer een stukje deskundiger maakt als ik het over Frreinetonderwijs heb. Het was een intensieve periode met een groep gepassioneerde en hardwerkende mensen.

Ik bezocht voor het eerst Berlijn en dat was een heel deugddoende en genietbare ervaring. Niet alleen omwille van deze sfeervolle stad zelf, ook omdat dit door omstandigheden een reisje vol luxe en voordelen was. Ik genoot er ook van het fietsen trouwens.

Film was nog meer dan anders aanwezig in mijn bestaan. Ik verbrak mijn record uit 2006 en zag 261 films. Dat klinkt haast ongezond – meer hoeven het er echt niet te worden op één jaar – maar ik verdiep ook wat dat betreft mijn kennis, in dit geval voornamelijk over oude films. Daarnaast kan ik me nu eenmaal een grote portie escapisme permitteren en komt er nog lang geen sleet op mijn drang om in fictie weg te duiken.

En dan was er DOK natuurlijk, misschien wel de gebeurtenis die dit jaar voor mij kenmerkt. Omdat we na twee heel fijne jaren tot een nog meer gesmeerd lopend geheel kwamen, omdat ik er genoot van een ander soort hard werken dan in mijn echte job, omdat die bonte bende vrijwilligers op een aparte manier een soort familie werden. Het voorlopige punt dat we er achter gezet hebben, was ook een reden om terug te kijken op wat die drie jaar met mij gedaan hebben en ik moest warempel vaststellen dat ik echt wel wat geleerd heb. Los daarvan was er nu en dan ook wel eens een ergernis.

Deze hoogtepunten staan ogenschijnlijk veraf van meer filmische climaxen. Ik heb geen vioolconcert gegeven, leerde niet skateboarden, maakte geen reis naar Fijit of adopteerde geen Afrikaans weesje noch een parkiet die Russische wijsjes fluit. Maar ik hoef niemand te overtroeven natuurlijk. Ik kijk wat dat betreft als mens met bescheiden verwachtingen, tevreden terug op het vorige jaar.

Ik blijf mijn werk zeer graag doen, ook al blijft lesgeven een job die best uitputtend kan zijn, vooral psychisch en emotioneel dan. Er is wat weinig plaats of wat te veel kinderen, er is geen budget en te veel administratie, maar die leerprocessen begeleiden is wel immens boeiend. Kinderen zijn in veel gevallen echt interessant en zorgen voor veel lol. Een bosklas is en blijft een prachtervaring. En zelfs na al die jaren in juni die zesdeklassers op de wereld los laten in de hoop dat het hen goed gaat, blijft wat doen met een mens.

Mijn gezondheid is al evenzeer stabiel gebleven, ook dat is van belang. Ik nam afscheid van een tand en dat is zo’n triviaal feit dat het eigenlijk het vermelden niet waard is. Ik was vrijwel niet ziek en weeg nog steeds evenveel als een jaar geleden. Maar qua beweging heb ik minder inspanningen geleverd dan de jaren ervoor.

Ook de meeste mensen rondom mij stelden het goed. Mijn familie is nog steeds in optima forma, mijn drie nog in leven zijnde grootouders zijn intussen echt wel oud maar kerngezond, ieder stelt het wel op nu en dan een akkefietje of een zorg na, die echter in het niets vallen bij de drama’s die andere Aardbewoners meemaken.

De groep mensen om me heen bij wie ik me goed voel, is intact gebleven al blijft het soms zoeken naar een evenwicht. Niet iedereen kan dezelfde portie Sven aan maar met de mensen die het wel kunnen, is de band verstevigd, heb ik de indruk. Ik blijf wel eens sukkelen met de tekortkomingen van anderen maar anderzijds ben ik minder scherp en blijft het allemaal minder lang hangen. Als ik dit jaar als eens piekerde of kniesoorde, had het meestal te maken met mijn positie tegenover de mensen die ik graag heb. Ik hoop dat de juiste mensen weten dat ze belangrijk voor me zijn, de Vliegeraars, de Filmfreaks, de Dokwerkers, de Haaltenaren, de Onderwijsgekken. Ze zijn met velen en krijgen niet allemaal even aandacht maar ze tellen allemaal nog mee voor mij. Ook als hun gezinsuitbreidingen niet meer opgenomen worden in mijn Gepamper-rubriek. Ik kon niet meer volgen, eerlijk gezegd.

Eén van de droevigste gebeurtenissen van 2013 was het dodelijke bergongeval van Kevin, een goedhartige 26-jarige van wie ik een dikke tien jaar geleden leiding was in de jeugdbeweging. Het blijft nu nog, zes maand later, onbevattelijk dat iemand zo plots en veel te vroeg uit het leven van zijn dierbaren verdwijnt. Ik had hoogstens nog eens een vluchtig contact met Kevin in het laatste decennium, maar zijn dood heeft me aangegrepen.

Eveneens bijzonder treffend was de dood van mijn buurman, nadat die enkele dagen vermist was. Geen emotionele maar wel een indrukwekkende gebeurtenis die me vooral liet nadenken over de mate waarin we er in onze maatschappij voor anderen zijn. Wanneer mogen we ons ergens mee bemoeien?

Ik stel vast dat het goddank daar bij gebleven is en ook haast niemand uit mijn omgeving verdere dramatische dingen overkomen zijn. Ik koester mijn geluk. Dat ik alweer een nieuwe laptop nodig had en mijn fiets gestolen werd in 2013, is van geen enkel wezenlijk belang.

Verder ga ik dus best gerust door het leven al blijft het een minder goed idee om de krant te lezen en het nieuws te volgen. Ik hou er zelden een goed gevoel aan over. Dichter bij huis ben ik verontrust over het fenomeen GAS-boete. Ik heb er zelf nog geen gekregen en verneem de ridicule vormen die deze sancties aannemen, ook maar gewoon in de media. Maar dat volstaat al om me soms ongemakkelijk te voelen als ik me buiten de deur begeef. Controle en regels, ik kan me daar ergens wel in vinden – ik berisp mijn buurman ook als ik hem zie sluikstorten – maar de deur naar willekeur staat wagenwijd open. Alle macht aan ambtenaren, die wars van een context mensen gaan straffen. Los van duidelijkheid ook, want ik heb geen idee wat er in mijn stad mag en in een andere niet. Brr.

Het zal mijn 2014 hopelijk in niet te grote mate bepalen, mag ik hopen. Ik wens iedereen wat ik mezelf wens, en dat is hetzelfde als vorig jaar: dat het leven niet te zwaar mag vallen en we overweg kunnen met wat ons pad kruist. Ik ben alvas van plan in het komend jaar mezelf eens te verrassen. Maar dat is voor later.

Advertenties




Vrijblijvend belasting betalen

10 07 2013

BelastingsbriefIk betaal al diverse jaren als brave burger mijn belastingen. Sinds drie jaar via tax-on-web en sinds dit jaar ook voor het eerst zonder dat ik vooraf een envelop in de brievenbus vond. Wat me dus meteen bij de –  ietwat onnozel klinkende, ik weet het – vraag brengt: hoe weet je dat je je belastingaangifte moet doen? Ik weet wel dat er hiervoor een vast moment in het jaar is, maar het is ook routine waardoor dit voor mij van weinig belang is en ik daar dus geenszins vanzelf aan denk. Gaat men er bij de staat dus zomaar van uit dat iedereen die vorig jaar bij zijn aangifte aangaf geen envelop meer te willen ontvangen, vanzelf weet dat het weer zover is, en dat dit moet gebeuren voor 17 juni?

Mij was dat eigenlijk wat ontgaan en de deadline kende ik al helemaal niet. Ik hoorde een collega over zijn belasting praten en toen viel mijn nikkel. Maar dat is dan ook zowat de enige aanmoediging die ik waarnam om me over deze aangifte te buigen. Ik kreeg geen brief (want dat had ik al aangegeven), maar ook geen mail. En dus durf ik in vraag stellen in hoeverre dit systeem waterdicht is, hoe plichtsbewust ikzelf en vele landgenoten weliswaar zijn. Of is me dan toch iets essentieel ontgaan?





Niet willen

12 01 2013

Wil Herman Schueremans zich schamen en publiekelijk toegeven dat zijn politieke avontuurtje een winstgevend zaakje was waar bijzonder weinig inzet voor nodig was? Wil Koningin Fabiola eens stilstaan bij haar eigen maatschappelijke nutteloosheid en zorgen dat er iets zinvol met die erfenis gebeurt? Wil Annemie Struyf in godsnaam stoppen met zagen over de reclame op Vier en wil de media ophouden haar daar vragen over te stellen? Willen diezelfde media ook een einde maken het continu melding maken van de tweede Oscarnominatie voor Matthias Schoenaerts, aangezien die nominaties voor films zijn en niet voor hemzelf en hij dus tot op dit moment nul keer genomineerd is? Dat is evenveel als Jacky Lafon.

Alstublieft?

Dank u





Enkele reis Afghanistan

9 07 2012

Het vliegtuig is vertrokken. Ik had niet verwacht zo geschokt te zijn bij het lezen van de on line krantenkoppen deze ochtend. Gisteren groeide de Faceboekgroep ‘People for Parwais‘ razendsnel aan, een ultieme, radeloze poging om op te komen voor de Afghaanse vluchteling Parwais Sangari. Dan rest de stille verwachting dat er vandaag wel nog iets zal gebeuren. Vlucht afgelast. Maggie De Block gezwicht. Sangari die het te bont maakt en niet aan boord mag. Maar zelfs dat zit er allemaal niet meer in. Binnen enkele uren landt de 20-jarige, wellicht erg bange, Sangari alweer in eigen land.

Eigen land? Ik vind dat hij het recht heeft België zijn eigen land te noemen. En niet eens omdat hij al dan niet Nederlands spreekt. Niet omdat hij goed of slecht geïntegreerd is. Niet omdat hij hier een familie en vrienden heeft. Zelfs niet omdat veel gespuis wél een verblijfsvergunning weet te krijgen. Enkel en alleen omdat nu toch wel duidelijk is geworden dat zijn leven er in gevaar is.

Wat weten wij ervan? Ik ben nog nooit in Afghanistan geweest. Maar ik vind de feiten geloofwaardig. Bij ons op school zit ook een gezin dat gevlucht is uit Afghanistan. Het zijn lieve mensen met hardwerkende kinderen, maar zelfs dat is helemaal niet van  belang. Ze hebben alleen elkaar nog. De rest van de familie is vermoord of vermist, net zoals dat het geval is bij Parwais Sangari. Ze getuigen daar nu en dan over, nog steeds getraumatiseerd. Wij kunnen ons dat niet eens inbeelden. Veel  mensen oordelen instinctief  met dwaze argumenten, maar niemand heeft voldoende empathische vermogens om te weten hoe dit moet voelen voor Sangari en mensen in gelijkaardige situaties. Wij klagen liever over het weer aan de kust.

Het Belgisch asielbeleid is een lachertje. Omdat mensen veel te lang moeten wachten vooraleer ze te horen krijgen of ze mogen blijven, in de eerste plaats – want verder ben ik eigenlijk niet vertrouwd met de inhoud van het beleid. Er wordt staatssecretaris De Block willekeur verweten. Dat kan ik niet beoordelen. Ik vind dat enkel en alleen het feit dat iemand in zijn land ernstig kans loopt om vermoord te worden, voldoende hoort door te wegen om die persoon een toekomst te geven in België. Wat nu gebeurt, is echt onmenselijk. Sangari is geen dossier, geen geval, maar een echt, levend persoon.

In dit (treffende) interview geeft Sangari aan niet te zullen blijven. Ik ben blij dat hij zijn lot niet aanvaardt, maar een voornemen alleen is misschien onvoldoende en de dreiging is wellicht iedere minuut reëel. In een film zou het een thriller zijn, nu is het een misselijkmakende, realistische nachtmerrie.





OnBelangrijk

20 05 2012

Het is me niet bekend of er een Vlaamse gemeente bestaat waar Vlaams Belang een rol van, euh, belang speelt. Dat was zeker niet het geval in het landelijke Haaltert. Daar had trouwens geen enkele partij enige betekenis.

Alleszins kon ik me moeilijk voorstellen dat Vlaams Belangers op lokaal niveau ook maar ergens op  het  bestuur konden wegen, gezien ik hen vooral associeer met een gebrek aan fatsoen en intelligentie. Zonder te willen veralgemenen, uiteraard.

Ik heb echter altijd verondersteld dat in die enkele grote steden die Vlaanderen rijk is, Vlaams Belang het stelt met wat degelijker volk. Iets meer breeddenkend, wat redelijker, enigszins bereid tot dialoog, …Tja, wat is dat, ‘degelijk’?  Enfin, het is me vooralsnog niet duidelijk hoe ik aan die perceptie kom, maar ik dacht te mogen veronderstellen dat Vlaams Belangers die in pakweg Gent mee beleid willen voeren, toch over net dat tikkeltje meer niveau beschikken om met de grote mensen mee te kunnen spelen. Ik waag het in deze veronderstelling even de gemeenteraadsleden van andere partijen enig niveau toe te dichten om mijn punt te maken (Zuster Monica even terzijde gelaten).

Maar ik moet mijn mening herzien. Ook op stedelijk niveau slaagt Vlaams Belang er niet in redelijk, volwassen, eerlijk campagne te voeren. Andere partijen misschien ook niet, maar dan bevinden we ons nu toch nog enkele niveaus lager,  Een dikke week geleden trof ik ter illustratie immers deze campagnefolder in mijn brievenbus aan:

De voorkant van dit postkaartje toont ons weinig idyllische taferelen in Gent. De achterkant beschrijft de fictieve avonturen van Bart & Els, die zich in Gent beslist niet geamuseerd hebben.

Ik heb lang niet zo’n weinig subtiele, eenzijdige en vooral kinderlijk onnozele manier gezien waarop een politieke partij kiezers tracht warm te maken voor zijn standpunten. De ongeïnspireerde tekst lijkt me zelfs voor kinderen geschreven te zijn – laaggeschoolden en ongeletterden zullen vatbaarder zijn voor lulkoek, zal de veronderstelling wellicht zijn – en is zo nadrukkelijk doorzichtig dat ik me vragen stel bij het intelligentieniveau van wie in Gent mee in het bestuur van Vlaams Belang zit. Als je oppervlakkig, manipulatief en zwakbegaafd bent, moet je dat dan per se in de verf willen zetten?

Misschien moet ik de komende dagen dat 10-puntenplan maar eens doornemen om dan maar meteen inhoudelijk ook zeker te zijn waarom ik niet op deze partij zal stemmen.





Zwangerschap: een ziekte en een handicap

4 09 2011

Ik ben het een beetje beu, al die trezekes en poppemiekes die hun zwangerschap, zelfs al is het nog maar een vage luchtophoping, aanwenden om het slachtoffer uit te hangen.

Goed, dat is de ongenuanceerde essentie. Nu even kaderen.

Enkele maanden geleden werkte ik als vrijwilliger mee aan de boekenverkoop van de Gentse bib. De taken werden beschreven en de medewerkers kregen de vrijheid om onder elkaar uit te maken wie wat zou doen. Een jongedame, het buikje amper gewelfd, protesteerde. Bepaalde taken kon zij niet uitvoeren want ze was zwanger. We hebben het hier over rechtstaand boeken sorteren. Niet over rodeorijden of bungeespringen.

In de trein mogen zwangere vrouwen in eerste klasse plaatsnemen. Vanaf wanneer zo’n zwangerschap als dusdanig zwaar beschouwd wordt dat een zitje in tweede klasse een marteling is, is onduidelijk. Dat vind ik niet erg, profiteer gerust van dit recht. Maar zit daar dan alsjeblieft niet met een loden ernst over dat buikje te wrijven alsof u ieder moment verwacht dat een echte eersteklassereiziger satansgewijs zijn klauwen in uw schoot plant en uw dierbare vrucht er uit rukt en door het raampje zwiert. U bent zwanger. Niet ziek.

Vandaag bracht ik een dame die deelnam aan de rommelmarkt op DOK op de hoogte dat het de bedoeling was de auto snel uit te laden, zodat die het terrein kon verlaten om plaats te maken voor andere wagens. ‘Dat zal niet gaan, ik ben zwanger en ik ga me dus niet opjagen, ‘ was het antwoord. Verontwaardigd ook nog, dat ze haar spullen van de auto tot de standplaats moest dragen. Haar zwangerschap was onder jurk en jas nog niet eens zichtbaar.

Ik wil gerust aannemen dat een zwangerschap wat doet met uw lichaam. Lig gerust plat als de dokter u dat voorschrijft. Klaag in de laatste weken gerust wat af. U hoeft me niet te overtuigen van de kwaaltjes en pijntjes die dat zwanger zijn met zich meebrengt. Maar vanaf dag één? En als u dan wél vindt dat dat ongeboren kind u hindert in uw doen en laten, blijf dan thuis en neem dan maar niet deel aan allerlei activiteiten waarvan u verwacht dat de organisatie en andere deelnemers zich moeten aanpassen aan uw zwangerschap.

Eeuwen en eeuwen hebben vrouwen kinderen gedragen, onder onmenselijke omstandigheden soms. Voor verworven rechten is flink gestreden. Maar intussen hebt u alles wat u nodig hebt, me dunkt, om zalig zwanger te zijn. Ik leef graag met mee met uw geluk, maar niet met uw zelfgecreëerde slachtofferschap.





Flesmob

3 04 2011

Ik blijf geboeid door flashmobs, en dit is een van de originelere, vind ik. Zeer deugddoend filmpje! (met dank aan Freya)

 





Hemmerechts houdt niet van ruw

29 01 2011

Kristien Hemmerechts kwam deze week in Reyers Laat vertellen dat ze Gunter Lamoot exemplarisch vond voor de steeds flauwer en grover wordende Vlaamse stand-up comedy. Ze nam daarbij het risico een flauwe trut genoemd te worden, want heel wat mensen moeten wél lachten om grappen waarin de rosse van K3 een hoer wordt genoemd of een verveelde vent door zijn dochter betrapt wordt op zelfbevrediging. Dat dit soort humor aanslaat, vond ze eigenlijk nog het ergste.

Ikzelf vind stand-up comedians doorgaans oninteressant of irritant, of we het nu over Helsen, Hoste of Geubels hebben. Lamoot kan weliswaar erg grappig zijn en ik vind dat als hij als artiest reacties uitlokt, – positief zijn of negatief, hij geslaagd is in zijn taak. De grappen die de stelling van Hemmerechts moesten illustreren, vond ik noch goed noch slecht. Ik zou dan ook nooit naar zo’n zaalshow gaan kijken – afschuwelijk woord trouwens. Ik vind Hemmerechts anderzijds ook geen flauwe trut (in deze kwestie). Ik heb begrip voor haar bekommernis om de verruwing van de maatschappij, die misschien wel gegrond is. Ze had het bij uitbreiding ook over de vele homofobe en racistische uitlatingen van stand-up comedians.

Alleen zat ze er qua argumentering volkomen naast, vond ik. De link leggen tussen een grap van Lamoot en de zaak Dutroux is niet alleen vergezocht, de verruwing van de maatschappij wordt geenszins gevoed door al dan niet foute humor. Heeft Hemmerechts al eens naar Take Me Out gekeken, waarin wijven van het laagste allooi zonder enige poging tot mededogen of sympathie iedere man die zo simpel was zich hiervoor te willen inschrijven, de grond in boren? Herinnert ze zich Big Brother nog, waarin mensen elkaar moesten wegstemmen en de lezer smulde van alle conflicten? Merkt ze de massa’s lezersbrieven niet op van mensen die door het zoveelste machtige bedrijf aan het lijntje worden gehouden en daar alleen maar bozer door worden? De uitlatingen van Bisschop Léonard? De soms aanstootgevende Facebookhaatgroepen, het forum van Het Laatste Nieuws, zekere blogs waarin toffe madammen als pakweg Linde Merckpoel, Geena Lisa of Lieve Blancquaert worden afgekraakt? En – maar nu ga ik het wat ver zoeken – verneemt ze niets over de ingekrompen budgetten voor onderwijs, de plek waar de weerbaarheid tegen verruwing zou moeten gevoed worden, en dit dus met steeds minder middelen?

Is dat alles niet de mest voor de verruwing van onze maatschappij? De hoogvieringen van egoïsme en machtswellust zijn niet meer te tellen, frustraties stapelen zich op. Die humor, of pogingen daartoe, zijn toch grotendeels onschadelijk? Ik zou me veeleer zorgen maken om de populariteit van Geert Hoste of FC De Kampioenen. Daar zit immers niéts in. Het afstompen van de mensheid is gewoon een subtielere stap naar die botte samenleving.

Ik zou nog – LaatsteNieuwslezersgewijs – kunnen suggereren dat Kristien Hemmerechts strategisch haar pijlen richt op een populair onderwerp omdat dat haar meer in de kijker doet lopen dan het zoveelste geëmmer over het gebrek aan regering, om zo reclame te kunnen maken voor haar nieuwe boek. Maar dat zou flauw zijn. Er zijn toch geen nieuwe doelgroepen meer aan te boren door deze schrijfster.

Lieven Van Gils legde Hemmerechts en Lamoot ook nog een leuke sketch voor over de helpdesk in de Middeleeuwen. Die vond zij wel grappig – en dat is ze ook best wel – maar het is natuurlijk humor met een formule achter, zoals Lamoot min of meer verklaarde: verander de context van een alledaagse situatie en je krijgt een potentieel grappig resultaat. Ik heb dus gewoon de indruk dat Hemmerechts geen erg ontwikkeld gevoel voor humor heeft. Er bestaat zo ontzettend veel grovere en controversiëlere humor dan wat Lamoot brengt, maar daar heeft ze  blijkbaar nog nooit iets van gezien.

Wie de uitzending gemist heeft, kan die hier herbekijken (25/1). En overigens is de rosse van K3 geen hoer, wel een mojjer.





De helaasheid van Denderleeuw

14 10 2010

Zo nu en dan breng ik een kwartiertje wachtend door in de stationshal van Denderleeuw, een plek waar u eigenlijk liever niet wil wachten maar soit. Enigszins vermakelijk is echter altijd het stationsbuffet geweest. Bij gebrek aan krant of tijdschrift, kon het volstaan ter vermaak de gasten van dit café te observeren vanuit de wachtzaal. De gesprekken waren nooit van hoog niveau. Cafépraat zoals het begrip het voorschrijft.

De bezoekers waren, naast de occasionele gestrande reiziger, vaste stamgasten die er de werkdag kwamen doorspoelen of bij gebrek aan werkdag hun leefloon kwamen verdrinken.  Er misschien het hoogtepunt van hun dag beleefden. Een babbeltje, al was het maar over het weer.  Je zag er pinten staan, om het even op welk uur van de dag.  Je kwam er nog ouderwets naar rook ruikend buiten.

Je zou dus kunnen zeggen dat er van enige tristesse sprake was, maar toch had ik nooit écht die indruk. Misschien bij gebrek aan bijhorend miseriedecor? Het buffet was niet zoveel jaar geleden opgefrist. De oude barman was bovendien erg vriendelijk, herinner ik me van die enkele  momenten dat ik er toch iets kocht. (Een warme choco in de winter, of een chocoladewafel – want als je die wou kopen aan de automaat, riep hij dat het bij hem goedkoper was). Dus er hing wel wat sfeer, daar in de buffet. Het had wel iets, zolang je er zelf niet hoefde te zitten.

Twee maand geleden stond het plots leeg. Maar het wordt vast wel iets ander gezellig, persoonlijk, warm en sfeervol.





Spannend shoppen

13 04 2010

Vandaag zorgde een elektriciteitsstoring voor onrust in de supermarkt. Toen plots alle lichten, diepvriezers en kassa’s uitvielen  – en dit wel eventjes duurde en zich na herstel nog een keer herhaalde – mocht het personeel zich al voorbereiden op overwerk. Want wat speelt zich allemaal af in een donkere winkel? Amper viel het leven daar stil en je hoorde al verpakkingen en blikjes opengaan! Ik moet zeggen dat ik de verleiding ervan wel snap. Geen mens kan zien wat je doet en je wordt omringd door allerlei verleidelijke producten. Ik durf zelfs niet zweren dat ik van alles zou afblijven, uiteindelijk. Nu stond ik vooral tussen de  shampoos en diepvriesproducten en daar trof ik weinig verleiding aan – hoewel, die ijsjes…

Eerlijk, mijn eerste gedacht daar in het donker, was het omver gooien van die reusachtige opeenstapelingen van pakken wc-papier. Niemand zou merken dat ik het was en wat chaos af en toe kan ik wel hebben. Ik stond al te glimlachen bij het idee alleen. Maar ik bleef braaf staan en wachtte op licht in de duisternis. Ik maakte ook  niet van de gelegenheid gebruik om de streepjescodes van bepaalde artikels te verwijderen om die ongezien in mijn rugzak te stoppen. Wat kon. Maar geen product daar is het waard je daartoe te verlagen, bedenk ik nu keurig.

Een glimp van de potentiële chaos die een veel langere storing zou veroorzaken, kreeg je te zien toen het licht weer aanging. Heel wat mensen hadden de zaak verlaten en dus stonden her en der verweesde karretjes en mandjes met boodschappen. Aan het personeel om daar dan meteen alle koelkast- en diepvriesproducten weer uit te halen, om zo de schade te beperken. Mij deed het vooral aan een ongedefinieerde horrorfilm denken: het licht gaat aan en een aantal mensen zijn op onverklaarbare wijze verdwenen. Of de rolluiken gaan naar beneden en we moeten met zijn allen overnachten in de supermarkt terwijl buiten een mysterieus iets zich naar binnen probeert te werken.

Toen stapte ik weer de non-fictie in.

(geweldige film!)





Friends Forever!

31 01 2010

Nu ik een vorig artikel voor mezelf en eventueel voor u één en ander duidelijk maakte in verband met mijn Facebookgebruik, wou ik me nu even bezighouden met het kritisch bekijken van wie dan wél mijn virtuele vrienden zijn. Defriending was de trend van 2009 maar ik heb het nog maar zelden iemand weten doen.

Ik ben zelf één keer gedefriend, voor zover ik dat gemerkt heb, en hoewel ik niet zo close was met die defriender, zag ik daar echt geen enkele aanleiding voor en was ik dus toch wat beledigd. Vooral omdat ik toch wel erg weloverwogen verzoeken stuur. Maar goed, ik pleit zelf  altijd voor minder hypocrisie, dus ik kan er mee leven.

Nu schiet ik zelf in actie. Ik meldde het al, 147 Facebookvrienden begin ik wat benauwend te vinden.  Dat blijft maar groeien, zelfs al zet er zo nu en dan iemand zijn account stop. Ik stel ook vast dat ik mijn weloverdachte criteria eigenlijk niet altijd correct gehanteerd heb. Anders gezegd: ik heb wel wat volk toegevoegd waarmee ik niet zo erg betrokken voel en dus… ga ik vandaag defrienden.

Een aantal mensen op mijn vriendenlijst zou ik in het dagelijks leven immers nauwelijks herkennen. Of ik zou me haast verstoppen om een gênant moment van niet-weten-wat-zeggen te vermijden. Er zijn mensen die ik gewoonweg veel te oppervlakkig ken of met wie ik de laatste jaren eigenlijk geen contact meer heb. Met wie ik sowieso al weinig contact had. Die moeten er maar eens uit. Wat voor zin heeft het?

De ballast was kleiner dan ik dacht. 9 Mensen gedefriend. Dat ging snel en makkelijk. Ik denk dat ik onbewust al lang wist wie er niet meer bij hoefde. En hoewel dit allemaal weinig voorstelt, voel ik me weer een correcter mens.

En nu ga ik stoppen met deze extreme egoberichtgeving over echt wel zeer futiele zaken.





Verzoek genegeerd

29 01 2010

Met 147 vrienden zit ik eerlijk gezegd zo wel een beetje aan mijn Facebookgrens, vermoed ik. Dat komt in de eerste plaats omdat ik maar een bescheiden belangstelling vertoon in andere mensen. Ik heb het gewoon niet zo voor de mens in het algemeen en stel vaak genoeg vast dat ik mensen toch wel pas echt apprecieer na lange tijd en volgens zeer specifieke maar van mens tot mens verschillende criteria. Een psycholoog zou daar vanalles achterzoeken en ik heb daar ook zo mijn eigen conclusies over, die ik u en mezelf liever bespaar. We houden het er bij dat ik de meeste mensen niet zo heel interessant vind. Hoe arrogant dat ook mag klinken.

Dat is al een voorname reden waarom ik het op Facebook bescheiden hou. Daarnaast stuur ik gewoon geen vriendschapsverzoeken  naar mensen die ik niet zo bijzonder goed ken of met wie ik in het dagelijks leven niet zo bar veel contact heb. Ik neem het niemand kwalijk dat wel te doen, al stel ik me wel eens vragen bij mensen met 512 vrienden. U kunt al die mensen beslist kennen, maar wil u ze zonodig in uw  on-line woonkamer? Wil u met elk van hen in contact staan? Los van professionele argumenten – hoewel, heeft Facebook echt een professionele meerwaarde? – kan ik mezelf moeilijk motiveren contact te houden met meer dan deze 145 mensen. En zelfs die hoeveelheid vind ik al wat benauwend.

Ik heb zelf nog nooit meegemaakt dat mijn vriendschapsverzoek niet aanvaard werd. Dat komt omdat ik er weinig stuur maar vooral omdat alle mensen die nog overblijven als potentiële vriend me gewoonweg niet bekend genoeg zijn. Dat leidt me tot mijn eigen, enige criterium om verzoekjes te sturen: ik wil enkel mensen als vriend met wie ik in het dagelijks leven graag minstens een babbeltje maak. Ik klamp dus niemand aan en vermijd absoluut dat halve bekenden een vriendschapsverzoek ontvangen waarop ze zouden reageren met ‘Oei, die wil vriendschap met mij. Alé oke dan. Of nog erger: dat je zelf enkel dient om het vriendenaantal van een ander de hoogte in te helpen… Ik stel me dus enigszins gereserveerd op en vind dat best zo.

Daarnaast ken ik dan weer veel te veel mensen die gewoonweg een volkomen gebrek aan interesse vertonen in deze virtuele ontmoetingsplek. Mensen die ik wel interessant vind en graag als virtuele vriend zou zien, voelen zich geenszins aangesproken door het feestboek. Ik neem ze dat niet kwalijk en wil in dit stukje ook geenszins ingaan op de waarde van Facebook. Gelieve u dus in eventuele reacties die moeite te besparen. Ik geniet ervan maar neem aan dat anderen het maar niets vinden. Punt. Maar die mensen vallen dus af als Facebookvrienden.

En dan zijn er tenslotte nog redelijk wat mensen die mij een vriendschapsverzoek sturen maar die ik dan weer weiger. Ik voeg daar meteen aan toe dat enkele daarvan wellicht wél een babbeltje waard zouden zijn, maar dat ik die gewoonweg niet genoeg ken. Voor het beantwoorden van vriendschapsverzoeken hanteer ik dus blijkbaar een tweede criterium, en dat is dus de afstand tot die persoon. Ik zei het al, Facebook is zo’n beetje mijn woonkamer en daar laat ik toch liever enkel bekend volk binnen. Deze blog is als voortuin/inkomhal al persoonlijk genoeg en is wél publiek terrein.

Wie zijn die mensen eigenlijk wiens vriendschapsverzoeken ik niet beantwoord?

  • broers en zussen van vrienden. Tja, daar moeten we eerlijk in zijn. Ofwel was ik u in de loop der jaren ook als een vriend of goede kennis gaan beschouwen, ofwel niet. Broer of zus zijn van is gewoonweg  niet genoeg.
  • mensen van vroeger: toegegeven, had Facebook destijds bestaan, we waren wél Facebookvrienden. Maar dat was niet het geval en intussen is ons moment voorbij.
  • oud-klasgenoten: tot in de leerkrachtenopleiding wil ik nog teruggaan, met mate. Maar de mensen uit het middelbaar onderwijs zijn echt maar schimmen meer, wat niets afdoet aan de fijne herinneringen. Maar wie zijn die mensen nu? Geen idee en ik zie niet genoeg aanleiding om dat wel nog te willen weten. Als Facebook niet zou bestaan, zou dat contact ook onbestaande zijn, maar dat vind ik nu eigenlijk maar een zwak argument. Facebook bestaat wél en dus moet je daar niet onnozel over doen.
  • familieleden, en dan concreter heel wat achterneven en -nichten. Ik ga al sinds mijn tienerjaren niet meer naar die groots opgezette familiebijeenkomsten en de meeste van hen laten me eigenlijk steenkoud. Ik heb ze al jaren en jaren niet meer ontmoet en zou niet weten waar het met hen over te hebben. Een familienaam delen of grootouders hebben die in hetzelfde gezin opgroeiden – die waren thuis met véél – , vind ik een even lukrake voorwaarde als pakweg graag naar Top Gear kijken of geen zout op je frieten willen.
  • leerlingen: daar trek ik gewoon een lijn. Ik heb bedenkingen bij virtuele vriendschappen tussen kinderen en hun meester of juf. Daar kan ik makkelijk dieper op ingaan, maar u bent intelligent genoeg om daar zelf argumenten voor te bedenken. Gezond verstand, toch? Ik geef wel toe dat dat voor lesgevers in het middelbaar onderwijs misschien anders ligt.
  • andere bloggers: ik vind dit de meest aannemelijke verzoeken, want het houdt net in dat deze mensen je heel bewust hebben uitgekozen omdat ze jou of je blog blijkbaar interessant vinden. Ik vind het dus helemaal niet vreemd maar ik hou voet bij stuk: ik kies geen Facebookvrienden die ik nog nooit in werkelijkheid ontmoet heb.
  • oud-collega’s. Veel van hen apprecieer ik wel, maar ik voel geen behoefte om een verleden in stand te houden dat enkele op een professionele samenwerking gebaseerd was en waar weinig persoonlijke aspecten mee verbonden waren. De oud-collega’s met wie ik vriendschap heb gesloten, waren dan ook echt vrienden.
  • oud-leerlingen: die weiger ik niet uit principe, want er staan er wel degelijk enkele in mijn lijst. Maar als het echt te lang geleden is, laat ik dat toch liever rusten. Weten die intussen groot geworden kinderen veel  wie ik ben. Al te zot zijn de verzoeken van jongeren die niet eens in mijn klas zelf zaten. Waar moet het ophouden?
  • Helemaal gek vond ik het vriendschapsverzoek van een man die enkel mensen met De Schutter als familienaam als Facebookvriend wilde. Nee dank u. Ook niet onder het mom van eens onbezonnen meegaan in de zotheid van een ander.
  • mensen waar ik gewoonweg niets mee heb. Mensen die ik dus weliswaar ken, meestal vaag, met wie ik wel wat gemeenschappelijke vrienden heb en die duidelijk zelf zelf minder strenge criteria hanteren in het selecteren van Facebookvrienden.
  • en tenslotte mensen die ik simpelweg nauwelijks ken. Ooit eens ontmoet maar verder eigenlijk geen idee wie ze eigenlijk zijn.

Als ik dat dus echt zou willen, zit ik zo aan 200 vrienden. Wat nog relatief is en nog steeds niet betekent. Omdat het allemaal niets betekent. Maar binnen de al dan niet zinloze nonsens die Facebook eigenlijk is wil ik nog altijd principes hanteren. Maar dat ik dat blijkbaar wil verantwoorden wil toch ook weer wat zeggen?

Volgende keer: defrienden of niet? (Ja! Maar wie?)





Even uitrazen (3)

18 01 2010

“De Broeders van Liefde zijn tevreden met de aanstelling van Léonard.” Daar zat ik op te wachten. Deze steeds verder in de tijd terugkerende orde deed onlangs een voorstel om scholen op te richten waarbinnen het katholiek geloof veel strikter beleden kan worden. Ik heb daar eerder al eens over geraasd, zoals u zich misschien herinnert. Het is intussen even uit de aandacht verdwenen en ik zou dus haast gaan hopen dat ze die plannen maar meteen voorgoed hebben opgeborgen. Maar met de aanstelling van de als zeer conservatief bestempelde André-Mutien Léonard tot kardinaal aartsbisschop, waarmee ze daar in Broederland uiteraard erg in hun nopjes zijn, wordt de slaagkans van hun losgeslagen idee alleen maar groter. Het kan hun zaak alleen maar ten goede komen, kan er lekker conservatief gekonkelfoesd worden op hoog niveau.

Ik zou het daar qua occasionele katholieken-bashing verder maar bij laten, zij het dat ik u nog even deelgenoot wou maken van een klein leedvermaakje  van mijnentwege toen Mieke Van Hecke onlangs in Ter Zake werd geconfronteerd met haar eigen conservatieve uitspraken als  directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs en ze daar niet zo meteen mee wegraakte. Zij zal er niet van wakker gelegen hebben natuurlijk, maar tegenover alle gruwel die dit soort mensen op minder verdraagzame momenten bij me oproept, mag al eens een schampere grijns staan.





Even uitrazen (2)

3 11 2009

Broeder René Stockman, sekteleider van de Broeders Van Liefde, heeft gekke plannen en daar heb ik om meer dan één reden een mening over. Geen al te originele mening helaas – net als de meeste weldenkende mensen kan ik alleen maar schrik krijgen dat dit werkelijkheid wordt – maar het houdt me niet tegen ze hier te brengen.

rene_stockmanWaar gaat het over? Stockman loopt met het idee rond nieuwe scholen op te richten die veel nauwer aansluiten bij de katholieke leer. Dat houdt in dat er veel vaker eucharistievieringen zijn, er vaak gebeden wordt en de katholieke leer nog veel strikter gevolgd zal worden dan in wat momenteel voor katholieke scholen doorgaat.

Ik dacht net dat het een beetje de goede richting uit ging. Niet dat er aan de top van de Broeders van modernisering sprake is – en ik kan het weten – maar ik had de indruk dat de Broederscholen de multiculturele, multireligieuze samenleving stilaan begonnen te aanvaarden en de 21e eeuw waren binnengetreden. Dat er een zekere vervaging vast te stellen viel tussen de netten, die uiteindelijk toch allemaal degelijk onderwijs aanbieden.

Ooit ben ik nog veel naïever geweest. Toen ik mijn lerarendiploma in handen had, werd ik opgeroepen door het bisdom om mijn mandaat van rooms-katholieke godsdienst te komen ondertekenen. Het hield in dat ik me akkoord verklaarde ‘de boodschap van het Evangelie en van de Kerk te willen verkondigen en me te willen inzetten om ze voor te leven zoals de kerkgemeenschap het vraagt. Ik wil me meer specifiek inzetten voor het geven van rooms-katholieke godsdienst.’ Verschrikkelijk. Toen we dit in handen kregen, twijfelde ik sterk. Ik had mijn diploma op een katholieke school gehaald, maar de lessen godsdienst daar trokken je wereldbeeld open in plaats van het te sluiten. Ik besloot het mandaat niet te ondertekenen en ging naar huis. Welk principe ik precies bedreigd zag worden, was onduidelijk, maar dit voelde gewoon niet goed aan. Toch heb ik meteen de volgende dag mijn ondertekend exemplaar opgestuurd. Me veel te weinig bewust van de werkgelegenheid buiten het katholiek onderwijs, zag ik een doembeeld voor me waarbij ik ofwel werkloos was ofwel moest lesgeven in een inferieure school, zoals dat toen  mijn perceptie was.

En dus was één van mijn eerste werkgevers een school van de Broeders van Liefde. Een leuke, aangename school, met fijne leerkrachten en leerlingen. Zo af en toe werden personeelsleden naar bijeenkomsten gestuurd waarover ik dan lacherig deed: je moest en zou weten waar de Broeders voor staan en kreeg nieuws over al hun projecten, ook buiten  het onderwijs. Powerpoint na powerpoint over de missies en de Broeders over de hele wereld. Op zich is daar niets mee, ieder modern bedrijf tracht zijn werknemers te betrekken en te overtuigen van zijn mission statement. Toch voelde één en ander naargeestig aan. Een moderne sekte. Vooraan zaten een stuk of wat broeders van wie je je kon voorstellen dat ze een camera in je klas zouden hangen om toch maar te zijn hoe waarachtig je lessen catechese waren. En wat als je van het uitgestippelde pad der christelijkheid dreigde af te wijken?

Ik stond er verder maar niet bij stil en gaf braafjes iedere dag mijn 25 minuutjes catechese. Dat viel echt wel mee. Er was modern materiaal en het vak bood ruimte voor bezinning en verdieping zonder dat er daarom sprake van Jezus hoefde te zijn. Het mooiste was nog wel dat niemand er problemen mee had dat ik de kinderen een kritische bril aanreikte. Kon Jezus echt over water lopen? Heeft hij echt broden en vissen vermenigvuldigd? Met de kinderen tot de conclusie komen dat dit metaforische verhalen zijn, uitvergrotingen van iets dat misschien echt gebeurd is, en mensen hier kracht uit halen, was zeer bevredigend. Het stond ver af van de indoctrinerende woorden van de brave zuster Lina in de derde kleuterklas, die me echt deed geloven dat Jezus naar mij keek.

Minder aangenaam waren de talloze misvieringen die de school organiseerde. Zes keer per jaar of zo. Dat vond ik echt wat veel van het goede. Ik bleef in deze vieringen ook op mijn stoel zitten tijdens de communie. Dat kun je me verwijten, gezien het feit dat ik toch dat mandaat had ondertekend. Maar ik weiger pertinent hypocriet te zijn. Bovendien ben ik voor de leerlingen dan evengoed een voorbeeld. Zij hoeven toch niet aan te nemen dat alle volwassenen om hen heen katholiek zijn?  Ik deinsde er nog wat voor terug aan mijn leerlingen duidelijk te zeggen dat ik niet gelovig was, maar gaf hen wel uitleg als ze vroegen waarom ik geen hostie haalde (‘dat plakt aan uw verhemelte en daar kan ik niet tegen’ haha!). De vraag was uiteindelijk: kan ik catechese geven zonder zelf katholiek te zijn?

Die vraag hoeft niet meer beantwoord te worden. Toen mijn contract na 3 jaar ten einde kwam, werd ik geconfronteerd met de ware broeders: machtsvertoon, een ivoren-toren-beleid, minachting voor hun eigen publiek, … de maskers vielen. Ook latere confrontaties in heel andere context, met katholieken allerhande, bevestigden wat ik eigenlijk al min of meer had aangevoeld: dit was echt niets voor mij. Te eng, te superieur, te zelfzeker, te minachtend tegenover alles wat niet past.

Ik ben nu een zeer tevreden leerkracht in het stedelijk onderwijs en hoef me dus in principe geen zorgen te maken over wat Meneer Stockman zich in zijn gezalfde hoofd haalt. Toch vind ik het als vooruitstrevende en bezorgde burger een stap achteruit. Ik heb het hier al eerder gehad over een zekere (al dan niet terechte) frustratie over de kloof tussen de genoegzaamheid van het katholiek onderwijs en de veel meer bij de  realiteit aansluitende gang van zaken in het niet-katholieke onderwijs.  Dit wordt zelfs een uitvergrote vorm! In De Morgen van het voorbije weekend haalt moraalfilosoof Patrick Loobuyck enkele prachtige argumenten aan, waarmee ik mijn bezorgdheid kan argumenteren.

Loobuyck haalt als voornaamste argument het falen aan van de huidige katholieke leer. Hoe komt het dat de scholen van de Broeders van Liefde (en andere katholieke scholen) er niet meer in slagen hun leerlingen écht gelovig te maken? ‘Werkt de indoctrinerende molen niet meer?’, maak ik daarvan. De scholen mogen deze vraag niet als een verwijt zijn, het feit is gewoon dat het in een seculiere samenleving waarin geloof in de praktijk nog weinig voorstelt, zelfs als school moeilijk is daar tegen op te boksen. Er zijn dan ook geen broeders meer die les geven en die leerkrachten zijn natuurlijk zelf nog amper gelovig. Waarom dan toch krampachtig proberen die evolutie tegen te gaan?

Ik vraag me dus vooral af waar Stockman dat idee gehaald heeft. ‘Op verzoek van ouders’ klinkt het. Hoeveel ouders zouden dat zijn? (‘een bepaalde niche’, zo zeggen de Broeders zelf). Is het niet eerder een paniekreactie van iemand die de macht van zijn geloof en zichzelf langzaam ten onder ziet gaan? De laatste stuiptrekking van een man die de vooruitgang tracht tegen te houden? Want ik durf dit opentrekken en stellen dat het conservatieve van dat geloof ook vorm krijgt in de dagelijks lespraktijk van de school, dus ook buiten het vak catechese. Deze week kreeg de school waar ik nu werk – een Freinetschool – het bezoek van een delegatie directies uit het traditionele (niet-katholieke) onderwijs. In het kader van Forum for the Future, een zoektocht naar innnovatief onderwijs, kwamen deze dames en heren een kijkje nemen op een school waar vernieuwende onderwijstechnieken dagelijks toegepast of minstens toch uitgeprobeerd worden. We kregen lof en applaus en dat sterkt me nog eens in de overtuiging dat vernieuwing niet in het traditionele onderwijs zal ontstaan. De link met het katholieke onderwijs is in deze anekdote natuurlijk vaag, maar ik ga er van uit – en ik spreek dan uit ervaring – dat zij nog nog meer vasthouden aan traditie en autoriteit en dus nog veel meer in te halen hebben dan de zelfkritische collega’s uit het niet-katholieke, traditionele onderwijs. Vooraleer die vroegere discussie opnieuw start: ik ben zeker dat de meeste katholieke scholen goede scholen zijn waar goed geleerd wordt en leerkrachten hard werken. Maar alles kan beter en stilstand is achteruitgang.

Het idee van moslimscholen creëerde paniek, woede en onbegrip. Ik denk voor een groot deel terecht, want het zou de pluralistische samenleving alleen maar onbereikbaarder maken. Wel, net zo is een strikt katholieke school een al even slecht idee. Of zelfs erger, want u weet toch nog wel waar die katholieke leer allemaal voor staat of tot welke menselijke drama’s het opleggen van geloof al heeft geleid? Recent hoorde ik in de docuserie Meneer Doktoor nog enkele aangrijpende verhalen over hersenspoelende pastoors, om maar één voorbeeld te geven. Ik kan dus alleen maar hopen dat die drang naar stilaan vervliegende verzuiling de kop wordt ingedrukt door moderne beleidsbepalers – en dat is momenteel helaas niet Pascal Smet – en Stockman’s ideeën vooral in zijn hoofd vorm krijgen. Broederlijk Verdelen, het krijgt ineens een heel andere betekenis.

Voor wie overigens de andere partijen aan het woord wil horen, hier vindt u de reactie van de Broeders op de commotie na het uitbrengen van hun plan/idee.





Bent u al in de stemming?

5 06 2009

Uit onderzoek blijkt dat CD&V de populairste partij is bij 18-jarigen. Ik sta daar lichtjes versteld van. Hoe kan een traditionele, in de praktijk ook conservatieve partij het zo goed doen bij wat verondersteld wordt een kritische doelgroep te zijn? Ik ken niet zo veel 18-jarigen meer, dus ik viseer niemand, maar volgens mij zijn ze met zijn allen lekker dom en mak, die jongvolwassenen.

Ik geef toe niet bijzonder goed op de hoogte te zijn van het programma van CD&V. Zoals wellicht vele honderdduizenden die morgen gaan stemmen en zoals ik vrij zeker en rustig veralgemenend durf stellen, zoals ook al die 18-jarigen. Wat mij dus in de media en propaganda net lichtjes doet kokhalzen, spreekt blijkbaar toch heel wat jongeren aan. Terwijl ik gruwel van het toekomstbeeld van een met christelijke hypocrisie bedekt fatsoen waarmee CD&V’ers ons betuttelen, verheugt dat kwart van die 18-jarigen zich blijkbaar op de huiskamergezelligheid die zo’n bestuur met zich meebrengt. Terug naar de tijd van de lochting en de boterham met smout.

zusterAkkoord, de mensen in wie ik CD&V het sterkst verpersoonlijkt zien, zijn net wat naar de achtergrond verdrongen: Yves Leterme, een klein en bitter mannetje met wie ik enkel een thermos koffie op een plastic tafelkleed associeer en een zondagnamiddagse uitstap naar Geraardsbergen of zo, om maar een uitgestorven gemeente te noemen die met enige fantasie nog als toeristische trekpleister kan fungeren. En daarnaast natuurlijk Zuster M., over wie ik van mijn oversten hier niets meer mag schrijven (maar het internet vindt alles). De lokale Bulstronk die fatsoen meent op te leggen op tirannieke wijze, heeft het bij mij voor eeuwig en altijd verkorven.

CD&V heeft zijn brocanterieën dus even opgeborgen en zet andere gipsen beelden op de voorgrond. Kris Peeters bijvoorbeeld. De media portretteren hem – en nu kom ik even niet meer bij – als de George Clooney van Vlaanderen. Een zeer gebrekkige fantasie van de betreffende journalist (die de mosterd bij Bob Geldof haalde) – Peeters is hoogstens de William H. Macy macyvan Vlaanderen. En dat is dan nog flatterend bedoeld, want Macy is wel een erg goede acteur. Om maar te zeggen: Peeters is inderdaad niet het met gouden brilmontuur en zuur lachje getooide typische CD&V’ertje, maar de glamour van Italiaanse villa’s, martini en nespresso is ver te zoeken. Peeters doet me op zijn best aan een verdienstelijke bankdirecteur denken die ik niettemin van enige beschetenheid zou verdenken. Nee, dan stem ik nog liever voor Jean-Jaques De Gucht, wiens intelligentie, ervaring en zelfzekerheid niet moeten onderdoen voor zijn welbespraakthei… HAHAHAHAHA, ja daar had ik u even liggen.

Mijn stem zal dus zelfs niet in de buurt komen van iets oranje en ik gehoorzaam al evenmin Jean-Luc Dehaene, die ons vraagt niet op de kleine partijen te stemmen. Maar ik zie in mijn stemgedrag alleen maar wat ik in het dagelijks leven zo vaak zie: je hebt de massa en je hebt Sven. Mijn partij zal morgen geen potten breken, maar ik koester de illusie dat ik voor oprechte en degelijke mensen gekozen heb wiens ideeëngoed aansluit bij mijn eigen normen en waarden. Ik vraag van u niet hetzelfde, maar alstublieft, denk toch een heel klein beetje na straks in dat hokje.

 





Televisionele Waarneming n°551

5 05 2009

Waarde lezer, het ligt niet in mijn bedoeling u hier een dagelijkse samenvatting van Man Bijt Hond te serveren. Maar ook vandaag wist dit programma de mensheid weer schitterend te vatten, met hilarische conversaties in die je zo gek niet zou kunnen bedenken. Is het niet ter uwer vertier, vind ik er zelf wel plezier in er vandaag weer eentje uit te plukken:

Winkelierster: ‘Ik ben een boek aan het lezen van Dante. Kent u dat?
Marina-achtige klant: ‘euh… neeje’
Winkelierster: ‘Ah, leest u geen boeken?
Klant: ‘Feitelijk nie…’
Winkelierster: ‘Ah ja, Dante, dat is literatuur hé!’
Klant (gretig): ‘Maar ik lees vree graag den Dag Allemaal, daar staan vanachter altijd waargebeurde feiten in over ziektes en mensen die vanalles voorgehad hebben. Dat lees ik graag!’
Winkelierster: ‘Ah ja… awel ja, … (stilte) Dat interesseert mij eigenlijk niet hoor. Dante, ja. Maar er zijn ook minder moeilijke boeken hoor! Kent u de Millenniumreeks niet van Stieg Larsson? Zeer goede detectives’.
Tweede klant: ‘Oe nieje, da lezekik allemaal nie. Maar kent ge ‘Aspe’ dan nie? Dat zijn toch ook detectives. Als ik dan een boek zou willen lezen, zou ik dat dan toch pakken…’

Leve de geletterde mens! Maar als ze nog klanten over de vloer willen, zal deze winkelierster haar winkelconveraties wel mogen aanpassen…

Verder drong een man er bij de cameraploeg hevig op aan mee naar zijn huis te komen, om naar zijn watervaraan te komen kijken. Zelden werden ze zo slecht ontvangen, want de vrouw des huizes zag dit helemaal niet zitten. \’Ik ben niet gekleed of geschminckt of iets! En ik ben aan het strijken, zie dat hier liggen!\’ En prompt werd de ploeg aan de deur gezet tot het huis enigszins aan kant was. Mevrouw weigerde verder in beeld te komen.

Wel, ik vind dat leuke televisie. Die iedereen in zijn waarde laat, uiteraard.

Maar nu toch even genoeg over Man Bijt Hond. Of het Verantwoord Tijdverlies begint nog op deze ietwat bizarre blog te lijken, waarop een dame doet alsof ze zelf meespeelt in Thuis, nog zo ’n tv-programma tjokvol fascinerende personages, levensechte dialogen, welklinkende dialecten, grandioze plotwendingen en hartverscheurende emoties!





Televisionele waarneming n°550

4 05 2009

De Man Bijt Hond-ploeg valt binnen in een café met zwarte barvrouw:

– Klant 1: ‘Wij waren dat niet gewoon. In ons dorp woonde enkel een Marokkaan, maar die zag er uit als een Belg’

– Klant 2: ‘Die zwarte is nu voor ons geen zwarte nie meer, maar een persoon!’

Ze krijgt vorm, onze multiculturele samenleving. Maar wat voor vorm?





58 = 85?

2 03 2009

In mijn geboortedorp is de kans groot dat je mensen aantreft die vroegtijdig oud zijn. Normen en waarden worden overgenomen van de ouders en men kiest overwegend voor een (al te) klassieke levensstijl, volhardend in de veronderstelling dat de 21e eeuw nog niet is aangebroken. Het gemeentebestuur berust hier met plezier in. Dat wordt ook nu weer aangetoond.

Op de voorpagina van het Haaltertse infomagazine wordt volop promotie gemaakt voor een animatienamiddag voor 55-plussers. Ik verwacht doorgaans geen grote culturele evenementen in Haaltert, en ik kan me er bij neerleggen dat het ideaalbeeld van amusement voor ingedommelde bejaarden bestaat uit het optrommelen van vergane BV’s . Maar ik vraag me toch af hoe men in Haaltert iemand van 55 beschouwt.

animatie

Dat men er doorgaans van uit gaat dat iedereen boven een bepaalde leeftijdsgrens dezelfde muzieksmaak aanneemt (‘naar Vlaamse schlagers zult gij luisteren!’) laat ik maar even buiten beschouwing. Meer zelfs, we hanteren deze veralgemenende veronderstelling als basis voor het in vraag stellen van deze animatienamiddag: is dit animatie voor 55-plussers of 85-plussers? Ik bevind me nog op een miljoen jaar afstand van de beoogde doelgroep, maar mijn ouders en andere familieleden vallen binnen enkele jaren wel in deze leeftijdscategorie (of ze zitten er al). Sommige lezers hier ook. En hoe verschillend ze ook zijn in muzikale ontwikkeling of achtergrond, ik kan me van geen van deze mensen voorstellen dat ze zich ook maar een fractie aangesproken voelen om deze namiddag bij te wonen. En dan laat ik geheel buiten beschouwing of een optreden van Yves Segers of Samantha sowieso wel iemand aanspreekt, dat is een kwestie van smaak natuurlijk (voor sommigen is het wellicht een persoonlijke hel). Terzijde: ik herinner me dat de zangeres Samantha in een rolstoel zit, maar die Yves Segers kun je intussen blijkbaar ook zowat voortrollen.

De vraag is dus hoe men er bij gekomen is dit initiatief open te stellen voor zulke jonge mensen. Mogelijk is het aantal aanwezigen tussen 55 en 60 zeer beperkt (dat hoop ik althans!), maar dan nog kan ik er niet bij dat dit het beeld is dat men heeft van 55-plussers. Hoe komt men trouwens bij deze leeftijdsbepaling en in hoeverre zal men deze doelgroep blijven uitbreiden? Is 58 hetzelfde als 85? En hoewel het begrip ‘senior’ nergens ter sprake komt, vanaf wanneer ben je dat? Alleszins, dit gaat toch te ver. Mag het niet alleen iets meer niveau zijn, maar vooral doordachter? Zet er geen leeftijd op en wie zich aangesproken voelt (of die dan oud of jong is), zal wel komen. Of neem anders minstens 60 als grens. Of maak ik nu precies dezelfde fout?

Toch geïnteresseerd? Hier alle info.





’t es weer gralèk in Oilsjt

20 02 2009

Terwijl mijn oorspronkelijke streekgenoten in grote getale in loodsen aan piepschuimen wagens staan te zwoegen, groteske pruiken passen en op de laatste minuut kostuums samenstellen met lampekappen en netkousen, blijf ik ver weg uit de Aalsterse buurten. Ik heb mijn portie carnaval wel gehad.

Niet dat ik er jarenlang de beest heb uitgehangen  – echt participeren in de zwijnerijen die gepaard gaan met carnaval heeft me nooit wat gezegd, ik hield bij een vorm van observatie – maar ik heb in mijn kindertijd wel geen enkele editie van de Aalsterse carnavalsstoet gemist. Ik heb dus toch enigszins sympathie voor de carnavalziel en heb naast de drank- en kotspartijen ook altijd oog gehad voor de indrukwekkende creativiteit waarmee dit volksfeest gepaard gaat. Niet alleen in technisch opzicht, meer nog  in concept en zelfs taalgebruik, zijn bepaalde uitvoeringen van wagens of kostuums echte pareltjes. Hoe plat het Oilsjters ook, in deze periode van het jaar hoor ik het graag aan.

Wat dat Aalsters betreft, doet niemand mij zo’n plezier als d’ Hiete Gerrekes, een uit heerlijke nonsens bestaand damesgroepje (tegen één van hen mag ik zelfs Aagje zeggen!) dat ieder jaar uitpakt met een vernuftige parodische cover vol aanstekelijke Oilsjters.  Echt waar, bij momenten zelfs even spitsvondig als Monthy Python.

Dit jaar staat Facebook centraal in het nummer en werd er voor een lollig filmpje gezorgd.

Ik moet wel toegeven dat ik twee nummers van vorige jaren nét iets sterker vond. Filmpjes zijn er blijkbaar niet van te vinden en een geluidsbestand op deze blog zetten kan ik ict-gewijs nog niet aan, maar wie geïnteresseerd is, kan hier eens klikken:

Wa ne zjiever en nog grappiger: Bachelor

Voor de een is tien dagen cinema het summum, een ander vindt vier dagen feesten met een bontjas aan het hoogtepunt van het jaar; dat iedereen zich maar op zijn manier amuseert. Veel plezier, Oilsjteneirs en aanverwante feestvarkens.





Brief uit de gevangenis

2 12 2008

gevangenis-bruggeTwee weken geleden al berichtte De Morgen over de AIBV, de superbeveiligde afdeling voor topcriminelen in de Brugse gevangenis. Douglas De Coninck – is dit de énige Vlaamse journalist die nog écht onderzoek doet?  -correspondeerde een tijd met Ashraf Sekkaki, een topgangster die er opgesloten zit.

Zijn verhaal is fascinerend, omdat we eigenlijk niet zouden verwachten dat er in België nog zo’n mensonwaardig gevangenisbeleid bestaat. De verwijzing in het artikel naar de gevangenis op Guantanamo Bay is niet slecht gekozen. Sekkaki beschrijft tot in de details de wrede omstandigheden van zijn gevangenschap.

Ik maak me wel wat bedenkingen bij het lezen van dit artikel. Allerlei argumenten uit de discussie over het gevangeniswezen, komen bij me op. Volstaa vrijheidsberoving niet als straf, met het daarbijhorende ontbreken van allerlei zaken die het leven aangenaam maken? Maar het creëren van extra stress, het tergen, het psychologisch martelen zoals het in het artikel beschreven staat, lijken me zinloos, zelfs gevaarlijk.

Maar anderzijds is het logisch dat ik als lezer meega in het  verhaal van De Coninck, dat is de bedoeling van het artikel. Ik hoor dus geen argumenten van slachtoffers, specialisten en deskundigen. Ik weet zelfs niet of alles wat in het artikel beschreven staat, waar is. Ik aarzel dus me uit te spreken over deze toestand.

Het is me daar dan ook niet om te doen. Veel frappanter aan het artikel vind ik dat Sekkaki overkomt als een taalvaardig man (het artikel werd geïllustreerd met foto’s van zijn brieven). Dat verbaast me niet alleen omdat hij allochtoon is – ik stel elke dag vast hoe groot de taalachterstand is bij deze groep zonder daarom in hokjes te willen denken – , ook omdat hij een gangster is en daarvan verwachten we nu eenmaal niet meteen dat ze goed opgeleid zijn. Het verband tussen opleidingsniveau en de kans op normvervaging, enzovoort.

Sekkaki schrijft niet alleen vlot Nederlands, hij drukt zich ook correct en met een zekere allure uit. In een tijd waarin een groot deel van de bevolking het schrijven van een gewone brief al als een zware opgave beschouwt, vind ik dat des te opmerkelijker. Een citaat: ‘De bewakers en de gevangen vinden elkaar in hun verslaving en wederzijdse haat. Ik lijk op hen. Net als zij heb ik haatgevoelens, een beklemming net onder mijn middenrif die krimpt en groeit als een tumor.’ Dat is wel wat anders dan Aspe. Die kerel zou verdorie een blog moeten beginnen.








%d bloggers liken dit: